Pelgrim AM 977 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Pelgrim AM 977 (28 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 17 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Pelgrim AM 977 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/28
700001703200
Dit plaatje bevindt zich aan de bovenzijde van het toestel.
Houd, wanneer u contact opneemt met de serviceafdeling,
de productiecode (PCODE)
en het volledige itemnummer (ITEMNR) bij de hand.
Adressen en telefoonnummers van de serviceorganisatie vindt u op de garantiekaart.
plak hier het toestel-identificatieplaatje

Beoordeel deze handleiding

5.0/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Pelgrim
Categorie: Fornuis
Model: AM 977

Handleiding Pelgrim AM 977 – volledige tekst

700001703200Dit plaatje bevindt zich aan de bovenzijde van het toestel.Houd, wanneer u contact opneemt met de serviceafdeling, de productiecode (PCODE) en het volledige itemnummer (ITEMNR) bij de hand.Adressen en telefoonnummers van de serviceorganisatie vindt u op de garantiekaart.plak hier het toestel-identificatieplaatje

4uw inductiekookplaatInleidingDeze inductiekookplaat is ontworpen voor de echte kookliefhebber. Koken opeen inductiekookplaat heeft een aantal voordelen. Het is comfortabel, omdatde kookplaat snel reageert en ook op een zeer laag vermogen is in te stellen.Dankzij het hoge vermogen gaat het aan de kook brengen zeer snel.De ruime afstanden tussen de kookzones maken het koken comfortabel.De kookzones zijn nauwkeurig regelbaar door middel van tiptoetsen. Destanden zijn bedoeld als referentie, hierdoor kunt u snel een bepaaldeinstelling kiezen.Koken op een inductiekookplaat verschilt met koken op een traditioneeltoestel. Inductiekoken maakt gebruik van een magnetisch veld om warmte opte wekken.

Dit betekent dat u niet zomaar een willekeurige pan kunt gebruiken.Het hoofdstuk pannen geeft u hierover meer informatie.Voor optimale veiligheid is de inductiekookplaat uitgerust met meerderetemperatuurbeveiligingen en een restwarmtesignalering die aangeeft welkekookzones nog heet zijn.In deze handleiding staat beschreven op welke manier u de inductiekookplaatzo optimaal mogelijk kunt benutten. Naast informatie over de bediening treft uook achtergrondinformatie aan die van dienst kan zijn bij het gebruik van ditproduct.Daarnaast zijn kooktabellen en onderhoudstips opgenomen.De veiligheidsvoorschriften die van belang zijn tijdens de installatie zijnopgenomen in het hoofdstuk 'installatievoorschrift'.Bewaar deze handleiding zorgvuldig. De handleiding dient als referentievoor de servicedienst.

Plak daarom het gegevensplaatje welke op deglasplaat geplakt is op de achterzijde van deze handleiding in hetdaarvoor bestemde kader.Zodra u de servicedienst belt zullen de medewerkers vragen naar de gegevensop het bijgeleverde gegevensplaatje. Wanneer u deze gegevens niet hebt ishet verlenen van een goede service moeilijker.Veel kookplezier!

5uw inductiekookplaatAlgemeenWerking inductieIn het toestel wordt een magnetisch veld opgewekt. Door een pan met eenijzeren bodem op een kookzone te plaatsen ontstaat in de panbodem eeninductiestroom. Deze inductiestroom wekt warmte op in de panbodem.De spoel (1) in de kookplaat (2) wekteen magnetisch veld (3) op. Door eenpan met een ijzeren bodem (4) op despoel te plaatsen ontstaat in depanbodem een inductiestroom.ComfortabelDe elektronische regeling is nauwkeurig en eenvoudig in te stellen. Op delaagste stand kunt u bijvoorbeeld chocolade direct in de pan smelten ofingrediënten bereiden die u gewoonlijk au bain marie verwarmt.SnelDoor het hoge vermogen van de inductiekookplaat gaat het aan de kookbrengen erg snel. Het doorkoken kost even veel tijd als koken op een anderekookplaat.SchoonDe kookplaat is eenvoudig te reinigen.

Doordat de kookzones niet heterworden dan de pan zelf, kunnen voedselresten niet inbranden.VeiligDe warmte wordt opgewekt in de pan zelf. De glasplaat wordt niet warmer dande pan. Hierdoor blijft de kookzone een stuk koeler dan die van bijvoorbeeldeen keramische kookplaat of een gasbrander. Na het wegnemen van een pan isde kookzone snel afgekoeld.

6veiligheidWaar u op moet lettenInductiekoken is uiterst veilig. Omdat de warmte in de pan wordt opgewekt ende glasplaat niet warmer wordt dan de inhoud van de pan, is de kans klein datu zich aan het toestel zou branden. Toch zijn er, net als bij elk toestel, eenaantal zaken waar u op moet letten.Aansluiten en reparatieIDit toestel mag alleen door een erkend installateur worden aangesloten.IOpen nooit de behuizing van het toestel. Alleen een servicetechnicus maghet toestel openen. Maak het toestel spanningsloos voordat met reparatiewordt gestart. Bij voorkeur door de stekker uit het stopcontact te halen, de(automatische) zekering(en) uit te schakelen of de schakelaar in detoevoerleiding op de nul te zetten bij een vaste aansluiting.IGebruik een toestel dat een breuk of scheurtjes vertoont niet meer.

Schakelhet toestel onmiddellijk uit, maak het spanningsloos om elektrischeschokken te voorkomen en bel de servicedienst.Eerste keer gebruikenIAls de kookplaat voor de eerste keer gebruikt wordt zult u een'nieuwigheidsluchtje' ruiken. Het is de lak van het toestel die opgewarmdwordt. Dit is normaal. Door te ventileren verdwijnt de geur vanzelf.Zorg voor voldoende ventilatie tijdens het gebruikIHoud natuurlijke ventilatieopeningen open. Wanneer er zich een lade onder de kookplaat bevindtIZorg voor enkele centimeters afstand tussen de kookplaat en de inhoud vande lade.ILeg geen brandbare voorwerpen in de lade. De kookzones worden warm tijdens gebruik en blijven na gebruik ook een tijd warm ( zie ook 'restwarmte-indicator', verderop in dezehandleiding)ILaat geen kleine kinderen in de buurt tijdens en vlak na het koken.

7veiligheidGebruik van vet en olieIVet en olie zijn bij oververhitting ontvlambaar. IGa niet te dicht bij de pan staan.IIndien de olie vlam vat, doof het vuur met water.nooit IPlaats onmiddellijk een deksel erop en schakel de kookzone uit. Gebruik van andere apparaten in de buurt van de kookplaatIVoorkom dat snoeren van elektrische apparaten, zoals van een mixerbijvoorbeeld, terechtkomen op de hete kookzones. Flambeer nooit onder de afzuigkapIDoor de hoge vlammen kan brand ontstaan, ook bij een uitgeschakeldeafzuigkap.Hogedrukreiniger of stoomreinigersIGebruik nooit een hogedrukreiniger of stoomreinigers. GlasplaatIDit kooktoestel is ontworpen voor huishoudelijk gebruik. Gebruik het alleenvoor het bereiden van gerechten.ILet op dat de pan niet droogkookt. Schade ontstaan door droogkoken valtbuiten de garantie.IDe glaskeramische plaat is zeer sterk, maar niet onbreekbaar.

Wanneer erbijvoorbeeld een kruidenpotje of een puntig voorwerp op zou vallen, kan ereen breuk ontstaan.IGebruik het kookvlak niet als opslagplaats.ILeg geen metalen voorwerpen, zoals bakvormen, koektrommels, deksels vanpannen of bestek op de kookzone. Deze kunnen zeer snel heet worden enbrandwonden veroorzaken.

8Tijdens gebruikIHoud rekening met de zeer snelle opwarmtijd op de hogere standen. Blijf eraltijd bij staan als u een kookzone op een hoge stand heeft ingesteld.ILaat nooit een lege pan op een ingeschakelde kookzone staan. Hoewel dekookzone beveiligd is tegen oververhitten, wordt de pan zeer heet en bestaatde kans dat deze beschadigd raakt.IHoud tijdens het gebruik van de inductiekookplaat magnetiseerbarevoorwerpen (creditcards, bankpasjes, diskettes, horloges e.d.) uit de buurtvan het toestel. Wij adviseren pacemaker-dragers om eerst de hartspecialistte raadplegen.IGebruik het toestel niet beneden 5 °C.veiligheid

9bedieningInstellenDe inductiekookplaat is voorzien van een restwarmte-indicatie, automatischetimer, automatische kookduurbegrenzing en kinderslot. Op deze en devolgende pagina's kunt u lezen hoe u gebruik maakt van deze voorzieningen.Inschakelen1. Zet een pan op een kookzone.2. Druk op de centrale aan/uit toets. In de displays verschijnen liggende streepjes. Doorop de plustoets van de desbetreffende zone tedrukken kunt u het gewenste vermogen instellen.Indien u geen kookvermogen ingeeft, zullen de kookzones automatisch worden uitgeschakeld.Vermogen instellen1. Druk op de + toets. 2. Stel een hogere of lagere stand in door nog eenkeer op de + of - toets te drukken.De kookzones hebben 12 standen. Dit zijn: 1 / 2 / 3 / 4 / 4. / 5 / 5. / 6 / 6.

/ 7 / 8 en 9UitschakelenSchakel de zone meteen uit met de centrale aan/uit toets of druk net zo langop de - toets totdat er een liggend streepje staat.VermogenHet vermogen voor de zone linksvoor is instelbaar van 50 tot 3100 Watt, voorlinksachter van 50 tot 2000 Watt en voor de rechter zones van 50 tot 2800 Watt.Twee achter elkaar liggende kookzones worden bestuurd door één generator.Dit heeft als voordeel dat per kookzone een hoog vermogen gerealiseerd kanworden. Dit is ideaal voor het zeer snel aan de kook brengen van gerechten envloeistoffen, frituren of het aanbraden van grote hoeveelheden.Wanneer beide achter elkaar liggende kookzones tegelijk ingeschakeld zijn,wordt het vermogen automatisch verdeeld. Tot stand 5 heeft dit geenconsequenties. Stelt u echter een kookzone in op stand 5 of hoger dan zal deandere kookzone automatisch terugschakelen (zie tabel pag. 10).

10 bedieningDe kookzone die u het laatst inschakelt gaat tot stand 5. Wilt u deze zone opeen hoger vermogen instellen, stel dan eerst een andere zone in op een lagervermogen.Maximale combinaties:Achter elkaar liggende zones beïnvloeden elkaar. Zones naast elkaar kunnentegelijkertijd op een hoge stand worden ingesteld. U hoort een tikkend geluidals twee achter elkaar liggende zones tegelijk ingeschakeld zijn. Dit wordtveroorzaakt doordat het toestel overschakelt van de achterste naar de voorstekookzone en omgekeerd.Twee naast elkaar liggendekookzones beïnvloeden elkaar niet.U kunt ze dus gelijktijdig op eenhoge stand instellen.Even wennen...In het begin zult u verrast zijn door de snelheid van het toestel. Vooral het aande kook brengen op een hogere stand gaat zeer snel. Om overkoken ofdroogkoken te voorkomen, kunt u er het beste altijd bij blijven staan.

Bijinductiekoken wordt alleen dat deel van de zone benut waar de pan op staat. Gebruikt u een kleine pan op een grote zone, dan zal het vermogen zichaanpassen aan de diameter van de pan. Het vermogen zal dus kleiner zijn enhet zal langer duren voordat het gerecht in de pan aan de kook is. Het besteresultaat bereikt u door een pan te nemen die dezelfde afmetingen heeft als dekookzone. Als een te kleine pan gebruikt wordt zal de kookzone nietinschakelen. De minimum diameter is 12 cm.Voorste zone Achterste zone5 95 met punt 87 78 5 met punt9 5

11 bedieningStand 9Stand 9 is geschikt voor het aan de kook brengen van water. Deze stand is tehoog voor het verhitten van boter of melk en veel te hoog voor ontdooien.Raadpleeg om de techniek te leren kennen de kooktabel in het hoofdstukcomfortabel koken.Stand 8Stand 8 is de grillstand. Deze stand is geschikt om vlees te bakken. Op stand 9gaat dit veel te hard; de melkbestanddelen in de margarine verbrandenvoordat de margarine gesmolten is.Restwarmte-indicatorNa een intensief gebruik van een kookzone kan de gebruikte zone nog enkeleminuten warm blijven.Zolang de kookzone te warm blijft, zal er een“H” in het display blijven staan.Automatische timerDe uitschakeltimer kunt u als kookwekker of als uitschakeltimer voor allekookzones gebruiken.1. Zet een pan op de kookzone.2. Schakel deze kookzone in. 3. Stel een tijd in (0-99 min.) d.m.v. de + en -toetsen van de timer.4.

12 bedieningDe kookduur kunt u op elk moment wijzigen. Als de ingestelde tijd verstreken ishoort u een pieptoon en schakelt de desbetreffende zone uit. U kunt depieptoon uitschakelen d.m.v. de + en - toets van de timer. Wanneer u dit nietdoet, zal de pieptoon na 30 minuten automatisch uitschakelen.Kookduurbegrenzingls de tijd verstreken is schakelt de zone automatisch uit. Kookduurbegrenzing iseen veiligheidsfunctie van uw kookplaat. Deze stopfunctie wordt automatischingeschakeld indien u uw kookplaat na een bereiding vergeet uit te zetten:Kookstand Uren1 92 93 54 54. 55 45. 46 46. 37 28 19 1

13 bedieningKinderslotUw kookplaat beschikt over een kinderslot waarmee u de kookplaat kuntvergrendelen:Iop het moment dat de kookplaat is uitgeschakeld (met het oog op reinigingvan de kookplaat) of om onbedoeld inschakelen (bijv. door kinderen) tevoorkomen;Gebruik het kinderslot niet tijdens het koken. De kookzone zal danuitschakelen.InschakelenDruk de aan/uit toets 3 seconden in. Het lampje boven de toets gaat branden.UitschakelenDruk de aan/uit toets 3 seconden in. Het lampje boven de toets gaat uit.Extra zekerheidVeiligheid kookplaat IEen sensor controleert ononderbroken de temperatuur van de onderdelenvan de kookplaat. Bij een te hoge temperatuur wordt het vermogen van dekookplaat automatisch verlaagd.IZodra u de kookpan van de kookplaat verwijdert, stopt automatisch dekookactiviteit.

Wen uzelf echter aan altijd de kookplaat of zone na gebruikuit te schakelen om onbedoeld inschakelen te voorkomen.Veiligheid kookpannen Elke kookzone is voorzien van een sensor die ononderbroken de temperatuurvan de bodem van de kookpan controleert om elk risico op oververhitting bijbijvoorbeeld een drooggekookte pan te vermijden.Veiligheid metalen voorwerpenEen klein voorwerp zoals een te kleine kookpan (kleiner dan 12 cm), een vork ofeen lepel wordt door de kookplaat niet als een kookpan gedetecteerd. Hetdisplay van de zone knippert en de kookplaat wordt niet ingeschakeld.

14 bedieningOververhittingsbeveiligingen Het toestel kan oververhit raken, wanneer:Ide pan de warmte niet goed geleidt;Ivet of olie op een hoge stand verhit wordt;Ier onvoldoende luchtcirculatie is.In geval van oververhitting leidt dit bij de desbetreffende kookzone,respectievelijk alle kookzones, tot een van de volgende reacties:Ide kookplaat zal het toegevoerde vermogen iets laten afnemen;Iwanneer dit niet helpt zal de kookplaat uitschakelen en een F8 in de displayslaten zien.Wanneer de kookplaat voldoende is afgekoeld, kunt u deze weer inschakelen. Voorkom dat de oververhittingsbeveiliging van het toestel geactiveerd wordtdoor: Ipannen te gebruiken die de warmte goed geleiden;Ivet of olie op een lagere stand te verhitten;Ivoldoende luchtcirculatie.Neem contact op met de servicedienst of een erkend vakman indien deoververhittingsbeveiliging desondanks opnieuw geactiveerd wordt.

15 pannenDe kookplaat optimaal gebruikenHet warmteverlies is minimaal omdat de warmte in de pan zelf opgewekt wordt.Bij kleinere pannen wordt alleen dat deel van de zone geactiveerd dat contactmaakt met de panbodem. Een bijkomend voordeel is dat de handgrepen vande pan niet warm worden door stralingswarmte langs de pan.1. Warmteverlies en hetehandgrepen bij eenconventionele kookplaat.2. Geen warmteverlies en koudehandgrepen bij inductiekoken.Zandkorreltjes kunnen krasjes veroorzaken die niet meer te verwijderen zijn.IZet alleen pannen met een schone bodem op het kookvlak.ITil pannen altijd op als u ze verplaatst.IGebruik de kookplaat niet als werkvlak.Schuif de panbodem over een (vochtige) doek, voordat u de pan op hetkookvlak zet. Dit voorkomt dat er zandkorreltjes en dergelijke op het kookvlakterechtkomen.Til pannen altijd op;schuif er nooit mee.

Kook altijd met het deksel op depan om energieverlies tevoorkomen.Bij inductiekoken wordt gebruik gemaakt van een magnetisch veld om warmteop te wekken. Daarom moet de panbodem ijzer bevatten en dus magnetischzijn. De kookzones van de kookplaat hebben de volgende diameters:rechtsvoor en rechtsachter 18 cm, linksvoor 21 cm en linksachter 16 cm. Dekookplaat past zich echter automatisch aan bij gebruik van kleinere of groterepannen. Bij kleinere pannen is er dus geen energieverlies, maar het vermogenis lager dan bij grotere pannen. De panbodem moet altijd groter zijn dan 12 cm. Dit is de binnenste cirkel die in de kookzone op de glasplaat staataangegeven.12

16 pannenU kunt zelf met een magneet controleren of uw pannen geschikt zijn.Een pan is geschikt wanneer:Ide panbodem wordt aangetrokken door een magneet;Ide pan geschikt is voor elektrisch koken.Gebruik alleen pannen met een dikke (minimaal 2,25 mm), vlakke bodem diegeschikt zijn voor inductiekoken. Het beste zijn pannen met het "ClassInduction" keurmerk. Pannen, waarvan de bodem niet magnetisch is of niet geschikt zijn voorelektrisch koken, zijn ongeschikt voor gebruik op de inductiekookplaat.GeschiktIspeciale roestvrijstalen pannen voor inductiekoken;Isolide geëmailleerde pannen;Igeëmailleerde gietijzeren pannen.OngeschiktAardewerk, aluminium, kunststof, koper, porselein, roestvrijstaalWees voorzichtig met plaatstaal geëmailleerde pannen. Deze kunnenbeschadigd raken als ze gebruikt worden voor inductiekoken. Met namewanneer deze pannen een te dunne bodem hebben.

Bij plaatstaal geëmailleerde pannen kan:Iemail afspringen (het email laat los van het staal) wanneer u de kookplaat opeen hoge stand inschakelt terwijl de pan (te) droog is;Ide panbodem kromtrekken door bijvoorbeeld oververhitting of door gebruikvan een te hoog vermogen.Gebruik nooit pannen met een vervormde bodem. Een holle of bolle bodemkan de werking van de oververhittingsbeveiliging belemmeren. Het toestelwordt te warm. Hierdoor kan de glasplaat barsten en de panbodem smelten.Schade, ontstaan door het gebruik van ongeschikte pannen of droogkoken, valtbuiten de garantie.

17 pannenGeluid in de bodem van de pan Tijdens het koken kunt u een ratelend geluid horen in de bodem van de pan.Dit is onschuldig. Het geluid wordt veroorzaakt doordat het hoge vermogenvan de kookzone inwerkt op de panbodem. Verminder het ratelende geluid door een lagere stand te kiezen.Snelkookpannen Inductiekoken is zeer geschikt voor het koken in snelkookpannen. De kookzonereageert zeer snel, waardoor de snelkookpan ook snel op druk is. Zodra u eenkookzone uitschakelt stopt het kookproces direct.Gebruikte pannenIPannen waarmee al eerder op een gaskookplaat is gekookt, zijn niet meerbruikbaar voor inductie.

18 comfortabel kokenKooktabelDe onderstaande tabel is uitsluitend bedoeld als leidraad, omdat deinstelwaarde afhankelijk is van de hoeveelheid en samenstelling van het gerechten de pan.Gebruik de hoogste stand voor:Isnel aan de kook brengen;Islinken van bladgroenten;Iblancheren van groenten;Iverhitten van olie en vet;Ibakken van biefstuk (saignant, rood);Ionder druk brengen van een snelkookpan;Ikoken van glad gebonden pudding en vla.Gebruik een iets lagere stand voor:Iaanbraden van vlees;Ibakken van platvis, dunne moten of filet;Ibakken van gare aardappelen;Ibereiden van glad gebonden soepen en sauzen;Ibakken van omeletten;Ibakken van biefstuk (medium, rozerood);Ifrituren (afhankelijk van de temperatuur en de hoeveelheid).Gebruik een stand iets boven de middelste stand voor:Ibakken van dikke pannenkoeken;Ibakken van dik, gepaneerd vlees;Igaar bakken van dun vlees;Idoorbraden van groot vlees;Iuitbakken van spek of bacon;Ibakken van rauwe aardappelen;Ibakken van wentelteefjes;Ibakken van gepaneerde vis;Ibakken van dun, gepaneerd vlees;Ibakken van omeletten.

220 onderhoudAlgemeenDagelijkse reinigingHoewel overgekookt voedsel niet kan inbranden verdient het aanbeveling dekookplaat direct na gebruik schoon te maken. Voor de dagelijkse reiniging kuntu het beste een mild reinigingsmiddel en een vochtige doek gebruiken.Nadrogen met keukenpapier of een droge doek.Hardnekkige vlekkenOok hardnekkige vlekken zijn met een mild reinigingsmiddel, bijvoorbeeldafwasmiddel, te verwijderen. Verwijder waterkringen en kalkresten metschoonmaakazijn. Metaalsporen (ontstaan door schuiven van pannen) zijn vaaklastig te verwijderen. Hiervoor zijn speciale middelen verkrijgbaar in de handel.Overgekookte voedselresten verwijderen met een glasschraper. Ook gesmoltenkunststof en suiker kunt u verwijderen met een glasschraper.Nooit gebruikenSchuurmiddelen mag u nooit gebruiken. Deze veroorzaken krasjes waarin zichkalk en vuil ophopen.

21 storingenTabelWanneer u twijfelt over de goede werking van uw inductiekookplaat betekent ditniet automatisch dat er een defect is. Controleer in elk geval de volgende punten:Probleem Mogelijke oorzaak OplossingBij het in werking stellen verschijnter tekst in de displays. Normale werking. NIETS: zie hoofdstuk “inbouwen” bijhet installatievoorschrift. Bij het inschakelen van dekookplaat slaat de zekering van uwinstallatie door. Verkeerde aansluiting van dekookplaat. Controleer de elektrische aansluiting. De ventilatie blijft nog enkeleminuten doorwerken nadat dekookplaat is uitgeschakeld. Afkoeling van de kookplaat. Dit is normaal. De kookplaat werkt niet en erverschijnt niets op het display. Geen stroomtoevoer door defectevoeding of foutieve aansluiting. Controleer de zekering of deelektrische veiligheidsschakelaar (bijeen toestel zonder stekker).

Nadat u een kookzone heeftingeschakeld blijft het displayknipperen. De gebruikte kookpan is niet geschiktvoor koken op inductie of heeft eendiameter die kleiner is dan 12 cm. Zie hoofdstuk “Comfortabel koken”. De kookpannen maken lawaaitijdens het koken. Dit wordt veroorzaakt door dedoorstroming van de energie van dekookplaat naar de kookpan. Bij een hoge kookstand is dit normaalbij bepaalde types van kookpannen. Dit is niet schadelijk voor de pannenof de kookplaat. De kookplaat geeft bij de eerstekookbeurten een lichte geur af. Normaal voor een nieuw apparaat. Dit verdwijnt na enkele keren koken. U hoort een licht tikkend geluid opuw kookplaat. Dit wordt veroorzaakt door devermogensverdeling van de voorsteen achterste zone. Ook bij lagekookstanden kan een zacht tikkendgeluid optreden. Dit is normaal. Een kookzone stopt plotseling metde werking en u hoort eenpieptoon.

De tijd van de schakelklok is voorbij. Schakel de pieptoon uit met de + of -toets van de timer. Foutcode F00. F08 Een toets wordt te lang bediend of erligt een voorwerp of water op detoets. Voorwerp verwijderen. Kookplaatopnieuw inschakelen.

Foutcode FA De kookplaat is verkeerd aangeslotenof de netspanning is te laag. Aansluiting controleren. Neemcontact op met uw energieleverancierals het probleem blijft bestaan. Foutcode F0. F6 Generator defect. Neem contact op met deserviceorganisatie. Foutcode F8 Kookplaat oververhit. De kookplaat is uitgeschakeld dooroververhitting. Laat de kookplaatafkoelen en gebruik een lagerekookstand. Foutcode F9 De kookplaat is verkeerd aangeslotenof de netspanning is te hoog. Laat uw aansluiting wijzigen. Foutcode F99 U hebt 2 of meerdere toetsen tegelijkbediend. Bedien niet meer dan 1 toets tegelijk. Continu pieptoon De kookplaat is verkeerd aangeslotenof de netspanning is te hoog. Laat uw aansluiting wijzigen.

222 storingenAlgemeenRaadpleeg bij storingen het telefoonnummer van de servicedienst. Zie hiervoorde bijgeleverde garantiekaart of raadpleeg de internet site www.hps.nl.Indien u een barstje of scheurtje (hoe klein ook) op de glasplaat vaststelt,schakel dan de kookplaat onmiddellijk uit, haal meteen de stekker van dekookplaat uit het stopcontact, verbreek de (automatische) zekering(en) in demeterkast of zet de schakelaar in de toevoerleiding op nul bij een vasteaansluiting. Neem vervolgens contact op met de servicedienst.Alleen een erkend elektrotechnisch installateur mag dit toestel aansluiten!De installatie moet geschieden volgens de nationale en lokale geldendevoorschriften. Schade ontstaan door verkeerd aansluiten of verkeerd inbouwen valt niet onderde garantie.

23Verpakking en toestel afvoerenBij de vervaardiging van dit toestel is gebruik gemaakt van duurzamematerialen. Dit toestel moet aan het eind van zijn levenscyclus op verantwoordewijze worden afgevoerd. De overheid kan u hieromtrent informatie verschaffen.De verpakking van het toestel is recyclebaar.

Gebruikt kunnen zijn:Ikarton;Ipolyethyleenfolie (PE);ICFK-vrij polystyreen (PS-hardschuim);Deze materialen op verantwoorde wijze en conform de overheidsbepalingenafvoeren.Op het typeplaatje is het symboolvan een doorgekruiste vuilnisbakaangebracht:Dit betekent dat het apparaat aan het einde van zijn levensduur niet bij hetgewone huisvuil mag worden gevoegd, maar naar een speciaal centrum voorgescheiden afvalinzameling van de gemeente moet worden gebracht of naareen verkooppunt dat deze service verschaft.Het apart verwerken van een huishoudelijk apparaat zoals deze kookplaatvoorkomt mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid diedoor een ongeschikte verwerking ontstaat en zorgt ervoor dat de materialenwaaruit het apparaat bestaat teruggewonnen kunnen worden om eenaanmerkelijke besparing van energie en grondstoffen te verkrijgen.

224 installatievoorschriftAlgemeenDit toestel voldoet aan alle relevante CE richtlijnen.Op het gegevensplaatje aan de onderzijde van het toestel wordt de totaleaansluitwaarde, de vereiste spanning en de frequentie aangegeven.VeiligheidAlleen een erkend elektrotechnisch installateur mag dit toestel aansluiten. Deaansluiting moet voldoen aan de nationale en lokale voorschriften. Het toestelmoet altijd geaard zijn. Schade ontstaan door verkeerd aansluiten, verkeerdinbouwen of verkeerd gebruik valt niet onder de garantie.De wanden en het werkblad rondom het toestel moeten van hittebestendig(>85 °C) materiaal zijn. Ook al wordt het toestel zelf niet warm, door de warmtevan bijvoorbeeld een hete braadpan zou de wand kunnen verkleuren ofbeschadigen.PlaatsenPlaats de kookplaat op een vlakke, stabiele en horizontale ondergrond. Houdrondom de kookplaat een vrije ruimte van minimaal 2,5 cm.

25 installatievoorschriftElektrische aansluitingDe aansluiting is van het type Y. Dit betekent dat de aansluitkabel alleen magworden vervangen door de fabrikant, de serviceorganisatie of door gelijk-waardig gekwalificeerde personen om gevaarlijke situaties te voorkomen.Het toestel is standaard aangesloten volgens een 2 fase aansluiting (2 2N a.c.230V), zie de schema's hieronder. Wilt u het toestel op een andere manier aan-sluiten of weet u niet welke aansluiting u heeft, schakel dan een installateur in.Zie voor het aansluitschema onderstaand figuur, dat ook op de onderzijde vanhet toestel staat:Wilt u een vaste aansluiting maken, zorg er dan voor dat er een omnipolaireschakelaar met een contactafstand van minimaal 3 mm in de toevoerleidingwordt aangebracht.Het aanzicht van de aansluitkabel is hieronder schematischweergegeven: L1,grijsL2,zwartN1,blauwN2,bruinaardegroen/geel

226 installatievoorschrift2 fase aansluiting (standaard aansluiting van toestel)2 fase + 2 nul 2 2N a.c. 230 VUw groep moet gezekerd zijn met 16 A.2 fase + 1 nul 2 2N a.c. 400 VUw groep moet gezekerd zijn met 16 A.De volgende afwijkende aansluitingen zijn ook mogelijk:1 faseaansluiting1 fase + 1 nul 1N a.c. 230 VUw groep moet gezekerd zijn met 32 A.blauwbruingrijszwartg geel/ roenN L1 L2230V230Vnulaansluiting N (blauw met bruin)faseaansluiting L1 (grijs)faseaansluiting L2 (zwart)3e fase niet gebruikenblauwbruingrijszwartg geel/ roenN1 N2 L1 L2230V 230Vnulaansluiting N1 (blauw)nulaansluiting N2 (bruin)faseaansluiting L1 (grijs)faseaansluiting L2 (zwart)blauwbruingrijszwartg geel/ roenN L230Vnulaansluiting N (blauw met bruin)faseaansluiting L (grijs met zwart)

27 installatievoorschrift3 faseaansluiting3 fase zonder nul 3 a.c. 230 VUw groep moet gezekerd zijn met 16 A.VeiligheidsvoorschriftenVoor een goede werking van het toestel is het volgende vanbelang:IDat er voldoende ventilatie aanwezig is voor het koelen van de kookplaat. Umag de ventilatieopeningen aan de onderzijde van het toestel nietblokkeren.IDe ventilatielucht die de kookplaat aanzuigt mag niet warmer zijn dan 35 °C.IDat het aanrechtblad vlak is.Direct na het inschakelen zal de ventilator even inschakelen. Het toestelcontroleert zichzelf nu gedurende een aantal seconden.AansluitenSluit het toestel aan op het elektriciteitsnet. De displays zullen oplichten.blauwbruingrijszwartg geel/ roenL3 L2 L1230V230V230Vfaseaansluiting L1 (grijs)faseaansluiting L2 (zwart)faseaansluiting L3 (blauw metbruin)

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Pelgrim AM 977 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden