Necchi N 422 E Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Necchi N 422 E (132 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 83 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Necchi N 422 E of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Necchi |
| Categorie: | Naaimachine |
| Model: | N 422 E |
Handleiding Necchi N 422 E – volledige tekst
4INSTRUCTIEHANDLEIDINGDeze naaimachine is uitsluitend voor huishoudelijk gebruik bestemd. BELANGRIJKE VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN Neem altijd de volgende veiligheidsmaatregelen in acht als u een naaimachine gebruikt. Lees voor het gebruik de aanwijzingen door. GEVAARLIJK - Voorkom elektrische schokken:De naaimachine mag nooit onbeheerd achtergelaten worden als deze in het stopcontact aangesloten staat. Haal altijd direct de stekker uit het stopcontact na gebruik en voor het schoonmaken. LET OP- Beperk het gevaar voor brandwonden, brand, elektrische schokken: 1. Sta nooit toe dat de naaimachine als speelgoed gebruikt wordt. Let extra goed op als de naaimachine door of in de nabijheid van een kind gebruikt wordt. 2. Gebruik de naaimachine uitsluitend voor het doel waarvoor ze bestemd is, zie de beschrijving in deze handleiding.
Gebruik uitsluitend de accessoires die door de fabrikant aanbevolen worden en die in deze handleiding beschreven zijn. 3. Gebruik de naaimachine niet als de kabel of de stekker defect is, als de naaimachine niet correct functioneert, gevallen, beschadigd geraakt of in het water terechtgekomen is. Breng de naaimachine voor een controle, reparatie of elektronische of mechanische afstelling naar de erkende dealer of naar het dichtstbijzijnde service centrum. 4. Gebruik de naaimachine nooit als de ventilatieopeningen afgesloten zijn. Houd de ventilatieopeningen van de naaimachine altijd open en het voetpedaal altijd vrij van draden en stof. 5. Stop nooit voorwerpen in de openingen. 6. Gebruik de naaimachine nooit buiten. 7. Gebruik de naaimachine nooit in een ruimte waar aerosol producten (spray) gebruikt worden of zuurstof toegediend wordt. 8.
Om de naaimachine uit te schakelen, zet U de schakelaar op UIT (“O”) en vervolgens haalt U de stekker uit het stopcontact. 9. Trek de stekker er nooit aan het snoer uit. Om af te koppelen pakt u de stekker zelf vast en niet het snoer. 10. Houd uw vingers weg bij alle bewegende delen.
Speciale aandacht is vereist in de buurt van de naald. 11. Gebruik altijd de juiste naaldplaat. Een verkeerde naaldplaat kan de naald doen breken. 12. Gebruik nooit kromme naalden. 13. Duw of trek niet aan de stof tijdens het naaien. Daardoor kan de naald buigen of breken. 14. Schakel de machine uit (“O”) als er afstellingen in de buurt van de naald plaatsvinden, zoals de draad in de naald rijgen, de naald verwisselen, het spoeltje inrijgen of het verwisselen van het voetje, enz. 15. Haal altijd de stekker uit het stopcontact als er afdekkappen verwijderd worden, als er geolied of als er andere onderhouds afstellingen moeten worden gedaan zoals in deze handleiding vermeld. 16. Behandel het voetpedaal voorzichtig en laat hem nooit vallen. Zorg ervoor dat u niets op het voetpedaal laat steunen. 17. Til de naaimachine op en verplaats haar uitsluitend met behulp van het handvat. 18.
Dit betekent dat u het product aan het einde van de levensduur gescheiden van het normale huisvuil door erkende afvalverwerkingsbedrijven in overeenstemming met de wet moet laten verwerken. Wendt u voor een correcte verwerking tot het plaatselijke afvalverwerkingsbedrijf of de verkoper.
Haal de naaimachine onmiddellijk na het gebruik of voor het reinigen van de stroomvoorziening los. LET OP: Ter beperking van het gevaar voor brandwonden, brand, elektrische schokken of letsel. Haal de stekker nooit uit het stopcontact door aan het snoer te trekken. Pak de stekker en nooit het snoer vast. 1. Plaats de naaimachine op een stevige ondergrond. 2. Sluit het spanningssnoer van de naaimachine aan door het stekkertje met 2 openingen aan te brengen. 3. Steek de stekker vervolgens in het stopcontact. 4. Zet de aan/uit schakelaar op aan “I”. 5. Het lampje gaat branden als de schakelaar op aan staat. 6. Schakel de naaimachine uit door de schakelaar op uit te plaatsen (“O”) en de stekker uit het stopcontact te halen. VOETPEDAALMet behulp van het voetpedaal kunt u starten, stoppen en de snelheid regelen. De toets Start/stop (zie pag.
19, 23) functioneert niet als u het voetpedaal aangesloten heeft. 1. Plaats de hoofdschakelaar op uit (symbool O). 2. Steek de stekker van het voetpedaal in de ingang op de naaimachine. 3. Plaats het voetpedaal op de grond. 4. Zet de aan/uit schakelaar op aan “I”. 5. Het lampje gaat branden als de schakelaar op aan staat. 6. Hoe meer u het pedaal intrapt, hoe sneller de naaimachine naait. De naaimachine stopt als u het voetpedaal loslaat. LET OP: Ter beperking van het gevaar voor brandwonden, brand, elektrische schokken of letsel. 1. Plaats de schakelaar op uit als u het voetpedaal op de naaimachine aangesloten heeft. 2. Behandel het voetpedaal voorzichtig en laat hem nooit vallen. Zorg ervoor dat u niets op het voetpedaal laat steunen. 3. Gebruik uitsluitend het voetpedaal dat samen met de naaimachine geleverd is.
Draai het handwiel naar u toe tot de naald het hoogste punt bereikt heeft. 2. Draai de naaldklemschroef los. 3. Verwijder de naald. 4. Plaats een nieuwe naald in de naaldklem, met de platte kant naar achteren en duw de naald zover mogelijk naar boven tegen het nokje aan. 5. Draai de naaldklemschroef vast. a. Gebruik nooit een kromme of botte naalden. Leg de naald op een vlakke ondergrond en controleer of deze recht is. TABLEAU TISSU, FILE, AIGUILLEChoisissez la dimension de fi lé et d’aiguille en fonction du tissu à coudre. TABEL STOF, GAREN, NAALDENKies de dikte van het garen en de naald aan de hand van het naaiwerk. Type de tissuLéger – georgette fi ne, organza, voile, taffetas, soie, etc.
De naaimachine zal niet naaien als het rode lampje brandt, ook als u op de start/stop toets drukt. Opmerking: Als de bovendraad niet juist is ingeregen zal de machine niet starten (bovendraadsensor). Als u het voetpedaal aangesloten heeft functioneert de toets start/stop niet. B. TOETS ACHTERUITDe naaimachine naait langzaam achteruit als u op deze toets drukt en komt tot stilstand zodra u de toets loslaat. Opmerking: De naaimachine naait (langzaam) achteruit als het voetpedaal aangesloten is en u op deze toets drukt. De naaimachine naait vooruit als u de toets loslaat. C. TOETS NAALD OMHOOG/ OMLAAG/ LANGZAAM NAAIEN TIJDENS HET NAAIEN , de naald wordt met een druk op deze toets omhoog of omlaag bewogen. Tijdens het naaien, met een druk op deze toets zal de naaimachine langzaam naaien. Met een tweede druk op deze toets zal de naaimachine weer op volle snelheid naaien. D.
Druk deze toets nooit in als onder de naaimachine geen stof aanwezig is of u de draden niet hoeft door te snijden. De draad kan verward en beschadigd raken. 2. Gebruik deze toets nooit om draden met een dikte van meer dan #30, nylon of ander bijzonder garen door te snijden. Gebruik in dit geval de draadafsnijder (H). F. PERSVOETHENDELMet deze hendel kunt u de persvoet omhoog of omlaag halen. Opmerking: De naaimachine zal niet naaien als de persvoet omhoog staat (tenzij u het spoeltje opwindt). G. TRANSPORT VERZINKKNOPDe transporteur steekt direct onder de voet boven de steekplaat uit. De transporteur verplaatst de stof tijdens het naaien. De transporteur verzinkknop bedient de transporteur. Verplaats tijdens het normaal naaien de hendel naar rechts zodat de transporteur helemaal omhoog bewogen is. De hendel blijft voor het merendeel van de stiksels in deze stand staan.
Verplaats de hendel naar links om de transporteur te laten zakken als u kleding verstelt, borduurt of als u de stof handmatig verplaatst transporteur. H. HANDMATIGE DRAADAFSNIJDERGebruik de handmatige draadafsnijder op de lampenkap als u de draadafsnijdertoets niet gebruikt. 1. Plaats de persvoet omhoog als u het naaien voltooid heeft en haal de draden en de stof naar de achterkant. 2. Breng de draden van achter naar voren in de draadafsnijder aan. 3. Trek aan de stof en snijdt de draden af. I. BOVENSTE KLEPOpen de bovenste deksel door de rechterzijde ervan op te tillen. J. HANDWIELDe naald beweegt omhoog of omlaag als u aan het handwiel draait. Draai het handwiel altijd naar u toe.
LAMPJE DISPLAYGroen lampje “AAN” De naaimachine is gereed of de spoel wordt opgewonden. Rood lampje “AAN” De knoopsgatvoet of knoopsgathendel is niet naar beneden geplaatst. De naaimachine zal niet naaien als het rode lampje brandt, ook als u op de start/stop toets drukt. Opmerking: Als de bovendraad niet juist is ingeregen zal de machine niet starten (bovendraadsensor). Als u het voetpedaal aangesloten heeft functioneert de toets start/stop niet. B. TOETS ACHTERUITDe naaimachine naait langzaam achteruit als u op deze toets drukt en komt tot stilstand zodra u de toets loslaat. Opmerking:De naaimachine naait (langzaam) achteruit als het voetpedaal aangesloten is en u op deze toets drukt. De naaimachine naait vooruit als u de toets loslaat. C. TOETS LANGZAAMTijdens het naaien, met een druk op deze toets zal de naaimachine langzaam naaien.
De hendel blijft voor het merendeel van de stiksels in deze stand staan. Verplaats de hendel naar links om de transporteur te laten zakken als u kleding verstelt, borduurt of als u de stof handmatig verplaatst. H. DRAADAFSNIJDERGebruik de draadafsnijder als u de draadafsnijdertoets niet gebruikt. 1. Plaats de persvoet omhoog als u het naaien voltooid heeft en haal de draden en de stof naar de achterkant. 2. Breng de draden van achter naar voren in de draadafsnijder aan. 3. Trek aan de stof en snijdt de draden af. I. BOVENSTE KLEPOpen de bovenste deksel door de rechterzijde ervan op te tillen. J. HANDWIELDe naald beweegt omhoog of omlaag als u aan het handwiel draait. Draai het handwiel altijd naar u toe.
NOTE:Quand le mode longueur ou largeur point n’apparaît pas (h), ces programmations ne peuvent pas être modifi ées dans le point. D. INFORMATIE OVER DE GEKOZEN STEEK Het scherm toont de volgende informatie als u een steek kiest. a. Soort steekb. Nummer steek c. De geschikte persvoetDe aangegeven persvoet is een van persvoeten die voor het naaien van normale steken aanbevolen worden. Afhankelijk van het soort stiksel beschreven in deze handleiding kunt u een andere persvoet gebruiken. d. Steeklengte en steekbreedteMet een druk op de Indicatortoetsen (e) zal de informatie als volgt gewijzigd worden. f. SteeklengteDe ingestelde steeklengte wordt met behulp van een nummer aangegeven. Druk op de toets Min als u de steek wilt inkorten (). g. SteekbreedteDe ingestelde steekbreedte wordt met behulp van een nummer aangegeven. Druk op de toets Min als u de steek wilt versmallen (). g-1.
Contrôle position latérale aiguilleQuand le point droit est sélectionné, les touches Plus/Moins règlent la position latérale de l’aiguille. NOTE:Quand le mode longueur ou largeur n’apparaît pas (h), on ne peut pas modifi er ces programmations dans le point. D. INFORMATIE OVER DE GEKOZEN STEEK Het scherm toont de volgende informatie als u een steek kiest. a. Soort steekb. Nummer steek c. De geschikte persvoetDe aangegeven persvoet is een van persvoeten die voor het naaien van normale steken aanbevolen worden. Afhankelijk van het soort stiksel beschreven in deze handleiding kunt u een andere persvoet gebruiken. d. Steeklengte en steekbreedteMet een druk op de toets steeklengte/steekbreedte (e) zal de informatie als volgt gewijzigd worden. f. SteeklengteDe ingestelde steeklengte wordt met behulp van een nummer aangegeven. Druk op de toets Min als u de steek wilt inkorten (). g.
35- Mod. N420E -SELECTION D’UN POINTLa machine offre 100 types de points, indiqués dans le tableau situé à l’intérieur du couvercle supérieur. Chaque point est numéroté de “00” à “99”. Quand vous allumez la machine, sur l’écran apparaît “01” pour indiquer que le point droit est sélectionné (position aiguille au centre). 1. INDICATEUR NUMERO POINTFournit trois indications sur le point. A. Numéro point B. Longueur pointC. Largeur point- Model N420E -EEN STEEK KIEZENDe machine bevat 100 verschillende steken die in de tabel aan de binnenkant van de bovenste klep weergegeven zijn. Elke steek is voorzien van een nummer tussen “00” en “99”. Als u de naaimachine inschakelt wordt op het display wordt “01” weergegeven ter indicatie dat de rechte steek (naald in het midden) geselecteerd is. 1. STEEKNUMMERINDICATORGeeft drie indicaties over de geselecteerde steek. A. Steeknummer B. Steeklengte C.
Een indicator gaat branden en op het display wordt de steeklengte weergegeven. 2. Stel de steeklengte in met een druk op de toetsen Plus/Min. Druk op de toets “+” als u de steek wilt verlengen.
Druk op de toets “-” als u de steek wilt inkorten. U kunt de lengte tijdens het naaien wijzigen. 1. Druk op de toets instelling steekbreedte. Een indicator gaat branden en op het display wordt de steekbreedte weergegeven. 2. Stel de steekbreedte in met een druk op de toetsen Plus/Min. Druk op de toets “+” als u de steek wilt verbreden. Druk op de toets “-” als u de steek wilt versmallen. U kunt de breedte tijdens het naaien wijzigen. NAALDSTANDIn het geval van rechte steken (Nr. 00, 01, 02, 03, 04, 06) wordt de verplaatsing zijwaarts van de naald in plaats van de steekbreedte gewijzigd. 0: Naald links 3. 5: Naald in het midden 7. 0: Naald rechts Druk op de toets “+” als u de naald naar rechts wilt verplaatsen. Druk op de toets “-” als u de naald naar links wilt verplaatsen. - Mod. N420E -- - Model N420E -.
Durant la couture d’une boutonnière, on appuie sur la touche Start même si le levier de la boutonnière n’est pas correctement baissé. Après la couture d’une boutonnière, on appuie sur la touche Start même si le pied-de-biche n’est pas relevé pour revenir à la position originale. 8. INDICATORENOp de naaimachine worden de volgende indicaties weergegeven. 1. Instelling tweelingnaald Het groene lampje brandt. Met een druk op de toets tweelingnaald gaat dit lampje branden en wordt de steekbreedte beperkt. Zie pag. 113 - tweelingnaald. 2. Persvoethendel Het rode lampje knippert. De toets Start wordt ingedrukt, ook als de persvoet niet omlaag gebracht is of Na het naaien van een knoopsgat wordt op de toets Start gedrukt om naar de normale stand terug te keren, ook als de persvoet niet omhoog gezet is. 3. Spoel opwinden Het groene lampje brandt.
Duw de spoelopwinder naar rechts (instelling spoel opwinden). Het groene lampje knippert. Spoel opwinden voltooid. 4. Knoopsgathendel Het rode lampje knippert. Tijdens het naaien van een knoopsgat wordt op de toets Start gedrukt, ook als de knoopsgathendel niet naar beneden gebracht is of.
Retirez l’espolin de la tige et coupez le fi l. 1. Trek het linkerdeel van de klospen naar boven. 2. Plaats de klos op dusdanige wijze op de klospen zodat de draad aan de voorkant afgewikkeld wordt. 3. Plaats de kloskap op de klospen tot dat deze tegen de garenklos aankomt. a: Plaats de kloskap andersom als de garenklos kleiner is. b. Gebruik de kleine spoelstop om het spoelen van de draad te vergemakkelijken. Laat enige ruimte tussen de spoel en de spoelstop zoals afgebeeld. C. DE SPOEL OPWINDEN1. Houd de draad met beide handen vast en haak hem in de achterste opening vast. 2. Haal de draad naar voren en vervolgens van rechts naar links door de draadgeleiderplaat. 3. Breng de draad naar rechts en haal hem door de onderste zijde van de draadgeleider. Haal de draad vervolgens linksom onder de spanschijf door. 4.
Breng de draad in de opening van de spoel aan en plaats de spoel op de spoelwinderas. Druk de spoel naar rechts om de spoelwinder aan te brengen. Het display geeft de instelling spoel opwinden aan. 5. Houd het uiteinde van de draad vast en start de machine op met een druk op de toets Start/stop of door de voetpedaal in te drukken. 6. Breng na een paar omwikkelingen de naaimachine tot stilstand door middel van een druk op de toets Start/stop of door het voetpedaal los te laten. Knip de draad af in de buurt van de opening. 7. Start de naaimachine weer op. 8. Zodra de spoel gevuld is wordt het opwinden automatisch onderbroken (laat het voetpedaal los). 9. Duw de spoel op de spoelas naar links. 10. Verwijder de spoel van de spoelas en knip de draad af.
Pour faire remonter le fi l de dessous, reportez-vous à la page 53.4. Herplaats het spoelhuisdeksel. Steek de lipjes links in de gaten van de steekplaat en duw de rechterkant van het deksel tot de klik.OPMERKING:De machine kan beginnen met naaien zonder dat de onderdraad uit het spoelhuis gehaald hoeft te worden. Om de onderste draad eruit te halen, zie pag. 53.
Houd het uiteinde van de draad vast en start de machine op met een druk op de toets Start/stop of door de voetpedaal in te drukken. 6. Breng na een paar omwikkelingen de naaimachine tot stilstand door middel van een druk op de toets Start/stop of door het voetpedaal los te laten. Knip de draad af in de buurt van de opening. 7. Start de naaimachine weer op. 8. Zodra de spoel gevuld is wordt het opwinden automatisch onderbroken (laat het voetpedaal los). 9. Duw de spoel op de spoelas naar links. 10. Verwijder de spoel van de spoelas en knip de draad af.
Plaats de persvoethendel omhoog. 2. Druk de toets Naald omhoog-omlaag in en breng de naald omhoog (houd de naald tijdens het inrijgen van de draad in deze stand). B. DE KLOS OP DE KLOSPEN PLAATSEN Open de bovenste deksel en breng de klos aan. 1. Trek het linkerdeel van de klospen naar boven. 2. Plaats de klos op dusdanige wijze op de klospen zodat de draad aan de voorkant afgewikkeld wordt. 3. Plaats de kloskap op de klospen tot dat deze tegen de garenklos aankomt. a: Plaats de kloskap andersom als de garenklos kleiner is. b. Gebruik de kleine spoelstop om het spoelen van de draad te vergemakkelijken. Laat enige ruimte tussen de spoel en de spoelstop zoals afgebeeld. C. ENFILAGE SUPERIEUR1. Retenez le fi l avec les deux mains et faites-le passer dans le guide de l’ouverture postérieure. 2. Amenez le fi l en avant et faites-le passer à travers la plaque guide fi l de droite à gauche. 3.
Trek de draad door de sleuf naar beneden. 7. Haal de draad vanuit de rechterzijde van de opening door de draadgeleider. 8. Haal de draad van voor naar achter door het oog. Raadpleeg de volgende pagina voor het gebruik van de naaldinrijger.
DE DRAAD IN HET OOG RIJGENLET OP: Ter voorkoming van ongevallen. Draai niet aan het handwiel als u de naaldinrijghendel omlaag gehaald heeft. Opmerking: Gebruik de naaldinrijger voor naalden type 11/ 80 - 16/100 en garen type 50-100. 1. Trek de draad door de draadgeleider van de naald naar de voorkant van de aanschuiftafel. Breng de persvoet omlaag. OPMERKING: Controleer of de naald omhoog geplaatst is. Breng de naald omhoog met een druk op de toets Naald omhoog-omlaag als dit niet het geval is. 2. Breng de naaldinrijghendel omlaag. De hendel komt op de laagste stand tot stilstand. De naaldinrijger draait en de punt van de haak beweegt door het oog van de naald. 3. Trek de draad door de draadgeleider (a) en trek hem naar rechts. 4. Trek de draad door de geleider (a) De draad haakt vast (c). 5. Haak de draad van achter naar voren in de draadafsnijder vast.
Trek aan de draad en snijd hem af. 6. Haal de hendel omlaag en laat hem los. De haak draait en haalt de draad door het oog waardoor een lus gevormd wordt. 7. Rijg de draad voor ongeveer 20 cm door het oog van de naald. 8. Zet de naaivoet omhoog door middel van de persvoet. HANDMATIG UITTREKKEN VAN DE ONDERDRAAD(De machine kan beginnen met naaien zonder dat de onderdraad uit het spoelhuis gehaald hoeft te worden. )Als u wilt naaien nadat u de draad handmatig eruit heeft getrokken, volg dan de onderstaande instructies. 1. Plaats de spoel in de mand en laat de draad lopen zoals aangegeven op pag. 33. De draad niet afknippen. 2. Zet de naaivoet omhoog. 3. Houd de spanning op de bovendraad en drukte twee keer op de knop “naald omhoog/omlaag”, zodat de draaiknop een keer volledig ronddraait. 4. Trek zachtjes aan de bovendraad. De onderdraad zal uit de spoel getrokken worden. 5.
Plaats de kloskap op de klospen tot dat deze tegen de garenklos aankomt. a: Plaats de kloskap andersom als de garenklos kleiner is. C. INRIJGEN BOVEN1. Houd de draad met beide handen vast en haal hem door de achterste opening van de geleider. 2. Haal de draad naar voren en vervolgens van rechts naar links door de draadgeleiderplaat. 3. Breng de draad naar links en trek hem door de sleuf naar beneden. 4. Breng de draad van rechts naar links en trek hem omhoog. 5. Rijg de draadspanner in door de draad naar boven te trekken. Haal de draad vervolgens onderlangs naar achter en vervolgens van rechts naar links door de sleuf. 6. Trek de draad door de sleuf naar beneden. 7. Haal de draad vanuit de rechterzijde van de opening door de draadgeleider. 8. Haal de draad van voor naar achter door het oog. Raadpleeg de volgende pagina voor het gebruik van de naaldinrijger.
Le crochet tourne et fait passer le fi l à travers le chas en formant un anneau. 7. Tirez environ 10 cm de fi l depuis le chas. E. EXTRACTION FIL INFERIEUR1. Levez le pied-de-biche. 2. Retenez délicatement le fi l et appuyez 2 fois sur la touche Aiguille haute-basse depuis la position en hauteur. Le volant effectue un tour complet. 3. Tirez légèrement le fi l supérieur. Le fi l inférieur se soulève en un anneau. 4. Tirez environ 10 cm des deux fi l derrière le pied-de-biche. D. DE DRAAD IN HET OOG RIJGENLET OP: Ter voorkoming van ongevallen. Draai niet aan het handwiel als u de naaldinrijghendel omlaag gehaald heeft. Opmerking: Gebruik de naaldinrijger voor naalden type 11/80 - 16/100 en garen type 50-100. 1. Trek de draad door de draadgeleider van de naald naar de voorkant van de aanschuiftafel. Breng de persvoet omlaag. OPMERKING: Controleer of de naald omhoog geplaatst is.
De hendel komt op de laagste stand tot stilstand. De naaldinrijger draait en de punt van de haak beweegt door het oog van de naald. 3. Trek de draad door de draadgeleider (a) en trek hem naar rechts. 4. Trek de draad door de geleider (a) De draad haakt vast (c). 5. Haak de draad van achter naar voren in de draadafsnijder vast. Trek aan de draad en snijd hem af. 6. Haal de hendel omlaag en laat hem los. De haak draait en haalt de draad door het oog waardoor een lus gevormd wordt. 7. Trek ongeveer 10 cm draad door het oog. E. DE ONDERDRAAD OPPAKKEN1. Plaats de persvoet omhoog. 2. Houd de draad voorzichtig vast en druk 2 maal vanuit de hoge stand op de toets Naald omhoog-omlaag. Het handwiel verricht een hele slag. 3. Trek voorzichtig aan de bovendraad. De onderdraad wordt in een lus omhoog gehaald. 4. Trek ongeveer 10 cm van de beide draden achter de voet.
Plaats de stof onder de persvoet en breng de persvoet omlaag. 3. Houd de bovendraad achter (Mod. N424E) of beide draden (Mod. N422E,N420E), en druk op de start-/stopknop of de controller. Houd de draad/draden vast totdat u een paar punten heeft genaaid. Begeleid de stof voorzichtig. U kunt de naaisnelheid met behulp van de snelheidsregeltoets afstellen. U kunt de naaisnelheid ook laten afnemen door op de toets Langzaam te drukken. 4. Als u het einde van het stiksel bereikt drukt u op de toets Start/stop of laat u het voetpedaal los om het naaien te onderbreken. - Model N424E -5. Druk op de Draadafsnijdertoets. 6. Plaats de persvoethendel omhoog en verwijder de stof. - Model N422E, N420E -5. Plaats de persvoethendel omhoog. 6. Verwijder de stof en snijd de draden van achter naar voren af met de draadafsnijder op de klep.
ACHTERUIT NAAIENU kunt het achteruit naaien gebruiken om het uiteinde van een stiksel te verstevigen. 1. Plaats de stof waar u het naaien achteruit wilt verrichten onder de persvoet en breng de persvoet omlaag. 2. Druk de toets Achteruit in. (trap het voetpedaal in als u het aangesloten heeft). Naai 4 -5 steken achteruit. 3. Laat de toets Achteruit los en druk de toets Start/stop in (of trap het voetpedaal in). De machine naait weer vooruit. 4. Druk aan het einde van het stiksel de toets Achteruit in en naai 4-5 steken achteruit. C. POINT D’ARRET AUTOMATIQUEVous pouvez coudre un point d’arrêt en début et en fi n de couture. 1. Appuyez sur la touche Point d’arrêt. - MOD. N424E, N422E - “ ” apparaîtra sur l’écran LCD. - MOD. N420E -L’indicateur point d’arrêt s’allume. 2. Commencez à coudre. La machine coud un point d’arrêt, puis commence à coudre le point choisi. 3.
Si vous voulez annuler cette fonction, appuyez à nouveau sur la touche Point d’arrêt. - MOD. N424E, N422E- Le symbole point d’arrêt disparaît. - MOD. N420E - L’indicateur point d’arrêt s’éteint. - MOD. N424E, N422E -Fonction utilisable avec tous les points. - MOD. N420E -Vous pouvez coudre un point d’arrêt manuel en sélectionnant le point Nr. 99. Ce programme effectue un seul point d’arrêt puis s’arrête. C. AUTOMATISCHE STOPSTEEKAan het begin en einde van het stiksel kunt u een stopsteek laten naaien. 1. Druk de toets Stopsteek in. - MODEL N424E, N422E - Op het LCD “ ” display wordt weergegeven. - MODEL N420E - De indicator stopsteek gaat branden. 2. Begin te naaien De naaimachine naait een stopsteek en begint vervolgens met de geselecteerde steek te naaien. 3. Druk aan het einde van het naaien eenmaal op de toets Achteruit.
De naaimachine naait een stopsteek en komt automatisch tot stilstand4. Druk nogmaals op de toets Stopsteek als u deze functie wilt annuleren. - MODEL N424E, N422E- Het symbool stopsteek wordt niet langer weergegeven. - MODEL N420E - De indicator stopsteek gaat uit. - MODEL N424E, N422E -Deze functie kunt u met alle nuttige steken combineren. - MODEL N420E -U kunt handmatig een stopsteek naaien met de steek Nr. 99. Dit programma verricht uitsluitend een stopsteek en komt vervolgens tot stilstand. Opmerking: - MODEL N424E -De steken Nr. 3 en Nr. 4 hebben automatisch een verstevigende steek. Zie pag. 69. - MODEL N422E -De steek Nr. 2 hebben automatisch een verstevigende steek. Zie pag. 69. - MODEL N420E -De steken Nr. 03 en 04 hebben automatisch een verstevigende steek. Zie pag. 69.
Draadspanning voor zigzagsteken De draadspanning voor zigzagsteken moet lager zijn dan de draadspanning die voor rechte steken gebruikt wordt. Het resultaat is beter als de bovendraad aan de onderkant van de stof zichtbaar is. TipHet kan zijn dat de bovendraad niet correct ingeregen is (en met name de draadspanning) als het stiksel zich als aan de voorkant van de stof juist is maar de achterkant op een handdoek lijkt, zie hiernaast. Ref. pag. 55 voor correct inrijgen.
N422E,N420E) onder lichte spanning en begin met naaien. Begeleid de stof voorzichtig tijdens het naaien. 3. Breng de machine aan het einde van het naaien tot stilstand. 4.
- MODEL N424E - Druk op de Draadafsnijdertoets. - MODEL N422E, N420E - Haal de persvoet omhoog en snijd de draad af. B. Rechte steek met automatische stopsteek1. Plaats de stof onder de persvoet en breng hem omlaag. 2. Houd de bovendraad (Mod. N424E) of beide draden (Mod. N422E,N420E) onder lichte spanning en begin met naaien. De naaimachine naait 4-5 steken vooruit en 4-5 steken achteruit en naait vervolgens weer vooruit. 3. Druk aan het einde van het naaien eenmaal op de toets. Achteruit. De naaimachine naait een aantal steken achteruit en een aantal steken vooruit en komt vervolgens automatisch tot stilstand. 4. - MODEL N424E - Druk op de Draadafsnijdertoets. - MODEL N422E, N420E - Haal de persvoet omhoog en snijd de draad af.
SATIJNSTEEKDe steken zijn dichter op elkaar geplaatst dan in het geval van een normale zigzagsteek als u de naaimachine op de satijnsteek plaatst. Gebruik voor deze steek de satijnvoet. BRAS LIBRESimplement en retirant l’extension base, la machine devient à bras libre, rendant les zones dif ciles à atteindre plus accessibles. Réf. page 15 pour l’enlèvement de l’extension base. VRIJE ARMDe naaimachine heeft een vrije arm als u de aanschuiftafel verwijdert. Op deze manier kunt u de moeilijk bereikbare zones beter bereiken. Ref. pag. 15 voor het vervangen van de aanschuiftafel. ZIGZAG MULTIPLEUtilisé pour des coutures sur élastique et pour surjet sur tissus en maille. N424E N422E N420E 13 9 09 Zigzag multiplePied-de-biche standard (A)A. Couture sur élastique Tirez l’élastique devant et derrière l’aiguille durant la couture. B.
Met deze steken kunt u tegelijkertijd rechte en overlocksteken verrichten. Bovendien kunt u met deze steken eenvoudig lastige en stretchstoffen naaien. c.
Met deze steek kunt u lichte overlocksteken maken of lichte stoffen naaien. LET OP: Ter voorkoming van ongevallen Gebruik de overlockvoet uitsluitend met de aangegeven steken en met een steekbreedte van minimaal 5. Het is mogelijk dat de naaldde persvoet raakt en breekt als u steken of de steekbreedte wijzigt. B. DE STANDAARD PERSVOET GEBRUIKEN N424E N422E N420E 11, 13 7, 9 07,09,13Standaard persvoet (A)Houd de stof op dergelijke wijze dat de naald met de standaard persvoet in de buurt van de rand van de stof valt. d. Voor een kleinere zigzag steekbreedte (Steek. =2. 0-4. 5). e. Voor eenvoudiger naaien van lastige of stretchstoffen. C. OPMERKING: U kunt het teveel aan materiaal wegknippen als u de binnenkant van de stof genaaid heeft. Zorg ervoor dat u de draden niet doorknipt als u het teveel aan materiaal wegknipt.
Placez le tissu de façon à ce que les points droits (ou petits zigzags ) se trouvent sur le bord saillant et que les points zigzag grands saisissent seulement un fi l du bord replié (g). Tournez la vis de façon à ce que le guide touche à peine le bord du tissu.4. Baissez le pied-de-biche et cousez l’ourlet en guidant normalement le tissu.5. Tournez le tissu une fois la couture terminée. c. Envers du tissu h. Endroit du tissu2. De geleider (a) op de blindzoomvoet garandeert een regelmatige verplaatsing van de stof als u een blinde zoom naait. De geleider (e) kunt u afstellen met behulp van de schroef (f).3. Houd de stof op dergelijke wijze dat rechte steken (of kleine zigzagsteken) op de uitstekende rand geplaatst worden en dat de grote zigzagsteken uitsluitend een draad van de omgevouwen rand pakken (g). Draai de schroef op dergelijke wijze dat de geleider net de rand van de stof raakt.4.
Snijd de stof langs het stiksel af en laat een rand van ongeveer 3 mm achter. Snijd de rand af. 3. Keer de stof om, duw het ronde stiksel naar buiten en druk het aan. b. KANTWERKRAND1. Naai langs de rand. 2. Snijd de stof in de buurt van het stiksel af en zorg ervoor dat u de draad niet afsnijdt. COUTURE ELASTIQUE Assure une couture solide et souple sans risque de rupture. Utile pour faciliter la couture de tissus diffi ciles et de jersey. Utile pour unir des tissus résistants comme le jean.
Handig voor het eenvoudiger naaien van lastige stoffen of tricot. Handig voor het aan elkaar naaien van stugge stoffen, zoals denim. N424E N422E N420E 5 3 05 Stiksteek voor stretchstoffen (naald in het midden) 6 4 - Stiksteek voor stretchstoffen (naald links) 7 5 04 Rechte steek voor stretchstoffen (naald in het midden) 8 - - Elastische recht steek (naald links) 14 10 10 Rick-rack steekStandaard persvoet (A)We raden u aan om een naald voor tricot en synthetische stoffen te gebruiken om overgeslagen steken of een breuk van de draad te vermijden. a. Jas b. Broek c. Tas d. Zak.
Cousez le côté gauche du zip du bas vers le haut. 5. Cousez à travers le fond et le côté droit du zip. Retirez le faufi lage et faites pression. N424E N422E N420E 1 1 01 Rechte steek (stand naald in het midden)Ritsvoet (E)LET OP: Ter voorkoming van ongevallenGebruik de ritsvoet uitsluitend met een rechte steek en plaats de naald in het midden. Met andere steken kan het zijn dat de naald de persvoet raakt en afbreekt. 1. Zet de rits met spelden op de naailijn vast. a: Overlocksteek, b: Einde opening c: Speld d: Achterkant van de stof2. Indrukken om het stiksel te openen. Zet de rand van de rits met spelden vast. Plaats de geopende en naar beneden gekeerde rits op de rand van het stiksel met de tanden tegen het stiksel aan. 3. Breng de ritsvoet aan. Breng de linkerzijde van de ritsvoet aan op de persvoethouder als u de rechterzijde van de rits vastnaait.
Tournez le tissu et cousez à travers le fond et le côté droit du zip. 6. Arrêtez-vous à environ 5 cm du début du zip. Retirez le faufi lage et ouvrez le zip. Finissez la couture. A. POUR OUVRIR LE ZIP DURANT LA COUTURE1. Interrompez la couture avant le curseur. 2. Baissez l’aiguille dans le tissu. 3. Levez le pied-de-biche et ouvrez le zip. 4. Baissez le pied-de-biche et continuez àcoudre. a. CurseurBLINDE RITSEN INZETTEN N424E N422E N420E 1 1 01 Rechte steek (naald in het midden)Ritsvoet (E)LET OP: Ter voorkoming van ongevallen. Gebruik de ritsvoet uitsluitend met een rechte steek en plaats de naald in het midden. Met andere steken kan het zijn dat de naald de persvoet raakt en afbreekt. 1. Zet de rits met spelden op de naailijn vast. a: Overlocksteek, b: Einde opening c: Speld d: Achterkant van de stof2. Vouw dubbel naar de rand links.
Breng de rechterzijde van de ritsvoet aan op de persvoethouder als u de linkerzijde van de rits vastnaait. 4. Naai de linkerzijde van de rits van onder naar boven vast. 5. Draai de stof om en naai door de onderstof en de rechterzijde van de rits heen. 6. Stop op ongeveer 5 cm van het begin van de rits. Verwijder de spelden en open de rits. Voltooi het naaien. A. DE RITS TIJDENS HET NAAIEN OPENEN1. Onderbreek het naaien voor de cursor. 2. Breng de naald omlaag de stof in. 3. Haal de persvoet omhoog en open de rits. 4. Breng de persvoet omlaag en hervat het naaien. a. Cursor.
Haal de bovendraad door de opening van de knoopsgatvoet en breng de boven- en onderdraad naar links. 4. Breng de stof op dergelijke wijze onder de knoopsgatvoet aan dat het centrale teken ten opzichte van de knoopsgatvoet gecentreerd is. Breng de persvoet omlaag. 5. Breng de knoopsgathendel omlaag. Opmerking: De naaimachine zal niet naaien als de knoopsgathendel niet naar beneden gehaald is en als de knoopsgatvoet niet op correcte wijze geplaatst is. 6. Houd de bovendraad voorzichtig vast en start de machine op.
Haal de knoopsgatvoet omhoog en plaats hem op in de beginstand als u hetzelfde knoopsgat nogmaals wilt naaien.9. Open het knoopsgat in het midden en zorg ervoor dat u de steken aan de zijkant niet doorsnijdt. Zet de stof met een speld vast.LET OP: Ter voorkoming van ongevallen.Houd uw vinger altijd achter het tornmesje als u een naad opent.A. STRETCHSTOFFEN NAAIENWe raden u aan om aan de achterkant van de stof een versteviging aan te brengen.Opmerking: De dikte van de draden van het knoopsgat kunt u met de steeklengtetoets afstellen.
Knip een stuk stof van 2,5 cm breed en 1 cm langer dan het knoopsgat. Zet het stuk stof met spelden vast zodat de centrale lijn ervan met de centrale lijn van het knoopsgat uitgelijnd is. a. Voorkant van de stof b. Keer het stuk stof om. 2. Breng de knoopsgathendel omlaag en naai het knoopsgat (zie de vorige pagina). De naaimachine zal in de aangegeven volgorde het knoopsgat naaien en komt vervolgens automatisch tot stilstand. 3. Haal de knoopsgatvoet omhoog en snijd de draad af. 4. Ouvrez prudemment le centre de la boutonnière en restant à 3 mm des extrémités. Coupez en diagonal vers les angles comme illustré. Retirez le faufi lage. 4. Open het midden van het knoopsgat en bewaar een afstand van ongeveer 3 mm tot de randen. Snijd diagonaal naar de hoeken, zie de afbeelding. Verwijder de speld. 5. Introduisez la découpe à travers l’ouverture et vers l’intérieur. 5.
897. Tournez la découpe et faites pression sur le bord latéral de la couture.7. Draai het stuk stof om en druk op de randen van het stiksel.8. Repliez chaque côté de la découpe pour former des plis qui se rencontrent au centre de la boutonnière et couvrez l’ouverture. Appuyez sur la coupure.8. Vouw elke zijde van het stuk stof om en maak vouwen die in het midden van het knoopsgat bij elkaar komen. Dek de opening af. Druk op het stuk stof.9. Tournez le tissu sur l’endroit et faufi lez le long du centre de chaque repli. a. Endroit du tissu9. Keer het stuk stop aan de voorkant om en zet het in het midden van elke vouw met een speld vast. a. Voorkant van de stof10. Repliez le tissu et cousez le long des côtés, à l’épaisseur d’une aiguille de distance de la ligne de couture originale. Retirez le faufi lage. c. Envers du tissu10.
Keer het stuk stof om en naai op een afstand gelijk aan de dikte van een naald langs de randen van het originele stiksel. Verwijder de speld. c. Achterkant van de stof11. Pliez le tissu dans l’autre direction et cousez les extrémités triangulaires sur la ligne de couture originale.11. Vouw de stof de andere richting op en naai de driehoekige uiteinden op het originele stiksel vast.12. Faites pression et coupez la découpe à 5 mm de la couture. a. Endroit du tissu c. Envers du tissu12. Druk aan en snijd het stuk stof binnen 5 mm van het stiksel af. a. Voorkant van de stof c.
Achterkant van de stofNOTE :Dans la couture de tissus légers, coupez une découpe de soutien thermofusible large 3 cm et 2 cm plus longue que la boutonnière.Liez à l’envers sur chaque boutonnière marquée.OPMERKING:Tijdens het naaien van dunne stoffen knipt u een verstevigend stuk klevende stof van 3 cm breed en 2 cm langer dat het knoopsgat.Bevestig dit stuk stof omgekeerd boven elke gemarkeerde knoopsgat.
Breng de knoopaanzetvoet aan en lijn de twee openingen van de knoop uit met de spleet in de knoopaanzetvoet. Breng vervolgens de knoopaanzetvoet omlaag en zet de knoop vast. 3. Stel de steekbreedte op dergelijke wijze af dat de naald in de linker opening van de knoop terechtkomt. 4. Draai het handwiel met de hand tot de naald in het tweede gat terechtkomt. Het kan nodig zijn dat u de steekbreedte moet afstellen. LET OP: Ter voorkoming van ongevallen. Zorg ervoor dat de naald tijdens het naaien de knoop niet raakt. De naald kan breken als u dit niet doet. 5. Naai ongeveer 10 steken op lage snelheid. 6. Plaats de persvoet omhoog en snijd de draden af op ongeveer 5 cm van det stof. 7. Trek aan het uiteinde van de onderdraad en trek de bovendraad naar de achterkant van de stof. Knoop de draden aan elkaar. 8. Plaats de transporteur verzinkknop na het naaien naar rechts.
Opmerking:Neem de beschreven procedure voor de eerste twee gaten in acht als u knopen met 4 gaten vastzet. Hef vervolgens de knoopaanzetvoet een stukje op en verplaats de stof zodat u ook de andere twee openingen onafhankelijk of kruislings op de eerste twee openingen kunt vastzetten. A. Lange draadDe knopen op overjassen en jassen moeten een lange draad hebben zodat ze niet direct op de stof bevestigd zijn. Breng een speld ofeen naald aan op tussen de openingen bovenop de knoop en naai over de speld of naald heen. Trek de draad aan de achterkant van de knoop aan en wind hem op. Knoop de uiteinden van de draad stevig aan elkaar vast.
Breng de standaard persvoet aan en lijn de twee openingen van de knoop uit met de spleet in de persvoet. 3. Duw het knopje aan de rechterzijde van de persvoet in en zet de knoop vast door de persvoet omlaag te brengen. 4. Stel de steekbreedte op dergelijke wijze af dat de naald in de linker opening van de knoop terechtkomt. 5. Draai het handwiel met de hand tot de naald in het tweede gat terechtkomt. Het kan nodig zijn dat u de steekbreedte moet afstellen. LET OP:Ter voorkoming van ongevallen. Zorg ervoor dat de naald tijdens het naaien de knoop niet raakt. De naald kan breken als u dit niet doet. 6. Naai ongeveer 10 steken op lage snelheid. 7. Hef de persvoet op en snijd de draden af op ongeveer10 cm van de stof. 8. Trek aan het uiteinde van de onderdraad en trek de bovendraad naar de achterkant van de stof. Knoop de draden aan elkaar. 9.
Plaats de transporteur verzinkknop na het naaien naar rechts. Opmerking:Neem de beschreven procedure voor de eerste twee gaten in acht als u knopen met 4 gaten vastzet. Hef vervolgens de persvoet een stukje op en verplaats de stof zodat u ook de andere twee openingen onafhankelijk of kruislings op de eerste twee openingen kunt vastzetten. A. Lange draadDe knopen op overjassen en jassen moeten een lange draad hebben zodat ze niet direct op de stof bevestigd zijn. Breng een speld ofeen naald aan op tussen de openingen bovenop de knoop en naai over de speld of naald heen. Trek de draad aan de achterkant van de knoop aan en wind hem op. Knoop de uiteinden van de draad stevig aan elkaar vast.
Een boven-, tussen- en onderlaag. De bovenlaag is samengesteld uit stukken stof met verschillende geometrische vormen die aan elkaar genaaid zijn. Nr. 1 Rechte steek (naald in het midden)Rechte steek / quiltvoet, quiltgeleiderLET OP: Ter voorkoming van ongevallenHoud de naald altijd in het midden als u de rechte steek / de quiltvoet gebruikt. A. Stukken stof aan elkaar naaienNaai de stukken stof aan elkaar met behulp van het programmaNr. 1 en houd een rand van 6. 3 mm vrij. B. QuiltingNaai de drie lagen materiaal aan elkaar. Gebruik de quiltgeleider voor de andere rijen. Breng de quiltgeleider aan in de opening van de persvoethouder en stel de gewenste afstand in. - Mod. N422E,N420E - PIQUAGE N422E N420E 1 01 Point droit (position aiguille au centre) Pied-de-biche standard (A), Barre piquageUtilisez la barre piquage pour coudre les fi les suivantes.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Necchi N 422 E stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Naaimachine Necchi
Handleiding Naaimachine
Nieuwste handleidingen voor Naaimachine