Miele KMDA 7476 FR Handleiding

Miele Fornuis KMDA 7476 FR

Bekijk gratis de handleiding van Miele KMDA 7476 FR (104 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 24 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Miele KMDA 7476 FR of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/104
Gebruiks- en montagehandleiding
Inductiekookplaten
Lees de gebruiks- en montagehandleiding voordat u uw ap-beslist
paraat plaatst, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor
uzelf en u voorkomt schade aan uw apparaat.
nl-NLM.-Nr. 11 855 260

Beoordeel deze handleiding

4.8/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Fornuis
Model: KMDA 7476 FR
Apparaatplaatsing: Ingebouwd
Soort bediening: Touch
Kleur van het product: Zwart
Ingebouwd display: Ja
Gewicht: 20000 g
Breedte: 806 mm
Diepte: 526 mm
Hoogte: 201 mm
Snoerlengte: 2 m
Kinderslot: Ja
Geluidsniveau: 69 dB
Warmhoud functie: Ja
Soort materiaal (bovenkant): Glaskeramiek
Vermogen brander/kookzone 2: 3400 W
Vermogen brander/kookzone 3: 2100 W
Vermogen brander/kookzone 1: 3400 W
Aantal branders/kookzones: 4 zone(s)
Type kookplaat: Inductiekookplaat zones
Makkelijk schoon te maken: Ja
Aantal gaspitten: 0 zone(s)
Aantal elektronische kook zones: 4 zone(s)
Controle positie: Boven voorzijde
Aangesloten lading (elektrisch): 7500 W
Installatie compartiment breedte: 780 mm
Installatie compartiment diepte: 500 mm
Installatie compartiment hoogte: 194 mm
Aangesloten lading (gas): - W
Automatisch uitschakelen: Ja
Breedte kookplaat: 80 cm
Boost functie: Ja
Installatie compartiment diepte (min): 194 mm
Restwarmte-indicator: Ja
Frame type: Full trim
Panherkenning: Ja
Frame kleur: Roestvrijstaal
Voedingsbron brander/kookzone 1: Electrisch
Voedingsbron brander/kookzone 2: Electrisch
Voedingsbron brander/kookzone 3: Electrisch
Kookzone 1 boost: 4800 W
Kookzone 2 boost: 4800 W
Kookzone 3 boost: 3000 W
Oververhittingsbeveiliging: Ja
Positie brander/kookzone 1: Links
Positie brander/kookzone 2: Rechts
Diameter brander/kookzone 3: 150 - 230 mm
Energie-efficiëntieklasse (kap): A++
Stop-and-go-functie: Ja
AC-ingangsspanning: 230 V
AC-ingangsfrequentie: 50-60 Hz
Kookzone 2 grootte (WxD): 230 x 460 mm
Inbouw afzuigkap: Ja
Kookzone 1 grootte (WxD): 230 x 460 mm
Kookzone 2 dubbele boost: 7300 W
Kookzone 3 dubbele boost: 3650 W
Kookzone 1 dubbele boost: 7300 W

Handleiding Miele KMDA 7476 FR – volledige tekst

Inhoud3Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 6Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 20Overzicht. 21Kookplaat. 21Bedieningselementen/indicaties. 22Kookzones. 24Ingebruikneming van het apparaat. 25Kookplaat voor de eerste keer reinigen. 25Kookplaat voor de eerste keer in gebruik nemen. 25Miele@home. 26Inductie. 29Principe. 29De juiste pannen. 29Powermanagement. 31Geluiden. 32Principe wasemafvoer. 33Tips om energie te besparen. 34Tabel vermogensstanden. 35Bediening. 36Principe van de bediening. 36Kookplaat inschakelen. 37Vermogensstand instellen. 37Vermogensstand wijzigen. 37Kookzone/kookplaat uitschakelen. 37Restwarmte-indicatie. 38Vermogensstand instellen – uitgebreid aantal standen. 38PowerFlex XL-kookzone. 39Aankookautomaat. 40Booster. 41Warmhouden. 42Wasemafvoer. 43Timer. 45Kookwekker. 45Kookzone automatisch uitschakelen. 46Extra functies. 47Stop & Go. 47.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6Deze kookplaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften.Onjuist gebruik kan echter persoonlijk letsel of materiële schadetot gevolg hebben.Lees de gebruiks- en montagehandleiding aandachtig door voor-dat u de kookplaat in gebruik neemt. Hierin vindt u belangrijke in-structies met betrekking tot de inbouw, de veiligheid, het gebruiken het onderhoud.

Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schadeaan de kookplaat.In overeenstemming met de norm IEC60335-1 adviseert Miele uuitdrukkelijk om het hoofdstuk over de installatie van de kookplaaten de veiligheidsinstructies en waarschuwingen te lezen en op tevolgen.Wanneer de veiligheidsrichtlijnen en waarschuwingen niet wordenopgevolgd, kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voor scha-de die daarvan het gevolg is.Bewaar de gebruiks- en montagehandleiding en geef deze dooraan een eventuele volgende eigenaar.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7Verantwoord gebruik Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor particulier huishoudelijkgebruik (of daarmee vergelijkbaar). Deze kookplaat mag niet buiten worden gebruikt. Gebruik deze kookplaat uitsluitend in huishoudelijke situaties voorhet bereiden en warmhouden van gerechten. Gebruik voor anderedoeleinden is niet toegestaan. Dit apparaat mag alleen worden gebruikt door personen die instaat zijn het apparaat veilig te bedienen. Deze personen moetenvolledig op de hoogte zijn van de inhoud van de gebruiksaanwijzing.Men moet zich bewust zijn van de gevaren van een foutieve bedie-ning.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8Wanneer er kinderen in huis zijn Houd kinderen onder 8 jaar op een afstand, tenzij u voortdurendtoezicht houdt. Kinderen vanaf 8 jaar mogen het apparaat alleen zonder toezichtgebruiken als ze precies weten hoe ze het apparaat veilig moetenbedienen. De kinderen moeten zich bewust zijn van de gevaren vaneen foutieve bediening. Kinderen mogen de kookplaat niet zonder toezicht reinigen. Houd kinderen in de gaten wanneer deze zich in de buurt van dekookplaat bevinden. Laat ze nooit met de kookplaat spelen. De kookplaat wordt tijdens het gebruik heet en blijft dat ook nogenige tijd nadat deze is uitgeschakeld. Houd kinderen op een af-stand, totdat de kookplaat voldoende is afgekoeld en er geen ver-brandingsgevaar meer bestaat. Pas op voor verbranding.

Bewaar voorwerpen, die voor kindereninteressant kunnen zijn, niet op plaatsen boven of achter het appa-raat. Zo krijgen de kinderen niet de neiging om op het apparaat teklimmen. Verbrandingsgevaar! Draai de grepen van de pannen zo dat zezich boven het werkblad bevinden, zodat kinderen de pannen nietvan het apparaat kunnen trekken. Verstikkingsgevaar! Kinderen kunnen zich tijdens het spelen inverpakkingsmateriaal wikkelen (bijvoorbeeld in folie) of het materiaalover hun hoofd trekken en stikken. Houd verpakkingsmaterialen bijkinderen vandaan. Maak gebruik van de vergrendeling, zodat kinderen de kookplaatniet onbedoeld kunnen inschakelen of instellingen kunnen wijzigen.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9Technische veiligheid Door ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- of repara-tiewerkzaamheden kan de gebruiker aanzienlijke risico's lopen. In-stallatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen alleendoor een door Miele geautoriseerde vakkracht worden uitgevoerd. Een beschadigd apparaat kan uw veiligheid in gevaar brengen.Controleer het apparaat op zichtbare schade. Neem nooit een be-schadigd apparaat in gebruik. De kookplaat kan alleen betrouwbaar en veilig functioneren alsdeze op het openbare elektriciteitsnet is aangesloten. Het apparaat mag niet op wisselrichters worden aangesloten diebij autonome stroomvoorzieningen worden toegepast (zoals bij zon-ne-energie). Als het apparaat wordt ingeschakeld, kan het bij span-ningspieken om veiligheidsredenen worden uitgeschakeld.

De elek-tronica kan beschadigd raken. De elektrische veiligheid van de kookplaat is uitsluitend gegaran-deerd als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem dat vol-gens de geldende voorschriften is geïnstalleerd. Aan deze funda-mentele veiligheidsvoorwaarde moet worden voldaan. Laat de elek-trische installatie bij twijfel door een vakman inspecteren. De aansluitgegevens (frequentie en spanning) op het typeplaatjemoeten beslist overeenkomen met de waarden van het elektriciteits-net om beschadiging van de kookplaat te voorkomen. Vergelijk deze gegevens voor de aansluiting. Raadpleeg bij twijfeleen elektricien. Stekkerdozen of verlengsnoeren bieden niet voldoende veiligheid(brandgevaar). Gebruik deze niet voor het aansluiten van de kook-plaat op het elektriciteitsnet. Gebruik de kookplaat alleen als deze is ingebouwd, zodat de vei-ligheid gewaarborgd is.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10 Deze kookplaat mag niet op een niet-stationaire locatie (zoals eenboot) worden gebruikt. Wanneer onderdelen worden aangeraakt die onder spanningstaan of wanneer elektrische of mechanische onderdelen wordenveranderd, is dit gevaarlijk voor de gebruiker. Het kan er tevens toeleiden dat het apparaat niet meer goed functioneert.Open nooit de ommanteling van het apparaat. Het recht op garantie vervalt wanneer de kookplaat door eentechnicus wordt gerepareerd die niet door Miele is geautoriseerd. Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelenworden vervangen.

Alleen van Miele-onderdelen kunnen wij garan-deren dat zij volledig aan de veiligheidseisen voldoen. De kookplaat mag niet worden gebruikt met een externe schakel-klok of een systeem dat op afstand werkt. De kookplaat moet door een elektricien op het elektriciteitsnetworden aangesloten (zie hoofdstuk “Installatie”, paragraaf “Elek-trische aansluiting”). Als de aansluitkabel beschadigd is, moet deze door een elektri-cien door een speciale aansluitkabel worden vervangen (zie hethoofdstuk “Installatie”, paragraaf “Elektrische aansluiting”). Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden moet dekookplaat volledig van het elektriciteitsnet losgekoppeld zijn. Gadaarvoor als volgt te werk:- schakel de zekeringen in uw zekeringkast uit of- draai de zekeringen in uw zekeringkast er helemaal uit of- trek de stekker (indien aanwezig) uit de contactdoos.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11 Gevaar voor elektrische schok. Neem het apparaat niet in gebruikbij een defect of bij breuken, scheuren en barsten in de keramischeplaat of schakel het apparaat meteen uit. Haal de elektrische span-ning van de kookplaat. Neem contact op met Miele. Als het apparaat achter een meubeldeur is ingebouwd, mag dedeur niet worden gesloten als u het apparaat gebruikt. Achter eengesloten deur worden warmte en vocht opgehoopt. Hierdoor kunnenhet apparaat, de kast en de vloer beschadigd raken. Sluit de meu-beldeur pas als de restwarmte-indicatie verdwenen is.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12Gelijktijdig gebruik van het apparaat met een verbrandingsysteem dat luchtuit dezelfde ruimte gebruiktDit kan levensgevaarlijk zijn!Wees heel voorzichtig als u het geïntegreerde afzuigsysteem tege-lijk gebruikt met verbrandingssystemen die de lucht uit hetzelfdevertrek gebruiken of die gebruik maken van dezelfde afvoerinstal-latie.Dergelijke verbrandingssystemen halen de lucht die nodig is voorde verbranding uit het vertrek waar de systemen zich bevinden envoeren de rookgassen af via een afvoerkanaal (bijvoorbeeld viaeen schoorsteen). Dit kunnen bijvoorbeeld gas-, olie-, hout- of ko-lenkachels zijn, maar ook gasboilers, warmwaterketels op gas,gaskookplaten en gasovens.Het afzuigsysteem zuigt lucht uit de keuken en de aangrenzendevertrekken.

Dit geldt bij:- luchtafvoer en bij- luchtcirculatie met een buiten het vertrek geplaatste luchtcircula-tiebox.Als de luchtaanvoer niet voldoende is, ontstaat er onderdruk. Hetverbrandingssysteem krijgt te weinig lucht. De verbranding wordtnegatief beïnvloed. Giftige verbrandingsgassen kunnen uit de schoorsteen of een an-der luchtafvoerkanaal naar de woonvertrekken worden gezogen.Er bestaat levensgevaar!

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen13Het gelijktijdige gebruik van het geïntegreerde afzuigsysteem eneen verbrandingssysteem in dezelfde ruimte is ongevaarlijk als deonderdruk niet groter is dan 4Pa (0,04mbar). In dat geval is ergeen gevaar dat verbrandingsgassen worden teruggezogen.Er zullen geen onderdrukproblemen ontstaan als door niet-afsluit-bare openingen (bijvoorbeeld in deuren of ramen) voldoende luchtin het vertrek kan komen. De diameter van de opening waardoorde lucht naar binnen stroomt, moet dan wel groot genoeg zijn. Al-leen een muurkast voor luchttoe-/luchtafvoer is meestal niet toerei-kend.Bij de beoordeling van een en ander dient men altijd rekening tehouden met de totale ventilatie van de woning.

Raadpleeg altijdeen vakman.Als het afzuigsysteem als luchtcirculatiesysteem wordt gebruikt,waarbij de lucht wordt teruggevoerd naar het vertrek waar het ap-paraat is geplaatst, dan is een gelijktijdig gebruik van het af-zuigsysteem en een ander verbrandingssysteem in hetzelfde ver-trek ongevaarlijk.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen14Veilig gebruik De kookplaat wordt heet als deze in gebruik is en blijft dat ooknog enige tijd na het uitschakelen. Zodra het lampje voor de rest-warmte (afhankelijk van het model) is uitgegaan, is het verbrandings-gevaar geweken. Olie en vet kunnen bij oververhitting vlam vatten. Houd het appa-raat goed in de gaten als u met olie en/of vetten werkt. Blus eenbrand met olie of vet nooit met water. Schakel het apparaat uit en doof de vlammen voorzichtig met eendeksel of een blusdeken. Houd toezicht op het apparaat als het in gebruik is. Houd continutoezicht op korte kook- en braadprocessen. Bij open vuur bestaat brandgevaar.Flamberen is niet toegestaan! Als het afzuigsysteem ingeschakeld is,worden de vlammen in het filter gezogen.

Vetresten kunnen vlam vat-ten. Spuitbussen, licht ontvlambare vloeistoffen en brandbare materia-len kunnen bij verhitting vlam vatten. Bewaar dergelijke productendaarom niet in een schuiflade onder het apparaat. Een eventuele be-stekbak moet van hittebestendig materiaal zijn. Verwarm kookgerei nooit zonder inhoud. In afgesloten blikken en dergelijke ontstaat tijdens het inmaken ofverwarmen overdruk. Hierdoor kunnen deze voorwerpen openbar-sten. Gebruik het apparaat niet om voedingsmiddelen in afgeslotenblikken en dergelijke in te maken of te verwarmen. Als de kookplaat wordt afgedekt, bestaat het risico dat het materi-aal van de afdekking in brand vliegt, barst of smelt als u de kook-plaat per ongeluk inschakelt of als deze nog heet is. Dek de kook-plaat nooit af met bijvoorbeeld afdekplaten, een doek of bescherm-folie.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen15 Als de kookplaat ingeschakeld is, als u deze per ongeluk inscha-kelt of als deze nog warm is van het koken, bestaat het risico datmetalen voorwerpen die op de kookplaat liggen heet worden. Andermateriaal kan smelten of vlam vatten. Vochtige pannendeksels kun-nen zich vastzuigen. Gebruik de kookplaat niet als legplank. Schakelde kookzones na gebruik uit! U kunt zich aan de hete kookplaat branden. Gebruik daarom altijdovenhandschoenen of pannenlappen als u met het hete apparaatwerkt. Gebruik alleen droge handschoenen of pannenlappen. Nat ofvochtig textiel geleidt de warmte beter en kan door stoom verbran-dingen veroorzaken. Het afzuigsysteem kan tijdens het koken door de hete dampen ergheet worden.

Raak de behuizing en de filters pas aan als het afzuigsysteem afge-koeld is. Als u een elektrisch apparaat (bijvoorbeeld een mixer) in de buurtvan de kookplaat gebruikt, mag de aansluitkabel niet in contact ko-men met de hete kookplaat. De isolatie van de kabel zou beschadigdkunnen raken. Zout, suiker of zandkorrels (bijvoorbeeld van groente) kunnenkrassen veroorzaken als ze onder de pan komen. Zorg dat de kera-mische glasplaat en de panbodem schoon zijn, voordat u het kook-gerei op de kookplaat plaatst. Laat geen voorwerpen op de keramische plaat vallen. Zelfs eenlicht voorwerp zoals een zoutvaatje kan scheuren of barsten veroor-zaken. Hete voorwerpen op de sensortoetsen en de displays kunnen deelektronica eronder beschadigen. Zet nooit hete pannen op de sen-sortoetsen en de displays.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen16 Als er suiker, suikerhoudende gerechten, kunststof of aluminium-folie op de hete kookplaat vallen en smelten, raakt de keramischeplaat tijdens het afkoelen beschadigd. Schakel in dat geval het ap-paraat meteen uit en verwijder deze stoffen direct grondig met eenglasschraper. Trek daarbij ovenwanten aan. Reinig de keramischeplaat vervolgens, zodra ze afgekoeld is, met een speciaal reinigings-middel voor keramische platen. Door drooggekookte pannen kan de keramische plaat beschadigdraken. Houd daarom altijd toezicht op de kookplaat! Gebruik alleen pannen met een gladde bodem. Een ruwe bodemkan krassen op de keramische plaat veroorzaken. Til pannen op als u ze wilt verplaatsen.

U voorkomt zo vlekkendoor wrijving en krassen. Door de snelle reactietijd van inductie kan de temperatuur in debodem van de pan in zeer korte tijd zo hoog oplopen dat olie en vetvanzelf ontbranden. Houd daarom altijd toezicht op het apparaat alshet in gebruik is. Verhit vetten en olie hooguit gedurende 1minuut en gebruik daar-voor nooit de booster. Alleen voor personen met een pacemaker: in de directe omgevingvan de ingeschakelde kookplaat ontstaat een elektromagnetischveld. Het is niet waarschijnlijk dat dit veld de werking van de pace-maker nadelig beïnvloedt. Neem bij twijfel contact op met de fabri-kant van de pacemaker of met uw arts. Het elektromagnetische veld van de ingeschakelde kookplaat kande werking van magnetiseerbare voorwerpen beïnvloeden. Houdcreditcards, opslagmedia, rekenmachines etc.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen17 De kookplaat heeft een koelventilator. Als zich onder de inge-bouwde kookplaat een lade bevindt, moet de afstand tussen de in-houd van de lade en de onderkant van de kookplaat voldoende zijn,zodat de ventilatie van de kookplaat is gewaarborgd. Bewaar geen scherpe of kleine voorwerpen, papier, servetten endergelijke in de lade als deze zich onder de ingebouwde kookplaatbevindt.

Deze voorwerpen kunnen via de ventilatieopeningen in debehuizing terechtkomen of aangezogen worden en zo de ventilatorbeschadigen of de koeling beïnvloeden. Plaats nooit 2pannen tegelijk op een kook-/braadzone of Po-werFlex-kookvlak. Als een pan slechts gedeeltelijk op de kook- of braadzone staat,kunnen de handgrepen heet worden.Plaats een pan altijd in het midden van de kook- of braadzone. Gebruik de PowerFlex-kookzone uitsluitend voor hoekige of ovalebraadsledes. Vetresten en verontreinigingen beïnvloeden het functioneren vanhet geïntegreerde afzuigsysteem.Gebruik het systeem nooit zonder filters, zodat de wasem kan wor-den gereinigd. Er kan brand ontstaan als het apparaat niet volgens de aanwij-zingen in deze gebruiksaanwijzing wordt gereinigd. Dek het aanzuigrooster van het afzuigsysteem niet tijdens het ge-bruik af. Plaats geen hete pannen op het aanzuigrooster van het af-zuigsysteem.

Daardoor werkt het afzuigsysteem niet goed en kan hetaanzuigrooster beschadigd raken. Vloeistoffen kunnen het afzuigsysteem beschadigen. Houd vloei-stoffen uit de buurt van het afzuigsysteem.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen18 Lichte voorwerpen kunnen door het afzuigsysteem worden opge-zogen, waardoor de afzuiging niet meer goed functioneert. Leg geenlichte voorwerpen (zoals doekjes of papier) in de buurt van het af-zuigsysteem. Als u gebruikmaakt van een inductie-adapterplaat voor uw pan-nen, kan dit de inductiegeneratoren (onherstelbaar) beschadigen.Gebruik geen inductie-adapterplaten.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen19Reiniging en onderhoud De stoom van een stoomreiniger kan terechtkomen op onderdelendie onder spanning staan en een kortsluiting veroorzaken.Gebruik voor het reinigen van de kookplaat nooit een stoomreiniger. Schakel de kookplaat niet in als deze boven een pyrolyse-oven of-fornuis is ingebouwd en de pyrolysefunctie actief is, omdat de over-verhittingsbeveiliging van de kookplaat zou kunnen reageren (zie hetbetreffende hoofdstuk).Accessoires Gebruik uitsluitend Miele-accessoires om te voorkomen dat ga-rantieaanspraken vervallen. Miele geeft u na afloop van de serieproductie van de kookplaateen leveringsgarantie van maximaal 15 jaar en minimaal 10 jaar vooressentiële onderdelen.

Een bijdrage aan de bescherming van het milieu20Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpak-kingsmateriaal is uitgekozen met hetoog op een zo gering mogelijke belas-ting van het milieu en de mogelijkhedenvoor recycling.Door hergebruik van verpakkingsmateri-aal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van een apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten meestal waardevollematerialen. Ze bevatten ook stoffen,mengsels en onderdelen die nodig zijngeweest om de apparaten goed en vei-lig te laten functioneren. Wanneer u uwoude apparaat bij het gewone huisafvaldoet of er niet goed mee omgaat, kun-nen deze stoffen schadelijk zijn voor degezondheid en het milieu.

Doe uw oudeapparaat daarom nooit bij het gewoneafval.Lever het apparaat in bij een gemeente-lijk inzameldepot voor elektrische enelektronische apparatuur, bij uw vak-handelaar of bij Miele. U bent wettelijkzelf verantwoordelijk voor het wissenvan eventuele persoonlijke gegevens ophet af te danken apparaat. Bewaar hetafgedankte apparaat buiten het bereikvan kinderen.Voor België:Bij de aankoop van uw nieuwe apparaatheeft u een bijdrage betaald. Die wordtvolledig gebruikt voor de toekomstigerecycling van het apparaat.

Het bevattrouwens nog waardevol materiaal.Door recycling wordt er dan ook min-der verspild en vervuild.Als u vragen heeft omtrent het afdankenvan uw oude apparaat, neem dan con-tact op met- de handelaar bij wie u het kochtof- de firma Recupel,telefoon 0800/15 880,website: www.recupel.beof- uw gemeentelijk bestuur als u uw ap-paraat naar een inzameldepot brengt.Zorg er ook voor dat het apparaat intus-sen veilig wordt bewaard voordat u hetdeponeert.

vermogen in watt bij230V3Verbondenkookzone4Ø1215–23 23x23 NormaalTwinBooster, stand1TwinBooster, stand22.1003.0003.65015–23 23x23 NormaalTwinBooster, stand1TwinBooster, stand22.1003.0003.65015–23 23x23 NormaalTwinBooster, stand1TwinBooster, stand22.1003.0003.65015–23 23x23 NormaalTwinBooster, stand1TwinBooster, stand22.1003.0003.650 + +– 23x46 NormaalTwinBooster, stand1TwinBooster, stand23.4004.8007.300-Totaal 7.3001Binnen het aangegeven bereik kunt u pannen met een willekeurige bodemdiameter gebrui-ken.2Het aangegeven bereik komt overeen met het maximale bodemoppervlak van de te gebrui-ken pan.3Het aangegeven vermogen kan variëren afhankelijk van de grootte en het materiaal van degebruikte pan.4De kookzone is elektrisch met deze kookzone verbonden om zo voor een hoger vermogen tezorgen, zie hoofdstuk “Bediening”, paragraaf “Powermanagement”.

Ingebruikneming van het apparaat25Plak het typeplaatje dat bij de docu-mentatie gevoegd is op de daarvoorbestemde plaats in het hoofdstuk“Service”.Verwijder eventueel aanwezige be-schermfolies en stickers.Kookplaat voor de eerste keerreinigenWis uw kookplaat voor het eerste ge-bruik af met een vochtige doek endroog de plaat weer af.Kookplaat voor de eerste keerin gebruik nemenDe onderdelen van metaal worden meteen onderhoudsmiddel beschermd. Alshet apparaat voor het eerst in gebruikwordt genomen, ontstaan daardoorgeuren en eventueel ook damp. Ookdoor de verwarming van de inductie-spoelen wordt tijdens de eerste ge-bruiksuren een geur afgegeven.

Bij ie-der verder gebruik wordt de geur min-der en deze verdwijnt uiteindelijk volle-dig.De geur en de eventueel optredendedamp wijzen niet op een verkeerde aan-sluiting of een defect en zijn ook nietschadelijk voor de gezondheid.Denk eraan dat de opwarmtijd bij in-ductiekookplaten veel korter is dan bijgewone kookplaten.

Ingebruikneming van het apparaat26Miele@homeVoorwaarde: een eigen wifi-netwerkUw kookplaat beschikt over een geïnte-greerde wifi-module. De kookplaat kanmet het eigen wifi-netwerk verbondenworden.Het signaal van uw wifi-netwerkmoet op de locatie van uw kookplaatvoldoende sterk zijn.U kunt de kookplaat op verschillendemanieren in het wifi-netwerk opnemen.In netwerkgeboden stand-by heeft dekookplaat max. 2W nodig.Beschikbaarheid wifi-verbindingDe wifi-verbinding deelt een frequentie-bereik met andere apparaten (zoalsmagnetrons, op afstand bestuurbaarspeelgoed). Hierdoor kunnen tijdelijkeof volledige storingen in de verbindingoptreden.

Een constante beschikbaar-heid van de aangeboden functies kandaarom niet worden gegarandeerd.Beschikbaarheid van Miele@homeHet gebruik van de Miele-app is afhan-kelijk van de beschikbaarheid van deMiele@home-services in uw land.De service Miele@home is niet in elkland beschikbaar.Informatie over de beschikbaarheidvindt u op de website www.miele.com.Miele-appDe Miele-app kunt u gratis downloadenuit de Apple App Store® of de GooglePlay Store™.Als u de Miele app op een mobiel appa-raat geïnstalleerd hebt, kunt u het vol-gende doen:- Informatie over de status van dekookplaat opvragen- Opmerkingen over het programma-verloop van de kookplaat opvragen- Een Miele@home-netwerk met ande-re voor wifi geschikte Miele appara-ten installeren

Ingebruikneming van het apparaat27Miele@home installerenMet de app verbindenU kunt de netwerkverbinding met deMiele app tot stand brengen.Voor de aanmelding hebt u nodig:1. Het wachtwoord van uw wifi-net-werk.2. Het wachtwoord van uw kookplaat.De laatste 9cijfers van het serienummerop het typeplaatje vormen het wacht-woord van de kookplaat.Installeer de Miele app op uw mobie-le eindapparaat.Start de Miele app.Schakel de kookplaat in.Raak de indicatie van een willekeu-rige kookzone aan.Raak tegelijkertijd de sensortoetsen0en 5 aan en laat uw vingers er gedu-rende 6seconden op liggen.De seconden worden in de timerindica-tie afgeteld.

Na afloop verschijnt in hettimerdisplay gedurende 10secondende code .:U hebt nu 10minuten tijd om de wifi teconfigureren.Volg de aanwijzingen in de app.Met WPS verbindenVoorwaarde: u beschikt over een rou-ter die geschikt is voor WPS (Wifi Pro-tected Setup).Schakel de kookplaat in.Raak de indicatie van een willekeu-rige kookzone aan.Raak tegelijkertijd de sensortoetsen0en 6 aan en laat uw vingers er gedu-rende 6seconden op liggen.De seconden worden in de timerindica-tie afgeteld. Na afloop verschijnt in hettimerdisplay een looplicht (maximaal120seconden) tijdens de poging omverbinding te maken.De WPS-aanmelding is alleen tijdensdeze 120seconden actief.Activeer de functie WPS op uw wifi-router.Als de verbinding geslaagd is, verschijntin het timerdisplay de code . Als u:geen verbinding kunt maken, verschijntin het timerdisplay de code .

Ingebruikneming van het apparaat28Proces afbrekenRaak de sensortoets aan.Instellingen resettenBij vervanging van de router hoeft u deinstellingen niet te resetten.Schakel de kookplaat in.Raak de indicatie van een willekeu-rige kookzone aan.Raak tegelijkertijd de sensortoetsen0en 9 aan en laat uw vingers er gedu-rende 6seconden op liggen.De seconden worden in de timerindica-tie afgeteld. Na afloop verschijnt in hettimerdisplay gedurende 10secondende code .:Reset de instellingen wanneer u dekookplaat wegdoet, verkoopt of een ge-bruikte kookplaat gaat gebruiken. Al-leen dan bent u er zeker van dat u allepersoonlijke gegevens heeft verwijderden dat de vorige eigenaar geen toegangmeer heeft tot de kookplaat.

Inductie29PrincipeOnder een inductiekookzone bevindtzich een inductiespoel. Deze spoel ge-nereert een magnetisch veld, dat directinvloed heeft op de bodem van de pan-nen en deze verhit. De kookzone zelfwordt alleen indirect verwarmd door destralingswarmte, die de bodem van depan afgeeft.Het inductieprincipe werkt alleen bijpannen met een magnetiseerbare bo-dem (zie hoofdstuk: “Inductie”, para-graaf: “De juiste pannen”).

Het systeemhoudt automatisch rekening met degrootte van de gebruikte pan.Gevaar voor verbranding doorhete voorwerpen.Als het apparaat ingeschakeld is, alsu het apparaat per ongeluk inscha-kelt of als het nog warm is van hetkoken, bestaat het risico dat metalenvoorwerpen die erop liggen heetworden.Gebruik de kookplaat nooit als werk-blad.Schakel het apparaat na gebruik uitmet sensortoets .De juiste pannenGeschikt zijn pannen van- roestvrij staal met een magnetiseer-bare bodem- geëmailleerd staal- gietijzerDe kwaliteit van de panbodem kan hetbereidingsresultaat beïnvloeden (bij-voorbeeld een gelijkmatige bruineringvan pannenkoeken). De panbodemmoet de hitte gelijkmatig verdelen.

Heelgeschikt is een sandwichbodem vanroestvrij staal.Niet geschikt zijn pannen van- roestvrij staal met een niet magneti-seerbare bodem- aluminium of koper- glas, keramiek of aardewerkPannen controlerenAls u niet zeker weet of een pan ge-schikt is voor inductie, houdt u eenmagneet tegen de bodem van de pan.Als de magneet hecht, is de pan in prin-cipe geschikt.

Inductie30Indicatie van een ontbrekende/onge-schikte panIn het kookzonedisplay knipperen af-wisselend het symbool en de inge-stelde vermogensstand, wanneer- u een kookzone zonder pan of meteen ongeschikte pan (pan met niet-magnetiseerbare bodem) inschakelt,- de bodemdiameter van de pan teklein is- u de pan van een ingeschakeldekookzone haaltAls u binnen 3 minuten een geschiktepan op de kookzone zet, verdwijnt enkunt u gewoon doorgaan.Als u geen of een ongeschikte panplaatst, wordt de kookzone na 3 minu-ten automatisch uitgeschakeld.Tips- Kies voor een optimaal gebruik vande kookzone een pan met een pas-sende bodemdiameter (zie hoofd-stuk: “Overzicht”, paragraaf: “Kook-zones”). Als de pan te klein is, wordtdeze niet herkend.- Plaats de pan zo mogelijk in het mid-den van de desbetreffende kookzo-ne.- Gebruik alleen pannen met een glad-de bodem.

Een ruwe bodem kankrassen op de keramische plaat ver-oorzaken.- Til pannen op als u ze wilt verplaat-sen. Op die manier voorkomt u vlek-ken door wrijving en krassen. Kras-sen die ontstaan als pannen heen enweer worden geschoven, hebbengeen invloed op de functie van dekookplaat. Dergelijke krassen zijnnormale gebruikssporen en geen re-den tot een klacht.- Houd er bij de aanschaf rekeningmee dat pannenfabrikanten vaak demaximale diameter of de diameteraan de bovenkant vermelden. Vanbelang is echter alleen de (meestalkleinere) bodemdiameter.- Gebruik bij voorkeur pannen met eenrechte rand. Bij pannen met eenschuine rand werkt de inductie ookop de rand van de pan. De rand kanhierdoor verkleuren, een coating kanafbladderen.

Inductie31PowermanagementDe kookplaat beschikt over een maxi-maal totaal vermogen, dat om veilig-heidsredenen niet kan worden over-schreden. U kunt het maximale totalevermogen verlagen, zie hoofdstuk “Pro-grammering”.Op de kookplaat kunnen steeds 2 kook-zones met elkaar verbonden zijn.

Dank-zij de verbinding kan extra vermogenvan de ene naar de andere kookzoneworden overgebracht.De laatste instelling gaat voor en wordtop de kookplaat uitgevoerd.Als het vermogen van de ene kookzonenaar de eraan verbonden kookzonewordt overgebracht, moet het vermo-gen van de eerste kookzone die is inge-schakeld, verlaagd worden.In het hoofdstuk “Overzicht”, paragraaf“Gegevens kookzone” is het mogelijkemaximale totale vermogen te vinden,en ook welke kookzones met elkaarverbonden zijn.Als er meer vermogen van de tweedeingeschakelde kookzone wordt ge-vraagd dan de ingeschakelde kookzonekan geven, kan dit de volgende effectenop de eerste ingeschakelde kookzonehebben:- De vermogensstand wordt verlaagd.- De aankookautomaat wordt uitge-schakeld. Er wordt op de ingesteldedoorkookstand verder gekookt.

Alshet vermogen niet voldoende is,wordt de vermogensstand verder ver-laagd.- De booster wordt uitgeschakeld.- De kookzone wordt uitgeschakeld.Als de laatst ingestelde vermogens-stand wordt verlaagd of de boosterwordt uitgeschakeld, kan de vermo-gensstand van de verbonden kookzoneweer worden verhoogd.

Inductie32GeluidenBij gebruik van een inductiekookplaatkunnen in de pannen allerlei geluidenontstaan. De geluiden zijn afhankelijkvan het materiaal en de constructie vande bodem van de pannen.Bij een hoge vermogensstand kunt ugebrom horen. Dit geluid neemt af ofverdwijnt als u een lagere vermogens-stand instelt.Bij pannen met een bodem die uit ver-schillende materialen bestaat (bijvoor-beeld een sandwichbodem) kan eenknetterend geluid optreden.Er kan een fluitend geluid ontstaan alsde met elkaar verbonden kookzones(zie hoofdstuk: “Bediening”, paragraaf:“Booster”) tegelijk zijn ingeschakeld enop de kookzones pannen staan met eenbodem die uit verschillende materialenbestaat (bijvoorbeeld een sandwichbo-dem).Vooral bij lage vermogensstanden kun-nen bij elektronische schakelingen klik-geluiden optreden.Als de koelventilator inschakelt, kan ereen zoemend geluid ontstaan.

Principe wasemafvoer33De aangezogen verbruikte lucht magniet naar de onderkast worden geleid.Daardoor wordt de kast beschadigd.LuchtafvoerDe aangezogen lucht wordt door hetvetfilter gereinigd en door een afvoerka-naal vervolgens naar buiten afgevoerd.De benodigde accessoires zijn bij Mieleverkrijgbaar.LuchtcirculatieDe aangezogen lucht wordt door hetvetfilter gereinigd. Daarna wordt delucht door een afvoerkanaal naar deluchtcirculatiebox geleid waar de luchtook nog door een anti-geurfilter wordtgezuiverd. Daarna komt de lucht weerin de keuken. De benodigde accessoi-res zijn bij Miele verkrijgbaar.BedrijfsurentellerHoe lang het afzuigsysteem in bedrijf isgeweest, wordt in de elektronica opge-slagen.De bedrijfsurentellers geven door hetoplichten van het vetfiltersymbool ofhet anti-geurfilter-symbool aan, wan-neer de filters moeten worden vervan-gen.

Zie voor reinigen en vervangen vande filters en voor het resetten van detellers het hoofdstuk “Reiniging en on-derhoud”.In de gebruiks- en montagehandlei-ding van de luchtcirculatiebox is aan-gegeven dat de bedrijfsurenteller voorhet anti-geurfilter moet worden geacti-veerd. Dat is hier niet nodig.Het symbool voor het anti-geurfilterverschijnt ook als het afzuigsysteemvoor luchtafvoer wordt gebruikt.

Tips om energie te besparen34- Bereid gerechten zoveel mogelijk al-leen in gesloten potten of pannen.Dat voorkomt dat onnodig warmteontsnapt.- Gebruik voor een kleine hoeveelheideen kleine pan. Voor een kleine pan isminder energie nodig dan voor eengrote, niet geheel gevulde pan.- Gebruik zo weinig mogelijk water.- Schakel na het aankoken of aanbra-den op tijd terug naar een lagere ver-mogensstand.- Gebruik een snelkookpan om de be-reidingstijd te verkorten.- Zorg tijdens het koken voor een goe-de ventilatie van de keuken. Als bij af-zuiging met luchtafvoer nicht vol-doende lucht wordt aangevoerd,werkt het afzuigsysteem niet efficiënten maakt meer geluid.- Kook met een zo laag mogelijk ver-mogen. Als er weinig damp vrijkomtbij het koken, kunt u voor de af-zuiging een lagere vermogensstandkiezen. Zo verlaagt u het energiever-bruik.- Controleer het ingestelde vermogenop het afzuigsysteem.

Meestal is eenlage vermogensstand voldoende. Ge-bruik de boosterstand alleen als datnodig is.- Zet het afzuigsysteem tijdig op eenhogere stand als er veel damp vrij-komt. Dat is efficiënter dan door lang-durig afzuigen te proberen dampenterug te zuigen die zich al hebbenverspreid.- Schakel het afzuigsysteem na het ko-ken weer uit.- Reinig of vervang de filters van het af-zuigsysteem regelmatig. Sterk veront-reinigde filters verminderen het ver-mogen, verhogen het brandgevaar envormen een hygiënerisico.

Tabel vermogensstanden35De kookplaat heeft standaard 9vermogensstanden. Indien u een fijnere indelingwenst, kunt u deze uitbreiden tot 17vermogensstanden (zie hoofdstuk: “Program-mering”).Vermogensstandinstelling affabriek(9standen)uitgebreid(17standen)Boter smeltenChocolade smeltenGelatine oplossen1–2 1–2.Kleine hoeveelheden vloeistof verwarmenGerechten warmhouden die gemakkelijk aanbakkenRijst wellen, rijstepap of havermoutpap kokenOntdooien van een blok diepgevroren groenten2–4 2–3.Verwarmen van vloeibare of halfvaste gerechtenFruit blancherenVerder garen van aardappelen (pannen met deksel)4–6 3.–5.Omeletten of spiegeleieren zonder korst bereidenGehaktballen voorzichtig bradenGroente en vis blancherenDeegwaren en peulvruchten wellenDiepvriesvoedsel ontdooien en verwarmenGebonden saus of roomsaus maken, bijv.

wittewijnsaus of sau-ce hollandaise5–7 4.–7.Vis, schnitzel, braadworst, eieren, pannenkoeken voorzichtigbakken (zonder oververhitting van het vet)6–8 6–7.Poffertjes, pannenkoeken, etc. bakken 7–8 7–8.Grote hoeveelheden water aan de kook brengenAan de kook brengenGrote hoeveelheden vlees aanbraden9 8.–9De aangegeven standen zijn slechts algemene richtlijnen. Het vermogen van de inductie-spoel varieert afhankelijk van de grootte en het materiaal van de bodem van de pan en depositie van de pan op de kookplaat. Het is dan ook mogelijk dat bij uw pannen de vermo-gensstanden een geringe afwijking vertonen. In de praktijk zult u al gauw weten welke in-stellingen voor uw pannen de beste zijn. Stel voor nieuwe pannen waarvan u de gebruiksei-genschappen niet kent de vermogensstand één stand lager in dan aangegeven.

Bediening36Principe van de bedieningDe kookplaat is voorzien van elektroni-sche sensortoetsen. Deze reageren opaanraking met de vingers. De sensor-toets Aan/Uit moet bij het inschake-len om veiligheidsredenen iets langerworden aangeraakt dan de overige toet-sen.Elke reactie van de toetsen wordt be-vestigd met een akoestisch signaal.Als de kookplaat uitgeschakeld is, is al-leen het opgedrukte symbool voor desensortoets Aan/Uit zichtbaar. Als ude kookplaat inschakelt, lichten ook an-dere sensortoetsen op.De kookzones moeten “actief” zijn als ueen vermogensstand wilt instellen ofwijzigen. U kunt een kookzone activerendoor de desbetreffende indicatie aan teraken. Als u de indicatie van de kookzo-ne aangeraakt hebt, gaat deze fellerbranden.

Zolang de indicatie fellerbrandt, is de kookzone “actief” en kuntu een vermogensstand of tijd instellen.Uitzondering: als slechts één kookzonein gebruik is, kunt u de vermogensstandzonder activering wijzigen.Storing door vuile en/of bedektesensortoetsen.De sensortoetsen reageren niet of erworden ongewenste schakelingenuitgevoerd, eventueel wordt het ap-paraat automatisch uitgeschakeld(zie hoofdstuk: “Beveiligingen”, para-graaf: “Veiligheidsuitschakeling”).Hete pannen op de sensortoetsen/displays kunnen de daaronder lig-gende elektronica beschadigen.Houd de sensortoetsen en displaysschoon.Leg geen voorwerpen op de sensor-toetsen en displays.Zet geen hete pannen op de sensor-toetsen en displays.

Bediening37Brandgevaar door oververhittingvan gerechten.Als u gerechten niet in de gatenhoudt, kunnen deze oververhit rakenen in brand vliegen.Houd toezicht op het apparaat alshet in gebruik is.Denk eraan dat de opwarmtijd bij in-ductiekookplaten veel korter is danbij gewone kookplaten.Kookplaat inschakelenTip de sensortoets aan.Er lichten meer sensortoetsen op.Als u daarna geen instellingen uitvoert,wordt de kookplaat om veiligheidsre-denen na enkele seconden weer uit-geschakeld.Vermogensstand instellenStandaard is de permanente panher-kenning geactiveerd (zie hoofdstuk:“Programmering”).

Bediening38Restwarmte-indicatieAls een kookzone warm is, brandt derestwarmte-indicatie na uitschakeling ofals de kookzone niet meer wordt ge-bruikt.De streepjes van de restwarmte-indica-tie gaan een voor een uit naarmate dekookzones verder afkoelen. Het laatstestreepje gaat pas uit als de kookzoneszonder gevaar kunnen worden aange-raakt.Gevaar voor verbranding doorhete kookzones.Na het koken zijn de kookzones nogheet.Raak de kookzones niet aan als derestwarmte-indicatie nog brandt.Vermogensstand instellen –uitgebreid aantal standenRaak het gedeelte tussen de sensor-toetsen aan.In de keuze voor een kookzone ver-schijnt achter de vermogensstand eenpunt.De sensortoetsen vóór de tussenstandbranden feller dan de overige toetsen.Voorbeeld:Als u vermogensstand7. ingesteldhebt, verschijnt in de keuze voor eenkookzone 7..Het cijfer7 in de cijferreeks brandt fellerdan de overige sensortoetsen.

Bediening39PowerFlex XL-kookzoneDe PowerFlex XL-kookzones wordenautomatisch tot een PowerFlex XL-kookzone samengevoegd als u een vol-doende grote pan op de kookplaat zet(zie hoofdstuk: “Overzicht”, paragraaf:“Kookplaat”). U kunt de PowerFlex XL-kookzones ook handmatig samenvoe-gen of scheiden:Raak de sensortoets aan.Pannen plaatsenInformatie over de afmetingen van depannen en hun koppeling aan een posi-tie staat in de gegevens van de kookzo-nes van uw kookplaat (zie hoofdstuk“Overzicht”, paragraaf “Gegevens kook-zones”).PowerFlex XL-kookzonePowerFlex XL-kookzone (braadslede)Braadsledes met een bodem die klei-ner is dan 25cm, kunnen soms nietdoor de kookzone worden herkend.Zet de desbetreffende braadslede opéén enkele kookzone.

Bediening40AankookautomaatAls de aankookautomaat geactiveerd is,wordt de betreffende kookzone een be-paalde tijd op het hoogste vermogen in-geschakeld (aankoken). Daarna wordtnaar de ingestelde vermogensstand(doorkookstand) teruggeschakeld. Deaankooktijd hangt af van de ingesteldedoorkookstand (zie tabel).Aankookautomaat activerenRaak kort de indicatie van de desbe-treffende kookzone aan.Raak de sensortoets van de ge-wenste doorkookstand zo lang aan,totdat er een signaal klinkt en in dekookzone-indicatie gaat branden.Tijdens de aankooktijd (zie tabel) knip-peren afwisselend en de ingesteldevermogensstand in de kookzone-indi-catie.Als u tijdens de aankooktijd de door-kookstand wijzigt, deactiveert u deaankookautomaat.Aankookautomaat deactiverenRaak de sensortoets van de inge-stelde doorkookstand aanofstel een andere vermogensstand in.Doorkookstand* Ankooktijd[min:sec]1 ca. 0:151. ca.

Bediening41BoosterDe kookzones hebben een TwinBooster.Deze verhoogt het vermogen om snelgrote hoeveelheden te kunnen verwar-men, bijvoorbeeld water voor het kokenvan pasta.

Dit hogere vermogen ismaximaal 15minuten actief.Als de booster geactiveerd wordt,kunnen de instellingen van de actievekookzones veranderen, zie hoofdstuk“Inductie”, paragraaf “Powermanage-ment”.U kunt de booster voor maximaal 2kookzones of 1 PowerFlex-kookzonetegelijk gebruiken.Als u de booster inschakelt, terwijl- er geen vermogensstand is ingesteld,schakelt het apparaat na afloop vande boostertijd of als de boosterfunc-tie vroegtijdig wordt gedeactiveerdautomatisch terug naar vermogens-stand9.- er wel een vermogensstand is inge-steld, schakelt het apparaat na afloopvan de boostertijd of als de booster-functie vroegtijdig wordt gedeacti-veerd automatisch terug naar dedaarvoor ingestelde vermogens-stand.TwinBooster activerenStand1Plaats de pan op de gewenste kook-zone.Stel eventueel een vermogensstandin.Raak sensortoets aan.BIn de kookzone-indicatie verschijnt .Stand2Plaats de pan op de gewenste kook-zone.Stel eventueel een vermogensstandin.Raak 2keer sensortoets aan.BIn de kookzone-indicatie verschijnt .TwinBooster deactiverenRaak sensortoets zo vaak aan totBde controlelampjes doven.ofStel een andere vermogensstand in.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele KMDA 7476 FR stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden