Sharp BK-FM020 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Sharp BK-FM020 (208 pagina’s), behorend tot de categorie Electrische fiets. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 23 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Sharp BK-FM020 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/208
BK-FM02/FM020
User Manual
Electric Bike
PL
ENFRHR
SV
DE
PT
DA
HUITNLLVLT
ELESFIET
*Product images are for illustration purpose only. Actual product may vary.

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Sharp
Categorie: Electrische fiets
Model: BK-FM020

Handleiding Sharp BK-FM020 – volledige tekst

1Gebruik deze Snelstartgids om uw e-bike in te stellen en te beginnen met gebruiken. Voor meer gedetailleerde informatie over uw model e-bike, raadpleeg de online handleiding die u kunt vinden door de onderstaande link te volgen of de QR-code te scannen en te zoeken op modelnaam BK-FM02/FM020.https://www.sharpconsumer.com/support/21. DISPLAY2. Stuur3. Handgrepen4. Stuurvergrendelme-chanisme5. Voorlicht6. Band7. Schijfrem8. Vergrendelhendel frame9. Pedaal10. Crankstel11. Ketting12. Zadel13. Fietsdrager14. Achterlicht15. Achterderailleur16. Navenmotor10,16 inch (4 mm) Inbussleutel0,20 inch (5 mm) Inbussleutel0,24 inch (6 mm) Inbussleutel0,12 inch (3 mm) InbussleutelOpen Ringsleutel 13-15Handige tools voor het monteren en gebruiken van de ets (niet inbegrepen).

NLBelangrijke veiligheidsinstructiesGEVAARKANS OP ELECTRISCHE SCHOKKENNIET OPENENLees deze veiligheidsinstructies en let op de volgende waarschuwingen voordat het apparaat in gebruik wordt genomen:Een bliksemits met een pijl in een gelijkzijdige driehoek is bedoeld om de gebruiker te waarschuwen voor de aanwezigheid van niet-geïsoleerde "gevaarlijke spanning" in het product. Deze spanning kan groot genoeg zijn om een risico voor elektrische schokken op te leveren. Het uitroepteken in een gelijkzijdige driehoek is bedoeld om de gebruiker te waarschuwen voor de aanwezigheid van belangrijke bedienings- en onderhoudsinstructies in de documentatie bij het apparaat. Dit symbool betekent dat het product op een milieuvriendelijke manier weggegooid dient te worden en niet met huisvuil.

AC-spanningApparatuur van klasse IIOm vuur te voorkomen houdt altijd kaarsen en ander open vuur verwijderd van dit product. BELANGRIJK: Lees het onderstaande zorgvuldig door en bewaar deze handleiding voor gebruik in de toekomst. LET OP: Draag een beschermende helm. Om het risico op letsel te verminderen, draag een geschikte helm tijdens het rijden. Risico op ongevallen en letsel• Onjuiste bediening van de e-bike door onvoldoende kennis kan een ongeluk veroorzaken. Maak uzelf alstublieft vertrouwd met de functies van de e-bike voordat u gaat rijden. • Maak uzelf vooraf vertrouwd met de remhendel als u niet voldoende op de hoogte bent van de plaatsing van de voor- en achterremmen. Stel ook dienovereenkomstig af voordat u gaat rijden. • Zorg er alstublieft voor dat de remmen goed zijn afgesteld en goed functioneren.

LET OP: Hardware mag niet volledig worden aangedraaid, inclusief maar niet beperkt tot bouten, moeren, de voorste naafas, het achterwiel, stuurmechanismen (stuur, stuurpen), het remsysteem, het aandrijfsysteem, pedalen, etc.

Om het risico op letsel te verminderen, zorg ervoor dat alle etsonderdelen stevig en correct zijn vastgezet en dat er geen verlies van uitrusting, breuk of andere soorten schade is. LET OP: Deze ets is ontworpen voor volwassenen. Kinderen mogen alleen rijden onder toezicht van volwassenen. Om het risico op ongelukken en verwondingen te verminderen, zorg ervoor dat de ets en al zijn structuren niet binnen het bereik van kinderen onder de 3 jaar zijn. LET OP: Componentbreuk door onjuist gebruik van de ets kan voorkomen. Risico op ongevallen en letsel. • Rijd niet over hellingen of heuvels met de ets. • Rijd niet met deze ets in cross-country etsen. • Rijd niet met de ets over trappen, rotsen of andere treden met een hoogte groter dan 15 cm. Onjuiste toevoegingen of wijzigingen aan de ets en incorrecte accessoires kunnen ervoor zorgen dat de ets niet goed functioneert.

Om het risico op ongelukken en letsel te verminderen, voeg geen extra accessoires toe die niet zijn gekocht bij de verkoper of zonder toestemming van de verkoper, inclusief maar niet beperkt tot kinderveiligheidsstoelen, aanhangers, etc. VOORZICHTIG: Rijd niet op een riskante manier met de ets. Om het risico op ongelukken en letsel te verminderen, rijdt u de ets alleen op de juiste manier. Zorg ervoor dat u de ets kunt beheersen en probeer geen gevaarlijke acties uit te voeren, inclusief maar niet beperkt tot rijden zonder handen, sprongen en wheelies. GEVAAR: Gebrek aan ets onderhoud vormt een risico op ongelukken en letselControleer de ets voor elke rit, inclusief maar niet beperkt tot de remfunctie, bandenslijtage en PSI, bout- en moerconditie, stuurinrichting en spaakspanning. Als u tijdens het rijden een abnormaal geluid hoort, stop dan onmiddellijk en controleer de hele ets.

Voordat u de ets gaat berijden, zorg ervoor dat de ets voldoet aan de normen van uw lokale wetgeving. Reectoren zijn geen vervanging voor vereiste verlichting. Rijden bij zonsopgang, schemering, 's nachts of op andere momenten van slecht zicht zonder een adequaat etsverlichtingssysteem en zonder reectoren is gevaarlijk en kan leiden tot ernstig letsel of de dood. Als uw ets niet goed past, kunt u de controle verliezen en vallen. Bouten die te strak zijn aangedraaid kunnen uitrekken en vervormen. Stel uw batterij niet bloot aan hoge temperaturen. Rijden met onjuist afgestelde remmen of versleten remblokken is gevaarlijk en kan leiden tot ernstig letsel of de dood. Laat een band nooit verder op dan de maximale druk die op de zijkant van de band of de velg staat aangegeven.

Als de maximale drukwaarde voor de velg lager is dan de maximale druk die op de band wordt getoond, gebruik dan altijd de lagere waarde. Het overschrijden van de aanbevolen maximale druk kan ervoor zorgen dat de band van de velg springt of de velg beschadigt, wat schade aan de ets en letsel aan de berijder en omstanders kan veroorzaken. De beste en veiligste manier om een etsband op de juiste druk te brengen is met een etspomp die een ingebouwde drukmeter heeft. Te hard of te plotseling remmen kan een wiel blokkeren, waardoor u de controle kunt verliezen en vallen. Plotselinge of overmatige toepassing van de voorrem kan de rijder over het stuur laten vliegen, wat kan leiden tot ernstig letsel of de dood. Stop de oplaadprocedure onmiddellijk als u een vreemde geur of rook opmerkt. • SHARP is niet verantwoordelijk voor letsel/dood veroorzaakt door onjuist gebruik.

• De garantie dekt geen schade veroorzaakt door onjuist gebruik van het apparaat, met name in het geval van gebruik voor niet-huishoudelijke doeleinden en aanpassingen en/of aanpassingen die nodig zijn voor landen of regio's waarvoor het oorspronkelijk niet was ontworpen. • Houd u altijd aan de lokale verkeersregels en nationale wetten en voorschriften bij het gebruik van uw e-bike. CAUTIONRISK OF ELECTRIC SHOCKDO NOT OPENCAUTIONRISK OF ELECTRIC SHOCKDO NOT OPEN.

3• Houd u altijd aan de lokale snelheidslimiet. GA NIET over de snelheidslimiet van uw e-bike heen. • Draag altijd beschermingsmiddelen tijdens het gebruik. • Draag altijd een veiligheidshelm bij het rijden op uw e-bike. • Rijd altijd met beide handen aan het stuur, nooit met slechts één hand. • Rijd niet bij slecht weer. • Gebruik deze e-bike niet om stunts of gevaarlijke manoeuvres uit te voeren. Het is een ets ontworpen voor huishoudelijk gebruik. • Neem geen mensen of voorwerpen zoals tassen mee op de e-step. • Rijd langzaam op drukke plaatsen. • Controleer voor gebruik of alle schroeven en bevestigingsmiddelen vastzitten en of deze er goed uitzien. • Zorg ervoor dat de vouwas in de sleuf komt bij het uitvouwen van de e-bike. • Rijd niet op oneen wegen, water, olie of ijs. • Rij niet door het verkeer en maak geen onvoorspelbare, onverwachte bewegingen.

• Rijd niet op de e-bike als u buiten de leeftijdsgrenzen van het land valt. • Rijd niet met de e-bike over de wettelijke snelheidslimiet voor e-bikes in het land. • Gebruik de e-bike niet als deze beschadigd is. • Gebruik de e-bike niet als de batterij een vreemde geur afgeeft en/of opwarmt. • Gebruik de e-bike niet als er vloeistof uit lekt, vermijd contact en plaats deze buiten het bereik van kinderen. • Controleer voor gebruik of de e-bike niet beschadigd is. Rij niet als er enige schade is. • Zorg ervoor dat u deze gebruikershandleiding volledig leest voordat u de e-bike gebruikt. • Leer hoe u uw e-bike moet berijden alvorens deze in een openbare ruimte te gebruiken. • Deze e-bike kan worden geïdenticeerd aan de hand van het model en serienummer op het typeplaatje. • De aandrijving gebeurt via een elektromotor in het rijwiel. • Er mag slechts één persoon op de e-bike rijden.

• Rijd met de e-bike op vlakke oppervlakken. Overschrijd de gespeciceerde helling niet. • Overmatig gebruik zal de levensduur van deze e-bike verkorten. • Let op: de remmen en bijbehorende onderdelen kunnen tijdens het gebruik heet worden. Raak deze na gebruik niet aan. Waarschuwingen voor batterij en oplader• Schakel de e-bike niet in tijdens het opladen. • Nadat de batterij volledig is opgeladen, koppelt u de oplaadkabel los. • De laadindicator van de batterij op het display geeft het accuniveau aan. • Wanneer de batterij bijna leeg is, kan dit resulteren in verminderde elektrische ondersteuning. Het wordt aanbevolen om te beginnen met opladen bij een lading van 20-40%. • Laad de batterij na elk gebruik op. • Als de e-bike lange tijd niet wordt gebruikt, laad deze dan minstens één keer per maand op.

Let op: als de batterij lange tijd niet wordt opgeladen, zal de batterij een zelfbeschermingsstatus ingaan en niet meer opladen. Neem in dit geval contact op met uw dealer. • Steek tijdens het opladen de stekker van de oplader in de oplaadpoort alvorens u de stekker in het stopcontact steekt. • Tijdens het opladen is het indicatielampje van de oplader rood. Dit betekent dat het oplaadproces normaal verloopt. Als het indicatielampje groen wordt, dan is het opladen voltooid. • Gebruik alleen de oorspronkelijke oplader om de batterij op te laden. • De oplader heeft een overlaadbeveiligingsfunctie, als de e-bike 100% volledig is opgeladen, zal de oplader automatisch stoppen met opladen. • Gooi batterijen en e-bikes weg in overeenstemming met de toepasselijke voorschriften in uw land.

Batterijset• Stel de batterijen niet bloot aan hoge temperaturen en plaats deze niet op plaatsen waar de temperatuur snel kan oplopen, bijv. naast het vuur of in direct zonlicht.

• Stel de batterijen niet bloot aan stralende hitte, gooi deze niet in het vuur, haal deze niet uit elkaar en probeer niet onoplaadbare batterijen op te laden; deze kunnen gaan lekken of ontploen. • Als u een batterij in het vuur gooit, een batterij mechanisch verpletterd of een batterij doorzaagt, dan kan dat leiden tot een explosie. • Als u een batterij in een omgeving met een extreem hoge temperatuur laat liggen, dan kan dit leiden tot een explosie of het weglekken van een brandbare vloeistof of gas. • Als u een batterij aan een extreem lage luchtdruk blootstelt, dan kan dat leiden tot een explosie of het weglekken van brandbare vloeistof of gas. • LET OP: Risico op explosie of schade aan apparatuur, als er verkeerde type batterijen worden gebruikt. • Gebruik nooit verschillende batterijen of meng nooit nieuwe en oude batterijen.

• Gebruik geen andere batterijen dan de gespeciceerde batterijen. Verwijdering van deze apparatuur en de batterijen• Verwijder dit product en de batterijen ervan niet als ongesorteerd huisafval. Breng het afval terug naar een inzamelpunt voor recycling van AEEA in overeenstemming met de lokale wetgeving. Door dit te doen helpt u het behoud van grondstoen en beschermt u het milieu. • In de meeste Europese landen is de verwijdering van batterijen gereguleerd. Het recyclingsymbool staat op elektrische apparatuur, verpakkingen en batterijen om gebruikers eraan te herinneren deze items op de juiste manier te verwijderen. Gebruikers worden verzocht gebruik te maken van bestaande retourfaciliteiten voor gebruikte apparatuur en batterijen. Neem contact op met uw verkoper of plaatselijk autoriteiten voor meer informatie. • De batterij en oplader bevatten gevaarlijke materialen.

NLWat zit er in de doos:E-Bike Onderdelen• 1 × E-bikeAccessoiresdoos• 1 × Snelstartgids• 1 × Garantiegids• 1 × Oplader handleiding• 1 × Oplader• 2 × Pedaal• 2 × AccusleutelsAccessoiresdoos(Zie 1 op pagina 1)Fietsonderdelen(Zie 2 op pagina 1)Fiets FramenummerHet framenummer van de ets kan worden gevonden op de buis, zoals getoond in de guur. Dit is de unieke identicatie van de elektrische ets. Wanneer uw ets wordt gestolen, geeft het serienummer u de grootste kans om deze terug te krijgen.terughalen. Het zou een goed idee zijn om het ergens op te schrijven of er een foto van te maken.Montage van de E-bikeDe ets wordt geleverd met het stuur gevouwen. Draai het stuur zoals beschreven in het betreende gedeelte. Monteer de pedalen. Raadpleeg het betreende gedeelte voor gedetailleerde instructies.De batterij is uitgerust met een aan/uit-schakelaar.

Zie het betreende gedeelte voor meer details. Verwijder alle vervoerbescherming voor gebruik.STAP 1: Installeer en stel het stuur bija. Til de stuurpen op en zet hem in rechtopstaande positie. Duw de stuurpenvergrendeling naar voren totdat deze stevig vastzit. Sluit de vergrendelhendel.Draai de veiligheidsring totdat deze in de hendel vergrendelt.b. Maak de snelsluiting los en stel het stuur in op de juiste hoogte. Overschrijd de veiligheidsschaallijn niet. Draai vervolgens de snelsluiting vast.veiligheidsalarmlijn

5STAP 2: Stel de zadelpen afa. Maak de snelsluiting van de zadelpen los. b. Pas de zadelpenhoogte en zadelhoek aan om uw meest comfortabele rijpositie te vinden, let erop de minimum veiligheidsschaallijn niet te overschrijden. c. Draai de snelsluiting vast. STAP 3: Installeer de pedalenGebruik de 15 mm sleutel om de pedalen te monteren, zoals getoond in guur. L RNOTITIES: Het pedaaldraad moet worden gesmeerd voordat het wordt gemonteerd. Controleer de eindkap op beide pedalen om het linker- en rechterpedaal te identiceren. Houd er rekening mee dat het rechterpedaal met de klok mee wordt aangedraaid, terwijl het linkerpedaal tegen de klok in wordt aangedraaid. Zorg ervoor dat het koppel ongeveer 35 N·m is.

STAP 4: Controle van het centrale vergrendelingssysteem van het frameHet centrale vergrendelingssysteem van het frame moet altijd in gesloten positie zijn tijdens het gebruik van de ets. Hoe de E-bike te gebruikenLaad de batterij volledig op voor het eerste gebruik. Controleer regelmatig de bandenspanning voor de beste prestaties. Hoe op te ladena. Open de rubberen dop en steek de oplader in de oplaadpoort van de e-bike of haal de batterij eruit en laad deze op. Zorg ervoor dat de oplaadpoort in de gegeven richting staat. b. Steek de oplader in het stopcontact. c. Wanneer verbonden met de acculader, zal de accu beginnen met opladen en de oplaadindicator op de lader zal rood worden. d. Nadat het opladen voltooid is, wordt de oplaadindicator groen. Verwijder de batterijlader wanneer deze volledig is opgeladen. e. Sluit de rubberen dop na het opladen.

oplaadindicatorIndicatie van batterijlaadniveauHet resterende batterijlaadniveau kan worden weergegeven op de batterij door op de speciale knop te drukken. 4 LED's branden: 100% resterende lading3 LED's branden: 70% resterende lading2 LED's branden: 40% resterende lading1 LED (rood) brandt: tot 15% resterende lading (de batterij moet zo snel mogelijk worden opgeladen).

De trapondersteuningDeze elektrische ets is uitgerust met een "trapondersteuningssysteem", bestaande uit een motor, een batterij en een snelheidsensor. Het is belangrijk te weten dat wanneer het systeem aanstaat, de motor energie levert alleen terwijl u aan het trappen bent. Wanneer u stopt met trappen, schakelt de motor uit en ontbreekt de trapondersteuning. Bij alle met trapondersteuning uitgeruste etsen schakelt de motor uit en stopt de ondersteuning als de maximumsnelheid van 25 km/h voor elektrische etsen is bereikt. Wanneer de snelheid onder deze waarde daalt, start de ondersteuning opnieuw totdat u stopt met trappen.

NLHoe start je een E-bikeAAN/UITSteek de sleutel in het slot onderaan het frame. Draai de sleutel met de klok mee naar "AAN". Houd de knop "M" op het display ingedrukt om de stroom in te schakelen. Het standaard ondersteuningsniveau is 1. Druk kort op "+" of "−" om de ondersteuningsniveaus aan te passen. Het gedetailleerde diagram van het sleutelslot is hieronder weergegeven:Van ONTGRENDELN-positie naar AAN-positie:a. Draai de sleutel eenmaal met de klok mee van ONTGRENDELN-positie naar UIT-positie. b. Draai de sleutel nogmaals met de klok mee van UIT-positie naar AAN-positie. Van AAN-positie naar ONTGRENDELN-positie:a. Draai de sleutel eenmaal tegen de klok in van AAN-positie naar UIT-positie. b. Oefen lichte druk uit in de richting van het sleutelslot. c. Terwijl u druk uitoefent, draai de sleutel eenmaal tegen de klok in van UIT-positie naar ONTGRENDELN-positie. d.

Verwijder de zadelpen en trek de batterij omhoog. Overzicht van display en bediening1221. M – aan/uit-knop – Schakelt de ets in en uit gedurende meer dan 1 sec. Korte druk M Functies: Trip/ODO/Tijd(Het display schakelt automatisch uit na enkele minuten)2. + & – knop – Selecteert trapondersteuning (druk meer dan 3 sec om de loop assistent te activeren)Weergave-interfaceDe ets is uitgerust met vijf niveaus van trapondersteuning, die op het display kunnen worden geselecteerd. Het display wordt gebruikt om de ets in te schakelen, de trapondersteuning aan te passen en de volgende informatie weer te geven:2614531. Verlichtingsregeling (indien beschikbaar op de ets)2. Resterende batterijlading3. Afgelegde afstand (TRIP)Totale afgelegde afstand (ODO)Gebruiktijd (T1)4. Constante snelheid (SPEED)Gemiddelde snelheid (AVG)Maximale snelheid bereikt (MAX)5. Foutcodes (REE)6.

7VersnellingswisselGebruik de draaigreep aan de rechterkant van het stuur om de achterderailleur te bedienen. Een indicator voor de gekozen versnelling is zichtbaar naast de draaigreep.Volg deze stappen om de derailleur met een draaigreep te bedienen: als volgt:a. Duw de pedalen naar voren.b. Draai de ring (1) met de hand met de klok mee om naar een kleinere tandwiel te schakelen, waar de trapinspanning groter zal zijn.c. Draai de schakelring met de hand tegen de klok in om naar een grotere versnelling te gaan, waar de trapinspanning kleiner zal zijn.1Schakelen van verlichting AAN en UITOm de verlichting AAN of UIT te schakelen, gaat u als volgt te werk:Druk op de schakelaar op de koplamp.OPMERKINGEN : Als u het licht zelfs overdag gebruikt, zullen andere weggebruikers u waarschijnlijk eerder opmerken.Hoe de ets te vouwenVolg deze stappen om de ets te vouwen:a.

Ontgrendel het vergrendelmechanisme van de pedalen en vouw ze over de crankarm.b. Open de vergrendelingshendel op het frame.12c. Vouw het frame.d. Laat de stuurvergrendeling los en kantel deze naar de onderkant van de ets.12e. Vouw de stuurpen naar beneden.f. Vouw het stuur en het frame op een manier die gemakkelijk te dragen is.Om de ets in elkaar te zetten, volg de stappen in omgekeerde volgorde.LET OP!Bij het monteren of vouwen van de vouwets kan het handmatig vouwen van de stuurkabel en/of bovenkabel worden geplet. Zorg ervoor dat dit niet gebeurt.Houd altijd je vingers, handen en armen weg van het montagegebied bij het vouwen van het frame of de stuurpen.Zorg er na het vouwen voor dat alle vergrendelingen goed zijn gesloten.

NLOnderhoud van accu & opladerLITHIUM ACCULaad de accu op aan het einde van elke etstocht of als de accu leeg is. Na langdurig gebruik zal de accucapaciteit langzaam verminderen. De gemiddelde levensduur van de accu hangt af van persoonlijk gebruik en opslagomstandigheden. Zelfs met goed onderhoud zijn oplaadbare accu's niet eeuwig. Gemiddeld blijft een lithiumaccu ongeveer 500 laadcycli werkzaam. Houd er echter rekening mee dat bij elke herlading de "capaciteit" van de accu proportioneel afneemt. Zelfs gedeeltelijke laadbeurten (bijvoorbeeld 1 uur opladen) worden beschouwd als een volledige laadcyclus voor wat betreft het aantal mogelijke cycli. Ontlaad de accu periodiek volledig en laad hem opnieuw op. Als de ets gedurende een lange periode niet wordt gebruikt, laat de batterij niet langer dan 8 uur aangesloten op de lader. Ongeveer 4 uur opladen.

In dit geval hoef je geen aandacht te schenken aan de lampjes van de acculader. Wanneer de accu volledig is ontladen, moet deze onmiddellijk worden opgeladen. Laat de accu niet ontladen en ongebruikt, maar begin onmiddellijk met een oplaadcyclus. In dit geval moet de laadsessie verlengd worden tot ongeveer 6 uur om volledige activering van de accu mogelijk te maken. Het wordt aanbevolen om de ets een tot twee keer per jaar te gebruiken totdat de accu volledig is ontladen. Laad hem daarna volledig op. Dit proces heeft een positief eect op de levensduur van de accu. Accucapaciteit op het displayWanneer je de motor van de ets inschakelt en begint te trappen, geeft het accu-icoon op het display de gemeten instantane lading aan en niet de werkelijke lading. Bij bergopwaarts gaat de indicator mogelijk een lagere resterende lading aan (het aantal brandende LED's op het display neemt af).

De beste tijd om de hoeveelheid resterende lading te bepalen, is wanneer een constante snelheid wordt bereikt op een vlakke en rechte weg nadat het werk van de accu is gestabiliseerd. Batterij opladenLaad de accu op zonder hem uit het frame te verwijderen. Aan het einde van elke etstocht wordt het aanbevolen de accu altijd op te laden. De accu altijd opgeladen houden verlengt de levensduur. Het is verplicht om de meegeleverde acculader te gebruiken en de instructies daarop te volgen. Gebruik geen acculaders die niet zijn goedgekeurd door SHARP. Ze kunnen de accu beschadigen en de levensduur beperken. Bij het gebruik van persoonlijke accessoires, niet met de ets geleverd, vervalt de wettelijke garantie automatisch. Lees voor het opladen van de accu aandachtig de volgende instructies en volg ze tijdens het proces. • Gebruik alleen de meegeleverde acculader.

• Houd zowel de acculader als de accu uit de buurt van kinderen en huisdieren• Het opladen moet plaatsvinden in een ruime, koele en droge plek, uit de buurt van directe warmtebronnen en vochtigheid. • Indien het opladen plaatsvindt terwijl de accu in de ets zit, zorg dan dat deze stabiel op de standaard staat en uitgeschakeld is. • Het is normaal dat de acculader warm wordt tijdens het opladen. • Bedek de acculader niet. • Houd de stekkers altijd schoon en droog. • Hou de acculader niet nat. • Gebruik de acculader en/of de accu niet als deze beschadigd zijn. • Verbind eerst de acculader met de accu en sluit deze vervolgens aan op het stopcontact. • Voer het laden niet in direct zonlicht uit. • Gebruik de acculader niet voor andere doeleinden of apparaten. • Spanningsdalingen tijdens laadcycli kunnen de accu beschadigen. • Spanningsvallen tijdens laadcycli kunnen de accu beschadigen.

Als de temperatuur van de accu te hoog oploopt, zal een onaangename geur worden waargenomen: stop onmiddellijk met opladen en neem contact op met het Service Center. Accu FAQsIs het normaal dat de accu warm wordt tijdens het opladen. Ja, het is normaal dat de accu warm wordt tijdens het oplaadproces. Onderhoud van acculaderVolg de volgende onderhoudsinstructies voor de acculader:• Wanneer de accu volledig is opgeladen, koppel eerst het snoer los van het stopcontact en dan de voedingskabel van de accu. • Bewaar de acculader op een droge en schone plek. • De acculader heeft geen onderhoud nodig. Elke opening of manipulatie is verboden. • Als u vermoedt dat de acculader beschadigd is, neem dan contact op met het servicecentrum. • Als de kabel beschadigd is, neem contact op met het servicecentrum om deze te vervangen.

• Als de temperatuur van de acculader te hoog oploopt (boven 65°C), zal een onaangename geur worden waargenomen: stop onmiddellijk met opladen en neem contact op met het Service Center. Onderhoud en schoonmakenTechnologische vooruitgang heeft de E-Bike en zijn componenten gecompliceerder gemaakt dan in het verleden en het tempo van innovaties neemt toe. Met deze voortdurende evolutie is het essentieel om voor elke mechanische en/of elektrische reparatie en/of onderhoud contact op te nemen met een erkend servicecentrum. Volg voor routinematig onderhoud en schoonmaken de onderstaande instructies. Inspectie en onderhoudVoor uw veiligheid en om de lange levensduur van uw ets te waarborgen, wordt aangeraden deze regelmatig te inspecteren om de staat van het mechanische gedeelte te begrijpen en indien nodig de hulp van een technicus in te roepen.

Het behouden van goede mechanische en elektrische onderdelen is van fundamenteel belang voor uw veiligheid tijdens het gebruik. Controleer periodiek de bedrading en elektrische connectoren om ervoor te zorgen dat ze niet beschadigd zijn.

9FietsonderdeelCon-troleer altijd voor gebruikCon-troleer periodiekSchoon-maken en smerenStel af en draai vastRepareer indien nodigBandenspanning √ √Bandcondities √ √Remkalibratie √ √Stuurvergren-deling√ √DISPLAY √Zadelvergren-deling√ √Remblokken √ √Remkabelspan-ning√ √ √Spaakspanning √ √Wielcentrering √ √Naven √ √ √Ketting smering √ √Achterderailleur kalibratie√ √ √Reectoren √ √ √ √Batterij en oplader√ √Stuurinrichting √ √ √B. B. √ √ √Schroeven, moeren, bouten, sloten√ √ √Componenten die onder normale slijtage vallen (bijv. banden, ketting, remmen) vallen niet onder de garantie. De basis onderhoud van de ets kan en moet direct door de eigenaar worden uitgevoerd; vereist geen speciaal gereedschap of specieke technische kennis boven wat in deze handleiding wordt uitgelegd. Hier zijn een aantal voorbeelden van interventies die je zelf kunt uitvoeren.

Alle andere inspectie-, onderhouds- en reparatiediensten moeten in een gespecialiseerd centrum worden uitgevoerd door een gekwaliceerde technicus. Neem bij twijfel of onzekerheid altijd contact op met het servicecentrum. Pas de remmen aanDe ets is uitgerust met MECHANISCHE SCHIJFREMMENDe schijfremblokken vereisen minimale slijtage voordat ze een optimale remwerking bereiken. Bovendien raken de schijven oververhit wanneer ze worden gebruikt, raak ze niet aan nadat ze net zijn gestopt. Als een van de twee remsystemen kapot gaat, repareer deze dan onmiddellijk, want één rem is niet voldoende om veilig te remmen. Het is aan te raden de remblokken, de mantels en de spanningkabels en hun smering zorgvuldig te controleren. Vervang de beschadigde onderdelen onmiddellijk als u rafelige of verlengde spiralen, gebogen uiteinden, roest of slijtage opmerkt.

Bij twijfel of als je een anomalie tijdens het gebruik vermoedt, laat de ets dan door een monteur controleren. Het versnellingsapparaat afstellenAls de ketting moeite heeft om op het grote achtertandwiel te klimmen (versnelling op het stuur maximaal gedraaid), draai schroef B iets los, zodat de ketting niet voorbij het laatste tandwiel gaat. Als de ketting moeilijk naar beneden gaat op het kleine achtertandwiel, draai schroef A iets los om de derailleur op het kleine tandwiel uit te lijnen. Bout- en moerenaandraaienTijdens het gebruik, door trillingen, kunnen sommige schroeven losraken. Wij adviseren je om periodiek de vastheid van de schroeven te controleren. Vervang onmiddellijk alle beschadigde of verloren onderdelen. Hieronder vindt je een tabel met aandraaimomenten die moeten worden toegepast voor de montage van verschillende soorten componenten.

Voor elk onderdeel wordt het "min-max" interval vermeld waarbinnen die componenten doorgaans worden gehouden. De tabel is puur indicatief, omdat we herhalen dat talrijke variabelen bijdragen aan het beïnvloeden van de exacte mate van koppel die moet worden toegepast op de verschillende schroeven, zoals het gebruikte materiaal voor de schroef en/of het type draad, de secties en de diktes van het materiaal waarop je handelt en uiteraard het materiaal van de te koppelen onderdelen. De aandraaimomenten worden uitgedrukt in Newton-meter; onthoud dat voor de juiste uitvoering van deze bewerking een momentsleutel nodig is, die loslaat wanneer het gewenste koppel is bereikt.

NLVoorste naafmoer 20 - 27 NmAchterste naafmoer 27 - 33 NmZadelklem 7 -22 NmRem 10 NmRemblok 8 NmRemkabel 5 NmKabels van de achterderailleur 5 – 6 NmZadelpenklem 10 - 14 NmStuurpenmoer en schroef 18 - 20 NmDerailleur op de dropout 12 – 15 NmVoorste derailleurmoer 5 - 7 NmMoer van de schijfremklauw 6 - 8 NmStuurpen op de vork 5 - 8 NmStuurpen op het stuur 5 - 8 NmVerstellers op het stuur 10 NmB. B. kettingblad en crank 32 – 50 NmBSA B. B. onderdelen 70 NmPedalen 34 - 40 NmInloopperiodeUw ets zal eciënter zijn en in optimale omstandigheden blijven voor een lange tijd met een inloopperiode voor ononderbroken en intensief gebruik. Rem- of versnellingskabels, spaken en andere mechanische onderdelen kunnen in de allereerste gebruiksfase losraken en er kan een wijziging in het servicecentrum nodig zijn voor de denitieve aanpassing.

We raden aan om na 30/35 uur gebruik en in elk geval na de eerste 30 dagen de elektrische ets te laten controleren in een servicecentrum. Neem in elk geval voor elk probleem of twijfel dat u niet zelf kunt oplossen altijd contact op met het gespecialiseerde technische ondersteuningcentrum en gebruik de ets niet in geval van reële of vermeende anomalieën. We raden aan de mechanica vóór elk gebruik te controleren. Na elke lange of moeilijke rit op onverhard terrein, als het wordt blootgesteld aan water of zand en in ieder geval elke 150 km. • Maak de ets schoon. • Smeer de ketting, het vrije wiel, de versnelling en verwijder dan de overtollige olie. Je kunt je vertrouwde technicus om advies vragen over de beste smeermiddelen op de markt en de frequentie van onderhoud. • Trek de voorrem aan en beweeg de ets heen en weer en zorg ervoor dat alles in orde is.

Als u bij elke beweging een dof geluid hoort, zijn er waarschijnlijk problemen met de besturing: neem contact op met het servicecentrum. • Til het voorwiel van de grond en draai het naar rechts en links en maak sure dat de besturing soepel is.

Als het stuur stug draait, zijn er waarschijnlijk problemen met de besturing: neem contact op met het servicecentrum. • Zorg ervoor dat alle moeren, bouten, sloten en alle mechanische en bevestigingscomponenten gesloten en niet versleten en/of beschadigd zijn. De ets en zijn mechanische onderdelen zijn onderhevig aan slijtage. De materialen waarvan ze zijn samengesteld hebben verschillende levenscycli. HET WORDT AANBEVOLEN OM DE FIETS PERIODIEK OF TENMINSTE ÉÉN KEER PER JAAR TE CONTROLEREN OM DE JUISTE FUNCTIONALITEIT EN DE SLITAAGTOESTAND VAN DE COMPONENTEN TE EVALUEREN EN HET INDIEN NODIG TE VERVANGEN. Lekke bandGebruik de ets niet in geval van een lekke of gedeeltelijk lekke band. Draag het met de hand. Als een band lekt, haal het wiel uit de naaf om het te verwijderen en laat de band leeglopen. Verwijder de band met behulp van een bandenlichter om deze van de velg te halen.

Verwijder de geperforeerde binnenband en vervang deze. Pomp de kamer een beetje op en plaats de band weer terug op de velg boven de kamer. Wees voorzichtig om de nieuwe binnenband niet te knijpen tussen de velg en de band. Draai het wiel om ervoor te zorgen dat de hele band correct op de velg is gepositioneerd en dat de kamer er volledig in zit. Pomp langzaam op tot de aanbevolen druk, terwijl je de positie van de band op de velg controleert. Plaats het wiel terug. Neem bij problemen contact op met het servicecentrum die ze zal vervangen. Het wordt aanbevolen alleen een bandenlichter te gebruiken voor deze handeling. Anders, door een schroevendraaier of een ander gereedschap te gebruiken, loop je het risico de binnenband lek te maken. Maak de ets schoonStof het frame af met een zachte doek, verwijder het vuil met een vochtige doek en niet-schurende reiniger.

Als u de ets op natte of regenachtige dagen gebruikt, droog de ets dan zorgvuldig voordat u deze parkeert. Laat de ets niet blootstaan aan vocht, regen of direct zonlicht. Als het niet mogelijk is om de ets onderdak te zetten, dek deze dan af met een donker, waterdicht zeil. Zout is zeer corrosief. Als u in kustgebieden woont of de ets daar gebruikt, wordt aangeraden de ets vaak te wassen om zout te verwijderen, zorgvuldig te drogen en een roestwerende middel aan te brengen op de ongelakte delen. Smeer periodiek de trapas, het vrije wiel, de ketting en andere onderdelen die het nodig hebben. Controleer periodiek schroeven, moeren, bouten en sloten om ervoor te zorgen dat ze stevig vastzitten. FietsenstallingHoud de ets op een droge en overdekte plek, vermijd directe blootstelling aan zon, slecht weer en zout.

Als u van plan bent de ets voor een lange periode niet te gebruiken, maak deze dan grondig schoon voordat u hem parkeert. Laat de banden voor de helft leeglopen en hang de ets, indien mogelijk, op en dek hem af met een bij voorkeur katoenen handdoek. Gebruik geen plastic folie. Laad de batterij op en houd deze elke twee maanden opgeladen om te voorkomen dat deze volledig leegraakt. Zorg ervoor dat de batterijoplader niet is aangesloten op de voeding of op de ets. De aanbevolen opslagtemperatuur voor de lithiumbatterij is tussen 0 ° - 25 °. Vermijd het opslaan van de batterij op te koude of te warme plaatsen. Stel de batterij niet langdurig bloot aan warmtebronnen (+ 35/40 °). Laat de batterij niet met condensatie achter die de batterij kan beschadigen, kortsluiten of corroderen.

11ProbleemopsporingBeschrijving Oorzaken OplossingProbleem met de achterderailleur• Losse en/of beschadigde kabels• Onjuiste afstelling• Kalibreer of vervang de kabels• Kalibreer de achter derailleurProbleem met de ketting• Losse kettingschakel• Kettingschakel gebogen of gebroken• Ongeregelde versnellingsbak• Draai de schroeven vast• Vervang de kettingschakel• Kalibreer de achter derailleurRuis tijdens het trappen• Ketting niet gesmeerd• Beschadigde pedaallagers• Gebroken B. B. lagers• Verplaatste crankarm• Losse B. B. • Smeer de ketting• Vervang het pedaal• Vervang de B. B. • Vervang de crank• Beveilig de B. B.

Het vrijloopwiel draait niet• Vergrendelde vrijlooppennen • Smeer het vrijloopwiel of vervang het indien nodigDe remmen werken niet goed• Versleten remblokken• Natte of vuile remblokken• Losse en/of beschadigde kabels• Vergrendelde remhendel• Onjuiste reminstelling• Vervang remblokken • Maak remblokken en velgen schoon• Kalibreer of vervang de kabels• Kalibreer de rem hendel• Kalibreer de remmenEr is een piep bij gebruik van de rem• Versleten remblokken• Onjuiste reminstelling• Natte of vuile remblokken• Losse remarmen• Vervang remblokken • Kalibreer de remmen• Maak remblokken en velgen schoon• Controleer de schroeven van de armen en maak ze correct vastEr is een dof geluid bij gebruik van de remmen• Uitsteeksel op de velg• Wiel is niet uitgelijnd• Onjuiste reminstelling• Losse remarmen• Losse stuurinrichting• Repareer of vervang de velg (vraag service aan)• Repareer het wiel (vraag om service)• Kalibreer de remmen• Controleer de schroeven van de armen en maak ze correct vast• Draai de besturing vastWiebelend wiel• Beschadigde naaf• Wiel is niet uitgelijnd• Stuur vergrendeld• Wiel niet correct vastgemaakt• Vervang de naaf• Repareer het wiel (vraag om service)• Kalibreer het stuur• Controleer het wielRijden verloopt niet soepel• Wiel is niet uitgelijnd• Stuur vergrendeld• Kromme frame of vork• Repareer het wiel (vraag om service)• Kalibreer het stuur• Vraag de service om reparatieFrequent lekke band• Verouderde of beschadigde binnenband• Beschadigde band• Band niet geschikt voor de velg• Band niet gecontroleerd na eerdere lekke band• Bandenspanning te laag• Spaken uit de velg• Vervang de binnenband • Vervang de band• Vervang de band• Vervang de band • Controleer de druk en pas aan• Vervang de spaakDe ets heeft verminderde autonomie en/of snelheid• Lage batterij• Defecte batterij of batterij aan einde levensduur• Lage bandenspanning• Remmen schuren op velgen• Pad in de wind, heuvelopwaarts…• Laad de batterij• Vervang de batterij • Pomp de banden op• Kalibreer de remmen• Het is mogelijk dat de autonomie van reizen wordt verminderd in deze gevallen van gebruikDe ets werkt maar het display geeft de accucapaciteit niet aan• Losse connectors• Beschadigde kabel / behuizing• Beschadigd display• Controleer alle connectors• Controleer alle kabel en behuizing• Vervang het displayHet display geeft de acculading weer maar de ets werkt niet• Defecte reminhibitor• Losse motorkabelconnector• Controleer de remmen, vervang de inhibitor• Controleer connectorDe motor werkt zonder te trappen• Defecte sensor• Defecte/beschadigde controller• Vervang de sensor• Vervang de controller.

Deze waarden kunnen worden beïnvloed door het gewicht van de gebruiker, het type route (steile beklim-mingen), het vervoer van zware voorwerpen, bandenspanning, ongunstige weersomstandigheden, evenals herhaalde stops en starts van het rijden, waardoor het bereik aanzienlijk wordt verkort.ALS ONDERDEEL VAN EEN BELEID VAN CONTINUE VERBETERING, BEHOUDEN WIJ ONS HET RECHT VOOR OM HET ONTWERP EN DE SPECIFICATIES ZONDER VOORAFGAANDE KENNISGEVING TE WIJZIGEN.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Sharp BK-FM020 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden