Pelgrim IDK 332 Handleiding

Pelgrim Fornuis IDK 332

Bekijk gratis de handleiding van Pelgrim IDK 332 (37 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 27 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Pelgrim IDK 332 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/37
handleiding
notice dutilisation
IDK664
IDK332

Beoordeel deze handleiding

5.0/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Pelgrim
Categorie: Fornuis
Model: IDK 332

Handleiding Pelgrim IDK 332 – volledige tekst

veiligheid7uw inductiekookplaat6AlgemeenWerking inductieIn het toestel wordt een magnetisch veld opgewekt. Door een pan met een ijzeren bodem op een kookzone te plaatsen ontstaat in de panbodem een inductiestroom. Deze inductiestroom wekt warmte op in de panbodem.De spoel (1) in de kookplaat (2) wekt een magnetisch veld (3) op. Door een pan met een ijzeren bodem (4) op de spoel te plaatsen ontstaat in de panbodem een inductiestroom.ComfortabelDe elektronische regeling is nauwkeurig en eenvoudig in te stellen. Op de laagste stand kunt u bijvoorbeeld chocolade direct in de pan smelten of ingrediënten bereiden die u gewoonlijk au bain marie verwarmt.SnelDoor het hoge vermogen van de inductiekookplaat gaat het aan de kook brengen erg snel. Het doorkoken kost even veel tijd als koken op een andere kookplaat.SchoonDe kookplaat is eenvoudig te reinigen.

Doordat de kookzones niet heter worden dan de pan zelf, kunnen voedselresten niet inbranden.VeiligDe warmte wordt opgewekt in de pan zelf. De glasplaat wordt niet warmer dan de pan. Hierdoor blijft de kookzone een stuk koeler dan die van bijvoorbeeld een keramische kookplaat of een gasbrander. Na het wegnemen van een pan is de kookzone snel afgekoeld.

veiligheid9veiligheid8Gebruik van vet en olien Vet en olie zijn bij oververhitting ontvlambaar. n Ga niet te dicht bij de pan staan.n Indien de olie vlam vat, doof het vuur met water.nooitn Plaats onmiddellijk een deksel op de pan en schakel de kookzone uit. Gebruik van andere apparaten in de buurt van de kookplaatn Voorkom dat snoeren van elektrische apparaten, zoals van een mixer bijvoorbeeld, terechtkomen op de hete kookzones. Flambeer nooit onder de afzuigkapn Door de hoge vlammen kan brand ontstaan, ook bij een uitgeschakelde afzuigkap.Hogedrukreiniger of stoomreinigersn Gebruik nooit een hogedrukreiniger of stoomreinigers. Glasplaatn Dit kooktoestel is ontworpen voor huishoudelijk gebruik. Gebruik het alleen voor het bereiden van gerechten.n Let op dat de pan niet droogkookt.

Schade ontstaan door droogkoken valt buiten de garantie.n De glaskeramische plaat is zeer sterk, maar niet onbreekbaar. Wanneer er bijvoorbeeld een kruidenpotje of een puntig voorwerp op zou vallen, kan er een breuk ontstaan.n Gebruik het kookvlak niet als opslagplaats.n Leg geen metalen voorwerpen, zoals bakvormen, koektrommels, deksels van pannen of bestek op de kookzone. Deze kunnen zeer snel heet worden en brandwonden veroorzaken.

bediening11bediening10InstellenDe inductiekookplaat is voorzien van een restwarmte-indicatie, automatische kookduurbegrenzing, aankookautomaat en kinderslot. Op deze en de volgende pagina’s kunt u lezen hoe u gebruik maakt van deze voorzieningen.Inschakelen1. Zet een pan op een kookzone.2. Draai de knop van de betreffende zone met de klok mee om het gewenste vermogen in te stellen.Vermogen instellen1. Stel een hoger of lager vermogen in door de knop te draaien.De kookzones hebben 9 standen. UitschakelenSchakel de zone uit door de betreffende knop weer terug in de uitgangspositie te draaien.VermogenHet vermogen van de grote zone(s) is instelbaar van 70 - 2300 Watt en het vermogen van de kleine zone(s) van 40 - 1400 Watt.

bediening bediening12 13Stand 9Stand 9 is geschikt voor het aan de kook brengen van water. Deze stand is te hoog voor het verhitten van boter of melk en veel te hoog voor ontdooien. Raadpleeg om de techniek te leren kennen de kooktabel in het hoofdstuk comfortabel koken.Restwarmte-indicatorNa een intensief gebruik van een kookzone kan de gebruikte zone nog enkele minuten warm blijven.Zolang de kookzone warm is, zal er een “H” in het display blijven staan.KookduurbegrenzingWanneer de tijd verstreken is schakelt de zone automatisch uit. Kookduurbegrenzing is een veiligheidsfunctie van uw kookplaat. Deze stopfunctie wordt automatisch ingeschakeld indien u uw kookplaat na een bereiding vergeet uit te zetten. De kookplaat kan na het uitschakelen gewoon opnieuw ingeschakeld worden. De tijd is afhankelijk van de ingestelde kookstand:Kook stand Minuten1 5202 4023 3184 2605 2126 1707 1398 1139 90

pannen15bediening14Oververhittingsbeveiligingen Het toestel kan oververhit raken, wanneer:n de pan de warmte niet goed geleidt;n vet of olie op een hoge stand verhit wordt;n er onvoldoende luchtcirculatie is (zie ook ventilatiebeveiliging bij het in- stallatievoorschrift).In geval van oververhitting leidt dit bij de desbetreffende kookzone, respectievelijk alle kookzones, tot een van de volgende reacties:n de kookplaat zal het toegevoerde vermogen iets laten afnemen;n wanneer dit niet helpt zal de kookplaat uitschakelen en de melding E2 in de displays laten zien.Wanneer de kookplaat voldoende is afgekoeld verdwijnt de melding E2 weer en kunt u het toestel opnieuw inschakelen.

Voorkom dat de oververhittingsbeveiliging van het toestel geactiveerd wordt door: n pannen te gebruiken die de warmte goed geleiden;n vet of olie op een lagere stand te verhitten;n voldoende luchtcirculatie.Neem contact op met de servicedienst of een erkend vakman indien de oververhittingsbeveiliging desondanks opnieuw geactiveerd wordt.

U kunt zelf met een magneet controleren of uw pannen geschikt zijn.Een pan is geschikt wanneer:n de panbodem wordt aangetrokken door een magneet;n de pan geschikt is voor elektrisch koken.Gebruik alleen pannen met een dikke (minimaal 2,25 mm), vlakke bodem die geschikt zijn voor inductiekoken. Het beste zijn pannen met het “Class Induction” keurmerk. Pannen, waarvan de bodem niet magnetisch is of niet geschikt zijn voor elektrisch koken, zijn ongeschikt voor gebruik op de inductiekookplaat.Geschiktn speciale roestvrijstalen pannen voor inductiekoken;n solide geëmailleerde pannen;n geëmailleerde gietijzeren pannen.OngeschiktAardewerk, aluminium, kunststof, koper, porselein, roestvrijstaalWees voorzichtig met plaatstaal geëmailleerde pannen. Deze kunnen beschadigd raken als ze gebruikt worden voor inductiekoken. Met name wanneer deze pannen een te dunne bodem hebben.

Bij plaatstaal geëmailleerde pannen kan:n email afspringen (het email laat los van het staal) wanneer u de kookplaat op een hoge stand inschakelt terwijl de pan (te) droog is;n de panbodem kromtrekken door bijvoorbeeld oververhitting of door gebruik van een te hoog vermogen.Gebruik nooit pannen met een vervormde bodem. Een holle of bolle bodem kan de werking van de oververhittingsbeveiliging belemmeren. Het toestel wordt te warm. Hierdoor kan de glasplaat barsten en de panbodem smelten.Schade, ontstaan door het gebruik van ongeschikte pannen of droogkoken, valt buiten de garantie.pannen pannen16 17

KooktabelDe onderstaande tabel is uitsluitend bedoeld als leidraad, omdat de instelwaarde afhankelijk is van de hoeveelheid en samenstelling van het gerecht en de pan.Gebruik de hoogste stand voor:n snel aan de kook brengen;n slinken van bladgroenten;n blancheren van groenten;n verhitten van olie en vet;n bakken van biefstuk (saignant, rood);n onder druk brengen van een snelkookpan;n koken van glad gebonden pudding en vla.Gebruik een iets lagere stand voor:n aanbraden van vlees;n bakken van platvis, dunne moten of filet;n bakken van gare aardappelen;n bereiden van glad gebonden soepen en sauzen;n bakken van omeletten;n bakken van biefstuk (medium, rozerood);n frituren (afhankelijk van de temperatuur en de hoeveelheid).Gebruik een stand iets boven de middelste stand voor:n bakken van dikke pannenkoeken;n bakken van dik, gepaneerd vlees;n gaar bakken van dun vlees;n doorbraden van groot vlees;n uitbakken van spek of bacon;n bakken van rauwe aardappelen;n bakken van wentelteefjes;n bakken van gepaneerde vis;n bakken van dun, gepaneerd vlees;n bakken van omeletten.comfortabel koken comfortabel kok18 19

AlgemeenDagelijkse reinigingHoewel overgekookt voedsel niet kan inbranden verdient het aanbeveling de kookplaat direct na gebruik schoon te maken. Voor de dagelijkse reiniging kunt u het beste een mild reinigingsmiddel en een vochtige doek gebruiken. Nadrogen met keukenpapier of een droge doek.Hardnekkige vlekkenOok hardnekkige vlekken zijn met een mild reinigingsmiddel, bijvoorbeeld afwasmiddel, te verwijderen. Verwijder waterkringen en kalkresten met schoonmaakazijn. Metaalsporen (ontstaan door schuiven van pannen) zijn vaak lastig te verwijderen. Hiervoor zijn speciale middelen verkrijgbaar in de handel.Overgekookte voedselresten verwijderen met een glasschraper. Ook gesmolten kunststof en suiker kunt u verwijderen met een glasschraper.Nooit gebruikenSchuurmiddelen mag u nooit gebruiken. Deze veroorzaken krasjes waarin zich kalk en vuil ophopen.

Gebruik ook nooit scherpe voorwerpen, zoals staalwol en schuursponsjes.Schakel, voordat u met schoonmaken begint, eerst het kinderslot in.onderhoud storingen20 21

storingen22 23 milieuaspectenAlgemeenRaadpleeg bij storingen het telefoonnummer van de servicedienst. Zie hiervoor de bijgeleverde garantiekaart of raadpleeg de internet site www.hps.nl.Indien u een barstje of scheurtje (hoe klein ook) op de glasplaat vaststelt, schakel dan de kookplaat onmiddellijk uit, haal meteen de stekker van de kookplaat uit het stopcontact, verbreek de (automatische) zekering(en) in de meterkast of zet de schakelaar in de toevoerleiding op nul bij een vaste aansluiting. Neem vervolgens contact op met de servicedienst.Alleen een erkend elektrotechnisch installateur mag dit toestel aansluiten!De installatie moet geschieden volgens de nationale en lokale geldende voorschriften. Schade ontstaan door verkeerd aansluiten of verkeerd inbouwen valt niet onder de garantie.

24 25 installatievoorscinstallatievoorschriftAlgemeenDit toestel voldoet aan alle relevante CE richtlijnen.Op het gegevensplaatje aan de onderzijde van het toestel wordt de totale aansluitwaarde, de vereiste spanning en de frequentie aangegeven.VeiligheidAlleen een erkend elektrotechnisch installateur mag dit toestel aansluiten. De aansluiting moet voldoen aan de nationale en lokale voorschriften. Het toestel moet altijd geaard zijn.Schade ontstaan door verkeerd aansluiten, verkeerd inbouwen of verkeerd gebruik valt niet onder de garantie.Voor een goede werking van het toestel is het van belang dat:n de aansluitkabel vrij hangt en niet door een lade wordt aangestoten;n het werkblad vlak is.De wanden en het werkblad rondom het toestel moeten van hittebestendig (>85 °C) materiaal zijn.

26 27 installatievoorsc4 3 2 11N a.c. 400V / 50 Hzinductiegeneratoren rechtsinductiegeneratoren linksinstallatievoorschriftHet toestel kan op de volgende manieren worden aangesloten:Veel voorkomende aansluitingen2 fasen met 2 nullen aansluiting (2 2N a.c. 230 V / 50 Hz):De spanning tussen de fase en de nul is 230 V a.c. Tussen de fasen kan een spanning van 0 V staan wanner deze in de meterkast zijn aangesloten op dezelfde fase maar ook 400 V wanneer deze zijn aangesloten op 2 verschillende fasen. Uw groepen moeten afgezekerd zijn met minimaal 16 A (2x). De aansluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 2,5 mm2. 3 fasen met 1 nul aansluiting (3 1N a.c. 400 V / 50 Hz):De spanning tussen de fasen en de nul is 230 V ac. Tussen de fasen staat een spanning van 400 V. Breng een verbindingsbrug aan tussen de aansluitpunten 3-4. Fase 3 wordt niet belast en kan niet worden aangesloten.

2928 installatievoorscinstallatievoorschriftBijzondere aansluitingen3 fasen aansluiting (3 a.c. 230 V / 50 Hz):De spanning tussen de fasen is 230 V a.c. Breng een verbindingsbrug aan tussen de aansluitpunten 3-4. Uw groepen moeten afgezekerd zijn met minimaal 16 A (3x). De aansluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 2,5 mm 2.Met de op het aansluitblok aanwezige bruggen kunt u de vereiste doorverbin-dingen maken zoals in voorgaande illustraties staat aangegeven. VeiligheidsvoorschriftenVoor een goede werking van het toestel is het volgende van belang:n Dat er voldoende ventilatie aanwezig is voor het koelen van de kookplaat, een en ander volgens de in dit hoofdstuk gespecificeerde mogelijkheden.n De ventilatielucht die de kookplaat aanzuigt mag niet warmer zijn dan 35 °C.

Houd hier rekening mee als u een oven onder de kookplaat inbouwt.n Dat de aansluitkabel vrij hangt en niet door een lade aangestoten wordt.n Het aanrechtblad moet minimaal 2,8 cm en mag maximaal 5 cm dik zijn.n Dat het aanrechtblad vlak is.inductiegeneratoren rechtsinductiegeneratoren links4 3 2 13 a.c. 230V / 50 Hz

31 installatievoorscinstallatievoorschrift30Afmetingen uitsparing in werkbladGebruik het bijgeleverde koppelprofiel wanneer de toestellen strak tegen elkaar gemonteerd worden. Hou minimaal een rand van 60 mm tussen de uitsparingen indien het koppelprofiel niet wordt gebruikt.Benodigde vrije ruimte rondom:min. 600 mmmin. 650 mmmin. 450 mmmin. 40 mmafzuigkapkastzijwandkookplaatmin. 40 mmmin.50XYKoppelprofielxyxyxyx490 490 490y290 620 950

32 33 installatievoorscinstallatievoorschriftBoven een 60 cm oven van het merk PelgrimNismaat minimaal 600 mm hoog. Beluchting vindt plaats via plint en achterzijde oven. Bij een oven moet er aan de voorzijde een spleet gemaakt worden van minimaal 560 x 3 mm. Zaag de beluchtingsopeningen “A” + “B” uit (100 cm2). Maak een uitsparing “C” in de zijwand van de keukenkast voor het doorvoeren van de aansluitkabel. De kookplaat mag alleen met Pelgrim-ovens worden gecombineerd, niet met combitrons.Let er op dat de aansluitkabels vrij hangen. Is er een lade onder de inductiekookplaat, zorg er dan voor dat de lade niet boven de rand gevuld is om de beluchting niet te belemmeren.600CBA

3534 table des matièinstallatievoorschrift1. Controleer of het keukenmeubel en de uitsparing voldoen aan de gestelde eisen (uitsparing in werkblad zagen).2. Verwijder de beschermfolie van het afdichtband (A) en plak het band in de groef van de aluminium profielen of op de rand van de glasplaat. Plak het afdichtband niet door de hoek, maar knip 4 stukken die goed aansluiten in de hoek.3. Als het werkblad van hout is, behandel dan de kopse kanten van het werkblad met afdichtvernis, om uitzetten van het werkblad door vocht te voorkomen.4. Keer het toestel om en leg het in de uitsparing. 5. Sluit het toestel aan op het elektriciteitsnet. Alle displays zullen even oplichten. Het toestel is nu gebruiksklaar.6. Controleer de werking. Indien het toestel fout is aangesloten zal het niets in de displays laten zien.7. Overhandig de gebruiksaanwijzing aan uw cliënt.A

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Pelgrim IDK 332 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden