Pfaff Expression 3.5 Handleiding

Pfaff Naaimachine Expression 3.5

Bekijk gratis de handleiding van Pfaff Expression 3.5 (48 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 35 mensen. Heb je een vraag over Pfaff Expression 3.5 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/48

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Pfaff
Categorie: Naaimachine
Model: Expression 3.5

Handleiding Pfaff Expression 3.5 – volledige tekst

Deze huishoudnaaimachine voldoet aan de eisen van IEC/EN 60335-2-28 en UL1594. Wanneer u een elektrisch apparaat gebruikt, moet u altijd de elementaire veiligheidsvoorschriften in acht nemen, inclusief het volgende: Lees alle instructies door voordat u deze huishoudnaaimachine in gebruik neemt. Bewaar de in-structies op een geschikte plaats, dicht bij de naaimachine. Lever de instructies bij de naaimachine als deze van eigenaar verwisselt. • Naaimachines mogen nooit onbewaakt blijven wanneer de stekker in het stopcontact zit. Haal de stekker van deze naaimachine altijd meteen uit het stopcontact na het gebruik en voordat u de machine gaat reinigen, afdekpanelen ervan verwijdert, voordat u de machine smeert of wan-neer u andere onderhoudswerkzaamheden uitvoert die in de gebruiksaanwijzing staan. • Laat kinderen niet spelen met de naaimachine.

Let goed op wanneer deze naaimachine wordt gebruikt door of in de buurt van kinderen. • Gebruik de naaimachine alleen voor de werkzaamheden waarvoor deze bedoeld is, zoals be-schreven in deze handleiding. Gebruik alleen hulpstukken die door de producent zijn aanbevo-len, zoals in deze handleiding wordt beschreven. • Gebruik deze naaimachine nooit wanneer het netsnoer of de stekker beschadigd is, als de naaimachine niet goed werkt, als de naaimachine gevallen of beschadigd is of in het water heeft gelegen. Breng de naaimachine in dat geval naar de dichtstbijzijnde bevoegde dealer of een on-derhoudscentrum voor onderzoek, reparatie en elektrische of mechanische bijstelling. • Gebruik de naaimachine nooit wanneer de ventilatieopeningen geblokkeerd zijn. Houd de ventilatieopeningen van de naaimachine en het voetpedaal vrij van opgehoopt stof, pluisjes en loshangende lappen stof.

• Gebruik geen gebogen naalden. • Trek of duw tijdens het naaien niet aan de stof. Hierdoor kunt u namelijk de naald buigen, waar-door deze kan breken. • Draag een veiligheidsbril. • Schakel de naaimachine uit (“0”) wanneer u iets wilt veranderen in de omgeving van de naald, zoals een draad door de naald halen, een andere naald plaatsen, de spoel plaatsen, een andere naaivoet plaatsen en dergelijke. • Laat geen voorwerpen in een opening vallen en steek geen voorwerpen in openingen van de naaimachine. • Gebruik de naaimachine niet buiten. • Gebruik de naaimachine niet in een omgeving waar spuitbussen worden gebruikt of waar zu-urstof wordt toegediend.

• Voordat u de stekker uit het stopcontact haalt, moet u eerst alle knoppen uitschakelen (“0”). • Trek de stekker niet aan het netsnoer uit het stopcontact. Pak de stekker vast, niet het snoer. • Het voetpedaal wordt gebruikt om de naaimachine te bedienen. Plaats geen andere voorwerpen op het voetpedaal. • Gebruik de machine niet als hij nat is. • Als het LED-lampje beschadigd of kapot is, moet het worden vervangen door de fabrikant of GLHQVVHUYLFHDJHQWRIHHQSHUVRRQPHWGH]HOIGHNZDOLÀFDWLHVRPJHYDDUWHYRRUNRPHQ• Als het snoer van het voetpedaal is beschadigd, moet het worden vervangen door de fabrikant RIGLHQVVHUYLFHDJHQWRIHHQSHUVRRQPHWGH]HOIGHNZDOLÀFDWLHVRPJHYDDUWHYRRUNRPHQ• Deze naaimachine heeft dubbele isolatie. Gebruik alleen originele reserveonderdelen. Raadpleeg de instructies voor het repareren van dubbel geïsoleerde apparaten.

Dit apparaat mag worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale capaciteiten of met een gebrek aan ervaring en kennis als ze super-visie of instructies hebben gekregen om het apparaat op een veilige manier te kunnen gebruiken en als ze begrijpen welke gevaren eraan verbonden zijn. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet zonder supervisie door kinderen worden uitgevoerd. Bij normale gebruiksomstandigheden is het geluidsniveau minder dan 75dB(A). De machine mag alleen worden gebruikt met een voetpedaal van het type , gefabriceerd "FR5"door Shanghai Bioao Precision Mould Co. , Ltd.

Deze naaimachine is niet bedoeld om te worden gebruikt door personen (inclusief kinderen) met verminderde fysieke, sensorische of mentale capaciteiten, of met een gebrek aan ervaring en ken-nis, als ze geen supervisie of instructie voor het gebruik van de naaimachine hebben gekregen van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.

Kinderen moeten in de gaten worden gehouden om te zorgen dat ze niet met de naaimachine spelen. Bij normale gebruiksomstandigheden is het geluidsniveau minder dan 75dB(A). De machine mag alleen worden gebruikt met een voetpedaal van het type , gefabriceerd "FR5"door Shanghai Bioao Precision Mould Co. , Ltd. In een dubbel geïsoleerd product zitten twee isolatiesystemen in plaats van aarding. Dubbel geïsoleerde apparaten hebben geen aardingsvoorziening en die mag ook niet aan het apparaat worden toegevoegd. Het repareren van een dubbel geïsoleerd product vereist de hoogste nau-wkeurigheid en een grondige kennis van het systeem en mag alleen worden uitgevoerd door deskundige technici. De reserveonderdelen voor dubbel geïsoleerde producten moeten iden-tiek zijn aan de onderdelen in het product.

3:5 Snelheidsregeling. 3:5 Persoonlijke steken. 3:6 Naaitechnieken. 3:7 Handwerk-quiltsteken. 3:7Stoppen. 3:7 Vrije-handpositie. 3:8Knoopsgaten. 3:8 Algemene naaipop-ups. 3:104 Reeksen - overzicht. 4:2 Een reeks maken. 4. 2 Het alfabet gebruiken. 4:3 Uw reeksen beheren. 4:4 Een reeks naaien. 4:45 De naaimachine reinigen. 5:2 De steekplaat terugplaatsen. 5:2 Problemen oplossen. 5:3Let op: In deze handleiding wordt naar de machinemodellen verwezen met 4. 2 en 3. 5. Gefeliciteerd met de aanschaf van uw nieuwe PFAFF®-naaimachine. Als echte naailiefhebber hebt u gekozen voor een machine met het nieuwste van het nieuwste op design- en technologiegebied, zodat u al uw creatieve ideeën kunt uitvoeren. Neem voordat u aan de slag gaat de tijd om deze gebruikershandleiding door te lezen.

1:8Standaardnaaivoet 0A met IDT™ systeem (op de machine bevestigd bij levering)Deze voet wordt hoofdzakelijk gebruikt voor rechte steken en zigzagsteken met een steeklengte van meer dan 1,0 mm. Siersteekvoet 1A met IDT™ systeemDeze voet wordt gebruikt voor het maken van decoratieve steken. De groef aan de onderkant van de naaivoet is bedoeld voor een soepel transport over de steken. Siersteekvoet 2AGebruik deze voet bij het naaien van decoratieve steken of zigzagsteken en andere nuttige steken met een steeklengte kleiner dan 1,0 mm. De groef aan de onderkant van de naaivoet is bedoeld voor een soepel transport over de steken. Blindzoomvoet 3 met IDT™ systeemDeze voet wordt gebruikt voor blindzoomsteken. De teen op de voet geleidt de stof. De rode geleider op de voet is bedoeld om langs de vouw van de zoomrand te lopen.

Ritsvoet 4 met IDT™ systeemDeze voet kan rechts of links van de naald op de machine worden geklikt, waardoor het eenvoudiger is om dicht bij de beide kanten van de tandjes van de rits te naaien. Verplaats de naaldpositie naar rechts of naar links om dichter langs de tandjes te naaien. Sensormatic-knoopsgatvoet 5AWanneer deze voet op de machine is aangesloten, wordt het knoopsgat op een lengte genaaid die geschikt is voor de grootte van de knoop die in de machine is ingevoerd. Handmatige-knoopsgatvoet 5MDeze voet wordt gebruikt voor het stap voor stap naaien van knoopsgaten. Gebruik de markeringen op de voet om de rand van het kledingstuk te plaatsen. Het hieltje aan de achterkant van de voet houdt de draad vast bij knoopsgaten met inlegdraad. Sensormatic free-motionvoet 6A (4. 2)Deze naaivoet wordt gebruikt voor sensormatic naaien uit de vrije hand.

Deze voet kan ook worden gebruikt voor stopwerk. Patchworkvoet 6 mm met IDT™ systeem (4. 2)De patchworkvoet van 6 mm is perfect voor het aan elkaar naaien van lapjes en voor patchwork, in het bijzonder wanneer u de voet gebruikt in combinatie met de rechtstiksteekplaat.

De afstand tussen de naald en de buitenrand van de naaivoet is 6 mm (1/4”) en tussen de naald en de binnenrand van de naaivoet is de afstand 3 mm (1/8”). Vrije-hand-/stopvoet (3. 5)Steek de pen van de naaivoet zo ver mogelijk in het gat aan de achterkant van de persvoethouder. De “C-vormige” geleider moet om de persvoetstang komen. De lange arm moet achter de naaldstang zijn. Draai de schroef vast. Belangrijk: Zorg ervoor dat het IDT™ systeem is uitgeschakeld wanneer u naaivoet 2A, 5A, 5M, 6A en vrije-hand-/stopvoet gebruikt.

1:9 4. 2 3. 5 1 1 Rechte steekVoor aan elkaar naaien en doorstikken. Selecteer uit 37 verschillende naaldposities. Let op: Deze steek maakt een sterkere afhechting dan steek 52 (4. 2) / 43 (3. 5). 2 2 Elastische drievoudige rechte steek Versterkte naad. Doorstikken. 3 3 Rechte steek achteruit Doorlopend achteruit naaien. 4 4 Rijgsteek Voor het aan elkaar rijgen van projecten. Enkele steek gebruikt om te rijgen. U bepaalt de steeklengte handmatig. 5 5 Zigzagsteek Naden verstevigen, afwerken, elastisch naaien, kant inzetten. 6 6 Zigzagsteek, naaldpositie rechts of links Naden verstevigen, afwerken, elastisch naaien. 7 7 Z-zigzagsteek Applicatie, vastzetten, oogjes. 8 8 Drievoudige zigzag stretchsteek Elastische steek voor decoratieve zomen of doorstikken. 9 9 Genaaide zigzagsteek Elastiek naaien, stoppen, patchwork en decoratief naaien.

1:10 4.2 3.5 24 22 Overlocksteek Elastische stoffen in één stap naaien en afwerken. 25 23 Gesloten overlocksteek In één stap naaien en afwerken, patchwork, zomen. 26 24 Overlocksteek voor elastische gebreide stoffen Elastische stoffen in één stap naaien en afwerken. 27 – Versterkte overlocksteek Elastische stoffen in één stap naaien en afwerken en verstevigen. 28 – Afgewerkte overlocksteek Elastische stoffen in één stap naaien en afwerken met verstevigde rand. 29 25 Valse dekzoom Maak een overlockzoom in elastische stoffen met het uiterlijk van een lockmachine-dekzoom. 30 26 Open overlock blindzoom Maak een decoratieve overlock blindzoom in geweven stoffen. 31 – Gesloten overlock blindzoom Maak een decoratieve overlock blindzoom in geweven stoffen. 32 27 Linnenknoopsgat Knoopsgat voor blouses, overhemden en linnengoed.

2:2 1. Plaats de doos op een stevige, vlakke ondergrond. Til de machine uit de doos, verwijder de buitenste verpakking en til de beschermkap eraf. 2. Verwijder al het andere verpakkingsmateriaal en de plastic zak. 3. Schuif de accessoiredoos van de machine en verwijder het styrofoam (piepschuim).Let op: Als styrofoam achterblijft in de accessoiredoos kan dit van invloed zijn op de stekenkwaliteit. Styrofoam is uitsluitend bedoeld als verpakkingsmateriaal en moet verwijderd worden. Let op: Uw PFAFF® expression™ naaimachine is erop gebouwd om de beste resultaten te leveren bij normale kamertemperatuur. Extreem warme en koude temperaturen kunnen de naairesultaten nadelig beïnvloeden.Bij de toebehoren vindt u ook de voedingskabel en het voetpedaal. Let op: Controleer voordat u het voetpedaal aansluit of het van het type “FR5” is (zie de onderkant van het voetpedaal). 1.

Pak het snoer van het voetpedaal. Draai het voetpedaal om. Sluit het snoer aan op de aansluiting in de ruimte van het voetpedaal. Druk stevig aan zodat het goed is aangesloten. Leg het snoer in de gleuf op de onderkant van het voetpedaal.Let op: U hoeft het snoer alleen de eerste keer dat u de machine gaat gebruiken aan te sluiten op het voetpedaal. 2. Sluit het snoer van het voetpedaal aan op het voorste contact rechts onder aan de machine (A). 3. Sluit de voedingskabel aan op het achterste contact, rechts onder aan de machine (B). Steek de stekker in het stopcontact. 4. Zet de AAN/UIT-schakelaar op ON om de voedingsspanning en het licht in te schakelen (C).

2:3 1. De hoofdschakelaar uitzetten. 2. Trek de voedingskabel eerst uit het stopcontact en vervolgens uit de machine. 3. Haal de stekker van het voetpedaalsnoer uit de machine. Wind het snoer om het voetpedaal als u het wilt opbergen. 4. Berg alle toebehoren op in de accessoiredoos. Schuif de doos op de machine om de vrije arm. 5. Plaats het voetpedaal in de ruimte boven de vrije arm. 6. Plaats de beschermkap op de machine.Op uw machine zitten LED-lampjes die het licht zonder schaduw gelijkmatig over het werkgebied verdelen.Om de vrije arm te gebruiken moet u de accessoiredoos verwijderen. Wanneer de doos is bevestigd, houdt een haak de accessoiredoos vast aan de machine. Schuif de doos naar links om hem te verwijderen.Trek de draad zoals afgebeeld van achteren naar voren om de draadafsnijder te gebruiken (A).Uw naaimachine heeft twee garenpennen: een hoofdgarenpen en een extra garenpen.

De garenpennen zijn geschikt voor alle soorten garen. De hoofdgarenpen is instelbaar en kan worden gebruikt in een horizontale positie (de draad wordt van het klosje afgerold) of in een verticale positie (het klosje draait). Gebruik de horizontale positie voor normaal garen en de verticale positie voor grote klossen of garen met speciale eigenschappen.Plaats een passende garenschijf en het klosje op de garenpen. Zorg ervoor dat de draad over de bovenkant wordt afgerold en schuif dan een tweede garenschijf op de pen. Gebruik een garenschijf die iets breder is dan het klosje. Gebruik bij smalle garenklosjes een kleinere garenschijf voor het klosje. Gebruik bij brede garenklosjes een grotere garenschijf voor het klosje.De platte zijde van de schijf moet stevig tegen de klos worden gedrukt. Er mag geen ruimte tussen de garenschijf en de klos zitten.Kleine garenschijfGrote garenschijf

2:4PFAHoofdgarenpen in verticale positieTil de garenpen op tot in verticale positie. Schuif het grote schijfje erop en plaats een vilten onderlegger onder het klosje. Dit voorkomt dat het garen te snel van het klosje wordt afgewikkeld. Plaats geen garenschijf op de garenpen omdat het klosje dan niet meer kan draaien.De extra garenpen wordt gebruikt wanneer u een spoeltje wilt opwinden vanaf een tweede garenklosje of voor een tweede klosje wanneer u met een tweelingnaald naait.Breng de extra garenpen omhoog. Schuif een grote garenschijf erop en plaats een vilten onderlegger onder het klosje.Zorg ervoor dat de naaivoet en de naald zich in de hoogste stand bevinden. 1. Schuif het garen op de garenpen en zet deze vast met een passende garenschijf. 2. Trek de draad van voren naar achteren door de draadgeleider (A).

2:5PFAMet de draadinsteker kunt u de draad automatisch in de naald steken. Wanneer u de draadinsteker wilt gebruiken, moet de naald zich in de bovenste stand bevinden. Bovendien raden wij u aan om de naaivoet te laten zakken. 1. Gebruik de hendel om de draadinrijger helemaal omlaag te trekken. De inrijghaak (G) zwenkt door het oog van de naald. 2. Leg de draad vanaf de achterkant over de haak (H) en onder de inrijghaak (G). 3. Laat de draadinsteker voorzichtig terugdraaien. Het haakje trekt de draad door het oog van de naald en vormt een lus achter de naald. Trek de lus er achter de naald uit. Let op: De draadinsteker is ontworpen voor naalden nr. 70-120. Wanneer u gebruik maakt van naalden met nr. 60 of kleiner, een zwaardnaald, een tweelingnaald of een drielingnaald. Er zijn ook enkele optionele naaivoeten waarbij u de draad met de hand moet insteken.

Vervang de normale naald door een tweelingnaald. Zorg ervoor dat de naaivoet en de naald zich in de hoogste stand bevinden. 1. Schuif het garen op de garenpen en zet deze vast met een passende garenschijf. Breng de extra garenpen omhoog. Schuif een grote garenschijf en een vilten onderlegger op de pen. Plaats de tweede draad op de garenpen. 2. Trek de draden van voren naar achteren door de draadgeleider (A). Trek beide draden vanaf de rechterkant onder de spoeldraadgeleider (B) op de voorspanningsschijf (C). 3. Rijg de draad omlaag door de rechter inrijggleuf en dan omhoog door de linker inrijggleuf. Zorg ervoor dat u de ene draad langs de linkerkant en de andere draad langs de rechterkant van spanningsschijf (D) leidt. 4. Breng de draden vanaf de rechterkant in de draadhefboom (E) en omlaag in de linker inrijggleuf.

2:6 1. Plaats een lege spoel op de spoelas, met het logo omhoog. Gebruik alleen de originele PFAFF®-spoelen die voor dit model zijn goedgekeurd. 2. Plaats het klosje op de garenpen in horizontale positie. Schuif een garenschijf stevig tegen de garenpen aan. 3. Trek de draad van voren naar achteren door de draadgeleider (A). Trek de draad linksom boven de spoelgeleider voor het opspoelen (B) en dan door de onderdraadgeleiders (C) aan de achterkant. Let op: Zorg ervoor dat de draad goed in de voorspanningschijf wordt getrokken voor de juiste draadspanning. 4. Rijg de draad van binnen naar buiten door de gleuf in de spoel (D). 5. Duw de spoelgeleider naar rechts om op te spoelen. Er verschijnt een pop-up op het scherm om u te melden dat spoelen actief is. Druk het voetpedaal in om de spoel op te winden. Als de spoel vol is, gaat het spoelen langzamer en stopt automatisch.

2:7 1. Verwijder het spoelhuisdeksel door het naar u toe te schuiven. 2. Plaats de spoel in het spoelhuis met het merkteken naar boven. De draad moet afrollen vanaf de linkerkant van de spoel. Het spoeltje zal tegen de wijzers van de klok in draaien, wanneer u de draad naar buiten trekt. 3. Plaats uw vinger op het spoeltje om te voorkomen dat het kan draaien als u de draad stevig naar rechts trekt en vervolgens naar links in het spanningsveertje (A) totdat het op zijn plaats “klikt”. 4. Ga verder met het inrijgen om (B) heen en naar de rechterkant van de draadafsnijder (C). Plaats het deksel weer op het spoelhuis. Trek de draad naar links om hem af te snijden. Let op: Het spoelhuisdeksel kan worden gebruikt als vergrootglas.IDT™Voor een soepele verwerking van iedere stofsoort biedt PFAFF® expression™ machine de ideale oplossing: het IDT™-systeem (Ingebouwd Dubbel Transport).

Net als bij industriële machines zorgt het IDT™ systeem voor een gelijktijdig stoftransport zowel van onder als van boven. Het materiaal wordt nauwkeurig getransporteerd, zodat naden in dunne stoffen zoals zijde en rayon niet meer rimpelen. Het dubbele transport van het IDT™-systeem zorgt dat de lagen niet verschuiven tijdens het naaien, zodat de quiltlagen goed op elkaar blijven liggen en zodat stoffen met ruiten of strepen perfect op elkaar aansluiten.IDT™Belangrijk: Voor al uw naaiwerk met het IDT™ systeem kunt u alleen naaivoeten met een uitsparing aan de achterzijde gebruiken (D).Breng de naaivoet omhoog. Druk het IDT™ systeem omlaag totdat het vastklikt.IDT™Breng de naaivoet omhoog. Houd het IDT™ systeem met twee vingers bij de geribbelde greep vast. Trek het IDT™ systeem omlaag en duw het vervolgens van u af om het IDT™ systeem langzaam omhoog te laten komen.

2:8Uw machine is uitgerust met een elektronische kniehevel waarmee u de hoogte van de naaivoet kunt regelen. Breng de kniehevel in de daarvoor bedoelde opening in de naaimachine. De platte kant moet omhoog wijzen. Draai de drukplaat tot een comfortabele kniehoogte (A). Als u de kniehevel naar rechts drukt, gaat de naaivoet omhoog. Nu kunt u de stof met beide handen geleiden. Als u de kniehevel wilt verwijderen, trekt u deze recht uit de opening. De naaimachinenaald speelt een belangrijke rol bij succesvol naaien. Gebruik alleen naalden van goede kwaliteit. Wij raden naalden van systeem 130/705H aan. In het naaldendoosje dat bij uw machine wordt geleverd, vindt u naalden in de meest gebruikte maten. Universele naalden hebben een licht afgeronde punt en zijn verkrijgbaar in veel verschillende maten. Voor algemeen naaien in veel verschillende stoftypen en -dikten.

Stretchnaalden hebben een speciale las om overgeslagen steken te verwijderen wanneer er rek LQGHVWRI]LW9RRUEUHLVHOV]ZHPNOHGLQJÁHHFHsynthetische suède en kunstleer. Gemarkeerd met een gele streep. Borduurnaalden hebben een speciale las, een iets afgeronde punt en een iets groter oog om schade aan garen en materialen te voorkomen. Gebruik ze met metallic en andere speciale garens voor borduurwerk en decoratief naaiwerk. Gemarkeerd met een rode streep. Denimnaalden hebben een scherpe punt om door dicht geweven stoffen te prikken zonder dat de QDDOGYHUEXLJW9RRUFDQYDVGHQLPPLFURÀEHUGemarkeerd met een blauwe streep. De zwaardnaald heeft brede vleugels naast de naald om gaatjes in de stof te prikken bij het naaien van entredeux- en andere ajoursteken op natuurlijke stoffen. Verminder de steekbreedte voor een optimaal resultaat. Let op: Vervang de naald regelmatig.

Gebruik altijd een rechte naald met een scherpe punt (G). Een beschadigde naald (H) kan ervoor zorgen dat er steken worden overgeslagen, dat er naalden breken of dat de draad afbreekt.

2:9 1. Gebruik het gat in het universele gereedschap om de naald vast te houden. 2. Draai de schroef van de naald los. Gebruik indien nodig de schroevendraaier. 3. Verwijder de naald. 4. Plaats de nieuwe naald met het gereedschap. Duw de nieuwe naald omhoog met de platte kant van u af totdat hij niet verder kan. 5. Draai de schroef van de naald zoveel mogelijk aan.U kunt de transporteur omlaag brengen door de schakelaar op de voorkant van de naaimachine naar links te brengen. Breng de schakelaar naar rechts als u de transporteur omhoog wilt brengen.Duw de naaivoet omlaag totdat hij loskomt van de naaivoethouder. Plaats de naaivoet onder de persvoethouder, zodat de pennen van de voet wanneer de naaivoet omlaag wordt gebracht in de persvoethouder klikken.Let op: Controleer of de naaivoet goed vastzit door de naaivoet omhoog te brengen.

2:10OKquilt expression™ Druk op deze toets om de naald omhoog of omlaag te bewegen. De instelling van de naaldstoppositie wordt tegelijkertijd veranderd. Wanneer “naald omlaag” is ingeschakeld, is het pictogram verlicht, stopt de naald in de stof en komt de naaivoet omhoog tot draaihoogte. Natuurlijk kunt u ook het voetpedaal gebruiken om de naald omhoog of omlaag te brengen. Wanneer u in het midden van een steek bent gestopt met naaien, drukt u op “opnieuw beginnen” om weer vanaf het begin van de steek verder te naaien zonder eventuele voorgaande instellingen opnieuw te hoeven uitvoeren. Als u op de toets “steek opnieuw beginnen” drukt tijdens het naaien wordt de steek afgemaakt, waarna de machine stopt. Druk op de snelheidstoets om langzamer te naaien. Een SLFWRJUDPRSKHWJUDÀVFKGLVSOD\JHHIWDDQKRHODQJ]DDPuw naaimachine zal naaien.

Houd de snelheidstoets lang ingedrukt en gebruik het wiel (16) om de naaisnelheid te veranderen. Let op: U kunt geen hogere snelheid dan de standaardsnelheid selecteren. Druk op de toets wanneer u niet naait; de naaimachine snijdt dan de boven- en onderdraad af en brengt de naaivoet en naald omhoog. Om de draad af te snijden voordat de naald naar de startpositie van de volgende steek gaat, drukt u tijdens het naaien op de toets “draden afsnijden”. De draad-afsnijdindicator gaat branden. Druk voordat u begint te naaien op de toets als u permanent achteruit wilt naaien. De achteruitnaai-indicator (5) gaat branden en de machine naait achteruit totdat u opnieuw op de toets drukt. Als u tijdens het naaien op de toets drukt, naait de naaimachine achteruit zolang u de toets ingedrukt houdt. De achteruitnaai-indicator is verlicht wanneer de achteruitnaaitoets is ingedrukt.

De achteruitnaaitoets wordt ook gebruikt bij het naaien van knoopsgaten, geprogrammeerde afhechtingen, stopsteken en tapse cordonsteken om tussen delen van de steken heen en weer te gaan.

De indicator voor het geprogrammeerd afhechten gaat branden om aan te geven dat er één of meerdere afhechtopties zijn geactiveerd. De indicator blijft branden totdat de afhechtopties niet meer worden gebruikt. Als u op de afhechttoets drukt tijdens het naaien, naait uw machine enkele afhechtsteken en stopt automatisch. Brengt de naaivoet omhoog en zet de naald in de hoogste stand. Druk nogmaals op de toets; de naaivoet gaat omhoog tot de extra hoge stand.

2:11Laat de naaivoet helemaal zakken. Druk nogmaals op de toets om de naaivoet omhoog te brengen tot draaihoogte. De naaivoet wordt automatisch omlaag gebracht wanneer u met naaien begint. Druk op deze toets om de naaimachine te starten en te stoppen zonder het voetpedaal te gebruiken. Druk eenmaal op de toets om te starten en nogmaals om te stoppen. 2SKHWJUDÀVFKGLVSOD\NXQWXDOXZVHOHFWLHVHQopties zien. De steken worden op ware grootte getoond. Vergroot of verklein de steekbreedte met + en -. Druk op de alternatieventoets (15) om de positie van de geselecteerde steek te bekijken. Gebruik de toetsen + en - om de steekpositie te veranderen. Vergroot of verklein de steeklengte met + en -. Druk op de alternatieventoets (15) om de dichtheidsinstelling van cordonsteken te bekijken. Gebruik de toetsen + en - om de dichtheid van de geselecteerde steek te veranderen.

Wanneer u een decoratieve steek selecteert, worden de breedte- en lengte-instellingen weergegeven op KHWJUDÀVFKGLVSOD\'RRURSGHDOWHUQDWLHYHQWRHWVte drukken, wordt de steekpositie getoond in plaats van de steekbreedte-instelling en wordt de dichtheid getoond in plaats van de lengte-instelling. 0HWGH]HWRHWVHQNXQWX]LFKRYHUKHWJUDÀVFKdisplay verplaatsen. Het wiel heeft pijltoetsen omhoog en omlaag, pijltoetsen links en rechts en het midden van het wiel is een OK-toets. Het wiel heeft diverse functies, zoals stappen tussen steken, de grootte van een knoopsgat instellen en tussen opties bewegen in het menu Instellingen. Door op een van de toetsen van 0 tot 9 te drukken, of op een combinatie van die toetsen, selecteert u onmiddellijk de steek die bij dat nummer hoort. De F1-toets wordt gebruikt om het tapering-programma in te stellen.

Alle selecties worden ZHHUJHJHYHQRSKHWJUDÀVFKGLVSOD\Bij reeksen wordt de F1-toets gebruikt om een set tekens te selecteren. De F2-toets wordt gebruikt om de opties voor afhechten en draden afsnijden in te stellen en bij reeksen wordt F2 gebruikt om een lettertype te selecteren. Alle selecties worden weergegeven op KHWJUDÀVFKGLVSOD\Druk op deze toets om de weergave van de aanbevelingen aan of uit te schakelen. Druk op deze toets om het menu voor machine-instellingen te openen. Om steken en reeksen verticaal te spiegelen. Om steken en reeksen horizontaal te spiegelen. Druk op deze toets om een persoonlijke steek of reeks te laden. Druk op deze toets om een steek of reeks in het machinegeheugen op te slaan. Voor het verwijderen van enkele steken in een reeks, of van persoonlijke steken en reeksen. Druk op deze toets om reeksen te openen.

2:121234OKexpression™ Druk op deze toets om de naald omhoog of omlaag te bewegen. De instelling van de naaldstoppositie wordt tegelijkertijd veranderd. Wanneer “naald omlaag” is ingeschakeld, is het pictogram verlicht, stopt de naald in de stof. Natuurlijk kunt u ook het voetpedaal gebruiken om de naald omhoog of omlaag te brengen. Als u op de afhechttoets drukt tijdens het naaien, naait uw machine enkele afhechtsteken en stopt automatisch. Wanneer u in het midden van een steek bent gestopt met naaien, drukt u op “opnieuw beginnen” om weer vanaf het begin van de steek verder te naaien zonder eventuele voorgaande instellingen opnieuw te hoeven uitvoeren. Als u op de toets “steek opnieuw beginnen” drukt tijdens het naaien wordt de steek afgemaakt, waarna de machine stopt. Druk op de snelheidstoets om langzamer te naaien.

(HQSLFWRJUDPRSKHWJUDÀVFKGLVSOD\JHHIWDDQhoe langzaam uw naaimachine zal naaien. Houd de snelheidstoets lang ingedrukt en gebruik het wiel (13) om de naaisnelheid te veranderen. Let op: U kunt geen hogere snelheid dan de standaardsnelheid selecteren. Druk voordat u begint te naaien op de toets als u permanent achteruit wilt naaien. De achteruitnaai-indicator (5) gaat branden en de machine naait achteruit totdat u opnieuw op de toets drukt. Als u tijdens het naaien op de toets drukt, naait de naaimachine achteruit zolang u de toets ingedrukt houdt. De achteruitnaai-indicator is verlicht wanneer de achteruitnaaitoets is ingedrukt. De achteruitnaaitoets wordt ook gebruikt bij het naaien van knoopsgaten, geprogrammeerde afhechtingen, stopsteken en tapse cordonsteken om tussen delen van de steken heen en weer te gaan.

De indicator voor het geprogrammeerd afhechten gaat branden om aan te geven dat er één of meerdere afhechtopties zijn geactiveerd. De indicator blijft branden totdat de afhechtopties niet meer worden gebruikt.

2:132SKHWJUDÀVFKGLVSOD\NXQWXDOXZVHOHFWLHVHQopties zien. De steken worden op ware grootte getoond. Vergroot of verklein de steekbreedte met + en -. Druk op de alternatieventoets (12) om de positie van de geselecteerde steek te bekijken. Gebruik de toetsen + en - om de steekpositie te veranderen. Vergroot of verklein de steeklengte met + en -. Druk op de alternatieventoets (12) om de dichtheidsinstelling van cordonsteken te bekijken. Gebruik de toetsen + en - om de dichtheid van de geselecteerde steek te veranderen. Wanneer u een decoratieve steek selecteert, worden de breedte- en lengte-instellingen weergegeven op KHWJUDÀVFKGLVSOD\'RRURSGHDOWHUQDWLHYHQWRHWVte drukken, wordt de steekpositie getoond in plaats van de steekbreedte-instelling en wordt de dichtheid getoond in plaats van de lengte-instelling. 0HWGH]HWRHWVHQNXQWX]LFKRYHUKHWJUDÀVFKdisplay verplaatsen.

Het wiel heeft pijltoetsen omhoog en omlaag, pijltoetsen links en rechts en het midden van het wiel is een OK-toets. Ze hebben diverse functies, bijvoorbeeld stappen tussen steken, de grootte van een knoopsgat instellen en tussen opties bewegen in het menu Instellingen. Bevestig uw selecties met het pictogram OK in het midden van het wiel. Door op een van de toetsen van 0 tot 9 te drukken, of op een combinatie van die toetsen, selecteert u onmiddellijk de steek die bij dat nummer hoort. De F1-toets wordt gebruikt om het taperingprogramma in te stellen. De toets wordt ook gebruikt om knoopsgaten te herhalen en om “herhalen” uit te schakelen voor stopsteken. Alle VHOHFWLHVZRUGHQZHHUJHJHYHQRSKHWJUDÀVFKdisplay. Bij reeksen wordt de F1-toets gebruikt om een set tekens te selecteren.

De F2-toets wordt gebruikt om de opties voor afhechten en draden afsnijden in te stellen en bij reeksen wordt F2 gebruikt om een lettertype te selecteren.

Alle selecties worden weergegeven op KHWJUDÀVFKGLVSOD\Druk op deze toets om de weergave van de aanbevelingen aan of uit te schakelen. Druk op deze toets om het menu voor machine-instellingen te openen. Om steken horizontaal te spiegelen. Druk op deze toets om een persoonlijke steek of reeks te laden. Druk op deze toets om een steek of reeks in het machinegeheugen op te slaan. Voor het verwijderen van enkele steken in een reeks, of van persoonlijke steken en reeksen. Druk op deze toets om reeksen te openen.

2:15In het menu Instellingen kunt u automatische instellingen annuleren en handmatig aanpassingen maken aan de machine-instellingen, geluidsinstellingen en de instellingen van het scherm. Open het menu door op de toets van het menu Instellingen te drukken en selecteer de instelling die u wilt aanpassen met de pijltoetsen omhoog en omlaag op het wiel. Gebruik de pijltoetsen links en rechts om de waarden aan te passen en instellingen te activeren of open een lijst met keuzen door op OK te drukken. Een dicht vakje betekent dat het is geactiveerd, een leeg vakje betekent dat het niet is geactiveerd. Let op: Als een instelling niet kan worden gecombineerd met een eerder geselecteerde instelling, zijn de randen van dat vakje gestippeld. Er zijn twee pictogrammen die naast sommige instellingsalternatieven worden weergegeven.

Dit pictogram laat u zien dat de instelling wordt behouden totdat u een andere steek selecteert. Dit pictogram laat u zien dat de instelling wordt behouden totdat u de machine uitzet. Geen pictogram betekent dat deze instelling wordt behouden totdat u de instelling uitschakelt. Druk opnieuw op de toets van het menu Instellingen om het menu te verlaten. Uw naaimachine stelt elektronisch een draadspanning in voor de geselecteerde steek. Afhankelijk van de stof, de quiltvoering, het garen, enz. kan het nodig zijn de spanning aan te passen. Gebruik de pijltoetsen links en rechts op het wiel om de draadspanning aan te passen. De veranderingen hebben alleen invloed op de geselecteerde steek. De instelling keert terug naar standaard wanneer u een andere steek selecteert. Druk in de naaimodus op de info-toets om de op dat moment geselecteerde draadspanning te zien.

Activeer het tweelingnaaldprogramma en gebruik de pijltoetsen links en rechts op het wiel om de breedte van de tweelingnaald in te stellen. Wanneer het formaat voor de tweelingnaald is geselecteerd, wordt de breedte van alle steken beperkt tot die naaldgrootte omdat de naalden anders kunnen breken.

Druk in de naaimodus op de info-toets. Het pictogram met aanbevelingen voor de tweelingnaald wordt weergegeven. De instelling blijft behouden totdat u de tweelingnaaldbreedte deselecteert. Let op: tweelingnaald en steekbreedtebeveiliging kunnen niet tegelijkertijd worden gebruikt. Er verschijnt een waarschuwingspop-up wanneer u een steek selecteert die te breed is voor de ingestelde tweelingnaald. Selecteer deze functie wanneer u een steekplaat of naaivoet voor rechte steken gebruikt, om de naaldpositie voor alle steken vast te zetten in het midden om beschadiging van de naald, de naaivoet en de steekplaat te voorkomen. Druk in de naaimodus op de info-toets. Het steekbreedtebeveiligingspictogram wordt getoond.

Wanneer u de machine opnieuw aanzet terwijl deze instelling ingeschakeld is en voor iedere steekselectie die geen rechte steek is, informeert een pop-upvenster u dat de rechte steek is ingesteld. Deselecteer steekbreedtebeveiliging om weer normaal te naaien. Let op: tweelingnaald en steekbreedtebeveiliging kunnen niet tegelijkertijd worden gebruikt. De dynamisch verende naaivoet gaat bij elke steek omhoog en omlaag om de stof op de steekplaat te houden terwijl de steek wordt gemaakt. Gebruik draaihoogte in het menu Instellingen voor aanpassing aan verschillende stofdiktes. Let op: De Dynamisch verende voet 6D wordt aanbevolen voor gebruik met rechte steken. Activeer steekbreedtebeveiliging.

2:16Schakel dit in om de machine in de Spring foot free-motion modus te zetten. Verzink de transporteurs. Een spring foot gaat bij elke steek omhoog en omlaag om de stof op de steekplaat te houden terwijl de steek wordt gemaakt. Druk in de naaimodus op de info-toets. Het pictogram “spring foot free-motion” wordt getoond in plaats van de aanbeveling voor de naaivoet. Een pop-up meldt u dat spring foot free-motion actief is wanneer u de machine aanzet. Let op: De free-motionvoet met open teen is optioneel HQNDQZRUGHQDDQJHVFKDIWELMXZSODDWVHOLMNHRIÀFLsOHPFAFF®-dealer. Gebruik de voet niet als Sensormatic free-motion is ingeschakeld omdat de naald de naaivoet kan beschadigen. De open naaivoet voor quilten uit de vrije hand en de andere spring-voeten met lichtgrijze kunststof behuizing, kunnen ook worden gebruikt om te borduren.

Schakel dit in om de machine in de Sensormatic free-motion-modus te zetten voor naaivoet 6A. Verzink de transporteurs. Druk in de naaimodus op de info-toets. Het pictogram “sensormatic free-motion” wordt getoond in plaats van de aanbeveling voor de naaivoet. Bij free-motion naaien met lage snelheid, gaat de voet bij elke steek omhoog en omlaag om de stof correct op de steekplaat te houden terwijl de steek wordt gemaakt. Bij een hogere snelheid zweeft de naaivoet tijdens het naaien over de stof. De stof moet met de hand worden bewogen. Wanneer u de machine aanzet, meldt een pop-up u dat sensormatic free-motion actief is. De persvoethoogte kan worden aangepast als de machine is ingesteld op free-motion (naaien uit de vrije hand). In de Sensormatic free-motion modus kan de stof vrij onder de naaivoet bewegen.

Het kan voorkomen dat steken overslaan wanneer uw stof op en neer beweegt wanneer u aan het naaien bent. Het verlagen van de draaipositie vermindert de ruimte tussen de naaivoet en de stof en voorkomt het overslaan van steken. Let op: Wees voorzichtig met het verlagen van de draaipositie.

De stof moet zich altijd vrij onder de naaivoet kunnen bewegen. In de meeste gevallen hoeft u de persvoetdruk niet aan te passen. Om het resultaat te verbeteren bij het gebruik van speciale technieken, moet u de druk aanpassen. Gebruik de pijltoetsen links en rechts op het wiel om de druk aan te passen. Hoe hoger het cijfer, hoe meer druk op de stof. De waarde kan worden aangepast tussen 0 en 9 in stappen van 0,5. Uw handmatige instelling wordt geannuleerd wanneer u de machine uitzet. Let op: Als u de persvoetdruk wilt veranderen voor een hele reeks, breng de reeks dan naar de naaimodus en verander de instelling daar. De automatische persvoetlichter wordt ingeschakeld als de functie wordt geselecteerd. De naaivoet wordt omhoog gebracht tot draaihoogte, bijvoorbeeld als u stopt met naaien met de naald omlaag.

Wanneer de functie is gedeselecteerd, blijft de naaivoet in de lage stand - ook als de machine stopt met de naald omlaag. Bij het naaien op speciale stoffen of bij het uitvoeren van een speciale techniek moet u soms de balans aanpassen. Naai eerst een steek op een SURHÁDSMH*HEUXLNGHSLMOWRHWVHQOLQNVHQUHFKWVom de steek te balanceren tussen -7 en 7. Wanneer u opnieuw gaat naaien, wordt de balans afgesteld. De veranderingen hebben alleen invloed op de geselecteerde steek. De instelling keert terug naar standaard wanneer u een andere steek selecteert. Met de pijltoetsen links en rechts kunt u de taal van alle tekst in uw machine veranderen. Zet alle alarmgeluiden van de machine aan of uit. De standaardinstelling is aan. 3DVKHWFRQWUDVWYDQKHWJUDÀVFKGLVSOD\DDQPHWGHpijltoetsen links en rechts. De waarde kan worden aangepast tussen -20 en 20 in stappen van 1.

3:2'HQDDLPRGXVLVGHHHUVWHZHHUJDYHRSKHWJUDÀVFKGLVSOD\QDGDWXGHPDFKLQHDDQ]HW8ZJHVHOHFWHHUGHsteek wordt op ware grootte weergegeven in het stekengebied. Hier vindt u alle basisinformatie die u nodig hebt om te beginnen met naaien. Dit is ook het menu waarin u de instellingen van uw steek kunt aanpassen. De rechte steek is standaard geselecteerd. 1. Geselecteerd steeknummer2. Stekenveld3. Steekbreedte/steekpositie4. Steeklengte/steekdichtheid5. Taperingprogramma6. AfhechtoptiesDoor op een van de rechtstreekse-selectietoetsen te drukken, selecteert u dat steeknummer onmiddellijk. Druk snel achter elkaar op twee of drie cijfers om een steek van 10 of hoger te selecteren.

Als het steeknummer niet bestaat, hoort u een piep en wordt het eerst ingevoerde cijfer geselecteerd als steek.Gebruik de toetsen omhoog en omlaag op het wiel om van de ene naar de andere steek te gaan.Druk op de info-toets om naai-aanbevelingen voor de op dat moment geselecteerde steek op te roepen. Druk opnieuw op de toets om de informatie te verbergen. 7. Aanbeveling/instelling voor de naald Ingesteld op tweelingnaald Zwaardnaald aanbevolen Ingesteld op steekbreedtebeveiliging 8. Naaivoetadvies9. Versteviging aanbevolen10. Aanbeveling transporteur/IDT™ systeem11. DraadspanningswaardeLet op: Niet alle symbolen en opties worden tegelijkertijd getoond.

3:3Druk op de alternatieventoets om de steekpositie en -dichtheid te bekijkenUw machine stelt de beste instellingen in voor iedere geselecteerde steek. U kunt uw eigen aanpassingen maken aan de geselecteerde steek. De instelling heeft alleen invloed op de geselecteerde steek. Uw veranderde instellingen worden teruggezet op standaard wanneer u een andere steek selecteert. De veranderde instellingen worden niet automatisch opgeslagen wanneer u de machine uitzet. De ingestelde steekbreedte en de steeklengte zijn te zien naast de pictogrammen voor iedere aanpassing. Wanneer u probeert de minimum- of maximuminstellingen voor breedte en lengte te overschrijden, klinkt er een waarschuwingsgeluid. Let op: De cijfers worden gemarkeerd wanneer de instelling wordt veranderd. Vergroot of verklein de steekbreedte met + en -. Vergroot of verklein de steeklengte met + en -.

Als u een zigzagsteek of een decoratieve steek verlengt, wordt de hele steek langer. Als u een cordonsteek verlengt waarvan de dichtheid kan worden aangepast, wordt de hele steek langer, maar blijft de dichtheid hetzelfde. Druk op de alternatieventoets om de steekpositie te zien in plaats van de steekbreedte. Gebruik de toetsen + en - om de steek naar links of naar rechts te verplaatsen. Let op: Dit is alleen mogelijk wanneer u een steek gebruikt die smaller dan 9 mm is. U kunt de steekbreedte verminderen om de steek indien nodig smaller te maken. Druk bij cordonsteken op de alternatieventoets om de dichtheid te zien in plaats van de steeklengte. Nu wordt met de toetsen + en - van de steeklengte de dichtheid aangepast. De dichtheid heeft geen invloed op de werkelijke lengte van de hele steek.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Pfaff Expression 3.5 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden