Shindaiwa B410S Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Shindaiwa B410S (36 pagina’s), behorend tot de categorie Grastrimmer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 9 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Shindaiwa B410S of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/36
1Deksel
NEDERLANDS
(Oorspronkelijke instructies)
BEDIENINGSHANDLEIDING
GRASTRIMMER/BOSMAAIER
B410S
WAARSCHUWING
LEES DE INSTRUCTIES AANDACHTIG DOOR EN VOLG DE RE-
GELS VOOR VEILIG GEBRUIK.
HET NIET OPVOLGEN VAN DEZE INSTRUCTIES EN REGELS
KAN ERNSTIG LETSEL TOT GEVOLG HEBBEN.

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Shindaiwa
Categorie: Grastrimmer
Model: B410S

Handleiding Shindaiwa B410S – volledige tekst

2InhoudVeilig gebruik van uw product. 3Beschrijving. 8Voordat u begint. 9Paklijst. 9Montage. 9Versie met U-vormige handgreep. 9Uitbalanceren. 11Brandstof voorbereiden. 15Motorbediening. 16De motor starten. 16De motor stoppen. 17Maaien. 18Gebruik van het schouderharnas. 19Basismaaiwerk bij gebruik van de nylondraadkop. 19Regels voor veilige bediening bij metalen snijblad. 21Onderhoud en verzorging. 22Onderhoudsrichtlijnen. 22Onderhoud en verzorging. 22Opslag. 30Specificaties. 31Conformiteitsverklaring. 32.

3Veilig gebruik van uw productVeilig gebruik van uw productBelangrijke informatie WAARSCHUWINGLees de bedieningshandleiding voordat u het product gaat gebruiken. Over uw bedieningshandleiding In deze handleiding vindt u de benodigde informatie voor de montage, de bediening en het onderhoud van uw pro-duct. Lees deze aandachtig en zorg ervoor dat u de inhoud begrijpt.  Bewaar de handleiding altijd op een gemakkelijk bereikbare plaats.  Indien u de bedieningshandleiding hebt verloren of deze onleesbaar is geworden, schaf dan een nieuw exemplaar aan bij uw dealer.  De eenheden die worden gebruikt in deze handleiding zijn SI-eenheden (International System of Units). De cijfers tus-sen haakjes zijn referentiewaarden en er kan, in enkele gevallen, sprake zijn van kleine omrekenfouten. Anders kan een ongeval of ernstig letsel het gevolg zijn.

Juist gebruik van dit product Dit product is een krachtige lichtgewichtmachine met een benzinemotor, ontworpen om op moeilijk bereikbare plaat-sen onkruid te verwijderen, gras te maaien en kreupelhout te zagen.  Gebruik deze machine niet voor andere dan de hiervoor genoemde doeleinden.  Wijzigingen van de inhoud van deze handleiding bij upgrades van het product zonder voorafgaande kennisgeving zijn voorbehouden. Sommige gebruikte illustraties kunnen verschillen van het product om de uitleg te verduidelij-ken.  Raadpleeg uw dealer in het geval van onduidelijkheden of problemen. Anders kan een ongeval of ernstig letsel het gevolg zijn. Wijzigingen van het product zijn niet toegestaan U mag het product niet wijzigen. Anders zou dit tot een ongeval of ernstig letsel kunnen leiden.

Alle defecten die voortvloeien uit een wijziging van het product worden niet gedekt door de garantie van de fabrikant. Gebruik het product niet zonder dat het is gecontroleerd en onderhouden U dient het product niet te onderhouden wanneer het niet is gecontroleerd en onderhouden.

Zorg u er altijd voor dat het product regelmatig wordt gecontroleerd en onderhouden. Anders kan een ongeval of ernstig letsel het gevolg zijn. Uitlenen en overdragen van uw product Indien u het product dat beschreven staat in deze handleiding uitleent aan een derde, zorg u dan voor dat de persoon die het product leent ook de handleiding ontvangt.  Indien u dit product overhandigt aan een derde, voeg er dan de bedieningshandleiding bij. Anders kan een ongeval of ernstig letsel het gevolg zijn.

Gebruikers van het product Het product mag niet gebruikt worden door: vermoeide mensen mensen die alcohol hebben gedronken mensen die medicijnen gebruiken zwangere vrouwen mensen met een slechte fysieke conditie mensen die de bedieningshandleiding niet hebben gelezen kinderen Houd er rekening mee dat de gebruiker verantwoordelijk is voor ongevallen van of gevaren voor andere personen of hun eigendommen. Niet opvolgen van deze instructies kan een ongeval tot gevolg hebben.  Het ontstekingssysteem van dit product genereert elektromagnetische velden tijdens het bedienen ervan. Magneti-sche velden kunnen invloed hebben op pacemakers of pacemakers ontregelen. Om gezondheidsrisico's te vermin-deren, bevelen we aan dat dragers van pacemakers hun arts en pacemakerfabrikant raadplegen alvorens dit product te bedienen.

4Veilig gebruik van uw productTrillingen en kou Het vermoeden bestaat dat een aandoening genaamd Fenomeen van Raynaud, dat van invloed is op de vingers van bepaalde personen, wordt veroorzaakt door blootstelling aan trillingen en kou. Blootstelling aan trillingen en kou kan een tintelend en branderig gevoel veroorzaken, waardoor de vingers bleek en gevoelloos worden. De volgende voor-zorgsmaatregelen worden ten zeerste aangeraden omdat niet bekend is bij welke mate van blootstelling de ver-schijnselen optreden.  Houd uw lichaam warm; met name hoofd en nek, voeten en enkels, en handen en polsen.  Zorg voor een goede doorbloeding door tijdens regelmatige werkonderbrekingen krachtige armbewegingen te maken en door niet te roken.  Beperk het aantal uren dat u met de machine werkt.

Probeer elke dag een aantal werkzaamheden te verrichten waarbij u niet hoeft te werken met de trimmer of andere handbediende apparatuur.  Hebt u last van pijnlijke, rode en opgezwollen vingers, gevolgd door verbleken en gevoelloosheid van de vingers, raadpleeg dan een arts alvorens u zich opnieuw blootstelt aan kou en trillingen. Niet opvolgen van deze instructies kan schade voor de gezondheid tot gevolg hebben. RSI-aandoeningen (herhalingsoverbelasting) Het vermoeden bestaat dat overbelasting van de spieren en pezen in de vingers, handen, armen en schouders kan leiden tot irritatie, zwellingen, gevoelloosheid, slapheid en extreme pijn in de zojuist genoemde lichaamsdelen. Be-paalde herhalende handbewegingen zorgen voor een hoger risico van het ontwikkelen van herhalingsoverbelasting (RSI).

Doe het volgende om de kans op RSI te verminderen: Vermijd het gebruik van uw pols in gebogen, uitgestrekte of verdraaide positie.  Neem regelmatig een pauze om herhaling tot een minimum te beperken en om de handen te laten rusten. Vermin-der de snelheid en de kracht waarmee u herhalingsbewegingen maakt.  Doe oefeningen om de hand- en armspieren te verstevigen.

 Raadpleeg een arts indien u last hebt van een tintelend gevoel, gevoelloosheid of pijn in vingers, handen, polsen en armen. Hoe eerder RSI wordt vastgesteld, des te beter kunnen permanente zenuw- en spierbeschadigingen worden voorkomen. Niet opvolgen van deze instructies kan schade voor de gezondheid tot gevolg hebben. Juiste instructie Zorg dat niemand de machine gebruikt zonder de juiste instructies en een veiligheidsuitrusting.  Zorg dat u precies weet hoe de machine wordt bediend en gebruikt.  Weet hoe u de machine moet stoppen en de motor moet afzetten.  Zorg dat u weet hoe een machine snel van het harnas kan worden losgemaakt.  Zorg dat niemand de machine gebruikt zonder de juiste instructies. Niet opvolgen van deze instructies kan schade voor de gezondheid tot gevolg hebben. Beschermende kleding dragen Draag uw haar zo dat het tot op uw schouders komt.

 Draag geen stropdassen, sierraden of losse kleding die door de machine kunnen wor-den gegrepen.  Draag geen schoeisel zonder neus (slippers, sandalen etc. ), loop niet blootsvoets of met blote benen. Niet naleven van de voorzorgsmaatregelen kan oog- of gehoorbeschadiging of ander ernstig letsel tot gevolg hebben. Draag beschermende uitrusting Draag altijd de volgende beschermende uitrusting wanneer u met de grastrimmer werkt. 1. Hoofdbescherming (helm): Beschermt het hoofd2. Oorbeschermers of oordoppen: Beschermen het gehoor3. Veiligheidsbril: Beschermt de ogen4. Gelaatsscherm: Beschermt het gelaat5. Veiligheidshandschoenen: Beschermen de handen tegen kou en trillingen6. Passende werkkleding (lange mouwen, lange broek): Beschermt het lichaam7. Stevige antisliplaarzen (met veiligheidsneus) of antislipschoenen (met vei-ligheidsneus): Beschermen de voeten8.

5Veilig gebruik van uw productWaarschuwingsmededelingenOverige aanduidingenSymbolenOmgeving voor gebruik en bediening Gebruik het product niet: onder slechte weersomstandigheden.  op steile hellingen of onstabiele of glibberige oppervlakken.  's avonds of op donkere plaatsen met een slecht zicht.  Wanneer u het product op een licht hellend terrein gebruikt, werk dan met vlakke bewegingen en volg de contour van het terrein. Als u valt of uitglijdt, of het product niet correct bedient, kan dit ernstig letsel tot gevolg hebben.  Voor uw eigen gezondheid en voor een veilige en comfortabele werkprocedure, dient u de machine te gebruiken bin-nen een temperatuurbereik van de buitenlucht van −5oC tot 40oC. Niet opvolgen van deze instructies kan schade voor de gezondheid tot gevolg hebben.

Voorbereid zijn in geval van een verwonding Zorg ervoor dat u bent voorbereid in het onwaarschijnlijke geval van een ongeval of verwonding.  EHBO-doos Windsels en zwachtels (om eventuele bloedingen te stoppen) Fluit of mobiele telefoon (om hulp in te roepen)Indien u geen eerste hulp kunt uitvoeren of hulp van anderen kunt vragen kan de verwonding verslechteren. Veiligheid heeft de hoogste prioriteit in geval van vuur of rookontwikkeling Indien er vuur uit de motor komt of uit een andere plaats dan de uitlaatopening, breng dan altijd eerst uzelf in veiligheid.  Werp met een schop zand of gelijksoortig materiaal op het vuur om te voorkomen dat het zich ver-spreidt, of blus het met een brandblusser. Een paniekreactie kan ertoe leiden dat de brand zich uitbreidt en er grotere schade ontstaat. WAARSCHUWING GEVAAR WAARSCHU-WING LET OP.

Dit symbool in combinatie met het woord "WAARSCHUWING" vestigt de aandacht op handelingen of om-standigheden die ernstig lichamelijk letsel of de dood tot gevolg kunnen hebben. "LET OP" geeft aan dat er een poten-tieel gevaarlijke situatie is, die wan-neer die niet wordt vermeden, licht tot matig lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben. Het pictogram met een cirkel en een schuine streep geeft aan dat hetgeen wordt ge-toond, verboden is. OPMERKING BELANGRIJKDeze ingesloten boodschap bevat tips voor gebruik, verzorging en on-derhoud van het product. Omkaderde tekst met het woord " BELANGRIJK"bevat belangrijke in-formatie over het gebruik, de contro-le, het onderhoud en de opslag van het product dat beschreven staat in deze handleiding.

6Veilig gebruik van uw productDraag oog-, oor- en hoofdbe-schermingBewaar een afstand van 15 meter ten opzichte van om-standersDraag voetbescherming en handschoenenBenzine- en oliemengselNoodstopStand "Koude start" van cho-kehendel (choke dicht)Waarschuwing!Gelanceerde voorwerpen!Stand "In bedrijf" van choke-hendel (choke open)Waarschuwing, zwenkt zij-waarts uitAfstelling carburateur- Stationair toerentalGebruik zonder beschermkap niet toegestaanU-handgreepGebruik van metalen snijbla-den niet toegestaanRondhandgreepGebruik van nylondraadkop niet toegestaanPas op voor plaatsen met hoge temperatuurGebruik het product niet op plaatsen met een slechte ven-tilatieGegarandeerd geluidsvermo-genniveauPas op voor vuur Motor startenPas op voor elektrische schokken-Opvoerpomp (starten)Symboolvorm/vorm Symboolbeschrijving/toepas-singSymboolvorm/vorm Symboolbeschrijving/toepas-sing

7Veilig gebruik van uw productVeiligheidssticker(s) De veiligheidssticker, zoals hieronder getoond, is bevestigd aan de producten die in deze handleiding beschreven staan. Zorg ervoor dat u begrijpt wat de sticker betekent voordat u het product gaat gebruiken. Indien de sticker onleesbaar wordt door slijtage of beschadiging, of de sticker heeft losgelaten en is verloren, schaf dan een vervangende sticker bij uw dealer aan en bevestig de sticker op de plaats die in de onderstaande illustratie wordt getoond. Zorg ervoor dat de sticker altijd leesbaar is. 1. Veiligheidssticker (onderdeelnummer 890617-43130)2. Veiligheidssticker (onderdeelnummer X505-002310)

8BeschrijvingBeschrijving1. Haakse overbrenging Beschikking over twee tandwie-len om de hoek van de roterende as te veranderen.2. Maaiaccessoire Snijblad met 3 snijvlakken voor het maaien van gras, tuinafval en onkruid.3. Beschermkap Voorziening waarmee de gebruiker wordt beschermd tegen onvoorzien contact met de snij-kop en gelanceerde voorwerpen.4. Asbuis Deel van de machine dat de behuizing voor de krachtoverbrengingsas vormt.5. U-vormige handgreep Heeft dezelfde configuratie als een fietsstuur om de kracht die nodig is voor het werken met de machine te verminderen in vergelijking met een rondhandgreep.6. Ophangpunt Voorziening waaraan het harnas kan wor-den vastgehaakt.7. Ontstekingsschakelaar “Schuifschakelaar” aan de bo-venzijde van de behuizing van de handgastrekker; schuif de schakelaar naar voren in de RUN-stand en naar achteren in de STOP-stand.8.

Handgastrekkerblokkering Blokkeert de hand-gastrekker in de stationaire stand totdat u met uw rech-terhand een stevige grip hebt om de handgreep.9. Handgastrekker Wordt door de vinger van de gebrui-ker geactiveerd om het motortoerental te regelen.10. Luchtfilterdeksel Dekt het luchtfilter af.11. Brandstoftankdop Voor het afsluiten van de brandstof-tank.12. Brandstoftank Bevat brandstof en een brandstoffilter.13. Starthendel Trek aan de hendel om de motor te star-ten.14. Geluiddemperkap Dekt de geluiddemper af, zodat de gebruiker het hete oppervlak van de geluiddemper niet kan aanraken.15. Bougie16. Schouderharnas Verstelbare riemen om de machine aan op te hangen.17. Snijbladbescherming Gebruik tijdens het vervoeren van de machine de juiste beschermkap voor het meta-len snijblad.18. Type en serienummer

9Voordat u begintVoordat u begintPaklijstMontageVersie met U-vormige handgreepU-handgreep1. Plaats de bovenste montagebeugel (A) voor de handgreep in de onderste montagebeugel (B) en zet de handgreep vast door de montagebout (C) lichtjes aan te draaien.2. Stel de schuine stand van de handgreep bij tot u een stand bereikt waar u goed mee kunt werken en draai de montage-bout stevig vast. Ga als volgt te werk voor het afstellen van de bevestigingsbout (D) (indien nodig)(1) Draai de bout aan.(2) Draai de bouten 1 1/2 slag los. De volgende onderdelen zijn apart verpakt in de doos. Als u de doos hebt uitgepakt, dient u de onderdelen te controleren. Neem contact op met uw dealer indien er iets ontbreekt of defect is.1. Motor en asbuis2. U-handgreep3. Beschermkap (voor metalen snijblad)4. Beschermkap (voor nylondraadkop)5. Schouderharnas6. Snijblad met 3 snijvlakken7. Snijbladbescherming8.

Bedieningshandleiding9. Borgpen10. Dopsleutel11. L-sleutel WAARSCHUWING Lees de bedieningshandleiding aandachtig door om ervoor te zorgen dat u het product correct mon-teert.Gebruik van een product dat niet correct is gemonteerd, kan tot een ongeval of ernstig letsel leiden.

10Voordat u begintBeschermkap monteren1. Plaats beschermkap (A) op het bevestigingsdeel van de haakse overbrenging en draai 4 bouten (B) vast. Snijblad monteren1. Inspecteer snijbladen (A) voordat ze worden gemonteerd. Controleer de scherpte. Botte snijbladen vergroten het risico op terugslagreacties van het snijblad. Kleine barsten kunnen leiden tot breuken, waardoor snijbladdelen tijdens werk-zaamheden kunnen wegschieten. Verwijder gebarsten snij-bladen, ongeacht de grootte van de barst. 2. Plaats de borgpen (B) in een gat aan de rechterzijde van de haakse overbrenging en druk tegelijkertijd de klemveer krachtig naar links. 3. Plaats de borgpen verder in de bevestigingsgleuf (C) van de snijbladklem om de uitgaande as vast te zetten. 4. Verwijder met behulp van de dopsleutel de moer (D), afdicht-manchet (E) en onderste snijbladklem (F). 5.

Draai het snijblad, de onderste snijbladklem, de afdichtman-chet en de moer met de hand vast. 6. Draai de moer (linksom) vast met een dopsleutel. Draai de moer nooit vast wanneer u er met uw gewicht op steunt. Hierdoor kan de moerdraad afbreken. 7. Verwijder de borgpen. WAARSCHUWING Draag altijd stevige handschoenen wanneer u aan het snijblad werkt.  Wanneer u het snijblad tijdens het maaien vervangt, zorg er dan eerst voor dat de motor uitgeschakeld is en dat het blad niet meer beweegt.  Als u het product omdraait om het snijblad te vervangen, controleer dan eerst of de brandstoftankdop stevig geslo-ten is.  Probeer het snijblad nooit met één hand of zonder de dopsleutel te monteren. Monteer het snijblad zorgvuldig met behulp van de meegeleverde dopsleutel en zet het blad stevig vast.

 Gebruik geen ander gereedschap om het snijblad vast te draaien dan de meegeleverde dopsleutel; pneumatisch of elektrisch gereedschap kan het snijblad vaster draaien dan noodzakelijk waardoor de moer of de uitgaande as defect raakt.

 Wanneer u een versleten moer en afdichtmanchet voor het snijblad gebruikt, kan het snijblad losraken. Vervang ze door nieuwe. Anders kan een ernstig ongeval, letsel of brand het gevolg zijn. LET OP Zet de uitgaande as stevig vast met de borgpen om te voorkomen dat de as gaat roteren wanneer het snijblad wordt bevestigd. Anders kan de moer waarmee het snij-blad wordt vastzet, niet goed worden vastgedraaid.

11Voordat u begintUitbalancerenSchouderharnas verstellen Het meegeleverde schouderharnas is geschikt voor volwas-sen personen met een normale lichaamsbouw en een lengte van 150 cm - 195 cm en een taille van 60 cm - 140 cm.  Gebruik een schouderharnas indien dat is bijgeleverd of wan-neer dat in deze handleiding wordt aanbevolen. Stel het har-nas en het ophangpunt (A) van de machine zo af dat het maaiaccessoire enkele centimeters boven de grond hangt (B).  Het maaiaccessoire en de beschermkap dienen in alle richtin-gen horizontaal te blijven. Bevestig de machine aan de rech-terkant van het harnas, zoals afgebeeld. Procedure om harnas te bevestigen1. Zet de gepolsterde heupgordel op uw heupbot, klik vervol-gens de heupgesp vast en trek de riem aan zodat de gordel strak zit. De aanbevolen positie van de gordel is net onder uw riem. 2.

Klik de borstgesp samen met de loszittende schouder- en borstriem. 3. Trek de verstelriem van de schoudergordel naar beneden om de schoudergordel strak aan te trekken en klik vervol-gens de riem aan de schoudergordel. 4. Trek de riem van de zijgordel aan om de zijgordel strak te bevestigen en klik de riem vervolgens aan de zijgordel. 5. Klik de verstelbare gesp samen en trek vervolgens de ver-stelbare riem naar beneden om de linkerschoudergordel en de linkerzijgordel stevig te bevestigen. 6. Verstel de hoogte van de hangplaat op de heupgordel. 7. Verstel de hoogte van de beenplaat tot op een hoogte waar-bij het gereedschap comfortabel kan worden bediend. WAARSCHUWING Dit product is ontworpen voor verschillende lichaamsgrootten, maar voor zeer lange personen kan de machine mo-gelijk niet worden afgesteld.

Gebruik de machine niet indien uw voeten het maaiaccessoire kunnen raken wanneer de machine aan het harnas is bevestigd. BELANGRIJK Het uitbalanceren kan worden beïnvloed door de lichaamsgrootte van een persoon. Tevens is het mogelijk dat bij sommige machines de uitbalanceringsprocedure bij sommige personen niet werkt.

15Voordat u begintBrandstof voorbereidenBrandstof Aanbevolen mengverhouding: 50:1 (2%) voor ISO-L-EGD (ISO 13738), JASO FC, FD en aanbevolen shindaiwa-olie.  Gebruik nooit tweetaktolie die bedoeld is voor watergekoelde motoren, motoren van motorfietsen.  Meng de benzine en de olie niet direct in de brandstoftank. Brandstofvoorraad Vul de tank niet tot aan de vulopening (A). Houd de brandstof op het voorgeschreven niveau (tot aan de onderzijde van de vulhals (B) van de brandstoftank).  Draai de brandstofdop na het vullen goed dicht. GEVAAR Niet bijvullen als de motor nog warm is of nog draait.  Roken en open vuur is verboden bij het bijvullen van brandstof. Als u dat doet, kan de brandstof ontbranden en brand veroorzaken, wat brandwonden tot gevolg kan hebben. WAARSCHUWING Vul geen brandstof bij in een afgesloten ruimte.

Vul de brandstoftank altijd in de buitenlucht en op onbegroeide grond. Vul het product niet bij op een laadplatform van een vrachtauto of op andere, soortgelijke plaatsen.  De brandstoftanks/blikken kunnen onder druk staan. Draai brandstoftankdoppen altijd langzaam los zodat het druk-verschil geleidelijk wordt opgeheven. Anders kan wordt de brandstof mogelijk naar buiten gespoten.  Dep eventuele overgelopen of gemorste brandstof op. Gemorste brandstof kan brand en brandwonden veroorzaken als deze ontbrandt.  Controleer of er geen lekkages zijn rondom de brandstofvulbuis, het rubber of de dop nadat brandstof is bijgevuld. Indien u lekkende of uitlopende brandstof waarneemt, dient u onmiddellijk met het gebruik van het product te stop-pen en contact op te nemen met uw dealer om de machine te laten repareren. Brandstoflekken kunnen brand veroorzaken.

 Bewaar de bijvultank op een beschutte plaats en op een veilige afstand van vuur.  Gebruik een goedgekeurd brandstofreservoir. BELANGRIJK Als brandstof wordt een mengsel gebruikt van normale benzine met motorolie voor luchtgekoelde tweetaktmotoren.

16MotorbedieningMotorbedieningDe motor startenStarten van een koude motor(Sluit de bougiekap aan als het product langere tijd in opslag isgeweest. )1. Verwijder de afdekking van het snijblad. 2. Plaats het product op een horizontaal oppervlak, ondersteun het met een balk of ander geschikt hulpmiddel en controleer of het maaiaccessoire niet in aanraking komt met het grondoppervlak of een andere hindernis. 3. Zet de ontstekingsschakelaar (A) in de stand Start. 4. Controleer of de handgastrekker (D) in de stationairstand staat. WAARSCHUWINGNeem bij het starten van de motor extra aandachtig de volgende voorzorgsmaatregelen in acht: Ga ten minste 3 meter van de plaats staan waar u de brandstof hebt bijgevuld.  Plaats het product op een vlakke, goed geventileerde plaats.  Controleer of er geen brandstoflekkages zijn.  Inspecteer de metalen snijbladen op barsten.

 Controleer de machine op loszittende moeren en bouten.  Zorg voor genoeg ruimte rondom het product en laat geen personen of dieren toe in de buurt van het product.  Start de motor met de handgastrekker in de stationairstand.  Houd het product stevig tegen de grond als u de motor start. Niet naleven van de voorzorgsmaatregelen kan een ongeval of letsel veroorzaken, of zelfs tot dodelijk letsel leiden.  Controleer of er abnormale trillingen of geluiden zijn als de motor is gestart. Gebruik het product niet als u abnormale trillingen of geluiden waarneemt. Neem contact op met uw dealer om de machine te laten repareren. Ongevallen waarbij onderdelen losraken en vallen, kunnen verwondingen of ernstig letsel veroorzaken.  De uitlaatdampen van de motor bevatten giftige gassen. Gebruik dit product niet in afgesloten of andere slecht geventileerde ruimtes.

U kunt zich branden als u een heet onderdeel aanraakt.  Raak bougie, bougiekabel en andere onderdelen onder hoge spanning niet aan terwijl de motor draait. U kunt een elektrische schok krijgen als u onderdelen die onder hoge spanning staan, aanraakt terwijl het pro-duct in bedrijf is.  Als het maaiaccessoire ook roteert wanneer de handgastrekker bij het starten van de motor in de stationairstand staat, stel dan de carburateur goed af voordat u het product gebruikt. Niet naleven van de voorzorgsmaatregelen kan een ongeval of letsel veroorzaken, of zelfs tot dodelijk letsel leiden.  Wanneer de motor met de handgasvergrendeling wordt gestart, roteert het maaiaccessoire. Start de motor, trek dan onmiddellijk iets aan de handgastrekker zodat de handgasvergrendeling wordt ontgrendeld. Gebruik de handgas-vergrendeling nooit tijdens het werk. Het roterende snijblad kan letsel veroorzaken.

OPMERKING Trek de startergreep eerst zachtjes, en dan sneller uit. Trek het starterkoord niet verder dan 2/3 van de lengte uit.  Laat de startergreep niet los als deze terugveert.

17Motorbediening5. Zet de chokehendel (F) in de stand "Koude start" (E). 6. Druk beurtelings op de opvoerpomp (H) en laat hem weer los totdat er brandstof in de pomp wordt aangezogen. 7. Controleer of het gebied rondom u veilig is, houd de trimmer zo dicht mogelijk bij de motor stevig vast zoals in de afbeel-ding wordt getoond, en trek enkele malen aan de starter-greep (I). 8. Zet, wanneer u een plofgeluid hoort en de motor direct stopt, de chokehendel in de werkstand "Run" (G) en blijf aan de startergreep trekken om de motor te starten. 9. Als de motor niet stopt, beweegt u de chokehendel lang-zaam weer naar de stand "Run". 10. Laat de motor een tijdje stationair warmdraaien.  Gebruik de handgasvergrendeling (C) als de motor moeilijk kan worden gestart. (Trek de handgastrekker volledig uit en breng de handgasvergrendeling omlaag.

Druk tegelijkertijd op de handgastrekkerblokkering (B) en laat de handgastrekker los om de handgasvergrendeling te activeren. Start de motor, trek dan onmiddellijk de handgastrekker enigszins uit zodat de handgasvergrendeling wordt ontgrendeld. ). Starten van een warme motor1. Zet de ontstekingsschakelaar (A) in de stand Start. 2. Controleer of de handgastrekker (D) in de stationairstand staat. 3. Controleer of de chokehendel in de werkstand "Run" staat. 4. Is er geen brandstof te zien in de opvoerpomp, druk dan beurtelings op de opvoerpomp en laat hem weer los totdat er brandstof in de pomp wordt aangezogen. 5. Controleer of het gebied rondom u veilig is, houd de trimmer zo dicht mogelijk bij de motor stevig vast en trek aan de star-tergreep om de motor te starten. De motor stoppen1.

De motor zal dan afslaan en tot stilstand ko-men (noodstop).  Wanneer de motor niet stopt nadat de ontstekingsschakelaar is bediend, moet de ontstekingsschakelaar door uw dealer ge-controleerd en gerepareerd worden voordat u het product weer mag gebruiken. 5. Koppel altijd de bougiekabel los van de bougie om er zeker van te zijn dat de motor niet kan starten voordat u met de machine werkt of deze onbewaakt achterlaat.

18MaaienMaaien GEVAAR Stop de motor altijd indien er zich een verstopping in de maaiaccessoire voordoet. Wanneer een opstopping wordt verholpen en de maaiaccessoire plotseling start, kan dit ernstig letsel tot gevolg hebben.  Gebruik het product niet wanneer de beschermkap niet is aangebracht. Objecten die kunnen afketsen van het maaiaccessoire, kunnen tot een ongeval of ernstig letsel leiden.  Het gebied binnen een straal van 15 m geldt als gevarenzone. Neem bij gebruik van het product de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.  Laat geen kinderen en andere personen of dieren in de gevarenzone toe.  Wanneer een andere persoon binnen de gevarenzone komt, schakel dan de motor uit om de rotatie van het maaiaccessoire te stoppen.

 Wanneer u de gebruiker benadert, waarschuw hem dan door van buiten de gevarenzone twijgjes in zijn richting te werpen en overtuig u ervan dat de motor is uitgeschakeld en dat het maaiaccessoire niet langer draait.  Als er meerdere personen met het product werken, moet bepaald worden hoe zij met elkaar moeten communiceren en moeten zij op een afstand van ten minste 15 m van elkaar werken. Objecten die van het maaiaccessoire afketsen, en aanraking van het maaiaccessoire kunnen blindheid of een dodelijk onge-val veroorzaken. WAARSCHUWING Controleer, voordat u met de werkzaamheden begint, het terrein waar u gaat werken en ver-wijder eventuele steentjes en lege blikjes die van het maaiaccessoire kunnen afketsen, als-mede stukjes touw of draad die zich om het maaiaccessoire kunnen wikkelen.

Er kan een ongeval of ernstig letsel veroorzaakt worden als vreemde voorwerpen van het maaiac-cessoire afketsen of als draad of ander materiaal dat zich om het product gewonden heeft, wegge-slingerd wordt.  Schakel in de volgende situaties de motor onmiddellijk uit en overtuig u ervan dat het maaiaccessoire gestopt is, voordat u onderdelen van het product gaat controleren. Vervang alle beschadigde onderdelen.

Wanneer het maaiaccessoire tijdens het werk een steen, boom, paal of ander soortgelijk obstakel raakt.  Wanneer het product plotseling abnormaal begint te trillen. Het blijven gebruiken van defecte onderdelen kan een ongeval of ernstig letsel tot gevolg hebben.  Houd het maaiaccessoire niet omhoog wanneer u met het product werkt. U moet niet werken met het maaiaccessoire hoger dan kniehoogte geheven. Wanneer het maaiaccessoire hoger dan kniehoogte wordt geheven, bevindt het rotatievlak zich dichter bij het gelaat en ieder voorwerp dat van het maaiaccessoire wordt weggeslingerd, kan een ongeval of ernstig letsel veroorzaken. Vervoeren van het product Wanneer u zich in de onderstaande situaties bevindt, schakel dan de motor uit en overtuig u ervan dat het snijblad niet langer draait, breng vervolgens de snijbladbescherming aan en draai de geluiddemper in een richting van u af.

 Verplaatsen naar de plaats waar u de werkzaamheden wilt verrichten.  Verplaatsen naar een andere locatie tijdens het verrichten van de werkzaamheden.  De plaats verlaten waar u de werkzaamheden hebt verricht. Het niet opvolgen van deze instructies kan brandwonden of ernstig letsel tot gevolg hebben.  Indien u het product met de auto transporteert, maak dan de brandstoftank leeg, breng de snijbladbescherming aan en zet het product stevig vast om verschuiven te voorkomen. Rijden met de auto terwijl de brandstoftank is gevuld, kan brand tot gevolg hebben.  Gebruik het product nooit met één hand.  Klem de handgrepen stevig vast tussen uw duim en overige vingers.

19MaaienGebruik van het schouderharnasBevestig de trimmer altijd op de juiste manier met het schou-derharnas.  Gesp de gordel vast. De gordel dient strak te zitten.  Bevestig het product aan het harnas.  Plaats het schouderharnas over beide schouders en stel de banden bij zodat de aansluitpunten zoals afgebeeld worden vergrendeld.  Controleer of de machine goed is bevestigd door het maai-accessoire over de grond te bewegen.  Verander, indien nodig, de positie van het ophangpunt.  Het schouderharnas kan in noodgevallen snel worden los-gekoppeld. Trek bij brand of andere noodgevallen aan de noodklepje (A) om het product los te maken van uw li-chaam. Basismaaiwerk bij gebruik van de nylondraadkopNylondraad afstellen Laat de nylondraadkop niet sneller roteren dan 10000 t/min.

 Druk de drukknop van de spoel licht tegen het grondoppervlak bij een rotatiesnelheid van minder dan 4500 t/min wanneer u het nylondraad vrij laat komen.  Het afsnijmes op de beschermkap stelt het snijzwad automa-tisch in door de nylondraden in gelijke stukken te snijden zodra het accessoire begint te roteren.  Wanneer u met een kleiner snijzwad werkt dan de maximum-lengte, snijdt u twee nylondraden in gelijke lengtes door.  Wanneer de nylon lijn wordt ingekort, raak de tikknop (A) van de spoel lichtjes tegen het grondoppervlak en de lijn wordt los-gelaten uit de spoel om los te komen. Maaien Dit houdt in dat u de trimmer voorzichtig bij het materiaal brengt dat u wilt maaien. Kantel de kop licht zodat de afval-deeltjes van u vandaan worden geleid.

Indien u materiaal maait dat zich tegen een barrière bevindt, zoals een hek, muur of boom, gebruik dan een hoek waarbij afvaldeeltjes die tegen de barrière aankomen, van u vandaan worden geleid.  Verplaats de nylondraadkop langzaam totdat het gras tot aan de barrière wordt gemaaid, maar vermijd contact tussen de draad en de barrière.

Wanneer u gras maait in de buurt van draadgaas of harmonicagaas, maai dan slechts tot aan het gaas. Indien u te ver gaat, knapt de draad af op het gaas.  Trimmen is bedoeld om de stengels van onkruid een voor een te maaien. Houd de nylondraadkop onderaan tegen het on-kruid, nooit hoger, anders kan het onkruid heen en weer be-wegen en in de draad blijven haken. In plaats van het onkruid in één keer door te snijden, gebruikt u het uiterste uiteinde van de draad om langzaam door de stengel te snijden. 1. Hoek met muur2. Afvaldeeltjes3. Meszijde omhoog gericht4. Hoek met grond WAARSCHUWING Onjuist gebruik van het maaiaccessoire kan leiden tot ernstig letsel. Lees alle veiligheidsinstructies die in deze hand-leiding worden beschreven en volg ze op.  Niet gebruiken met beschadigde snijkop.  Gebruik alleen door YAMABIKO Corporation aanbevolen maai-accessoires.

 Wanneer er zich na het afstellen van de lengte van de nylondraad te veel nylondraad achter het afsnijmes bevindt, kan het draad eraf schieten zodra de nylondraadkop begint te roteren. Anders kan een ongeval of ernstig letsel het gevolg zijn.

20MaaienAfmaaien Dit houdt het maaien van grote grasvlakten in door de trimmer in een horizontale boog te zwaaien. Maak een vloeiende, ge-makkelijke beweging. Probeer het gras niet te af te hakken. Kantel de nylondraadkop zodat de afvaldeeltjes tijdens de maaibeweging van u vandaan worden weggeworpen. Ga ver-volgens zonder gras te maaien terug voor een volgende maai-beweging. Indien u goed bent beschermd en het niet erg vindt als afvaldeeltjes in uw richting worden geslingerd, kunt u in beide richtingen maaien. Aftoppen en kanten maaien Deze beide handelingen worden verricht met een onder een steile hoek gekantelde nylondraadkop. Aftoppen (A) betekent dat de bovenste begroeide laag wordt verwijderd, waardoor de kale grond overblijft. Kanten maaien (B) houdt in dat het gras wordt gemaaid op plekken waar het over een stoep of oprit hangt.

Tijdens zowel kanten maaien als aftoppen, dient de machine onder een steile hoek te worden gehouden, zodat af-valdeeltjes en losgeraakt zand en stenen, niet in uw richting komen, zelfs als ze van de harde ondergrond worden afge-ketst.  Hoewel de afbeelding laat zien hoe u kanten moet maaien en moet aftoppen, dient elke gebruiker zelf te bepalen wat voor zijn lichaamsgrootte en maaisituatie de ideale hoeken zijn.  Voor bijna alle maaihandelingen geldt dat u de nylondraadkop het beste zo kunt kantelen dat er contact wordt gemaakt aan de zijde van de draadcirkel waar de draad van u en de be-schermkap vandaan beweegt (zie de bijbehorende afbeel-ding). Hierdoor worden de afvaldeeltjes van u vandaan weggeworpen.  Indien de kop naar de verkeerde zijde wordt gekanteld, zullen de afvaldeeltjes uw kant uitschieten.

Indien de nylondraadkop plat tegen de grond wordt gehouden zodat het gras over de gehele lengte van de draad wordt gemaaid, schieten de afval-deeltjes uw kant op, wordt de motor door de weerstand afge-remd en wordt er veel draad verbruikt.  Nylondraadkop draait linksom.

Het mes bevindt zich aan de linkerzijde van de beschermkap. 1. Afvaldeeltjes2. Maai aan deze zijde Duw de draad niet in stug onkruid, bomen of gaashekken.  Door de draad in kippengaas, harmonicagaas of dichte be-planting te duwen, kunnen afgeknapte draaduiteinden naar de gebruiker worden geslingerd. De beste methode is om tot aan een barrière, zoals hierboven beschreven, te maaien, maar zorg dat de draad nooit in of door het obstakel komt. Maai niet dicht bij een obstakel of barrière.  Zorg dat de nylondraad geen contact kan maken met kapotte draadomheiningen. Draaddelen die door de trimmer zijn afge-broken, kunnen met hoge snelheden worden weggeslingerd.

21MaaienRegels voor veilige bediening bij metalen snijbladOnkruid afmaaien Dit houdt het maaien in door het maaiaccessoire in een hori-zontale boog te zwaaien. Op deze manier kunnen grote opper-vlakken gras en onkruid worden gemaaid. Afmaaien is geen geschikte manier om dik, stug onkruid of houtachtige begroei-ing te zagen.  Wanneer het maaiaccessoire in een jonge boom of een struik vast komt te zitten, gebruik het maaiaccessoire dan niet als een hefboom om dit op te lossen. Hierdoor raakt het maaiac-cessoire beschadigd.  Zet in plaats daarvan de motor af en duw de jonge boom of de struik weg om de snijbladen vrij te maken. WAARSCHUWING Neem bij het maaien de volgende instructies in acht.  Controleer of het snijblad stevig op zijn plaats is bevestigd.  Vervang de beschermkap als deze beschadigd is of barsten vertoont.  Vervang de moer van het snijblad als deze versleten raakt.

 Snijd met het snijblad niet in de grond.  Gebruik de machine niet als het snijblad bot, verbogen, gebroken of verkleurd is en als de moer versleten of beschadigd is.  Laat de motor niet onbelast op volle snelheid draaien. Anders kan een ongeval of ernstig letsel het gevolg zijn.  Gebruik alleen maaiaccessoires die zijn aanbevolen door YAMABIKO Corporation. YAMABIKO Corporation is niet verantwoordelijk voor het falen van snijapparaten, hulpstukken of accessoires die niet zijn getest en goedgekeurd door YAMABIKO Corporation voor gebruik met dit apparaat.  Het type snijblad dat gebruikt wordt moet overeenkomen met het type en de grootte van het materiaal dat u wilt maai-en. Een ongeschikt of bot snijblad kan zeer ernstig letsel veroorzaken. Snijbladen moeten scherp zijn. Botte snijbla-den verhogen de kans op terugslag en letsel aan uzelf en omstanders.

 Plastic/nylon gras/onkruidsnijbladen mogen gebruikt worden daar waar de nylondraadkop wordt gebruikt. Ge-bruik dit snijblad niet voor zwaar onkruid of kreupelhout.

 Het snijblad met 3 snijvlakken is speciaal ontworpen voor het maaien van onkruid en gras. Vermijd letsel als ge-volg van een terugslag of bladbreuk en gebruik het snijblad met 3 snijvlakken niet voor struiken of bomen.  8-tands onkruid/grassnijblad is ontworpen voor gras, tuinafval en dichtbegroeid onkruid. Gebruik dit snijblad niet voor keupelhout of zware, houtachtige begroeiing, 19 mm diameter of groter.  22-tands rooiblad is ontworpen voor dicht struikgewas en jonge boompjes tot een diameter van 64 mm.  80-tands bosmaaiblad is ontworpen voor het snijden van kreupelhout en houtachtige begroeiing tot aan 13 mm diameter. Beschadigde of gebarsten snijbladen kunnen ongevallen en ernstig letsel veroorzaken.

Terugslag Het fenomeen dat optreedt wanneer het snijblad in contact komt met een boom, paal, steen of ander hard object terwijl het met hoge snelheid draait en reageert door krachtig en bliksemsnel terug te springen, wordt terugslag genoemd.  Terugslag kan ertoe leiden dat u de controle over het product verliest en is bijzonder gevaarlijk.  Met name wanneer het snijbladkwart rechtsvoor (B) een struik of soortgelijk object raakt, zal het snijblad de machine plotseling acherwaarts naar rechts laten schieten.  Maai niet van links naar rechts, om terugslag te voorkomen. Let er goed op dat het snijblad geen harde objecten raakt.  Zorg er tijdens het maaien voor dat het object dat u maait niet verder reikt dan 1/3 van de linker voorzijde het snijblad (A). Anders kan letsel of een dodelijk ongeval het gevolg zijn.

22Onderhoud en verzorgingOnderhoud en verzorgingOnderhoudsrichtlijnenOnderhoud en verzorging WAARSCHUWINGNeem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht als u het product controleert of onderhoudt na gebruik: Schakel de motor uit en probeer niet het product te controleren of te onderhouden voordat de motor is afgekoeld.U kunt zich branden. Verwijder de bougiekap voordat u controle- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert.Als het product onverwacht start, kan dit een ongeval veroorzaken.BELANGRIJK Vakkennis is vereist bij de controle en het onderhoud. Indien u de controle en het onderhoud van het product niet zelf kunt uitvoeren of een fout niet zelf kunt oplossen, raadpleeg dan uw dealer. Probeer niet het product te demonteren. Gebruik uitsluitend originele vervangende onderdelen en verbruiksmaterialen of aanbevolen producten en componenten.

Het gebruik van onderdelen van andere fabrikanten of niet-aanbevolen componenten kan een defect tot gevolg hebben.Onderdeel Onderhoud Pagina Vóór het gebruik MaandelijksLuchtfilter Reinigen / vervangen 23 •Brandstoffilter Inspecteren / reinigen / vervangen 23 •Bougie Inspecteren / reinigen / afstellen / vervangen24 •Carburateur Afstellen / vervangen en afstellen 23 •Koelsysteem Inspecteren / reinigen 24 •Geluiddemper Inspecteren/vastdraaien 24 •Geluiddemper Reinigen 24 •**Aandrijfas Smeren 25 •**Haakse overbrenging Smeren 25 •*Starter Inspecteren - •Afsnijmes Inspecteren / reinigen - •Brandstofsysteem Inspecteren 23 •Schroeven, bouten en moerenInspecteren, vastdraaien / ver-vangen- •* Of 50 uur, afhankelijk van welke het eerst optreedt. ** Or 100 hours, whichever occurs first.BELANGRIJK De tijdsintervallen zijn maximumwaarden.

23Onderhoud en verzorgingLuchtfilter reinigen1. Sluit de choke. Draai de schroef los en verwijder het luchtfil-terdeksel (A). 2. Verwijder het luchtfilter (B) (het luchtfilter bevindt zich in het luchtfilterdeksel). 3. Borstel het vuil van het filter of reinig het filter met perslucht. 4. Plaats het oliefilter terug. 5. Plaats het deksel weer en draai de schroef vast. Brandstoffilter vervangen1. Verwijder het brandstoffilter (A) via de vulopening van de brandstoftank met behulp van een stuk staaldraad of iets dergelijks. 2. Trek het oude filter uit de brandstofleiding (B). 3. Installeer een nieuw brandstoffilter. Afstelling van de carburateurElke machine wordt in de fabriek getest en de carburateur wordtgoed afgesteld voor een maximale prestatie.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Shindaiwa B410S stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden