Miele KM 7201 FR Handleiding

Miele Fornuis KM 7201 FR

Bekijk gratis de handleiding van Miele KM 7201 FR (76 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 47 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Miele KM 7201 FR of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/76
Gebruiks- en montagehandleiding
Inductiekookplaten
Lees de gebruiks- en montagehandleiding voordat u uw appa-beslist
raat plaatst, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u
voorkomt schade aan uw apparaat.
nl-NLM.-Nr. 11 226 140

Beoordeel deze handleiding

4.8/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Fornuis
Model: KM 7201 FR
Apparaatplaatsing: Ingebouwd
Soort bediening: Touch
Kleur van het product: Zwart
Ingebouwd display: Ja
Timer: Ja
Gewicht: 10000 g
Breedte: 574 mm
Diepte: 504 mm
Hoogte: 51 mm
Snoerlengte: 1.4 m
Kinderslot: Ja
Warmhoud functie: Ja
Soort materiaal (bovenkant): Glaskeramiek
Vermogen brander/kookzone 2: 2300 W
Vermogen brander/kookzone 3: 1850 W
Vermogen brander/kookzone 1: 1400 W
Aantal branders/kookzones: 4 zone(s)
Type kookplaat: Inductiekookplaat zones
Type brander/kookzone 1: Sudderen
Type brander/kookzone 2: Groot
Type brander/kookzone 3: Regulier
Makkelijk schoon te maken: Ja
Aantal gaspitten: 0 zone(s)
Aantal elektronische kook zones: 4 zone(s)
Sudder brander/kookzone: 1400 W
Normale brander/kookzone: 1850 W
Controle positie: Boven voorzijde
Aangesloten lading (elektrisch): 7300 W
Installatie compartiment breedte: 560 mm
Installatie compartiment diepte: 490 mm
Installatie compartiment hoogte: 48 mm
Grote brander/kookzone: 2300 W
Aangesloten lading (gas): - W
Automatisch uitschakelen: Ja
Type timer: Digitaal
Breedte kookplaat: 60 cm
Vorm sudderpit/kookzone: Rond
Vorm gewone pit/kookzone: Rond
Vorm grote pit/kookzone: Rond
Boost functie: Ja
Aantal boosters: 2
Versterken van normale pit/kookplaat: 3000 W
Waarschuwingssignaal: Ja
Restwarmte-indicator: Ja
Afmeting (B x D) sudderpit/kookzone: 100 x 160 mm
Afmeting (B x D) gewone pit/kookzone: 140 x 190 mm
Afmeting (B x D) grote pit/kookzone: 160 x 220 mm
Frame type: Full trim
Versterken van sudderpit/kookplaat: 2200 W
Versterken van grote pit/kookplaat: 3650 W
Panherkenning: Ja
Frame kleur: Roestvrijstaal
Type brander/kookzone 4: Regulier
Vermogen brander/kookzone 4: 1850 W
Voedingsbron brander/kookzone 1: Electrisch
Voedingsbron brander/kookzone 2: Electrisch
Voedingsbron brander/kookzone 3: Electrisch
Voedingsbron brander/kookzone 4: Electrisch
Kookzone 1 boost: 1700 W
Kookzone 2 boost: 3650 W
Kookzone 3 boost: 3000 W
Kookzone 4 boost: 3000 W
Positie brander/kookzone 1: Links achter
Diameter brander/kookzone 1: 160 mm
Positie brander/kookzone 2: Links voor
Diameter brander/kookzone 2: 220 mm
Positie brander/kookzone 3: Rechts achter
Diameter brander/kookzone 3: 190 mm
Positie brander/kookzone 4: Rechts voor
Diameter brander/kookzone 4: 190 mm
Kookzone 1 vorm: Rond
Kookzone 2 vorm: Rond
Stop-and-go-functie: Ja
Kookzone 3 vorm: Rond
Kookzone 4 vorm: Rond
AC-ingangsspanning: 230 V
AC-ingangsfrequentie: 50 - 60 Hz
Kookzone 1 dubbele boost: 2200 W

Handleiding Miele KM 7201 FR – volledige tekst

Inhoud2Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 4Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 15Overzicht. 16Kookplaat. 16KM7200FR. 16KM7201FR. 17KM7210FR. 18KM7262FR. 19Bedieningselementen en display. 20Kookzones. 22Ingebruikneming van het apparaat. 25Kookplaat voor de eerste keer reinigen. 25Kookplaat voor de eerste keer in gebruik nemen. 25Inductie. 26Principe. 26De juiste pannen. 26Geluiden. 28Tips om energie te besparen. 29Tabel vermogensstanden. 30Bediening. 31Principe van de bediening. 31Kookplaat inschakelen. 32Vermogensstand instellen. 32Vermogensstand wijzigen. 32Kookzone/kookplaat uitschakelen. 32Restwarmte-indicatie. 33Vermogensstand instellen (uitgebreid aantal standen). 33Aankookautomaat. 34Booster. 35Warmhouden. 36Timer. 37Kookwekker. 37Kookzone automatisch uitschakelen. 38Timerfuncties tegelijk gebruiken. 39Extra functies. 40Stop&Go. 40.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen4Deze kookplaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften.Onjuist gebruik echter kan persoonlijk letsel of beschadiging vanhet apparaat tot gevolg hebben.Lees de gebruiks- en montagehandleiding daarom aandachtigdoor, voordat u het apparaat in gebruik neemt. In de handleidingvindt u belangrijke instructies met betrekking tot de inbouw, deveiligheid, het gebruik en het onderhoud.Miele kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die isontstaan doordat de veiligheidsinstructies en waarschuwingen nietin acht zijn genomen.Bewaar de gebruiks- en montagehandleiding en geef deze dooraan een eventuele volgende eigenaar.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen5Verantwoord gebruik Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor particulier huishoudelijkgebruik (of daarmee vergelijkbaar). Deze kookplaat mag niet buiten worden gebruikt. Gebruik deze kookplaat uitsluitend in huishoudelijke situaties voorhet bereiden en warmhouden van gerechten. Gebruik voor anderedoeleinden is niet toegestaan. Dit apparaat mag alleen worden gebruikt door personen die instaat zijn het apparaat veilig te bedienen. Deze personen moetenvolledig op de hoogte zijn van de inhoud van de gebruiksaanwijzing.Men moet zich bewust zijn van de gevaren van een foutieve bedie-ning.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6Wanneer er kinderen in huis zijn Houd kinderen onder 8 jaar op een afstand, tenzij u voortdurendtoezicht houdt. Kinderen vanaf 8 jaar mogen het apparaat alleen zonder toezichtgebruiken als ze precies weten hoe ze het apparaat veilig moetenbedienen. De kinderen moeten zich bewust zijn van de gevaren vaneen foutieve bediening. Kinderen mogen de kookplaat niet zonder toezicht reinigen. Houd kinderen in de gaten wanneer deze zich in de buurt van dekookplaat bevinden. Laat ze nooit met de kookplaat spelen. De kookplaat wordt tijdens het gebruik heet en blijft dat ook nogenige tijd nadat deze is uitgeschakeld. Houd kinderen op een af-stand, totdat de kookplaat voldoende is afgekoeld en er geen ver-brandingsgevaar meer bestaat. Pas op voor verbranding.

Bewaar voorwerpen, die voor kindereninteressant kunnen zijn, niet op plaatsen boven of achter het appa-raat. Zo krijgen de kinderen niet de neiging om op het apparaat teklimmen. Verbrandingsgevaar! Draai de grepen van de pannen zo dat zezich boven het werkblad bevinden, zodat kinderen de pannen nietvan het apparaat kunnen trekken. Verstikkingsgevaar! Kinderen kunnen zich tijdens het spelen inverpakkingsmateriaal wikkelen (bijvoorbeeld in folie) of het materiaalover hun hoofd trekken en stikken. Houd verpakkingsmaterialen bijkinderen vandaan. Maak gebruik van de vergrendeling, zodat kinderen de kookplaatniet onbedoeld kunnen inschakelen of instellingen kunnen wijzigen.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7Technische veiligheid Door ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- of repara-tiewerkzaamheden kan de gebruiker aanzienlijke risico's lopen. In-stallatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen alleendoor een door Miele geautoriseerde vakkracht worden uitgevoerd. Een beschadigd apparaat kan uw veiligheid in gevaar brengen.Controleer het apparaat op zichtbare schade. Neem nooit een be-schadigd apparaat in gebruik. De kookplaat kan alleen betrouwbaar en veilig functioneren alsdeze op het openbare elektriciteitsnet is aangesloten. Het apparaat mag niet op wisselrichters worden aangesloten diebij autonome stroomvoorzieningen worden toegepast (zoals bij zon-ne-energie). Als het apparaat wordt ingeschakeld, kan het bij span-ningspieken om veiligheidsredenen worden uitgeschakeld.

De elek-tronica kan beschadigd raken. De elektrische veiligheid van de kookplaat is uitsluitend gegaran-deerd als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem dat vol-gens de geldende voorschriften is geïnstalleerd. Aan deze funda-mentele veiligheidsvoorwaarde moet worden voldaan. Laat de elek-trische installatie bij twijfel door een vakman inspecteren. De aansluitgegevens (frequentie en spanning) op het typeplaatjemoeten beslist overeenkomen met de waarden van het elektriciteits-net om beschadiging van de kookplaat te voorkomen. Vergelijk deze gegevens voor de aansluiting. Raadpleeg bij twijfeleen elektricien. Stekkerdozen of verlengsnoeren bieden niet voldoende veiligheid(brandgevaar). Gebruik deze niet voor het aansluiten van de kook-plaat op het elektriciteitsnet. Gebruik de kookplaat alleen als deze is ingebouwd, zodat de vei-ligheid gewaarborgd is.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8 Deze kookplaat mag niet op een niet-stationaire locatie (zoals eenboot) worden gebruikt. Wanneer onderdelen worden aangeraakt die onder spanningstaan of wanneer elektrische of mechanische onderdelen wordenveranderd, is dit gevaarlijk voor de gebruiker. Het kan er tevens toeleiden dat het apparaat niet meer goed functioneert.Open nooit de ommanteling van het apparaat. Het recht op garantie vervalt wanneer de kookplaat door eentechnicus wordt gerepareerd die niet door Miele is geautoriseerd. Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelenworden vervangen.

Alleen van Miele-onderdelen kunnen wij garan-deren dat zij volledig aan de veiligheidseisen voldoen. De kookplaat mag niet worden gebruikt met een externe schakel-klok of een systeem dat op afstand werkt. De kookplaat moet door een elektricien op het elektriciteitsnetworden aangesloten (zie hoofdstuk “Elektrische aansluiting”). Als de aansluitkabel beschadigd is, moet deze door een elektri-cien worden vervangen door een speciale aansluitkabel (zie ook“Elektrische aansluiting”). Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden moet dekookplaat volledig van het elektriciteitsnet losgekoppeld zijn. Gadaarvoor als volgt te werk:– schakel de zekeringen in uw zekeringkast uit of– draai de zekeringen in uw zekeringkast er helemaal uit of– trek de stekker (indien aanwezig) uit de contactdoos. Trek daarbijaan de stekker en niet aan de aansluitkabel. Gevaar voor elektrische schok.

Neem het apparaat niet in gebruikbij een defect of bij breuken, scheuren en barsten in de keramischeplaat of schakel het apparaat meteen uit. Haal de elektrische span-ning van de kookplaat. Neem contact op met Miele.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9 Als het apparaat achter een meubeldeur is ingebouwd, mag dedeur niet worden gesloten als u het apparaat gebruikt. Achter eengesloten deur worden warmte en vocht opgehoopt. Hierdoor kunnenhet apparaat, de kast en de vloer beschadigd raken. Sluit de meu-beldeur pas als de restwarmte-indicatie verdwenen is.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10Veilig gebruik De kookplaat wordt heet als deze in gebruik is en blijft dat ooknog enige tijd na het uitschakelen. Zodra het lampje voor de rest-warmte (afhankelijk van het model) is uitgegaan, is het verbrandings-gevaar geweken. Olie en vet kunnen bij oververhitting vlam vatten. Houd het appa-raat goed in de gaten als u met olie en/of vetten werkt. Blus eenbrand met olie of vet nooit met water. Schakel het apparaat uit en doof de vlammen voorzichtig met eendeksel of een blusdeken. Houd toezicht op het apparaat als het in gebruik is. Houd continutoezicht op korte kook- en braadprocessen. Flambeer nooit onder een afzuigkap. Door de vlammen kan de af-zuigkap in brand vliegen. Spuitbussen, licht ontvlambare vloeistoffen en brandbare materia-len kunnen bij verhitting vlam vatten.

Bewaar dergelijke productendaarom niet in een schuiflade onder het apparaat. Een eventuele be-stekbak moet van hittebestendig materiaal zijn. Verwarm kookgerei nooit zonder inhoud. In afgesloten blikken en dergelijke ontstaat tijdens het inmaken ofverwarmen overdruk. Hierdoor kunnen deze voorwerpen openbar-sten. Gebruik het apparaat niet om voedingsmiddelen in afgeslotenblikken en dergelijke in te maken of te verwarmen. Als de kookplaat wordt afgedekt, bestaat het risico dat het materi-aal van de afdekking in brand vliegt, barst of smelt als u de kook-plaat per ongeluk inschakelt of als deze nog heet is. Dek de kook-plaat nooit af met bijvoorbeeld afdekplaten, een doek of bescherm-folie.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11 Als de kookplaat ingeschakeld is, als u deze per ongeluk inscha-kelt of als deze nog warm is van het koken, bestaat het risico datmetalen voorwerpen die op de kookplaat liggen heet worden. Andermateriaal kan smelten of vlam vatten. Vochtige pannendeksels kun-nen zich vastzuigen. Gebruik de kookplaat niet als legplank. Schakelde kookzones na gebruik uit! U kunt zich aan de hete kookplaat branden. Gebruik daarom altijdovenhandschoenen of pannenlappen als u met het hete apparaatwerkt. Gebruik alleen droge handschoenen of pannenlappen. Nat ofvochtig textiel geleidt de warmte beter en kan door stoom verbran-dingen veroorzaken. Als u een elektrisch apparaat (bijvoorbeeld een mixer) in de buurtvan de kookplaat gebruikt, mag de aansluitkabel niet in contact ko-men met de hete kookplaat.

De isolatie van de kabel zou beschadigdkunnen raken. Zout, suiker of zandkorrels (bijvoorbeeld van groente) kunnenkrassen veroorzaken als ze onder de pan komen. Zorg dat de kera-mische glasplaat en de panbodem schoon zijn, voordat u het kook-gerei op de kookplaat plaatst. Laat geen voorwerpen op de keramische plaat vallen. Zelfs eenlicht voorwerp zoals een zoutvaatje kan scheuren of barsten veroor-zaken. Hete voorwerpen op de sensortoetsen en de displays kunnen deelektronica eronder beschadigen. Zet nooit hete pannen op de sen-sortoetsen en de displays. Als er suiker, suikerhoudende gerechten, kunststof of aluminium-folie op de hete kookplaat vallen en smelten, raakt de keramischeplaat tijdens het afkoelen beschadigd. Schakel in dat geval het ap-paraat meteen uit en verwijder deze stoffen direct grondig met eenglasschraper. Trek daarbij ovenwanten aan.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12 Door drooggekookte pannen kan de keramische plaat beschadigdraken. Houd daarom altijd toezicht op de kookplaat! Gebruik alleen pannen met een gladde bodem. Een ruwe bodemkan krassen op de keramische plaat veroorzaken. Til pannen op als u ze wilt verplaatsen. U voorkomt zo vlekkendoor wrijving en krassen. Door de snelle reactietijd van inductie kan de temperatuur in debodem van de pan in zeer korte tijd zo hoog oplopen dat olie en vetvanzelf ontbranden. Houd daarom altijd toezicht op het apparaat alshet in gebruik is. Verhit vetten en olie hooguit gedurende 1minuut en gebruik daar-voor nooit de booster. Alleen voor personen met een pacemaker: in de directe omgevingvan de ingeschakelde kookplaat ontstaat een elektromagnetischveld. Het is niet waarschijnlijk dat dit veld de werking van de pace-maker nadelig beïnvloedt.

Neem bij twijfel contact op met de fabri-kant van de pacemaker of met uw arts. Het elektromagnetische veld van de ingeschakelde kookplaat kande werking van magnetiseerbare voorwerpen beïnvloeden. Houdcreditcards, opslagmedia, rekenmachines etc. uit de buurt van hetingeschakelde apparaat. Metalen voorwerpen die in een lade onder de kookplaat wordenbewaard, kunnen heet worden als u de kookplaat lang en intensiefgebruikt. Bewaar daarom geen metalen voorwerpen in een lade diezich meteen onder de kookplaat bevindt.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen13 De kookplaat heeft een koelventilator. Als zich onder de inge-bouwde kookplaat een lade bevindt, moet de afstand tussen de in-houd van de lade en de onderkant van de kookplaat voldoende zijn,zodat de ventilatie van de kookplaat is gewaarborgd. Bewaar geenspitse en kleine voorwerpen of papier in de lade. Deze voorwerpenkunnen via de ventilatieopeningen in de behuizing terechtkomen ofaangezogen worden en zo de ventilator beschadigen of de koelingbeïnvloeden. Plaats nooit twee pannen tegelijk op een kook- of braadzone. Als een pan slechts gedeeltelijk op de kook- of braadzone staat,kunnen de handgrepen heet worden.Plaats een pan altijd in het midden van de kook- of braadzone.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen14Reiniging en onderhoud De stoom van een stoomreiniger kan terechtkomen op onderdelendie onder spanning staan en een kortsluiting veroorzaken.Gebruik voor het reinigen van de kookplaat nooit een stoomreiniger. Schakel de kookplaat niet in als deze boven een pyrolyse-oven of-fornuis is ingebouwd en de pyrolysefunctie actief is, omdat de over-verhittingsbeveiliging van de kookplaat zou kunnen reageren (zie hetbetreffende hoofdstuk).

Een bijdrage aan de bescherming van het milieu15Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpak-kingsmateriaal is uitgekozen met hetoog op een zo gering mogelijke belas-ting van het milieu en de mogelijkhedenvoor recycling.Door hergebruik van verpakkingsmateri-aal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van een apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten meestal waardevollematerialen. Ze bevatten ook stoffen,mengsels en onderdelen die nodig zijngeweest om de apparaten goed en vei-lig te laten functioneren. Wanneer u uwoude apparaat bij het gewone huisafvaldoet of er niet goed mee omgaat, kun-nen deze stoffen schadelijk zijn voor degezondheid en het milieu.

Doe uw oudeapparaat daarom nooit bij het gewoneafval.Lever het apparaat in bij een gemeente-lijk inzameldepot voor elektrische enelektronische apparatuur, bij uw vak-handelaar of bij Miele. U bent wettelijkzelf verantwoordelijk voor het wissenvan eventuele persoonlijke gegevens ophet af te danken apparaat. Bewaar hetafgedankte apparaat buiten het bereikvan kinderen.

Overzicht22KookzonesKM7200FRKookzone in cm* Vermogen in Watt bij 230V**Ø14–28 NormaalTwinBooster, stand1TwinBooster, stand22.6003.3005.50014–19 NormaalTwinBooster, stand1TwinBooster, stand21.8502.5003.00010–16 NormaalTwinBooster, stand1TwinBooster, stand21.4001.7002.200Totaal 7.300* Binnen het aangegeven bereik kunt u pannen met een willekeurige bodemdiameter gebrui-ken.** Het aangegeven vermogen kan variëren afhankelijk van de grootte en het materiaal vande gebruikte pannen.

Overzicht23KM7201FRKookzone in cm* Vermogen in Watt bij 230V**Ø16–22 NormaalTwinBooster, stand1TwinBooster, stand22.3003.0003.65010–16 NormaalTwinBooster, stand1TwinBooster, stand21.4001.7002.20014–19 NormaalTwinBooster, stand1TwinBooster, stand21.8502.5003.00014–19 NormaalTwinBooster, stand1TwinBooster, stand21.8502.5003.000Totaal 7.300* Binnen het aangegeven bereik kunt u pannen met een willekeurige bodemdiameter gebrui-ken.** Het aangegeven vermogen kan variëren afhankelijk van de grootte en het materiaal vande gebruikte pannen.

Ingebruikneming van het apparaat25Plak het typeplaatje dat bij de docu-mentatie gevoegd is op de daarvoorbestemde plaats in het hoofdstuk“Service”.Verwijder eventueel aanwezige be-schermfolies en stickers.Kookplaat voor de eerste keerreinigenWis uw kookplaat voor het eerste ge-bruik af met een vochtige doek endroog de plaat weer af.Kookplaat voor de eerste keerin gebruik nemenDe onderdelen van metaal worden meteen onderhoudsmiddel beschermd. Alshet apparaat voor het eerst in gebruikwordt genomen, ontstaan daardoorgeuren en eventueel ook damp. Ookdoor de verwarming van de inductie-spoelen wordt tijdens de eerste ge-bruiksuren een geur afgegeven.

Bij ie-der verder gebruik wordt de geur min-der en deze verdwijnt uiteindelijk volle-dig.De geur en de eventueel optredendedamp wijzen niet op een verkeerde aan-sluiting of een defect en zijn ook nietschadelijk voor de gezondheid.Denk eraan dat de opwarmtijd bij in-ductiekookplaten veel korter is dan bijgewone kookplaten.

Inductie26PrincipeOnder een inductiekookzone bevindtzich een inductiespoel. Deze spoel ge-nereert een magnetisch veld, dat directinvloed heeft op de bodem van de pan-nen en deze verhit. De kookzone zelfwordt alleen indirect verwarmd door destralingswarmte, die de bodem van depan afgeeft.Het inductieprincipe werkt alleen bijpannen met een magnetiseerbare bo-dem (zie hoofdstuk: “Inductie”, para-graaf: “De juiste pannen”).

Het systeemhoudt automatisch rekening met degrootte van de gebruikte pan.Gevaar voor verbranding doorhete voorwerpen.Als het apparaat ingeschakeld is, alsu het apparaat per ongeluk inscha-kelt of als het nog warm is van hetkoken, bestaat het risico dat metalenvoorwerpen die erop liggen heetworden.Gebruik de kookplaat nooit als werk-blad.Schakel het apparaat na gebruik uitmet sensortoets .De juiste pannenGeschikt zijn pannen van– roestvrij staal met een magnetiseer-bare bodem– geëmailleerd staal– gietijzerDe kwaliteit van de panbodem kan hetbereidingsresultaat beïnvloeden (bij-voorbeeld een gelijkmatige bruineringvan pannenkoeken). De panbodemmoet de hitte gelijkmatig verdelen.

Heelgeschikt is een sandwichbodem vanroestvrij staal.Niet geschikt zijn pannen van– roestvrij staal met een niet magneti-seerbare bodem– aluminium of koper– glas, keramiek of aardewerkPannen controlerenAls u niet zeker weet of een pan ge-schikt is voor inductie, houdt u eenmagneet tegen de bodem van de pan.Als de magneet hecht, is de pan in prin-cipe geschikt.

Inductie27Indicatie van een ontbrekende/onge-schikte panIn het kookzonedisplay knipperen af-wisselend het symbool en de inge-stelde vermogensstand, wanneer– u een kookzone zonder pan of meteen ongeschikte pan (pan met niet-magnetiseerbare bodem) inschakelt,– de bodemdiameter van de pan teklein is– u de pan van een ingeschakeldekookzone haaltAls u binnen 3 minuten een geschiktepan op de kookzone zet, verdwijnt enkunt u gewoon doorgaan.Als u geen of een ongeschikte panplaatst, wordt de kookzone na 3 minu-ten automatisch uitgeschakeld.Tips– Kies voor een optimaal gebruik vande kookzone een pan met een pas-sende bodemdiameter (zie hoofd-stuk: “Overzicht”, paragraaf: “Kook-zones”). Als de pan te klein is, wordtdeze niet herkend.– Gebruik alleen pannen met een glad-de bodem. Een ruwe bodem kankrassen op de keramische plaat ver-oorzaken.– Til pannen op als u ze wilt verplaat-sen.

Inductie28GeluidenBij gebruik van een inductiekookplaatkunnen in de pannen allerlei geluidenontstaan. De geluiden zijn afhankelijkvan het materiaal en de constructie vande bodem van de pannen.Bij een hoge vermogensstand kunt ugebrom horen. Dit geluid neemt af ofverdwijnt als u een lagere vermogens-stand instelt.Bij pannen met een bodem die uit ver-schillende materialen bestaat (bijvoor-beeld een sandwichbodem) kan eenknetterend geluid optreden.Er kan een fluitend geluid ontstaan alsde met elkaar verbonden kookzones(zie hoofdstuk: “Bediening”, paragraaf:“Booster”) tegelijk zijn ingeschakeld enop de kookzones pannen staan met eenbodem die uit verschillende materialenbestaat (bijvoorbeeld een sandwichbo-dem).Vooral bij lage vermogensstanden kun-nen bij elektronische schakelingen klik-geluiden optreden.Als de koelventilator inschakelt, kan ereen zoemend geluid ontstaan.

Tips om energie te besparen29– Bereid gerechten zoveel mogelijk al-leen in gesloten potten of pannen.Dat voorkomt dat onnodig warmteontwijkt.– Gebruik voor een kleine hoeveelheideen kleine pan. Voor een kleine pan isminder energie nodig dan voor eengrote, niet geheel gevulde pan.– Gebruik zo weinig mogelijk water.– Schakel na het aankoken of aanbra-den op tijd terug naar een lagere ver-mogensstand.– Gebruik een snelkookpan om de be-reidingstijd te verkorten.

Tabel vermogensstanden30De kookplaat heeft standaard 9vermogensstanden. Indien u een fijnere indelingwenst, kunt u deze uitbreiden tot 17vermogensstanden (zie hoofdstuk: “Program-mering”).Vermogensstandinstelling affabriek(9standen)uitgebreid(17standen)Boter smeltenChocolade smeltenGelatine oplossen1–2 1–2.Kleine hoeveelheden vloeistof verwarmenGerechten warm houden die gemakkelijk aanbakkenRijst wellen, rijstepap of havermoutpap kokenEen blok diepgevroren groenten ontdooien2–4 2–3.Vloeibare of halfvaste gerechten verwarmenFruit blancherenAardappelen verder koken (pan met deksel)4–6 3.–5.Omeletten of spiegeleieren zonder korst bereidenGehaktballen voorzichtig bradenGroente en vis blancherenDeegwaren en peulvruchten wellenDiepvriesvoedsel ontdooien en verwarmenGebonden saus of roomsaus maken, bijv.

wittewijnsaus ofsauce hollandaise5–7 4.–7.Vis, schnitzel, braadworst, eieren, pannenkoeken voorzich-tig bakken (zonder oververhitting van het vet)6–8 6–7.Poffertjes, pannenkoeken, etc. bakken 7–8 7–8.Grote hoeveelheden water kokenAan de kook brengenGrote hoeveelheden vlees aanbraden9 8.–9De aangegeven standen zijn slechts algemene richtlijnen. Het vermogen van de inductie-spoel varieert afhankelijk van de grootte en het materiaal van de panbodem. Het is dan ookmogelijk dat bij uw pannen de vermogensstanden een geringe afwijking vertonen. In depraktijk zult u al gauw weten welke instellingen voor uw pannen de beste zijn. Stel voornieuwe pannen waarvan u de gebruikseigenschappen niet kent de vermogensstand éénstand lager in dan aangegeven.

Bediening31Principe van de bedieningDe kookplaat is voorzien van elektroni-sche sensortoetsen. Deze reageren opvingercontact. De sensortoets Aan/Uit moet bij het inschakelen om vei-ligheidsredenen iets langer worden aan-geraakt dan de overige toetsen.Elke reactie van de toetsen wordt be-vestigd met een akoestisch signaal.Als de kookplaat uitgeschakeld is, zijnalleen de symbolen op de sensor-toetsen en de cijferreeks voor het instel-len van de vermogensstanden zicht-baar. Als u de kookplaat inschakelt,lichten ook andere sensortoetsen op.De kookzones moeten “actief” zijn, alsu een vermogensstand wilt instellen ofwijzigen. U kunt een kookzone activerendoor de desbetreffende indicatie aan teraken. Als u de indicatie van de kookzo-ne aangeraakt heeft, begint deze teknipperen.

Zolang de indicatie knippert,is de kookzone “actief” en kunt u eenvermogensstand of tijd instellen.Uitzondering: als slechts één kookzonein gebruik is, kunt u de vermogensstandzonder activering wijzigen.Storing door vuile en/of bedektesensortoetsen.De sensortoetsen reageren niet of erworden ongewenste schakelingenuitgevoerd, eventueel wordt het ap-paraat automatisch uitgeschakeld(zie hoofdstuk: “Beveiligingen”, para-graaf: “Veiligheidsuitschakeling”).Hete pannen op de sensortoetsen/displays kunnen de daaronder lig-gende elektronica beschadigen.Houd de sensortoetsen en displaysschoon.Leg geen voorwerpen op de sensor-toetsen en displays.Zet geen hete pannen op de sensor-toetsen en displays.aPlaats van de sensortoetsen en indi-catoren

Bediening32Brandgevaar door oververhittingvan gerechten.Als u gerechten niet in de gatenhoudt, kunnen deze oververhit rakenen in brand vliegen.Houd toezicht op het apparaat alshet in gebruik is.Denk eraan dat de opwarmtijd bij in-ductiekookplaten veel korter is danbij gewone kookplaten.Kookplaat inschakelenTip de sensortoets aan.Er lichten meer sensortoetsen op.Als u daarna geen instellingen uitvoert,wordt de kookplaat om veiligheidsre-denen na enkele seconden weer uit-geschakeld.Vermogensstand instellenStandaard is de permanente panher-kenning geactiveerd (zie hoofdstuk:“Programmering”).

Als de kookplaatingeschakeld is en u plaatst een panop een kookzone, begint de indicatievan de kookzone te knipperen.Plaats een pan op de gewenste kook-zone.De indicatie begint te knipperen.Raak op het bedieningspaneel desensortoets van de gewenste vermo-gensstand aan.In de indicatie van de kookzone knip-pert de ingestelde vermogensstand en-keleseconden en gaat dan constantbranden.Vermogensstand wijzigenRaak de indicatie van de desbetref-fende kookzone aan.De indicatie begint te knipperen.Raak op het bedieningspaneel desensortoets van de gewenste vermo-gensstand aan.Kookzone/kookplaat uitscha-kelenU kunt een kookzone uitschakelendoor de desbetreffende indicatie aante raken.De indicatie begint te knipperen.Raak sensortoets 0 van de cijferreeksaan.Om de kookplaat en daarmee allekookzones uit te schakelen, raakt ude sensortoets aan.

Bediening33Restwarmte-indicatieAls een kookzone warm is, brandt nahet uitschakelen de restwarmte-indica-tie.De streepjes van de restwarmte-indica-tie verdwijnen één voor één als dekookzone afkoelt. Het laatste streepjeverdwijnt als de kookzone zover is afge-koeld dat u deze zonder gevaar kuntaanraken.Gevaar voor verbranding doorhete kookzones.Na het koken zijn de kookzones nogheet.Raak de kookzones niet aan als derestwarmte-indicatie nog brandt.Vermogensstand instellen (uit-gebreid aantal standen)Raak het gedeelte tussen de sensor-toetsen aan.De gekozen vermogensstand knippertgedurende enkele seconden en brandtdaarna constant. Bij de tussenstandenverschijnt een punt achter het getal.

Bediening35BoosterDe kookzones hebben een booster ofeen TwinBooster (zie hoofdstuk “Over-zicht”, paragraaf “Kookplaat”).Met de booster kan een hoger vermo-gen worden geleverd om snel grotehoeveelheden te kunnen verwarmen(bijvoorbeeld grote hoeveelheden watervoor het koken van pasta). Dit hogerevermogen is maximaal 15minuten ac-tief.U kunt de booster voor maximaal2kookzones tegelijk gebruiken.Aan het einde van de boostertijd wordtde kookzone automatisch naar vermo-gensstand 9gereset.Er zijn telkens 2kookzones met elkaarverbonden om het vermogen voor debooster te kunnen leveren. Gedurendede boostertijd wordt aan de verbondenkookzone een deel van het vermogenonttrokken.

Dit heeft een van de volgen-de uitwerkingen:– De aankookfunctie wordt uitgescha-keld.– De vermogensstand wordt verlaagd.– De verbonden kookzone wordt uitge-schakeld.TwinBooster activerenStand1Raak de sensortoets van de betref-fende kookzone aan.Raak de sensortoets9 op de getal-lenreeks 2maal aan.In de kookzone-indicatie verschijnt .Stand2Raak de sensortoets van de betref-fende kookzone aan.Raak de sensortoets9 op de getal-lenreeks 3maal aan.In de kookzone-indicatie verschijnt .TwinBooster deactiverenRaak de sensortoets van de betref-fende kookzone aan.Stel een andere vermogensstand in.

Bediening36WarmhoudenDe warmhoudstand is niet bedoeldvoor het opwarmen van reeds afge-koelde gerechten. De warmhoudstandis voor het warmhouden van ge-rechten meteen na de bereiding.De maximale warmhoudtijd bedraagt2uur.– Houd gerechten uitsluitend in de panwarm. Sluit de pan met een deksel af.– Roer vaste of papperige gerechten(aardappelpuree, 1-pans gerechten)af en toe om.– De voedingswaarde van een gerechtneemt gedurende de bereiding af. Tij-dens het warmhouden neemt de voe-dingswaarde verder af. Houd dewarmhoudtijd zo kort mogelijk.Warmhoudstand instellenRaak de sensortoets van de betref-fende kookzone aan.Raak de getallenreeks tussen de sen-sortoetsen0 en 1 aan.In de kookzone-indicatie verschijnt .

Timer37De kookplaat moet ingeschakeld zijnals u de timer wilt gebruiken.U kunt een tijd tot 99minuten instel-len.U kunt de timer voor 2 functies gebrui-ken:– voor het instellen van een kookwek-kertijd– voor het automatisch uitschakelenvan een kookzoneKookwekkerKookwekkertijd instellenVoorbeeld: u wilt 15minuten instellen.Schakel eventueel de kookplaat in.Raak sensortoets aan.In het timerdisplay knippert .U stelt eerst het tiental in en vervolgenshet rechter cijfer.Raak in de cijferreeks de sensortoets(hier 1) van het gewenste tiental aan.Het timerdisplay verspringt, rechts ver-schijnt .Raak nu in de cijferreeks het rechtercijfer (hier 5) aan.Het timerdisplay verspringt, de “springt” naar links en rechts verschijnt.De kookwekkertijd begint af te lopen.Kookwekkertijd wijzigenRaak sensortoets aan.Stel de gewenste tijd in zoals hiervooris beschreven.Kookwekkertijd wissenRaak de sensortoets zo lang aantotdat verschijnt.

De functie kan voor alle kookzo-nes gelijktijdig worden gebruikt.De kookzone wordt automatisch uitge-schakeld als de geprogrammeerde tijdlanger is dan de maximaal toegestanebedrijfsduur (zie hoofdstuk: “Bevei-ligingen”, paragraaf “Veiligheidsuit-schakeling”).Stel voor de gewenste kookzone eenvermogensstand in.Raak sensortoets zo vaak aan tothet controlelampje voor deze kookzo-ne knippert.Zijn meerdere kookzones ingescha-keld, dan knipperen de betreffendecontrolelampjes met de wijzers van deklok mee, beginnend bij links voor.Stel de gewenste tijd in.Als u een uitschakeltijd voor nog eenkookzone wilt instellen, gaat u net zote werk als in het voorgaande is be-schreven.Als meerdere uitschakeltijden gepro-grammeerd zijn, wordt de kortste rest-tijd weergegeven en knippert het des-betreffende controlelampje.

De anderecontrolelampjes branden statisch.Wanneer u de op de achtergrond af-lopende resttijden wilt weergeven,raak dan de sensortoets zo vaakaan tot het gewenste controlelampjeknippert.Uitschakeltijd wijzigenRaak de sensortoets zo vaak aantot het controlelampje voor de ge-wenste kookzone knippert.Stel de gewenste tijd in.Uitschakeltijd wissenRaak de sensortoets zo vaak aantot het controlelampje voor de ge-wenste kookzone knippert. Raak de van de cijferreeks aan.

Timer39Timerfuncties tegelijk gebrui-kenU kunt de functies kookwekker en au-tomatisch uitschakelen tegelijk gebrui-ken.U heeft een of meer uitschakeltijden ge-programmeerd en wilt ook een kook-wekkertijd instellen:Raak de sensortoets zo vaak aantot de controlelampjes van de gepro-grammeerde kookzones continubranden en in het timerdisplayknippert.Stel de tijd in zoals hiervoor beschre-ven.U heeft een kookwekkertijd ingesteld enwilt bovendien één of meerdere uitscha-keltijden programmeren:Raak de sensortoets zo vaak aantot het controlelampje voor de ge-wenste kookzone knippert.Stel de tijd in zoals hiervoor beschre-ven.Kort na de laatste invoer schakelt het ti-merdisplay over op de functie met dekortste resttijd.U wilt, dat de op de achtergrond aflo-pende resttijden worden weergegeven:Raak de sensortoets zo vaak aantot– het controlelampje voor de gewenstekookzone knippert (automatisch uit-schakelen).– het timerdisplay knippert (kookwek-ker).Uitgaande van de weergegeven kort-ste resttijd worden met de wijzers vande klok mee alle ingeschakelde kook-zones en de kookwekker geselec-teerd.

Extra functies40Stop&GoBij activering van Stop&Go wordt devermogensstand van alle ingeschakeldekookzones tot 1 verlaagd.De vermogensstanden van de kookzo-nes en de instellingen van de timer kun-nen niet worden gewijzigd.

De kook-plaat kan alleen worden uitgeschakeld.Kookwekkertijden, uitschakeltijden,boostertijden en tijden voor de aan-kookautomaat lopen gewoon door.Als u de functie deactiveert, worden dekookzones op de laatst ingestelde ver-mogensstand weer ingeschakeld.Als de functie niet binnen 1 uur wordtgedeactiveerd, wordt de kookplaat uit-geschakeld.Activeren/deactiverenRaak sensortoets aan.Gebruik de functie wanneer u de bedie-ningselementen snel van vuil wilt reini-gen, of als het gevaar van overkokendreigt.RecallAls de kookplaat tijdens het gebruik perongeluk uitgeschakeld is, kunt u metdeze functie alle instellingen herstellen.Hiervoor moet u de kookplaat binnen10 seconden na het uitschakelen weerinschakelen.Schakel de kookplaat weer in.Raak direct daarna een van de knip-perende kookzone-sensortoetsenaan.

Extra functies41Demo-modusMet deze functie kan de vakhandel hetapparaat presenteren, zonder dat deverwarming wordt ingeschakeld.Demo-modus activeren/deactiverenSchakel de kookplaat in.Raak in de cijferreeks gelijktijdig desensortoetsen 0 en 2 gedurende 6seconden aan.In het timerdisplay knipperen afwisse-lend gedurende enkele seconden en (demo-modus geactiveerd) dan wel (demo-modus gedeactiveerd).Gegevens kookplaat weerge-venU kunt de type-aanduiding en de soft-wareversie van uw kookplaat latenweergeven.

Hierbij mogen geen pannenop de kookzones staan.Type-aanduiding/serienummerSchakel de kookplaat in.Raak in de cijferreeks gelijktijdig desensortoetsen 0 en 4 gedurende 6seconden aan.In het timerdisplay verschijnen na elkaarcijfers, gescheiden door een streepje.Voorbeeld: (type-aanduiding KM 1234) - (serienummer)    SoftwareversieSchakel de kookplaat in.Raak in de cijferreeks gelijktijdig desensortoetsen 0 en 3 gedurende 6seconden aan.In het timerdisplay knipperen afwisse-lend cijfers:Voorbeeld: en knipperen afwisse- lend = softwareversie123.

Beveiligingen42Inschakelblokkering/vergren-delingOm te voorkomen dat iemand de kook-plaat en de kookzones per vergissinginschakelt of instellingen wijzigt, heeftuw kookplaat een inschakelblokkeringen een vergrendeling.De inschakelblokkering wordt bij uit-geschakelde kookplaat geactiveerd. Alsde inschakelblokkering actief is, kan dekookplaat niet worden ingeschakeld enkan de timer niet worden bediend. Eeningestelde kookwekkertijd loopt door.De kookplaat is zo geprogrammeerddat de inschakelblokkering handmatigmoet worden geactiveerd. U kunt de in-stelling zo wijzigen dat de functie 5mi-nuten na het uitschakelen van de kook-plaat automatisch wordt geactiveerd.Zie hoofdstuk: “Programmering”.De wordt bij ingescha-vergrendelingkelde kookplaat geactiveerd.

Als de ver-grendeling actief is, kan de kookplaatslechts beperkt worden bediend:– De kookzones en de kookplaat kun-nen alleen maar worden uitgescha-keld.– Een ingestelde kookwekkertijd kanworden gewijzigd.Wanneer bij geactiveerde inschakel-blokkering of vergrendeling een niettoegestane sensortoets wordt aange-raakt, verschijnt gedurende enkele se-conden in het timerdisplay en klinkter een signaal.Inschakelblokkering activerenRaak gedurende 6seconden sensor-toets aan.De seconden worden in het timerdis-play afgeteld. Na afloop verschijnt inhet timerdisplay. De inschakelblokke-ring is geactiveerd.Inschakelblokkering deactiverenRaak gedurende 6seconden sensor-toets aan.In het timerdisplay verschijnt even ,vervolgens worden de seconden afge-teld. Na afloop is de inschakelblokke-ring gedeactiveerd.

Beveiligingen43Vergrendeling activerenRaak de sensortoetsen en aan en laat tegelijkertijd uw vingers gedu-rende 6seconden erop rusten.Deseconden worden in het timerdis-play afgeteld. Na afloop verschijnt inhet timerdisplay. De vergrendeling isgeactiveerd.Vergrendeling deactiverenRaak de sensortoetsen en aan en laat tegelijkertijd uw vingers gedu-rende 6seconden erop rusten.In het timerdisplay verschijnt even ,vervolgens worden deseconden afge-teld. Na afloop is de vergrendeling ge-deactiveerd.

Beveiligingen44VeiligheidsuitschakelingAls de sensortoetsen bedekt zijnWanneer u langer dan ca. 10secondenuw vinger(s) op één of meer sensor-toetsen laat rusten of als er overge-kookte gerechten of voorwerpen op de-ze toetsen liggen, wordt de kookplaatautomatisch uitgeschakeld. In het ti-merdisplay verschijnt gedurende enkeleseconden . Als het om sensortoets gaat, brandt zo lang, totdat de voor-werpen of het vuil verwijderd zijn.Wanneer u de voorwerpen of het vuilverwijdert, dooft en is de kookplaatweer klaar voor gebruik.De kookzone was te lang ingescha-keldDe veiligheidsuitschakeling wordt auto-matisch geactiveerd als een kookzoneongewoon lang in gebruik is geweest.De tijdspanne hangt van de gekozenvermogensstand af. Als deze tijd isoverschreden, wordt de kookzone uit-geschakeld en wordt de restwarmteweergegeven.

Beveiligingen45OververhittingsbeveiligingAlle inductiespoelen en de koelelemen-ten van de elektronica zijn voorzien vaneen oververhittingsbeveiliging. Voordatde inductiespoelen en/of de koelele-menten oververhit raken, leidt de over-verhittingsbeveiliging tot een van devolgende reacties:Inductiespoelen– Een ingeschakelde booster wordt uit-geschakeld.– De ingestelde vermogensstand wordtverlaagd.– De kookzone wordt automatisch uit-geschakeld.

In het timerdisplay knip-peren en afwisselend. U kunt de kookzone gewoon weer ingebruik nemen als de foutmelding isverdwenen.Koelelement– Een ingeschakelde booster wordt uit-geschakeld.– De ingestelde vermogensstand wordtverlaagd.– De kookzones worden automatischuitgeschakeld.Pas als het koelelement voldoende isafgekoeld, kunt u de betreffende kook-zones weer in gebruik nemen.In de volgende gevallen kan de overver-hittingsbeveiliging in werking treden:– De pan op de kookzone is leeg.– Vet of olie wordt op een hoge vermo-gensstand verhit.– De onderkant van de kookplaat isniet voldoende geventileerd.– Een hete kookzone wordt na eenstroomstoring weer ingeschakeld.Reageert de oververhittingsbeveiligingopnieuw nadat de oorzaak is weggeno-men, neem dan contact op met Miele.

Programmering46U kunt de programmering van de kook-plaat aanpassen aan uw persoonlijkewensen. U kunt meerdere instellingenna elkaar wijzigen.Na het oproepen van de programmeringverschijnen in het timerdisplay (pro-gramma) en (code) en 2 kookzone-in-dicaties.In de linker kookzone-indicatie staat hetprogramma, in de rechter de code.

Van-af programmastap 10 worden de cijfersafwisselend weergegeven: en knip- peren afwisselend.Programmering wijzigenProgrammering oproepenRaak bij uitgeschakelde kookplaattegelijk de sensortoetsen en  aan totdat in het timerdisplay ver-schijnt en 2 kookzone-indicaties gaanbranden.Programma instellenRaak eerst de kookzone-indicatielinks aan en vervolgens het bijbeho-rende cijfer in de cijferreeks.Naast het cijfer begint een punt te knip-peren.Laat uw vinger zolang de punt knip-pert rusten op het (de) cijfer(s) in decijferreeks, behorend bij het program-manummer.Code instellenRaak de kookzone-indicatie rechtsaan en vervolgens het bijbehorendecijfer in de cijferreeks.Naast het cijfer begint een punt te knip-peren.Laat uw vinger zolang de punt knip-pert rusten op het (de) cijfer(s) in decijferreeks, behorend bij de code.Instellingen opslaanRaak zo lang sensortoets aan, tot-dat de controlelampjes gedoofd zijn.

Programmering48Programma1) Code2) Instellingen15 Permanente panherkenning 0 Niet actief1Actief1) Een niet genoemd programma is niet gedefinieerd.2) De standaard ingestelde code is telkens vet gedrukt.3) Wanneer de kookplaat wordt ingeschakeld, verschijnt enkele seconden in het timerdis-play.4)De uitgebreide vermogensstanden worden weergegeven met een punt achter het cijfer.5)De bevestigingstoon van sensortoets Aan/Uit kan niet uitgeschakeld worden.

Reiniging en onderhoud50Gevaar voor verbranding doorhete kookzones.Na het koken zijn de kookzones nogheet.Schakel de kookplaat uit.Laat de kookzones afkoelen, voordatu de kookplaat gaat reinigen.Schade door vocht in de kook-plaat.De stoom van een stoomreiniger kanterechtkomen op onderdelen die on-der spanning staan en een kortslui-ting veroorzaken.Gebruik voor het reinigen van dekookplaat nooit een stoomreiniger.Alle oppervlakken kunnen verkleurenof veranderen wanneer u onge-schikte reinigingsmiddelen gebruikt.De oppervlakken zijn krasgevoelig.Verwijder resten van reinigingsmid-delen onmiddellijk.Gebruik geen schurende reinigings-middelen of middelen die krassenkunnen veroorzaken.Reinig de kookplaat na elk gebruik.Maak het apparaat na elke vochtigereiniging weer droog om kalkresten tevoorkomen.Ongeschikte reinigingsmidde-lenOm beschadigingen aan de oppervlak-ken te voorkomen, mogen de volgendemiddelen niet worden gebruikt:– afwasmiddelen– soda-, alkali-, ammoniak-, zuur- ofchloridehoudende reinigingsmiddelen– kalkoplossende reinigingsmiddelen– vlek- en roestverwijderaars– schurende reinigingsmiddelen, zoalsschuurpoeder, vloeibaar schuurmid-del en reinigingssteen– oplosmiddelhoudende reinigingsmid-delen– reinigingsmiddelen voor afwasauto-maten– grill- en ovensprays– glasreinigers– schurende harde borstels en spons-jes (zoals pannensponsjes) of ge-bruikte sponsjes die nog restenschuurmiddel bevatten– vlekkensponsjes

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele KM 7201 FR stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden