Seat Ibiza ST (2017) Handleiding

Seat Auto Ibiza ST (2017)

Bekijk gratis de handleiding van Seat Ibiza ST (2017) (104 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 16 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Seat Ibiza ST (2017) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/104
INSTRUKTIEBOEK
Ibiza
Ibiza
Holandés
(11.16)

Beoordeel deze handleiding

4.6/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Seat
Categorie: Auto
Model: Ibiza ST (2017)

Handleiding Seat Ibiza ST (2017) – volledige tekst

Over dit boekjeDit instructieboekje beschrijft de uitrusting van de wagen op het moment van het ter per-se gaan. Sommige uitrustingsdelen die hier-na worden beschreven, zullen later worden geïntroduceerd of zijn slechts beschikbaar op bepaalde afzetmarkten. Dit is een algemeen instructieboekje het gamma IBIZA. Daarom maken sommige van de hier beschreven uitrustingen of functies geen deel uit van alle types of varianten van dit model. Deze kunnen verschillen of gewij-zigd worden, al naargelang de technische vereisten of marktomstandigheden. Deze verschillen kunnen onder geen beding be-schouwd worden als misleidende reclame. De afbeeldingen zijn een standaardweergave en kunnen enigszins afwijken ten opzichte van uw wagen.

De richtingaanduidingen (links, rechts, voor, achter) die in dit instructieboekje genoemd worden, zijn gerelateerd aan de rijrichting van de wagen, tenzij anders aangegeven. Het audiovisuele materiaal heeft enkel tot doel de gebruikers te helpen om een aantal functies van de wagen beter te begrijpen. Het dient niet ter vervanging van de handleiding. Raadpleeg de handleiding voor complete in-formatie en waarschuwingen. De met een asterisk gemarkeerde uit-rustingen worden alleen in bepaalde uitvoeringen van het model standaard ingebouwd, worden alleen voor som-mige uitvoeringen als optie geleverd, of worden alleen in bepaalde landen aangeboden. ® De registreerde handelsmerken zijn aangegeven met ®. Wordt dit symbool niet aangegeven, dan houdt dit niet in dat het geen geregistreerd merk betreft. >> Geeft aan dat het onderwerp op de vol-gende bladzijde doorgaat.

VOORZICHTIGTeksten met dit symbool attenderen u op mo-gelijke schade aan uw wagen. Milieu-aanwijzingIn teksten met dit symbool staan aanwijzingen over milieubescherming. Let opIn teksten met dit symbool staat extra infor-matie. Dit boek is onderverdeeld in de volgende zes grote delen:1. De essentie2. Veiligheid3. Noodgevallen4. Besturing5. Tips6. Technische gegevensAan het eind van de handleiding vindt u een alfabetische inhoudsopgave waarmee u snel de gewenste informatie kunt vinden.

Deze hoort bij de wa-gen.In deze handleiding heeft u toegang tot deinformatie via:●Thematische inhoudsopgave met de alge-mene structuur van de handleiding perhoofdstuk.●Visuele inhoudsopgave, waar grafisch staataangegeven op welke pagina de "essentiële"informatie gevonden kan worden en diewordt uitgebreid in de overeenkomstigehoofdstukken.●Alfabetische inhoudsopgave, met tal vantermen en synoniemen die het zoeken naarinformatie vergemakkelijkt.ATTENTIEHoud rekening met de belangrijke veilig-heidswaarschuwingen met betrekking totde voorairbag van de bijrijder ››› pag.74, Belangrijke aanwijzingen voor devoorairbag van de bijrijder.»

Het achterklepslot wordt geacti-veerd door op het embleem te drukken.Dit systeem is al dan niet operationeel naar-gelang de status van de wagen.Als de achterklep vergrendeld is, kan ze nietgeopend worden; is ze echter ontgrendeld,dan is de ontgrendeling operationeel en kanze geopend worden.Om de status vergrendelen/ontgrendelen tewijzigen, drukt u op de drukknop of op detoets ››› afb. 1 van de sleutel met afstands-bediening.Is de achterklep open of niet juist gesloten,dan wordt dit op het display van het instru-mentenpaneel weergegeven.* Als bij het be-reiken van een snelheid van 6 km/u (4 mph) »9

De essentiede achterklep is geopend, klinkt een extrawaarschuwingssignaal*.●De achterklep openen: aan de hendel trek-ken en optillen ››› afb. 3. De klep wordt auto-matisch geopend.●De achterklep sluiten: de klep vasthoudenmet een van de handgrepen van de binnen-bekleding en sluiten door hem zachtjes aante duwen. ››› in Openen en sluiten op pag. 116››› pag. 10Noodontgrendeling van de achterklep Afb. 4 Noodontgrendeling van achterklep.Maakt openen mogelijk ingeval de centralevergrendeling niet werkt (bijvoorbeeld bijeen lege batterij).In de bekleding van de bagageruimte zit eengleuf die toegang geeft tot het mechanismevoor noodopenen.Openen van de achterklep vanaf de binnen-zijde van de bagageruimte●Steek de sleutelbaard in de gleuf en ont-grendel het sluitsysteem door de sleutellinksom te draaien, zoals de pijl aangeeft››› afb. 4.Motorkap Afb.

De essentieElektrische ruitbediening* Afb. 7 Deel van het bestuurdersportier: bedie-ningselementen van de ruiten.●De ruit openen: op de knop drukken.●De ruit sluiten: aan de knop trekken.Knoppen in het bestuurdersportierRuit van het portier linksvoorRuit van het portier rechtsvoorVeiligheidsschakelaar voor het uitschake-len van de ruitbedieningsknoppen in deachterportieren (alleen bij wagens met 5portieren)Ruit van het portier linksachter (alleen bijwagens met 5 portieren)Ruit van het portier rechtsachter (alleenbij wagens met 5 portieren)12345 ››› in De ruiten elektrisch openen ensluiten* op pag. 117››› pag. 116Panoramadak* Afb. 8 In de hemelbekleding: bedieningsele-menten van het panoramadak.●Ontgrendelen: knop ››› afb. 8 A een enke-le maal indrukken. Indien u de knop inge-drukt houdt, wordt het dak geopend tot degewenste stand.●Sluiten: knop ››› afb. 8 B een enkele maalindrukken.

Indien u de knop ingedrukthoudt, wordt het dak gesloten tot de gewen-ste stand.Opnieuw activeren van de sluit- en openings-automaat●Sluit het dak handmatig totdat dit vollediggesloten is. Laat de drukknop los.●Druk opnieuw de sluitknop in en houd dezeingedrukt tot een volledige cyclus van ope-nen en sluiten uitgevoerd is. ››› in Panoramaschuifdak openen ofsluiten op pag. 119››› pag. 118››› pag. 11Aansturing in geval van storing vanhet panoramadak Afb. 9 Noodaansturing panoramadak/kantel-d ak. »11

De essentieIn geval van een defect, kan het dak ookhandmatig gesloten worden.●Verwijder de kunststof kap door eenschroevendraaier in de achterzijde te steken.●Steek een inbussleutel (4 mm) in de ope-ning tot tegen de aanslag en sluit het dak.Vóór elke ritVoorstoelen handmatig verstellen Afb. 10 Voorstoelen: handmatig verstellenvan de stoel.Vooruit/achteruit: trek aan de hendel enverschuif de stoel.Omhoog/omlaag: trek de hendel omh-oog of duw deze omlaag.Rugleuning schuiner zetten: draai aanhet bedieningsknop.Rugleuning omlaag klappen (alleen inwagens met 3 portieren): trek aan dehendel en duw de rugleuning naar voren. ››› in Voorstoelen verstellen oppag. 130Hoofdsteun verstellen Afb. 11 Voorstoel: hoofdsteun verstellen.●De hoofdsteun aan de zijkanten vastnemenmet beide handen en tot in de gewenstestand omhoog duwen.

De essentieDe veiligheidsgordel vast- en losges-pen Afb. 12 De slotgesp van de veiligheidsgordelaanbrengen en verwijderen. Afb. 13 Juist verloop van de gordelband eneen juiste stand van de hoofdsteun van vorenen opzij gezien.Om de veiligheidsgordel te verstellen bij deschouder, regelt u de hoogte van de stoelen.Het schoudergedeelte goed in het midden,nooit over de hals. De veiligheidsgordel ligtvlak en strak op het bovenlichaam.Het heupgedeelte loopt over het bekken,nooit over de buik. De veiligheidsgordel ligtvlak en strak op het bekken.››› pag. 64››› pag. 66GordelspannersBij een botsing worden de veiligheidsgordelsvan de voorste zitplaatsen automatisch strakgetrokken.De gordelspanner kan slechts eenmaal wor-den geactiveerd. ››› in Onderhoud en afvoer van de gor-delspanners op pag. 68››› pag. 67Buitenspiegels verstellen Afb.

De essentieDoor de knop naar de juiste stand tebrengen, stelt u de buitenspiegel aan dezijde van de bestuurder (L, links) en aande zijde van de bijrijder (R, rechts) in degewenste richting in.Spiegels inklappen. ››› in Elektrisch verstelbare buitenspie-gels* op pag. 129››› pag. 128Stuur verstellen Afb. 15 Hendel linksonder aan de stuurko-lom.●Positie van het stuur verstellen: de hendel››› afb. 15 1 omlaag trekken, het stuur naarde gewenste positie bewegen en de hendelopnieuw omhoog brengen tot het sluitpunt.L/R ››› in Stuur verstellen op pag. 59AirbagsVoorairbags Afb. 16 Bestuurdersairbag in het stuurwiel. Afb. 17 Bijrijdersairbag in het dashboard.De frontairbag van de bestuurder bevindtzich in het stuurwiel ››› afb. 16 en die van debijrijder in het dashboard ››› afb. 17.

De air-bags zijn gemarkeerd met het opschrift "AIR-BAG".De airbagafdekkingen worden bij het active-ren van de bestuurders- en bijrijdersairbaggeopend en blijven aan het stuurwiel en hetdashboard zitten ››› afb. 16, ››› afb. 17.Het frontairbagsysteem biedt in combinatiemet de veiligheidsgordels extra beschermingop hoofd- en borsthoogte van de bestuurder14

De essentieen bijrijder in geval van zware frontale bot-singen.De speciaal ontwikkelde airbag maakt hetmogelijk dat het gas onder het gewicht vande inzittende gericht wegstroomt. Op dezewijze worden het hoofd en het bovenlichaambeschermd en door de airbag opgevangen.Na een aanrijding is de luchtzak derhalve zover leeggelopen dat het zicht naar voren weervrij is.››› pag. 71De voorairbag van de bijrijder buitenwerking stellen Afb. 18 Schakelaar voorairbag aan bijrijders-z ijde.Om de voorairbag van de bijrijder buitenwerking te stellen:●Open het dashboardkastje aan de bijrij-derszijde.●De sleutel in de overeenkomstige gleuf vande schakelaar voor deactivering steken.●De sleutel blijft ongeveer ¾ van zijn lengtezitten (maximaal).●De sleutel draaien en zijn stand veranderennaar . Niet te veel kracht uitoefenen.

In-dien u moeilijkheden ondervindt, controleertu of de sleutel tot de aanslag is ingestoken.●Ten slotte kijken naar het controlelampjeop het dashboard, waar     staat aangegeven moet het opschrift ver-schijnen. ››› in Voorairbag buiten werking stel-len* op pag. 73››› pag. 73Zij-airbags* Afb. 19 Zij-airbag in de bestuurdersstoel. Afb. 20 Zijairbag volledig opgeblazen in hetlinker deel van de wagen.De zijairbags zitten in de rugleuningvullingvan de bes tuurdersstoel ››› afb. 19 en van debijrijdersstoel. De inbouwplaatsen zijn ge-markeerd door het opschrift "AIRBAG" boven-aan de rugleuningen. »15

De essentieDe zij-airbags bieden in aanvulling op de vei-ligheidsgordels extra bescherming voor hetbovenlichaam van de inzittenden bij zwarebotsingen van opzij.Bij botsingen van opzij wordt door de zij-air-bags het gevaar op lichamelijk letsel voor deinzittenden gereduceerd aan de zijde waarde impact plaatsvindt. Behalve hun gewonebeschermende functie hebben de veilig-heidsgordels ook de taak om de inzittendenop de stoelen voorin en op de buitenste zit-plaatsen achterin bij een aanrijding van opzijzo op hun plaats te houden dat de zij-airbagsmaximale bescherming kunnen bieden. ››› in Zijairbags* op pag. 71Hoofdairbags* Afb. 21 Plaats en gebied van openvouwenv an de hoofdairbag.Aan elke zijde van de binnenruimte boven dedeuren bevindt zich een hoofdairbag ››› afb.21.

Deze plek wordt aangeduid met hetwoord "AIRBAG"Wanneer de hoofdairbag wordt geactiveerd,neemt hij de in het rood aangeduide ruimtein ››› afb. 21 (gebied van het openvouwen).Hierom is het verboden om voorwerpen in ditgebied te plaatsen of vast te maken ››› inHoofdairbags* op pag. 72.Bij botsingen van opzij wordt de hoofdairbaggeactiveerd die zich aan de zijde van de bot-sing bevindt.De hoofdairbags zorgen voor een daling vanhet risico op letsels aan de lichaamsdelendie het sterkst getroffen worden door de bot-sing bij de inzittenden voor- en achterin. ››› in Hoofdairbags* op pag. 72KinderzitjesBelangrijke aanwijzingen voor devoorairbag van de bijrijder Afb. 22 Zonneklep aan de bijrijderszijde: stic-ker van de airbag. Afb.

De essentieeen sticker met belangrijke informatie overde airbag aan de bijrijderszijde.  ››› in Belangrijke aanwijzingen voor devoorairbag van de bijrijder op pag. 75››› pag. 74Mogelijke bevestigingen van het kinderzitje Afb. 24 Op de achterbank: mogelijkheden voor in-bouw van het kinderzitje.Afbeelding ››› afb. 24 A toont de basisbe-vestiging van het kinderzitje met de bevesti-gingsringen onderaan en de bevestigings-gordel bovenaan. Afbeelding ››› afb.

24 Btoont de bevestiging van het kinderzitje metde veiligheidsgordel van de wagen.De volgende mogelijkheden staan ter be-schikking om een kinderzitje op de achter-bank of op de bijrijdersstoel te bevestigen:●Kinderzitjes voor de groepen kun-0 tot 3nen met de veiligheidsgordel worden vastge-maakt.●De kinderzitjes uit groepen kun-0, 0+ en 1nen met het "ISOFIX"-systeem zonder veilig-heidsgordel aan de "ISOFIX"-bevestigings-beugels worden vastgemaakt ››› pag. 18.●Bij het installeren van sommige autozitjesvan de categorie I, II en III op de zitplaatsenachteraan bestaat de kans dat de montagebemoeilijkt wordt door het contact met dehoofdsteun van de wagen. In dat geval moetu de hoogte van de betreffende hoofdsteunaanpassen of deze demonteren op die zit-plaats volgens de instructies in het betreffen-de hoofdstuk ››› pag. 131.

De essentieGewichts-klasseZitplaatsBijrijders-stoela)Zit-plaatslinks- ofrechts-achterZit-plaatsmiddenachter-aanKlasse 0tot 10 kg U* U UKlasse 0+tot 13 kg U* U UKlasse I9 t/m 18 kg U* U UKlasse II15 t/m 25 kg U* U UKlasse III22 t/m 36 kg U* U Ua) De wettelijke bepalingen van elk land en de normen van defabrikant voor het gebruik en de montage van kinderzitjes moe-ten worden nageleefd.Geschikt voor universele bevestigings-systemen voor gebruik in deze gewichts-klasse.De bijrijdersstoel zo veel mogelijk naarachteren schuiven, hem zo hoog moge-lijk plaatsen en altijd de airbag uitscha-kelen.De systemen bestaan uit het vastzetten vanhet bevestigingssysteem voor kinderen meteen bevestigingsriem bovenaan (Top Tether)en met verankeringen onderaan in de stoel. ››› in Veiligheidsaanwijzingen oppag.

75U:*:Bevestiging van het kinderzitje met het "ISOFIX"- en Top Tether*-systeemKinderzitjes met het "ISOFIX"- of Top Tether*-systeem kunnen snel, eenvoudig en veilig opde buitenste zitplaatsen achterin worden be-vestigd.De achterbank aan de zijkant is van twee"ISOFIX" bevestigingsbeugels voorzien. Bijsommige wagens zijn de beugels aan hetstoelframe vastgezet en bij andere wagensop het achtergedeelte van de bodem. U kunttussen de rugleuning en het kussen van deachterbank door bij de "ISOFIX"-bevesti-gingsbeugels komen. De Top Tether*-beugelsbevinden zich op de rugleuningen van deachterstoelen (achterzijde van de rugleuningof in de bagageruimte).Raadpleeg de volgende tabel om te kijkenwelke ISOFIX-systemen compatibel zijn metuw wagen.Het toegestane lichaamsgewicht voor kinder-zitjes of de maat tot vindt u op de stickerA Fop de kinderzitjes met de of universele semi-universele goedkeuring.18

De essentieMonteren van het kinderzitje met het"ISOFIX"-systeem Afb. 25 ISOFIX-bevestigingsbeugels. Beslist de aanwijzingen van de fabrikantraadplegen als het kinderzitje wordt in- enuitgebouwd. ●Kinderzitje in de "ISOFIX" bevestigingsbeu-gel haken tot het kinderzitje hoorbaar vast-klikt. Als het kinderzitje met een ander anti-draaisysteem is uitgerust, de aanwijzingenvan de fabrikant volgen. ●Aan beide zijden van het kinderzitje trek-ken om te controleren of het vastzit. De kinderzitjes met het "ISOFIX"- en Top Te-ther*-bevestigingssysteem zijn bij de Techni-sche Diensten verkrijgbaar. Bevestigingsbanden Top Tether* Afb. 26 Stand van de Top Tether-ringen aande achterzijde van de achterbank. De kinderzitjes met Top Tether-systeem zijnvoorzien van een bevestigingsband, waar-mee het kinderzitje kan worden bevestigdaan een verankeringspunt aan de achterzijdevan de achterbank.

Het doel van deze band is het verminderenvan de voorwaartse beweging van de kinder-stoel bij een botsing, om zo bij te dragen aaneen verlaging van het risico op verwondingenaan het hoofd door het stoten tegen een on-derdeel in het interieur van de wagen. Gebruik van Top Tether voor zitjes die naarachter wijzend worden gemonteerdEr zijn momenteel slechts enkele kinderzitjesdie tegengesteld aan de rijrichting moetenworden gemonteerd en gebruik maken vanTop Tether. Lees de instructies van de fabri-kant van het zitje grondig door en volg dezenauwgezet op voor een correcte montage vande Top Tether gordel. Bevestiging van Top Tether* aan hetverankeringspunt Afb. 27 Bevestigingsband: juiste afstelling enmontage. Bevestiging op het verankeringspunt aan deachterzijde van de rugleuning●Vouw de bevestigingsband van de Top Te-ther van het kinderzitje uit volgens de aanwij-zingen van de fabrikant.

De essentie●Span de Top Tether-band strak aan volgensde aanwijzingen van de fabrikant.Bevestigingsband losmaken●Verminder de spanning van de band vol-gens de aanwijzingen van de fabrikant.●Druk het slot in en haal de band uit de ver-ankeringssteun. ››› in Veiligheidsaanwijzingen oppag. 75De auto startenContactslot Afb. 28 Standen van de contactsleutel.Contact inschakelen: sleutel in het contactplaatsen en motor starten.Stuur ver- en ontgrendelen●Stuur vergrendelen: contactsleutel verwij-deren uit het contact en draaien aan hetstuur tot het blokkeert. In wagens met auto-matische versnellingsbak zet u voor het ver-wijderen van de sleutel de versnellingshen-del in stand . Zo nodig drukt u op de toetsPvoor keuzehendelvergrendeling en laat u diedaarna los.●Stuur ontgrendelen: contactsleutel inste-ken en draaien terwijl u het stuur in de rich-ting aangegeven door de pijl draait.

Indienhet stuur niet gedraaid kan worden, komt ditmogelijk omdat de blokkering actief is.Contact inschakelen/uitschakelen, voor-gloeien●Contact inschakelen: sleutel in stand 2draaien.●Contact uitschakelen: sleutel in stand 1draaien.●Dieselwagens : bij ingeschakeld contactwordt voorgegloeid.Starten van de motor●Handgeschakelde versnellingsbak: trap hetkoppelingspedaal helemaal in en zet de ver-snellingshendel in neutrale stand.●Automatische versnellingsbak: trap hetrempedaal in en zet de keuzehendel in standP N of .●Sleutel naar stand 3 draaien. De contact-sleutel keert automatisch terug naar stand2. Hierbij geen gas geven.Start/stop-systeem*Bij het stoppen en loslaten van het koppe-lingspedaal, zet het start-stopsysteem* demotor uit. Het contact blijft ingeschakeld. ››› in Standen van de contactsleutel oppag. 151››› pag. 151Lichten en zichtLicht schakelaar Afb.

30 Knipperlicht- en grootlichthendel.Hendel in de gewenste stand zetten:Rechter knipperlicht: rechter parkeerlicht(contact uitgeschakeld).Linker knipperlicht: linker parkeerlicht(contact uitgeschakeld).Grootlicht ingeschakeld: controlelampje brandt in het instrumentenpaneel.Grootlichtsignaal: brandt met ingedruktehendel. Controlelampje brandt.Hendel in basisstand voor uitgeschakeld. ››› in Knipperlicht- en grootlichthendelop pag. 122››› pag. 1211234Alarmlichten Afb. 31 Dashboard: schakelaar voor alarm-lichten.Ingeschakeld, bijvoorbeeld:●Bij het naderen van een file●In een noodsituatie●Wagen staat stil wegens pech●Bij het slepen of gesleept worden ››› in Noodknipperlichten  oppag. 125››› pag. 12422

De essentieBinnenverlichting Afb. 32 Deel van de hemelbekleding: binnen-verlichting voorin. Knop FunctieSchakelt de binnenverlichting uit.Schakelt de binnenverlichting in.Schakelt het portiercontact (middenstand) in.De binnenverlichting gaat automatisch aanwanneer de wagen ontgrendeld, een portiergeopend of de sleutel uit het contactslot ge-nomen wordt.De verlichting gaat na een paar seconden uitnadat alle portieren gesloten zijn, de wagenvergrendeld is of het contact in wordt gescha-keld. Knop FunctieHet leeslampje in- en uitschakelen.››› pag. 125Ruitenwisser voor en achter Afb. 33 Bediening van de ruitenwisser en rui-t ensproeier.Hendel in de gewenste stand zetten:0Ruitenwissers uit.Hendel in de gewenste stand zetten:1Intervalwissen van de ruitenwissers.Met de knop ››› afb.

33 A de intervalni-veaus (bij wagens zonder regensensor) ofde gevoeligheid van de regensensor in-stellen.2Langzaam wissen.3Snel wissen.4Tipwissen. Kort indrukken, kort wissen.Houd de hendel langer omlaag ingedruktzodat het wissen sneller gaat.5Wis-/was-automaat. Door de hendel naarvoren te verplaatsen, wordt de ruiten-sproeifunctie geactiveerd; de ruitenwis-sers gaan ook werken.6Intervalwissen bij de achterruit. De achter-ruitwisser werkt ongeveer om de 6 secon-den.7Door de hendel in te drukken, wordt deruitensproeifunctie geactiveerd; de ruiten-wisser gaat ook werken. ››› in Ruitenwissers op pag. 126››› pag. 126››› pag. 5523

De essentieEasy ConnectInstellingen van het menu CAR (Setup) Afb. 34 Easy Connect: Hoofdmenu. Afb. 35 Easy Connect: Menu WAGENDruk de Easy Connect-toets  en de functie-toets Setup in om de instellingen-menu's tekiezen.Het aantal beschikbare menu's en de bena-ming van de verschillende opties voor de me-nu's hangt af van de elektronica en de uitrus-ting van de wagen.●Contact inschakelen.●Indien het is uitgeschakeld, zet dan het in-fotainmentsysteem aan.●Druk op de toets MENU van het systeem endaarna op de knop  ››› afb. 34 of de toets van het systeem, om naar het menu CAR››› afb. 35 te gaan.●Drukken op de functieknop Setup om hetmenu Instellingen van de wagen››› afb.

35 te openen.●Om binnen het menu een functie te selec-teren, de betreffende knop indrukken.Door te drukken op de menutoets wordt altijdhet laatst geselecteerde menu geactiveerd.Als het selectievakje van de functietoets isgemarkeerd , is de functie actief.De wijzigingen in de instelmenu's worden au-tomatisch opgeslagen bij het verlaten van demenu's TERUG . Menu Submenu Instelling mogelijk Beschrijving ESC-systeem: – Activering van het programma voor de Elektronische Stabiliserings Controle (ESC) ››› pag. 15624

De essentie ››› in Menu CAR (Setup) op pag. 102››› pag. 102BestuurdersinformatiesysteemInleidingBij ingeschakeld contact is het mogelijk deverschillende functies van het display teraadplegen door te navigeren door de me-nu's.Bij wagens met multifunctiestuurwiel kan demultifunctie-indicatie uitsluitend worden be-diend via de knoppen aan dat stuurwiel.Het aantal menu's dat weergegeven wordt ophet display van het instrumentenpaneel vari-eert naargelang de elektronica en uitvoeringvan de wagen.Bij een gespecialiseerde dealer kunnen func-ties geprogrammeerd of gewijzigd wordenvolgens de uitvoering van de wagen.

Geadvi-seerd wordt om naar de werkplaats van eenofficiële SEAT dealer te gaan.Een aantal opties van het menu kan enkel ge-raadpleegd worden wanneer het voertuig stil-staat.Zolang een waarschuwing met hoogste prio-riteit 1 weergegeven wordt op het scherm,kunnen de menu's niet getoond worden. Be-paalde waarschuwingen kunnen worden be-vestigd via de ruitenwisserhendel of de knopop het multifunctiestuurwiel; deze verdwij-nen dan.Het informatiesysteem biedt ook de volgendeinformatie en aanwijzingen (volgens de uit-rusting van de wagen):Ritgegevens ››› pag. 30■Staat van de wagen■Multifunctie-indicatie vanaf het vertrek■Multifunctie-indicatie vanaf het tanken■Multifunctie-indicatie berekening totaalAssistenten ››› Tab. op pag.

27■Achteruit (optioneel)Navigatie ››› brochure NavigatiesysteemAudio ››› brochure Radio of ››› brochure Navi-gatiesysteemTelefoon ››› brochure Radio of ››› brochure Na-vigatiesysteemWagen ››› Tab. op pag. 27ATTENTIEIedere afleiding kan tot een ongeval leidenmet het daaraan verbonden risico van ver-wondingen.●De knoppen e.d. van het instrumentenpa-neel niet tijdens het rijden bedienen.Bediening menu's in het instrumen-tenpaneel Afb. 36 Ruitenwisserhendel: controletoetsen. Afb. 37 Rechterdeel van het multifunctiestuur-wiel: controletoetsen.26

De essentieHet informatiesysteem voor de bestuurderwordt bediend met de knoppen van het mul-tifunctiestuurwiel ››› afb. 37 of met de ruiten-wisserhendel ››› afb. 36 (indien de wagenniet is uitgerust met multifunctiestuurwiel). Hoofdmenu oproepen●Contact inschakelen. ●Indien een bericht of het pictogram van dewagen verschijnt, drukt u op toets ››› afb. 361 op de ruitenwisserhendel of op toets van het multifunctiestuurwiel ››› afb. 37. ●In geval van bediening met de ruitenwisser-hendel: om naar het hoofdmenu te gaan››› pag. 27 of om terug te keren naar hethoofdmenu vanuit een ander menu, drukt uop de tuimelschakelaar ››› afb. 36 2. ●In geval van bediening met het multifunc-ti estuurwiel: de lijst van het hoofdmenu zalniet verschijnen. Om door het hoofdmenu testappen, drukt u een aantal keren op toets  of   ››› afb. 37. Een submenu selecteren●Duw de tuimelschakelaar ››› afb.

36 2 vande ruitenwisserhendel naar voren of achter ofdraai aan het kartelwieltje van het multifunc-tiestuurwiel ››› afb. 37 totdat de gewenstemenuoptie oplicht. ●De aangeduide optie wordt weergegeventussen twee horizontale lijnen. Daarnaastverschijnt aan de rechterzijde een driehoek:●Om de optie in het submenu op te vragen,drukt u op toets ››› afb. 36 1 van de ruiten-wisserhendel of de toets  van het multi-functiestuurwiel ››› afb. 37. Instellingen uitvoeren naargelang het menu●Met de tuimelschakelaar van de ruitenwis-serhendel of het kartelwieltje van het multi-functiestuurwiel voert u de gewenste veran-deringen uit. Draai sneller aan het kartelwiel-tje als u sneller omhoog of omlaag wilt stap-pen door de waarden. ●Markeer of bevestig de selectie met toets››› afb. 36 1 van de ruitenwisserhendel oftoets  van het multifunctiestuurwiel ››› afb. 37.

30, ››› pag. 102. Assisten-tenInformatie over en mogelijke configura-ties van de systemen ter ondersteuningvan de bestuurder ››› pag. 102. Menu FunctieNavigatieInformatie van het geactiveerde naviga-tiesysteem: met de routegeleiding ge-activeerd, worden de pijlen voor hetdraaien en de balken getoond. Deweergave verloopt via het Easy Con-nect-systeem. Indien de routegeleiding niet geacti-veerd is, wordt de rijrichting aangege-ven (kompas) en de naam van de straatwaar men rijdt ››› brochure Navigatie-systeem. Audioinformatie over de radiozender,naam van de track op de cdof naam van de track in Media-stand››› brochure Radio of ››› brochure Navi-gatiesysteemTelefooninformatie en configuratiemogelijkhe-den van de mobiele-telefoonvoorberei-ding ››› brochure Radio of ››› brochureNavigatiesysteem.

Chronome-ter*Op een circuit kunnen de tijden perronde van de wagen gemeten en opge-slagen worden; die kunnen worden ver-geleken met de beste tijden die eerdergemeten zijn ››› pag. 32. Staat vande wagenWeergave van de actuele waarschuwin-gen of informatie en andere onderde-len van het systeem afhankelijk van hetuitrustingsniveau ››› pag. 102. 27.

De essentieIndicator buitentemperatuurWanneer de buitentemperatuur lager is dan+4 °C (+39 °F), wordt naast deze temperatuurhet symbool "ijskristal" weergegeven (waar-schuwing risico op ijzel). Aanvankelijk knip-pert dit symbool en dan blijft het continubranden tot de buitentemperatuur hoger is+6 °C (+43 °F) ››› in Aanwijzingen op hetdisplay op pag. 98. Wanneer de wagen stilstaat of bij het rijdenmet zeer lage snelheid, is het mogelijk dat deaangegeven temperatuur iets hoger is dan dewerkelijke buitentemperatuur, vanwege dewarmte die de motor afgeeft. Het meetbereik van de temperatuur gaat van-40 tot +50 (-40. 00 tot +122 °F). ℃ ℃ ℃ Indicatie van de versnellingen Afb. 38 Instrumentenpaneel: indicatie van deversnellingen (schakelbak). Als de gekozen versnelling voor een zuinigerijstijl niet optimaal is, wordt er advies overde te kiezen versnelling gegeven.

Wordt ergeen schakeladvies gegeven, dan rijdt u al inde geschikte versnelling. Wagens met versnellingsbakDe symbolen op het scherm ››› afb. 38 bete-kenen:● Opschakelen: de weergave verschijntrechts van de ingeschakelde versnelling zo-dra een hogere versnelling wordt aanbevo-len. ● Terugschakelen: de weergave verschijntlinks van de ingeschakelde versnelling zodraeen lagere versnelling wordt aanbevolen. Bij de aanbeveling is het mogelijk dat eenversnelling wordt overgeslagen (2e 4e). Wagens met automatische versnellingsbak*Deze indicatie is uitsluitend zichtbaar in tip-tronic-stand ››› pag. 166. De symbolen op het display betekenen:● Opschakelen● TerugschakelenVOORZICHTIGDe indicatie van de versnellingen helpt u bijhet besparen van brandstof, maar is niet ge-schikt om in alle rijsituaties de juiste versnel-ling aan te bevelen.

De essentieMotorkap, achterklep en portieren ge-opend Afb. 39 A: motorkap geopend; B: achterklepgeopend: C: linkervoorportier geopend; D:rechtervoorportier geopend (alleen bij wa-gens met 5 portieren). Als het contact wordt ingeschakeld resp. tij-dens het rijden worden in het display in hetinstrumentenpaneel de portieren, de motor-kap en de achterklep weergegeven als dezeopen zijn; in dat geval wordt tevens eenakoestisch signaal gegeven. Afhankelijk vande uitvoering van het instrumentenpaneel,kan de voorstelling variëren. Afbeel-ding Legenda van ››› afb. 39A Niet verder rijden. De motorkap staat open of is niet goedgesloten ››› pag. 205. B Niet verder rijden. De achterklep staat open of is niet goedgesloten ››› pag. 9. C D,  Niet verder rijden. Een portier van de wagen staat open ofis niet goed gesloten ››› pag. 108.

Waarschuwings- en informatieberich-tenBij het inschakelen van het contact of tijdenshet rijden worden enkele functies en wagen-componenten gecontroleerd op hun toe-stand. De storingen in de werking wordenweergegeven op het display door middel vanrode en gele symbolen, alsook door berich-ten op het display van het instrumentenpa-neel (››› pag. 100 ››› pag. 36) en in be-paalde gevallen door middel van akoestischesignalen. Afhankelijk van de uitvoering vanhet instrumentenpaneel, kan de voorstellingvariëren. Waarschuwing met prioriteit 1 (rode symbolen)Symbool knippert of brandt; deels in combinatie met ge-luidssignalen.  Zet de wagen stil. Gevaar ››› in Waarschuwings-symbolen op pag. 101. De functie met de storing controleren en de storing ver-helpen. Roep indien nodig de hulp in van gespeciali-seerd personeel.

De essentieRitgegevensGeheugenDe multifunctie-indicatie geeft de afgelegdeafstand en het brandstofverbruik weer. Wisselen tussen de weergavefuncties op demultifunctie-indicatie●Bij wagens zonder multifunctiestuurwiel:druk op de tuimelschakelaar  van de rui-tenwisserhendel ››› afb. 36. ●Bij wagens met multifunctiestuurwiel: draaiaan het kartelwieltje ››› afb. 37. Geheugen van de multifunctie-indicatieDe multifunctie-indicatie is voorzien van driegeheugen die automatisch werken: Multi-functie-indicatie vanaf het vertrek, Multifunc-tie-indicatie vanaf het tanken, Multifunctie-indicatie berekening totaal. Op het displaykunt u aflezen welk geheugen momenteelwordt getoond. Wisselen tussen geheugens met ingescha-keld contact en getoond geheugenDruk op de toets  van de ruitenwisser-hendel of de toets  op het multifunctie-stuurwiel.

Menu FunctieMultifunc-tie-indica-tie vanafhet vertrekWeergave en opslag in het geheu-gen van de afgelegde afstand en hetbrandstofverbruik vanaf het momentdat de ontsteking werd ingescha-keld totdat deze weer werd uitge-schakeld. Als u binnen 2 uur na uitschakelenvan het contact weer gaat rijden,worden de nieuwe gegevens toege-voegd aan de opgeslagen gegevens. Bij een ritonderbreking van meerdan twee uur wordt het geheugenautomatisch gewist. Multifunc-tie-indica-tie vanafhet tankenAanduiding en in geheugen opslaanvan waarden van afgelegd traject enbrandstofverbruik. Na brandstof tan-ken wordt geheugen automatischgewist. Multifunc-tie-indica-tie bereke-ning totaalIn het geheugen worden de waardenvan een bepaald aantal deeltrajec-ten geregistreerd, tot een totaal van19 uur en 59 minuten of 99 uur en59 minuten ofwel 1. 999,9 kmof 9.

999 km, afhankelijk van het mo-del van het instrumentenpaneel. Bijhet bereiken van deze limietwaar-dena), wordt het geheugen automa-tisch gewist en telt het systeem op-nieuw vanaf 0. a) Dit is afhankelijk van het model van het instrumentenpaneel.

Een geheugen handmatig wissen●Selecteer het geheugen dat u wenst te wis-sen. ●Houd de toets  van de ruitenwisser-hendel of de toets  op het multifunctie-stuurwiel ca. 2 seconden ingedrukt. De aanwijzingen personaliserenIn het Easy Connect-systeem kunt u instellenwelke gegevens voor de multifunctie-indica-tie (MFA) moeten worden weergegeven ophet display in het instrumentenpaneel; ge-bruik hiertoe de toets  en de functietoetsSetup ››› pag. 102. Overzicht van gegevens Menu FunctieHuidig brand-stofverbruikHet actueel verbruik wordt tijdenshet rijden gemeten in liters per100 km; met de motor in werkingen de wagen in stilstand, in li-ters/uur. Gemiddeld ver-bruikHet gemiddelde brandstofver-bruik wordt na het inschakelenvan het contact al na ca. 100 me-ter in liters per 100 km weergege-ven. Tot dan worden streepjes ge-toond.

De essentie Menu FunctieActieradiusGeschatte afstand in km die nogafgelegd kan worden met de res-terende brandstof in de tank alsdezelfde rijstijl aangehoudenwordt. Deze waarde wordt o. a. be-rekend op basis van het actuelebrandstofverbruik. RijtijdGeeft de uren (h) en minuten(min) weer die verstreken zijnsinds het contact werd ingescha-keld. Afgelegde af-standAfgelegde afstand in km sinds hetcontact werd ingeschakeld. GemiddeldesnelheidDe gemiddelde snelheid wordt nainschakeling van het contact al naongeveer 100 meter weergege-ven. Tot dan worden streepjes ge-toond. De aangegeven waardewordt ongeveer om de 5 secon-den bijgewerkt. Digitale indi-catie van desnelheidActuele snelheid digitaal weerge-geven.

Snelheidswaar-schuwing bij--- km/uofSnelheids-waarschuwingbij --- mphIndien de opgeslagen snelheid(tussen 30-250 km/u of 19-155mijl per uur) wordt overschreden,klinkt een akoestisch signaal enverschijnt een visuele waarschu-wing. Olietempera-tuurDigitale weergave van de actuelemotorolietemperatuur. Menu FunctieKoelvloeistof-temperatuurDigitale indicatie van actuelekoelvloeistoftemperatuur. Een snelheid opslaan met de snelheidswaar-schuwing●Selecteer de weergave Snelheidswaar-schuwing bij --- km/u. ●Druk op de toets  van de ruitenwis-serhendel of de toets  van het multifunc-tiestuurwiel om de actuele snelheid op teslaan in het geheugen en de snelheidswaar-schuwing te activeren. ●Inschakelen: In dat geval moet u binnen 5sec. de gewenste snelheid instellen via detuimelschakelaar  van de ruitenwisser-hendel of door aan het kartelwieltje van hetmultifunctiestuurwiel te draaien.

MotorolietemperatuurindicatieDe motor heeft onder normale rijomstandig-heden de bedrijfstemperatuur bereikt als demotorolietemperatuur tussen (178 °F)80 °Cen (248 °F) ligt. Bij een hoge motor-120 °Cbelasting of een hoge omgevingstempera-tuur kan de motorolietemperatuur toenemen. Dit heeft verder geen consequenties zolanggeen melding verschijnt op het display via decontrolelampjes ››› Tab. op pag. 37 of ››› Tab. op pag. 37. In wagens zonder multifunctiestuurwiel●Druk op de tuimelschakelaar ››› afb. 36 2totdat het hoofdmenu verschijnt. Ga naarRitgegevens. Gebruik de toets 2 om naarde motorolietemperatuurindicatie te stap-pen. In wagens met multifunctiestuurwiel●Ga naar het submenu enRitgegevensdraai aan het kartelwieltje tot de indicatievan de olietemperatuur verschijnt. Extra verbruikers●Bediening met de ruitenwisserhendel*:druk op de tuimelschakelaar ››› afb.

36 2totdat het hoofdmenu verschijnt. Ga naar hetgedeelte Ritgegevens. Gebruik de tuimel-schakelaar om naar de weergave Comfort-verbruikers te gaan. ●Bediening via het multifunctiestuurwiel*:stap met de toetsen 1 of 2 naar Ritgege-vens en bevestig dit met. Draai aan hetOK »31.

De essentierechter kartelwieltje totdat de weergaveComfortverbruikers v erschijnt. Het actuele verbruik van alle extra verbrui-kers samen wordt bovendien grafisch weer-gegeven. BesparingstipsIn omstandigheden waarin het brandstofver-bruik toeneemt, worden besparingstips ge-geven. Volg ze op om uw verbruik te beper-ken. Deze indicaties verschijnen automatischen worden uitsluitend weergegeven in het ef-ficiencyprogramma. Na een tijdje verdwijnende tips automatisch. Als u een besparingstip wilt verbergen zodradeze verschijnt, drukt u op een willekeurigetoets op de ruitenwisserhendel* / het multi-functiestuurwiel*. Let op●Als een besparingstips is verborgen, wordtdeze weer weergegeven zodra het contactweer wordt ingeschakeld. ●De besparingstips worden niet voortdurendweergegeven, maar incidenteel. Chronometer*De chronometer is toegankelijk vanaf hetkeuzemenu ››› pag. 27.

Met de chronometer kunnen de rondetijdenvan de wagen op een circuit handmatig op-genomen worden; tevens kunnen ze wordenopgeslagen en vergeleken met de beste tij-den die eerder zijn gemeten. De volgende menu's kunnen getoond wor-den:●Stoppen●Ronde●Pauze●Deeltijd●StatistiekOmschakelen van het ene menu naar het an-dere●In wagens zonder multifunctiestuurwiel:druk op de tuimelschakelaar  op de rui-tenwisserhendel. ●In wagens met multifunctiestuurwiel: drukop de toets  of . Menu "Stoppen"StartenDe tijdopname gaat van start. Indien reeds eerder rondes geredenzijn en in de statistiek zijn opgeno-men, wordt begonnen met het betref-fende nummer van de ronde. Er kan enkel begonnen worden meteen nieuwe eerste ronde indien de sta-tistiek terug op nul is gezet in het me-nu. StatistiekVanaf destartDe tijdopname gaat van start wanneerde wagen begint te rijden.

Indien de wagen al in beweging is,gaat de tijdopname van start wanneerde wagen begint te rijden na stilstand. Statistiek Het menu wordt getoondStatistiekop het scherm.

Menu "Ronde"NieuwerondeDe tijdopname van de huidige rondewordt stopgezet en vervolgens wordteen nieuwe ronde gestart. De tijd vande net afgewerkte ronde wordt opge-nomen in de statistiek. DeeltijdGedurende ca. 5 seconden wordt eendeeltijd weergegeven. Tegelijk gaat detijdopname verder. StoppenDe huidige tijdopname wordt onder-broken. De ronde wordt niet afgewerkt. Het menu wordt getoond. Pauze32.

De essentieMenu "Pauze"Verder De onderbroken tijdopname wordtvoortgezet. NieuwerondeEen nieuwe tijdopname wordt gestart. De stopgezette ronde wordt afgewerkten opgenomen in de statistiek. Onderbr. rondeDe tijdopname van de actieve rondewordt beëindigd en geannuleerd. Ditwordt niet opgenomen in de statistiek. BeëindigenDe huidige tijdopname wordt beëin-digd. De ronde wordt opgenomen in destatistiek. Menu "Deeltijd"DeeltijdGedurende ca. 5 seconden wordt eendeeltijd weergegeven. Tegelijk gaat detijdopname verder. NieuwerondeDe tijdopname van de huidige rondewordt stopgezet en vervolgens wordteen nieuwe ronde gestart. De tijd vande net afgewerkte ronde wordt opge-nomen in de statistiek. StoppenDe huidige tijdopname wordt onder-broken. De ronde wordt niet afgewerkt. Het menu wordt getoond.

PauzeMenu "Periodestatistiek" Weergave van de laatste rondetijden:– totale tijd– beste rondetijd– slechtste rondetijd– gemiddelde duur van de rondesEen maximum van 10 rondes en eenduur van 99 uur, 59 minuten en 59 se-conden zijn mogelijk. Indien een van beide limieten bereiktwordt, kan een nieuwe tijdopname pasgestart worden wanneer de statistiekeerst teruggezet wordt op nul. Terug Er wordt teruggekeerd naar het vorigemenu. Op nulzettenAlle opgeslagen statistische gegevensworden teruggezet op nul. ATTENTIEProbeer de bediening van de chronometer tevermijden tijdens het rijden. ●Voer enkel instellingen uit van de chrono-meter en raadpleeg enkel de statistiek wan-neer het voertuig stilstaat. ●Bedien de chronometer niet tijdens moeilij-ke rijsituaties.

Het controlelampje gaat weer uit zodra de snelheid wordt ver-laagd tot onder de opgeslagen limietsnel-heid. De programmering van de snelheidswaar-schuwing wordt aanbevolen indien men eenbepaalde maximumsnelheid wenst aan tehouden, zoals bij het rijden in een land metverschillende snelheidslimieten of bij eenmaximumsnelheid voor de winterbanden. Waarschuwingslimiet instellenDe waarschuwingslimiet kan worden gepro-grammeerd, gewijzigd en gewist via de radioof het Easy Connect*-systeem. ●Wagens met radio: druk op de knop SETUP> bedieningsknop Assistentie voorde bestuurder Snelheidswaarschu- > wing. ●Wagens met Easy Connect: druk op de be-dieningsknop of Systemen Wagensyste-men Assistentie voor de bestuur- > der Snelheidswaarschuwing >. De limiet voor snelheidswaarschuwing kanworden ingesteld van 30 tot 240 km/u (20tot 149 mpu).

De essentieLet op●Onafhankelijk van het snelheidswaarschu-wingssysteem moet u met behulp van desnelheidsmeter erop letten dat u zich aan dewettelijk voorgeschreven maximumsnelheidhoudt. ●Het snelheidswaarschuwingssysteem isvoor bepaalde landen zodanig geconstrueerddat dit standaard een waarschuwing geeft bij120 km/u (75 mpu). Deze waarschuwingsli-miet is af fabriek ingesteld. Service-intervallenDe service-intervalindicatie wordt weergege-ven op het display van het instrumentenpa-neel ››› afb. 113 3. Bij SEAT wordt een onderscheid gemaakt tus-sen servicebeurten motorolieverversingmet(bijv. Kleine Onderhoud service) en service-beurten motorolieverversing (bijv. in-zonderspectiebeurt). In wagens met Service volgens de tijd of dekilometerstand zijn de service-intervallen alvooraf ingesteld. In wagens met LongLife Service worden deintervallen afzonderlijk bepaald.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Seat Ibiza ST (2017) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden