Panasonic Lumix DMC-FS50 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Panasonic Lumix DMC-FS50 (126 pagina’s), behorend tot de categorie Fotocamera. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 12 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Panasonic Lumix DMC-FS50 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Panasonic |
| Categorie: | Fotocamera |
| Model: | Lumix DMC-FS50 |
Handleiding Panasonic Lumix DMC-FS50 – volledige tekst
- 4 -• [Stabilisatie]. 79• [Datum afdr. ]. 80• [Klokinst. ]. 80Gebruik van het [Bewegend beeld] Menu. 81• [Opn. kwaliteit]. 81• [Continu AF]. 81Afspelen/BewerkenDiverse afspeelmethoden. 82• [Diashow]. 83• [Afspelen filteren]. 85• [Kalender]. 87Plezier met gemaakte beelden (retoucheren). 88• [Auto retouche]. 88• [Creatieve retouche] (DMC-XS1). 90Gebruik van het [Afspelen] Menu. 91• [Retouche] (DMC-XS1). 91• [Auto retouche] (DMC-FS50). 91• [Nw. rs. ]. 91• [Favorieten]. 93• [Beveiligen]. 94• [Kopie]. 95Aansluiten op andere apparatuurBeelden terugspelen op een TV-scherm. 96Bewaren van foto’s en films op uw PC. 98• Over de geleverde software. 98Beelden afdrukken. 102• Een enkel beeld selecteren en het afdrukken. 103• Meervoudige beelden selecteren en afdrukken. 103• Afdrukinstellingen. 104OverigeSchermdisplay. 107Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik. 109Waarschuwingen op het scherm.
114Problemen oplossen. 116•De afbeeldingen van de camera en op het beeldscherm van het display, die in deze handleiding getoond worden, kunnen afwijken van de huidige aanblik van het product of afbeeldingen op het beeldscherm. In deze handleiding wordt (DMC-XS1) gebruikt voor voorbeelden van afbeeldingen van de camera en van het beeldscherm van het display terwijl de bediening of andere informatie voor alle modellen ongeveer hetzelfde is. Houd er dus rekening mee dat de afbeeldingen van de camera en op het beeldscherm van het display kunnen afwijken van uw model. • De handelingen, procedures of functies die verschillen onder de modellen worden apart aangegeven, samen met het relevante modelnummer. b. v. : (DMC-XS1)(DMC-FS50).
- 5 -Voor GebruikZorgdragen voor de fotocameraNiet blootstellen aan sterke trillingen, schokken of druk.•De lens, de LCD-monitor of de ombouw kunnen beschadigd worden bij gebruik onder de volgende omstandigheden. Hierdoor kunnen ook storingen ontstaan of kan het zijn dat het beeld niet wordt opgenomen, indien u:– Het toestel laten vallen of er tegen stoten.– Gaan zitten met het toestel in uw broekzak of het toestel in een volle of smalle tas forceren, enz.– Bevestigen van artikelen, zoals accessoires, aan de riem die aan het toestel bevestigd is.– Hard duwen op de lens of op de LCD-monitor.Dit toestel is niet stof-/druppel-/waterbestendig.Vermijd het dit toestel te gebruiken op plaatsen waar veel stof, water, zand enz., aanwezig is.•Vloeistoffen, zand en andere substanties kunnen in de ruimte rondom de lens, de knoppen, enz., terechtkomen.
Let bijzonder goed op omdat dit niet alleen storingen kan veroorzaken, maar het toestel ook onherstelbaar kan beschadigen.– Plaatsen met veel zand of stof.– Plaatsen waar water in contact kan komen met dit apparaat zoals wanneer u het gebruikt op een regenachtige dag of op het strand.∫ Over condens (Als de lens beslagen is)•Condens doet zich voor wanneer de omgevingstemperatuur of vochtigheid wijzigt. Op condens letten omdat het vlekken op de lens, schimmel of storing veroorzaakt.• Als er zich condens voordoet, het toestel uitzetten en deze gedurende 2 uur uit laten staan. De mist zal op natuurlijke wijze verdwijnen wanneer de temperatuur van het toestel in de buurt komt van de kamertemperatuur.
- 6 -Voor GebruikStandaard accessoiresControleer of alle accessoires aanwezig zijn voordat u het toestel gebruikt.•De accessoires en de vorm ervan kunnen verschillen, afhankelijk van het land of het gebied waar u de camera hebt gekocht.Raadpleeg voor details over de accessoires “Beknopte gebruiksaanwijzing”.• Batterijpak wordt aangegeven als batterijpak of batterij in de tekst.• De microSD-geheugenkaart en de microSDHC-geheugenkaart worden in de tekst aangeduid als kaart.• De kaart is optioneel.U kunt beelden maken of terugspelen met het ingebouwde geheugen als u geen kaart gebruikt.• Raadpleeg uw verkoper of Panasonic als u de bijgeleverde accessoires verliest. (u kunt de accessoires apart aanschaffen.)
- 8 -Voor Gebruik13 Luidspreker (P41)•Pas op de luidspreker niet te bedekken met uw vinger. Dat zou het geluid moeilijk hoorbaar kunnen maken.14 Objectiefcilinder15 Lusje voor draagriem (P24)•Zorg ervoor de riem te bevestigen wanneer u het toestel gebruikt, zodat het niet kan vallen.16 Camera [ON/OFF] knop (P22)17 Microfoon•Pas op dat u de microfoon niet afdekt met uw vingers.18 Sluitertoets (P26, 29)19 Montagedeel statief•Wanneer een statief met een schroeflengte van 5,5 mm of meer gebruikt wordt, kan deze dit toestel beschadigen.20 [AV OUT/DIGITAL]-aansluiting (P13, 96, 100, 102)•Deze aansluiting wordt ook voor het laden van de batterij gebruikt.• Stel het stopcontact niet bloot aan water of andere vloeistoffen.21 Kaart/Batterijklep (P12, 18)22 Vrijgavehendeltje (P12, 18)14151316 17 1819 20 2122
- 10 -Voor Gebruik13 Luidspreker (P41)•Pas op de luidspreker niet te bedekken met uw vinger. Dat zou het geluid moeilijk hoorbaar kunnen maken.14 Objectiefcilinder15 Lusje voor draagriem (P24)•Zorg ervoor de riem te bevestigen wanneer u het toestel gebruikt, zodat het niet kan vallen.16 Camera [ON/OFF] knop (P22)17 Microfoon•Pas op dat u de microfoon niet afdekt met uw vingers.18 Sluitertoets (P26, 29)19 Montagedeel statief•Wanneer een statief met een schroeflengte van 5,5 mm of meer gebruikt wordt, kan deze dit toestel beschadigen.20 [AV OUT/DIGITAL]-aansluiting (P13, 96, 100, 102)•Deze aansluiting wordt ook voor het laden van de batterij gebruikt.• Stel het stopcontact niet bloot aan water of andere vloeistoffen.21 Kaart/Batterijklep (P12, 18)22 Vrijgavehendeltje (P12, 18)14151316 17 1819 20 2122
- 11 -VoorbereidingOpladen van de BatterijGebruik de gewijde netadapter (bijgeleverd), USB-aansluitkabel (bijgeleverd) en batterij.•De batterij wordt niet opgeladen voor de verzending. Laad dus de batterij eerst op.• Laad de batterij alleen op wanneer deze in de camera zit.∫ Over batterijen die u kunt gebruiken met dit apparaat∫ Over de stroomtoevoerAls u de Netadapter (bijgeleverd) gebruikt wanneer de batterij in dit toestel zit, kunt u stroom toevoeren vanaf een stopcontact via de USB-aansluitkabel (bijgeleverd).•The batterij kan opgaan tijdens opname.
De camera zal uitgaan als de batterijstroom op is.• Wanneer de batterij er niet inzit, wordt er geen stroom geleverd.• Zet het toestel uit voordat u de netadapter (bijgeleverd) aan- of afsluit.Camera-omstandigheden OpladenUitgeschakeld≤Ingeschakeld —Het dient te worden opgemerkt dat namaak batterijpakken die zeer op het echte product lijken in omloop gebracht worden op bepaalde markten. Niet alle batterijpakken van dit soort zijn op gepaste wijze beschermd met interne bescherming om te voldoen aan de eisen van geschikte veiligheidstandaards. Er is een mogelijkheid dat deze batterijpakken tot brand of explosie kunnen leiden. U dient te weten dat wij niet verantwoordelijk zijn voor eventuele ongelukken of storingen die als een gevolg van het gebruik van een namaak batterijpak gebeuren.
- 12 -VoorbereidingDoe de batterij in de camera om deze op te laden.1Zet de vrijgavehendeltje in de richting van de pijl en open de batterij/kaartklep.• Altijd originele Panasonic batterijen gebruiken.• Als u andere batterijen gebruikt, garanderen wij de kwaliteit van dit product niet.2Pas op in welke richting u de batterij erin doet, zorg ervoor dat deze er geheel inzit en controleer vervolgens dat deze vergrendeld is door het hendeltje A. Om de batterij te verwijderen dient u aan het hendeltje A te trekken in de richting van de pijl.31: Sluit de kaart/batterijklep.2: Zet de vrijgavehendeltje in de richting van de pijl.• Voordat u de batterij eruit haalt, het toestel uitzetten en wachten totdat de “LUMIX” display op de LCD-monitor geheel uitgegaan is.
- 13 -Voorbereiding• Het wordt aanbevolen de batterij op te laden in ruimtes met een omgevingstemperatuur tussen 10 oC en 30 oC (dezelfde als de batterijtemperatuur).(Opladen vanaf het stopcontact)Verbind de netadapter (bijgeleverd) en deze camera met de USB-aansluitkabel (bijgeleverd) en steek de netadapter (bijgeleverd) in het stopcontact.OpladenControleer dat dit toestel uitstaat.A Naar stopcontactB Netadapter (bijgeleverd)C PC (Ingeschakeld)D USB-aansluitkabel (bijgeleverd)• Controleer de richtingen van de connectors, en doe ze er recht in of haal ze er recht uit. (Anders zouden de connectors verbogen kunnen worden en dit zal problemen opleveren.)E De markeringen uitlijnen en erin doen.F Opladen lamp
- 14 -Voorbereiding(Opladen vanaf een computer)Verbind de computer en deze camera met de USB-aansluitkabel (bijgeleverd).• Het opladen zou niet mogelijk kunnen zijn, afhankelijk van de computerspecificaties.• Als de computer in stand-by gaat tijdens het opladen van de batterij, zal het opladen stoppen.• Het verbinden van deze camera aan een notebook die niet aangesloten is op een stopcontact zal ervoor zorgen dat de batterij van de notebook sneller leeg raakt. Laat de camera niet gedurende lange periodes verbonden.• Zorg er voor altijd de camera aan een USB-aansluiting van de computer te verbinden. Verbind de camera niet aan een monitor, toetsenbord of USB-aansluiting van een printer of een USB-hub.∫ Over de oplaadlamp∫ OplaadtijdWanneer u de netadapter gebruikt (bijgeleverd)•De aangegeven oplaadtijd is voor wanneer de batterij geheel leeg is geraakt.
De oplaadtijd kan variëren afhankelijk van hoe de batterij gebruikt is. De oplaadtijd voor de batterij in hete/koude omgevingen of een batterij die lange tijd niet gebruikt is zou langer kunnen zijn dan anders.• De oplaadtijd wanneer er aangesloten is op de computer hangt af van de prestatie van de computer.∫ BatterijaanduidingDe batterijaanduiding verschijnt op de LCD-monitor.•De aanduiding wordt rood en knippert als de resterende batterijstroom op is. Laad de batterij op of vervang deze met een geheel opgeladen batterij.Aan: Opladen.Uit: Opladen is voltooid. (Wanneer het opladen voltooid is, de camera loskoppelen van het stopcontact of computer.)Oplaadtijd Ongeveer 150 min
- 15 -Voorbereiding• Laat geen metalen voorwerpen (zoals clips) in de buurt van de contactzones van de stroomplug. Anders zou er een brand- en/of elektrische shock veroorzaakt kunnen worden door kortsluiting of de eruit voortkomende hitte.• Gebruik geen andere USB-aansluitkabels dan de bijgeleverde kabel of een originele USB-aansluitkabel van Panasonic (DMW-USBC1: optioneel).• Geen andere netadapters gebruiken dan de bijgeleverde adapter.• Gebruik geen USB-extensiekabel.• De netadapter (bijgeleverd) en USB-aansluitkabel (bijgeleverd) zijn alleen voor deze camera. Gebruik deze niet met andere inrichtingen.• Verwijder de batterij na gebruik. (Een volle batterij raakt leeg als u deze lang niet gebruikt.)• De batterij wordt warm na het gebruik/laden of tijdens het laden. Ook de fotocamera wordt warm tijdens het gebruik.
Dit is echter geen storing.• De batterij kan opnieuw geladen worden wanneer deze nog enigszins opgeladen is, maar het wordt niet aangeraden dat de batterijlading vaak aangevuld wordt terwijl de batterij nog helemaal opgeladen is. (Aangezien het kenmerkende zwellen plaats zou kunnen vinden.)• Als er zich een probleem voordoet in het stopcontact, zoals een stroomuitval, zou het opladen niet normaal voltooid kunnen worden. Als dit zich voordoet, koppel de USB-aansluitkabel (bijgeleverd) dan los en verbind die opnieuw.• Als het laadlampje niet ingeschakeld wordt of gaat knipperen wanneer u de (bijgeleverde) netadapter of PC aansluit, betekent dit dat het laden gestopt is omdat het toestel zich niet binnen het temperatuurbereik bevindt dat geschikt is voor het laden.
Het duidt niet op een defect.Sluit de (bijgeleverde) USB-aansluitkabel opnieuw aan in een plaats waar de omgevingstemperatuur (en de temperatuur van de batterij) binnen een bereik van 10 oC tot 30 oC ligt en probeer opnieuw te laden.
- 16 -Voorbereiding∫ Stilstaande beelden opnemenOpnamevoorwaarden volgens CIPA-standaard•CIPA is een afkorting van [Camera & Imaging Products Association]. • Temperatuur: 23 oC/Vochtigheid: 50%RH wanneer de LCD-monitor aan staat. • Met een Panasonic microSDHC-geheugenkaart (16 GB). • De geleverde batterij gebruiken. • Opnemen begint 30 seconden nadat de fotocamera aangezet is. (Als de optische beeldstabilisator ingesteld is op [ON]. )• Om de 30 seconden opnemen, met volle flits om het tweede beeld. • Veranderen van de zoomvergroting, van Tele naar Wide of omgekeerd, bij iedere opname. • Het toestel om de 10 opnamen uitzetten. Het toestel niet gebruiken totdat de batterijen afgekoeld zijn. Het aantal opnamen verschilt afhankelijk van de pauzetijd van de opname. Als de pauzetijd tussen de opnamen langer wordt, neemt het aantal mogelijke opnamen af.
[Bijvoorbeeld, als u één beeld per twee minuten moest maken, dan zou het aantal beelden gereduceerd worden tot ongeveer één vierde van het aantal beelden die hierboven gegeven wordt (gebaseerd op één beeld per 30 seconden gemaakt). ]∫ Opname bewegende beeldenWanneer u opneemt terwijl de beeldkwaliteit op [HD] staat•Deze tijden gelden voor een omgevingstemperatuur van 23 oC en een vochtigheid van 50%RH. Gelieve erop letten dat deze tijden bij benadering gelden. • De huidige opneembare tijd is de tijd die voor de opname beschikbaar is als handelingen, zoals het in- en uitschakelen van dit toestel, het starten/stoppen van de opname, de bediening van de zoom, enz. herhaald worden. • Bewegende beelden kunnen continu opgenomen worden gedurende een maximum tijd van 15 minuten. Verder is continue opname groter dan 2 GB niet mogelijk.
- 17 -Voorbereiding∫ Terugspelen•De uitvoertijden en aantal te maken beelden zullen verschillen afhankelijk van de omgeving en de gebruiksaanwijzing.In de volgende gevallen worden de gebruikstijden bijvoorbeeld korter en wordt het aantal te maken beelden verminderd.– In omgevingen met lage temperatuur, zoals skihellingen.– Wanneer operaties zoals flits en zoom herhaaldelijk gebruikt worden.• Wanneer de bedrijfstijd van de camera extreem kort wordt zelfs als de batterij goed opgeladen is, zou de levensduur van de batterij aan zijn eind kunnen zijn. Koop een nieuwe batterij.Terugspeeltijd Ongeveer 240 min
- 18 -VoorbereidingInvoering en verwijdering van de Kaart (optioneel)• Controleer of het toestel uit staat.• We raden een kaart van Panasonic aan.1Zet de vrijgavehendeltje in de richting van de pijl en open de batterij/kaartklep.2Duw er net zolang tegen tot u een “klik” hoort en let op de richting waarin u de kaart plaatst. Om de kaart uit te nemen, op de kaart duwen tot deze erin klikt en de kaart vervolgens rechtop uitnemen.A: De verbindingsuiteinden van de kaart niet aanraken.31: Sluit de kaart/batterijklep.2: Zet de vrijgavehendeltje in de richting van de pijl.• Voordat u de kaart eruit haalt, het toestel uitzetten en wachten totdat de “LUMIX” display op de LCD-monitor geheel uitgegaan is. (Anders zou dit apparaat niet meer normaal kunnen werken en zou de kaart zelf beschadigd kunnen worden of zouden de beelden verloren kunnen gaan.)
- 19 -VoorbereidingOver het ingebouwde geheugen/de kaart• U Kunt de opgenomen beelden naar een kaart kopiëren. (P95)• Geheugengrootte: Ongeveer 90 MB• De toegangstijd voor het ingebouwde geheugen kan langer zijn dan de toegangstijd voor een kaart.De volgende kaarten die overeenstemmen met de SD-videostandaard kunnen gebruikt worden met dit toestel.(Deze kaarten worden aangeduid als kaart in de tekst.)¢ SD-snelheidsklasse is de snelheidstandaard m.b.t. continu schrijven. Controleer dit op het etiket op de kaart, enz.• Gelieve deze informatie op de volgende website bevestigen.http://panasonic.jp/support/global/cs/dsc/(Deze site is alleen in het Engels.)De volgende operaties kunnen uitgevoerd worden m.b.v.
dit apparaat.Wanneer er geen kaart ingedaan isEr kunnen beelden gemaakt op het ingebouwde geheugen en deze kunnen afgespeeld worden.Wanneer er een kaart ingedaan isEr kunnen beelden gemaakt op de kaart en deze kunnen afgespeeld worden.• Als u het ingebouwde geheugen gebruikt:k>ð (toegangindicatie¢)• Als u de kaart gebruikt: (toegangaanduiding¢)¢ De kaartaanduiding wordt rood weergegeven als er opnames op het interne geheugen (of de kaart) worden gemaakt.Ingebouwd geheugenKaartOpmerkingenmicroSD-geheugenkaart (64 MB tot 2 GB)microSDHC-geheugenkaart (4 GB tot 32 GB)• Gebruik een kaart met SD-snelheidsklassen¢ met “Klasse 6” of hoger wanneer u bewegende beelden maakt.• De microSDHC-geheugenkaarten kunnen alleen met compatibele modellen gebruikt worden maar kunnen niet gebruikt worden met modellen die alleen met microSD-geheugenkaarten compatibel zijn.• Alleen de kaarten met de links vermelde capaciteit kunnen gebruikt worden.b.v.:5
- 20 -Voorbereiding• Tijdens toegang (beeld schrijven, lezen en wissen, formatteren enz.) dit toestel niet uitzetten, niet de batterij of de kaart verwijderen en niet de netadapter (bijgeleverd) loskoppelen. Verder het toestel niet blootstellen aan vibratie, stoten of statische elektriciteit.De kaart of de gegevens op de kaart zouden beschadigd kunnen worden en dit apparaat zou niet langer normaal kunnen werken.Als de operatie faalt wegens vibratie, stoten of statische elektriciteit, de operatie opnieuw uitvoeren.• De gegevens op het ingebouwde geheugen of de kaart kunnen beschadigd raken of verloren gaan door elektromagnetische golven of statische elektriciteit of omdat het toestel of de kaart stuk is. We raden aan belangrijke gegevens op een PC enz. op te slaan.• Formatteer de kaart niet op de PC of andere apparatuur.
- 21 -Voorbereiding∫ Over de weergave van het aantal opneembare beelden en de beschikbare opnametijd∫ Aantal opnamen•[i99999] wordt weergegeven als er meer dan 100.000 foto’s gemaakt kunnen worden.∫ Beschikbare opnametijd (om bewegende beelden op te nemen)•“h” is een afkorting voor uur, “m” voor minuut en “s” voor seconde.• De opneembare tijd is de totale tijd van alle films die opgenomen zijn.• Bewegende beelden kunnen continu opgenomen worden gedurende een maximum tijd van 15 minuten. Verder is continue opname groter dan 2 GB niet mogelijk.Resterende tijd voor continue opname wordt afgebeeld op het scherm.• De maximaal beschikbare continue opnametijd wordt op het beeldscherm weergegeven.Approximatief aantal opneembare beelden en beschikbare opnametijd• Schakel de display (aantal te maken beelden, beschikbare opnametijd enz.) door op 4 te drukken.
- 22 -VoorbereidingDe datum en de tijd instellen (Klokinstelling)• De klok is niet ingesteld wanneer het toestel vervoerd wordt.1Druk op de [ON/OFF] knop van de camera.• Als het taalselectiescherm niet wordt afgebeeld, overgaan op stap4.2Op [MENU/SET] drukken.3Druk op 3/4 om de taal te kiezen en dan op [MENU/SET].4Op [MENU/SET] drukken.5Op 2/1 drukken om de items (jaar, maand, dag, uur, minuut, displayvolgorde afbeelden of formaat tijddisplay) te selecteren en dan op 3/4 drukken om in te stellen.A: De tijd in uw woongebiedB: De tijd in uw reisbestemmingsgebied•De instelling van de klok kan gewist worden door op [ ] te drukken.6Op [MENU/SET] drukken om in te stellen.7Op [MENU/SET] drukken.
- 23 -VoorbereidingSelecteer [Klokinst.] in het [Opname] of [Set-up] menu, en druk op [MENU/SET]. (P38)•De klok kan opnieuw ingesteld worden zoals afgebeeld wordt in de stappen 5 en 6.• De klokinstelling wordt gedurende 20 maanden gehandhaafd met de ingebouwde klokbatterij, zelfs zonder batterij (laat de geladen batterij gedurende ongeveer 10 minuten in het toestel om de ingebouwde batterij te laden).• Als de klok niet ingesteld is, kan de correcte datum niet afgedrukt worden als u een fotostudio opdracht geeft om de foto af te drukken, of als u de datum op de beelden wilt afdrukken met [Datum afdr.].• Als de klok wel is ingesteld, kan de juiste datum worden afgedrukt, zelfs als de datum niet op het scherm van de camera wordt weergegeven.De klokinstelling veranderen
- 24 -VoorbereidingTips om mooie opnamen te makenHet toestel voorzichtig vasthouden met beide handen, armen stil houden en uw benen een beetje spreiden.• Om vallen te voorkomen, moet u de bijgeleverde polsriem aan uw pols bevestigen. (P8)• Zwaai het toestel niet hard en trek niet hard aan het toestel als de riem eraan vast zit. De riem zou kunnen breken.• Houd de camera stil als u de ontspanknop indrukt.• Zorg ervoor dat u de flitser, de microfoon, de luidspreker, de lens, enz., niet met uw vingers aanraakt.∫ Richtingfunctie ([Lcd roteren])Beelden die opgenomen zijn met een verticaal gehouden toestel worden verticaal (gedraaid) afgespeeld.
(Alleen wanneer [Lcd roteren] (P43) ingesteld is)• Als het toestel verticaal gehouden wordt en omhoog en omlaag gekanteld wordt om beelden op te nemen, kan het zijn dat de functie voor richtingsdetectie niet correct werkt.• Bewegende beelden die met een verticaal gehouden toestel gemaakt zijn worden niet verticaal afgebeeld.Wanneer de beeldbibber alert [ ] verschijnt, [Stabilisatie] (P79), een statief of de zelfontspanner (P54) gebruiken.•De sluitertijd zal vooral in de volgende gevallen langzamer zijn. Houdt het toestel stil vanaf het moment dat u de ontspanknop indrukt totdat het beeld op het scherm verschijnt. We raden in dit geval het gebruik van een statief aan.– Langzame synchr/Reductie rode-ogeneffect– [Nachtportret]/[Nachtl.schap]/[Sterrenhemel] (Scènemodus)Doe de polsriem om en houdt het toestel voorzichtig vastA SpeakerB MicrofoonC FlitsD DraagriemGolfstoring (camerabeweging)
- 25 -BasiskennisSelecteren van de opnamemodus∫ Lijst van Opnamefuncties•Wanneer de functie geschakeld is van Afspeelfunctie naar Opnamefunctie, zal de eerder ingestelde Opnamefunctie ingesteld worden.1Druk op [MODE].2Druk op 3/4/2/1 om de gewenste Opnamefunctie te kiezen.3Op [MENU/SET] drukken.¦Intelligent Auto Modus (P26)De onderwerpen worden opgenomen met behulp van instellingen die automatisch gebruikt worden door het toestel.!Normale beeldfunctie (P29)De onderwerpen worden opgenomen m.b.v. uw eigen instellingen.Creative Control modus (P56) (DMC-XS1)Opnemen terwijl het beeldeffect gecontroleerd wordt.Panoramamodus (P61)Met deze modus kunt u panoramafoto's maken.ÛScènemodus (P64)Hiermee maakt u beelden die passen bij de scène die u opneemt.
- 26 -BasiskennisBeelden maken m.b.v. de automatische functie (Intelligent Auto Modus)Opnamefunctie: Alle instellingen van de camera worden aangepast aan het onderwerp en de opnamecondities. Wij raden deze manier van opnemen dus aan voor beginners of als u de instellingen wenst over te laten aan de camera om gemakkelijker opnamen te maken.•De volgende functies worden automatisch geactiveerd.– Scènedetectie/Compensatie van de achtergrondverlichting/Intelligente ISO-gevoeligheidbediening/Automatische witbalans/Gezichtsdetectie/[i.
Exposure]/[i.Zoom]/[Rode-ogencorr]/[Stabilisatie]/[Continu AF]1Druk op [MODE].A Sluiterknop2Op 3/4/2/1 drukken om [Intelligent auto] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken.3De ontspanknop tot de helft indrukken om scherp te stellen.• De focusaanduiding B (groen) gaat branden als het onderwerp scherp gesteld is.• De AF-zone C wordt door de Gezichtsherkenningsfunctie rondom het gezicht van het onderwerp weergegeven. In andere gevallen wordt het weergegeven op het punt van het onderwerp dat scherpgesteld is.• De minimumafstand (hoe dicht u bij het onderwerp kunt komen) zal veranderen afhankelijk van de zoomfactor. Controleer dit aan de hand van het opnamebereik dat op het scherm weergegeven wordt. (P30)4Druk de ontspanknop helemaal in (verder indrukken), en maak het beeld.BC
- 27 -BasiskennisWanneer het toestel de optimale scène identificeert, wordt de icoon van de scène in kwestie in het blauw gedurende 2 seconden afgebeeld, waarna die terugkeert naar zijn gewoonlijke rode kleur. Fotograferen•[¦] is ingesteld als geen van de scènes van toepassing zijn en de standaardinstellingen ingesteld zijn. • Wanneer [ ] of [ ] geselecteerd is, vindt het toestel automatisch het gezicht van een persoon, en zullen de focus en de belichting afgesteld worden. (Gezichtsdetectie)• Als er een statief gebruikt wordt, bijvoorbeeld, en het toestel merkt dat toestelschudding minimaal is wanneer de scènefunctie geïdentificeerd is als [ ], zal de sluitertijd ingesteld worden op een maximum van 8 seconden. Opletten het toestel niet te bewegen terwijl u beelden maakt.
• Wegens omstandigheden zoals de hieronder genoemde, kan er een andere scène geïdentificeerd worden voor hetzelfde onderwerp. – Onderwerpomstandigheden: Wanneer het gezicht helder of donker is, De grootte van het onderwerp, De kleur van het onderwerp, De afstand tot het onderwerp, Het contrast van het onderwerp, Wanneer het onderwerp beweegt– Opnameomstandigheden: Zonsondergang, Zonsopgang, Onder omstandigheden van geringe helderheid, Wanneer het toestel geschud (bewogen) wordt, Wanneer de zoom gebruikt wordt• Om beelden te maken in een bedoelde scène, wordt het aangeraden dat u beelden maakt in de juiste opnamefunctie. • [¦] wordt voor het opnemen gebruikt, als films opgenomen worden. De scènedetectie werkt niet. Bij tegenlicht ziet het onderwerp er donkerder uit en zal de camera automatisch proberen om dit te corrigeren door de helderheid van het beeld te verhogen.
In de Intelligent Auto modus werkt de tegenlichtcompensatie automatisch. [ ] wordt op het scherm weergegeven als tegenlicht gedetecteerd wordt. (afhankelijk van de omstandigheden van het tegenlicht kan het zijn dat dit niet correct gedetecteerd wordt.
- 28 -BasiskennisDe volgende menu’s kunnen ingesteld worden.•Raadpleeg voor de instellingsmethode van het menu P38.¢ De beschikbare instellingen kunnen anders zijn voor andere opnamemodussen.• De kleurinstelling van [Happy] is beschikbaar in [Kleurfunctie]. Het is mogelijk om een foto te maken die automatisch een hoger glansniveau heeft voor de helderheid en de levendigheid van de kleur.• Wanneer [ ] geselecteerd is, wordt [ ], [ ], [ ] of [ ] ingesteld afhankelijk van het type onderwerp en helderheid.• Wanneer [ ], [ ] ingesteld wordt, is [Rode-ogencorr] ingeschakeld.• De Sluitertijd zal langzamer zijn tijdens [ ] of [ ].Veranderen van de instellingenMenu Onderdeel[Opname] [Fotoresolutie]¢/[Burstfunctie]¢/[Kleurfunctie]¢[Bewegend beeld] [Opn.
kwaliteit][Set-up] [Klokinst.]/[Wereldtijd]/[Toon]/[Taal]/[O.I.S.-demo]•Andere menu-items dan die hiervoor opgesomd zijn, worden niet weergegeven maar u kunt ze in andere opnamemodussen instellen.[Kleurfunctie]Over de flitser (P50)
- 29 -BasiskennisHet maken van beelden met uw favoriete instellingen (Normale beeldfunctie)Opnamefunctie: Het toestel stelt automatisch de sluitertijd en de lensopening in volgens de helderheid van het object.U kunt beelden maken in grote vrijheid door verschillende instellingen in [Opname] menu te veranderen.1Druk op [MODE].A Sluiterknop2Op 3/4/2/1 drukken om [Normale foto] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken.3Richt de AF-zone op het punt waar u op wilt scherpstellen.4Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen en druk de knop helemaal in om de opname te maken.B ISO-gevoeligheidC LensopeningD Sluitertijd• De diafragmawaarde en de sluitersnelheid worden rood weergegeven als de correcte belichting niet bereikt wordt. (tenzij een flitser gebruikt wordt)ISO1/601/601/60F2.8F2.8F2.8B CD
- 30 -BasiskennisHet focussenRicht de AF-zone op het onderwerp en druk de sluiterknop tot halverwege in.• De AF-zone zou niet groter afgebeeld kunnen worden voor bepaalde zoomvergrotingen en op donkere plekken.∫ Over het focusbereikHet focusbereik wordt weergegeven als de zoom bediend wordt.•Het focusbereik wordt rood weergegeven als geen scherpstelling plaatsvindt nadat de sluiterknop tot halverwege ingedrukt is.Het focusbereik kan geleidelijk veranderen, afhankelijk van de zoompositie.bv.: focusbereik tijdens de Intelligent Auto ModeFocusWanneer er scherpgesteld is op het objectWanneer er niet scherpgesteld is op het objectFocusaanduiding A Aan KnippertAF-zone B Wit>Groen Wit>RoodGeluid Biept 2 keer Biept 4 keerISO1/601/601/60F2.8F2.8F2.8AB1XWT0.05m-∞TW5 cm1 m
- 31 -Basiskennis∫ Als het onderwerp niet scherp gesteld is (zoals wanneer het bijvoorbeeld niet in het midden van het beeld staat dat u wilt opnemen)1 De AF-zone op het onderwerp richten en vervolgens de ontspanknop tot de helft indrukken om de focus em belichting vast te zetten.2 De ontspanknop half ingedrukt houden als u het toestel beweegt om het beeld samen te stellen.•U kunt herhaaldelijk de acties in stap 1 opnieuw proberen voordat u de ontspanknop volledig indrukt.∫ Onderwerp en opnameomstandigheid waarop het moeilijk is scherp te stellen•Snelbewegende onderwerpen, extreem helderen onderwerpen of onderwerpen zonder contrast• Wanneer u onderwerpen opneemt door ramen of in de buurt van glimmende voorwerpen• Wanneer het donker is of wanneer er zich beeldbibber voordoet• Wanneer het toestel zich te dicht bij het onderwerp bevindt of wanneer u een beeld maakt van zowel onderwerpen ver weg als onderwerpen dichtbij
- 32 -BasiskennisOpname Bewegend BeeldToepasbare modi: (DMC-XS1)(DMC-FS50)Dit apparaat kan video's maken in QuickTime Motion JPEG-formaat.A Beschikbare opnametijdB Verstreken opnametijd• U kunt video’s maken die bij elke Opnamefunctie passen.• Laat de videoknop onmiddellijk na het indrukken los.• De indicator van de opnamestaat (rood) C zal flitsen tijdens het opnemen van bewegende beelden.• Voor het instellen van [Opn. kwaliteit], P81 raadplegen.2Stop het opnemen door weer op de bewegend beeldknop te drukken.1Start het opnemen door op de bewegend beeldknop te drukken.3s3s3sR1m07sR1m07sR1m07sBA C
- 33 -Basiskennis• Wanneer u opneemt naar het interne geheugen, is [Opn. kwaliteit] vastgesteld op [QVGA]. • De beschikbare opnametijd die afgebeeld wordt op het scherm zou niet op regelmatige wijze af kunnen lopen. • Afhankelijk van het type kaart, kan de kaartaanduiding even verschijnen na het maken van bewegende beelden. Dit is geen storing. • Als bewegende beelden die met dit toestel opgenomen zijn, teruggespeeld worden op andere apparatuur, kan het zijn dat de kwaliteit van beelden en geluiden achteruit gaat of dat beelden niet teruggespeeld kunnen worden. Het kan ook gebeuren dat bepaalde opslaginformatie niet correct op het scherm wordt weergegeven. • Het scherm zou tijdelijk zwart kunnen worden of het apparaat zou lawaai op kunnen nemen wegens statische elektriciteit of elektromagnetische golven enz. afhankelijk van de omgeving van de bewegende beeldopname.
• Plaats of verwijder de kaart niet tijdens het opnemen van films (anders kan dit toestel misschien niet meer normaal werken en kan de kaart zelf beschadigd raken of kunnen de opgenomen beelden verloren gaan). • Zelfs als de aspectratio-instelling hetzelfde is in foto's en video's, zou de gezichtshoek aan het begin van de video-opname anders kunnen zijn. Wanneer [Video Opn. gebied] (P41) ingesteld is op [ON], wordt de gezichtshoek tijdens video-opname afgebeeld. • Als de Extra optische zoom gebruikt wordt voordat u op de filmknop gedrukt heeft, zullen deze instellingen geannuleerd worden. Het bereik zal aanzienlijk veranderen. • De optische zoomvergroting kan niet veranderd worden nadat u begonnen bent met het opnemen van filmbeelden. De Intelligente Zoom kan echter gebruikt worden door [i. Zoom] (P75) in het [Opname] menu in te stellen op [ON].
Tevens kan de Digitale Zoom gebruikt worden door de [Dig. zoom] (P75) in het [Opname]-menu op [ON] te zetten. Voor details over het zoombereik, raadpleegt u P47.
Als de filmopname begonnen is binnen de optische zoomruimte, keert de zoominstelling terug naar de originele vergroting wanneer de beeldopname beëindigd is. • Het zal opgenomen worden in de volgende categorieën voor bepaalde Scènefuncties. Een filmopname die overeenkomt met elke scène zal uitgevoerd worden voor die, die niet hieronder opgenoemd worden. (DMC-XS1)•Als de opname van bewegende beelden na korte tijd eindigt terwijl [Miniatuureffect] van de Creative Control Modus gebruikt wordt, kan het zijn dat het toestel nog even doorgaat met opnemen. Blijf het toestel vasthouden tot de opname stopt. • Er kunnen geen films opgenomen als het toestel op [Zachte focus] van de Creative Control modus staat. Geselecteerde scènefunctie Scènefunctie terwijl u bewegend beeld opneemt[Baby1]/[Baby2] Portret[Nachtportret], [Nachtl.
- 34 -BasiskennisAfspelen1Druk op [(].∫ Films afspelenDruk op 2/1 om een beeld te selecteren met een bewegend beeldpictogram (zoals [ ]), en druk vervolgens op 3 om het af te spelen.A Video-icoonB Bewegende-beeldenopname•Als u voor het afspelen beelden gefilterd heeft met gebruik van [Diashow] (P83) of [Afspelen filteren] (P85), zal het selectiescherm verschijnen.
Druk op 3/4 om [Video weergeven] te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET].• Nadat het afspelen gestart is, wordt de verstreken afspeeltijd op het scherm weergegeven.Bijvoorbeeld, 8 minuten en 30 seconden wordt afgebeeld als [8m30s].• Operaties die uitgevoerd worden tijdens terugspelen van bewegend beeld¢ De snelheid van het vooruit/achteruit afspelen neemt toe als u opnieuw op 1/2 drukt.– U kunt het volume met de zoomknop regelen.2Druk op 2/1 om de beelden te selecteren.A BestandsnummerB Beeldnummer• Als u 2/1 ingedrukt houdt, kunt u de beelden achter elkaar afspelen.• De snelheid van vooruit/achteruit spoelen van de beelden is afhankelijk van de afspeelstatus.3Afspelen/Pauzeren[MENU/SET] Stop2Snel achteruit¢/Frame-by-frame terugspelen (tijdens pauze)1Snel vooruit¢/Frame-by-frame vooruitspelen (tijdens pauze)100-0001100-0001100-00011/51/5AB3s3s3sMJPEGQVGAA B
De bestanden die niet aan de DCF-norm voldoen, kunnen niet worden afgespeeld.• Het kan zijn dat beelden die met een andere camera opgenomen zijn niet op dit toestel kunnen worden afgespeeld.• De body van de lens wordt ongeveer 15 seconden nadat van Opnamemodus naar Afspeelmodus geschakeld is, ingetrokken.• Het formaat dat met dit toestel teruggespeeld kan worden is QuickTime Motion JPEG.• Met een hoge-vermogenskaart is het mogelijk dat de snel-achteruitterugspoelfunctie langzamer dan normaal gaat.• Gebruik voor het afspelen op een PC van films die met dit toestel opgenomen zijn, de “PHOTOfunSTUDIO” software op de (bijgeleverde) CD-ROM.• Pas op de luidspreker van het toestel niet te blokkeren tijdens het afspelen.
- 36 -BasiskennisDruk op de [W] van de zoomknop.1 scherm>12 schermen>30 schermen>SchermdisplayA Het aantal gekozen beelden en het totaal opgenomen beelden• Druk op de [T] van de zoomknop om terug te keren naar het vorige scherm.• Beelden die afgebeeld worden m.b.v.
[ ] kunnen niet afgespeeld worden.∫ Om terug te keren naar normaal terugspelenDruk op 3/4/2/1 om een opname te kiezen en druk dan op [MENU/SET].Meervoudige schermen afbeelden (Meervoudig terugspelen)De terugspeelzoom gebruikenDruk op de [T] van de zoomknop.1k>2k>4k>8k>16k•Wanneer u op de [W] van de zoomknop drukt, nadat het beeld vergroot is, zal de vergroting kleiner worden.• Wanneer u de uitvergroting verandert, verschijnt de indicatie van de zoompositie B ongeveer 2 seconden lang en kan de positie van de vergrootte sectie verplaatst worden door op 3/4/2/1 te drukken.• Hoe meer het beeld vergroot wordt, hoe slechter de kwaliteit ervan wordt.1/26A2X2X2XB
- 37 -BasiskennisBeelden wissenIs het beeld eenmaal gewist dan kan hij niet meer teruggehaald worden.•Beelden op het ingebouwde geheugen of de kaart, die afgespeeld worden zullen gewist worden.• Beelden die geen deel uitmaken van de DCF-standaard of die beschermd zijn, kunnen niet gewist worden.Selecteer het te wissen beeld en druk vervolgens op [ ].• Het bevestigingsbeeldscherm wordt weergegeven. Het beeld wordt gewist door [Ja] te selecteren.• Schakel het toestel niet uit tijdens het wissen.• Afhankelijk van het aantal beelden dat gewist moet worden, kan het wissen even duren.Om een enkele opname uit te wissenOm meerdere beelden (tot 50) te wissen of alle beelden te wissen1Druk op [ ].2Op 3/4 drukken om [Multi wissen] of [Alles wissen] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken.• [Alles wissen] > Het bevestigingsbeeldscherm wordt weergegeven.
De beelden worden gewist door [Ja] te selecteren.• Het is mogelijk om alle beelden te wissen, behalve de beelden die als favorieten ingesteld zijn, als [Alles wissen behalve Favoriet] geselecteerd is met de [Alles wissen] instelling.3(Wanneer [Multi wissen] geselecteerd is) Druk op 3/4/2/1 om de beelden te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET]. (Herhaal deze stap.)• [ ] verschijnt op de geselecteerde beelden. Als u opnieuw op [MENU/SET] drukt, wordt de instelling gewist.4(Wanneer [Multi wissen] geselecteerd is) Druk op 2 om [Uitvoer.] te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET].• Het bevestigingsbeeldscherm wordt weergegeven. De beelden worden gewist door [Ja] te selecteren.1 2 34 5 67 8 98LWYRHU
- 38 -BasiskennisMenu instellenHet toestel wordt geleverd met menu’s die u de mogelijkheid bieden instellingen te maken voor het maken van beelden en deze terug te spelen precies zoals u wilt en menu’s die u de mogelijkheid bieden meer plezier te hebben met het toestel en deze met groter gemak te gebruiken.In het bijzonder, bevat het [Set-up] menu belangrijke instellingen met betrekking tot de klok en de stroom van het toestel. Controleer de instellingen van dit menu voordat u overgaat tot het gebruik van het toestel.Voorbeeld: verander in het [Opname] menu [AF mode] van [Ø] ([1-zone]) in [š] ([Gezichtsdetectie])1Op [MENU/SET] drukken.Menuonderdelen instellen2Druk op 3/4/2/1 om het menu te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET].Menu Beschrijving van instellingen[Opname] (P69 tot 80)(Alleen in de opnamefunctie)Het menu laat u de Kleuren, de Gevoeligheid of het aantal pixels, enz.
van de beelden zien die u aan het maken bent.[Bewegend beeld] (P81)(Alleen in de opnamefunctie)In dit menu kunt u de instellingen voor bewegende beelden maken, zoals de opnamekwaliteit.[Afspelen] (P91 tot 95)(Alleen Terugspeelfunctie)Dit menu laat u de Bescherming, enz. van gemaakte beelden instellen.[Set-up] (P40 tot 44)Dit menu laat u de klokinstellingen, het volume van de pieptonen en andere instellingen uitvoeren die het gemakkelijker voor u maken om de camera te hanteren.
- 39 -Basiskennis∫ Sluit het menuDruk op [ ] totdat het scherm terugkeert naar het opname-/weergavescherm of druk tot de helft op de sluiterknop.•Er zijn functies die niet ingesteld of gebruikt kunnen worden afhankelijk van de functies of de menu-instellingen die gebruikt worden op het toestel wegens de specificaties.3Druk op 3/4 om het menuitem te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET].A Beeldschermpagina menu• Er zal naar de volgende pagina geschakeld worden wanneer u het einde van de pagina bereikt. (Dit zal ook gebeuren als u op de zoomknop drukt)4Op 3/4 drukken om de instelling te selecteren en vervolgens op [MENU/SET] drukken.• Afhankelijk van het menuitem kan het zijn dat de instelling ervan niet verschijnt, of dat deze op een andere manier wordt weergegeven.A
- 40 -BasiskennisOver het set-up MenuVoor details over hoe de [Set-up] menu-instellingen geselecteerd moeten worden, P38 raadplegen.•[Klokinst.], [Autom. uit] en [Auto review] zijn belangrijke onderdelen. Controleer de instellingen ervan alvorens ze te gebruiken.• In de Intelligent Auto modus kan alleen [Klokinst.], [Wereldtijd], [Toon], [Taal], [O.I.S.-demo] ingesteld worden.• Raadpleeg P22 voor details.• Druk op 3 als u Zomertijd [ ] gebruikt. (de tijde zal 1 uur vooruit gezet worden.) Druk nogmaals op 3 om terug te keren naar de normale tijd.• Als uw reisbestemming niet in de lijst van gebieden op het scherm staat, stelt u het tijdverschil tussen uw eigen zone en uw reisbestemming in.U [Klokinst.]De datum en de tijd instellen.
[Wereldtijd]Stel de tijd van uw thuisgebied en reisbestemming in.U kunt de plaatselijke tijden op de reisbestemmingen afbeelden en deze opnemen op de beelden die u maakt.Druk na de selectie van [Bestemming] of [Home] op 2/1 om een gebied te selecteren en druk op [MENU/SET] om het in te stellen.•Stel onmiddellijk na de aankoop [Home] in. [Bestemming] kan ingesteld worden nadat [Home] ingesteld is.“ [Bestemming]:U reisbestemmingA Huidige tijd van het bestemmingsgebiedB Tijdverschil met thuiszone– [Home]:Uw woongebiedC Huidige tijdD Tijdsverschil met GMT (Greenwich Mean Time)ABCD
- 41 -Basiskennis• Als de instellingen van het werkgeluid veranderd worden, zal ook het sluitergeluid veranderen.•Wanneer u de camera aansluit op een TV, verandert het volume van de TV-luidsprekers niet. Bovendien wordt er wanneer er aangesloten is geen geluid uitgegeven vanaf de cameraluidsprekers.• Het kan zijn dat sommige onderwerpen er op de LCD-monitor anders uitzien dan in werkelijkheid. Dit heeft echter geen effect op de opgenomen beelden.• De weergave van de opnamezone van de bewegende beelden is slechts een benadering.• De weergave van de opnamezone kan verdwijnen wanneer u met Tele zoomt, al naargelang de instelling van het beeldformaat.• In de Intelligent auto mode wordt het vast ingesteld op [OFF].r [Toon]Regelt het volume van het werkgeluid.[t][u][s]([Laag])([Hoog])([UIT])u [Luidsprekervolume]Stel het volume af van de luidspreker op één van de 7 niveaus.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Panasonic Lumix DMC-FS50 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fotocamera Panasonic
Handleiding Fotocamera
Nieuwste handleidingen voor Fotocamera