Siemens HL1P00020U Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Siemens HL1P00020U (32 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 20 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Siemens HL1P00020U of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag
Product specificaties
| Merk: | Siemens |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | HL1P00020U |
Handleiding Siemens HL1P00020U – volledige tekst
nl Veiligheid2Inhoudsopgave1 Veiligheid. 22 Materiële schade vermijden. 53 Milieubescherming en besparing. 74 Geschikt kookgerei. 85 PLAATSEN EN AANSLUITEN. 86 Uw apparaat leren kennen. 107 Accessoires. 138 Voor het eerste gebruik. 149 Kookplaat bedienen. 1410 Tijdfuncties. 1511 powerBoost. 1612 Kinderslot. 1613 Basisinstellingen voor de kookplaat. 1614 Kookgerei-test. 1715 De Bediening in essentie. 1716 Snel voorverwarmen. 1817 Reiniging en onderhoud. 1818 Reinigingsondersteuning humidClean. 2119 Rekjes. 2120 Apparaatdeur. 2221 Storingen verhelpen. 2422 Transporteren en afvoeren. 2623 Servicedienst. 2724 Zo lukt het. 271 VeiligheidNeem de volgende veiligheidsvoorschriften inacht. 1. 1 Beoogd gebruikOm het apparaat veilig en op de juiste manierte gebruiken dient u de aanwijzingen over hetbeoogd gebruik in acht te nemen.
De afbeeldingen in deze handleiding dienenter informatie. Apparaten zonder stekker mogen alleen doorgeschoold personeel worden aangesloten. Bijschade door een verkeerde aansluiting kunt ugeen aanspraak maken op garantie. Gebruik het apparaat uitsluitend als volgt:¡ om voedsel en dranken te bereiden. ¡ onder toezicht. Houd kortstondige kookpro-cessen ononderbroken in het oog. ¡ voor huishoudelijk gebruik en in geslotenruimtes binnen de huiselijke omgeving. ¡ tot een hoogte van 4000m boven zeeni-veau. Gebruik het apparaat niet:¡ op boten of in voertuigen. ¡ als kamerverwarming. ¡ met een externe schakelklok of een af-standsbediening. U kunt het apparaat niet met een timer of eenafstandsbediening gebruiken.
Als u een actief, geïmplanteerd medisch ap-paraat (zoals een pacemaker of defibrillator)draagt, ga dan bij uw arts na of dit voldoetaan de Richtlijn 90/385/EEG van de Raadvan de Europese Gemeenschappen van 20juni 1990 alsmede EN 45502-2-1 en EN45502-2-2, en conform VDE-AR-E 2750-10 isgeselecteerd, geïmplanteerd en geprogram-meerd. Als aan deze voorwaarden wordt vol-daan en er bovendien non-ferro pannen metnon-ferro handgrepen worden gebruikt, kandeze inductiekookplaat zonder bezwaar wor-den gebruikt, mits dit natuurlijk op de juistewijze gebeurt. Accessoires altijd op de juiste manier in debinnenruimte schuiven. 1.
2 Inperking van de gebruikersDit apparaat kan worden bediend door kinde-ren vanaf 8 jaar en door personen met fysie-ke, sensorische of geestelijke beperkingen ofmet gebrekkige ervaring en/of kennis, indienzij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd inhet veilige gebruik van het apparaat en dedaaruit resulterende gevaren hebben begre-pen. Kinderen mogen niet met het apparaat spe-len. Reiniging en gebruikersonderhoud mogenniet worden uitgevoerd door kinderen, tenzijze 15jaar of ouder zijn en onder toezichtstaan. Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabelkunnen komen.
Veiligheid nl31. 3 Veilig gebruikWAARSCHUWING‒Kans op brand. Het apparaat wordt heet. ▶ Nooit brandbare voorwerpen of spuitbus-sen bewaren in laden direct onder de kook-plaat. ▶ Nooit brandbare voorwerpen, bijv. spuitbus-sen of reinigingsmiddelen onder het appa-raat of in de onmiddellijke nabijheid op-slaan of gebruiken. Het kookvlak wordt erg heet. ▶ Nooit brandbare voorwerpen op het kook-vlak of in de directe omgeving leggen. ▶ Nooit voorwerpen op het kookvlak bewa-ren. Zonder toezicht koken op kookplaten met vetof olie kan gevaarlijk zijn en brand veroorza-ken. ▶ Verlies hete oliën en vetten daarom nooituit het oog. ▶ Nooit proberen om een vuur met water teblussen, maar het apparaat uitschakelenen dan de vlammen bijv. met een deksel ofeen blusdeken afdekken.
Als de kookplaat wordt afgedekt, kan dat on-gelukken veroorzaken, bijvoorbeeld dooroververhitting, in brand vliegen of ontploffendematerialen. ▶ Dek de kookplaat niet af. Bij het openen van de apparaatdeur ontstaater een luchtstroom. Het bakpapier kan dan deverwarmingselementen raken en vlam vatten. ▶ Plaats nooit bakpapier bij het voorverwar-men en tijdens het bereiden los op het ac-cessoire. ▶ Bakpapier altijd op maat maken en verzwa-ren met een vorm. In de binnenruimte bewaarde brandbare voor-werpen kunnen vlam vatten. ▶ Bewaar nooit brandbare materialen in debinnenruimte. Levensmiddelen kunnen vuur vatten. ▶ Er moet toezicht worden gehouden op hetkookproces. Een korte procedure moetpermanent worden gecontroleerd. Na gebruik de kookplaat altijd met de hoofd-schakelaar uitschakelen.
▶ Niet wachten tot de kookplaat automatischuitschakelt omdat er zich geen potten enpannen meer op bevinden. De kookplaat schakelt vanzelf uit en kan nietmeer worden bediend. Hij kan later per onge-luk worden ingeschakeld. ▶ Schakel de zekering in de meterkast uit. ▶ Neem contact op met de klantenservice. Losse voedselresten, vet en vleessap kunnenin brand vliegen.
▶ Voor gebruik dient u de binnenruimte, deverwarmingselementen en de accessoiresvrij te maken van grove verontreiniging. Oververhitting van het apparaat kan eenbrand veroorzaken. ▶ Bouw het apparaat niet in achter een de-cor- of meubeldeur. Het gebruik van een verlengd netsnoer enniet-toegestane adapters is gevaarlijk. ▶ Geen verlengsnoeren of meervoudige stop-contacten gebruiken. ▶ Alleen door de fabrikant goedgekeurdeadapters en netsnoeren gebruiken. ▶ Wanneer het netsnoer te kort is en er geenlanger netsnoer beschikbaar is, neem dancontact op met een elektrospeciaalzaak omde huisinstallatie aan te passen. WAARSCHUWING‒Kans opbrandwonden. Tijdens het gebruik worden het apparaat enzijn aanraakbare onderdelen heet, vooral eeneventueel aanwezig kookplaatframe. ▶ Wees voorzichtig om het aanraken van ver-warmingselementen te voorkomen.
▶ Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit debuurt worden gehouden. Voorwerpen van metaal worden zeer snelheet op de kookplaat. ▶ Leg nooit voorwerpen van metaal, zoalsmessen, vorken, lepels of deksels, op dekookplaat. Kookplaatbeschermroosters kunnen tot onge-vallen leiden. ▶ Nooit kookplaatbeschermroosters gebrui-ken. Accessoires of vormen worden zeer heet. ▶ Neem hete accessoires en vormen altijdmet behulp van een pannenlap uit de bin-nenruimte. Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik. ▶ Het apparaat voor het schoonmaken latenafkoelen.
nl Veiligheid4In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-pen vlam vatten. ▶ Gebruik slechts geringe hoeveelhedendrank met een hoog alcoholpercentage. ▶ Open de apparaatdeur voorzichtig. Tijdens het gebruik worden het apparaat enhaar onderdelen die men kan aanraken heet. ▶ Wees voorzichtig om het aanraken van ver-warmingselementen te voorkomen. ▶ Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit debuurt worden gehouden. In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-pen vlam vatten. De apparaatdeur kan open-springen. Er kunnen hete dampen en steek-vlammen naar buiten treden. ▶ Gebruik slechts geringe hoeveelhedendrank met een hoog alcoholpercentage. ▶ Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 %vol. ) in onverdunde toestand (bijv. voor hetopgieten of overgieten van gerechten) ver-hitten. ▶ Apparaatdeur voorzichtig openen. WAARSCHUWING‒Kans op elektrischeschok. Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneelmag reparaties aan het apparaat uitvoeren. ▶ Er mogen uitsluitend originele reserveon-derdelen worden gebruikt voor reparatievan het apparaat. ▶ Als het netsnoer van dit apparaat bescha-digd raakt, moet het ter vermijding van risi-co's worden vervangen door de fabrikant,de servicedienst of een andere gekwalifi-ceerde persoon. Een beschadigd apparaat of een beschadigdnetsnoer is gevaarlijk. ▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken. ▶ Nooit een apparaat met gescheurd of ge-broken oppervlak gebruiken. ▶ Contact opnemen met de servicedienst. →Pagina27Binnendringend vocht kan een elektrischeschok veroorzaken. ▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreinigergebruiken om het apparaat te reinigen. Bij hete apparaatonderdelen kan de kabeliso-latie van elektrische apparaten smelten.
▶ Zorg ervoor dat de aansluitkabel van elek-trische apparaten nooit in contact komt methete onderdelen van het apparaat. Een beschadigde isolatie van het netsnoer isgevaarlijk.
▶ Nooit het aansluitsnoer met hete apparaat-onderdelen of warmtebronnen in contactbrengen. ▶ Nooit het aansluitsnoer met scherpe puntenof randen in contact brengen. ▶ Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen ofveranderen. Wordt het apparaat van het net losgekoppeld,kunnen de verbindingen restspanningen ver-oorzaken. ▶ Alleen een vakman mag het apparaat aan-sluiten. WAARSCHUWING‒Kans op letsel. Bij het openen en sluiten van de apparaatdeurbewegen de scharnieren zich en kunnen zeklem komen te zitten. ▶ Kom niet met uw handen bij de scharnie-ren. Wanneer er krassen op het glas van de appa-raatdeur zitten, kan dit barsten. ▶ Gebruik geen scherp of schurend reini-gingsmiddel of scherpe metalen schrapervoor het reinigen van het glas van de oven-deur omdat dit het oppervlak kan beschadi-gen. Wordt er tegen de geopende apparaatdeurgestoten, dan kan dit leiden tot lichamelijk let-sel.
▶ Houd de apparaatdeur tijdens gebruik enook daarna gesloten. Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kun-nen scherpe randen hebben. ▶ Draag veiligheidshandschoenen. Het apparaat en de delen ervan die aange-raakt kunnen worden kunnen scherpe randenhebben. ▶ Wees voorzichtig bij gebruik en reinigen. ▶ Draag indien mogelijk veiligheidshand-schoenen. Bij de bereiding au-bain-marie kunnen dekookplaat en kookvorm barsten door overver-hitting. ▶ De au-bain-marie kookvorm mag niet in di-rect contact komen met de bodem van depan die met water is gevuld. ▶ Gebruik alleen hittebestendige vormen. Een apparaat met een gebarsten of gebrokenoppervlak kan tot snijwonden leiden. ▶ Het apparaat niet gebruiken als het opper-vlak ervan gebarsten of gebroken is.
Materiële schade vermijden nl5WAARSCHUWING‒Kans opbrandwonden. Tijdens het gebruik worden de toegankelijkeonderdelen heet. ▶ De hete onderdelen nooit aanraken. ▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in debuurt zijn. Bij het openen van de apparaatdeur kan hetestoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van detemperatuur niet altijd zichtbaar. ▶ Apparaatdeur voorzichtig openen. ▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in debuurt zijn. Door water in de hete binnenruimte kan hetewaterdamp ontstaan. ▶ Nooit water in de hete binnenruimte gieten. WAARSCHUWING‒Kans opverstikking. Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal overhet hoofd trekken en hierin verstrikt raken enstikken. ▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin-deren houden. ▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateri-aal spelen. Kinderen kunnen kleine onderdelen inademenof inslikken en hierdoor stikken.
▶ Kleine onderdelen uit de buurt van kinde-ren houden. ▶ Kinderen niet met kleine onderdelen latenspelen. WAARSCHUWING‒Kantelgevaar. Wanneer u het apparaat onbevestigd op eensokkel plaatst, dan kan het van de sokkel glij-den. ▶ Bevestig het apparaat stevig aan de sok-kel. ▶ Waarschuwing: breng om het kantelen vanhet apparaat te verhinderen een compen-satie-inrichting aan. ▶ Houd voor de montage de handleidingenaan. 1. 4 SchuifladeWAARSCHUWING‒Kans op brand. Het oppervlak van de schuiflade kan erg heetworden. ▶ Bewaar uitsluitend ovenaccessoires in delade. ▶ Bewaar geen ontvlambare en brandbarevoorwerpen in de lade in de plint. 1. 5 HalogeenlampWAARSCHUWING‒Kans opbrandwonden. De lampen in de binnenruimte worden heelheet. Ook enige tijd na het uitschakelen be-staat er nog een risico van verbranding. ▶ Glazen kapje niet aanraken. ▶ Tijdens het schoonmaken contact met dehuid vermijden.
nl Materiële schade vermijden6LET OP. Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat erwarmteophoping door voorwerpen op de bodem vande binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen nietmeer en het email wordt beschadigd. ▶ Nooit toebehoren, bakpapier of folie, van welkesoort dan ook op de bodem van de binnenruimteleggen. ▶ Uitsluitend een vorm op de bodem van de binnen-ruimte plaatsen wanneer een temperatuur van min-der dan 50°C ingesteld is. Door aluminiumfolie aan de deurruit kunnen permanen-te verkleuringen ontstaan. ▶ Aluminiumfolie in de binnenruimte mag niet in con-tact komen met de deurruit. Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat erwaterdamp. Door de temperatuurverandering kan erschade optreden. ▶ Giet nooit water in de hete binnenruimte. ▶ Zet nooit servies met water op de bodem van debinnenruimte.
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-ruimte ontstaat er corrosie. ▶ Laat na het gebruik de binnenruimte drogen. ▶ Geen vochtige levensmiddelen gedurende langeretijd in de gesloten binnenruimte bewaren. ▶ Geen eten in de binnenruimte bewaren. Wanneer er wordt afgekoeld terwijl de apparaatdeuropen staat, raken aangrenzende meubelfronten op denduur beschadigd. ▶ Na een bereiding met hoge temperaturen de bin-nenruimte alleen met gesloten deur laten afkoelen. ▶ Zorg ervoor dat er niets tussen de apparaatdeur be-klemd raakt. ▶ Alleen na gebruik met veel vocht de binnenruimtemet open deur laten drogen. Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekkenachter die niet meer kunnen worden verwijderd. ▶ De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet teovervloedig bedekken. ▶ Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimteleidt tot beschadiging van het email. ▶ Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruim-te. ▶ Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de bin-nenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijde-ren.
Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdenshet gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubel-fronten kunnen dan beschadigd raken. ▶ Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is. ▶ Nooit het apparaat met beschadigde afdichting ofzonder afdichting gebruiken. Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak omiets op te zetten of te leggen kan hij beschadigd raken. ▶ Niets op de open deur zetten of leggen en niet er-aan hangen. ▶ Geen vormen of accessoires op de apparaatdeurplaatsen. Wanneer u het apparaat aan de greep van de afdek-king draagt of beweegt, dan kan de greep afbreken enschade aan de scharnieren veroorzaken. De greep vande afdekking is niet gemaakt voor het gewicht van hetapparaat. ▶ Draag of beweeg het apparaat niet aan de greepvan de afdekking.
Bij het grillen kunnen vanwege de hoge temperaturende bakplaat of braadslede vervormen en bij het uitne-men de emaillelaag beschadigen. ▶ De bakplaat of braadslede bij het grillen niet bovenhoogte 3 inschuiven. ▶ Boven hoogte 3 alleen direct op het rooster grillen. 2. 2 KookplaatHoud bij gebruik van het apparaat de overeenkomstige aanwijzingen in acht. Materiële schade voorkomenHier vindt u de meest voorkomende oorzaken van schade en tips om deze te voorkomen. Schade Oorzaak MaatregelVlekken Bereiden zonder toezicht. Het bereidingsproces in de gaten houden. Vlekken, defecten Gemorste levensmiddelen, vooral diegenemet hoog suikergehalte. Onmiddellijk met een schraper voor vitroke-ramische kookplaat verwijderen. Vlekken, defecten ofbreuken in het glasDefect kookgerei, kookgerei met gesmoltenemaille of kookgerei met koperen- of alumini-umbodem.
Gebruik geschikt kookgerei dat in een goedeconditie is. Vlekken, verkleurin-genOngeschikte reinigingsmethoden. Alleen reinigingsmiddelen gebruiken die ge-schikt zijn voor glaskeramiek en reinig dekookplaat alleen wanneer deze koud is.
Defecten of breukenin het glasStoten of vallend kookgerei, kookaccessoiresof andere harde of scherpe voorwerpen. Bij het koken niet tegen het glas stoten ofvoorwerpen op de kookplaat laten vallen. Krassen, verkleurin-genRuwe pannenbodems of het verplaatsen vande pan op de kookplaat. Kookgerei controleren. Kookgerei bij het ver-plaatsen optillen. Krassen Zout, suiker of zand. Gebruik de kookplaat niet als plaats om ietsop te zetten of als werkvlak.
Milieubescherming en besparing nl7Schade Oorzaak MaatregelSchade aan het ap-paraatKoken met diepgevroren kookgerei. Nooit bevroren kookgerei gebruiken. Schade aan de panof aan het apparaatKoken zonder inhoud. Nooit een pan zonder inhoud op een hetekookzone plaatsen of verhitten. Glasbeschadigingen Gesmolten materiaal op de hete kookzone ofhete deksels van pannen op het glas. Geen bakpapier of aluminiumfolie en geenkunststof containers of pandeksels op dekookplaat leggen. Oververhitting Heet kookgerei op het bedieningspaneel ofop het kader. Plaats heet kookgerei nooit op deze gebie-den. 2. 3 LadeHoud de betreffende instructies aan wanneer u de ladegebruikt. LET OP. Leg geen hete voorwerpen in de lade in de plint. De la-de in de plint kan beschadigd raken. ▶ Leg geen hete voorwerpen in de lade in de plint.
Doe geen ovenaccessoires in de lade in de plint diehoger zijn dan de hoogte van de lade. Anders kan erschade aan het apparaat ontstaan. ▶ Doe geen ovenaccessoires in de lade in de plint diehoger zijn dan de hoogte van de lade. Milieubescherming en besparing3 Milieubescherming en besparing3. 1 Afvoeren van de verpakkingDe verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-nen worden hergebruikt. ▶De afzonderlijke componenten op soort gescheidenafvoeren. 3. 2 Energie besparenAls u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaatminder stroom. Het apparaat alleen voorverwarmen, wanneer het re-cept of de instellingsadviezen dat aangeven. ¡Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan be-spaart u tot wel 20% energie. Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bak-vormen. ¡Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goedop. Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinigmogelijk.
Hierdoor is de baktijd voor het gebak datvervolgens wordt gebakken korter. Bij langere bereidingstijden het apparaat 10minutenvoor het einde van de bereidingstijd uitschakelen. ¡De restwarmte is voldoende om het gerecht verderte bereiden. Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnen-ruimte. ¡Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd teworden. Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ont-dooien. ¡Hierdoor wordt bespaard op de energie om hetvoedsel te ontdooien. Productinformatie conform (EU) 65/2014 en (EU)66/2014 vindt u onder het energielabel en op het inter-net op de productpagina van uw apparaat. Opmerking:Het apparaat verbruikt:¡ in uitgeschakelde toestand max. 0,5WEnergie besparenAls u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaatminder stroom. Een kookzone kiezen die bij de grootte van de panpast. Het kookgerei gecentreerd plaatsen.
Gebruik kookgerei met een bodemdiameter die over-eenkomt met de diameter van de kookzone. Tip:Fabrikanten van kookgerei geven vaak de boven-diameter van de pan aan. Die is dikwijls groter dan debodemdiameter. ¡Niet-passend kookgerei of niet volledig afgedektekookzones verbruiken veel energie. Pannen afsluiten met een passend deksel. ¡Wanneer u zonder deksel kookt, heeft het apparaataanzienlijk meer energie nodig. Deksel zo min mogelijk oplichten. ¡Wanneer u het deksel oplicht, ontsnapt er veelenergie. Glazen deksel gebruiken. ¡Door het glazen deksel kunt u in de pan kijken zon-der het deksel op te lichten. Pannen met vlakke bodem gebruiken. ¡Als de bodem niet vlak is, wordt het energiever-bruik hoger.
nl Geschikt kookgerei8Gebruik kookgerei dat past bij de hoeveelheid levens-middel. ¡Groot kookgerei met weinig product heeft meerenergie nodig om op te warmen. Met weinig water koken. ¡Hoe meer water er in het kookgerei zit, des te meerenergie is er nodig om op te warmen. Tijdig terugschakelen naar een lagere kookstand. ¡Met een te hoge doorkookstand verspilt u energie. Geschikt kookgerei4 Geschikt kookgereiEen voor inductiekoken geschikt kookgerei moet eenferromagnetische bodem hebben, dus door een mag-neet worden aangetrokken, en verder moet de bodemeven groot zijn als de kookzone. Wanneer het kookge-rei op een kookplaat niet herkend kan worden, plaatsdan het kookgerei op een kookplaat met de eerstvol-gende kleinere diameter. 4. 1 Grootte en kenmerken van hetkookgereiOm het kookgerei correct te herkennen, moet u met degrootte en het materiaal van het kookgerei rekeninghouden.
Alle panbodems moeten volledig vlak en gladzijn. Met Kookgerei-test controleert u of het kookgerei ge-schikt is. Kookgerei Materialen EigenschappenAanbevolen kookge-reiRoestvaststalen kookgerei met sandwich-bo-dem welke de warmte goed verdeelt. Dit kookgerei verdeelt de warmte gelijkmatig,warmt snel op en waarborgt zijn herkenning. Ferromagnetisch kookgerei van geëmailleerdstaal, gietijzer, of speciale pannen voor in-ductie van edelstaal. Dit kookgerei warmt snel op en wordt veiligherkend. Geschikt De bodem is niet volledig ferromagnetisch. Als de diameter van het ferromagnetischeoppervlak kleiner is dan de bodem van hetkookgerei, warmt alleen het ferromagneti-sche oppervlak op. Daardoor verdeelt dewarmte niet gelijkmatig. Kookgereibodems met aluminiumaandeel. Deze bodems van het kookgerei verkleinenhet ferromagnetische oppervlak, waardoorminder vermogen aan het kookgerei wordtafgegeven.
Niet geschikt Kookgerei van normaal dun staal, glas, aar-dewerk, koper of aluminium. Opmerkingen¡ Gebruik tussen de kookplaat en de pan in principegeen adapterplaten. ¡ Verwarm geen leeg kookgerei en geen kookgereimet dunne bodem, omdat deze zeer sterk verhitkunnen raken. Plaatsen en aansluiten5 Plaatsen en aansluitenWaar en hoe u het apparaat het beste opstelt, komt uhier te weten. Bovendien komt u te weten hoe u het ap-paraat op het elektriciteitsnet aansluit. 5. 1 Elektrische aansluitingDe elektrische aansluiting dient uitgevoerd te wordendoor een daartoe bevoegd vakman. Houd de voor-schriften van het betreffende nutsbedrijf aan. ¡ Uw apparaat dient een vaste aansluiting op hetstroomnet te hebben met de daarvoor bestemde ka-bel. In het geval van beschadiging de kabel nooitverwijderen van het apparaat of vervangen door eenkabel met/zonder stekker.
¡ Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt,moet het ter vermijding van risico's worden vervan-gen door de fabrikant, de servicedienst of een ande-re gekwalificeerde persoon. ¡ Wordt het apparaat verkeerd aangesloten, vervalt bijschade de aanspraak op de garantie. Informatie over elektrische aansluiting door deklantenservice:¡ Sluit het apparaat aan overeenkomstig de data ophet typeplaatje.
Plaatsen en aansluiten nl9¡ Sluit het apparaat uitsluitend aan op een elektrischeaansluiting, welke voldoet aan de geldende bepalin-gen. De contactdoos moet goed toegankelijk zijnom het apparaat indien nodig van het lichtnet tekunnen scheiden. ¡ Er moet een meerpolige scheidingsinrichting aange-bracht zijn. ¡ Sluit om veiligheidsredenen dit apparaat alleen opeen geaarde aansluiting aan. Wanneer de randaar-de-aansluiting niet aan de voorwaarden voldoet, isde bescherming tegen elektrische gevaren niet ge-garandeerd. ¡ Gebruik een kabel van het type H05VV-F of gelijk-waardig om het apparaat aan te sluiten. Informatie over elektrische aansluiting door deinstallateur:¡ Wanneer een stekker na de installatie niet toeganke-lijk is, dan moet installatiezijdig een schakelaar vooralle polen worden aangebracht met een contactope-ning van minstens 3 mm.
Bij aansluiting met eenstekker is dit niet noodzakelijk wanneer de stekkervoor de gebruiker toegankelijk is. ¡ Elektrische veiligheid: het fornuis is een apparaatvan veiligheidsklasse I en mag alleen in combinatiemet een geaarde aansluiting worden gebruikt. ¡ Gebruik een kabel van het type H05VV-F of gelijk-waardig om het apparaat aan te sluiten. 5. 2 Toestel plaatsenPlaats het apparaat op een vlakke ondergrond. Het apparaat nooit achter een decor- of meubeldeurplaatsen. Er bestaat gevaar van oververhitting. Aangrenzende meubelsAangrenzende meubels dienen uit niet-brandbaar mate-riaal te bestaan. Aangrenzende voorzijden van meubelsdienen tot minstens 90°C temperatuurbestendig te zijn. Bevestiging aan de wandOm te voorkomen dat het apparaat kantelt, dient u hetmet de meegeleverde haak aan de wand te bevesti-gen. Houd de handleiding aan om het apparaat aan dewand te bevestigen. 5.
3 Demontage van het apparaatKoppel het apparaat los van de voedingsspanning. WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok. Wordt het apparaat van het net losgekoppeld, kunnende verbindingen restspanningen veroorzaken.
▶ Alleen een vakman mag het apparaat aansluiten. 5. 4 DeurbeveiligingOm te voorkomen dat kinderen met hun handen in dehete oven komen, is de ovendeur voorzien van een be-veiliging. De deurbeveiliging is boven de ovendeur aan-gebracht. Opmerking:Wanneer u de deurbeveiliging niet meernodig heeft of wanneer deze vuil is. Apparaatdeur openen▶Beveiliging naar boven drukken. Deurbeveiliging verwijderen1. De ovendeur openen. →"Apparaatdeur openen", Pagina92. De schroef er uit draaien en de deurbeveiliging ver-wijderen. 3. Apparaatdeur sluiten.
de kleur ende vorm.12345Toelichting1Kookplaat2Bedieningsvelden3Koelventilator14Apparaatdeur5Ovenlade11Afhankelijk van de apparaatuitvoering6.2 BedieningsveldenVia het bedieningsveld kunt u alle functies van uw ap-paraat instellen en informatie krijgen over de gebruiks-toestand.BedieningselementenVia de bedieningselementen kunt u alle functies van uwapparaat instellen en informatie krijgen over de ge-bruikstoestand.Bedieningselement ToelichtingFunctiekeuzeknop Met de functiekeuzeknopstelt u de verwarmings-methoden en meer func-ties in.De functiekeuzeknop kuntu vanuit de nulstandnaar rechts en links draai-en.Afhankelijk van het appa-raattype is de functiekeu-zeknop verzonken.
Voorhet vergrendelingen ofontgrendelingen in de nul-stand op de functiekeu-zeknop drukken.→"Verwarmingsmethodenen functies", Pagina11Temperatuurknop Met de temperatuurknopstelt u de temperatuurvoor de verwarmingsme-thode in en kiest u instel-lingen voor andere func-ties.De temperatuurknop kuntu vanuit de nulstandnaar rechts draaien totaan de aanslag, niet ver-der.Afhankelijk van het appa-raattype kan de tempera-tuurknop worden verzon-ken. Voor het vergrende-lingen of ontgrendelingenin de nulstand op detemperatuurknop druk-ken.→"Temperatuur en instel-standen", Pagina11Kookzone-knoppen Met de 4 kookzoneknop-pen stelt u het vermogenvan de afzonderlijke kook-zones in.Aan het symbool bovende betreffende knop kuntu zien welke kookzone er-mee kan worden inge-steld.
Uw apparaat leren kennen nl11Verwarmingsmethoden en functiesOm altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de ver-schillen en toepassingen. Symbool Verwarmingsmetho-deGebruik en werkwijze3Dhetelucht Op één of meer niveaus bakken of braden. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan deachterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik inde circulatieluchtmodus en de energieklasse gebruikt. Hetelucht zacht Gekozen gerechten zonder voorverwarmen op een niveau voorzichtig garen. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan deachterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Het product wordt in fasen bereid metbehulp van restwarmte. Het beste zijn temperaturen tot 200 °C.
Pizzastand Pizza's of gerechten klaarmaken die warmte van onderen nodig hebben. Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingselement aan deachterwand zijn ingeschakeld. Onderwarmte Gerechten nabakken of au bain-marie bereiden. De warmte komt van onderen. Grill, groot Platte grillstukken, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerechten gratineren. Het hele oppervlak onder de grill wordt heet. Circulatiegrillen Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden. Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilatorwervelt de hete lucht rond het gerecht. Boven- en onder-warmteTraditioneel bakken of braden op één niveau. Deze manier van opwarmen is bij-zonder geschikt voor gebak met vochtige bedekking. De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen.
Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energiever-bruik in de conventionele modus. Overige functiesHier vindt u een overzicht van bijkomende functies van uw apparaat. Symbool Functie GebruikSnel verwarmen De binnenruimte zonder accessoires snel voorverwarmen.
→"Snel voorverwarmen", Pagina18Ovenlamp De binnenruimte zonder verwarming verlichten. Temperatuur en instelstandenBij de verwarmingsmethoden en functies zijn er verschillende instellingen. Symbool Functie GebruikNulstand Het apparaat warmt niet op. 50-275 Temperatuurbereik De temperatuur in °C in de binnenruimte instellen. 1, 2, 3ofI, II, IIIGrillstanden De grillstanden afhankelijk van het type apparaat voor de grill, voor het grootvlak en de grill of voor het klein vlak instellen. 1 = zwak2 = gemiddeld3 = sterkOpwarmindicatieHet apparaat geeft aan wanneer het opwarmt. Wanneer het apparaat in gebruik is, brandt het indica-tielampje boven de temperatuurkeuzeknop. In de ver-warmingspauzes gaat het indicatielampje uit. Wanneer u voorverwarmt is het optimale tijdstip voorhet inschuiven van het gerecht bereikt zodra het indica-tielampje voor het eerst uitgaat.
nl Uw apparaat leren kennen12¡ Als uw apparaat over verlichting van de binnenruim-te als functie beschikt en als een temperatuurwaar-de is ingesteld, brandt de opwarmingsindicatie ook. Het apparaat warmt hierbij niet op. ¡ Door thermische traagheid kan de weergegeventemperatuur een beetje afwijken van de werkelijketemperatuur in de binnenruimte. Koken met inductieVergeleken met gangbare kookplaten brengt inductie-koken enkele veranderingen met zich mee en biedt heteen aantal voordelen zoals tijdbesparing tijdens het ko-ken en braden, energiebesparing, alsmede eenvoudi-ger onderhoud en reiniging. Het biedt ook een beterewarmteregeling, omdat de warmte direct in het kookge-rei wordt opgewekt. Verdeling van de kookzonesHet aangegeven vermogen wordt gemeten met de ge-normeerde panne, welke in de IEC/EN 60335-2-6 zijnbeschreven.
Het vermogen kan al naar gelang degrootte of materiaal van het kookgerei variëren. Kook-zoneGrootte Maximale vermogen / Ø 18cm Vermogensstand 9 1800 WpowerBoost 3100 WØ14,5cmVermogensstand 9 1400 WpowerBoost 2200 WØ 21cm Vermogensstand 9 2200 WpowerBoost 3700 WBedieningspaneelIndividuele details, zoals kleur en vorm, kunnen afwij-ken van de illustratie. bTouchveldenSensor FunctieHoofdschakelaar Kookzone kiezen/ Instellingen kiezen powerBoost Tijdfuncties KinderslotIndicatiesIndicatie Functie Gebruikstoestand- Kookstanden/ Restwarmte powerBoost TijdfunctiesTouchvelden en indicatiesBij het aanraken van een symbool wordt de betreffendefunctie geactiveerd. ¡ Houd het bedieningspaneel schoon en droog. Vochtheeft een nadelige invloed op de werking. ¡ Geen pannen in de buurt van de indicaties en sen-soren plaatsen. De elektronica kan oververhit raken.
KookzoneControleer voordat u met het koken begint, of het for-maat van de pan bij de kookzone past waarmee u wiltkoken:Gebied Type kookplaat Kookzone van één enkele kringRestwarmte-indicatieDe kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarm-te-indicatie. Zolang de restwarmte-indicator brandt,mag u de kookzone niet aanraken. Indicatie Betekenis De kookzone is heet. De kookzone is warm. 6. 3 BinnenruimteFuncties voor de binnenruimte vergemakkelijken hetgebruik van uw apparaat. RekjesU kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rek-jes in de binnenruimte plaatsen. De binnenruimte heeft 5 inschuifhoogtes. De inschuif-hoogtes worden van beneden naar boven geteld.
Accessoires nl13U kunt de rekjes verwijderen, bijv. om te reinigen. →"Rekjes", Pagina21KoelventilatorDe koelventilator schakelt afhankelijk van de tempera-tuur van het apparaat in en uit. De warme lucht ont-snapt via de deur. LET OP. De ventilatiesleuven boven de deur van het apparaatniet afdekken. Het apparaat raakt oververhit. ▶ De ventilatiesleuven vrijhouden. De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat hetapparaat na gebruik sneller afkoelt. ApparaatdeurWanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik,wordt de werking voortgezet. CondenswaterBij het bereiden kan in de binnenruimte en op de deurvan het apparaat condensvorming optreden. Condensis normaal en heeft geen invloed op de werking vanhet apparaat. Veeg na het bereiden het condens af. Accessoires7 AccessoiresGebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op hetapparaat afgestemd.
Opmerking:De accessoires kunnen door hitte vervor-men. De vervorming heeft geen invloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer nadat de accessoireszijn afgekoeld. De meegeleverde accessoires kunnen variëren afhan-kelijk van het type apparaat. Accessoires GebruikRooster ¡ Bakvormen¡ Ovenschalen¡ Vormen¡ Vlees, bijv. braad- of grillstukken¡ DiepvriesgerechtenBraadslede ¡ Vochtig gebak¡ Koekjes¡ Brood¡ Grote braadstukken¡ Diepvriesgerechten¡ Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vetbij het grillen op het rooster. Bakplaat ¡ Plaatgebak¡ Cake eenvoudig7. 1 Accessoires gebruikenDe accessoires op de juiste manier in de binnenruimteschuiven. Alleen zo kunt u de accessoires zonder kan-telen ongeveer voor de helft er uit trekken. 1. De accessoires altijd tussen de beide geleidestan-gen van een inschuifhoogte plaatsen.
nl Voor het eerste gebruik147. 2 Meer accessoiresMeer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, inspeciaalzaken of op het internet. U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in on-ze folders of op internet:siemens-home. bsh-group. comVoor de verschillende apparaten zijn specifieke acces-soires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de pre-cieze aanduiding (E-nr. ) van uw apparaat op. Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat,kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klan-tenservice. Voor het eerste gebruik8 Voor het eerste gebruikStel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het ap-paraat en de accessoires. 8. 1 Eerste gebruikStel de opties voor het eerste gebruik in. Tip:In de hoofdinstellingen kunt u indien nodig de be-grenzing van het totale vermogen van de kookplaat opbasis van de vereisten van de betreffende elektrischeinstallatie. 8.
2 Het apparaat reinigen voordat u het voorhet eerst gebruiktVoordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met hetapparaat dient u de binnenruimte en de accessoires tereinigen. 1. De accessoires en de verpakkingsresten zoals piep-schuimbolletjes uit de binnenruimte verwijderen. 2. Vóór het verwarmen de gladde oppervlakken in debinnenruimte af met een zachte, vochtige doek afve-gen. 3. Zolang het apparaat opwarmt, de ruimte ventileren. 4. De verwarmingsmethode en de temperatuur instel-len. →"De Bediening in essentie", Pagina17Verwarmings-methode3D‑heteluchtTemperatuur MaximumTijdsduur 1uur5. Het apparaat na de aangegeven tijdsduur uitschake-len. 6. Wachten tot de binnenruimte is afgekoeld. 7. De gladde oppervlakken met zeepsop en eenschoonmaakdoekje reinigen. 8. De accessoires met zeepsop en een schoonmaak-doekje of een zachte borstel reinigen.
De kookplaat gaat automatisch uit wanneer dekookzones langer dan 20 seconden uitgeschakeldzijn. reStart▶Wanneer u het apparaat binnen 4seconden na hetuitschakelen weer inschakelt, treedt de kookplaat inwerking met de vorige instellingen. 9. 2 Instellen van de kookzonesOm de gewenste selecteerbare vermogensstand te kie-zen, of aanraken. Elke vermogensstand heeft een tussenstand. Deze isaangeduid met een punt. VermogensstandLaagste vermogensstandHoogste vermogensstandKookzone en vermogensstand kiezen1. Om de kookzone te kiezen op tippen. 2. Kies in de volgende 10seconden de vermogens-stand:‒ Op drukken om de vermogensstand op teroepen. ‒ Op drukken om de vermogensstand op teroepen. a De vermogensstand is ingesteld. Opmerking:Wanneer er geen kookgerei op de kook-plaat staat, of de pan niet geschikt is, dan knippert degekozen vermogensstand.
Na een bepaalde tijd wordtde kookzone uitgeschakeld. quickStart▶Wanneer u vóór het inschakelen kookgerei op dekookplaat plaatst, dan wordt dit bij het inschakelenherkend en wordt de betreffende kookzone automa-tisch gekozen. Vervolgens in de volgende 20 secon-den de vermogensstand kiezen, anders schakelt dekookplaat zelf uit. Kookstand wijzigen en kookzone uitschakelen1. De kookzone kiezen. 2. Raak of aan, tot de gewenste kookstand ver-schijnt. Om de kookzone uit te schakelen, instel-len. Snel uitschakelen van de kookplaatGedurende 3 seconden het symboolvan de kookzoneaanraken. De kookplaat schakelt uit.
1 UitschakeltimerMaakt de programmering mogelijk van een bereidings-tijd voor en kookzone en de automatische uitschake-ling daarvan na het verstrijken van de ingestelde tijd. Bereidingstijd programmeren1. Tik op . a De indicatie van de kookplaat brandt. 2. Kies de bereidingstijd met of . a De tijd begint af te lopen. Opmerking:U kunt voor alle kookzones automatischdezelfde bereidingstijd instellen. Meer informatie vindt uonder. Meer informatie vindt u onder. Bereidingstijd wijzigen of wissen1. De kookplaat kiezen. 2. Op tippen. 3. Om de bereidingstijd te wijzigen, op of tippenof op instellen. 10. 2 TimerMaakt de activering mogelijk van een timer van 0 tot99 min. Deze functie is onafhankelijk van de kookzo-nes en andere instellingen. Deze schakelt de kookzo-nes niet automatisch uit. Kookwekker instellen1. Kies de kookzone en tik tweemaal op . a naast brandt. 2.
nl powerBoost16powerBoost11 powerBoostMaakt een snellere opwarming mogelijk van groterewaterhoeveelheden dan met kookstand . Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar als ergeen andere kookzone in gebruik is. Anders knipperen er op het kookstand-display en . Druk voor het in- of uitschakelen op. Kinderslot12 KinderslotDe kookplaat is voorzien van een kinderslot. Hiermeewordt voorkomen dat kinderen de kookplaat inschake-len. Schakel de kookplaat uit om de functie in te kunnenschakelen. Wordt door het gedurende 4 seconden aanraken van in- of uitgeschakeld. Wanneer u het kinderslot bij elke keer dat de kookplaatwordt uitgeschakeld automatische activeren, dan vindtu meer informatie onder Basisinstellingen. Basisinstellingen voor de kookplaat13 Basisinstellingen voor de kookplaatU kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen. 13.
1 Overzicht van de basisinstellingenIndicatie Instelling Waarde Kinderslot - Handmatig. 1 Automatisch. – Uitgeschakeld Akoestische signalen – Bevestigings- en foutsignaal zijn uitgeschakeld. – Alleen het foutsignaal is ingeschakeld. – Alleen het bevestigingssignaal is ingeschakeld. – Alle geluidssignalen zijn ingeschakeld 1. Automatisch uitschakelen van de kookzones. - uitgeschakeld. 1 - - Tijd tot het automatisch uitschakelen. Duur van het timer-einde-geluidssignaal – 10seconden 1 – 30seconden - 1 minuut VermogensbegrenzingMaakt indien nodig de begrenzing mogelijkvan het totale vermogen van de kookplaat,indien vereist, op basis van de omstandighe-den van uw elektrische installatie. De be-schikbare instellingen zijn afhankelijk van hetmaximale vermogen van de kookplaat. Pre-cieze gegevens vindt u op het typeplaatje.
Laagste stand. - 1500 W. - 3000 W. Aanbevolen voor 13 ampère. - 3500 W. Aanbevolen voor 16 ampère. - 4000 W. - 4500 W. Aanbevolen voor 20 ampère. - Maximaal vermogen van de kookplaat. Keuzetijd van de kookzone - Onbegrensd: u kunt de laatst gekozen kookzone in-stellen zonder deze opnieuw te selecteren. 1 - Begrensd: u kunt de laatst gekozen kookzone binnen10 seconden na de selectie instellen. Daarna moet u dekookzone vóór het instellen opnieuw selecteren. Kookgerei-testMet deze functie kunt u de kwaliteit van hetkookgerei controleren. - Niet geschikt. - Niet optimaal. - Geschikt. 1Fabrieksinstelling.
a en branden afwisselend alsmede als vooringe-stelde waarde. 4. Raak net zo lang aan totdat de gewenste instel-ling verschijnt. 5. Kies de gewenste waarde met of . 6. Raak gedurende 4 seconden aan. a De instellingen zijn opgeslagen. 13. 3 De basisinstellingen afsluiten▶Raak aan om de basisinstellingen te verlaten ende kookplaat uit te schakelen. Kookgerei-test14 Kookgerei-testDe kwaliteit van de pan heeft een grote invloed op desnelheid en het resultaat van het kookproces. Met deze functie kunt u de kwaliteit van het kookgereitesten. Ga vóór de test na of de diameter van de bodem vande pan met de diameter van de gebruikte kookzoneovereenstemt. De toegang vindt plaats via de basisinstellingen. 14. 1 Werkwijze voor de controle van de pan1. Plaats het kookgerei bij kamertemperatuur en metca.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Siemens HL1P00020U stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis Siemens
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis
