Siemens EX807NX68E Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Siemens EX807NX68E (40 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 35 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Siemens EX807NX68E of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Siemens |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | EX807NX68E |
| Apparaatplaatsing: | Ingebouwd |
| Soort bediening: | Touch |
| Kleur van het product: | Zwart |
| Aantal vermogenniveau's: | 17 |
| Ingebouwd display: | Ja |
| Timer: | Ja |
| Gewicht: | 26000 g |
| Breedte: | 792 mm |
| Diepte: | 512 mm |
| Hoogte: | 277 mm |
| Snoerlengte: | 1.1 m |
| Kinderslot: | Ja |
| Wi-Fi-besturing: | Ja |
| Geluidsniveau: | 74 dB |
| Gewicht verpakking: | 32400 g |
| Breedte verpakking: | 940 mm |
| Diepte verpakking: | 660 mm |
| Hoogte verpakking: | 430 mm |
| Warmhoud functie: | Ja |
| Maximale afzuigcapaciteit: | 500 m³/uur |
| Fluid dynamic efficiency class: | A |
| Vetfilterefficiëntieklasse: | B |
| Soort materiaal (bovenkant): | Glaskeramiek |
| Vermogen brander/kookzone 2: | 2200 W |
| Vermogen brander/kookzone 3: | 2200 W |
| Vermogen brander/kookzone 1: | 2200 W |
| Aantal branders/kookzones: | 4 zone(s) |
| Type kookplaat: | Inductiekookplaat zones |
| Aantal gaspitten: | 0 zone(s) |
| Aantal elektronische kook zones: | 4 zone(s) |
| Controle positie: | Boven voorzijde |
| Aangesloten lading (elektrisch): | 7400 W |
| Installatie compartiment breedte: | 780 mm |
| Installatie compartiment diepte: | 227 mm |
| Installatie compartiment hoogte: | 500 mm |
| LED-indicatoren: | Ja |
| Aan/uitschakelaar: | Ja |
| Aangesloten lading (gas): | 0 W |
| Automatisch uitschakelen: | Ja |
| Type timer: | Digitaal |
| Breedte kookplaat: | 80 cm |
| Boost functie: | Ja |
| Kleur bedieningspaneel: | Zwart |
| Stroomverbruik (in standby): | 0.5 W |
| Restwarmte-indicator: | Ja |
| Panherkenning: | Ja |
| Schoonmaakslot: | Ja |
| Vermogen brander/kookzone 4: | 2200 W |
| Voedingsbron brander/kookzone 1: | Electrisch |
| Voedingsbron brander/kookzone 2: | Electrisch |
| Voedingsbron brander/kookzone 3: | Electrisch |
| Kookzone 1 boost: | 3700 W |
| Kookzone 2 boost: | 3700 W |
| Kookzone 3 boost: | 3700 W |
| Kookzone 4 boost: | 3700 W |
| Positie brander/kookzone 1: | Rechts voor |
| Positie brander/kookzone 2: | Rechts achter |
| Positie brander/kookzone 3: | Links voor |
| Positie brander/kookzone 4: | Links achter |
| Energie-efficiëntieklasse (kap): | B |
| Klaar alarm: | Ja |
| Kookzone 1 vorm: | Rechthoekig |
| Kookzone 2 vorm: | Rechthoekig |
| Kookzone 3 vorm: | Rechthoekig |
| Kookzone 4 vorm: | Rechthoekig |
| Quick start: | Ja |
| Flexibele kookzone: | Ja |
| AC-ingangsspanning: | 220 - 240 V |
| AC-ingangsfrequentie: | 50 - 60 Hz |
| Energie-efficiëntieschaal: | A+++ tot D |
| Kookzone 2 grootte (WxD): | 200 x 240 mm |
| Inbouw afzuigkap: | Ja |
| Kookzone 4 grootte (WxD): | 200 x 240 mm |
| Kookzone 1 grootte (WxD): | 200 x 240 mm |
| Kookzone 3 grootte (WxD): | 200 x 240 mm |
| Resttijdindicator: | Ja |
| Geluidsniveau ventilatie (max): | 69 dB |
Handleiding Siemens EX807NX68E – volledige tekst
351 VeiligheidNeem de volgende veiligheidsvoorschriften inacht. 1. 1 Algemene aanwijzingen¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldigdoor. ¡ Bewaar de gebruiksaanwijzingen, de appa-raatpas en de productinformatie voor latergebruik of voor volgende eigenaren. ¡ Sluit het apparaat in geval van transport-schade niet aan. 1. 2 Bestemming van het apparaatApparaten zonder stekker mogen alleen doorgeschoold personeel worden aangesloten. Bijschade door een verkeerde aansluiting kunt ugeen aanspraak maken op garantie. De veiligheid is alleen gewaarborgd bij eendeskundige montage volgens de montage-handleiding. De installateur is verantwoordelijkvoor een goede werking op de plaats van op-stelling. Gebruik het apparaat uitsluitend:¡ om voedsel en dranken te bereiden. ¡ onder toezicht. Houd kortstondige kookpro-cessen ononderbroken in het oog.
Gebruik het apparaat niet:¡ op boten of in voertuigen. ¡ met een externe timer of een separate af-standsbediening. Dit geldt niet voor het ge-val dat de werking middels de doorEN50615 genoemde apparaten wordt uit-geschakeld. ¡ om gevaarlijke of explosieve stoffen endampen af te zuigen. ¡ om kleine onderdelen of vloeistoffen af tezuigen. Stel bij gebruik van de kooksensorfunctie dekookzone in waarop de pan met de tempera-tuursensor staat.
Veiligheid nl3Als u een actief, geïmplanteerd medisch ap-paraat (zoals een pacemaker of defibrillator)draagt, ga dan bij uw arts na of dit voldoetaan de Richtlijn 90/385/EEG van de Raadvan de Europese Gemeenschappen van 20juni 1990 alsmede EN 45502-2-1 en EN45502-2-2, en conform VDE-AR-E 2750-10 isgeselecteerd, geïmplanteerd en geprogram-meerd. Als aan deze voorwaarden wordt vol-daan en er bovendien non-ferro pannen metnon-ferro handgrepen worden gebruikt, kandeze inductiekookplaat zonder bezwaar wor-den gebruikt, mits dit natuurlijk op de juistewijze gebeurt. 1.
3 Inperking van de gebruikersDit apparaat kan worden bediend door kinde-ren vanaf 8 jaar en door personen met fysie-ke, sensorische of geestelijke beperkingen ofmet gebrekkige ervaring en/of kennis, indienzij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd inhet veilige gebruik van het apparaat en dedaaruit resulterende gevaren hebben begre-pen. Kinderen mogen niet met het apparaat spe-len. Reiniging en gebruikersonderhoud mogenniet worden uitgevoerd door kinderen, tenzijze 15jaar of ouder zijn en onder toezichtstaan. Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabelkunnen komen. 1. 4 Veilig gebruikWAARSCHUWING‒Kans opverstikking. Kinderen kunnen kleine onderdelen inademenof inslikken en hierdoor stikken. ▶ Kleine onderdelen uit de buurt van kinde-ren houden. ▶ Kinderen niet met kleine onderdelen latenspelen.
apparatendie op gas, olie, hout of kolen worden ge-stookt, geisers, warmwatertoestellen) betrek-ken de verbrandingslucht uit de opstellings-ruimte en voeren de gassen via een afvoer(bijv. schoorsteen) af naar buiten. In combina-tie met een ingeschakelde afzuigkap wordtaan de keuken en aan de ruimtes ernaastlucht onttrokken. Zonder voldoende luchttoe-voer ontstaat er een onderdruk. Giftige gas-sen uit de schoorsteen of het afvoerkanaalworden teruggezogen in de woonruimte. ▶ Altijd voor voldoende luchttoevoer zorgen,wanneer het apparaat in luchtafvoermoduswerkt, en er tegelijkertijd vuurbron is diegebruik maakt van de aanwezige lucht. ▶ U kunt het apparaat alleen dan zonder risi-co gebruiken wanneer de onderdruk in deruimte waarin de vuurbron zich bevindt nietgroter is dan 4 Pa (0,04 mbar).
Dit kanworden bereikt wanneer de voor de ver-branding benodigde lucht door niet afsluit-bare openingen, bijv. in deuren, ramen, incombinatie met een ventilatiekast in demuur of door andere technische voorzienin-gen, kan worden toegevoerd. Een luchtaan-voer/afvoer in de muur alleen is niet vol-doende om aan de minimale eisen te vol-doen. ▶ Raadpleeg in ieder geval het bedrijf dat inuw huis zorgt voor de schoorsteenreiniging. Dit bedrijf is in staat het totale ventilatiesys-teem van uw huis te beoordelen en kaneen voorstel doen voor passende maatre-gelen op het gebied van de luchttoevoer. ▶ Indien het apparaat alleen met recirculatiewordt gebruikt, is een onbeperkt gebruikmogelijk.
nl Veiligheid4WAARSCHUWING‒Kans op brand. Zonder toezicht koken op kookplaten met vetof olie kan gevaarlijk zijn en brand veroorza-ken. ▶ Verlies hete oliën en vetten daarom nooituit het oog. ▶ Nooit proberen om een vuur met water teblussen, maar het apparaat uitschakelenen dan de vlammen bijv. met een deksel ofeen blusdeken afdekken. Het kookvlak wordt erg heet. ▶ Nooit brandbare voorwerpen op het kook-vlak of in de directe omgeving leggen. ▶ Nooit voorwerpen op het kookvlak bewa-ren. Het apparaat wordt heet. ▶ Nooit brandbare voorwerpen of spuitbus-sen bewaren in laden direct onder de kook-plaat. Als de kookplaat wordt afgedekt, kan dat on-gelukken veroorzaken, bijvoorbeeld dooroververhitting, in brand vliegen of ontploffendematerialen. ▶ Dek de kookplaat niet af. Na gebruik de kookplaat altijd met de hoofd-schakelaar uitschakelen.
▶ Niet wachten tot de kookplaat automatischuitschakelt omdat er zich geen potten enpannen meer op bevinden. De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ont-branden. ▶ Apparaat nooit zonder vetfilter gebruiken. ▶ De vetfilters regelmatig reinigen. ▶ Nooit in de omgeving van het apparaat metopen vuur werken (bijv. flamberen). ▶ Het apparaat alleen in de buurt van eenvuurbron voor vaste brandstoffen (bijv. houtof kolen) installeren wanneer de vuurbroneen afgesloten, niet verwijderbare afscher-ming heeft. Er mogen geen vonken weg-springen. WAARSCHUWING‒Kans opbrandwonden. Tijdens het gebruik worden het apparaat enzijn aanraakbare onderdelen heet, vooral eeneventueel aanwezig kookplaatframe. ▶ Wees voorzichtig om het aanraken van ver-warmingselementen te voorkomen. ▶ Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit debuurt worden gehouden.
Voorwerpen van metaal worden zeer snelheet op de kookplaat. ▶ Leg nooit voorwerpen van metaal, zoalsmessen, vorken, lepels of deksels, op dekookplaat. Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik. ▶ Het apparaat voor het schoonmaken latenafkoelen. ▶ Wanneer er hete vloeistoffen in het appa-raat komen, het vetfilter of het overloopre-servoir pas verwijderen nadat het apparaatis afgekoeld. WAARSCHUWING‒Kans op elektrischeschok. Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. ▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneelmag reparaties aan het apparaat uitvoeren. ▶ Er mogen uitsluitend originele reserveon-derdelen worden gebruikt voor reparatievan het apparaat. ▶ Als het netsnoer van dit apparaat bescha-digd raakt, dient dit te worden vervangendoor een speciaal snoer dat verkrijgbaar isbij de fabrikant of de servicedienst. Een beschadigd apparaat of een beschadigdnetsnoer is gevaarlijk.
▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken. ▶ Nooit een apparaat met gescheurd of ge-broken oppervlak gebruiken. ▶ Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-paraat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-ken. ▶ Wanneer het apparaat of het netsnoer isbeschadigd, dan direct de stekker van hetnetsnoer uit het stopcontact halen of de ze-kering in de meterkast uitschakelen. ▶ Contact opnemen met de servicedienst. →Pagina34Binnendringend vocht kan een elektrischeschok veroorzaken. ▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreinigergebruiken om het apparaat te reinigen.
Materiële schade voorkomen nl5Bij hete apparaatonderdelen kan de kabeliso-latie van elektrische apparaten smelten. ▶ Zorg ervoor dat de aansluitkabel van elek-trische apparaten nooit in contact komt methete onderdelen van het apparaat. WAARSCHUWING‒Kans op letsel. Wanneer er vloeistof zit tussen de bodem vande pan en de kookzone, kunnen kookpannenplotseling omhoog springen. ▶ Zorg ervoor dat de kookzone en de bodemvan de pan altijd droog zijn. ▶ Nooit bevroren kookgerei gebruiken. De draadloze temperatuursensor is met eenbatterij uitgerust die kan worden beschadigdals deze aan hoge temperaturen wordt bloot-gesteld. ▶ De sensor van het kookgerei nemen en uitde buurt van elke warmtebron bewaren. Wanneer de pan wordt verwijderd kan de tem-peratuursensor zeer heet zijn. ▶ Bij het afnemen keukenhandschoenen dra-gen of een vaatdoek gebruiken.
Bij de bereiding au-bain-marie kunnen dekookplaat en kookvorm barsten door overver-hitting. ▶ De au-bain-marie kookvorm mag niet in di-rect contact komen met de bodem van depan die met water is gevuld. ▶ Gebruik alleen hittebestendige vormen. Een apparaat met een gebarsten of gebrokenoppervlak kan tot snijwonden leiden. ▶ Het apparaat niet gebruiken als het opper-vlak ervan gebarsten of gebroken is. WAARSCHUWING‒Gevaar:magnetisme. De draadloze temperatuursensor is magne-tisch en kan elektronische implantaten, zoalsbijv. pacemakers en insulinepompen bescha-digen. ▶ Personen met elektronische implantatenmoeten een afstand van minimaal 10cmtot het apparaat aanhouden. ▶ Nooit het bedieningselement in de zakkenvan kleding dragen. 2 Materiële schade voorkomenHier vindt u de meest voorkomende oorzaken van schade en tips om deze te voorkomen.
Vlekken, defecten ofbreuken in het glasDefect kookgerei, kookgerei met gesmoltenemaille of kookgerei met koperen- of alumini-umbodem. Gebruik geschikt kookgerei dat in een goedeconditie is. Vlekken, verkleurin-genOngeschikte reinigingsmethoden. Alleen reinigingsmiddelen gebruiken die ge-schikt zijn voor glaskeramiek en reinig dekookplaat alleen wanneer deze koud is. Defecten of breukenin het glasStoten of vallend kookgerei, kookaccessoiresof andere harde of scherpe voorwerpen. Bij het koken niet tegen het glas stoten ofvoorwerpen op de kookplaat laten vallen. Krassen, verkleurin-genRuwe pannenbodems of het verplaatsen vande pan op de kookplaat. Kookgerei controleren. Kookgerei bij het ver-plaatsen optillen. Krassen Zout, suiker of zand. Gebruik de kookplaat niet als plaats om ietsop te zetten of als werkvlak. Schade aan het ap-paraat. Koken met diepgevroren kookgerei.
Nooit bevroren kookgerei gebruiken. Schade aan de panof aan het apparaatKoken zonder inhoud. Nooit een pan zonder inhoud op een hetekookzone plaatsen of verhitten. Glasbeschadigingen Gesmolten materiaal op de hete kookzone ofhete deksels van pannen op het glas. Geen bakpapier of aluminiumfolie en geenkunststof containers of pandeksels op dekookplaat leggen. Oververhitting Heet kookgerei op het bedieningspaneel ofop het kader. Plaats heet kookgerei nooit op deze gebie-den.
nl Milieubescherming en besparing63 Milieubescherming en besparing3. 1 Afvoeren van de verpakkingDe verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-nen worden hergebruikt. ▶De afzonderlijke componenten op soort gescheidenafvoeren. 3. 2 Energie besparenAls u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt het apparaatminder energie. Een kookzone kiezen die bij de grootte van de panpast. Het kookgerei gecentreerd plaatsen. Gebruik kookgerei met een bodemdiameter die over-eenkomt met de diameter van de kookzone. Tip:Fabrikanten van kookgerei geven vaak de boven-diameter van de pan aan. Die is dikwijls groter dan debodemdiameter. ¡Niet-passend kookgerei of niet volledig afgedektekookzones verbruiken veel energie. Pannen afsluiten met een passend deksel. ¡Wanneer u zonder deksel kookt, heeft het apparaataanzienlijk meer energie nodig. Deksel zo min mogelijk oplichten.
¡Wanneer u het deksel oplicht, ontsnapt er veelenergie. Glazen deksel gebruiken. ¡Door het glazen deksel kunt u in de pan kijken zon-der het deksel op te lichten. Pannen met vlakke bodem gebruiken. ¡Als de bodem niet vlak is, wordt het energiever-bruik hoger. Gebruik kookgerei dat past bij de hoeveelheid levens-middel. ¡Groot kookgerei met weinig product heeft meerenergie nodig om op te warmen. Met weinig water koken. ¡Hoe meer water er in het kookgerei zit, des te meerenergie is er nodig om op te warmen. Tijdig terugschakelen naar een lagere kookstand. Eenpassende doorkookstand gebruiken. ¡Met een te hoge doorkookstand verspilt u energie. Pas de ventilatiestand aan de intensiteit van de kook-damp aan. ¡Een lagere ventilatiestand betekent minder energie-verbruik. Kies bij intensieve kookdampen op tijd een hogereventilatiestand. ¡De geuren verdelen zich minder in de ruimte.
Schakel het apparaat uit wanneer dit niet langer nodigis. ¡Bij het koken voldoende ventileren. ¡Het apparaat werkt efficiënter en met minder be-drijfsgeluiden.
De filter met de opgegeven intervallen reinigen of ver-vangen. ¡De effectiviteit van het filter blijft behouden. Productinformatie conform (EU) 66/2014 vindt u op demeegeleveerde apparaatpas en op het intern op deproductpagina van uw apparaat. 4 Geschikt kookgereiEen voor inductiekoken geschikt kookgerei moet eenferromagnetische bodem hebben, dus door een mag-neet worden aangetrokken, en verder moet de bodemeven groot zijn als de kookzone. Wanneer het kookge-rei op een kookplaat niet herkend kan worden, plaatsdan het kookgerei op een kookplaat met de eerstvol-gende kleinere diameter. 4. 1 Grootte en kenmerken van hetkookgereiHoud om het kookgerei correct te kunnen herkennen,rekening met de grootte en het materiaal van het kook-gerei. Alle panbodems moeten volledig vlak en gladzijn. Met Kookgerei-test kunt u controleren of uw kookgereigeschikt is.
Geschikt kookgerei nl7Geschikt De bodem is niet volledig ferromagnetisch. Als de diameter van het ferromagnetischeoppervlak kleiner is dan de bodem van hetkookgerei, warmt alleen het ferromagneti-sche oppervlak op. Daardoor verdeelt dewarmte niet gelijkmatig.Kookgereibodems met aluminiumaandeel. Deze verkleinen het ferromagnetische opper-vlak, waardoor er minder vermogen aan depan kan worden afgegeven. Het kan zijn datdeze pannen onvoldoende of helemaal nietworden herkend en daarom ook onvoldoen-de worden verwarmd.Niet geschikt Kookgerei van normaal dun staal, glas, aar-dewerk, koper of aluminium.Opmerkingen¡ Gebruik tussen de kookplaat en de pan in principegeen adapterplaten.¡ Verwarm geen leeg kookgerei en geen kookgereimet dunne bodem, omdat deze zeer sterk verhitkunnen raken.
nl Uw apparaat leren kennen85 Uw apparaat leren kennen5.1 Koken met inductieVergeleken met gangbare kookplaten brengt inductie-koken enkele veranderingen met zich mee en biedt heteen aantal voordelen zoals tijdbesparing tijdens het ko-ken en braden, energiebesparing, alsmede eenvoudi-ger onderhoud en reiniging. Het biedt ook een beterewarmteregeling, omdat de warmte direct in het kookge-rei wordt opgewekt.5.2 Uw nieuwe apparaatInformatie over uw nieuwe apparaat21345Nr.
Aanduiding1Vetfilter2Geurfilter bij circulatiefunctie of akoestische fil-ter bij afvoerluchtfunctie 13Kookplaat4Bedieningspaneel5Overloopreservoir1Afhankelijk van de apparaatuitvoering.5.3 Speciale accessoiresAl naar gelang de inbouwvariant van het apparaat zijner verschillende accessoires verkrijgbaar, welke u in devakhandel, bij de klantenservice of via onze officiëlewebsite kunt kopen.¡ Luchtafvoerset¡ Luchtcirculatieset¡ Geurfilter voor circulatiefunctie¡ Akoestisch filter voor luchtafvoer5.4 BedieningspaneelIndividuele details, zoals kleur en vorm, kunnen afwij-ken van de illustratie.Tip:Houd het bedieningspaneel schoon en droog.Opmerking:Geen pannen in de buurt van de displaysen sensoren plaatsen.
Functies nl9Sensor Functie Veegbeveiliging / Kinderslot Warmhoudfunctie fryingSensor Uitschakeltimer / Timer countUp function WiFi Sensor ventilatieregeling KapregelingAfhankelijk van de status van de kookplaat lichten ookde indicatoren voor de kookzones en de verschillendegeactiveerde en beschikbare functies op. 5. 5 Verdeling van de kookzonesHet aangegeven vermogen wordt gemeten met de ge-normeerde pannen, die in IEC/EN 60335-2-6 zijn be-schreven. Het vermogen kan al naar gelang de grootteof materiaal van het kookgerei variëren. A AGebied Hoogste kookstand Vermogensstand 9powerBoost2. 200W3. 700W Vermogensstand 9powerBoost3. 300W3. 700W5. 6 KookzoneControleer voordat u met het koken begint of het for-maat van de pan bij de kookzone past waarmee ukookt:Gebied Type kookzone Kookzone van één enkele kring Flex-Zone →"flexInduction", Pagina135.
7 Restwarmte-indicatieDe kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarm-te-indicatie. Zolang de restwarmte-indicator brandt,mag u de kookzone niet aanraken. Indicatie Betekenis De kookzone is heet. De kookzone is warm. 6 FunctiesU kunt uw apparaat gebruiken in de luchtafvoermodusof in de luchtcirculatiemodus. 6. 1 Gebruik met afvoerluchtDe aangezogen lucht wordt door de vetfilters gereinigden via een buizensysteem naar de buitenlucht afge-voerd. De lucht mag niet worden afgevoerd ineen schoorsteen die wordt gebruiktvoor afvoergassen van apparaten be-stemd voor het verbranden van gas ofandere brandstoffen (dit geldt niet voorventilatieapparatuur). ¡ Komt de afvoerlucht terecht in eenrook- of afvoergasschoorsteen dieniet in gebruik is, dan dient hiervoortoestemming van een vakbekwameschoorsteenveger te worden verkre-gen.
2 Gebruik met circulatieluchtDe aangezogen lucht wordt door de vetfilters en eengeurfilter gereinigd en weer teruggeleid in de ruimte. Om geurtjes te voorkomen bij het ge-bruik van circulatielucht, dient u eengeurfilter te monteren. De verschillendemanieren om het apparaat met circula-tielucht te gebruiken, vindt u in onze ca-talogus of kunt u navragen bij uw speci-aalzaak. Het daartoe benodigde toebe-horen is verkrijgbaar bij de speciaal-zaak, de klantenservice of in de online-shop.
nl Voor het eerste gebruik107 Voor het eerste gebruikHoud de volgende adviezen aan. 7. 1 Apparaat voorbereidenVoor een correcte werking moet u de componenten indeze volgorde plaatsen:1. De filters plaatsen. 2. Het metalen vetfilter plaatsen. Opmerking:Het apparaat nooit zonder metalen vetfilteren overloopreservoir gebruiken. 7. 2 Home Connect instellenWanneer het apparaat voor de eerste keer wordt inge-schakeld, wordt de instelling van het thuisnetwerk op-gevraagd. Op het display licht gedurende enkele se-conden het symbool op. Om de aansluitinstelling te starten, de sensor aanra-ken en de aanwijzingen in het hoofdstuk →"HomeConnect ", Pagina25 opvolgen. Om de eer-ste instelling te verlaten een willekeurige sensor aanra-ken. 7. 3 Functie instellenHet apparaat wordt geleverd met vooringestelde circu-latiefunctie.
Wanneer uw kookplaat met luchtafvoer naar buiten isgeïnstalleerd, moet u de instelling op deze modusconfigureren. Meer informatie kunt u vinden in hoofd-stuk →"Basisinstellingen", Pagina238 De Bediening in essentie8. 1 Kookplaat inschakelen▶ aanraken. De symbolen van de kookzones en de momenteelbeschikbare functies branden. a De kookplaat is klaar voor gebruik. reStart▶Wanneer u het apparaat binnen 4seconden na hetuitschakelen weer inschakelt, treedt de kookplaat inwerking met de vorige instellingen. 8. 2 De kookplaat uitschakelen▶ aanraken tot de indicaties doven. a Alle kookzones zijn uitgeschakeld. Opmerking:Wanneer alle kookzones langer dan20seconden uitgeschakeld zijn, dan schakelt de kook-plaat uit. 8. 3 De vermogensstand in de kookzonesinstellenDe kookzone heeft 17 vermogensstanden, die van tot met tussenwaarden worden weergegeven.
Selecteer de gewenste vermogensstand in het in-stelgebied. a De vermogensstand is ingesteld. Opmerking:Wanneer er geen kookgerei op de kook-plaat staat, of de pan niet geschikt is, dan knippert degekozen vermogensstand. Na een bepaalde tijd wordtde kookzone uitgeschakeld. quickStart▶Wanneer u vóór het inschakelen kookgerei op dekookplaat plaatst, dan wordt dit bij het inschakelenherkend en wordt de betreffende kookzone automa-tisch gekozen. Vervolgens in de volgende 20 secon-den de vermogensstand kiezen, anders schakelt dekookplaat zelf uit. Vermogensstand wijzigen of kookzoneuitschakelen1. De kookzone kiezen. 2. Kies in het instelbereik de gewenste kookstand ofop instellen. a De kookstand van de kookzone wijzigt of de kook-zone schakelt uit en de restwarmte-indicatie ver-schijnt. 8. 4 Kooktips¡ Wanneer u puree, romige soepen of dikvloeibaresauzen opwarmt, deze af en toe omroeren.
¡ Om voor te verwarmen, kookstand 8-9 instellen. ¡ Wanneer u bereidt met deksel, de kookstand verla-gen zodra er stoom vrijkomt. Het bereidingsresultaatwordt door het vrijkomen van stoom niet beïnvloed. ¡ Doe na het bereiden een deksel op het kookgerei,totdat u het gerecht serveert.
De Bediening in essentie nl11¡ Houd voor het bereiden met de snelkookpan deaanwijzingen van de fabrikant aan. ¡ Levensmiddelen niet te lang bereiden, voor het be-houd van de voedingswaarde. Met de kookwekkerkunt u de optimale bereidingstijd instellen. ¡ Zorg ervoor dat de olie niet rookt. ¡ Om de levensmiddelen te bruinen, deze na elkaaren in kleine porties aanbraden. ¡ Sommige pannen kunnen bij het bereiden hogetemperaturen bereiken. Gebruik daarom pannenlap-pen. ¡ Advies voor energiezuinig koken kunt u vinden on-der →"Energie besparen", Pagina6KookadviezenDe tabel geeft aan welke vermogensstand () voorwelk levensmiddel geschikt is. De bereidingstijd( )kan variëren afhankelijk van de soort, het ge-wicht, de dikte en de kwaliteit van de levensmiddelen. SmeltenChocolade, couverture 1-1. 5 -Boter, honing, gelatine 1-2 -Verwarmen en warm houdenEenpansgerecht, bijv.
nl Kapregeling129 KapregelingMet de kapregeling kunt u het in het kookvlak geïnte-greerde hoogefficiënte afvoerluchtsysteem regelen. 9. 1 Handmatige ventilatieregelingU kunt de ventilatiestand handmatig besturen. Opmerking:Bij hoge pannen kan geen optimale af-zuigprestatie worden gegarandeerd. Door een schuingeplaatst deksel verbetert de afzuigprestatie. Handmatige ventilatieregeling activeren1. aanraken. De ventilatie start met de vooringestelde vermo-gensstand. 2. Kies in de volgende 10seconden in het instelge-bied de gewenste vermogensstand. De ingestelde vermogensstand gaat branden. 3. Raak aan om de instelling te bevestigen. a De ventilatie is geactiveerd. Handmatige ventilatieregeling wijzigen ofdeactiveren1. aanraken. 2. In het instelbereik de gewenste vermogensstand se-lecteren of op instellen. 9.
2 Intensief ventilatiestandEr zijn twee intensiefstanden voor de ventilatie. Wan-neer u de intensiefstand activeert, werkt de ventilatiekorte tijd met maximaal vermogen. Intensief ventilatiestand activeren1. aanraken. 2. De gewenste intensief-stand kiezen:‒ Intensiefstand I: raak het symbool aan. Deindicatie brandt. De stand is geactiveerd. ‒ Intensiefstand II: raak het symbool tweemaalaan. De indicatie brandt. De stand is geacti-veerd. Opmerking:Na ca. 8minuten schakelt het apparaatautomatisch naar de vermogensstand terug. Intensief ventilatiestand wijzigen of deactiveren1. aanraken. 2. In het instelbereik de gewenste vermogensstand se-lecteren of op instellen. 9. 3 Automatische start voor de ventilatieWanneer u voor een kookzone een vermogensstandkiest, dan schakelt de automatische start in.
De kookplaat wordt standaard met sensorgestuurdeautomatische start geleverd. Hoe u deze instelling wij-zigt kunt u lezen in hoofdstuk →"Basisinstellingen", Pagina23.
Automatische start met sensorregelingDe luchtkwaliteitsensor registreert de kookdamp auto-matisch, kiest de optimale vermogensstand enindicatie gaat branden. Automatische start via vermogensstandenDe ventilatie schakelt bij een vermogensstand overeen-komstig de betreffende vermogensstand van de kook-zone in. 9. 4 Automatische modus metsensorregelingDe kookplaat beschikt over een luchtkwaliteitssensor,welke de kookdamp automatisch registreert en de ven-tilatie inschakelt. Wanneer de automatische start is uitgeschakeld of opbasis van kookstanden is ingesteld, dan kunt u de wer-king met deze sensorregeling te allen tijde handmatiginschakelen. Automatische modus met sensorregelingactiveren▶ aanraken. De indicatie brandt. De optimale vermogensstand stelt zich met behulpvan de sensor automatisch in. a De functie is geactiveerd.
Automatische modus met sensorregelingdeactiveren▶ aanraken. De indicatie verdwijnt. a De functie is gedeactiveerd. Opmerking:Hoe u de sensorgevoeligheid instelt kuntu lezen in hoofdstuk →"Basisinstellingen", Pagina23. 9. 5 Naloopfunctie voor de ventilatieDe naloop-functie laat het ventilatiesysteem na het uit-schakelen van de kookplaat enkele minuten draaien. Zo verwijdert het de nog aanwezige kookdamp. Daarnaschakelt het ventilatiesysteem automatisch uit. De kookplaat wordt standaard geleverd met de naloop-tijd ingesteld op een maximale uitschakeltijd. Hoe u de-ze instelling wijzigt kunt u lezen in hoofdstuk →"Basisinstellingen", Pagina23. Ventilatornaloop activerenDe nalooptijd is overeenkomstig de basisinstellinggeconfigureerd:¡ Via de regeling van de luchtkwaliteitssensor. Hetsymbool en de indicatie branden. ¡ Met een maximale uitschakeltijd.
flexInduction nl13¡ De sensor stelt vast dat de luchtkwaliteit in orde is. 10 flexInductionDe flexibele kookzone maakt het voor u mogelijk omkookgerei in gelijk welke vorm of grootte naar wens teplaatsen. Hij bestaat uit vier inductoren, die onafhanke-lijk van elkaar functioneren. Is de flexibele kookzone ingebruik, dan wordt alleen het gebied geactiveerd datdoor de pan wordt bedekt. 10. 1 Plaatsen van het kookgereiDe flexibele kookzone kan op twee manieren wordengeconfigureerd, al naar gelang welk kookgerei wordtgebruikt. Om een goede warmteherkenning en warmte-verdeling te waarborgen, het kookgerei goed gecen-treerd te plaatsen, zoals op de afbeeldingen is weerge-geven. Als een gecombineerde kookzoneAanbevolen voor het komen met slechts één stukkookgerei.
¡ Plaatsen van het kookgerei afhankelijk van de groot-te:¡ Aanbevolen langwerpig kookgerei :Als twee gescheiden kookzonesAanbevolen voor het koken met twee stukken kookge-rei. U kunt de voorste en achterste zone gescheiden vanelkaar gebruiken en voor elke een eigen vermogens-stand instellen. 10. 2 Schakel flexInduction in1. Plaats het kookgerei op de kookzone. 2. Het apparaat herkent het kookgerei en kiest dekookzone. a Al naar gelang de grootte en positie van de panworden de kookzones automatische gescheiden ofverbonden. a Wanneer flexInduction zijn verbonden, dan brandt . Opmerkingen¡ Wanneer u op drukt, dan kunt u de instellingenvan de kookzone handmatig wijzigen. ¡ U kunt de standaardconfiguratie van de flexibelekookzone wijzigen. Hoe u dat kunt doen kunt u vin-den in het hoofdstuk Basisinstellingen.
→Pagina23¡ Als u de pan van de actieve kookzone verplaatst ofoptilt, start automatische een zoekfunctie. Elke pan,die bij deze zoekactie binnen de kookzone wordtgevonden, wordt verwarmd met de eerder gekozenkookstand.
11 powerMove PlusMet deze functie kunt u de vermogensstand van hetkookgerei wijzigen, door het gewoon in de flexibelekookzone naar voren of terug te schuiven. De zonewordt hievoor in drie gebieden met verschillende ver-mogensstanden onderverdeeld. 11. 1 Plaatsen en verplaatsen van hetkookgereiSlechts een stuk kookgerei gebruiken. Het kookgebiedhangt van het gebruikte kookgerei en zijn grootte enpositie af. Elk kookgebied heeft een vooraf ingestelde vermo-gensstand:¡ Voorste gebied = kookstand ¡ Middelste gebied = kookstand¡ Achterste gebied = kookstand . .
nl Tijdfuncties14U kunt de standaardinstelling van de vooringesteldevermogensstanden wijzigen. In het hoofdstuk Basisin-stellingen kunt u nalezen hoe u de waarden verandert→Pagina23. 11. 2 powerMove Plus activerenVereiste:Slechts één stuk kookgerei op een flexibelezone plaatsen. 1. Een van de beide kookzones van de flexibele zonekiezen. 2. Op drukken. a brandt helderder en de vermogensstand van hetgebied waarin de pan zich bevindt, brandt. a De functie is ingeschakeld. Opmerking:U kunt de vermogensstanden van de ge-bieden tijdens het koken wijzigen. 11. 3 powerMove Plus deactiveren▶ aanrakena is zwakker verlicht. a De functie is gedeactiveerd. 12 TijdfunctiesUw kookplaat beschikt over verschillende instellingenvoor de bereidingstijd:¡ Uitschakeltimer¡ Timer¡ countUp function12.
1 UitschakeltimerMaakt de programmering van een bereidingstijd vooréén of meerdere kookzones mogelijk. Na het verstrij-ken van de tijd wordt de kookzone automatisch uitge-schakeld. Uitschakeltimer inschakelen1. twee keer aanraken. a De indicaties en zijn verlicht. 2. De gewenste kookzone en bereidingstijd kiezen. a De indicatie van de kookzone licht op. 3. Met bevestigen. 4. De gewenste vermogensstand kiezen. a De bereidingstijd begint af te lopen. a Wanneer de bereidingstijd is verstreken, schakelt dekookzone uit en er klinkt een geluidssignaal. Opmerkingen¡ Als u voor een kookplaat een bereidingstijd wilt pro-grammeren, en de fryingSensor is geactiveerd, danbegint de bereidingstijd pas af te lopen wanneer degewenste temperatuurstand is bereikt.
Om de tijd te wissen, in het instelbereik de tijd wijzi-gen of op instellen. 4. Bevestig met . 12. 2 TimerMaakt de activering mogelijk van een timer van 0 tot99 min. Deze functie is onafhankelijk van de kookzo-nes en andere instellingen. Deze schakelt de kookzo-nes niet automatisch uit. Timer inschakelen1. Raak aan. a en branden. 2. Stel in het instelbereik de gewenste tijd in. 3. Bevestig met . a De tijd begint af te lopen. a Als de tijd is verstreken, klinkt er een signaal enknipperen de displays. Timer wijzigen of uitschakelen1. Raak aan. 2. Om de tijd te wissen, in het instelbereik de tijd wijzi-gen of op instellen. 3. Met bevestigen. 12. 3 countUp functionDe stopwatchfunctie geeft de tijd weer die sinds de ac-tivering is verstreken. Schakel countUp function in▶Raak aan. a branden. a De tijd begint af te lopen. Schakel countUp function uit▶Raak aan.
powerBoost nl15a De functie is gedeactiveerd. 13 powerBoostMet deze functie verhit u grote hoeveelheden watersneller dan met . Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar, voorzover de andere kookzone van dezelfde groep niet ingebruik is. 13. 1 powerBoost inschakelen1. Kies de kookzone. 2. Op tippen. De indicatie brandt. a De functie is ingeschakeld. Opmerking:Deze functie kunt u ook bij het koken metsamenhangende FlexZone inschakelen. 13. 2 powerBoost uitschakelen1. Kies de kookzone. 2. Op tippen. De indicatie verdwijnt en de kookzo-ne schakelt terug naar de kookstand . a De functie is gedeactiveerd. Opmerking:Onder bepaalde omstandigheden kan de-ze functie automatisch uitschakelen, om de elektroni-sche elementen binnenin de kookplaat te beschermen. 14 shortBoostMet deze functie verhit u pannen sneller dan met .
Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar, voorzover de andere kookzone van dezelfde groep niet ingebruik is. 14. 1 Gebruiksadviezen¡ Leg geen deksel op de pan. ¡ Nooit lege pannen zonder toezicht verhitten. ¡ Alleen koude pannen gebruiken. ¡ Pannen met volkomen effen bodem gebruiken. Geen pannen met dunne bodem gebruiken. 14. 2 Schakel shortBoost in1. Kies de kookzone. 2. Twee keer op tippen. is verlicht. a De functie is ingeschakeld. Opmerking:Deze functie kunt u ook bij het koken metsamenhangende FlexZone inschakelen. 14. 3 shortBoost uitschakelen1. Kies de kookzone. 2. Op tippen. dooft en de kookzone schakelt te-rug naar de kookstand . a De functie is gedeactiveerd. Opmerking:Om hoge temperaturen te vermijden scha-kelt deze functie na 30 seconden automatisch uit.
nl flexMotion1616 flexMotionMet deze functie kunt u de kookstand, de ingesteldebereidingstijd en de gekozen kookfunctie overdragenvan de ene naar de andere kookzone. 16. 1 flexMotionVereiste:Verplaats het kookgerei naar een kookzonedie niet ingeschakeld is en nog niet vooraf is ingestelden waarop eerder geen ander kookgerei stond. 1. Verplaats het kookgerei. Het kookgerei wordt herkend en op het display vande nieuwe kookzone knipperen afwisselend de eer-der gekozen kookstand en . 2. Kies de nieuwe kookzone in de instellingen over tenemen. Het apparaat zet het vermogen van de oorspronke-lijk kookzone op . a De instellingen zijn op de nieuwe kookzone overge-dragen. Opmerking:Wanneer u een nieuw kookgerei op eenandere kookzone plaatst, voordat u de instellingenheeft bevestigd, dan kunt u deze functie voor beidepannen gebruiken.
17 Gerechten-assistentDe kookassistent is de garantie voor eenvoudig kokenen garandeert uitstekende kookresultaten. Als u de gewenste temperatuur hebt gekozen, metende sensoren continu de temperatuur van het kookgereien houdezen deze tijdens het kookproces constant. Voordelen¡ Als de gekozen temperatuur is bereikt, wordt dezeautomatisch constant gehouden, wat energie spaart. ¡ De olie wordt niet oververhit en de gerechten kokenniet over. 17. 1 fryingSensorIs geschikt voor het bereiden of inkoken van sauzen,pannenkoeken of voor het bakken van eieren met bo-ter, voor het bakken van groente of steaks tot de ge-wenste gaarheid en hierbij de temperatuur onder con-trole houden. Deze functie is op alle kookzones beschikbaar die met zijn gemarkeerd. TemperatuurstandenTemperatuurstanden voor de bereiding van voedsel.
StandTempe-ratuurFuncties Kookgerei1 120ºC Koken en inkokenvan sauzen, bakkenvan groente2 140ºC In olijfolie of boteraanbraden3 160ºC Bakken van vis engrove levensmidde-lenStandTempe-ratuurFuncties Kookgerei4 180ºC Frituren van gepa-neerde, bevroren engegrilde gerechten5 215ºC Hogetemperatuurgrillen grillplaatAanbevolen kookgereiVoor deze functie werd speciaal kookgerei ontwikkeld,dat optimale resultaten levert. Kookgerei Aanbevolen kookzoneKoekenpan Ø15cm Kookzone met één ringKoekenpan Ø19cm Kookzone met één ringKoekenpan Ø21cm Kookzone met één ringTeppanyaki FlexZoneGrill FlexZoneHet aanbevolen kookgerei kunt u verkrijgen via de ser-vicedienst, de vakhandel of onze onlineshop siemens-home. bsh-group. com. Opmerking:U kunt ook ander kookgerei gebruiken.
Gerechten-assistent nl17a Als de doeltemperatuur is bereikt, weerklinkt eensignaal en stopt met knipperen. 4. Het braadvet en dan het product in de braadpandoen. Opmerking:Als u meer dan 250 ml olie nodig hebt omte koken, dan de olie toevoegen en een paar secondenwachten voordat u het te bereiden product toevoegt. Schakel fryingSensor uit▶De kookzone kiezen en aanraken. a De functie is gedeactiveerd. Adviezen voor het koken met de fryingSensorDe volgende tabel toont de ideale temperatuurstandvoor een selectie van gerechten. De temperatuur ende bereidingstijd zijn afhankelijk van de hoeveel-heid, de toestand en de kwaliteit van de levensmidde-len.
2 cookingSensorMet deze functie kunt u het product opwarmen, sudde-ren, koken, garen, met de snelkookpan koken of in eenpan met rijkelijk olie bij gecontroleerde temperatuur fri-turen. Om deze functies te gebruiken, hebt u een draadlozekooksensor voor draadloos koken nodig. Deze functie is bij alle kookzones met de draadlozekooksensor op het normale kookgerei beschikbaar. TemperatuurstandenTemperatuurstanden voor de bereiding van voedsel.
nl Gerechten-assistent18StandTempe-ratuurFuncties Kookgerei1 70ºC Verwarmen en warmhouden2 90ºC Bereiden3 100ºC Opkoken4 120ºC Koken in de snel-kookpan5 180ºC FriturenTips cookingSensor¡ De draadloze kooksensor meet de temperatuur vande vloeistof door de siliconebodem die aan het re-servoir is aangebracht. Voor een correcte metingmoet de siliconebodem volledig door de te metenvloeistof bedekt zijn. ¡ Het frame van de draadloze kooksensor en de ophet kookgerei aangebrachte siliconebodem moetenvolledig droog zijn voordat u kunt beginnen te ko-ken. ¡ De draadloze kooksensor niet verwijderen tijdenshet bereiden. Na het bereiden de sensor voorzichtigverwijderen want de sensor kan heet zijn. ¡ Om energie te sparen een deksel gebruiken. ¡ Het kookgerei zodanig opstellen dat de draadlozekooksensor naar het zijdelingse buitenvlak van dekookplaat wijst.
¡ Nooit de draadloze kooksensor op een ander heetkookgerei richten om oververhitting te vermijden. Schakel cookingSensor inVereiste:De draadloze kooksensor verbinden. 1. Breng de draadloze kooksensor aan op het kookge-rei. 2. Kookgerei met voldoende vloeistof op de gewenstekookplaat plaatsen en met een deksel sluiten. 3. Op het midden van de draadloze kooksensor druk-ken. Op het bedieningspaneel brandt . Vervolgensde kookzone selecteren waarop het kookgerei metde draadloze kooksensor zich bevindt. 4. De betreffende temperatuurstand voor het te kokenproduct selecteren. a De functie is ingeschakeld. a knippert tot het water of olie de gepaste tempera-tuur heeft bereikt om de levensmiddelen te voegen. Een signaal weerklinkt en het temperatuursymboolstopt met knipperen. 5. Het deksel na het geluidssignaal verwijderen en delevensmiddelen toevoegen.
VleesStukken kip 180 10-15Vleesballetjes 180 10-15VisVis in bierdeeg, gepaneerd 180 10-15 Groente en peulvruchtenGroente in bierdeeg, gepa-neerd180 4-8Champignons, gepaneerd of inbierdeeg180 4-8DessertsBerlijnse bollen, donuts en olie-bollen180 5-10DiepvriesproductenFrites 180 4-817. 3 Draadloze kooksensorOm cookingSensor te gebruiken moet u een draadlozekooksensor hebben. U kunt de draadloze kooksensor via de klantenservice,in onze onlineshop of in de vakhandel siemens-ho-me. bsh-group. com kopen. Draadloze kooksensor verbindenOm de draadloze kooksensor met het bedieningspa-neel te verbinden, als volgt te werk gaan:1. De basisinstelling selecteren. Basisinstellingen→Pagina23a brandt. 2. De kookzone selecteren waarvan de indicatie op-licht. Er klinkt een signaal. knippert. 3. Binnen 30 seconden kort op het midden van dedraadloze kooksensor drukken.
Resultaat FoutlozeverbindingcookingSensor is beschikbaar. Foute ver-bindingCommunicatiefout¡ De verbindingsprocedure her-halen. Als het resultaat verder is, de klantenservice op dehoogte brengen. Foute ver-bindingCommunicatiefout¡ Bluetoothcommunicatiefout. Deverbindingsprocedure herhalen. ¡ U hebt niet binnen 30 secon-den na het selecteren van dekookzone op het midden vande draadloze kooksensor ge-drukt. De verbindingsprocedureherhalen. ¡ De batterij van de draadlozekooksensor is leeg. De batterijvervangen, de draadloze kook-sensor resetten en verbindings-procedure opnieuw uitvoeren. Draadloze kooksensor resetten1. Gedurende ca. 8-10 seconden op het midden vande kooksensor drukken. a Tijdens deze procedure licht de LED-indicatie vande draadloze kooksensor drie keer op.
nl Draadloze kooksensor20a Het resetten start als de LED een derde keer op-licht. 2. Nu niet meer op het midden van de draadloze kook-sensor drukken. a Zodra de LED uitgaat, is de draadloze kooksensorgereset. 3. De verbindingsprocedure vanaf punt 2 herhalen. Kookpunt instellenHet punt waarop het water begint te koken, hangt vande hoogte van de woonplaats boven de zeespiegel af. Als het water te sterk of te zwak kookt, kunt u het kook-punt instellen. Hiervoor:De basisinstelling selecteren. Basisinstellingen→Pagina23Hoogte Instelwaarde 0m 100-200m 200-400m 1400-600m 600-800m 800-1000m 1000-1200m 1200-1400m Boven 1400 m 1BasisinstellingOpmerking:De temperatuur van 3/100 °C volstaat omefficiënt te koken. Om echter intensiever koken in testellen, kan een lagere stand worden gekozen.
18 Draadloze kooksensorOm cookingSensor te gebruiken moet je beschikkenover een draadloze kooksensor. Je kunt de draadloze kooksensor via de servicedienst,in onze webshop of in de vakhandel siemens-ho-me. bsh-group. com verkrijgen. 18. 1 LeveringsomvangNa het uitpakken alle onderdelen op transportschadeen de volledigheid van de levering controleren. ¡ Draadloze kooksensor¡ Siliconenpatch¡ Sjabloon18. 2 Aanbrengen van siliconen-patchesMet behulp van de siliconenpatch wordt de kooksensorvastgemaakt aan het kookgerei. Voor het plaatsen ophet kookgerei:1. De plek waar wordt geplakt op het kookgerei moetvetvrij zijn. Reinig de pan, droog deze goed af enwrijf de plek waar wordt gelijmd schoon met bijv. al-cohol. 2. Verwijder de beschermfolie van de siliconenpatch. Lijm met het meegeleverde sjabloon de silico-nenpacht op de corresponderende hoogte op hetkookgerei. 3.
Gedurende dezetijd het kookgerei niet gebruiken of afwassen. Opmerking:Wanneer de siliconenpatch loskomt, eennieuwe gebruiken. Indien nodig kunt u een set met vijfsiliconenpatches in de vakhandel, bij onze service ofop onze officiële website siemens-home. bsh-group. com met vermelding van het artikelnummer17007119 aankopen. Elke lijm breekt bij bewaring na verloop van tijd af. Omdit te vermijden, de siliconebodems onmiddellijk naontvangst op hun reservoir leggen. 18. 3 De draadloze kooksensor aanbrengen1. Zorg ervoor dat de siliconenpatch volledig droog isvoordat u de kooksensor aanbrengt. 2. De kooksensor zo op de siliconenpatch aanbrengendat deze zich perfect aanpast.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Siemens EX807NX68E stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis Siemens
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis