Pelgrim PFI8160WIT Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Pelgrim PFI8160WIT (68 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 35 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Pelgrim PFI8160WIT of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Pelgrim |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | PFI8160WIT |
Handleiding Pelgrim PFI8160WIT – volledige tekst
NL 4InleidingGefeliciteerd met de aankoop van dit fornuis. Dit product is ontworpen voor optimale gebruiksvriendelijkheid. Het fornuis heeft vele verschillende instellingen, waardoor u telkens de juiste bereidingswijze kunt kiezen. In deze handleiding leest u hoe u het fornuis optimaal kunt gebruiken. Naast informatie over de bediening van de oven vindt u hier ook achtergrondinformatie die van pas kan komen als u het apparaat gebruikt. Lees vóór gebruik van het apparaat de afzonderlijk meegeleverde veiligheidsinstructies! Lees deze handleiding vóór gebruik van het apparaat en berg de handleiding daarna veilig op voor toekomstig gebruik.UW FORNUIS
NL 5UW FORNUISBedieningspaneel 1. Ovenfunctieknop 2. Display (bereidingsinformatie en timer)a. bediening oven b. symbool bereidingstijd c. symbool eindtijd d. symbool keukenwekker e. symbool klok f. symbool verwarming/temperatuur 3. Kinderslot (voor de oven) 4. Minder 5. Timertoets 6. Meer 7. Start/stop 8. TemperatuurknopVoor de beste toetsrespons raakt u de toets met een groot deel van uw vingertop aan. Telkens wanneer u tijdens het gebruik van de oven een toets indrukt, klinkt er een korte toon. ba fc d e 81 32 4 5 6 781
NL 6Beschrijving oven613Niveau 1Niveau 2Niveau 3Niveau 4245 1. Bedieningspaneel 2. Geleiderails 3. Ovendeur 4. Handvat 5. Opberglade/klapdeurtje (afhankelijk van model) 6. StelvoetjesGeleiderails/telescoopgeleiders • Afhankelijk van het model beschikt de oven over vier of vijf geleiderails (niveau 1 tot 4/5). Niveau 1 wordt voornamelijk gebruikt in combinatie met onderwarmte. De twee bovenste niveaus worden voornamelijk gebruikt voor de grillfunctie. • Plaats het ovenrooster, de bakplaat of de stoomschaal in de ruimte tussen de geleiders van de rails. • Afhankelijk van het model zijn bij een aantal inschuifniveaus telescoopgeleiders aangebracht die volledig uittrekbaar zijn. • Trek de telescoopgeleiders volledig uit de ovenruimte en plaats er het ovenrooster, de bakplaat of de stoomschaal op.
NL 7ToebehorenHet apparaat wordt geleverd met een reeks toebehoren. Welke dit zijn, is afhankelijk van het model. Gebruik alleen originele toebehoren; deze zijn speciaal geschikt voor gebruik met het apparaat. Zorg ervoor dat alle gebruikte toebehoren bestand zijn tegen de temperatuurinstellingen van de ovenfunctie die u hebt gekozen. Niet alle toebehoren zijn geschikt en/of beschikbaar voor elk apparaat (dit kan ook per land verschillen). Zorg dat u bij aanschaf over het exacte identificatienummer van het apparaat beschikt. Raadpleeg de verkoopbrochures of bezoek de website voor meer informatie over optionele toebehoren. Toebehoren die bij het apparaat kunnen worden meegeleverd (afhankelijk van het model)Geëmailleerde bakplaat; wordt gebruikt voor gebak en cakes. • Gebruik de geëmailleerde bakplaat niet bij magnetronfuncties. • Geschikt voor pyrolysereiniging.
Ovenrooster; wordt voornamelijk gebruikt voor de grillfunctie. Eenstoomschaal of een pan met voedsel kan ook op het ovenrooster worden geplaatst. • Het ovenrooster is voorzien van een veiligheidspin. Til het rooster iets op aan de voorkant zodat u het uit de oven kunt schuiven. • Gebruik het ovenrooster niet bij magnetronfuncties. Geëmailleerde diepe bakplaat; te gebruiken voor het braden van vlees en het bakken van vochtig gebak. De plaat kan ook als vangschaal worden gebruikt. Plaats de diepe bakplaat op het eerste niveau om de plaat te gebruiken als vangschaal bij grillen. • Gebruik de geëmailleerde diepe bakplaat niet bij magnetronfuncties. Raadpleeg de bereidingsrichtlijnen in deze gebruikershandleiding om het toebehoren te kiezen dat past bij het gerecht dat u bereidt.
Deur • De deurschakelaars onderbreken de werking van de oven wanneer de deur wordt geopend terwijl de oven in gebruik is. De werking wordt hervat nadat de deur is gesloten. • Deze oven heeft een systeem waarmee de ovendeur zachtjes wordt gesloten (afhankelijk van het model).
NL 9Eerste gebruikHuidige tijd instellenWanneer u het apparaat voor het eerst aansluit op het lichtnet, licht de display op. Na drie seconden licht het kloksymbool op en op de display knippert de aanduiding '12:00'. 1. Druk op de toetsen voor minder of meer om de huidige tijd in te stellen. U stelt waarden op de display sneller in als u de toetsen langer ingedrukt houdt. 2. Bevestig de instellingen door op de start-stoptoets te drukken. 3. Als u nergens op drukt, worden de instellingen na drie seconden automatisch opgeslagen. U kunt de huidige tijd altijd instellen door tweemaal op de timertoets te drukken. Op de display licht het kloksymbool op en gaat de tijdindicator knipperen. Stel vervolgens de huidige tijd in met de 'meer'-toets of met de 'minder'-toets. Bevestig de instellingen door op de timertoets te drukken.
Oven gebruiken • Verwijder alle losse toebehoren uit de oven en reinig ze met warm zeepsop. Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen. • Zet de oven een uur lang op de hoogste stand met onder- en bovenwarmte (zie 'Oven bedienen'). Hierdoor wordt het in de fabriek aangebrachte beschermende vet verwijderd. • Als de oven voor de eerste keer wordt gebruikt, zult u een 'nieuwigheidsluchtje' ruiken. Dit is normaal. Zet indien nodig de afzuigkap aan. • Nadat de oven is afgekoeld, reinigt u de oven met warm water. • Verwarm de oven alleen voor als dit volgens het recept moet. Energiebewust gebruik van de oven • Maak de ovendeur zo weinig mogelijk open. • Bereid gerechten met dezelfde kooktemperatuur (bijvoorbeeld een appeltaart en een ovenschotel) tegelijk en op hetzelfde rek, of onder elkaar met gebruik van hete lucht. U kunt tegelijkertijd ook vlees stoven.
• Bereid meerdere gerechten na elkaar, bijvoorbeeld eerst een cake, gevolgd door een ovenmaaltijd. Omdat de oven dan al heet is, duurt de bereidingstijd van het tweede gerecht vaak 10 minuten korter.
• Doordat de oven geïsoleerd is, kunnen met de restwarmte gerechten worden bereid die langer in de oven moeten blijven (vanaf 1 uur). Zet de oven 10 minuten eerder uit dan aangegeven, maar laat de deur dicht. • Voorverwarmen is meestal niet nodig, behalve voor gerechten met een bereidingstijd korter dan 30 minuten of wanneer dit in het recept is aangegeven. • Haal alle toebehoren die u niet nodig hebt voor het bereiden van het gerecht uit de oven. • Zet na de bereiding de oven uit voordat u het gerecht uit de oven haalt. EERSTE GEBRUIK.
NL 10Ovengerei • In principe kunt u elk type ovengerei gebruiken dat hittebestendig is. • Reinig glazen ovengerei na gebruik niet direct met koud water. Door het plotselinge temperatuurverschil kan het glas breken. • Gebruik zwarte of donkere bakblikken. Die geleiden de warmte beter, zodat het voedsel gelijkmatiger wordt gebakken.Dek de bodem van de oven niet af • Wanneer u de bodem van de oven afdekt, bijvoorbeeld met aluminiumfolie of een bakplaat, kan de oven oververhit raken, met beschadiging van het email tot gevolg. • U kunt voorkomen dat springvormen op de bodem van de oven lekken door van aluminiumfolie een container te maken en die op het rooster onder de vorm te plaatsten of door er bakpapier onder te leggen.Vlees braden • Grote stukken vlees, met een gewicht vanaf 1 kg, zijn hiervoor het meest geschikt.
Het vlees krijgt een regelmatige, krokante korst en er treedt vrijwel geen gewichtsverlies op. • Wrijf het vlees vijftien minuten vooraf in met zout en kruiden. Gebruik voor het braden 80 tot 100 g boter of vet (of een mengsel van beide) per 500 g vlees.Bereidingstijd • Voor dunne, platte stukken vlees is de bereidingstijd ongeveer vijf minuten korter dan voor dikke stukken vlees of een lap vlees die is opgerold. Bij het braden van grotere stukken vlees is de bereidingstijd per extra 500 gram 15 tot 20 minuten langer. • Leg het vlees in de braadpan en bak het rondom in de hete boter of het hete vet bruin. Leg het vlees met de vette kant naar boven in de pan. Bedruip vlees zonder vette kant elke 15 minuten met het braadvocht. • Vlees met een vette kant moet elke 30 minuten worden bedropen. • Als de jus te donker is, voegt u tijdens het braden af en toe een paar eetlepels water toe.
NL 11OVEN GEBRUIKENOvenfunctiesHet apparaat beschikt over een aantal ovenfuncties. die per model verschillenKies de gewenste functie aan de hand van de tabel. Raadpleeg ook de bereidingsinstructies op de verpakking van het gerecht. Ovenfuncties (symbolen staan op de ovenfunctietoets) Symbool BeschrijvingSnel voorverwarmen• Met deze functie kunt u de oven snel opwarmen tot de gewenste temperatuur. • Deze functie is niet geschikt voor het bereiden van voedsel. Het verwarmingsproces is voltooid wanneer de oven tot op de gewenste temperatuur is verwarmd. Bovenwarmte + onderwarmte• Verwarming door middel van de elementen voor boven- en onderwarmte. • Deze modus kan worden gebruikt voor traditioneel bakken en braden. • Plaats de bakplaat of het ovenrooster op niveau 2. • Voorverwarmen wordt aanbevolen. Grill• Verwarmen met behulp van het grillelement.
• Deze modus kan gebruikt worden voor het grillen van enkele belegde boterhammen, saucijsjes en voor het roosteren van brood. • Plaats het ovenrooster op niveau 4 en de bakplaat op niveau 3. • Houd het bereidingsproces steeds in de gaten. Door de hoge temperatuur kan het gerecht snel aanbranden. Grote grill• Verwarming door middel van het element voor bovenwarmte en het grillelement. • Deze modus kan worden gebruikt voor schotels en gebakken gerechten die een echte bodemkorst of bruining nodig hebben. Gebruik dit net voor het einde van de bak- of braadtijd. • Plaats het ovenrooster op niveau 4 en de bakplaat op niveau 3. • Houd het bereidingsproces steeds in de gaten. Door de hoge temperatuur kan het gerecht snel aanbranden. Grill + ventilator• Verwarming door middel van de elementen voor bovenwarmte. De warmte wordt door de ventilator verspreid.
• Deze modus kan worden gebruikt voor het grillen van vlees, vis en groenten. • Plaats de bakplaat of het ovenrooster op niveau 2. • Houd het bereidingsproces steeds in de gaten. Door de hoge temperatuur kan het gerecht snel aanbranden.
Hete lucht• De ventilator in de achterwand zorgt voor circulatie van de hete lucht in de oven. • U kunt meerdere niveaus van de oven tegelijk gebruiken. Zo bespaart u energie. • De convectieventilator is ideaal voor het bakken van cake, koekjes en appeltaart. • Plaats de bakplaat of het ovenrooster op niveau 2. • Voorverwarmen wordt aanbevolen. Hete lucht met onderwarmte• De lucht wordt verhit door het onderelement en door de ventilator verspreid. • Deze methode wordt gebruikt voor het bakken van pizza, vochtig gebak, vruchtencakes, gistdeeg en kruimeldeeg. • Plaats de bakplaat of het ovenrooster op niveau 2.
NL 12Onderwarmte + ventilator• Deze combinatie wordt gebruikt voor het bakken van laagrijzend gistdeeggebak en voor het conserveren van groenten en fruit.• Plaats de bakplaat of het ovenrooster op niveau 2.Verwarmen• Met deze functie verwarmt u serviesgoed (borden, kommen) voor, voordat u het eten serveert. Hierdoor koelt het eten minder snel af.Ontdooien• Met deze functie circuleert de lucht door middel van de ventilator. Gebruik deze functies voor het ontdooien van bevroren gerechten. • Plaats de bakplaat of het ovenrooster op niveau 3.Aqua Clean• Warmte wordt alleen uitgestraald door het onderelement. Gebruik deze functie voor het verwijderen van vlekken en voedselresten uit de oven. Het programma duurt 30 minuten.OVEN GEBRUIKEN
NL 13KookduurbegrenzerDe kookduurbegrenzer is een veiligheidsfunctie van uw kookplaat. Deze wordt geactiveerd als u vergeet de kookplaat uit te schakelen. Afhankelijk van de gekozen stand wordt de kookduur als volgt begrensd: Vermogen instellen Uren verstreken voorafgaand aan: 1 8 uur 1 en 2 6 uur 3 en 4 5 uur 5 4 uur 6, 7, 8 en 9 1,5 uur Boost (P) 1,5 uur (zones AL, AR en VR)Gezond koken Rookpunt van diverse oliesoorten • Om zo gezond mogelijk te bakken, wordt geadviseerd om de oliesoort af te stemmen op de baktemperatuur. • Elke oliesoort heeft een ander rookpunt, waarbij giftige gassen vrijkomen. In onderstaande tabel staat het rookpunt van diverse oliesoorten. Olie Rookpunt in °C Extra vierge olijfolie 160 °C Boter/kokosolie 177 °C Koolzaadolie 204 °C Vierge olijfolie 216 °C Zonnebloemolie 227 °C Maïsolie/arachideolie 232 °C Olijfolie 242 °C Rijstolie 255 °CKOOKPLAAT GEBRUIKEN
NL 14Meldingen op de displayOp display StatusVermogen van kookzone: 1 = lage stand, 9 = hoge standBoost-functie actief. Geen (geschikte) pan op de kookzone (symbool voor pandetectie).Kinderslotfunctie geselecteerd.Foutcode: zie de tabel voor probleemoplossing.Restwarmte-indicator: de kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarmte-indicator waarmee wordt aangegeven welke kookzone nog warm is. Ondanks dat de kookplaat is uitgeschakeld, blijft de indicator H zichtbaar zolang de kookzone warm is. Raak de kookzones niet aan wanneer deze indicator brandt. Gevaar! Risico op brandwonden.Stroomverbruik kookplaat; apparaat geschikt voor 3-fasenaansluiting (zie 'Installatie').Stroomverbruik kookplaat; apparaat geschikt voor 2-faseaansluiting (zie 'Installatie').Geluiden bij inductieTikkend geluid • Dit wordt veroorzaakt door de vermogensverdeling op de linker- en rechterzones.
Ook bij lagere instellingen kunt u een tikkend geluid horen. Pannen maken geluid • Pannen maken geluid tijdens het koken. Dit wordt veroorzaakt door de energie die van de kookplaat naar de pan stroomt. Bij een hoge kookstand is dit normaal bij bepaalde pannen. Dit is niet schadelijk voor de pannen of de kookplaat.De ventilator maakt geluid • Het apparaat is voorzien van een ventilator om de levensduur van de elektronica te verlengen. Als u het apparaat intensief gebruikt, wordt de ventilator ingeschakeld om het apparaat te koelen en hoort u een zoemend geluid. De ventilator blijft nog enkele minuten doorwerken nadat de kookplaat is uitgeschakeld.KOOKPLAAT GEBRUIKEN
NL 15Pannen • Plaats een pan altijd in het midden van een kookzone. • Voor inductiekoken zijn pannen van een bepaalde kwaliteit vereist. Pannen waarmee al eerder op een gaskookplaat is gekookt, zijn niet meer geschikt voor een inductiekookplaat. • Gebruik alleen pannen die geschikt zijn voor elektrisch koken en inductiekoken. Deze moeten beschikken over: ▷een dikke bodem (minimaal 2,25 mm); ▷een vlakke bodem. • De meest geschikte pannen zijn voorzien van het keurmerk 'Class Induction'. Met een magneet kunt u controleren of uw pannen geschikt zijn. De pan is geschikt als de magneet door de bodem wordt aangetrokken. Geschikt Ongeschikt Speciale roestvrijstalen pannen Aardewerk Class Induction Roestvrijstaal Slijtvaste geëmailleerde pannen Porselein Geëmailleerde gietijzeren pannen Koper/aluminiumPlasticWees voorzichtig met geëmailleerde pannen van plaatstaal.
Als u de kookplaat op een hoge stand inschakelt terwijl de pan (te) droog is, kan het email losspringen (het email laat los van het staal). Ook kan de panbodem kromtrekken door bijvoorbeeld oververhitting of gebruik van een te hoog vermogen. • Gebruik nooit een pan waarvan de bodem vervormd is. Een holle of bolle bodem kan de werking van de beveiliging tegen oververhitting belemmeren. Het apparaat wordt dan te warm. Hierdoor kan de glasplaat barsten en de panbodem smelten. Schade die het gevolg is van het gebruik van ongeschikte pannen of van droogkoken, valt buiten de garantie.Minimale pandiameter • De diameter van een pan moet ten minste 110 mm zijn (voor een kookzone van Ø 160 mm) en 145 mm (voor een kookzone van Ø 200 mm). Het beste resultaat wordt bereikt met een pan die dezelfde diameter heeft als de kookzone.
NL 16Snelkookpannen • Inductiekoken is bij uitstek geschikt voor het gebruik van snelkookpannen. De kookzone reageert zeer snel, waardoor de snelkookpan ook snel op druk is. Het kookproces stopt zodra u een kookzone uitschakelt.Vermogen instellen • Het vermogen kan op 9 verschillende niveaus worden ingesteld. De kookplaat heeft ook de instelling 'boost'. Deze wordt met een 'P' weergegeven op de display (zie 'Boost').Super Boost (functie alleen voor zone linksvoor) • Met de Super boost-functie kunt u gedurende korte tijd (maximaal 5 minuten) op het hoogste vermogen koken. Na het verstrijken van de maximale boost-tijd wordt het vermogen verlaagd naar stand 9.Pandetectie • Als de kookplaat na het instellen van het vermogen geen (ijzerhoudende) pan detecteert, knipperen het symbool voor pandetectie en de geselecteerde vermogensstand om de beurt op de display en verwarmt de kookplaat niet.
Indien er niet binnen één minuut een (ijzerhoudende) pan op de kookzone wordt geplaatst, wordt de kookzone automatisch uitgeschakeld (zie ook het hoofdstuk 'Pannen').KOOKPLAAT GEBRUIKEN
NL 17OVEN BEDIENENOven bedienen 1. Kies de gewenste ovenfunctie met de ovenfunctieknop. Kies aan de hand van de tabel in het hoofdstuk Ovenfuncties de gewenste functie. Raadpleeg ook de bereidingsinstructies op de verpakking van het gerecht. 2. Stel, indien nodig, een bereidingstijd in door op de timertoets te drukken en de 'meer'-toets of de 'minder'-toets te gebruiken om de gewenste tijd in te stellen. Raadpleeg het hoofdstuk 'Timer'. 3. Stel met de temperatuurknop de oventemperatuur in (tussen 50 en 270 ºC).Het lampje van de oventhermostaat licht op.Verwarm, indien nodig, de oven voor voordat u het gerecht in de oven plaatst.TimerTimer instellen • Druk tweemaal op de timertoets.Op de display licht het kloksymbool op en gaat de tijdindicator knipperen. • Druk op de toetsen voor minder of meer om de huidige tijd in te stellen.
• Druk ter bevestiging op de timertoets.Bereidingstijd instellen Met deze instelling geeft u aan hoelang de oven aan moet staan (bereidingstijd). • Kies met de ovenfunctietoets de gewenste ovenfunctie en stel de temperatuur in. • Druk op de timertoets om de functie voor bereidingstijd te kiezen.Op de display licht het pictogram voor de bereidingstijd op. • Stel de bereidingstijd in met de 'meer'-toets of de 'minder'-toets. • Druk op de timertoets om de ingestelde tijd op te slaan. • Druk op de start-stoptoets om het bereidingsproces te starten. De verstreken bereidingstijd wordt weergegeven.
NL 18Eindtijd instellenMet deze instelling geeft u aan hoe laat de oven moet worden uitgeschakeld. Zorg dat de klok nauwkeurig is ingesteld op de huidige tijd. 1. Druk tweemaal op de timertoets. Op de display licht het pictogram voor de eindtijd op. 2. Stel de eindtijd in met de 'meer'-toets of de 'minder'-toets. 3. Druk op de start-stoptoets om het bereidingsproces te starten. 4. De oven stopt op de eindtijd die is ingesteld. Bereidingstijd en eindtijd instellen 1. Kies met de ovenfunctietoets de gewenste ovenfunctie en stel de temperatuur in. 2. Druk op de timertoets om de functie voor bereidingstijd te kiezen. Op de display licht het pictogram voor de bereidingstijd op. 3. Druk op de 'meer'-toets of de 'minder'-toets om de bereidingstijd in te stellen. 4. Druk op de timertoets om de ingestelde tijd op te slaan. 5. Druk nogmaals tweemaal op de timertoets.
Op de display licht het pictogram voor de eindtijd op. 6. Stel de eindtijd in met de 'meer'-toets of de 'minder'-toets. 7. Druk op de start-stoptoets om het bereidingsproces te starten. De oven start op de ingestelde tijd minus de bereidingstijd. De verstreken bereidingstijd wordt dan weergegeven. Keukenwekker • De kookwekker kan onafhankelijk van de oven worden gebruikt. • De hoogst instelbare tijdsduur is 23 uur en 59 minuten. • De laatste minuut van de looptijd wordt in seconden weergegeven. U annuleert alle timerfuncties door de tijd in te stellen op '0'. Als het apparaat enkele minuten niet actief is geweest, wordt er overgeschakeld naar stand-by. Het huidige tijdstip verschijnt en de gekozen timerfunctie licht op. Extra functies kiezenBepaalde instellingen zijn niet voor alle programma's beschikbaar. Als u een van deze instellingen kiest, klinkt er een geluidssignaal.
KinderslotMet het kinderslot vergrendelt u het bedieningspaneel van de oven om onbedoeld gebruik te voorkomen. U activeert het kinderslot door de kinderslottoets enkele seconden ingedrukt te houden.
NL 19OVEN BEDIENENAls het kinderslot is geactiveerd en er geen timerfunctie is ingesteld (alleen de klok wordt weergegeven), werkt de oven niet. Wanneer het kinderslot wordt geactiveerd nadat er een timerfunctie is ingesteld, zal de oven gewoon werken; de instellingen kunnen dan echter niet worden gewijzigd.Als het kinderslot is geactiveerd, kunnen er geen ovenfuncties of extra functies worden gewijzigd. Het bereidingsproces kan alleen worden beëindigd door de ovenfunctieknop naar positie '0' te draaien.Het kinderslot blijft geactiveerd, ook nadat de oven is uitgeschakeld.
U moet eerst het kinderslot uitschakelen voordat u een nieuw programma kunt kiezen.OvenlampDe ovenlamp gaat automatisch branden als er een ovenfunctie is gekozen en er op de start-stoptoets is gedrukt.GeluidssignaalHet volume van het geluidssignaal is instelbaar indien de timerfunctie niet is geactiveerd (alleen de tijd wordt weergegeven). • Houd de 'minder'-toets gedurende 5 seconden ingedrukt. • Op de display verschijnt de melding 'Vol', gevolgd door enkele balken die volledig zijn verlicht. • Druk op de 'meer'-toets of op de 'minder'-toets om een van de drie mogelijke geluidsniveaus (weergegeven door een, twee of drie balken) of geen geluid (Uit) te kiezen. • Na 3 seconden wordt de instelling automatisch opgeslagen en wordt de tijd weergegeven.Contrast van display verminderen • Houd de 'meer'-toets gedurende 5 seconden ingedrukt.
• Op de display verschijnt de melding 'Bri', gevolgd door een aantal balken die volledig zijn verlicht. • Druk op de 'meer'-toets of op de 'minder'-toets om het dimniveau (weergegeven door een, twee of drie balken) aan te passen. • Na drie seconden wordt de instelling automatisch opgeslagen.Na een stroomstoring blijven de instellingen van de extra functies slechts enkele minuten opgeslagen. Alle instellingen, met uitzondering van het geluidssignaal en het kinderslot, worden teruggezet naar de fabrieksstandaard.
NL 20KOOKPLAAT BEDIENENInschakelen en vermogen instellenHet vermogen kan op 9 verschillende niveaus worden ingesteld. De kookplaat heeft ook de instelling 'boost'. Deze wordt met een 'P' weergegeven op de display (zie 'Boost'). De kookzone linksvoor beschikt over een 'Power Boost' (SP). • Plaats de pan op het midden van een kookzone. • Druk op de aan-uittoets. Er klinkt een enkel geluidssignaal en op de display verschijnt naast elke kookzone een '0'. Wanneer u geen verdere actie onderneemt, schakelt de kookzone na 10 seconden automatisch uit. • Druk voor de betreffende kookzone op de aan-uittoets. De '0' naast de geselecteerde kookzone zal duidelijk oplichten. • Met de toetsen – en + selecteert u het gewenste vermogensniveau. Als u direct – selecteert, wordt de kookzone ingeschakeld op vermogensniveau 9. Op de display kunt u zien welk vermogensniveau is ingesteld.
Als het apparaat is aangesloten op 2 fasen, kunnen de 4 zones tegelijk op maximaal niveau 7 worden ingesteld. Als er voor een zone een hoger niveau nodig is, moet voor een andere zone het vermogen worden verlaagd of moet er een andere zone worden uitgeschakeld. Er klinkt een geluidssignaal en op de display gaat het ingesteld vermogensniveau knipperen. U moet voor de zones dan een lager vermogen instellen. Eén kookzone uitschakelenEr is één kookzone ingeschakeld. Op het display verschijnt een vermogensniveau tussen 1 en 9 of 'P'. • Druk op de selectietoets uit de kookzone die uitgeschakeld moet worden. Druk op de –-toets om de kookzone in te stellen op '0'. De kookzone wordt uitgeschakeld. De kookplaat wordt na 20 seconden uitgeschakeld, als alle kookzones op '0' zijn ingesteld en er geen ander proces wordt gebruikt.
Kinderslot (voor de inductiekookplaat)Kinderslot geactiveerd • Druk op de aan-uittoets. • De kookplaat staat in de stand-bymodus. Op de kookzonedisplays wordt een '0' weergegeven. • Druk gedurende drie seconden gelijktijdig op de toets - en de toets voor kookzone LA tot u een geluidssignaal hoort. Op de kookzonedisplay wordt enkele seconden lang een 'L' weergegeven. Het kinderslot is nu geactiveerd.
NL 21KOOKPLAAT BEDIENENKinderslot gedeactiveerd • Druk op de aan-uittoets.Op de kookzonedisplays wordt enkele seconden lang een 'L' weergegeven. • Druk gedurende drie seconden gelijktijdig op de toets – en de toets voor kookzone LA.Op de kookzonedisplay wordt 'L' weergegeven. Het kinderslot is nu gedeactiveerd.Activeer het kinderslot voordat u de kookplaat gaat reinigen. U voorkomt zo dat u de kookplaat per ongeluk inschakelt.Indicatie voor restwarmte • Na intensief gebruik kan de kookplaat nog enkele minuten heet blijven. Zolang de kookzone heet is, knippert er een 'H' in de display.Timer/alarm • U kunt voor elke kookzone een timer instellen. De kookplaat heeft ook een alarm. • Zowel de kooktijd als het alarm kunnen voor maximaal 99 minuten worden ingesteld. Het alarm werkt op dezelfde manier als de timer maar is niet aan een kookzone gekoppeld.
• Als het alarm is ingesteld, blijft het verder aftellen nadat de kookplaat is uitgeschakeld. Het alarm kan alleen worden uitgeschakeld als de kookplaat is ingeschakeld.Timer instellen 1. Selecteer de gewenste kookzone en stel het vermogensniveau in. 2. Druk de toetsen – en + tegelijk in.De timerinstelling wordt in de twee bovenste displays weergegeven. De twee onderste displays zijn uitgeschakeld. De timerinstelling is 10 seconden lang zichtbaar. Daarna wordt de vermogensinstelling weergegeven.Selecteer de gewenste functie: • Timer: ▷De timer is gekoppeld aan een kookzone. ▷Nadat de ingestelde tijd is verstreken, wordt de kookzone automatisch uitgeschakeld. • Kookwekker ▷Nadat de ingestelde tijd is verstreken, klinkt er een alarmsignaal. ▷De kookwekker werkt op dezelfde manier als de timer maar is niet aan een kookzone gekoppeld.
NL 22KOOKPLAAT BEDIENENTimer inschakelen, activeren en uitschakelen 1. Druk de toetsen – en + tegelijk in. • Als u eerder een kookzone hebt ingeschakeld, licht de bijbehorende display meer op. De timer die u nu hebt ingesteld, is van toepassing op deze kookzone. De decimale punt naast het vermogensniveau betekent dat voor deze zone de tijd is geactiveerd. • Het alarm kan ook geactiveerd worden zonder dat er een kookzone is geselecteerd. Als er twee decimale punten knipperen, betekent dit dat het alarm aftelt. 2. Stel de bereidingstijd in met de toetsen – of +.Wanneer u op '-' drukt, wordt er 30 minuten ingesteld. De tijd loopt sneller als u de toets ingedrukt houdt. De tijd kan worden ingesteld op een waarde tussen 01 en 99 minuten. U kunt de timer instellen voor elke kookzone. 3.
Controleer de resterende tijd door de betreffende kookzone (C) te selecteren terwijl u tegelijkertijd op de toetsen - en + (E) drukt. Stel de bereidingstijd in met de toetsen – of + (E). 4. Nadat de ingestelde tijd is afgelopen, ziet u op de display de '00' en de decimale punt knipperen. Ook klinkt er herhaaldelijk een kort geluidssignaal. Schakel de timer en het geluidssignaal uit door op een willekeurige toets te drukken. Wanneer u dit niet doet, wordt het geluidssignaal na drie minuten automatisch uitgeschakeld.Laat tijdens het koken het deksel op de pan, om energie te besparen.
NL 23Let op!Koppel het apparaat los van de stroomvoorziening voordat u een reparatie gaat uitvoeren. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact, schakel de zekeringen uit of zet in de meterkast de schakelaar in de nulstand. Draai de hoofdgaskraan dicht.Gebruik geen stoomreiniger of hogedrukstoomreiniger om het apparaat te reinigen.AlgemeenVoorzijde van apparaat • Reinig het oppervlak met een vloeibaar, niet-schurend reinigingsmiddel voor gladde oppervlakken en met een zachte doek. Breng het reinigingsmiddel aan op de doek en veeg het vuil weg. Spoel het oppervlak vervolgens af met water. • Breng het reinigingsmiddel niet rechtstreeks aan op het oppervlak.
Gebruik geen harde of bijtende reinigingsmiddelen, scherpe voorwerpen of staalwol, omdat dit krassen kan veroorzaken.Roestvrijstalen voorpanelen • Reinig het oppervlak met een mild reinigingsmiddel (zeepsop) en een zachte spons die geen krassen op het oppervlak kan veroorzaken. • Gebruik voor het reinigen geen schuurmiddelen of oplosmiddelen. Als u deze instructies negeert, kunt u de behuizing beschadigen.Gelakte en kunststof oppervlakken • Reinig de knoppen met een zachte doek en een vloeibaar reinigingsmiddel dat geschikt is voor gladde, gelakte oppervlakken. • U kunt ook een reinigingsmiddel gebruiken dat speciaal is ontwikkeld voor dit soort oppervlakken. Volg in dat geval de instructies van de fabrikant op.Geëmailleerde onderdelen • Het gehele oveninterieur en de bakplaten zijn volledig geëmailleerd.
NL 24Oven reinigenReinig de oven regelmatig om te voorkomen dat vet en voedselresten zich ophopen, vooral op de interne en externe oppervlakken, de deur en de afdichting. • Reinig de oppervlakken aan de buitenkant met een zachte doek en warm zeepwater. Neem vervolgens de oppervlakken af met een schone, vochtige doek en maak ze droog. • Verwijder spatten en vlekken op de oppervlakken van de binnenkant met een doek en een sopje. Neem vervolgens de oppervlakken af met een schone, vochtige doek en maak ze droog. • Reinig het interieur van de oven.Belangrijk ▷Zorg ervoor dat er GEEN water in de ventilatieopeningen komt. ▷Gebruik NOOIT schurende reinigingsmiddelen of chemische oplosmiddelen. ▷Zorg ervoor dat de afdichting van de deur ALTIJD schoon is.
Dit voorkomt dat er zich vuil ophoopt waardoor de deur niet goed meer sluit.Geleiderails demonteren en reinigenGebruik alleen conventionele reinigingsmiddelen voor het reinigen van de geleiderails. • Pak de geleiderails aan de onderkant beet en kantel ze naar het midden van de oven (A). • Haal de geleiderails los uit de gaten in de achterwand (B). ABREINIGING
NL 25REINIGINGOvendeur demonteren 1. Open eerst de deur volledig (zo ver mogelijk). 2. Draai de blokkeerhendels 90° terug. 3. Sluit de deur langzaam totdat de blokkeerhendels zich op één lijn bevinden met de scharnieruitsparingen. Til bij een hoek van 15° (ten opzichte van de positie van de gesloten deur) de deur enigszins op en trek hem los uit beide scharnieruitsparingen op het apparaat. • Herhaal deze acties in omgekeerde volgorde als u de deur wilt vervangen. Als de deur niet goed opent of sluit, controleert u of de scharnieren goed in de sleuven zijn geplaatst.Zorg ervoor dat de sluitingen goed in hun openingen vallen.
Laat de scharnierbevestiging nooit naar buiten springen, omdat de centrale veren erg sterk zijn en verwondingen kunnen veroorzaken.Ovenvenster demonteren • Het glas van de ovendeur kan van binnen worden gereinigd, maar u moet daarvoor het glas eerst uit de deur verwijderen. Demonteer eerst de ovendeur (zie het hoofdstuk 'Ovendeur demonteren'). 1. Til de beugels aan de linker- en rechterkant van de deur een beetje op (tot markering 1 op de beugel) en trek ze iets van het glas af (tot markering 2 op de beugel). 2. Pak het glas aan de onderkant beet en til het voorzichtig uit de ondersteuning. 3. Het binnenste derde glas (afhankelijk van het model) kan worden gedemonteerd door het voorzichtig op te tillen en te verwijderen. Verwijder ook de rubber afdichting rond het glas.
NL 26REINIGINGVoer bovenstaande procedure in omgekeerde volgorde uit om de ovenruit te vervangen. De markeringen (halve cirkels) op de deur en de ovenruit moeten overlappen.Aqua Clean-functieMet Aqua Clean en een vochtige doek verwijdert u eenvoudig vet en vuil van de ovenwanden.Aqua Clean-functie gebruikenGebruik het reinigingsprogramma alleen als de oven koud is. Als de oven heet is, is het moeilijker om met dit programma vet en vuil te verwijderen. 1. Demonteer alle toebehoren en geleiderails uit de oven. 2. Giet ongeveer 0,6 liter water op de bodem van de lege oven. 3. Draai de ovenfunctieknop naar de functie 'Aqua Clean'. 4. Stel de temperatuur in op 70 °C en de tijd op 30 minuten. 5.
Voedselresten op de geëmailleerde wanden zijn na 30 minuten voldoende geweekt, zodat u ze met een vochtige doek kunt verwijderen.Ovenlamp vervangenDe lamp is een consumptieartikel en valt dus niet onder de garantie.Voordat u de ovenlamp gaat vervangen, koppelt u het apparaat los van het lichtnet. U doet dit door de stekker uit het stopcontact te halen of door in de meterkast de zekering uit te schakelen.De lamp in dit huishoudelijk apparaat is alleen geschikt voor de verlichting van het apparaat. De lamp is niet geschikt voor het verlichten van een kamer.
NL 27Achterwandlamp (afhankelijk van het model) 1. Draai het afdekplaatje naar links om het te verwijderen.Verwijder de lamp. Gebruik een lamp met dezelfde specificaties.Zijwandlamp (afhankelijk van het model) 1. Maak het afdekplaatje van de lamp los met een platte schroevendraaier en verwijder het plaatje. Verwijder de lamp. Plaats een nieuwe lamp met dezelfde specificaties. Let op: de lamp kan erg heet zijn! Draag handbescherming als u de lamp verwijdert.REINIGING
NL 28PROBLEMEN OPLOSSENAlgemeenWanneer u een barst in het glas ziet (hoe klein ook), schakelt u de kookplaat onmiddellijk uit, haalt u stekker uit het stopcontact, zet u de (automatische) zekering(en) in de meterkast uit of, bij een permanente aansluiting, zet u de stroomvoorziening op nul. Neem contact op met de servicedienst. Tabel voor probleemoplossingAls u niet zeker weet of het apparaat goed werkt, wil dit niet automatisch zeggen dat er sprake is van een defect. Probeer het probleem eerst zelf op te lossen door de onderstaande punten na te lopen. U kunt voor meer informatie ook terecht op de website www. pelgrimservice. nl. Inductiekookplaat Symptoom Mogelijke oorzaak OplossingDe ventilator blijft nog enkele minuten doorwerken nadat de kookplaat is uitgeschakeld. De kookplaat koelt af. Normale werking. In het begin is het mogelijk dat u een lichte geur ruikt.
Het nieuwe apparaat wordt opgewarmd. Dit is normaal en verdwijnt na enkele keren koken. Ventileer de keuken. U hoort een tikkend geluid in de kookplaat. Ook bij lagere instellingen kunt u een tikkend geluid horen. Normale werking. De pannen maken geluid tijdens het koken. Dit wordt veroorzaakt door de energie die van de kookplaat naar de pan stroomt. Dit wordt veroorzaakt door de energie die van de kookplaat naar de pan stroomt. Dit is niet schadelijk voor de pannen of de kookplaat. U hebt een kookzone ingeschakeld maar de display blijft knipperen. Op de display verschijnt het symbool voor pandetectie (U). De gebruikte pan is niet geschikt voor inductiekoken of heeft een diameter van minder dan 12 cm. Gebruik een goede pan. Een kookzone stopt plotseling en u hoort een signaal. De ingestelde timertijd is voorbij. Schakel het signaal uit door op een willekeurige toets te drukken.
Bij het inschakelen van de kookplaat slaat er een stop door. Het apparaat is verkeerd aangesloten. Controleer de elektrische aansluitingen. Foutcode ER03. Het bedieningspaneel is vuil of er ligt water op. Reinig het bedieningspaneel. Foutcode E3. De gebruikte pan is ongeschikt. Gebruik een pan die geschikt is voor inductiekoken.
NL 29 Symptoom Mogelijke oorzaak Oplossing Foutcode E2. Het apparaat is oververhit geraakt. Het apparaat is uitgeschakeld vanwege oververhitting. Foutcode E6. Het apparaat is verkeerd aangesloten of de netspanning is te hoog. Laat uw aansluiting wijzigen. Als alle vier de kookzones met een hoog vermogen worden gebruikt, slaat de zekering in het apparaat door. Het apparaat is aangesloten op een 2-fasennet en niet softwarematig aangepast voor 'Lo'. Stel het apparaat in op 'Lo' (vermogensbegrenzer). Een of meer zones werken niet of verwarmen onvoldoende. Het apparaat is aangesloten op een 2-fasennet en niet softwarematig aangepast voor 'Lo'. De interne vermogensbegrenzer van het apparaat zorgt voor een beperking van het maximumvermogen dat gelijktijdig kan worden gebruikt. Overige foutcodes. Generator defect. Neem contact op met de servicedienst.
Oven • Voedsel is niet gaar ▷Controleer of de timer is ingesteld en of u op de starttoets hebt gedrukt. ▷Zorg dat de deur goed gesloten is. ▷Controleer of er een zekering is doorgebrand of dat de voeding door een stroomonderbreker is onderbroken. • Voedsel is te gaar of niet gaar genoeg ▷Controleer of de juiste bereidingstijd is ingesteld. ▷Controleer of de temperatuur is ingesteld. • Na een stroomstoring wordt de display gereset ▷Haal de stekker uit het stopcontact en plaats de stekker vervolgens weer terug. ▷Stel de tijd opnieuw in. • Er is sprake van condensvorming in de ovenruimte ▷Dit is normaal. Neem na gebruik de oven af met een doek. • De oven is uitgezet maar de ventilator blijft werken ▷Dit is normaal. Nadat de oven is uitgeschakeld, blijft de koelventilator nog enige tijd werken. • Er is een luchtstroom voelbaar bij de deur en aan de buitenkant van het apparaat ▷Dit is normaal.
NL 30 • De oven opbergen en repareren ▷Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door een erkend servicemonteur. ▷Als er onderhoud nodig is, haalt u de stekker uit het stopcontact en neemt u contact op met de klantenservice van Pelgrim. • Zorg dat u het volgende bij de hand hebt als u belt: ▷Het modelnummer en serienummer (vermeld op de binnenzijde van de ovendeur) ▷Garantiegegevens ▷Een duidelijke omschrijving van het probleemKies een schone, droge plek als u de oven tijdelijk moet opslaan; stof en vocht kunnen het apparaat beschadigen.PROBLEMEN OPLOSSEN
NL 31INSTALLATIEAlgemeenDit apparaat mag uitsluitend door een erkende monteur worden geïnstalleerd. De elektrische aansluiting moet voldoen aan de nationale en lokale voorschriften.Waarschuwing! Het apparaat moet altijd geaard zijn.Installatie, onderhoud en reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door monteurs die door de fabrikant zijn erkend, omdat anders de garantie komt te vervallen.Het apparaat moet vóór installatie, onderhoud of reparaties spanningsloos zijn gemaakt. Het apparaat is spanningsloos gemaakt als: • De hoofdschakelaar van de elektrische huisinstallatie is uitgeschakeld, de zekering van dit systeem volledig is verwijderd of de stekker uit het stopcontact is gehaald.Defecte onderdelen mogen alleen worden vervangen door originele Pelgrim-onderdelen.
Alleen van die onderdelen garandeert Pelgrim dat ze voldoen aan de veiligheidsvoorschriften.Een beschadigd elektriciteitssnoer kan voor gevaarlijke situaties zorgen. Daarom mag het alleen worden vervangen door de fabrikant, de serviceorganisatie van de fabrikant of door een erkend vakman.Elektrische aansluiting230–240 V~ - 50/60Hz • Stekker en stopcontact moeten altijd toegankelijk zijn. • Voorkom dat het netsnoer in contact komt met delen van de oven die heet kunnen worden. • Als u een vaste aansluiting wilt maken, moet in de voedingskabel een meerpolige schakelaar met een contactafstand van 3 mm worden geplaatst. • Sluit het apparaat niet met een stekkerdoos of een verlengsnoer aan op het elektriciteitsnet. Met dergelijke toebehoren kan de veiligheid van het apparaat niet worden gegarandeerd.Raadpleeg de bedradingsdiagrammen aan de achterkant van het apparaat.
NL 32Dit apparaat kan worden aangesloten volgens een • 3-fasenaansluiting (3 N ~ 380 V - 415 V / 50 Hz - 3 x 16 A). • 2-fasenaansluiting (2 N ~ 230 V - 240 V / 50 Hz - 2 x 16 A)*.*2-fasenaansluitingAls uw thuisinstallatie niet is uitgerust met een 3-fasenvoeding (3 x 16 A), kan het totale stroomverbruik van het apparaat worden begrensd (door middel van een vermogensbegrenzer) zodat het verbruik niet boven de 2 x 16 ampère kan uitkomen. Als de vermogensbegrenzer is geactiveerd, kunnen niet alle inductiezones op vol vermogen worden gebruikt. Wanneer het maximale stroomverbruik is bereikt, klinkt er een geluidssignaal en gaat op de display het ingestelde vermogensniveau knipperen.Vermogensbegrenzer instellen 1. Nadat u het apparaat op het lichtnet hebt aangesloten, moet u binnen twee minuten gelijktijdig op de selectietoetsen van de vier kookzones drukken.
Houd deze minimaal drie seconden ingedrukt.Op de display verschijnt de melding ‘Hi’. 2. Druk op de toets '-' of '+' en selecteer 'Lo' in de display. 3. Druk nogmaals op de selectietoetsen van de vier kookzones en houd deze minstens drie seconden ingedrukt. Installatie • Wanneer u het fornuis naast een hoge kast of een wand van brandbaar materiaal plaatst, moet de afstand tussen het fornuis en de wand ten minste 50 mm zijn. • De afstand tussen de kookplaat en een afzuigkap boven het fornuis moet ten minste 650 mm zijn. • Wanneer het fornuis in een keukeneenheid wordt geplaatst, moet de minimumruimte in acht worden genomen. • Wanneer het fornuis wordt ingebouwd tussen keukenkasten, moet de bekleding van de eenheden bestand zijn tegen temperaturen tot 90 °C.Vlakstelling • De hoogte van het fornuis is instelbaar met de stelvoetjes.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Pelgrim PFI8160WIT stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis Pelgrim
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis