Pioneer VSX-1018 Handleiding

Pioneer Receiver VSX-1018

Bekijk gratis de handleiding van Pioneer VSX-1018 (41 pagina’s), behorend tot de categorie Receiver. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 67 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Pioneer VSX-1018 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/41
Gebruiksaanwijzing
– Advanced MCACC PC-beeldweergaveprogramma –
audio/video multikanaals receiver

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Pioneer
Categorie: Receiver
Model: VSX-1018

Handleiding Pioneer VSX-1018 – volledige tekst

2Omtrent deze handleidingDit is de handleiding voor het gebruik van het programma dat op uw computerscherm de nagalmfrequentiekarakteristieken van de luisterruimte weergeeft en de MCACC-parameters gemeten door de Geavanceerde MCACC-functie van uw VSX-LX51 of VSX-1018AH. In deze handleiding pogen we alles te beschrijven dat nodig is voor gebruik van het programma, van de installatie tot en met het oplossen van problemen. Voor het gebruik van het programma zult u ook de receiver moeten bedienen, dus leest u vooral ook de handleiding van de receiver.

Omtrent het Geavanceerde MCACC programmaDe functies van het Geavanceerde MCACC programma worden met hetzelfde doel gebruikt als de “Reverb View” functies van de receiver zelf (zie bladzijde 45 en 47 van de handleiding van de VSX-LX51 of VSX-1018AH), namelijk om de nagalmkarakteristieken van de luisterruimte en de groepvertragingkarakteristieken van de luidsprekers weer te geven. De grafieken zijn echter nauwkeuriger en gemakkelijker af te lezen op het scherm van een computer. Het programma kan ook worden gebruikt om de gemeten waarden weer te geven die in het MCACC-geheugen van de receiver zijn opgeslagen. Vereisten voor gebruik van het programma op uw PC • Het besturingssysteem Microsoft® Windows® XP (Service Pack 2) of Windows® 2000.

• De processor moet op zijn minst een Pentium 3 / 300 MHz of een AMD K6 / 300 MHz (of daaraan gelijkwaardig type) zijn, met tenminste 128 MB werkgeheugen en uw beeldscherm moet minimaal geschikt zijn voor een resolutie van 800×600 beeldpunten. • Een RS-232C aansluitbus is nodig voor het doorgeven van de grafische gegevens. Zie de handleiding van uw PC en/of raadpleeg uw PC leverancier voor nadere informatie over de juiste poortinstellingen voor communicatie. Microsoft, Windows XP en Windows 2000 zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en andere landen. Voornaamste mogelijkheden van het applicatieprogramma 1.

Toont de nagalmfrequentiekarakteristieken van uw luisterkamer in 3D grafieken. U kunt deze meetgegevens weergeven zowel met als zonder de egalisatie van de receiver (voor en na ijking). 2. Toont u een lijst van de Geavanceerde MCACC-parameters (de resultaten van de metingen). 3. Toont u de grafieken in een aantal verschillende formaten naar keuze. 4. Stelt u in staat om de diverse gemeten gegevens op de computer op te slaan. 5. Laat u notities maken en opslaan over de eigenschappen van uw kamer tijdens de meting ervan, enz. 6. Stelt u in staat om de diverse grafieken en de MCACC-meetwaarden af te drukken. Ga door.

3Omtrent het Geavanceerde MCACC programma (vervolg)Nuttige toepassingen van dit applicatieprogramma 1. De geavanceerde equalizer-instelling, die u kunt maken met de Manual Pro functie van de receiver (zie bladzijde 45 van de handleiding van de receiver), stelt u in staat een optimale meetperiode te kiezen voor de automatische equalizer-instelling. Aan de hand van de nagalmkarakteristieken (Reverb) die het programma u toont, kunt u gemakkelijk de beste meetperiode voor uw kamer kiezen.Zie voor verdere informatie Interpretatie van de grafieken (bladzijde 18).2. Een onevenwichtige nagalmfrquentiekarakteriek in uw luisterkamer kan erg lastig zijn voor het bereiken van een zuiver klankbeeld. De grafieken die dit programma toont, geven u echter een uiterst doeltreffend instrument, want hieraan kunt u de nagalmfrequentiekarakteristiek in een oogopslag aflezen.

Bovendien kunt u hiermee van tevoren het effect controleren van bepaalde ingrepen om de akoestiek van uw kamer te verbeteren, zoals bijvoorbeeld het aanbrengen van geluiddempend materiaal.Zie voor verdere informatie Interpretatie van de grafieken (bladzijde 18).3. Het MCACC-parameterdisplay (Parameters) stelt u in staat om alle parameters (meetwaarden) die in de MCACC-geheugens van de receiver zijn opgeslagen op het scherm van uw computer weer te geven. Zie voor verdere informatie Weergave van de MCACC-parameters (bladzijde 25).

4Het programma installerenVoor het installeren van dit programma op uw PC gebruikt u het gedownloade installeerprogramma.Dit installeerprogramma vindt u in de map die u zelf bij het downloaden ervoor hebt gekozen.Als er een vroegere versie van het Advanced MCACC programma (“Ver. 1.1”, “Ver. 1.4” of “Ver. 2.0”) op uw computer is geïnstalleerd, moet u het programma updaten.

Zie voor verdere informatie Het programma met een update vernieuwen (bladzijde 26).1Dubbelklik op het “PioneerAdvancedMCACC_e_ver_*_*.exe” bestand .Het getal na “ver” in de bestandsnaam is het versienummer van het installeerprogramma.Afhankelijk van de huidige configuratie van uw PC kan het even duren voordat de InstallShield Wizard op het scherm verschijnt.2Klik op “Next”.3(Als u akkoord gaat met de inhoud van de License Agreement), selecteert u “I accept the terms in the license agreement” en dan selecteert u “Next”.Dan verschijnt het bestemmingskeuzescherm van het installeerprogramma.Problemen oplossenAls er een foutmelding verschijnt wanneer u dubbelklikt op en als u niet verder kunt gaan met het ContinueGa door

7Aansluiting en bediening op de receiverVerbind de receiver met de computer om op het computerscherm de diverse gegevens weer te geven die op de receiver worden gemeten.1Sluit de receiver aan op uw PC via een RS-232C kabel.Alvorens u enige aansluiting maakt of verbreekt, schakelt u de stroom uit en trekt u de stekker uit het stopcontact. Maak voor al uw apparatuur de aansluiting op het stopcontact pas nadat alle andere aansluitingen in orde zijn.• Bij gebruik van een notebook-computer of een andere computer zonder RS-232C aansluiting kan dit programma worden gebruikt door de receiver via USB met behulp van een los verkrijgbare USB-RS-232C omzettingskabel (USB-Serial kabel) aan te sluiten. Bij gebruik van een USB-verbinding moet u het juiste COM-poortnummer voor de gegevensoverdracht selecteren (zie bladzijde 9).• Het vereiste type kabel is een kruiselingse kabel met twee contrastekkers.

Bij verschillende merken kan een dergelijke kabel worden aangeduid met verschillende namen. Soms wordt het een “interlink” kabel genoemd, soms een “gekruiste” kabel.Aansluitschema voor de stekkerpennen van de RS-232C kabel waarmee u de receiver aansluit op uw PCVoorzichtigOpmerkingMASTERVOLUMEINPUTSELECTORSTANDBY/ONPHONESDVD BD TV SAT DVR 1/DVR 2 VIDEO HDMI 1/HDMI 2 CD CD-R iPod USB MULTI CH INHDMIDIGITAL PRECISIONPROCESSINGDIGITAL VIDEOSCALERADVANCEDMCACCPHASECONTROLFM/AMAUTO SURR/STREAM DIRECTHOMETHXSTANDARDSURROUNDADVANCEDSURROUNDSTEREO/A.L.C.ST +ST –SPEAKERSON/OFFCONTROLMULTI-ZONEMCACCSETUP MICiPod DIRECTUSBDIGITAL INAUDIO RLVIDEO VIDEO INPUTRS-232C RS-232CPCVSX-LX51/VSX-1018AHKruiselingse kabel met twee contrastekkersD-sub 9-polige contrastekker D-sub 9-polige contrastekker D-sub 9-polige contrastekker D-sub 9-polige contrastekkerContinueGa door

)Meet de nagalmkarakteristieken van de kamer nadat egalisatie is gebruikt met de microfoon op dezelfde plaats als toen de “Auto MCACC (ALL)” werd uitgevoerd. De metingen worden uitgevoerd met de EQ-waarden die zijn opgeslagen in het MCACC-geheugen dat geselecteerd is op de receiver, dus voordat u de nagalmkarakteristieken meet, moet u het MCACC-geheugen selecteren dat na egalisatie wordt gemeten. 4Selecteer “Output PC” onder “Data Management”. De melding “Start the MCACC application on your PC” verschijnt en de receiver gaat over op de transmissie-standbystand. De versterker is gereed om gegevens naar uw PC te sturen. Hiermee zijn de voorbereidingen voor het verzenden van de gemeten gegevens naar uw PC compleet. (Voor het verzenden van de gegevens gaat u door naar het volgende hoofdstuk Bediening van het programma. )Opmerking3e. EQ Professional MCACC : M1.

9Bediening van het programmaIn dit hoofdstuk worden de bedieningsmogelijkheden van het programma beschreven, van de ontvangs van meetgegevens tot en met de weergave van grafieken en het opslaan van de gegevens.Ontvangst van meetgegevens1Dubbelklik op het pictogram voor de snelkoppeling op het bureaublad van uw PC.U kunt het programma ook starten door “Program”  “Pioneer Corporation”  “Advanced MCACC” te selecteren in het “Start” menu.Het programma wordt gestart.2Selecteer “Receive” onder “File” op de menubalk.3Kies het nummer van de COM poort waarop de RS-232C kabel is aangesloten.Als u niet weet welk COM poortnummer het juiste is, probeer ze dan één voor één uit, te beginnen met “COM1”.Zie de handleiding van uw PC voor verdere informatie over de COM poort-instellingen.OpmerkingCOM poort keuzevakjeProblemen oplossenAls er een foutmelding verschijnt wanneer u instelt op “Receive” en er geen gegevens verzonden worden.ContinueGa door

10Bediening van het programma (vervolg)4Kies het type gegevens dat u wilt ontvangen en selecteer dan “OK”.Selecteer “Reverb” om de gegevens voor de galmkarakteristieken van de kamer te ontvangen en selecteer “MCACC Parameters” om de gegevens voor de diverse MCACC-parameters (meetresultaten) te ontvangen. De “Group Delay” functie wordt niet op deze receiver gebruikt. Er gebeurt niets wanneer deze functie wordt gekozen.De gegevensoverdracht begint.Wanneer de ontvangst compleet is, verschijnen de ontvangen gegevens.• De gegevens die gebruikt worden om de nagalmkarakteristieken (Reverb) weer te geven, worden gewist wanneer de receiver wordt uitgeschakeld. In dit geval is er geen grafiek voor de nagalmkarakteristieken, ook wanneer er gegevens zijn ontvangen.

Als u de stroom hebt uitgeschakeld nadat de metingen zijn verricht, moet u de metingen opnieuw uitvoeren.• De gegevens die gebruikt worden om de MCACC-parameters weer te geven worden niet gewist wanneer de receiver wordt uitgeschakeld.• Om storingen te voorkomen, moet u na de gegevensoverdracht de RS-232C kabel waarmee uw PC is aangesloten op de receiver uittrekken.OpmerkingType gegevensContinueGa door

11Bediening van het programma (vervolg)Grafische voorstellingen en parameteraanduidingen (namen en betekenis van de onderdelen)Wanneer de meetgegevens worden ontvangen, verschijnt het venster met de grafische voorstellingen en parameteraanduidingen. Het venster heeft twee tabbladen: “Reverb” en “MCACC Parameters”. Kies het gewenste tabblad om naar dat venster te gaan en de betreffende gegevens te zien. De “Group Delay” functie wordt niet op deze receiver gebruikt. Er wordt niets weergegeven wanneer het “Group Delay” tabblad wordt geselecteerd.

Ook worden op het display met de galmeigenschappen Surround L en Surround R (SL en SR) weergegeven als “Surround L A” en “Surround R A” (“SL A” en “SR A”).Reverb (grafiek van de nagalmfrequentiekarakteristieken van de kamer)U kunt kiezen tussen weergave van de afzonderlijke aanduidingen voor de verschillende kanalen/frequenties of een lijstweergave van alle kanalen/frequenties (ALL). Hieronder worden de verschillende onderdelen van de afzonderlijke aanduidingen en de ALL weergave beschreven, waarbij de kanaalaanduiding als voorbeeld wordt gebruikt.Afzonderlijke kanaalaanduiding (Voorbeeld: Linker kanaal) Aanduiding voor ALL 1234567891011121314ContinueGa door

13Bediening van het programma (vervolg)1 Menubalk en menu-pictogrammenUit de bedieningsmenu’s kunt u de volgende commando’s kiezen.FileOpen Opent een bestand dat is opgeslagen in uw PC (zie bladzijde 17).Close Sluit een bestand.SaveOpslaan van de meetgegevens in een bestand (zie bladzijde 16).Save AsReceive Ontvangst van meetgegevens (zie bladzijde 9).Print Afdrukken van de huidige afzonderlijke grafiek.aa.

Het is niet mogelijk om onderdelen af te drukken of er een voorbeeld van te zien als ze niet zijn ontvangen (onderdelen waarvoor geen gegevens zijn).Preview Toont een afdrukvoorbeeld om te laten zien hoe een afdruk van het gekozen object er uit gaat zien.aExit Sluit het programma.DisplayDe manier waarop de grafieken worden weergegeven kan gewijzigd worden.Graph 2D : Tweedimensionale weergave.Graph 3D : Driedimensionale weergave.De weergave van de grafiek voor de nagalmkarakteristieken kan gewijzigd worden.Each Ch:Alle kanalen worden afzonderlijk weergegeven.De grafiek voor de nagalmkarakteristieken van de luisterruimte (vóór ijking) wordt weergegeven met de “Each Ch” modus, zodat u de nagalmkarakteristieken voor de afzonderlijke kanalen kunt controleren.Pair Ch:De samengestelde nagalmkarakteristieken voor de linker en rechter paren van de “Front”, “Surround” en “Surr Back” kanalen worden weergegeven.

14Bediening van het programma (vervolg)2 Keuzetabblad voor weergave-onderdeelWeergave van een grafiek met de eigenschappen van de galmfrequenties of de MCACC-parameterlijst. De “Group Delay” functie wordt niet op deze receiver gebruikt.

Er wordt niets weergegeven wanneer deze functie wordt gekozen.3 Niveau [dB]De niveau-as.4 Tijd [msec]De tijdas.5 Kanaalnotitie (alleen beschikbaar wanneer de kanalen worden weergegeven op de grafiek voor de nagalmkarakteristieken)Hiermee kunt u voor elk kanaal een korte notitie toevoegen.6 Datum en tijdToont de datum en tijd dat de meetgegevens werden overgebracht naar de PC.7 Kanaal- en frequentie-keuzetoetsenCh: Kiest de kanaalweergavestand (de frequenties worden aangegeven volgens de diepte-as van de grafiek).Freq: Kies de frequentieweergavestand (de kanalen worden aangegeven volgens de diepte-as van de grafiek).8 Alle/afzonderlijke kanalenweergave schakelmenuHiermee schakelt u over tussen weergave van alle kanalen of afzonderlijke kanalen (Left, ALL, enz.)9 GrafiekinstelbalkZ: Vergroten of verkleinen van de aanduidingseenheid van de niveauschaal [dB].M: Verplaatsen van de niveauschaal [dB].E: Verplaatst het oogpunt voor de 3D grafieken in verticale richting.

(Dit is niet mogelijk voor 2D grafieken.)R: Verplaatst het oogpunt voor de 3D grafieken in horizontale richting. (Dit is niet mogelijk voor 2D grafieken.)WindowCascade Laat bestandvensters overlappen.aa. Beschikbaar wanneer er twee of meer bestanden geopend zijn.Tile Plaatst bestandsvensters naast elkaar.aMinimize Verkleint het venster.Arrange Rangschikt de verkleinde pictogrammen.aHelpVersion Info Toont het versienummer van het programma.ContinueGa door

15Bediening van het programma (vervolg)10 BalkgrafiekWijzigt de grafiekweergave. Met deze knop wisselt u tussen de bandgrafiek en de balkgrafiek.11 BestandsnotitieEr kunnen notities betreffende het bestand (toestand op het moment van de meting enz.) voor de verschillende onderdelen worden opgeslagen.12 NagalmtypeGeeft aan of de nagalmkarakteristieken gelden vóór ijking (EQ OFF) of na ijking (EQ ON). (Voor de nagalmkarakteristieken na ijking wordt de EQ ijkingscurve weergegeven.)13 LegendaGeeft aan welke kleuren in de grafieken overeenkomen met welke kanalen of frequenties.14 Freq [Hz]/KanaalIn de kanaalweergavestand wordt dit de frequentie-as. In de frequentieweergavestand wordt het de kanaal-as.15 Keuzetoetsen voor lijstweergave/afzonderlijke aanduidingenWanneeer “ALL MEMORY” is geselecteerd worden alle MCACC-geheugens weergegeven.

16Bediening van het programma (vervolg)Grafieken opslaan in gegevensbestandenDe meetgegevens die vanaf de receiver zijn overgezonden kunt u opslaan in uw PC. Alle gegevens die in één keer tegelijk zijn ontvangen, worden opgeslagen in één bestand.1Om de gemeten gegevens op te slaan, kiest u “Save” in het “File” menu.Als u gegevens hebt die al eerder zijn opgeslagen, maar die u nu onder een nieuwe naam wilt opslaan, kiest u voor “Save As” (opslaan als).2Controleer de map voor het opslaan van de gegevens, kies een bestandsnaam, en klik dan op “Save”.De gegevens worden opgeslagen in de CSV-indeling (met bestandsnaamextensie “.csv”).Wanneer de gegevens zijn opgeslagen, moet u (met de knoppen van de receiver) op “RETURN” drukken om het scherm Reverb Output PC te verlaten. Hierdoor gaat receiver uit de transmissie-standbystand.

(Zie bladzijde 62 van de handleding van de receiver.)Het CSV bestandsformaat wordt vaak gebruikt voor het overbrengen van gegevens naar applicatieprogramma’s zoals databases en spreadsheets. Met dergelijke programma’s kunt u dan ook in dit geval een overzicht van de gemeten waarden zien.Als u echter een ander programma gebruikt om de gegevens aan te passen en in gewijzigde vorm op te slaan, zal het Geavanceerde MCACC programma het bestand niet altijd meer kunnen openen.OpmerkingContinueGa door

17Bediening van het programma (vervolg)Gegevensbestanden openenU kunt twee of meer gegevensbestanden tegelijk openen, om de gegevens uit die bestanden te vergelijken.1Selecteer “Open” in het “File” menu op de menubalk.2Kies het bestand dat u wilt openen en klik op “Open”.De voorheen opgeslagen metingsgegevens worden weergegeven.Het programma sluiten1Selecteer “Exit” in het menu “File”.Het programma wordt afgesloten.

18Interpretatie van de grafiekenZoals aangegeven in Nuttige toepassingen van dit applicatieprogramma (bladzijde 3) kan de grafiek voor de nagalmkarakteristieken worden gebruikt als referentie bij het bepalen van de ijkingstijdpostie met de “Advanced EQ Setup” functie van de receiver. Bovendien is het een belangrijk hulpmiddel om het effect te controleren van de maatregelen die genomen zijn om de akoestiek van de kamer te verbeteren. Aflezen van de nagalmgrafieken (Reverb)De grafieken tonen de veranderingen in het microfoon-ingangsniveau afgezet tegen de tijdas, beginnend met stilte op het tijdstip 0, wanneer de testtoon nog moet gaan klinken, en daarvandaan doorlopend terwijl een constant geluidsniveau door de luidsprekers wordt weergegeven. • Als er helemaal geen sprake is van nagalm in uw kamer, zal de grafiek er uit zien zoals figuur A hieronder.

• Als er wel nagalm is, zal de grafiek een geleidelijke toename van akoestisch vermogen tonen, zoals aangegeven in figuur B. • Vanwege een effect dat “groepsvertraging” genoemd wordt, kan het voortbrengen van de lagere frequenties iets langer duren dan voor de hogere frequenties (dit zal het meest opvallend zijn bij vergelijking van de frequenties aan het begin, bij 0 ms). • Als een grafiek doorloopt of uitsteekt voorbij het bereik dat aangegeven kan worden, of hinderlijk dicht bij de randen van het scherm komt, kunt u de afbeeldingsmaatstaf aanpassen met de Z (Zoom) regelknop op de grafiek-instelbalk, om het weergavebereik van de Niveau [dB] schaal zo te beperken dat de gehele grafiek zichtbaar wordt. • De instellingen voor kanaalniveau en luidsprekerafstand worden grafisch weergegeven.

Het is dan ook het beste om ervoor te zorgen dat deze instellingen (bij “ALL” of “Channel Level” van Auto MCACC) correct zijn ingesteld voordat u de nagalm meet.

• Ook in gevallen wanneer er een groot verschil is in de uitgangsniveaus van de verschillende frequenties (de frequentiekarakteristieken van de kamer zijn slecht), kunnen de frequentiekarakteristieken van de afzonderlijke kanalen dichter bij een recht verloop worden gebracht met de “SYMMETRY” of “ALL CH ADJUST” ijkingsinstellingen van de “Auto MCACC” functie van de receiver. (Zie bladzijde 38 van de handleiding van de receiver voor nadere bijzonderheden. )• Het zal gewoonlijk niet mogelijk zijn de juiste equalizerwaarden voor de Acoustic Cal EQ akoestiek-equalizer functie van de receiver te berekenen door eenvoudigweg de grafieken op uw PC te bekijken.

(Dit komt omdat de automatische aanpassingen van de Acoustic Cal EQ akoestiek-equalizer functie rekening houden met diverse factoren zoals equalizerband-interferentie en analytische filterkarakteristieken voor het bepalen van de optimale instelling. )• Er kunnen verschillen zijn in de grafieken van de nagalmkarakteristieken na metingen met de Auto MCACC functie (“CUSTOM”  “ALL”, “Keep SP System” of “EQ Pro. & S-Wave”) in vergelijking met na metingen met de Reverb Measurement functie (Manual MCACC  “EQ Professional”), als gevolg van de instelling voor de staande-golf regeling. Met Auto MCACC wordt de nagalm gemeten met de staande golf geregeld, zodat de grafiek van de nagalmkarakteristieken niet de invloed van de staande golven weergeeft.

19Interpretatie van de grafieken (vervolg)Bepalen van de meetperiode voor de Advanced EQ Setup ijkingBij conventionele MCACC EQ ijking ligt de meetperiode voor de ingangsgegevens van de microfoon vast tussen 80 en 160 [ms] (rode gebied in Figuur 1). De Advanced EQ Setup functie van de receiver biedt daarentegen een meer professionele bijregeling en de klant kan punten selecteren tussen 0 en 80 [ms] (met 20 ms breedte) (blauwe gebied van Figuur 1). U kunt de tijdsperiode instellen met “Advanced EQ Setup” in het submenu “EQ Professional” (in het menu “Manual MCACC”). U hoeft dit niet in te stellen als de resultaten van “Auto MCACC” voldoen. (Zie voor verdere informatie bladzijde 45 van de handleiding van de receiver.

)Figuur 1 Vergelijking van de meetperioden voor gegevensopvang via de microfoonOm de meetperiode te bepalen voor de Advanced EQ Setup ijking, bekijkt u de grafieken van de gemeten nagalmkarakteristiek en let u op de volgende drie patronen. Patroon 1: Verschillende nagalmkarakteristiek voor hoge en lage frequentiesIn kamers met een nagalmkarakteristiek zoals die getoond in Figuur 2, krijgen de lagere frequenties vaak een veel sterkere nagalm in vergelijking met de hogere frequenties (m. a. w. de kamer klinkt ‘boemerig’). Bij conventionele MCACC EQ ijking worden de gegevens tussen 80 en 160 [ms] verkregen (het rode gebied in Figuur 2), dus het volume van de lage frequenties wordt als laag beoordeeld en het volume van de hoge frequenties wordt als hoog beoordeeld, en de egalisatiecurve wordt geijkt met de hoge frequenties enigszins versterkt.

Voor de karakteristieken van het geluid dat het oor rechtstreeks bereikt binnen ongeveer 40 ms is er echter voldoende volume zodat de hoge frequenties niet versterkt hoeven te worden, dus met egalisatie met behulp van de MCACC EQ ijking zullen de hoge frequenties soms te sterk klinken. Zodoende zou Acoustic Cal EQ kunnen ertoe kunnen leiden dat hoge frequenties in een ruimte schel klinken.

In dergelijke gevallen kan het instellen van de meetperiode voor de Advanced EQ Setup op 30 tot 50 msec (het blauwe gebied in Figuur 2), om meer rekening te houden met het geluid dat direct van de luidsprekers komt, een vlakkere en beter gebalanceerde frequentierespons voor het directe geluid (inclusief de vroege weerkaatsingen) opleveren en daarmee een gelijkmatiger, prettiger klankbeeld. Figuur 2OpmerkingNiveau(dB)Acoustic Cal EQ Professional ijkingsinterval (instelling naar keuze)Tijdsbereik van conventionele MCACC EQ ijking (ligt vast)Tijd (in ms)Niveau(dB)In te stellen meetperiodeTijd (in ms)Lage frequentiesHoge frequentiesContinueGa door.

20Interpretatie van de grafieken (vervolg)Patroon 2: Verschillende nagalmkarakteristieken for verschillende kanalenAls de nagalmkarakteristieken voor de verschillende kanalen verschillen zoals getoond in Figuur 3 en de egalisatie met conventionele Acoustic Cal EQ maakt gebruik van de gegevens die tussen 80 en 160 [ms] zijn verkregen (het rode gebied in Figuur 3), wordt de egalisatie zo uitgevoerd dat de toon van de verschillende kanalen geleidelijk wordt bijgeregeld voor 80 ms vanaf de tijd dat het geluid door de luidsprekers wordt uitgestuurd en daarna (het is niet mogelijk om de respons van het directe geluid bij te regelen).

De waarneming van de plaatsing en de beweging van het akoestische beeld, en de eenheid van het geluid, van de verschillende luidsprekers wordt echter niet alleen beïnvloed door de nagalm maar ook door het directe geluid van de luidsprekers (inclusief het vroege weerkaatste geluid). In dergelijke gevallen kunt u beter gebruik maken van de Advanced EQ Setup functie en daarvoor een meetperiode kiezen van 30 tot 50 msec (het blauwe gebied in Figuur 3). Dat biedt een betere mogelijkheid de karakteristiek van het directe geluid voor de verschillende kanalen in balans te brengen, hetgeen een fraai evenwichtig klankbeeld oplevert, met een duidelijke akoestische plaatsing en beweging.

Figuur 3Patroon 3: Soortgelijke nagalmkarakteristiek voor de hoge en lage frequenties en alle kanalenZoals getoond in Figuur 4, wanneer de nagalmkarakteristieken voor alle kanalen grotendeels hetzelfde zijn over alle frequenties, zal de geluidsweergave in uw luisterkamer waarschijnlijk geen last hebben van overmatige nagalm. Wij raden aan te ijken met een tijd van ongeveer 60 tot 80 [ms] (het groene gebied in Figuur 4) opgegeven bij de Advanced EQ Setup. Deze levert een complete ijking voor zowel het directe geluid als voor de nagalm, resulterend in een ideaal gebalanceerd klankbeeld.

Figuur 4• Als u niet goed weet welke meetperiode te kiezen voor de Advanced EQ Setup ijking, begint u dan met 30 tot 50 msec. Als de grafieken daarmee een nogal vreemde nagalmcurve tonen voor een bepaalde frequentie, kan dat liggen aan een toevallige afwijking. Dan kunt u het nog eens proberen, met in plaats van de 30 tot 50 msec een ietwat andere meetperiode. • Ook kan het nuttig zijn om verschillende meetperioden uit te proberen voor de Advanced EQ Setup ijking, om dan die periode te kiezen die de beste klank oplevert. • De instellingen voor de meetperiode kunnen niet op de PC gemaakt worden. Deze instellingen zijn alleen te maken via de beeldschermaanduidingen van de receiver, met behulp van de Advanced EQ Setup functie van de receiver.

21Interpretatie van de grafieken (vervolg)Controlepunten om de nagalmkarakteristiek van uw kamer te verbeterenDe nagalmkarakteristiek van uw luisterkamer zijn in principe duidelijk af te lezen in de grafieken. Om u een leidraad te geven, volgen hieronder vier voorbeelden die tonen hoe verschillende soorten kamers er in een grafiek kunnen uitzien.Voorbeeld 1: Grafiek loopt naar rechts geleidelijk op in alle frequentiesDit is zo te zien een kamer met nogal veel nagalm. We zouden u adviseren om, indien mogelijk, wat geluiddempende materialen aan te brengen om een akoestisch minder sterk reflecterende ruimte te verkrijgen, naar uw eigen inzicht en smaak.Voorbeeld 2: Een bepaald kanaal toont een afwijkende nagalmkarakteristiekIn dit geval staat er waarschijnlijk dichtbij een van de luidsprekers een meubelstuk of voorwerp dat een sterkte invloed heeft op de geluidsweergave.

22Interpretatie van de grafieken (vervolg)Voorbeeld 3: Een bepaalde frequentie toont een afwijkende nagalmkarakteristiekEr is waarschijnlijk iets in deze kamer dat de weergave van deze frequentie beïnvloedt. Probeer wat andere luidsprekeropstellingen uit, om te trachten dit effect te verminderen.Voorbeeld 4: Een bepaald kanaal komt maar langzaam op sterkteDit kan zich voordoen wanneer een van de luidsprekers niet stabiel is opgesteld. We zouden u aanraden om zo mogelijk de luidsprekerstandaard te stabiliseren, om de karakteristiek van het afwijkende kanaal beter te laten overeenstemmen met de andere kanalen.In al deze gevallen zal, wanneer de “Auto MCACC” functie wordt gebruikt, de ijkingstijdpositie automatisch geselecteerd worden overeenkomstig de eigenschappen van de kamer, zodat een optimaal geluidsveld kan worden verkregen.

In deze grafiek kunt u nagaan wat de effecten van ijking door MCACC voor uw luisterkamer zijn.1Sluit de receiver aan op uw PC via een RS-232C kabel.Zie bladzijde 7 voor meer informatie over het aansluiten van de RS-232C-kabel.2Selecteer de “EQ Professional” optie voor “Manual MCACC” en gebruik de functie met “Reverb Measurement” ingesteld op “EQ OFF”.(Zie bladzijde 8 of bladzijde 45 van de handleiding van de receiver.)De nagalmkarakteristieken vóór egalisatie worden gemeten.Als “Auto MCACC” nog nooit is uitgevoerd, moet u hier “Auto MCACC (ALL)” uitvoeren.(Zie bladzijde 9 van de handleding van de receiver.)3Ontvang de gegevens en sla deze op door “Output PC” in “Data Management” te selecteren.Als u deze gegevens ontvangt en op uw PC opslaat, kunt u de grafiek bekijken met de nagalmkarakteristieken van uw luisterkamer voor ijking.4Selecteer “Reverb Measurement” in het “EQ Professional” menu van de receiver en kies dan “EQ ON”.(Zie bladzijde 8 of bladzijde 45 van de handleiding van de receiver.)Meet de nagalmkarakteristieken van de kamer nadat egalisatie is gebruikt met de microfoon op dezelfde plaats als toen de “Auto MCACC (ALL)” werd uitgevoerd.

De metingen worden uitgevoerd met de EQ-waarden die zijn opgeslagen in het MCACC-geheugen dat geselecteerd is op de receiver, dus voordat u de nagalmkarakteristieken meet, moet u het MCACC-geheugen selecteren dat na egalisatie wordt gemeten.ContinueGa door

24Interpretatie van de grafieken (vervolg)5Ontvang de gegevens en sla deze op door “Output PC” in “Data Management” te selecteren.Als u deze gegevens ontvangt en op uw PC opslaat, kunt u de grafiek bekijken met de nagalmkarakteristieken van uw luisterkamer met egalisatie van de receiver (na ijking).In de volgende grafiek ziet u de meetresultaten van de nagalm na ijking door Advanced EQ Setup (met een instelling van 30-50ms voor de tijdsperiode):Omtrent de aanduidingstypen van de grafiek voor de nagalmkarakteristieken na EQ ijkingVoor “SYMMETRY” of “FRONT ALIGN”• Het aanduidingstype is ingesteld op “Pair Ch” (bladzijde 13).

Als gevolg van de eigenschappen van de verschillende EQ-curven zullen, wanneer het “Each Ch” aanduidingstype is ingesteld, de nagalmkarakteristieken voor de verschillende kanalen niet juist uitgelijnd zijn.• De nagalmkarakteristieken vóór ijking worden weergegeven in de “Each Ch” modus, dus als u de karakteristieken vóór en na ijking wilt vergelijken, moet u het aanduidingstype vóór ijking op “Pair Ch” instellen. Op deze wijze zijn het aantal kanalen vóór en na ijking gelijk, zodat u kunt vergelijken.Voor “ALL CH ADJUST”• Het aanduidingstype is ingesteld op “Each Ch” (bladzijde 13).

Als gevolg van de eigenschappen van de verschillende EQ-curven zullen, wanneer het “Pair Ch” aanduidingstype is ingesteld, de nagalmkarakteristieken voor de verschillende kanalen niet juist uitgelijnd zijn.• Aangezien het “Each Ch” aanduidingstype zowel vóór als na ijking is ingesteld, kunnen de grafieken vergeleken worden.• De ijkgegevens van “Reverb Measurement” gaan verloren als u de stroom uitschakelt.• De grafieken met meetgegevens van de nagalm voor en na ijking worden weergegeven in 2-D om een goede vergelijking mogelijk te maken.OpmerkingContinueGa door

25Weergave van de MCACC-parametersIn aanvulling op de gegevens van de nagalmfrequentie-karakteristieken gemeten met de Geavanceerde MCACC-functie, kunnen alle parameters (resultaten van de metingen) ingesteld in de MCACC-geheugens op de computer worden gecontroleerd.Parameters die weergegeven kunnen worden1. Speaker Setting (luidsprekersysteem en wisselfrequentie)2. Channel Level (luidspreker-uitgangsniveau)3. Speaker Distance (afstand tot de luidspreker)4. Standing Wave Control (filter voor staande-golf regeling)5. Acoustic Cal EQ (ijking van de frequentiekarakteristieken van de luisterrruimte)a6. X-Curve (toonbalans van het luidsprekersysteem voor filmgeluid)a. In aanvulling op de EQ-ijkingswaarden die in elk MCACC-geheugen zijn opgeslagen, wordt tevens de naam van de EQ-ijkingscurve (“Symmetry”, “All Ch Adjust” of “Front Align”) aangegeven.

Bovendien wordt “Custom” aangegeven voor geheugens waarvoor de equalizer handmatig is aangepast. Meting van de nagalmkarakteristieken na ijking (bladzijde 23) wordt uitgevoerd met toepassing van de EQ-ijkingscurven voor deze geheugens.Weergave van de verschillende geheugensU kunt de gegevens voor alle MCACC-geheugens (MEMORY1 t/m MEMORY6) ontvangen en weergeven, maar het is ook mogelijk om de gegevens voor de afzonderlijke geheugens weer te geven.Wanneer er onderdelen zijn die niet op het display passen, verplaatst u de schuifbalk op het scherm om de resterende gegevens te zien.Opmerking

26Het programma updaten, wissen of reparerenHet programma met een update vernieuwenEen nieuw installeerprogramma zal beschikbaar komen op de download-website, telkens wanneer er een nieuwe versie van het Geavanceerde MCACC programma uitkomt. Dan kunt u het nieuwe installeerprogramma downloaden en dat gebruiken om de op uw PC bestaande versie te overschrijven (updaten) door de nieuwste versie van het applicatieprogramma.Om te controleren over welke versie van het programma u beschikt, kiest u het onderdeel “Help”  “Version Info” in de menubalk. Dan verschijnt er een venster met het versienummer (Version 2.1, enz.).1Dubbelklik op het gedownloade installeerprogramma .De InstallShield Wizard verschijnt op het scherm. Voer de stappen 2 t/m 5 uit van Het programma installeren (bladzijde 4).2Selecteer “Install”.Ga door naar stap 3 als “Ver. 1.1” of “Ver.

27Het programma updaten, wissen of repareren (vervolg)3Selecteer “Yes”.Het voorheen geïnstalleerde programma wordt gewist.4Selecteer “OK”.De installatie van de meest recente versie begint.5Klik op “Finish”.Hiermee is de update van het applicatieprogramma voltooid.Het programma werkt mogelijk niet goed als er gelijktijdig twee versies van het programma op de computer zijn geïnstalleerd. Als u naar een vorige versie van het programma wilt terugkeren, moet u eerst de huidige geïnstalleerde versie deïnstalleren (wissen) en dan de vorige versie opnieuw installeren.OpmerkingContinueGa door

28Het programma updaten, wissen of repareren (vervolg)Het applicatieprogramma wissenU kunt een van de volgende methoden gebruiken om het applicatieprogramma van uw PC te verwijderen (uninstall).Methode 1: Wissen via het configuratiescherm van uw PCVanaf het Start menu klikt u op “Setting”  “Control Panel”  “Add/Remove Programs”.Methode 2: Gebruik het installeerprogramma voor de huidige geïnstalleerde versie om het applicatieprogramma te wissenHet applicatieprogramma kan niet gewist worden met het installeerprogramma van een versie die verschilt van de geïnstalleerde versie. U moet altijd het installeerprogramma van dezelfde versie gebruiken.1Dubbelklik op het “PioneerAdvancedMCACC_e_ver_*_*.exe” bestand .De InstallShield Wizard verschijnt op het scherm.2Selecteer “Next”.3Selecteer “Remove” en dan “Next”.OpmerkingContinueGa door

30Het programma updaten, wissen of repareren (vervolg)Het programma reparerenDe reparatiefunctie kan worden gebruikt wanneer bijvoorbeeld de snelkoppelingen op het bureaublad zijn gewist enz., om het programma te herstellen naar dezelfde condities als toen het de eerste maal werd geïnstalleerd.Het applicatieprogramma kan niet gerepareerd worden met het installeerprogramma van een versie die verschilt van de geïnstalleerde versie. U moet altijd het installeerprogramma van dezelfde versie gebruiken.1Dubbelklik op het installeerprogramma van de geïnstalleerde versie.De InstallShield Wizard verschijnt op het scherm.2Selecteer “Next”.3Selecteer “Repair” en “Next”.OpmerkingContinueGa door

32Problemen oplossenTijdens het gebruik van de Gevanceerde MCACC applicatie kunnen er soms problemen optreden die te wijten zijn aan oorzaken zoals conflicten met andere programma’s of een minder geschikte configuratie van de PC. Als zich een dergelijk probleem voordoet, zult u het meestal aan de hand van de onderstaande controlepunten kunnen oplossen.Als het probleem echter blijft bestaan of opnieuw optreedt na het volgen van de onderstaande suggesties, neemt u dan contact op met de Pioneer onderhoudsdienst die staat vermeld op uw garantiebewijs. Oorzaak 1: Als uw PC niet aan alle vereisten voor dit applicatieprogramma voldoet, kan het programma uiterst traag of onstabiel worden of helemaal vastlopen.Controleer zorgvuldig of uw PC daadwerkelijk voldoet aan alle vereisten voor het gebruik van dit programma.

(Zie bladzijde 2.) U zult deze applicatie alleen goed kunnen gebruiken als uw PC voldoet aan alle vereisten.Oorzaak 2: Als er aan de vereiste voorwaarden voor de computeromgeving is voldaan, maar er veel bestanden zijn geopend in het programma en deze alle met de MCACC Para optie worden weergegeven, kan er een foutmelding verschijnen als gevolg van een gebrek aan computergeheugen.Als de onderstaande fout optreedt, moet u enkele van de geopende bestanden sluiten of u verlaat het programma en start het dan weer opnieuw op. Als u veel bestanden met elkaar wilt vergelijken, raden wij u aan ze af te drukken met de functie Print en dan op papier te vergelijken.Het programma werkt niet goed of laat de computer vastlopenContinueGa door

33Problemen oplossen (vervolg)Oorzaak 1: Als er niet voldoende systeemhulpbronnen beschikbaar zijn, kan er een foutmelding verschijnen.Als er een foutmelding zoals die hieronder verschijnt, start u de PC opnieuw op en start vervolgens het installeerprogramma (PioneerAdvancedMCACC_e_ver_*_*.exe) zonder dat er enige andere applicatie actief is.Oorzaak 2: De installatie van het Geavanceerde MCACC programma kan mis gaan vanwege conflicten met andere applicaties.Probeer de volgende remedies, in de aangegeven volgorde.1) Als er nog andere applicatieprogramma’s actief zijn, sluit u dan eerst die andere programma’s en start dan het installeerprogramma (PioneerAdvancedMCACC_e_ver_*_*.exe) opnieuw.2) Als dat niet werkt, start dan uw PC opnieuw op en start vervolgens het installeerprogramma (PioneerAdvancedMCACC_e_ver_*_*.exe) zonder dat er enige andere applicatie actief is.Oorzaak 1:Er kunnen soms onduidelijke transmissiefouten optreden.Als uw eerste poging niet gelukt is, kunt u opnieuw proberen de meetgegevens te zenden.

Vaak verloopt de gegevensoverdracht de tweede maal wel goed.Oorzaak 2:Er kan een foutmelding zoals de onderstaande verschijnen als de gegevensoverdracht niet lukt. Het Geavanceerde MCACC programma is niet goed te installerenDe meetgegevens worden niet verzonden naar de PCContinueGa door

34Problemen oplossen (vervolg)Probeer de volgende remedies, in de aangegeven volgorde. 1) Controleer of er in het instelscherm van de receiver ook een aanduiding “Start the MCACC application on your PC” verschijnt. (Deze aanduiding wijst erop dat de receiver gereed is om gegevens te verzenden naar de PC. )2) Controleer of de RS-232C kabel naar behoren is aangesloten. (Schakel eerst alle aangesloten apparaten uit en trek alle stekkers uit het stopcontact voordat u enige kabel aansluit of losmaakt. )3) Sluit alle andere actieve applicatieprogramma’s. 4) Controleer het nummer van de COM-poort. 5) Controleer of het juiste type RS-232C kabel is gebruikt (bladzijde 7). 6) Start het Geavanceerde MCACC applicatieprogramma opnieuw. 7) Start uw PC opnieuw op. Oorzaak 3: De volgende foutmelding kan verschijnen en de gegevensoverdracht is misschien niet mogelijk.

Zie de handleiding van de PC of de applicatiesoftware die de COM-poort gebruikt en maak de aangesloten COM-poort beschikbaar voor gegevensoverdracht. Oorzaak 1: Als er niet voldoende systeemhulpbronnen beschikbaar zijn, kan er een foutmelding verschijnen. Als er een foutmelding verschijnt (zoals die hierboven aangegeven voor Oorzaak 1) of Het Geavanceerde MCACC programma is niet goed te installeren (bladzijde 33), start dan uw PC opnieuw op en start vervolgens weer het installeerprogramma (PioneerAdvancedMCACC_e_ver_*_*. exe) zonder dat er enige andere applicatie actief is. Oorzaak 2:De update-vernieuwing van het Geavanceerde MCACC programma kan mis gaan vanwege conflicten met andere applicaties. Probeer de volgende remedies, in de aangegeven volgorde.

1) Als er nog andere applicatieprogramma’s actief zijn, sluit u dan eerst die andere programma’s en start dan het installeerprogramma (PioneerAdvancedMCACC_e_ver_*_*. exe) opnieuw. 2) Als dat niet werkt, start dan uw PC opnieuw op en start vervolgens het installeerprogramma (PioneerAdvancedMCACC_e_ver_*_*. exe) zonder dat er enige andere applicatie actief is.

35Problemen oplossen (vervolg)Oorzaak:Het is niet mogelijk om de grafieken met de nagalmkarakteristieken af te drukken wanneer deze worden weergegeven in de “ALL” modus.Kies eerst de grafiek voor een afzonderlijk kanaal of frequentie en start dan het afdrukken.Oorzaak: De applicatiesoftware die u gebruikt is mogelijk niet geschikt voor uw receiver.Controleer het modelnummer van uw receiver en gebruik applicatiesoftware die hiervoor geschikt is.Oorzaak: Wanneer de receiver is aangesloten op uw PC met een RS-232C kabel, kan de spanning van de ontvanger automatisch worden ingeschakeld wanneer u de PC gebruikt.Trek de kabel uit wanneer u hem niet gebruikt.De grafiek met de nagalmkarakteristieken kan niet worden afgedruktSommige functies van de applicatie kunnen niet worden gebruiktDe receiver veroorzaakt een storing wanneer hij wordt aangesloten op de PC met een RS-232C kabelAanduiding voor ALLContinueGa door

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Pioneer VSX-1018 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden