Shindaiwa F226S Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Shindaiwa F226S (28 pagina’s), behorend tot de categorie Grastrimmer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 16 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Shindaiwa F226S of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Shindaiwa |
| Categorie: | Grastrimmer |
| Model: | F226S |
Handleiding Shindaiwa F226S – volledige tekst
3Veilig gebruik van uw productVeilig gebruik van uw productBelangrijke informatie WAARSCHUWINGLees de bedieningshandleiding voordat u het product gaat gebruiken. Over uw bedieningshandleiding In deze handleiding vindt u de benodigde informatie voor de montage, de bediening en het onderhoud van uw pro-duct. Lees deze aandachtig en zorg ervoor dat u de inhoud begrijpt. Bewaar de handleiding altijd op een gemakkelijk bereikbare plaats. Indien u de bedieningshandleiding hebt verloren of deze onleesbaar is geworden, schaf dan een nieuw exemplaar aan bij uw dealer. De eenheden die worden gebruikt in deze handleiding zijn SI-eenheden (International System of Units). De cijfers tus-sen haakjes zijn referentiewaarden en er kan, in enkele gevallen, sprake zijn van kleine omrekenfouten. Anders kan een ongeval of ernstig letsel het gevolg zijn.
Juist gebruik van dit product Dit product is een krachtige lichtgewichtmachine met een benzinemotor, ontworpen om op moeilijk bereikbare plaat-sen onkruid te verwijderen en gras te maaien. Gebruik deze machine niet voor andere dan de hiervoor genoemde doeleinden. Wijzigingen van de inhoud van deze handleiding bij upgrades van het product zonder voorafgaande kennisgeving zijn voorbehouden. Sommige gebruikte illustraties kunnen verschillen van het product om de uitleg te verduidelij-ken. Raadpleeg uw dealer in het geval van onduidelijkheden of problemen. Anders kan een ongeval of ernstig letsel het gevolg zijn. Wijzigingen van het product zijn niet toegestaan U mag het product niet wijzigen. Anders zou dit tot een ongeval of ernstig letsel kunnen leiden. Alle defecten die voortvloeien uit een wijziging van het product worden niet gedekt door de garantie van de fabrikant.
Gebruik het product niet zonder dat het is gecontroleerd en onderhouden U dient het product niet te onderhouden wanneer het niet is gecontroleerd en onderhouden.
Zorg u er altijd voor dat het product regelmatig wordt gecontroleerd en onderhouden. Anders kan een ongeval of ernstig letsel het gevolg zijn. Uitlenen en overdragen van uw product Indien u het product dat beschreven staat in deze handleiding uitleent aan een derde, zorg u dan voor dat de persoon die het product leent ook de handleiding ontvangt. Indien u dit product overhandigt aan een derde, voeg er dan de bedieningshandleiding bij. Anders kan een ongeval of ernstig letsel het gevolg zijn.
Gebruikers van het product Het product mag niet gebruikt worden door: vermoeide mensen mensen die alcohol hebben gedronken mensen die medicijnen gebruiken zwangere vrouwen mensen met een slechte fysieke conditie mensen die de bedieningshandleiding niet hebben gelezen kinderen Houd er rekening mee dat de gebruiker verantwoordelijk is voor ongevallen van of gevaren voor andere personen of hun eigendommen. Niet naleven van deze instructies kan een ongeval tot gevolg hebben. Het ontstekingssysteem van dit product genereert elektromagnetische velden tijdens de werking. Magnetische vel-den kunnen invloed hebben op pacemakers of pacemakers ontregelen. Om gezondheidsrisico's te verminderen, ra-den we aan dat gebruikers van pacemakers hun arts en de fabrikant van de pacemaker raadplegen voordat ze dit product gebruiken.
4Veilig gebruik van uw productTrillingen en kou Het vermoeden bestaat dat een aandoening genaamd Fenomeen van Raynaud, die van invloed is op de vingers van bepaalde personen, wordt veroorzaakt door blootstelling aan trillingen en kou. Blootstelling aan trillingen en kou kan een tintelend en branderig gevoel veroorzaken, waardoor de vingers bleek en gevoelloos worden. De volgende voor-zorgsmaatregelen worden ten zeerste aangeraden omdat niet bekend is bij welke mate van blootstelling de ver-schijnselen optreden. Houd uw lichaam warm; met name hoofd en nek, voeten en enkels, en handen en polsen. Zorg voor een goede doorbloeding door tijdens regelmatige werkonderbrekingen krachtige armbewegingen te maken en door niet te roken. Beperk het aantal uren dat u met de machine werkt.
Probeer elke dag een aantal werkzaamheden te verrichten waarbij u niet hoeft te werken met de trimmer of andere handbediende apparatuur. Hebt u last van pijnlijke, rode en opgezwollen vingers, gevolgd door verbleken en gevoelloosheid van de vingers, raadpleeg dan een arts alvorens u zich opnieuw blootstelt aan kou en trillingen. Niet opvolgen van deze instructies kan schade voor de gezondheid tot gevolg hebben. RSI-aandoeningen (herhalingsoverbelasting) Het vermoeden bestaat dat overbelasting van de spieren en pezen in de vingers, handen, armen en schouders kan leiden tot irritatie, zwellingen, gevoelloosheid, slapheid en extreme pijn in de zojuist genoemde lichaamsdelen. Be-paalde herhalende handbewegingen zorgen voor een hoger risico van het ontwikkelen van herhalingsoverbelasting (RSI).
Doe het volgende om de kans op RSI te verkleinen: Vermijd het gebruik van uw pols in gebogen, uitgestrekte of verdraaide positie. Neem regelmatig een pauze om herhaling tot een minimum te beperken en om de handen te laten rusten. Vermin-der de snelheid en de kracht waarmee u herhalingsbewegingen maakt. Doe oefeningen om de hand- en armspieren te verstevigen.
Raadpleeg een arts indien u last hebt van een tintelend gevoel, gevoelloosheid of pijn in vingers, handen, polsen en armen. Hoe eerder RSI wordt vastgesteld, des te beter kunnen permanente zenuw- en spierbeschadigingen worden voorkomen. Niet opvolgen van deze instructies kan schade voor de gezondheid tot gevolg hebben. Juiste instructie Zorg dat niemand de machine gebruikt zonder de juiste instructies en een veiligheidsuitrusting. Zorg dat u precies weet hoe de machine wordt bediend en gebruikt. Weet hoe u de machine moet stoppen en de motor moet afzetten. Zorg dat u weet hoe een machine snel van het harnas kan worden losgemaakt. Zorg dat niemand de machine gebruikt zonder de juiste instructies. Niet opvolgen van deze instructies kan schade voor de gezondheid tot gevolg hebben. Beschermende kleding dragen. Draag uw haar zo dat het tot op uw schouders komt.
Draag geen stropdassen, sieraden of losse kleding die door de machine kunnen wor-den gegrepen. Draag geen schoeisel zonder neus (slippers, sandalen etc. ), loop niet blootsvoets of met blote benen. Niet opvolgen van de voorzorgsmaatregelen kan oog- of gehoorbeschadiging of ander ernstig letsel tot gevolg hebben. Draag beschermende uitrusting Draag altijd de volgende beschermende uitrusting wanneer u met de grastrimmer werkt. 1. Hoofdbescherming (helm): Beschermt het hoofd2. Oorbeschermers of oordoppen: Beschermen het gehoor3. Veiligheidsbril: Beschermt de ogen4. Gelaatsscherm: Beschermt het gelaat5. Veiligheidshandschoenen: Beschermen de handen tegen kou en trillingen6. Passende werkkleding (lange mouwen, lange broek): Beschermt het lichaam7. Stevige antisliplaarzen (met veiligheidsneus) of antislipschoenen (met vei-ligheidsneus): Beschermt de voeten8.
5Veilig gebruik van uw productWaarschuwingsmededelingenOverige aanduidingenSymbolenOmgeving voor gebruik en bedieningGebruik het product niet: onder slechte weersomstandigheden. op steile hellingen of onstabiele of glibberige oppervlakken. 's avonds of op donkere plaatsen met een slecht zicht. Wanneer u het product op een licht hellend terrein gebruikt, werk dan met vlakke bewegingen en volg de contour van het terrein. Als u valt of uitglijdt, of het product niet correct bedient, kan dit ernstig letsel tot gevolg hebben. Voor uw eigen gezondheid en voor een veilige en comfortabele werkprocedure, dient u de machine te gebruiken bin-nen een temperatuurbereik van de buitenlucht van -5 oC tot 40 oC. Niet opvolgen van deze instructies kan schade voor de gezondheid tot gevolg hebben.
Voorbereid zijn in geval van een verwonding Zorg ervoor dat u bent voorbereid in het onwaarschijnlijke geval van een ongeval of verwonding. EHBO-doos Windsels en zwachtels (om eventuele bloedingen te stoppen) Fluit of mobiele telefoon (om hulp in te roepen)Indien u geen eerste hulp kunt uitvoeren of hulp van anderen kunt vragen kan de verwonding verslechteren. Veiligheid heeft de hoogste prioriteit in geval van vuur of rookontwikkeling Indien er vuur uit de motor komt of uit een andere plaats dan de uitlaatopening, breng dan altijd eerst uzelf in veiligheid. Werp met een schop zand of gelijksoortig materiaal op het vuur om te voorkomen dat het zich ver-spreidt, of blus het met een brandblusser. Een paniekreactie kan ertoe leiden dat de brand zich uitbreidt en er grotere schade ontstaat. WAARSCHUWING GEVAAR WAARSCHU-WING LET OP.
Dit symbool in combinatie met het woord "WAARSCHUWING" vestigt de aandacht op handelingen of om-standigheden die ernstig lichamelijk letsel of de dood tot gevolg kunnen hebben. "LET OP" geeft aan dat er een poten-tieel gevaarlijke situatie is, die wan-neer die niet wordt vermeden, licht tot matig lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben. Het pictogram met een cirkel en een schuine streep geeft aan dat hetgeen wordt ge-toond, verboden is. OPMERKING BELANGRIJKDeze ingesloten boodschap bevat tips voor gebruik, verzorging en on-derhoud van het product. Omkaderde tekst met het woord " BELANGRIJK"bevat belangrijke in-formatie over het gebruik, de contro-le, het onderhoud en de opslag van het product dat beschreven staat in deze handleiding.
6Veilig gebruik van uw productDraag oog-, oor- en hoofdbe-schermingBewaar een afstand van 15 meter ten opzichte van om-standersDraag voetbescherming en handschoenenBenzine- en oliemengselNoodstopStand "Koude start" van cho-kehendel (choke dicht)Waarschuwing!Gelanceerde voorwerpen!Stand "In bedrijf" van choke-hendel (choke open)Waarschuwing, zwenkt zij-waarts uitAfstelling carburateur- Stationair toerentalGebruik zonder beschermkap niet toegestaanPas op voor plaatsen met hoge temperatuurGebruik van metalen snijbla-den niet toegestaanGegarandeerd geluidsvermo-genniveauGebruik het product niet op plaatsen met een slechte ven-tilatieMotor startenPas op voor vuurPas op voor elektrische schokken-Opvoerpomp (starten)Symboolvorm/vorm Symboolbeschrijving/toepas-singSymboolvorm/vorm Symboolbeschrijving/toepas-sing
7Veilig gebruik van uw productVeiligheidssticker(s) De veiligheidssticker, zoals hieronder getoond, is bevestigd aan de producten die in deze handleiding beschreven staan. Zorg ervoor dat u begrijpt wat de sticker betekent voordat u het product gaat gebruiken. Indien de sticker onleesbaar wordt door slijtage of beschadiging, of de sticker heeft losgelaten en is verloren, schaf dan een vervangende sticker bij uw dealer aan en bevestig de sticker op de plaats die in de onderstaande illustratie wordt getoond. Zorg ervoor dat de sticker altijd leesbaar is. 1. Veiligheidssticker (onderdeelnummer X505-000140)2. Veiligheidssticker (onderdeelnummer X505-002310)
8BeschrijvingBeschrijving1. Maaiaccessoire Nylondraadkop voor het maaien van gras en onkruid.2. Beschermkap Voorziening waarmee de gebruiker wordt beschermd tegen onvoorzien contact met de snij-kop en gelanceerde voorwerpen.3. Afsnijmes Snij hiermee de nylondraad door om de draadlengte aan te passen aan het desbetreffende zwad.4. Asbuis Deel van de machine dat de behuizing voor de krachtoverbrengingsas vormt.5. Rondhandgreep Lichtgewicht, geschikt voor de trim-mer met nylondraad.6. Ontstekingsschakelaar "Schuifschakelaar" aan de bo-venzijde van de behuizing van de handgastrekker; schuif de schakelaar naar voren in de RUN-stand en naar achteren in de STOP-stand.7. Handgastrekker Wordt door de vinger van de gebrui-ker geactiveerd om het motortoerental te regelen.8.
Handgastrekkerblokkering Blokkeert de hand-gastrekker in de stationaire stand totdat u met uw rech-terhand een stevige grip hebt om de handgreep.9. Handgreep Achterste (rechter) handgreep.10. Luchtfilterdeksel Dekt het luchtfilter af.11. Brandstoftank Bevat brandstof en een brandstoffilter.12. Brandstoftankdop Voor het afsluiten van de brandstof-tank.13. Starthendel Trek aan de hendel om de motor te star-ten.14. Geluiddemperkap Dekt de geluiddemper af, zodat de gebruiker het hete oppervlak van de geluiddemper niet kan aanraken.15. Bougie16. Veiligheidssticker17. Type en serienummer
9Voordat u begintVoordat u begintPaklijstMontageRondhandgreepPlaats de handgreep (A) in een comfortabele werkhouding endraai de schroeven (M5x35) (B) vast. Het maaiaccessoire moetzich 5 - 7,5 cm boven de grond bevinden en zo horizontaal mo-gelijk staan. De volgende onderdelen zijn apart verpakt in de doos. Als u de doos hebt uitgepakt, dient u de onderdelen te controleren. Neem contact op met uw dealer indien er iets ontbreekt of defect is.1. Motor en asbuis2. Vleugelmoer3. Sluitring4. Bout5. Beschermkap6. Nylondraadkop7. Bedieningshandleiding8. Rondhandgreep9. Borgpen10. Dopsleutel11. L-sleutel WAARSCHUWING Lees de bedieningshandleiding aandachtig door om ervoor te zorgen dat u het product correct mon-teert.Gebruik van een product dat niet correct is gemonteerd, kan tot een ongeval of ernstig letsel leiden.
10Voordat u begintBeschermkap monteren1. Verwijder de kunststof huls (B) van de uitgaande as (C). 2. Klik de beschermkap (D) vast op het lagerhuis (E). 3. Monteer de bout (F), sluitring (G) en vleugelmoer (H). Nylondraadkop monteren1. Verdraai de uitgaande as totdat de gaten in de bevestigings-plaat (A) en in het lagerhuis tegenover elkaar liggen. 2. Steek de borgpen (B) door deze gaten. 3. Monteer de nylondraadkop (C) op de uitgaande as door hem rechtsom te draaien. 4. Verwijder de borgpen. Brandstof voorbereiden WAARSCHUWING Het afsnijmes (A) op de beschermkap heeft scherpe randen. Vermijd aanraking met het mes bij het plaatsen of verwijderen van de draadkop. Anders kan een ernstig ongeval of letsel het gevolg zijn. GEVAAR Niet bijvullen als de motor nog warm is of nog draait. Roken en open vuur is verboden bij het bijvullen van brandstof.
Als u dat doet, kan de brandstof ontbranden en brand veroorzaken, wat brandwonden tot gevolg kan hebben. WAARSCHUWING Vul geen brandstof bij in een afgesloten ruimte. Vul de brandstoftank altijd in de buitenlucht en op onbegroeide grond. Vul het product niet bij op een laadplatform van een vrachtauto of op andere, soortgelijke plaatsen. De brandstoftanks/blikken kunnen onder druk staan. Draai brandstoftankdoppen altijd langzaam los zodat het druk-verschil geleidelijk wordt opgeheven. Anders kan wordt de brandstof mogelijk naar buiten gespoten. Dep eventuele overgelopen of gemorste brandstof op. Gemorste brandstof kan brand en brandwonden veroorzaken als deze ontbrandt. Controleer of er geen lekkages zijn rondom de brandstofvulbuis, het rubber of de dop nadat brandstof is bijgevuld.
Indien u lekkende of uitlopende brandstof waarneemt, dient u onmiddellijk met het gebruik van het product te stop-pen en contact op te nemen met uw dealer om de machine te laten repareren. Brandstoflekken kunnen brand veroorzaken. Bewaar de bijvultank op een beschutte plaats en op een veilige afstand van vuur.
Gebruik een goedgekeurd brandstofreservoir. BELANGRIJK Als brandstof wordt een mengsel gebruikt van normale benzine met motorolie voor luchtgekoelde tweetaktmotoren. Loodvrije benzine met minimaal octaangehalte van 89 wordt aanbevolen. Gebruik geen brandstof die methylalcohol of meer dan 10% ethylalcohol bevat. Brandstof veroudert naarmate deze langer wordt bewaard. Meng niet meer brandstof dan u binnen dertig (30) dagen nodig denkt te hebben.
11Voordat u begintBrandstof Aanbevolen mengverhouding: 50:1 (2%) voor ISO-L-EGD (ISO 13738), JASO FC, FD en aanbevolen shindaiwa-olie. Gebruik nooit tweetaktolie die bedoeld is voor watergekoelde motoren, motoren van motorfietsen. Meng de benzine en de olie niet direct in de brandstoftank.Brandstofvoorraad Vul de tank niet tot aan de vulopening (A). Houd de brandstof op het voorgeschreven niveau (tot aan de onderzijde van de vulhals (B) van de brandstoftank). Draai de brandstofdop na het vullen goed dicht.
12MotorbedieningMotorbedieningDe motor startenStarten van een koude motor(Sluit de bougiekap aan als het product langere tijd in opslag isgeweest. ) 1. Plaats het product op een horizontaal oppervlak, ondersteun het met een balk of ander geschikt hulpmiddel en controleer of het maaiaccessoire niet in aanraking komt met het grondoppervlak of een andere hindernis. 2. Zet de ontstekingsschakelaar (A) in de stand Start. 3. Controleer of de handgastrekker (D) in de stationairstand staat. 4. Zet de chokehendel (F) in de stand "Koude start" (E). 5. Druk beurtelings op de opvoerpomp (H) en laat hem weer los totdat er brandstof in de pomp wordt aangezogen. 6. Controleer of het gebied rondom u veilig is, houd de trimmer zo dicht mogelijk bij de motor stevig vast zoals in de afbeel-ding wordt getoond, en trek enkele malen aan de starter-greep (I). 7.
Zet, wanneer u een plofgeluid hoort en de motor direct stopt, de chokehendel in de werkstand "Run" (G) en blijf aan de startergreep trekken om de motor te starten. WAARSCHUWINGNeem bij het starten van de motor extra aandachtig de volgende voorzorgsmaatregelen in acht: Ga ten minste 3 meter van de plaats staan waar u de brandstof hebt bijgevuld. Plaats het product op een vlakke, goed geventileerde plaats. Controleer of er geen lekkages zijn. Controleer de machine op loszittende moeren en bouten. Zorg voor genoeg ruimte rondom het product en laat geen personen of dieren toe in de buurt van het product. Start de motor met de handgastrekker in de stationairstand. Houd het product stevig tegen de grond als u de motor start. Niet naleven van de voorzorgsmaatregelen kan een ongeval of letsel veroorzaken, of zelfs tot dodelijk letsel leiden.
Controleer of er abnormale trillingen of geluiden zijn als de motor is gestart. Gebruik het product niet als u abnormale trillingen of geluiden waarneemt. Neem contact op met uw dealer om de machine te laten repareren.
Ongevallen waarbij onderdelen losraken en vallen, kunnen verwondingen of ernstig letsel veroorzaken. De uitlaatdampen van de motor bevatten giftige gassen. Gebruik dit product niet in afgesloten of andere slecht geventileerde ruimtes. De uitlaatdampen kunnen vergiftiging veroorzaken. Raak geluiddemper, bougie, haakse overbrenging en andere hete onderdelen niet aan terwijl de motor draait of voor enige tijd nadat deze uit staat. U kunt zich branden als u een heet onderdeel aanraakt. Raak bougie, bougiekabel en andere onderdelen onder hoge spanning niet aan terwijl de motor draait. U kunt een elektrische schok krijgen als u onderdelen die onder hoge spanning staan, aanraakt terwijl het pro-duct in bedrijf is.
Als het maaiaccessoire ook roteert wanneer de handgastrekker bij het starten van de motor in de stationairstand staat, stel dan de carburateur goed af voordat u het product gebruikt. Niet naleven van de voorzorgsmaatregelen kan een ongeval of letsel veroorzaken, of zelfs tot dodelijk letsel leiden. OPMERKING Trek de startergreep eerst zachtjes, en dan sneller uit. Trek het starterkoord niet verder dan 2/3 van de lengte uit. Laat de startergreep niet los als deze terugveert.
13Motorbediening8. Als de motor niet stopt, beweegt u de chokehendel lang-zaam weer naar de stand "Run".9. Laat de motor een tijdje stationair warmdraaien. Starten van een warme motor1. Zet de ontstekingsschakelaar (A) in de stand Start.2. Controleer of de handgastrekker (D) in de stationairstand staat.3. Controleer of de chokehendel in de werkstand "Run" staat.4. Is er geen brandstof te zien in de opvoerpomp, druk dan beurtelings op de opvoerpomp en laat hem weer los totdat er brandstof in de pomp wordt aangezogen.5. Controleer of het gebied rondom u veilig is, houd de trimmer zo dicht mogelijk bij de motor stevig vast en trek aan de star-tergreep om de motor te starten.De motor stoppen1. Zet de handgastrekker (B) in de stand voor stationair toeren-tal en stel de motor in op stationair (laag toerental).2. Zet de ontstekingsschakelaar (A) in de stand Stop.3.
Stop de motor in een noodsituatie onmiddellijk met behulp van de ontstekingsschakelaar.4. Als de motor niet stopt, zet de chokehendel dan in de stand "Koude start". De motor zal dan afslaan en tot stilstand ko-men (noodstop). Wanneer de motor niet stopt nadat de ontstekingsschakelaar is bediend, moet de ontstekingsschakelaar door uw dealer ge-controleerd en gerepareerd worden voordat u het product weer mag gebruiken.5. Koppel altijd de bougiekabel los van de bougie om er zeker van te zijn dat de motor niet kan starten voordat u met de machine werkt of deze onbewaakt achterlaat.
14MaaienMaaien GEVAAR Stop de motor altijd indien er zich een verstopping in de maaiaccessoire voordoet. Wanneer een opstopping wordt verholpen en de maaiaccessoire plotseling start, kan dit ernstig letsel tot gevolg hebben. Gebruik het product niet wanneer de beschermkap niet is aangebracht. Objecten die kunnen afketsen van het maaiaccessoire, kunnen tot een ongeval of ernstig letsel leiden. Het gebied binnen een straal van 15 m geldt als gevarenzone. Neem bij gebruik van het product de volgende voorzorgsmaatregelen in acht. Laat geen kinderen en andere personen of dieren in de gevarenzone toe. Wanneer een andere persoon binnen de gevarenzone komt, schakel dan de motor uit om de rotatie van het maaiaccessoire te stoppen.
Wanneer u de gebruiker benadert, waarschuw hem dan door van buiten de gevarenzone twijgjes in zijn richting te werpen en overtuig u ervan dat de motor is uitgeschakeld en dat het maaiaccessoire niet langer draait. Als er meerdere personen met het product werken, moet bepaald worden hoe zij met elkaar moeten communiceren en moeten zij op een afstand van ten minste 15 m van elkaar werken. Objecten die van het maaiaccessoire afketsen, en aanraking van het maaiaccessoire kunnen blindheid of een dodelijk onge-val veroorzaken. WAARSCHUWING Controleer, voordat u met de werkzaamheden begint, het terrein waar u gaat werken en ver-wijder eventuele steentjes en lege blikjes die van het maaiaccessoire kunnen afketsen, als-mede stukjes touw of draad die zich om het maaiaccessoire kunnen wikkelen.
Er kan een ongeval of ernstig letsel veroorzaakt worden als vreemde voorwerpen van het maaiac-cessoire afketsen of als draad of ander materiaal dat zich om het product gewonden heeft, wegge-slingerd wordt. Schakel in de volgende situaties de motor onmiddellijk uit en overtuig u ervan dat het maaiaccessoire gestopt is, voordat u onderdelen van het product gaat controleren. Vervang alle beschadigde onderdelen.
Wanneer het maaiaccessoire tijdens het werk een steen, boom, paal of ander soortgelijk obstakel raakt. Wanneer het product plotseling abnormaal begint te trillen. Het blijven gebruiken van defecte onderdelen kan een ongeval of ernstig letsel tot gevolg hebben. Houd het maaiaccessoire niet omhoog wanneer u met het product werkt. U moet niet werken met het maaiaccessoire hoger dan kniehoogte geheven. Wanneer het maaiaccessoire hoger dan kniehoogte wordt geheven, bevindt het rotatievlak zich dichter bij het gelaat en ieder voorwerp dat van het maaiaccessoire wordt weggeslingerd, kan een ongeval of ernstig letsel veroorzaken. Vervoeren van het product Wanneer u het product in onderstaande situaties verplaatst, schakel dan de motor uit en overtuig u ervan dat het maaiaccessoire niet langer draait, draai vervolgens de geluiddemper in een richting van u af.
Verplaatsen naar de plaats waar u de werkzaamheden wilt verrichten. Verplaatsen naar een andere locatie tijdens het verrichten van de werkzaamheden. De plaats verlaten waar u de werkzaamheden hebt verricht. Het niet opvolgen van deze instructies kan brandwonden of ernstig letsel tot gevolg hebben. Indien u het product met de auto transporteert, maak dan de brandstoftank leeg en zet het product stevig vast om verschuiven te voorkomen. Rijden met de auto terwijl de brandstoftank is gevuld, kan brand tot gevolg hebben. Gebruik het product nooit met één hand. Klem de handgrepen stevig vast tussen uw duim en overige vingers.
15MaaienBasismaaiwerk bij gebruik van de nylondraadkopNylondraad afstellen Laat de nylondraadkop niet sneller roteren dan 10000 t/min. Druk de drukknop van de spoel licht tegen het grondoppervlak bij een rotatiesnelheid van minder dan 4500 t/min wanneer u het nylondraad vrij laat komen. Het afsnijmes op de beschermkap stelt het snijzwad automa-tisch in door de nylondraden in gelijke stukken te snijden zodra het accessoire begint te roteren. Wanneer u met een kleiner snijzwad werkt dan de maximum-lengte, snijdt u twee nylondraden in gelijke lengtes door. Wanneer de nylon lijn wordt ingekort, raak de tikknop (A) van de spoel lichtjes tegen het grondoppervlak en de lijn wordt los-gelaten uit de spoel om los te komen. Maaien Dit houdt in dat u de trimmer voorzichtig bij het materiaal brengt dat u wilt maaien. Kantel de kop licht zodat de afval-deeltjes van u vandaan worden geleid.
Indien u materiaal maait dat zich tegen een barrière bevindt, zoals een hek, muur of boom, gebruik dan een hoek waarbij afvaldeeltjes die tegen de barrière aankomen, van u vandaan worden geleid. Verplaats de nylondraadkop langzaam totdat het gras tot aan de barrière wordt gemaaid, maar vermijd contact tussen de draad en de barrière. Wanneer u gras maait in de buurt van draadgaas of harmonicagaas, maai dan slechts tot aan het gaas. Indien u te ver gaat, knapt de draad af op het gaas. Trimmen is bedoeld om de stengels van onkruid een voor een te maaien. Houd de nylondraadkop onderaan tegen het on-kruid, nooit hoger, anders kan het onkruid heen en weer be-wegen en in de draad blijven haken. In plaats van het onkruid in één keer door te snijden, gebruikt u het uiterste uiteinde van de draad om langzaam door de stengel te snijden. 1. Hoek met muur2. Afvaldeeltjes3.
Meszijde omhoog gericht4. Hoek met grondAfmaaien Dit houdt het maaien van grote grasvlakten in door de trimmer in een horizontale boog te zwaaien. Maak een vloeiende, ge-makkelijke beweging.
Probeer het gras niet te af te hakken. Kantel de nylondraadkop zodat de afvaldeeltjes tijdens de maaibeweging van u vandaan worden weggeworpen. Ga ver-volgens zonder gras te maaien terug voor een volgende maai-beweging. Indien u goed bent beschermd en het niet erg vindt als afvaldeeltjes in uw richting worden geslingerd, kunt u in beide richtingen maaien. WAARSCHUWING Onjuist gebruik van het maaiaccessoire kan leiden tot ernstig letsel. Lees alle veiligheidsinstructies die in deze hand-leiding worden beschreven en volg ze op. Niet gebruiken met beschadigde snijkop. Gebruik alleen door YAMABIKO Corporation aanbevolen maai-accessoires. Wanneer er zich na het afstellen van de lengte van de nylondraad te veel nylondraad achter het afsnijmes bevindt, kan het draad eraf schieten zodra de nylondraadkop begint te roteren. Anders kan een ongeval of ernstig letsel het gevolg zijn.
16MaaienAftoppen en kanten maaien Deze beide handelingen worden verricht met een onder een steile hoek gekantelde nylondraadkop. Aftoppen (A) betekent dat de bovenste begroeide laag wordt verwijderd, waardoor de kale grond overblijft. Kanten maaien (B) houdt in dat het gras wordt gemaaid op plekken waar het over een stoep of oprit hangt. Tijdens zowel kanten maaien als aftoppen, dient de machine onder een steile hoek te worden gehouden, zodat af-valdeeltjes en losgeraakt zand en stenen, niet in uw richting komen, zelfs als ze van de harde ondergrond worden afge-ketst. Hoewel de afbeelding laat zien hoe u kanten moet maaien en moet aftoppen, dient elke gebruiker zelf te bepalen wat voor zijn lichaamsgrootte en maaisituatie de ideale hoeken zijn.
Voor bijna alle maaihandelingen geldt dat u de nylondraadkop het beste zo kunt kantelen dat er contact wordt gemaakt aan de zijde van de draadcirkel waar de draad van u en de be-schermkap vandaan beweegt (zie de bijbehorende afbeel-ding). Hierdoor worden de afvaldeeltjes van u vandaan weggeworpen. Indien de kop naar de verkeerde zijde wordt gekanteld, zullen de afvaldeeltjes uw kant uitschieten. Indien de nylondraadkop plat tegen de grond wordt gehouden zodat het gras over de gehele lengte van de draad wordt gemaaid, schieten de afval-deeltjes uw kant op, wordt de motor door de weerstand afge-remd en wordt er veel draad verbruikt. Nylondraadkop draait rechtsom. Het mes bevindt zich aan de rechterzijde van de beschermkap. 1. Afvaldeeltjes2. Maai aan deze zijde Duw de draad niet in stug onkruid, bomen of gaashekken.
Door de draad in kippengaas, harmonicagaas of dichte be-planting te duwen, kunnen afgeknapte draaduiteinden naar de gebruiker worden geslingerd. De beste methode is om tot aan een barrière, zoals hierboven beschreven, te maaien, maar zorg dat de draad nooit in of door het obstakel komt. Maai niet dicht bij een obstakel of barrière.
17Onderhoud en verzorgingOnderhoud en verzorgingOnderhoudsrichtlijnenOnderhoud en verzorging WAARSCHUWINGNeem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht als u het product controleert of onderhoudt na gebruik: Schakel de motor uit en probeer niet het product te controleren of te onderhouden voordat de motor is afgekoeld.U kunt zich branden. Verwijder de bougiekap voordat u controle- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert.Als het product onverwacht start, kan dit een ongeval veroorzaken.BELANGRIJK Vakkennis is vereist bij de controle en het onderhoud. Indien u de controle en het onderhoud van het product niet zelf kunt uitvoeren of een fout niet zelf kunt oplossen, raadpleeg dan uw dealer. Probeer niet het product te demonteren. Gebruik uitsluitend originele vervangende onderdelen en verbruiksmaterialen of aanbevolen producten en componenten.
Het gebruik van onderdelen van andere fabrikanten of niet-aanbevolen componenten kan een defect tot gevolg hebben.Onderdeel Onderhoud Pagina Vóór het gebruik MaandelijksLuchtfilter Reinigen / vervangen 18 •Brandstoffilter Inspecteren / reinigen / vervangen 18 •Bougie Inspecteren / reinigen / afstellen / vervangen20 •Carburateur Afstellen / vervangen en afstellen 18 •Koelsysteem Inspecteren / reinigen 19 •Geluiddemper Inspecteren/vastdraaien 19 •Geluiddemper Reinigen 19 •**Aandrijfas Smeren 20 •*Starter Inspecteren - •Afsnijmes Inspecteren / reinigen - •Brandstofsysteem Inspecteren 18 •Schroeven, bouten en moerenInspecteren, vastdraaien / ver-vangen- •* Of 50 uur, afhankelijk van welke het eerst optreedt. ** Or 100 hours, whichever occurs first.BELANGRIJK De tijdsintervallen zijn maximumwaarden.
18Onderhoud en verzorgingLuchtfilter reinigen Sluit de choke. Draai de vleugelbout (A) los en verwijder het luchtfilterdeksel (B). Verwijder het luchtfilter (C) (het luchtfilter bevindt zich in het luchtfilterdeksel). Borstel het vuil van het filter of reinig het filter met perslucht. Plaats het filter terug. Plaats het deksel weer en draai de vleugelbout vast.Brandstoffilter vervangen1. Verwijder het brandstoffilter (A) via de vulopening van de brandstoftank met behulp van een stuk staaldraad of iets dergelijks.2. Trek het oude filter uit de brandstofleiding (B).3.
Installeer een nieuw brandstoffilter.Afstelling van de carburateurElke machine wordt in de fabriek getest en de carburateur wordtgoed afgesteld voor een maximale prestatie.Reinig of vervang het luchtfilter, start de motor en laat deze ge-durende enkele minuten op bedrijfstemperatuur komen voordat ude carburateur afstelt.Ga als volgt te werk om de carburateur af te stellen:Draai de schroef (T) voor het afstellen van het stationaire toe-rental rechtsom totdat het maaiaccessoire begint te draaien, draai de schroef (T) vervolgens linksom totdat het maaiacces-soire stopt met draaien. Draai de schroef (T) uit, linksom, en nog 1 extra slag.OPMERKING Vervang het filter als dit overmatig vuil is of niet meer goed past. WAARSCHUWING Tijdens het afstellen van de carburateur kan het maaiaccessoire in beweging komen. Let op dat u niet gewond raakt.
LET OP! Bij het starten moet de stelschroef voor het stationair toerental (T) zodanig zijn afgesteld dat het maaiaccessoire niet gaat roteren. Neem bij problemen met de carburateur contact op met uw dealer.
19Onderhoud en verzorgingOnderhoud van koelsysteem Verwijder stof en vuil dat tussen de koelribben (A) zit. Verwijder voor elk gebruik het vuil dat zich in het inlaatrooster aan de onderkant van de motor, tussen de brandstoftank en de starter, heeft opgehoopt.Geluiddemper reinigen1. Verwijder de afdekking van de demper.2. Verwijder de afdekking van het vonkenvangerscherm (C) en het vonkenvangerscherm (B) uit het geluiddemperhuis.3. Verwijder de koolafzetting van de onderdelen van de geluid-demper (A).4. Vervang het scherm wanneer dit scheuren of brandgaten vertoont.5. Bouw de onderdelen weer samen in omgekeerde volgorde.Controleer het brandstofsysteem Controleren vóór elk gebruik. Controleer nadat brandstof is bijgevuld dat er geen lekkages zijn rondom de brandstofvulbuis (A), het rubber (B) of de dop (C). Ingeval van lekkage of andere uitscheiding van brandstof is er brandgevaar.
Stop de machine onmiddellijk en verzoek uw dealer de machine te inspecteren en te repareren.BELANGRIJK Om de juiste bedrijfstemperatuur van de motor te handhaven, dient koellucht onbelemmerd door de cilindervinnen te kunnen bewegen. Deze luchtstroom voert de verbrandingswarmte weg van de motor. Oververhitting en een vast-gelopen motor kunnen optreden als: De luchtinlaten zijn geblokkeerd, waardoor er geen koellucht bij de cilinder komt, Stof en gras aan de buitenkant van de cilinder. Dit vormt een isolerende laag op de motor en verhindert afvoer van de warmte.Het verwijderen van blokkades in de koeling of het reinigen van de cilindervinnen wordt "normaal onderhoud" genoemd. Sto-ringen als gevolg van het niet onderhouden vallen niet onder de garantie.LuchtinlaatOPMERKING Koolafzetting in de geluiddemper zal leiden tot een lager motorvermogen.
20Onderhoud en verzorgingBougie controleren1. Controleer de elektrodenafstand van de bougie. De juiste af-stand bedraagt 0,6 tot 0,7 mm. 2. Controleer de elektrode op slijtage. 3. Inspecteer de isolator op olie of andere resten. 4. Als de bougie vuil is, moet u deze reinigen. Niet zandstralen om te reinigen. Het achterblijvende zand zal de motor be-schadigen. 5. Indien de elektroden of klemmen zijn versleten, of als de ke-ramiek barsten vertoont, vervang deze dan door nieuwe on-derdelen. (zie Specificatiespagina 25)6. Haal aan met 15 N·m - 17 N·m (150 kgf·cm tot 170 kgf). De vonktest (om te controleren of de bougie voor ontsteking zorgt) moet door uw dealer worden uitgevoerd. De aandrijfas smeren1. Verwijder de beschermkap (A). 2. Draai de positioneerschroef van het lagerhuis (B) boven op het huis los en verwijder de bevestigingsschroef. 3.
Trek de flexibele as (C) uit de asbuis (D), veeg hem schoon en breng een dun laagje, 10 tot 20 g, vet op lithiumbasis aan. 4. Schuif de flexibele as weer in de asbuis. LAAT GEEN vuil op de flexibele as terechtkomen. 5. Monteer het lagerhuis en de beschermkap weer. Nylondraadkop controleren1. Zorg dat elke rand van de 2 klempallen van de behuizing zo ver mogelijk naar de buitenste rand van het betreffende dek-selvenster wordt gespreid. 2. Controleer de bevestiging van de maaikop op de trimmer en draai de maaikop vast als deze loszit. 3. Controleer of de maaikop is vervormd en of er abnormale geluiden klinken wanneer u de maaikop handmatig roteert. Doorbuigingen of abnormale geluiden kunnen leiden tot ab-normale trillingen of ervoor zorgen dat de bevestiging aan de trimmer losraakt tijdens het roteren. Dit is erg gevaarlijk. 4. Inspecteer het deksel en de drukknop op slijtage.
Als er op de onderkant van de drukknop een sleuf verschijnt, of als er een sleuf verschijnt op de bodem van het deksel bij de uit-voeropening voor de nylondraad, vervang ze dan door gave nieuwe onderdelen. 5.
21Onderhoud en verzorgingNylondraad vervangen1. Druk de klempallen (op twee plaatsen) naar binnen en ver-wijder het deksel. Het is eenvoudiger om ze één voor één te verwijderen. 2. Verwijder de spoel. 3. Als de hoeveelheid nylondraad op de spoel bijna op is, ver-wijder dan de resterende draad van de spoel en wikkel aan de hand van de stappen (4) en volgende de nieuwe draad op de spoel. Wanneer de draad op de spoel gesmolten is en vastzit, verwijder dan de gehele draad terwijl u het gesmol-ten en vastzittende deel eraf haalt. Wikkel de verwijderde draad opnieuw op de spoel volgens de stappen (4) en vol-gende.4. Buig de draad op 10 cm vanaf het midden van de gehele lengte en haak het gebogen gedeelte in de inkeping van de tussenafscheiding.5. Wikkel de draad stevig in de groef van de spoel en volg daar-bij de wikkelrichting van de draad R.6.
Wanneer de draad tot aan het einde is opgewikkeld, haakt u beide uiteinden in de betreffende inkeping in de spoel om de draad voorzichtig vast te zetten. Zorg dat er ongeveer 10 cm draad per inkeping blijft uitsteken.7. Breng de inkepingen voor de draad in de spoel op één lijn met de groeven van de openingen en plaats de spoel in de behuizing.8. Trek de draad uit de behuizing. (A) Verwijder de draad uit de betreffende inkeping in de spoel, en (B) haal de draad door de groef van de betreffende opening. GEVAAR Schakel de motor van de trimmer helemaal uit en overtuig u ervan dat de nylondraadkop niet meer roteert, voordat u de vervangingsprocedure begint.Anders zou dit tot een ongeval of ernstig letsel kunnen leiden. WAARSCHUWING Gebruik alleen flexibel, niet-metalen draad dat door de YAMABIKO Corporation wordt aanbevolen.Anders kan een ongeval of ernstig letsel het gevolg zijn.
22Onderhoud en verzorging9. Bevestig het deksel op de behuizing. (C) Lijn de openingen van het deksel uit met de uitsparingen van de behuizing, en (D) druk de pallen van de behuizing in de betreffende ven-sters van het deksel totdat de pallen stevig in de vensters passen. GEVAAR Zorg dat alle buitenste randen van de behuizingspallen bijna volledig naar de buitenste randen van het betref-fende venster van het deksel uitspreiden.Worden de pallen te los bevestigd, dan kunnen onderdelen van het deksel of de machine wegschieten als de snijkop wordt gedraaid. Dit is erg gevaarlijk.
23Onderhoud en verzorgingTabel voor het oplossen van problemenBELANGRIJK Gebruik uitsluitend originele vervangende onderdelen en verbruiksmaterialen of aanbevolen producten en componenten. Het gebruik van onderdelen van andere fabrikanten of niet-aanbevolen componenten kan een defect tot gevolg hebben. Probleem Diagnose Oorzaak OplossingDe motor start niet 1. Er is geen brandstof in de brandstoftank2. De stopschakelaar staat in de stand Stop3. Te veel aangezogen brandstof4. Elektrisch probleem5. Carburateur defect of inwendige onder-delen klemmen6. Interne motorstoring1. Brandstofvoorraad2. In de Start-stand zet-ten3. Start de motor na on-derhoud4. Raadpleeg uw dealer5. Raadpleeg uw dealer6. Raadpleeg uw dealerMotor start moeilijk, rotatie schommeltEr komt brandstof in de over-loopbuis1. Verslechtering van brandstof2. Carburateurprobleem1. Vervangen door nieu-we brandstof2.
Raadpleeg uw dealerDe motor kan niet worden afgezet1. Stopschakelaar defect 1. Voer een noodstop uit en raadpleeg uw dea-lerHet maaiaccessoi-re draait als de mo-tor stationair loopt1. Probleem met de carburateurafstelling2. Beschadigde koppelingsveer1.
24Onderhoud en verzorgingOpslagOpbergen gedurende langere perioden (langer dan 30 dagen)1. Laat de brandstoftank volledig leeglopen over de kale grond. Laat geen brandstof aflopen in een afgesloten ruimte.2. Druk meermaals beurtelings op de opvoerpomp en laat hem weer los om de brandstof uit de opvoerpomp te verwijderen.3. Start de motor en laat deze stationair lopen totdat hij vanzelf tot stilstand komt.4. Zet de ontstekingsschakelaar (A) in de stand Stop.5. Laat het apparaat voldoende afkoelen en verwijder vervol-gens alle vet, olie, vuil, stof en ander materiaal van de bui-tenzijde van het product.6. Voer de in deze handleiding voorgeschreven periodieke controles uit.7. Controleer of de schroeven en moeren goed zijn aange-haald. Draai eventueel loszittende schroeven en moeren vast.8.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Shindaiwa F226S stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Grastrimmer Shindaiwa
Handleiding Grastrimmer
Nieuwste handleidingen voor Grastrimmer