Shindaiwa T310S Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Shindaiwa T310S (35 pagina’s), behorend tot de categorie Grastrimmer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 8 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Shindaiwa T310S of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Shindaiwa |
| Categorie: | Grastrimmer |
| Model: | T310S |
Handleiding Shindaiwa T310S – volledige tekst
2Belangrijke informatie2Belangr ijke infor matieLees de bedieningshandleiding voordat u het product gaat gebruiken. Juist gebruik van dit product Shindaiwa grastrimmers zijn krachtige lichtgewichtmachines met een benzinemotor, ontworpen om op moeilijk bereik-bare plaatsen onkruid te verwijderen en gras te maaien. Gebruik deze machine niet voor andere dan de hiervoor genoemde doeleinden. Gebruikers van het product U dient dit product niet te gebruiken voordat u de bedieningshandleiding goed hebt gelezen en de inhoud ervan hebt begrepen. Dit product mag niet door iemand worden gebruikt die de bedieningshandleiding niet goed heeft gelezen, die een ver-koudheid heeft, vermoeid is of anderszins in een slechte fysieke conditie is. Ook kinderen mogen dit product niet ge-bruiken.
Houd er rekening mee dat de gebruiker verantwoordelijk is voor ongevallen van of gevaren voor andere personen of hun eigendommen. Over uw bedieningshandleiding In deze handleiding vindt u de benodigde informatie voor de montage, de bediening en het onderhoud van uw product. Lees deze aandachtig en zorg ervoor dat u de inhoud begrijpt. Bewaar de handleiding altijd op een gemakkelijk bereikbare plaats. Indien u de bedieningshandleiding hebt verloren of deze onleesbaar is geworden, schaf dan een nieuw exemplaar aan bij uw shindaiwa-dealer. De eenheden die worden gebruikt in deze handleiding zijn SI-eenheden (International System of Units). De cijfers tus-sen haakjes zijn referentiewaarden en er kan, in enkele gevallen, sprake zijn van kleine omrekenfouten.
Uitlenen en overdragen van uw product Indien u het product dat beschreven staat in deze handleiding uitleent aan een derde, zorgt u er dan voor dat de per-soon die het product leent en ermee zal werken ook de handleiding ontvangt. Indien u dit product overhandigt aan een derde, voeg er dan de bedieningshandleiding bij.
Vragen Neem contact met uw shindaiwa-dealer voor meer informatie over het product, de aankoop van verbruiksmaterialen, reparaties en andere soortgelijke vragen. Kennisgevingen Wijzigingen van de inhoud van deze handleiding bij upgrades van het product zonder voorafgaande kennisgeving zijn voorbehouden. Sommige gebruikte illustraties kunnen verschillen van het product om de uitleg te verduidelijken. Dit product vereist de montage van enkele onderdelen. Raadpleeg uw shindaiwa-dealer in het geval van onduidelijkheden of problemen. Fabrikant:YAMABIKO CORPORATION7-2 SUEHIROCHO 1-CHOME, OHME, TOKIO 198-8760, JAPANGeautoriseerde vertegenwoordiger in Europa:Atlantic Bridge LimitedAtlantic House, PO Box 4800, Earley, Reading RG5 4GB, Verenigd Koninkrijk.
3InhoudVeilig gebruik van uw product. 4Waarschuwingsmededelingen. 4Overige aanduidingen. 4Symbolen. 4Plaats waar een veiligheidssticker is bevestigd. 6Omgaan met brandstof. 6Gebruik van de motor. 7Omgaan met het product. 8Paklijst. 13Beschrijving. 14Voordat u begint. 15Montage. 15Uitbalanceren. 18Brandstof voorbereiden. 19Motorbediening. 20De motor starten. 20De motor stoppen. 21Maaien. 22Basismaaiwerk bij gebruik van de nylondraadkop. 22Voorzorgsmaatregelen die in acht moeten worden genomen tijdens de werkzaamheden24Onderhoud. 26Dagelijks onderhoud. 26Onderhoud na 10 uur. 26Onderhoud na 10/15 uur. 26Onderhoud na 50 uur. 27Onderhoud na 135 uur. 27Afstelling van de carburateur. 28Nylon draad plaatsen. 29Langdurige opslag. 29Richtlijnen voor problemen oplossen. 30Specificaties. 34Conformiteitsverklaring. 35.
4Veilig gebruik van uw productVeilig geb ruik van uw productLees dit hoofdstuk nauwkeurig voordat u het product gaat gebruiken. De voorzorgsmaatregelen die in dit hoofdstuk beschreven worden, bevatten belangrijke veiligheidsinformatie. Neem deze in acht. U dient ook de voorzorgsmaatregelen te lezen die in de handleiding zelf staan. Tekst gevolgd door een [diamond mark] beschrijft de mogelijk consequenties van het niet naleven van de voorzorgsmaatregelen. WaarschuwingsmededelingenSituaties waarbij er een risico voor fysiek letsel voor de gebruiker en andere personen bestaat, worden in deze handleiding en ophet product zelf door de volgende waarschuwingsmededelingen aangeduid. Lees en volg zorgvuldig de regels voor een veilig ge-bruik.
Overige aanduidingenNaast waarschuwingsmededelingen worden in deze handleiding de volgende verklarende symbolen gebruikt: SymbolenIn deze handleiding en op het product zelf worden diverse verklarende symbolen gebruikt. Zorg ervoor dat u volledig begrijpt watelk symbool betekent. GEVAAR WAARSCHU-WING LET OP. Dit symbool in combinatie met het woord "GEVAAR" vestigt de aan-dacht op handelingen of omstandig-heden die ernstig lichamelijk letsel of de dood tot gevolg kunnen hebben. Dit symbool in combinatie met het woord "WAARSCHUWING" vestigt de aandacht op handelingen of om-standigheden die ernstig lichamelijk letsel of de dood tot gevolg kunnen hebben. "LET OP" geeft aan dat er een poten-tieel gevaarlijke situatie is, die wan-neer die niet wordt vermeden, licht tot matig lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben.
Het pictogram met een cirkel en een schuine streep geeft aan dat hetgeen wordt ge-toond, verboden is. OPMERKING BELANGRIJKDeze ingesloten boodschap bevat tips voor gebruik, verzorging en on-derhoud van het product. Omkaderde tekst met het woord "BELANGRIJK"bevat belangrijke in-formatie over het gebruik, de contro-le, het onderhoud en de opslag van het product dat beschreven staat in deze handleiding.
5Veilig gebruik van uw productWaarschuwing! Gelanceerde voorwerpen!Carburateurafstelling - Laag-toerentalmengselWaarschuwing, zwenkt zij-waarts uitCarburateurafstelling - Hoog-toerentalmengselGebruik zonder beschermkap niet toegestaan.Carburateurafstelling - Statio-nair toerentalGebruik van metalen snijbla-den is niet toegestaan.U-handgreepGebruik van een nylondraad-kop is niet toegestaanRondhandgreepGebruik het product niet op plaatsen met een slechte ven-tilatiePas op voor plaatsen met hoge temperatuurPas op voor vuurGegarandeerd geluidsvermo-genniveauPositie "Koude start" van chokehendel (choke dicht)Positie "In bedrijf" van choke-hendel (choke open)Pas op voor elektrische schokkenMotor startenSymboolvorm Symboolbeschrijving / toepas-singSymboolvorm Symboolbeschrijving / toepas-sing
6Veilig gebruik van uw productPlaats waar een veiligheidssticker is bevestigd De veiligheidssticker, zoals hieronder getoond, is bevestigd aan de producten die in deze handleiding beschreven staan. Zorg ervoor dat u begrijpt wat de sticker betekent voordat u het product gaat gebruiken. Indien de sticker onleesbaar wordt door slijtage of beschadiging, of de sticker heeft losgelaten en is verloren, schaf dan een vervangende sticker bij uw dealer aan en bevestig de sticker op de plaats die in de onderstaande illustratie wordt getoond. Zorgervoor dat de sticker altijd leesbaar is. Omgaan met brandstof1. Veiligheidssticker (onderdeelnummer X505-000140) GEVAARBlijf altijd uit de buurt van vuur als u brandstof bijvult.Brandstof is licht ontvlambaar en kan door een verkeerde omgang ermee tot brand leiden.
Wees uiterstvoorzichtig bij het mengen, opslaan of omgaan met brandstof, om ernstig letsel te voorkomen. Neemde volgende instructies in acht.Roken en open vuur is verboden bij het bijvullen van brandstof.Niet bijvullen als de motor nog warm is of nog draait. Als u dat doet, kan de brandstof ontbranden en brand veroorzaken, wat brandwonden tot gevolg kan hebben.Het reservoir en de vulplaatsGebruik een goedgekeurd brandstofreservoir.De brandstoftanks/blikken kunnen onder druk staan. Draai brandstoftankdoppen altijd langzaam los zodat het druk-verschil geleidelijk wordt opgeheven.VUL GEEN brandstof bij in een afgesloten ruimte. Vul de brandstoftank ALTIJD in de buitenlucht en op onbegroeide grond.
7Veilig gebruik van uw productGebruik van de motorGemorste brandstof kan brand veroorzakenNeem bij het bijvullen van brandstof de volgende voorzorgsmaatregelen inacht:Vul de tank niet tot aan de vulopening. Houd de brandstof op het voorge-schreven niveau (tot aan de onderzijde van de vulhals van de brandstof-tank). Dep eventuele overgelopen of gemorste brandstof op. Draai de brandstofdop na het vullen goed dicht. Gemorste brandstof kan brand en brandwonden veroorzaken als deze ont-brandt. Start de motor niet op de plaats waar u brandstof hebt bijgevuldStart de motor niet op de plaats waar u het bijvullen van de brandstof hebt uitgevoerd. Ga ten minste 3 meter van de plaats staan waar u de brandstof hebt bijgevuld voordat u de motor start. Brandstof die tijdens het bijvullen is gemorst, kan brand veroorzaken indien deze ontbrandt.
Gelekte brandstof kan brand veroorzakenControleer of er geen lekkages zijn rondom de brandstofvulbuis, het rubber of de dop nadat brand-stof is bijgevuld. Indien u lekkende of uitlopende brandstof waarneemt, dient u onmiddellijk met het gebruik van het product te stoppen en contact op te nemen met uw dealer om de machine te laten repareren. Brandstoflekken kunnen brand veroorzaken. GEVAAR1. Brandstoftank 2.
Onderzijdevulhals WAARSCHUWINGDe motor startenNeem bij het starten van de motor extra aandachtig de volgende voorzorgsmaatregelen in acht:Controleer de machine op loszittende moeren en boutenControleer of er geen brandstoflekken zijnPlaats het product op een vlakke, goed geventileerde plaatsZorg voor genoeg ruimte rondom het product en laat geen personen of dieren toe in de buurt van het productStart de motor met de handgastrekker in de stationairstandHoud het product stevig tegen de grond als u de motor start Niet naleven van de voorzorgsmaatregelen kan een ongeval of letsel veroorzaken, of zelfs tot dodelijk letsel leiden.
Als de motor is gestart, dient u te controleren of er abnormale trillingen of geluiden zijnControleer of er abnormale trillingen of geluiden zijn als de motor is gestart. Gebruik het product niet als u abnormale trillingen of geluiden waarneemt. Neem contact op met uw dealer om de machine te laten repareren. Ongevallen waarbij onderdelen losraken en vallen, kunnen verwondingen of ernstig letsel veroorzaken. Geen hete onderdelen of onderdelen die onder hoge spanning staan aanraken wanneer het pro-duct in bedrijf isRaak de volgende hete onderdelen of onderdelen die onder hoge spanning staan niet aan terwijl het pro-duct in bedrijf is of kort nadat het product is gestopt. Geluiddemper, bougie, haakse overbrenging en andere hete onderdelen U kunt zich branden als u een heet onderdeel aanraakt.
Bougie, bougiekabel en andere onderdelen onder hoge spanning U kunt een elektrische schok krijgen als u onderdelen die onder hoge spanning staan, aanraakt terwijl het pro-duct in bedrijf is. Veiligheid heeft de hoogste prioriteit in geval van vuur of rookontwikkelingIndien er vuur uit de motor komt of uit een andere plaats dan de uitlaatopening, breng dan altijd eerst uzelf in veiligheid. Werp met een schop zand of gelijksoortig materiaal op het vuur om te voorkomen dat het zich ver-spreidt, of blus het met een brandblusser. Een paniekreactie kan ertoe leiden dat de brand zich uitbreidt en er grotere schade ontstaat.
8Veilig gebruik van uw productOmgaan met het productAlgemene voorzorgsmaatregelenUitlaatdampen zijn giftigDe uitlaatdampen van de motor bevatten giftige gassen. Gebruik dit product niet in afgesloten of andere slecht geventileerde ruimtes. De uitlaatdampen kunnen vergiftiging veroorzaken. Schakel de motor uit als u het product controleert of onderhoudtNeem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht als u het product controleert of onderhoudt na gebruik: Schakel de motor uit en probeer niet het product te controleren of te onderhouden voordat de motor is afgekoeld U kunt zich branden. Verwijder de bougiekap voordat u controle- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert Als het product onverwacht start, kan dit een ongeval veroorzaken. Bougie controlerenNeem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht wanneer u de bougie controleert.
Indien de elektroden of klemmen zijn versleten, of als de keramiek barsten vertoont, vervang deze dan door nieuwe onderdelen. De vonktest (om te controleren of de bougie voor ontsteking zorgt) moet door uw dea-ler worden uitgevoerd. De vonktest mag niet in de buurt van het bougiegat worden uitgevoerd. De vonktest mag niet worden uitgevoerd op plaatsen waar brandstof gemorst is of zich ontvlambare gassen bevin-den. U mag de metalen delen van de bougie niet aanraken De bougie kan brand veroorzaken of u een elektrische schok geven. WAARSCHUWING WAARSCHUWINGBedieningshandleidingLees aandachtig de bedieningshandleiding voordat u het product gaat gebruiken om er zeker van te zijn dat u het product correct bedient. Anders kan een ongeval of ernstig letsel het gevolg zijn. Gebruik dit product niet voor andere dan de hiervoor genoemde doeleinden.
U mag het product niet gebruiken voor doeleinden anders dan die beschreven in de bedieningshandleiding. Anders zou dit tot een ongeval of ernstig letsel kunnen leiden. Wijzigingen van het product zijn niet toegestaanU mag het product niet wijzigen.
Anders zou dit tot een ongeval of ernstig letsel kunnen leiden. Alle defecten die voortvloeien uit een wijziging van het productworden niet gedekt door de garantie van de fabrikant. Gebruik het product niet zonder dat het is gecontroleerd en onderhouden. U dient het product niet te onderhouden wanneer het niet is gecontroleerd en onderhouden. Zorg u er altijd voor dat het product regelmatig wordt gecontroleerd en onderhouden. Anders kan een ongeval of ernstig letsel het gevolg zijn. Uitlenen en overdragen van uw productIndien u het product dat beschreven staat in deze handleiding uitleent aan een derde, zorg u dan voor dat de persoon die het product leent ook de handleiding ontvangt. Indien u dit product overhandigt aan een derde, voeg er dan de bedieningshandleiding bij. Anders kan een ongeval of ernstig letsel het gevolg zijn.
Voorbereid zijn in geval van een verwondingZorg ervoor dat u bent voorbereid in het onwaarschijnlijke geval van een on-geval of verwondingEHBO-doosWindsels en zwachtels (om eventuele bloedingen te stoppen)Fluit of mobiele telefoon (om hulp in te roepen) Indien u geen eerste hulp kunt uitvoeren of hulp van anderen kunt vragen kan de verwonding verslechteren.
9Veilig gebruik van uw productVoorzorgsmaatregelen voor gebruik GEVAARHet product niet gebruiken wanneer het maaiaccessoire op het stationaire toerental draaitU dient het product niet te gebruiken wanneer het maaiaccessoire draait en de handgastrekker van de grastrimmer in de stand voor stationair toerental staat. Anders zou dit tot een ongeval of ernstig letsel kunnen leiden. De beschermkap niet verwijderenGebruik het product niet wanneer de beschermkap niet is aangebracht. Objecten die kunnen afketsen van het maaiaccessoire, kunnen tot een ongeval of ernstig letsel leiden. Het gebied binnen een straal van 15 m geldt als gevarenzoneHet gebied binnen een straal van 15 m geldt als gevarenzone. Neem bij gebruik van het product de volgende voorzorgs-maatregelen in acht. Laat geen kinderen en andere personen of dieren in de gevarenzone toe.
Wanneer een andere persoon binnen de gevarenzone komt, schakel dan de motor uit om de rotatie van het maaiac-cessoire te stoppen. Wanneer u de gebruiker benadert, waarschuw hem dan door van buiten de gevarenzone twijgjes in zijn richting te werpen en overtuig u ervan dat de motor is uitgeschakeld en dat het maaiaccessoire niet langer draait. Als er meerdere personen met het product werken, moet bepaald worden hoe zij met elkaar moeten communiceren en moeten zij op een afstand van ten minste 15 m van elkaar werken Objecten die van het maaiaccessoire afketsen, en aanraking van het maaiaccessoire kunnen blindheid of een dodelijk onge-val veroorzaken.
WAARSCHUWINGGebruikers van het productHet product mag niet gebruikt worden door:vermoeide mensenmensen die alcohol hebben gedronkenmensen die medicijnen gebruikenzwangere vrouwenmensen met een slechte fysieke conditiemensen die de bedieningshandleiding niet hebben gelezenkinderen Niet opvolgen van deze instructies kan een ongeval tot gevolg hebben.
Omgeving voor gebruik en bedieningGebruik het product niet op plaatsen waar u gemakkelijk kunt vallen, zoals op steile hellingen of ondergrond na re-genval. Gebruik het product niet 's avonds of op donkere plaatsen met een slecht zicht. Wanneer u het product op een licht hellend terrein gebruikt, werk dan met vlakke bewegingen en volg de contour van het terrein. Als u valt of uitglijdt, of het product niet correct bedient, kan dit ernstig letsel tot gevolg hebben. Voor uw eigen gezondheid en voor een veilige en comfortabele werkprocedure, dient u de machine te gebruiken bin-nen een temperatuurbereik van de buitenlucht van -5oC tot 40oC. Niet opvolgen van deze instructies kan schade voor de gezondheid tot gevolg hebben.
Motor uitschakelen als u zich verplaatstWanneer u zich in de onderstaande situaties verplaatst, schakel dan de motor uit en overtuig u ervan dat het maaiac-cessoire niet langer draait, draai vervolgens de geluiddemper in een richting van u af. Verplaatsen naar de plaats waar u de werkzaamheden wilt verrichtenVerplaatsen naar een andere locatie tijdens het verrichten van de werkzaamhedenDe plaats verlaten waar u de werkzaamheden hebt verricht Het niet opvolgen van deze instructies kan brandwonden of ernstig letsel tot gevolg hebben. Indien u het product met de auto transporteert, maak dan de brandstoftank leeg en zet het product stevig vast om verschuiven te voorkomen. Rijden met de auto terwijl de brandstoftank van de grastrimmer is gevuld, kan brand tot gevolg hebben.
10Veilig gebruik van uw productTrillingen en kouHet vermoeden bestaat dat een aandoening genaamd Fenomeen van Raynaud, die van invloed is op de vingers vanbepaalde personen, wordt veroorzaakt door blootstelling aan trillingen en kou. Blootstelling aan trillingen en kou kaneen tintelend en branderig gevoel veroorzaken, waardoor de vingers bleek en gevoelloos worden. De volgende voor-zorgsmaatregelen worden ten zeerste aangeraden omdat niet bekend is bij welke mate van blootstelling de verschijn-selen optreden. Houd uw lichaam warm; met name hoofd en nek, voeten en enkels, en handen en polsen. Zorg voor een goede doorbloeding door tijdens regelmatige werkonderbrekingen krachtige armbewegingen te ma-ken en door niet te roken. Beperk het aantal uren dat u met de machine werkt.
Probeer elke dag een aantal werkzaamheden te verrichten waarbij u niet hoeft te werken met de trimmer of andere handbediende apparatuur. Hebt u last van pijnlijke, rode en opgezwollen vingers, gevolgd door verbleken en gevoelloosheid van de vingers, raadpleeg dan een arts alvorens u zich opnieuw blootstelt aan kou en trillingen. Niet opvolgen van deze instructies kan schade voor de gezondheid tot gevolg hebben. RSI-aandoeningen (herhalingsoverbelasting)Het vermoeden bestaat dat overbelasting van de spieren en pezen in de vingers, handen, armen en schouders kan lei-den tot irritatie, zwellingen, gevoelloosheid, slapheid en extreme pijn in de zojuist genoemde lichaamsdelen. Bepaaldeherhalende handbewegingen zorgen voor een hoger risico van het ontwikkelen van herhalingsoverbelasting (RSI).
Doehet volgende om de kans op RSI te verkleinen:Vermijd het gebruik van uw pols in gebogen, uitgestrekte of verdraaide positie. Neem regelmatig een pauze om herhaling tot een minimum te beperken en om de handen te laten rusten. Verminder de snelheid en de kracht waarmee u herhalingsbewegingen maakt. Doe oefeningen om de hand- en armspieren te verstevigen.
Raadpleeg een arts indien u last hebt van een tintelend gevoel, gevoelloosheid of pijn in vingers, handen, polsen en armen. Hoe eerder RSI wordt vastgesteld, des te beter kunnen permanente zenuw- en spierbeschadigingen worden voorkomen. Niet opvolgen van deze instructies kan schade voor de gezondheid tot gevolg hebben. Juiste instructieZorg dat niemand de machine gebruikt zonder de juiste instructies en een veiligheidsuitrusting. Zorg dat u precies weet hoe de machine wordt bediend en gebruikt. Weet hoe u de machine moet stoppen en de motor moet afzetten. Zorg dat u weet hoe een machine snel van het harnas kan worden losgemaakt. Zorg dat niemand de machine gebruikt zonder de juiste instructies.
WAARSCHUWING WAARSCHUWINGVreemde voorwerpen en obstakels van het terrein verwijderen voordat u methet product gaat werkenControleer, voordat u met de werkzaamheden begint, het terrein waar u gaat werken en verwijder eventuele steentjes en lege blikjes die van het maaiaccessoire kunnen afketsen, alsmede stukjes touw of draad die zich om het maaiaccessoire kunnen wik-kelen. Er kan een ongeval of ernstig letsel veroorzaakt worden als vreemde voorwerpen van het maaiaccessoire afketsen of als draad of ander materiaal dat zich om het product gewonden heeft, weggeslingerd wordt. Het maaiaccessoire niet omhooghouden wanneer u met het product werktHoud het maaiaccessoire niet omhoog wanneer u met het product werkt. U moet niet werken met het maaiaccessoire hoger dan kniehoogte geheven.
Wanneer het maaiaccessoire hoger dan kniehoogte wordt geheven, bevindt het rotatievlak zich dichter bij het gelaat en ieder voorwerp dat van het maaiaccessoire wordt weggeslingerd, kan een ongeval of ernstig letsel veroorzaken. De motor onmiddellijk uitschakelen als er iets verkeerd gaatSchakel in de volgende situaties de motor onmiddellijk uit en overtuig u ervan dat het maaiaccessoire gestopt is, voor-dat u onderdelen van het product gaat controleren.
Vervang alle beschadigde onderdelen. Wanneer het maaiaccessoire tijdens het werk een steen, boom, paal of ander soortgelijk obstakel raakt. Wanneer het product plotseling abnormaal begint te trillen. Het blijven gebruiken van defecte onderdelen kan een ongeval of ernstig letsel tot gevolg hebben.
11Veilig gebruik van uw productVoorzorgsmaatregelen met betrekking tot het maaiaccessoire1. Met nylondraadkopBeschermende uitrusting GEVAARStop de motor altijd indien het maaiaccessoire geblokkeerd raakt. Probeer het voorwerp dat de blokkering veroorzaaktniet te verwijderen terwijl de motor loopt. Wanneer een blokkering wordt verholpen en het maaiaccessoire plotselingstart, kan dit ernstig letsel tot gevolg hebben. WAARSCHUWINGGebruik het juiste maaiaccessoireOnjuist gebruik van het maaiaccessoire kan leiden tot ernstig letsel. Lees alle veiligheidsinstructies die in deze hand-leiding worden beschreven en volg ze op. Gebruik alleen maaiaccessoires die zijn aanbevolen door YAMABIKO CORPORATION. Gebruik alleen een nylondraadkop. Gebruik nooit een metalen snijblad. Anders kan een ongeval of ernstig letsel het gevolg zijn.
Wanneer er zich na het afstellen van de lengte van de nylondraad te veel nylondraad achter het afsnijmes bevindt, kan het draad eraf schieten zodra de nylondraadkop begint te roteren. Dit kan een ongeval of letsel veroorzaken. Niet in de buurt van auto's of voetgangers maaienWees uitermate voorzichtig wanneer u op open plekken en gravel maait, omdat de draad kleine steentjes met hoge snel-heden kan wegschieten. De beschermkap op de machine kan geen voorwerpen tegenhouden die tegen harde opper-vlakken schieten of afketsen. Anders kan een ongeval of ernstig letsel het gevolg zijn. Vermijd dradenTrim nooit in gebieden waar het omheiningsdraad kapot is. Verwijder het kapotte draad of neem ruim afstand van hetgebied. Draag een geschikte veiligheidsuitrusting. Vermijd maaihandelingen wanneer u niet kunt zien wat er door hetmaaiaccessoire wordt gemaaid.
Anders kan een ongeval of ernstig letsel het gevolg zijn. LET OP. Gebruik alleen flexibel, niet-metalen draad dat door de YAMABIKO CORPORATION wordt aanbevolen.
WAARSCHUWINGDraag beschermende uitrustingDraag altijd de volgende beschermende uitrusting wanneer u met de grastrimmerwerkt. a Hoofdbescherming (helm): Beschermt het hoofdb Oorbeschermers of oordoppen: Beschermen het gehoorc Veiligheidsbril: Beschermt de ogend Gelaatsscherm: Beschermt het gelaate Veiligheidshandschoenen: Beschermen de handen tegen kou en trillingenf Passende werkkleding (lange mouwen, lange broek): Beschermt het lichaamg Stevige antisliplaarzen (met veiligheidsneus) of antislipschoenen (met veilig-heidsneus): Beschermen de voetenh Scheenbescherming: Beschermt de benen Niet naleven van de voorzorgsmaatregelen kan oog- of gehoorbeschadiging of ander ernstig letsel tot gevolg hebben. Gebruik indien nodig de onderstaand vermelde veiligheidsuitrusting. Mondkap: Beschermt de ademhalingsorganenBijennet: Beschermt tegen aanvallen van bijen.
12Veilig gebruik van uw productBeschermende kleding dragenDraag geen stropdassen, sieraden of losse kleding die door de machine kunnen wordengegrepen. Draag geen schoeisel zonder neus (slippers, sandalen etc.), loop niet bloots-voets of met blote benen. In bepaalde situaties kan de totale bescherming van gezicht enhoofd noodzakelijk zijn. Niet naleven van de voorzorgsmaatregelen kan oog- of gehoorbeschadiging of ander ernstig letsel tot gevolg hebben. WAARSCHUWING
14BeschrijvingBeschrijving1. Haakse overbrenging Voorzien van twee tandwielen om de hoek van de roterende as te veranderen.2. Maaiaccessoire3. Beschermkap Voorziening waarmee de gebruiker wordt beschermd tegen onvoorzien contact met de snij-kop en gelanceerde voorwerpen.4. Asbuis Deel van de machine dat de behuizing voor de krachtoverbrengingsas vormt.5. Rondhandgreep Lichtgewicht, geschikt voor de trim-mer met nylondraad.6. U-vormige handgreep Heeft dezelfde configuratie als een fietsstuur om de kracht die nodig is voor het werken met de machine te verminderen in vergelijking met een rondhandgreep.7. Ophangpunt Voorziening waaraan het harnas kan wor-den vastgehaakt.8. Schouderharnas Verstelbare riemen om de machine aan op te hangen.9. Handgastrekker Wordt door de vinger van de gebrui-ker geactiveerd om het motortoerental te regelen.10. Ontstekingsschakelaar11.
Handgastrekkerblokkering Blokkeert de handgas-trekker in de stationaire stand totdat u met uw rechter-hand een stevige grip hebt om de handgreep.12. Luchtfilterdeksel Dekt het luchtfilter af.13. Brandstoftankdop Voor het afsluiten van de brandstof-tank.14. Brandstoftank Bevat brandstof en een brandstoffilter.
WAARSCHUWINGLees de bedieningshandleiding aandachtig door om ervoor te zorgen dat u het product correctmonteert. Gebruik van een product dat niet correct is gemonteerd, kan tot een ongeval of ernstig letsel leiden. LET OP!Monteer de handgreep zodanig dat er geen veiligheidsstickers worden afgedekt.1. Kussen 2. UitsteekselOPMERKINGHoud de handgreep voor de positie die op het etiket is aange-geven!1. Hendel2. Vierkante moer3. Veiligheidsstang4. Bout5. Kussen6. Klem7. Buitenste buis1. PijlrichtingBELANGRIJKZorg ervoor dat de pijl op de handgreep naar de tandwielkast is gericht.
16Voordat u begintU-handgreep1. Gebruik de L-sleutel van 4 mm om de bevestigingsschroe-ven van de onderste kap van de stuurbeugel los te draaien. Verwijder de kap uit de beugel en let op de positie van de twee afstandhouders tussen de twee beugelhelften.2. Plaats de handgreep op de buitenste buis vóór het stuurpo-sitioneringslabel, zoals in de afbeelding wordt getoond. Monteer de onderste kap weer op de stuurbeugel, in de om-gekeerde volgorde van demontage.3. Plaats de handgreep zodanig dat optimaal bedieningsge-mak is gewaarborgd.4. Draai de twee bevestigingsschroeven van de onderste kap stevig vast.5. Zet de kabel met de 2 bandjes vast op de buitenste buis, zo-als weergegeven in de afbeelding. De 2 bandjes bevinden zich in het zakje met gereedschap.Vrije spelling gashendel afstellenDe speling van de gashendel dient ongeveer 4-6 mm te bedra-gen.
Controleer of de gashendel soepel werkt zonder dat hij vast-loopt. Als de speling moet worden aangepast, volg dan deonderstaande procedures en illustraties.1. Draai de knoppen van het luchtfilterdeksel los en verwijder het luchtfilterdeksel.2. Draai de borgmoer op de kabelafsteller los.3. Draai de kabelafsteller losser of vaster om de benodigde speling van 4-6 mm te verkrijgen.4. Haal de borgmoer aan.5. Plaats het luchtfilterdeksel terug.1. Bevestigingsschroef onderste kap2. Onderste kap3. Afstandhouder4. Stuurpositioneringsla-bel5. Band6. Stuur7. Motor1. Kabelafsteller 2. Borgmoer
17Voordat u begintMontage beschermkap maaiaccessoireBeschermkap maaiaccessoire1. Plaats de beschermkap voor het maaiaccessoire tussen de buitenste buis en de montageplaat voor de beschermkap van het maaiaccessoire.2. Breng de twee vulringen en de beugel aan over de buitenste buis en draai de vier inbusschroeven er losjes in.3. Zet de beschermkap voor het maaiaccessoire vast door de vier inbusschroeven vast te draaien.Onderkap (wanneer een trimmerkop wordt gebruikt)(raadpleeg uw dealer). 1. Bevestig het verlengstuk van de beschermkap aan de be-schermkap van het maaiaccessoire.Trimmerkop monteren1. Draai het product om zodat de uitgaande as van de tandwiel-kast naar boven wijst.2. Verwijder de bevestigingsschroef van de uitgaande as.1. Inbusschroef2. Beugel3. Vulring4. Klemschroef5. Buitenste buis6. Beschermkap maai-accessoire7. Vulring8. Montageplaat be-schermkap maaiac-cessoire9.
18Voordat u begint3. Draai de houder totdat het gat in de houder is uitgelijnd met de inkeping op de tandwielkast. Gebruik het lange eind van de L-sleutel om de houder en uitgaande as te vergrendelen.4. Schroef terwijl u de L-sleutel vasthoudt de maaikop op de uitgaande as en draai hem tegen de klok in. Druk de maai-kop met de hand stevig op de uitgaande as.5. Verwijder de L-sleutel.6. Stel de maaidraadlengte zo in dat die niet voorbij het draad-afsnijdmes op de beschermkap van het maai-accessoire reikt. Snijd hem zonodig tot de juiste lengte bij.UitbalancerenSchouderharnas verstellen1. Bevestig de harnashaak aan de ophanging op de buitenste buis.2. Draag het schouderharnas op zo'n manier dat de haak aan uw rechterzijde blijft.3. Stel de lengte van het schouderharnas zodanig af dat u de machine comfortabel kunt vasthouden en bedienen.1.
L-sleutel WAARSCHUWINGDit product is ontworpen voor verschillende lichaamsgrootten, maar voor zeer lange personen kan de machine moge-lijk niet worden afgesteld.Gebruik de machine niet indien uw voeten het maaiaccessoire kunnen raken wanneer de machine aan het harnas isbevestigd.BELANGRIJKHet uitbalanceren kan worden beïnvloed door de lichaamsgrootte van een persoon. Tevens is het mogelijk dat bij sommige ma-chines de uitbalanceringsprocedure bij sommige personen niet werkt. Indien het schouderharnas niet past of niet goed kan wor-den versteld, neem dan contact op met uw dealer.1. SchouderharnasBELANGRIJKStel het schouderharnas zodanig af dat de schoudersteun comfortabel op uw andere schouder rust en de maaibaan van het maaiaccessoire parallel loopt met de grond. Controleer of alle haken en afstellingsmechanismen zijn vergrendeld.
WAARSCHUWINGDraag altijd een schouderharnas als u dit product met een blad gebruikt.OPMERKINGWanneer u een schouderharnas gebruikt met een bosmaaier heeft u goede controle over het product en raakt u minder snel vermoeid bij langdurige werkzaamheden.
19Voordat u begintBrandstof voorbereidenBrandstof Als brandstof wordt een mengsel gebruikt van normale benzi-ne met motorolie voor luchtgekoelde tweetakt motoren van een gerenommeerd merk. Loodvrije benzine met een octaan-getal van minimaal 89 wordt aanbevolen. Gebruik geen brand-stof die methylalcohol of meer dan 10 % ethylalcohol bevat. Aanbevolen mengverhouding: 50 : 1 (2%) voor ISO-L-EGD (ISO/CD 13738), JASO FC, FD en Shindaiwa One 50 : 1 olie. - Meng de benzine en de olie niet direct in de brandstoftank. - Voorkom dat brandstof of olie wordt gemorst. Veeg ge-morste brandstof altijd op. - Ga altijd voorzichtig met brandstof om; brandstof is bijzon-der ontvlambaar. - Bewaar brandstof altijd in een geschikt reservoir. Brandstofvoorraad Altijd bijvullen in een goed geventileerde ruimte. Vul geen brandstof bij in een afgesloten ruimte.
Plaats het product en de bijvultank op de grond als u gaat bij-vullen. Vul het product niet bij op een laadplatform van een vrachtauto of op andere, soortgelijke plaatsen. Wanneer u de brandstof bijvult, dient de brandstof onder het schouderniveau aan de onderzijde van de vulhals van de brandstoftank te blijven. Er is een drukverschil tussen de brandstoftank en de buiten-lucht. Wanneer u de brandstof bijvult, dient u de brandstof-tankdop langzaam open te draaien om het drukverschil geleidelijk op te heffen. Veeg gemorste brandstof altijd op. Ga ten minste 3 meter van de plaats staan waar u de brand-stof hebt bijgevuld, voordat u de motor aanzet. Bewaar de bijvultank op een beschutte plaats en op een veili-ge afstand van vuur. GEVAARBrandstof is licht ontvlambaar en kan door een verkeerde omgang ermee tot brand leiden.
Controleer, nadat brandstof is bijgevuld, of de brandstoftankdop goed vast zit en vergeet niet te controleren of er brandstof wordt gelekt of wegloopt rondom de brandstofvulbuis, het rubber of de dop. Indien u lekkende of uitlopende brandstof waarneemt, dient u onmid-dellijk met het gebruik van het product te stoppen en contact op te nemen met uw dealer om de machine te laten repareren. Als de brandstof ontbrandt, kan dit brandwonden en brand veroorzakenLET OPEr is een drukverschil tussen de brandstoftank en de buitenlucht. Wanneer u de brandstof bijvult, dient u de brandstof-tankdop langzaam open te draaien om het drukverschil geleidelijk op te heffen. Anders kan wordt de brandstof mogelijk naar buiten gespoten. OPMERKINGBrandstof veroudert naarmate deze langer wordt bewaard. Meng niet meer brandstof dan u in dertig (30) dagen nodig denkt tehebben.
20MotorbedieningMotorbedieni ngDe motor startenStarten van een koude motor(Sluit de bougiekap aan als het product langere tijd in opslag isgeweest) De startprocedure is verschillend voor een koude of warme mo-tor. Een koude motor wordt als volgt gestart. 1. Plaats het product op een horizontaal oppervlak, ondersteun het met een balk of ander geschikt hulpmiddel en controleer of het maaiaccessoire niet in aanraking komt met het grond-oppervlak of een andere hindernis. 2. Controleer of er geen brandstoflekkages zijn. 3. Zet de ontstekingsschakelaar in de stand Start. 4. Controleer of de handgastrekker in de stationairstand staat. 5. Zet de chokehendel in de stand Dicht. 6. Druk beurtelings op de opvoerpomp en laat hem weer los totdat er brandstof in de pomp wordt aangezogen. 7.
Controleer of het gebied rondom u veilig is, houd de trimmer zo dicht mogelijk bij de motor stevig vast zoals in de afbeel-ding wordt getoond, en trek enkele malen aan de starter-greep. 8. Zet, wanneer u een plofgeluid hoort en de motor direct stopt, de chokehendel in de stand Open en blijf aan de starter-greep trekken om de motor te starten. 9. Als de motor direct start wanneer u de instructies in boven-genoemde stap 7 uitvoert, beweegt u de chokehendel lang-zaam weer naar de stand Open. 10. Laat de motor een tijdje stationair warmdraaien. WAARSCHUWINGAls u de motor start, neem dan de voorzorgsmaatregelen in acht die zijn beschreven vanaf pagina 4in het hoofdstuk "Veilig gebruik van uw product" om zeker te zijn dat u het product correct bedient.
Als het maaiaccessoire ook roteert wanneer de handgastrekker bij het starten van de motor in de stationairstand staat, stel dan de carburateur goed af voordat u het product gebruikt. Niet naleven van de voorzorgsmaatregelen kan een ongeval of letsel veroorzaken, of zelfs tot dodelijk letsel leiden. OPMERKING Trek de startergreep eerst zachtjes, en dan sneller uit. Trek het starterkoord niet verder dan 2/3 van de lengte uit.
21MotorbedieningOpwarmen van de motor1. Laat de motor zodra deze is gestart gedurende 2 tot 3 minu-ten warmdraaien in de stationaire stand (d.w.z. laag toeren-tal).2. Het warmdraaien van de motor helpt bij een betere smering van de inwendige onderdelen. Laat de motor volledig opwar-men, vooral als het koud is.3. Laat de motor nooit draaien zonder dat het maaiaccessoire is aangebracht. Starten van een warme motor1. Zet de ontstekingsschakelaar in de stand Start.2. Controleer of de handgastrekker in de stationairstand staat.3. Controleer of de chokehendel in de stand Open staat.4. Is er geen brandstof te zien in de opvoerpomp, druk dan beurtelings op de opvoerpomp en laat hem weer los totdat er brandstof in de pomp wordt aangezogen.5.
Controleer of het gebied rondom u veilig is, houd de trimmer zo dicht mogelijk bij de motor stevig vast en trek aan de star-tergreep om de motor te starten.De motor stoppen1. Zet de handgastrekker in de stand voor stationair toerental en laat de motor gedurende circa 2 minuten stationair (met laag toerental) draaien.2. Zet de ontstekingsschakelaar in de stand Stop.3. Stop de motor in een noodsituatie onmiddellijk met behulp van de ontstekingsschakelaar.4. Als de motor niet stopt, zet de chokehendel dan in de stand "Koude start".
De motor zal dan afslaan en tot stilstand ko-men (noodstop).∗ Wanneer de motor niet stopt nadat de ontstekingsschakelaar is bediend, moet de ontstekingsschakelaar door uw dealer ge-controleerd en gerepareerd worden voordat u het product weer mag gebruiken.Koppel altijd de bougiekabel los van de bougie om er zeker vante zijn dat de motor niet kan starten voordat u met de machinewerkt of deze onbewaakt achterlaat.1. Ontstekingsschakelaar2. Handgastrekker3. Handgastrekkerblokke-ring1. Ontstekingsschakelaar 2. Handgastrekker
22MaaienMaaien Gebruik het product nooit met één hand. Klem de handgrepen stevig vast tussen uw duim en overige vingers. Bevestig de trimmer altijd op de juiste manier met het schou-derharnas. Het schouderharnas kan in noodgevallen snel worden losge-koppeld. Trek in geval van nood krachtig aan het lipje voor noodgevallen bij de haak. De machine wordt dan ontgrendeld van de band.Basismaaiwerk bij gebruik van de nylondraadkopBedrijfstoerentallen motorVoer de grasmaaiwerkzaamheden met volgas uit.De basismaaihandelingenDe basismaaihandelingen die zijn afgebeeld, zijn:Trimmen, afmaaien, aftoppen en kanten van gazons maaien.Deze handelingen omvatten het volgende:MaaienDit houdt in dat u de trimmer voorzichtig bij het materiaal brengtdat u wilt maaien. Kantel de kop licht zodat de afvaldeeltjes vanu vandaan worden geleid.
Indien u materiaal maait dat zich tegeneen barrière bevindt, zoals een hek, muur of boom, gebruik daneen hoek waarbij afvaldeeltjes die tegen de barrière aankomen,van u vandaan worden geleid.Verplaats de nylondraadkop langzaam totdat het gras tot aan debarrière wordt gemaaid, maar vermijd contact tussen de draad ende barrière. Wanneer u gras maait in de buurt van draadgaas ofharmonicagaas, maai dan slechts tot aan het gaas. Indien u tever gaat, knapt de draad af op het gaas. GEVAARStop de motor altijd indien het maaiaccessoire geblokkeerd raakt. Probeer het voorwerp dat de blokkering veroorzaaktniet te verwijderen terwijl de motor loopt. Wanneer een blokkering wordt verholpen en het maaiaccessoire plotselingstart, kan dit ernstig letsel tot gevolg hebben.1.
Lipje voor noodgevallen LET OP!Als de trimmer zonder beschermkap voor het maaiac-cessoire en met overmatige draadlengte wordt ge-bruikt, kan de koppeling voortijdig defect raken.Bij gebruik met lage toerentallen kan de koppeling voor-tijdig defect raken.1. Hoek met muur2. Afvaldeeltjes3. Meszijde omhoog ge-richt4. Hoek met grond
23MaaienTrimmen is bedoeld om de stengels van onkruid een voor een temaaien. Houd de nylondraadkop onderaan tegen het onkruid,nooit hoger, anders kan het onkruid heen en weer bewegen en inde draad blijven haken. In plaats van het onkruid in één keer doorte snijden, gebruikt u het uiterste uiteinde van de draad om lang-zaam door de stengel te snijden. AfmaaienDit houdt het maaien van grote grasvlakten in door de trimmer ineen horizontale boog te zwaaien. Maak een vloeiende, gemakke-lijke beweging. Probeer het gras niet te af te hakken. Kantel denylondraadkop zodat de afvaldeeltjes tijdens de maaibewegingvan u vandaan worden weggeworpen. Ga vervolgens zondergras te maaien terug voor een volgende maaibeweging. Indien ugoed bent beschermd en het niet erg vindt als afvaldeeltjes in uwrichting worden geslingerd, kunt u in beide richtingen maaien.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Shindaiwa T310S stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Grastrimmer Shindaiwa
Handleiding Grastrimmer
Nieuwste handleidingen voor Grastrimmer