Samsung Digimax 340 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Samsung Digimax 340 (120 pagina’s), behorend tot de categorie Digitale camera. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 18 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Samsung Digimax 340 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/120
Hartelijk dank voor het aanschaffen van een camera van Samsung.
Deze handleiding biedt alle informatie die u nodig hebt om de Digimax 410/Digimax 340 te kunnen gebruiken, inclusief het
maken van foto’s, het downloaden van afbeeldingen en het gebruiken van MGI PhotoSuite III SE -software. Lees deze
handleiding goed door voordat u gaat werken met uw nieuwe camera.
DUTCH(NETHERLANDS)

Beoordeel deze handleiding

4.9/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Samsung
Categorie: Digitale camera
Model: Digimax 340

Handleiding Samsung Digimax 340 – volledige tekst

Hartelijk dank voor het aanschaffen van een camera van Samsung.Deze handleiding biedt alle informatie die u nodig hebt om de Digimax 410/Digimax 340 te kunnen gebruiken, inclusief hetmaken van foto’s, het downloaden van afbeeldingen en het gebruiken van MGI PhotoSuite III SE -software. Lees dezehandleiding goed door voordat u gaat werken met uw nieuwe camera.DUTCH(NETHERLANDS)

SPECIALE FUNCTIESHartelijk dank voor het aanschaffen van het digitale camera van Samsung.Deze digitale camera biedt de volgende functies.Digimax 410 : Een hoge resolutie van 4,0 megapixelsDigimax 340 : Een hoge resolutie van 3,2 megapixelsEen 3X optische en 2X digitale zoomlensFunctie voor opnemen van bewegende beeldenOpname en weergave van spraak voor stilstaande beeldenEen eenvoudige en snelle pc-interface met USB-opslagstuurprogramma en Digimax viewerTests hebben aangetoond dat dit apparaat voldoet aan de grenswaarden voor een digitaalapparaat van Klasse B volgens artikel 15 van de FCC-voorschriften.Deze grenswaardenzijn ontworpen om bescherming te bieden tegen schadelijke interferentie in commerciëleinstallaties.Dit apparaat genereert, absorbeert en straalt RF-energie (Radio Frequentie) uit.Als het niet wordt geïnstalleerd en gebruikt volgens de instructies, kan dit leiden totverstoring van het radioverkeer.Er is echter geen garantie dat er in sommige gevallen geen interferentie zal optreden.Als er toch interferentie optreedt terwijl dit apparaat in werking is, probeert u één of meervan de volgende maatregelen.Wijzig de locatie en richting van uw antenne.Vergroot de afstand tussen de camera en het apparaat waarvan de werking wordtverstoord.Gebruik een andere aansluiting op het desbetreffende apparaat.Neem contact op met een vertegenwoordiger van Samsung of met een radio/TV-installateur.Dit apparaat voldoet aan deel 15 van de FCC-regels.

INHOUDSOPGAVEGereedKennis maken met uw camera 7Veiligheidsinstructie 8Identificatie van functies 10Buitenkant product 10Zoeker 12Indicator voor LCD-scherm 14Indicator voor LCD-display 15Menu-indicator LCD-display 17Voorbereiding 19De stroomvoorziening 19De batterijen gebruiken19De wisselstroomadapter gebruiken20De draagriem bevestigen 20De CF CARD plaatsen 21De CF CARD verwijderen 21Instructies voor het gebruik van een CF CARD 23Datum en tijd selecteren 24Geavanceerde functiesDe afspeelfunctie instellen met behulp van de cameraknop 54De afspeelfunctie instellen met behulp van het LCD-display 59Het camerasysteem instellen 65De instellingsmodus starten 65Aansluiten op extern beeldscherm 74PC modus 75Belangrijke opmerkingen 76Waarschuwing 76Waarschuwingsindicator 78Voordat u contact opneemt met eenservicecentrum 79Specificaties 82Werkmodus camera 26Foto’s maken 27De opnamefunctie instellen 30Opname van bewegende beelden 30De cameraknop gebruiken om de camera in te stellen 31Het LCD-scherm gebruiken om de camerain te stellen 38Afspeelfuncties instellen 53Afspeelmodus(PLAY) starten 53SoftwareSoftwarehandleiding 84De software installeren onder Windows 85Het USB-stuurprogramma voor Windowsinstalleren 86DirectX 8.1 voor windows installeren 88Digimax Viewer installeren 90MGI PhotoSuite III SE installeren 92De camera aansluiten voor windows 95Verwijderbare schijf 95De software gebruiken 97Digimax Viewer 97MGI PhotoSuite III SE 98Het USB-stuurprogramma verwijderen onder windows 111De camera aansluiten op de mac 113Het USB-stuurprogramma installeren engebruiken op de mac 114FAQ(Veelgestelde vragen) 115

KENNIS MAKEN MET UW CAMERAInformatie over het fotomerkteken Lees, voordat u deze camera gaat gebruiken, eerst de gebruikershandleiding zorgvuldigdoor.Bewaar de handleiding op een veilige plek.Deze handleiding bevat instructies voor het gebruik van deze camera die u helpen op eenveilige en juiste wijze te werken met deze camera.Hierdoor voorkomt u schade en letsel bij anderen.GEREEDWaarschuwingDit is een waarschuwing van wat er kan gebeuren als de instructies wordengenegeerd of niet begrepen.OpmerkingDeze informatie heeft betrekking op het gebruik van de camera. Houd hier rekening mee.ReferentieDeze informatie biedt extra hulp bij het bedienen van de camera.

VEILIGHEIDSINSTRUCTIEWAARSCHUWINGProbeer deze camera niet op enigerlei wijze aan te passen. Dit kan namelijk leiden tot brand, letsel, elektrische schokken of ernstige schade aan u of uwcamera. Interne inspectie, onderhoud en reparaties dienen te worden uitgevoerd door uwleverancier of door het servicecentrum voor camera’s van Samsung. Maak geen gebruik vande flitser in de onmiddellijke nabijheid van mensen of dieren. Als de flitser te dicht bij de ogenvan het onderwerp afgaat, kan dit leiden tot schade aan de ogen. Maak geen gebruik van deflitser bij het fotograferen van kinderen van een afstand van minder dan 1 meter. Richt, bij het maken van foto’s, nooit de lens van de camera rechtstreeks op een zeerkrachtige lichtbron. Dit kan leiden tot permante schade aan de camera of tot beschadiging vanuw ogen.

Gebruik dit product niet in de directe nabijheid van brandbare of explosieve gassen, aangezienhierdoor het risico van een explosie toeneemt. Houd dit product en de bijbehorende accessoires om veiligheidsredenen buiten het bereik vankinderen of dieren. Hierdoor kunt u ongelukken voorkomen zoals: Het inslikken van batterijen of kleine camera-accessoires. Raadpleeg in het geval vanongelukken meteen een arts. Er bestaat een kans op permanente beschadiging van de ogen als de flitser wordt gebruiktop een afstand van minder dan één meter van de ogen van een persoon. Er bestaat een kans op letsel door de bewegende onderdelen van de camera. Gebruik de camera niet meer als er vloeistof in is binnengedrongen. Schakel de camera uit enverwijder de stroombron (batterijen of wisselstroomadapter). U moet contact opnemen met uw leverancier of met het servicecentrum voor camera’s vanSamsung.

Ga niet door met het gebruik van de camera omdat dit kan leiden tot brand ofelektrische schokken. Schakel de camera onmiddellijk uit en verwijder vervolgens de stroombron (batterijen ofwisselstroomadapter).

Neem vervolgens contact op met uw leverancier of met hetservicecentrum voor camera’s van Samsung. Ga niet door met het gebruik van de cameraomdat dit kan leiden tot brand of elektrische schokken. Stop geen metalen of brandbare voorwerpen in de camera via de toegangspunten, zoals desleuf voor de CF CARD of het batterijvak. Dit kan brand of elektrische schokken veroorzaken. Gebruik deze camera niet met natte handen. Dit kan leiden tot elektrische schokken.

VEILIGHEIDSINSTRUCTIEGEREEDOPMERKINGLaat deze camera niet achter op plekken waar de temperatuur extreem kan oplopen, zoalseen afgesloten voertuig, direct zonlicht of andere plaatsen waar extremetemperatuurschommelingen optreden. Blootstelling aan extreme temperaturen kan eennegatieveinvloedhebbenop de interne onderdelen van de camera en kan leiden tot brand. Dek de camera of wisselstroomadapter nooit af tijdens het gebruik. Hierdoor kan detemperatuur hoog oplopen, waardoor de camerahoes beschadigd kan raken en er brand kanontstaan. Gebruik de camera en de bijbehorende accessoires altijd in een goed geventileerde ruimte. Lekkages, oververhitting of beschadigde batterijen kunnen leiden tot brand of letsel. Sluitbatterijen niet kort, verhit ze niet en gooi ze niet in een open vuur. Gebruik geen oudebatterijen in combinatie met nieuwe en gebruik ook geen batterijen van verschillende merken.

Zorg ervoor dat de batterijen correct worden geplaatst met betrekking tot de polariteit (+ / -). Wanneer de camera gedurende langere tijd niet wordt gebruikt, koppelt u, omveiligheidsredenen, de camera los van de stroombron (batterijen of wisselstroomadapter). Lekkende batterijen kunnen leiden tot brand en vervuiling van het milieu. Als zich gedurende lange tijd stof kan ophopen in de camera, kan dit gevaarlijk zijn en inextreme situaties tot brand leiden. Het is daarom het beste uw camera schoon te maken voorperiodes van hoge luchtvochtigheid. Raadpleeg uw leverancier of het servicecentrum voorcamera’s van Samsung voor informatie over de kosten van het reinigen van uw camera. Vervoer de camera niet als deze is ingeschakeld en u gebruik maakt van dewisselstroomadapter. Schakel, na het gebruik, de camera altijd uit voordat u de adapter uit hetstopcontact verwijdert.

GEREEDIDENTIFICATIE VAN FUNCTIESReferentieVerticale en horizontale foto's worden op dezelfde manier genomen.Zorg dat de lens of de flitser niet worden geblokkeerd tijdens het nemen van een foto.OpmerkingAangezien wat u ziet door de zoeker enigszins kan afwijken van de uiteindelijke foto wanneeru deze neemt van een afstand van minder dan 1,5m, wordt geadviseerd gebruik te makenvan het LCD-scherm bij het maken van de compositie.[ Horizontale handgreep ] [ Verticale handgreep ]

IDENTIFICATIE VAN FUNCTIES9 ISO pagina 4910Methoden voor scherpteregelingpagina 3911 Scherpte pagina 5012 Beeldkwaliteit pagina 4313 Beeldresolutie pagina 4214Aantal resterende foto's15 Zoom/Digitale zoom pagina 3316Opname van bewegende beeldenpagina 3017 Opnamemodus pagina 40Modus AFSPELEN13/1315SEC2002/ 01/ 01 00 : 00RECX 2.0Opname van bewegende beeldenOpnametijd voor bewegende beeldenBeeldvergrotingDatum/TijdBeeld&status Als een afbeelding metgeluidsinformatie wordt geselecteerd,wordt deze indicator weergegeven.AUTO 200 4009Deze indicator wordt weergegeven als u defunctie DPOF(Digitale afdrukindeling) instelt.DPOF (Digitale afdrukindeling) (pagina 61)Batterijstatus (pagina 14)Het laatste aantal vastgelegdebeelden wordt weergegeven.Aantal vastgelegde afbeeldingenIndicator voor geluidsopnameAls u op de knop MIC ( ) drukt,knippert deze indicator en begint degeluidsopname.Geluidsopname

GEREEDIDENTIFICATIE VAN FUNCTIESMenu-indicator LCD-displayElke modus heeft een menu zoals hieronder wordt weergegeven.Hieronder worden de standaardinstellingen voor elke modus weergegeven.FOCUSING: Selecteer methoden voor scherpteregeling (pagina 39)SHOOTING MODE: Selecteer de opnamemodus (pagina 40)IMAGE SIZE: Selecteer de beeldresolutie (pagina 42)Digimax 410 : 2272X1704Digimax 340 : 2048X1536QUALITY: Selecteer de beeldkwaliteit (pagina 43)WHITE BALANCE: Selecteer de witbalans (pagina 44)Modus STILSTAAND BEELD/MACRO-OPNAME REC.TIME: Selecteer de opnameduur (pagina 52)VOICE: Schakel de spraakopnamefunctie IN/UITModus BEWEGENDE BEELDEN EXPOSURE: Selecteer de belichtingswaarde (pagina 46)Selecteer belichtingsmethoden (pagina 48)ISO: Selecteer de ISO-gevoeligheid (pagina 49)SHARPNESS: Selecteer de beeldscherpte (pagina 50)LCD: Selecteer de helderheid van het LCD-scherm (pagina 51)CENTRALSINGLE2272X1704FINEAUTOFOCUSINGP1 SELECT OK SETREC.

IDENTIFICATIE VAN FUNCTIESReferentieDe PC-modus bevat geen menu en het LCD-display wordt altijd uitgeschakeld in de PC-modus.FORMAT: Formatteer CF CARD (pagina 65)POWER OFF: Selecteer automatische uitschakeltijd (pagina 66)DATE/TIME: Selecteer de datum/tijd (pagina 67)BEEP: Schakel de pieptoon IN/UIT (pagina 68)VIDEO OUT: Selecteer het video-uitvoersignaal (pagina 69)Modus INSTELLENDELETE ALL: Verwijder alle vastgelegde beelden (pagina 59)SLIDE SHOW: Selecteer de functie voor de diashow (pagina 60)DPOF: Selecteer de DPOF-functie (pagina 61)FOLDER: Wijzig de mapnaam in 100SSCAM (pagina 64)LCD: Selecteer de helderheid van het LCD-scherm (pagina 64)Modus AFSPELEN LANGUAGE: Selecteer de taal op het scherm (pagina 70)RESET: Selecteer de standaard camera-instelling (pagina 71)NOSTART QUANTITY100SSCAMBRIGHTNESS 5DELETE ALLSELECT OK SETENGLISH NO FORMATP2 SELECT OK SETFORMAT NO3 MIN 02/ 01/ 01ONNTSCFORMATP1 SELECT OK SET

U kunt batterijen (AA-alkaline, Ni-MH) of een wisselstroomadapter (gelijkstroom 6V / 2,0A) gebruiken.De batterijen gebruiken1Trek de vergrendeling van het klepje van het batterijvak inde richting van de pijl (1) en open het klepje van hetbatterijvak door dit in de richting van de pijl te duwen (2).2Plaats de batterijen en zorg ervoor dat deze in de juisterichting zitten (+ / -).3Sluit het afdekklepje van het batterijvak door ertegen teduwen totdat het vastklikt.ReferentieDe camera wordt automatisch uitgeschakeld als deze een tijdje niet is gebruikt.Wij adviseren u gebruik te maken van ALKALINE-batterijen met een grote capaciteit(2000mAh) aangezien mangaanbatterijen niet voldoende vermogen leveren.OpmerkingBelangrijke informatie over het gebruik van batterijenVerwijder de batterijen als de camera gedurende lange tijd niet wordt gebruikt.Batterijen verliezen vermogen met het verstrijken van de tijd en kunnen gaan lekken als uze in de camera laat zitten.Lage temperaturen (beneden 0°C) kunnen de prestaties van de batterijen nadeligbeïnvloeden en kunnen de levensduur van de batterijen bekorten.De batterijen herstellen zich gewoonlijk bij normale temperaturen.Gebruik geen oude en nieuwe batterijen door elkaar heen.Bij langdurig gebruik van de camera kan de behuizing warm worden.

VOORBEREIDINGDe wisselstroomadapter gebruikenAls u toegang tot een netvoeding hebt, kunt u de camera gedurende lange tijd gebruikenmet behulp van een wisselstroomadapter. Als u de camera aansluit op een computer, kuntu beter een wisselstroomadapter gebruiken, aangezien de camera dan veel langer kanwerken.Sluit de adapter aan op het aansluitingspunt (DC 6V IN) op decamera. Zorg ervoor dat u een correct type wisselstroomadaptergebruikt voor de camera (6V/2,0A).Als u dit niet doet, kan dat uw garantie ongeldig maken.Gebruik altijd de draagriem om te voorkomen dat de camera per ongeluk beschadigd raakt.Raadpleeg de onderstaande afbeeldingenWAARSCHUWINGSchakel altijd de stroom uit voordat u de wisselstroomadapter uit het stopcontact verwijdert.Net als bij alle apparaten die worden aangesloten op de netvoeding, is de veiligheid vangroot belang.

GEREEDVOORBEREIDINGDe CF CARD plaatsen1Trek het klepje voor de kaartsleuf in de richting van de pijlom de sleuf te openen.2Plaats de kaart in de richting van de pijl. De achterzijde vande CF CARD en het LCD-display moeten in dezelfderichting wijzen als de kaart is geplaatst.3Sluit het klepje voor de kaartsleuf door het tegen de richtingvan de pijl in te schuiven (stap 1) totdat u een klik hoort.De CF CARD verwijderen1Schakel de stroom uit met behulp van de aan/uit-knop(1).2Open het klepje voor de kaartsleuf en duw de uitwerpknopvoor de kaart (2) omlaag.3Verwijder de CF CARD zoals in de afbeelding wordtaangegeven.CompactFlashTMis een gedeponeerd handelsmerk van Sandisk.OpmerkingNaarmate een CF CARD vaker wordt gebruikt, nemen de prestaties af. U moet dan een nieuwe CF CARD aanschaffen.Als u het kaartklepje opent terwijl de camera is ingeschakeld, wordt de camera automatischuitgeschakeld.

GEREEDVOORBEREIDINGInstructies voor het gebruik van een CF CARDEen nieuwe CF CARD voor het eerst gebruikenVoordat u de CF CARD kunt gebruiken, moet deze eerst worden geïnitialiseerd.Bij het initialiseren wordt de CF CARD voorbereid voor het opnemen van gegevens.Raadpleeg pagina 65 voor nadere details.De gegevens op de CF CARD beschermenAls het volgende aan de hand is, bestaat de kans dat de opgenomen gegevens beschadigdraken:- Als de CF CARD op onjuiste wijze wordt gebruikt.- Als de stroom wordt uitgeschakeld tijdens het opnemen, verwijderen, formatteren oflezen.Het is raadzaam belangrijke gegevens op een ander, reservemedium op te slaan, zoalsdiskettes, vaste schijven, CD, enz.Samsung kan niet aansprakelijk worden gesteld voor het verlies van gegevens.Belangrijke informatie over het gebruik van de CF CARDAls u deze camera uitschakelt terwijl deze bezig is met lezen, initialiseren of afspelen, raaktde informatie op de CF CARD mogelijk beschadigd.De CF CARD is een elektronisch precisie-instrument.

Buig de CF CARD niet om, laat dezeniet vallen en stel deze niet bloot aan zware druk.Berg de CF CARD niet op in een omgeving met krachtige elektronische of magnetischevelden (bijvoorbeeld in de buurt van luidsprekers of TV-toestellen).Gebruik deze kaart niet en berg deze niet op in een omgeving waarin sprake is van grotetemperatuurschommelingen.Zorg ervoor dat de CF CARD niet vuil wordt en dat deze niet in contact komen metvloeistoffen van enigerlei aard. Als dit toch gebeurt, verwijdert u het vuil met een zachte doek.Bewaar de CF CARD in de bijbehorende opberghoes als u de kaart niet gebruikt.Tijdens en na perioden van langdurig gebruik, kan de CF CARD warm aanvoelen. Dit is volstrekt normaal.

VOORBEREIDINGDatum en tijd selecterenU moet de datum/tijd controleren en selecteren als: De camera voor het eerst wordt gebruikt. De batterijen zijn verwijderd.De DATUM en TIJD worden alleen weergegeven op het LCD-display .Als u de afbeelding afdrukt, worden de DATUM en TIJD niet afgedrukt.

In de afspeelmodus worden de DATUM en TIJD onderaan het LCD-display weergegeven.De DATUM en TIJD worden niet weergegeven in de opnamemodus (STILSTAAND BEELD/MACRO-OPNAME/BEWEGENDE BEELDEN) en worden ook niet afgedrukt.1Schakel de stroom in door op de aan/uit-knop te drukken.2Zet de schijf voor modusselectie in de instelmodus.3De foto wordt weergegeven op het LCD-display .4Ga naar het menu [ DATE / TIME ] met de richtingknopOMLAAG ( ) op de knop voor 5 functies.5Ga naar het menu [ DATE / TIME ] met de richtingknopRECHTS ( ) op de knop voor 5 functies.DATUM selecterenSelecteer [DATE] in stap 5 door op de knop OMHOOG( ) of OMLAAG ( ) en vervolgens op OK te drukken.TIJD selecterenSelecteer [TIME] in stap 5 door op de knop OMHOOG ( ) of OMLAAG ( ) en vervolgensop OK te drukken.Knop voor 5 functies DATE2002/ 01/ 01 00 : 00DATE / TIMESELECT OK SET

GEREEDVOORBEREIDINGReferentieHet selectiebereik voor het instellen van datum en tijd ligt tussen 2002 en 2100.(Er wordt automatisch rekening gehouden met schrikkeljaren/-maanden).De basisinstelling is [2002/01/01 00:00]6U kunt jaar/maand/dag (YY/MM/DD) of uur/minuut (HH/MM)selecteren door op de knop LINKS( ) of RECHTS ( ) te drukken. U kunt de waarden wijzigen door op de knop OMHOOG ( ) of OMLAAG ( ) te drukken.7Druk op de knop OK om de instelling te bevestigen in het submenu [DAY] of [MINUTE].De camera kan nu worden gebruikt in de geselecteerde cameramodus.

WERKMODUS CAMERAWerkmodus cameraU kunt de gewenste werkmodus selecteren met behulp van de schijf voor modusselectieaan de bovenkant van de camera.Deze digitale camera beschikt over 6 werkmodi. Deze worden hieronder aangegeven.Modus STILSTAAND BEELD ( )Deze modus wordt gebruikt voor opnames tussen 0,8m enoneindig en voor continue opnames van een bewegendobject.Modus MACRO-OPNAME ( )Deze modus wordt gebruikt voor macro-opnames tussen 0,2en 0,8m en voor continue opnames van een bewegend object.De flitsmodus wordt uitgeschakeld (FLASH OFF) als dezemodus wordt geselecteerd, maar de flitsmodus kan wel nogworden ingesteld.Modus BEWEGENDE BEELDEN ( )Deze modus wordt gebruikt voor bewegende beelden.

De flitser wordt uitgeschakeld(FLASH OFF) als deze modus wordt geselecteerd.Modus AFSPELEN( )In deze modus kunt u de opgeslagen afbeeldingen op de CF CARD bekijken via het LCD-display achterop de camera of op een extern beeldscherm via een video-aansluiting.Als u een opname met geluid bekijkt, wordt het geluid afgespeeld terwijl de opname wordtweergegeven.In deze modus kunt u kiezen uit weergeven van 1 afbeelding, een scherm met 6pictogrammen, een diashow, verwijderen van één afbeelding, verwijderen van alleafbeeldingen, maken van geluidsopnames en digitaal zoomen.PC-modus ( )Uw computer herkent de camera als verwijderbare schijf wanneer deze is aangesloten viade USB-kabel.

U kunt afbeeldingen uitwisselen tussen de computer en de camera.Modus INSTELLEN ( )In deze modus kunt u basisinstellingen uitvoeren, zoals geluid, formaat, automatischuitschakelen, datum/tijd en helderheid LCD-display .Informatie over schijfvoor modusselectie

GEAVANCEERDE FUNCTIESFOTO'S MAKENLaten we nu eens een foto gaan nemen.1Schakel de camera in door op de aan/uit-knop (1) te drukken.2Selecteer de gewenste opnamemodus (STILSTAAND BEELD/MACRO-OPNAME/BEWEGENDE BEELDEN), afhankelijk van het opnamebereik of onderwerp,met behulp van de keuzeschijf (2) aan de bovenkant van de camera.3Wijzig de camerafuncties met behulp van het LCD-display en selecteer de juisteinstellingen (beeldkwaliteit, beeldresolutie, enz.) Raadpleeg pagina's 30 t/m 73 voorinformatie over het instellen van de camera.4Bepaal de gewenste compositie voor uw foto met behulp van de zoeker of het LCD-display .5Druk bij het maken van foto's voorzichtig op de sluiterknop om te voorkomen dat decamera beweegt.Als u de sluiterknop halverwege indrukt, wordt de automatische scherpteregelinggeactiveerd en wordt de instelling van de flitser gecontroleerd.Als u de sluiterknop tot halverwege indrukt, wordt de automatische scherpteregelinggeactiveerd.

Nadat u de scherpte hebt ingesteld, gaat het groene lampje branden. Als u wilt voorkomen dat de camera trilt, drukt u zachtjes op de sluiterknop om tevoorkomen dat de automatische scherpteregeling wordt gewijzigd. Als het groenelampje brandt, kunt u de afbeelding maken en de relevante gegevens voor deafbeelding opslaan door de sluiterknop volledig in te drukken.

FOTO'S MAKENOpmerkingSelecteer de modus voor macro-opnames als het onderwerp zich tussen 0,2m en 0,8 metervan de camera bevindt.Raadpleeg pagina 26 voor nadere informatie over het maken van macro-opnames.Als u niet de juiste opnamemodus (normaal of macro) selecteert, afhankelijk van de afstandtussen het object en de camera, kunt u geen duidelijke opname van een voorwerp maken.Zorg dat de regelsensor voor de flitser niet wordt geblokkeerd tijdens het nemen van eenfoto. Een foto kan mislukken als een vinger of haar of de draagriem van de camera zich voorde regelsensor voor de flitser bevindt.Als u veelvuldig gebruik maakt van het LCD-display, raken de batterijen snel leeg.

U wordtgeadviseerd zo veel mogelijk gebruik te maken van de optische zoeker om de batterijen tesparen.Als u een foto neemt op een donkere plek, wordt het bericht LOW LUMINANCE(ONVOLDOENDE LICHT) weergegeven op het LCD-display . Bovendien kan dit ertoe leidendat de camera automatisch de scherpte instelt zoals hieronder is aangegeven.Normale opname: 2,0M Macro-opname: 0,5MIn dat geval verhoogt u de belichtingswaarde of maakt u een afbeelding op een helverlichteplek.ReferentieAls er geen kaart is geplaatst, wordt het bericht [NO CARD] weergegeven op het LCD-display .Als er onvoldoende geheugen beschikbaar is, wordt het volgende bericht weergegeven enwerkt de camera niet.U kunt de hoeveelheid geheugen in de camera optimaliseren door de CF CARD tevervangen of door afbeeldingen die u niet langer nodig hebt te verwijderen van de CFCARD.CARD FULL

GEAVANCEERDE FUNCTIESFOTO'S MAKENReferentieNaast de zoeker bevinden zich twee lampjes (een groene eneen rode LED).Als u de sluiterknop halverwege indrukt terwijl de camerascherp is gesteld, gaat het groene lampje branden en kunt u een opname maken.Als het rode lampje brandt, kan de flitser worden gebruikt.Als het rode lampje knippert, wordt de flitser opgeladen.Tijdens het opslaan van een afbeelding op de CF CARD, knippert het groene lampjelangzaam.

Wanneer de beeldgegevens zijn opgeslagen, gaat het groene lampje uit.Nadat het groene lampje uit is gegaan, kunt u verdergaan met het maken van foto's.OpmerkingOnder bepaalde omstandigheden bestaat de kans dat het systeem voor automatischescherpteregeling niet werkt zoals u verwacht.Bij het fotograferen van een onderwerp met weinig contrast.Als het onderwerp sterk reflecteert of glanst.Als het onderwerp met hoge snelheid beweegt.Bij een onderwerp met alleen horizontale lijnen of een heel smal onderwerp (zoals eenstok of een vlaggenmast).Als er sprake is van sterke lichtweerkaatsing of als de achtergrond helverlicht is.Opname met tegenlichtcorrectieWanneer u buitenshuis opnames maakt, kunt u beter niet tegen de zon in fotograferenomdat de foto anders te donker kan zijn vanwege het tegenlicht. Bij tegenlicht kunt ugebruik maken van de functie voor tegenlichtcorrectie (raadpleeg pagina 46).

DE OPNAMEFUNCTIE INSTELLENOpname van bewegende beeldenBij filmopnames worden tegelijkertijd bewegende beelden en geluiden opgenomen.In de modus voor bewegende beelden (MOVIE CLIP) kunt u desgewenst de functie voorgeluidsopname gebruiken.Wanneer de schijf voor modusselectie in de modus voor bewegende beelden wordt gezet,wordt het LCD-display weergegeven zoals hieronder wordt aangegeven.Als u eenmaal op de sluiterknop drukt, worden bewegende beelden opgenomen zolang debeschikbare opnametijd dit toelaat.

Als u de sluiterknop loslaat, worden nog steedsbewegende beelden opgenomen.Als u het opnemen wilt stoppen, drukt u nogmaals op de sluiterknop.Het lampje voor de zelfontspanner (rood) aan de voorzijde van de camera gaat brandentijdens het maken van de opname.Beeldformaat en bestandstype worden hieronder aangegeven.- Beeldresolutie: QVGA (320x240)- Bestandstype :AVIAls de bewegende beelden worden vastgelegd op de CF CARD, knippert het groenelampje. Het bericht [RECORDING] wordt weergegeven op het LCD-display .Beschikbare opnametijd.OpmerkingVanwege de capaciteit van de CF CARD kan de opname worden beëindigd voordat debeschikbare opnametijd is verstreken.

GEAVANCEERDE FUNCTIESDE OPNAMEFUNCTIE INSTELLENDe cameraknop gebruiken om de camera in te stellenAan/uit-knop- Gebruikt voor het in- en uitschakelen van de camera.- De camera wordt automatisch uitgeschakeld wanneer het apparaat gedurende een bepaalde tijdniet is gebruikt. De camera kan opnieuw worden ingeschakeld met een druk op de aan/uit-knop.Sluiterknop- Gebruikt voor het maken van afbeeldingen in de opnamemodus (STILSTAAND BEELD/MACRO-OPNAME/BEWEGENDE BEELDEN).- Als u de sluiterknop halverwege indrukt, wordt de automatische scherpteregeling geactiveerd enwordt de instelling van de flitser gecontroleerd.Als u de sluiterknop volledig indrukt, wordt de foto gemaakt en worden de afbeeldingsgegevensopgeslagen.De opnamemodus (STILSTAAND BEELD/MACRO-OPNAME/BEWEGENDE BEELDEN)kunt u instellen met behulp van de cameraknop.

DE OPNAMEFUNCTIE INSTELLENMenuknop- Als u op de menuknop drukt, wordt in elke cameramodus een menu weergegeven op hetLCD-display. Als u nogmaals op deze knop drukt, wordt het LCD in de beginstand gezet.- U kunt een menuoptie kiezen als een van de volgende modi is geselecteerd:opnamemodus (STILSTAAND BEELD/MACRO-OPNAME/BEWEGENDE BEELDEN),afspeelmodus en instellingsmodus.Er is geen menu beschikbaar als de PC-modus is geselecteerd.Knop LANDSCAPE (LIGGEND)- Gebruikt voor het maken van liggende opnames.LCD-knop- Als u op de LCD-knop drukt in de opnamemodus (STILSTAAND BEELD/MACRO-OPNAME/BEWEGENDE BEELDEN), wordt de weergave gewijzigd zoals hieronder wordtaangegeven.Beeld en Status Beeld LCD uit OpmerkingNadat u de liggende opname hebt gemaakt, wordt de scherpte ingesteld voor liggendeopnames.

GEAVANCEERDE FUNCTIESDE OPNAMEFUNCTIE INSTELLENZoomknop (W/T)Gebruikt voor digitaal of optisch in-/uitzoomen in de opnamemodus (STILSTAAND BEELD/MACRO-OPNAME/BEWEGENDE BEELDEN).De functie voor digitaal zoomen is niet beschikbaar in de modus voor bewegende beelden.Wanneer u op de zoomknop (W/T) drukt, wordt de zoombalk weergegeven bovenaan inhet midden van het LCD-display.Digitale zoomfunctieU kunt de digitale zoomfunctie alleen gebruiken als het LCD-display is ingeschakeld.De digitale zoomfunctie werkt alleen als de optische zoomfunctie op maximum staat ende afstand tussen camera en onderwerp dus het kleinst lijkt.

Als u nogmaals op dezoomknop T drukt, wordt de digitale zoomfunctie ingeschakeld.Digitale zoomfunctie anulerenAls u op de zoomknop W drukt, wordt eerst de digitale en vervolgens de optischezoomfactor verkleind totdat de minimale instelling is bereikt of de knop wordt losgelaten.Optische zoomfunctie1. Optische TELEDruk op de zoomknop T.Hiermee kunt u inzoomen op het onderwerp waardoor ditdichterbij lijkt.2. Optische WIDEDruk op de zoomknop W.Hiermee kunt u uitzoomen op het onderwerp waardoor ditverderaf lijkt. Als u continu op de knop W drukt, wordt de camera ingesteld op de minimalezoominstelling.De afstand tussen camera en onderwerp ljikt dan het grootst.Optische zoomfunctieDigitale zoomfunctie

DE OPNAMEFUNCTIE INSTELLENKnop OKGebruikt ter bevestiging van gegevens die zijn gewijzigd met behulp van de knoppen / / / .Knop OMHOOG Als u op de knop OMHOOG ( ) drukt terwijl het menu wordt weergegeven op het LCD-display, wordt de cursor omhoog verplaatst of wordt het submenu gewijzigd.Knop OMLAAGAls u op de knop OMLAAG ( ) drukt terwijl het menu wordt weergegeven op het LCD-display, wordt de cursor omlaag verplaatst of wordt het submenu gewijzigd.OpmerkingRaak de lens niet aan tijdens het gebruik van de zoomfunctie.Dit kan leiden tot schade aan de lens.

Zorg ervoor dat u de lens niet aanraakt om tevoorkomen dat u een afbeelding van lage kwaliteit maakt of er een storing optreedt in decamera.Als de camera is ingeschakeld, mag u de bewegende delen van de camera of de lens nietaanraken omdat dit tot afbeeldingen van lage kwaliteit kan leiden.Raak de lens niet aan tijdens het gebruik van de zoomfunctie.Dit kan leiden tot afbeeldingen van lage kwaliteit. Als de afbeelding van lage kwaliteit is,schakelt u de camera uit en opnieuw in om de lenspositie te veranderen.ReferentieHet verwerken van opnames die zijn gemaakt met behulp van de digitale zoomfunctie duurtmogelijk iets langer. Dit kan even duren.De digitale zoomfunctie kan niet worden gebruikt bij het opnemen van bewegende beelden.Het gebruik van de digitale zoomfunctie kan leiden tot een lager beeldkwaliteit.

GEAVANCEERDE FUNCTIESDE OPNAMEFUNCTIE INSTELLENKnop FLITSER/LINKSAls het menu wordt weergegeven op het LCD-display , wordt de cursor naar links of naarhet hoofdmenu verplaatst als u op deze knop drukt.Als het menu niet wordt weergegeven op het LCD-display , werkt de knop LINKS ( ) alsbelichtingsknop ( ).Gebruik de juiste flitsmodus voor de omgeving waarin u werkt.1. Zet de camera aan.2. Draai de schijf voor modusselectie in de modusSTILSTAAND BEELD of de modus MACRO-OPNAME.3. Schakel het LCD-display niet uit.4. Druk op de flitserknop totdat de gewenste indicator voorde flitsmodus wordt weergegeven op het LCD-display .5. Maak een foto.< Automatisch flitsen selecteren >OpmerkingFotografeer binnen het flitserbereik.

Hieronder worden de flitserbereiken aangegeven.De beeldkwaliteit wordt niet gegarandeerd als het onderwerp zich te dichtbij bevindt of sterkreflecteert.ISO W TModus MACRO-OPNAMEA 0.5 ~ 0.8mModus STILSTAAND BEELDA 0.8 ~ 3m 0.8 ~ 2m

DE OPNAMEFUNCTIE INSTELLENIndicator voor flitsmodusReferentieAls u veelvuldig gebruik maakt van de flitser, raken de batterijen sneller uitgeput.Onder normale gebruiksomstandigheden duurt de oplaadtijd van de flitser minder dan 7seconden. Als de batterijen zwak zijn, duurt het opladen langer.Hieronder worden de standaardinstellingen voor elke modus weergegeven.- Modus STILSTAAND BEELD : Automatisch flitsen en verwijderen van rode ogen- Modus MACRO-OPNAME : Flitser uit - (door gebruiker te selecteren)- Modus BEWEGENDE BEELDEN : Flitser uit - (vast)Automatisch flitsen : Als het voorwerp of de achtergrond donker is, wordt automatischde flitser van de camera gebruikt.

Automatisch flitsen en verwijderen van rode ogen: Als een voorwerp of de achtergrond donker is, wordt automatisch de flitservan de camera gebruikt en wordt het 'rode ogen'-effect beperkt door hetgebruik van de functie voor verwijderen van rode ogen.Synchronisatie lage sluitersnelheid: De flitser werkt in combinatie met een lage sluitersnelheid om de juistebelichting te krijgen. Wij adviseren u gebruik te maken van een statief.Ondersteunende flits : De flitser gaat af ongeacht de hoeveelheid licht die beschikbaaris. De intensiteit van de flitser kan worden geregeld, afhankelijkvan de heersende condities. Hoe helderder de achtergrond ofhet onderwerp is, hoe zwakker de flits.Flitser uit : De flitser gaat niet af.

GEAVANCEERDE FUNCTIESDE OPNAMEFUNCTIE INSTELLENKnop ZELFONTSPANNER/RECHTSAls u op de knop RECHTS ( ) drukt terwijl het menu wordt weergegeven op het LCD-display , wordt de cursor verplaatst naar het submenu.Als het menu niet wordt weergegeven op het LCD-display , werkt de knop RECHTS ( )als knop voor de zelfontspanner.Deze functie wordt gebruikt als de fotograaf een foto van zichzelf wil maken.1. Zet de camera aan.2. Draai de keuzeschijf in de opnamemodus (STILSTAANDBEELD/MACRO-OPNAME).3. Schakel het LCD-display niet uit.4. Als de indicator voor de zelfontspanner wordt weergegeven ophet LCD-display nadat u op de knop voor de zelfontspannerhebt gedrukt, is deze instelling ingeschakeld.5. Als u op de sluiterknop drukt, wordt na 10 seconden een foto gemaakt.

Daarna wordt dezelfontspanner geannuleerd.< Zelfontspanner selecteren >ReferentieDe standaardwaarde is UIT.Het lampje voor de zelfontspanner (rode LED) en de indicator voor de zelfontspanner op hetLCD-display knipperen 10 seconden lang nadat u op de knop voor de zelfontspanner hebtgedrukt.- De eerste zeven seconden knippert het lampje eenmaal per seconde.- Gedurende de laatste drie seconden knippert het lampje éénmaal per 0,5 seconde.

DE OPNAMEFUNCTIE INSTELLENHet LCD-display gebruiken om de camera in te stellenDe opnamefuncties kunnen worden gewijzigd met behulp van het LCD-display .Als u in de opnamemodus op de menuknop drukt, wordt het menu weergegeven op hetLCD-display .De volgende functies zijn beschikbaar, afhankelijk van de dus die u hebt geselecteerd(STILSTAAND BEELD/MACRO-OPNAME/BEWEGENDE BEELDEN).ReferentieHet menu wordt in de volgende gevallen niet weergegeven op het LCD-display :- Als op een andere knop wordt gedrukt.- Tijdens de verwerking van afbeeldingsgegevens.

(als de groene LED naast de zoeker knippert)- Als de batterijen leeg zijn.Uitleg van de knop voor 5 functiesKnop OMHOOG ( ) :Als u op de knop OMHOOG ( ) drukt, wordt decursor omhoog verplaatst.Knop OMLAAG ( ) : Als u op de knop OMLAAG ( ) drukt, wordt decursor omlaag verplaatst.Knop LINKS ( ) : Als u op de knop LINKS ( ) drukt, wordt de cursornaar links verplaatst.Knop RECHTS ( ) : Als u op de knop RECHTS ( ) drukt, wordt decursor naar rechts verplaatst.Knop OK : U kunt de selectie bevestigen door op de knop OK te drukken.Wanneer op het LCD-display een menu wordt weergegeven, kunt u de sluiterknop nietgebruiken om bijvoorbeeld een foto te maken. Als u een foto wilt maken, annuleert u simpelde menuweergave door op de menuknop te drukken.

Het menu wordt dan niet langerweergegeven en de camera kan worden gebruikt voor het maken van foto's.Modus STILSTAAND BEELD Modus MACRO-OPNAME Modus BEWEGENDE BEELDENSCHERPTEREGELING XOPNAMEMODUS XBEELDRESOLUTIE XKWALITEIT XWITBALANS XBELICHTING XISO XSCHERPTE XLCD XOPNAMETIJD X X

GEAVANCEERDE FUNCTIESDE OPNAMEFUNCTIE INSTELLENFOCUSING (SCHERPTEREGELING)In de opnamemodi voor stilstaand beeld en macro-opname kunt u het bereik voor descherpteregeling selecteren.1. Zet de camera aan.2. Draai de schijf voor modusselectie in de modus STILSTAANDBEELD of de modus MACRO-OPNAME.3. Schakel het LCD-display niet uit.4. Druk op de menuknop om het menu weer te geven op hetLCD-display .5. Druk op de knop OMHOOG ( ) / OMLAAG( ) en selecteer [FOCUSING].6. De cursor kan naar het submenu [FOCUSING] wordenverplaatst door op de richtingknop RECHTS ( ) tedrukken.7. Selecteer het gewenste submenu door op de knop OMHOOG( ) of OMLAAG ( ) te drukken.De standaardwaarde is CENTRAL.8. Klik, nadat u het gewenste submenu hebt geselecteerd, op deknop OK om de instelling te bevestigen.9.

DE OPNAMEFUNCTIE INSTELLENSHOOTING MODE (OPNAMEMODUS)Hiermee wordt het mogelijk continu opnames te maken.In dit modus kunt u continu foto's blijven maken van bewegende voorwerpen.Nadat de camera een continue reeks foto's heeft gemaakt, wordt de modus voorafzonderlijke opnames weer ingeschakeld.1. Zet de camera aan.2. Draai de schijf voor modusselectie in de modusSTILSTAAND BEELD of de modus MACRO-OPNAME.3. Schakel het LCD-display niet uit.4. Druk op de menuknop om het menu weer te geven op hetLCD-display .5. Druk op de knop OMHOOG ( ) / OMLAAG ( ) enselecteer [SHOOTING MODE].6. De cursor kan naar het submenu [SHOOTING MODE]worden verplaatst door op de richtingknop RECHTS ( ) te drukken.7. Selecteer het gewenste submenu door op de knopOMHOOG ( ) of OMLAAG ( ) te drukken.De standaardwaarde is SINGLE.8.

DE OPNAMEFUNCTIE INSTELLENSIZE (FORMAAT)In de opnamemodi voor stilstaand beeld en macro-opname kunt u de beeldresolutieselecteren.Een grote afbeelding neemt echter meer geheugenruimte in beslag, zodat een groterafbeeldingsformaat het totale aantal opnames beperkt dat u kunt opslaan op een CFCARD. Hieronder worden de beeldformaten aangegeven.1. Zet de camera aan.2. Draai de schijf voor modusselectie in de modusSTILSTAAND BEELD of de modus MACRO-OPNAME.3. Schakel het LCD-display niet uit.4. Druk op de menuknop om het menu weer te geven op hetLCD-display .5. Druk op de knop OMHOOG ( ) / OMLAAG ( ) enselecteer [IMAGE SIZE].6. De cursor kan naar het submenu [IMAGE SIZE] wordenverplaatst door op de richtingknop RECHTS ( ) tedrukken.7. Selecteer het gewenste submenu door op de knopOMHOOG ( ) of OMLAAG ( ) te drukken.De standaardwaarde is Digimax 410 : 2272x1704Digimax 340 : 2048x1536.8.

GEAVANCEERDE FUNCTIESDE OPNAMEFUNCTIE INSTELLENQUALITY (KWALITEIT)kunt u decompressieverhouding voor een afbeelding selecteren.Hoe hoger de waarde voor de instelling QUALITY (KWALITEIT), hoe beter de uiteindelijkebeeldkwaliteit. Een hoge waarde voor de kwaliteitsinstelling vereist echter meer geheugen enbeperkt daarom het aantal opnames dat u kunt opslaan op de CF CARD.SUPER FINE (SUPERHOOG) is de hoogste kwaliteit en NORMAL (NORMAAL) de laagste.Kies de instelling op basis van uw behoefte.1. Zet de camera aan.2. Draai de schijf voor modusselectie in de modus STILSTAANDBEELD of de modus MACRO-OPNAME.3. Schakel het LCD-display niet uit.4. Druk op de menuknop om het menu weer te geven op hetLCD-display .5. Druk op de knop OMHOOG ( ) / OMLAAG ( ) enselecteer [QUALITY].6. De cursor kan naar het submenu [QUALITY] worden verplaatstdoor op de richtingknop RECHTS ( ) te drukken.7.

Selecteer het gewenste submenu door op de knop OMHOOG( ) of OMLAAG ( ) te drukken.De standaardwaarde is SUPERFINE (SUPERHOOG).8. Klik, nadat u het gewenste submenu hebt geselecteerd, op deknop OK om de instelling te bevestigen.9. Druk op de knop MENU om de menuweergave te annuleren.ReferentieHet beeldbestand wordt opgeslagen in *.jpg-indeling.Deze bestandsindeling voldoet aan de DCF–regel (ontwerpregel voor bestandsindelingenvoor camera’s).P1 SELECT OK SETQUALITYSUPER FINEFINENORMALP1 SELECT OK SETQUALITYSUPER FINEFINENORMAL

DE OPNAMEFUNCTIE INSTELLENWHITE BALANCE (WITBALANS)De kleuren van de opgenomen beelden kunnen veranderen afhankelijk van hetbeschikbare licht.Met de instelling voor de witbalans kunt u de kleuren aanpassen zodat deze er natuurlijkeruitzien.Deze instelling blijft actief totdat de camera wordt uitgeschakeld.1. Zet de camera aan.2. Draai de schijf voor modusselectie in de modusSTILSTAAND BEELD of of de modus MACRO-OPNAME.3. Schakel het LCD-display niet uit.4. Druk op de menuknop om het menu weer te geven op hetLCD-display . Druk op de knop OMHOOG ( ) / OMLAAG( ) en selecteer [WHITE BALANCE].5. U kunt de cursor naar het submenu [WHITE BALANCE]verplaatsen door op de knop RECHTS ( ) te drukken.6. Selecteer het gewenste submenu door op de knopOMHOOG ( ) of OMLAAG ( ) te drukken.De standaardwaarde is AUTO.7.

GEAVANCEERDE FUNCTIESDE OPNAMEFUNCTIE INSTELLENReferentieUitleg submenu W.BALANCE- AUTO : De camera selecteert automatisch de juiste witbalans, afhankelijk van deomgevingsverlichting.- DAYLIGHT : Voor opnames buitenshuis.- FLUORESCENT : Voor het maken van foto's bij een fluorescerende verlichting.- TUNGSTEN : Voor het maken van opnames bij kunstlicht (gewone gloeilamp) enhalogeenverlichting.

DE OPNAMEFUNCTIE INSTELLENEXPOSURE (BELICHTING)Deze camera past automatisch de belichtingsinstelling aan op basis van deomgevingsverlichting. U kunt de belichtingswaarde echter wijzigen met behulp van hetsubmenu [EXPOSURE].Deze functie kan worden gebruikt in de opnamemodi voor stilstaand beeld en macro-opname.Als u de belichtingswaarde verhoogt, krijgt u een lichtere foto.Als u de belichtingswaarde verlaagt, wordt de foto donkerder.1. Zet de camera aan.2. Draai de schijf voor modusselectie in de modusSTILSTAAND BEELD of de modus MACRO-OPNAME.3. Schakel het LCD-display niet uit.4. Druk op de menuknop om het menu weer te geven ophet LCD-display . Druk op de knop OMHOOG ( ) / OMLAAG ( ) enselecteer [EXPOSURE].5. U kunt [EV] selecteren door op de knop RECHTS ( )te drukken.6.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Samsung Digimax 340 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden