Pelgrim IKR3073F Handleiding

Pelgrim Fornuis IKR3073F

Bekijk gratis de handleiding van Pelgrim IKR3073F (72 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 78 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Pelgrim IKR3073F of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/72
Gebruiksaanwijzing
Inductiekookplaat met afzuigunit
Instructions for use
Induction hob with extractor
IKR3073F

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Pelgrim
Categorie: Fornuis
Model: IKR3073F

Handleiding Pelgrim IKR3073F – volledige tekst

NL 2Uw inductiekookplaatInleiding 4Beschrijving 5Bedieningspaneel 6Meldingen op het display 7VeiligheidTemperatuurbeveiliging 8Kookduurbegrenzer 8Vermogensregeling 8Voor het eerste gebruikGebruik van de aanraaktoetsen en de schuifregelaar 9Inductiegeluiden 9Geschikte pannen 9Pandetectie 10Vermogensniveaus 10Richtlijnen voor het koken 11Gebruik van de afzuigunit 12Bediening van de kookplaatBereiding starten 13Boost 14Pandetectiesymbool 14Klaar met koken 15De automatische opwarmfunctie inschakelen 15De warmhoudfunctie inschakelen 16De Bridge-inductiekookzones koppelen 16Koken pauzeren 17Herstelfunctie 17De eierwekker gebruiken 18De timer gebruiken 19Kinderslot 20Vergrendelingsfunctie voor een snelle reiniging tijdens het koken 21Bediening van de afzuigunitDe automatische afzuigmodus uitschakelen 22De automatische afzuigmodus uitschakelen tijdens het koken 22INHOUDSOPGAVE

NL 3INHOUDSOPGAVEHandmatig de afzuigunit inschakelen 23Boost 23Instellen van een aantal minuten vertragingstijd 24Verzadiging van het vetfilter 24Verzadiging van het geurfilter 25Geheugenreset van de indicatie van de filterverzadiging 25Gebruikersmenu 26Vermogensbegrenzer 28OnderhoudReiniging 30Waterreservoir 30Rooster en filters reinigen 31Problemen oplossen 32Technische specificatiesTechnische gegevens 34Informatie volgens verordening (EU) 66/2014 34MilieuaspectenVerpakking en apparaat afdanken 35Gebruikte pictogrammenBelangrijke informatieHandig om te wetenElektrische aansluiting

NL 4InleidingGefeliciteerd met uw keuze voor dit toestel van Pelgrim. In het ontwerp van dit product heeft eenvoudige bediening en optimale gebruiksvriendelijkheid centraal gestaan. In deze handleiding leest u hoe u dit toestel het best kunt gebruiken. Naast informatie over de bediening, vindt u hier ook achtergrondinformatie die u tijdens het gebruik van het toestel van pas kan komen. Lees eerst de separate veiligheidsinstructies voordat u het toestel gebruikt. Lees deze handleiding door voordat u het toestel in gebruik neemt, en berg de handleiding daarna veilig op voor toekomstig gebruik. Deze handleiding dient als referentie voor de servicedienst. Plak het typeplaatje in het daarvoor bestemde kader, achter op de handleiding. Het typeplaatje bevat alle informatie die de servicedienst nodig heeft om adequaat op uw vragen te reageren.UW INDUCTIEKOOKPLAAT

NL 6UW INDUCTIEKOOKPLAATBedieningspaneel17 1516 1464 5 7 9321 8 101113 121. Pauzetoets2. Vergrendelingstoets3. Warmhoudtoets4. Geurfiltersymbool5. Timerdisplay6. Plus-toets timer7. Min-toets timer8. Kookzonetoets links achter (display kookzone) en timersymbool9. Toets ‘Automatische afzuigmodus’ ▷Wanneer een kookzone wordt gekozen en een vermogensniveau (>2) is ingesteld, wordt de afzuigunit automatisch ingeschakeld met de vereiste afzuigsnelheid. Standaard is de automatische modus actief.10. Kookzonetoets rechts achter (display kookzone) en timersymbool11. Kookzonetoets rechts voor (display kookzone) en timersymbool12. Afzuigtoets (display afzuigunit) en timersymbool13. Kookzonetoets links voor (display kookzone) en timersymbool14. Vetfiltersymbool15. Aan/uit-toets16. Boost-toets17. Schuifregelaar (van stand 0 t/m stand 9) voor: ▷het instellen van een waarde

NL 7Meldingen op het displayDisplay kookzone Beschrijving - Vermogensniveau: 1 = lage stand / 9 = hoge stand.Boostniveau actief.Geen (geschikte) pan op de kookzone (pandetectiesymbool).Restwarmte-indicator: de kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarmte-indicator waarmee wordt aangegeven welke kookzone nog warm is. Zelfs als de kookplaat is uitgeschakeld, blijft de indicator ‘ ’ ingeschakeld zolang de kookzone nog warm is! Raak de Hkookzones niet aan wanneer deze indicator brandt. Gevaar!

NL 8Lees eerst de afzonderlijke veiligheidsinstructies voordat u het apparaat in gebruik neemt!TemperatuurbeveiligingEen sensor controleert continu de temperatuur van bepaalde onderdelen van de kookplaat. Elke kookzone is voorzien van een sensor die continu de temperatuur van de bodem van de pan controleert om risico op oververhitting te voorkomen wanneer een pan droogkookt. Bij een te hoge temperatuur wordt de kookstand van de kookplaat automatisch verlaagd of wordt de kookplaat automatisch uitgeschakeld.KookduurbegrenzerDe kookduurbegrenzer is een veiligheidsfunctie van uw kookplaat. Deze wordt geactiveerd als u vergeet de kookplaat uit te schakelen.

Afhankelijk van het gekozen vermogensniveau wordt de kookduur als volgt begrensd:Vermogensniveau Maximale gebruikstijd (in uren, minuten)1 8 uur, 36 min.2 6 uur, 42 min.3 5 uur, 18 min.4 4 uur, 18 min.5 3 uur, 30 min.6 2 uur, 18 min.7 2 uur, 18 min.8 1 uur, 48 min.9 1 uur, 30 min.P (boost) 5 min. (schakelt dan terug naar stand 9)VermogensregelingTwee kookzones die achter elkaar liggen beïnvloeden elkaar. Wanneer deze kookzones tegelijk ingeschakeld zijn, wordt het vermogen automatisch verdeeld. Wanneer de boostfunctie wordt gekozen, wordt de andere kookzone automatisch op een iets lagere stand gezet. Staat een kookzone op boost en u wilt de andere op stand 9 of boost zetten, zal de kookzone met boost automatisch naar een lagere stand gaan. De automatische opwarmfunctie wordt uitgeschakeld.VEILIGHEID

NL 9VOOR HET EERSTE GEBRUIKGebruik van de aanraaktoetsen en de schuifregelaarPlaats uw vingertop plat op een toets of op de schuifregelaar voor het beste resultaat. U hoeft geen druk uit te voeren. De aanraaktoetsen reageren alleen op lichte druk van een vingertop. Bedien de toetsen niet met andere objecten. InductiegeluidenEen tikkend geluidDit wordt veroorzaakt door de vermogensbegrenzer op de linker- en rechterzones. Ook bij lagere kookstanden kunt u een tikkend geluid horen. Pannen maken geluidPannen kunnen tijdens het koken geluid maken. Dit wordt veroorzaakt door de energie die van de kookplaat naar de pan stroomt. Bij hoge niveaus is dit bij sommige pannen een heel normaal verschijnsel. Dit is niet schadelijk voor de pannen of de kookplaat. De ventilator maakt geluidHet toestel is voorzien van een ventilator om de levensduur van de elektronica te verlengen.

Als u het toestel intensief gebruikt, wordt de ventilator ingeschakeld om het toestel te koelen en hoort u een zoemend geluid. De ventilator blijft nog enkele minuten doorwerken nadat de kookplaat is uitgeschakeld. Geschikte pannenVoor inductiekoken moet een pan een dikke vlakke bodem hebben (minimaal 2,25 mm). Gebruik pannen van magnetisch materiaal of pannen met een sandwichbodem. De beste pannen om te gebruiken hebben het Class Induction-keurmerk. Andere pannen leveren lagere prestaties. Pannen van koper, aluminium of keramisch materiaal zijn niet geschikt. Gebruik alleen pannen met een vlakke bodem. Een holle of bolle bodem kan de werking van de droogkookbeveiliging belemmeren; het toestel kan dan te warm worden. Dit kan tot schade leiden. Schade, ontstaan door het gebruik van ongeschikte pannen of droogkoken, valt buiten de garantie.

Pannen die op een gaskookplaat zijn gebruikt, zijn niet meer geschikt voor inductiekoken. Wees voorzichtig met dunne plaatstaal geëmailleerde pannen. Het emaille kan beschadigen op een hoge stand wanneer de pan te droog is.

NL 10VOOR HET EERSTE GEBRUIKMinimale pandiameter• De minimale pandiameter per zone is als volgt: ▷Ø160 mm: minimale pandiameter 120 mm. ▷Ø210 mm: minimale pandiameter 140 mm. ▷Octa zone: minimale pandiameter 140 mm.• Het beste resultaat wordt bereikt met een pan die dezelfde diameter heeft als de kookzone. De kookzone wordt niet ingeschakeld als een pan te klein is.• Op gekoppelde Bridge inductie kookzones moet de minimale pandiameter 220 mm zijn.Let opZandkorreltjes kunnen krasjes veroorzaken die niet meer te verwijderen zijn. Zet daarom alleen pannen met een schone bodem op de kookplaat. Wij adviseren om pannen op te tillen en niet te verschuiven over de kookplaat.Pandetectie• Het pandetectiesysteem detecteert automatisch een pan die op een kookzone wordt geplaatst.

Het display van deze kookzone licht feller op en de punt stopt met knipperen.• Als de kookplaat, na plaatsing van een pan op een kookzone, geen (ijzerhoudende) pan detecteert, gaat het symbool voor pandetectie op het display knipperen. De kookzone schakelt na 20 seconden uit.VermogensniveausDe kookzones hebben 9 niveaus en een boostniveau (P). Stel het vermogensniveau in door de regelaar aan te raken. Door over de regelaar te vegen, verandert u de instelling. De stand wordt hoger wanneer u naar rechts schuift. De stand wordt lager wanneer u naar links schuift. Als u uw vinger van de regelaar haalt, begint de kookzone op de ingestelde stand te verwarmen.Boostfunctie• Met de boostfunctie kunt u gedurende korte tijd (maximaal 5 minuten) op de hoogste vermogensstand koken.

Na het verstrijken van de maximale boost-tijd wordt het vermogen verlaagd naar stand 9.• De boostfunctie is niet beschikbaar wanneer de Bridge inductie kookzones gekoppeld zijn!

NL 11VOOR HET EERSTE GEBRUIKRichtlijnen voor het kokenAangezien de instellingen afhankelijk zijn van de hoeveelheid en samenstelling van het gerecht in de pan, geldt de onderstaande tabel alleen als richtlijn.Gebruik de boost-instelling voor:• snel aan de kook brengen van voedsel of vloeistof;• slinken van groene groenten;• verhitten van olie en vet;• wokken.Gebruik instelling 9 voor:• aanbraden van vlees;• bereiden van vis; • bakken van omeletten; • bakken van gekookte aardappelen;• frituren van voedsel.Gebruik instelling 7 en 8 voor:• bakken van dikke pannenkoeken;• bakken van wentelteefjes;• bakken van dikke lappen gepaneerd vlees en gepaneerde vis;• bakken van bacon (vet);• koken van rauwe aardappelen;• doorkoken van pasta;• bakken van dunne (gepaneerde) lappen vlees.Gebruik instelling 4-6 voor:• doorkoken van grote hoeveelheden;• ontdooien van harde groenten;• bakken van dikke lappen gepaneerd vlees.Gebruik instelling 1-3 voor:• trekken van bouillon;• stoven van vlees;• zacht koken van groenten;• smelten van chocolade;• pocheren;• smelten van kaas.

NL 13Lees het hoofdstuk ‘Voor het eerste gebruik’ zorgvuldig door voordat u begint met koken. Dit voorkomt onjuist gebruik van de kookplaat.Bereiding starten1. Raak de aan/uit-toets aan totdat u een geluidssignaal hoort. ▷De displays lichten op; de inductiekookplaat staat in de stand-by modus. ▷De kookzones en de afzuigunit hebben vermogensniveau nul. Als de kookplaat 20 seconden niet wordt gebruikt, wordt deze automatisch uitgeschakeld.2. Plaats een geschikte pan op een kookzone. ▷De kookzone detecteert de pan automatisch; het display van deze kookzone licht feller op en de punt stopt met knipperen. Zolang de punt niet knippert, is de kookzone geselecteerd en kan het vermogensniveau worden in gesteld.3. Wanneer de response tijd is verstreken, of tijdens het koken, activeert u de kookzone door de display van de gewenste kookzone handmatig te selecteren. BEDIENING VAN DE KOOKPLAAT

NL 144. Stel binnen 10 seconden het vermogen in door de schuifregelaar aan te raken. ▷De kookzone start op het ingestelde niveau. ▷De afzuigunit schakelt automatisch in vanaf stand 3. De afzuigunit is op stand 1 en 2 handmatig in te schakelen. ▷De afzuigunit schakelt automatisch in met de vereiste afzuigsnelheid. De automatische modus staat standaard op ‘actief’. ▷Stel een hoger of lager niveau in met de schuifregelaar. ▷Raak de toets ‘Automatische afzuigmodus’ aan om de automatische modus uit te schakelen. De afzuigmodus kan nu, indien gewenst, handmatig worden ingesteld. Zie ‘Bediening van de afzuigunit’. ▷Na 10 seconden wordt de schuifregelaar uitgeschakeld en de kookduur teller wordt verborgen. BoostU kunt de boostfunctie gebruiken om max. 5 minuten op de hoogste kookstand te koken. De boostfunctie kan voor maximaal twee naast elkaar liggende kookzones tegelijk gebruikt worden.1.

Raak vermogensniveau P aan om de boostfunctie te selecteren. ▷‘P’ verschijnt op het display. ▷Na het verstrijken van de maximale boosttijd wordt het vermogen verlaagd naar stand 9.PandetectiesymboolWanneer het symbool voor pandetectie op het display verschijnt:• hebt u de pan niet op de juiste kookzone geplaatst; • is de gebruikte pan niet geschikt voor inductiekoken;• is de pan te klein of niet goed op de kookzone geplaatst. ▷De kookzone werkt niet totdat er een geschikte pan op de kookzone is geplaatst.BEDIENING VAN DE KOOKPLAAT

NL 15Klaar met koken 1. Zet het vermogensniveau op ‘0’ om de kookzone uit te schakelen.2. Schakel de inductiekookplaat uit door de aan/uit-toets aan te raken.Het symbool wordt weergegeven op het display van de kookzone, als deze te heet is H om te worden aangeraakt. Het symbool verdwijnt wanneer het oppervlak is afgekoeld tot een veilige temperatuur. U kunt ook energie besparen door een nog hete kookzone te gebruiken om andere pannen te verwarmen.De automatische opwarmfunctie inschakelenMet deze functie wordt de kookzone op het hoogste niveau ingesteld zodat uw pan snel op de gewenste temperatuur is. Na verloop van een bepaalde tijd keert het vermogensniveau weer terug naar het ingestelde vermogen. Deze functie is beschikbaar voor vermogensniveau 1 t/m 8. Vermogens-niveauOpwarmtijd (seconden)1 402 723 1204 1765 2566 4327 1208 1921.

Schakel de kookplaat in en selecteer de gewenste kookzone . 2. Raak de schuifregelaar ten minste 3 seconden op het gewenste niveau aan (van 1 t/m 8). ▷In het display verschijnt een ‘A’ afgewisseld met het geselecteerde vermogensniveau. Na afloop van de automatische opwarmtijd schakelt de kookzone automatisch over naar het gekozen niveau, dat permanent op het display wordt weergegeven. 3. Stop de automatische opwarmfunctie door de kookzone te selecteren en de schuifregelaar aan te raken.BEDIENING VAN DE KOOKPLAAT

NL 16De warmhoudfunctie inschakelen1. Schakel de kookplaat in en plaats een geschikte pan op een kookzone. 2. Raak de kookzonetoets van de gewenste kookzone aan. ▷De ‘0’ van de geselecteerde kookzone licht duidelijk op en er klinkt een enkele pieptoon. 3. Raak de warmhoudtoets aan. ▷Het warmhoudsymbool ‘u’ verschijnt op het display. De warmhoudfunctie is geselecteerd. 4. Zet het vermogensniveau op ‘0’ of raak de warmhoudtoets aan om de warmhoudfunctie uit te schakelen. De Bridge-inductiekookzones koppelenTwee Bridge-inductiezones kunnen aan elkaar worden gekoppeld. Hierdoor ontstaat één grote zone die kan worden gebruikt voor bijvoorbeeld een grillplaat of een vispan op hetzelfde vermogen. De pan moet groot genoeg zijn om het midden van de voorste en achterste kookzone te bedekken (minimaal 22 cm). Koppeling van Bridge-inductiekookzones1. Schakel de kookplaat in.2.

Raak tegelijkertijd de kookzonetoetsen aan de linker- of rechterzijde aan. ▷Een verbindingssymbool verschijnt op het display van de achterste kookzone om aan te geven dat de twee kookzones zijn verbonden.3. Stel het vermogen in door de schuifregelaar aan te raken. ▷Het display van de voorste kookzone toont het vermogensniveau.BEDIENING VAN DE KOOKPLAAT

NL 17Ontkoppeling van Bridge-inductiekookzones1. Raak de kookzonetoetsen van de verbonden kookzones tegelijk aan. ▷Het verbindingssymbool verdwijnt op het display van de achterste kookzone.Koken pauzerenDeze functie stopt de kookactiviteit tijdelijk (max. 10 minuten); timers en tellers worden ook gepauzeerd.1. pauzeRaak minstens 1 seconde de toets aan. ▷Alle displays tonen het pauzesymbool.2. Raak, om door te gaan met koken, minstens 1 seconde de pausetoets aan totdat deze knippert.3. Raak binnen 10 seconden een willekeurige toets aan en het kookproces wordt vervolgd. ▷De kookplaat wordt na 10 minuten automatisch uitgeschakeld als de pauzefunctie tussendoor niet wordt beëindigd.HerstelfunctieAls de kookplaat met de aan/uit-toets per ongeluk werd uitgeschakeld, kunnen alle instellingen worden teruggezet met behulp van de herstelfunctie.1.

NL 18De eierwekker gebruiken De eierwekker is niet aan een kookzone gekoppeld. De eierwekker schakelt de kookzone niet uit.De kookplaat is ingeschakeld en er is voor geen enkele kookzone vermogen ingesteld. 1. Raak het timerdisplay aan om de eierwekker in te schakelen. ▷Het display van de timer toont ‘0.00’.2. Gebruik de toets ‘+’ of ‘-’ om de gewenste tijd in te stellen (van 1 minuut tot 9 uur en 59 minuten). ▷De linkerpositie van het timerdisplay geeft de uren weer, de overige posities de minuten. ▷Wanneer de tijd is ingesteld, begint deze af te tellen. ▷Op het timerdisplay wordt de resterende tijd weergegeven. ▷De laatste 10 minuten worden in minuten en seconden weergegeven. ▷De timer knippert en het alarm klinkt wanneer de ingestelde tijd is verstreken. 3. Raak het timerdisplay aan om het alarm uit te schakelen. ▷Het alarm stopt automatisch na 2 minuten.

NL 19BEDIENING VAN DE KOOKPLAATDe timer gebruiken De timer is gekoppeld aan een kookzone. Nadat de ingestelde tijd is verstreken schakelt de kookzone automatisch uit.De kookplaat is ingeschakeld en voor minimaal één kookzone is het vermogen ingesteld.1. Raak de gewenste kookzonetoets aan.2. Raak het timerdisplay aan. ▷Het timersymbool van de actieve kookwekker licht helder op.3. Gebruik de toets ‘+’ of ‘-’ om de gewenste tijd in te stellen (van 1 minuut tot 9 uur en 59 minuten). ▷De linkerpositie van het timerdisplay geeft de uren weer, de overige posities de minuten. ▷Wanneer de tijd is ingesteld, begint deze af te tellen en het timersymbool knippert langzaam. ▷Op het timerdisplay wordt de resterende tijd weergegeven. ▷De laatste 10 minuten worden in minuten en seconden weergegeven. ▷De geselecteerde kookzone wordt automatisch uitgeschakeld zodra de ingestelde tijd is verstreken.

▷De timer knippert en het alarm klinkt wanneer de ingestelde tijd is verstreken.4. Raak het timerdisplay aan om het alarm uit te schakelen. ▷Het alarm stopt automatisch na 2 minuten. Alle kookzones kunnen een ingestelde timer hebben. Het display toont altijd de tijd van de kookzone met de kortst resterende tijd.De vooraf ingestelde tijd wijzigenU kunt de tijd op elk gewenst moment wijzigen.1. Raak de betreffende kookzonetoets aan.2. Raak het timerdisplay aan.3. Gebruik de toets ‘+’ of ‘-’ om de tijd te wijzigen.

NL 20BEDIENING VAN DE KOOKPLAATDe resterende tijd controleren1. Druk op de kookzonetoets om de zone te selecteren waarvan u de resterende tijd wilt zien. ▷Een aan de timer gekoppelde zone is te herkennen aan het knipperende timersymbool boven het kookzonedisplay. ▷De timer geeft de resterende tijd van de geselecteerde kookzone weer. ▷Tijdens de laatste 10 minuten van de looptijd wordt de resterende tijd in minuten en seconden weergegeven.De timer uitschakelenOm de timer uit te schakelen voordat de ingestelde tijd is verstreken:1. Raak de kookzonetoets aan om de zone te selecteren waarvan u de timer wilt uitschakelen. ▷Een aan de timer gekoppelde zone is te herkennen aan het knipperende timersymbool boven het kookzonedisplay.2. Raak de toets(en) ‘-’ aan om de tijd in te stellen op ‘0.00’. ▷Het timersymbool is nu niet meer helder verlicht.

KinderslotOm het kinderslot in te schakelen, moeten de beschreven stappen binnen 10 seconden worden uitgevoerd.1. Schakel de kookplaat in.2. Raak een willekeurige kookzonetoets 3 seconden aan.3. Laat de toets los en schuif van 0 naar 9 over de schuifregelaar. ▷Alle displays tonen het symbool ‘L’.

NL 21BEDIENING VAN DE KOOKPLAATDe kookplaat is nu vergrendeld. Onbedoeld inschakelen van het toestel wordt hiermee voorkomen. Na 20 seconden wordt de kookplaat automatisch uitgeschakeld.Om het kinderslot uit te schakelen, moeten de beschreven stappen binnen 10 seconden worden uitgevoerd.1. Schakel de kookplaat in.2. .Raak een willekeurige kookzonetoets 3 seconden aan3. Laat de toets los en schuif van 9 naar 0 over de schuifregelaar. ▷Het symbool “L” verdwijnt in alle displays; het kinderslot is nu gedeactiveerd.Vergrendelingsfunctie voor een snelle reiniging tijdens het koken1. Raak de vergendelingstoets aan. ▷De vergrendeltoets licht op; de instellingen van de kookplaat zijn vergrendeld voor een snelle reiniging.2. Raak de vergendelingstoets weer aan na de snelle reiniging om de functie uit te schakelen.

NL 22BEDIENING VAN DE AFZUIGUNITStandaard is de automatische afzuigmodus actief; de toets is fel verlicht. In de automatische afzuigmodus wordt de afzuigsnelheid automatisch aangepast aan het gebruik van de kookzones. Als de kookplaat wordt uitgeschakeld en nog heet is (symbool H is zichtbaar), dan werkt de afzuigunit nog 15 minuten in naloopstand.De automatische afzuigmodus uitschakelen1. Raak de aan/uit-toets aan totdat u een geluidssignaal hoort. ▷De displays lichten op; de inductiekookplaat staat in de stand-by modus. ▷De kookzones en de afzuigunit hebben vermogensniveau nul.2. Raak de toets ‘Automatische afzuigmodus’ aan.

NL 23Handmatig de afzuigunit inschakelen1. Raak de afzuigtoets aan. ▷Het display van de afzuigunit licht op.2. Stel binnen 3 seconden de afzuigsnelheid in door de schuifregelaar aan te raken (1 t/m 9). ▷De afzuigunit schakelt in op het ingestelde niveau. ▷Stel een hoger of lager niveau in met de schuifregelaar.Boost1. Schakel de kookplaat in en stel een vermogensniveau in (>2).2. Raak de toets ‘Automatische afzuigmodus’ aan om de automatische afzuigmodus uit te schakelen.3. Raak de afzuigtoets aan. ▷Het display van de afzuigunit licht op.4. Raak niveau P aan om ‘Boost’ te selecteren. ▷De afzuigunit schakelt in op niveau P (Boost). ▷‘P’ verschijnt op het display.BEDIENING VAN DE AFZUIGUNIT

NL 24Instellen van een aantal minuten vertragingstijdGebruik deze functie om de afzuigunit met een vertraging van een aantal minuten uit te schakelen.De automatische afzuigmodus moet uitgeschakeld zijn.1. Schakel de kookplaat in.2. Raak de afzuigtoets aan en stel een afzuigsnelheid in.3. Raak het timerdisplay aan. ▷Het timersymbool van de afzuigunit licht helder op.4. vertragingstijdGebruik de toets ‘+’ of ‘-’ om de gewenste in te stellen. ▷De tijd begint automatisch af te tellen. ▷De afzuigunit wordt na de ingestelde tijd uitgeschakeld.Verzadiging van het vetfilter Na 100 bedrijfsuren wordt het vetfiltersymbool verlicht; onderhoud van het vetfilter is noodzakelijk (zie ‘Onderhoud/Filters reinigen). De indicatie voor verzadiging van het vetfilter is altijd ingeschakeld.BEDIENING VAN DE AFZUIGUNIT

NL 25Verzadiging van het geurfilter De indicatie voor verzadiging van het geurfilter is standaard uitgeschakeld (wanneer de afzuigunit wordt gebruikt met uitblaas naar buiten). Activeer de indicatie van het geurfilter als de afzuigunit is geinstalleerd als recirculatie toepassing.Na 200 bedrijfsuren wordt het geurfiltersymbool verlicht; onderhoud van het geurfilter is noodzakelijk (zie ‘Onderhoud/Filters reinigen). • Wanneer HR0003 wordt toegepast, moet het geurfilter uiterlijk na 1 jaar vervangen worden.Indicatie verzadiging van het geurfilter activeren1. Raak de afzuigtoets aan.2. Raak vervolgens gedurende 5 seconden nogmaals de afzuigtoets aan. ▷Het geurfiltersymbool licht gedurende 1 seconde op. ▷Wanneer onderhoud van het geurfilter noodzakelijk is, zal het symbool gaan branden.Indicatie verzadiging van het geurfilter deactiveren1. Raak de afzuigtoets aan.2.

Raak vervolgens gedurende 5 seconden nogmaals de afzuigtoets aan. ▷Het geurfiltersymbool knippert twee maal.Geheugenreset van de indicatie van de filterverzadigingReset het geheugen na het terugplaatsen van het vetfilter en/of het geurfilter.1. Schakel de kookplaat in.2. Raak gedurende 5 seconden de toets ‘Automatische afzuigmodus’ (A) aan. ▷Het symbool van het vetfilter en/of geurfilter gaat uit en het geheugen start opnieuw met tellen.BEDIENING VAN DE AFZUIGUNIT

NL 26 In het gebruikersmenu kan de gebruiker de signaleringen van de kookplaat naar wens instellen. Het gaat hierbij om zowel akoestische (toon en volume) als visuele signaleringen.1. Raak binnen drie seconden de aan/uit-toets twee keer aan. ▷De pauzetoets knippert.2. Raak de pauzetoets aan en houd deze vast. 3. Raak vervolgens, met de klok mee, elke kookzonetoets aan (begin met de kookzonetoets links voor).4. Laat de pauzetoets los. ▷“U” knippert afwisselend met een nummer tussen 2 en 7 op het display van de kookzone links achter. ▷De configuratiewaarde verschijnt op het display van de kookzone links voor.5. Raak de kookzonetoets van de kookzone links achter aan en kies het juiste nummer van het menu (zie tabel).6. Raak de kookzonetoets van de kookzone links voor aan en kies de juiste waarde (zie tabel).7.

NL 28Het instellen van de vermogensbegrenzer mag alleen worden uitgevoerd door een erkende en gekwalificeerde installateur. Lees de veiligheidsvoorschriften en de installatie-instructies zorgvuldig door. De kookplaat is voorzien van een vermogensbegrenzer. Als het totale vermogen van de actieve kookzones het maximaal beschikbare vermogen overschrijdt, wordt het vermogen automatisch verlaagd. Het display van de kookzone die in vermogen wordt verlaagd knippert eerst; het niveau wordt dan automatisch verlaagd naar het hoogste beschikbare vermogen. • De begrenzer is af fabriek ingesteld op 7400W, maar het is mogelijk om deze instelling te wijzigen naar 2800W, 3500W of 4500W.Configuratie van de vermogensbegrenzerControleer voordat u begint of er geen pannen op de kookplaat staan.1.

Koppel het toestel los van de hoofdvoeding door de stekker uit het stopcontact te halen, de zekering te verwijderen of de stroomonderbreker uit te schakelen.2. Sluit het toestel weer aan op de stroomvoorziening. ▷De warmhoudtoets knippert. • Voer, binnen 2 minuten na het aansluiten van de kookplaat op de stroomvoorziening, de volgende stappen uit.• Zorg ervoor dat alle kookzones uitgeschakeld zijn.3. Raak de warmhoudtoets aan en houd deze vast. 4. Raak vervolgens, tegen de klok in, elke kookzonetoets aan (begin met de kookzonetoets rechts voor).VERMOGENSBEGRENZER

NL 29VERMOGENSBEGRENZER5. Laat de warmhoudtoets los ▷“C” knippert afwisselend met “0” op het display van de kookzone links achter. ▷De configuratiewaarde verschijnt op het display van de kookzone links voor.6. Raak de kookzonetoets links achter aan en kies “8” met behulp van de schuifregelaar. ▷“C” knippert afwisselend met “8” in het display van de kookzone links achter.7. Raak de kookzonetoets links voor aan en selecteer de gewenste vermogensbegrenzing met de schuifregelaar (zie tabel).8. Raak vervolgens de aan/uit-toets aan en houd vast totdat alle segmenten van het display zijn verdwenen. ▷De kookplaat is nu klaar voor gebruik met de geselecteerde vermogensbegrenzer.Stand schuifregelaar Instelling van de vermogensbegrenzing0 7400W1 4500W2 3500W3 2800W

NL 30ReinigingDagelijkse reiniging• Hoewel overgekookt voedsel niet kan inbranden in het glas, verdient het aanbeveling de kookplaat direct na gebruik schoon te maken.• Voor de dagelijkse reiniging kunt u het best een vochtige doek met een mild reinigingsmiddel gebruiken.• Droog de glasplaat vervolgens met keukenpapier of met een droge doek.Hardnekkige vlekken• Ook hardnekkige vlekken zijn te verwijderen met een mild reinigingsmiddel, bijvoorbeeld afwasmiddel.• Verwijder watervlekken en kalkaanslag met azijn. • Metaalsporen (veroorzaakt door het schuiven van pannen) zijn vaak lastig te verwijderen. Hiervoor zijn speciale producten verkrijgbaar.• Verwijder voedselresten met een glasschraper. Ook gesmolten kunststof en suiker kunt u het beste verwijderen met een glasschraper.Gebruik nooit schuurmiddelen. Deze laten krassen achter waarin vuil en kalkaanslag zich kunnen ophopen.

Gebruik nooit scherpe voorwerpen als staalwol of schuursponsjes.WaterreservoirAanbevolen wordt om het waterreservoir elke twee weken te controleren en leeg te maken.ONDERHOUD

NL 31ONDERHOUDRooster en filters reinigen1. Verwijder het rooster uit de afzuiginlaat.2. Trek het vetfilter voorzichtig uit de afzuiginlaat.• Reinig het rooster met warm water en neutrale zeep; gebruik geen schuurspons (geen schoonmaakmiddelen gebruiken!). Reinig het rooster niet in een vaatwasser.• Reinig het vetfilter, indien in gebruik, minimaal eenmaal per week (of wanneer het systeem aangeeft dat het filter verzadigd is). Dit zorgt ervoor dat de afzuigunit goed blijft werken en voorkomt mogelijk brandgevaar door ophoping van vet.• Reinig het vetfilter met een niet-agressief reinigingsmiddel, bij voorkeur met de hand of in de vaatwasser. De vaatwasser moet worden ingesteld op een lage temperatuur en een kort programma.

Geurfilter (recirculatiegebruik)Vervang het minimaal één keer per jaar, afhankelijk van de intensiteit van het gebruik (of geurlterwanneer de verzadigingsindicator dit aangeeft). Verwijder voorzichtig het rooster; deze zit met magneten aan de zijkanten gepositioneerd.Trek het filter naar u toe om te verwijderen.Let bij het plaatsen van het nieuwe filter op de pijl die de richting van de luchtstroom aangeeft.Plaats het rooster terug en reset het geheugen op het toestel.

NL 32Let opWanneer u een barst in het glas ziet (hoe klein ook), schakelt u de kookplaat onmiddellijk uit en koppelt u deze los van het elektriciteitsnet. Neem contact op met de serviceafdeling.Als het toestel niet naar behoren werkt, betekent dit niet altijd dat het defect is. Probeer het probleem eerst zelf op te lossen door de onderstaande tabel te raadplegen. U kunt voor meer informatie ook terecht op de website. Neem contact op met de serviceafdeling als het probleem blijft bestaan. Probleem Mogelijke oorzaak OplossingHet display gaat branden wanneer de kookplaat de eerste keer wordt ingeschakeld.Dit is de standaard opstartroutine.Normale werking.De ventilator blijft nog enkele minuten doorwerken nadat de kookplaat is uitgeschakeld.De kookplaat koelt af.

Normale werking.In het begin is het mogelijk dat u een lichte geur ruikt.Het nieuwe toestel wordt opgewarmd.Dit is normaal en verdwijnt nadat het toestel een aantal keer is gebruikt. Ventileer de keuken.De pannen maken geluid tijdens het koken.Dit wordt veroorzaakt door de energie die van de kookplaat naar de pan stroomt.Bij hoge instellingen is dit bij bepaalde pannen een heel normaal verschijnsel.

Dit is niet schadelijk voor de pannen of de kookplaat.U hebt een kookzone ingeschakeld maar het display toont .uDe gebruikte pan is niet geschikt voor inductiekoken of heeft een te kleine diameter.Gebruik een geschikte pan.Een kookzone stopt plotseling en u hoort een geluidssignaal.De ingestelde tijd van de timer is verstreken.Raak de linker of rechter timertoets aan om het alarm uit te schakelen.De kookplaat werkt niet en er verschijnt niets op het display.Er is geen netvoeding vanwege een defecte kabel of defecte aansluiting.Controleer de zekeringen en de elektriciteitsschakelaar (als er geen stekker wordt gebruikt).Bij het inschakelen van de kookplaat slaat er een zekering door.Foutieve elektrische aansluiting.Neem contact op met een installateur.PROBLEMEN OPLOSSEN

NL 33Probleem Mogelijke oorzaak OplossingL verschijnt op het display. Het kinderslot is ingeschakeld.Zie hoofdstuk ‘Bediening van de kookplaat/Kinderslot’.Foutcode en ER03ononderbroken pieptoon.U hebt op twee of meer toetsen tegelijk gedrukt.Bedien maar één toets tegelijk.Het bedieningspaneel is vuil of er ligt water op.Reinig het bedieningspaneel.Foutcode .ER21 Oververhitting. Laat de kookplaat afkoelen.Foutcode .E2 Oververhitting van de sensor van de kookzone. Mogelijk is er een lege pan gebruikt.Geen lege pannen verwarmen.Foutcode .E3 Verkeerde pan. Gebruik een geschikte pan.Foutcode .E8 Defect van de afzuigunit, de afzuigunit kan verstopt zijn.Eventuele verstoppingen verwijderen en de afzuigunit reinigen.Overige foutcodes. Neem contact op met de serviceafdeling.PROBLEMEN OPLOSSEN

NL 35MILIEUASPECTENVerpakking en apparaat afdankenBij de productie van dit apparaat is gebruik gemaakt van duurzame materialen. Dit apparaat moet aan het einde van zijn levenscyclus op verantwoorde wijze worden afgedankt. De overheid kan u hierover informatie verstrekken.De verpakking van het apparaat is recyclebaar. Mogelijk zijn de volgende materialen gebruikt:• karton;• polyetheenfolie (PE);• CFK-vrij polystyreen (PS-hardschuim).Deze materialen moeten op verantwoorde wijze en conform de overheidsvoorschriften worden afgedankt.Om te wijzen op de noodzaak van gescheiden inzameling van elektrische huishoudelijke apparatuur, is op het product het symbool van een doorgekruiste vuilnisbak aangebracht. Dit betekent dat het apparaat aan het einde van zijn levensduur niet met het gewone huisvuil mag worden meegegeven.

Het apparaat moet naar een speciaal centrum voor gescheiden afvalinzameling van de gemeente worden gebracht of naar een verkooppunt dat deze dienst aanbiedt.Het apart inleveren van huishoudelijke apparaten voorkomt mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid, en zorgt ervoor dat de materialen in deze apparaten kunnen worden teruggewonnen, waardoor in aanzienlijke mate kan worden bespaard op energie en grondstoffen.Verklaring van conformiteitWij verklaren dat onze producten voldoen aan de toepasselijke Europese richtlijnen, normen en voorschriften, evenals aan alle vereisten in de normen waarnaar wordt verwezen.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Pelgrim IKR3073F stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden