Miele KMDA 7272 FL Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele KMDA 7272 FL (108 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 14 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Miele KMDA 7272 FL of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | KMDA 7272 FL |
Handleiding Miele KMDA 7272 FL – volledige tekst
Inhoud2Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 5Uw bijdrage aan de bescherming van het milieu. 19Overzicht. 20Kookplaat. 20Bedieningselementen en indicatoren. 22Kookzones. 24Bijgeleverde accessoires. 25Ingebruikneming van het apparaat. 26Kookplaat voor de eerste keer reinigen. 26Kookplaat voor de eerste keer in gebruik nemen. 26Wasemafvoer voor het eerst in gebruik nemen. 26Principe. 27Kookzones. 27Geluiden. 27Powermanagement. 28Wasemafvoer. 29De juiste pannen. 30Tips om energie te besparen. 32Tabel vermogensstanden. 33Bediening. 34Principe van de bediening. 34Kookplaat inschakelen. 35Vermogensstand instellen. 35Vermogensstand wijzigen. 35Kookzone/kookplaat uitschakelen. 35Restwarmte-indicatie. 36Vermogensstand instellen – uitgebreid aantal standen. 36Aankookautomaat. 37Booster. 38Warmhouden. 39Wasemafvoer. 40Timer. 42Kookwekker. 42Automatisch uitschakelen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen5Deze kookplaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften.Onjuist gebruik kan echter persoonlijk letsel of materiële schadetot gevolg hebben.Lees de gebruiks- en montagehandleiding aandachtig door voor-dat u de kookplaat in gebruik neemt. Hierin vindt u belangrijke in-structies met betrekking tot de inbouw, de veiligheid, het gebruiken het onderhoud.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schadeaan de kookplaat.In overeenstemming met de norm IEC60335-1 adviseert Miele uuitdrukkelijk om het hoofdstuk over de installatie van de kookplaaten de veiligheidsinstructies en waarschuwingen te lezen en op tevolgen.Wanneer de veiligheidsrichtlijnen en waarschuwingen niet wordenopgevolgd, kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voor scha-de die daarvan het gevolg is.Bewaar de gebruiks- en montagehandleiding en geef deze dooraan een eventuele volgende eigenaar.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6Verantwoord gebruik Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor particulier huishoudelijkgebruik (of daarmee vergelijkbaar). Deze kookplaat mag niet buiten worden gebruikt. Gebruik deze kookplaat uitsluitend in huishoudelijke situaties voorhet bereiden en warmhouden van gerechten. Gebruik voor anderedoeleinden is niet toegestaan. Dit apparaat mag alleen worden gebruikt door personen die instaat zijn het apparaat veilig te bedienen. Deze personen moetenvolledig op de hoogte zijn van de inhoud van de gebruiksaanwijzing.Men moet zich bewust zijn van de gevaren van een foutieve bedie-ning.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7Wanneer er kinderen in huis zijn Houd kinderen onder 8 jaar op een afstand, tenzij u voortdurendtoezicht houdt. Kinderen vanaf 8 jaar mogen het apparaat alleen zonder toezichtgebruiken als ze precies weten hoe ze het apparaat veilig moetenbedienen. De kinderen moeten zich bewust zijn van de gevaren vaneen foutieve bediening. Kinderen mogen de kookplaat niet zonder toezicht reinigen. Houd kinderen in de gaten wanneer deze zich in de buurt van dekookplaat bevinden. Laat ze nooit met de kookplaat spelen. De kookplaat wordt tijdens het gebruik heet en blijft dat ook nogenige tijd nadat deze is uitgeschakeld. Houd kinderen op een af-stand, totdat de kookplaat voldoende is afgekoeld en er geen ver-brandingsgevaar meer bestaat. Pas op voor verbranding.
Bewaar voorwerpen, die voor kindereninteressant kunnen zijn, niet op plaatsen boven of achter de kook-plaat. Dat kan kinderen ertoe brengen op de kookplaat te klimmen. Verbrandingsgevaar! Draai de grepen van de pannen zo dat zezich boven het werkblad bevinden, zodat kinderen de pannen nietvan het apparaat kunnen trekken. Verstikkingsgevaar! Kinderen kunnen zich tijdens het spelen inverpakkingsmateriaal wikkelen (bijvoorbeeld in folie) of het materiaalover hun hoofd trekken en stikken. Houd verpakkingsmaterialen bijkinderen vandaan. Maak gebruik van de vergrendeling, zodat kinderen de kookplaatniet onbedoeld kunnen inschakelen of instellingen kunnen wijzigen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8Technische veiligheid Door ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- of repara-tiewerkzaamheden kan de gebruiker aanzienlijke risico's lopen. In-stallatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen alleendoor een door Miele geautoriseerde vakkracht worden uitgevoerd. Een beschadigd apparaat kan uw veiligheid in gevaar brengen.Controleer het apparaat op zichtbare schade. Neem nooit een be-schadigd apparaat in gebruik. Tijdelijk of doorlopend gebruik van een autonome of niet-netsyn-chrone energievoorziening (zoals microgrids, back-upsystemen) ismogelijk.
Voorwaarde voor het gebruik is dat de energievoorzieningvoldoet aan de bepalingen van EN50160 of een vergelijkbare stan-daard.De veiligheidsvoorzieningen van de huisinstallatie en dit Miele pro-duct moeten ook werken bij gebruik van een microgrid of een niet-netsynchrone energievoorziening of de veiligheidsvoorzieningen inde energievoorziening moeten door gelijkwaardige voorzieningenworden vervangen. Zoals bijvoorbeeld beschreven in de laatste pu-blicatie van de NEN 1010. De elektrische veiligheid van de kookplaat is uitsluitend gegaran-deerd als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem dat vol-gens de geldende voorschriften is geïnstalleerd. Aan deze funda-mentele veiligheidsvoorwaarde moet worden voldaan.
Laat de elek-trische installatie bij twijfel door een vakman inspecteren. De aansluitgegevens (frequentie en spanning) op het typeplaatjemoeten beslist overeenkomen met de waarden van het elektriciteits-net om beschadiging van de kookplaat te voorkomen. Vergelijk deze gegevens voor de aansluiting. Raadpleeg bij twijfeleen elektricien. Stekkerdozen of verlengsnoeren bieden niet voldoende veiligheid(brandgevaar). Gebruik deze niet voor het aansluiten van de kook-plaat op het elektriciteitsnet.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9 Gebruik de kookplaat alleen als deze is ingebouwd, zodat de vei-ligheid gewaarborgd is. Deze kookplaat mag niet op een niet-stationaire locatie (zoals eenboot) worden gebruikt. Wanneer onderdelen worden aangeraakt die onder spanningstaan of wanneer elektrische of mechanische onderdelen wordenveranderd, is dit gevaarlijk voor de gebruiker. Het kan er tevens toeleiden dat het apparaat niet meer goed functioneert.Open nooit de ommanteling van het apparaat. Het recht op garantie vervalt wanneer de kookplaat door eentechnicus wordt gerepareerd die niet door Miele is geautoriseerd. Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelenworden vervangen.
Alleen van Miele-onderdelen kunnen wij garan-deren dat zij volledig aan de veiligheidseisen voldoen. De kookplaat mag niet worden gebruikt met een externe schakel-klok of een systeem dat op afstand werkt. De kookplaat moet door een elektricien op het elektriciteitsnetworden aangesloten (zie hoofdstuk “Installatie”, paragraaf “Elek-trische aansluiting”). Als de aansluitkabel beschadigd is, moet deze door een elektri-cien door een speciale aansluitkabel worden vervangen (zie hethoofdstuk “Installatie”, paragraaf “Elektrische aansluiting”). Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden moet dekookplaat volledig van het elektriciteitsnet losgekoppeld zijn. Gadaarvoor als volgt te werk:- schakel de zekeringen in uw zekeringkast uit of- draai de zekeringen in uw zekeringkast er helemaal uit of- trek de stekker (indien aanwezig) uit de contactdoos.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10 Gevaar voor elektrische schok. Neem het apparaat niet in gebruikbij een defect of bij breuken, scheuren en barsten in de keramischeplaat of schakel het apparaat meteen uit. Haal de elektrische span-ning van de kookplaat. Neem contact op met Miele. Als het apparaat achter een meubeldeur is ingebouwd, mag dedeur niet worden gesloten als u het apparaat gebruikt. Achter eengesloten deur worden warmte en vocht opgehoopt. Hierdoor kunnenhet apparaat, de kast en de vloer beschadigd raken. Sluit de meu-beldeur pas als de restwarmte-indicatie verdwenen is.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11Gelijktijdig gebruik van het apparaat met een verbrandingsysteem dat luchtuit dezelfde ruimte gebruiktDit kan levensgevaarlijk zijn!Wees heel voorzichtig als u het geïntegreerde afzuigsysteem tege-lijk gebruikt met verbrandingssystemen die de lucht uit hetzelfdevertrek gebruiken of die gebruik maken van dezelfde afvoerinstal-latie.Dergelijke verbrandingssystemen halen de lucht die nodig is voorde verbranding uit het vertrek waar de systemen zich bevinden envoeren de rookgassen af via een afvoerkanaal (bijvoorbeeld viaeen schoorsteen). Dit kunnen bijvoorbeeld gas-, olie-, hout- of ko-lenkachels zijn, maar ook gasboilers, warmwaterketels op gas,gaskookplaten en gasovens.Het afzuigsysteem zuigt lucht uit de keuken en de aangrenzendevertrekken.
Dit geldt bij:- luchtafvoer en bij- luchtcirculatie met een buiten het vertrek geplaatste luchtcircula-tiebox.Als de luchtaanvoer niet voldoende is, ontstaat er onderdruk. Hetverbrandingssysteem krijgt te weinig lucht. De verbranding wordtnegatief beïnvloed. Giftige verbrandingsgassen kunnen uit de schoorsteen of een an-der luchtafvoerkanaal naar de woonvertrekken worden gezogen.Er bestaat levensgevaar!
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12Het gelijktijdige gebruik van het geïntegreerde afzuigsysteem eneen verbrandingssysteem in dezelfde ruimte is ongevaarlijk als deonderdruk niet groter is dan 4Pa (0,04mbar). In dat geval is ergeen gevaar dat verbrandingsgassen worden teruggezogen.Er zullen geen onderdrukproblemen ontstaan als door niet-afsluit-bare openingen (bijvoorbeeld in deuren of ramen) voldoende luchtin het vertrek kan komen. De diameter van de opening waardoorde lucht naar binnen stroomt, moet dan wel groot genoeg zijn. Al-leen een muurkast voor luchttoe-/luchtafvoer is meestal niet toerei-kend.Bij de beoordeling van een en ander dient men altijd rekening tehouden met de totale ventilatie van de woning.
Raadpleeg altijdeen vakman.Als het afzuigsysteem als luchtcirculatiesysteem wordt gebruikt,waarbij de lucht wordt teruggevoerd naar het vertrek waar het ap-paraat is geplaatst, dan is een gelijktijdig gebruik van het af-zuigsysteem en een ander verbrandingssysteem in hetzelfde ver-trek ongevaarlijk.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen13Veilig gebruik De kookplaat wordt heet als deze in gebruik is en blijft dat ooknog enige tijd na het uitschakelen. Zodra het lampje voor de rest-warmte (afhankelijk van het model) is uitgegaan, is het verbrandings-gevaar geweken. Olie en vet kunnen bij oververhitting vlam vatten. Houd het appa-raat goed in de gaten als u met olie en/of vetten werkt. Blus eenbrand met olie of vet nooit met water. Schakel het apparaat uit en doof de vlammen voorzichtig met eendeksel of een blusdeken. Houd toezicht op het apparaat als het in gebruik is. Houd continutoezicht op korte kook- en braadprocessen. Bij open vuur bestaat brandgevaar.Flamberen is niet toegestaan! Als het afzuigsysteem ingeschakeld is,worden de vlammen in het filter gezogen.
Vetresten kunnen vlam vat-ten. Spuitbussen, licht ontvlambare vloeistoffen en brandbare materia-len kunnen bij verhitting vlam vatten. Bewaar dergelijke productendaarom niet in een schuiflade onder het apparaat. Een eventuele be-stekbak moet van hittebestendig materiaal zijn. Verwarm pannen nooit zonder inhoud. In afgesloten blikken en dergelijke ontstaat tijdens het inmaken ofverwarmen overdruk. Hierdoor kunnen deze voorwerpen openbar-sten. Gebruik het apparaat niet om voedingsmiddelen in afgeslotenblikken en dergelijke in te maken of te verwarmen. Als de kookplaat wordt afgedekt, bestaat het risico dat het materi-aal van de afdekking in brand vliegt, barst of smelt als u de kook-plaat per ongeluk inschakelt of als deze nog heet is. Dek de kook-plaat nooit af met bijvoorbeeld afdekplaten, een doek of bescherm-folie.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen14 Als de kookplaat ingeschakeld is, als u deze per ongeluk inscha-kelt of als deze nog warm is van het koken, bestaat het risico datmetalen voorwerpen die op de kookplaat liggen heet worden. Andermateriaal kan smelten of vlam vatten. Vochtige pannendeksels kun-nen zich vastzuigen. Gebruik de kookplaat niet als legplank. Schakelde kookzones na gebruik uit! U kunt zich aan de hete kookplaat branden. Gebruik daarom altijdovenhandschoenen of pannenlappen als u met het hete apparaatwerkt. Gebruik alleen droge handschoenen of pannenlappen. Nat ofvochtig textiel geleidt de warmte beter en kan door stoom verbran-dingen veroorzaken. Het afzuigsysteem kan tijdens het koken door de hete dampen ergheet worden.
Raak de behuizing en de filters pas aan als het afzuigsysteem afge-koeld is. Als u een elektrisch apparaat (bijvoorbeeld een mixer) in de buurtvan de kookplaat gebruikt, mag de aansluitkabel niet in contact ko-men met de hete kookplaat. De isolatie van de kabel zou beschadigdkunnen raken. Zout, suiker of zandkorrels (bijvoorbeeld van groente) kunnenkrassen veroorzaken als ze onder de pan komen. Zorg dat de kera-mische glasplaat en de pannenbodem schoon zijn, voordat u depannen op de kookplaat plaatst. Laat geen voorwerpen op de keramische plaat vallen. Zelfs eenlicht voorwerp zoals een zoutvaatje kan scheuren of barsten veroor-zaken. Hete voorwerpen op de sensortoetsen en de displays kunnen deelektronica eronder beschadigen. Zet nooit hete pannen op de sen-sortoetsen en de displays.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen15 Als er suiker, suikerhoudende gerechten, kunststof of aluminium-folie op de hete kookplaat vallen en smelten, raakt de keramischeplaat tijdens het afkoelen beschadigd. Schakel in dat geval het ap-paraat meteen uit en verwijder deze stoffen direct grondig met eenglasschraper. Trek daarbij ovenwanten aan. Reinig de keramischeplaat vervolgens, zodra ze afgekoeld is, met een speciaal reinigings-middel voor keramische platen. Door drooggekookte pannen kan de keramische plaat beschadigdraken. Houd daarom altijd toezicht op de kookplaat! Gebruik alleen pannen met een gladde bodem. Een ruwe bodemkan krassen op de keramische plaat veroorzaken. Til pannen op als u ze wilt verplaatsen.
U voorkomt zo vlekkendoor wrijving en krassen. Door de snelle reactietijd van inductie kan de temperatuur in debodem van de pan in zeer korte tijd zo hoog oplopen dat olie en vetvanzelf ontbranden. Houd daarom altijd toezicht op het apparaat alshet in gebruik is. Verhit vetten en olie hooguit gedurende 1minuut en gebruik daar-voor nooit de booster. Alleen voor personen met een pacemaker: in de directe omgevingvan de ingeschakelde kookplaat ontstaat een elektromagnetischveld. Het is niet waarschijnlijk dat dit veld de werking van de pace-maker nadelig beïnvloedt. Neem bij twijfel contact op met de fabri-kant van de pacemaker of met uw arts. Het elektromagnetische veld van de ingeschakelde kookplaat kande werking van magnetiseerbare voorwerpen beïnvloeden. Houdcreditcards, opslagmedia, rekenmachines etc.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen16 De kookplaat heeft een koelventilator. Als zich onder de inge-bouwde kookplaat een lade bevindt, moet de afstand tussen de in-houd van de lade en de onderkant van de kookplaat voldoende zijn,zodat de ventilatie van de kookplaat is gewaarborgd. Bewaar geen scherpe of kleine voorwerpen, papier, servetten endergelijke in de lade als deze zich onder de ingebouwde kookplaatbevindt.
Deze voorwerpen kunnen via de ventilatieopeningen in debehuizing terechtkomen of aangezogen worden en zo de ventilatorbeschadigen of de koeling beïnvloeden. Plaats nooit 2pannen tegelijk op een kook-/braadzone ofPowerFlex-kookvlak. Als een pan slechts gedeeltelijk op de kook- of braadzone staat,kunnen de handgrepen heet worden.Plaats een pan altijd in het midden van de kook- of braadzone. Gebruik de PowerFlex-kookzone uitsluitend voor hoekige of ovalebraadsledes. Vetresten en verontreinigingen beïnvloeden het functioneren vanhet geïntegreerde afzuigsysteem.Gebruik het systeem nooit zonder filters, zodat de wasem kan wor-den gereinigd. Er kan brand ontstaan als het apparaat niet volgens de aanwij-zingen in deze gebruiksaanwijzing wordt gereinigd. Dek het afdekrooster van de wasemafvoer niet tijdens het gebruikaf. Plaats geen hete pannen op het afdekrooster van de wasemaf-voer.
Daardoor werkt de wasemafvoer niet goed en kan het afdek-rooster beschadigd raken. Vloeistoffen kunnen het afzuigsysteem beschadigen. Houd vloei-stoffen uit de buurt van het afzuigsysteem.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen17 Lichte voorwerpen kunnen door het afzuigsysteem worden opge-zogen, waardoor de afzuiging niet meer goed functioneert. Leg geenlichte voorwerpen (zoals doekjes of papier) in de buurt van het af-zuigsysteem. Als u gebruikmaakt van een inductie-adapterplaat voor uw pan-nen, kan dit de inductiegeneratoren (onherstelbaar) beschadigen.Gebruik geen inductie-adapterplaten.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen18Reiniging en onderhoud De stoom van een stoomreiniger kan terechtkomen op onderdelendie onder spanning staan en een kortsluiting veroorzaken.Gebruik voor het reinigen van de kookplaat nooit een stoomreiniger. Schakel de kookplaat niet in als deze boven een pyrolyse-oven of-fornuis is ingebouwd en de pyrolysefunctie actief is, omdat de over-verhittingsbeveiliging van de kookplaat zou kunnen reageren (zie hetbetreffende hoofdstuk).Accessoires Gebruik uitsluitend Miele-accessoires om te voorkomen dat ga-rantieaanspraken vervallen. Miele geeft u na afloop van de serieproductie van de kookplaateen leveringsgarantie van maximaal 15 jaar en minimaal 10 jaar vooressentiële onderdelen.
Uw bijdrage aan de bescherming van het milieu19Afdanken van de verpakkingDe verpakking zorgt ervoor dat u hetapparaat gemakkelijk kunt hanteren enbeschermt het apparaat tegen trans-portschade. Het verpakkingsmateriaalis uitgekozen met het oog op een zogering mogelijke belasting van het mi-lieu en is in het algemeen recyclebaar.Door hergebruik van verpakkingsmateri-aal wordt er op grondstoffen bespaard.Gebruik materiaalspecifieke inzame-lings- en retouropties voor recyclebaarmateriaal. Uw Miele vakhandelaarneemt de transportverpakking terug.Het afdanken van een apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten meestal waardevollematerialen. Ze bevatten ook stoffen,mengsels en onderdelen die nodig zijngeweest om de apparaten goed en vei-lig te laten functioneren.
Wanneer u uwoude apparaat bij het gewone huisafvaldoet of er niet goed mee omgaat, kun-nen deze stoffen schadelijk zijn voor degezondheid en het milieu. Doe uw oudeapparaat daarom nooit bij het gewoneafval.Lever het apparaat in bij een gemeente-lijk inzameldepot voor elektrische enelektronische apparatuur, bij uw vak-handelaar of bij Miele. U bent wettelijkzelf verantwoordelijk voor het wissenvan eventuele persoonlijke gegevens ophet af te danken apparaat. Bewaar hetafgedankte apparaat buiten het bereikvan kinderen.Voor België:Bij de aankoop van uw nieuwe apparaatheeft u een bijdrage betaald. Die wordtvolledig gebruikt voor de toekomstigerecycling van het apparaat.
Het bevattrouwens nog waardevol materiaal.Door recycling wordt er dan ook min-der verspild en vervuild.Als u vragen heeft omtrent het afdankenvan uw oude apparaat, neem dan con-tact op met- de handelaar bij wie u het kochtof- de firma Recupel,telefoon 0800/15 880,website: www.recupel.beof- uw gemeentelijk bestuur als u uw ap-paraat naar een inzameldepot brengt.Zorg er ook voor dat het apparaat intus-sen veilig wordt bewaard voordat u hetdeponeert.
Overzicht22Bedieningselementen en indicatorendnfcaop m kl jihgebaSensortoets kookplaat Aan/UitbSensortoets WarmhoudenVoor het activeren/deactiveren van de warmhoudfunctiecSensortoetsen Cijferreeks– Voor het instellen van de vermogensstand– Voor het instellen van de tijdendSensortoets Invoer– Voor het wijzigen van de programmering– Voor het instellen van de tijdeneSensortoets Automatisch uitschakelenSchakelt de kookzones automatisch uitfControlelampje vermogensstand – uitgebreid aantal standengSensortoets Keuze en weergave kookzonesKookzone is gebruiksklaar tot VermogensstandRestwarmteAankookautomaatPan ontbreekt of is niet geschiktBoosterWarmhoudenhSensortoets Stop&GoVoor het stoppen/starten van een lopend kookproces
Overzicht23iSensortoets Con@ctivityVoor het activeren/deactiveren van de Con@ctivity-functie van de ingebouwdewasemafvoerjSensortoets naloop 15minutenkSensortoets naloop 5minutenlSensortoets Keuze en weergave van de wasemafvoerWasemafvoer is gereed voor gebruik tot Vermogensstand(instelbaar op 3 niveaus)Booster is geactiveerdmTimerindicatie:tot:Tijd Ingebruiknamebeveiliging/vergrendeling is geactiveerd De demo-functie is geactiveerdnControlelampje Anti-geurfilterAnti-geurfilter moet worden vervangenoControlelampje VetfilterVetfilter moet worden gereinigdpSensortoets Kookwekker
Overzicht24KookzonesKookzo-neØin cm1Vermogen in watt bij 230V2Gekoppeldekookzone311–22 NormaalBooster2.3003.00010–19 NormaalBooster1.4002.10011–22 NormaalBooster2.3003.00010–19 NormaalBooster1.4002.100Totaal 7.3001Binnen het aangegeven bereik kunt u pannen met een willekeurige bodemdiameter gebruiken.2Het aangegeven vermogen kan variëren afhankelijk van de grootte en het materiaal van de gebruiktepannen.3De kookzone is elektrisch met deze kookzone verbonden om zo voor een hoger vermogen te zorgen,zie hoofdstuk “Principe”, paragraaf “Powermanagement”.
Overzicht25Bijgeleverde accessoiresU kunt de bijgeleverde accessoires (enandere accessoires) desgewenst ooknabestellen (zie “Bij te bestellen acces-soires”).BoorsjabloonAan beide zijden bedrukt sjabloon voorhet maken van de uitsparing voor hetluchtkanaal of de Plug&Play-adapter.Anti-geurfilterDit onderdeel wordt standaard met devolgende KMDA's meegeleverd:KMDA 7272 FR-U, KMDA 7272 FL-UPlug&Play-adapterDit onderdeel wordt standaard met devolgende KMDA's meegeleverd:KMDA 7272 FR-U, KMDA 7272 FL-U
Ingebruikneming van het apparaat26Plak het typeplaatje dat bij de docu-mentatie gevoegd is op de daarvoorbestemde plaats in het hoofdstuk“Service”.Verwijder eventueel aanwezige be-schermfolies en stickers.Kookplaat voor de eerste keerreinigenWis uw kookplaat voor het eerste ge-bruik af met een vochtige doek endroog de plaat weer af.Kookplaat voor de eerste keerin gebruik nemenDe onderdelen van metaal worden meteen onderhoudsmiddel beschermd. Alshet apparaat voor het eerst in gebruikwordt genomen, ontstaan daardoorgeuren en eventueel ook damp. Ookdoor de verwarming van de inductie-spoelen wordt tijdens de eerste ge-bruiksuren een geur afgegeven.
Bij ie-der verder gebruik wordt de geur min-der en deze verdwijnt uiteindelijk volle-dig.De geur en de eventueel optredendedamp wijzen niet op een verkeerde aan-sluiting of een defect en zijn ook nietschadelijk voor de gezondheid.Denk eraan dat de opwarmtijd bij in-ductiekookplaten veel korter is dan bijgewone kookplaten.Wasemafvoer voor het eerst ingebruik nemenAlleenKMDA 7272 FR-U, KMDA 7272 FL-UPlaats het anti-geurfilter (zie hoofd-stuk “Reiniging en onderhoud”, para-graaf “Anti-geurfilter vervangen”).
Principe27KookzonesOnder een inductiekookzone bevindtzich een inductiespoel. Deze spoel ge-nereert een magnetisch veld, dat directinvloed heeft op de bodem van de pan-nen en deze verhit. De kookzone zelfwordt alleen indirect verwarmd door destralingswarmte, die de bodem van depan afgeeft.Het inductieprincipe werkt alleen bijpannen met een magnetiseerbare bo-dem (zie hoofdstuk: “De juiste pan-nen”). Het systeem houdt automatischrekening met de grootte van de ge-bruikte pan.Gevaar voor verbranding doorhete voorwerpen.Als het apparaat ingeschakeld is, alsu het apparaat per ongeluk inscha-kelt of als het nog warm is van hetkoken, bestaat het risico dat metalenvoorwerpen die erop liggen heetworden.Gebruik de kookplaat nooit als werk-blad.Schakel het apparaat na gebruik uitmet sensortoets .GeluidenBij gebruik van een inductiekookplaatkunnen in de pannen allerlei geluidenontstaan.
De geluiden zijn afhankelijkvan het materiaal en de constructie vande bodem van de pannen.Bij een hoge vermogensstand kunt ugebrom horen. Dit geluid neemt af ofverdwijnt als u een lagere vermogens-stand instelt.Bij pannen met een bodem die uit ver-schillende materialen bestaat (bijvoor-beeld een sandwichbodem) kan eenknetterend geluid optreden.Er kan een fluitend geluid ontstaan alsde met elkaar verbonden kookzones(zie hoofdstuk: “Bediening”, paragraaf:“Booster”) tegelijk zijn ingeschakeld enop de kookzones pannen staan met eenbodem die uit verschillende materialenbestaat (bijvoorbeeld een sandwichbo-dem).Vooral bij lage vermogensstanden kun-nen bij elektronische schakelingen klik-geluiden optreden.Als de koelventilator inschakelt, kan ereen zoemend geluid ontstaan. De venti-lator koelt de elektronica als u de kook-plaat intensief gebruikt.
Principe28PowermanagementDe kookplaat beschikt over een maxi-maal totaal vermogen, dat om veilig-heidsredenen niet kan worden over-schreden. U kunt het maximale totalevermogen verlagen, zie hoofdstuk “Pro-grammering”.Op de kookplaat kunnen steeds 2kook-zones met elkaar verbonden zijn. Dank-zij de verbinding kan extra vermogenvan de ene naar de andere kookzoneworden overgebracht.In het hoofdstuk “Overzicht”, paragraaf“Kookzones” is het maximale totalevermogen te vinden, en ook welkekookzones met elkaar verbonden zijn.Als er vermogen van de ene kookzone(A) naar de andere kookzone (B) wordtovergebracht, wordt het vermogen vankookzone (A) verlaagd.Voorbeeld: de booster van kookzone (B)wordt geactiveerd.Als een kookzone vermogen afgeeft,kan dit de volgende effecten hebben:- De vermogensstand wordt verlaagd.- De aankookautomaat wordt uitge-schakeld.
Er wordt op de ingesteldedoorkookstand verder gekookt. Alshet vermogen niet voldoende is,wordt de vermogensstand verder ver-laagd.- De booster wordt uitgeschakeld.- De kookzone wordt uitgeschakeld.Als de kookzone geen vermogen meerafgeeft, kan de vermogensstand weerworden verhoogd.
Principe29WasemafvoerDe aangezogen verbruikte lucht mag al-leen bij gebruik met Plug&Play directdoor de onderkast worden geleid.LuchtafvoerDe aangezogen lucht wordt door hetvetfilter gereinigd en door een afvoerka-naal vervolgens naar buiten afgevoerd.De benodigde accessoires zijn bij Mieleverkrijgbaar.Geleide luchtcirculatieDe aangezogen lucht wordt door hetvetfilter en bovendien door een anti-geurfilter gereinigd. Aansluitend wordtde lucht door een kanaal naar de lucht-circulatiebox geleid. Via de luchtcircula-tiebox komt de lucht weer terug in dekeuken. De benodigde accessoires zijnbij Miele verkrijgbaar.Plug&PlayDe aangezogen lucht wordt door hetvetfilter en bovendien door een anti-geurfilter gereinigd.
Vervolgens komt delucht door de onderkast via een uitspa-ring in de sokkel weer in de keuken.Een toewijzing van de gebruiksmoge-lijkheden aan de KMDA-varianten is tevinden in het hoofdstuk “Installatie”,paragraaf “Gebruiksmogelijkheden”.BedrijfsurentellerHoe lang de wasemafvoer in bedrijf isgeweest, wordt in de elektronica opge-slagen.De bedrijfsurentellers geven door hetoplichten van het vetfiltersymbool ofhet symbool van het anti-geurfilter(alleen KMDA 7272 FR-U, KMDA 7272FL-U) aan, wanneer de filters moetenworden gereinigd of vervangen. Zievoor reinigen en vervangen van de fil-ters en voor het resetten van de be-drijfsurentellers het hoofdstuk “Reini-ging en onderhoud”.In de gebruiks- en montagehandlei-ding van de luchtcirculatiebox is aan-gegeven dat de bedrijfsurenteller voorhet anti-geurfilter moet worden geacti-veerd.
Zeergeschikt zijn pannen met een bodemvan meerlaags materiaal (sandwich- ofcapsulebodem).Niet geschikt zijn pannen van- roestvrij staal met een niet magneti-seerbare bodem- aluminium of koper- glas, keramiek of aardewerkPannen controlerenAls u niet zeker weet of een pan ge-schikt is voor inductie, houdt u eenmagneet tegen de bodem van de pan.Als de magneet hecht, is de pan in prin-cipe geschikt.Indicatie van een ontbrekende/ongeschikte panIn het kookzonedisplay knipperen af-wisselend het symbool en de inge-stelde vermogensstand, wanneer- u een kookzone zonder pan of meteen ongeschikte pan (pan met niet-magnetiseerbare bodem) inschakelt,- de bodemdiameter van de pan teklein is- u de pan van een ingeschakeldekookzone verwijdertAls u geen of een ongeschikte panplaatst, wordt de kookzone na 3minu-ten automatisch uitgeschakeld.Kookzone gebruikenPlaats binnen 3minuten een ge-schikte pan op de kookzone. dooft.
Het kookproces wordt voortge-zet met de eerder aangegeven instel-lingen.Als u andere pannen en/of gerechtengebruikt, pas de instellingen dan aan.Kookzone niet gebruikenSchakel de kookzone uit.
De juiste pannen31Tips- Kies voor een optimaal gebruik vande kookzone een pan met een pas-sende bodemdiameter (zie hoofd-stuk: “Overzicht”, paragraaf: “Kook-zones”). Als de pan te klein is, wordtdeze niet herkend.- Plaats de pan zo mogelijk in het mid-den van de desbetreffende kookzo-ne.- Gebruik alleen pannen met een glad-de bodem. Een ruwe bodem kankrassen op de keramische plaat ver-oorzaken.- Til pannen op als u ze wilt verplaat-sen. Op die manier voorkomt u vlek-ken door wrijving en krassen. Kras-sen die ontstaan als pannen heen enweer worden geschoven, hebbengeen invloed op de functie van dekookplaat. Dergelijke krassen zijnnormale gebruikssporen en geen re-den tot een klacht.- Houd er bij de aanschaf rekeningmee dat pannenfabrikanten vaak demaximale diameter of de diameteraan de bovenkant vermelden.
Vanbelang is echter alleen de (meestalkleinere) bodemdiameter.- Gebruik bij voorkeur pannen met eenzo recht mogelijke rand. Bij pannenmet een schuine rand werkt de in-ductie ook op de rand van de pan.De rand kan hierdoor verkleuren, eencoating kan afbladderen.
Tips om energie te besparen32- Bereid gerechten zoveel mogelijk al-leen in gesloten potten of pannen. Zovoorkomt u, dat er onnodig warmteontsnapt.- Gebruik zo weinig mogelijk water.- Schakel na het aankoken of aanbra-den op tijd terug naar een lagere ver-mogensstand.- Gebruik een snelkookpan om de be-reidingstijd te verkorten.- Zorg tijdens het koken voor een goe-de ventilatie van de keuken. Als bij af-zuiging met luchtafvoer nicht vol-doende lucht wordt aangevoerd,werkt het afzuigsysteem niet efficiënten maakt meer geluid.- Kook met een zo laag mogelijk ver-mogen. Als er weinig damp vrijkomtbij het koken, kunt u voor de af-zuiging een lagere vermogensstandkiezen. Zo verlaagt u het energiever-bruik.- Controleer het ingestelde vermogenop het afzuigsysteem. Meestal is eenlage vermogensstand voldoende.
Ge-bruik de boosterstand alleen als datnodig is.- Zet het afzuigsysteem tijdig op eenhogere stand als er veel damp vrij-komt. Dat is efficiënter dan door lang-durig afzuigen te proberen dampenterug te zuigen die zich al hebbenverspreid.- Schakel het afzuigsysteem na het ko-ken weer uit.- Reinig of vervang de filters van het af-zuigsysteem regelmatig. Sterk veront-reinigde filters verminderen het ver-mogen, verhogen het brandgevaar envormen een hygiënerisico.
Tabel vermogensstanden33De kookplaat heeft standaard 9vermogensstanden. Indien u een fijnere indelingwenst, kunt u deze uitbreiden tot 17vermogensstanden (zie hoofdstuk: “Program-mering”).Instelbereikaf fabriek(9standen)uitgebreid(17standen)Boter smeltenChocolade smeltenGelatine oplossen1–2 1–2.Kleine hoeveelheden vloeistof verwarmenGerechten warmhouden die gemakkelijk aanbakkenRijst wellen, rijstepap of havermoutpap kokenOntdooien van een blok diepgevroren groenten2–4 2–3.Verwarmen van vloeibare of halfvaste gerechtenFruit blancherenVerder garen van aardappelen (pannen met deksel)4–6 3.–5.Omeletten of spiegeleieren zonder korst bereidenGehaktballen voorzichtig bradenGroente en vis blancherenDeegwaren en peulvruchten wellenDiepvriesvoedsel ontdooien en verwarmenGebonden saus of roomsaus maken, bijv.
wittewijnsaus of sau-ce hollandaise5–7 4.–7.Vis, schnitzel, braadworst, eieren, pannenkoeken voorzichtigbakken (zonder oververhitting van het vet)6–8 6–7.Poffertjes, pannenkoeken, etc. bakken 7–8 7–8.Frituren, bijv. patat 9 8.–9Grote hoeveelheden water aan de kook brengenAan de kook brengenGrote hoeveelheden vlees aanbraden9–booster 8.–boosterDe aangegeven standen zijn slechts algemene richtlijnen. Het vermogen van de inductie-spoel varieert afhankelijk van de grootte en het materiaal van de pannenbodem. Het is danook mogelijk dat bij uw pannen de vermogensstanden een geringe afwijking vertonen. In depraktijk zult u al gauw weten welke instellingen voor uw pannen de beste zijn. Stel voornieuwe pannen waarvan u de gebruikseigenschappen niet kent de vermogensstand éénstand lager in dan aangegeven.
Bediening34Principe van de bedieningDe kookplaat is voorzien van elektroni-sche sensortoetsen. Deze reageren opaanraking met de vingers. De sensor-toets Aan/Uit moet bij het inschake-len om veiligheidsredenen iets langerworden aangeraakt dan de overige toet-sen.Elke reactie van de toetsen wordt be-vestigd met een akoestisch signaal.Als de kookplaat uitgeschakeld is, zijnalleen de symbolen op de sensortoetsAan/Uit en de cijferreeks voor het in-stellen van de vermogensstanden zicht-baar. Als u de kookplaat inschakelt,lichten ook andere sensortoetsen op.De kookzones moeten “actief” zijn als ueen vermogensstand wilt instellen ofwijzigen. U kunt een kookzone activerendoor de desbetreffende indicatie aan teraken. Als u de indicatie van de kookzo-ne aangeraakt heeft, gaat deze fellerbranden.
Zolang de indicatie fellerbrandt, is de kookzone “actief” en kuntu een vermogensstand of tijd instellen.Uitzondering: als slechts één kookzonein gebruik is, kunt u de vermogensstandzonder activering wijzigen.Storing door vuile en/of bedektesensortoetsen.De sensortoetsen reageren niet of erworden ongewenste schakelingenuitgevoerd, eventueel wordt de kook-plaat automatisch uitgeschakeld. Ziehoofdstuk: “Beveiligingen”, para-graaf: “Veiligheidsuitschakeling”. He-te pannen op de sensortoetsen/dis-plays kunnen de daaronder liggendeelektronica beschadigen.Houd de sensortoetsen en displaysschoon.Leg geen voorwerpen op de sensor-toetsen en displays.Zet geen hete pannen op de sensor-toetsen en displays.
Bediening35Brandgevaar door oververhittingvan gerechten.Als u gerechten niet in de gatenhoudt, kunnen deze oververhit rakenen in brand vliegen.Houd toezicht op het apparaat alshet in gebruik is.Denk eraan dat de opwarmtijd bij in-ductiekookplaten veel korter is danbij gewone kookplaten.Kookplaat inschakelenTip de sensortoets aan.Er lichten meer sensortoetsen op.Als u daarna geen instellingen uitvoert,wordt de kookplaat om veiligheidsre-denen na enkele seconden weer uit-geschakeld.Vermogensstand instellenStandaard is de permanente panher-kenning geactiveerd (zie hoofdstuk:“Programmering”).
Bediening36Restwarmte-indicatieAls een kookzone warm is, brandt nauitschakeling de restwarmte-indicatie.De streepjes van de restwarmte-indica-tie gaan een voor een uit naarmate dekookzones verder afkoelen. Het laatstestreepje gaat pas uit als de kookzoneszonder gevaar kunnen worden aange-raakt.Gevaar voor verbranding doorhete kookzones.Na het koken zijn de kookzones nogheet.Raak de kookzones niet aan als derestwarmte-indicatie nog brandt.Vermogensstand instellen –uitgebreid aantal standenRaak de cijferreeks tussen de sensor-toetsen aan.In de keuze voor een kookzone ver-schijnt achter de vermogensstand eenpunt.De sensortoetsen vóór de tussenstandbranden feller dan de overige toetsen.Voorbeeld:Als u vermogensstand7. ingesteldheeft, verschijnt in de keuze voor eenkookzone 7..
Bediening37AankookautomaatAls de aankookautomaat geactiveerd is,wordt de betreffende kookzone een be-paalde tijd op het hoogste vermogen in-geschakeld (aankoken). Daarna wordtnaar de ingestelde vermogensstand(doorkookstand) teruggeschakeld. Deaankooktijd hangt af van de ingesteldedoorkookstand (zie tabel).Aankookautomaat activeren Raak kort de indicatie van de desbe-treffende kookzone aan. Raak de sensortoets van de ge-wenste doorkookstand zo lang aan,totdat er een signaal klinkt en in dekookzone-indicatie gaat branden.Tijdens de aankooktijd (zie tabel) knip-peren afwisselend en de ingesteldevermogensstand in de kookzone-indi-catie.Als u tijdens de aankooktijd de door-kookstand wijzigt, deactiveert u deaankookautomaat.Aankookautomaat deactiveren Raak de sensortoets van de inge-stelde doorkookstand aanof stel een andere vermogensstand in.Doorkookstand* Aankooktijd[min:sec]1 ca.
Dit hogere vermogenis maximaal 5minuten actief.Als de booster geactiveerd wordt, kande instelling van de verbonden kook-zone veranderen, zie hoofdstuk “In-ductie”, paragraaf “Powermanage-ment”.U kunt de booster voor maximaal2kookzones tegelijk gebruiken.Als u de booster inschakelt, terwijl- er geen vermogensstand is ingesteld,schakelt het apparaat na afloop vande boostertijd of als de boosterfunc-tie vroegtijdig wordt gedeactiveerdautomatisch terug naar vermogens-stand9.- er wel een vermogensstand is inge-steld, schakelt het apparaat na afloopvan de boostertijd of als de booster-functie vroegtijdig wordt gedeacti-veerd automatisch terug naar dedaarvoor ingestelde vermogens-stand.Booster activeren Plaats de pan op de gewenste kook-zone. Stel eventueel een vermogensstandin. Raak sensortoets aan.BIn de kookzone-indicatie verschijnt .Booster deactiveren Raak sensortoets aan.Bof Stel een andere vermogensstand in.
Bediening39WarmhoudenDe warmhoudfunctie dient voor hetwarmhouden van gerechten meteenna de bereiding. De functie is niet be-doeld voor het opwarmen van reedsafgekoelde gerechten.De maximale warmhoudtijd bedraagt2uur.- Houd gerechten uitsluitend in de panwarm. Sluit de pan met een deksel af.- Roer vaste of papperige gerechten(aardappelpuree, 1-pans gerechten)af en toe om.- De voedingswaarde van een gerechtneemt gedurende de bereiding af. Tij-dens het warmhouden neemt de voe-dingswaarde verder af. Houd dewarmhoudtijd zo kort mogelijk.Warmhouden activeren/deactiveren Raak de indicatie van de gewenstekookzone aan.De indicatie van de kookzone brandtfeller. Raak de sensortoets aan.
Bediening40WasemafvoerDe wasemafvoer wordt automatisch in-geschakeld als er een pan op de kook-zone staat en u voor de kookzone eenvermogensstand instelt (Con@ctivity).De vermogensstand van de wasemaf-voer is afhankelijk van de vermogens-stand van de kookzone. De nalooptijden -kracht zijn afhankelijk van de ver-mogensstand van de wasemafvoer.U kunt Con@ctivity tijdelijk of perma-nent deactiveren. Zie het hoofdstuk“Programmering” om Con@ctivity per-manent te deactiveren. Als Con@ctivitypermanent gedeactiveerd is, wordt desensortoets niet meer verlicht.U kunt de vermogensstand van de wa-semafvoer op elk moment handmatigwijzigen. De vermogensstanden1 tot 9en een boosterstand zijn standaard in-gesteld.
De vermogensstanden kunnenworden verlaagd naar 1 tot 3 en eenboosterstand, zie het hoofdstuk “Pro-grammering”.Gebruik bij lichte wasem- en geurvor-ming de vermogensstand tot (3 bij1 9minder vermogensstanden). Gebruik bijzeer sterke wasem- en geurvorming,bijvoorbeeld bij het aanbraden vanvlees, de booster .BAls de wasemafvoer op vermogens-stand1 start, wordt het vermogen au-tomatisch gedurende 20secondenverhoogd naar stand2. De toenamevan het vermogen is noodzakelijk omhet openen van de klep in de luchtaf-voer te garanderen. Als u de wasemaf-voer met luchtcirculatie gebruikt, kuntu de automatische functie deactiveren,zie het hoofdstuk “Programmering”.Tip: Plaats voor een effectieve stoomaf-voer bij pannen met een hoogte vanmeer dan 15cm een kooklepel tussenhet deksel en de pan.
Bediening41Vermogensstand instellen/wasemaf-voer uitschakelenRaak de indicatie van de wasemaf-voer aan.Raak voor het instellen van de vermo-gensstand de betreffende sensor-toets aan.Raak voor het uitschakelen de sen-sortoets aan.0Als de wasemafvoer niet handmatigwordt uitgeschakeld, wordt deze12uur na de laatste bediening auto-matisch uitgeschakeld.Con@ctivity tijdelijk deactiverenDe wasemafvoer is automatisch inge-schakeld.Als u Con@ctivity wilt deactiveren,kan dat op verschillende manieren:- Raak de sensortoets aan- Raak de sensortoets0 aan- Kies een andere vermogensstandKies de gewenste vermogensstand.Als u de kookplaat uit- en weer in-schakelt is Con@ctivity weer geacti-veerd (afhankelijk van de programme-ring).
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele KMDA 7272 FL stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis Miele
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis