Miele KM7697 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele KM7697 (80 pagina’s), behorend tot de categorie Inductiekookplaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 25 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Miele KM7697 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Inductiekookplaat |
| Model: | KM7697 |
Handleiding Miele KM7697 – volledige tekst
Inhoud2Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 5Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 16Overzicht. 17Kookplaat. 17Bedieningselementen en indicatoren. 18Ingebruikneming van het apparaat. 19Kookplaat voor de eerste keer reinigen. 19Kookplaat voor de eerste keer in gebruik nemen. 19Miele@home. 20Miele@home installeren. 21Proces afbreken. 22Instellingen resetten. 22Con@ctivity. 23Con@ctivity installeren. 23Proces afbreken. 25Instellingen resetten. 25Inductie. 26Principe. 26De juiste pannen. 26Geluiden. 28Tips om energie te besparen. 29Tabel vermogensstanden. 30Bediening. 31Principe van de bediening. 31Pannen plaatsen. 32Kookplaat inschakelen. 33Vermogensstand instellen. 33Kookplaat uitschakelen. 33Restwarmte-indicatie. 33Vermogensstand instellen (uitgebreid aantal standen). 33Aankookautomaat. 34Booster. 35Warmhouden. 36Timer. 37Kookwekker. 37Automatisch uitschakelen. 38.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen5Deze kookplaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften.Onjuist gebruik kan echter persoonlijk letsel of materiële schadetot gevolg hebben.Lees de gebruiks- en montagehandleiding aandachtig door voor-dat u de kookplaat in gebruik neemt. Hierin vindt u belangrijke in-structies met betrekking tot de inbouw, de veiligheid, het gebruiken het onderhoud.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schadeaan de kookplaat.In overeenstemming met de norm IEC60335-1 adviseert Miele uuitdrukkelijk om het hoofdstuk over de installatie van de kookplaaten de veiligheidsinstructies en waarschuwingen te lezen en op tevolgen.Wanneer de veiligheidsrichtlijnen en waarschuwingen niet wordenopgevolgd, kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voor scha-de die daarvan het gevolg is.Bewaar de gebruiks- en montagehandleiding en geef deze dooraan een eventuele volgende eigenaar.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6Verantwoord gebruik Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor particulier huishoudelijkgebruik (of daarmee vergelijkbaar). Deze kookplaat mag niet buiten worden gebruikt. Gebruik deze kookplaat uitsluitend in huishoudelijke situaties voorhet bereiden en warmhouden van gerechten. Gebruik voor anderedoeleinden is niet toegestaan. Dit apparaat mag alleen worden gebruikt door personen die instaat zijn het apparaat veilig te bedienen. Deze personen moetenvolledig op de hoogte zijn van de inhoud van de gebruiksaanwijzing.Men moet zich bewust zijn van de gevaren van een foutieve bedie-ning.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7Wanneer er kinderen in huis zijn Houd kinderen onder 8 jaar op een afstand, tenzij u voortdurendtoezicht houdt. Kinderen vanaf 8 jaar mogen het apparaat alleen zonder toezichtgebruiken als ze precies weten hoe ze het apparaat veilig moetenbedienen. De kinderen moeten zich bewust zijn van de gevaren vaneen foutieve bediening. Kinderen mogen de kookplaat niet zonder toezicht reinigen. Houd kinderen in de gaten wanneer deze zich in de buurt van dekookplaat bevinden. Laat ze nooit met de kookplaat spelen. De kookplaat wordt tijdens het gebruik heet en blijft dat ook nogenige tijd nadat deze is uitgeschakeld. Houd kinderen op een af-stand, totdat de kookplaat voldoende is afgekoeld en er geen ver-brandingsgevaar meer bestaat. Pas op voor verbranding.
Bewaar voorwerpen, die voor kindereninteressant kunnen zijn, niet op plaatsen boven of achter het appa-raat. Zo krijgen de kinderen niet de neiging om op het apparaat teklimmen. Verbrandingsgevaar! Draai de grepen van de pannen zo dat zezich boven het werkblad bevinden, zodat kinderen de pannen nietvan het apparaat kunnen trekken. Verstikkingsgevaar! Kinderen kunnen zich tijdens het spelen inverpakkingsmateriaal wikkelen (bijvoorbeeld in folie) of het materiaalover hun hoofd trekken en stikken. Houd verpakkingsmaterialen bijkinderen vandaan. Maak gebruik van de vergrendeling, zodat kinderen de kookplaatniet onbedoeld kunnen inschakelen of instellingen kunnen wijzigen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8Technische veiligheid Door ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- of repara-tiewerkzaamheden kan de gebruiker aanzienlijke risico's lopen. In-stallatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen alleendoor een door Miele geautoriseerde vakkracht worden uitgevoerd. Een beschadigd apparaat kan uw veiligheid in gevaar brengen.Controleer het apparaat op zichtbare schade. Neem nooit een be-schadigd apparaat in gebruik. De kookplaat kan alleen betrouwbaar en veilig functioneren alsdeze op het openbare elektriciteitsnet is aangesloten. Het apparaat mag niet op wisselrichters worden aangesloten diebij autonome stroomvoorzieningen worden toegepast (zoals bij zon-ne-energie). Als het apparaat wordt ingeschakeld, kan het bij span-ningspieken om veiligheidsredenen worden uitgeschakeld.
De elek-tronica kan beschadigd raken. De elektrische veiligheid van de kookplaat is uitsluitend gegaran-deerd als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem dat vol-gens de geldende voorschriften is geïnstalleerd. Aan deze funda-mentele veiligheidsvoorwaarde moet worden voldaan. Laat de elek-trische installatie bij twijfel door een vakman inspecteren. De aansluitgegevens (frequentie en spanning) op het typeplaatjemoeten beslist overeenkomen met de waarden van het elektriciteits-net om beschadiging van de kookplaat te voorkomen. Vergelijk deze gegevens voor de aansluiting. Raadpleeg bij twijfeleen elektricien. Stekkerdozen of verlengsnoeren bieden niet voldoende veiligheid(brandgevaar). Gebruik deze niet voor het aansluiten van de kook-plaat op het elektriciteitsnet. Gebruik de kookplaat alleen als deze is ingebouwd, zodat de vei-ligheid gewaarborgd is.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9 Deze kookplaat mag niet op een niet-stationaire locatie (zoals eenboot) worden gebruikt. Wanneer onderdelen worden aangeraakt die onder spanningstaan of wanneer elektrische of mechanische onderdelen wordenveranderd, is dit gevaarlijk voor de gebruiker. Het kan er tevens toeleiden dat het apparaat niet meer goed functioneert.Open nooit de ommanteling van het apparaat. Het recht op garantie vervalt wanneer de kookplaat door eentechnicus wordt gerepareerd die niet door Miele is geautoriseerd. Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelenworden vervangen.
Alleen van Miele-onderdelen kunnen wij garan-deren dat zij volledig aan de veiligheidseisen voldoen. De kookplaat mag niet worden gebruikt met een externe schakel-klok of een systeem dat op afstand werkt. De kookplaat moet door een elektricien op het elektriciteitsnetworden aangesloten (zie hoofdstuk “Installatie”, paragraaf “Elek-trische aansluiting”). Als de aansluitkabel beschadigd is, moet deze door een elektri-cien door een speciale aansluitkabel worden vervangen (zie hethoofdstuk “Installatie”, paragraaf “Elektrische aansluiting”). Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden moet dekookplaat volledig van het elektriciteitsnet losgekoppeld zijn. Gadaarvoor als volgt te werk:– schakel de zekeringen in uw zekeringkast uit of– draai de zekeringen in uw zekeringkast er helemaal uit of– trek de stekker (indien aanwezig) uit de contactdoos.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10 Gevaar voor elektrische schok. Neem het apparaat niet in gebruikbij een defect of bij breuken, scheuren en barsten in de keramischeplaat of schakel het apparaat meteen uit. Haal de elektrische span-ning van de kookplaat. Neem contact op met Miele. Als het apparaat achter een meubeldeur is ingebouwd, mag dedeur niet worden gesloten als u het apparaat gebruikt. Achter eengesloten deur worden warmte en vocht opgehoopt. Hierdoor kunnenhet apparaat, de kast en de vloer beschadigd raken. Sluit de meu-beldeur pas als de restwarmte-indicatie verdwenen is.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11Veilig gebruik De kookplaat wordt heet als deze in gebruik is en blijft dat ooknog enige tijd na het uitschakelen. Zodra het lampje voor de rest-warmte (afhankelijk van het model) is uitgegaan, is het verbrandings-gevaar geweken. Olie en vet kunnen bij oververhitting vlam vatten. Houd het appa-raat goed in de gaten als u met olie en/of vetten werkt. Blus eenbrand met olie of vet nooit met water. Schakel het apparaat uit en doof de vlammen voorzichtig met eendeksel of een blusdeken. Houd toezicht op het apparaat als het in gebruik is. Houd continutoezicht op korte kook- en braadprocessen. Flambeer nooit onder een afzuigkap. Door de vlammen kan de af-zuigkap in brand vliegen. Spuitbussen, licht ontvlambare vloeistoffen en brandbare materia-len kunnen bij verhitting vlam vatten.
Bewaar dergelijke productendaarom niet in een schuiflade onder het apparaat. Een eventuele be-stekbak moet van hittebestendig materiaal zijn. Verwarm kookgerei nooit zonder inhoud. In afgesloten blikken en dergelijke ontstaat tijdens het inmaken ofverwarmen overdruk. Hierdoor kunnen deze voorwerpen openbar-sten. Gebruik het apparaat niet om voedingsmiddelen in afgeslotenblikken en dergelijke in te maken of te verwarmen. Als de kookplaat wordt afgedekt, bestaat het risico dat het materi-aal van de afdekking in brand vliegt, barst of smelt als u de kook-plaat per ongeluk inschakelt of als deze nog heet is. Dek de kook-plaat nooit af met bijvoorbeeld afdekplaten, een doek of bescherm-folie.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12 Als het apparaat ingeschakeld is, als u het apparaat per ongelukinschakelt of als het nog warm is van het koken, bestaat het risicodat metalen voorwerpen die erop liggen heet worden. Andere materi-alen kunnen smelten of vlam vatten. Vochtige pannendeksels kunnenzich vastzuigen. Gebruik de kookplaat nooit als werkblad. Schakelde kookplaat na gebruik uit. U kunt zich aan de hete kookplaat branden. Gebruik daarom altijdovenhandschoenen of pannenlappen als u met het hete apparaatwerkt. Gebruik alleen droge handschoenen of pannenlappen. Nat ofvochtig textiel geleidt de warmte beter en kan door stoom verbran-dingen veroorzaken. Als u een elektrisch apparaat (bijvoorbeeld een mixer) in de buurtvan de kookplaat gebruikt, mag de aansluitkabel niet in contact ko-men met de hete kookplaat.
De isolatie van de kabel zou beschadigdkunnen raken. Zout, suiker of zandkorrels (bijvoorbeeld van groente) kunnenkrassen veroorzaken als ze onder de pan komen. Zorg dat de kera-mische glasplaat en de panbodem schoon zijn, voordat u het kook-gerei op de kookplaat plaatst. Laat geen voorwerpen op de keramische plaat vallen. Zelfs eenlicht voorwerp zoals een zoutvaatje kan scheuren of barsten veroor-zaken. Hete voorwerpen op de sensortoetsen en de displays kunnen deelektronica eronder beschadigen. Zet nooit hete pannen op de sen-sortoetsen en de displays. Als er suiker, suikerhoudende gerechten, kunststof of aluminium-folie op de hete kookplaat vallen en smelten, raakt de keramischeplaat tijdens het afkoelen beschadigd. Schakel in dat geval het ap-paraat meteen uit en verwijder deze stoffen direct grondig met eenglasschraper. Trek daarbij ovenwanten aan.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen13 Door drooggekookte pannen kan de keramische plaat beschadigdraken. Houd daarom altijd toezicht op de kookplaat! Gebruik alleen pannen met een gladde bodem. Een ruwe bodemkan krassen op de keramische plaat veroorzaken. Til pannen op als u ze wilt verplaatsen. U voorkomt zo vlekkendoor wrijving en krassen. Door de snelle reactietijd van inductie kan de temperatuur in debodem van de pan in zeer korte tijd zo hoog oplopen dat olie en vetvanzelf ontbranden. Houd daarom altijd toezicht op het apparaat alshet in gebruik is. Verhit vetten en olie hooguit gedurende 1minuut en gebruik daar-voor nooit de booster. Alleen voor personen met een pacemaker: in de directe omgevingvan de ingeschakelde kookplaat ontstaat een elektromagnetischveld. Het is niet waarschijnlijk dat dit veld de werking van de pace-maker nadelig beïnvloedt.
Neem bij twijfel contact op met de fabri-kant van de pacemaker of met uw arts. Het elektromagnetische veld van de ingeschakelde kookplaat kande werking van magnetiseerbare voorwerpen beïnvloeden. Houdcreditcards, opslagmedia, rekenmachines etc. uit de buurt van hetingeschakelde apparaat. Metalen voorwerpen die in een lade onder de kookplaat wordenbewaard, kunnen heet worden als u de kookplaat lang en intensiefgebruikt. De kookplaat heeft een koelventilator. Als zich onder de inge-bouwde kookplaat een lade bevindt, moet de afstand tussen de in-houd van de lade en de onderkant van de kookplaat voldoende zijn,zodat de ventilatie van de kookplaat is gewaarborgd.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen14 Bewaar geen scherpe of kleine voorwerpen, papier, servetten endergelijke in de lade als deze zich onder de ingebouwde kookplaatbevindt. Deze voorwerpen kunnen via de ventilatieopeningen in debehuizing terechtkomen of aangezogen worden en zo de ventilatorbeschadigen of de koeling beïnvloeden.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen15Reiniging en onderhoud De stoom van een stoomreiniger kan terechtkomen op onderdelendie onder spanning staan en een kortsluiting veroorzaken.Gebruik voor het reinigen van de kookplaat nooit een stoomreiniger. Schakel de kookplaat niet in als deze boven een pyrolyse-oven of-fornuis is ingebouwd en de pyrolysefunctie actief is, omdat de over-verhittingsbeveiliging van de kookplaat zou kunnen reageren (zie hetbetreffende hoofdstuk).
Een bijdrage aan de bescherming van het milieu16Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpak-kingsmateriaal is uitgekozen met hetoog op een zo gering mogelijke belas-ting van het milieu en de mogelijkhedenvoor recycling.Door hergebruik van verpakkingsmateri-aal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van een apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten meestal waardevollematerialen. Ze bevatten ook stoffen,mengsels en onderdelen die nodig zijngeweest om de apparaten goed en vei-lig te laten functioneren. Wanneer u uwoude apparaat bij het gewone huisafvaldoet of er niet goed mee omgaat, kun-nen deze stoffen schadelijk zijn voor degezondheid en het milieu.
Doe uw oudeapparaat daarom nooit bij het gewoneafval.Lever het apparaat in bij een gemeente-lijk inzameldepot voor elektrische enelektronische apparatuur, bij uw vak-handelaar of bij Miele. U bent wettelijkzelf verantwoordelijk voor het wissenvan eventuele persoonlijke gegevens ophet af te danken apparaat. Bewaar hetafgedankte apparaat buiten het bereikvan kinderen.
Ingebruikneming van het apparaat19Plak het typeplaatje dat bij de docu-mentatie gevoegd is op de daarvoorbestemde plaats in het hoofdstuk“Service”.Verwijder eventueel aanwezige be-schermfolies en stickers.Kookplaat voor de eerste keerreinigenWis uw kookplaat voor het eerste ge-bruik af met een vochtige doek endroog de plaat weer af.Kookplaat voor de eerste keerin gebruik nemenDe onderdelen van metaal worden meteen onderhoudsmiddel beschermd. Alshet apparaat voor het eerst in gebruikwordt genomen, ontstaan daardoorgeuren en eventueel ook damp. Ookdoor de verwarming van de inductie-spoelen wordt tijdens de eerste ge-bruiksuren een geur afgegeven.
Bij ie-der verder gebruik wordt de geur min-der en deze verdwijnt uiteindelijk volle-dig.De geur en de eventueel optredendedamp wijzen niet op een verkeerde aan-sluiting of een defect en zijn ook nietschadelijk voor de gezondheid.Denk eraan dat de opwarmtijd bij in-ductiekookplaten veel korter is dan bijgewone kookplaten.
Ingebruikneming van het apparaat20Miele@homeVoorwaarde: een eigen WiFi-netwerkUw kookplaat heeft een geïntegreerdeWiFi-module. De kookplaat kan met heteigen WiFi-netwerk verbonden worden.Als uw Miele-afzuigkap ook in het eigenWiFi-netwerk is opgenomen, kunt u deautomatische besturing van de afzuig-kap met de Con@ctivity-functie gebrui-ken. Meer informatie hierover vindt u inde gebruiks- en montagehandleidingvan uw afzuigkap.Het signaal van uw WiFi-netwerkmoet voldoende sterk zijn op de lo-catie van uw kookplaat.U kunt uw kookplaat op verschillendemanieren in uw WiFi-netwerk opnemen.Beschikbaarheid WiFi-verbindingDe WiFi-verbinding deelt een frequen-tiebereik met andere apparaten (zoalsmagnetrons, op afstand bestuurbaarspeelgoed). Hierdoor kunnen tijdelijkeof volledige storingen in de verbindingoptreden.
Een constante beschikbaar-heid van de aangeboden functies kandaarom niet worden gegarandeerd.Beschikbaarheid van Miele@homeHet gebruik van de Miele@mobile-appis afhankelijk van de beschikbaarheidvan de Miele@home-services in uwland.De service Miele@home is niet in elkland beschikbaar.Informatie over de beschikbaarheidvindt u op de website www.miele.com.Miele@mobile-appDe Miele@mobile-app kunt u gratisdownloaden uit de Apple App Store® ofde Google Play Store™.Als u de Miele@mobile app op een mo-biel apparaat (bijv. smartphone) geïn-stalleerd heeft, kunt u:– informatie over de status van hethuishoudelijke apparaat opvragen– opmerkingen over het programma-verloop van het huishoudelijke appa-raat opvragen– een Miele@home netwerk met anderevoor WiFi geschikte Miele-apparateninstalleren
Ingebruikneming van het apparaat21Miele@home installerenVia de app verbindenU kunt de netwerkverbinding met deMiele@mobile-app tot stand brengen.Installeer de Miele@mobile-app opuw mobiele apparaat.Voor de aanmelding via de app dient ute beschikken over:1. Het wachtwoord van uw WiFi-net-werk.2. Het wachtwoord van uw kookplaat.De laatste 9cijfers van het serienummerop het typeplaatje vormen het wacht-woord van uw kookplaat.Schakel de kookplaat in.Plaats voor inductie geschikte pan-nen op de kookplaat.Start de Miele@mobile-app.Raak op de cijferreeks gelijktijdig desensortoetsen 0 en 5 gedurende6seconden aan.De seconden worden in het timerdis-play afgeteld.
Na afloop verschijnt in hettimerdisplay gedurende 10secondencode:.U heeft nu 10minuten tijd om de WiFite configureren.Volg de aanwijzingen in de app.Via WPS verbindenVoorwaarde: u heeft een router, diegeschikt is voor WPS (WiFi ProtectedSetup).Schakel de kookplaat in.Plaats voor inductie geschikte pan-nen op de kookplaat.Raak op de cijferreeks gelijktijdig desensortoetsen 0 en 6 gedurende6seconden aan.De seconden worden in het timerdis-play afgeteld. Na afloop verschijnt in hettimerdisplay een looplicht (maximaal120seconden) tijdens de poging omverbinding te maken.De WPS-aanmelding is alleen tijdensdeze 120seconden actief.Activeer de functie WPS op uw WiFi-router.Als de verbinding geslaagd is, verschijntin het timerdisplay code:. Als ugeen verbinding kunt maken, verschijntin het timerdisplay code:.
Het is mo-gelijk dat u WPS op uw router niet snelgenoeg heeft geactiveerd. Herhaal indat geval de voorgaande stappen.Tip: Gebruik de Miele@mobile-app alsuw WiFi-router niet over WPS beschikt.
Ingebruikneming van het apparaat22Proces afbrekenRaak een willekeurige sensortoetsaan.Instellingen resettenBij vervanging van de router hoeft u deinstellingen niet te resetten.Schakel de kookplaat in.Plaats voor inductie geschikte pan-nen op de kookplaat.Raak op de cijferreeks gelijktijdig desensortoetsen 0 en 9 gedurende6seconden aan.De seconden worden in het timerdis-play afgeteld. Na afloop verschijnt in hettimerdisplay gedurende 10secondencode:.Reset de instellingen wanneer u dekookplaat wegdoet, verkoopt of een ge-bruikte kookplaat gaat gebruiken. Al-leen dan bent u er zeker van dat u allepersoonlijke gegevens heeft verwijderden dat de vorige eigenaar geen toegangmeer heeft tot de kookplaat.
Ingebruikneming van het apparaat23Con@ctivityCon@ctivity beschrijft de directe com-municatie tussen uw elektrische kook-plaat van Miele en een afzuigkap vanMiele. Met Con@ctivity kan de afzuig-kap automatisch bestuurd worden, af-hankelijk van de bedrijfstoestand vanuw kookplaat.Meer informatie hierover vindt u in degebruiks- en montagehandleiding vanuw afzuigkap.Beschikbaarheid WiFi-verbindingDe WiFi-verbinding deelt een frequen-tiebereik met andere apparaten (zoalsmagnetrons, op afstand bestuurbaarspeelgoed). Hierdoor kunnen tijdelijkeof volledige storingen in de verbindingoptreden.
Een constante beschikbaar-heid van de aangeboden functies kandaarom niet worden gegarandeerd.Con@ctivity installerenCon@ctivity via het eigen WiFi-net-werk (Con@ctivity 3.0)Voorwaarde:– Een eigen WiFi-netwerk– Miele-afzuigkap die geschikt isvoor WiFiNeem uw kookplaat en uw afzuigkapop in het eigen WiFi-netwerk (ziehoofdstuk “Eerste ingebruikname”,paragraaf “Miele@home”).Con@ctivity wordt automatisch geacti-veerd.
Ingebruikneming van het apparaat24Con@ctivity via een directe WiFi-ver-binding (Con@ctivity3.0)Voorwaarde: Afzuigkap van Miele, diegeschikt is voor het WiFiAls u geen eigen netwerk heeft, kunt ueen directe verbinding tussen kookplaaten afzuigkap tot stand brengen.Schakel de afzuigkap uit.Houd toets (B*) ingedrukt.Druk tegelijkertijd de toets (1*) in.* Afzuigkappen met sensortoetsen.Controlelampje2 brandt continu, lamp-je3 knippert.De afzuigkap is gedurende de volgendetweeminuten klaar om verbinding temaken.Schakel de kookplaat in.Plaats voor inductie geschikte pan-nen op de kookplaat.Raak op de cijferreeks gelijktijdig desensortoetsen 0 en 7 gedurende6seconden aan.De seconden worden in het timerdis-play afgeteld. Na afloop verschijnt in hettimerdisplay een looplicht tijdens de po-ging om verbinding te maken.
Als deverbinding geslaagd is, verschijnt in hettimerdisplay code:. Als u geen ver-binding kunt maken, verschijnt in het ti-merdisplay code :. Herhaal in datgeval de voorgaande stappen.Als de verbinding geslaagd is, brandende controlelampjes2 en 3 continu opde afzuigkap.Verlaat de verbindingsmodus op deafzuigkap door op de na-looptoets te drukken.Con@ctivity is nu geactiveerd.Als de directe WiFi-verbinding totstand gebracht is, kunnen de kook-plaat en afzuigkap niet in een eigennetwerk worden opgenomen. Als u ditlater wilt, dient u eerst de directe WiFi-verbinding tussen de kookplaat en af-zuigkap te verbreken (zie hoofdstuk“Eerste ingebruikneming”, paragraaf“Con@ctivity” en in de gebruiks- enmontagehandleiding van de afzuigkaphoofdstuk “WiFi afmelden”).
Ingebruikneming van het apparaat25Proces afbrekenRaak een willekeurige sensortoetsaan.Instellingen resettenBij vervanging van de router hoeft u deinstellingen niet te resetten.Schakel de kookplaat in.Plaats voor inductie geschikte pan-nen op de kookplaat.Raak op de cijferreeks gelijktijdig desensortoetsen 0 en 9 gedurende6seconden aan.De seconden worden in het timerdis-play afgeteld. Na afloop verschijnt in hettimerdisplay gedurende 10secondencode:.Reset de instellingen wanneer u dekookplaat wegdoet, verkoopt of een ge-bruikte kookplaat gaat gebruiken. Al-leen dan bent u er zeker van dat u allepersoonlijke gegevens heeft verwijderden dat de vorige eigenaar geen toegangmeer heeft tot de kookplaat.
Inductie26PrincipeOnder de keramische plaat bevindenzich inductiespoelen. Deze spoelen ge-nereren een magnetisch veld waardoorde bodem van de pan heet wordt. Dekeramische plaat zelf wordt alleen indi-rect verwarmd door de stralingswarmtevan de bodem van de pan.De positie, grootte en vorm van de panworden automatisch herkend door deinductie.Het inductieprincipe werkt alleen bijpannen met een magnetiseerbare bo-dem (zie hoofdstuk: “Inductie”, para-graaf: “De juiste pannen”).Het materiaal van de bodem van dekookplaat en de positie van de pan opde kookplaat beïnvloeden het vermogenvan de inductiespoelen.
Dit kan ge-volgen hebben voor de garing van hetgerecht.Gevaar voor verbranding doorhete voorwerpen.Als het apparaat ingeschakeld is, alsu het apparaat per ongeluk inscha-kelt of als het nog warm is van hetkoken, bestaat het risico dat metalenvoorwerpen die erop liggen heetworden.Gebruik de kookplaat nooit als werk-blad.Schakel het apparaat na gebruik uitmet sensortoets .De juiste pannenPangrootteBij ronde pannen gebruikt u bij voor-keur een oppervlak van 145mm totmaximaal 350mm. Pannen met een bo-demdiameter van 100mm tot 145mmworden niet op alle plaatsen herkend.Bij ovale/rechthoekige pannen maghet oppervlak maximaal380mmx300mm bedragen.Geschikt zijn pannen van– roestvrij staal met een magnetiseer-bare bodem– geëmailleerd staal– gietijzerDe kwaliteit van de panbodem kan hetbereidingsresultaat beïnvloeden (bij-voorbeeld een gelijkmatige bruineringvan pannenkoeken).
Inductie27Niet geschikt zijn pannen van– roestvrij staal met een niet magneti-seerbare bodem– aluminium of koper– glas, keramiek of aardewerkPannen controlerenAls u niet zeker weet of een pan ge-schikt is voor inductie, houdt u eenmagneet tegen de bodem van de pan.Als de magneet hecht, is de pan in prin-cipe geschikt.Melding ongeschikte panAls u op de ingeschakelde kookplaateen pan plaatst en de overeenkomstigegetallenreeks verschijnt niet, dan is– de bodemdiameter van de pan teklein of– de pan niet geschiktTips– Gebruik alleen pannen met een glad-de bodem. Een ruwe bodem kankrassen op de keramische plaat ver-oorzaken.– Til pannen op als u ze wilt verplaat-sen. U voorkomt zo vlekken doorwrijving en krassen. Krassen die ont-staan als pannen heen en weer wor-den geschoven, hebben geen invloedop de functie van de kookplaat.
Der-gelijke krassen zijn normale gebruiks-sporen en geen reden tot een klacht.– Houd er bij de aanschaf rekeningmee dat pannenfabrikanten vaak demaximale diameter of de diameteraan de bovenkant vermelden. Vanbelang is echter alleen de (meestalkleinere) bodemdiameter.– Gebruik bij voorkeur pannen met eenrechte rand. Bij pannen met eenschuine rand werkt de inductie ookop de rand van de pan. De rand kanhierdoor verkleuren, een coating kanafbladderen.
Inductie28GeluidenIn de pannen kunnen allerlei geluidenontstaan, die afhankelijk zijn van hetmateriaal en de constructie van de pan-bodem:Bij een hoge vermogensstand kunt ugebrom horen. Dit geluid neemt af ofverdwijnt als u een lagere vermogens-stand instelt.Bij pannen met een bodem die uit ver-schillende materialen bestaat (bijvoor-beeld een sandwichbodem) kan eenknetterend geluid optreden.Vooral bij lage vermogensstanden kun-nen bij elektronische schakelingen klik-geluiden optreden.Als de koelventilator inschakelt, kan ereen zoemend geluid ontstaan. De venti-lator koelt de elektronica als u de kook-plaat intensief gebruikt. Ook nadat u hetapparaat heeft uitgeschakeld, kan deventilator doorlopen.
Tips om energie te besparen29– Bereid gerechten zoveel mogelijk al-leen in gesloten potten of pannen.Dat voorkomt dat onnodig warmteontsnapt.– Gebruik voor een kleine hoeveelheideen kleine pan. Voor een kleine pan isminder energie nodig dan voor eengrote, niet geheel gevulde pan.– Gebruik zo weinig mogelijk water.– Schakel na het aankoken of aanbra-den op tijd terug naar een lagere ver-mogensstand.– Gebruik een snelkookpan om de be-reidingstijd te verkorten.
Tabel vermogensstanden30De kookplaat heeft standaard 9vermogensstanden. Indien u een fijnere indelingwenst, kunt u deze uitbreiden tot 17vermogensstanden (zie hoofdstuk: “Program-mering”).Vermogensstandinstelling affabriek(9standen)uitgebreid(17standen)Boter smeltenChocolade smeltenGelatine oplossen1–2 1–2.Kleine hoeveelheden vloeistof verwarmenGerechten warmhouden die gemakkelijk aanbakkenRijst wellen, rijstepap of havermoutpap kokenOntdooien van een blok diepgevroren groenten2–4 2–3.Verwarmen van vloeibare of halfvaste gerechtenFruit blancherenVerder garen van aardappelen (pannen met deksel)4–6 3.–5.Omeletten of spiegeleieren zonder korst bereidenGehaktballen voorzichtig bradenGroente en vis blancherenDeegwaren en peulvruchten wellenDiepvriesvoedsel ontdooien en verwarmenGebonden saus of roomsaus maken, bijv.
wittewijnsaus ofsauce hollandaise5–7 4.–7.Vis, schnitzel, braadworst, eieren, pannenkoeken voorzich-tig bakken (zonder oververhitting van het vet)6–8 6–7.Poffertjes, pannenkoeken, etc. bakken 7–8 7–8.Grote hoeveelheden water aan de kook brengenAan de kook brengenGrote hoeveelheden vlees aanbraden9 8.–9De aangegeven standen zijn slechts algemene richtlijnen. Het vermogen van de inductie-spoel varieert afhankelijk van de grootte en het materiaal van de bodem van de pan en depositie van de pan op de kookplaat. Het is dan ook mogelijk dat bij uw pannen de vermo-gensstanden een geringe afwijking vertonen. In de praktijk zult u al gauw weten welke in-stellingen voor uw pannen de beste zijn. Stel voor nieuwe pannen waarvan u de gebruiksei-genschappen niet kent de vermogensstand één stand lager in dan aangegeven.
Bediening31Principe van de bedieningDe kookplaat is voorzien van elektroni-sche sensortoetsen. Deze reageren opvingercontact. De sensortoets Aan/Uit moet bij het inschakelen om vei-ligheidsredenen iets langer worden aan-geraakt dan de overige toetsen.Elke reactie van de toetsen wordt be-vestigd met een akoestisch signaal.Als de kookplaat uitgeschakeld is, is al-leen het opgedrukte symbool voor desensortoets Aan/Uit zichtbaar.
Als ude kookplaat inschakelt, lichten ook an-dere sensortoetsen op.Storing door vuile en/of bedektesensortoetsen.De sensortoetsen reageren niet of erworden ongewenste schakelingenuitgevoerd, eventueel wordt het ap-paraat automatisch uitgeschakeld(zie hoofdstuk: “Beveiligingen”, para-graaf: “Veiligheidsuitschakeling”).Hete pannen op de sensortoetsen/displays kunnen de daaronder lig-gende elektronica beschadigen.Houd de sensortoetsen en displaysschoon.Leg geen voorwerpen op de sensor-toetsen en displays.Zet geen hete pannen op de sensor-toetsen en displays.aPlaats van de sensortoetsen en indi-catoren
Bediening32Pannen plaatsenOp deze kookplaat kunt u maximaal 6pannen gelijktijdig gebruiken.Tips– U kunt de pan willekeurig op hetbruikbare kookoppervlak plaatsen.– We raden aan om eerst de kookplaatin te schakelen en dan de pan erop teplaatsen. Zo herkent de inductie depannen sneller.– Als u meerdere pannen gelijktijdig ge-bruikt, plaatst u ze zo ver mogelijk uitelkaar. Zo kan de inductie de pannenduidelijk herkennen.– Verplaats pannen één voor één, nietgelijktijdig.– Als u een pan verplaatst, licht de bij-behorende getallenreeks op. De inge-stelde vermogensstand wordt mee-genomen.– Pannen met een bodemdiameter van100–145mm worden niet op alleplaatsen herkend.Mogelijke storingenU plaatst een pan op de kookplaat ende bijbehorende getallenreeks ver-schijnt niet.De pan wordt niet herkend op dezeplaats, omdat hij erg klein is.Plaats de pan opnieuw op de kook-plaat.
Als ze nog steeds niet wordtherkend, gebruik dan een anderepan.Op de kookplaat bevinden zich meerde-re pannen. U plaatst nog een pan erbijen het symbool licht op.De pannen staan niet ver genoeg uit el-kaar.Plaats de pannen opnieuw op dekookplaat.Verplaats pannen één voor één, nietgelijktijdig.U plaatst een pan opnieuw op de kook-plaat en de ingestelde vermogensstandbegint te knipperen.De pan wordt niet herkend.Raak de knipperende vermogens-stand aan.Als de vermogensstand blijft knippe-ren, plaatst u de pan opnieuw op dekookplaat.U plaatst de pan opnieuw op de kook-plaat, de ingestelde vermogensstanddooft en 0 licht op.Stel de vermogensstand opnieuw in.
Bediening33Brandgevaar door oververhittingvan gerechten.Als u gerechten niet in de gatenhoudt, kunnen deze oververhit rakenen in brand vliegen.Houd toezicht op het apparaat alshet in gebruik is.Denk eraan dat de opwarmtijd bij in-ductiekookplaten veel korter is danbij gewone kookplaten.Kookplaat inschakelenTip de sensortoets aan.Er lichten meer sensortoetsen op.Als u daarna geen instellingen uitvoert,wordt de kookplaat om veiligheidsre-denen na enkele seconden weer uit-geschakeld.Vermogensstand instellenPlaats de pan op de gewenste plaats.De bijbehorende getallenreeks licht op.Raak op het bedieningspaneel desensortoets van de gewenste vermo-gensstand aan.Als u niet binnen de 10seconden eenvermogensstand instelt, verdwijnt degetallenreeks.Kookplaat uitschakelenRaak sensortoets aan.Restwarmte-indicatieAls een bereik van de keramische plaatheet is, brandt na het uitschakelen derestwarmte-indicatie.
Afhankelijk van detemperatuur verschijnt boven de vermo-gensstanden 1, 2 en 3 telkens een punt.De punten van de restwarmte-indicatieverdwijnen één voor één als de kera-mische plaat afkoelt. Het laatste puntdooft pas wanneer de keramische plaatzonder gevaar kan worden aangeraakt.Verbrandingsgevaar door hetekeramische plaat.Na het beëindigen van het kookpro-ces is de keramische plaat heet.Raak de keramische plaat niet aanals de restwarmte-indicatie nogbrandt.Vermogensstand instellen (uit-gebreid aantal standen)Raak het gedeelte tussen de sensor-toetsen aan.De sensortoetsen voor en achter dezetussenstanden branden helderder dande overige toetsen.Voorbeeld:Wanneer u de vermogensstand 7. heeftingesteld, branden 7 en 8 helderder dande overige sensortoetsen.
Deaankooktijd hangt af van de ingesteldedoorkookstand (zie tabel).Aankookautomaat activerenRaak de sensortoets van de ge-wenste doorkookstand zo lang aan,tot er een signaal klinkt en de sensor-toets begint te knipperen.Gedurende de aankooktijd (zie tabel)knippert de ingestelde doorkookstand.Als het aantal vermogensstanden is uit-gebreid (zie hoofdstuk “Programme-ring”) en er een tussenstand is geselec-teerd, knipperen de sensortoetsen vooren na de tussenstand.Als u tijdens de aankooktijd de door-kookstand wijzigt, deactiveert u deaankookautomaat.Aankookautomaat deactiverenRaak de sensortoets van de inge-stelde doorkookstand aanofstel een andere vermogensstand in.Doorkookstand* Ankooktijd[min:sec]1 ca. 0:151. ca. 0:152 ca. 0:152. ca. 0:153 ca. 0:253. ca. 0:254 ca. 0:504. ca. 0:505 ca. 2:005. ca. 5:506 ca. 5:506. ca. 2:507 ca. 2:507. ca. 2:508 ca. 2:508. ca.
Bediening35BoosterMet de Booster kan een hoger vermo-gen worden geleverd om snel grotehoeveelheden te kunnen verwarmen,bijvoorbeeld water voor het koken vanpasta.
Dit hogere vermogen is maxi-maal 15minuten actief.De booster kan bij maximaal 3pannengelijktijdig gebruikt worden: 1maal opde rechterhelft van de kookplaat, 1maalin het midden en 1maal op de linker-helft van de kookplaat.Als u de booster inschakelt, terwijl– er geen vermogensstand is ingesteld,schakelt het apparaat na afloop vande boostertijd of als de boosterfunc-tie vroegtijdig wordt gedeactiveerdautomatisch terug naar vermogens-stand9.– wel een vermogensstand is ingesteld,schakelt het apparaat na afloop vande boostertijd of als de boosterfunc-tie vroegtijdig wordt gedeactiveerdautomatisch terug naar de daarvooringestelde vermogensstand.Gedurende de boostertijd wordt aanandere inductiespoelen een deel vanhet vermogen onttrokken.
Als een ande-re pan op diezelfde kant van de kook-plaat staat, heeft dit een van de volgen-de uitwerkingen:– De aankookfunctie wordt uitgescha-keld.– De vermogensstand wordt verlaagd.– De verbonden kookzone wordt uitge-schakeld.TwinBooster activerenStand1Plaats de pan op de gewenste plaats.Stel eventueel een vermogensstandin.Raak sensortoetsB aan.Het controlelampje voor TwinBoos-terstand1 licht op.Stand2Plaats de pan op de gewenste plaats.Stel eventueel een vermogensstandin.Raak 2keer sensortoetsB aan.Het controlelampje voor TwinBoos-terstand2 licht op.TwinBooster deactiverenRaak sensortoetsB zo vaak aan, tot-dat de controlelampjes doven,ofstel een andere vermogensstand in.
Bediening36WarmhoudenDe warmhoudfunctie dient voor hetwarmhouden van gerechten meteenna de bereiding. De functie is niet be-doeld voor het opwarmen van reedsafgekoelde gerechten.De maximale warmhoudtijd bedraagt2uur.– Houd gerechten uitsluitend in de panwarm. Sluit de pan met een deksel af.– Roer vaste of papperige gerechten(aardappelpuree, 1-pans gerechten)af en toe om.– De voedingswaarde van een gerechtneemt gedurende de bereiding af. Tij-dens het warmhouden neemt de voe-dingswaarde verder af. Houd dewarmhoudtijd zo kort mogelijk.Warmhouden activeren/deactiverenRaak de sensortoets op de betref-fende getallenreeks aan.WarmhoudtemperaturenDe fabrieksinstelling is een warmhoud-temperatuur van 75°C. U kunt dewarmhoudtemperatuur wijzigen (ziehoofdstuk “Programmering”).Toepassing Temperatuur°CSmelten van cho-colade50–60Warmhouden vanvaste en stroperi-ge gerechten65–75Warmhouden vanbijv.
Timer37De kookplaat moet ingeschakeld zijn alsu de timer wilt gebruiken.U kunt een tijd instellen tussen 1minuut(:) en 9uur en 59minuten (:).Tijden tot en met 59minuten stelt uinminuten in (0:59), tijden vanaf 60mi-nuten in uren enminuten. De tijden wor-den ingevoerd in de volgorde “uren”,“minuten” (tiental) en “minuten” (rechtercijfer).Voorbeeld:59minuten = 0:59, invoer: 5-980minuten = 1:20, invoer: 1-2-0Nadat het eerste cijfer is ingevoerd,brandt het timerdisplay statisch. Na in-voer van het tweede cijfer springt heteerste cijfer naar links.
Na invoer vanhet derde cijfer springen het eerste entweede cijfer naar links.U kunt de timer voor twee functies ge-bruiken:– voor het instellen van een kookwek-kertijd– voor het automatisch uitschakelenU kunt de functies tegelijk gebruiken.Getoond wordt altijd de kortste tijd ende sensortoets (kookwekker) of hetcontrolelampje van de kookzone voorautomatisch uitschakelen knippert.Wanneer u de op de achtergrond aflo-pende resttijden wilt weergeven, tipt usensortoets of aan.
Als voormeerdere pannen een uitschakeltijd ge-programmeerd is, raakt u sensortoets zo vaak aan, totdat het controle-lampje voor de gewenste pan knippert.KookwekkerDe kookwekker wordt met de getallen-reeks links of linksvoor ingesteld (afhan-kelijk van het model).Kookwekkertijd instellenTip sensortoets aan.Het timerdisplay begint te knipperen.Stel de gewenste tijd in.Kookwekkertijd wijzigenTip sensortoets aan.Stel de gewenste tijd in.Kookwekkertijd wissenTip sensortoets zo vaak aan totdatin het timerdisplay : verschijnt.
Timer38Automatisch uitschakelenU kunt een tijd instellen waarna de ver-warming voor een pan wordt uitgescha-keld. De functie kan voor alle pannengelijktijdig gebruikt worden.De uitschakeltijd wordt steeds inge-steld in het display van de pan die au-tomatisch moet worden uitgescha-keld.Als de geprogrammeerde tijd langer isdan de maximaal toegestane bedrijfs-duur wordt de verwarming van de au-tomatische uitschakeling uitgescha-keld (zie hoofdstuk: “Beveiligingen”,paragraaf “Veiligheidsuitschakeling”).Als u een pan opnieuw op de kook-plaat zet en de vermogensstand op-nieuw instelt, wordt de uitschakeltijdgewist.
U dient de uitschakeltijd op-nieuw in te stellen.Stel voor de pan een gewenste ver-mogensstand in.Raak de sensortoets aan.Het controlelampje begint te knipperen.Stel de gewenste tijd in.Als u een uitschakeltijd voor een extrapan wilt instellen, gaat u te werk zoalsin het voorgaande beschreven.Als meerdere uitschakeltijden gepro-grammeerd zijn, wordt de kortste rest-tijd weergegeven en knippert het des-betreffende controlelampje.
De anderecontrolelampjes branden statisch.Wanneer u de op de achtergrond af-gelopen resttijden wilt weergeven,raak dan de sensortoets zo vaakaan tot het controlelampje voor degewenste pan knippert.Uitschakeltijd wijzigenRaak de sensortoets zo vaak aan,totdat het controlelampje voor de ge-wenste pan knippert.Stel de gewenste tijd in.Uitschakeltijd wissenRaak de sensortoets zo vaak aan,totdat het controlelampje voor de ge-wenste pan knippert.Raak de 0 in het display aan.
Extra functies39Stop&GoBij het activeren van Stop&Go wordenalle vermogensstanden naar 1 terugge-bracht.De vermogensstanden en de instellingvan de timer kunnen niet worden gewij-zigd, de kookplaat kan alleen wordenuitgeschakeld.
Kookwekkertijden, uit-schakeltijden, boostertijden en tijdenvoor de aankookautomaat lopen ge-woon door.Bij deactivering wordt naar de vermo-gensstand teruggeschakeld die hetlaatst was ingesteld.Als de functie niet binnen 1uur wordtgedeactiveerd, wordt de kookplaat uit-geschakeld.Activeren/deactiverenRaak sensortoets aan.U kunt deze functie ook gebruiken alseen pan dreigt over te koken.RecallAls de kookplaat tijdens het gebruik perongeluk uitgeschakeld is, kunt u metdeze functie alle instellingen herstellen.Hiervoor moet u de kookplaat binnen10seconden na het uitschakelen weerinschakelen.Schakel de kookplaat weer in.De eerder ingestelde vermogens-standen knipperen.Raak meteen een van de knipperendevermogensstanden aan.Alle instellingen zijn weer hersteld.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele KM7697 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Inductiekookplaat Miele
Handleiding Inductiekookplaat
Nieuwste handleidingen voor Inductiekookplaat