Siemens EH877NVV6E Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Siemens EH877NVV6E (24 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 97 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Siemens EH877NVV6E of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Siemens |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | EH877NVV6E |
Handleiding Siemens EH877NVV6E – volledige tekst
nl Veiligheid2Raadpleeg de Digitale Gebruikersgids voor meer infor-matie. Inhoudsopgave1 Veiligheid. 22 Materiële schade voorkomen. 43 Milieubescherming en besparing. 54 Geschikt kookgerei. 55 Uw apparaat leren kennen. 76 Voor het eerste gebruik. 87 De Bediening in essentie. 88 Tijdfuncties. 109 powerBoost. 1010 shortBoost. 1111 Warmhoudfunctie. 1112 fryingSensor. 1113 Kinderslot. 1314 Veegbeveiliging. 1315 Individuele veiligheidsuitschakeling. 1316 Basisinstellingen. 1317 Kookgerei-test. 1418 HomeConnect. 1519 Afzuigregeling van het kookveld. 1720 Reiniging en onderhoud. 1821 Storingen verhelpen. 1922 Afvoeren. 2023 Conformiteitsverklaring. 2024 Servicedienst. 2125 Testgerechten. 211 VeiligheidNeem de volgende veiligheidsvoorschriften inacht. 1. 1 Algemene aanwijzingen¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldigdoor.
¡ Bewaar de gebruiksaanwijzingen, de appa-raatpas en de productinformatie voor latergebruik of voor volgende eigenaren. ¡ Sluit het apparaat in geval van transport-schade niet aan. 1. 2 Bestemming van het apparaatApparaten zonder stekker mogen alleen doorgeschoold personeel worden aangesloten. Bijschade door een verkeerde aansluiting kunt ugeen aanspraak maken op garantie. De veiligheid is alleen gewaarborgd bij eendeskundige montage volgens de montage-handleiding. De installateur is verantwoordelijkvoor een goede werking op de plaats van op-stelling. Gebruik het apparaat uitsluitend:¡ om voedsel en dranken te bereiden. ¡ onder toezicht. Houd kortstondige kookpro-cessen ononderbroken in het oog. ¡ voor huishoudelijk gebruik en in geslotenruimtes binnen de huiselijke omgeving. ¡ tot een hoogte van 4000m boven zeeni-veau.
Dit geldt niet voor het ge-val dat de werking middels de doorEN50615 genoemde apparaten wordt uit-geschakeld. Als u een actief, geïmplanteerd medisch ap-paraat (zoals een pacemaker of defibrillator)draagt, ga dan bij uw arts na of dit voldoetaan de Richtlijn 90/385/EEG van de Raadvan de Europese Gemeenschappen van 20juni 1990 alsmede EN 45502-2-1 en EN45502-2-2, en conform VDE-AR-E 2750-10 isgeselecteerd, geïmplanteerd en geprogram-meerd. Als aan deze voorwaarden wordt vol-daan en er bovendien non-ferro pannen metnon-ferro handgrepen worden gebruikt, kandeze inductiekookplaat zonder bezwaar wor-den gebruikt, mits dit natuurlijk op de juistewijze gebeurt.
Veiligheid nl31. 3 Inperking van de gebruikersDit apparaat kan worden bediend door kinde-ren vanaf 8 jaar en door personen met fysie-ke, sensorische of geestelijke beperkingen ofmet gebrekkige ervaring en/of kennis, indienzij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd inhet veilige gebruik van het apparaat en dedaaruit resulterende gevaren hebben begre-pen. Kinderen mogen niet met het apparaat spe-len. Reiniging en gebruikersonderhoud mogenniet worden uitgevoerd door kinderen, tenzijze 15jaar of ouder zijn en onder toezichtstaan. Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabelkunnen komen. 1. 4 Veilig gebruikWAARSCHUWING‒Kans op brand. Zonder toezicht koken op kookplaten met vetof olie kan gevaarlijk zijn en brand veroorza-ken. ▶ Verlies hete oliën en vetten daarom nooituit het oog.
▶ Nooit proberen om een vuur met water teblussen, maar het apparaat uitschakelenen dan de vlammen bijv. met een deksel ofeen blusdeken afdekken. Het kookvlak wordt erg heet. ▶ Nooit brandbare voorwerpen op het kook-vlak of in de directe omgeving leggen. ▶ Nooit voorwerpen op het kookvlak bewa-ren. Het apparaat wordt heet. ▶ Nooit brandbare voorwerpen of spuitbus-sen bewaren in laden direct onder de kook-plaat. Als de kookplaat wordt afgedekt, kan dat on-gelukken veroorzaken, bijvoorbeeld dooroververhitting, in brand vliegen of ontploffendematerialen. ▶ Dek de kookplaat niet af. Na gebruik de kookplaat altijd met de hoofd-schakelaar uitschakelen. ▶ Niet wachten tot de kookplaat automatischuitschakelt omdat er zich geen potten enpannen meer op bevinden. Levensmiddelen kunnen vuur vatten. ▶ Er moet toezicht worden gehouden op hetkookproces.
Een korte procedure moetpermanent worden gecontroleerd. WAARSCHUWING‒Kans opbrandwonden. Tijdens het gebruik worden het apparaat enzijn aanraakbare onderdelen heet, vooral eeneventueel aanwezig kookplaatframe.
▶ Wees voorzichtig om het aanraken van ver-warmingselementen te voorkomen. ▶ Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit debuurt worden gehouden. Kookplaatbeschermroosters kunnen tot onge-vallen leiden. ▶ Nooit kookplaatbeschermroosters gebrui-ken. Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik. ▶ Het apparaat voor het schoonmaken latenafkoelen. Voorwerpen van metaal worden zeer snelheet op de kookplaat. ▶ Leg nooit voorwerpen van metaal, zoalsmessen, vorken, lepels of deksels, op dekookplaat. WAARSCHUWING‒Kans op elektrischeschok. Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. ▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneelmag reparaties aan het apparaat uitvoeren. ▶ Er mogen uitsluitend originele reserveon-derdelen worden gebruikt voor reparatievan het apparaat.
▶ Als het netsnoer van dit apparaat bescha-digd raakt, dient dit te worden vervangendoor een speciaal snoer dat verkrijgbaar isbij de fabrikant of de servicedienst. Een beschadigd apparaat of een beschadigdnetsnoer is gevaarlijk. ▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken. ▶ Is het oppervlak gescheurd, dan het appa-raat uitschakelen om een mogelijke elektri-sche schok te vermijden. Hiervoor het ap-paraat niet aan de hoofdschakelaar, maarvia de zekering in de meterkast uitschake-len. ▶ Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-paraat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-ken. ▶ Wanneer het apparaat of het netsnoer isbeschadigd, dan direct de zekering in demeterkast uitschakelen. ▶ Contact opnemen met de servicedienst. →Pagina21.
Bij de bereiding au-bain-marie kunnen dekookplaat en kookvorm barsten door overver-hitting. ▶ De au-bain-marie kookvorm mag niet in di-rect contact komen met de bodem van depan die met water is gevuld. ▶ Gebruik alleen hittebestendige vormen. Een apparaat met een gebarsten of gebrokenoppervlak kan tot snijwonden leiden. ▶ Het apparaat niet gebruiken als het opper-vlak ervan gebarsten of gebroken is. WAARSCHUWING‒Kans opverstikking. Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal overhet hoofd trekken en hierin verstrikt raken enstikken. ▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin-deren houden. ▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateri-aal spelen. Kinderen kunnen kleine onderdelen inademenof inslikken en hierdoor stikken. ▶ Kleine onderdelen uit de buurt van kinde-ren houden. ▶ Kinderen niet met kleine onderdelen latenspelen.
Vlekken, defecten Gemorste levensmiddelen, vooral diegenemet hoog suikergehalte. Onmiddellijk met een schraper voor vitroke-ramische kookplaat verwijderen. Vlekken, defecten ofbreuken in het glasDefect kookgerei, kookgerei met gesmoltenemaille of kookgerei met koperen- of alumini-umbodem. Gebruik geschikt kookgerei dat in een goedeconditie is. Vlekken, verkleurin-genOngeschikte reinigingsmethoden. Alleen reinigingsmiddelen gebruiken die ge-schikt zijn voor glaskeramiek en reinig dekookplaat alleen wanneer deze koud is. Defecten of breukenin het glasStoten of vallend kookgerei, kookaccessoiresof andere harde of scherpe voorwerpen. Bij het koken niet tegen het glas stoten ofvoorwerpen op de kookplaat laten vallen. Krassen, verkleurin-genRuwe pannenbodems of het verplaatsen vande pan op de kookplaat. Kookgerei controleren. Kookgerei bij het ver-plaatsen optillen.
Krassen Zout, suiker of zand. Gebruik de kookplaat niet als plaats om ietsop te zetten of als werkvlak. Schade aan het ap-paraat. Koken met diepgevroren kookgerei. Nooit bevroren kookgerei gebruiken. Schade aan de panof aan het apparaatKoken zonder inhoud. Nooit een pan zonder inhoud op een hetekookzone plaatsen of verhitten.
Milieubescherming en besparing nl5Schade Oorzaak MaatregelGlasbeschadigingen Gesmolten materiaal op de hete kookzone ofhete deksels van pannen op het glas. Geen bakpapier of aluminiumfolie en geenkunststof containers of pandeksels op dekookplaat leggen. Oververhitting Heet kookgerei op het bedieningspaneel ofop het kader. Plaats heet kookgerei nooit op deze gebie-den. LET OP. Deze kookplaat beschikt aan de onderkant over eenventilator. ▶ Als er zich onder de kookplaat een lade bevindt, be-waar daarin dan geen kleine of scherpe voorwer-pen, geen papier en geen theedoeken. Deze voor-werpen kunnen aangezogen worden en de ventila-tor beschadigen of de koeling belemmeren. ▶ Tussen de inhoud van de lade en de ventilator-in-gang moet een minimale afstand van 2cm wordenaangehouden. 3 Milieubescherming en besparing3.
1 Afvoeren van de verpakkingDe verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-nen worden hergebruikt. ▶De afzonderlijke componenten op soort gescheidenafvoeren. 3. 2 Energie besparenAls u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt het apparaatminder energie. Een kookzone kiezen die bij de grootte van de panpast. Het kookgerei gecentreerd plaatsen. Gebruik kookgerei met een bodemdiameter die over-eenkomt met de diameter van de kookzone. Tip:Fabrikanten van kookgerei geven vaak de boven-diameter van de pan aan. Die is dikwijls groter dan debodemdiameter. ¡Niet-passend kookgerei of niet volledig afgedektekookzones verbruiken veel energie. Pannen afsluiten met een passend deksel. ¡Wanneer u zonder deksel kookt, heeft het apparaataanzienlijk meer energie nodig. Deksel zo min mogelijk oplichten. ¡Wanneer u het deksel oplicht, ontsnapt er veelenergie. Glazen deksel gebruiken.
¡Door het glazen deksel kunt u in de pan kijken zon-der het deksel op te lichten. Pannen met vlakke bodem gebruiken. ¡Als de bodem niet vlak is, wordt het energiever-bruik hoger. Gebruik kookgerei dat past bij de hoeveelheid levens-middel.
¡Groot kookgerei met weinig product heeft meerenergie nodig om op te warmen. Met weinig water koken. ¡Hoe meer water er in het kookgerei zit, des te meerenergie is er nodig om op te warmen. Tijdig terugschakelen naar een lagere kookstand. ¡Met een te hoge doorkookstand verspilt u energie. Productinformatie conform (EU) 66/2014 vindt u op demeegeleveerde apparaatpas en op het intern op deproductpagina van uw apparaat. 4 Geschikt kookgereiEen voor inductiekoken geschikt kookgerei moet eenferromagnetische bodem hebben, dus door een mag-neet worden aangetrokken, en verder moet de bodemeven groot zijn als de kookzone. Wanneer het kookge-rei op een kookplaat niet herkend kan worden, plaatsdan het kookgerei op een kookplaat met de eerstvol-gende kleinere diameter. 4.
1 Grootte en kenmerken van hetkookgereiHoud om het kookgerei correct te kunnen herkennen,rekening met de grootte en het materiaal van het kook-gerei. Alle panbodems moeten volledig vlak en gladzijn. Met Kookgerei-test kunt u controleren of uw kookgereigeschikt is. Meer informatie vindt u onder→"Kookgerei-test", Pagina14.
nl Geschikt kookgerei6Kookgerei Materialen EigenschappenAanbevolen kookge-reiEdelstalen kookgerei met sandwich-bodemwelke de warmte goed verdeelt.Dit kookgerei verdeelt de warmte gelijkmatig,warmt snel op en waarborgt zijn herkenning.Ferromagnetisch kookgerei van geëmailleerdstaal, gietijzer, of speciale pannen voor in-ductie van edelstaal.Dit kookgerei warmt snel op en waarborgtzijn herkenning.Geschikt De bodem is niet volledig ferromagnetisch. Als de diameter van het ferromagnetischeoppervlak kleiner is dan de bodem van hetkookgerei, warmt alleen het ferromagneti-sche oppervlak op. Daardoor verdeelt dewarmte niet gelijkmatig.Kookgereibodems met aluminiumaandeel. Deze verkleinen het ferromagnetische opper-vlak, waardoor er minder vermogen aan depan kan worden afgegeven.
Het kan zijn datdeze pannen onvoldoende of helemaal nietworden herkend en daarom ook onvoldoen-de worden verwarmd.Niet geschikt Kookgerei van normaal dun staal, glas, aar-dewerk, koper of aluminium.Opmerkingen¡ Gebruik tussen de kookplaat en de pan in principegeen adapterplaten.¡ Verwarm geen leeg kookgerei en geen kookgereimet dunne bodem, omdat deze zeer sterk verhitkunnen raken.
Uw apparaat leren kennen nl75 Uw apparaat leren kennen5.1 Koken met inductieVergeleken met gangbare kookplaten brengt inductie-koken enkele veranderingen met zich mee en biedt heteen aantal voordelen zoals tijdbesparing tijdens het ko-ken en braden, energiebesparing, alsmede eenvoudi-ger onderhoud en reiniging. Het biedt ook een beterewarmteregeling, omdat de warmte direct in het kookge-rei wordt opgewekt.5.2 BedieningspaneelIndividuele details, zoals kleur en vorm, kunnen afwij-ken van de illustratie.Tip:Houd het bedieningspaneel schoon en droog.Opmerking:Geen pannen in de buurt van de displaysen sensoren plaatsen.
nl Voor het eerste gebruik85. 4 KookzoneControleer voordat u met het koken begint of het for-maat van de pan bij de kookzone past waarmee ukookt:Gebied Type kookzone Kookzone van één enkele kring5. 5 Restwarmte-indicatieDe kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarm-te-indicatie. Zolang de restwarmte-indicator brandt,mag u de kookzone niet aanraken. Indicatie Betekenis De kookzone is heet. De kookzone is warm. 6 Voor het eerste gebruikHoud de volgende adviezen aan. 6. 1 Home Connect instellenWanneer het apparaat voor de eerste keer wordt inge-schakeld, wordt de instelling van het thuisnetwerk op-gevraagd. Op het display licht gedurende enkele se-conden het symbool op. Om de aansluitinstelling te starten, de sensor aanra-ken en de aanwijzingen in het hoofdstuk →"HomeConnect ", Pagina15 opvolgen. Om de eer-ste instelling te verlaten een willekeurige sensor aanra-ken.
7 De Bediening in essentie7. 1 Kookplaat inschakelen▶ aanraken. De symbolen van de kookzones en de momenteelbeschikbare functies branden. a De kookplaat is klaar voor gebruik. reStart▶Wanneer u het apparaat binnen 4seconden na hetuitschakelen weer inschakelt, treedt de kookplaat inwerking met de vorige instellingen. 7. 2 De kookplaat uitschakelen▶ aanraken tot de indicaties doven. a Alle kookzones zijn uitgeschakeld. Opmerking:Wanneer alle kookzones langer dan20seconden uitgeschakeld zijn, dan schakelt de kook-plaat uit. 7. 3 De vermogensstand in de kookzonesinstellenDe kookzone heeft 17 vermogensstanden, die van tot met tussenwaarden worden weergegeven. Voor hetproduct en het geplande bereidingsproces de meestgeschikte vermogensstand kiezen. 1. van de gewenste kookzone aanraken. a De indicatie is helderder verlicht. 2.
Opmerking:Wanneer er geen kookgerei op de kook-plaat staat, of de pan niet geschikt is, dan knippert degekozen vermogensstand. Na een bepaalde tijd wordtde kookzone uitgeschakeld. quickStart▶Wanneer u vóór het inschakelen kookgerei op dekookplaat plaatst, dan wordt dit bij het inschakelenherkend en wordt de betreffende kookzone automa-tisch gekozen. Vervolgens in de volgende 20 secon-den de vermogensstand kiezen, anders schakelt dekookplaat zelf uit. Vermogensstand wijzigen of kookzoneuitschakelen1. De kookzone kiezen. 2. Kies in het instelbereik de gewenste kookstand ofop instellen. a De kookstand van de kookzone wijzigt of de kook-zone schakelt uit en de restwarmte-indicatie ver-schijnt. 7. 4 Kooktips¡ Wanneer u puree, romige soepen of dikvloeibaresauzen opwarmt, deze af en toe omroeren. ¡ Om voor te verwarmen, kookstand 8-9 instellen.
De Bediening in essentie nl9¡ Wanneer u bereidt met deksel, de kookstand verla-gen zodra er stoom vrijkomt. Het bereidingsresultaatwordt door het vrijkomen van stoom niet beïnvloed. ¡ Doe na het bereiden een deksel op het kookgerei,totdat u het gerecht serveert. ¡ Houd voor het bereiden met de snelkookpan deaanwijzingen van de fabrikant aan. ¡ Levensmiddelen niet te lang bereiden, voor het be-houd van de voedingswaarde. Met de kookwekkerkunt u de optimale bereidingstijd instellen. ¡ Zorg ervoor dat de olie niet rookt. ¡ Om de levensmiddelen te bruinen, deze na elkaaren in kleine porties aanbraden. ¡ Sommige pannen kunnen bij het bereiden hogetemperaturen bereiken. Gebruik daarom pannenlap-pen. ¡ Advies voor energiezuinig koken kunt u vinden on-der →"Energie besparen", Pagina5KookadviezenDe tabel geeft aan welke vermogensstand () voorwelk levensmiddel geschikt is.
nl Tijdfuncties108 TijdfunctiesUw kookplaat beschikt over verschillende instellingenvoor de bereidingstijd:¡ Uitschakeltimer¡ Timer¡ countUp function8. 1 UitschakeltimerMaakt de programmering van een bereidingstijd vooréén of meerdere kookzones mogelijk. Na het verstrij-ken van de tijd wordt de kookzone automatisch uitge-schakeld. Uitschakeltimer inschakelen1. twee keer aanraken. a De indicaties en zijn verlicht. 2. De gewenste kookzone en bereidingstijd kiezen. a De indicatie van de kookzone licht op. 3. Met bevestigen. 4. De gewenste vermogensstand kiezen. a De bereidingstijd begint af te lopen. a Wanneer de bereidingstijd is verstreken, schakelt dekookzone uit en er klinkt een geluidssignaal.
Opmerking:Wanneer in een kookzone, waarinfryingSensor is geactiveerd, een bereidingstijd is gepro-grammeerd, begint de geprogrammeerde bereidings-tijd af te tellen, zodra het gekozen temperatuurniveau isbereikt. Uitschakeltimer wijzigen of uitschakelen1. twee keer aanraken. 2. Kies de kookzone. 3. Om de tijd te wissen, in het instelbereik de tijd wijzi-gen of op instellen. 4. Bevestig met . 8. 2 TimerMaakt de activering mogelijk van een timer van 0 tot99 min. Deze functie is onafhankelijk van de kookzo-nes en andere instellingen. Deze schakelt de kookzo-nes niet automatisch uit. Timer inschakelen1. Raak aan. a en branden. 2. Stel in het instelbereik de gewenste tijd in. 3. Bevestig met . a De tijd begint af te lopen. a Als de tijd is verstreken, klinkt er een signaal enknipperen de displays. Timer wijzigen of uitschakelen1. Raak aan. 2.
Schakel countUp function uit▶Raak aan. a De indicaties van de looptijdprogrammeerfunctiegaan uit. a De functie is gedeactiveerd. 9 powerBoostMet deze functie verhit u grote hoeveelheden watersneller dan met . Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar, voorzover de andere kookzone van dezelfde groep niet ingebruik is. 9. 1 powerBoost inschakelen1. Kies de kookzone. 2. Op tippen. De indicatie brandt. a De functie is ingeschakeld. 9. 2 powerBoost uitschakelen1. Kies de kookzone. 2. Op tippen. De indicatie verdwijnt en de kookzo-ne schakelt terug naar de kookstand . a De functie is gedeactiveerd. Opmerking:Onder bepaalde omstandigheden kan de-ze functie automatisch uitschakelen, om de elektroni-sche elementen binnenin de kookplaat te beschermen.
shortBoost nl1110 shortBoostMet deze functie verhit u pannen sneller dan met . Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar, voorzover de andere kookzone van dezelfde groep niet ingebruik is. 10. 1 Gebruiksadviezen¡ Leg geen deksel op de pan. ¡ Nooit lege pannen zonder toezicht verhitten. ¡ Alleen koude pannen gebruiken. ¡ Pannen met volkomen effen bodem gebruiken. Geen pannen met dunne bodem gebruiken. 10. 2 Schakel shortBoost in1. Kies de kookzone. 2. Twee keer op tippen. is verlicht. a De functie is ingeschakeld. 10. 3 shortBoost uitschakelen1. Kies de kookzone. 2. Op tippen. dooft en de kookzone schakelt te-rug naar de kookstand . a De functie is gedeactiveerd. Opmerking:Om hoge temperaturen te vermijden scha-kelt deze functie na 30 seconden automatisch uit.
11 WarmhoudfunctieDeze functie kunt u gebruiken om chocolade of boterte smelten en gerechten warm te houden. 11. 1 Schakel Warmhoudfunctie in1. Druk op . 2. Kies in de volgende 10seconden de gewenstekookzone. brandt. a De functie start. 11. 2 Schakel Warmhoudfunctie uit1. Raak aan. 2. Selecteer kookzone. verdwijnt. De kookzone gaat uit en de restwarmte-indicatiebrandt. a De functie is gedeactiveerd. 12 fryingSensorIs geschikt voor het bereiden of inkoken van sauzen,pannenkoeken of voor het bakken van eieren met bo-ter, voor het bakken van groente of steaks tot de ge-wenste gaarheid en hierbij de temperatuur onder con-trole houden. In de plaats van tijdens het koken vaak de vermogens-stand aan te passen, bij het begin een keer de ge-wenste doeltemperatuur kiezen.
De sensoren onder dekeramische glasplaat meten dan de temperatuur vanhet kookgerei en houden deze tijdens het volledigekookproces constant. Deze functie is op alle kookzones beschikbaar die met zijn gemarkeerd. 12. 1 Voordelen¡ De temperatuur wordt constant gehouden zonderdat u de vermogensstand hoeft te veranderen.
¡ Olie wordt niet oververhit. Het aanbranden van delevensmiddelen wordt verhinderd. ¡ De kookzone warmt alleen op wanneer dit nodig isvoor het behouden van de temperatuur, waardoor erenergie wordt gespaard. 12. 2 TemperatuurstandenTemperatuurstanden voor de bereiding van voedsel. StandTempe-ratuurFuncties1 120ºC Koken en inkoken van sauzen, bak-ken van groente2 140ºC In olijfolie of boter aanbraden3 160ºC Bakken van vis en grove levensmid-delen4 180ºC Frituren van gepaneerde, bevrorenen gegrilde gerechten5 215ºC Hogetemperatuurgrill en grillplaat12. 3 Aanbevolen kookgereiVoor deze functie werd speciaal kookgerei ontwikkeld,dat optimale resultaten levert. Kookgerei Aanbevolen kookzoneKoekenpan Ø15cm Kookzone met één ringKoekenpan Ø21cm Kookzone met één ring.
nl fryingSensor12Het aanbevolen kookgerei kunt u verkrijgen via de ser-vicedienst, de vakhandel of onze onlineshop siemens-home. bsh-group. com. Opmerking:U kunt ook ander kookgerei gebruiken. Af-hankelijk van de kwaliteit van het kookgerei kan de be-reikte temperatuur echter van de gekozen temperatuur-stand afwijken. 12. 4 fryingSensor inschakelen1. Lege pan op de kookzone plaatsen. 2. aanraken en aansluitend de kookzone kiezen. 3. In de volgende 10 seconden in het instelgebied degewenste temperatuurstand kiezen. a De functie start. knippert tot de ingesteldedoeltemperatuur is bereikt. a Als de doeltemperatuur is bereikt, weerklinkt eensignaal en stopt met knipperen. 4. Het braadvet en dan het product in de braadpandoen. Opmerking:Als u meer dan 250 ml olie nodig hebt omte koken, dan de olie toevoegen en een paar secondenwachten voordat u het te bereiden product toevoegt. 12.
Kinderslot nl1313 KinderslotDe kookplaat is voorzien van een kinderslot. Hiermeevoorkomt u dat kinderen de kookplaat inschakelen. 13. 1 Kinderslot inschakelenVereiste:De kookplaat moet uitgeschakeld zijn. 1. Op tippen. 2. Raak gedurende 4 seconden aan. a De indicatie is 10seconden lang verlicht. a De kookplaat is geblokkeerd. 13. 2 Kinderslot uitschakelen1. Op tippen. 2. Raak gedurende 4 seconden aan. a De blokkering is opgeheven. 13. 3 Automatisch kinderslotU kunt het kinderslot ook automatisch elke keer na hetuitschakelen van de kookplaat activeren. In het hoofdstuk Basisinstellingen kunt u nalezen hoe ude functie in- en uitschakelt. →Pagina1314 VeegbeveiligingZorgt voor een blokkering van het bedieningspaneel,zodat bij het reinigen instellingen niet ongewild wordengewijzigd. De reinigingsblokkering heeft geen invloed op dehoofdschakelaar. 14.
1 Schakel Veegbeveiliging in▶Druk op . Er klinkt een waarschuwingssignaal en brandt. a Het bedieningspaneel is gedurende 35secondengeblokkeerd. 5 seconden voor het uitschakelenklinkt een signaal. 14. 2 Schakel Veegbeveiliging uitVoor het voortijdig uitschakelen van de functie:▶symbool aan. a Het bedieningspaneel is ontgrendeld. 15 Individuele veiligheidsuitschakelingIs een kookzone lange tijd in gebruik en heeft u de in-stelling niet veranderd, dan wordt de automatische uit-schakeling geactiveerd. De kookzone geeft weer enschakelt uit. De tijd van 1 tot 10 uur hangt van de geselecteerdevermogensstand af. Druk op een willekeurige button. 16 BasisinstellingenU kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen. 16. 1 Overzicht van de basisinstellingenIndicatie Instelling Waarde Kinderslot - Handmatig. 1 Automatisch.
nl Kookgerei-test14Indicatie Instelling Waarde Weergave energieverbruikToont het totale energieverbruik tussen hetin- en uitschakelen van de kookplaat in kWh. De precisie van de indicatie is onder andereafhankelijk van de spanningskwaliteit van hetelektriciteitsnet. – Uitgeschakeld1 – Ingeschakeld Automatisch uitschakelen van de kookzones. - uitgeschakeld. 1 - - Tijd tot het automatisch uitschakelen. Duur van het timer-einde-geluidssignaal – 10seconden 1 – 30seconden - 1 minuut VermogensbegrenzingMaakt indien nodig de begrenzing mogelijkvan het totale vermogen van de kookplaat,indien vereist, op basis van de omstandighe-den van uw elektrische installatie. De be-schikbare instellingen zijn afhankelijk van hetmaximale vermogen van de kookplaat. Pre-cieze gegevens vindt u op het typeplaatje.
Wanneer de functie actief is en de kookplaatde ingestelde vermogensgrens bereikt, danwordt weergegeven en u kunt geen hogerevermogensstand kiezen. - Uitgeschakeld. Maximaal vermogen van de kookplaat1. - 1000 W. Laagste stand. . - 1500 W. - 3000 W. Aanbevolen voor 13 ampère. . - 3500 W. Aanbevolen voor 16 ampère. - 4000 W. . - 4500 W. Aanbevolen voor 20 ampère. - Maximaal vermogen van de kookplaat. Kookgerei-testMet deze functie kunt u de kwaliteit van hetkookgerei controleren. - Niet geschikt. - Niet optimaal. - Geschikt. Terugzetten naar de fabrieksinstellingen - Individuele instellingen 1. - Fabrieksinstellingen. 1Fabrieksinstelling16. 2 Naar de basisinstellingenVereiste:De kookplaat moet uitgeschakeld zijn. 1. Raak aan om de kookplaat in te schakelen. 2. Raak binnen de volgende 10 seconden 4 secon-den lang aan.
Productinformatie IndicatieLijst van de Technische Service (TS) Fabricagenummer Fabricagenummer 1 . Fabricagenummer 2 . a De eerste vier indicaties geven de productinformatieweer. Raak het instelgebied aan, om de afzonderlij-ke indicaties te kunnen zien. 3. Raak aan om naar de basisinstellingen te gaan. a en lichten op als voorinstelling. 4. Raak net zo lang aan totdat de gewenste instel-ling verschijnt. 5. De gewenste instelling in het instelbereik kiezen. 6. Raak gedurende 4 seconden aan. a De instellingen zijn opgeslagen. 16. 3 Wijzigen van de basisinstellingenannuleren▶Raak aan. a Alle wijzigingen werden verworpen en niet opgesla-gen. 17 Kookgerei-testDe kwaliteit van de pan heeft een grote invloed op desnelheid en het resultaat van het kookproces. Met deze functie kunt u de kwaliteit van het kookgereitesten.
Ga vóór de test na of de diameter van de bodem vande pan met de grootte van de gebruikte kookzoneovereenstemt. De toegang vindt plaats via de basisinstellingen. →Pagina1317. 1 Kookgerei-test uitvoeren1. Plaats het kookgerei bij kamertemperatuur met ca. 200ml water midden op die kookzone, waarvan dediameter het best overeenkomt met de diameter vande bodem van het kookgerei. 2. Roep de basisinstellingen op en kies . 3. Het instelgebied aanraken. Op de kookzone knip-pert de indicatie. a De test is bezig. a Na 20 seconden verschijnt het resultaat op hetkookzonedisplay.
HomeConnect nl1517. 2 Resultaat controlerenIn de volgende tabel kunt u zien wat het resultaat voorkwaliteit en snelheid van het kookproces betekent. ResultaatHet kookgerei is voor de kookzone niet geschikten wordt daarom niet opgewarmd. Het kookgerei warmt langzamer op dan verwachten het kookproces verloopt niet optimaal. Het kookgerei wordt goed warm en het kookpro-ces is in orde. Opmerking:Plaats in gevallen met ongunstige resulta-ten het kookgerei opnieuw op een kleinere kookzone,indien aanwezig. Raak om deze functie te activeren het instelbereik aan. 18 HomeConnectDit apparaat is geschikt voor netwerken. Verbind uwapparaat met een mobiel eindapparaat om functies tekunnen bedienen via de HomeConnect app, basisin-stellingen aan te passen of de actuele gebruikstoe-stand te bewaken. De HomeConnect diensten zijn niet in elk land be-schikbaar.
De beschikbaarheid van de functie Ho-meConnect is afhankelijk van de beschikbaarheid vande HomeConnect diensten in uw land. Informatie hier-over vindt u op: www. home-connect. com. De HomeConnect app leidt u door het gehele aanmel-dingsproces. Volg de aanwijzingen in de HomeCon-nect app om de instellingen aan te brengen. Tips¡ Neem de meegeleverde documenten vanHo-meConnect in acht. ¡ Neem ook de aanwijzingen in deHomeCon-nectapp in acht. Opmerkingen¡ Houd u aan de veiligheidsinstructies in deze ge-bruiksaanwijzing en zorg ervoor dat deze ook wor-den nageleefd wanneer u het apparaat via de Ho-meConnect app bedient. →"Veiligheid", Pagina2¡ Kookplaten zijn niet bedoeld voor gebruik zondertoezicht. Het bereidingsproces moet in de gatenworden gehouden. ¡ De bediening aan het apparaat heeft altijd voorrang. Gedurende deze tijd is de bediening via de Ho-meConnectapp niet mogelijk.
1 HomeConnect instellenVereisten¡ Het apparaat is verbonden met het elektriciteitsneten ingeschakeld. ¡ U beschikt over een mobiel eindapparaat met eenactuele versie van het iOS- of Android besturingssys-teem, bijvoorbeeld een smartphone. ¡ Het mobiele eindapparaat en het apparaat bevindenzich binnen het bereik van het WiFi-signaal van uwthuisnetwerk. 1. De HomeConnect app downloaden. 2. De HomeConnect app openen en de volgende QR-code scannen. 3. De aanwijzingen in de HomeConnect app opvol-gen. 18. 2 Overzicht van de HomeConnect instellingenIn de basisinstellingen van uw kookplaat kunt u voor HomeConnect instellingen en netwerkinstellingen aanpassen.
Instelling Selectie of weergave Extra informatie Netwerkverbinding – Niet verbonden/netwerkverbindingverbreken - Automatisch verbinden - Handmatig verbinden - VerbondenKookplaat in het WLAN-thuisnetwerk (WiFi) aanmelden ofnetwerkverbinding verbreken Verbinding met app - Niet verbonden – Verbinding maken wordt alleen weergegeven als de kookplaat methet thuisnetwerk is verbonden. 1Fabrieksinstelling.
nl HomeConnect 16Instelling Selectie of weergave Extra informatie Verbinding met WiFi – Draadloze module uitgeschakeld – Draadloze module ingeschakeldWanneer WiFi is geactiveerd, kunt u gebruikmaken vande HomeConnect functionaliteit. wordt alleen weergegeven, wanneer de kookplaatal een keer met het netwerk werd verbonden. Instelling via app – Uitgeschakeld – Ingeschakeld1Als is uitgeschakeld, worden uitsluitend de bedrijfs-toestanden van de kookplaat in de HomeConnect appweergegeven. Software-update – Update beschikbaar en gereedvoor installatie – Installatie starten wordt alleen weergegeven wanneer er een softwa-re-update beschikbaar is.
Toegang op afstand door servicedienstregelen – Niet toegestaan - Toegestaan wordt alleen weergegeven wanneer de service-dienst verbinding probeert te maken met de kookplaat. Nadat u toegang heeft verleend, kunt u deze op elk ge-wenst moment weer beëindigen. WiFi-signaalsterkte laten weergeven – Niet verbonden met het WiFi-thuis-netwerk – Signaalsterkte 1 (slecht) – Signaalsterkte 2 (gemiddeld) – Signaalsterkte 3 (goed) wordt alleen weergegeven als er een verbinding ismet het thuisnetwerk (WiFi). Verbinding met de HomeConnect ser-ver - Niet verbonden - Verbonden wordt alleen weergegeven als er een verbinding ismet het thuisnetwerk (WiFi). 1Fabrieksinstelling18. 3 Instellingen via de HomeConnect appwijzigenMet de HomeConnect app kunt u de instellingen voorde kookzones wijzigen en naar de kookplaat sturen.
¡ Om de kookplaat via de HomeConnect app in tekunnen stellen, moet in de basisinstellingen in-geschakeld zijn. In de toestand bij levering is in-geschakeld. Als de overdracht van instellingen is ge-deactiveerd, worden uitsluitend de bedrijfstoestan-den van de kookplaat in de HomeConnect appweergegeven. 1. De instelling in de HomeConnect app uitvoeren ennaar de kookplaat sturen. De aanwijzingen in de HomeConnect app opvol-gen. Instellingen die u vanuit de HomeConnect app naarde kookplaat stuurt, moet u op de kookplaat beves-tigen. a Wanneer kookinstellingen naar een kookplaat wor-den doorgestuurd, begint afhankelijk van de instel-ling de betreffende kookzone-indicatie te knipperen. 2. Om de instelling te bevestigen op de kookzone-indi-catie van de gewenste kookzone tippen. 3. Om de instelling te verwerpen, op een willekeurigander touchveld van de kookplaat tippen.
18. 4 Software-updateMet de functie Software-update wordt de software vanuw apparaat bijgewerkt, bijv. optimalisatie, verhelpenvan fouten, veiligheidsrelevante updates. Voorwaarde is wel dat u een geregistreerde Ho-meConnectgebruiker bent, de app op uw mobieleeindapparaat hebt geïnstalleerd en een verbinding metde HomeConnectserver hebt gemaakt. Zodra er een software-update beschikbaar is, wordt uhierover via de HomeConnectapp geïnformeerd enkunt u de software-update via de app starten. Na hetsuccesvol downloaden kunt u de installatie via de Ho-meConnectapp starten als u in uw WLAN-thuisnet-werk (WiFi) bent. Over een succesvol uitgevoerde in-stallatie wordt u via de HomeConnectapp geïnfor-meerd. Opmerkingen¡ Tijdens de download kunt u uw apparaat gewoonblijven gebruiken.
Afhankelijk van de persoonlijke in-stellingen in de app kan een software-update ookautomatisch worden gedownload. ¡ In geval van een veiligheidsrelevante update is hetraadzaam deze zo snel mogelijk te installeren. 18.
Afzuigregeling van het kookveld nl17raat met de HomeConnect server verbonden is en dediagnose op afstand in het land waarin u het apparaatgebruikt, beschikbaar is. Tip:Meer informatie alsook aanwijzingen over de be-schikbaarheid van de diagnose op afstand in uw landvindt u in het gedeelte service/support van de lokalewebsite: www. home-connect. com18. 6 Bescherming persoonsgegevensNeem de aanwijzingen m. b. t. de bescherming van depersoonsgegevens in acht. Wanneer uw apparaat voor de eerste keer wordtverbonden met een thuisnetwerk dat op het internet isaangesloten, geeft het de volgendegegevenscategorieën door aan de HomeConnectserver(eerste registratie):¡ Eenduidige identificatie van het apparaat (bestaan-de uit apparaatsleutels en het MAC-adres van de in-gebouwde Wi-Ficommunicatiemodule).
¡ Veiligheidscertificaat van de Wi-Fi communicatiemo-dule (voor de informatietechnische beveiliging vande verbinding). ¡ De actuele software- en hardwareversie van uwhuishoudapparaat. ¡ Status van een eventuele eerdere reset naar de fa-brieksinstellingen. Bij de eerste registratie wordt het gebruik van de Ho-meConnect functionaliteiten voorbereid. Deze registra-tie dient pas te worden uitgevoerd op het moment datu voor het eerst van de HomeConnect functionaliteitengebruik wilt maken. Opmerking:Let erop dat de HomeConnect functionali-teiten alleen kunnen worden gebruikt in combinatie metde HomeConnect app. Informatie over gegevensbe-scherming kan worden opgeroepen in de HomeCon-nect app. 19 Afzuigregeling van het kookveldWanneer beide apparaten HomeConnect-compatibelzijn, verbindt u de apparaten in de HomeConnectapp.
Verbind daarvoor beide apparaten met HomeConnecten volg de aanwijzingen in de app op. Opmerkingen¡ De bediening aan de afzuigkap heeft altijd voorrang. Gedurende deze tijd is een bediening via de afzuig-regeling van het kookveld niet mogelijk. ¡ In de netwerkgebonden stand-by-stand heeft het ap-paraat max.
2W nodig. ¡ U kunt de verbinding met de afzuigkap alleen via deHomeConnectapp realiseren. Andere methodenvoor het verbinden worden niet langer ondersteund. 19. 1 HomeConnect instellingen resettenAls de verbinding van uw apparaat met het WLAN-thuisnetwerk (Wi-Fi) problemen oplevert of als u uw ap-paraat in een ander WLAN-thuisnetwerk (Wi-Fi) wilt aan-melden, kunt u de HomeConnectinstellingen resetten. Opmerking:Wanneer u de HomeConnect instellingenreset, wordt ook de verbinding met een mogelijk ver-bonden afzuigkap verbroken. 1. 4seconden ingedrukt houden. a Het display toont de productinformatie. 2. Net zo vaak op tippen tot het display afwisselend en laat zien. 3. In het instelgedeelte de waarde instellen. 19.
2 Bediening van de afzuigkap via dekookplaatIn de basisinstellingen van uw kookplaat kunt u het ge-drag van uw afzuigkap afhankelijk van het inschakelenen uitschakelen van de kookplaat of afzonderlijke kook-zones instellen. Via de bedieningselementen van de kookplaat kunt unog meer instellingen aanbrengen. Ventilator instellen1. Op tippen. 2. In het instelgedeelte een ventilatorstand kiezen. U kunt kiezen uit de standen 1, 2 en 3. Tip in het instelgedeelte op 4 of 5 om een intensief-stand in te stellen. In plaats daarvan kunt ook net zovaak op tippen tot de gewenste intensiefstandwordt weergegeven. Ventilator uitschakelen▶In het instelgedeelte ventilatorstand0 kiezen. Automatische modus inschakelen▶ ingedrukt houden tot de indicatie aangeeft. a Bij dampvorming start de ventilator automatisch. Automatische modus uitschakelen▶ ingedrukt houden tot verdwijnt.
Wanneer u een andere ventilatorstand instelt, wordtde automatische modus eveneens beëindigd. Verlichting van de afzuigkap instellenU kunt het licht van de afzuigkap via het bedieningspa-neel van de kookplaat inschakelen en uitschakelen. 1.
nl Reiniging en onderhoud1819. 3 Overzicht van de instellingen van de afzuigkapbedieningIn de basisinstellingen van uw kookplaat kunt u het gedrag van uw afzuigkap afhankelijk van het inschakelen en uit-schakelen van de kookplaat of afzonderlijke kookzones instellen. Instelling Keuze Beschrijving Verbinding kookplaat - afzuigkap – niet verbonden / verbinding verbroken – Geen functie – verbonden met het WLAN-thuisnetwerk (WiFi) – verbonden met WiFi en met de afzuigkap- Automatisch starten van de ventilator – Uitgeschakeld De afzuigkap moet zo nodighandmatig worden ingeschakeld. – Ingeschakeld met automatische modus1. De af-zuigkap wordt bij inschakelen van een kookzoneingeschakeld in de automatische modus. – Ingeschakeld met handmatige modus. De af-zuigkap wordt bij inschakelen van een kookzoneop een vooraf gedefinieerde stand ingeschakeld.
Het display toont de instelling alleen als het appa-raat is verbonden met de afzuigkap. Naventilatie – De ventilator wordt samen met de kookplaatuitgeschakeld. – Ingeschakeld met automatische modus1 – Ingeschakeld met standaard naventilatie – Geen wijziging van de instellingenInstelling of, en hoelang de ventilator na uitschake-len van de kookplaat blijft draaien. Het display toont de instelling alleen als het appa-raat is verbonden met de afzuigkap. Automatisch inschakelen van de verlichting – Uitgeschakeld – Ingeschakeld1De verlichting wordt bij inschakelen van de kook-plaat ingeschakeld. Het display toont de instelling alleen als het appa-raat is verbonden met de afzuigkap. Automatisch uitschakelen van de verlichting – Uitgeschakeld1 – De verlichting wordt bij uitschakelen van dekookplaat uitgeschakeld.
1Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)20 Reiniging en onderhoudReinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om ervoor te zorgen dat het lang goed blijft werken. 20. 1 ReinigingsmiddelenGeschikte reinigingsmiddelen en schraper voor vitroke-ramische kookplaat zijn verkrijgbaar bij de service-dienst, in de vakhandel of in de webshop siemens-ho-me. bsh-group. com. LET OP. Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlak-ken van het apparaat beschadigen. ▶ Nooit ongeschikte reinigingsmiddelen gebruiken. ▶ Geen schoonmaakmiddelen gebruiken zolang dekookplaat nog heet is. Dat kan tot verkleuring vanhet oppervlak leiden. Ongeschikte reinigingsmiddelen¡ Onverdund afwasmiddel¡ reinigingsmiddelen voor de vaatwasmachine¡ Schuurmiddelen¡ Agressieve reinigingsmiddelen, bijv. ovensprays ofvlekverwijderaars¡ Krassende sponzen¡ Hogedrukreinigers of stoomapparaten20.
2 Kookplaat reinigenReinig de kookplaat na elk gebruik, zodat kookrestenniet inbranden. Vereiste:De kookplaat moet koud zijn. Laat bij suiker-vlekken, rijstzetmeel, kunststof- of aluminiumfolie dekookplaat niet afkoelen. 1. Verwijder hardnekkig vuil met een schraper voor vi-trokeramische kookplaat. 2. Reinig de kookplaat met een reinigingsmiddel voorglaskeramiek. Houd de reinigingsinstructies op de verpakking vanhet reinigingsmiddel aan. Tips¡ Met een speciale spons voor glaskeramiek kuntu goede reinigingsresultaten boeken. ¡ Wanneer u de bodem van het kookgerei schoonhoudt, dan blijft het oppervlak van de kookplaatin een goede conditie.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Siemens EH877NVV6E stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis Siemens
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis