QuickMill 810 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van QuickMill 810 (66 pagina’s), behorend tot de categorie Koffiezetapparaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 13 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over QuickMill 810 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | QuickMill |
| Categorie: | Koffiezetapparaat |
| Model: | 810 |
Handleiding QuickMill 810 – volledige tekst
2CONFORMITEITSVERKLARINGNOKIA CORPORATION verklaart hierbij dat dit TFE-4R product voldoet aan de essentiële vereisten en andere relevante bepalingen van Richtlijn 1999/5/EG. Het product voldoet aan de limieten zoals gedefinieerd in Richtlijn 2004/104/EC (amendement op Richtlijn 72/245/EEC), bijlage I, alinea 6. 5, 6. 6, 6. 8 en 6. 9. Een kopie van de conformiteitsverklaring kunt u vinden op de volgende website: http://www. nokia. com/phones/declaration_of_conformity/. © 2005-2006 Nokia. Alle rechten voorbehouden. Onrechtmatige reproductie, overdracht, distributie of opslag van dit document of een gedeelte ervan in enige vorm zonder voorafgaande geschreven toestemming van Nokia is verboden. Nokia, Nokia Connecting People en de NaviTM-knop zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Nokia Corporation.
Namen van andere producten en bedrijven kunnen handelsmerken of handelsnamen van de respectievelijke eigenaren zijn. Bluetooth is a registered trademark of Bluetooth SIG, Inc. Nokia voert een beleid dat gericht is op continue ontwikkeling. Nokia behoudt zich het recht voor zonder voorafgaande kennisgeving wijzigingen en verbeteringen aan te brengen in de producten die in dit document worden beschreven. In geen geval is Nokia aansprakelijk voor enig verlies van gegevens of inkomsten of voor enige bijzondere, incidentele, onrechtstreekse of indirecte schade. De inhoud van dit document wordt zonder enige vorm van garantie verstrekt.
Tenzij vereist krachtens het toepasselijke recht, wordt geen enkele garantie gegeven betreffende de nauwkeurigheid, betrouwbaarheid of inhoud van dit document, hetzij uitdrukkelijk hetzij impliciet, daaronder mede begrepen maar niet beperkt tot impliciete garanties betreffende de verkoopbaarheid en de geschiktheid voor een bepaald doel. Nokia behoudt zich te allen tijde het recht voor zonder voorafgaande kennisgeving dit document te wijzigen of te herroepen.
Inhoudsopgave3InhoudsopgaveVoor uw veiligheid. 5Algemene informatie. 7Overzicht van de autotelefoon en bijbehorende apparatuur. 7Voordat u de telefoon in gebruik neemt. 11Stickers in het pakket. 11Toegangscodes voor de SIM-kaart. 12De autotelefoon. 13Display. 13Displaypictogrammen. 13Basisonderdelen van de telefoonhoorn. 15Aan de slag. 18De SIM-kaart installeren. 18Schakelen tussen aan/uit- en uit-stand. 19Belfuncties. 20Voicedialling. 20Een contactpersoon bellen (naam zoeken). 20Nummer herhalen. 21Een nummer bellen via het toetsenblok. 21Een nummer bellen via de Navi-knop. 21Lijst met favorieten. 21Wachtfunctie. 21Opties tijdens een gesprek. 22Het menu gebruiken. 25Een menufunctie activeren. 25Overzicht van de menufuncties. 25Menufuncties. 28Berichten. 28Oproepregistratie. 31Contacten. 33Tonen. 35Instellingen. 36Spraak. 44Recorder. 47Draadloze Bluetooth-technologie. 49Gebruikersgegevens.
Voor uw veiligheid5Voor uw veiligheidLees deze eenvoudige richtlijnen. Het overtreden van de regels kan gevaarlijk of onwettig zijn. Meer gedetailleerde informatie vindt u in de gebruikershandleiding. UIT-STANDAls het gebruik van een mobiele telefoon niet is toegestaan of tot storing of gevaarlijke situaties kan leiden, moet u de autotelefoon in de uit-stand zetten. U doet dit door ingedrukt te houden terwijl het contactslot is ingeschakeld. VERKEERSVEILIGHEID HEEFT VOORRANGHet veilig besturen van een voertuig in het verkeer vereist alle aandacht van een automobilist. Gebruik uw autotelefoon alleen als de verkeerssituatie het toelaat. Ga ook na of er in de lokale wetgeving beperkingen zijn opgelegd met betrekking tot het mobiel bellen tijdens het autorijden. STORINGAlle draadloze telefoons zijn gevoelig voor storing. Dit kan de werking van de telefoon beïnvloeden.
SCHAKEL DE AUTOTELEFOON UIT TIJDENS HET TANKENZet de autotelefoon in de uit-stand wanneer u bij een benzinestation bent. Gebruik de telefoon niet in de nabijheid van benzine of chemicaliën. SCHAKEL DE AUTOTELEFOON UIT IN DE BUURT VAN EXPLOSIEVENZet de autotelefoon in de uit-stand in een omgeving waar met explosieven wordt gewerkt. Houd u aan beperkende maatregelen en volg eventuele voorschriften of regels op. DESKUNDIGE INSTALLATIE EN SERVICELaat alleen bevoegd personeel het apparaat installeren of repareren. AANSLUITEN OP ANDERE APPARATENWanneer u het apparaat op een ander apparaat aansluit, dient u eerst de handleiding bij het desbetreffende apparaat te raadplegen voor uitgebreide veiligheidsinstructies. Sluit geen incompatibele producten aan. ALARMNUMMER KIEZENControleer of de telefoon ingeschakeld en operationeel is. XHoud ingedrukt totdat Noodoproep doen. op het display verschijnt.
Netwerkdiensten6BELLENZorg ervoor dat het contactslot van de auto is ingeschakeld. Selecteer het gewenste telefoonnummer of toets het telefoonnummer, inclusief het netnummer, in en druk vervolgens op . Als u een gesprek wilt beëindigen, drukt u op . Als u een oproep wilt beantwoorden, drukt u op .ANTENNEVanwege de voorwaarden voor blootstelling aan RF-signalen van mobiele zendapparaten, geldt dat u minimaal 20 cm afstand moet houden tussen de antenne en individuen.ZEKERINGEN VERVANGENVervang gesprongen zekeringen door een zekering van hetzelfde type en van dezelfde grootte. Gebruik nooit een zekering met een hoger amperage!NetwerkdienstenDe mobiele telefoon zoals beschreven in deze handleiding is goedgekeurd voor gebruik in de (E)GSM 900- en GSM 1800-netwerken.Sommige functies die in deze handleiding worden beschreven, zijn netwerkdiensten.
Dit zijn speciale diensten waarop u zich via uw netwerkexploitant kunt abonneren. U kunt pas gebruik maken van deze diensten nadat u zich via de exploitant van uw thuisnet op de gewenste dienst(en) hebt geabonneerd en u de gebruiksinstructies hebt ontvangen. OpmerkingHet is mogelijk dat sommige netwerken geen ondersteuning bieden voor bepaalde taalafhankelijke tekens en/of diensten.Gebruik van accessoires Waarschuwing!Gebruik alleen accessoires die door de fabrikant van de telefoon zijn goedgekeurd voor gebruik met dit type telefoon. Het gebruik van andere typen kan de goedkeuring en garantie doen vervallen en kan bovendien gevaarlijk zijn.Vraag uw leverancier naar de beschikbare goedgekeurde accessoires.
Algemene informatie71. Algemene informatieOverzicht van de autotelefoon en bijbehorende apparatuurHieronder worden de verschillende onderdelen van de autotelefoon beschreven:Apparatuur voor de autotelefoon1. Radio-eenheid TFE-4RDe radio-eenheid is een (E)GSM 900/1800-autotelefoon waarin de draadloze technologie van Bluetooth is ingebouwd. Hierop kunt u een compatibele externe GSM-antenne en compatibele externe apparaten aansluiten, hetzij draadloos via Bluetooth-technologie, hetzij met een RS232-adapterkabel.2. Display XDW-1RHet afzonderlijke display is uitgerust met vrij grote, makkelijk leesbare lettertypen, handige door de gebruiker aan te passen display-instellingen en automatische verlichting die voor gebruik overdag en ‘s nachts kan worden geconfigureerd.3.
Telefoonhoorn HSU-4De telefoonhoorn bevat verschillende functie-elementen (toetsen en NaviTM-knop), een alfanumeriek toetsenblok, een microfoon en een oorstuk.De hoorn is zo ontworpen dat de belangrijkste telefoonfuncties direct en intuïtief te gebruiken zijn.4. Luidspreker SP-2De aparte luidspreker zorgt voor een uitstekende geluidskwaliteit voor de akoestische signalen uit de autotelefoon en voor de telefoongesprekken die u voert. Als u in plaats hiervan de luidsprekers van uw autoradio wilt gebruiken, moet u de installateur van de autotelefoon om advies vragen. Het kan namelijk zijn dat de autotelefoon niet compatibel is met het autoradiosysteem.5. Microfoon MP-2De meegeleverde handenvrije microfoon is speciaal ontworpen voor gebruik in de auto.
Overzicht van de autotelefoon en bijbehorende apparatuur8mede afhankelijk van de locatie waar de microfoon wordt gemonteerd. Zie "Installatie" op pagina 57.6. Systeemkabels PCU-4Er wordt een set kabels meegeleverd waarmee u het apparaat op de stroomvoorziening en het contactslot kunt aansluiten en waarmee u het geluid van de radio kunt dempen.7. GSM-antenne (niet meegeleverd)Het aansluiten van de radio-eenheid op een compatibele externe GSM-antenne zorgt voor optimale prestaties bij draadloos gebruik van de autotelefoon.8. RS232-kabel AD-3Met een RS232-adapterkabel kunt u de autotelefoon gemakkelijk aansluiten op de seriële poort van een compatibele laptopcomputer. Apparatuur en kabelverbindingen van de autotelefoon
Overzicht van de autotelefoon en bijbehorende apparatuur9Speciale functiesVoor extra veiligheid en bedieningsgemak bij mobiel bellen in de auto is de autotelefoon voorzien van een aantal functies die speciaal ontworpen zijn voor gebruik in de auto. Hierna wordt een aantal van deze functies toegelicht:VoicediallingU kunt een nummer kiezen door het spraaklabel uit te spreken dat u aan een contactpersoon hebt toegekend. U kunt aan 12 contactpersonen een spraaklabel toekennen. Als u vanuit de standby-modus wilt bellen, hoeft u alleen maar op de toets op de telefoonhoorn te drukken en het gewenste spraaklabel uit te spreken. OpmerkingAls u een contactpersoon met voicedialling wilt kunnen opbellen, moet u een spraaklabel opnemen voor het nummer dat in de autotelefoon is opgeslagen. Zie "Voicedialling" op pagina 20 en "Spraak" op pagina 44 voor meer informatie.
SpraakopdrachtenEr zijn verschillende telefoonfuncties die met een spraakopdracht kunnen worden geactiveerd. U kunt maximaal drie spraaklabels voor spraakopdrachten toevoegen. U kunt de spraakopdracht op dezelfde manier activeren als wanneer u belt met behulp van een spraaklabel. Druk vanuit de standby-modus op de toets op de telefoonhoorn en spreek de opdracht voor de gewenste functie uit. OpmerkingAls u een gewenste functie met een spraakopdracht wilt kunnen activeren, moet u een spraaklabel opnemen voor deze functie in de autotelefoon. Zie "Spraakopdrachten" op pagina 45 voor meer informatie. Opname-eenheidDeze functie werkt als een dictafoonwaarmee u persoonlijke spraakmemo’skunt opnemen. U kunt 10 spraakmemo'sopnemen met een totale duur van drieminuten. U kunt de opname starten vanuit standby door op detoets op de telefoonhoorn te drukken en deze toets ingedruktte houden.
Contactpersonen van een mobiele telefoon kopiërenAls u een compatibele mobiele telefoon hebt met ondersteuning voor Bluetooth-technologie, kunt u contactpersonen van de mobiele telefoon naar de autotelefoon kopiëren. Voor het downloaden van de lijst met contactpersonen kunt u een persoonlijke spraakopdracht gebruiken (bijvoorbeeld "Contactpersonen kopiëren") of Contacten downloaden. in het menu Gebr. ggvns selecteren. Zie "Gebruikersgegevens" op pagina 52 voor meer informatie.
Overzicht van de autotelefoon en bijbehorende apparatuur10 OpmerkingU kunt deze functie alleen gebruiken als de mobiele telefoon en de autotelefoon via draadloze Bluetooth-technologie aan elkaar zijn gepaard. Zie "Draadloze Bluetooth-technologie" op pagina 49 voor meer informatie.Meerdere gebruikersMet deze functie kunt u persoonlijke items of telefooninstellingen onder twee verschillende gebruikersprofielen opslaan. Zo kunt u bijvoorbeeld contactpersonen, spraaklabels voor voicedialling en spraakopdrachten of beltonen opslaan voor twee gebruikers die u met dezelfde SIM-kaart via de autotelefoon kunt activeren. U hebt toegang tot uw eigen gegevens als uw persoonlijke gebruikersprofiel actief is.Overschakelen op draadloze hoofdtelefoonDeze functie ondersteunt het gebruik van compatibele hoofdtelefoons met Bluetooth-technologie.
Tijdens het bellen kunt u overschakelen van de handenvrije modus, waarbij de microfoon en de luidspreker van de autotelefoon worden gebruikt, op een draadloze hoofdtelefoon die prettig en makkelijk in het gebruik is. Druk op de toets op de hoorn van de autotelefoon om inkomende of reeds gestarte oproepen over zetten op de draadloze hoofdtelefoon. OpmerkingU kunt deze functie alleen gebruiken als de draadloze hoofdtelefoon en de autotelefoon via draadloze Bluetooth-technologie aan elkaar zijn gepaard. Zie "Draadloze Bluetooth-technologie" op pagina 49 voor meer informatie.Snel toegang tot contactpersonenU kunt als volgt een contactpersoon snel opbellen:XGa in de standby-display naar de eerste letter van de naam van de contactpersoon en druk op . XGa naar de naam en druk op om het nummer te kiezen.
Voordat u de telefoon in gebruik neemt11Mobiele gegevenscommunicatie via draadloze Bluetooth-technologie of een RS232-kabelDe autotelefoon heeft een handige functie waarmee u compatibele externe apparaten zoals een laptopcomputer of compatibele in de auto ingebouwde systemen op de autotelefoon kunt aansluiten, hetzij draadloos via Bluetooth-technologie, hetzij via een RS232-kabel.Hierdoor kunt u gebruikmaken van GSM-gegevensdiensten zoals GPRS of HSCSD voor bijvoorbeeld mobiele faxtransmissie, Internet-toegang of wagenparkbeheer. Zie "Gegevensoverdracht via de RS232-interface" op pagina 56 voor meer informatie.SIM-kaartU moet een SIM-kaart in de radio-eenheid plaatsen om de autotelefoon te kunnen gebruiken.
Zie "De SIM-kaart installeren" op pagina 56 voor meer informatie.Handige volumeregeling met NaviTM-knopMet kunt u de beltoon voor inkomende oproepen gemakkelijk op het gewenste volume instellen. Ook kunt u met tijdens een telefoongesprek het volume van de luidspreker regelen.Voordat u de telefoon in gebruik neemtHoud bij het gebruik van de autotelefoon rekening met het volgende:yDe autotelefoon wordt automatisch ingeschakeld zodra u het contactslot inschakelt.yAls u het contactslot uitschakelt, wordt de autotelefoon niet automatisch uitgeschakeld. De telefoon blijft zo lang ingeschakeld als is ingesteld met de functie Uitschakeltimer. Zie "Uitschakeltimer" op pagina 40 voor meer informatie. OpmerkingControleer regelmatig of de apparatuur van de autotelefoon nog steeds goed is bevestigd en naar behoren functioneert.Voor het gebruik van de autotelefoon hebt u een geldige SIM-kaart nodig.
Toegangscodes voor de SIM-kaart12Toegangscodes voor de SIM-kaartyPIN-code (4-8 cijfers): De PIN-code (Personal Identification Number) beschermt de SIM-kaart tegen ongeoorloofd gebruik. De PIN-code wordt gewoonlijk bij de SIM-kaart verstrekt.Bij sommige serviceproviders kunt u ervoor kiezen dat u bij het inschakelen geen PIN-code hoeft in te voeren.yPIN2-code (4-8 cijfers): De PIN2-code wordt bij sommige SIM-kaarten verstrekt en is nodig om bepaalde functies te activeren.yDe PUK-code en PUK2-code (8 cijfers):De PUK-code (Personal Unblocking Key) is vereist voor het wijzigen van een geblokkeerde PIN-code. De PUK2-code is vereist voor het wijzigen van een geblokkeerde PIN2-code. OpmerkingAls u deze codes niet bij uw SIM-kaart hebt gekregen, neemt u contact op met de serviceprovider.
De autotelefoon132. De autotelefoonDisplayWanneer de telefoon gereed is voorgebruik en er nog geen tekens zijningevoerd, wordt het standby-dis-play weergegeven (zie afbeelding).Ook wordt het logo van denetwerkexploitant weergegeven.Als u een functie wilt activeren meteen spraaklabel, moet u eerst hetspraakdisplay weergeven. Druk hi-ervoor op in het standby-dis-play.Zie "Achtergrondverlichting" op pagina 39 voor informatie overhet aanpassen van de helderheid van het display voor betereleesbaarheid.DisplaypictogrammenHieronder worden de pictogrammen beschreven die op het display te zien zijn.Toont de signaalsterkte van het netwerk op de huidige locatie. Hoe hoger de balk, des te sterker het signaal.Geeft aan dat er een gesprek gaande is.U hebt een of meerdere tekstberichten ontvangen. Geeft aan dat er ongelezen tekstberichten zijn.De doorschakelfunctie is ingeschakeld (netwerkdienst).
Zie "Doorschakelen (netwerkdienst)" op pagina 37.De thuiszonedienst is ingeschakeld (netwerkdienst). U kunt cijfers intoetsen. Draai de Navi-knop naar links. U kunt nu spreken.Draai de Navi-knop naar rechts.U kunt nu letters intoetsen.
Displaypictogrammen14Geeft aan dat roaming geactiveerd is.De coderingsfunctie is door het netwerk uitgeschakeld.De beltoon is uitgeschakeld.De draadloze Bluetooth-technologie is geactiveerd. Zie "Draadloze Bluetooth-technologie" op pagina 49.Gebruikersprofiel 1 is in gebruik.Zie "Contacten downloaden" op pagina 52. Gebruikersprofiel 2 is in gebruik.Zie "Contacten downloaden" op pagina 52.OproeppictogrammenGeeft aan dat er een spraakoproep actief is.Geeft aan dat een spraakoproep is afgebroken. Spraakoproepen zijn overgeschakeld naar de hoofdtelefoon.Gegevenscommunicatie is actief.Faxcommunicatie is actief.Er is een GPRS-verbinding tot stand gebracht.Het gesprek is in de wacht gezet.Algemene pictogrammenGeeft aan dat er handmatig naar een netwerk wordt gezocht.Geeft aan dat er ongelezen tekstberichten zijn.
Als dit pictogram knippert, is het geheugen vol.Geeft aan dat er een visitekaartje wordt doorgestuurd.Deze instelling is geactiveerd.Het volume van de hoofdtelefoon kan worden aangepast.Het volume van de beltoon kan worden aangepast.Het volume van de luidspreker kan worden aangepast.Het display voor gebruik overdag is geactiveerd.Het display voor gebruik ‘s nachts is geactiveerd.Pictogrammen voor opnamefunctiesDe opnamefunctie is ingeschakeld.De opname wordt afgespeeld.Pictogrammen voor Bluetooth-functiesEen apparaat met Bluetooth-technologie is gepaard aan de autotelefoon.Draadloze Bluetooth-technologie is geactiveerd.
Basisonderdelen van de telefoonhoorn15MeldingspictogrammenGeeft aan dat een item is gewist.Geeft aan dat de invoer onjuist of ongeldig is.Bevestiging van een gekozen instelling of optie.Geeft aan dat er aanvullende informatie is.Duidt op een waarschuwing.Geeft aan dat uw tekstbericht wordt verzonden (niet dat het bericht ook is ontvangen).Basisonderdelen van de telefoonhoornDe telefoonhoorn bestaat uit de functie-elementen, het alfanumerieke toetsenblok, de microfoon en de hoorn.Functie-elementenDe functie-elementen bestaan uit vier toetsen en een Navi-knop.
Afhankelijk van de gekozen instelling zijn de volgende opties beschikbaar:Houd deze toets ingedrukt– om het alarmnummer te bellen.Druk op deze toets– om een inkomende oproep te beantwoorden.– om een lijst weer te geven met de laatste tien telefoonnummers die u hebt gebeld of geprobeerd te bellen.– om een nummer te kiezen.Houd deze toets ingedrukt– om tekst, cijfers of andere ingevoerde gegevens te verwijderen.– om terug te gaan naar het standby-display.
Basisonderdelen van de telefoonhoorn16Navi-knopDraai de Navi-knop om het volume van de beltoon vooreen inkomende oproep te regelen of om tijdens een tele-foongesprek het volume van de luidspreker te regelen. Ukunt de Navi-knop ook gebruiken om door een menu tebladeren. Draai de Navi-knop in het standby-display naar linksom een telefoonnummer in te voeren. In het spraakdisplaykunt u de Navi-knop naar links draaien om door de spraa-kopdrachten te bladeren. Draai de Navi-knop in het standby-display naar rechtsom een contactpersoon te zoeken. In het spraakdisplaykunt u de Navi-knop naar rechts draaien om door detoegekende spraaklabels te bladeren, zodat u met voice-dialling een nummer kunt kiezen.
Druk op de Navi-knopom een functie in een bepaalde context te activeren:– het menu weergeven en een item selecteren– een item in een lijst selecteren– opties activeren en een item selecterenMet deze toets kunt u de volgende functies activeren vanuit het standby-display:XDruk op de toets om de luidspreker uit te schakelen. Een inkomende oproep wordt aangeduid door een knipperend display. XHoud de toets ingedrukt om de autotelefoon in de uit-stand te zetten. Druk nogmaals op deze toets om terug te keren naar het standby-display. XDruk op de toets om inkomende of reeds gestarte oproepen over te zetten van de autotelefoon op een compatibele, gepaarde hoofdtelefoon. Druk nogmaals om weer terug te schakelen. Met deze toets kunt u de volgende spraakfuncties activeren vanuit het standby-display:XDruk op de toets om voicedialling en spraakopdrachten te activeren.
XHoud de toets ingedrukt om de opnamefunctie te activeren (kan ook tijdens een telefoongesprek). Alfanumeriek toetsenblokGebruik dit toetsenblok om cijfers (0-9), letters en andere tekens in te voeren. Aan elke toets zijn meerdere tekens toegekend. Druk net zo vaak op een toets totdat het gewenste teken wordt weergegeven. Ga als volgt te werk om cijfers en letters in te voeren.
Basisonderdelen van de telefoonhoorn17XAls u speciale tekens wilt invoeren, drukt u herhaaldelijk op .XAls u een spatie wilt invoeren, drukt u op .XAls u wilt schakelen tussen hoofdletters en kleine letters, drukt u op . XGebruik de Navi-knop om de cursor in de ingevoerde tekst te verplaatsen. Als u bijvoorbeeld de letter C wilt invoeren, drukt u drie keer op . Zodra rechts van de ingevoerde letter een knipperende cursor verschijnt, kunt u het volgende teken selecteren. Herhaal deze stappen tot de invoer is voltooid. OpmerkingBovenstaande procedure geldt alleen voor het invoeren van tekst. Waarschuwing!Wanneer u klaar bent met het gebruik van de handset, plaatst u deze terug in de houder. Een losse handset kan lichamelijk letsel veroorzaken als u hard moet remmen of een ongeluk krijgt.
Aan de slag183. Aan de slagDe SIM-kaart installeren Waarschuwing!Houd alle kleine SIM-kaarten buiten bereik van kleine kinderen. OpmerkingDe SIM-kaart en de contactpunten van de kaart kunnen gemakkelijk door krassen of buigen worden beschadigd. Wees daarom voorzichtig wanneer u de kaart vastpakt, plaatst of verwijdert.XSchakel het contactslot van de auto uit voordat u de SIM-kaart plaatst.XDruk voorzichtig op het palletje op de behuizing van de radio-eenheid (1) om de klep te openen en omhoog te tillen (2).XSchuif de SIM-kaarthouder (3) in de aangegeven richting om deze te ontgrendelen. XOpen de SIM-kaarthouder door deze aan één kant omhoog te tillen (4).XPlaats de SIM-kaart voorzichtig in de houder (5).
Zorg ervoor dat de SIM-kaart juist is geplaatst en dat de goudkleurige contactpunten naar u toe zijn gericht.XDuw de SIM-kaarthouder weer op zijn plaats en klik de houder vast door deze in de aangegeven richting te schuiven. Sluit het klepje van de radio-eenheid en zorg ervoor dat deze vastklikt.
Schakelen tussen aan/uit- en uit-stand19Schakelen tussen aan/uit- en uit-stand Waarschuwing. Als het gebruik van een mobiele telefoon niet is toegestaan of tot storing of gevaarlijke situaties kan leiden, moet u de autotelefoon in de uit-stand zetten. De autotelefoon is dan uitgeschakeld, ook als het contactslot van de auto is ingeschakeld. De telefoon inschakelenU schakelt de autotelefoon in door de contactsleutel om te draaien. De autotelefoon is aangesloten op het ontstekings-systeem, dus zodra het contactslot is ingeschakeld, is ook de telefoon automatisch ingeschakeld. Als het bericht SIM geweig. op het display verschijnt, neemt u contact op met de netwerkexploitant of serviceprovider. Als de PIN-code wordt gevraagd, geeft u deze code op (weergegeven als ****). Druk op om de PIN-code te bevestigen. Zie "PIN-code wijzigen" op pagina 42 voor meer informatie.
Als u de juiste PIN-code hebt ingevoerd, wordt automatisch het gebruikersprofiel geactiveerd waarmee de telefoon het laatst is gebruikt. Als er voor dit gebruikersprofiel geen telefoonlijst-items in het geheugen van de autotelefoon zijn opgeslagen, wordt u gevraagd of u de contactpersonen van het SIM-kaartgeheugen naar het geheugen van de autotelefoon wilt kopiëren. OpmerkingDe telefoonlijstitems die op de autotelefoon worden weergegeven zijn afkomstig uit het interne geheugen van de autotelefoon en niet van de SIM-kaart. De telefoon uitschakelenAls u het contactslot uitschakelt, wordt de autotelefoon niet automatisch uitgeschakeld. De telefoon blijft zo lang ingeschakeld als is ingesteld met de functie Uitschakeltimer. Als de ingestelde tijd is verstreken, wordt de telefoon automatisch uitgeschakeld. OpmerkingDe fabrieksinstelling voor de uitschakeltimer is vijf minuten.
Belfuncties204. BelfunctiesVoicediallingU kunt een nummer kiezen door het spraaklabel uit te spreken dat aan een nummer in de lijst met contactpersonen is toegekend. U kunt aan maximaal twaalf nummers een naamlabel in de lijst met contactpersonen toekennen. Als spraaklabel kunt u elk gesproken woord (of meerdere woorden) gebruiken, bijvoorbeeld de naam van een persoon.Houd rekening met het volgende voordat u voicedialling gebruikt:yVoicelabels zijn niet taalgevoelig. Ze zijn afhankelijk van de stem van de spreker.ySpraaklabels zijn gevoelig voor achtergrondgeluiden. Neem de opdrachten op en gebruik ze in een rustige omgeving.yU moet het spraaklabel exact zo uitspreken zoals u het hebt opgenomen.yErg korte namen worden niet geaccepteerd. Gebruik lange namen en vermijd het gebruik van soortgelijke namen voor verschillende nummers.
OpmerkingHet gebruik van spraaklabels kan moeilijkheden opleveren in een drukke omgeving of tijdens een noodgeval. Voorkom dus onder alle omstandigheden dat u uitsluitend van voicedialling afhankelijk bent. OpmerkingZie "Spraaklabels" op pagina 44 voor informatie over het toekennen van een spraaklabel aan een contactpersoon.XAls u via voicedialling een nummer wilt kiezen, drukt u op om het spraakdisplay weer te geven. U ziet het bericht Nu spreken op het display.XSpreek het label voor het gewenste nummer luid en duidelijk uit.Het opgenomen spraaklabel wordt afgespeeld en het bijbehorende nummer wordt automatisch gekozen.Een contactpersoon bellen (naam zoeken)XZoek in het standby-display naar de gewenste beginletter en druk op om de namen weer te geven die met deze letter beginnen.XGa naar de gewenste naam en druk op om het nummer te kiezen.
OpmerkingU kunt aan elke contactpersoon maximaal vijf telefoonnummers toekennen. Het eerste nummer dat onder een naam wordt opgeslagen, wordt automatisch als standaardnummer ingesteld en wordt aangeduid met (Algemeen). Andere typen nummers zijn (Mobiel), (Thuis), (Werk) en (Fax).
Nummer herhalen21U kunt als volgt een van de andere nummers bellen die bij een naam zijn opgeslagen:XDruk op en ga naar het gewenste symbool of telefoonnummer.XDruk op om het nummer te bellen.Nummer herhalenAls u een nummer dat u onlangs hebt gebeld opnieuw wilt bellen, kunt u een lijst weergeven met de laatste tien nummers die u hebt gebeld of geprobeerd te bellen.XDruk in het standby-display op .XGa naar het gewenste nummer of de gewenste naam.XDruk op om het nummer te bellen.Een nummer bellen via het toetsenblokU kunt iemand ook bellen door het telefoonnummer op te geven.XDruk in het standby-display op de cijfertoetsen tot en met voor het gewenste telefoonnummer.XAls u een verkeerd cijfer hebt opgegeven, drukt u op om het te verwijderen.XDruk op om het nummer te bellen dat op het display staat.Een nummer bellen via de Navi-knopU kunt de Navi-knop gebruiken om een telefoonnummer in te voeren en te bellen.XGa in het standby-display naar het eerste cijfer van het telefoonnummer en druk op .XHerhaal deze stap voor de andere cijfers totdat het volledige telefoonnummer op het display staat.XDruk op om het nummer te bellen.Lijst met favorietenU kunt 12 contactpersonen aan deze lijst toevoegen.
Met deze lijst hebt u toegang tot de nummers die u vaak belt.U kunt de lijst als volgt weergeven vanuit het standby-display:XDruk op .XGa naar het gewenste item en druk op .XVolg de instructies op het display. XDruk op om het nummer te bellen.WachtfunctieAls de optie Wachtfunctie (netwerkdi-enst) is geactiveerd, wordt u tijdens eentelefoongesprek gewaarschuwd dat ereen inkomende oproep is. U kunt dittweede gesprek vervolgens aannemen. Als u de wachtfunctie in de autotelefoon wilt gebruiken, moet u de functie eerst activeren:XDruk in het standby-display op .
Opties tijdens een gesprek22XGa naar Instellingen en druk op .XGa naar Oproepinstellingen en druk op .XGa naar Wachtfunctie en druk op .XGa naar de gewenste instelling en druk op . De volgende opties zijn beschikbaar:yActiverenMet deze optie schakelt u de wachtfunctie in. yAnnulerenMet deze optie schakelt u de wachtfunctie uit. yStatus contr.Met deze optie kunt u controleren of deze service is in- of uitgeschakeld voor de autotelefoon.XDruk op om een inkomende oproep te beantwoorden terwijl u een telefoongesprek voert. Het eerste gesprek wordt in de wacht gezet. XDruk op om het actieve gesprek te beëindigen en terug te keren naar het gesprek in de wacht.XDruk op om te schakelen tussen het actieve gesprek en het gesprek in de wacht.
Het andere gesprek wordt in de wacht gezet.XDruk op om het actieve gesprek te beëindigen.Zie "Wachtfunctie (netwerkdienst)" op pagina 38 voor meer informatie.Opties tijdens een gesprekDe volgende opties zijn beschikbaar tijdens een actief gesprek:yMicrofoon uityDTMF verz.yContactenU kunt deze opties als volgt activeren:XDruk tijdens een gesprek op om de opties weer te geven.XGa naar de gewenste optie en druk op .XVolg de instructies op het display. Microfoon uitAls u een gesprek wilt dempen, select-eert u Microfoon uit om te microfoon uitte schakelen.
De tekst Uit wordt weerge-geven.XDruk tijdens een actief gesprek op .XGa naar Uit en druk op om het gesprek te dempen.XDruk op om de microfoon weer in te schakelen.DTMF-tonen verzendenDTMF-toonreeksen kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt om wachtwoorden te verzenden, om uw antwoordapparaat te bereiken, of om een automatisch spraaksysteem te besturen. XDruk tijdens een gesprek op .XGa naar DTMF verz. en druk op .
Opties tijdens een gesprek23XGa naar rechts naar de lijst met contactpersonen en selecteer een vooraf gedefinieerde en opgeslagen reeks cijfers. XGa naar links en voer een reeks cijfers in. XDruk op om het gewenste item te selecteren. XAls u de lijst met contactpersonen hebt geopend, gaat u naar de gedefinieerde reeks en drukt u op. ofXAls u de gewenste reeks wilt invoeren, gebruikt u het toetsenblok. Zie "Basisonderdelen van de telefoonhoorn" op pagina 15 voor meer informatie. Zodra u een cijfer selecteert, wordt het direct verzonden als DTMF-toon. XDruk op om deze optie uit te schakelen en terug te gaan naar het gespreksdisplay. De oproep blijft actief. OpmerkingU kunt de DTMF-reeks opslaan als contactpersonen. Zie "Een naam toevoegen" op pagina 33 voor meer informatie over het toevoegen van items aan contactpersonen.
ContactenTijdens het bellen kunt u de lijst met contactpersonen weergeven om bijvoorbeeld een nummer op te zoeken of de beller een bepaald nummer te geven. U kunt als volgt contacten weergeven:XDruk tijdens een gesprek op. XZoek naar de gewenste beginletter en druk op om de namen weer te geven die met deze letter beginnen. XGa naar de gewenste naam en druk op om het nummer weer te geven. XDruk op om de lijst met contactpersonen af te sluiten. De oproep blijft actief. Het luidsprekervolume aanpassenXTijdens een telefoongesprek kunt u het volume van de luidspreker regelen met. Een inkomende oproep beantwoorden of weigerenU kunt een inkomende oproep beantwoorden of weigeren. XDruk op om een inkomende oproep te beantwoorden. Druk op om het gesprek te beëindigen. XDruk op om een inkomende oproep te weigeren.
Als de functie Doorschakelen bij bezet (netwerkdienst) is geactiveerd en inkomende oproepen naar een ander nummer worden doorgeschakeld, bijvoorbeeld het nummer van uw voicemailbox, worden alle geweigerde oproepen ook naar dit nummer doorgeschakeld. Zie "Doorschakelen (netwerkdienst)" op pagina 37 voor meer informatie.
Opties tijdens een gesprek24 Waarschuwing!Houd u aan de lokale wetgeving met betrekking tot het opnemen van gesprekken. Gebruik deze functie niet op onrechtmatige wijze.XHoud ingedrukt als u tijdens een telefoongesprek een opname wilt starten.XDruk op om de opname te stoppen.Zie "Recorder" op pagina 47 voor meer informatie.XDruk tijdens een actief gesprek op .XGa naar de gewenste optie en druk op .XVolg de instructies op het display.
Het menu gebruiken255. Het menu gebruikenDe Nokia 810 autotelefoon biedt een uitgebreid scala aan functies, die gegroepeerd zijn in menu's. Een menufunctie activerenDruk vanuit het standby-display op de Navi-knop om het menu te activeren. U kunt als volgt door het menu navigeren:Draai de Navi-knop naar links om van beneden naarboven door een lijst met functies te bladeren.Draai de Navi-knop naar rechts om van boven naar bene-den door een lijst met functies te bladeren.Druk op de Navi-knop om de gewenste optie te selecter-en.Druk op deze toets om invoer te verwijderen. Met deze toets gaat u ook terug naar het vorige menuniveau (zie de lijst met menufuncties).
Menufuncties286. MenufunctiesBerichtenU kunt niet alleen tekstberichten op deautotelefoon ontvangen en lezen, maarook tekstberichten schrijven, verzendenen opslaan. Voordat u tekstberichten kunt verzenden, moet u de benodigdeInstellingen Ber. definiëren. OpmerkingVerkeersveiligheid heeft altijd voorrang. Gebruik de hoorn van de telefoon niet terwijl u een auto bestuurt en gebruik de functies van de autotelefoon alleen als de verkeerssituatie het toelaat. OpmerkingWanneer u berichten verzendt via de SMS-dienst, is het mogelijk dat de woorden Bericht verzonden op het display van de autotelefoon worden weergegeven. Hiermee wordt alleen aangegeven dat het bericht is verzonden naar het nummer van de berichtencentrale dat in de autotelefoon is geprogrammeerd. Dit wil dus niet zeggen dat het bericht de beoogde ontvanger heeft bereikt.
Bericht makenXDruk in het standby-display op .XGa naar Berichten en druk op .XGa naar Bericht maken en druk op . XGebruik het alfanumerieke toetsenblok op de handset om het tekstbericht te schrijven. Zie "Alfanumeriek toetsenblok" op pagina 16 voor meer informatie.XAls u klaar bent met het schrijven van het bericht, drukt u op .De volgende opties zijn beschikbaar:VerzendenU kunt als volgt tekstberichten verzenden:XGa naar Verzenden en druk op .XSelecteer het telefoonnummer van de ontvanger in de lijst met contactpersonen of voer het gewenste nummer in. XDruk op om het bericht te verzenden.Tekst wissenAls u ingevoerde tekst wilt verwijderen, gaat u naar Verwijderen en druk u op .Sjabloon gebruikenU kunt een tekstbericht beantwoorden met behulp van een sjabloon. Zo geeft u de lijst met sjablonen weer:XDruk in het standby-display op .XGa naar Berichten en druk op .
Berichten29XGa naar Sjablonen bekijken en druk op om de lijst weer te geven.XBlader door de lijst met sjablonen en druk op om de gewenste sjabloon te selecteren.XDruk ter bevestiging op .Opslaan als sjabloonMet deze handige optie kunt u een ontvangen tekstbericht opslaan als een sjabloon. Als u de sjabloon wilt gebruiken, selecteert u Antwoorden met sjabloon om de lijst weer te geven en het bericht te verzenden.XGa naar Opslaan als sjabloon en druk op . InboxWanneer u een tekstbericht hebt ont-vangen, worden het pictogram enhet aantal nieuwe berichten op het dis-play weergegeven met de melding nieu-we ber. ontvangen.De tekstberichten worden weergegeven in de volgorde waarin ze zijn ontvangen. Ongelezen tekstberichten worden aangeduid met en gelezen tekstberichten met .Een knipperend SMS-pictogram geeft aan dat het berichtengeheugen vol is.
U kunt pas weer berichten verzenden of ontvangen als u enkele oudere berichten hebt verwijderd.Ga als volgt te werk als u meerdere tekstberichten hebt ontvangen:XDruk in het standby-display op .XGa naar Berichten en druk op .XGa naar en druk op om de lijst met berichten Inboxweer te geven.XGa naar het gewenste bericht en druk op om het te lezen.XGebruik de bladerfunctie om door het bericht te bladeren of naast het bericht ook de naam of het telefoonnummer van de afzender weer te geven en de datum en tijd waarop het bericht is ontvangen. U kunt een geselecteerd bericht op verschillende manieren afhandelen.XDruk op .XGa naar de gewenste optie en druk op .
BellenSelecteer deze optie als u de afzender wilt bellen.BeantwoordenSelecteer deze optie om een antwoord te schrijven op een ontvangen tekstbericht.DoorsturenSelecteer deze optie om een tekstbericht door te sturen naar een ander nummer.Opslaan als sjabloonMet deze handige optie kunt u een ontvangen tekstbericht opslaan als een sjabloon. Als u de sjabloon wilt gebruiken voor een nieuw tekstbericht, selecteert u Antwoorden met sjabloon.
Berichten30VerwijderenSelecteer deze optie om een tekstbericht te verwijderen.Verzonden berichtenU kunt een verzonden bericht openen, de details ervan bekijken of het bericht verwijderen.XDruk in het standby-display op .XSelecteer Berichten en druk op .XGa naar Verzonden berichten en druk op .XGa naar het gewenste bericht en druk op .XDruk ter bevestiging op .XGa naar de gewenste optie en druk op .OpenenMet deze optie opent u het geselecteerde tekstbericht.DetailsSelecteer deze optie om de naam en het telefoonnummer van de ontvanger te zien, alsmede de datum en tijd waarop het tekstbericht is verzonden.VerwijderenMet deze optie verwijdert u een tekstbericht.Instellingen berichtenVoor het verzenden van tekstberichten moet u bepaalde instellingen definiëren in de autotelefoon.Nummer van berichtencentraleU krijgt dit nummer van uw serviceprovider.
OpmerkingMet deze optie slaat u het telefoonnummer van de berichtencentrale op. Dit nummer is nodig voor het verzenden van tekstberichten.Antwoord via zelfde berichtencentrale (netwerkdienst)Antwoorden op tekstberichten worden doorgaans verwerkt door de SMS-centrale waarbij de afzender een abonnement heeft. Met de optie Antwoord via zelfde centrale kan de ontvanger van uw bericht een antwoord sturen via uw berichtencentrale.U kunt als volgt deze instellingen definiëren:XDruk in het standby-display op . XGa naar Instellingen berichten en druk op .XGa naar de gewenste optie en druk op .XVolg de instructies op het display.Sjablonen bekijkenDe autotelefoon bevat vijf standaardsjablonen voor tekstberichten.
Oproepregistratie31XBlader door de lijst met sjablonen en druk op om de gewenste sjabloon te selecteren.XDruk op om de selectie van de sjabloon te bevestigen.XGa naar de gewenste optie en druk op .XVolg de instructies op het display.VerzendenDe geselecteerde sjabloon wordt verzonden.VerwijderenAls u de opgeslagen sjablonen wilt verwijderen, gaat u naar Verwijderen en drukt u op om de sjabloon te verwijderen. OpmerkingU kunt de sjablonen verwijderen die u hebt opgeslagen op basis van ontvangen tekstberichten, maar niet de vijf standaardsjablonen in het geheugen van de autotelefoon zijn opgeslagen.OproepregistratieDe telefoonnummers van gemiste, ontvangen en uitgaande oproepen en de datum en tijd van uw telefoon-gesprekken worden geregistreerd.
OpmerkingGemiste en ontvangen oproepen worden alleen geregistreerd als het netwerk deze functies ondersteunt en als de autotelefoon ingeschakeld is en zich binnen het servicegebied van het netwerk bevindt. OpmerkingU kunt een lijst weergeven van de laatste tien gemiste oproepen of van de tien nummers die u het laatst hebt gebeld. Het meest recente item staat bovenaan in de lijst.Voor elke lijst in de oproepregistratie zijn drie opties beschikbaar: , Bellen Tijd van oproep of Verwijderen.XSelecteer een item in de gewenste lijst en druk op . XGa naar de gewenste optie en druk op .XVolg de instructies op het display.XDruk op om terug te gaan naar het vorige menu of houd de toets ingedrukt om terug te gaan naar het standby-display.
Oproepregistratie32Gemiste oproepenU kunt als volgt een lijst weergeven met de tien laatst geregistreerde oproepen:XDruk in het standby-display op .XGa naar Oproepen en druk op . XGa naar Gemiste oproepen en druk op om de lijst weer te geven.XBlader door de lijst. XHoud ingedrukt om terug te keren naar het standby-display.Ontvangen oproepenU kunt als volgt een lijst weergeven met de nummers van de tien laatst ontvangen oproepen:XDruk in het standby-display op .XGa naar Oproepen en druk op . XGa naar Ontvangen oproepen en druk op om de lijst weer te geven.XBlader door de lijst.Gekozen nummersU kunt een snelle methode gebruiken om vanuit het standby-display de lijst met de tien laatst gekozen nummers weer te geven: houd ingedrukt.U kunt de lijst met gekozen nummers ook als volgt weergeven:XDruk in het standby-display op .XGa naar Oproepen en druk op .
Contacten33ContactenAlle items die u aanmaakt in de lijst met contactpersonen, worden opgeslagen in het interne geheugen van de auto-telefoon. U kunt ook items naar de autotelefoon kopiëren vanaf een SIM-kaart of een compatibele mobiele telefoon met ondersteuning voor draadloze Bluetooth-technologie. Zie "Contacten downloaden" op pagina 52 voor meer informatie. U kunt voor elk gebruikersprofiel maximaal 1000 namen opslaan in het geheugen van de autotelefoon samen met vijf nummers voor elke naam. OpmerkingAls u via draadloze Bluetooth-technologie meer contactpersonen uit het geheugen van een compatibele mobiele telefoon wilt kopiëren dan kunnen worden opgeslagen in het geheugen van de autotelefoon, worden niet alle contactpersonen gekopieerd.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met QuickMill 810 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koffiezetapparaat QuickMill
Handleiding Koffiezetapparaat
Nieuwste handleidingen voor Koffiezetapparaat