MSW -DPH-04 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van MSW -DPH-04 (385 pagina’s), behorend tot de categorie Niet gecategoriseerd. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 15 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over MSW -DPH-04 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | MSW |
| Categorie: | Niet gecategoriseerd |
| Model: | -DPH-04 |
Handleiding MSW -DPH-04 – volledige tekst
NL Deze gebruikershandleiding is vertaald met behulp van machinevertaling. Wij hebben er alles aan gedaan om ervoor te zorgen dat de vertaling nauwkeurig is, maar houd er rekening mee dat automatische vertalingen niet perfect zijn en niet bedoeld zijn om menselijke vertalers te vervangen. De officiële versie van de gebruikershandleiding is in het Engels. Eventuele verschillen tussen de vertaalde versie en de originele Engelse versie zijn niet juridisch bindend. Als u vragen hebt over de juistheid van de vertaling, raadpleeg dan de Engelse versie; dit is de officiële referentie. Versies in andere talen zijn op aanvraag verkrijgbaar via info@expondo. com.
Technische gegevens Beschrijving parameter Waarde parameter Productnaam Diesel verwarming Model MSW-DPH-01 MSW-DPH-02 MSW-DPH-03 MSW-DPH-04 MSW-DPH-05 Voedingsspanning [V] 12 12 12 12 12 Maximaal vermogen [kW] 5 5 8 8 8 Brandstoftype Dieselolie Brandstofverbruik [L/u] 0,18 – 0,48 0,18 – 0,48 0,21 – 0,54 0,21 – 0,54 0,21 – 0,54 Afmetingen (breedte x diepte x hoogte) [mm] 390x140x170 400x150x420 390x140x170 380x150x440 380x320x240 Gewicht [kg] 5,1 8 5 7,9 7,9 1. Algemene beschrijving De handleiding is bedoeld om te helpen bij een veilig en betrouwbaar gebruik. Het product is ontworpen en vervaardigd met behulp van de nieuwste technologieën en componenten in strikte overeenstemming met de technische indicaties en met inachtneming van de hoogste kwaliteitsnormen. LEES EN BEGRIJP DEZE HANDLEIDING ZORGVULDIG DOOR VOORDAT U MET DE WERKZAAMHEDEN BEGINT.
Om een lange en betrouwbare werking van het apparaat te garanderen, moet u het op de juiste manier bedienen en onderhouden volgens de richtlijnen in deze handleiding. De technische gegevens en specificaties in deze handleiding zijn up-to-date. De fabrikant behoudt zich het recht om wijzigingen aan te brengen om de kwaliteit te verbeteren.
Rekening houdend met de technische vooruitgang en de mogelijkheid om geluid te verminderen, is de eenheid zo ontworpen en gebouwd dat risico's als gevolg van geluidsemissies tot het laagst mogelijke niveau worden beperkt. Omschrijving van symbolen Product voldoet aan geldende veiligheidsnormen. Lees de instructies voor gebruik. Recyclebaar product. LET OP. of WAARSCHUWING. of ONTHOUD. Een algemeen waarschuwingssignaal dat een bepaalde situatie beschrijft. LET OP. Brandgevaar - brandbare materialen. Waarschuwing voor vergiftigingsgevaar.
NL Let op. Het hete oppervlak kan voor verbranding (en) zorgen. LET OP. De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzing zijn bedoeld als illustratie en kunnen op details afwijken van het daadwerkelijke uiterlijk van het product. 2. Veiligheid bij gebruik LET OP. Lees alle veiligheidswaarschuwingen en instructies. Het niet opvolgen van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig of dodelijk letsel. De term "apparaat" of "product" in de waarschuwingen en de beschrijving van de instructies verwijst naar Diesel verwarming 2. 1. Elektrische veiligheid a) Raak het apparaat niet aan met natte of vochtige handen. b) Gebruik het snoer niet op een onbedoelde manier. Gebruik het nooit om het apparaat te dragen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd de kabel uit de buurt van warmtebronnen, olie, scherpe randen of bewegende delen.
Beschadigde of verstrikte snoeren verhogen het risico op elektrische schokken. c) Het apparaat mag niet gebruikt worden indien het netsnoer beschadigd is of tekenen van slijtage vertoont. Een beschadigd snoer dient te worden vervangen door een gekwalificeerde elektricien of een servicepunt van de fabrikant. d) ATTENTIE – LEVENSGEVAARLIJK. Dompel het apparaat tijdens de schoonmaak of gebruik nooit onder in water of andere vloeistoffen. e) Apparaat mag niet nat worden. Risico op elektrische schokken. f) Inden den tages i brug første gang, skal du kontrollere, at strømtypen og netspændingen svarer til dataene angivet på typeskiltet. 2. 2. Veiligheid op de werkplek a) Gebruik het apparaat niet in een explosiegevaarlijke omgeving, bijvoorbeeld in de aanwezigheid van ontvlambare vloeistoffen, gassen of stof. Apparaat geeft vonken af die kunnen leiden tot brand.
d) Gebruik in geval van brand een poeder- of kooldioxide (CO2) brandblusser (een die bestemd is voor gebruik op onder spanning staande elektrische apparaten) om de brand te blussen. e) Gebruik het product in een goed geventileerde ruimte. f) Sluit de brandstoftoevoer niet af door de brandstofleidingen plat te drukken of te buigen. g) Controleer de toestand van de veiligheidsstickers. Als de stickers onleesbaar zijn, moeten ze vervangen worden. h) Bewaar de gebruiksaanwijzing voor latere referentie. Hvis apparatet videregives til tredjemand, skal betjeningsvejledningen også afleveres sammen med apparatet. i) Bewaar verpakkingselementen en kleine montagedelen op een plaats die niet toegankelijk is voor kinderen. j) Houd het apparaat uit de buurt van kinderen en dieren.
k) Indien dit apparaat samen met andere apparatuur wordt gebruikt, moeten ook de overige gebruiksaanwijzingen worden opgevolgd. Herinner. Houd kinderen en andere omstanders veilig terwijl u het apparaat bedient.
NL 2. 3. Persoonlijke veiligheid a) Het product is niet bedoeld om te worden gebruikt door personen (inclusief kinderen) met een verstandelijke, zintuiglijke of intellectuele beperking of met een gebrek aan ervaring en/of kennis, tenzij zij onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of tenzij zij van de verantwoordelijke persoon instructies hebben gekregen over de bediening van het product. b) Wees voorzichtig en gebruik uw gezonde verstand bij het bedienen van dit apparaat. Een moment van onoplettendheid tijdens gebruik kan leiden tot ernstige lichamelijk verwondingen. c) Verwijder alle afstelgereedschappen of sleutels voordat u de machine inschakelt. Een gereedschap of sleutel die in een draaiend onderdeel van de machine is achtergebleven kan letsel veroorzaken. d) Het apparaat is geen speelgoed.
Kinderen dienen onder toezicht te blijven zodat ze niet met apparaat gaan spelen. e) Plaats geen handen of attributen aan de binnenkant van apparaat wanneer deze in bedrijf is. 2. 4. Veilig gebruik van het apparaat a) Overbelast het apparaat niet. Brug værktøjer, der er egnede til applikationen. Korrekt valgt apparat udfører bedre og sikrere arbejde, som den er designet til. b) Gebruik het apparaat niet als de "AAN/UIT"-schakelaar niet goed werkt (het apparaat niet aan- en uitzet). Apparaten die niet kunnen worden bediend met de schakelaar zijn onveilig, kunnen niet worden ingezet en moeten worden gerepareerd. c) Voor wijziging van instellingen, reiniging en onderhoud van het apparaat dient deze te worden losgekoppeld van het stroomnet. Dit voorkomt dat het apparaat per ongeluk wordt ingeschakeld. d) Houd het apparaat in goede technische staat.
Indien schade wordt geconstateerd, dient het apparaat voor gebruik ter reparatie te worden aangeboden. e) Houd het apparaat buiten het bereik van kinderen. f) Reparatie en onderhoud van het product dient te worden gedaan door gekwalificeerde mensen en alleen met originele reserveonderdelen. Dit verzekerd de veiligheid tijdens het gebruik. g) Om de operationele integriteit van het apparaat zoals bedoeld te garanderen, mag u geen in de fabriek geïnstalleerde afdekkingen of schroeven verwijderen. h) Verplaats, verstel of draai het apparaat niet tijdens het werk. i) Laat het apparaat niet onbeheerd aan staan. j) Maak het apparaat regelmatig schoon om te voorkomen dat hardnekkig vuil zich ophoopt. k) Gebruik perslucht om het apparaat aan te drijven; andere gassen zijn niet toegestaan. l) De lucht die naar de machine wordt gevoerd, moet ontvochtigd, schoon en vrij van verontreinigingen zijn.
Verontreinigingen kunnen slangen verstoppen en schade aan de machine en de onderdelen ervan veroorzaken. m) Indien u lekkage constateert bij het apparaat of de slangen, dient u onmiddellijk de stroomtoevoer uit te schakelen en de storing te verhelpen. n) Overschrijd de aanbevolen toevoerdruk niet, omdat dit schade aan het apparaat kan veroorzaken. o) Dek de inlaat- en uitlaatopeningen niet af. p) Het apparaat is geen speelgoed. Reiniging en onderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen zonder toezicht door een volwassene. q) Het is niet toegestaan om de wijzigingen aan de constructie van apparaat door te voeren met als doel om de werking of constructie te wijzigen. r) Hou het apparaat buiten bereik van open vuur en warmtebronnen. s) Apparatets ventilationsåbninger må ikke blokeres. t) LET OP. Sommige onderdelen van het apparaat worden tijdens het gebruik zeer heet.
Er bestaat verbrandingsgevaar. u) Het apparaat is uitsluitend geschikt voor gebruik in voertuigen, boten of machines. Het is uitsluitend bedoeld voor tijdelijke verwarming van het interieur.
NL gebruiker, blijft er toch een klein risico bestaan op ongevallen of letsel tijdens bediening van het apparaat. Blijf alert en gebruik uw gezond verstand wanneer u het apparaat gebruikt. 3. Gebruik richtlijnen Het apparaat is ontworpen voor installatie in voertuigen. Het apparaat is ontworpen om bijvoorbeeld voertuigcabines te verwarmen. Het apparaat is niet goedgekeurd voor directe verwarming van de laadruimte van voertuigen die onder de ADR-regelgeving (vervoer van gevaarlijke stoffen) vallen. Gebruiker is verantwoordelijk voor eventuele schade veroorzaakt door niet-beoogd gebruik. 3.1. Productoverzicht MSW-DPH-01 / MSW-DPH-03 De beschrijving betreft het model MSW-DPH-01. Het model MSW-DPH-03 ziet er vergelijkbaar uit.
1 - Hoofdeenheid van het apparaat 2 - Koude luchtinlaat 3 - Warmeluchtuitlaat (aan de achterkant van het apparaat) 4 - Inlaat voor verbrandingslucht 5 - Aansluiting van de brandstofleiding 6 - Uitlaatopening 7 - Aansluitblok bedieningspaneel 8 - Bedieningspaneel 9 - Brandstofpomp 10 - Brandstoffilter 11 - Afstandsbediening 12 - Brandstoftank 13 - Brandstofleiding 14 - Metalen sjabloon voor het bevestigen van de hoofdeenheid van de machine 15 - Kabelboom 16 - Uitlaatpijp voor warme lucht
NL 17 - Koudeluchtinlaatbuis 18 - Uitlaatgasafvoerpijp met geluiddemper Elektrische kabelboom 1 - Aansluitblok bedieningspaneel 2 - Aansluitblok brandstofpomp 3 - Aansluitblok hoofdeenheid 4 - Zekering 5 - De rode draad moet worden aangesloten op de positieve pool van de auto-accu 6 - De zwarte draad moet worden aangesloten op de negatieve pool van de auto-accu
NL MSW-DPH-02 / MSW-DPH-04 / MSW-DPH-05 De beschrijving betreft het model MSW-DPH-02. De modellen MSW-DPH-04 en MSW-DPH-05 hebben een vergelijkbaar uiterlijk. A - Achterkant van het apparaat B - Voorzijde van het apparaat 1 - Hoofdeenheid van het apparaat 2 - Koude luchtinlaat 3 - Warmeluchtuitlaat (aan de achterkant van het apparaat) 4 - Tankdop
NL 5 - Verbrandingsluchtinlaat (onder het apparaat) 6 - Aansluiting van de brandstofleiding (onder het apparaat) 7 - Uitlaatopening (onder het apparaat) 8 - Bedieningspaneel 9 - Uitlaatpijp voor warme lucht 10 - Uitlaatgasafvoerpijp met geluiddemper 11 - Koudeluchtinlaatbuis 12 - Afstandsbediening Sluit het apparaat aan op de voeding: De rode pool moet worden aangesloten op de positieve pool van de auto-accu, en de zwarte pool op de negatieve pool. Bedieningspaneel 1 - Instellingenknop 2 - Knop voor het handmatig pompen van de brandstofpomp 3 - Knop voor het bevestigen van instellingen / schakelen tussen functies 4 - Instelknop "Omhoog" 5 - AAN/UIT-schakelaar 6 - Instelknop "Omlaag"
NL Beginnen In de uit-stand is een lange druk op de knop voldoende Gedurende 2 seconden start het apparaat en wordt de opstartstatus weergegeven zoals hieronder weergegeven: Uitschakelstatus van de eenheid Startstatus - handmatige bedieningsmodus Startstatus - automatische bedrijfsmodus Uitschakelen Houd in de ruststand de toets ingedrukt knop gedurende 2 seconden, het apparaat gaat in het blaas- en koelproces en wordt weergegeven. Nadat het apparaat is afgekoeld, wordt het uitgeschakeld. Forceer het apparaat tijdens het afkoelen niet om zichzelf uit te schakelen. Bij een directe stroomuitval kunnen onderdelen beschadigd raken, omdat de temperatuur van het apparaat te hoog is om de warmte af te voeren. De stroom kan alleen worden uitgeschakeld als het apparaat is uitgeschakeld.
Handmatige modus De handmatige modus heeft zes versnellingen (H1-H6) (of acht versnellingen H1-H8, afhankelijk van het model). De H6/H8 vertegenwoordigt het maximale vermogen zoals hierboven weergegeven. In de starttoestand kan het niveau worden gewijzigd door versnellingen toe te voegen of te verwijderen via de knoppen 'omhoog'/'omlaag'. Automatische bedrijfsmodus
NL De afbeelding hierboven toont de instelling van 20°C. Met de instelknoppen "omhoog" / "omlaag" kunt u de temperatuurwaarde wijzigen. Schakelen tussen handmatige en automatische modus: lang op de instelknop drukken. Bediening van het handmatig oppompen van brandstof. In de uitgeschakelde toestand drukt u gelijktijdig op de instelknoppen "omhoog" / "omlaag" of drukt u op de knop voor handmatig pompen slechts 2 seconden. Er wordt handmatig gepompt en het pompen stopt zodra de knop wordt losgelaten. Met voorzichtigheid gebruiken. Plateaumodus. Druk op de instellingenknop Houd tegelijkertijd de "OK"-knop 2 seconden ingedrukt om over te schakelen naar de "plateau"-modus. Het teken verschijnt op het display. Om de plateaumodus te verlaten, houdt u dezelfde twee knoppen tegelijkertijd ingedrukt. Deze modus wordt aanbevolen voor gebruik boven een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.
In deze modus wordt de brandstof-luchtverhouding verminderd om rekening te houden met zuurstofgebrek op grote hoogte. Instellen van de werkingstijd van de tijdschakelaar. Houd de "OK"-knop en de "omlaag"-knop tegelijkertijd twee seconden ingedrukt. U komt dan in de tijdconfiguratie-interface. Het display toont de uurwaarde en het pictogram zal knipperen, het AAN-teken zal worden weergegeven. Als het display UIT weergeeft, betekent dit dat de uitschakeltijd is ingesteld: 1. Druk op de instelknop "Omhoog" / "Omlaag" om de tijdswaarde aan te passen, tijdsbereik: 1-24 uur. 2. Druk kort op de AAN/UIT-knop om te schakelen tussen de in te stellen getallen. 3. Druk kort op de instellingenknop om te schakelen tussen opstart- en afsluittijden. 4. Druk kort op de knop "OK" om de instellingen op te slaan en de interface te verlaten. 5.
NL 2. Nadat u het gewenste afstandsbedieningsnummer hebt geselecteerd, drukt u op een willekeurige knop op de afstandsbediening om deze te koppelen met het apparaat en de koppelingsmodus te verlaten. Foutcodes Zoals hieronder weergegeven, knipperen het bijbehorende foutsymbool en het bijbehorende symbool van het apparaatonderdeel. De weergegeven gegevens geven de foutcode weer. De betekenis ervan vindt u in de foutentabel. Knipperende symbolen van een bougie, pomp, ventilator, voeding en dergelijke geven aan dat het betreffende onderdeel van het apparaat defect is. Foutcode Oorzaak Oplossing E-2 Voedingsspanningsstoring 1. Normaal bereik: 12V (9-16V); 2. Controleer of de accu of generator in orde is en of de zekering goed werkt. E-3 Gloeibougie defect 1. Controleer of de gloeibougieconnector niet los zit en of de draad niet kortgesloten is naar de behuizing; 2.
Controleer of de gloeibougie niet beschadigd is. E-4 Pompstoring Controleer de pompkabel en de connector op beschadigde, losse, geoxideerde, kortgesloten of beschadigde fragmenten. E-5 Alarm hoge temperatuur (inlaat> 50°C; behuizing> 230°C) 1. Controleer of het verwarmingsluchtkanaal niet geblokkeerd is; 2. Controleer of de ventilator normaal werkt; 3. Controleer of de temperatuursensor goed werkt. E-6 Ventilator defect 1. Controleer of de rotor niet geblokkeerd is; 2. Controleer of de connector niet los zit; 3. De afstand tussen de magneet op het wiel en de Hall-sensor op de controller is te groot; 4. Controleer of er geen kortsluiting of onderbreking in het circuit zit. E-8 Vlam 1. Controleer of de hoeveelheid dieselbrandstof voldoende is, of de olie bij lage temperatuur niet is gestold, of de oliestroom geblokkeerd is of dat de dieselpomp geblokkeerd is; 2.
De behuizingstemperatuur is te hoog en de behuizing kan niet worden afgekoeld na 3 minuten na het opstarten. 2. Er zit veel witte rook in de uitlaatgassen. 2. 1 Controleer of het filter naast de bougie schoon is; maak het schoon of vervang het als het vuil is; 2. 2 Controleer of de oliepomp een sterke brandstofinjectie heeft; 2. 3 Controleer of de bougie niet verouderd is. 3. Er komt weinig tot geen witte rook uit de uitlaat. 3. 1 Controleer op onvoldoende olie, bevroren of geblokkeerde oliekanalen;.
NL 3. 2 Controleer of de oliepomp niet geblokkeerd of beschadigd is en geen olie kan pompen; 3. 3 Controleer of de in- en uitlaatgaskanalen niet geblokkeerd zijn; 3. 4 Controleer of de gloeibougie niet beschadigd is; 3. 5 Controleer of de opening tussen het binnenste windwiel niet te groot is. 4. De ontsteking is normaal, maar de foutmelding 'ontstekingsstoring' wordt nog steeds weergegeven. Controleer of de temperatuursensor op de behuizing goed contact maakt met de behuizing, of de drukveer sterk is en of de sensor normaal functioneert. E-9 Sensor defect Controleer of de aansluitkabel en de connector van de temperatuursensor niet beschadigd of los zijn. Controleer vervolgens of de sensor niet beschadigd is.
Het is verboden om de machine te gebruiken in de buurt van apparaten met een hoge luchtvochtigheid, geleidend stof, ontvlambare en explosieve gassen, stof, materialen, corrosieve media, sterk licht, een sterk magnetisch veld of hoge spanning. Voedingsspanningsbereik: DC24V-regelaar is geschikt voor (18-32) V DC; DC12V-regelaar is geschikt voor (9-16) V DC. Regelaars met verschillende spanningen zijn niet universeel en het is verboden om ze buiten het geschikte spanningsbereik te gebruiken. 3. 2. Klaarmaken voor gebruik De verwarming kan zowel binnen als buiten het voertuig worden geïnstalleerd. Installatielocatie buiten het voertuig: • De hoeveelheid ruimte die de unit nodig heeft, moet worden voorzien: o Benodigde ruimte voor warmeluchtuitlaat: ˃80 mm. o Benodigde ruimte voor koudeluchtinlaat: ˃45 mm.
o Benodigde ruimte voor het verwijderen van de kachel: ˃250 mm • De installatieplaats moet beschermd zijn tegen mechanische beschadigingen. • De plaats van opstelling moet zoveel mogelijk beschermd zijn tegen spat- en sproeiwater. • De installatieplaats moet zich boven de maximale waterpeilmeter van het voertuig bevinden. • De verbrandingsluchtinlaat en de rookgasafvoer moeten van elkaar gescheiden zijn (om aanzuiging van rookgassen te voorkomen).
Plaats van installatie in het voertuig • De benodigde ruimte voor de unit moet beschikbaar zijn. o Benodigde ruimte voor warmeluchtuitlaat: ˃80 mm. o Benodigde ruimte voor koudeluchtinlaat: ˃45 mm. o Benodigde ruimte voor het verwijderen van de kachel: ˃250 mm • De aansluitingen voor het verbrandingslucht- en uitlaatsysteem moeten zich volledig aan de buitenkant van het voertuig bevinden. • De installatieplaats moet beschermd zijn tegen mechanische beschadigingen. • Mensen moeten worden beschermd tegen contact met hete oppervlakken. Installeer indien nodig een contactbeveiliging. • Componenten die gevoelig zijn voor hoge temperaturen moeten tegen hoge temperaturen worden beschermd. Installeer indien nodig een hitteschild. 3. 3. Montage Het montagepersoneel moet gekwalificeerd zijn om aan technische systemen te werken.
NL Montagepositie WAARSCHUWING De uitstoot van uitlaatgassen. Vergiftiging en verstikking. Zorg ervoor dat de behuizing na installatie alleen nog aan de onderkant van het apparaat vastzit. Zorg ervoor dat de behuizingpakking correct is geïnstalleerd. Zorg ervoor dat de uitlaatgassen uitsluitend naar buiten het voertuig worden afgevoerd. Het steunvlak van de basis van het apparaat moet vlak zijn. Installatie van het apparaat - geldt voor MSW-DPH-01 / MSW-DPH-03 Zorg ervoor dat de installatieplaats aan alle eisen voldoet. Zorg voor de juiste installatiepositie. Er moet worden voldaan aan de eisen van de voertuigfabrikant. Bij oneffenheden > 1 mm: het oppervlak van de rugleuning egaliseren. Maak gaten met behulp van een metalen gatenpatroon. Plaats de basispakking tussen de verwarming en het contactoppervlak. Bevestig de kachel met de moeren aan de basis.
Zorg ervoor dat de kachel op de basis rust. Apparaatbasispakking Koud- en warmluchtsysteem Het koude- en warmeluchtsysteem van de verwarming mag niet worden gecombineerd met extern aangestuurde ventilatiesystemen (bijv. airconditioning van het voertuig). Recirculatie- en hercirculatieluchtmodus:
NL Koude lucht kan uit de atmosfeer (open circuit) of uit het interieur van het voertuig (gesloten circuit) worden gehaald. Koudeluchtinlaat en warmeluchtuitlaat VOORZICHTIGHEID Er bestaat gevaar voor brandwonden als de afstand tussen de uitlaat van de warme lucht en personen te klein is. Zorg ervoor dat mensen beschermd zijn tegen contact met hete oppervlakken. Zorg ervoor dat mensen beschermd zijn tegen de directe heteluchtstroom van de kachel. De inlaat voor koude lucht moet zo worden geplaatst dat er geen warme lucht rechtstreeks van de verwarming of het verwarmingssysteem van het voertuig kan worden aangezogen. 1 - Juist 2 - Onjuist Wanneer het externe verwarmingsluchtkanaal op de verwarming wordt aangesloten, mag de kanaaldiameter niet kleiner zijn dan 85 mm. Het materiaal van de kabel moet bestand zijn tegen een temperatuur van 130°C.
De maximale drukval tussen de inlaat- en uitlaatzijden van het luchtverwarmingssysteem mag niet groter zijn dan 0,151 kPa. Warme lucht uit het verwarmingssysteem mag niet naar onderdelen stromen die niet hittebestendig zijn. In personenauto's mag de ventilatieopening niet door passagiers worden geblokkeerd. Indien nodig kunt u zelf een beschermnet installeren. Wanneer de kachel in de externe circulatiemodus werkt, moet de positie van de luchtinlaatopening zodanig zijn dat er tijdens normaal bedrijf geen waterspatten of uitlaatgassen in de kachel worden gezogen. Indien de verwarming op het interne circuit werkt, moeten maatregelen worden genomen om te voorkomen dat de aangevoerde warme lucht opnieuw in de luchtinlaatpoort terechtkomt. Als de luchtinlaatbuis in deze modus niet is aangesloten, moet er een kap met roosters op de luchtinlaatpoort van de hoofdverwarming worden geïnstalleerd.
Brandstofvoorziening De brandstof voor de verwarming kan uit de brandstoftank van het voertuig of uit een extra, onafhankelijke brandstoftank worden geleverd. Installeer de brandstoftank niet in de cabine, het passagierscompartiment of op een andere plaats waar brand kan ontstaan als er een aparte brandstoftank wordt gebruikt. Het hoogteverschil tussen de kachel en de brandstofpomp en tussen de brandstofpomp en de kachel zorgt voor brandstofdruk in de brandstofpomp. De binnendiameter en de lengte van de brandstofleiding zijn afhankelijk van de weerstand in het brandstofpad. Houd bij de installatie rekening met deze factoren.
NL Ik 1 + Ik 2 ≤ 10m Ik 1 ≤ 1,2m Ik 2 ≤ 8,8m Montage van de brandstofpomp - geldt voor MSW-DPH-01 / MSW-DPH-03 De brandstofpomp moet op plaatsen worden geïnstalleerd waar thermische straling van delen van het voertuig die warmte kunnen afgeven, kan worden vermeden en op plaatsen met koele lucht. Instructies voor het installeren van de brandstofpomp vindt u in de onderstaande afbeelding. Wanneer u de brandstofpomp installeert, gebruikt u de brandstofpompbeugel die bij de kachel is geleverd om de pomp stevig vast te houden. De pomp wordt vastgezet met een schokdempende klem. De installatieplaats van de pomp moet zich dicht bij de brandstoftank bevinden, zodat de brandstofaanzuigleiding zo kort mogelijk is. De installatieplaats moet beschermd zijn tegen steenslag.
NL Het brandstoffilter installeren Het brandstoffilter moet stroomopwaarts van de brandstofinlaatpoort worden geïnstalleerd. Zorg ervoor dat de brandstofstroom correct is. De positie moet zijn zoals weergegeven in de afbeelding hierboven. Installatie van de brandstofleiding Gebruik als brandstofleidingen uitsluitend stalen en kunststof slangen van licht- en hittebestendig kunststof, die voldoen aan de eisen van DIN 73378. De binnendiameter van de kabel is 2 mm. De brandstofleiding moet uit de buurt van rondvliegende stenen en onderdelen van het voertuig worden geplaatst die warmte afgeven. Indien nodig kan de beveiliging vergrendeld worden. De brandstofleiding van de brandstofpomp naar de primaire verwarming mag niet naar beneden wijzen. De brandstofleiding moet op een geschikte plaats worden vastgemaakt, zodat deze op zijn plaats blijft.
De afstand tussen de twee verbindingen moet minder dan 50 cm bedragen. Voor de verbindingen tussen de brandstofleiding en de brandstofpomp, de brandstofleiding en de verwarming, de brandstofleiding en de aanzuigleiding van de brandstoftank en de brandstofleiding en het verloopstuk moeten de bij de kachel geleverde brandstofleidingkoppelingen worden gebruikt. De brandstofleiding moet worden vastgemaakt met de brandstofleidingklemmen. Luchtbellen moeten uit de verbindingspunten worden verwijderd. 1 - Klem voor brandstofleiding 2 - Brandstofleiding 3 - Verbindingsstuk Installatie van het brandstofafzuigapparaat De gaten in de brandstoftank (of tankdop) voor de installatie moeten de juiste maat hebben, met bijgesneden randen en gelijkmatig verdeeld rond het gat.
Het onderste uiteinde van de brandstofleiding moet 30-40 mm vanaf de onderkant van de brandstoftank zitten, zodat er voldoende brandstof wordt aangezogen en er geen vuil wordt meegezogen dat zich op de bodem van de brandstoftank heeft afgezet.
NL 1 - Gatdiameter [mm] 2 - Alleen voor gebruik met metalen brandstoftanks 3 - De minimale afstand bedraagt 25 mm. Als er brandstof via de brandstofleiding naar de motor wordt getransporteerd, moet de brandstofleiding van de brandstoftank naar het brandstoffilter worden losgekoppeld en opnieuw worden aangesloten met de dikkere T-reductorbuizen. De dunnere T-vormige reductiebuis moet de brandstofpomp van de kachel verbinden met de brandstofleidingfitting en de buis. De installatiehoek moet volgens onderstaande afbeelding zijn, anders wordt de normale werking van de verwarming verstoord. Start na de installatie de motor van het voertuig en zet deze na een minuut weer uit om de lucht die in de brandstofaanzuigleiding is achtergebleven te verwijderen.
1 - Richting vanaf de brandstoftank 2 - T-stuk 3 - Richting brandstoffilter, brandstofpomp van het voertuig en motor 4 - Richting naar de brandstofpomp van de kachel Installatie van de verbrandingsluchtinlaatbuis en de gasafvoerbuis De verbrandingslucht moet als verse lucht van buiten het voertuig worden aangezogen. De uitlaatgassen van het verbrandingsproces moeten via de uitlaatpijp in de lucht worden afgevoerd. Er moeten maatregelen worden genomen om te voorkomen dat uitlaatgassen opnieuw in het voertuig terechtkomen. De kabels lopen door de buitenmuur of door openingen aan de onderkant van het voertuig. Er moeten maatregelen worden genomen om het binnendringen van waterspatten te voorkomen. De kabels moeten stevig vastgezet worden en permanent bestand zijn tegen schokken. Er mag uitsluitend gebruik worden gemaakt van de bij de kachel geleverde luchtinlaatslang en de uitlaatslang.
De luchtinlaatbuis is een gegolfde buis van aluminiumbuis, waarvan het oppervlak bedekt is met kunststof en papier. De uitlaatpijp is een gegolfde roestvrijstalen pijp. U moet ze kunnen identificeren en ervoor zorgen dat u geen fouten maakt tijdens de installatie.
NL beschermkap op de luchtinlaat- en uitlaatopeningen moet in goede staat worden gehouden. Het mag niet beschadigd of verwijderd worden. Zowel de luchtinlaatbuis als de luchtuitlaatbuis moeten vanaf de verwarming naar beneden lopen. Als dat niet het geval is, moet u een gat in de onderkant van de buis maken om het condenswater af te voeren, mocht de buis gebogen moeten worden. 1 - Juist 2 - Onjuist 3 - Richting van de voertuigbeweging De openingen van de leidingen mogen niet in de rijrichting van het voertuig gericht zijn. De kabelopeningen mogen niet geblokkeerd worden door modder, regen, sneeuw of ander vuil. De uitlaatpijp moet op afstand van kunststof onderdelen of andere elementen van de carrosserie van het voertuig met een lage thermische weerstand worden geïnstalleerd. De uitlaatpijp moet goed bevestigd zijn. De uitlaat moet naar beneden gericht zijn, loodrecht op het wegdek.
Om een dergelijke hoek te garanderen, moet de onderdompeling van de uitlaatpijpbevestiging 150 mm vanaf het uiteinde van de pijp bedragen. 3.4. Reiniging en onderhoud a) • Voor reiniging van het oppervlak mogen alleen niet-corrosieve middelen worden gebruikt. b) Na elke reiniging moeten alle onderdelen grondig worden gedroogd voordat het apparaat opnieuw wordt gebruikt. c) • Bewaar het apparaat op een koele en droge plaats, beschermd tegen vocht en direct zonlicht. d) Het is niet toegestaan het apparaat met een straal water te besproeien of het apparaat in water onder te dompelen. e) Zorg ervoor dat er geen water binnendringt via de ventilatieopeningen in de behuizing. f) Reinig de ventilatieopeningen met een borstel en perslucht. g) Het apparaat dient regelmatig worden gecontroleerd op technische operatie en eventuele schade. h) Gebruik voor reinigen een zachte, vochtige doek.
i) Gebruik geen scherpe en/of metalen voorwerpen (bijv. een staalborstel of metalen spatel), omdat deze het oppervlak van het materiaal waarvan het apparaat is gemaakt, kunnen beschadigen.
NL j) Maak het apparaat niet schoon met zure stoffen, medische middelen, verdunners, brandstof, olie of andere chemicaliën. Dit kan schade aan het apparaat veroorzaken. VERWIJDERING VAN GEBRUIKTE APPARATEN. Aan het einde van de levensduur mag dit product niet worden weggegooid met het normale huisvuil, maar moet het worden ingeleverd bij een inzamelpunt voor het recyclen van elektrische en elektronische apparaten. Controleer het symbool op het product, de gebruiksaanwijzing en de verpakking. De materialen die in het apparaat worden gebruikt kunnen worden hergebruikt in overeenstemming met hun markering. Door te kiezen voor recycling levert u een belangrijke bijdrage aan de bescherming van het milieu. Uw lokale overheid kan u informatie verstrekken over het juiste inzamelpunt voor gebruikte apparaten. .
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met MSW -DPH-04 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Niet gecategoriseerd MSW
Handleiding Niet gecategoriseerd
Nieuwste handleidingen voor Niet gecategoriseerd