Samsung ML-1750 Handleiding

Samsung Printer ML-1750

Bekijk gratis de handleiding van Samsung ML-1750 (146 pagina’s), behorend tot de categorie Printer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 97 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Samsung ML-1750 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/146
SAMSUNG LASER PRINTER
Handleiding

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Samsung
Categorie: Printer
Model: ML-1750

Handleiding Samsung ML-1750 – volledige tekst

i Deze handleiding is uitsluitend ter informatie bedoeld. Alle in deze handleiding opgenomen informatie kan zonder aankondiging worden gewijzigd. Samsung Electronics is niet aansprakelijk voor directe of indirecte schade als gevolg van het gebruik van deze handleiding.© 2002 Samsung Electronics Co., Ltd. Alle rechten voorbehouden.•ML-1750 en het Samsung logo zijn handelsmerken van Samsung Electronics Co., Ltd.• PCL en PCL 6 zijn handelsmerken van Hewlett-Packard Company.• Centronics is een handelsmerk van Centronics Data Computer Corporation.• IBM en IBM PC zijn handelsmerken van International Business Machines Corporation.• Microsoft, Windows, Windows 9x, Windows Me, Windows 2000, Windows NT en Windows XP zijn geregistreerde handelsmerken van Microsoft Corporation.• All other brand or product names are trademarks of their respective companies or organizations.

iii Hoofdstuk 3: A FDRUKMATERIAAL KIEZEN Papier en andere afdrukmaterialen kiezen. 3. 2Papierformaten en capaciteit. 3. 3Richtlijnen voor papier en speciaal afdrukmateriaal 3. 4Uitvoer kiezen. 3. 5Afdrukken via de bovenuitvoer (Voorkant omlaag) 3. 5Afdrukken via de achteruitvoer(Voorkant omhoog). 3. 6Papier laden. 3. 7De invoerlade gebruiken. 3. 7Afdrukken via de handinvoer. 3. 8Op enveloppen afdrukken. 3. 10Etiketten afdrukken. 3. 12Op transparanten afdrukken. 3. 13Op kaarten of ander afdruk-materiaal met een afwijkend formaat afdrukken. 3. 15Afdrukken op voorbedrukt papier. 3. 16 Hoofdstuk 4: A FDRUKTAKEN Een document afdrukken. 4. 2Een afdruktaak annuleren. 4. 4Favorieten gebruiken. 4. 5Help-informatie gebruiken. 4. 5Tabblad Papier. 4. 6Tonerspaarstand. 4. 8Meer pagina’s per vel afdrukken. 4. 10Document vergroten of verkleinen. 4. 12Document aan een geselecteerdpapierformaat aanpassen.

iv Overlays afdrukken. 4. 22Wat is een overlay. 4. 22Een nieuwe pagina-overlay maken. 4. 22Een pagina-overlay gebruiken. 4. 24Een pagina-overlay verwijderen. 4. 25Het programma Printerstatus monitor gebruiken. 4. 26Printerstatus monitor openen. 4. 26Printer in een netwerk opnemen. 4. 28Windows 9x/Me. 4. 28Windows NT/2000/XP. 4. 29 Hoofdstuk 5: P RINTER ONDERHOUDEN Onderhoud tonercassette. 5. 2Toner opnieuw verdelen. 5. 3Tonercassette vervangen. 5. 4Printer reinigen. 5. 5Buitenzijde reinigen. 5. 5Binnenzijde reinigen. 5. 5Verbruiksartikelen en te vervangen onderdelen. 5. 8 Hoofdstuk 6: P ROBLEMEN OPLOSSEN Checklist voor het oplossen van problemen. 6. 2Algemene afdrukproblemen oplossen. 6. 3Vastgelopen papier verwijderen. 6. 7Het papier is vastgelopen in het uitvoergedeelte. 6. 7Het papier is vastgelopen in het invoergedeelte. 6. 9Het papier is vastgelopen bij de tonercassette. 6.

vi Veiligheid en milieu Verklaring inzake veiligheid laser De printer is in de VS gecertificeerd volgens de eisen van DHHS 21 CFR, hoofdstuk 1 subhoofdstuk J voor Klasse I(1) laser producten en buiten de VS als Klasse I laser product volgens de eisen van IEC 825.Klasse I laser producten worden als ongevaarlijk beschouwd. Het lasersysteem en de printer zijn zo ontworpen dat personen geen toegang hebben tot laserstralen van een hoger niveau dan Klasse I bij normaal gebruik of onderhoud door de gebruiker of een in de instructies aangegeven servicesituatie. WAARSCHUWING Gebruik of onderhoud de printer nooit wanneer de beschermkap van het laser/scanner gedeelte is verwijderd. De laserstraal kan naar buiten worden gereflecteerd en uw ogen beschadigen.

Bij gebruik van dit product, moeten atijd de gebruikelijke voorzorgsmaatregelen worden genomen, zodat het risico van brand, elektrische schok en persoonlijk letsel zoveel mogelijk wordt verkleind.

vii Veiligheid ozonproductie Tijdens normaal gebruik produceert de ML-1750 printerserie ozon. De hoeveelheid ozon is overigens zo gering dat het geen gevaar voor de gebruiker oplevert. Wel raden we u aan om de printer in een goed geventileerde ruimte te installeren. Als u meer wilt weten over ozon, neem dan gerust contact op met uw leverancier of de dichtstbijzijnde Samsung dealer. Energie besparen Deze printer maakt gebruik van geavanceerde energiebesparende technieken, die zorgen voor gereduceerd energiegebruik wanneer de printer niet wordt gebruikt. Wanneer de printer gedurende langere tijd geen gegevens ontvangt, wordt het energiegebruik automatisch verminderd. Het Energy star logo betekent niet dat EPA een bepaald product of een bepaalde dienst aanbeveelt.

Radiogolven FCC normen Dit product is getest en voldoet aan de limieten voor Klasse B digitale producten zoals vastgelegd in Part 15 van de FCC normen. Deze limieten zijn vastgesteld om een redelijke bescherming te bieden tegen interferentie in de woonomgeving. Dit apparaat genereert en maakt gebruik van radiogolven en kan deze ook uitzenden. Als dit apparaat niet overeenkomstig de aanwijzingen wordt ge ïnstalleerd en gebruikt, kan dit de radiocommunicatie beïnvloeden. Wanneer u zich aan de aanwijzingen hebt gehouden en u merkt dat dit apparaat toch invloed heeft op radio- of tv-ontvangst, wat u kunt controleren door het apparaat uit en weer aan te zetten, adviseren wij u de volgende maatregelen te nemen: 1 Kies een andere richting voor de ontvangantenne of verplaats de antenne. 2 Vergroot de afstand tussen het apparaat en de ontvanger.

3 Sluit het apparaat aan op een andere groep dan het apparaat waarvan de ontvangst wordt gestoord. 4 Raadpleeg uw printerleverancier of een ervaren radio/televisiemonteur.

Conformiteitsverklaring (Europa) Goedkeuringen en certificeringen De CE markering die op dit product is toegepast, symboliseert de conformiteitsverklaring van Samsung Electronics Co. , Ltd. ten aanzien van de richtlijnen 93/68/EEC van de Europese Unie op de hierna genoemde data:1 januari 1995: Richtlijn 73/23/EEC, benadering van de wetten van de lidstaten met betrekking tot laag voltage apparatuur. 1 januari 1996: Richtlijn 89/336/EEC (92/31/EEC), benadering van de wetten van de lidstaten met betrekking tot elektromagnetische compatibilteit. 9 maart 1999: Richtlijn 1999/5/EC inzake radioapparatuur en telecommunicatie terminal apparatuur en de onderlinge herkenbaarheid van hun conformiteit. Een volledige verklaring waarin de van toepassing zijnde richtlijnen en standaards waarnaar wordt verwezen zijn vastgelegd, kunt u opvragen bij de lokale vertegenwoordiger van Samsung Electronics Co.

De ontwikkeling van het product is afgestemd op gebruik in combinatie met landelijke openbare netwerken en compatibele bedrijfstelefooncentrales binnen Europa. Ingeval van problemen adviseren wij u in eerste instantie contact op te nemen met het Euro QA Lab van Samsung Electronics Co. , Ltd. Dit product is getest op de normen TBR21 en/of TBR 38. Ter ondersteuning bij het gebruik en de toepassing van eindapparatuur die aan deze norm voldoet, heeft het European Telecommunication Standards Institute (ETSI) een adviesrapport opgesteld (EG 201 121) met opmerkingen en aanvullende eisen, die de netwerkcompatibiliteit van TBR21 eindapparaten waarborgt. Bij de ontwikkeling is rekening gehouden met de in dit document genoemde adviezen en voldoet daar dan ook volledig aan.

I NLEIDING 1. 2 Bijzondere eigenschappen Uw nieuwe printer beschikt over een aantal bijzondere eigenschappen, waardoor u mooiere afdrukken kunt maken, wat u een voorsprong geeft op uw concurrenten. U kunt: Afdrukken met een uitstekende kwaliteit en hoge snelheid • U kunt tot 1200 x 1200 dpi afdrukken (effectieve output). Zie pagina 4.16.• Tot 17 pagina’s per minuut (Letter formaat) , Tot 16 pagina’s per minuut (A4 formaat) . Flexibiliteit in papierkeuze • Standaard lade voor 250 vel en een handinvoer waar u met 1 vel tegelijk papier van diverse types en afmetingen kunt invoeren.• Twee uitvoerbakken: U kunt kiezen voor de bovenuitvoer (voorkant omlaag) of de achteruitvoer (voorkant omhoog) . Geef uw documenten een professionele uitstraling • Desgewenst kunt u aan uw documenten een Watermerk toevoegen, bijvoorbeeld “Vertrouwelijk” of “Concept”. Zie pagina 4.19.• Posters afdrukken.

Daarbij worden de tekst en afbeeldingen van iedere pagina van uw document vergroot, en verdeeld over meerdere vellen papier afgedrukt. Nadat u het document hebt afgedrukt, knipt u de witte randen eraf en plakt u de vellen aan elkaar, zodat een poster ontstaat. Zie pagina 4.14. Bespaar tijd en geld • Door de Tonerspaarstand te selecteren, gebruikt de printer minder toner. Zie pagina 4.8.• Desgewenst kunt u op papier besparen door meer pagina’s op één vel af te drukken. Zie pagina 4.10.• Deze printer voldoet aan de Energy Star richtlijnen voor efficiënt energiegebruik. WORLD BESTDear ABCRegards

INLEIDING1.6Uitleg van het bedieningspaneelLampjes voor Online, Foutmeldingen en Tonerspaarstand Lampje BeschrijvingAls het On Line/Error lampje groen oplicht, is de printer gereed voor gebruik. Als het On Line/Error lampje rood oplicht, is sprake van een storing. Er kan bijvoorbeeld papier zijn vastgelopen, de klep kan openstaan of de tonercassette is leeg. Zie “Foutmeldingen oplossen” op pagina 6.18. Als u op de toets Cancel drukt terwijl de printer bezig is met het ontvangen van gegevens, gaat het lampje On Line/Error rood knipperen en wordt het afdrukken geannuleerd. Als voor de stand Handinvoer is gekozen en er geen papier in de handinvoer zit, gaat het lampje On Line/Error rood knipperen. Zodra u papier in de handinvoer hebt gelegd, houdt het knipperen op. Als de printer gegevens ontvangt, knippert het On Line/Error lampje langzaam in de kleur groen.

Als de printer bezig is met het afdrukken van de ontvangen gegevens, knippert het On Line/Error lampje snel in de kleur groen. Dit lampje licht op wanneer de printer klaar staat voor gebruik en u op de toets Cancel drukt. De Tonerspaarstand wordt dan ingeschakeld. Als u nogmaals op deze toets drukt, gaat het lampje uit en wordt de Tonerspaarstand uitgeschakeld.

Binnenzijde printer reinigenHoud terwijl de printer gereed is voor gebruik, de Cancel toets gedurende 10 seconden ingedrukt tot alle lampjes oplichten. Laat vervolgens de toets los. Na het reinigen van de printer wordt een schoonmaakblad afgedrukt.Afdruktaak annulerenWanneer u een afdruktaak wilt annuleren, drukt u tijdens het afdrukken op de Cancel toets. Terwijl de afdruktaak zowel uit de printer als de computer wordt verwijderd, knippert het lampje On Line/Error. Vervolgens gaat de printer terug naar de stand “Ready”. Afhankelijk van de grootte van de afdruktaak kan dit enige tijd duren. Wanneer u afdrukt via de handinvoer, kunt u de afdruktaak niet via deze toets annuleren. Zie “Afdrukken via de handinvoer” op pagina 3.8.

PRINTER INSTALLEREN2.2Uitpakken1Haal de printer en alle accessoires uit de doos. Controleer of de volgende onderdelen aanwezig zijn:Opmerkingen:• Mist u een onderdeel, neem hierover dan direct contact op met uw leverancier. • De onderdelen kunnen van land tot land verschillen.• De cd-rom bevat het stuurprogramma van de printer, de gebruiksaanwijzing en het programma Acrobat Reader van Adobe. 2 Verwijder zorgvuldig al het verpakkingstape van de printer. Tonercassette NetsnoerCd-rom InstallatiehandleidingTape

PRINTER INSTALLEREN2.32Een geschikte plaats voor de printer kiezenKies voor de printer een vlakke, stabiele plaats met voldoende ruimte voor de luchtcirculatie. Zorg ervoor dat u de kleppen en laden gemakkelijk kunt openen. De printer moet in een ruimte staan die voldoende geventileerd is. Plaats de printer niet in direct zonlicht of vlakbij een warmte- of koudebron zoals een kachel, CV-radiator, airco of luchtverfrisser. Onderstaande illustratie geeft aan hoeveel ruimte aan alle zijden vrij moet blijven. Plaats de printer niet op de rand van een bureau of tafel!Vrije ruimte•Voorkant: 48,26 cm (voldoende ruimte voor het verwijderen van de papierlade)•Achterkant: 10 cm (voldoende ruimte voor het openen van de achteruitvoer)•Rechts: 10 cm (voldoende ventilatieruimte)•Links: 10 cm552 mm100 mm954,6 mm482,6 mm100 mm 100 mm

PRINTER INSTALLEREN2.4Tonercassette plaatsen1Pak de voorklep vast en open hem door de klep naar u toe te trekken.NB: Omdat de printer erg licht is, kan deze gemakkelijk verschuiven bij bijvoorbeeld het openen/sluiten van de lade of het plaatsen/verwijderen van de tonercartridge. Ga hierbij dan ook zo voorzichtig mogelijk te werk. 2Haal de tonercassette uit de verpakking en verwijder het papier van de cassette.3Schud de cassette voorzichtig van links naar rechts, zodat de toner evenredig over de cassette wordt verdeeld.LET OP:•Stel de tonercassette niet langer dan enkele minuten aan daglicht bloot. Is het nodig de cassette langer aan daglicht bloot te stellen, dek deze dan met wat papier af. •Krijgt u per ongeluk toner op uw kleding, veeg dit dan af met een droge doek en was het in koud water. Warm water zorgt ervoor dat de toner zich aan de kleding hecht.

PRINTER INSTALLEREN2.524Kijk waar zich in de printer de twee bevestigingspunten voor de cassette bevinden.5Pak de cassette vast en schuif hem in de printer tot hij op zijn plaats klikt.6Sluit de voorklep. Controleer of de klep goed dicht zit. Als deze niet goed gesloten is, kunnen tijdens het afdrukken fouten optreden. NB: Bij het afdrukken van een tekstdocument met 5 % dekking, kunt u met een standaard tonercassette ongeveer 3 000 pagina’s afdrukken (1 000 pagina’s met de meegeleverde tonercassette).

PRINTER INSTALLEREN2.6Papier ladenIn de papierlade kunt u ongeveer 250 vel papier laden. 1Trek de lade uit de printer. NB: Omdat de printer erg licht is, kan deze gemakkelijk verschuiven bij bijvoorbeeld het openen/sluiten van de lade of het plaatsen/verwijderen van de tonercartridge. Ga hierbij dan ook zo voorzichtig mogelijk te werk. 2Duw de drukplaat omlaag tot deze op zijn plaats klikt.3Bereid een stapel papier voor door dit wat te buigen of van achteren naar voren uit te waaieren. Maak er op een vlakke ondergrond een rechte stapel van.

PRINTER INSTALLEREN2.724Leg het papier met de te bedrukken kant naar omlaag gericht in de lade. Controleer of het papier in alle hoeken vlak ligt. 5Controleer of het papier niet boven de maximummarkering in de lade uitkomt. Teveel papier in de lade kan ertoe leiden dat het papier vastloopt. NB: Wilt u een ander papierformaat in de lade gebruiken, kijk dan bij “Formaat van het papier in de lade wijzigen” op pagina 2.8”. 6Schuif de lade weer in de printer.

PRINTER INSTALLEREN2.8Formaat van het papier in de lade wijzigen 1Stel de achterste papiergeleider in op de juiste papierlengte (zie illustratie). 2Plaats de zijgeleider links tegen het papier aan (zie illustratie). Opmerkingen: •Zorg ervoor dat de breedtegeleider niet zo dicht tegen het afdrukmateriaal aanligt dat dit bol komt te staan. •Als u de breedtegeleider niet instelt, kan het papier vastlopen.

PRINTER INSTALLEREN2.92Printerkabel aansluitenOm vanaf uw computer te kunnen afdrukken, moet u uw printer met behulp van een printerkabel op uw printer aansluiten. U kunt hiervoor zowel een parallelle kabel als een USB (Universal Serial Bus) kabel gebruiken. Aansluiten via een parallelle kabelNB: Voor het aansluiten van de printer op de parallelle poort van uw computer heeft u een goedgekeurde parallelle kabel nodig. Schaf hiervoor eventueel een IEEE1284 printerkabel aan.1Zorg ervoor dat zowel de computer als de printer uit staan. 2Steek de parallelle printerkabel in de aansluiting aan de achterkant van de printer. Duw de metalen clipjes omlaag, zodat de kabel goed vastzit.3Sluit het andere uiteinde van de kabel aan op de parallelle poort van uw computer en schroef hem vast. Raadpleeg eventueel de gebruiksaanwijzing van uw computer. Naar de parallelle poort van uw computer

PRINTER INSTALLEREN2.10Aansluiten via een USB kabelNB: Om uw printer via de USB poort op uw computer aan te sluiten, heeft u een goedgekeurde USB kabel nodig. Schaf eventueel een USB 2.0 kabel van max. 3 meter lengte aan. 1Zorg ervoor dat zowel de computer als de printer uit staan. 2Steek de USB kabel in de aansluiting aan de achterkant van de printer. 3Sluit het andere uiteinde van de kabel aan op de USB poort van uw computer. Raadpleeg eventueel de handleiding van uw computer. Opmerkingen: •U kunt een USB kabel gebruiken wanneer u gebruik maakt van Windows 98/Me/2000/XP. •Onder Windows 98/Me kunt u alleen via de USB kabel aansluiten wanneer u de USB poort hebt toegevoegd door het USB stuurprogramma te installeren. Zie pagina 2.18.•Wanneer u gebruik maakt van Windows 2000/XP, moet u eerst het stuurprogramma van de printer installeren voordat u via de USB kabel kunt aansluiten.

PRINTER INSTALLEREN2.112De printer aanzetten1Sluit het netsnoer aan op de aansluiting aan de achterkant van de printer. 2Steek het andere uiteinde in een geaard stopcontact en zet met de aan-/uitschakelaar de printer aan. LET OP: •Het fixeergedeelte achterin de binnenzijde van de printer wordt heet zodra u de printer aanzet. Zorg dat u zich hier niet aan brandt wanneer u in dit gedeelte van de printer komt. •Haal de printer niet uit elkaar wanneer deze aanstaat. Hierdoor kunt u een elektrische schok krijgen. Naar stopcontact

PRINTER INSTALLEREN2.12Demopagina afdrukkenOm te controleren of de printer goed werkt, kunt u een demopagina of configuratieblad afdrukken.1Om een demopagina af te drukken, houdt u de toets Cancel ongeveer 2 seconden ingedrukt. OFOm een configuratieblad af te drukken houdt u de toets Cancel ongeveer 6 seconden ingedrukt.2Op de demopagina en het configuratieblad kunt u zien hoe de printer op dit moment is ingesteld. Samsung ML-1750 Series Demopagina Configuratieblad

PRINTER INSTALLEREN2.132Printersoftware installerenDe meegeleverde cd-rom bevat de stuurprogramma’s voor gebruik in een Windows- en Linux-omgeving, de online handleiding en het programma Acrobat Reader waarmee u de handleiding op uw scherm kunt bekijken. Afdrukken vanuit een Windows-omgevingVanaf de cd-rom kunt u de volgende printersoftware installeren: • SPL printerstuurprogramma voor Windows. Om gebruik te kunnen maken van alle mogelijkheden die uw printer biedt, adviseren wij u dit stuurprogramma te installeren. Zie pagina 2.15.• Status Monitor: hiermee kunt u de afdrukstatus van de printer weergeven. Zie pagina 4.26.• Remote Control Panel (RCP bedieningspaneel). Dit programma heeft u nodig wanneer u vanuit DOS programma’s wilt afdrukken.

Kijk bij “Afdrukken vanuit DOS toepassingen” op pagina 7.12 voor meer informatie over het installeren van dit programma en het afdrukken vanuit DOS toepassingen. • USB stuurprogramma voor het toevoegen van de USB poort aan Windows 98/Me. Als u gebruik maakt van Windows 98/Me moet u eerst dit programma installeren voordat u gebruik kunt maken van de USB aansluiting. Onder Windows 2000/XP hoeft u het USB stuurprogramma niet te installeren. Installatie van de printersoftware is dan voldoende. Zie pagina 2.15. Afdrukken vanuit een Linux-omgevingKijk bij “De printer onder Linux gebruiken” op pagina 7.2 voor meer informatie over het installeren van het Linux stuurprogramma.

PRINTER INSTALLEREN2.14Eigenschappen van het printerstuurprogrammaDe stuurprogramma’s van uw printer ondersteunen de volgende standaardfuncties: • Invoer selecteren• Papierformaat, oriëntatie (afdrukrichting) en papiertype• Aantal exemplaren Onderstaande tabel geeft een algemeen overzicht van de mogelijkheden die door de stuurprogramma’s worden ondersteund: FunctieSPLWin9x/Me Win2000/XP NT4.0Tonerspaarstand Ja Ja JaAfdrukkwaliteit selecteren Ja Ja JaPosters afdrukken Ja Ja JaMeer pagina’s per vel Ja Ja JaAfdruk aanpassen aan papierformaat Ja Ja JaVerkleinen/vergroten Ja Ja JaWatermerk Ja Ja JaOverlay Ja Ja Ja

PRINTER INSTALLEREN2.152Printersoftware onder Windows installerenSysteemeisenControleer het volgende:• Uw PC dient over tenminste 32 MB (Windows 9x/Me), 64 MB (Windows 2000/NT), 128 MB (Windows XP) RAM-geheugen te beschikken. • Er moet tenminste 300 MB schijfruimte vrij zijn op uw PC. • Voordat u met installeren begint, zorgt u ervoor dat alle toepassingen op uw PC zijn afgesloten. • Op uw PC draait Windows 95, Windows 98, Windows Me, Windows NT 4.0, Windows 2000 of Windows XP.• Minimaal Internet Explorer 5.0. Printersoftware installeren1Plaats de cd-rom in het cd-rom-station van uw computer. De installatie start automatisch. Als de cd-rom niet automatisch wordt gestart: Selecteer in het Start menu Uitvoeren... en geef in het invoervenster Openen in: x:\cdsetup.exe (vul in plaats van x de letter in van uw cd-rom-station).

Klik vervolgens op OK.NB: Als tijdens de installatie het venster Nieuwe hardware gevonden wordt getoond, klikt u op in de rechter bovenhoek van het venster of op Annuleren. 2Als het venster wordt getoond waarin u een taal kunt selecteren, kiest u de door u gewenste taal. Als u de door u gewenste taal niet kunt vinden, bladert u met de bladertoets rechts onderin het scherm door de beschikbare talen.

PRINTER INSTALLEREN2.163Klik op Installeren van de Samsung Software op uw PC (SPL stuurprogramma). Als u de statusmonitor wilt gebruiken, klikt u op Installeer de Samsung Software-II op uw PC (Status Monitor). 4Het openingsvenster wordt getoond. Klik op Volgende.5Om de installatie te voltooien volgt u de getoonde instructies op. Printersoftware opnieuw installerenAls de installatie niet is gelukt, is het nodig de software opnieuw te installeren. 1Selecteer vanuit het Start menu Programma’s.2Selecteer Samsung ML-1750 Series en vervolgens Onderhoud stuurprogramma Samsung ML-1750 serie.3Het venster Onderhoud stuurprogramma Samsung ML-1750 serie wordt nu getoond. Klik op Repareren en daarna op Volgende. 4Als de software opnieuw geïnstalleerd is, klikt u op Voltooien.

PRINTER INSTALLEREN2.172Printersoftware verwijderen1Selecteer vanuit het Start menu Programma’s.2Selecteer Samsung ML-1750 Series en daarna Onderhoud stuurprogramma Samsung ML-1750 serie. 3Het venster Onderhoud stuurprogramma Samsung ML-1750 serie wordt geopend. Klik op Verwijderen en daarna op Volgende. 4Als om een bevestiging gevraagd wordt, klikt u op OK. Het stuurprogramma van de Samsung ML-1750 en alle onderdelen worden nu van uw computer verwijderd. 5Nadat de programma’s verwijderd zijn, klikt u op Voltooien. Taal display wijzigenNadat u de software geïnstalleerd heeft, kunt u de displaytaal wijzigen.

Als u ook de programma’s RPC bedieningspaneel (Remote Control Panel) en Status Monitor heeft geïnstalleerd, geldt de gekozen taal ook voor die programma’s.1Selecteer vanuit het Start menu Programma’s.2Selecteer Samsung ML-1750 Series en Taalkeuze.3Selecteer in het taalkeuzevenster de gewenste taal en klik op OK.

PRINTER INSTALLEREN2.18USB stuurprogramma voor Windows 98/Meinstalleren1Sluit de printer met behulp van de USB kabel aan op uw computer en zet beide apparaten aan. Voor meer informatie, zie pagina 2.10. 2Het venster Wizard Nieuwe hardware wordt getoond. Klik op Volgende. 3Plaats de cd-rom in het cd-rom-station van uw computer en kruis Zoeken naar het beste stuurprogramma voor dit apparaat aan en klik op Volgende. 4Kruis cd-rom-station aan en klik op Bladeren. Selecteer x:\USB (waarbij x de letter is van uw cd-rom-station). Klik op Volgende. 5Klik op Volgende. Het USB stuurprogramma wordt nu geïnstalleerd. 6Als het stuurprogramma geïnstalleerd is, klikt u op Voltooien. 7Als het venster wordt getoond waarin u een taal kunt selecteren, kiest u de door u gewenste taal. NB: Als de printersoftware al geïnstalleerd is, verschijnt dit scherm niet.

PRINTER INSTALLEREN2.1928Volg de getoonde instructies op om de installatie van de printersoftware af te ronden. Voor meer informatie, zie pagina 2.15. Opmerkingen:•Als u de printer via een parallelle kabel op uw computer wilt aansluiten, verwijdert u de USB kabel en sluit u de parallelle kabel aan. Vervolgens installeert u de het stuurprogramma van de printer opnieuw. •Als uw printer niet goed werkt, adviseren wij u het stuurprogramma van de printer opnieuw te installeren.

3In dit hoofdstuk vindt u informatie over de verschillende papiersoorten die u voor deze printer kunt gebruiken en hoe u de papierlade op de juiste manier vult. De volgende onderwerpen worden behandeld:• Papier en andere afdrukmaterialen kiezen• Uitvoer kiezen• Papier laden• Op enveloppen afdrukken• Etiketten afdrukken• Op transparanten afdrukken• Op kaarten of ander afdruk-materiaal met een afwijkend formaat afdrukken• Afdrukken op voorbedrukt papierAfdrukmateriaal kiezen

AFDRUKMATERIAAL KIEZEN3.2Papier en andere afdrukmaterialen kiezenU kunt op een grote verscheidenheid aan papiersoorten afdrukken: normaal papier, enveloppen, etiketten, transparanten enz. (zie “Papierspecificaties” op pagina 7.22). U verkrijgt de beste afdrukresultaten wanneer u kopieerpapier van goede kwaliteit gebruikt. Bij het kiezen van afdrukmateriaal moet u met het volgende rekening houden: • Gewenste resultaat: Het papier dat u kiest moet geschikt zijn voor het doel waarvoor u het wilt gebruiken. • Formaat: U kunt elk formaat papier gebruiken dat binnen de geleiders van de papierinvoer past.• Gewicht: Uw printer ondersteunt de volgende papiergewichten: • 60- 90 grams bankpost (via de papierlade) • 60-163 grams bankpost (via de handinvoer)• Helderheid: Sommige papiersoorten zijn witter dan andere en produceren scherpere, levendigere afdrukken.

• Gladheid: De gladheid van het papier bepaalt hoe scherp de afdruk eruit ziet. LET OP: Gebruik van afdrukmateriaal dat niet aan de in deze gebruiksaanwijzing genoemde specificaties voldoet, kan tot een storing leiden, die niet onder de garantie of eventuele onderhoudsovereenkomst valt.

AFDRUKMATERIAAL KIEZEN3.4Richtlijnen voor papier en speciaal afdrukmateriaal Houd bij het kiezen en laden van papier, enveloppen of afwijkende materialen de volgende richtlijnen in gedachten:• Afdrukken op vochtig, gekruld, gekreukt of gescheurd papier kan resulteren in vastlopen van het papier en een lage afdrukkwaliteit.• Gebruik alleen losse vellen. U kunt niet afdrukken op materiaal met meer dan een laag.• Gebruik alleen kopieerpapier van hoge kwaliteit. • Gebruik geen papier waarop al eerder iets is geprint of dat al in een kopieerapparaat is gebruikt.• Gebruik geen papier met onregelmatigheden zoals stickers of nietjes.• Probeer nooit een papierlade te plaatsen of te verwijderen tijdens het printen en doe nooit teveel papier in de papierlade.

Het papier kan dan vastlopen.• Vermijd papier met reliëf, perforaties of een te ruw of te glad oppervlak.• Gekleurd papier moet dezelfde hoge kwaliteit hebben als wit kopieerpapier. De kleurstoffen moeten 0,1 seconde lang de fixeertemperatuur van de printer van 205 °C kunnen verdragen zonder achteruit te gaan. Gebruik geen papier met een gekleurde bovenlaag die is aangebracht nadat het papier is gefabriceerd.• Voorgedrukte formulieren moeten zijn gedrukt in onbrandbare, hittebestendige inkt die niet smelt of verdampt en waaruit geen gevaarlijke stoffen vrijkomen wanneer ze 0,1 seconde lang worden blootgesteld aan de fixeertemperatuur van de printer (205 °C).• Bewaar papier in de originele verpakking tot u het gaat gebruiken. Zet het op pallets of planken, niet op de vloer.

• Zet geen zware voorwerpen op het papier, of het zich nu in de verpakking bevindt of niet.• Houd papier uit de buurt van vocht, direct zonlicht of andere omstandigheden waaronder het kan kreuken of krullen.

AFDRUKMATERIAAL KIEZEN3.53Uitvoer kiezenDe printer heeft twee uitvoermogelijkheden: de achteruitvoer en de bovenuitvoer. Wanneer u de bovenuitvoer wilt gebruiken, moet u ervoor zorgen dat de achteruitvoer gesloten is. Om de achteruitvoer te gebruiken, moet u deze eerst openen.Opmerkingen:•Als er bij gebruik van de bovenuitvoer problemen zijn met het papier, bijvoorbeeld omkrullen, helpt het misschien wanneer u de achteruitvoer gebruikt.• Om vastlopen van het papier te voorkomen, moet u de achteruitvoer niet openen terwijl de printer bezig is met afdrukken.Afdrukken via de bovenuitvoer (Voorkant omlaag)In de bovenuitvoer wordt het papier met de voorkant omlaag en in de juiste volgorde verzameld. U kunt de bovenuitvoer voor de meeste afdruktaken gebruiken.NB: Als u langdurig veel pagina's afdrukt, kan het oppervlak van de uitvoerlade heet worden.

AFDRUKMATERIAAL KIEZEN3.6Afdrukken via de achteruitvoer(Voorkant omhoog)Wanneer de achteruitvoer is geopend, voert de printer de afgedrukte vellen altijd via deze uitvoer uit. Het papier verlaat de printer met de voorkant omhoog en de laatste pagina bovenop.Bij afdrukken op materiaal uit de handinvoer en uitvoer via de achteruitvoer beschikt u over een vlakke papierbaan. Openen van de achteruitvoer kan de uitvoerkwaliteit van de volgende materialen verbeteren:• enveloppen• etiketten• transparanten.Achteruitvoer openen:1Open de achterklep door hem omlaag te trekken. De klep werkt nu als papieropvang.NB: Wees voorzichtig bij het openen van de achteruitvoer. De binnenkant van de printer kan nog warm zijn.

AFDRUKMATERIAAL KIEZEN3.732Als u de afgedrukte pagina’s niet aan de achterzijde wilt uitvoeren, sluit u de achterklep. De pagina’s worden dan via de bovenuitvoer uitgevoerd.Papier ladenOp de juiste manier laden van papier helpt vastlopen voorkomen en is de basis voor probleemloos printen. Verwijder de papierlade nooit terwijl de printer bezig is met afdrukken. Als u dit toch doet, kan het papier vastlopen. Het hoofdstuk “Papierformaten en capaciteit” op pagina 3.3 geeft informatie over de papierformaten die u kunt gebruiken en de capaciteit van de invoerlade. De papierindicator aan de voorkant van de lade geeft aan hoeveel papier de lade nog bevat. Wanneer de lade leeg is, staat de indicator lager.De invoerlade gebruikenIn de invoerlade kunt u maximaal 250 vel papier laden.

AFDRUKMATERIAAL KIEZEN3.8Afdrukken via de handinvoerAls u als Invoer kiest voor Handinvoer, kunt u het afdrukmateriaal vel voor vel via de handinvoer invoeren. Dit kan bijvoorbeeld handig zijn wanneer u na iedere pagina de afdrukkwaliteit wilt controleren. Als bij het afdrukken via de papierlade het papier steeds vastloopt, voer het papier dan een voor een via de handinvoer in. 1Leg het afdrukmateriaal met de te bedrukken kant naar boven in de handinvoer.Zorg ervoor dat de papiergeleider tegen het papier aan zit, zonder het papier te buigen. 2Kies in uw programma bij Invoer voor Handinvoer en selecteer vervolgens het juiste papierformaat en papiertype. Voor meer informatie, zie pagina 4.6. 3Druk op de toets Cancel. De printer voert nu het papier in.4De printer start met afdrukken.

5Als u meer pagina’s via de handinvoer wilt afdrukken, wacht dan met het invoeren van het volgende vel tot de eerste pagina is afgedrukt. Daarna drukt u op de toets Cancel. Herhaal deze stap voor iedere pagina die u via de handinvoer wilt afdrukken.

AFDRUKMATERIAAL KIEZEN3.93Wanneer u via de handinvoer afdrukt, kunt u een afdruktaak niet met de toets Cancel annuleren. Om een afdruktaak die u via de Handinvoer afdrukt te annuleren, doet u het volgende: 1Zet de printer uit. 2Dubbelklik op het pictogram rechts onderin het scherm.3Selecteer de afdruktaak die u wilt annuleren. 4Onder Windows 9x/Me selecteert u Afdrukken annuleren in het menu Document.Onder Windows NT/2000/XP selecteert u Annuleren in het menu Document. 5Zodra de afdruktaken uit de lijst verwijderd zijn, kunt u de printer weer aanzetten. Dubbelklik op dit pictogram voor de wachtrij met afdruktaken.

AFDRUKMATERIAAL KIEZEN3.10Op enveloppen afdrukken1Open de achteruitvoer. Leg de envelop met de klep naar onderen in de handinvoer. Het gedeelte waar de postzegel komt moet links zitten en deze kant van de envelop gaat als eerste in de invoer. 2Schuif de geleider naar links tegen de stapel enveloppen. Richtlijnen• Gebruik alleen enveloppen die voor laserprinters zijn bedoeld. Controleer voordat u enveloppen in de handinvoer doet of ze niet beschadigd zijn en zorg ervoor dat ze niet aan elkaar vastzitten. • Gebruik geen enveloppen waar al een postzegel op zit.• Gebruik nooit enveloppen met speciale sluitingen zoals splitpennen of drukknoopjes, vensterenveloppen, gevoerde enveloppen of zelfklevende enveloppen, omdat deze de printer kunnen beschadigen.

AFDRUKMATERIAAL KIEZEN3.1133Wanneer u op enveloppen wilt afdrukken, moet u in uw programma bij Invoer voor Handinvoer kiezen, en vervolgens het juiste papierformaat en papiertype selecteren. Voor meer informatie, zie pagina 4.6. 4Om het afdrukken te starten, drukt u op de toets Cancel. NB: Wees voorzichtig bij het openen van de achteruitvoer. De binnenkant van de printer kan nog warm zijn. 5Het afdrukken wordt gestart. Sluit de achteruitvoer.

AFDRUKMATERIAAL KIEZEN3.12Etiketten afdrukken1Open de achteruitvoer. Leg de etiketten met de af te drukken kant naar boven in de handinvoer. 2Stel de geleider in op de breedte van het vel etiketten.Richtlijnen• Gebruik alleen etiketten die voor laserprinters zijn bedoeld.• Controleer of de lijm van de etiketten 0,1 seconde bestand is tegen de fixeertemperatuur van de printer 200 °C.• Controleer of er tussen de etiketten misschien gedeelten met lijm zichtbaar zijn. Als dat zo is, kunnen de etiketten tijdens het printen loskomen van het vel en loopt de printer vast. Ook kan de printer hierdoor beschadigd raken• Doe hetzelfde vel etiketten niet voor de tweede keer in de printer. De lijmlaag is hiervoor niet geschikt.• Gebruik geen etiketten die gedeeltelijk hebben losgelaten of gekreukt, hobbelig of beschadigd zijn.

AFDRUKMATERIAAL KIEZEN3.1333Voordat u de etiketten afdrukt, moet u in uw programma de juiste Invoer (Handinvoer), materiaaltype/papiersoort en formaat instellen. Voor meer informatie, zie pagina 4.6. NB: Wees voorzichtig bij het openen van de achteruitvoer. De binnenkant van de printer kan nog warm zijn. 4Om de invoer van de etiketten te starten, drukt u op de toets Cancel. Het afdrukken wordt gestart. Sluit de achterinvoer. NB: Om te voorkomen dat de vellen aan elkaar vastkleven, moet u ieder vel direct na het afdrukken uit de uitvoer halen.Op transparanten afdrukken1Open de achteruitvoer. Leg de transparanten met de te bedrukken kant naar boven en de bovenrand (met zelfklevende strook) als eerste in de handinvoer.

Richtlijnen• Gebruik alleen transparanten die voor laserprinters zijn bedoeld.• Gebruik alleen vlakke, onbeschadigde en ongekreukte transparanten.• Houd transparanten bij de rand vast en raak de te bedrukken kant niet aan. Vingerafdrukken geven problemen met de afdrukkwaliteit.• Kijk uit dat u de transparant niet beschadigt met uw nagels.

AFDRUKMATERIAAL KIEZEN3.142Stel de geleider in op de breedte van de transparanten.3Voordat u de transparanten afdrukt, moet u in uw programma de juiste Invoer (Handinvoer) papiersoort/materiaaltype en formaat instellen. Zie voor details pagina 4.6. NB: Wees voorzichtig bij het openen van de achteruitvoer. De binnenkant van de printer kan nog warm zijn. 4Om de invoer van de etiketten te starten, drukt u op de toets Cancel. Het afdrukken wordt gestart. Sluit de achterinvoer. Opmerkingen: • Om te voorkomen dat de transparanten aan elkaar vastkleven, moet u ieder vel direct na het printen uit de uitvoer halen.• Leg de transparanten na het printen op een vlakke ondergrond.

AFDRUKMATERIAAL KIEZEN3.153Op kaarten of ander afdruk-materiaal met een afwijkend formaat afdrukken U kunt met deze printer ook op briefkaarten, indexkaarten en ander afdrukmateriaal met een afwijkend formaat afdrukken. De minimumafmetingen zijn 76 x 127 mm en het maximumformaat 216 x 356 mm.1Open de achteruitvoer. Leg het afdrukmateriaal met de te bedrukken kant omhoog, korte kant eerst en tegen de linkerkant van de invoer. 2Stel de geleider in op de breedte van het materiaal.Richtlijnen• Doe altijd de korte kant als eerste in de invoer. Als u het document “liggend” wilt afdrukken, moet u dit via uw programma selecteren. Hierbij gaat het papier met de lange kant in de printer. Het nadeel hierbij is, dat het kan vastlopen.• Probeer niet af te drukken op te smal of te laag materiaal dat kleiner is dan 76 mm breed of 127 mm lang.

AFDRUKMATERIAAL KIEZEN3.163Selecteer de Invoer (Handinvoer), Type en Formaat in uw programma (zie pagina 4.6).NB: Als het formaat van uw afdrukmateriaal niet voorkomt op het tabblad Papier in het keuzevenster Formaat onder Eigenschappen in het printerstuurprogramma, selecteer dan Aangepast formaat en stel het papierformaat handmatig in. Zie pagina 4.6. 4Om de invoer van de etiketten te starten, drukt u op de toets Cancel. Het afdrukken wordt gestart. Sluit de achterinvoer. Afdrukken op voorbedrukt papierVoorbedrukt papier is papier dat al bedrukt is voordat er door de printer op wordt afgedrukt (bijvoorbeeld briefpapier of vervolgvellen).NB: Gebruik geen carbonpapier. Hierdoor kunnen problemen met de printer optreden.

Richtlijnen• Het briefpapier moet bedrukt zijn met hittebestendige inkt, die niet smelt, verdampt of schadelijke stoffen vrijgeeft wanneer deze gedurende 0,1 seconde wordt blootgesteld aan de fixeertemperatuur van de printer van 205°C.• De gebruikte inkt moet niet-ontvlambaar zijn en mag geen schade toebrengen aan de printerrollen. •Formulieren en briefpapier moeten verpakt zijn in vochtbestendig verpakkingsmateriaal, zodat het tijdens de opslag niet in kwaliteit achteruit gaat.• Controleer voordat u voorbedrukt papier gebruikt of de inkt volledig is opgedroogd. Tijdens het fixeerproces kan natte inkt van het voorbedrukte papier losraken.

4In dit hoofdstuk worden de afdrukopties en algemene afdruktaken behandeld. De volgende onderwerpen komen aan de orde:• Een document afdrukken• Tabblad Papier• Tonerspaarstand• Meer pagina’s per vel afdrukken• Document vergroten of verkleinen• Document aan een geselecteerd papierformaat aanpassen• Posters afdrukken• Tabblad Grafisch• Watermerken afdrukken• Overlays afdrukken• Het programma Printerstatus monitor gebruiken• Printer in een netwerk opnemenAfdruktaken

AFDRUKTAKEN4.2Een document afdrukkenDe volgende procedure beschrijft de algemene stappen die u moet volgende om vanuit een Windows programma af te drukken. Deze exacte procedure kan per programma verschillen. Deze vindt u in de handleiding van het betreffende programma. 1Open het document dat u wilt afdrukken.2Ga naar het menu Bestand en selecteer Afdrukken. Het venster Afdrukken wordt getoond. (Dit kan, afhankelijk van het gebruikte programma, enigszins afwijken van onderstaande illustratie).In dit venster Afdrukken zijn de standaard afdrukinstellingen geselecteerd, inclusief het aantal exemplaren en de af te drukken pagina’s.3Om gebruik te kunnen maken van de vele extra mogelijkheden die de printer biedt, klikt u in dit venster op Eigenschappen en gaat u verder bij stap 4. Zie u in uw venster Instellingen, Printer of Opties, klik dan daarop.

AFDRUKTAKEN4.344Vervolgens wordt het venster Eigenschappen van de Samsung ML-1750 getoond. Dit venster geeft toegang tot alle informatie die u voor uw printer nodig heeft. Het eerst tabblad dat wordt getoond is het tabblad Layout. Selecteer desgewenst de optie Oriëntatie. Met de optie Oriëntatie kunt u aangeven in welke richting de informatie op de pagina moet worden afgedrukt. •Staand drukt de informatie over de breedte van de pagina af (bijvoorbeeld voor brieven). •Liggend drukt de informatie over de lengte van de pagina af (bijvoorbeeld voor spreadsheets). • Met de optie Draaien kunt u de pagina het gewenste aantal graden draaien. U kunt een instelling kiezen tussen 0 en 180 graden.5Op tabblad Papier kunt u de invoer, het formaat en het type papier selecteren. Meer informatie hierover vindt u op pagina 4.6.

AFDRUKTAKEN4.47Als u tevreden bent met uw instellingen, klikt u op OK totdat het venster Afdrukken weer wordt getoond. 8Klik op OK om het afdrukken te starten. Opmerkingen:• De meeste Windows toepassingen geven voorrang aan de instellingen van de toepassing zelf. Daarom raden wij u aan eerste de afdrukinstellingen in de toepassing zelf te wijzigen en de overige instellingen via het stuurprogramma van de printer aan te passen. • De gewijzigde instellingen gelden zolang u het huidige programma gebruikt. Om instellingen permanent te wijzigen moet u deze via de map Printers aanbrengen. Dit doet u als volgt. 1Klik in het Windows scherm op Start.2Werkt u met Windows 9x/Me/2000/NT, selecteer dan eerst Instellingen en daarna Printers.

Werkt u met Windows XP, select eer dan Printers en faxapparaten.3Selecteer de printer Samsung ML-1750 serie.4Klik met de rechter muisknop op het pictogram van de printer en selecteer daarna:• bij Windows 9x/Me Eigenschappen.• bij Windows 2000/XP Voorkeursinstellingen voor afdrukken.• bij Windows NT Standaardwaarden document.5Wijzig op de diverse tabbladen de gewenste instellingen en klik op OK.Een afdruktaak annulerenEen afdruktaak kunt u op twee manieren annuleren.Een afdruktaak afbreken via het bedieningspaneelDruk op het bedieningspaneel op de toets Cancel.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Samsung ML-1750 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden