Mitsubishi SEZ-KD50VA Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Mitsubishi SEZ-KD50VA (78 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 75 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Mitsubishi SEZ-KD50VA of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Mitsubishi |
| Categorie: | Airco |
| Model: | SEZ-KD50VA |
Handleiding Mitsubishi SEZ-KD50VA – volledige tekst
INSTALLATIEHANDLEIDINGVoor een veilig en juist gebruik moet u deze installatiehandleiding grondig doorlezen voordat u de airconditionerinstalleert. MANUALE DI INSTALLAZIONEPer un uso sicuro e corretto, leggere attentamente questo manuale di installazione prima di installare il condizionatored’aria. INSTALLATIONSMANUALLäs denna installationsmanual noga för säkert och korrekt bruk innan luftkonditioneringen installeras. INSTALLATIONSMANUALLæs venligst denne installationsmanual grundigt, før De installerer airconditionanlægget, af hensyn til sikker ogkorrekt anvendelse. MANUAL DE INSTALAÇÃOPara segurança e utilização correctas, leia atentamente este manual de instalação antes de instalar a unidadede ar condicionado.
54Inhoud 1. Veiligheidsvoorschriften. 54 2. De installatieplaats kiezen. 54 3. De installatieplaats kiezen en accessoires. 55 4. De ophangbouten vastzetten. 55 5. Het apparaat monteren. 56 6. Koelleidingwerk. 56 7. Aanleg van kanalen. 58 8. Elektrische aansluitingen. 58 9. Proefdraaien. 60 10. Onderhoud. 62Deze installatiehandleiding beschrijft alleen de installatie van de binnenunit ende verbonden buitenunit van de SUZ-serie. Wanneer een buitenunit is aangesloten die tot de MXZ-serie behoort, moet u deinstallatiehandleiding voor de MXZ-serie raadplegen. 1. Veiligheidsvoorschriften • Stel de aanleverende instantie op de hoogte of vraag om toestemming voor-dat u het systeem aansluit op het elektriciteitsnet. • Lees “Aandachtspunten voor de veiligheid” voordat u de airconditioner in-stalleert.
• Zorg dat u de waarschuwingen in acht neemt, omdat deze belangrijke infor-matie over de veiligheid bevatten. • De symbolen hebben de volgende betekenis. Waarschuwing:Kan leiden tot de dood, ernstig letsel, enzovoort. Voorzichtig:Kan in een bepaalde omgeving bij onjuist gebruik leiden tot ernstig letsel. • Bewaar deze handleiding na het lezen, samen met de bedieningshandleiding,op een handige plaats bij de klant. Symbolen die vermeld staan op het apparaat: Geeft een handeling aan die u beslist niet moet uitvoeren. : Geeft aan dat er belangrijke instructies opgevolgd moeten worden. : Geeft een onderdeel aan dat geaard moet worden. : Betekent dat u voorzichtig moet zijn met draaiende onderdelen. : Geeft aan dat het apparaat moet worden uitgezet voor onderhoud. : Geeft aan dat er een risico van elektrische schokken bestaat. : Geeft aan dat u op dient te passen voor hete oppervlakken.
Waarschuwing:Lees de stickers die op het apparaat zitten zorgvuldig. Waarschuwing: • De installatie moet door een vakman worden uitgevoerd. Onvolledige installatie kan leiden tot letsel als gevolg van brand, een elektri-sche schok, het vallen van de unit of waterlekkage.
Raadpleeg de dealer bijwie u de unit hebt aangeschaft of een gespecialiseerde installateur. • Installeer de unit degelijk op een plaats die berekend is op het gewicht van deunit. Als de unit op een te zwakke plaats wordt bevestigd, kan hij vallen en letselveroorzaken. • Gebruik de aangegeven kabels om de binnen- en buitenunits met elkaar teverbinden. Sluit de draden stevig aan op de aansluitpunten van het klem-bord, zodat de spanning op de draden niet wordt overgebracht op deze on-derdelen. Onvolledige verbinding of aansluiting kan brand veroorzaken. • Gebruik geen tussenkabel of verlengsnoer bij het aanleggen van de elektrici-teit. Sluit niet meer dan één apparaat aan per stopcontact. Dit kan leiden tot brand of een elektrische schok als gevolg van een ondeug-delijk contact, ondeugdelijke isolatie, overschrijding van de toegestane be-lasting, enzovoort.
• Controleer of er geen koelgas lekt nadat de unit is geïnstalleerd. • Voer de installatie veilig uit aan de hand van de installatiehandleiding. Onvolledige installatie kan leiden tot lichamelijk letsel als gevolg van brand,elektrische schokken, het vallen van de unit of waterlekkage. • Voer de elektrische installatie uit volgens de aanwijzingen in de installatie-handleiding en gebruik een aparte stroomkring. Als het vermogen van de stroomkring niet toereikend is of de elektrischeinstallatie niet volledig is afgewerkt, kan dit leiden tot brand of een elektri-sche schok. • Bevestig de beschermkap van de schakeldoos stevig aan de binnenunit. Be-vestig het onderhoudspaneel stevig aan de buitenunit. Als de beschermkap van de schakeldoos aan de binnenunit en/of hetonderhoudspaneel aan de buitenunit niet goed zijn bevestigd, kan dit leidentot brand, veroorzaakt door stof, water enzovoort.
Het gebruik van ondeugdelijke onderdelen kan leiden tot letsel of waterlekkageals gevolg van brand, een elektrische schok, het vallen van de unit, enzo-voort. • Ventileer de kamer als er koelstof lekt wanneer de unit in werking is. Als de koelstof met vuur in contact komt, komen er giftige gassen vrij. Voorzichtig: • Aard de unit. Verbind de aarddraad niet met een gasleiding, waterleidingafsluiter of eenaarddraad voor een telefoonaansluiting. Ondeugdelijke aarding kan leidentot een elektrische schok. • Installeer de unit niet in een ruimte waar een brandbaar gas lekt. Als er gas lekt en dit zich in de ruimte rond de unit ophoopt, kan dit tot eenexplosie leiden. • Installeer een aardlekschakelaar als de unit wordt geïnstalleerd in een voch-tige ruimte. Als er geen aardlekschakelaar is geïnstalleerd, kan dit leiden tot een elektri-sche schok.
• Voer de werkzaamheden aan het afvoer- en leidingstelsel zorgvuldig uit vol-gens de installatiehandleiding. Als er een defect optreedt in het afvoer- en leidingstelsel, kan dit leiden totwaterlekkage uit de unit en waterschade aan meubilair en dergelijke. • Draai een optrompmoer aan met een momentsleutel zoals aangegeven in dezehandleiding. Wanneer u een optrompmoer te stevig aandraait, kan deze na verloop van tijdbreken en koelstoflekkage veroorzaken. 2. De installatieplaats kiezen 2. 1. Binnenunit • Waar de luchtstroom niet wordt geblokkeerd. • Waar koele lucht over de gehele ruimte wordt verspreid. • Waar de unit niet wordt blootgesteld aan direct zonlicht. • Op ten minste 1 m afstand van uw televisie en radio. De unit kan storen op hetbeeld of geluid van uw televisie of radio.
• Zo ver mogelijk verwijderd van tl-buizen of gloeilampen, zodat de infrarode afstands-bediening normaal kan worden gebruikt. • Waar u het luchtfilter gemakkelijk kan verwijderen en vervangen. Waarschuwing:Installeer de binnenunit aan een plafond dat berekend is op het gewicht van deunit. 2. 2.
Buitenunit • Waar deze niet wordt blootgesteld aan harde wind. • Waar de luchtstroom voldoende en stofvrij is. • Waar de unit niet wordt blootgesteld aan regen en direct zonlicht. • Waar de buren geen last hebben van het geluid of de warme lucht van de unit. • Aan een stevige muur of houder, zodat het werken van de unit geen extra geluid oftrillingen veroorzaakt. • Waar geen gevaar bestaat dat brandbare gassen gaan lekken. • Bevestig de pootjes van de unit wanneer u de unit hoog installeert. • Op ten minste 3 m afstand van een antenne voor radio of televisie. (De unit kanstoren op het beeld of geluid van uw televisie of radio. ) • Installeer de unit horizontaal. Voorzichtig:Vermijd de volgende plaatsen, omdat daar mogelijk problemen met deairconditioner zullen optreden. • Ruimten met veel machineolie. • Een zoute omgeving, zoals aan zee. • De omgeving van warme bronnen.
55 3. De installatieplaats kiezen en accessoires Waarschuwing:Het apparaat moet veilig worden geïnstalleerd op een structuur die het gewichtvan het apparaat kan dragen. Als het apparaat op een structuur wordt geïnstal-leerd die niet sterk genoeg is, kan het vallen en verwondingen veroorzaken. 3. 2. Montage- en onderhoudsruimte vrijlaten • Kies de optimale blaasrichting in overeenstemming met de configuratie van de ka-mer en de montagepositie. • Omdat het leidingwerk en de bedrading aan de onderkant en zijkant van het appa-raat worden aangesloten, en ook het onderhoud aan die kanten uitgevoerd wordt,moet u daar voldoende ruimte voor vrijlaten. Om het montagewerk zo efficiënt enveilig mogelijk te laten verlopen, moet u zoveel mogelijk ruimte vrijlaten. 3. 3. BuitenunitRuimte voor ventilatie en ruimte■ SUZ-KA25VA[Fig. 3-2] (P.
2) A 100 mm of meer B 350 mm of meer C Houd aan de voor- en zijkanten van de unit ten minste 100 mm vrij zonder belemmering. D 200 mm of meer (Houd twee van de zijden aan de zijkant of achterkant vrij. )Wanneer de leidingen aan een muur worden bevestigd die een metalen afdekking ofrooster bevat, moet u een geïmpregneerde houten lat met een dikte van minimaal 20 mmtussen de muur en de leidingen plaatsen of ten minste 7 of 8 lagen vinyl isolatietapeom de leiding wikkelen. De units moeten door een gekwalificeerd vakman worden geïnstalleerd, in over-eenstemming met plaatselijke regelgeving. 3. 4. Onderdelen van het binnenapparaatHet apparaat wordt geleverd met de volgende onderdelen: Nr.
Naam Aantal1Pijpafdekking (voor het verbindingsstuk van de koelpijpen) kleine diameter12Pijpafdekking (voor het verbindingsstuk van de koelpijpen) grote diameter13Banden voor het tijdelijk vastmaken van de pijpafdekking en de afvoerslang6 4Onderdelen afstandsbediening 1 5Signaalontvangeenheid 1 6Kabel signaalontvangeenheid 1 7Vulplaatje 8 8Afvoerleiding 1 9Pijpafdekking (voor afvoerslang) kort 1 • Kies een plaats waar de constructie sterk genoeg is om het gewicht van het appa-raat te kunnen dragen. • Voordat u het apparaat monteert moet u bepalen hoe u het apparaat naar de plaatswaar u het wilt monteren krijgt. • Kies een plaats waar het apparaat geen hinder heeft van binnenkomende lucht. • Kies een plaats waar de inkomende en uitgaande luchtstroom niet geblokkeerdwordt. • Kies een plaats waar vandaan de koelleiding makkelijk naar buiten geleid kan wor-den.
• Kies een plaats waar de uitgeblazen lucht volledig door de kamer gedistribueerdkan worden. • Monteer het apparaat niet op een plaats met veel oliespatten of stoom. • Monteer het apparaat niet op een plaats waar brandbare gassen zich kunnen ont-wikkelen, naar binnen kunnen komen of kunnen blijven hangen, of waar zich gas-lekken kunnen voordoen. • Monteer het apparaat niet op een plaats waar zich machines bevinden die radio-golven met een hoge frequentie ontwikkelen (zoals bijvoorbeeld een lasapparaatmet een hoge frequentie). • Monteer het apparaat niet op een plaats waar zich een brandmelder bevindt aan dekant waar de lucht uitgeblazen wordt. (De brandmelder kan afgaan als er hete luchtuitgeblazen wordt als het apparaat op verwarmen staat.
) • Als de mogelijkheid bestaat dat er zich speciale chemische producten in de luchtverspreiden zoals in chemische fabrieken en ziekenhuizen, dan moet er eerst eenvolledig onderzoek gedaan worden voordat u het apparaat monteert. (De plasticcomponenten kunnen schade oplopen afhankelijk van welk chemisch product hetbetreft.
) • Als het apparaat langdurig moet werken terwijl de lucht boven het plafond eenhoge temperatuur/vochtigheidsgraad heeft (condensatiepunt boven 26 °C), kan ervocht uit de lucht in het binnenapparaat condenseren. Als de apparaten toch onderdergelijke omstandigheden moeten werken, dient u een laag isolatiemateriaal (10- 20 mm dik) aan te brengen over het gehele oppervlak van het binnenapparaat,om condensatie tegen te gaan. 3. 1. Monteer het binnenapparaat aan een plafond datsterk genoeg is om het gewicht van het apparaat tekunnen dragen[Fig. 3-1] (P.
2) A Toegangsluik BKastje voor elektrische delen C DLuchtinlaat Luchtuitlaat E Plafondoppervlak F Ruimte voor onderhoud (gezien vanaf de zijkant) G Ruimte voor onderhoud (gezien vanaf de richting van de pijl) 1 2600 mm of meer 100 mm of meer 3 410 mm of meer 300 mm of meer * Als het optionele filter met extra lange levensduur is geïnstalleerd, wordt deairconditioner iets groter. Inlaat achter: de diepte wordt vergroot met 30 mm (*1) Inlaat onder: de hoogte wordt vergroot met 30 mm (*2) 4. De ophangbouten vastzetten 4. 1 De ophangbouten vastzetten[Fig. 4-1] (P. 2) A Zwaartepunt(Zorg ervoor dat de plek waar u het apparaat bevestigt een sterke structuur heeft. )Ophangconstructie • Plafond: De plafondconstructie varieert van het ene gebouw tot het andere. Voorgedetailleerde informatie moet u contact opnemen met uw aannemersbedrijf.
• Indien nodig kunt u naast de ophangbouten nog een stel steunbalken aanbrengen,ter beveiliging tegen aardbevingen e. d. * Gebruik M10 ophangbouten, ook voor de anti-aardbevingssteunbalken (deze zultu zelf moeten aanschaffen). 1 Het plafond verstevigen door meer balken te gebruiken (randbalken, enz. ) kannodig zijn om het plafond vlak te houden en om trillingen in het plafond te voorko-men. 2 Zaag de plafondbalken af en verwijder ze. 3 Verstevig de plafondbalken en zet er meer balken in om de plafondplaten vast tezetten.
56 6. Koelleidingwerk 6. 1. Koelpijpen[Fig. 6-1] (P. 3) a Binnenapparaat b BuitenapparaatZie de gebruiksaanwijzing behorende bij het buitenapparaat voor het toegestanehoogteverschil tussen de apparaten en voor de hoeveelheid aanvullend koelmiddel. Vermijd de volgende plaatsen, omdat daar mogelijkerwijs problemen met deairconditioner zullen optreden. • Ruimten met veel olie, bijvoorbeeld machineolie of bakolie. • Een zoute omgeving, zoals aan zee. • De omgeving van warme bronnen. • Plaatsen met zwavelgassen. • Andere plaatsen met een bijzondere luchtgesteldheid. • Deze eenheid heeft getrompte verbindingen aan zowel de binnenunit als de buiten-unit. (Fig. 6-1) • Koelstofleidingen verbinden de binnenunit en buitenunit, zoals in onderstaande af-beelding wordt weergegeven. • Isoleer zowel de koelstof- als de afvoerleiding volledig om condensvorming te voor-komen.
Vervaardiging van leidingen • Koelstofleidingen van 3, 5, 7, 10 en 15 m kunnen desgewenst worden gebruikt. (1) Onderstaande tabel geeft de specificaties voor leidingen die in de handel verkrijg-baar zijn. (2) Controleer of de 2 koelleidingen goed geïsoleerd zijn zodat condensvorming wordtvoorkomen. (3) De buigzaamheidsradius van de koelleiding moet 10 cm of meer zijn. Voorzichtig:Gebruik isolatie van de juiste dikte. Te dikke isolatie veroorzaakt plaatsgebrekachter de binnenunit en te dunne isolatie kan leiden tot condensvorming. 6. 2. Optrompen • De belangrijkste oorzaak van gaslekken is een fout bij het optrompen. Voer het optrompen op de volgende manier correct uit. 6. 2. 1. Leidingen snijden[Fig. 6-3] (P. 3) a Koperen leidingen b Goed c Niet goed d Scheef e Ongelijk f Bramen • Snijd dme koperen leiding recht af met een pijpsnijder. 5. Het apparaat monteren 5. 1.
ssss s Om het binnenapparaat op te hangen moet u het apparaat ophijsen met eenhefwerktuig en het ophangen door het door de ophangbouten te voeren. [Fig. 5-1] (P. 2) A Apparaat B Hefwerktuig[Fig. 5-2] (P. 2) C Moeren (Deze moet u zelf kopen) D Vulplaatjes (bijgeleverd) E M10 ophangbout (Deze moet u zelf kopen) 5. 2. De juiste positie van het apparaat controleren ende ophangbouten vastzettenssss s Gebruik het patroon dat met het paneel is meegeleverd om te controlerendat het apparaat en de ophangbouten op de juiste plaats zitten. Als zij nietop de correcte plaats zitten, kan dit resulteren in dauwdruppels door wind-lekken. Zorg ervoor dat u de relatieve posities controleert. ssss s Gebruik een waterpas om te controleren dat het oppervlak aangegeven doorAAAAA vlak is. Zorg ervoor dat de moeren van de ophangbouten goed vast-gedraaid zijn om de ophangbouten vast te zetten.
ssss s Om ervoor te zorgen dat de afvoer leeg kan lopen, moet u zich er met eenwaterpas van verzekeren dat het apparaat horizontaal hangt. [Fig. 5-3] (P. 2) A Bodemoppervlak van het binnenapparaat Voorzichtig:Zorg ervoor dat u het apparaat horizontaal ophangt. +0-0,4Buitenste diameter mm inch 6,35 1/4 9,52 3/8 6,35 1/4 9,52 3/8 6,35 1/4 12,7 1/2 6,35 1/4 15,88 5/8 9,52 3/8 15,88 5/8LeidingVoor vloeistofVoor gasVoor vloeistofVoor gasVoor vloeistofVoor gasVoor vloeistofVoor gasVoor vloeistofVoor gasModelSEZ-KD25SEZ-KD35SEZ-KD50SEZ-KD60SEZ-KD71Isolatie-materiaalHeat resistingfoam plastic0,045 specificgravityDikte vanisolatie8 mm8 mm8 mm8 mm8 mm8 mm8 mm8 mm8 mm8 mmMinimalemuurdikte0,8 mm0,8 mm0,8 mm0,8 mm0,8 mm0,8 mm0,8 mm1,0 mm0,8 mm1,0 mm 6. 2. 2. Bramen verwijderen[Fig. 6-4] (P.
3) a Optrompmoer b Koperen leiding • Verwijder de optrompmoeren die aan de binnen- en buitenunit zijn bevestigd enbevestig deze aan de buis/leiding nadat de bramen zijn verwijderd. (Het is niet mogelijk deze na het optrompen te bevestigen. ) 6. 2. 4. Optrompen[Fig. 6-6] (P. 3) a Trompgereedschap b Matrijs c Koperen leiding d Optrompmoer e Span • Gebruik optrompgereedschap voor het optrompen (zie hieronder). Afmetingen Leidingdiameter A (mm)(mm)Bij het gebruik van het gereedschap voor R410AB (mm)Type koppeling 6,35 0 – 0,5 9,1 9,52 0 – 0,5 13,2 12,7 0 – 0,5 16,6 15,88 0 – 0,5 19,7Houd de koperen leiding stevig vast in de matrijs met de maat uit bovenstaande tabel. 6. 2. 5. Controleren[Fig. 6-7] (P. 3) a fRondom glad Kras op het opgetrompte vlak b Binnenkant glimt overal, zonder krassen.
gGebarsten c Rondom even lang hOngelijk d Te veel iVoorbeelden van ondeugdelijk optrompen e Scheef • Vergelijk de opgetrompte leiding met de afbeelding rechts. • Snijd het opgetrompte stuk af en tromp de leiding opnieuw op wanneer deze on-deugdelijk is opgetrompt. 6. 3. Leidingen aansluiten[Fig. 6-8] (P. 3) • Breng een dun laagje koelolie aan op het verbindingsvlak van de leiding. • Voor de aansluiting moet u eerst het midden uitlijnen. Vervolgens draait u deoptrompmoer 3 tot 4 slagen aan. • Gebruik de onderstaande tabel met aandraaimomenten als richtlijn voor hetverbindingspunt op de aansluitzijde van de binnenunit en draai de aansluiting vastmet twee sleutels. Wanneer u een optrompmoer te stevig aandraait, kan dit hetgetrompte deel beschadigen.
5. Afvoerleidingwerk • Zorg ervoor dat de afvoerleiding naar beneden loopt (met een helling van tenmin-ste 1/100), naar buiten (lozing). Monteer geen stankafsluiter of andere onregelma-tigheid in de leiding. (1) • Zorg ervoor dat kruiselings gemonteerde afvoerleiding niet langer is dan 20 m (hethoogteverschil niet meegerekend). Voor lange afvoerleidingen moet u een steun-beugel monteren om zakken van de leidingen te voorkomen. Monteer nooit eenontluchtingspijp, omdat anders het afvalwater eruit kan komen. • Gebruik een harde PVC-pijp Buitendiameter ø32 voor de afvoerleidingen. • Zorg ervoor dat verzamelleidingen 10 cm lager dan de afvoeruitlaat van het appa-raat gemonteerd zijn, zoals in wordt weergegeven. 2 • Monteer geen stankafsluiter op de afvoeruitlaatopening. • Zorg ervoor dat u de uitlaat van de afvoerleiding zo monteert dat deze geen stankveroorzaakt.
3) A Naar beneden lopende helling van 1/100 of groter B Verbindingsdiameter R1 buitendraad C Binnenapparaat D Verzamelleiding E Vergroot deze lengte tot ongeveer 10 cm1. Steek de afvoerleiding (accessoire) in de afvoeruitlaat. (De afvoerleiding mag niet meer dan 45° worden verbogen om breken of verstop-ping te voorkomen. )Het verbindingsstuk tussen het binnenapparaat en de afwateringsslang kan bij hetonderhoud worden losgemaakt. Maak het onderdeel vast met het bijgeleverde stukband, niet plakkend. 2. Bevestig de afvoerleiding (buitendiameter PVC-LEIDING Buitendiameter ø32, zelfaan te schaffen). (Bevestig de buis met lijm in het geval van een harde PVC-buis, en zet deze vastmet het band (klein, accessoire). )3. Breng isolatiemateriaal aan op de afvoerleiding (buitendiameter PVC-LEIDINGBuitendiameter ø32) en op de bus (inclusief kniestuk). [Fig. 6-11] (P.
3) A Binnenapparaat B Pijpafdekking (kort) (bijgeleverd) C Klemband (accessoire) D Band voor vastmaken van onderdelen E Insteekmarge F Afvoerleiding (accessoire) G Afvoerleiding (buitendiameter PVC-LEIDING Buitendiameter ø32, zelf aan te schaffen) H Isolatiemateriaal (zelf aan te schaffen) I Max. 145 ± 5 mmBuitendiameter koperen pijp Buitendiameter flensmoer Aanhaalmoment (mm) (mm) (N·m) ø6,35 17 14 – 18 ø9,52 22 34 – 42 ø12,7 26 49 – 61 ø15,88 29 68 – 82 Waarschuwing:De optrompmoer kan er afvliegen. (door interne druk)Verwijder de optrompmoer als volgt: 1. Draai de moer los totdat een sissend geluid hoorbaar is. 2. Verwijder de moer niet voordat het gas geheel is vrijgekomen (het sissendegeluid is gestopt). 3. Controleer of het gas geheel is vrijgekomen en verwijder vervolgens de moer.
De buitenunit aansluitenSluit de leidingen aan op de leidingverbinding van de afsluitkraan van de buitenunit,op dezelfde manier als bij de binnenunit. • Gebruik een momentsleutel of een moersleutel en gebruik hetzelfde aandraai-moment als bij de binnenunit.
De koelstofleidingen isoleren • Nadat de koelstofleidingen zijn aangesloten, moeten de verbindingen (knel-koppelingen) worden geïsoleerd met een thermische isolatiemof, zoals hieronderaangegeven. [Fig. 6-9] (P. 3) A Pijpafdekking (klein) (bijgeleverd) B Voorzichtig:Trek de thermische isolatie aan het uiteinde van de koelstofleiding terug, steek het uiteindein de bout van de knelkoppeling en schuif vervolgens het isolatiemateriaal weer terug. Let op dat er geen condensatie optreedt op het stuk koperen leiding dat niet is geïsoleerd.
CKoelstofleiding voor vloeistof D Koelstofleiding voor gas EKoelstofleiding buiten apparaat F Hoofdapparaat G Pijpafdekking (groot) (bijgeleverd) H Thermisch isolatiemateriaal (zelf aan te schaffen) I Trekken J K Flensmoer Terugschuiven naar oorspronkelijke positie L M Zorg dat er hier geen ruimte tussen blijft Plaat op het hoofdapparaat N Band (bijgeleverd) O Zorg dat er hier geen ruimte tussen blijft. Plaats de verbinding omhoog. 1. Verwijder de rubber stop uit het uiteinde van de leiding van het apparaat. 2. Tromp het uiteinde van de koelpijp op de locatie op. 3. Trek de warmte-isolatie uit de koelpijp op de locatie en breng de isolatie weer opzijn oorspronkelijke plaats aan. Pas op bij koelleidingenssss s Gebruik niet-oxyderend soldeersel bij het hardsolderen om er zeker van tezijn dat er geen vreemde stoffen of vocht de pijp kunnen binnendringen.
ssss s Zorg ervoor dat u koelmachine-olie op het zittingsoppervlak van de “flare”-aansluiting doet en dat u de leidingen stevig vastdraait met gebruik vaneen dubbele steeksleutel. ssss s Gebruik een metalen beugel om de koelleiding te ondersteunen zodat ergeen gewicht op de einde van de leiding aan het binnenapparaat komt testaan. Monteer deze steunbeugel op 50 cm afstand van de “flare”-aanslui-ting van het binnenapparaat. 6. 4.
58 7. Aanleg van kanalen 8. Elektrische aansluitingen 8. 1. Stroomtoevoer Elektrische specificaties Ingangscapaciteit hoofdschakelaar/-zekering (A)Stroomtoevoer SEZ-KD25 SEZ-KD35 SEZ-KD50 SEZ-KD60 SEZ-KD71(1 fase ~/N, 230 V, 50Hz) 10 10 20 20 20 Waarschuwing: • De compressor werkt niet tenzij de de fasen voor de stroomvoorziening opde juiste wijze zijn aangesloten. •DDDDD wordt meestal geaard met een niet op zekering gebaseerde onderbreker(aardlekschakelaar [ALS]). • De verbinding tussen de binnen- en buitenapparaten kan verlengd wordentot een maximum van 50 meter, en de totale maximale verlenging inclusiefkruisverbindingen tussen kamers is 80 m. Met de airconditioner zal een schakelaar met ten minste 3 mm contactscheidingtussen de polen worden meegeleverd. * Label iedere onderbreker, afhankelijk van zijn functie (verwarming, eenheidetc). [Fig. 8-1] (P.
) Waarschuwing: • Zet de kap van de schakeldoos stevig vast. Als deze niet goed is bevestigd,kan dit leiden tot brand of een elektrische schok, veroorzaakt door stof, waterenzovoort.
• Gebruik de aangegeven verbindingskabel tussen binnenunit en buitenunitvoor de aansluiting van de binnenunit en buitenunit en bevestig de kabelstevig aan het aansluitblok zodat er geen kracht wordt uitgeoefend op hetaansluitgedeelte van het aansluitblok. Onvolledige aansluiting of bevestigingvan de kabel kan brand veroorzaken. [Fig. 8-2-1] (P. 4) A Bevestigingsschroeven voor deksel (2 stuks) B Deksel[Fig. 8-2-2] (P. 4) A Aansluitingenkast B Uitdrukbare opening C Verwijderen[Fig. 8-2-3] (P. 4)EGebruik een PG bus om het gewicht van de kabel te dragen, zodat er van buitenaf geen drukop de voedingsstekker wordt uitgeoefend. Gebruik een kabelbinder om de kabel vast te zetten.
F Stroomvoorzieningssnoer G Trekkracht H Gebruik een gewone aansluitbus I Bedrading signaalontvangeenheid • Wanneer u een kanaal op de kast van de airconditioner wilt aansluiten, moet uhiertussen een canvas kanaal bevestigen. • Gebruik brandbestendige materialen voor de onderdelen voor het kanaal. Voorzichtig: • Als u de luchtinlaat AAAAA direct aan de onderzijde van de kast bevestigt, zal ditleiden tot een aanzienlijk hoger geluidsniveau. De afstand tussen inlaat AAAAAen de kast moet daarom zo groot mogelijk zijn. Wanneer u gebruik wilt maken van de inlaat aan de onderzijde, is extra voor-zichtigheid geboden. • Gebruik voldoende thermisch isolatiemateriaal om condensvorming op dekanaalflenzen en kanalen voor de uitlaat te voorkomen. • Verbind de kast van de airconditioner met het kanaal, zodat hiertussen geenstatische ladingen kunnen ontstaan.
• De afstand tussen het rooster van de luchtinlaat en de ventilator moet mini-maal 850 mm bedragen. Als het niet mogelijk is om minimaal 850 mm vrij te laten, moet u eenveiligheidsrooster of -net installeren om te zorgen dat de ventilator niet perongeluk kan worden aangeraakt. [Fig. 7-1] (P. 4) A Luchtinlaat B Luchtuitlaat C Toegangsklep D Plafond E Canvas kanaal F Luchtfilter G Rooster van luchtinlaat[Fig. 8-2-4] (P.
4) J Aansluitblok voor stroomvoorziening en binnenshuissignaal K Naar de 1-fase voedingsbron L Aansluiten van de signaalontvangeenheidSluit de signaalontvangeenheid aan op de CN90 (Aansluiten op het regelpaneel voor dedraadloze afstandsbediening) van het binnenapparaat met behulp van het bijgeleverdeafstandsbedieningssnoer. Sluit de signaalontvangeenheden aan op alle binnenapparaten. • Leg de bedrading aan zoals aangegeven in het diagram links onderaan. (Schaf dekabel ter plaatse aan. )Zorg dat er alleen kabels van de juiste polariteit worden gebruikt. [Fig. 8-3] (P. 5) A Aansluitingenblok binnenapparaat B Aardingsdraad (groen/geel) C Aansluitsnoer binnen/buitenapparaat 3-aderig 1,5 mm2 of meer D Aansluitingenblok buitenapparaat E Stroomvoorzieningssnoer: 2,0 mm2 of meer F Regelpaneel binnenapparaat 1 AansluitkabelKabel, 3-aderig, 1,5 mm2, volgens ontwerp 245 IEC 57.
2 Aansluitblok voor binnenunit 3 Aansluitblok voor buitenunit 4 Sluit altijd een aardingsdraad aan (1-aderig, 1,5 mm2) die langer is dan de andere kabels. 5 Signaalontvangeenheidkabel (bijgeleverd) (draadlengte : 5 m) 6 Signaalontvangeenheid 7 VoedingskabelKabel, 3-aderig, 2,0 mm2, volgens ontwerp 245 IEC 57. • Sluit de aansluitblokken aan zoals aangegeven in het diagram hieronder. Voorzichtig: • Zorg dat de kabels goed worden aangesloten. • Draai de aansluitblokschroeven stevig vast om te voorkomen dat deze lost-rillen. • Trek na het aandraaien van de schroeven zachtjes aan de kabels om zeker tezijn dat deze niet kunnen schuiven. 8. 3. Afstandsbediening 8. 3. 1. Voor de draadloze afstandsbediening 1) Montageprocedure(1) Kies een plaats waar u de afstandsbediening wilt monteren. De temperatuursensors bevinden zich zowel op de afstandsbediening als op hetbinnenapparaat.
s Koop de volgende onderdelen zelf:Schakelkastje voor 2 delenDunne koperen geleidingsbuisBorgmoeren en doorvoerbussen(2) Dicht de opening voor de afstandsbedieningskabel af met stopverf om te voorkomendat er dauwdruppels, water, kakkerlakken of wormen inkomen. [Fig. 8-4] (P. 5) A Voor installatie in het schakelkastje: B Voor directe montage op de muur kies dan voor één van de volgende methoden: • Boor een gat door de muur om de afstandsbedieningskabel door heen te halen (om deafstandsbedieningskabel vanaf de achterkant te leiden) en dicht daarna het gat af met stopverf. • Leid de afstandsbedieningskabel door het eruit gehaalde bovenste gedeelte en dicht daarnade eruit gehaalde uitsparing af met stopverf, net zoals hierboven is beschreven. C G Muur Schakelkastje D H Geleidingsbuis Afstandsbedieningskabel E I Borgmoer Dicht met stopverf af F Doorvoerbus B-1.
59 8. Elektrische aansluitingen 8. 3. 2. Signaalontvangeenheid 1) Voorbeeld systeemaansluiting[Fig. 8-5] (P. 5)Alleen de bedrading van de signaalontvangeenheid en tussen de afstandsbedienings-eenheden wordt getoond in Fig. 8-5. De bedrading kan afwijken afhankelijk van deeenheid die wordt aangesloten of van het systeem dat wordt gebruikt. Raadpleeg de installatiehandleiding of het servicehandboek bij de eenheid voor in-formatie over restricties. 1. Aansluiten op Mr. SLIM airconditioner (1) Standaard 1:1 1 De signaalontvangsteenheid aansluitenSluit de signaalontvangsteenheid aan op de CN90 (verbinden met de printplaatvan de draadloze afstandsbediening) op het binnenapparaat met behulp vande bijgeleverde afstandsbedieningsdraad. Sluit de signaalontvangsteenhedenaan op alle binnenapparaten. 2) Instellen van de paarnummerschakelaar[Fig. 8-6] (P. 5) 1.
InstellingsmethodeWijs aan de draadloze afstandsbediening hetzelfde paarnummer toe als dat vanhet binnenapparaat. Wanneer u dat niet doet, kan de afstandsbediening niet wordengebruikt. Raadpleeg de installatiehandleiding bij de draadloze afstandsbedieningvoor informatie over het instellen van paarnummers voor draadlozeafstandsbedieningen. Positie van in serie geschakelde draad op de printplaat van het binnenapparaat. Voor het instellen van paarnummers zijn de volgende 4 patronen (A-D) beschikbaar. Patroon voor het instellen van paarnummersABCDPaarnummer aan zijde van afstandsbediening0123~9Zijde van printplaat binnenapparaatPunt waar de in serie geschakelde draad wordt losgekoppeldNiet losgekoppeldJ41 losgekoppeldJ42 losgekoppeldJ41 en J42 losgekoppeld 2. Voorbeeld voor het instellen (1) Als u de eenheden in dezelfde ruimte wilt gebruiken[Fig. 8-7] (P.
6) A Afstandsbedieningsdraad B Opening (boor een gat in het plafond om de afstandsbedieningsdraad door te leiden. ) C Signaalontvangeenheid (1) Selecteer de installatielocatie. Houd rekening met de volgende punten. 1 Sluit de signaalontvangsteenheid aan op het binnenapparaat met behulp vande bijgeleverde afstandsbedieningsdraad. De lengte van de afstandsbedienings-draad is 5 m (16 ft). Installeer de afstandsbediening binnen het bereik van deafstandsbedieningsdraad. 2 Bij het installeren aan de schakelkast of aan de wand, dient u voldoenderuimte rondom de signaalontvangeenheid te laten, zoals getoond in [Fig. 8-10]. 3 Wanneer de signaalontvangsteenheid op de schakeldoos wordt geïnstalleerd,komt de signaalontvangsteenheid 6,5 mm (1/4 inch) lager te zitten, zoals rechtswordt geïllustreerd. 4 Onderdelen die op de installatielocatie benodigd zijn.
6 Installeer de eenheid tegen het plafond of tegen de muur op een plek waarhet signaal van de draadloze afstandsbediening kan worden ontvangen. Het signaal van de draadloze afstandsbediening kan worden ontvangen toteen hoek van 45 graden en een afstand van 7 m (22 ft) gemeten vanaf devoorkant van de signaalontvangsteenheid. 7 Installeer de signaalontvangeenheid in de stand die past bij uw model binnen-apparaat. 8 Sluit de afstandsbedieningsdraad stevig aan op de dienstlijn. Om deafstandsbedieningsdraad door de huls te leiden, volgt u de aanwijzingen ge-toond in Fig. 8-12. [Fig. 8-12] (P. 6) A Stevig vastmaken met plakband. CDienstlijn B AfstandsbedieningsdraadOpmerking: • Het punt waar de afstandsbedieningsdraad wordt aangesloten, verschilt perbinnenapparaatmodel. Houd er bij het kiezen van de installatielocatie rekening mee dat deafstandsbedieningsdraad niet kan worden verlengd.
• Als de signaalontvangsteenheid in de buurt van een tl-lamp met omvormerwordt geïnstalleerd, kan de ontvangst van het signaal storing ondervinden. Ga zorgvuldig te werk wanneer u de signaalontvangsteenheid installeert ofde lamp vervangt. 2. Installatie op de schakeldoos of aan de muur (1) Gebruik de afstandsbedieningsdraad om de eenheid aan te sluiten op deaansluiting (CN90) op de printplaat van het binnenapparaat. Zie onder 2) Instellen van de paarnummerschakelaar voor nadere details overhet regelcircuitpaneel op het binnenapparaat. (2) Dicht de inlaatopening voor het snoer van de signaalontvangsteenheid afmet stopverf om te voorkomen dat er dauw, waterdruppels, kakkerlakkenof andere insecten in kunnen komen. [Fig. 8-15] (P.
6) H Hier rondom met stopverf afdichten I Afstandsbedieningsdraad J Hier rondom met stopverf afdichten • Bij het boren van een opening voor de draad van de signaalontvangeenheid(of bij het uitleiden van een draad aan de achterkant van de signaalontvang-eenheid) dient u de betreffende opening af te dichten met stopverf. • Bij het leiden van een draad door een opening die is uitgesneden in de boven-kant van de behuizing, dient u ook die opening af te dichten met stopverf. (3)Installeer de afstandsbedieningsdraad op het aansluitblok. (Fig. 8-16)(4)Maak een opening wanneer de signaalontvangsteenheid rechtstreeks opde muur wordt geïnstalleerd. (Fig. 8-17) • Snij het dunwandige gedeelte van de onderkast (schuine deel) uit met eenmes of een draadschaar. • Voer de aangesloten afstandsbedieningsdraad via deze ruimte door naar hetaansluitblok.
(5) Installeer de onderkast op de schakeldoos of rechtstreeks op de wand. (Fig. 8-18)Het deksel monteren (Fig. 8-19) Voorzichtig: • Het deksel zit pas goed vast wanneer u een klikgeluid hoort. Als het deksel niet goed vast zit, kan het omlaag vallen.
60 8. 4. Buitenunit[Fig. 8-20] (P. 7) • Sluit de kabel van binnenunit goed aan op het aansluitblok. • Gebruik hetzelfde aansluitblok en dezelfde polariteit als die van de binnenunit. • Zorg dat de verbindingskabel wat langer is voor later onderhoud. • Beide uiteinden van de verbindingskabel (verlengsnoer) moeten wordengestript. Zorg dat de voedingskabel net zo lang is als aangegeven in de af-beelding door deze tot de juiste lengte te strippen. • Zorg dat de verbindingskabel niet in contact komt met de leidingen. [Fig. 8-21] (P. 7) A Draai de aansluitblokschroef los B Aansluitblok C Stroomdraad Voorzichtig: • Zorg dat de kabels goed worden aangesloten. (Fig. 8-21) • Draai de aansluitblokschroeven stevig vast om te voorkomen dat deze lost-rillen. • Trek na het aandraaien van de schroeven zachtjes aan de kabels om zeker tezijn dat deze niet kunnen schuiven.
Waarschuwing: • Zorg dat het onderhoudspaneel van de buitenunit stevig is bevestigd. Als ditniet goed is bevestigd, kan dit leiden tot brand of een elektrische schok, ver-oorzaakt door stof, water enzovoort. • Draai de aansluitblokschroeven stevig vast. • Zorg bij het aanleggen van de bedrading dat er geen spanning wordt uitgeoe-fend op de stroomkabels. Anders kan er hitte worden gegenereerd of brandontstaan. 8. 5. Functie-instellingen 8. 5. 1 Instelling van de functies op het apparaat (de functies van hetapparaat selecteren) 1) FUNCTIE AUTO RESTARTAlleen voor de draadloze afstandsbediening [Fig. 8-22] (P. 8)Dit model is uitgerust met de functie AUTO RESTART (automatisch opnieuw starten). De werkingsmodus, ingestelde temperatuur en de ventilatorsnelheid worden opge-slagen op de besturingskaart van binnenunit als de binnenunit wordt bediend met deafstandsbediening.
Functie-instelling op het apparaat (Keuze van de werkings-functies) [Fig. 8-22] (P. 8)Omschakelen van de voedingsspanning • Zorg vooral dat de voedingsspanning juist staat ingesteld op de plaatselijke net-spanning. 1 Ga naar de functiekeuzestandDruk tweemaal achtereen op de CHECK controletoets F. (Verricht deze handelingen wanneer het scherm van de afstandsbediening is ge-doofd. )De aanduiding CHECK licht op en “ ”00 gaat knipperen. Druk eenmaal op de TEMP toets C om in te stellen op “ ”50. Richt de draadlozeafstandsbediening op de ontvanger van het binnenapparaat en druk op de Uren-toets A. 2 Instellen van het apparaatnummerDruk op de TEMP toets en C D om het apparaatnummer in te stellen op “ ”00. Richt de draadloze afstandsbediening op de ontvanger van het binnenapparaaten druk op de Minutentoets B.
3 Keuze van de juiste standVoer 04 in om de voedingsspanning om te schakelen met behulp van toetsen Cen D. Richt de draadloze afstandsbediening op de ontvanger van het binnenapparaaten druk op de Urentoets A. Huidig ingesteld nummer: 1 = 1 piepje (een seconde)2 = 2 piepjes (elk een seconde)3 = 3 piepjes (elk een seconde) 4 Keuze van het instelnummerGebruik de en toetsen om de voedingsspanning om te schakelen naar 01C D(240 V). Richt de draadloze afstandsbediening op de ontvanger van het binnenapparaaten druk op de Urentoets A. 5 Doorlopend kieze van meerdere functies achtereenHerhaal de stappen om meerdere functies achtereen in te stellen. 3 en 4 6 Afronden van de functiekeuzeRicht de draadloze afstandsbediening op de ontvanger van het binnenapparaaten druk op de AAN/UIT toets E.
Voordat u gaat proefdraaien s Controleer nadat u de binnen-en buitenapparaten, inclusief pijpen en bedra-ding, volledig heeft geïnstalleerd het geheel op lekken van koelstof, losseelektrische contacten in voeding of besturingsbedrading en polariteit encontroleer of er geen verbreking van een fase in de voeding is. s Controleer met behulp van een megohmmeter van 500 volt of de weerstandtussen de netspanningsaansluitpunten en de aarde minimaal 1,0 MΩ bedraagt. s Voer deze test niet uit op de aansluitpunten van de besturingsbedrading(laagspanningscircuit). 9. Proefdraaien Waarschuwing:U mag de airconditioner niet gebruiken als de isolatieweerstand minder dan1,0 M bedraagt. ΩIsolatieweerstandNa de installatie of nadat de voeding van het apparaat langere tijd is uitgeschakeld,daalt de isolatieweerstand tot onder 1 MΩ door de ophoping van koelstof in decompressor. Dit is geen storing.
5 Pa (stel de contactmodus voor nummer 08 tot 1)ModusnummerInstellingsnummerBegininstellingInstelling1 07 231 08 23110 2InstellingenNiet beschikbaarBeschikbaarBinnenapparaat gemiddelde werkingInstellen met afstandsbediening van binnenapparaatInterne sensor van afstandsbedieningNiet ondersteundOndersteund (binnenapparaat is niet voorzien van buitenluchttoevoer)Ondersteund (binnenapparaat is voorzien van buitenluchttoevoer)De energiebesparingscyclus wordt automatisch ingeschakeldDe energiebesparingscyclus wordt automatisch uitgeschakeldModusnummerInstellingsnummerBegininstellingInstelling 1 (*1)01 21 02 231 03 23105 2ModusAutomatisch herstel van stroomuitval *1(functie Auto Restart)BinnentemperatuurdetectieLOSSNAY-verbindingAutomatisch.
61 9. Proefdraaien 2. Als de isolatieweerstand lager is dan 1 MΩ, is de compressor defect of is deweerstand gedaald door de ophoping van koelstof in de compressor. 3. Sluit de bedrading van de compressor weer aan en schakel de voeding in. Decompressor zal nu beginnen met warmdraaien. Meet de isolatieweerstand op-nieuw nadat de voeding gedurende de hieronder aangegeven periode is inge-schakeld. • De isolatieweerstand daalt door de ophoping van koelstof in de compressor. De weerstand stijgt tot boven 1 MΩ nadat de compressor twee tot drie uurheeft warmgedraaid. (De tijd die de compressor nodig heeft om warm te draaien varieert afhankelijkvan de atmosferische omstandigheden en de ophoping van koelstof. ) • Bij ophoping van koelstof in de compressor moet deze voor gebruik ten minste12 uur warmdraaien om storingen te voorkomen. 4.
Als de isolatieweerstand stijgt tot boven 1 M , is de compressor niet defect. Ω Voorzichtig: • De compressor werkt uitsluitend als de fase-aansluiting van de netspanningcorrect is. • Zet de netspanningschakelaar ruim 12 uur voordat u de airconditioner gaatgebruiken aan. - Als u het apparaat meteen nadat u de netschakelaar heeft omgedraaid aanzet,kunnen de interne onderdelen ernstig beschadigd worden. Gedurende het seizoenwaarin u het apparaat gebruikt, moet u de netschakelaar altijd aan laten staan. 9. 2. Proefdraaien 9. 2. 1. Met de draadloze afstandsbediening[Fig. 9-1] (P. 8) 1 De stroomvoorziening van het apparaat moet tenminste 12 uur voor het eersteproefdraaien zijn ingeschakeld. 2 Druk tweemaal achtereen op de TEST RUN proefdraaitoets A. (Verricht deze handelingen wanneer het scherm van de afstandsbediening isgedoofd.
4 BDruk op de MODE toets om de HEAT verwarmingsstand in te schakelen encontroleer dan of het apparaat daadwerkelijk warme lucht uitblaast. 5 Druk op de FAN toets en controleer of de ventilatorsnelheid verandert. C 6 Druk op de VANE toets en controleer of de automatische jaloezie goed werkt. D 7 Druk op de ON/OFF toets om het proefdraaien te stoppen. Opmerking: • Richt de afstandsbediening op de ontvanger van het binnenapparaat voorde volgende stappen 2 tot 7. • Het gebruik hiervan is niet mogelijk bij de FAN, DRY of AUTO functies. [Uitvoerpatroon B] Fouten gesignaleerd door een andere eenheid dan het binnenapparaat (buitenapparaat enz.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Mitsubishi SEZ-KD50VA stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Airco Mitsubishi
Handleiding Airco
Nieuwste handleidingen voor Airco