Pioneer GM-D515 Handleiding

Pioneer Receiver GM-D515

Bekijk gratis de handleiding van Pioneer GM-D515 (73 pagina’s), behorend tot de categorie Receiver. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 13 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Pioneer GM-D515 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/73
5 channel power amplifier
Amplificateur de puissance à cinq voies
Owner’s Manual
GM-D515
Mode d’emploi
ENGLISHESPAÑOLDEUTSCHFRANÇAISITALIANO NEDERLANDS

Beoordeel deze handleiding

4.8/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Pioneer
Categorie: Receiver
Model: GM-D515

Handleiding Pioneer GM-D515 – volledige tekst

Alvorens gebruik2ENGLISH ESPAÑOL DEUTSCH FRANÇAIS ITALIANO NEDERLANDSDank U zeer voor de aanschaf van ditPIONEER-product. Lees deze gebruiks-aanwijzing goed door, voordat het toestelin gebruik genomen wordt. Bij problemenNeem contact op met uw dealer of hetdichtstbijzijnde PIONEER service-cen-trum, wanneer de eenheid niet juist func-tioneert. Over dit productDit product is een 5-kanaals Klasse D ver-sterker. Sluit luidsprekers met het vollebereik aan op de kanalen A en B en eensubwoofer op het SUB kanaal. Als voor het SUB kanaal zowel L (links)als R (rechts) zijn aangesloten op de RCA(tulpstekker) ingang, zal het gepro-duceerde geluid een mix zijn van de L enR signalen. WAARSCHUWINGVervang de zekering in geen geval dooréén met een hoger vermogen of hogerewaarde dan de originele.

Gebruik van eenverkeerde zekering kan leiden tot overver-hitting en rookontwikkeling en totbeschadiging van het product en letsel,bijvoorbeeld brandwonden. WAARSCHUWING• Gebruik altijd de los verkrijgbare, speciale rodeaccu- en aardedraden ([RD-223] 2). Verbind×het accudraad direct met de positieve pool (+) vande autoaccu en het aardedraad met het chassis vande auto. • Raak de versterker niet met natte handen aan. Uzou anders een elektrische schok kunnen krijgen. Raak de versterker tevens niet aan wanneer dezenat is. • Voor de verkeersveiligheid dient u het volumezodanig in te stellen dat u verkeerssignalen enander verkeer nog goed kunt horen. • Controleer de verbindingen van de spanningsto-evoer en luidsprekers inden de zekering van hetlos verkrijgbare accudraad of de zekering van deversterker regelmatig doorbrandt. Zoek de oorza-ak en los het probleem op.

Schakel in dit geval de spanningvan het systeem uit (OFF), controleer de verbind-ing met de spanningsbron en luidsprekers. Zoekde oorzaak en los het probleem op. • Raadpleeg de plaats van aankoop indien u deoorzaak niet kunt vinden. • Om een elektrische schok of kortluiting tevoorkomen tijdens het aansluiten en installeren,moet de negative (–) pool van de accu wordenontkoppeld voordat u de eenheid aansluit. • Controleer of er zich geen onderdelen achter hetpaneel bevinden wanneer u een gat boort voor deinstallatie van de versterker. Zorg ervoor dat allekabels en belangrijke onderdelen zoals brand-stofleidingen, remleidingen en de elektrischebedrading beveiligd zijn en niet kunnen wordenbeschadigd. • Laat de versterker IN GEEN GEVAL in contactkomen met vloeistoffen, bijvoorbeeld als gevolgvan de opstelling van de versterker. Dit kan lei-den tot elektrische schokken.

De versterker enluidsprekers kunnen ook beschadigd raken, rookproduceren en oververhit raken door contact metvloeistoffen. Daarbij kan het oppervlak van deversterker en het oppervlak van aangesloten luidsprekers heet worden, hetgeen kan leiden totlichte brandwonden.

3Instellen van dit toestelVersterkingsregelaar enRegelaar lage tonenU kunt de versterkingsregelaars A en Ben de regelaar voor de weergave van delage tonen (CH SUB) instellen inovereenstemming met de uitgangssig-nalen van de auto-stereo naar de Pioneerversterker. Zet deze regelaars normaliterin de “NORMAL (NORM.)” stand.Indien de weergave te zacht klinkt, zelfsmet het volume van de auto-stereo ver-hoogd, moet u deze regelaars naar rechtsdraaien.

Draai deze regelaars naar linksindien het geluid vervormt wanneer hetvolume van de auto-stereo wordt ver-hoogd.• Wanneer u slechts één ingang verbindt,moet u de versterkingsregelaars voor luid-sprekeruitgangen A en B in dezelfde standdraaien.• Wanneer u een auto-stereo gebruikt metRCA (standaard uitgangsspanning 500 mV),dient u de NORMAL stand in te stellen.Wanneer u een Pioneer auto-stereo metRCA gebruikt, met een maximale uit-gangsspanning van 4 V of meer, dient uhet niveau aan te passen aan het uit-gangsniveau van de auto-stereo.• Wanneer u de lage tonen wilt versterken,draai de regelaar voor de lage tonen naarrechts.Schakelaar voor de regeling vande slagfrequentie (BFC)Als u een slag of dreun hoort bij hetluisteren naar een MW/LW (MG/LG)-uitzending op uw autostereo, kunt u destand van de BFC-schakelaar wijzigenmet een kleine schroevedraaier metplatte kop.Regelaar voor drempelfrequentieU kunt een drempelfrequentie van 40 t/m240 Hz kiezen.

4ENGLISH ESPAÑOL DEUTSCH FRANÇAIS ITALIANO NEDERLANDSSpanningsindicatorDe spanningsindicator licht op wanneerde spanning wordt ingeschakeld.HPF (hoge-doorlaatfilter)-keuzeschakelaar (CH A en CH B)Stel de HPF-keuzeschakelaar als volgt in, naargelang het type luidspreker dat is aangeslotenop de luidsprekeruitgangsaansluiting en het autostereosysteem:HPF-keuze- Uit te voeren Type Opmerkingenschakelaar audio frequentiebereik luidsprekerUitgeschakeld (OFF) Full range Full range(links)HPF (rechts) Laag frequentiebereik tot Full range Als u het zeer lage hoog frequentiebereik frequentiebereik wil afsnijden, omdat het niet nodig is voor de luidspreker die u gebruikt.

5Aansluiten van het toestelWAARSCHUWING• Voorkom kortsluiting en beschadiging van deeenheid en ontkoppel de nagatieve (–) accupoolvan het voertuig. • Zet de bedrading met kabelklemmen of isoleer-of plakband vast. Bescherm de bedrading door degedeelten in de buurt van metalen delen metisoleerband af te dekken. • Leid de draden niet langs plaatsen die heet wor-den, bijvoorbeeld in de buurt van de verwarm-ingselementen. Indien de isolatie van draden heetwordt, zullen de draden worden beschadigd metkortsluiting tot gevolg. • Zorg dat de bedrading de werking van bewegendeof verplaatsbare onderdelen, bijvoorbeeld de ver-snelling, handrem of stoelverstelmechanismenvan het de auto niet hindert. • Sluit draden niet kort. Het beschermingscircuitwerkt anders namelijk niet wanneer het voor deveiligheid zou moeten functioneren.

• Tap het spanningsdraad van dit toestel niet afvoor gebruik van andere apparaten. Het vermo-gen van het draad zou dan namelijk worden over-schreden, met oververhitting tot gevolg. • Vervang de zekering in geen geval door één meteen hoger vermogen of hogere waarde dan deoriginele. Gebruik van een verkeerde zekeringkan leiden tot oververhitting en rookontwikkelingen tot beschadiging van het product en letsel,bijvoorbeeld brandwonden. Luidsprekerkanaal Luidsprekertype VermogenKanaal A (CH A) Andere dan subwoofer Maximale ingang: min. 100 WKanaal B (CH B) Andere dan subwoofer Maximale ingang: min. 100 WSubwooferkanaal Subwoofer Nominale ingang: (CH SUB) min. 178 W (4 Ω aandrijving)min. 338 W (2 Ω aandrijving)WAARSCHUWING:Om beschadiging en/of letsel tevoorkomen• Aard het luidsprekersnoer niet rechtstreeks ensluit evenmin een negatief snoer (–) aan voor ver-schillende luidsprekers.

• Dit toestel is ontworpen voor auto’s met een accuvan 12 V en negatieve aarding. Kijk bijgevolgeerst de accuspanning na voor u het toestelinstalleert in een recreatief voertuig, vrachtwagenof bus.

• De accu raakt mogelijk uitgeput indien de auto-stereo langdurig is ingeschakeld maar de motorstationair draait of is uitgeschakeld. Zet de auto-stereo uit wanneer de motor stationair draait of isuitgeschakeld. • Als het systeem-afstandbedieningssnoer van deversterker is aangesloten op de spanningsaansluit-ing via de contactschakelaar (12 V gelijkstroom),is de versterker altijd ingeschakeld wanneer hetcontact aanstaat, ongeacht of de auto-stereo welof niet door u is aangezet. Hierdoor raakt de accumogelijk uitgeput wanneer de motor stationairdraait of is uitgeschakeld. • Luidsprekers die op de versterker worden aanges-loten moeten overeenstemmen met de hierondervermelde normen. Indien dat niet het geval is, kandit leiden tot brand of beschadiging van de luid-spreker. Gebruik luidsprekers met een impedantievan 4 t/m 8 ohm. Gebruik een subwoofer met eenimpedantie van 2 t/m 8 ohm.

• Plaats en leid het los verkrijgbare accudraad zover als mogelijk uit de buurt van de luidspreker-draden. Plaats en leid het los verkrijgbare accud-raad en aardedraad, luidsprekerdraden en de ver-sterker zo ver als mogelijk uit de buurt van deantenne, antennekabel en tuner. • Snoeren voor dit toestel en overeenkomendesnoeren voor andere toestellen hebben mogelijkverschillende kleuren ookal is de functie van desnoeren hetzelfde. Zie voor het verbinden van dittoestel met een ander toestel daarom dehandleiding van beide toestellen en verbind desnoeren met dezelfde functie met elkaar.

6ENGLISH ESPAÑOL DEUTSCH FRANÇAIS ITALIANO NEDERLANDSAansluitschema DoorvoerbuisjeSpeciaal rood accusnoer [RD-223] (los verkrijgbaar)Sluit, nadat alle andere aansluitingen op de versterk-er zijn gemaakt, het accusnoer-aansluitpunt van deversterker aan op het positieve aansluitpunt (+) vande accu.Aardingssnoer (zwart) [RD-223] (los verkrijgbaar)Sluit dit snoer aan op de carrosserie of het chassis.Autostereo metRCA-uitgangspen-aansluitingenDraad voor systeemafstandsbediening (los verkrijgbaar)Verbind de mannelijke aansluiting van dit draad met de aansluiting voorde systeemafstandsbediening van de autostereo (SYSTEM REMOTECONTROL). Het vrouwelijke aansluitpunt kan worden aangesloten op hetrelais-besturingsaansluitpunt van de automatische antenne.

Als deautostereo niet beschikt over een systeem-afstandsbedieningsaansluitpunt,sluit dan het mannelijke aansluitpunt aan op het spanningsaansluitpunt viade contactschakelaar.Zekering (30 A) × 2Zekering (30 A) × 2Aansluitsnoeren met RCA-penstekkers (los verkrijgbaar).Luidsprekeruitgangs-aansluitpunt Raadpleeg het hoofdstuk “Aansluiten vande luidsprekerdraden” voor richtlijneni.v.m. het aansluiten van luidsprekers.Zekering (25 A) × 3RCA-ingangspenaansluiting ARCA-ingangspenaansluiting BRCA-ingangspenaansluitingSUBExterne uitgang(Voor- en achter-uitgang)Externe uitgang(Subwoofer uitgang)

7Aansluiten van het toestelAansluiten van het spanningsaansluitpunt• Gebruik altijd de los verkrijgbare, speciale rodeaccu- en aardedraden ([RD-223] 2). Verbind×het accudraad direct met de positieve pool (+) vande autoaccu en het aardedraad met het chassis vande auto.1. Trek het accudraad van hetmotorgedeelte naar de cabine vande auto.• Sluit, nadat alle andere aansluitingen op deversterker zijn gemaakt, het accusnoer-aansluitpunt van de versterker aan op hetpositieve aansluitpunt (+) van de accu.2. Draai het accudraad, aardedraaden systeemafstandsbedieningsdraadineen.3. Bevestig verbindingsstukjes aan deuiteinden van de draden. Deverbindingsstukjes zijn nietbijgeleverd.• Klem de verbindingsstukjes met een tangetjeaan de draden.4.

Sluit de draden aan.• Zet de draden stevig met de schroeven van deaansluitingen vast.WAARSCHUWINGAls de accudraad niet goed wordt bevestigd aan hetaansluitpunt met behulp van de schroef, kan hetaansluitpunt oververhit raken, hetgeen kan leiden totschade en letsel, met inbegrip van lichte brandwon-den.Boor een gat van14 mm in de car-rosserie van deauto.Steek het rubberen O-vormige doorvoerbuisje inde carrosserie van de auto.Positieve aansluitingZekering (30 A) Motor-compartimentInterieur vanhet voertuigZekering (30 A)IneendraaienVerbindingsstukjeVerbindingsstukjeAccudraadAardingssnoerGND aarde-aansluiting Spannings-aansluitpunt(POWER)AccudraadAansluiting voor systeemafstandsbedieningDraad voor systeemafstands-bedieningAardingssnoer

8ENGLISH ESPAÑOL DEUTSCH FRANÇAIS ITALIANO NEDERLANDSVerbinden van de luidspreker-uitgangsaansluitingen1. Verwijder ongeveer 10 mm isolatievan het uiteinde van de luidspreker-draden met een tang, en draai dedraadstrengen ineen.2. Bevestig verbindingsstukjes aan deuiteinden van de luidspreker-draden. De verbindingsstukjes zijnniet bijgeleverd.• Klem de verbindingsstukjes met een tangetjeaan de draden.3. Verbind de luidsprekerdraden metde luidsprekeruitgangsaansluiting.• Zet de luidsprekerdraden goed met deschroeven van de aansluiting vast. 10 mmIneendraaienVerbindingsstukjeLuidsprekerdraadAansluitpuntschroefLuidspreker-uitgangsaansluitingLuidsprekerdraadAansluitpuntschroefLuidspreker-uitgangsaansluitingLuidsprekerdraad

9Aansluiten van het toestelAansluiten van de luidsprekerdradenWAARSCHUWING:A & B kanalenInstalleer of gebruik uw Pioneer versterkerNIET door luidsprekers van 4 Ohm (oflager) parallel te schakelen om zo eenluidsprekerimpedantie van 2 Ohm (of lager)te krijgen voor de A & B kanalen (diagramB). Installeer of gebruik uw Pioneerversterker NIET door luidsprekers met eenluidsprekerimpedantie van minder dan 4Ohm in te schakelen voor de A & Bkanalen. Een onjuiste installatie kan leidentot schade aan de versterker, rook enoververhitting. Het oppervlak van deversterker kan ook te heet worden om aan teraken en dit kan resulteren in lichtebrandwonden. Om op de juiste manier een impedantie van4 te realiseren in uw installatie, dient uΩtwee luidsprekers van 8 parallel teΩschakelen zoals op de afbeelding (diagramA) of dient u een enkele luidspreker van 4 Ωte gebruiken.

Voor gebruik van de A & Bkanalen van de versterker dient u hetaansluitdiagram te volgen zoals afgebeeldop de voorzijde van uw versterker en tweeluidsprekers van 8 Ωparallel te schakelenom een belasting van 4 te verkrijgen, ofΩeen enkele luidspreker van 4 per kanaal teΩgebruiken. Als u vragen of opmerkingen hebt, neemdan a. u. b. contact op met uw plaatselijkeerkende Pioneer dealer, of bel deklantendienst van Pioneer. WAARSCHUWING:SubkanaalInstalleer of gebruik uw Pioneer versterkerNIET door luidsprekers van 2 Ohm (oflager) parallel te schakelen om zo eenluidsprekerimpedantie van 1 Ohm (of lager)te krijgen voor het Subkanaal (diagram D). Installeer of gebruik uw Pioneer versterkerNIET door luidsprekers met eenluidsprekerimpedantie van minder dan 2Ohm in te schakelen voor het Subkanaal. Een onjuiste installatie kan leiden tot schadeaan de versterker, rook en oververhitting.

Om op de juiste manier een impedantie van2 te realiseren in uw installatie, dient uΩtwee luidsprekers van 4 parallel teΩschakelen zoals op de afbeelding (diagramC) of dient u een enkele luidspreker van 2 Ωte gebruiken. Voor gebruik van hetSubkanaal van de versterker dient u hetaansluitdiagram te volgen zoals afgebeeldop de voorzijde van uw versterker en tweeluidsprekers van 4 Ωparallel te schakelenom een belasting van 2 te verkrijgen, ofΩeen enkele luidspreker van 2 per kanaal teΩgebruiken. Als u vragen of opmerkingen hebt, neemdan a. u. b. contact op met uw plaatselijkeerkende Pioneer dealer, of bel deklantendienst van Pioneer.

10ENGLISH ESPAÑOL DEUTSCH FRANÇAIS ITALIANO NEDERLANDSSluit de luidsprekersnoeren aan zoals aangegeven in de onderstaande afbeeldingen.Combinaties van in- en uitgangsaansluitingen• Als u alleen de RCA (tulpstekker) ingangsaansluiting A gebruikt, zullen de signalen voor kanaal A,kanaal B en het SUB kanaal worden weergegeven via kanaal A.• Als u alleen de RCA (tulpstekker) ingangsaansluitingen A en B gebruikt, zullen de signalen voorkanaal A en kanaal B onveranderd blijven, maar zal de weergave via het SUB kanaal een mix zijn vande signalen voor de kanalen A en B.• Als u alleen de RCA (tulpstekker) ingangsaansluitingen A en SUB gebruikt, zullen de signalen voor dekanalen A en B worden weergegeven via kanaal A, maar zal de weergave via het SUB kanaal onveranderd blijven.• Wanneer u geen gebruik maakt van de RCA (tulpstekker) ingangsaansluiting B of SUB mag u er nietsanders op aansluiten.+++++≠≠+≠(Links)Luidspreker uitgang A(Rechts)RCA-ingangspenaansluiting A (CH A)Luidsprekeruitgang aansluiting(Rechts)Luidspreker uitgang B(Links)RCA-ingangspenaansluiting B(CH B)Subwoofer uitgangRCA-ingangspenaansluiting SUB(CH SUB)CH ACH BCH SUBCH ACH BCH SUBCH ACH BCH SUBCH ACH BCH SUBUitgangCH ACH SUBCH ACH BCH SUBCH ACH ACH BUitgangUitgang UitgangIngangIngangIngangIngang

11InstallatieWAARSCHUWING• Niet installeren op:—Plaatsen waar het de bestuurder of passagierszou kunnen verwonden wanner de auto plotseling stopt. —Plaasten waar de bestuurder door de eenheidtijdens het rijden zou kunnen worden gehinderd, zoals bijvoorbeeld op de vloervoor de bestuurdersstoel. • Kontroleer dat draden niet in de weg van destoelverstelmechanismen zitten. Dit zou namelijkkortsluiting kunnen veroorzaken. • Controleer of er zich geen onderdelen achter hetpaneel bevinden wanneer u een gat boort voor deinstallatie van de versterker. Zorg ervoor dat allekabels en belangrijke onderdelen zoals brandstofleidingen, remleidingen en de elek-trische bedrading beveiligd zijn en niet kunnenworden beschadigd. • Plaats tapse schroeven zodanig dat de kop van deschroef niet in aanraking met draden komt.

Dit isbelangrijk en voorkomt dat draden door trillingenvan het voertuig door worden gesneden met brandtot gevolg. • Laat de versterker IN GEEN GEVAL in contactkomen met vloeistoffen, bijvoorbeeld als gevolgvan de opstelling van de versterker. Dit kan leidentot elektrische schokken. De versterker en luidsprekers kunnen ook beschadigd raken, rookproduceren en oververhit raken door contact metvloeistoffen. Daarbij kan het oppervlak van deversterker en het oppervlak van aangesloten luidsprekers heet worden, hetgeen kan leiden totlichte brandwonden. • Gebruik de bijgeleverde onderdelen op de manierdie is beschreven om de installatie uit te voerenzoals het hoort. Als andere onderdelen dandiegene die zijn bijgeleverd worden gebruikt, ishet mogelijk dat inwendige onderdelen van deversterker schade oplopen of loskomen, zodat deversterker niet meer werkt.

• Vervang de zekering in geen geval door één meteen hoger vermogen of hogere waarde dan deoriginele. Gebruik van een verkeerde zekeringkan leiden tot oververhitting en rookontwikkelingen tot beschadiging van het product en letsel,bijvoorbeeld brandwonden.

WAARSCHUWING:Om slechte werking en/of letsel tevoorkomen• Zorg dat de ventiltie van de versterker niet wordtgehinderd, en let derhalve op de volgende puntentijdens het installeren. —Zorg dat er voor een goede vrije ruimteboven de versterker is. —Bedek de versterker niet met een vloermat ofkleed. • Laat de versterker IN GEEN GEVAL in contactkomen met vloeistoffen, bijvoorbeeld als gevolgvan de opstelling van de versterker. Dit kan leidentot elektrische schokken. De versterker en luidsprekers kunnen ook beschadigd raken, rookproduceren en oververhit raken door contact metvloeistoffen. Daarbij kan het oppervlak van deversterker en het oppervlak van aangesloten luidsprekers heet worden, hetgeen kan leiden totlichte brandwonden. • Installeer de versterker niet op onstabiele plaatsen, zoals op de reservebandhouder.

• De beste installatieplaats is verschillend afhankelijk van het automerk en model en uwwensen. Plaats de versterker echter beslist stevigop een stabiele plaats. • Maak eerst voorlopige aansluitingen en ga na ofde versterker en het systeem naar behorenwerken. • Na het installeren van de versterker, moet u controleren dat het reservewiel, de krik en hetgereedschap nog gemakkelijk kunnen worden verwijderd. Voorbeeld van installatie op devloermat of op het chassis1. Zet de versterker op de plaats waarhij moet worden geïnstalleerd. Steekde bijgeleverde tapschroeven (4 ×18 mm) in de schroefgaten. Druk met een schroevendraaier opde schroeven zodat ze een inkepingmaken op de plaats waar de gatenvoor de installatie moeten komen. 2. Boor gaten met een diameter van2,5 mm op de plaatsen die zijngemerkt en installeer de versterker,ofwel op de vloermat ofwel rechtstreeks op het chassis.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Pioneer GM-D515 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden