Miele KM 6629 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Miele KM 6629 (88 pagina’s), behorend tot de categorie Inductiekookplaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 97 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Miele KM 6629 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/88
Gebruiks- en montagehandleiding
Keramische inductiekookplaten
Lees beslist de gebruiks- en montagehandleiding voordat u uw appa-
raat plaatst, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u
voorkomt schade aan uw apparaat.
nl-NLM.-Nr. 10 450 531

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Inductiekookplaat
Model: KM 6629

Foutcodes Miele KM 6629

Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.

Code Betekenis Oplossing
1-0 Storing kookzone Onderbreek de stroomvoorziening van de kookplaat gedurende ca. 1 minuut. Als het probleem na het herstellen van de stroomvoorziening nog niet is verholpen, neem dan contact op met Miele.
E:18 Verkeerde aansluiting kookplaat Haal de elektrische spanning van de kookplaat. Neem contact op met Miele. De kookplaat moet volgens het aansluitschema worden aangesloten.

Handleiding Miele KM 6629 – volledige tekst

Inhoud2Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 5Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 16Overzicht. 17Kookplaat. 17KM 6629 / KM 6639 / KM 6839. 17KM 6669 / KM 6679 / KM 6879. 18KM 6699. 19Bedieningselementen/displays. 20Kookzones. 22Ingebruikneming van het apparaat. 25Kookplaat voor de eerste keer reinigen. 25Kookplaat voor de eerste keer in gebruik nemen. 25Inductie. 26Principe. 26Geluiden. 27De juiste pannen. 28Tips om energie te besparen. 29Vermogensstand. 30Bediening. 31Principe van de bediening. 31Kookplaat inschakelen. 32Vermogensstand instellen. 32Uitschakelen. 32Restwarmte-indicator. 32TempControl. 33Vermogensstand instellen (uitgebreid aantal standen). 35PowerFlex-kookvlak. 35Aankookautomaat. 36Booster. 37Warmhouden / opwarmen. 38Timer. 39Kookwekker. 39Kookzone automatisch uitschakelen. 40Extra functies. 41Stop&Go. 41Recall. 41.

Inhoud3Schoonmaakfunctie. 42Gegevens kookplaat weergeven. 42Beveiligingen. 43Inschakelblokkering/vergrendeling. 43Veiligheidsuitschakeling. 45Oververhittingsbeveiliging. 46Programmering. 47Reiniging en onderhoud. 52Nuttige tips. 54Bij te bestellen accessoires. 58Miele@home/Con@ctivity. 59Programmering oproepen. 59Veiligheidsinstructies voor het inbouwen. 60Veiligheidsafstanden. 61Kookplaten met randlijst / facetrand. 65Aanwijzingen voor het inbouwen. 65Inbouwmaten. 66KM 6629. 66KM 6669. 67KM 6699. 68Inbouwen. 69Kookplaten zonder randlijst. 70Aanwijzingen voor het inbouwen. 70Inbouwmaten. 71KM 6639 / KM 6839. 71KM 6679 / KM 6879. 72Inbouwen. 73Elektrische aansluiting. 75Service. 78Contact bij storingen. 78Typeplaatje. 78Garantie. 78Productinformatiebladen. 79.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen5Deze kookplaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften.Onjuist gebruik echter kan persoonlijk letsel of beschadiging vanhet apparaat tot gevolg hebben.Lees de gebruiks- en montagehandleiding daarom aandachtigdoor, voordat u het apparaat in gebruik neemt. In de handleidingvindt u belangrijke instructies met betrekking tot de inbouw, deveiligheid, het gebruik en het onderhoud.Miele kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die isontstaan doordat de veiligheidsinstructies en waarschuwingen nietin acht zijn genomen.Bewaar de gebruiks- en montagehandleiding en geef deze dooraan een eventuele volgende eigenaar.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6Verantwoord gebruik Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor particulier huishoudelijkgebruik (of daarmee vergelijkbaar). Deze kookplaat mag niet buiten worden gebruikt. Gebruik deze kookplaat uitsluitend in huishoudelijke situaties voorhet bereiden en warmhouden van gerechten. Gebruik voor anderedoeleinden is niet toegestaan. Dit apparaat mag alleen worden gebruikt door personen die instaat zijn het apparaat veilig te bedienen. Deze personen moetenvolledig op de hoogte zijn van de inhoud van de gebruiksaanwijzing.Men moet zich bewust zijn van de gevaren van een foutieve bedie-ning.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7Wanneer er kinderen in huis zijn Houd kinderen onder 8 jaar op een afstand, tenzij u voortdurendtoezicht houdt. Kinderen vanaf 8 jaar mogen het apparaat alleen zonder toezichtgebruiken als ze precies weten hoe ze het apparaat veilig moetenbedienen. De kinderen moeten zich bewust zijn van de gevaren vaneen foutieve bediening. Kinderen mogen de kookplaat niet zonder toezicht reinigen. Houd kinderen in de gaten wanneer deze zich in de buurt van dekookplaat bevinden. Laat ze nooit met de kookplaat spelen. De kookplaat wordt tijdens het gebruik heet en blijft dat ook nogenige tijd nadat deze is uitgeschakeld.

Houd kinderen op een af-stand, totdat de kookplaat voldoende is afgekoeld en er geen ver-brandingsgevaar meer bestaat. Verbrandingsgevaar!Bewaar voorwerpen, die voor kinderen interessant kunnen zijn, nietop plaatsen boven of achter het apparaat. Zo krijgen de kinderenniet de neiging om op het apparaat te klimmen. Verbrandingsgevaar!Draai de grepen van de pannen zo dat ze zich boven het werkbladbevinden, zodat kinderen de pannen niet van het apparaat kunnentrekken. Verstikkingsgevaar!Kinderen kunnen zich tijdens het spelen in verpakkingsmateriaal wik-kelen (bijvoorbeeld in folie) of het materiaal over hun hoofd trekkenen stikken. Houd verpakkingsmaterialen bij kinderen vandaan. Maak gebruik van de vergrendeling, zodat kinderen de kookplaatniet onbedoeld kunnen inschakelen of instellingen kunnen wijzigen.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8Technische veiligheid Door ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- of repara-tiewerkzaamheden kan de gebruiker aanzienlijke risico's lopen. In-stallatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen alleendoor een door Miele geautoriseerde vakman/vakvrouw worden uitge-voerd. Een beschadigd apparaat kan uw veiligheid in gevaar brengen.Controleer het apparaat op zichtbare schade. Neem nooit een be-schadigd apparaat in gebruik. De kookplaat kan alleen betrouwbaar en veilig functioneren alsdeze op het openbare elektriciteitsnet is aangesloten. De elektrische veiligheid van de kookplaat is uitsluitend gegaran-deerd als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem dat vol-gens de geldende voorschriften is geïnstalleerd. Aan deze funda-mentele veiligheidsvoorwaarde moet worden voldaan.

Laat de elek-trische installatie bij twijfel door een vakman inspecteren. De aansluitgegevens (frequentie en spanning) op het typeplaatjemoeten beslist overeenkomen met de waarden van het elektriciteits-net om beschadiging van de kookplaat te voorkomen. Vergelijk deze gegevens voor de aansluiting. Raadpleeg bij twijfeleen elektricien. Stekkerdozen of verlengsnoeren bieden niet voldoende veiligheid(brandgevaar). Gebruik deze niet voor het aansluiten van de kook-plaat op het elektriciteitsnet. Gebruik de kookplaat alleen als deze is ingebouwd, zodat de vei-ligheid gewaarborgd is. Deze kookplaat mag niet op een niet-stationaire locatie (zoals eenboot) worden gebruikt.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9 Wanneer onderdelen worden aangeraakt die onder spanningstaan of wanneer elektrische of mechanische onderdelen wordenveranderd, is dit gevaarlijk voor de gebruiker. Het kan er tevens toeleiden dat het apparaat niet meer goed functioneert.Open nooit de ommanteling van het apparaat. Het recht op garantie vervalt wanneer de kookplaat door eentechnicus wordt gerepareerd die niet door Miele is geautoriseerd. Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelenworden vervangen.

Alleen van Miele-onderdelen kunnen wij garan-deren dat zij volledig aan de veiligheidseisen voldoen. De kookplaat mag niet worden gebruikt met een externe schakel-klok of een systeem dat op afstand werkt. De kookplaat moet door een elektricien op het elektriciteitsnetworden aangesloten (zie hoofdstuk “Elektrische aansluiting”). Als de aansluitkabel beschadigd is, moet deze door een elektri-cien worden vervangen door een speciale aansluitkabel (zie ook“Elektrische aansluiting”). Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden moet dekookplaat volledig van het elektriciteitsnet losgekoppeld zijn. Gadaarvoor als volgt te werk:– schakel de zekeringen in uw zekeringkast uit of– draai de zekeringen in uw zekeringkast er helemaal uit of– trek de stekker (indien aanwezig) uit de contactdoos.

Trek daarbijaan de stekker en niet aan de aansluitkabel. Gevaar voor elektrische schok!Neem het apparaat niet in gebruik bij een defect of bij breuken,scheuren en barsten in de keramische plaat of schakel het apparaatmeteen uit. Haal de elektrische spanning van de kookplaat. Neemcontact op met Miele.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10 Als het apparaat achter een meubeldeur is ingebouwd, mag dedeur niet worden gesloten als u het apparaat gebruikt. Achter eengesloten deur worden warmte en vocht opgehoopt. Hierdoor kunnenhet apparaat, de kast en de vloer beschadigd raken. Sluit de meu-beldeur pas als de restwarmte-indicatie verdwenen is.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11Veilig gebruik De kookplaat wordt heet als deze in gebruik is en blijft dat ooknog enige tijd na het uitschakelen. Zodra het lampje voor de rest-warmte (afhankelijk van het model) is uitgegaan, is het verbrandings-gevaar geweken. Olie en vet kunnen bij oververhitting vlam vatten. Houd het appa-raat goed in de gaten als u met olie en/of vetten werkt. Blus eenbrand met olie of vet nooit met water. Schakel het apparaat uit en doof de vlammen voorzichtig met eendeksel of een blusdeken. Houd toezicht op het apparaat als het in gebruik is. Houd continutoezicht op korte kook- en braadprocessen. Flambeer nooit onder een afzuigkap. Door de vlammen kan de af-zuigkap in brand vliegen. Spuitbussen, licht ontvlambare vloeistoffen en brandbare materia-len kunnen bij verhitting vlam vatten.

Bewaar dergelijke productendaarom niet in een schuiflade onder het apparaat. Een eventuele be-stekbak moet van hittebestendig materiaal zijn. Verwarm kookgerei nooit zonder inhoud. In afgesloten blikken en dergelijke ontstaat tijdens het inmaken ofverwarmen overdruk. Hierdoor kunnen deze voorwerpen openbar-sten. Gebruik het apparaat niet om voedingsmiddelen in afgeslotenblikken en dergelijke in te maken of te verwarmen. Als de kookplaat wordt afgedekt, bestaat het risico dat het materi-aal van de afdekking in brand vliegt, barst of smelt als u de kook-plaat per ongeluk inschakelt of als deze nog heet is. Dek de kook-plaat nooit af met bijvoorbeeld afdekplaten, een doek of bescherm-folie.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12 Als de kookplaat ingeschakeld is, als u deze per ongeluk inscha-kelt of als deze nog warm is van het koken, bestaat het risico datmetalen voorwerpen die op de kookplaat liggen heet worden. Andermateriaal kan smelten of vlam vatten. Vochtige pannendeksels kun-nen zich vastzuigen. Gebruik de kookplaat niet als legplank. Schakelde kookzones na gebruik uit! U kunt zich aan de hete kookplaat branden. Gebruik daarom altijdovenhandschoenen of pannenlappen als u met het hete apparaatwerkt. Gebruik alleen droge handschoenen of pannenlappen. Nat ofvochtig textiel geleidt de warmte beter en kan door stoom verbran-dingen veroorzaken. Als u een elektrisch apparaat (bijvoorbeeld een mixer) in de buurtvan de kookplaat gebruikt, mag de aansluitkabel niet in contact ko-men met de hete kookplaat.

De isolatie van de kabel zou beschadigdkunnen raken. Zout, suiker of zandkorrels (bijvoorbeeld van groente) kunnenkrassen veroorzaken als ze onder de pan komen. Zorg dat de kera-mische glasplaat en de panbodem schoon zijn, voordat u het kook-gerei op de kookplaat plaatst. Laat geen voorwerpen op de keramische plaat vallen. Zelfs eenlicht voorwerp zoals een zoutvaatje kan scheuren of barsten veroor-zaken. Hete voorwerpen op de sensortoetsen en de displays kunnen deelektronica eronder beschadigen. Zet nooit hete pannen op de sen-sortoetsen en de displays. Als er suiker, suikerhoudende gerechten, kunststof of aluminium-folie op de hete kookplaat vallen en smelten, raakt de keramischeplaat tijdens het afkoelen beschadigd. Schakel in dat geval het ap-paraat meteen uit en verwijder deze stoffen direct grondig met eenglasschraper. Trek daarbij ovenwanten aan.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen13 Door drooggekookte pannen kan de keramische plaat beschadigdraken. Houd daarom altijd toezicht op de kookplaat! Gebruik alleen pannen met een gladde bodem. Een ruwe bodemkan krassen op de keramische plaat veroorzaken. Til pannen op als u ze wilt verplaatsen. U voorkomt zo vlekkendoor wrijving en krassen. Door de snelle reactietijd van inductie kan de temperatuur in debodem van de pan in zeer korte tijd zo hoog oplopen dat olie en vetvanzelf ontbranden. Houd daarom altijd toezicht op het apparaat alshet in gebruik is. Verhit vetten en olie hooguit gedurende 1minuut en gebruik daar-voor nooit de booster. Alleen voor personen met een pacemaker: In de directe omgevingvan de ingeschakelde kookplaat ontstaat een elektromagnetischveld. Het is niet waarschijnlijk dat dit veld de werking van de pace-maker nadelig beïnvloedt.

Neem bij twijfel contact op met de fabri-kant van de pacemaker of met uw arts. Het elektromagnetische veld van de ingeschakelde kookplaat kande werking van magnetiseerbare voorwerpen beïnvloeden. Houdcreditcards, opslagmedia, rekenmachines etc. uit de buurt van hetingeschakelde apparaat. Metalen voorwerpen die in een lade onder de kookplaat wordenbewaard, kunnen heet worden als u de kookplaat lang en intensiefgebruikt. Bewaar daarom geen metalen voorwerpen in een lade diezich meteen onder de kookplaat bevindt.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen14 De kookplaat heeft een koelventilator. Als zich onder de inge-bouwde kookplaat een lade bevindt, moet de afstand tussen de in-houd van de lade en de onderkant van de kookplaat voldoende zijn,zodat de ventilatie van de kookplaat is gewaarborgd. Bewaar geenspitse en kleine voorwerpen of papier in de lade. Deze voorwerpenkunnen via de ventilatieopeningen in de behuizing terechtkomen ofaangezogen worden en zo de ventilator beschadigen of de koelingbeïnvloeden. Plaats nooit 2pannen tegelijk op een kook-/braadzone of Po-werFlex-kookvlak. Als een pan slechts gedeeltelijk op de kook- of braadzone staat,kunnen de handgrepen heet worden.Plaats een pan altijd in het midden van de kook- of braadzone.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen15Reiniging en onderhoud De stoom van een stoomreiniger kan terechtkomen op onderdelendie onder spanning staan en een kortsluiting veroorzaken.Gebruik voor het reinigen van de kookplaat nooit een stoomreiniger. Schakel de kookplaat niet in als deze boven een pyrolyse-oven of-fornuis is ingebouwd en de pyrolysefunctie actief is, omdat de over-verhittingsbeveiliging van de kookplaat zou kunnen reageren (zie hetbetreffende hoofdstuk).

Een bijdrage aan de bescherming van het milieu16Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpak-kingsmateriaal is uitgekozen met hetoog op een zo gering mogelijke belas-ting van het milieu en de mogelijkhedenvoor recycling.Door hergebruik van verpakkingsmateri-aal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van een apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten meestal waardevollematerialen. Ze bevatten ook stoffen,mengsels en onderdelen die nodig zijngeweest om de apparaten goed en vei-lig te laten functioneren. Wanneer u uwoude apparaat bij het gewone huisafvaldoet of er niet goed mee omgaat, kun-nen deze stoffen schadelijk zijn voor degezondheid en het milieu.

Doe uw oudeapparaat daarom nooit bij het gewoneafval.Lever het apparaat in bij een gemeente-lijk inzameldepot voor elektrische enelektronische apparatuur, bij uw vak-handelaar of bij Miele. U bent wettelijkzelf verantwoordelijk voor het wissenvan eventuele persoonlijke gegevens ophet af te danken apparaat. Bewaar hetafgedankte apparaat buiten het bereikvan kinderen.

Ingebruikneming van het apparaat25Plak het typeplaatje dat bij de docu-mentatie gevoegd is op de daarvoorbestemde plaats in het hoofdstuk“Service”.Verwijder eventueel aanwezige be-schermfolies en stickers.Kookplaat voor de eerste keerreinigenWis uw kookplaat voor het eerste ge-bruik af met een vochtige doek endroog de plaat weer af.Kookplaat voor de eerste keerin gebruik nemenDe onderdelen van metaal worden meteen onderhoudsmiddel beschermd. Alshet apparaat voor het eerst in gebruikwordt genomen, ontstaan daardoorgeuren en eventueel ook damp. Ookdoor de verwarming van de inductie-spoelen wordt tijdens de eerste ge-bruiksuren een geur afgegeven.

Bij ie-der verder gebruik wordt de geur min-der en deze verdwijnt uiteindelijk volle-dig.De geur en de eventueel optredendedamp wijzen niet op een verkeerde aan-sluiting of een defect en zijn ook nietschadelijk voor de gezondheid.Denk eraan dat de opwarmtijd bij in-ductiekookplaten veel korter is dan bijgewone kookplaten.

Inductie26PrincipeOnder een inductiekookzone bevindtzich een inductiespoel. Als u een kook-zone inschakelt, genereert deze spoeleen magneetveld waardoor de bodemvan de pan heet wordt. De kookzonezelf wordt alleen indirect verwarmd doorde stralingswarmte van de pan.Het inductieprincipe werkt alleen bijpannen met een magnetiseerbare bo-dem (zie hoofdstuk: “De juiste pan-nen”).

Het systeem houdt automatischrekening met de grootte van de ge-bruikte pan.Op het bedieningspaneel van de kook-zone knippert de ingestelde vermo-gensstand– als u een kookzone zonder pan ofmet een ongeschikte pan (met nietmagnetiseerbare bodem) inschakelt,– als de bodemdiameter van de pan teklein is,– als u de pan van een ingeschakeldekookzone haalt.Als u binnen 3 minuten een geschiktepan op de kookzone zet, stopt het knip-peren en kunt u gewoon doorgaan.Als u geen (geschikte) pan plaatst,wordt de kookzone na 3 minuten auto-matisch uitgeschakeld.Gevaar voor verbranding doorhete voorwerpen.Als het apparaat ingeschakeld is, alsu het apparaat per ongeluk inscha-kelt of als het nog warm is van hetkoken, bestaat het risico dat metalenvoorwerpen die erop liggen heetworden.Gebruik de kookplaat nooit als werk-blad.Schakel het apparaat na gebruik uitmet sensortoets .

Inductie27GeluidenBij gebruik van een inductiekookplaatkunnen in de pannen allerlei geluidenontstaan. De geluiden zijn afhankelijkvan het materiaal en de constructie vande bodem van de pannen.Bij een hoge vermogensstand kunt ugebrom horen. Dit geluid neemt af ofverdwijnt als u een lagere vermogens-stand instelt.Bij pannen met een bodem die uit ver-schillende materialen bestaat (bijvoor-beeld een sandwichbodem) kan eenknetterend geluid optreden.Er kan een fluitend geluid ontstaan alsde met elkaar verbonden kookzones(zie hoofdstuk: “Bediening”, paragraaf:“Booster”) tegelijk zijn ingeschakeld enop de kookzones pannen staan met eenbodem die uit verschillende materialenbestaat (bijvoorbeeld een sandwichbo-dem).Vooral bij lage vermogensstanden kun-nen bij elektronische schakelingen klik-geluiden optreden.Als de koelventilator inschakelt, kan ereen zoemend geluid ontstaan.

Inductie28De juiste pannenGeschikt zijn pannen van:– roestvrij staal met een magnetiseer-bare bodem,– geëmailleerd staal,– gietijzer.Niet geschikt zijn pannen van:– roestvrij staal met een niet magneti-seerbare bodem,– aluminium of koper,– glas, keramiek of aardewerk.Als u niet zeker weet of een pan ge-schikt is voor inductie, houdt u eenmagneet tegen de bodem van de pan.Als de magneet hecht, is de pan in prin-cipe geschikt.Als u een ongeschikte pan gebruikt,knippert de ingestelde vermogensstandop het bedieningspaneel van de kook-zone.De kwaliteit van de panbodem kan hetbereidingsresultaat beïnvloeden (bij-voorbeeld een gelijkmatige bruineringvan pannenkoeken).– Kies voor een optimaal gebruik vande kookzone een pan met een pas-sende bodemdiameter (zie ook“Kookzones”).

Als een pan te klein is,wordt deze niet herkend en knippertde ingestelde vermogensstand ophet bedieningspaneel van de kookzo-ne.– Gebruik alleen pannen met een glad-de bodem. Een ruwe bodem kankrassen op de keramische plaat ver-oorzaken.– Til pannen op als u ze wilt verplaat-sen. U voorkomt zo vlekken doorwrijving en krassen.– Houd er bij de aanschaf rekeningmee dat pannenfabrikanten vaak demaximale diameter of de diameteraan de bovenkant vermelden. Vanbelang is echter alleen de (meestalkleinere) bodemdiameter.– Gebruik bij voorkeur pannen met eenrechte rand. Bij pannen met eenschuine rand werkt de inductie ookop de rand van de pan. De rand kanhierdoor verkleuren, een coating kanafbladderen.

Tips om energie te besparen29– Bereid gerechten zoveel mogelijk al-leen in gesloten potten of pannen.Dat voorkomt dat onnodig warmteontwijkt.– Gebruik voor een kleine hoeveelheideen kleine pan. Voor een kleine pan isminder energie nodig dan voor eengrote, niet geheel gevulde pan.– Gebruik zo weinig mogelijk water.– Schakel na het aankoken of aanbra-den op tijd terug naar een lagere ver-mogensstand.– Gebruik een snelkookpan om de be-reidingstijd te verkorten.

Vermogensstand30De kookplaat is in de fabriek met 9 vermogensstanden geprogrammeerd. Indien ueen fijnere indeling wilt, kunt u deze uitbreiden tot 17 vermogensstanden (ziehoofdstuk “Programmering”).Vermogensstandinstelling affabriek(9 standen)uitgebreid(17standen)Boter smeltenGelatine oplossenSmelten van chocolade1–2 1–2.Rijstepap, havermoutpap maken 2 2–2.Kleine hoeveelheden vloeistof opwarmenRijst wellen3 3–3.Groente ontdooien (in een blok) 3 2.–3Graan wellen 3 2.–3.Verwarmen van vloeibare en halfvaste gerechten Bereiden van een omelet en van spiegeleieren zonder korstFruit blancheren4 4–4.Deegwaren wellen 4 4–5.Groente, vis stoven 5 5Diepvriesproducten ontdooien en verwarmen 5 5–5.Eieren behoedzaam bakken (zonder oververhitting van hetvet)6 5.–6.Aankoken van grote hoeveelheden, bijv. eenpansgerechten Gebonden saus of roomsaus maken, bijv.

witte-wijnsaus ofsauce hollandaise6–7 6.–7Vis, schnitzel, braadworst behoedzaam bakken (zonderoververhitting van het vet)6–7 6.–7.Poffertjes, pannenkoeken, etc. bakken 7 6.–7Aanbraden van stoofgerechten 8 8–8.Grote hoeveelheden water kokenAankoken9 9De gegevens zijn slechts richtwaarden. Het vermogen van de inductiespoel varieert afhan-kelijk van de grootte en het materiaal van de panbodem. Voor uw pannen kunnen de vermo-gensstanden dus enigszins afwijken. Bepaal in het dagelijkse gebruik de beste instellingenvoor uw pannen. Stel voor nieuwe pannen waarvan u de gebruikseigenschappen niet kentde vermogensstand één stand lager in dan aangegeven. De instellingen voor bakken enbraden met TempControl vindt u in de rubriek “TempControl”.

Bediening31Principe van de bedieningDe kookplaat is voorzien van elektroni-sche sensortoetsen. Deze reageren opvingercontact. De sensortoets Aan/Uit moet bij het inschakelen om vei-ligheidsredenen iets langer worden aan-geraakt dan de overige toetsen.Elke reactie van de toetsen wordt be-vestigd met een akoestisch signaal.Als de kookplaat uitgeschakeld is, is al-leen het opgedrukte symbool voor desensortoets Aan/Uit zichtbaar. Als ude kookplaat inschakelt, lichten ook an-dere sensortoetsen op.Storing door vuile en/of bedektesensortoetsen.De sensortoetsen reageren niet of erworden ongewenste schakelingenuitgevoerd, eventueel wordt het ap-paraat automatisch uitgeschakeld.Zie hoofdstuk: “Beveiligingen”, para-graaf: “Veiligheidsuitschakeling”.

Bediening32Brandgevaar door oververhittingvan gerechten.Als u gerechten niet in de gatenhoudt, kunnen deze oververhit rakenen in brand vliegen.Houd toezicht op het apparaat alshet in gebruik is.Denk eraan dat de opwarmtijd bij in-ductiekookplaten veel korter is danbij gewone kookplaten.Kookplaat inschakelenTip de sensortoets aan.Er lichten nog meer sensortoetsen op.Als u daarna geen waarden invoert,wordt de kookplaat om veiligheidsrede-nen na enkele seconden weer uitge-schakeld.Vermogensstand instellenStandaard is de permanente panher-kenning geactiveerd (zie hoofdstuk“Programmering”).

Als de kookplaatingeschakeld is en u plaatst een panop een kookzone, dan lichten alle sen-sortoetsen van het betreffende bedie-ningspaneel op.Plaats een pan op de gewenste kook-zone.Raak de sensortoets van de ge-wenste vermogensstand op het be-treffende bedieningspaneel aan.UitschakelenOm een kookzone uit te schakelen,raakt u de sensortoets  op het be-treffende bedieningspaneel aan.Om de kookplaat en daarmee allekookzones uit te schakelen, raakt ude sensortoets  aan.Restwarmte-indicatorAls een kookzone heet is, licht na hetuitschakelen de restwarmte-indicatieop. Afhankelijk van de temperatuur ver-schijnt boven de vermogensstanden 1,2 en 3 telkens een punt.De punten van de restwarmte-indicatieverdwijnen één voor één als de kookzo-ne afkoelt.

De laatste punt verdwijnt alsde kookzone zover is afgekoeld dat udeze zonder gevaar kunt aanraken.Gevaar voor verbranding doorhete kookzones.Na het koken zijn de kookzones nogheet.Raak de kookzones niet aan als derestwarmte-indicatie nog brandt.

Bediening33TempControlTempControl bewaakt en regelt de tem-peratuur tijdens het bakken en braden:– het gebruikte vet kan niet oververhitraken,– de vermogensstanden hoeven niethandmatig te worden aangepast,– het voedingsmiddel hoeft niet zovaak te worden gekeerd.Afhankelijk van het type kookplaat is desensor in het midden van de kookzonezichtbaar.U kunt kiezen uit 3 braadstanden eneen sudderstand.Als de voorgeprogrammeerde tempera-tuur van de braadstand is bereikt, ver-schijnt de sensortoets voor de sudder-stand. Deze functie is ideaal voorhet indikken van sauzen.

U activeert defunctie door op de sensortoets te druk-ken.TempControl is niet geschikt voor fri-turen en gewoon koken!Gebruik de functie alleen voor bak-ken en braden.Aanwijzingen voor het gebruik– Zorg dat de keramische plaat altijdschoon is, met name bij de sensor inhet midden van de kookzone.– Gebruik pannen met een gelijkmatigewarmteverdeling, bijvoorbeeld pan-nen met een sandwichbodem.– Gebruik voor bakken en braden metboter alleen braadstand.– Doe het voedingsmiddel pas in depan als de voorgeprogrammeerdetemperatuur is bereikt.– U kunt naar een andere braadstandwisselen.– Als u van een braadstand naar eenvermogensstand wisselt, wordtTempControl gedeactiveerd.– U kunt meerdere bereidingen achterelkaar uitvoeren. De kookzone hoeftniet eerst af te koelen.– Om er zeker van te zijn dat het sud-deren correct verloopt, moet u mini-maal 250ml vocht toevoegen.

Bediening34TempControl activerenPlaats een pan op de kookzone endoe er eventueel wat vet in.Druk op de sensortoets van de ge-wenste braadstand( ,, ).De sensortoets van de gekozen braad-stand begint te knipperen.Als de voorgeprogrammeerde tempe-ratuur van de gekozen braadstand isbereikt, hoort u een signaal en brandtde sensortoets statisch.De sensortoets voor de sudderstandverschijnt.Doe het voedingsmiddel in de pan.SudderstandDruk op de sensortoets en voegminimaal 250ml vocht toe.Tabel braadassistentBraadstandSpiegeleieren, roereierenDiepvriesvlees, bijvoorbeeld cordon blueKippenborstDiepvriesloempia'sDiepvriesvissticksVisfilet / hele visSchaschlikGroente in boter (champignons, knoflook)Schupfnudeln in boterGehaktballenOntbijtspekBraadstandAardappelpannenkoekGebakken aardappelen van rauwe aardap-pelenLeverkaasSteaksSchnitzelTortillaLángos (Hongaarse broodsnack)PopcornDiepvriespangerechtenZaden roosteren zonder vetGarnalenBraadworstKaramelReepjes vleesBraadstandWokbereidingenPannenkoekenGebakken aardappelen van gekookteaardappelenAanbraden van vlees voor stoofgerechten(zoals goulash)Aanbraden van grote vleeshoeveelheden

Bediening35Vermogensstand instellen (uit-gebreid aantal standen)Raak het gedeelte tussen de sensor-toetsen aan.De sensortoetsen voor en achter dezetussenstanden branden helderder dande overige toetsen.Voorbeeld:Wanneer u de vermogensstand 7. heeftingesteld, branden 7 en 8 helderder dande overige sensortoetsen.PowerFlex-kookvlakDe PowerFlex-kookzones worden auto-matisch tot een PowerFlex-kookvlak sa-mengevoegd als u een voldoende grotepan op de kookplaat zet (zie hoofdstuk:“Overzicht”, paragraaf: “Kookplaat”). Deinstellingen voor het kookvlak regelt uvia de getallenreeks van de voorste ofde linker PowerFlex-kookzone (afhanke-lijk van het model). U kunt de Po-werFlex-kookzones ook handmatig sa-menvoegen of loskoppelen.Plaats pannen altijd midden op hetPowerFlex-kookvlak.PowerFlex-kookzones handmatig sa-menvoegen/loskoppelenTip sensortoets of  aan.

Deaankooktijd hangt af van de ingesteldedoorkookstand (zie tabel).ActiverenRaak de sensortoets van de ge-wenste doorkookstand zo lang aan,tot er een signaal klinkt en de sensor-toets begint te knipperen.Tijdens de aankooktijd (zie tabel) knip-pert de ingestelde doorkookstand.Als het aantal vermogensstanden is uit-gebreid (zie hoofdstuk “Programme-ring”) en er een tussenstand is geselec-teerd, knipperen de sensortoetsen vooren na de tussenstand.Als u tijdens de aankooktijd de door-kookstand wijzigt, deactiveert u deaankookautomaat.DeactiverenRaak de sensortoets van de inge-stelde doorkookstand aan.ofStel een andere vermogensstand in.Doorkookstand* Ankooktijd[min:sec]1 ca. 0:151. ca. 0:152 ca. 0:152. ca. 0:153 ca. 0:253. ca. 0:254 ca. 0:504. ca. 0:505 ca. 2:005. ca. 5:506 ca. 5:506. ca. 2:507 ca. 2:507. ca. 2:508 ca. 2:508. ca.

Bediening37BoosterDe kookzones hebben een TwinBooster.Met de booster kan een hoger vermo-gen worden geleverd om snel grotehoeveelheden te kunnen verwarmen(bijvoorbeeld grote hoeveelheden watervoor het koken van pasta).

Dit hogerevermogen is maximaal 15minuten ac-tief.U kunt de booster voor maximaal2kookzones tegelijk gebruiken.Als u de booster inschakelt, terwijl– geen vermogensstand is ingesteld,wordt na afloop van de boostertijd ofbij het eerder deactiveren van defunctie automatisch teruggeschakeldnaar vermogensstand9.– wel een vermogensstand is ingesteld,wordt na afloop van de boostertijd ofbij het eerder deactiveren van defunctie automatisch teruggeschakeldnaar de ingestelde vermogensstand.Er zijn telkens 2kookzones met elkaarverbonden (gekoppeld) om het vermo-gen voor de booster te kunnen leveren.Gedurende de boostertijd wordt aan deverbonden kookzone een deel van hetvermogen onttrokken.

Dit heeft een vande volgende uitwerkingen:– De aankookfunctie wordt uitgescha-keld.– De vermogensstand wordt verlaagd.– De verbonden kookzone wordt uitge-schakeld.TwinBooster activeren, stand 1Plaats een pan op de gewenste kook-zone.Stel eventueel een vermogensstandin.Druk op de sensortoetsB.Het controlelampje voor TwinBoosterstand 1 licht op.TwinBooster activeren, stand 2Plaats een pan op de gewenste kook-zone.Stel eventueel een vermogensstandin.Druk 2 keer op de sensortoetsB.Het controlelampje voor TwinBoosterstand 2 licht op.TwinBooster deactiverenDruk zo vaak op de sensortoetsBtotdat de controlelampjes doven, of:Stel een andere vermogensstand in.

Bediening38Warmhouden / opwarmenDe warmhoudstand is voor hetwarmhouden van gerechten meteen nade bereiding, niet voor het opwarmenvan reeds afgekoelde gerechten.De warmhoudstand Plus is voor hetwarmhouden en verwarmen van ge-rechten. Deze stand is ook geschiktvoor het smelten van chocolade.Als u de warmhoudstand ingescha-keld heeft, blijft de kookzone maximaal2 uur ingeschakeld. In de warm-houdstand Plus is de maximale be-drijfsduur afhankelijk van het ingesteldeveiligheidsniveau, zie hoofdstuk: “Be-veiligingen – Automatische uitschake-ling – Bij te lange bedrijfsduur”).– Houd gerechten uitsluitend in de panwarm. Sluit de pan met een deksel af.– Roer vaste of papperige gerechten(aardappelpuree, 1-pans gerechten)af en toe om.– De voedingswaarde van een gerechtneemt gedurende de bereiding af. Tij-dens het warmhouden neemt de voe-dingswaarde verder af.

Timer39De kookplaat moet ingeschakeld zijn alsu de timer wilt gebruiken.U kunt een tijd instellen tussen 1minuut(:) en 9uur en 59minuten (:).Tijden tot en met 59 minuten stelt u inminuten in (0:59), tijden vanaf 60minu-ten in uren en minuten. De tijden wor-den ingevoerd in de volgorde “uren”,“minuten” (tiental) en “minuten” (rechtercijfer).Voorbeeld:59minuten = 0:59, invoer: 5-980minuten = 1:20, invoer: 1-2-0Nadat het eerste cijfer is ingevoerd,brandt het timerdisplay statisch. Na in-voer van het tweede cijfer springt heteerste cijfer naar links.

Na invoer vanhet derde cijfer springen het eerste entweede cijfer naar links.U kunt de timer voor 2 functies gebrui-ken:– voor het instellen van een kookwek-kertijd– voor het automatisch uitschakelenvan een kookzone.U kunt de functies tegelijk gebruiken.Getoond wordt altijd de kortste tijd ende sensortoets (kookwekker) of hetcontrolelampje van de kookzone (auto-matisch uitschakelen) knippert.Wanneer u de op de achtergrond aflo-pende resttijden wilt weergeven, tipt usensortoets of  aan.

Als voormeerdere kookzones een uitschakeltijdgeprogrammeerd is, tipt u sensortoets zo vaak aan totdat het controlelamp-je voor de gewenste kookzone knippert.KookwekkerDe kookwekker wordt met de getallen-reeks links of linksvoor ingesteld (afhan-kelijk van het model).Kookwekkertijd instellenTip sensortoets aan.Het timerdisplay begint te knipperen.Stel de gewenste tijd in.Kookwekkertijd wijzigenTip sensortoets aan.Stel de gewenste tijd in.Kookwekkertijd wissenTip sensortoets  zo vaak aan totdatin het timerdisplay : verschijnt.

Timer40Kookzone automatisch uit-schakelenU kunt een tijd instellen waarna eenkookzone automatisch wordt uitgescha-keld. De functie kan voor alle kookzo-nes gelijktijdig worden gebruikt.De uitschakeltijd wordt op het bedie-ningspaneel van de kookzone inge-steld die automatisch moet wordenuitgeschakeld.De kookzone wordt automatisch uitge-schakeld als de geprogrammeerde tijdlanger is dan de maximaal toegestanegebruiksduur. Zie hoofdstuk: “Bevei-ligingen”, paragraaf: “Veiligheidsuit-schakeling”.Stel voor de gewenste kookzone eenvermogensstand in.Tip sensortoets aan.Het controlelampje begint te knipperen.Stel de gewenste tijd in.Als u een uitschakeltijd voor nog eenkookzone wilt instellen, gaat u net zote werk als in het voorgaande is be-schreven.Als meerdere uitschakeltijden gepro-grammeerd zijn, wordt de kortste rest-tijd weergegeven en knippert het des-betreffende controlelampje.

De anderecontrolelampjes branden statisch.Wanneer u de op de achtergrond af-lopende resttijden wilt weergeven,raak dan de sensortoets zo vaakaan tot het gewenste controlelampjeknippert.Uitschakeltijd wijzigenRaak de sensortoets zo vaak aantot het controlelampje voor de ge-wenste kookzone knippert.Stel de gewenste tijd in.Uitschakeltijd wissenRaak de sensortoets zo vaak aantot het controlelampje voor de ge-wenste kookzone knippert.Tip de 0 van de cijferreeks aan.

Extra functies41Stop&GoBij activering van Stop&Go wordt devermogensstand van alle ingeschakeldekookzones tot 1 verlaagd.De vermogensstanden van de kookzo-nes en de instelling van de timer kun-nen niet worden gewijzigd.

De kook-plaat kan alleen worden uitgeschakeld.De kookwekkertijd, uitschakeltijden ende tijden voor de aankookautomaat lo-pen verder af.Bij deactivering werken de kookzonesop de laatst ingestelde vermogens- ofbraadstand door.Als de functie niet binnen 1 uur wordtgedeactiveerd, wordt de kookplaat uit-geschakeld.Activeren / deactiverenTip de sensortoets aan.RecallAls u de kookplaat tijdens het gebruikper ongeluk uitschakelt, kunt u met de-ze functie alle instellingen herstellen.Hiervoor moet u de kookplaat binnen10seconden na het uitschakelen weerinschakelen.Schakel de kookplaat weer in.De eerder ingestelde vermogens- ofbraadstanden knipperen.Raak meteen een van de knipperendevermogens- of braadstanden aan.Alle kookzones en de timer gaan verdermet de eerder gedane instellingen.

Extra functies42SchoonmaakfunctieU kunt de sensortoetsen gedurende20seconden vergrendelen, bijvoor-beeld om verontreinigingen te verwij-deren. De sensortoets wordt nietvergrendeld.ActiverenTip de sensortoets aan.Op het timerdisplay loopt de tijd af.DeactiverenTip sensortoets zo lang aan totdathet timerdisplay dooft.Gegevens kookplaat weerge-venU kunt de type-aanduiding en de soft-wareversie van uw kookplaat latenweergeven.

Hierbij mogen geen pannenop de kookzones staan.Type-aanduidingSchakel de kookplaat in.Tip op het bedieningspaneel van eenwillekeurige kookzone sensortoets0aan.Tip daarna tegelijk de sensor-toetsen0 en4 aan.In het timerdisplay knipperen afwisse-lend 2 cijfers:Voorbeeld:  en  knipperen afwisse-lend = KM1234SoftwareversieSchakel de kookplaat in.Tip op het bedieningspaneel van eenwillekeurige kookzone sensortoets0aan.Tip daarna tegelijk de sensor-toetsen0 en3 aan.In het timerdisplay verschijnen cijfers:Voorbeeld: : = softwareversie 2.00

Beveiligingen43Inschakelblokkering/vergren-delingOm te voorkomen dat iemand de kook-plaat en de kookzones per vergissinginschakelt of instellingen wijzigt, heeftuw kookplaat een inschakelblokkeringen een vergrendeling.De inschakelblokkering wordt bij uit-geschakelde kookplaat geactiveerd. Alsde inschakelblokkering actief is, kan dekookplaat niet worden ingeschakeld enkan de timer niet worden bediend. Eeningestelde kookwekkertijd loopt door.De kookplaat is zo geprogrammeerddat de inschakelblokkering handmatigmoet worden geactiveerd. U kunt de in-stelling zo wijzigen dat de functie 5mi-nuten na het uitschakelen van de kook-plaat automatisch wordt geactiveerd.Zie hoofdstuk: “Programmering”.De vergrendeling wordt bij ingescha-kelde kookplaat geactiveerd.

Als de ver-grendeling actief is, kan de kookplaatslechts beperkt worden bediend:– De kookzones en de kookplaat kun-nen alleen maar worden uitgescha-keld.– Een ingestelde kookwekkertijd kanworden gewijzigd.Wanneer bij geactiveerde inschakel-blokkering of vergrendeling een niettoegestane sensortoets wordt aange-raakt, verschijnt gedurende enkele se-conden in het timerdisplay en klinkter een signaal.Inschakelblokkering activerenDruk 6 seconden op de sensor-toets.Op het timerdisplay loopt de tijd af. Alsde tijd is verstreken, verschijnt. Deinschakelblokkering is geactiveerd.Inschakelblokkering deactiverenDruk 6 seconden op de sensor-toets.In het timerdisplay verschijnt kort,daarna wordt de tijd afgeteld.

Beveiligingen45VeiligheidsuitschakelingSensortoetsen zijn afgedektWanneer er langer dan 10secondenovergekookte gerechten of voorwerpenop één of meer sensortoetsen liggen,wordt de kookplaat automatisch uitge-schakeld. Boven de sensortoetsknippert kort een en er klinkt een sig-naal.Wanneer u de voorwerpen of het vuilverwijdert, dooft  en is de kookplaatweer klaar voor gebruik.De kookzone was te lang ingescha-keldDe veiligheidsuitschakeling wordt auto-matisch geactiveerd als een kookzoneongewoon lang in gebruik is geweest.De tijdspanne hangt van de gekozenvermogensstand af. Als deze tijd isoverschreden, wordt de kookzone uit-geschakeld en wordt de restwarmteweergegeven. Als u de kookzone uit- enweer inschakelt, is ze weer gebruiks-klaar.Het veiligheidsniveau van het apparaatstaat standaard op instelling 0. U kuntook een hoger veiligheidsniveau kie-zen.

Beveiligingen46OververhittingsbeveiligingAlle inductiespoelen en de koelelemen-ten van de elektronica zijn voorzien vaneen oververhittingsbeveiliging. Voordatde inductiespoelen en/of de koelele-menten oververhit raken, leidt de over-verhittingsbeveiliging tot een van devolgende reacties:Inductiespoelen– Een ingeschakelde booster wordt uit-geschakeld.– De ingestelde vermogensstand wordtverlaagd.– De kookzone wordt automatisch uit-geschakeld.

In het timerdisplay knip-peren  en  afwisselend.U kunt de kookzone gewoon weer ingebruik nemen als de foutmelding isverdwenen.Koelelement– Een ingeschakelde booster wordt uit-geschakeld.– De ingestelde vermogensstand wordtverlaagd.– De kookzones worden automatischuitgeschakeld.Pas als het koelelement voldoende isafgekoeld, kunt u de betreffende kook-zones weer in gebruik nemen.In de volgende gevallen kan de overver-hittingsbeveiliging in werking treden:– De pan op de kookzone is leeg.– Vet of olie wordt op een hoge vermo-gensstand verhit.– De onderkant van de kookplaat isniet voldoende geventileerd.– Een hete kookzone wordt na eenstroomstoring weer ingeschakeld.Reageert de oververhittingsbeveiligingopnieuw nadat de oorzaak is weggeno-men, neem dan contact op met Miele.

Programmering47U kunt de programmering van de kook-plaat aanpassen aan uw persoonlijkewensen. U kunt meerdere instellingenna elkaar wijzigen.Na het oproepen van de programmeringverschijnt het symbool en in het ti-merdisplay . Na enkele secondenknipperen in het timerdisplay afwisse-lend : (programma 01) en : (co-de).Programmering oproepenDruk bij uitgeschakelde kookplaattegelijk op de sensortoetsen en.

Druk zo lang totdat het sym-bool verschijnt en op het timerdis-play .Programma instellenDruk zo vaak op de sensortoetstotdat het gewenste programmanum-mer op het display verschijnt of drukop het betreffende cijfer op het be-dieningspaneel.Bij tweecijferige programmanummersmoet met het bedieningspaneel eersthet tiental worden ingesteld.Code instellenDruk zo vaak op de sensortoetstotdat het gewenste codenummer ophet display verschijnt of druk op hetbetreffende cijfer op het bedienings-paneel.Instellingen opslaanAls het programma wordt weergege-ven (bijvoorbeeld :), drukt u zolang op de sensortoets tot deweergaven uitgaan.Instellingen niet opslaanDruk zo lang op de sensortoets tot de weergaven uitgaan.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele KM 6629 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden