Pfaff Quilt Ambition 640 Handleiding

Pfaff Naaimachine Quilt Ambition 640

Bekijk gratis de handleiding van Pfaff Quilt Ambition 640 (46 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 58 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Pfaff Quilt Ambition 640 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/46
Gebruiksaanwijzing

Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Pfaff
Categorie: Naaimachine
Model: Quilt Ambition 640

Handleiding Pfaff Quilt Ambition 640 – volledige tekst

BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIESLees alle instructies door voordat u deze huishoudnaaimachine in gebruik neemt. Wanneer u een elektrisch apparaat gebruikt, moet u altijd de elementaire veiligheidsvoorschriftenin acht nemen, inclusief het volgende:Bewaar de instructies op een geschikte plaats, dicht bij de naaimachine. Lever de instructies bij denaaimachine als deze van eigenaar verwisselt. Dit apparaat is bedoeld voor gebruik door volwassenen. Het apparaat mag onder toezicht van eenvolwassene worden gebruikt door (i) kinderen van 8 tot 12 jaar en (ii) door personen metverminderde fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of met een gebrek aan ervaring en kennisals ze toezicht of instructies hebben gekregen om het apparaat op een veilige manier te kunnengebruiken en als ze begrijpen welke gevaren eraan verbonden zijn.

Reiniging engebruikersonderhoud mogen niet zonder supervisie door kinderen worden uitgevoerd. Het isniemand toegestaan om met de machine te spelen. Kinderen tot 8 jaar mogen de machine nietgebruiken. GEVAAR - U BEPERKT ALS VOLGT HET RISICO VAN EENELEKTRISCHE SCHOK:• Naaimachines mogen nooit onbewaakt blijven wanneer de stekker in het stopcontact zit. Hetstopcontact waar de machine mee is verbonden, moet makkelijk toegangbaar zijn. Haal destekker van deze naaimachine altijd meteen uit het stopcontact na het gebruik en voordat u demachine gaat reinigen, afdekpanelen ervan verwijdert, voordat u de machine smeert of wanneeru andere onderhoudswerkzaamheden uitvoert die in de gebruiksaanwijzing staan. WAARSCHUWING - U BEPERKT ALS VOLGT HET RISICO VANBRANDWONDEN, BRAND, EEN ELEKTRISCHE SCHOK OFLICHAMELIJK LETSEL:• Laat kinderen niet spelen met de naaimachine.

Let goed op wanneer deze naaimachine wordtgebruikt door of in de buurt van kinderen. • Gebruik de naaimachine alleen voor de werkzaamheden waarvoor deze bedoeld is, zoalsbeschreven in deze handleiding.

Gebruik alleen hulpstukken die door de producent zijnaanbevolen, zoals in deze handleiding wordt beschreven. • Gebruik deze naaimachine nooit wanneer het netsnoer of de stekker beschadigd is, als denaaimachine niet goed werkt, als de naaimachine gevallen of beschadigd is of in het water heeftgelegen. Breng de naaimachine in dat geval naar de dichtstbijzijnde bevoegde dealer of eenonderhoudscentrum voor onderzoek, reparatie en elektrische of mechanische bijstelling. • Gebruik de naaimachine nooit wanneer de ventilatieopeningen geblokkeerd zijn. Houd deventilatieopeningen van de naaimachine en het voetpedaal vrij van opgehoopt stof, pluisjes enloshangende lappen stof. • Houd uw vingers uit de buurt van alle bewegende delen. Wees vooral voorzichtig in de buurtvan de naaimachinenaald. • Gebruik altijd de juiste steekplaat. Wanneer u de verkeerde steekplaat gebruikt, kan de naaldbreken.

• Gebruik geen kromme naalden. • Trek of duw tijdens het naaien niet aan de stof. Hierdoor kunt u namelijk de naald buigen,waardoor deze kan breken. • Draag een veiligheidsbril.

• Schakel de naaimachine uit (“0”) wanneer u iets wilt veranderen in de omgeving van de naald,zoals een draad door de naald halen, een andere naald plaatsen, de spoel plaatsen, een anderenaaivoet plaatsen en dergelijke.• Laat geen voorwerpen in een opening vallen en steek geen voorwerpen in openingen van denaaimachine.• Gebruik de naaimachine niet buiten.• Gebruik de naaimachine niet in een omgeving waar spuitbussen worden gebruikt of waarzuurstof wordt toegediend.• Voordat u de stekker uit het stopcontact haalt, moet u eerst alle knoppen uitschakelen (“0”).• Trek de stekker niet aan het netsnoer uit het stopcontact. Pak de stekker vast, niet het snoer.• Het voetpedaal wordt gebruikt om de naaimachine te bedienen.

Plaats nooit andere voorwerpenop het voetpedaal.• Gebruik de machine niet als hij nat is.• Als het LED-lampje beschadigd of kapot is, moet het worden vervangen door de fabrikant ofdiens service-agent of een persoon met dezelfde kwalificaties, om gevaar te voorkomen.• Als het snoer van het voetpedaal is beschadigd, moet het worden vervangen door de fabrikant ofdiens service-agent of een persoon met dezelfde kwalificaties om gevaar te voorkomen.Alleen voor overlockmachines:• Werk nooit als er geen mesbedekking of goed bevestigde deksteektafel zijn geïnstalleerd.BEWAAR DEZE INSTRUCTIES

INHOUDSOPGAVE1 Inleiding. 5Machineoverzicht. 5Voorkant. 5Onderdelen bovenkant. 6Achterkant. 6Accessoiredoos. 6Accessoires. 7Bijgeleverde accessoires. 7Naaivoeten. 7Stekenoverzicht. 9Nuttige steken. 9Quiltsteken. 11Naaldkunststeken. 11Cordonsteken. 11Decoratieve steken. 11Steken voor optionele naaivoeten. 12Alfabetten. 12Block. 12Cyrillic. 122 Voorbereidingen. 13Uitpakken. 13Sluit het snoer en het voetpedaal aan. 13Opbergen van de machine. 13LED-lampjes. 14Vrije arm. 14De naaimachine in een naaitafelmonteren. 14Draadafsnijder. 14Garenpennen. 15Horizontale positie. 15Verticale positie. 15Extra garenpen. 15De machine inrijgen. 16Draadinsteker. 17Een tweelingnaald inrijgen. 18Spoelen. 19Spoelen vanuit horizontale positie. 19Spoelen door de naald. 19Spoel plaatsen. 20IDT™ systeem (Ingebouwd DubbelTransport). 20Het IDT™ systeem inschakelen. 20Het IDT™ systeem uitschakelen. 20Naalden.

AccessoiresBijgeleverde accessoires1234 5 6 78 9 10 11121. Garennetje2. Geleider voor doorstikken/quilten3. Vilten ringetje (2)4. Schroevendraaier5. Extra garenpen6. Tornmesje7. Borsteltje. Gebruik de scherpe rand van het borsteltjeom het gebied rond de transporteur schoon temaken.8. Spoelen (5, één zit er in de machine)9. Schroevendraaier voor steekplaat10. Garenschijf, klein11. Garenschijf, groot12. Multifunctioneel gereedschapNiet afgebeelde bijgeleverde accessoires• Voetpedaal• Netsnoer• Naalden• Beschermkap voor als de machine wordt opgeborgenNaaivoetenOA - Standaard naaivoet voor IDT™ systeem(is bij levering op de machine bevestigd)Deze voet wordt hoofdzakelijk gebruikt voor rechte steken en zigzagsteken met eensteeklengte van meer dan 1,0 mm.1A - Siersteekvoet voor IDT™ systeemDeze voet wordt gebruikt voor het maken van decoratieve steken.

De groef in de onderkantvan de naaivoet is bedoeld voor een soepel transport over de steken.2A - SiersteekvoetGebruik deze naaivoet bij het naaien van decoratieve steken of zigzagsteken en andere nuttigesteken van minder dan 1,0 mm lang. De groef in de onderkant van de naaivoet is bedoeld vooreen soepel transport over de steken.1 Inleiding 7

3 - Blindzoomvoet met IDT™ systeemDeze voet wordt gebruikt voor blindzoomsteken. De teen op de naaivoet geleidt de stof. Derode geleider op de naaivoet moet langs de vouw van de zoomrand lopen.4 - Ritsvoet met IDT™ systeemDeze naaivoet kan rechts of links van de naald op de machine worden geklikt, waardoor heteenvoudiger is om dicht bij de beide kanten van de tandjes van de rits te naaien. Verplaats denaaldpositie naar rechts of naar links om dichter langs de tandjes te naaien.5 - Eenstaps-knoopsgatvoetDeze naaivoet heeft een ruimte aan de achterkant voor een knoop om de grootte van hetknoopsgat mee in te stellen De naaimachine naait een knoopsgat dat bij de grootte van dieknoop past. Wordt gebruikt om knoopsgaten te naaien tot 25 mm.6 - Borduur-/Free-MotionvoetDeze naaivoet wordt gebruikt voor free-motion naaien.

Deze naaivoet kan ook wordengebruikt voor stopwerk.1/4” quilt- en patchworkvoet met IDT™-systeemDeze naaivoet is perfect voor het aan elkaar zetten van lapjes. De afstand tussen de naald en debuitenrand van de naaivoet is 6,3 mm en tussen de naald en de binnenrand van de naaivoet3,15 mm.8 1 Inleiding

Steek№ NaamBeschrijving20GeslotenoverlocksteekElastische stoffen in één stap naaien en afwerken.21GeslotenoverlocksteekIn één stap naaien en afwerken met verstevigde rand.22ElastischeoverlocksteekElastische stoffen in één stap naaien en afwerken.23ElastischeoverlocksteekElastische stoffen in één stap naaien en afwerken.24Overlocken In één stap naaien en afwerken, patchwork, zomen.25GeslotenoverlocksteekIn één stap naaien en afwerken, patchwork, zomen.26Overlocksteekelastische gebreidestoffenElastische stoffen in één stap naaien en afwerken.27VersterkteoverlocksteekElastische stoffen in één stap naaien en afwerken.28AfgewerkteoverlocksteekElastische stoffen in één stap naaien en afwerken.29Valse dekzoom Maak een overlockzoom in elastische stoffen die eruit ziet als eenlockmachine-deksteekzoom.30Overlock-blindzoom Maak een decoratieve overlock blindzoom in geweven stoffen.31Gesloten overlockblindzoomMaak een decoratieve overlock blindzoom in elastische stoffen.32Linnenknoopsgat Knoopsgat voor blouses, overhemden en linnengoed.33Standaardknoopsgat Basisknoopsgat voor blouses, overhemden en jasjes.

2 VoorbereidingenUitpakken1. Plaats de doos op een stevige, vlakke ondergrond. Til de machine uit de doos en verwijder de buitensteverpakking. 2. Verwijder al het buitenste verpakkingsmateriaal en de plastic zak. Let op: Uw PFAFF® quilt ambition™ 635 naaimachine is erop gebouwd om de beste resultaten te leveren bij normalekamertemperatuur. Extreem warme en koude temperaturen kunnen de naairesultaten nadelig beïnvloeden. Let op: In sommige stoffen zit nog veel overtollige verf, waardoor ze kunnen afgeven op andere stoffen, maar ook op uwnaaimachine. De afgegeven kleur kan zeer moeilijk of zelfs helemaal niet te verwijderen zijn. Fleece en denim geven vaak sterk af,vooral rood en blauw. Als u denkt dat uw stof/kant en klare kledingstukken af kunnen geven, was ze dan altijd eerst voordat u zegaat naaien om te voorkomen dat ze afgeven.

Sluit het snoer en het voetpedaalaanABCBij de accessoires vindt u ook de voedingskabel en hetvoetpedaal. Let op: Raadpleeg een erkende elektricien als u niet zeker weethoe u de naaimachine op de stroomvoorziening moetaansluiten. Haal de stekker uit het stopcontact wanneer demachine niet wordt gebruikt. Voor deze naaimachine moet voetpedaalmodel C-9000gefabriceerd door CHIEN HUNG TAIWAN Ltd wordengebruikt. 1. Sluit het snoer van het voetpedaal aan op het voorstecontact rechts onder aan de machine (A). 2. Sluit het netsnoer aan op het achterste contact, rechtsonder aan de machine (B). Steek de stekker in hetstopcontact. 3. Zet de ON/OFF-schakelaar op ON om devoedingsspanning en het licht in te schakelen (C). Voor de VS en CanadaDeze naaimachine heeft een gepolariseerde stekker(waarbij het ene blad breder is dan het andere).

Omhet risico van een elektrische schok te beperken kuntu deze stekker slechts op één manier in eengepolariseerd stopcontact steken. Als de stekker nietvolledig in het contact past, draait u de stekker om.

Als de stekker nog steeds niet past, neem dan contactop met een erkende monteur om een geschiktstopcontact te laten plaatsen. Breng geen wijzigingenaan in de stekker. Opbergen van de machine1. Schakel de hoofdschakelaar uit. 2. Haal de stekker van het netsnoer eerst uit het stopcontact en vervolgens uit de naaimachine. 3. Haal de stekker van het voetpedaalsnoer uit de machine. Wikkel het snoer om het voetpedaal om het makkelijk opte kunnen bergen. 4. Berg alle accessoires op in de accessoiredoos. Schuif de doos op de naaimachine om de vrije arm heen. 5. Plaats het voetpedaal in de ruimte boven de vrije arm. 2 Voorbereidingen 13.

6. Doe de beschermkap op de machine.LED-lampjesOp uw machine zitten LED-lampjes die het licht zonder schaduw gelijkmatig over het werkgebied verdelen.Vrije armOm de vrije arm te gebruiken moet u de accessoiredoos verwijderen. Wanneer de doos is bevestigd, houdt een haakde accessoiredoos goed vast aan de machine. Schuif de doos naar links om hem te verwijderen.De naaimachine in een naaitafelmonterenEr zitten twee gaten in de onderkant van denaaimachine waarmee deze in een naaitafel kan wordengemonteerd. Bevestig de naaimachine met M6-schroeven.DraadafsnijderATrek de draad zoals afgebeeld (A) van achteren naarvoren om de draadafsnijder te gebruiken.14 2 Voorbereidingen

GarenpennenUw naaimachine heeft twee garenpennen: een hoofdgarenpen en een extra garenpen. De garenpennen zijn geschiktvoor alle soorten garen. De hoofdgarenpen is instelbaar en kan worden gebruikt in een horizontale positie (de draadwordt van het klosje afgerold) of in een verticale positie (het klosje draait).

Gebruik de horizontale positie voornormaal garen en de verticale positie voor grote klossen of garen met speciale eigenschappen.Horizontale positieABCDPlaats een vilten ringetje en het klosje op de garenpen.Controleer of de draad van de voorkant van het klosje(A) wordt afgerold en schuif een garenschijf op de pen.Let op: Niet alle garenklosjes zijn op dezelfde manier gemaakt.Als u problemen ondervindt met de draad, draai hetgarenklosje dan zo dat de draad in de omgekeerde richtingafrolt of plaats het garen in de verticale positie.Draai afhankelijk van de grootte van het garenklosje derichting van de garenschijf om (B).Gebruik het kleine garenschijfje als u kruiswikkeldraadgebruikt (C).Plaats het garennetje over de klos als het garenmakkelijk afrolt (D).Verticale positieHoofdgarenpen in verticale positie.Til de garenpen op tot in verticale positie.

Plaats eenvilten ringetje onder het garenklosje. Dit voorkomt dathet garen te snel van het klosje wordt afgewikkeld.Plaats geen garenschijf op de garenpen omdat het klosjedan niet meer kan draaien.Extra garenpenAExtra garenpen en hoofdgarenpen in verticale positie.De extra garenpen wordt gebruikt wanneer u eenspoeltje wilt opwinden vanaf een tweede garenklosje ofvoor een tweede klosje wanneer u met eentweelingnaald naait. Steek de extra garenpen in het gatbovenop de naaimachine (A). Plaats een vilten ringetjeonder het garenklosje.2 Voorbereidingen 15

De machine inrijgenABBCDZorg ervoor dat de naaivoet omhoog staat en de naaldin de hoogste stand is.1. Plaats een vilten ringetje en het garenklosje op degarenpen en plaats een garenschijf met de juisteafmetingen en richting.Let op: Houd de draad met uw beide handen vast zodatdeze niet slap gaat hangen tijdens het inrijgen. Op dezemanier wordt de draad goed door de inrijgroute geleid.2. Trek de draad van rechts naar links onder dedraadgeleider (A).3. Trek de draad van rechts naar links langs de gleuf.4. Trek de draad tussen de spanningsschijven (B).5. Rijg de draad omlaag door de rechter inrijggleuf endan omhoog door de linker inrijggleuf.6. Breng de draad vanaf de rechterkant in dedraadhefboom (C) en omlaag in de linker inrijggleufin de draadgeleider bij de naald (D).7. Rijg de draad van voor naar achter in de naald.

DraadinstekerEBACDMet de draadinsteker kunt u de draad automatisch in denaald steken. De naald en de naaivoet moeten in dehoogste positie staan om de ingebouwde draadinstekerte kunnen gebruiken. Druk op de toets voor naaldomhoog/omlaag om zeker te weten dat de naaldhelemaal omhoog is gebracht.1. Controleer of de draad in de bovendraadgeleider (A)is geregen.2. Breng de draad naar links, onder de draadgeleiderop de draadinsteker (B). Zorg ervoor dat de draadop zijn plaats "klikt".3. Plaats de draad van rechts naar links in de volgendedraadgeleider (C).4. Breng de draad van achteren naar voren in dedraadafsnijder (D).5. Duw de hendel van de draadinsteker (E) helemaalomlaag. De draadinsteker gaat omlaag, om de naaldheen; een haakje gaat door het oog van de naald enpakt de draad.6. Laat de hendel los, zodat de draadinstekervoorzichtig naar achteren kan zwaaien.

Het haakjetrekt de draad door het oog van de naald.7. Leg de draad onder de naaivoet.De draadinsteker is ontworpen voor naalddikte nr. 70-100. U kunt de draadinsteker niet gebruiken bij naalddikte 65of kleiner, zwaardnaalden, tweelingnaalden of drielingnaalden.Speciale garens zoals onzichtbare en andere rekbare garens, metalen of platte metalen garens en sommige dikke garensmoeten handmatig worden ingeregen.Wanneer u de draad handmatig in de naald steekt, zorg er dan voor dat de draad van voor naar achter door de naaldwordt gestoken.De automatische draadinsteker kan niet met alle optionele accessoires worden gebruikt die verkrijgbaar zijn voor uwquilt ambition™ 635 -machine.

Een tweelingnaald inrijgenAVervang de normale naald door een tweelingnaald.Zorg ervoor dat de naaivoet omhoog staat en de naaldin de hoogste stand is.1. Rijg de eerste draad in zoals staat beschreven op devorige pagina.2. Rijg de draad van voren naar achteren door het oogvan de naald.3. Breng de extra garenpen aan en schuif er eengarenschijfje op. Plaats het tweede naaigaren op degarenpen.4. Breng de draad naar links en trek de draad vanachteren naar voren door de draadgeleider (A).5. Rijg de tweede draad op dezelfde manier in als deeerste.6. Zorg ervoor dat één draad door de draadgeleider bijde naald gaat en de andere draad aan de buitenkantdaarvan.7. Rijg de draad met de hand van voren naar achterendoor het oog van de naald.Let op: De dikte en het onregelmatige oppervlak van specialegarens, zoals metallic garens, kan de mate van wrijving op dedraad verhogen.

SpoelenABCDFESpoelen vanuit horizontale positieBCDE1. Plaats het garenschijfje en het klosje op de garenpenin horizontale positie. Schuif er een garenschijfje vanhet juiste type en met de juiste richting op.2. Plaats de draad van rechts naar links onder dedraadgeleider (A). Trek de draad naar achteren envan links naar rechts om de draadgeleider (B).3. Breng de draad naar rechts en dan van achteren naarvoren door de draadgeleider (C). Trek de draad vanrechts naar links onder de spanningsschijven (D)door.Let op: Zorg ervoor dat de draad goed in despanningsschijf wordt getrokken voor de juistedraadspanning.4. Haal de draad van binnen naar buiten door hetgaatje in de lege spoel (E).5. Zet de spoel op de spoelas.6. Duw de spoelgeleider naar rechts om op te spoelen.Er verschijnt een pop-up op het scherm die u laatweten dat het opspoelen actief is.

Druk hetvoetpedaal in of druk op de start/stop-toets om hetopspoelen te starten. Houd het uiteinde van dedraad goed vast wanneer u begint met spoelen.Laat het voetpedaal los of druk opnieuw op destart/stoptoets om te stoppen als de spoel vol is.Druk de spoelgeleider naar links. De pop-up wordtgesloten. Verwijder de spoel en snijd de draad afmet de onderdraadafsnijder (F).Spoelen door de naaldAZorg ervoor dat de naaivoet omhoog staat en de naaldin de hoogste stand is. Breng de draad omhoog vanaf denaald, onder de naaivoet, omhoog door de linkerinrijggleuf en door de onderdraadgeleider (A). Volg danstap 3 tot en met 6 in hierboven.Let op: Gebruik wanneer u garen opspoelt vanaf de naald eenmetalen naaivoet.2 Voorbereidingen 19

Spoel plaatsenB1 23 4ACDEZorg ervoor dat de naald helemaal omhoog staat en datde naaimachine is uitgeschakeld voordat u de spoelaanbrengt of verwijdert.1. Open het spoelhuis met het ontgrendelknopje rechts(A). Verwijder het deksel (B).2. Breng de spoel aan in het spoelhuis, waarbij dedraad linksom loopt.3. Leg uw vinger op de spoel en trek de draad in degleuf (C). Trek de draad dan bij de pijltjes in dedraadgeleider van de steekplaat van (C) naar (D).Trek de draad bij de pijltjes in de draadgeleider vande steekplaat van (D) naar (E). Trek de draad naarrechts over het mesje (E) om de overtollige draad afte snijden.4. Plaats het deksel weer op het spoelhuis.IDT™ systeem (Ingebouwd DubbelTransport)Om alle stoffen nauwkeurig te kunnen naaien, biedt dePFAFF® quilt ambition™ 635 naaimachine de idealeoplossing: het ingebouwde dubbele transport, het IDT™systeem.

Net als bij industriële machines zorgt hetIDT™ systeem voor een gelijktijdig stoftransport zowelvan onder als van boven. Het materiaal wordtnauwkeurig getransporteerd, zodat naden in dunnestoffen zoals zijde en rayon niet meer rimpelen. Hetdubbele transport van het IDT™ systeem zorgt dat delagen niet verschuiven tijdens het naaien, zodat dequiltlagen goed op elkaar blijven liggen en zodat stoffenmet ruiten of strepen perfect op elkaar aansluiten.Het IDT™ systeem inschakelen.Belangrijk: Gebruik voor al uw naaiwerk met het IDT™systeem naaivoeten met een uitsparing aan deachterzijde (A).Breng de naaivoet omhoog. Druk het IDT™ systeemomlaag totdat het vastklikt.Het IDT™ systeem uitschakelenBreng de naaivoet omhoog. Houd het IDT™ systeemmet twee vingers bij de geribbelde greep vast.

NaaldenDe naaimachinenaald speelt een belangrijke rol bij succesvol naaien. Gebruik alleen naalden van goede kwaliteit. Wijraden naalden van systeem 130/705H aan. In het naaldendoosje dat bij uw machine wordt geleverd, vindt u naaldenin de meest gebruikte maten.Universele naaldUniversele naalden hebben een iets afgeronde punt en zijn verkrijgbaar in veel verschillendematen. Voor algemeen naaien in veel verschillende stoftypen en -dikten.StretchnaaldStretchnaalden hebben een ronde punt en een speciale las om overgeslagen steken tevoorkomen wanneer er rek in de stof zit. Voor breisels, zwemkleding, fleece en synthetischesuède en leer.DenimnaaldDenimnaalden hebben een scherpe punt die door dicht geweven stoffen kan prikken zonderdat de naald verbuigt.

Voor canvas, denim, microfibers.ZwaardnaaldZwaardnaalden hebben brede uitsteeksels aan iedere kant van de naald om gaten in de stofte prikken bij het naaien van entredeux en andere ajoursteken op natuurlijke stoffen.Let op: Voor deze machine dient u zwaardnaald dikte 100 te gebruiken. De zwaardnaald wordt nietbij de machine geleverd.Belangrijke informatie over de naaldABCGebruik altijd een rechte naald met een scherpe punt enzorg ervoor dat de punt niet is verbogen of beschadigd(A).Een beschadigde naald (B) kan ervoor zorgen dat ersteken worden overgeslagen, dat de naald breekt of datde draad afbreekt. Een kapotte naald kan ook desteekplaat beschadigen.Gebruik geen asymmetrische tweelingnaalden (C); uwnaaimachine kan erdoor beschadigen.De naald verwisselen1. Gebruik het gat in het universele gereedschap om denaald vast te houden.2. Draai de naaldschroef los.

Gebruik indien nodig deschroevendraaier.3. Verwijder de naald.4. Plaats de nieuwe naald met het gereedschap. Duwde nieuwe naald omhoog met de platte kant van u aftotdat hij niet verder kan.5. Draai de schroef van de naald zoveel mogelijk aan.2 Voorbereidingen 21

De transporteur verzinkenU kunt de transporteur verzinken door de schakelaar opde achterkant van de vrije arm naar links te brengen.Breng de schakelaar naar rechts als u de transporteuromhoog wilt brengen.NaaivoetdrukDe naaivoetdruk is vooraf ingesteld op destandaardwaarde "N". In de meeste gevallen hoeft u denaaivoetdruk niet aan te passen. Voor specialetechnieken of bij het naaien op zeer dunne of dikke stof,kan het aanpassen van de druk het resultaat verbeteren.Draai bij zeer dunne stoffen de knop naar een lager getal.Draai bij dikke stoffen de knop naar een hoger getal.PersvoetlichterABMet de persvoetlichter (A) wordt de naaivoet omlaag ofomhoog gebracht.

3 Uw machine bedienenToetsen en indicators2345678191. Toets voor naaldstop onder/bovenmet indicator2. Afhechttoets met indicator (5)3. Toets "draden afsnijden" metindicator4. Indicator voor achteruitnaaien (7)5. Indicator voor afhechten (2)6. Start/stop-toets7. Achteruitnaaitoets met indicator (4)8. Touchscreen9. SnelheidsregelaarTouchscreenOp het touchscreen kunt u al uw selecties en opties zien.Toets naaldstop boven/onder met indicatorDruk op deze toets om de naald omhoog of omlaag te brengen. De instelling van de naaldstoppositie wordttegelijkertijd veranderd. Wanneer naald omlaag is geactiveerd, brandt de indicator en stopt de naald in de laagstepositie. Natuurlijk kunt u ook het voetpedaal gebruiken om de naald omhoog of omlaag te brengen.Afhechttoets met indicatorDruk op de afhechttoets tijdens het naaien.

Uw machine naait dan onmiddellijk enkele afhechtsteken en stoptautomatisch.Om de naaimachine in te stellen op afhechten aan het einde van een steek of reeks, drukt u op de toets voordat ubegint met naaien. De indicator gaat branden. Na het naaien van de gewenste lengte, drukt u op de achteruitnaaitoetsterwijl u actief aan het naaien bent. De naaimachine maakt de huidige steek of reeks af, hecht af en stopt automatisch.Om maar één herhaling van een steek of reeks te naaien, drukt u eerst op de afhechttoets en dan op deachteruitnaaitoets voordat u begint te naaien. De indicators gaan branden. De naaimachine naait de geselecteerdesteek of reeks eenmaal, hecht af en stopt automatisch.Let op: De afhechtfunctie is niet beschikbaar voor de steken 32-42.3 Uw machine bedienen 23

Toets "draadafsnijder" met indicatorDruk op de toets als u niet naait, dan snijdt uw naaimachine de boven- en onderdraad af en brengt de naald omhoog.De indicator "draadafsnijder" gaat branden. Druk tijdens het naaien op de draadafsnijder wanneer u de draden wiltafsnijden voordat de naald naar de startpositie van de volgende steek gaat. De indicators (3 & 5) gaan branden en demachine snijdt de draden af nadat de steek of reeks is voltooid.Start/stop-toetsDruk op deze toets om de naaimachine te starten en te stoppen zonder het voetpedaal te gebruiken. Druk eenmaal opde toets om te starten en nogmaals om te stoppen.Achteruitnaaitoets met indicatorDruk voordat u begint te naaien op de toets als u continue achteruit wilt naaien. De achteruitnaai-indicator wordtverlicht en de machine naait achteruit totdat u opnieuw op de toets drukt.

Als u tijdens het naaien op de toets drukt,naait de naaimachine achteruit zolang u de toets ingedrukt houdt. De achteruitnaai-indicator gaat branden wanneerde achteruitnaaitoets wordt ingedrukt. Achteruitnaaien wordt ook gebruikt bij het naaien van stopsteken.SnelheidsregelaarMet de snelheidsregelhendel kunt u de maximale naaisnelheid instellen. Om de naaisnelheid te verhogen schuift u dehendel omhoog, om de naaisnelheid te verlagen schuift u de hendel omlaag.24 3 Uw machine bedienen

NaaimodusDe naaimodus is de eerste weergave op het touchscreen nadat u de naaimachine aanzet. De geselecteerde steek wordtop ware grootte weergegeven in het stekengebied. Hier vindt u alle basisinformatie die u nodig heeft om te beginnenmet naaien. Dit is ook het menu waarin u de instellingen van uw steek aanpast. Standaard is de rechte steekgeselecteerd.De aanbevelingen voor het naaien van de huidige steek worden getoond op het touchscreen als u in de naaimodusbent.Let op: Niet alle symbolen en opties worden tegelijkertijd getoond.11 121 2 3 4567 8 9 10Naaimodus - Overzicht1. Aanbeveling/instelling naaldUniversele naaldIngesteld op tweelingnaaldZwaardnaald aanbevolenInstellen op steekbreedtebeveiliging2. Aanbeveling - naaivoet3. Versteviging aanbevolen4. Aanbeveling - transporteur/IDT™-systeem5. Stekengebied6. Draadspanningswaarde7. Met de pijltoets omlaag kunt u tussen stekenstappen8.

Geselecteerd steeknummer9. Met de pijltoets omhoog kunt u tussen stekenstappen10. Tab naaimodus11. Steekbreedte/steekpositie12. Steeklengte/dichtheidLet op: De tabs aan de rechterkant van het scherm geven aanwelke modus is geselecteerd. De geselecteerde modus wordt inkleur gemarkeerd.3 Uw machine bedienen 25

Selecteer een steekDruk op de pijltoetsen omhoog of omlaag (7 en 9) aanweerszijden van het geselecteerde steeknummer omtussen steken te stappen. Druk op het geselecteerdesteeknummer (8) om het stekenselectiemenu te openen. Om de steek te vinden die u wilt gebruiken, drukt u opde toets van de gewenste stekencategorie en gebruikdan de pijlen omhoog of omlaag totdat u de gewenstesteek heeft gevonden. Druk op de steek om hem teselecteren. Druk op de rode X-toets om het stekenselectiemenu tesluiten zonder veranderingen aan te brengen. Aanpassingen aan steken2 311. Draadspanning2. Steekbreedte/steekpositie3. Steeklengte/steekdichtheid/verlengingUw machine selecteert automatisch de beste instellingenvoor iedere steek. U kunt naar wens aanpassingenmaken aan iedere steek.

De veranderingen aan deinstelling hebben alleen invloed op de geselecteerdesteek en worden teruggezet op standaard als er eenandere steek wordt geselecteerd. Aangepasteinstellingen worden niet automatisch opgeslagenwanneer de naai- en borduurmachine wordt uitgezet. De waarden voor de steeklengte en de steekbreedtestaan aan de onderkant van het touchscreenweergegeven. Gebruik de toetsen + en - om deaanpassingen te maken. Als een instelling wordtveranderd, worden de nummers groen gemarkeerd. Wanneer u probeert de minimum- ofmaximuminstellingen voor breedte en lengte teoverschrijden, klinkt er een waarschuwingsgeluid. Steekbreedte/SteekpositieVergroot of verklein de steekbreedte met de toetsen + en-. Gebruik voor rechte steken + en - om de steekpositienaar links of naar rechts te verplaatsen.

Als er een rechtesteek is geselecteerd, verandert het pictogram om aan tegeven dat steekpositie actief is in plaats vansteekbreedte. Steeklengte/Steekdichtheid22Vergroot of verklein de steeklengte met de toetsen + en -. Gebruik bij cordonsteken de toetsen + en - om desteekdichtheid te vergroten of te verkleinen.

Dit is vaaknodig als er speciale garens worden gebruikt en als vooreen minder dichte cordonsteek wordt gekozen. Desteekdichtheid heeft geen invloed op de werkelijkelengte van de hele steek. Als er een cordonsteek isgeselecteerd, verandert het pictogram (2) om aan tegeven dat steekdichtheid actief is in plaats vansteeklengte. 26 3 Uw machine bedienen.

Verlenging221Verlenging wordt gebruikt om cordonsteken teverlengen. De hele steek wordt langer maar dedichtheid blijft gelijk. Druk op de stippen om af tewisselen tussen het aanpassen van de steekdichtheid ende steekverlenging. Het pictogram (2) verandert in eenverlengingssymbool. Vergroot of verklein de verlengingvan de cordonsteek met de toetsen + en -.SpiegelenLinks: toets verticaal spiegelen. Rechts: toets horizontaal spiegelen.Om verticaal te spiegelen, drukt u op de toets verticaalspiegelen. Om steken of reeksen horizontaal te spiegelen,drukt u op de toets horizontaal spiegelen.Persoonlijke steekPersoonlijke steek opslaanSla uw persoonlijke steek in uw naaimachine op door opde toets opslaan te drukken. Aanpassingen van desteeklengte, -breedte, -dichtheid, verlenging endraadspanning worden opgeslagen.Let op: Sommige speciale steken, zoals knoopsgaten, kunnenniet worden opgeslagen.

Een pop-up laat u dit weten als uzo'n steek probeert op te slaan.Persoonlijke steek overschrijvenAls het geheugen bezet is, verschijnt er een pop-up dievraagt of u de eerder opgeslagen steek of reeks wiltoverschrijven met de nieuwe. Druk op de toets Ja of Neeom uw keuze te maken.Persoonlijke steek ladenLaad uw persoonlijke steek door op de laadtoets tedrukken.3 Uw machine bedienen 27

DraadspanningABCA. De juiste spanningB. Spanning te hoogC. Spanning te laagVoor mooie en duurzame steken moet u controleren ofde bovendraadspanning goed is afgesteld; vooralgemeen naaien wil dat dus zeggen dat de dradentussen de stoflagen verknopen. Uw naaimachine steltelektronisch een draadspanning in voor degeselecteerde steek. Afhankelijk van de stof,tussenvulling, garen, enz. , is het mogelijk dat dedraadspanning moet worden aangepast. Zie pagina 28voor instructies voor het handmatig veranderen van deinstelling. Als de onderdraad zichtbaar is op de bovenkant van destof, is de bovendraadspanning te hoog. Verlaag debovendraadspanning. Als de bovendraad zichtbaar is op de onderkant van destof, is de bovendraadspanning te laag. Verhoog debovendraadspanning. Voor decoratieve steken en knoopsgaten moet debovendraad zichtbaar zijn op de onderkant van de stof.

Menu InstellingenIn het menu Instellingen kunt u de naaimachine-instellingen en de scherminstellingen aanpassen. Opendit door op de instellingenknop op het touchscreen tedrukken. Selecteer de instelling die u wilt aanpassendoor op de pijltoetsen omhoog of omlaag te drukken. Druk op de toetsen + en - om de waarden aan te passen. Activeer de instellingen door op de cirkel te drukken. Een gemarkeerde, groene cirkel betekent dat een functieis geactiveerd, een lege cirkel betekent dat deze niet isgeactiveerd. Druk opnieuw op de toets van het instellingenmenu omhet te sluiten. DraadspanningUw naaimachine stelt elektronisch een draadspanning in voor de geselecteerde steek. Afhankelijk van de stof,tussenvulling, garen, enz. , is het mogelijk dat de draadspanning moet worden aangepast. Druk op de toetsen + of – ophet touchscreen om de draadspanning aan te passen.

De veranderingen hebben alleen invloed op de geselecteerdesteek. De instelling wordt teruggezet op de standaardwaarde als u een andere steek selecteert. TweelingnaaldActiveer het tweelingnaaldprogramma in het instellingenmenu.

Gebruik de toetsen + of - op het touchscreen om debreedte van de tweelingnaald in te stellen. Wanneer het formaat van de tweelingnaald is geselecteerd, wordt debreedte van alle steken beperkt tot die naaldgrootte omdat de naalden anders kunnen breken. In de naaimodus wordt het tweelingnaaldpictogram weergegeven. De instelling wordt behouden totdatu deze uitschakelt. Let op: Tweelingnaald en steekbreedtebeveiliging kunnen niet tegelijkertijd worden gebruikt. Let op: Er verschijnt een waarschuwingspop-up als u een steek selecteert die te breed is voor de ingestelde tweelingnaald. 28 3 Uw machine bedienen.

SteekbreedtebeveiligingSelecteer deze functie als u een naaivoet voor quilten gebruikt, om de middelste naaldpositie te vergrendelen voor allesteken om schade aan de naald of de naaivoet te voorkomen als er een naaivoet of steekplaat met één gat gebruikt.In de naaimodus wordt het pictogram steekbreedtebeveiliging weergegeven. De instelling wordtbehouden totdat u deze uitschakelt.Wanneer u de naaimachine aanzet terwijl deze instelling is ingeschakeld, informeert een pop-upvenster u dat denaaimachine is ingesteld op een rechte steek.Let op: Tweelingnaald en steekbreedtebeveiliging kunnen niet tegelijkertijd worden gebruikt.TaalGebruik de toetsen + of - om de taal van alle tekst in uw machine te veranderen.Hoorbaar alarmSchakel alle alarmgeluiden van de machine aan of uit.

De standaardinstelling is aan.Touchscreen kalibrerenHet is mogelijk dat het scherm gekalibreerd moet worden voor de manier waarop u op het scherm drukt. Druk omeen speciaal scherm te openen voor de kalibratie van het touchscreen.Druk op het midden van de cirkel die op het scherm verschijnt. De cirkel wordt opgevuld en er verschijnt een nieuwecirkel. Er zijn vijf cirkels in totaal. Wanneer u op alle vijf de cirkels heeft gedrukt, wordt het kalibratiescherm gesloten.Let op: Als de pop-up "Kalibratie mislukt" te zien is, drukt u op de OK-toets om de kalibratie opnieuw te proberen.3 Uw machine bedienen 29

ReeksenMet de functie 'reeksen' op uw naaimachine kunt u tekens en letters combineren tot reeksen. U kunt tot 60 steken en/of letters toevoegen in een reeks. Sla uw reeks op op uw naaimachine; u kunt de reeks weer laden en naaien wanneeru wilt. Alle steken in uw naaimachine kunnen worden gebruikt voor reeksen, behalve knoopsgaten, oogje, stopsteek,knopen aannaaien en trenssteken (steeknummers 32-45).Reeksen - Overzicht1 23 4 51. Stekengebied2. Steekbreedte/steekpositie3. Steeklengte/-dichtheid/verlenging4. Huidig steeknummer5. Tab ReeksenReeks maken1. Druk op de tab reeksen om reeksen te openen.2. Selecteer de steek die u wilt gebruiken (zie pagina 26voor het selecteren van een steek). De steekverschijnt in het steekgebied.Let op: De huidige positie in het steekgebied wordt gemarkeerddoor een cursor. Ingevoegde steken worden op de plaats vande cursor gezet.

Verplaats de cursor door de reeks met depijltoetsen links en rechts naast het steeknummerveld.Het alfabet gebruikenAlfabetmodus, Reeksen- Overzicht1 2 34 51. Stekengebied2. Alfabet3. Tab alfabetreeksen4. Tekenset (hoofdletters/kleine letters, normale/speciale symbolen)5. Lettertype selecteren.Een tekstreeks maken1. Druk op de tab alfabetreeksen (3).2. Beweeg de cursor door het steekgebied (1) met depijltoetsen links en rechts naar waar u een letter wilttoevoegen.3. Druk op een letter van het alfabet (2) om die in tevoegen.

De letter wordt op de positie van de cursorin het steekgebied geplaatst.Let op: De geselecteerde tekenset en het geselecteerdelettertype worden groen gemarkeerd.Selecteer een tekenset en lettertypeDruk op de tekensetindicator (4) om de tekenset teveranderen in hoofdletters of kleine letters, normaleletters of speciale letters en symbolen.Druk op de lettertype-indicator ( 5) om lettertypes teveranderen.30 3 Uw machine bedienen

Tekst en steken aanpassenDruk op de tab reeksen om de reeksweergave te openen.U kunt de geselecteerde steek spiegelen, de lengte enbreedte ervan aanpassen of de dichtheid, verlenging ofsteekpositie ervan veranderen. De aanpassingen werkenhetzelfde als in de naaimodus. Zie pagina 25. Als u eenwaarde heeft veranderd, worden de cijfers groengemarkeerd op het touchscreen om aan te geven dat hetgeen standaardwaarde is.Let op: De aanpassingen hebben alleen invloed op de steek bijde cursorpositie.

Als u terugkeert naar de naaimodus, hebbenalle aanpassingen die daar zijn gemaakt invloed op de helereeks en worden ze niet opgeslagen als u terugkeert naarreeksen.Steken of letters van een reeks verwijderenAls u een steek wilt verwijderen, brengt u de cursornaar die steek en drukt u op de toets voor verwijderen.Om de hele reeks te verwijderen van het steekgebied,drukt u lang op de toets voor verwijderen.Uw reeksen beherenU kunt uw reeks opslaan en opnieuw laden. Hetreeksgeheugen heeft ruimte voor 60 steken en letters.Reeks opslaanHet opslaan van uw reeks gaat hetzelfde als in denaaimodus. Zie pagina 25.Let op: Als er al een andere reeks is geselecteerd, verschijnt ereen pop-up die u vraag of u deze wilt overschrijven. Druk opJa of Nee om uw keuze te maken.Reeks ladenHet laden van uw reeks gaat hetzelfde als in denaaimodus, zie pagina 25.

Een reeks naaienU kunt de reeks naaien door een van deze 3 opties teselecteren: keer terug naar de naaimodus door de tabnaaimodus te selecteren, druk op de start/stop-toets ofdruk gewoon het voetpedaal in. Uw reeks is klaar om teworden genaaid. De reeks wordt doorlopend genaaid. Als u wilt stoppen aan het einde van de reeks, drukt uop de draadafsnijder tijdens het naaien. De machinehecht af en snijdt de draden af aan het einde van dereeks. Let op: U kunt stoppen aan het einde van de reeks zonder dedraden af te snijden door de afhechtfunctie te gebruiken, ziepagina 23. Let op: Aanpassingen die in de naaimodus worden gemaakt,hebben invloed op de hele reeks. Die veranderingen wordenechter niet opgeslagen als u terugkeert naar Reeksen.

Reeks-pop-upsDeze steek kan niet aan een reeks worden toegevoegdDit bericht wordt getoond als u een knoopsgat, oogje,trens, stopsteek of de steek voor het aannaaien vanknopen (steeknummers 32-45) probeert toe te voegen aaneen reeks. Alle steken in uw naaimachine kunnen aan eenreeks worden toegevoegd, behalve deze. Sluit het pop-upbericht door op de OK-toets te drukken. Deze steek kan niet worden opgeslagenDit bericht wordt getoond als u een knoopsgat, oogje,trens, stopsteek of de steek voor het aannaaien vanknopen (steeknummers 32-45) probeert op te slaan in hetmachinegeheugen. Alle steken in uw machine kunnenworden opgeslagen, behalve deze. Sluit het pop-upbericht door op de OK-toets te drukken. Reeks buiten bereikAls u probeert meer dan 60 steken of letters aan de reekstoe te voegen, verschijnt dit bericht. Sluit het pop-upbericht door op de OK-toets te drukken. Alle steken verwijderen.

4 NaaienNaaitechniekenGenaaide zigzagsteekGenaaide zigzagsteekDe genaaide zigzagsteek wordt gebruikt om kniprandenaf te werken. Controleer of de naald door de stof priktaan de linkerkant en de rand afwerkt aan de rechterkant.De steek kan ook worden gebruikt als elastische steekom te zorgen dat naden kunnen meerekken bij hetnaaien van gebreide stoffen.KnoopsgatenDe knoopsgaten van uw naaimachine zijn speciaal aangepast voor verschillende soorten stoffen en kledingstukken.Kijk naar de stekentabel op pagina 9 in dit boek voor beschrijvingen van ieder knoopsgat.De stof moet worden verstevigd op de plaats waar de knoopsgaten moeten worden genaaid.Eenstaps knoopsgatvoet 5ABCC1. Selecteer het knoopsgat dat u wilt naaien en pas delengte en dichtheid naar wens aan (A).Let op: Naai altijd een testknoopsgat op een proeflapje.2. Markeer de positie van het knoopsgat op uwwerkstuk.3.

Druk de knoophouder op de eenstaps-knoopsgatvoet open door de houder naar achterente duwen (B). Breng de knoop aan. Duw deknoophouder naar voren totdat de knoop vast zit.De knoop bepaalt de lengte van het knoopsgat.4. Bevestig de eenstaps-knoopsgatvoet.5. Zorg ervoor dat de draad door het gat in de naaivoetwordt getrokken en onder de naaivoet komt teliggen.6. Leg uw werkstuk onder de naaivoet zodat demarkering op de stof gelijk ligt met het midden vande knoopsgatvoet.7. Breng de knoopsgathendel (C) helemaal omlaag.Let op: De machine start niet als de knoopsgathendel nietgoed omlaag is gebracht of als het frame van deknoopsgatvoet niet helemaal vooruit is geplaatst.8. Houd het uiteinde van de bovendraad vast en beginte naaien. De knoopsgaten worden vanaf devoorkant van de naaivoet naar achteren genaaid.9.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Pfaff Quilt Ambition 640 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden