Pelgrim IDK884ONY Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Pelgrim IDK884ONY (74 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 39 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Pelgrim IDK884ONY of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Pelgrim |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | IDK884ONY |
| Apparaatplaatsing: | Ingebouwd |
| Soort bediening: | Touch |
| Kleur van het product: | Zwart |
| Breedte: | 770 mm |
| Hoogte: | - mm |
| Kinderslot: | Ja |
| Soort materiaal (bovenkant): | Glas |
| Aantal branders/kookzones: | 4 zone(s) |
| Type kookplaat: | Inductiekookplaat zones |
| Normale brander/kookzone: | 2200 W |
| Vermogen: | 7400 W |
| Grote brander/kookzone: | 3000 W |
| Restwarmte-indicator: | Ja |
| Extra grote hoge-snelheid kookzone: | 3700 W |
| Auto-off timer koks voedsel veilig: | Ja |
Handleiding Pelgrim IDK884ONY – volledige tekst
41 Uw inductiekookplaat1.1 InleidingDeze inductiekookplaat is ontworpen voor de echte kookliefhebber. Koken op een inductiekookplaat heeft een aantal voordelen. Het is comfortabel, omdat de kookplaat snel reageert en ook op een zeer laag vermogen is in te stellen. Dankzij het hoge vermogen gaat het aan de kook brengen zeer snel. De ruime afstanden tussen de kookzones maken het koken ook comfortabel.Koken op een inductiekookplaat verschilt met koken op een traditioneel toestel. Inductiekoken maakt gebruik van een magnetisch veld om warmte op te wekken. Dit betekent dat u niet zomaar een willekeurige pan kunt gebruiken.
Het hoofdstuk pannen geeft u hierover meer informatie.Voor optimale veiligheid is de inductiekookplaat uitgerust met meerdere temperatuurbeveiligingen en een restwarmtesignalering die aangeeft welke kookzones nog heet zijn.In deze handleiding staat beschreven op welke manier u de inductie kookplaat zo optimaal mogelijk kunt benutten. Naast informatie over de bediening treft u ook achtergrondinformatie aan die van dienst kan zijn bij het gebruik van dit product.Lees eerst de gebruiksaanwijzing geheel en aandachtig door voordat u het apparaat gaat gebruiken en bewaar deze zorgvuldig voor latere raadpleging. De handleiding dient bovendien als referentie voor de servicedienst. Plak daarom het los bijgeleverde gegevensplaatje in het daarvoor bestemde kader, achter in de handleiding.
71 Uw inductiekookplaat1. 4 Veiligheidsvoorschriften1. 4. 1 Waar u op moet lettenInductiekoken is uiterst veilig. De kookplaat is uitgerust met diverse beveiligingen zoals restwarmte-signalering en kookduurbegrenzing. Toch is er net als bij elk toestel een aantal zaken waar u op moet letten. 1. 4. 2 Aansluiten en reparatie • Alleen een erkend installateur mag dit toestel aansluiten. • Open nooit de behuizing van het toestel. Alleen een service technicus mag het toestel openen. • Maak het toestel spanningsloos voordat met de reparatie wordt gestart. Bij voorkeur door de stekker uit het stopcontact te nemen, de (automatische) zekering(en) uit te schakelen of de schakelaar in de meterkast op nul te zetten bij een vaste aansluiting. 1. 4. 3 Tijdens gebruik • Gebruik het toestel niet beneden 5 °C. • Dit kooktoestel is ontworpen voor huishoudelijk gebruik.
Gebruik het alleen voor het bereiden van gerechten. • Als de kookplaat voor de eerste keer gebruikt wordt, zult u een ‘nieuwigheidsluchtje’ ruiken. Dit is normaal. Door te ventileren verdwijnt de geur vanzelf. • Houd rekening met de zeer snelle opwarmtijd op de hogere standen. Blijf er altijd bij staan als u een kookzone op een hoge stand heeft ingesteld. • Zorg voor voldoende ventilatie tijdens het gebruik. Houd natuurlijke ventilatieopeningen open. • Let op dat pannen niet droog koken. De kookplaat zelf is beveiligd tegen oververhitting, de pan wordt echter zeer heet en kan beschadigd raken. Schade door droogkoken valt buiten de garantie. • Gebruik het kookvlak niet als opslagplaats. • Zorg voor enkele centimeters afstand tussen de onderkant van de kookplaat en de inhoud van een lade. • Leg geen brandbare voorwerpen in een lade onder de kookplaat.
• Zorg ervoor dat snoeren van elektrische apparaten, zoals van een mixer, niet in aanraking komen met de hete kookzone. • De kookzones worden warm tijdens gebruik en blijven na gebruik ook een tijd warm.
81 Uw inductiekookplaat • Vet en olie zijn bij oververhitting ontvlambaar. Ga niet te dicht bij de pan staan. Wanneer olie vlam vat, het vuur nooit doven met water. Leg onmiddellijk een deksel op de pan en schakel de kookzone uit. • Flambeer nooit onder de afzuigkap. Door de hoge vlammen kan brand ontstaan, ook bij een uitgeschakelde afzuigkap. • De glaskeramische plaat is zeer sterk, maar niet onbreekbaar. Wanneer er bijvoorbeeld een kruidenpotje of een puntig voorwerp op valt, kan er een breuk ontstaan. • Gebruik een toestel dat een breuk of scheurtjes vertoont niet meer. Schakel het toestel onmiddellijk uit, maak het spanningsloos om elektrische schokken te voorkomen en bel de servicedienst. • Leg geen metalen voorwerpen, zoals bakvormen, koektrommels, deksels van pannen of bestek, op de kookzone. Deze kunnen zeer snel heet worden en brandwonden veroorzaken.
• Houd tijdens het gebruik magnetiseerbare voorwerpen (creditcards, bankpasjes e. d. ) uit de buurt van het toestel. Wij adviseren pacemaker-dragers om eerst de hart -specialist te raadplegen. • Gebruik nooit een hogedrukreiniger of stoomreiniger voor het reinigen van de kookplaat. • Het apparaat is niet bedoeld voor gebruik door hulpbehoevenden, kleine kinderen en/of personen met gebrek aan ervaring en kennis, tenzij zij goede begeleiding krijgen of geïnstrueerd zijn in het veilig gebruiken van het apparaat door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. • Zodra u de kookpan van de kookplaat verwijdert, stopt automatisch de kookactiviteit. Wen uzelf er echter aan altijd de kookplaat of zone na gebruik uit te schakelen om onbedoeld inschakelen te voorkomen.
• Een klein voorwerp, zoals een te kleine kookpan (kleiner dan 12 cm), een vork of een lepel, wordt door de kookplaat niet als een kookpan gedetecteerd. De display van de zone knippert met de ingestelde stand en de kookplaat wordt niet ingeschakeld.
91 Uw inductiekookplaat1.4.4 Temperatuurbeveiliging • Elke kookzone is voorzien van een sensor. Deze sensor controleert ononderbroken de temperatuur van de bodem van de kookpan en van de onderdelen van de kookplaat om elk risico op oververhitting, bij bijvoorbeeld een drooggekookte pan, te vermijden. Bij een te hoge temperatuur wordt het vermogen van de kookzone/kookplaat automatisch verlaagd of schakelt de kookzone/kookplaat helemaal uit.1.4.5 KookduurbegrenzingAls een kookzone gedurende een ongebruikelijk lange tijd aan is, wordt deze automatisch uitgeschakeld.Afhankelijk van het gekozen kookvermogen wordt de kookduur als volgt begrensd: Kookstand De kookzone wordt automatisch uitgeschakeld na: 1 8,5 uur 2 6,5 uur 3 5 uur 4 4 uur 5 3,5 uur 6 3 uur 7 2,5 uur 8 2 uur 9 1,5 uur u 2 uur U 2 uur Als bovengenoemde tijd verstreken is schakelt de kookzone automatisch uit.
102 Gebruik2.1 Even wennen2.1.1 Werking van de aanraaktoetsenHet bedienen van de kookplaat door middel van de aanraaktoetsen is even wennen als u andere bediening gewend bent. Leg uw vingertoppen plat op de toetsen voor het beste effect. U hoeft niet hard te drukken.De aanraaksensoren zijn zodanig ingesteld dat deze alleen reageren op de druk en het formaat van vingertoppen. De kookplaat is niet te bedienen met andere voorwerpen en zal bijvoorbeeld niet inschakelen als uw huisdier over de kookplaat loopt. 2.1.2 Inductiekoken • Inductiekoken is snel º In het begin zult u verrast zijn door de snelheid van het toestel. Vooral het op een hogere stand aan de kook brengen gaat zeer snel. Om overkoken of droogkoken te voorkomen, kunt u er het beste altijd bij blijven. • Het vermogen past zich aan º Bij inductiekoken wordt alleen dat deel van de zone benut waar de pan op staat.
Gebruikt u een kleine pan op een grote zone, dan zal het vermogen zich aanpassen aan de diameter van de pan. Het vermogen zal dus kleiner zijn en het zal langer duren voordat het gerecht in de pan aan de kook is. Let op • Zandkorreltjes kunnen krasjes veroorzaken die niet meer te verwijderen zijn. Zet daarom alleen pannen met een schone bodem op het kookvlak en til pannen altijd op als u ze verplaatst. • Gebruik de kookplaat niet als werkvlak. • Kook altijd met het deksel op de pan om energieverlies te voorkomen.Geen warmteverlies en de handgrepen blijven koud bij inductiekoken.
112 Gebruik2.1.3 Werking inductieIn het toestel wordt een magnetisch veld opgewekt. Door een pan met een ijzeren bodem op een kookzone te plaatsen ontstaat in de panbodem een inductiestroom. Deze inductiestroom wekt warmte op in de panbodem. • Comfortabel º De elektronische regeling is nauwkeurig en eenvoudig in te stellen. Op de laagste stand kunt u bijvoorbeeld chocolade direct in de pan smelten of ingrediënten bereiden die u gewoonlijk au bain marie verwarmt. • Snel º Door het hoge vermogen van de inductiekookplaat gaat het aan de kook brengen erg snel. Het doorkoken kost evenveel tijd als koken op een andere kookplaat. • Schoon º De kookplaat is eenvoudig te reinigen. Doordat de kookzones niet heter worden dan de pan zelf, kunnen voedselresten niet inbranden. • Veilig º De warmte wordt opgewekt in de pan zelf. De glasplaat wordt niet warmer dan de pan.
Hierdoor blijft de kookzone een stuk koeler dan die van bijvoorbeeld een keramische kookplaat of een gasbrander. Na het wegnemen van een pan is de kookzone snel afgekoeld.De spoel (1) in de kookplaat (2) wekt een magnetisch veld (3) op. Door een pan met een ijzeren bodem (4) op de spoel te plaatsen ontstaat in de panbodem een inductiestroom.
122 Gebruik2.2 PannenPannen voor inductiekokenInductiekoken stelt eisen aan de kwaliteit van de pannen. Let op • Pannen waarmee al eerder op een gaskookplaat is gekookt, zijn niet meer geschikt voor inductiekoken. • Gebruik alleen pannen die geschikt zijn voor elektrisch- en inductiekoken met: ºeen dikke bodem van minimaal 2,25 mm; ºeen vlakke bodem. • Het beste zijn pannen met het “Class Induction” keurmerk. Tip • Met een magneet kunt u zelf controleren of uw pannen geschikt zijn. Wanneer de magneet wordt aangetrokken, is de pan geschikt.
Geschikt Ongeschikt Speciale roestvrijstalen pannen Aardewerk Class Induction Roestvrijstaal Solide geëmailleerde pannen Porselein Geëmailleerde gietijzeren pannen KoperKunststofAluminiumLet op • Wees voorzichtig met dunne plaatstaal geëmailleerde pannen: º op een hoge stand kan het emaille er afspringen wanneer de pan te droog is; º door het hoge vermogen kan de panbodem gemakkelijk kromtrekken.
132 GebruikLet opGebruik nooit pannen met een vervormde bodem. Een holle of bolle bodem kan de werking van de oververhittingsbeveiliging belemmeren. Het toestel kan dan te warm worden waardoor de glasplaat kan barsten en de panbodem kan smelten. Schade, ontstaan door het gebruik van ongeschikte pannen of droogkoken, valt buiten de garantie. •Minimale pandiameter º De minimale pandiameter bedraagt 12 cm. Het beste resultaat bereikt u door een pan te nemen met dezelfde diameter als de kookzone. Bij te kleine pannen schakelt de kookzone niet in. •Snelkookpannen º Inductiekoken is zeer geschikt voor het koken in snelkookpannen. De kookzone reageert zeer snel, waardoor de snelkookpan ook snel op druk komt. Zodra u een kookzone uitschakelt, stopt het kookproces direct.
143 BedieningInstellen3.1.1 Inschakelen en vermogen instellenHet vermogen is in te stellen in 9 standen. Daarnaast is er nog een ‘boost’ stand, te herkennen aan een ‘P’ in de display (zie pagina 16; ‘Boost’). 1. Zet een pan op een kookzone.2. Druk op de aan-/uittoets van de kookplaat. Er klinkt een enkel geluidssignaal en in de display van elke kookzone verschijnt ‘0.’. Het rode lampje rechtsboven de aan-/uittoets brandt constant. Wanneer u geen verdere actie onderneemt, schakelt de kookzone na 10 seconden vanzelf uit.3. Stel met de of toets van de gewenste kookzone de gewenste stand in. De kookplaat start automatisch in de ingestelde stand (als er een pan gedetecteerd wordt). º Drukt u de eerste keer op de toets, dan verschijnt stand ‘4.’.
º Drukt u de eerste keer op de toets, dan verschijnt stand ‘9.’.Tip U kunt de of toets ingedrukt houden om sneller het gewenste vermogen in te stellen. •Pandetectie º Indien de kookplaat na het instellen van een kook-vermogen geen (ijzerhoudende) pan detecteert, zal in het display het pandetectiesymbool om en om met de gekozen vermogensstand blijven knipperen en de kookzone blijft koud. Indien er binnen 1 minuut geen (ijzerhoudende) pan geplaatst wordt, schakelt de kookzone automatisch uit (zie ook pagina. 12 en 13; “Pannen”). • Restwarmte-indicatie º Na intensief gebruik van een kookzone kan de gebruikte zone nog enkele minuten warm blijven. Zolang de kookzone heet is, blijft er een ‘H.’ in de display staan.
153 Bediening3.1.2 KookautomaatMet de kookautomaat functie wordt het vermogen tijdelijk opgehoogd (stand ‘9.’) om de inhoud van de pan sneller op temperatuur te brengen. Deze functie werkt bij alle vermogensstanden behalve de ‘boost’ stand en stand ‘9.’.De kookautomaat inschakelenDe kookplaat is ingeschakeld en er staat een pan op een kookzone. 1. Stel met de toets van de gewenste kookzone stand ‘A.’ in (deze volgt na stand ‘9.’).In de display knippert ‘A.’ om en om met stand ‘9.’.Tip Een snelle manier om stand ‘A.’ te bereiken is door met de toets stand ‘9.’ in te stellen en dan eenmaal op de toets te drukken voor stand ‘A.’. 2. Stel met de of toets de gewenste vermogensstand in. Wanneer u bijvoorbeeld vermogensstand 4 kiest, ziet u om en om stand ‘4.’ en ‘A.’ in de display. (Let op: na 10 seconden werkt de toets als uitschakel toets). 3.
Wanneer de pan op temperatuur is schakelt de kookautomaat uit en gaat de kookzone verder op de ingestelde vermogenstand. In onderstaande tabel ziet u de duur van de kookautomaat per vermogensstand: Stand 1 2 3 4 5 6 7 8 Seconden 40 72 120 176 256 432 120 192De kookautomaat uitschakelenDe kookplaat is ingeschakeld. In de display knippert ‘A.’ om en om met een vermogensstand. 1. Druk op de toets van de kookzone.In de display verschijnt een andere vermogensstand, ‘A.’ knippert niet meer. Óf: 2. Stel stand ‘9.’ in. Óf: 3. Druk gelijktijdig op de en toets van de kookzone.In de display verschijnt stand ‘0.’, ‘A.’ knippert niet meer en de kookzone is uitgeschakeld.
163 Bediening3.1.3 BoostDe ‘boost’ functie kunt u gebruiken om gedurende een korte tijd (maximaal 10 minuten) op het hoogste vermogen te koken. Na het verstrijken van de maximale boosttijd wordt het vermogen verlaagd naar stand 9.De boost functie inschakelenDe kookplaat is ingeschakeld en er staat een pan op een kookzone. 1. Druk op de toets. (Dit kan ook als er al een vermogen is ingesteld).2. Druk op de of toets van de gewenste kookzone.In de display verschijnt ‘P.’. De boost functie wordt direct actief.Indien er niet op de of toets gedrukt wordt knippert het rode lampje rechtsboven de toets gedurende 3 seconden en gaat daarna uit. Er klinkt een enkel geluidssignaal. De boost functie uitschakelenDe boost functie is ingeschakeld, in de display is ‘P.’ zichtbaar.1. Druk op de toets.In de display verschijnt vermogensstand 9 , de boost functie is uitgeschakeld. Óf: 2.
Druk gelijktijdig op de of toets.In de display verschijnt stand ‘0.’, de kookzone is uitgeschakeld. •Twee achter elkaar liggende kookzones º Twee kookzones die achter elkaar liggen beïnvloeden elkaar. Wanneer deze kookzones tegelijk ingeschakeld zijn, wordt het vermogen automatisch verdeeld. Tot en met stand 9 heeft dit geen consequenties. Stelt u echter een kookzone in op de boost stand dan wordt de andere kookzone automatisch op een iets lagere stand gezet. º Staat een kookzone op boost en u wilt de andere op stand 9 of boost zetten, zal de kookzone met boost automatisch naar een lagere stand gaan. º Twee naast elkaar liggende kookzones beïnvloeden elkaar niet. U kunt beide kookzones op de boost stand instellen.
173 Bediening3.1.4 Smelt-/warmhoudfunctieMet de toets kunt u de smeltfunctie en de warmhoudfunctie inschakelen. Met behulp van een kookwekker kunt u de maximale smelt-/warmhoudtijd instellen. De smeltfunctie (u) De warmhoudfunctie (U)In de smeltfunctie wordt de temperatuur van het gerecht automatisch op een constante temperatuur van 42 °C gehouden.In de warmhoudfunctie wordt de temperatuur van het gerecht automatisch op een constante temperatuur van 70 °C gehouden. De smeltfunctie inschakelenDe kookplaat is ingeschakeld en er staat een pan op een kookzone.1. Druk op de aan-/uittoets van de kookplaat. Er klinkt een enkel geluidssignaal en in de display van elkekookzone verschijnt ‘0.’. 2. Druk eenmaal op de toets. Dit is de smeltfunctie.Eén lampje rechtsboven de toets licht op. 3. Druk op de of toets van de gewenste kookzone.In de display verschijnt ‘u.’.De warmhoudfunctie inschakelen 4.
183 Bediening3.1.5 UitschakelenEén kookzone uitschakelen 1. De kookzone is ingeschakeld. In de display is een vermogensstand tussen 1 en 9, of ‘P.’ zichtbaar. Houd gedurende 1 seconde de en toets ingedrukt van de kookzone die u wilt uitschakelen.Of: 2. Kies kookstand ‘0.’ met de toets.Er klinkt een enkel geluidssignaal en in de display staat ‘0.’. Indien alle kookzones op stand ‘0.’ staan is de kookplaat automatisch in stand-by modus (zie ook ‘Stand-by modus’).Alle kookzones tegelijk uitschakelenDe kookplaat staat in stand-by modus, of één of meerdere kookzones is actief.1. Druk kort op de aan-/uittoets om alle kookzones gelijktijdig uit te schakelen.Er klinkt een enkel geluidssignaal. Er brandt geen enkel lampje.
De kookplaat is nu uit.OpmerkingDe kookplaat kan ook uitgeschakeld worden wanneer het (kinder)slot of de pauze modus actief is.3.1.6 Stand-by modusIn stand-by modus is in de display van elke kookzone ‘0.’ zichtbaar. In stand-by modus is de kookplaat uitgeschakeld en kunt u deze zonder toezicht achterlaten. U kunt naar de stand-by modus schakelen vanuit de “uit” modus, of door alle afzonderlijke kookzones uit te schakelen (op ‘0.’ te zetten). Na 10 seconden in stand-by modus zonder verdere toetsbedieningen schakelt de kookplaat automatisch weer uit.De kookplaat van ‘uit’-modus naar stand-by modus schakelen1. Druk op de aan-/uittoets van de kookplaat.Er klinkt een enkel geluidssignaal en in de display van elke kookzone verschijnt ‘0.’. Het rode lampje rechtsboven de aan-/uittoets van de kookplaat brandt constant.
193 Bediening 2. Vanuit de stand-by modus kunt u direct beginnen met koken door op de of toets van de gewenste kookzone te drukken. 3.1.7 (Kinder)slotU kunt de kookplaat met het (kinder)slot vergrendelen. Onbedoeld inschakelen of wijzigen van instellingen van de kookzones wordt hiermee voorkomen. Met de toets heeft u toegang tot de volgende twee functies: De (standaard) slotmodus De kinderslotmodusMet de (standaard) slotmodus wordt het ongewenst wijzigen van instellingen voorkomen.Met de kinderslotmodus wordt het onbedoeld inschakelen van de kookplaat voorkomen.Alle ingestelde kookprocessen blijven actief.Alle kookzones en kook-/eierwekker(s) moeten uit zijn.De kookplaat naar de (standaard) slotmodus schakelenEén of meerdere kookzones zijn actief.1. Druk lang op de toets.
Let op: Alle ingestelde kookprocessen blijven actief.Het rode lampje rechtsboven de toets en de aan-/uittoets brandt constant. Alle toetsen zijn inactief, behalve de toets en de aan-/uittoets .2. Druk nogmaals lang op de toets om de slotmodus uit te schakelen en het bedieningspaneel te ontgrendelen.De kookplaat naar kinderslotmodus schakelenDe kookplaat staat in stand-by modus. In de display van elke kookzone is ‘0.’ zichtbaar. 1. Druk lang op de toets om het kinderslot in te schakelen.Het rode lampje rechtsboven de toets en de aan-/ uittoets brandt constant. Indien er binnen 10 seconden geen verdere toetsbedieningen plaatsvinden schakelt de kookplaat automatisch uit. Het kinderslot blijft actief. U kunt de kookplaat ook zelf uitschakelen.
203 Bediening2. Druk binnen 10 seconden nogmaals op de toets om het kinderslot uit te schakelen en het bedieningspaneel te ontgrendelen.3. Ná 10 seconden moet de kookplaat eerst weer ingeschakeld worden met de aan-/uittoets van de kookplaat voordat u het kinderslot kunt uitschakelen.TipZet de kookplaat in de kinderslot modus voordat u de kookplaat gaat reinigen om te voorkomen dat deze per ongeluk inschakelt.3.1.8 PauzeMet de pauze functie kunt u de gehele kookplaat tijdens het koken gedurende 10 minuten ‘op pauze’ zetten. Het vermogen van alle kookzones wordt automatisch uitgeschakeld. Dit is bijvoorbeeld handig als een gerecht overgekookt is en u de kookplaat even snel wilt schoonmaken. U kunt de kookplaat zo ook gedurende een korte tijd, op een veilige manier alleen laten, zonder instellingen te verliezen.De kookplaat naar pauze modus schakelen Eén of meerdere kookzones zijn actief. 1.
Druk éénmaal op de toets. Er klinkt een enkel geluidssignaal. In de display van elke kookzone wordt zichtbaar en het rode lampje rechtsboven de toets brandt constant. •Eventueel ingestelde kook-/eierwekkers staan stil. • Alle toetsen zijn inactief behalve de toets, de toets en de aan-/uittoets van de kookplaat. Indien u binnen 10 minuten geen verdere actie onderneemt worden alle actieve kookzones automatisch uitgeschakeld. De pauze modus uitschakelen Druk binnen 10 minuten nogmaals op de toets.De kookplaat hervat de instellingen zoals deze voor de pauze ingesteld zijn.
213 Bediening3.1.9 GeheugenMet de geheugenfunctie kunt u de laatste instellingen van de kookplaat terughalen binnen 6 seconden na het uitschakelen van de kookplaat. Dit is bijvoorbeeld handig wanneer u de gehele kookplaat per ongeluk heeft uitgeschakeld met de aan-/uittoets .3.1.10 Herkennen van een modus De stand-by modusIn de display van elke kookzone is ‘0.’ zichtbaar. Het rode lampje rechtsboven de aan-/uittoets brandt constant.De (standaard) slotmodusEén of meerdere displays vertonen een vermogensstand. Het rode lampje rechtsboven de toets én het rode lampje rechtsboven de aan-/uittoets branden constant.De kinderslot modusIn de display van elke kookzone is ‘0.’ zichtbaar. Het rode lampje rechtsboven de toets én het rode lampje rechtsboven de aan-/uittoets branden constant.
223 Bediening3.1.11 Kookwekker / EierwekkerEr is een kookwekker voor elke afzonderlijke kookzone. Deze zijn gelijktijdig te gebruiken. Daarnaast is er nog een eierwekker. Zowel de kookwekker als de eierwekker zijn in te stellen op maximaal 99 minuten.De eierwekker werkt hetzelfde als de kookwekker, maar is niet gekoppeld aan een kookzone. De ingestelde eierwekker blijft lopen na het uitschakelen van de kookplaat. De eierwekker kan alleen uitgeschakeld worden als de kookplaat ingeschakeld is. De kookwekker De eierwekkerDe kookwekker is te koppelen aan een kookzone. Dit houdt in dat de kookzone uitschakelt als de ingestelde tijd afgelopen is.De eierwekker is niet gekoppeld aan een kookzone. De ingestelde eierwekker blijft lopen na het uitschakelen van de kookplaat.De eierwekker inschakelenDe kookplaat is ingeschakeld.1.
Druk eenmaal gelijktijdig op de en toets van de kook-/eierwekker.‘00.’ verschijnt in de display en het rode lampje midden onder de display (IDK674884) of rechts onder de display (IDK995) knippert.2. Stel met de of toets de gewenste tijd in.De eierwekker begint te lopen als de stip naast de ingestelde tijd verdwijnt. Het rode indicatielampje blijft knipperen. Als u geen tijd instelt met de en toets gaat de eierwekker na 10 seconden automatisch uit.De eierwekker uitschakelen(Stap 1 en 2 zijn niet van toepassing indien één of meerdere kookzones actief zijn).1. Druk op de aan-/uittoets van de kookplaat.2. Druk gelijktijdig op de en toets van de kook-/eierwekker.De stip naast de ingestelde tijd gaat branden.Type IDK674/884Type IDK995
233 Bediening3. Houd de toets van de kook-/eierwekker ingedrukt tot ‘01.’ in de display verschijnt. Druk daarna nogmaals op de toets. De kook-/eierwekker staat nu in stand-by modus. Na 10 seconden schakelt de kook-/eierwekker automatisch uit.De kookwekker toewijzen en inschakelenDe kookplaat is ingeschakeld. De kookwekker kan alleen gekoppeld worden aan kookzones die actief zijn.1. Druk tweemaal gelijktijdig op de en toets van de kook-/eierwekker om met de klok mee naar de eerste actieve kookzone te schakelen (in deze illustratie is de kookwekker van de zone linksachter actief). Bij elke volgende gelijktijdige aanraking van de en toets gaat u naar kookwekker van de volgende actieve kookzone, deze kookwekker kunt u dan instellen en bekijken.2. Stel met de of toets de gewenste kookduur in. De kookwekker begint te lopen als de stip naast de ingestelde tijd verdwijnt.
243 BedieningHet kook-/eierwekker alarm uitschakelenWanneer de ingestelde tijd/kookduur verstreken is gaat het alarm af terwijl het rode lampje van de actieve kookzone/eierwekker en ‘00’ blijven knipperen. 1. Druk op een willekeurige bedieningstoets om het alarm uit te schakelen.Tip • U kunt de of toets ingedrukt houden om sneller de gewenste kookduur in te stellen. • Drukt u na het inschakelen van de kook-/eierwekker meteen op de toets, dan kunt u de gewenste kookduur beginnen in te stellen vanaf een half uur ( in de display verschijnt ‘30.’).
275 OnderhoudReinigenTipSchakel, voordat u met schoonmaken begint, eerst het kinderslot in.Dagelijkse reiniging • Hoewel overgekookt voedsel niet kan inbranden verdient het aanbeveling de kookplaat direct na gebruik schoon te maken. • Voor de dagelijkse reiniging kunt u het beste een mild reinigingsmiddel en een vochtige doek gebruiken. •Nadrogen met keukenpapier of een droge doek.Hardnekkige vlekken • Ook hardnekkige vlekken zijn met een mild reinigingsmiddel, bijvoorbeeld afwasmiddel, te verwijderen. •Verwijder waterkringen en kalkresten met schoonmaakazijn. • Metaalsporen (ontstaan door schuiven van pannen) zijn vaak lastig te verwijderen. Hiervoor zijn speciale middelen verkrijgbaar. • Verwijder overgekookte voedselresten met een glasschraper. Ook gesmolten kunststof en suiker kunt u verwijderen met een glasschraper.Nooit gebruiken • Gebruik nooit schuurmiddelen.
Deze veroorzaken krasjes waarin zich kalk en vuil ophopen. • Gebruik ook nooit scherpe voorwerpen, zoals staalwol en schuursponsjes.Atag ShineAtag Nederland heeft een serie exclusieve schoonmaakmiddelen samengesteld. Deze zijn te verkrijgen via de website ’www.pelgrimservice.nl’. Hier vindt u ook diverse schoonmaak- en gebruikerstips.
286 Storingen6.1 AlgemeenVoor het telefoonnummer van de servicedienst kunt u de bijgeleverde garantiekaart raadplegen of kijken op ‘www.pelgrimservice.nl’. Indien u een barstje of scheurtje (hoe klein ook) op de glasplaat ziet, schakel dan de kookplaat onmiddellijk uit, neem direct de stekker van de kookplaat uit het stopcontact, verbreek de (automatische) zekering(en) in de meterkast of zet de schakelaar in de meterkast op nul bij een vaste aansluiting. Neem vervolgens contact op met de servicedienst.6.2 StoringstabelWanneer u twijfelt over de goede werking van uw inductiekookplaat betekent dit niet automatisch dat er een defect is. Controleer in elk geval de volgende punten in onderstaande tabel of kijk voor meer informatie op de website ‘www.pelgrimservice.nl’.
SYMPTOOM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSINGBij het in werking stellen verschijnen er tekens ( ) in de displays.Dit is de standaard opstartroutine.Normale werking.De ventilatie blijft nog enkele minuten doorwerken nadat de kookplaat is uitgeschakeld. Afkoeling van de kookplaat. Normale werking.De kookplaat geeft bij de eerste kookbeurten een lichte geur af. Opwarmen nieuw toestel. Dit is normaal en verdwijnt na enkele keren koken.Ventileer de keuken.U hoort een licht tikkend geluid op uw kookplaat.Ook bij lage kookstanden kan een zacht tikkend geluid optreden.Normale werking.De kookpannen maken lawaai tijdens het koken.Dit wordt veroorzaakt door de doorstroming van de energie van de kookplaat naar de kookpan.Bij een hoge kookstand is dit normaal bij bepaalde pannen. Dit is niet schadelijk voor de pannen of de kookplaat.
296 Storingen SYMPTOOM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSINGNadat u een kookzone heeft ingeschakeld blijft de display knipperen.De gebruikte kookpan is niet geschikt voor koken op inductie of heeft een diameter kleiner dan 12 cm.Gebruik een goede pan (zie pagina 11 en 12).Een kookzone stopt plotseling met de werking en er klinkt een signaal.De ingestelde timertijd is voorbij.Schakel het signaal uit door op een willekeurige toets te drukken.De kookplaat werkt niet en er verschijnt niets in de display.Geen stroomtoevoer door defecte voeding of foutieve aansluiting.
Controleer de zekering of de elektrische schakelaar (bij een toestel zonder stekker).Bij het inschakelen van de kookplaat slaat de zekering van de installatie door.Verkeerde aansluiting van de kookplaat.Controleer de elektrische aansluiting.De kookplaat schakelt zomaar uit.U heeft per ongeluk op de aan-/uittoets gedrukt of u heeft twee toetsen tegelijk bediend.Zet de kookplaat weer aan. Foutcode ER22. Het bedieningspaneel is vervuild of er ligt water op.Bedieningspaneel schoon-maken. Foutcode E2. Toestel oververhit. Het toestel laten afkoelen en opnieuw beginnen met koken. Foutcode U400 Spanning te hoog en/of niet goed aangesloten.Laat uw aansluiting wijzigen.Foutcode . U hebt een toets te lang bediend.Bedien de toetsen niet te lang. Overige foutcodes. Generator defect. Neem contact op met de servicedienst.
307 Installatievoorschrift7.1 Waar u op moet letten7.1.1 Veiligheidsvoorschriften installatie • De aansluiting moet voldoen aan de nationale en lokale voorschriften. •Het toestel moet altijd geaard zijn. • Alleen een erkend elektrotechnisch installateur mag dit toestel aansluiten. • Gebruik voor het aansluiten een goedgekeurde kabel (bijvoorbeeld type HO7RR) met de juiste kabel diameters, behorend bij de aansluiting. De kabel ommanteling moet van rubber zijn. • De aansluitkabel moet vrij hangen en mag niet door een lade worden aangestoten. • Wilt u een vaste aansluiting maken, zorg er dan voor dat er een omnipolaire schakelaar met een contactafstand van minimaal 3 mm in de toevoerleiding wordt aangebracht. • Het werkblad waarin de kookplaat wordt ingebouwd moet vlak zijn. • De wanden en het werkblad rondom het toestel moeten minimaal tot 85 °C hittebestendig zijn.
Ook al wordt het toestel zelf niet warm, door de warmte van een hete pan kan de wand verkleuren of vervormen. • Schade ontstaan door verkeerd aansluiten, verkeerd inbouwen of verkeerd gebruik valt niet onder de garantie.7.1.2 Benodigde vrije ruimte rondomVoor een veilig gebruik is voldoende ruimte romdom de kookplaat noodzakelijk. Controleer of deze ruimte aanwezig is.* IDK674: min. 65 cmIDK884: min. 78 cmIDK995: min. 91 cm
327 Installatievoorschrift7.1.4 BeluchtingDe elektronica in het toestel heeft koeling nodig. Het toestel schakelt na korte tijd uit wanneer er onvoldoende lucht circuleert. Aan de onderzijde van het toestel bevinden zich de ventilatie-openingen. Door deze openingen moet koele lucht aangezogen kunnen worden. Aan de voorzijde en onderzijde is het toestel voorzien van uitblaasopeningen. 7.1.5 Inbouwen boven een oven, lade of vaste blendeBeluchting vindt plaats via plint (A) en achterzijde kast (B). Zaag de beluchtingsopeningen (min. 100 cm 2) uit. Luchtaanvoer A is overbodig wanneer er, samen met opening B, ergens anders een opening is waar lucht aangezogen kan worden.Zorg ervoor dat de traverselat de luchtdoorvoer niet hindert.Schaaf of zaag de traverselat C zonodig schuin af.Een lade mag de ventilatie-openingen aan de onderzijde van het toestel niet afsluiten.
Bij een lade moet er aan de voorzijde een spleet gemaakt worden van minimaal de toestelbreedte. De afstand tussen lade A en de kookplaat moet minimaal 10 mm bedragen.ACB
337 Installatievoorschrift7.2 Elektrische aansluitingen7.2.1 Veel voorkomende aansluitingen: •3 fasen met 1 nul aansluiting (3 1N, 400 V~ / 50 Hz): º De spanning tussen de fasen en de nul is 230 V~. Tussen de fasen staat een spanning van 400 V~. Breng een verbindingsbrug aan tussen de aansluitpunten 4-5. Fase 3 wordt niet belast. Uw groepen moeten afgezekerd zijn met minimaal 16 A (3x). De aan-sluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 2,5 mm2. •2 fasen met 2 nullen aansluiting (2 2N, 230 V~ / 50 Hz): º De spanning tussen de fasen en de nullen is 230 V~. Uw groep moet afgezekerd zijn met minimaal 16 A (2x). De aansluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 2,5 mm2. 7.2.2 Speciale aansluitingen: •1 fase aansluiting (1 1N, 230 V~ / 50 Hz): º De spanning tussen de fase en de nul is 230 V~. Breng verbindings bruggen aan tussen de aansluitpunten 1-2 en 4-5.
Uw groep moet afgezekerd zijn met minimaal 32 A. De aan sluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 6 mm2.7.2.3 Aansluiting voor kookplaten met 5 kookzones: •3 fasen met 1 nul aansluiting (3 1N, 400 V~ / 50 Hz): º De spanning tussen de fasen en de nul is 230 V~. Tussen de fasen staat een spanning van 400 V~. Breng een verbindingsbrug aan tussen de aansluitpunten 4-5. Uw groepen moeten afgezekerd zijn met minimaal 16 A (3x). De aan sluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 2,5 mm2.rechterzonesmiddenzoneslinkerzone
347 InstallatievoorschriftMet de op het aansluitblok aanwezige bruggen, kunt u de vereiste doorverbindingen maken, zoals in deze illustraties staat aangegeven. Zet de kabel vast met de trekontlasting en sluit het deksel.Aansluitpunt, wandcontactdoos en stekker moeten te allen tijde bereikbaar blijven.
357 Installatievoorschrift7.3 InbouwenControleer of het keukenmeubel en de uitsparing voldoen aan de gestelde eisen ten aanzien van afmetingen en venti-latie.Behandel van kunststof of houten werkbladen de kopse kanten met eventueel afdichtvernis, om uitzetten van het werkblad door vocht te voorkomen.Leg het toestel omgekeerd op het aanrechtblad.Monteer de aansluitkabel aan het toestel conform de gestelde eisen (zie pagina 30).Verwijder de beschermfolie van het afdichtband en plak het band in de groef van de aluminium profi elen of op de rand van de glasplaat. Plak het afdichtband niet door de hoek, maar knip 4 stukken die goed aansluiten in de hoek. Keer het toestel om en leg het in de uitsparing. Sluit het toestel aan op het elektriciteitsnet. Het toestel is nu gebruiksklaar. Controleer de werking.
368.1 Afvoeren toestel en verpakkingBij de vervaardiging van dit toestel is gebruik gemaakt van duurzame materialen. Dit toestel moet aan het eind van zijn levenscyclus op verantwoorde wijze worden afgevoerd. De overheid kan u hierover informatie verschaffen.De verpakking van het toestel is recyclebaar. Gebruikt kunnen zijn: •karton; •polyethyleenfolie (PE); •CFK- vrij polystyreen (PS- hardschuim). Deze materialen dient u op verantwoorde wijze en conform de overheidsbepalingen af te voeren. Om op de verplichting tot gescheiden verwerking van elektrische huishoudelijke apparatuur te wijzen, is op het product het symbool van een doorgekruiste vuilnisbak aangebracht. Dit betekent dat het apparaat aan het einde van zijn levensduur niet bij het gewone huisvuil mag worden gevoegd.
Het toestel moet naar een speciaal centrum voor gescheiden afvalinzameling van de gemeente worden gebracht of naar een verkooppunt dat deze service verschaft. Het apart verwerken van huishoudelijke apparaten voorkomt mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid die door een ongeschikte verwerking ontstaat. Het zorgt ervoor dat de materialen waaruit het apparaat bestaat, teruggewonnen kunnen worden om een aanmerkelijke besparing van energie en grondstoffen te verkrijgen.8 Bijlage
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Pelgrim IDK884ONY stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis Pelgrim
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis