Seat Leon (2016) Handleiding

Seat Auto Leon (2016)

Bekijk gratis de handleiding van Seat Leon (2016) (73 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 26 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Seat Leon (2016) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/73
INSTRUKTIEBOEK
Leon
Leon
Holandés
(05.16)

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Seat
Categorie: Auto
Model: Leon (2016)

Handleiding Seat Leon (2016) – volledige tekst

Over dit boekjeDit instructieboekje beschrijft de uitrusting van de wagen op het moment van het ter per-se gaan. Sommige uitrustingsdelen die hier-na worden beschreven, zullen later worden geïntroduceerd of zijn slechts beschikbaar op bepaalde afzetmarkten. Dit is een algemeen instructieboekje het gamma LEON. Daarom maken sommige van de hier beschreven uitrustingen of functies geen deel uit van alle types of varianten van dit model. Deze kunnen verschillen of gewij-zigd worden, al naargelang de technische vereisten of marktomstandigheden. Deze verschillen kunnen onder geen beding be-schouwd worden als misleidende reclame. De afbeeldingen zijn een standaardweergave en kunnen enigszins afwijken ten opzichte van uw wagen.

De richtingaanduidingen (links, rechts, voor, achter) die in dit instructieboekje genoemd worden, zijn gerelateerd aan de rijrichting van de wagen, tenzij anders aangegeven. Het audiovisuele materiaal heeft enkel tot doel de gebruikers te helpen om een aantal functies van de wagen beter te begrijpen. Het dient niet ter vervanging van de handleiding. Raadpleeg de handleiding voor complete in-formatie en waarschuwingen. De met een asterisk gemarkeerde uit-rustingen worden alleen in bepaalde uitvoeringen van het model standaard ingebouwd, worden alleen voor som-mige uitvoeringen als optie geleverd, of worden alleen in bepaalde landen aangeboden. ® De registreerde handelsmerken zijn aangegeven met ®. Wordt dit symbool niet aangegeven, dan houdt dit niet in dat het geen geregistreerd merk betreft. >> Geeft aan dat het onderwerp op de vol-gende bladzijde doorgaat.

VOORZICHTIGTeksten met dit symbool attenderen u op mo-gelijke schade aan uw wagen. Milieu-aanwijzingIn teksten met dit symbool staan aanwijzingen over milieubescherming. Let opIn teksten met dit symbool staat extra infor-matie. Dit boek is onderverdeeld in de volgende zes grote delen:1. De essentie2. Veiligheid3. Noodgevallen4. Besturing5. Tips6. Technische gegevensAan het eind van de handleiding vindt u een alfabetische inhoudsopgave waarmee u snel de gewenste informatie kunt vinden.

Deze hoort bij de wa-gen.In deze handleiding heeft u toegang tot deinformatie via:●Thematische inhoudsopgave met de alge-mene structuur van de handleiding perhoofdstuk.●Visuele inhoudsopgave, waar grafisch staataangegeven op welke pagina de "essentiële"informatie gevonden kan worden en diewordt uitgebreid in de overeenkomstigehoofdstukken.●Alfabetische inhoudsopgave, met tal vantermen en synoniemen die het zoeken naarinformatie vergemakkelijkt.ATTENTIEHoud rekening met de belangrijke veilig-heidswaarschuwingen met betrekking totde voorairbag van de bijrijder ››› pag.87, Belangrijke aanwijzingen voor devoorairbag van de bijrijder.»

79 Airbagsysteem. 80 Korte inleiding. 80 Veiligheidsaanwijzingen voor de airbags. 82 Airbags buiten werking stellen. 84 Veilig vervoer van kinderen. 87 Veilig vervoer van kinderen. 87 Kinderzitjes. 88 Noodgevallen. 90 Zelfhulp. 90 Wagengereedschap, bandenafdichtset*. 90 Bandenreparatie. 90 Noodontgrendeling/-vergrendeling. 92 Ruitenwisserbladen vervangen. 93 Aanslepen. 93 Zekeringen en lampjes. 96 Zekeringen. 96 Lampen. 98 Gloeilampjes in koplampen vervangen. 99 Vervanging mistlamp*. 101 Vervanging achterlampen (in het zijpaneel). 102 Vervanging achterlampen (in de achterklep). 103 Bedienen. 107 Bestuurdersgedeelte. 107 Overzicht. 106 Instrumenten en controlelampjes. 108 Instrumenten. 108 Controlelampjes. 113 Inleiding tot het Easy Connect-systeem*. 115 Systeeminstellingen (CAR)*. 115 Communicatie en multimedia. 116 Bedieningselementen op het stuurwiel*. 116 Multimedia.

De essentieWerkingOpenen en sluitenPortieren Afb. 1 Sleutel met afstandsbediening: toet-sen. Afb. 2 Bestuurdersportier: knop centrale ver-grendeling.Ver- en ontgrendelen met de sleutel●Vergrendelen: drukken op de knop ››› afb. 1.●De wagen vergrendelen zonder alarmsys-teem: een tweede maal drukken op de knop ››› afb. 1 gedurende de volgende 2 secon-den.●Ontgrendelen: drukken op de knop ››› afb. 1.●Achterklep ontgrendelen: de knop ››› afb. 1 gedurende minstens 1 seconde in-gedrukt houden.Ver- en ontgrendelen met de schakelaar vande centrale vergrendeling●Vergrendelen: drukken op de knop ››› afb. 2. Geen enkel portier wordt geopendvan buitenaf. U kunt de portieren van binnenontgrendelen door tweemaal aan de slot-greep te trekken.●Ontgrendelen: drukken op de knop ››› afb. 2. ››› in Beschrijving op pag. 122››› pag. 121››› pag. 11, ››› pag.

12Bestuurdersportier ontgrendelen ofvergrendelen Afb. 3 Portiergreep aan bestuurderzijde: ver-bor gen slotcilinder.Als de centrale vergrendeling uitvalt, kan hetbestuurdersportier via de slotcilinder wordenvergrendeld en ontgrendeld.Bij het handmatig vergrendelen van het por-tier, zullen alle andere portieren automatischvergrendelen. Bij het handmatig ontgrende-len zal uitsluitend het portier van de bestuur-der worden ontgrendeld. Volg de instructiesm.b.t. de inbraakbeveiliging ››› pag.121 op.●De sleutelbaard van de wagensleutel uit-klappen ››› pag. 122.●Steek de sleutelbaard in de onderste ope-ning van de klep op de portiergreep aan be-stuurderzijde ››› afb. 3 (pijl) en til de klep op. »11

De essentie●Voer de sleutelbaard in de slotcilinder enontgrendel of vergrendel de wagen.Bijzonderheden●Het alarmsysteem blijft geactiveerd bij ont-grendelde wagens. Het alarm zal echter nogniet afgaan ››› pag. 121.●Na het openen van portier aan bestuur-derszijde heeft u 15 sec. om het contact in teschakelen. Daarna gaat het alarm af.●Contact inschakelen. De elektronische weg-rijblokkering herkent een geldige sleutel enschakelt het alarmsysteem uit.Let opHet alarmsysteem wordt niet geactiveerdwanneer de wagen met de sleutelbaard ver-grendeld wordt ››› pag. 121.Noodvergrendeling van de portierenzonder slotcilinder Afb.

4 Portier noodvergrendelen.Als de centrale vergrendeling uitvalt, moetende portieren zonder slotcilinder apart wordenvergrendeld.Aan de voorzijde van het bijrijdersportier ziteen noodvergrendeling (alleen zichtbaar bijgeopend portier).●Afdekkap uit de opening trekken.●De sleutel in de gleuf in de binnenkant ste-ken en naar rechts (rechterportier) resp. naarlinks (linkerportier) draaien tot tegen de aan-slag.Nadat het portier is vergrendeld, kan het por-tier niet meer van buitenaf worden geopend.Het portier kan van binnenuit worden ont-grendeld en geopend door eenmaal aan deslotgreep te trekken.Achterklep Afb. 5 Achterklep: van buitenaf openen.De werking van de achterklepontgrendelingis elektrisch. Het achterklepslot wordt geacti-veerd door op het embleem te drukken.Om de status vergrendelen/ontgrendelen tewijzigen, drukt u op de drukknop of op detoets ››› afb.

1 van de sleutel met afstands-bediening.Is de achterklep open of niet juist gesloten,dan wordt dit op het display van het instru-mentenpaneel weergegeven.* Als de achter-klep bij een snelheid boven de 6 km/u open-gaat, klinkt er bovendien een waarschu-wingssignaal*.Openen en sluiten●De achterklep openen: aan de hendel trek-ken en optillen ››› afb. 5. De klep wordt auto-matisch geopend.12

De essentie●De achterklep sluiten: de klep vasthoudenmet een van de handgrepen van de binnen-bekleding en sluiten door hem zachtjes aante duwen. ››› in Automatische blokkering vanachterklep op pag. 129››› pag. 129››› pag. 13, ››› pag. 13Noodontgrendeling van de achterklep3 Geldt voor wagens: LEON / LEON SC Afb. 6 Bagageruimte rechtsachter: toegangtot de noodontgrendeling.De achterklep kan in geval van nood van bin-nenuit worden ontgrendeld.●Plaats de sleutel in de opening in de bekle-ding van de achterklep 1 en verplaats desl eutel in pijlrichting totdat het slot ontgren-delt.Noodontgrendeling van de achterklep3 Geldt voor wagens: LEON ST Afb. 7 Bagageruimte rechtsachter: toegangt ot de noodontgrendeling.De achterklep kan in geval van nood van bin-nenuit worden ontgrendeld.●Verwijder het deksel door een schroeven-draaier in de spleet ››› afb.

10 Deel van het bestuurdersportier: be-dieningsel ementen van de ruiten.●De ruit openen: op de knop drukken.●De ruit sluiten: aan de knop trekken.Knoppen in het bestuurdersportierRuit van het portier linksvoorRuit van het portier rechtsvoorRuit van het portier linksachter (alleen bijwagens met 5 portieren)Ruit van het portier rechtsachter (alleenbij wagens met 5 portieren)Veiligheidsschakelaar voor het uitschake-len van de ruitbedieningsknoppen in deachterportieren (alleen bij wagens met 5portieren) ››› in De ruiten elektrisch openen ensluiten* op pag. 130››› pag. 13012345Panoramadak* Afb. 11 In de hemelbekleding: draai aan deschakelaar voor openen en sluiten. Afb. 12 In de hemelbekleding: druk de scha-kelaar in en trek eraan om het dak omhoogen omlaag te brengen.●Ontgrendelen: schakelaar in stand ››› afb.11 3 draaien.●Comfortstand: schakelaar in stand ››› afb.11 2 draaien.14

De essentie●Sluiten: schakelaar in stand ››› afb. 11 1draaien.●Omhoogklappen: schakelaar in stand››› afb. 12 4 duwen. Voor een tussenstandde schakelaar blijven bedienen tot de gewen-ste stand is bereikt.●Omlaag brengen: schakelaar in stand››› afb. 12 5 trekken. Voor een tussenstandde schakelaar blijven bedienen tot de gewen-ste stand is bereikt. ››› in Panoramaschuifdak openen ofsluiten op pag. 132››› pag. 132Vóór elke ritVoorstoelen handmatig verstellen Afb. 13 Voorstoelen: handmatig verstellenv an de stoel.Vooruit/achteruit: trek aan de hendel enverschuif de stoel.Omhoog/omlaag: trek de hendel omh-oog of duw deze omlaag.Rugleuning schuiner zetten: draai aanhet bedieningsknop.Lendensteun: de knop in de betreffendestand drukken.1234Rugleuning omlaag klappen (alleen inwagens met 3 portieren): trek aan dehendel en duw de rugleuning naar voren. ››› in Stoelen handmatig verstellen oppag.

De veiligheidsgordel ligtvlak en strak op het bovenlichaam.Het heupgedeelte loopt over het bekken,nooit over de buik. De veiligheidsgordel ligtvlak en strak op het bekken.››› pag. 76››› pag. 7816

De essentieGordelspannersBij een botsing worden de veiligheidsgordelsvan de voorste zitplaatsen automatisch strakgetrokken.De gordelspanner kan slechts eenmaal wor-den geactiveerd. ››› in Onderhoud en afvoer van de gor-delspanners op pag. 79››› pag. 79Buitenspiegels verstellen Afb. 18 Deel van het bestuurdersportier: be-diening van de buitenspiegel.Buitenspiegels verstellen: knop naar de ge-wen ste stand draaien:Door de knop naar de juiste stand tebrengen, stelt u de buitenspiegel aan dezijde van de bestuurder (L, links) en aande zijde van de bijrijder (R, rechts) in degewenste richting in.Naargelang de uitrusting worden de bui-tenspiegels verwarmd volgens de bui-tentemperatuur.Spiegels inklappen. ››› in Buitenspiegels verstellen oppag. 146››› pag. 145Binnenspiegel verstellen (automa-tisch dimmen)* Afb.

19 Automatisch dimmende binnenspie-gel*.L/R●Het automatisch dimmen inschakelen:drukken op de knop 1 ››› afb. 19. Het con-trolelampje 2 gaat branden en wanneerlicht binnenvalt, zal de spiegel donker wor-den.●De binnenspiegel verstellen: draai de spie-gel in de richting van de pijlen. ››› in Zelfdimmende binnenspiegel oppag. 145Stuur verstellen Afb. 20 Hendel linksonder aan de stuurko-lom.●Positie van het stuur verstellen: de hendel››› afb. 20 1 omlaag trekken, het stuur naarde gewenste positie bewegen en de hendelopnieuw omhoog brengen tot het sluitpunt. »17

De essentie ››› in Stuurwiel afstellen op pag. 70AirbagsVoorairbags Afb. 21 Bestuurdersairbag in het stuurwiel. Afb. 22 Bijrijdersairbag in het dashboard.De frontairbag van de bestuurder bevindtzich in het stuurwiel ››› afb. 21 en die van debijrijder in het dashboard ››› afb. 22. De air-bags zijn gemarkeerd met het opschrift "AIR-BAG".De airbagafdekkingen worden bij het active-ren van de bestuurders- en bijrijdersairbaggeopend en blijven aan het stuurwiel en hetdashboard zitten ››› afb. 21 ››› afb. 22.De frontairbags bieden als aanvulling op deveiligheidsgordels extra bescherming voorhet hoofd- en rompgedeelte van de bestuur-der en bijrijder bij zware frontale botsingen››› in Voorairbags op pag. 82.De speciaal ontwikkelde luchtzak laat onderbelasting van de inzittende gecontroleerdgas uitstromen. Zo worden het hoofd en bo-venlichaam zachter opgevangen door de air-bag.

De essentieOm de voorairbag van de bijrijder buitenwerking te stellen:●Open het dashboardkastje aan de bijrij-derszijde.●De sleutel in de overeenkomstige gleuf vande schakelaar voor deactivering steken.●De sleutel blijft ongeveer ¾ van zijn lengtezitten (maximaal).●De sleutel draaien en zijn stand veranderennaar . Niet te veel kracht uitoefenen. In-dien u moeilijkheden ondervindt, controleertu of de sleutel tot de aanslag is ingestoken.●Ten slotte kijken naar het controlelampjeop het dashboard, waar     staat aangegeven moet het opschrift ver-schijnen. ››› in Schakelaar voorairbag aan bijrij-derszijde op pag. 86››› pag. 86Knieairbag* Afb. 24 Aan de bestuurderszijde: plaats vande airbag voor de knieën. Afb.

De essentieZij-airbags* Afb. 26 Zij-airbag in de bestuurdersstoel. Afb. 27 Volledig geactiveerde zij-airbags aande linkerwagenzijde.De zij-airbags zitten in de rugleuningen vande bestuurdersstoel ››› afb. 26, de bijrijders-stoel en in de rugleuning van de buitenstezitplaatsen achterin*. De inbouwplaatsenzijn gemarkeerd door het opschrift "AIRBAG"bovenaan de rugleuningen.De zij-airbags bieden in aanvulling op de vei-ligheidsgordels extra bescherming voor hetbovenlichaam van de inzittenden bij zwarebotsingen van opzij ››› in Zijairbags* oppag. 83.Bij botsingen van opzij wordt door de zij-air-bags het gevaar op lichamelijk letsel voor deinzittenden gereduceerd aan de zijde waarde impact plaatsvindt.

De essentieKinderzitjesBelangrijke aanwijzingen voor devoorairbag van de bijrijder Afb. 29 Zonneklep aan de bijrijderszijde: stic-ker van de airbag. Afb. 30 In de achterste omlijsting van het bij-rijdersportier: sticker over de airbag.Op de zonneklep van de bijrijder en/of ach-terste omlijsting van het bijrijdersportier ziteen sticker met belangrijke informatie overde airbag aan de bijrijderszijde. ››› in Belangrijke aanwijzingen voor devoorairbag van de bijrijder op pag. 87››› pag. 87Kinderzitje met veiligheidsgordel bevestigen Afb. 31 Op de achterbank: mogelijkheden voor in-bouw van het kinderzitje. »21

De essentieAfbeelding ››› afb. 31 A toont de basisbe-vestiging van het kinderzitje met de bevesti-gingsringen onderaan en de bevestigings-gordel bovenaan. Afbeelding ››› afb. 31 Btoont de bevestiging van het kinderzitje metde veiligheidsgordel van de wagen.Kinderzitjes met het opschrift opuniverseelhet oranje label mogen met de veiligheids-gordel worden bevestigd op de zitplaatsendie in onderstaand overzicht met een ge-Umarkeerd zijn.Als de bijrijdersstoel niet beschikt over hoog-teverstelling, monteer dan geen kinderzitjeop deze plaats1).Voor het juiste gebruik van de kinderzitjes opde plaatsen achterin moeten de rugleunin-gen voorin worden afgesteld tot er geen con-tact meer is met het zitje indien die tegen derijrichting in geplaatst is.

Bij zitjes in de rij-richting moet de rugleuning voorin wordenafgesteld tot er geen contact meer is met devoeten van het kind.Om de stoel van de bijrijder aan te passenaan het kinderzitje en de veiligheidsgordel inde ideale stand te zetten, zet u de rugleuningvan de bijrijdersstoel zo ver mogelijk naar vo-ren1).Er mogen geen kinderzitjes geplaatst wordenvanaf Groep 0+ tegen de rijrichting in op debijrijdersstoel omdat de grootte ervan totmoeilijkheden bij de installatie kan leiden1).Gewichts-klasseZitplaatsBijrij-ders-stoela)Zitplaatslinks- ofrechts-achterZitplaatsmiddenachter-aanKlasse 0tot 10 kg U* U UKlasse 0+tot 13 kg U* U UKlasse I9 t/m 18 kg U* U UKlasse II15 t/m 25 kg U* U UKlasse III22 t/m 36 kg U* U Ua) De geldende wetgeving van elk land en de normen van de fa-brikant voor gebruik en montage van kinderzitjes moeten wor-den nageleefd.Geschikt voor universele bevestigings-systemen voor gebruik in deze gewichts-klasse.Uitsluitend compatibel met modellenmet in hoogte verstelbare stoel.

Beves-tig het zitje in een stand zover mogelijknaar achteren en zo hoog mogelijk.U:*:1) De geldende wetgeving van elk land en de normenvan de fabrikant voor gebruik en montage van kin-derzitjes moeten worden nageleefd.22

De essentieDe systemen bestaan uit het vastzetten vanhet bevestigingssysteem voor kinderen meteen bevestigingsriem bovenaan (Top Tether)en met verankeringen onderaan in de stoel. ››› in Veiligheidsaanwijzingen oppag. 88Bevestiging van het kinderzitje met het "ISOFIX"- en Top Tether*-systeemKinderzitjes met het "ISOFIX"- of Top Tether*-systeem kunnen snel, eenvoudig en veilig opde buitenste zitplaatsen achterin worden be-vestigd.De achterbank aan de zijkant is van twee"ISOFIX" bevestigingsbeugels voorzien. Bijsommige wagens zijn de beugels aan hetstoelframe vastgezet en bij andere wagensop het achtergedeelte van de bodem. U kunttussen de rugleuning en het kussen van deachterbank door bij de "ISOFIX"-bevesti-gingsbeugels komen.

De essentie Gewichtsklasse Maatklasse Apparaat MontagerichtingIsofix posities van de wagenZitplaatsen achterbankKlasse I 9 t/m 18 kg D ISO/R2 Naar achteren IU C ISO/R3 Naar achteren IU B ISO/F2 Naar voren IU B1 ISO/F2X Naar voren IU A ISO/F3 Naar voren IU Klasse II 15 t/m 25 kg --- --- Naar voren --- Klasse III 22 t/m 36 kg --- --- Naar voren ---Geschikt voor universele ISOFIX-bevesti-gingssystemen van kinderzitjes voor de-ze gewichtsklasse.Positie ISOFIX niet geschikt voor ISOFIX-bevestigingssystemen van kinderzitjesvoor deze gewichts- of lengteklasse. ››› in Veiligheidsaanwijzingen oppag. 88IU:X:Bevestiging van het kinderzitje methet systeem "ISOFIX" Afb.

32 ISOFIX-bevestigingsbeugels.De instructies van de fabrikant van het zitjemoeten verplicht nageleefd worden.●Verwijder de beschermdoppen van de "ISO-FIX" ringen door een vinger daardoor te ste-ken en deze naar boven te trekken ››› afb. 32.●Kinderzitje in de "ISOFIX"-bevestigings-ogen steken tot het kinderzitje hoorbaar vast-klikt. Als het kinderzitje met Top Tether*-ver-ankering is uitgerust, moet u dit op de des-betreffende bevestigingbeugel ››› afb. 33aansluiten. Volg de aanwijzingen van de fa-brikant.●Trek het kinderzitje aan beide zijden omh-oog om zeker te zijn van een goede veranke-ring.De kinderzitjes met het "ISOFIX"- en Top Te-ther*-bevestigingssysteem zijn bij de Techni-sche Diensten verkrijgbaar.24

De essentieHet kinderzitje vastmaken met de be-vestigingsbanden Top Tether* Afb. 33 Stand van de Top Tether-ringen aande achterzijde van de achterbank.De kinderzitjes met Top Tether-systeem zijnvoorzien van een bevestigingsband, waar-mee het kinderzitje kan worden bevestigdaan een verankeringspunt aan de achterzijdevan de achterbank.Het doel van deze band is het verminderenvan de voorwaartse beweging van het kinder-zitje bij een botsing, om zo bij te dragen aaneen vermindering van het risico op verwon-dingen aan het hoofd door het stoten tegeneen onderdeel in het interieur van de wagen.Gebruik van Top Tether voor zitjes die naarachter wijzend worden gemonteerdEr zijn momenteel slechts enkele kinderzitjesdie tegengesteld aan de rijrichting moetenworden gemonteerd en gebruik maken vanTop Tether.

Lees de instructies van de fabri-kant van het zitje grondig door en volg dezenauwgezet op voor een correcte montage vande Top Tether gordel.Bevestiging van Top Tether* aan hetverankeringspunt Afb. 34 Bevestigingsband: juiste afstelling enmontage.Bevestigingsband vastmaken●Vouw de bevestigingsband van de Top Te-ther van het kinderzitje uit volgens de aanwij-zingen van de fabrikant.●Breng de band onder de hoofdsteun van dezitplaats achterin ››› afb. 34 (til zo nodig dehoofdsteun op).●Schuif de band erdoor en maak hem goedvast met het verankeringspunt aan de achter-zijde van de rugleuning ››› afb. 33.●Trek de band strak aan volgens de aanwij-zingen van de fabrikant.Bevestigingsband losmaken●Verminder de spanning van de band vol-gens de aanwijzingen van de fabrikant.●Druk het slot in en haal de band uit de ver-ankeringssteun. ››› in Veiligheidsaanwijzingen oppag.

De essentieStuur ver- en ontgrendelen●Stuur vergrendelen: contactsleutel verwij-deren uit het contact en draaien aan hetstuur tot het blokkeert. In wagens met auto-matische versnellingsbak zet u voor het ver-wijderen van de sleutel de versnellingshen-del in stand. Zo nodig drukt u op de toetsPvoor keuzehendelvergrendeling en laat u diedaarna los. ●Stuur ontgrendelen: contactsleutel inste-ken en draaien terwijl u het stuur in de rich-ting aangegeven door de pijl draait. Indienhet stuur niet gedraaid kan worden, komt ditmogelijk omdat de blokkering actief is. Contact inschakelen/uitschakelen, voor-gloeien●Contact inschakelen: sleutel in stand 2draaien. ●Contact uitschakelen: sleutel in stand 1draaien. ●Dieselwagens : bij ingeschakeld contactwordt voorgegloeid.

Starten van de motor●Handgeschakelde versnellingsbak: trap hetkoppelingspedaal helemaal in en zet de ver-snellingshendel in neutrale stand. ●Automatische versnellingsbak: trap hetrempedaal in en zet de keuzehendel in standP N of. ●Sleutel naar stand 3 draaien. De contact-sl eutel keert automatisch terug naar stand2. Hierbij geen gas geven. Start/stop-systeem*Bij het stoppen en loslaten van het koppe-lingspedaal, zet het start-stopsysteem* demotor uit. Het contact blijft ingeschakeld.  ››› in Contact inschakelen en motorstarten met de sleutel op pag. 174››› pag. 173Lichten en zichtLichtschakelaar Afb. 36 Dashboard: lichtschakelaar. ●Schakelaar naar de gewenste stand draai-en ››› afb. 36. Sym-boolContact uitge-schakeld. Contact aanMistlampen, dimlichten stadslicht uit. Licht uit of daglichtontstoken. De oriëntatielichten"Coming home" en"Leaving home" kun-nen branden.

De essentieKnipperlicht- en grootlichthendel Afb. 37 Knipperlicht- en grootlichthendel.Hendel in de gewenste stand zetten:Rechter knipperlicht: rechter parkeerlicht(contact uitgeschakeld).Linker knipperlicht: linker parkeerlicht(contact uitgeschakeld).Grootlicht ingeschakeld: controlelampje brandt in het instrumentenpaneel.Grootlichtsignaal: brandt met ingedruktehendel. Controlelampje brandt.Hendel in basisstand voor uitgeschakeld. ››› in Knipperlicht- en grootlichthendelop pag. 135››› pag. 1351234Alarmlichten Afb. 38 Dashboard: schakelaar voor alarm-lichten.Ingeschakeld, bijvoorbeeld:●Bij het naderen van een file●In een noodsituatie●Wagen staat stil wegens pech●Bij het slepen of gesleept worden ››› in Noodknipperlichten  oppag. 139››› pag. 139Binnenverlichting Afb. 39 Deel van de hemelbekleding: binnen-verlichting voorin.

Knop FunctieSchakelt de binnenverlichting uit.Schakelt de binnenverlichting in.Schakelt het portiercontact (middenstand) in.De binnenverlichting gaat automatisch aanwanneer de wagen ontgrendeld, een portiergeopend of de sleutel uit het contactslot ge-nomen wordt.De verlichting gaat na een paar seconden uitnadat alle portieren gesloten zijn, de wagenvergrendeld is of het contact in wordt gescha-keld.Het leeslampje in- en uitschakelen.Interieurverlichting*: verandert in het portier-paneel van kleur (wit of rood) op basis van derijstijl. »27

De essentie››› pag. 142Ruitenwisser voor en achter Afb. 40 Bediening van de ruitenwisser en rui-t ensproeier.Hendel in de gewenste stand zetten:0Ruitenwissers uit.Hendel in de gewenste stand zetten:1Intervalwissen van de ruitenwissers.Met de knop ››› afb. 40 A de intervalni-veaus (bij wagens zonder regensensor) ofde gevoeligheid van de regensensor in-stellen.2Langzaam wissen.3Snel wissen.4Tipwissen. Kort indrukken, kort wissen.Houd de hendel langer omlaag ingedruktzodat het wissen sneller gaat.Hendel in de gewenste stand zetten:5Wis-/was-automaat. Door de hendel naarvoren te verplaatsen, wordt de ruiten-sproeifunctie geactiveerd; de ruitenwis-sers gaan ook werken.6Intervalwissen bij de achterruit. De achter-ruitwisser werkt ongeveer om de 6 secon-den.7Door de hendel in te drukken, wordt deruitensproeifunctie geactiveerd; de ruiten-wisser gaat ook werken.››› pag.

De essentieEasy ConnectInstellingen van het menu CAR (Setup) Afb. 41 Easy Connect: Hoofdmenu. Easy Connect: Menu WAGENAfb. 42Druk de Easy Connect-toets  en de functie-toets Setup in om de instellingen-menu's tekiezen.Het aantal beschikbare menu's en de bena-ming van de verschillende opties voor de me-nu's hangt af van de elektronica en de uitrus-ting van de wagen.●Contact inschakelen.●Indien het is uitgeschakeld, zet dan het in-fotainmentsysteem aan.●Druk op de toets MENU van het systeem endaarna op de knop  ››› afb. 41 of de toets van het systeem, om naar het menu CAR››› afb. 42 te gaan.●Drukken op de functieknop Setup om hetmenu Instellingen van de wagen››› afb.

42 te openen.●Om binnen het menu een functie te selec-teren, de betreffende knop indrukken.Door te drukken op de menutoets wordt altijdhet laatst geselecteerde menu geactiveerd.Als het selectievakje van de functietoets isgemarkeerd , is de functie actief.De wijzigingen in de instelmenu's worden au-tomatisch opgeslagen bij het verlaten van demenu's TERUG . Menu Submenu Instelling mogelijk Beschrijving ESC-systeem: – Activering van het programma voor de Elektronische Stabiliserings Controle (ESC) ››› pag. 177»29

De essentieBestuurdersinformatiesysteemInleidingBij ingeschakeld contact is het mogelijk deverschillende functies van het display teraadplegen door te navigeren door de me-nu's. Bij wagens met multifunctiestuurwiel kan demultifunctie-indicatie uitsluitend worden be-diend via de knoppen aan dat stuurwiel. Het aantal menu's dat weergegeven wordt ophet display van het instrumentenpaneel vari-eert naargelang de elektronica en uitvoeringvan de wagen. Bij een gespecialiseerde dealer kunnen func-ties geprogrammeerd of gewijzigd wordenvolgens de uitvoering van de wagen. Geadvi-seerd wordt om naar de werkplaats van eenofficiële SEAT dealer te gaan. Een aantal opties van het menu kan enkel ge-raadpleegd worden wanneer het voertuig stil-staat. Zolang een waarschuwing met hoogste prio-riteit 1 weergegeven wordt op het scherm,kunnen de menu's niet getoond worden.

Be-paalde waarschuwingen kunnen worden be-vestigd via de ruitenwisserhendel of de knopop het multifunctiestuurwiel; deze verdwij-nen dan. Het informatiesysteem biedt ook de volgendeinformatie en aanwijzingen (volgens de uit-rusting van de wagen):Ritgegevens ››› pag. 36■Staat van de wagen■Multifunctie-indicatie vanaf het vertrek■Multifunctie-indicatie vanaf het tanken■Multifunctie-indicatie berekening totaalAssistenten ››› Tab. op pag. 33■Lane Assist activeren/deactiveren■Achteruit (optioneel)Navigatie ››› brochure NavigatiesysteemAudio ››› brochure Radio of ››› brochure Navi-gatiesysteemTelefoon ››› brochure Radio of ››› brochure Na-vigatiesysteemWagen ››› Tab. op pag. 33ATTENTIEIedere afleiding kan tot een ongeval leidenmet het daaraan verbonden risico van ver-wondingen. ●De knoppen e. d. van het instrumentenpa-neel niet tijdens het rijden bedienen.

De essentieHoofdmenu oproepen●Contact inschakelen. ●Indien een bericht of het pictogram van dewagen verschijnt, drukt u op toets ››› afb. 431 op de ruitenwisserhendel of op toets van het multifunctiestuurwiel ››› afb. 44. ●In geval van bediening met de ruitenwisser-hendel: om naar het hoofdmenu te gaan››› pag. 33 of om terug te keren naar hethoofdmenu vanuit een ander menu, drukt uop de tuimelschakelaar ››› afb. 43 2. ●In geval van bediening met het multifunc-tie stuurwiel: de lijst van het hoofdmenu zalniet verschijnen. Om door het hoofdmenu testappen, drukt u een aantal keren op toets  of   ››› afb. 44. Een submenu selecteren●Duw de tuimelschakelaar ››› afb. 43 2 vande ruitenwisserhendel naar voren of achter ofdraai aan het kartelwieltje van het multifunc-tiestuurwiel ››› afb. 44 totdat de gewenstemenuoptie oplicht.

●De aangeduide optie wordt weergegeventussen twee horizontale lijnen. Daarnaastverschijnt aan de rechterzijde een driehoek:●Om de optie in het submenu op te vragen,drukt u op toets ››› afb. 43 1 van de ruiten-wis serhendel of de toets  van het multi-functie stuurwiel ››› afb. 44. Instellingen uitvoeren naargelang het menu●Met de tuimelschakelaar van de ruitenwis-serhendel of het kartelwieltje van het multi-functiestuurwiel bevestigt u de gewenste ver-anderingen. Draai sneller aan het kartelwiel-tje als u sneller omhoog of omlaag wilt stap-pen door de waarden. ●Markeer of bevestig de selectie met toets››› afb. 43 1 van de ruitenwisserhendel oftoets  van het multifunctiestuurwiel ››› afb. 44. Toets voor de systemen ter ondersteu-ning van de bestuurder* Afb. 45 In de knipperlicht- en grootlichthen-del: toets voor de systemen ter ondersteuningvan de bestuurder.

Met de toets in de knipperlicht- en grootlicht-hendel kunt u de systemen ter ondersteuningvan de bestuurder die worden weergegevenin het menu activeren enAssistentendeactiveren ››› pag. 193. Een systeem ter ondersteuning van de be-stuurder activeren of deactiveren●Druk kort op de toets ››› afb. 45 in de rich-ting van de pijl om het menu Assistentente openen. ●Kies het systeem ter ondersteuning van debestuurder en activeer of deactiveer dit››› pag. 32. Een markering geeft aan dat hetsysteem ter ondersteuning van de bestuurderis geactiveerd. Menu Menu FunctieRitgege-vensInformatie en configuratiemogelijkhedenvan de multifunctie-indicatie (MFA) ››› pag. 36, ››› pag. 115. Assis-tentenInformatie over en mogelijke configuratiesvan de systemen ter ondersteuning van debestuurder ››› pag. 115.

Naviga-tieInformatie van het geactiveerde navigatie-systeem: met de routegeleiding geacti-veerd, worden de pijlen voor het draaienen de balken getoond. De weergave ver-loopt via het Easy Connect-systeem. Indien de routegeleiding niet geactiveerdis, wordt de rijrichting aangegeven (kom-pas) en de naam van de straat waar menrijdt ››› brochure Navigatiesysteem. »33.

De essentie Menu FunctieAudioinformatie over de radiozender,naam van de track op de cdof naam van de track in Media-stand››› brochure Radio of ››› brochure Naviga-tiesysteemTelefooninformatie en configuratiemogelijkhedenvan de mobiele-telefoonvoorbereiding››› brochure Radio of ››› brochure Naviga-tiesysteem. Chrono-meterOp een circuit kunnen de tijden per rondevan de wagen gemeten en opgeslagenworden; die kunnen worden vergelekenmet de beste tijden die eerder gemetenzijn ››› pag. 38. Staatvan dewagenWeergave van de actuele waarschuwingenof informatie en andere onderdelen vanhet systeem afhankelijk van het uitrus-tingsniveau ››› pag. 115. Indicator buitentemperatuurWanneer de buitentemperatuur lager is dan+4 °C (+39 °F), wordt naast deze temperatuurhet symbool "ijskristal" weergegeven (waar-schuwing risico op ijzel).

Aanvankelijk knip-pert dit symbool en dan blijft het continubranden tot de buitentemperatuur hoger is+6 °C (+43 °F) ››› in Aanwijzingen op hetdisplay op pag. 111. Wanneer de wagen stilstaat of bij het rijdenmet zeer lage snelheid, is het mogelijk dat deaangegeven temperatuur iets hoger is dan dewerkelijke buitentemperatuur, vanwege dewarmte die de motor afgeeft. Het meetbereik van de temperatuur gaat van-40 °C tot +50 °C (-40 °F tot +122 °F). Indicatie van de versnellingen Afb. 46 Instrumentenpaneel: indicatie van deversnellingen (schakelbak). Als de gekozen versnelling voor een zuinigerijstijl niet optimaal is, wordt er advies overde te kiezen versnelling gegeven. Wordt ergeen schakeladvies gegeven, dan rijdt u al inde geschikte versnelling. Wagens met versnellingsbakDe symbolen op het scherm ››› afb.

46 bete-kenen:● Opschakelen: de weergave verschijntrechts van de ingeschakelde versnelling zo-dra een hogere versnelling wordt aanbevo-len. ● Terugschakelen: de weergave verschijntlinks van de ingeschakelde versnelling zodraeen lagere versnelling wordt aanbevolen.

Bij de aanbeveling is het mogelijk dat eenversnelling wordt overgeslagen (2e 4e). Wagens met automatische versnellingsbak*Deze indicatie is uitsluitend zichtbaar in tip-tronic-stand ››› pag. 184. De symbolen op het display betekenen:● Opschakelen● TerugschakelenVOORZICHTIGDe indicatie van de versnellingen helpt u bijhet besparen van brandstof, maar is niet ge-schikt om in alle rijsituaties de juiste versnel-ling aan te bevelen. Voor rijsituaties zoals bij-voorbeeld inhalen, bij bergritten of bij het rij-den met aanhangwagen kan alleen de be-stuurder de juiste versnelling kiezen. Let opDe indicatie verdwijnt van het instrumenten-paneel z olang het koppelingspedaal is inge-trapt. 34.

De essentieMotorkap, achterklep en portieren ge-opend Afb. 47 A: motorkap geopend; B: achterklepgeopend: C: linkervoorportier geopend; D:rechtervoorportier geopend (alleen bij wa-gens met 5 portieren). Als het contact wordt ingeschakeld resp. tij-dens het rijden worden in het display in hetinstrumentenpaneel de portieren, de motor-kap en de achterklep weergegeven als dezeopen zijn; in dat geval wordt tevens eenakoestisch signaal gegeven. Afhankelijk vande uitvoering van het instrumentenpaneel,kan de voorstelling variëren. Afbeel-ding Legenda van ››› afb. 47A Niet verder rijden. De motorkap staat open of is niet goedgesloten ››› pag. 262. B Niet verder rijden. De achterklep staat open of is niet goedgesloten ››› pag. 129. C D,  Niet verder rijden. Een portier van de wagen staat open ofis niet goed gesloten ››› pag. 121.

Waarschuwings- en informatieberich-tenBij het inschakelen van het contact of tijdenshet rijden worden enkele functies en wagen-componenten gecontroleerd op hun toe-stand. De storingen in de werking wordenweergegeven op het display door middel vanrode en gele symbolen, alsook door berich-ten op het display van het instrumentenpa-neel (››› pag. 113) en, in bepaalde ge-vallen, door middel van akoestische signa-len. Afhankelijk van de uitvoering van het in-strumentenpaneel, kan de voorstelling varië-ren. Waarschuwing met prioriteit 1 (rode symbolen)Symbool knippert of brandt; deels in combinatie met ge-luidssignalen.  Zet de wagen stil. Gevaar ››› in Controle- en waar-schuwingslampjes op pag. 113. De functie met de storing controleren en de storing ver-helpen. Roep indien nodig de hulp in van gespeciali-seerd personeel.

Geheugen van de multifunctie-indicatieDe multifunctie-indicatie is voorzien van driegeheugen die automatisch werken: Multi-functie-indicatie vanaf het vertrek, Multifunc-tie-indicatie vanaf het tanken, Multifunctie-indicatie berekening totaal. Op het displaykunt u aflezen welk geheugen momenteelwordt getoond. ●Wisselen tussen geheugens met ingescha-keld contact en getoond geheugen: druk opde toets  van de ruitenwisserhendel ofde toets  op het multifunctiestuurwiel. Menu FunctieMultifunc-tie-indi-catie van‐af hetvertrekWeergave en opslag in het geheugenvan de afgelegde afstand en het brand-stofverbruik vanaf het moment dat deontsteking werd ingeschakeld totdatdeze weer werd uitgeschakeld. Als u binnen 2 uur na uitschakelen vanhet contact weer gaat rijden, worden denieuwe gegevens toegevoegd aan deopgeslagen gegevens.

Menu FunctieMultifunc-tie-indi-catie be‐rekeningtotaalIn het geheugen worden de waardenvan een bepaald aantal deeltrajectengeregistreerd, tot een totaal van 19 uuren 59 minuten of 99 uur en 59 minutenofwel 1. 999,9 km of 9. 999 km, afhan-kelijk van het model van het instrumen-tenpaneel. Bij het bereiken van deze li-mietwaardena), wordt het geheugen au-tomatisch gewist en telt het systeemopnieuw vanaf 0. a) Dit is afhankelijk van het model van het instrumentenpaneel. Een geheugen handmatig wissen●Selecteer het geheugen dat u wenst te wis-sen. ●Houd de toets  van de ruitenwisser-hendel of de toets  op het multifunctie-stuurwiel ca. 2 seconden ingedrukt.

De aanwijzingen personaliserenIn het Easy Connect-systeem kunt u instellenwelke gegevens voor de multifunctie-indica-tie (MFA) moeten worden weergegeven ophet display in het instrumentenpaneel; ge-bruik hiertoe de toets  en de functietoetsSetup ››› pag. 115. 36.

De essentieOverzicht van gegevens Menu FunctieHuidigbrandstof-verbruikHet actueel verbruik wordt tijdenshet rijden gemeten in liters per 100km; met de motor in werking en dewagen in stilstand, in liters/uur. Gemiddeldverbruika)Het gemiddelde brandstofverbruikwordt na het inschakelen van hetcontact al na ca. 100 meter in litersper 100 km weergegeven. Tot danworden streepjes getoond. De aan-gegeven waarde wordt ongeveer omde 5 seconden bijgewerkt. ACT®*: naargelang de afwerking,aantal actieve cilinders. Actieradiusa)Geschatte afstand in km die nog af-gelegd kan worden met de resteren-de brandstof in de tank als dezelfderijstijl aangehouden wordt. Dezewaarde wordt o. a. berekend op ba-sis van het actuele brandstofver-bruik. RijtijdGeeft de uren (h) en minuten (min)weer die verstreken zijn sinds hetcontact werd ingeschakeld.

AfgelegdeafstandAfgelegde afstand in km sinds hetcontact werd ingeschakeld. Menu FunctieKwaliteitgecompri-meerd aard-gasBij het tanken wordt telkens auto-matisch de kwaliteit van het aardgasgecontroleerd en dit wordt weerge-geven na het inschakelen van hetcontact. De indicatie wordt uitge-voerd in een percentage tussen 70en 100%. Hoe hoger het getoondepercentage, hoe lager het verbruik. GemiddeldesnelheidDe gemiddelde snelheid wordt nainschakeling van het contact al naongeveer 100 meter weergegeven. Tot dan worden streepjes getoond. De aangegeven waarde wordt onge-veer om de 5 seconden bijgewerkt. Digitale in-dicatie vande snelheidActuele snelheid digitaal weergege-ven.

a) In wagens met aardgas hebben de actieradius en het gemid-deld brandstofverbruik uitsluitend betrekking op het aardgas-verbruik. In de "benzinemodus" wordt de informatie van beidegegevens uitsluitend weergegeven in het instrumentenpaneelen niet in het multifunctioneel display. Een snelheid opslaan met de snelheidswaar-schuwing●Selecteer de weergave Snelheidswaar-schuwing bij --- km/u. ●Druk op de toets  van de ruitenwis-serhendel of de toets  van het multifunc-tiestuurwiel om de actuele snelheid op teslaan in het geheugen en de snelheidswaar-schuwing te activeren. ●Inschakelen: In dat geval moet u binnen 5sec. de gewenste snelheid instellen via detuimelschakelaar  van de ruitenwisser-hendel of door aan het k artelwieltje van hetmultifunctiestuurwiel te draaien. Druk vervol-gens opnieuw op de toets  o  ofwacht een paar seconden.

De essentieMotorolietemperatuurindicatieIn wagens zonder multifunctiestuurwiel●Druk op de tuimelschakelaar ››› afb. 43 2totdat het hoofdmenu verschijnt. Ga naarRitgegevens. Gebruik de toets 2 om naarde motorolietemperatuurindicatie te stap-pen. In wagens met multifunctiestuurwiel●Ga naar het submenu enRitgegevensdraai aan het kartelwieltje tot de indicatievan de olietemperatuur verschijnt. De motor heeft onder normale rijomstandig-heden de bedrijftemperatuur bereikt als demotorolietemperatuur tussen en80°C120°C ligt. Bij een hoge motorbelasting ofeen hoge omgevingstemperatuur kan de mo-torolietemperatuur toenemen. Dit heeft ver-der geen consequenties zolang geen mel-ding verschijnt op het display via de controle-lampjes ››› Tab. op pag. 44 of ››› Tab. op pag. 44. Extra verbruikers●Bediening met de ruitenwisserhendel*:druk op de tuimelschakelaar ››› afb.

43 2totdat het hoofdmenu verschijnt. Ga naar hetgedeelte Ritgegevens. Gebruik de tuimel-schakelaar om naar de weergave Comfort-verbruikers te gaan. ●Bediening via het multifunctiestuurwiel*:stap met de toetsen 1 of 2 naar Ritgege-vens en bevestig dit met. Draai aan hetOKrechter kartelwieltje totdat de weergave Com-fortverbruikers verschijnt. Het actuele verbruik van alle extra verbrui-kers samen wordt bovendien grafisch weer-gegeven. BesparingstipsIn omstandigheden waarin het brandstofver-bruik toeneemt, worden besparingstips ge-geven. Volg ze op om uw verbruik te beper-ken. Deze indicaties verschijnen automatischen worden uitsluitend weergegeven in het ef-ficiencyprogramma. Na een tijdje verdwijnende tips automatisch. Als u een besparingstip wilt verbergen zodradeze verschijnt, drukt u op een willekeurigetoets op de ruitenwisserhendel* / het multi-functiestuurwiel*.

Let op●Als een besparingstips is verborgen, wordtdeze weer weergegeven zodra het contactweer wordt ingeschakeld. ●De besparingstips worden niet voortdurendweergegeven, maar incidenteel.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Seat Leon (2016) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden