Precor TRM 811 Handleiding

Precor Fitness TRM 811

Bekijk gratis de handleiding van Precor TRM 811 (120 pagina’s), behorend tot de categorie Fitness. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 14 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Precor TRM 811 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/120
Bediening en onderhoud
van de P10-console
Precor Incorporated
20031 142nd Avenue NE
P.O. Box 7202
Woodinville, WA USA 98072-4002
P10 OM 302291-571 rev A, nl
januari 2013

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Precor
Categorie: Fitness
Model: TRM 811

Handleiding Precor TRM 811 – volledige tekst

Belangrijke veiligheidsinstructies Belangrijk: Bewaar deze instructies voor toekomstige raadpleging. Lees alle instructies in de documentatie voor uw fitnessapparaat, inclusief de montagehandleidingen, gebruiksaanwijzingen en handleidingen vóór installatie van het apparaat. Opmerking: dit product is bestemd voor commercieel gebruik. Dit apparaat (hierna de console genoemd) is bedoeld om bij nieuwe Precor-trainingsapparaten (hierna het basisapparaat genoemd) te worden meegeleverd. Het is niet verpakt voor individuele verkoop. WAAR- SCHUWING Om letsel te vermijden, moet u de console veilig aan het basisapparaat bevestigen waarbij u alle instructies voor montage en installatie volgt die bij het basisapparaat zijn geleverd. De console is bedoeld om UITSLUITEND met de geleverde voeding op de AC-lichtnet te worden aangesloten.

U mag het apparaat alleen inschakelen wanneer het is geïnstalleerd zoals beschreven in de instructies voor montage en installatie die bij het basisapparaat zijn geleverd. De console is uitsluitend bedoeld voor gebruik met Precor-fitnessapparatuur, niet als afzonderlijk apparaat.

4 Bediening en onderhoud van de P10-console Veiligheidsvoorschriften Volg bij het gebruik van deze apparatuur altijd de basisveiligheidsvoorschriften om de kans op letsel, brand of schade te beperken. Andere hoofdstukken in deze handleiding bevatten meer details over veiligheidsfuncties. Lees deze hoofdstukken door en houd u aan alle veiligheidsvoorschriften. Deze voorzorgsmaatregelen zijn onder andere:  Lees alle instructies in deze gids voor u de apparatuur installeert en ermee gaat werken en volg alle labels op de apparatuur op.  Verzeker u ervan dat alle gebruikers een volledig medisch onderzoek ondergaan voordat zij aan een fitnessprogramma beginnen.

Dit geldt vooral wanneer zij een hoge bloeddruk, een hoog cholesterolgehalte of een hartaandoening hebben of wanneer een van deze afwijkingen in hun familie voorkomt, wanneer zij ouder zijn dan 45, roken, overgewicht hebben, het afgelopen jaar niet regelmatig hebben getraind of medicijnen gebruiken. Franse versie van bovenstaande kennisgeving: Il est conseillé aux utilisateurs de subir un examen médical complet avant d’entreprendre tout programme d’exercice, en particulier s’ils souffrent d’hypertension artérielle, ou de cardiopathie ou ont un taux de cholestérol élevé, s’ils ont des antécédents familiaux des précédentes maladies, s’ils ont plus de 45 ans, s’ils fument, s’ils sont obèses, s’ils n’ont pas fait d’exercices réguliers au cours de l’année précédente ou s’ils prennent des médicaments. Si vous avez des étourdissements ou des faiblesses, arrêtez les exercices immédiatement.

 Laat geen kinderen of personen die de werking van dit apparaat niet kennen, bij of op het apparaat. Laat kinderen niet zonder toezicht in de buurt komen van het apparaat.  Zorg ervoor dat alle gebruikers de juiste sportkleding en -schoenen dragen voor hun workout. Losvallende kleding moet worden vermeden.

Belangrijke veiligheidsinstructies 5  Laat het apparaat nooit onbeheerd achter als dit is aangesloten op het elektriciteitsnet. Koppel het apparaat los van de voedingsbron als het niet in gebruik is, voordat het wordt gereinigd en voordat onderhoud wordt verricht. Opmerking: de optionele voedingsadapter wordt beschouwd als een voedingsbron voor zelfaangedreven apparaten.  Gebruik de voedingsadapter die met de apparatuur is meegeleverd. Steek de voedingsadapter in een geschikt geaard stopcontact zoals aangegeven staat op de apparatuur.  Gebruikers moeten voorzichtig zijn wanneer zij hun plek op het apparaat innemen of van het apparaat gaan.  Voor loopbanden: gebruik geen invoer- of navigatiefuncties tijdens het lopen bij snelheden die hoger zijn dan een traag en ontspannen tempo.

Behoud altijd uw evenwicht door de vaste handgreep vast te houden terwijl u gebruikmaakt van invoer- of navigatiefuncties.  Voor AMT en EFX: behoud altijd uw evenwicht door de vaste handgreep vast te houden terwijl u gebruikmaakt van invoer- of navigatiefuncties.  Vóór het gebruik moeten de noodstopprocedures worden gelezen, begrepen en uitgeprobeerd.  Houd de voedingskabel en optionele voedingsadapter en stekker uit de buurt van verwarmde oppervlakken.  Leg netsnoeren zodanig dat er niet op gelopen kan worden en dat ze niet afgekneld of beschadigd kunnen worden door voorwerpen die er bovenop of tegenaan geplaatst zijn, waaronder de apparatuur zelf.  Controleer of de apparatuur voldoende ventilatie heeft. Zet niets op of over de apparatuur heen. Gebruik de apparatuur niet op een gepolsterd oppervlak dat de ventilatieopening zou kunnen blokkeren.

6 Bediening en onderhoud van de P10-console  RUIMTE: de onderstaande minimale aanbevelingen zijn gebaseerd op een combinatie van de vrijwillige (Amerikaanse) ASTM-normen en de (Europese) EN-wetgeving per 1 oktober 2012, met betrekking tot toegang tot en ruimte om het apparaat en de noodstop:  Loopbanden: minimaal 0,5 m (19,7 inch) aan beide zijden van de loopband en 2 m (78 inch) achter het apparaat.  Andere cardioapparatuur dan loopbanden: minimaal 0,5 m (19,7 inch) aan ten minste één kant en 0,5 m (19,7 inch) achter of voor het apparaat. Voor sporters in de V. S. : neem de vereisten van de Americans with Disabilities Act (ADA), code 28 CFR (zie sectie 305), in acht. ASTM-normen zijn vrijwillig en zijn mogelijk geen weerspiegeling van de huidige industrienormen. De werkelijke toegang tot en ruimte om het apparaat en de noodstop zijn de verantwoordelijkheid van het fitnesscentrum.

Het fitnesscentrum dient rekening te houden met de totale ruimtevereisten voor trainingen op elk apparaat, vrijwillige normen en industrienormen en eventuele plaatselijke en landelijke wetgevingen. Normen en wetgevingen kunnen op elk willekeurig moment worden gewijzigd. Belangrijk: deze afstanden moeten ook worden aangehouden voor warmtebronnen zoals radiatoren, verwarmingsroosters en kachels. Vermijd temperatuuruitersten.  Houd de apparatuur uit de buurt van water en vocht. Vermijd dat er vloeistof op de apparatuur valt of erin gemorst wordt om een elektrische schok of schade aan de elektronica te voorkomen.  Voordat u de loopband gaat gebruiken, moet u de veiligheidsclip aan uw kleding bevestigen. Als u de veiligheidsclip niet gebruikt, loopt u meer gevaar wanneer u valt.  Onthoud dat hartslagmonitoren geen medische apparaten zijn.

Belangrijke veiligheidsinstructies 7  Werk nooit met dit apparaat als het netsnoer of de stekker beschadigd is, als het niet goed werkt, of als het apparaat gevallen is, beschadigd is of blootgesteld is geweest aan water. Raadpleeg onmiddellijk een servicemonteur als er sprake is van een van deze omstandigheden.  Onderhoud het apparaat zodat het goed blijft werken, zoals beschreven staat in het hoofdstuk Onderhoud van de gebruikershandleiding. Controleer het apparaat op onjuiste, versleten of losse onderdelen. Als u deze aantreft, moet u ze vervangen of aandraaien voor het gebruik.  Als u het apparaat wilt verplaatsen, roep dan hulp in en gebruik de juiste tiltechnieken. Raadpleeg voor meer informatie uw productmontagehandleiding.  Beperkingen gewicht van apparaat: Gebruik de loopband niet als u meer dan 225 kg weegt. Als u meer dan 160 kg weegt, ren dan niet op de loopband.

Voor alle andere fitnessapparaten is de gewichtslimiet 160 kg.  Gebruik het apparaat alleen voor het doel waarvoor het volgens deze handleiding is bestemd. Gebruik geen accessoirehulpstukken die niet door Precor worden aanbevolen. Dergelijke hulpstukken kunnen letsels veroorzaken.  Neem het apparaat niet in gebruik op plaatsen waar spuitbussen worden gebruikt of zuurstof wordt toegediend.  Gebruik het apparaat niet buitenshuis.  Probeer zelf geen onderhoud aan het apparaat te verrichten, behalve wat de onderhoudsinstructies in de gebruikershandleiding voorschrijven.  Plaats nooit voorwerpen in openingen van het apparaat. Houd uw handen uit de buurt van bewegende onderdelen.  Leg geen objecten op de vaste handgrepen, op het stuur, de displayconsole of afdekkingen. Plaats drankjes, tijdschriften en boeken in de daartoe bestemde houders.

8 Bediening en onderhoud van de P10-console  Oefen nooit gewicht uit op de console en trek er nooit aan. VOORZICHTIG: Verwijder de afdekking NIET, anders kunt u het risico lopen op letsel door een elektrische schok. Lees de gids voor montage en onderhoud voor u het apparaat gaat bedienen. Er zijn binnenin geen onderdelen waar u als gebruiker onderhoud aan kunt uitvoeren. Neem contact op met de klantenondersteuning als de apparatuur service nodig heeft. Uitsluitend te gebruiken met een eenfase AC-stroomvoorziening. Gevaarlijke materialen en de afvoer ervan De accu in zelfaangedreven apparatuur bevat materialen die als schadelijk voor het milieu beschouwd worden. Volgens de nationale wetgeving moeten deze accu’s op de juiste manier weggegooid worden.

Als u zich van het apparaat wilt ontdoen, neem dan contact op met de klantenservice van Precor Commercial Products voor informatie over de wijze waarop u de accu kunt afvoeren. Raadpleeg Service krijgen. Product recycleren en afvoeren Dit apparaat moet worden gerecycleerd of afgevoerd overeenkomstig de toepasselijke lokale en nationale voorschriften. Overeenkomstig de Europese richtlijn 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) geven productlabels aan onder welke voorwaarden apparaten in de gehele Europese Unie waar van toepassing moeten worden afgevoerd en gerecycleerd. Het AEEA-label geeft aan dat het product niet mag worden weggegooid, maar aan het einde van de levenscyclus conform deze richtlijn moet worden gerecycleerd.

Belangrijke veiligheidsinstructies 9 Overeenkomstig de Europese AEEA-richtlijn moet elektrische en elektronische apparatuur apart worden ingezameld en hergebruikt, gerecycleerd of herwonnen aan het einde van de levenscyclus. Gebruikers van elektrische en elektronische apparatuur (EEA) met het AEEA-etiket volgens annex IV van de AEEA-richtlijn mogen de apparatuur niet aan het einde van de levenscyclus weggooien als huisafval, maar moeten deze inleveren bij een inzamelingspunt voor het retourneren, recycleren en herverwerken van AEEA. De deelname van klanten is belangrijk om potentiële effecten van EEA op het milieu en de volksgezondheid vanwege de mogelijke aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in EEA tot een minimum te beperken. Voor een juiste inzameling en behandeling raadpleegt u Service krijgen.

12 Bediening en onderhoud van de P10-console Aanbevelingen voor elektriciteit: Loopbanden van 120 V en 240 V Opmerking: Dit is uitsluitend bedoeld als aanbeveling. U moet de NEC-richtlijnen (National Electric Code) of de normen voor elektriciteit van de plaatselijke regio volgen. Voor apparatuur die beschikt over een P80-console of Personal Viewing System (PVS) is een aparte stroomaansluiting nodig. In een 20 ampère vertakt circuit kunnen maximaal 10 schermen worden aangesloten. Als er aan het vertakt circuit andere apparaten zijn gekoppeld, moet het aantal schermen worden verminderd met het wattverbruik van de andere apparaten. Belangrijk: Een afzonderlijk vertakt circuit biedt een warme geleider en neutrale geleider op een contactdoos. De geleiders mogen niet gelust, in serie geschakeld of verbonden zijn met andere geleiders.

Het circuit moet geaard worden volgens de NEC-richtlijnen of de normen voor elektriciteit van de plaatselijke regio. Afbeelding 1: Stekker van 120 V, 20 A Afbeelding 2: Stekker van 240 V, 20 A

Belangrijke veiligheidsinstructies 13 Aanbevelingen voor elektriciteit: Alle apparatuur behalve loopbanden Opmerking: Dit is uitsluitend bedoeld als aanbeveling. U dient de NEC-richtlijnen (National Electric Code) of de plaatselijke elektriciteitsnormen te volgen. Voor apparatuur die beschikt over een P80-console of Personal Viewing System (PVS) is een aparte stroomaansluiting nodig. In een vertakt circuit van 20 ampère kunnen maximaal 10 schermen worden aangesloten. Als er aan het vertakte circuit andere apparaten zijn gekoppeld, moet het aantal schermen worden verminderd met het wattverbruik van de andere apparaten. Opmerking: De standaard splittervoedingskabels met IEC-320 C13- en C14-stekkers hebben een aanbevolen maximale capaciteit van vijf schermen.

42 Een workout starten. 43 Een vooraf geprogrammeerde workout starten. 44 Een trainingssessie onderbreken en hervatten. 44 Een sessie beëindigen. 46 Onderhoud. 47 De console en het display reinigen. 47 De band vervangen (alleen nieuwer model AMT). 48.

Hoofdstuk 1 Van start gaan De P10-console biedt beheerders de mogelijkheid om standaardwaarden in te stellen die voldoen aan hun specifieke behoeften. Deze waarden omvatten elementen zoals taal, meeteenheden en de instelling van de maximaal toegestane workouttijd voor elk deel van het apparaat. De console voor zelfaangedreven apparaten activeren Precor-apparatuur is zelfaangedreven of wordt extern gevoed met een optionele voedingsadapter. Bij zelfaangedreven apparatuur moet de gebruiker trainen om de console te initialiseren. In dit hoofdstuk vindt u meer informatie over de stroomvoorziening van de apparatuur. De console voor zelfaangedreven apparaten activeren Wanneer een gebruiker op zelfaangedreven apparatuur begint te trainen, initialiseert de console en verschijnt het welkomstscherm. U moet een minimale bewegingssnelheid aanhouden opdat het welkomstscherm verschijnt.

De woorden PEDAL FASTER (SNELLER TRAPPEN of een soortgelijk bericht, afhankelijk van het type apparaat) verschijnen op het display wanneer de bewegingssnelheid lager wordt dan het vereiste minimum. Het apparaat spaart accustroom door over te gaan op een uitschakelmodus. Als de gebruiker geen minimale bewegingssnelheid aanhoudt, wordt een uitschakelprocedure gestart die 30 seconden duurt.

18 Bediening en onderhoud van de P10-console In deze modus geeft de console een indicator voor het aftelproces weer en negeert deze elke toetscombinatie. Als er geen beweging wordt gedetecteerd of de bewegingssnelheid onder het minimum blijft, verandert de indicator naarmate het aftellen voortgaat. Opmerking: De gebruiker kan de training hervatten voordat de aftelling is voltooid en de training zal verdergaan vanaf moment waarop het werd onderbroken. Optioneel gebruik van de voedingsadapter Een optionele AC-voedingsadapter biedt het apparaat voldoende voeding. Met deze adapter kunt u instellingen wijzigen zonder dat u op het apparaat moet trainen. Als u de voedingsadapter wilt kopen, neemt u contact op met uw dealer. Bij de optionele voedingsadapter dient u ook de interne kabelset aan te schaffen.

De set bevat de kabel, beugel en bevestigingen waarmee de voedingsadapter wordt aangesloten op het onderste elektronicabord. VOORZICHTIG: De interne kabelset moet worden geplaatst door erkend onderhoudspersoneel. Uw beperkte garantie van Precor kan vervallen indien u de kabelset eigenhandig plaatst. Raadpleeg Service krijgen. Belangrijk: Als dit apparaat een P80-console bevat, moeten de optionele voedingsadapter en de interne kabelset nog worden geïnstalleerd om onafgebroken stroom te leveren aan het basisapparaat en de interne batterij te ondersteunen. Nadat de interne kabelset is geplaatst, kunt u de optionele voedingsadapter op het apparaat aansluiten. Steek de stekker in een geschikte voedingsbron voor uw apparatuur (120 V of 240 V). Lees voordat u de voedingsbron gebruikt eerst de veiligheidsinstructies aan het begin van deze handleiding.

VOORZICHTIG: Als u gebruikmaakt van de optionele voedingsadapter, let er dan op dat de voedingskabel geen problemen voor de veiligheid veroorzaakt. Houd de voedingskabel uit de buurt van doorgangspaden en bewegende onderdelen. Indien de voedingskabel of de stroomomzettingsmodule is beschadigd, moet deze worden vervangen.

Van start gaan 19 De bedieningsconsole functioneert anders als er een voedingsadapter aan gekoppeld is. Doordat de voedingsadapter de eenheid onafgebroken van voeding voorziet, kan de gebruiker een korte pauze inlassen zonder dat de uitschakelprocedure in gang wordt gezet. Als de tijdslimiet van de pauze verloopt en de gebruiker de training niet hervat heeft, gaat de console terug naar het welkomstscherm. De standaard pauzeduur is voor alle fitnessapparaten 30 seconden. Raadpleeg de handleiding van uw bedieningsconsole voor instructies over het instellen of wijzigen van de tijdslimiet voor de pauze. Onderdelen van de console identificeren De volgende afbeelding verschaft informatie over de consoletoetsen. Het nummer en de acties van de consoletoetsen kunnen iets afwijken naargelang het type apparatuur. Afbeelding 4: Toetsen van de P10-console

20 Bediening en onderhoud van de P10-console Tabel 1. Onderdelen van de console Nummer Naam Details Numeriek toetsenbord Voer numerieke informatie in zoals leeftijd, gewicht en wachtwoorden. U kunt ook kanalen invoeren en wijzigen met het numerieke toetsenbord. • Druk op Wissen om de ingevoerde cijfers te verwijderen. • Druk op Enter om uw selectie te bevestigen. Hartslag Geeft uw huidige hartslag weer. Onderste display Geeft grafische informatie weer over de voortgang van uw workout. Workouts Voorbeelden van workouts: • Handmatig • Hartslag • Interval • Gewichtsafname • Afwisseling • Prestatie Pauze Gebruiken om een workout-sessie te pauzeren of beëindigen. OK en Omhoog/Omlaag-pijlen Gebruiken om door opties en instellingen te navigeren. Quick Start Druk op Quick Start om te beginnen met sporten.

Hoofdstuk 2 De console instellen Gebruik de systeemmodus om de instellingen te configureren zodat uw gebruikers en uw fitnessclub er voordeel uit halen. Het menu Systeem is alleen zichtbaar voor beheerders en geregistreerde servicetechnici. De wijzigingen die u in deze instellingen aanbrengt, worden in het fitnessapparaat opgeslagen. De categorieën van Systeeminstellingen zijn:  Clubparameters  Informatieweergave Systeeminstellingen De functies van Systeeminstelling blijven verborgen voor clubdeelnemers en zijn alleen toegankelijk met behulp van speciale toetsencombinaties. Om de Systeeminstellingen te bekijken, moet het apparaat zich in de welkomsttoestand bevinden. Het apparaat bevindt zich in de welkomsttoestand wanneer het aanstaat maar niet gebruikt wordt. Dat betekent dat er geen oefensessie, gegevensinvoer of diagnoseproces bezig is.

Wanneer het apparaat in welkomsttoestand staat:  SELECTEER EEN WORKOUT OF DRUK OP QUICKSTART OM TE BEGINNEN scrollt in de tekstweergave.  Op de loopband beweegt de band niet en staat de liftmotor uit. Opmerking: op apparaten met eigen voeding start de console wanneer u begint aan de workout. U moet een minimale bewegingssnelheid aanhouden om de welkomstbanner te laten verschijnen.

24 Bediening en onderhoud van de P10-console De wijzigingen uitgevoerd in de systeeminstellingsmodi worden de standaard instellingen wanneer het display terugkeert naar de welkomstbanner. LET OP: indien u de weergave van de meeteenheid wijzigt op de loopband, moet u controleren of de snelheid juist is ingesteld. Om de Clubinstellingen te bekijken: 1. Druk bij de welkomstbanner op Pauze. 2. Druk de volgende cijfertoetsen in de juiste volgorde in om het wachtwoord in te voeren: 5 6 5 1 5 6 5 3. Druk op OK. De banner “Set Club Parameters” (Clubparameters instellen) verschijnt. Tabel 2.

Navigatietoetsen voor de systeeminstellingsmodi Toets Functie ▲ of ▼ Navigeert door het instellingenmenu OK Selecteert een menu-instelling en bevestigt de wijzigingen aangebracht aan de ingestelde waarde WISSEN Keert terug naar het vorige menuniveau zonder de wijzigingen op te slaan PAUZE Verlaat de systeeminstellingsmodus en keert terug naar de welkomstbanner

De console instellen 25 Clubparameters Gebruik de volgende informatie om het apparaat aan te passen volgens uw instellingen. Opmerking: wanneer u wijzigingen aanbrengt aan de clubparameters, vervangen de nieuwe instellingen de standaard fabrieksinstellingen. “Safety code” (Veiligheidscode, alleen loopband) Waarde: Ingeschakeld of Uitgeschakeld (Standaard: Uitgeschakeld) Wanneer het apparaat de fabriek verlaat, is de functie van de bescherming met veiligheidscode uitgeschakeld. Indien u de veiligheidscode inschakelt, moeten uw gebruikers een nummer met vier cijfers invoeren om hun oefensessie te starten en de loopband in gang te zetten. De code is 1 2 3 4. “Select Language” (Taal selecteren, alle apparaten) Waarde: English, Deutsch, Espanol, Francais, Netherlands, Portugues, Rucckijj en Italiano (Standaard: English) Selecteer uw voorkeurstaal voor de weergave van de console.

Opmerking: de taalselectie heeft geen invloed op de programmeercommando’s. De commando’s in dit gedeelte blijven in het Engels verschijnen. “Select Unit” (Eenheden selecteren, alle apparaten) Waarde: Amerikaans of Metrisch (Standaard: Amerikaans) Het apparaat kan metingen weergeven in Amerikaanse meetstandaard of metriek stelsel. Belangrijk: indien u de meeteenheid wijzigt op een loopband, moet u controleren of de snelheid juist is ingesteld.

26 Bediening en onderhoud van de P10-console “Set Max Workout Time” (Max. workouttijd instellen, alle apparaten) Waardebereik: 1 tot 240 minuten (Standaard: 60 minuten) U kunt een maximale workouttijd per sessie instellen. Kies een tijdslimiet tussen 1 en 240 minuten, of selecteer Geen limiet indien u de duur niet wenst te beperken. Indien u de tijdslimiet bijvoorbeeld instelt op 20 minuten, kunnen gebruikers uitsluitend een workouttijd invoeren tussen 1 en 20 minuten. “Set Max Pause Time” (Max. pauzetijd instellen, alle apparaten) Waardebereik: 1 tot 120 seconden (Standaard: 120 seconden) Deze instelling beperkt hoe lang het apparaat in een gepauzeerde banner blijft tijdens een workout voordat die teruggezet wordt. Opmerking: de optionele stroomadapter moet aangesloten blijven op het apparaat met eigen voeding om een definitieve limiet voor de pauzetijd vast te leggen.

Indien de optionele stroomadapter niet verbonden is en de bewegingssnelheid daalt tot onder de minimale vereisten, begint de uitschakeling van het apparaat en wordt de pauzemodus geëlimineerd. “Set Cool Down Time” (Cooling-downtijd instellen, alle apparaten) Waardebereik: 0 tot 5 minuten (Standaard: 5 minuten) Selecteer de maximale duur van de cooling-downmodus van het apparaat. De cooling-downtijd is de periode na afloop van het programma wanneer de gebruiker sport met een lager werkritme.

De console instellen 27 “Set Speed Limit” (Snelheidslimiet instellen, alleen loopband) Waardebereik: volledig snelheidsbereik van het apparaat (Standaard: maximumsnelheid) Deze instelling beperkt hoe snel de loopband beweegt en bijgevolg het aantal snelheidsinstellingen dat beschikbaar is voor de gebruiker. Gebruik ze om de maximumsnelheid in te stellen die een gebruiker kan invoeren wanneer hij/zij het apparaat gebruikt. De snelheid wordt weergegeven in kilometer per uur (km/u) of mijl per uur (mph), afhankelijk van de eerder geselecteerde meeteenheden (metrisch stelsel of Amerikaanse meetstandaard). De waarden gaan van 0,8 tot 20 km/u (0,5 tot 12 mph).

“Set Incline Limit” (Hellingslimiet instellen, alleen loopband) Waardebereik: volledig hellingsbereik van het apparaat (Standaard: maximale helling die mogelijk is) Selecteer het maximale hellingspercentage dat een gebruiker kan invoeren wanneer hij/zij het apparaat gebruikt. De waarden gaan van 0,0 tot 15,0. Verborgen programma’s (alleen loopband) Waarde: “Show Programs” (Programma’s tonen) of “Hide Programs” (Programma’s verbergen) (Standaard: “Hide Programs”, Programma’s verbergen) Wanneer ingesteld op Show Programs (Programma’s tonen) is de fitnesstest beschikbaar. Indien ingesteld op HIDE PROGRAMS (Programma’s verbergen) zal het bericht WORKOUT IS NIET BESCHIKBAAR scrollen in de tekstweergave wanneer de gebruiker drukt op PRESTATIE.

28 Bediening en onderhoud van de P10-console “Remote Speed Control” (Snelheidscontrole op afstand, alleen loopband) Waarde: Inschakelen of Uitschakelen (Standaard: Uitschakelen) Wanneer deze functie ingeschakeld is, zijn de commando’s CSAFE SetSpeed en CSAFE SetGrade beschikbaar indien:  De loopband zich in de toestand CSAFE “InUse” bevindt.  De verzonden waarden van snelheid of helling binnen het bereik liggen. “Auto Stop Configure” (Auto Stop instellen, alleen loopband) Waarde: Aan of Uit (Standaard: Aan) Zet op Aan om de loopband geleidelijk tot stilstand te brengen wanneer geen enkele gebruiker zich op het apparaat bevindt. Dit kan gebeuren wanneer een gebruiker van het apparaat stapt tijdens een workout en het niet uitzet.

CrossRamp Autoniveau instellen (alleen EFX) Waardebereik: 0 tot 20 (Standaard: 10) Gebruik deze instelling om een specifieke hellingshoek te kiezen zodat de EFX automatisch terugkeert naar die helling aan het eind van een workout-sessie.

De console instellen 29 Weerstandsbereik instellen (alleen fiets) Waardebereik: Hoog, Medium of Laag (Standaard: Hoog) U kunt een basis van lage, gemiddelde of hoge weerstand instellen op de lig- of zitfietsen. Er zijn 25 weerstandsniveaus binnen elke basisinstelling, maar de basisinstelling beïnvloedt het totale weerstandsbereik. De volgende bereiken zijn beschikbaar:  Hoog: levert een compleet weerstandsbereik.  Medium: levert ongeveer twee derden van de weerstand die beschikbaar is binnen de hoge instellingsgroep.  Laag: levert ongeveer een derde van de weerstand die beschikbaar is binnen de hoge instellingsgroep. De informatieweergaven bekijken Instellingen van Informatieweergave zijn waarden die u informatie verschaffen over het apparaat. Tot de types van gegevens in deze instellingsgroep behoren een gebeurtenislogboek, serienummers van software en apparaat en gebruiksinformatie.

30 Bediening en onderhoud van de P10-console Tabel 3. Waarden van Informatieweergaven Product Waarde Verschafte informatie Alles ODOMETER (Stappenteller) Staat in verband met het type apparaat en de standaard van eenheden, Amerikaans of Metrisch, geselecteerd in de programma’s. • Loopband en AMT: geeft het cumulatieve aantal mijlen of kilometers weer dat tot op heden geregistreerd is. De AMT geeft ook het aantal verticale passen weer. • EFX: geeft het totale aantal passen weer dat tot op heden geregistreerd is. • Fiets: geeft het totale aantal toeren weer dat tot op heden geregistreerd is. AMT BELT USAGE (Gebruik van de riem) • Belt Stride Count (Riemteller): volgt het aantal passen op het apparaat. • Stride Count Reset (Resets van passenteller): reset verhoogt met één telkens een reset wordt uitgevoerd.

De console instellen 31 Product Waarde Verschafte informatie Alles URENTELLER Geeft het aantal uur weer dat het apparaat in gebruik was. Opmerking: het apparaat volgt de verstreken minuten, maar de waarde die verschijnt wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde volle uur. Alles BOVENSTE BOOT SW ONDERDEELNUMMER Applicatiesoftware bovenste paneel onderdeelnummer en versie. Alles BOVENSTE BASIS SW ONDERDEELNUMMER Geeft de versie van de applicatiesoftware van de bovenste basis weer. Alles ONDERSTE BASIS SW ONDERDEELNUMMER Geeft de versie van de onderste applicatiesoftware weer. Alles METINGENPANEEL Geeft het softwarenummer op het metingenpaneel weer. Alles SERIENUMMER Geeft het model en type van het apparaat weer. Alles GEBRUIKSLOGBOEK • Geeft het aantal malen weer dat elke workout gebruikt is en het daaraan verbonden cumulatieve aantal minuten.

32 Bediening en onderhoud van de P10-console Gebeurtenislogboek (foutenlogboek) Het gebeurtenislogboek (soms foutenlogboek genoemd) bevat de volgende informatie:  Gebeurtenisnummer  Waarde stappenteller toen de gebeurtenis plaatsvond  Waarde urenteller op het tijdstip dat de gebeurtenis plaatsvond  Stroomverbruik van de motor toen de gebeurtenis plaatsvond (alleen loopband) De volgende tabel bevat een lijst van gebeurtenissen die gevonden kunnen worden door de software. Tabel 4.

De console instellen 33 Gebeurtenisnummer Beschrijving van gebeurtenis 22 Geen motorimpulsen bij opstarten 23 Motorimpulsen ontbreken na opstarten 24 Verlaging snelheid aangevraagd, snelheid verlaagt niet 26 Duur motorimpuls incorrect 27 Te veel stroom aandrijfmotor 28 Temperatuur te hoog 29 Overmatige AC-ingangsstroom 30 Communicaties gebeurtenis onderste paneel naar bovenste paneel 31 Verkeerde communicaties gebeurtenis bovenste paneel naar onderste paneel 32 Communicatie gebeurtenis bovenste paneel naar onderste paneel 33 Verkeerde communicaties gebeurtenis onderste paneel naar bovenste paneel 37 Fout E-STOP (alleen loopband) 40 Liftbeweging gedetecteerd 42 Waarde liftpositie buiten bereik 43 Nulschakelaar niet gevonden 44 Bediening liftbeweging ongedaan gemaakt 45 Lift gaat in de verkeerde richting 50 Te veel stroom rem (magneet) 53 Kan doel niet lezen, kan schakelaar beginstand niet vinden 54 Doelimpulsen verloren tijdens bediening 55 Rem schakelaar beginstand onverwacht geactiveerd 60 Storing Auto Stop sensor (alleen loopband) 61 Auto Stop niet aanwezig (alleen loopband) 62 Storing verticale sensor (alleen AMT) 70 Bandvervanging, onderste bedieningspaneel niet gereed (alleen AMT) 71 Bandvervanging, nieuwe onderste bedieningspaneel (alleen AMT) 72 Bandvervanging, versie onderste bedieningspaneel onbekend (alleen AMT)

De console instellen 35 Invoer gebruikers-ID met CSAFE-apparatuur Dit apparaat is volledig compatibel met CSAFE-protocollen. Wanneer het apparaat wordt aangesloten op een CSAFE-mastertoestel, wordt de gebruiker verzocht om op ENTER te drukken en een identificatieproces te starten. De gebruikers-ID wordt weergegeven als vijf nullen en geeft het startpunt aan. De volgende tabel beschrijft de voornaamste functies in CSAFE-modus. Tabel 5. CSAFE-toegangstoetsen Toetsen Functie Numeriek toetsenbord Gebruik de cijfertoetsen om een gebruikers-ID in te voeren. Zodra u het ID-nummer hebt ingevoerd, drukt u op OK om de gebruikers-ID te verzenden. WISSEN Verwijdert individuele cijfers in de gebruikers-ID van rechts naar links. OK Verzendt de gebruikers-ID. Opmerking: de invoer van de gebruikers-ID wordt omzeild wanneer de gebruiker vijf nullen invoert.

Er worden geen workout-statistieken geregistreerd. PAUZE Reset de welkomstbanner. Er verschijnt een bericht op het display dat het aangeeft wanneer de gebruikers-ID geaccepteerd is door het CSAFE-mastertoestel. Zodra de selectie van het programma voltooid is, kan de gebruiker beginnen te sporten.

Hoofdstuk 3 Gebruikers vertrouwd maken met de P10-console VOORZICHTIG: Alvorens aan een fitnessprogramma te beginnen, dient u een volledig medisch onderzoek te ondergaan. Raadpleeg uw arts om te weten wat de doelhartslag is die bij uw fitnessniveau past. De P10-console heeft een eenvoudig te volgen display en tal van workouts die voldoen aan alle behoeften van de gebruikers. Belangrijk: kijk de volgende delen van deze handleiding na samen met uw gebruikers voordat ze het fitnessapparaat gebruiken:  Belangrijke veiligheidsinstructies  Van start gaan  De veiligheidsclip gebruiken (alleen voor loopband) De functie Tiptoets hartslag gebruiken Opmerking: De prestatie van Tiptoets hartslag is afhankelijk van de fysiologie, het fitnessniveau, de leeftijd en andere factoren van de gebruiker.

38 Bediening en onderhoud van de P10-console  Er is een aantal opeenvolgende hartslagen nodig (15-20 seconden) voordat uw hartslag wordt geregistreerd.  Pak de sensoren niet te stevig vast. Houd ze met een losse, komvormige greep vast. Als u de handgrepen stevig vast grijpt, wordt de aflezing mogelijk beïnvloed.  Terwijl u traint, helpt uw zweet uw hartslagsignaal te verzenden. Als het voor u moeilijk is om de handgrepen te gebruiken om uw hartslag te bepalen, probeer de sensoren dan later tijdens de training opnieuw om te controleren of u een hartslagsignaal kunt krijgen.  Als de functie Tiptoets hartslag voor u niet werkt, raadt Precor aan dat u een borstriem met zender gebruikt. Afbeelding 5: Streefzones voor hartslag LET OP: uw hartslag mag nooit 85% van uw maximale aërobe hartslag overschrijden. Uw maximale hartslag is gelijk aan 220 min uw leeftijd.

Gebruikers vertrouwd maken met de P10-console 39 Een borstband met zender gebruiken WAAR- SCHUWING Signalen gebruikt door de borstband met zender (of hartslagband) kunnen storingen veroorzaken bij pacemakers of andere geïmplanteerde apparaten. Vraag raad aan uw arts en de fabrikanten van uw borstband met zender en geïmplanteerde apparaat voordat u een borstband gebruikt. Het dragen van een borstband met zender tijdens uw workout levert betrouwbare informatie over de hartslag op. Om uw hartslag te kunnen detecteren, moet u de aanraaksensoren vastpakken of een borstband met zender dragen terwijl u aan sport doet. Wanneer zowel aanraak- als draadloze gegevens beschikbaar zijn, hebben de aanraakgegevens voorrang en worden die getoond.

Opmerking: om een nauwkeurige afleeswaarde te krijgen, moet de band in direct contact zijn met de huid op het onderste deel van het borstbeen (juist onder de borsten voor vrouwen). Om een borstband met zender te gebruiken: 1. Maak de achterzijde van de band voorzichtig nat met een beetje leidingwater. Belangrijk: gebruik geen gedeïoniseerd water. Het bevat niet de geschikte mineralen en zouten om elektrische impulsen te geleiden. 2. Maak de band met de juiste spanning vast rond uw borst. De band moet nauw sluiten maar mag niet te strak aanvoelen. 3. Verzeker u ervan dat de borstband met de juiste zijde omhoog en goed horizontaal geplaatst is, en dat hij gecentreerd is in het midden van uw borst. 4. Test de plaatsing van de borstband door de hartslagfunctie te controleren op het toestel. Indien een hartslag geregistreerd wordt, is uw borstband juist geplaatst.

40 Bediening en onderhoud van de P10-console De veiligheidsclip van de loopband gebruiken De loopband is uitgerust met twee verschillende stopfuncties die het volgende gedrag vertonen: Als de gebruiker… Dan zal de band van de loopband… En de console… Trekt aan het koord aan de veiligheidsclip en de herstartknop activeert. Vertragen tot stilstand. Geeft het bericht INDRUKKEN VOOR RESET KNOP weer. Op sommige modellen van consoles wijst een pijl naar de herstartknop. Drukt op de rode STOP-knop. Vertragen tot stilstand. Toont dat de oefening van de workout is gepauzeerd. De herstartknop bevindt zich vlak onder de console en onmiddellijk achter de STOP-knop, zoals getoond in de volgende afbeelding. Wanneer hij geactiveerd wordt, verschijnt de balk die het bericht INDRUKKEN VOOR RESET weergeeft aan de voorzijde. De loopband werkt niet zolang dit bericht zichtbaar is.

Gebruikers vertrouwd maken met de P10-console 41 Indien de herstartknop geactiveerd wordt tijdens de oefening, volgt u deze stappen: 1. Maak de veiligheidsclip zo nodig opnieuw vast. 2. Druk de herstartknop omlaag tot hij vastklikt, zodat hij terugkeert naar zijn normale stand. Opmerking: indien de herstartknop geactiveerd wordt, wordt alle informatie over de huidige workout gewist. 3. Start de workout vanaf het begin, verminder zo nodig de tijd om rekening te houden met de hoeveelheid afgewerkte oefening. Afbeelding 7: De veiligheidsclip bevestigen

42 Bediening en onderhoud van de P10-console Functie Treadmill Auto Stop™ (Automatisch stoppen) Belangrijk: De standaardinstelling voor deze functie is AAN. Een beheerder kan deze functie in de systeeminstellingen uitschakelen; maar Precor raadt u aan deze AAN te laten. De functie Auto Stop™ (Automatisch stoppen) is ontworpen om de loopband geleidelijk tot stilstand te brengen wanneer deze niet wordt gebruikt. Bijvoorbeeld wanneer de gebruiker de loopband voor het einde van een training verlaat en de loopband niet uitschakelt. Zestig seconden nadat een training op een loopband wordt gestart of hervat, controleert het apparaat of Auto Stop nodig is. Als er een gebruiker wordt gedetecteerd, verschijnt er geen bericht en gaat de geselecteerde training voort.

Als er na nog eens 30 seconden geen gebruiker wordt gedetecteerd, geeft de console het bericht GEEN GEBRUIKER GEDETECTEERD, STOPT OVER 10 SECONDEN weer als waarschuwing dat de loopband gaat stoppen. Terwijl dit bericht wordt weergegeven, begint het apparaat vanaf tien seconden af te tellen. Als een gebruiker de aftelling niet opheft, komt de loopband geleidelijk tot stilstand nadat de aftelling is voltooid. Opmerking: Gebruikers die meer dan 41 kg wegen, worden binnen de snelheids- en positielimieten van de functie gedetecteerd. Gebruikers met een gewicht tussen 22,7 en 40,5 kg worden mogelijk niet gedetecteerd, afhankelijk van hun snelheid en positie. Let altijd goed op en volg de instructies van de console voor een correcte werking.

Hoofdstuk 4 Een workout starten VOORZICHTIG: Als u een loopband gebruikt, bevestig dan de beveiligingsclip aan uw kleding voor u begint te trainen. Het apparaat bevindt zich in de welkomsttoestand wanneer het bericht SELECTEER EEN WORKOUT OF DRUK OP QUICK START OM TE BEGINNEN over de tekstweergave scrollt. Indien het apparaat is aangesloten op CSAFE, scrollt het bericht SELECTEER EEN WORKOUT, DRUK OP QUICK START OF ENTER OM TE BEGINNEN over de tekstweergave. Indien iets anders op het scherm verschijnt, drukt u op Pauze om de welkomstbanner weer te geven. Op dit scherm zijn er twee manieren om een workout te starten:  Drukken op Quick Start™. Deze actie start het handmatige programma. De berekeningen, zoals het aantal verbrande calorieën, zijn gebaseerd op een 35-jarige van 68 kg (150 lb).  Drukken op een van de vooraf ingestelde workouts.

Wanneer een gebruiker de tijdslimiet van de club bereikt tijdens een workout, verschijnt die limiet in minuten voordat het bericht TIJDLIMIET BEREIKT. PROGRAMMA STOPT verschijnt in de tekstweergave.

44 Bediening en onderhoud van de P10-console Een vooraf geprogrammeerde workout starten Vooraf ingestelde workouts zijn een uitstekende manier om uw workouts op maat van uw fitnessdoelen te maken, uitdagingen te blijven vinden en uw sessies gevarieerd te houden. De meeste P10-apparaten bevatten meerdere vooraf ingestelde workouts. Tot deze workouts behoren:  Handmatig  Hartslag  Interval  Gewichtsafname  Afwisseling  Prestatie Een trainingssessie onderbreken en hervatten Wanneer u een training onderbreekt, reageert het apparaat op twee manieren, afhankelijk van de manier waarop het van stroom wordt voorzien. Onderbroken (extern gevoed apparaat) Wanneer de sessie wordt onderbroken, wordt de snelheid van de loopband langzaam verlaagt tot nul, of wordt de weerstand langzaam naar het minimum gebracht.

De tilmotor wordt uitgeschakeld waardoor de helling of crossramp de huidige positie behouden. Gegevensinvoer wordt geannuleerd. Wanneer u bij alle apparaten, behalve loopbanden, op Pauze drukt, verschijnt er een overzichtsscherm met de gegevens van uw training. Na dit overzicht gaat het apparaat terug naar het welkomstscherm.

Een workout starten 45 Bezig met afsluiten (zelfaangedreven apparaat) Als u zelfaangedreven apparaten onderbreekt, beginnen ze zichzelf uit te schakelen. Wanneer u de training stopt, begint het apparaat een aftelling van 30 seconden. De huidige opgebouwde gegevens (bijv. duur, passen, afstand, calorieën) worden opgeslagen en veranderen niet. U kunt geen gegevens meer invoeren. Als u het programma opnieuw wilt starten, begint de training opnieuw. De weerstand keert terug naar de waarde op het moment dat u het programma onderbrak. Als het apparaat langer dan 30 seconden niet actief is, wordt er geen stroom meer geleverd en omzeilt het apparaat het overzichtsscherm van de training. Er worden drie verschillende types van metingen vastgelegd tijdens een workout. Gecontroleerde metingen kunnen ingesteld en gewijzigd worden.

46 Bediening en onderhoud van de P10-console Een sessie beëindigen Cooling-down is een belangrijk aspect van uw workout, omdat het helpt spierstijfheid en spierpijn te verminderen door het overtollige melkzuur uit de werkende spieren te brengen. Bovendien kan uw hartslag terugkeren naar zijn normale rustniveau door een cooling-down van drie tot vijf minuten. Aan het eind van uw workout toont een samenvattingsscherm uw gemiddelde hartslag tijdens uw workout en uw totale workoutmetingen. Hebt u een fitnesstestprogramma uitgevoerd, dan geeft een eerste bericht een fitness-score weer. De volgende twee berichten tonen de gemiddelde en maximale hartslag van de gebruiker tijdens de sessie. Deze berichten worden alleen weergegeven indien gegevens over de hartslag opgenomen zijn tijdens de sessie, d.w.z. indien minstens eenmaal tijdens de sessie een geldige hartslag getoond werd.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Precor TRM 811 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden