Seat Ibiza (2021) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Seat Ibiza (2021) (91 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 67 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Seat Ibiza (2021) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Seat |
| Categorie: | Auto |
| Model: | Ibiza (2021) |
Handleiding Seat Ibiza (2021) – volledige tekst
178 BELANGRIJKE OPMERKING:Installeer dit toestel enkel wanneer het voldoet aan de lokale/nationale wetgeving, regelgeving en normen. Dit product is bedoeld om gebruikt te worden als een air conditioner in woningen en is alleen geschikt voor gebruik binnenshuis in woonkamers, keukens en garages op droge plaatsen, in normale huishoudelijke omstandigheden. Deze handleiding is bedoeld voor personen die beschikken over voldoende kennis en ervaring op het gebied van elektrische apparaten, elektronica, koeltechniek en mechanische installaties. Pogingen om het apparaat te installeren of te repareren kunnen leiden tot lichamelijk letsel en materiële schade. De fabri-kant of verkoper is niet verantwoordelijk voor de interpretatie van deze informatie, en is niet aansprakelijk voor een ondoelmatig gebruik van deze informatie.
De informatie, specificaties en parameters kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd naar aanleiding van technische aanpassingen of verbeteringen. De correcte specificaties worden aangege-ven op het typeplaatje. • Lees deze installatiehandleiding zorgvuldig door alvorens het product te installeren. • Installatiewerkzaamheden mogen uitsluitend in overeenstemming met de desbetreffende lokale, natio-nale en Europese eisen en door bevoegde personen worden uitgevoerd. De garantie geldt niet bij schade ontstaan door handelingen die afwijken van die in de gebruiksaanwijzing of door verwaarlozing. • Draag altijd de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen zoals een veiligheidsbril, mondkapje, oorbe-schermers, handschoenen etc. Internet:Om u nog beter van dienst te zijn kunt u de meest recente versie van de gebruikers-, installatie- en/of service handleiding downloaden op www.
zibro. comGWAARSCHUWING. Installeer, verwijder en/of herinstalleer het apparaat niet zelf als u niet over de vereiste elektrische, elektronische, koeltechnische en/of mechanische ervaring en bevoegdheid beschikt.
• Een ondeskundige installatie kan leiden tot waterlekkage, elektrische schokken, koudemiddellekkage of brand. Raadpleeg voor de installatie een geautoriseerde dealer of specialist op het gebied van airconditioning. Let op: storingen veroorzaakt door een ondeskundige installatie vallen niet onder de garantie. • De unit moet worden geïnstalleerd op een gemakkelijk toegankelijke plaats. Alle bijkomende kosten voor het huren van speciale apparatuur om de unit te onderhouden zijn voor rekening van de klant.
179 INHOUD 1. Veiligheidsmaatregelen 2. Meegeleverde onderdelen 3. Werkzaamheden voor de installatie van de airconditioner 4. Plaatsbepaling van de binnen en buitenunit 4.1 Plaatsbepaling van de binnenunit 4.2 Plaatsbepaling van de buitenunit 5. Mogelijkheden hoe de leidingen van het binnendeel naar het buitendeel kunnen worden geïnstalleerd 6. Montage van de installatieplaat en boren van de leidingdoorvoer 6.1 Montage van de installatieplaat van het binnendeel 6.2 Boren van de leidingen, condenswaterslang en stroomkabel doorvoer 7. Aansluiten van de koudemiddelleidingen 8. Aansluiten van de condenswater afvoer 8.1 Aansluiten van de condenswater afvoer van het binnendeel 8.2 Aansluiten van de condenswaterafvoer van het buitendeel 9. Elektrische installatie 10. Aansluiten van de stroomkabels 11. Vacumeren van het koelsysteem 12. Controle op lekdichtheid van het koelsysteem 13.
1. VEILIGHEIDSMAATREGELENNeem altijd het volgende in acht met betrekking tot de veiligheid: • Lees de volgende WAARSCHUWING alvorens de airconditioning te installeren. • Neem de hier genoemde waarschuwingen in acht, aangezien deze belangrijke informatie bevatten met betrekking tot veiligheid. • Bewaar deze instructies, na het lezen ervan, samen met de gebruikershandleiding op een geschikte plaats, zodat u deze documenten gemakkelijk kunt raadplegen. De airco bevat een koudemiddel en kan worden aangemerkt als apparatuur onder druk. Neem daarom altijd contact op met een bevoegde aircomonteur voor installatie van en onderhoud aan de airco. De airco dient jaarlijks te worden gecontroleerd en onderhouden door een bevoegde aircomonteur. GWAARSCHUWINGInstalleer de airconditioning niet zelf.
• Onjuiste installatie kan tot brand, elektrische schokken, het vallen van het apparaat of waterlekkage leiden en daardoor letsel en schade veroorzaken. Raadpleeg de dealer waar u het apparaat hebt gekocht of een bevoegde installateur. Installeer de unit op een veilige manier op een locatie die het gewicht van de unit kan dragen. • Wanneer de unit wordt geïnstalleerd op een locatie die onvoldoende sterk is, kan de unit vallen en letsel veroorzaken. Gebruik de voorgeschreven elektrische bekabeling om de binnen- en buitenunit op een veilige manier aan te sluiten, en sluit de kabels stevig aan op de aansluitgedeelten van het klem-menbord. • Een onjuiste aansluiting kan leiden tot brand. Gebruik de meegeleverde of voorgeschreven onderdelen voor de installatie. • Het gebruik van defecte onderdelen kan leiden tot letsel als gevolg van brand, elektrische schokken, het vallen van de unit etc.
Voer werkzaamheden met betrekking tot de elektrische installatie altijd uit in overeenstemming met de installatiehandleiding en gebruik een gesloten circuit. • Indien de capaciteit van het voedingscircuit onvoldoende is, of als de elektrische installatie niet volledig is, kan dit leiden tot brand of elektrische schokken. Controleer of het koudemiddel tijdens of na de installatie niet lekt. • Weglekkend koudemiddel is schadelijk voor het milieu en draagt mogelijk bij aan de opwarming van de aarde. Monteer de afdekplaatsjes van de aansluitpunten van de elektrische bedrading van zowel binnen- als buitendeel terug na montage van de stroomkabels. • Wanneer de afdekplaatjes van de aansluitpunten van de elektrische bedrading niet goed worden teruggeplaatst, kan dit leiden tot brand of elektrische schokken als gevolg van water, stof, aanrakingsgevaar enz. 180.
181GWAARSCHUWINGEN• Deze installatie moet geaard zijn. Wanneer de aarding niet goed is, kan dit elektrische schokken veroorzaken. Gebruik geen verlengsnoer. Dit kan tot vuur of elektrische schokken leiden.• De huisinstallatie dient te zijn voorzien van een aardlekschakelaar. Wanneer deze niet voorzien is van een aardlekschakelaar kan dit leiden tot elektrische schokken en brand.Breng de condenswaterafvoer aan in overeenstemming met de installatie-instructie. • Bij een defect in de afvoer-/pijpleidingen kan water uit de unit weglekken en kan huisraad nat worden en beschadigd raken. 2.
Het is niet noodzakelijk om alle binnendelen aan te sluiten. Met name voor de SM 33 QUATTRO geldt dat deze ook prima werkt wanneer 2 of 3 binnendelen van de in totaal 4 meege-leverde binnendelen worden geïnstalleerd. b. Monteer de montageplaat van het binnendeel (2x / 4x). Zie hoofdstuk 6.1. c. Voor ieder binnendeel een gat naar buiten waar de leidingen kunnen worden doorgevoerd. Zie hoofdstuk 6.2. d. Hang het binnendeel, met de aan de achterzijde aanwezige haken, op de bovenste haken van de installatieplaat en controleer of de unit stevig vast zit. Klik de onderste haken nog niet vast. GLET OPBij een uitloop van de leidingen naar rechtsachter dienen de leidingen, gelijktijdig met het ophangen van het binnendeel, door het geboorde gat gevoerd te worden. e. Voer de leidingen, de stroomkabel en de condenswaterslang door het gat in de wand.182
183GTIPHet leidingwerk, de stroomkabel en de condenswaterslang kunnen gemakkelijker worden aangebracht door de binnenunit aan de onderzijde ongeveer 5 cm van de wand af te trekken en deze ruimte tijdelijk op te vullen met een opvulmateriaal zodat de unit niet tegen de wand terug zakt, zie afbeelding 2. f. Sluit de koudemiddelleidingen, de stroomkabels en de condenswater afvoerslang aan op het binnendeel (2x / 4x). Zie hoofdstuk 7, 8, 9 en 10. g. Plaats het buitendeel zie hoofdstuk 4.2. h. Verbind de leidingen en de stroomkabel met het buitendeel. Zie hoofdstuk 10.GLET OPDe koudemiddelleidingen afkomstig van de binnendelen SM 3325 en SM 3331 mogen in willekeurige volgorde op één van de kraangroepen worden aangesloten.
De airconditioner is zodanig geprogrammeerd dat deze detecteert welk binnendeel aan een bepaalde kranengroep is gekoppeld.Let wel: Indien de koudemiddelleidingen van een binnendeel op kranengroep C van het buitendeel aangesloten, dan moet de elektrische verbindingskabel tussen binnen- en buitendeel worden aangesloten op klemmenstrook C van het buitendeel aangegeven met L(C), N(C) en S(C). De letter tussen haakjes (C) geeft aan dat het om klemmenstrook C gaat. i. Sluit de voedingskabel aan op het buitendeel. Zie hoofdstuk 9 en 10. j. Vacumeer de koudemiddelcircuits. Zie hoofdstuk 11. k. Controleer de koudemiddelcircuits op aanwezigheid van lekkages. Zie hoofdstuk 12. l. Controleer of de gehele installatie goed is geïnstalleerd. m. Schakel de voedingsspanning in en controleer de airconditioner. Zie hoofdstuk 14.Bovenste haakOnderste haakOpvulmateriaalAfbeelding 2 4.
PLAATSBEPALING VAN DE BINNEN- EN BUITENUNIT 4.1 Plaatsbepaling van de binnenunit • Stel de binnenunit niet bloot aan warmte of stoom. • Kies een plaats waar zich geen obstakels voor of rondom de unit bevinden. • Zorg ervoor dat condenswater continu omlaag kan worden afgevoerd. • Plaats de unit niet in de buurt van een deuropening.
• Zorg ervoor dat de ruimte links en rechts van de unit meer dan 12 cm bedraagt. Zie afbeelding 3. • Gebruik een leidingzoeker om leidingen en / of elektrische kabels op te sporen, zodat onnodige beschadiging van de wand kan worden voorkomen. • De binnenunit moet op de wand worden geïnstalleerd op een hoogte van ten minste 2,3 meter van de vloer. Zie afbeelding 3. • De binnenunit moet zodanig worden geïnstalleerd, dat een minimale afstand tot het plafond van 15 cm wordt aangehouden. Zie afbeelding 3. • De binnenunit moet waterpas opgehangen worden. • Houdt bij de plaatsbepaling van het binnendeel rekening met de mogelijke opstelplaatsen van het buitendeel. Binnen- en buitendeel moeten aan elkaar gekoppeld worden door middel van leidingen en kabels. GLET OPDe maximale leidinglengte tussen binnen- en buitendeel bedraagt 20 meter.
Het maximale hoogteverschil tussen binnen- en buitendeel bedraagt 8 meter. De lengte van de koudemiddelleiding kan worden bepaald door de lengte van de koudemiddelleidingset te meten tussen de kranen van het buitendeel en de aansluitpunten van het binnendeel. Let wel: Voor de SM 33 DUO mag de totale lengte van de koudemiddelleiding van de twee binnendelen maximaal 30 meter bedragen. Voor de SM 33 QUATTRO mag de totale lengte van de koudemiddelleidingen van de vier binnendelen maximaal 60 meter bedragen. Afbeelding 3Meer dan 15 cm. Meer dan 12 cm. Meer dan 12 cm. Ten minste 2,3 m 4. 2 Plaatsbepaling van de buitenunit • Plaats de buitenunit op een stevige ondergrond om ongewenste geluiden en trillingen zo veel moge-lijk te beperken. GOPMERKINGDe buitenunit produceert geluid wanneer deze in bedrijf is; dit kan in strijd zijn met deplaatselijke wet- en regelgeving.
Het is de verantwoordelijkheid van de gebruiker om dit te controleren en ervoor te zorgen dat de apparatuur volledig voldoet aan de plaatselijke wetgeving. • Kies de richting van de luchtuitlaat zodanig, dat de afgevoerde luchtstroom niet wordt belemmerd.
• Houd rekening met het gewicht van het binnen- en buitendeel. • Indien er een afdak over de buitenunit wordt gebouwd om blootstelling aan direct zonlicht of regen te voorkomen, dient ervoor te worden gezorgd dat de condensor niet geblokkeerd is. • Zorg ervoor dat de ruimte rond de achterzijde en de linkerzijde van de unit meer dan 30 cm bedraagt. 184.
185Aan de voorzijde van de unit moet de ruimte meer dan 200 cm bedragen, terwijl bij de aansluitzijde (rechterzijde) een ruimte van 60 cm moet worden aangehouden. (zie afbeelding 4). • De buitenunit moet waterplas geplaatst kunnen worden.LINKSMeer dan 30 cm. ACHTERMeer dan 30 cm.RECHTSMeer dan 60 cm.VOORMeer dan 200 cm.Meer dan 60 cm. Afbeelding 5Meer dan 30cmMeer dan 200cmMeer dan 60cmMeer dan 30cmMeer dan 60cmHek of barrière • Houd bij de plaatsbepaling van het buitendeel rekening met de mogelijke opstelplaats van het bin-nendeel. Binnen- en buitendeel moeten aan elkaar gekoppeld worden door middel van leidingen en kabels. GLET OPDe maximale leidinglengte tussen binnen- en buitendeel bedraagt 20 meter. Het maximale hoogteverschil tussen binnen- en buitendeel bedraagt 8 meter.
De lengte van de koudemiddelleiding kan worden bepaald door de lengte van de koudemiddelleidingset te meten tussen de kranen van het buitendeel en de aansluitpunten van het binnendeel.Let wel: Voor de SM 33 DUO mag de totale lengte van de koudemiddelleiding van de twee binnendelen maximaal 30 meter bedragen.Voor de SM 33 QUATTRO mag de totale lengte van de koudemiddelleidingen van de vier binnendelen maximaal 60 meter bedragen. • Zet geen dieren en planten of andere obstakels voor de luchtinlaat of -uitlaat. • Breng de airconditioning altijd op een gemakkelijk toegankelijke plaats aan. • Raadpleeg en volg de plaatselijke wet- en regelgeving met betrekking tot het opstellen en installeren van airconditioningapparatuur op.
• Indien de installatieplaats wordt blootgesteld aan sterke wind, bijvoorbeeld aan zee, moet ervoor worden gezorgd dat de ventilator goed werkt door de unit in de lengterichting langs de wand te plaatsen of door stof- of windleiplaten te gebruiken. Zie afbeelding 5.
Strong windStrong windBarrier Incorrect CorrectAfbeelding 5SterkewindSterkewindBarrière Incorrect Correct • Als de buitenunit op dakconstructies of buitenwanden wordt geinstalleerd, kan dit leiden tot sto-rende geluiden en trillingen. • Zorg ervoor dat het buitendeel vast gezet kan worden op een stabiele ondergrond.GLET OPAls het buitendeel wordt opgehangen, moet de montagesteun voldoen aan alle technische voorschriften. De montagewand moet sterk genoeg zijn. Als dit niet het geval is, moet deze verstevigd worden. De verbindingen tussen steun en wand en tussen steun en airconditioning moeten stevig, stabiel en duurzaam zijn. Bij twijfel of onzekerheid hierover mag de unit niet worden geplaatst, en moet de benodigde ondersteuning worden berekend en geconstrueerddoor een bevoegd technicus. 5. MOGELIJKHEDEN HOE DE LEIDINGEN VAN HET BINNENDEEL NAAR HET BUI-TENDEEL KUNNEN WORDEN GEÏNSTALLEERD.
• De leidingen kunnen worden aangesloten met een uitloop naar de linker of de rechterzijde van de binnenunit. Verwijder hiervoor de linker of rechter breekplaat. Zie afbeelding 6. • De leidingen kunnen worden aangesloten met een uitloop naar de rechterachterzijde of de linker-achterzijde. Zie afbeelding 6.186
187 Afbeelding 6Afdekking van leiding rechtsAfdekking van leiding linksAfdekking van leidingLeidingwerk rechtsLeidingwerk linksLeidingwerk linksachter 6. MONTAGE VAN DE INSTALLATIEPLAAT EN MAKEN VAN DE LEIDINGDOOR-VOER. 6.1 Montage van de installatieplaat van het binnendeelWAARSCHUWINGGebruik een leidingzoeker voordat de benodigde gaten in de wand worden geboord om stroomkabels en leidingen in de wand op te sporen, zodat onnodige beschadigingen van de wand en gevaarlijke situaties worden voorkomen. a. Breng de installatieplaat horizontaal op een voldoende stevige wand aan en houd een ruimte rond de installatieplaat aan. Zie afbeelding 7 b. Als de wand is gemaakt van baksteen, beton of een vergelijkbaar materiaal, dienen acht gaten met een diameter van 5 mm in de wand te worden geboord. Breng de pluggen voor de desbetreffende bevestigingsschroeven aan. c.
GOPMERKINGMonteer de installatieplaat en boor gaten in de wand in overeenstemming met het materiaal van de wand en de desbetreffende bevestigingspunten op de installatieplaat. (afmetingen zijn in “mm” tenzij anders aangegeven).Correcte montage van installatieplaatAfbeelding 7SM3325 indoorSM3331 indoor Afbeelding 8 6.2 Boren van de leidingen, condenswaterslang en stroomkabeldoorvoer. a. Bepaal de positie van het gat aan de hand van het schema in Fig. 8. Boor een gat ( 65 mm) enigszins ≥schuin omlaag in de richting van de buitenzijde; dit voorkomt dat er water naar binnen dringt (fig. 9). b. Maak altijd gebruik van een boorgeleider bij het boren in metalen roosters, metalen platen of ver-gelijkbare materialen.188
189WandBinnenBuitenAfbeelding 9≥5°5 - 7 mm per 100 mm 7. AANSLUITEN VAN DE KOUDEMIDDELLEIDINGEN Niet buigen!Buig hier (slechts 1x)Buig hier (slechts 1x)Afbeelding 10 GLET OPHet koppelen van de koudemiddelleidingen van een airconditioner moet worden uitgevoerd volgens de landelijke geldende wettelijke bepalingen. Het koppelen van de koelleidingen mag alleen worden uitgevoerd door een bevoegd monteur. a. Voorzie de uiteinden van de leidingen van een zogenaamde “flare” met wartel of een soortgelijke schroefverbinding. b. Binnendeel: Draai de wartelmoer eerst met de hand vast aan de leidingen van het binnendeel en draai de wartelmoer vervolgens met een steeksleutel en een momentsleutel vast zoals getoond in Fig. 11. c.
Buitendeel: Draai de wartelmoer met de hand vast aan de aansluitingen op de kranen van het bui-tendeel en draai de moer vervolgens met een steeksleutel en een momentsleutel vast zoals getoond in fig. 11.Afbeelding 11Leiding van binnenunitWartelmoerLeidingen
GBELANGRIJKVoor de SM 33 DUO zijn er twee groepen kranen op het buitendeel geplaatst. Voor de SM 33 QUATTRO zijn er vier groepen geplaatst. Noteer de letter van de groep waarop de leidingen van het binnendeel op het buitendeel worden aangesloten in de binnenzijde achter het frontpaneel van het binnendeel. Dit is met name belangrijk bij het aansluiten van de elektrische verbindingskabels.Een kranengroep bestaat uit twee kranen: een vloeistofkraan en een gaskraan. Zie afbeelding 12.KranengroepAfbeelding 12GLET OPDe koudemiddelleidingen afkomstig van de binnendelen SM 3325 en SM 3331 mogen in willekeurige volgorde op één van de kraangroepen worden aangesloten.
De airconditioner is zodanig geprogrammeerd dat deze detecteert welk binnendeel aan een bepaalde kranengroep is gekoppeld.Let wel: Indien de koudemiddelleidingen van een binnendeel op kranengroep C van het buitendeel aangesloten, dan moet de elektrische verbindingskabel tussen binnen- en buitendeel worden aangesloten op klemmenstrook C van het buitendeel aangegeven met L(C), N(C) en S(C). De letter tussen haakjes (C) geeft aan dat het om klemmenstrook C gaat. d. Pas de juiste aanhaalmomenten toe (zie tabel 1) om te voorkomen dat de leidingen, verbindingsstuk-ken en moeren beschadigd raken.Buiten- diameterAanhaalmoment (N.cm)Extra aanhaalmoment (N.cm)Ø 6.35 1500(153kgf.cm)1600(163kgf.cm)Ø 9.53 2500(255kgf.cm)2600(265kgf.cm)Ø 12.7 3500(357kgf.cm).3600(367kgf.cm)Ø 16.0 4500(459kgf.cm).4700(479kgf.cm) e.
Isoleer de aansluitpunten op het binnendeel met isolatiemateriaal om lekkage van condenswater te voorkomen. f. Wikkel de leidingen, verbindingskabel en afvoerslang, welke zich achter het binnendeel bevinden, in met tape zodat een stevige bundel wordt verkregen. Dit vergemakkelijkt de montage van het bin-nendeel aan de montageplaat.190
191BinnenunitOpvangkastLeidinggedeelteAansluitleidingWikkelbandVerbindings-kabelAfvoerslangAfbeelding 13GLET OPKoperen leidingen moeten afzonderlijk van elkaar worden geïsoleerd.GLET OPGa uiterst voorzichtig te werk bij het verbuigen van de leiding. Zorg er altijd voor dat de leiding wordt verbogen en niet wordt geknikt. Bij een geknikte leiding: vervang de gehele leiding of het geknikte gedeelte, aangezien hierdoor een lekkage van koudemiddel kan ontstaan en de airconditioner defect kan raken. 8. AANSLUITEN VAN DE CONDENSWATER AFVOER 8.1 Aansluiten van de condenswater afvoer van het binnendeel.Sluit de meegeleverde condenswaterslang aan op de aansluiting van de binnenunit door de condenswater-slang over de tule van de slang van de binnenunit te schuiven. Zorg ervoor dat de condenswaterslang altijd onder afschot loop en hang het uiteinde van de slang niet in het water. Zie fig.
14.Laat de condenswaterslang altijd onder de koudemiddelleidingen lopen, zodat wordt voorkomen dat de condenswater opvangbak kan overlopen.WAARSCHUWING • Zorg ervoor dat de afvoerslang zich aan de onderzijde van de leidingbundel bevindt. Wanneer de slang aan de bovenzijde wordt aangebracht, kan de condenswateropvangbak in de unit overlopen. • Laat de afvoerslang over de volledige lengte schuin omlaag lopen, zodat het condenswater gemakkelijk wordt afgevoerd.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Seat Ibiza (2021) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto Seat
Handleiding Auto
Nieuwste handleidingen voor Auto