Miele KM 6520 FR Handleiding

Miele Fornuis KM 6520 FR

Bekijk gratis de handleiding van Miele KM 6520 FR (80 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 113 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Miele KM 6520 FR of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/80
Gebruiks- en montagehandleiding
Elektrische kookplaten
Lees de gebruiks- en montagehandleiding voordat u uw ap-beslist
paraat plaatst, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor
uzelf en u voorkomt schade aan uw apparaat.
nl-NLM.-Nr. 11 046 180

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Fornuis
Model: KM 6520 FR
Apparaatplaatsing: Ingebouwd
Soort bediening: Touch
Kleur van het product: Zwart
Ingebouwd display: Nee
Timer: Ja
Gewicht: 8000 g
Breedte: 574 mm
Diepte: 504 mm
Hoogte: - mm
Snoerlengte: 1.4 m
Kinderslot: Ja
Soort materiaal (bovenkant): Glaskeramiek
Vermogen brander/kookzone 2: 1800 W
Vermogen brander/kookzone 1: 1500 W
Aantal branders/kookzones: 4 zone(s)
Type kookplaat: Keramisch
Type brander/kookzone 1: Sudderen
Type brander/kookzone 2: Regulier
Type brander/kookzone 3: Groot
Makkelijk schoon te maken: Ja
Aantal gaspitten: 0 zone(s)
Aantal elektronische kook zones: 4 zone(s)
Sudderbrander/kookzone diameter: 145 mm
Reguliere brander/kookzone diameter: 160 mm
Sudder brander/kookzone: 1200 W
Normale brander/kookzone: 1500 W
Controle positie: Boven voorzijde
Aangesloten lading (elektrisch): 6700 W
Installatie compartiment breedte: 560 mm
Installatie compartiment diepte: 490 mm
Installatie compartiment hoogte: 43 mm
Grote brander/kookzone diameter: 180 mm
Grote brander/kookzone: 1800 W
Aangesloten lading (gas): - W
Automatisch uitschakelen: Ja
Type timer: Digitaal
Vorm sudderpit/kookzone: Rond
Vorm gewone pit/kookzone: Rond
Vorm grote pit/kookzone: Rond
Boost functie: Ja
Restwarmte-indicator: Ja
Vorm extra grote snelkookpit/kookzone: Rond
Frame type: Full trim
Extra grote hoge-snelheid kookzone: 2200 W
Extra-grote brander/kookzone diameter: 210 mm
Frame kleur: Roestvrijstaal
Frame vorm: Direct
Type brander/kookzone 4: Sudderen
Vermogen brander/kookzone 4: 1200 W
Voedingsbron brander/kookzone 1: Electrisch
Voedingsbron brander/kookzone 2: Electrisch
Voedingsbron brander/kookzone 3: Electrisch
Voedingsbron brander/kookzone 4: Electrisch
Positie brander/kookzone 1: Links achter
Diameter brander/kookzone 1: 160 mm
Positie brander/kookzone 2: Links voor
Diameter brander/kookzone 2: 180 mm
Positie brander/kookzone 3: Rechts achter
Diameter brander/kookzone 3: 120 \ 210 mm
Positie brander/kookzone 4: Rechts voor
Diameter brander/kookzone 4: 145 mm
Kookzone 1 vorm: Rond
Kookzone 2 vorm: Rond
Kookzone 3 vorm: Rond
Kookzone 4 vorm: Rond
AC-ingangsspanning: 230 V
AC-ingangsfrequentie: 50 - 60 Hz

Handleiding Miele KM 6520 FR – volledige tekst

Inhoud2Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 4Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 14Overzicht. 15Kookplaat. 15KM6520FR,KM6520FL. 15KM6521FR. 16KM6522FR. 17KM6523FL. 18KM6527FR. 19Bedieningselementen en indicatoren. 20Kookzones. 22Ingebruikneming van het apparaat. 24Kookplaat voor de eerste keer reinigen. 24Kookplaat voor de eerste keer in gebruik nemen. 24Principe. 25De juiste pannen. 26Tips om energie te besparen. 27Vermogensstand. 28Bediening. 29Principe van de bediening. 29Kookplaat inschakelen. 30Vermogensstand instellen. 30Vermogensstand wijzigen. 30Kookzone/kookplaat uitschakelen. 30Restwarmte-indicatie. 31Vermogensstand instellen (uitgebreid aantal standen). 31Kookzonevergroting. 32Aankookautomaat. 33Timer. 34Kookwekker. 34Automatisch uitschakelen. 35Timerfuncties tegelijk gebruiken. 36Extra functies. 37Stop&Go. 37Recall. 37Demo-modus. 38.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen4Deze kookplaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften.Onjuist gebruik kan echter persoonlijk letsel of materiële schadetot gevolg hebben.Lees de gebruiks- en montagehandleiding aandachtig door voor-dat u de kookplaat in gebruik neemt. Hierin vindt u belangrijke in-structies met betrekking tot de inbouw, de veiligheid, het gebruiken het onderhoud.

Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schadeaan de kookplaat.In overeenstemming met de norm IEC60335-1 adviseert Miele uuitdrukkelijk om het hoofdstuk over de installatie van de kookplaaten de veiligheidsinstructies en waarschuwingen te lezen en op tevolgen.Wanneer de veiligheidsrichtlijnen en waarschuwingen niet wordenopgevolgd, kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voor scha-de die daarvan het gevolg is.Bewaar de gebruiks- en montagehandleiding en geef deze dooraan een eventuele volgende eigenaar.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen5Verantwoord gebruik Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor particulier huishoudelijkgebruik (of daarmee vergelijkbaar). Deze kookplaat mag niet buiten worden gebruikt. Gebruik deze kookplaat uitsluitend in huishoudelijke situaties voorhet bereiden en warmhouden van gerechten. Gebruik voor anderedoeleinden is niet toegestaan. Dit apparaat mag alleen worden gebruikt door personen die instaat zijn het apparaat veilig te bedienen. Deze personen moetenvolledig op de hoogte zijn van de inhoud van de gebruiksaanwijzing.Men moet zich bewust zijn van de gevaren van een foutieve bedie-ning.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6Wanneer er kinderen in huis zijn Houd kinderen onder 8 jaar op een afstand, tenzij u voortdurendtoezicht houdt. Kinderen vanaf 8 jaar mogen het apparaat alleen zonder toezichtgebruiken als ze precies weten hoe ze het apparaat veilig moetenbedienen. De kinderen moeten zich bewust zijn van de gevaren vaneen foutieve bediening. Kinderen mogen de kookplaat niet zonder toezicht reinigen. Houd kinderen in de gaten wanneer deze zich in de buurt van dekookplaat bevinden. Laat ze nooit met de kookplaat spelen. De kookplaat wordt tijdens het gebruik heet en blijft dat ook nogenige tijd nadat deze is uitgeschakeld. Houd kinderen op een af-stand, totdat de kookplaat voldoende is afgekoeld en er geen ver-brandingsgevaar meer bestaat. Pas op voor verbranding.

Bewaar voorwerpen, die voor kindereninteressant kunnen zijn, niet op plaatsen boven of achter de kook-plaat. Dat kan kinderen ertoe brengen op de kookplaat te klimmen. Verbrandingsgevaar! Draai de grepen van de pannen zo dat zezich boven het werkblad bevinden, zodat kinderen de pannen nietvan het apparaat kunnen trekken. Verstikkingsgevaar! Kinderen kunnen zich tijdens het spelen inverpakkingsmateriaal wikkelen (bijvoorbeeld in folie) of het materiaalover hun hoofd trekken en stikken. Houd verpakkingsmaterialen bijkinderen vandaan. Maak gebruik van de vergrendeling, zodat kinderen de kookplaatniet onbedoeld kunnen inschakelen of instellingen kunnen wijzigen.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7Technische veiligheid Door ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- of repara-tiewerkzaamheden kan de gebruiker aanzienlijke risico's lopen. In-stallatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen alleendoor een door Miele geautoriseerde vakkracht worden uitgevoerd. Een beschadigd apparaat kan uw veiligheid in gevaar brengen.Controleer het apparaat op zichtbare schade. Neem nooit een be-schadigd apparaat in gebruik. Tijdelijk of doorlopend gebruik van een autonome of niet-netsyn-chrone energievoorziening (zoals microgrids, back-upsystemen) ismogelijk.

Voorwaarde voor het gebruik is dat de energievoorzieningvoldoet aan de bepalingen van EN50160 of een vergelijkbare stan-daard.De veiligheidsvoorzieningen van de huisinstallatie en dit Miele pro-duct moeten ook werken bij gebruik van een microgrid of een niet-netsynchrone energievoorziening of de veiligheidsvoorzieningen inde energievoorziening moeten door gelijkwaardige voorzieningenworden vervangen. Zoals bijvoorbeeld beschreven in de laatste pu-blicatie van de NEN 1010. De elektrische veiligheid van de kookplaat is uitsluitend gegaran-deerd als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem dat vol-gens de geldende voorschriften is geïnstalleerd. Aan deze funda-mentele veiligheidsvoorwaarde moet worden voldaan.

Laat de elek-trische installatie bij twijfel door een vakman inspecteren. De aansluitgegevens (frequentie en spanning) op het typeplaatjemoeten beslist overeenkomen met de waarden van het elektriciteits-net om beschadiging van de kookplaat te voorkomen. Vergelijk deze gegevens voor de aansluiting. Raadpleeg bij twijfeleen elektricien. Stekkerdozen of verlengsnoeren bieden niet voldoende veiligheid(brandgevaar). Gebruik deze niet voor het aansluiten van de kook-plaat op het elektriciteitsnet.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8 Gebruik de kookplaat alleen als deze is ingebouwd, zodat de vei-ligheid gewaarborgd is. Deze kookplaat mag niet op een niet-stationaire locatie (zoals eenboot) worden gebruikt. Wanneer onderdelen worden aangeraakt die onder spanningstaan of wanneer elektrische of mechanische onderdelen wordenveranderd, is dit gevaarlijk voor de gebruiker. Het kan er tevens toeleiden dat het apparaat niet meer goed functioneert.Open nooit de ommanteling van het apparaat. Het recht op garantie vervalt wanneer de kookplaat door eentechnicus wordt gerepareerd die niet door Miele is geautoriseerd. Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelenworden vervangen.

Alleen van Miele-onderdelen kunnen wij garan-deren dat zij volledig aan de veiligheidseisen voldoen. De kookplaat mag niet worden gebruikt met een externe schakel-klok of een systeem dat op afstand werkt. De kookplaat moet door een elektricien op het elektriciteitsnetworden aangesloten (zie hoofdstuk “Installatie”, paragraaf “Elek-trische aansluiting”). Als de aansluitkabel beschadigd is, moet deze door een elektri-cien door een speciale aansluitkabel worden vervangen (zie hethoofdstuk “Installatie”, paragraaf “Elektrische aansluiting”). Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden moet dekookplaat volledig van het elektriciteitsnet losgekoppeld zijn. Gadaarvoor als volgt te werk:- schakel de zekeringen in uw zekeringkast uit of- draai de zekeringen in uw zekeringkast er helemaal uit of- trek de stekker (indien aanwezig) uit de contactdoos.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9 Gevaar voor elektrische schok. Neem het apparaat niet in gebruikbij een defect of bij breuken, scheuren en barsten in de keramischeplaat of schakel het apparaat meteen uit. Haal de elektrische span-ning van de kookplaat. Neem contact op met Miele. Als het apparaat achter een meubeldeur is ingebouwd, mag dedeur niet worden gesloten als u het apparaat gebruikt. Achter eengesloten deur worden warmte en vocht opgehoopt. Hierdoor kunnenhet apparaat, de kast en de vloer beschadigd raken. Sluit de meu-beldeur pas als de restwarmte-indicatie verdwenen is.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10Veilig gebruik De kookplaat wordt heet als deze in gebruik is en blijft dat ooknog enige tijd na het uitschakelen. Zodra het lampje voor de rest-warmte (afhankelijk van het model) is uitgegaan, is het verbrandings-gevaar geweken. Voorwerpen in de nabijheid van de ingeschakelde kookplaat kun-nen door de hoge temperaturen beginnen te branden.Gebruik de kookplaat nooit om ruimten te verwarmen. Olie en vet kunnen bij oververhitting vlam vatten. Houd het appa-raat goed in de gaten als u met olie en/of vetten werkt. Blus eenbrand met olie of vet nooit met water. Schakel het apparaat uit en doof de vlammen voorzichtig met eendeksel of een blusdeken. Houd toezicht op het apparaat als het in gebruik is. Houd continutoezicht op korte kook- en braadprocessen. Flambeer nooit onder een afzuigkap.

Door de vlammen kan de af-zuigkap in brand vliegen. Spuitbussen, licht ontvlambare vloeistoffen en brandbare materia-len kunnen bij verhitting vlam vatten. Bewaar dergelijke productendaarom niet in een schuiflade onder het apparaat. Een eventuele be-stekbak moet van hittebestendig materiaal zijn. Verwarm pannen nooit zonder inhoud. In afgesloten blikken en dergelijke ontstaat tijdens het inmaken ofverwarmen overdruk. Hierdoor kunnen deze voorwerpen openbar-sten. Gebruik het apparaat niet om voedingsmiddelen in afgeslotenblikken en dergelijke in te maken of te verwarmen. Als de kookplaat wordt afgedekt, bestaat het risico dat het materi-aal van de afdekking in brand vliegt, barst of smelt als u de kook-plaat per ongeluk inschakelt of als deze nog heet is. Dek de kook-plaat nooit af met bijvoorbeeld afdekplaten, een doek of bescherm-folie.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11 Als de kookplaat ingeschakeld is, als u deze per ongeluk inscha-kelt of als deze nog warm is van het koken, bestaat het risico datmetalen voorwerpen die op de kookplaat liggen heet worden. Andermateriaal kan smelten of vlam vatten. Vochtige pannendeksels kun-nen zich vastzuigen. Gebruik de kookplaat niet als legplank. Schakelde kookzones na gebruik uit! U kunt zich aan de hete kookplaat branden. Gebruik daarom altijdovenhandschoenen of pannenlappen als u met het hete apparaatwerkt. Gebruik alleen droge handschoenen of pannenlappen. Nat ofvochtig textiel geleidt de warmte beter en kan door stoom verbran-dingen veroorzaken. Als u een elektrisch apparaat (bijvoorbeeld een mixer) in de buurtvan de kookplaat gebruikt, mag de aansluitkabel niet in contact ko-men met de hete kookplaat.

De isolatie van de kabel zou beschadigdkunnen raken. Zout, suiker of zandkorrels (bijvoorbeeld van groente) kunnenkrassen veroorzaken als ze onder de pan komen. Zorg dat de kera-mische glasplaat en de panbodem schoon zijn, voordat u de pannenop de kookplaat plaatst. Laat geen voorwerpen op de keramische plaat vallen. Zelfs eenlicht voorwerp zoals een zoutvaatje kan scheuren of barsten veroor-zaken. Hete voorwerpen op de sensortoetsen en de displays kunnen deelektronica eronder beschadigen. Zet nooit hete pannen op de sen-sortoetsen en de displays. Als er suiker, suikerhoudende gerechten, kunststof of aluminium-folie op de hete kookplaat vallen en smelten, raakt de keramischeplaat tijdens het afkoelen beschadigd. Schakel in dat geval het ap-paraat meteen uit en verwijder deze stoffen direct grondig met eenglasschraper. Trek daarbij ovenwanten aan.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12 Door drooggekookte pannen kan de keramische plaat beschadigdraken. Houd daarom altijd toezicht op de kookplaat! Gebruik alleen pannen met een gladde bodem. Een ruwe bodemkan krassen op de keramische plaat veroorzaken. Til pannen op als u ze wilt verplaatsen. U voorkomt zo vlekkendoor wrijving en krassen. Gebruik geen serviesgoed van kunststof of aluminiumfolie. Derge-lijke materialen smelten bij hoge temperaturen. De lijst, c.q. rand en de bedieningselementen kunnen door de vol-gende factoren heet worden: lange bedrijfsduur, hoge vermogens-standen, grote pannen en het aantal kookzones dat in gebruik is. Aluminium pannen of pannen met een aluminium bodem kunnenglimmende vlekken veroorzaken. Deze vlekken kunt u verwijderenmet reinigingsmiddel voor keramische platen en roestvrij staal.

Ziehoofdstuk: “Reiniging en onderhoud”, paragraaf: “Keramische plaatreinigen”. Als verontreinigingen lang inwerken en inbranden, kunt u dezemogelijk niet meer verwijderen. Verwijder verontreinigingen daaromzo snel mogelijk. Zorg ook dat de bodem van een te gebruiken panschoon, vetvrij en droog is. Bereid nooit gerechten direct op de keramische plaat. Gebruik al-tijd geschikte pannen.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen13Reiniging en onderhoud De stoom van een stoomreiniger kan terechtkomen op onderdelendie onder spanning staan en een kortsluiting veroorzaken.Gebruik voor het reinigen van de kookplaat nooit een stoomreiniger. Miele geeft u na afloop van de serieproductie van de kookplaateen leveringsgarantie van maximaal 15 jaar en minimaal 10 jaar vooressentiële onderdelen.

Overzicht20Bedieningselementen en indicatorena b c dihg efjSensortoetsenaKookplaat aan/uitbCijferreeks- Voor het instellen van de vermogensstand- Voor het instellen van de tijdencBijschakeling extra verwarmingsspiraaldStop&GoVoor het stoppen/starten van een lopend kookproceseKookzoneselectie en -weergaveKookzone is gebruiksklaar  tot VermogensstandRestwarmteAankookautomaat

Ingebruikneming van het apparaat24Plak het typeplaatje dat bij de docu-mentatie gevoegd is op de daarvoorbestemde plaats in het hoofdstuk“Service”.Verwijder eventueel aanwezige be-schermfolies en stickers.Kookplaat voor de eerste keerreinigenWis uw kookplaat voor het eerste ge-bruik af met een vochtige doek endroog de plaat weer af.Kookplaat voor de eerste keerin gebruik nemenDe metalen delen van het apparaat zijnvoorzien van een speciaal bescherm-laagje. Als u de kookplaat voor het eerstin gebruik neemt, kunnen geurtjes endampen ontstaan.De geur en de eventueel optredendedamp wijzen niet op een verkeerde aan-sluiting of een defect en zijn ook nietschadelijk voor de gezondheid.

Principe25Gewone kookzones hebben 1 verwar-mingsspiraal, de vario-kookzones enbraadzones 2. Afhankelijk van het mo-del kunnen de verwarmingsspiralendoor een ring gescheiden zijn.Elke kookzone heeft een oververhit-tingsbeveiliging (temperatuurbegrenzer),die voorkomt dat de keramische plaatoververhit raakt.

Zie hoofdstuk: “Bevei-ligingen”, paragraaf: “Oververhittingsbe-veiliging”.Als een vermogensstand ingesteldwordt, wordt de verwarming ingescha-keld en kunt u de verwarmingsspiraaldoor de keramische plaat heen zien.Het vermogen van de kookzones is af-hankelijk van de ingestelde vermogens-stand en wordt elektronisch geregeld.Daardoor gaat een kookzone pulserendschakelen: de verwarming wordt in- enuitgeschakeld.Gewone kookzone (1 verwar-mingsspiraal)aOververhittingsbeveiligingbVerwarmingsspiraalVario-kookzone (2 verwar-mingsspiralen)aTechnisch onvermijdelijk, geen de-fectbOververhittingsbeveiligingcBuitenste verwarmingsspiraaldIsolatieringeBinnenste verwarmingsspiraal

De juiste pannen26Het meest geschikt zijn metalen pan-nen met een dikke bodem, die in koudetoestand licht naar binnen gebogen is.Als de pan verwarmd wordt, draait debodem naar buiten. De pan staat danhelemaal vlak op de kookzone. Zowordt de warmte optimaal geleid.koud heetMinder geschikt zijn pannen van glas,keramisch glas of aardewerk. Deze ma-terialen geven de warmte niet goeddoor.Niet geschikt zijn pannen van kunststofof aluminiumfolie. Deze materialensmelten bij hoge temperaturen.Aluminium pannen of pannen met eenaluminium bodem kunnen glimmendevlekken veroorzaken. Deze vlekken kuntu verwijderen met reinigingsmiddel voorkeramische platen en roestvrij staal.

Ziehoofdstuk: “Reiniging en onderhoud”,paragraaf: “Keramische plaat reinigen”.De kwaliteit van de pannenbodem kanhet bereidingsresultaat beïnvloeden (bij-voorbeeld een gelijkmatige bruineringvan pannenkoeken).- Kies voor een optimaal gebruik vande kookzone een pan met een pas-sende bodemdiameter. Zie hoofd-stuk: “Overzicht”, paragraaf: “Kook-zones”.- Gebruik alleen pannen met een glad-de bodem. Een ruwe bodem kankrassen op de keramische plaat ver-oorzaken.- Til pannen op als u ze wilt verplaat-sen. U voorkomt zo vlekken doorwrijving en krassen.- Houd er bij de aanschaf rekeningmee dat pannenfabrikanten vaak demaximale diameter of de diameteraan de bovenkant vermelden. Vanbelang is echter alleen de (meestalkleinere) bodemdiameter.

Tips om energie te besparen27- De diameter van de pan moet over-eenkomen met die van de kookzoneof iets groter zijn, zodat geen energieverloren gaat.- Bereid gerechten zoveel mogelijk ingesloten potten of pannen. Zo voor-komt u dat onnodig warmte ontwijkt.- Gebruik voor een kleine hoeveelheideen kleine pan. Voor een kleine panop een kleine kookzone is minderenergie nodig dan voor een grote,niet geheel gevulde pan op een grotekookzone.- Gebruik zo weinig mogelijk water.- Schakel na het aankoken of aanbra-den op tijd terug naar een lagere ver-mogensstand.- Schakel bij een lange bereidingstijdde kookzone al 5 tot 10minuten voorhet einde uit. U maakt dan optimaalgebruik van de restwarmte.- Gebruik een snelkookpan om de be-reidingstijd te verkorten.

Vermogensstand28De kookplaat heeft standaard 9 vermogensstanden. Indien u een fijnere indelingwenst, kunt u deze uitbreiden tot 17vermogensstanden. Zie hoofdstuk: “Program-mering”.Tabel vermogensstandeninstelling affabriek(9 standen)uitgebreid(17standen)Boter, chocolade etc. smeltenGelatine oplossen1–2 1–2.Kleine hoeveelheden vloeistof opwarmenGerechten warmhouden die snel aankoekenRijst wellen1–3 1–3.Gerechten verwarmen die veel vocht bevattenGebonden saus of roomsaus maken, bijv. witte-wijnsaus ofsauce hollandaiseRijstepap, havermoutpap makenOmelet, eieren zonder korstje bakkenFruit blancheren2–4 2–4.Diepvriesproducten ontdooienGroente, vis stovenDeegwaren, peulvruchten wellenGraan wellen3–6 3–5.Grote hoeveelheden aankoken en doorkoken 4–6 4.–5.Vis, schnitzel, braadworst, eieren, pannenkoeken etc.

behoed-zaam bakken (zonder oververhitting van het vet)6–7 6–7.Poffertjes, pannenkoeken, etc. bakken 7–8 7–8.Grote hoeveelheden water kokenGrote hoeveelheden vlees aanbradenAankoken8–9 8.–9De aangegeven standen zijn slechts algemene richtlijnen. Zij zijn gebaseerd op normale por-ties voor 4 personen. Bij hogere pannen, als u zonder deksel kookt en bij grote hoeveelhe-den dient u een hogere vermogensstand te kiezen. Als u kleine hoeveelheden bereidt, dientu een lagere vermogensstand te kiezen.

Bediening29Principe van de bedieningDe kookplaat is voorzien van elektroni-sche sensortoetsen. Deze reageren opvingercontact. De sensortoets Aan/Uit moet bij het inschakelen om vei-ligheidsredenen iets langer worden aan-geraakt dan de overige toetsen.Elke reactie van de toetsen wordt be-vestigd met een akoestisch signaal.Als de kookplaat uitgeschakeld is, zijnalleen de symbolen op de sensor-toetsen en de cijferreeks voor het instel-len van de vermogensstanden zicht-baar. Als u de kookplaat inschakelt,lichten ook andere sensortoetsen op.De kookzones moeten “actief” zijn, alsu een vermogensstand wilt instellen ofwijzigen. U kunt een kookzone activerendoor de desbetreffende indicatie aan teraken. Als u de indicatie van de kookzo-ne aangeraakt heeft, begint deze teknipperen.

Zolang de indicatie knippert,is de kookzone “actief” en kunt u eenvermogensstand of tijd instellen.Uitzondering: als slechts één kookzonein gebruik is, kunt u de vermogensstandzonder activering wijzigen.Storing door vuile en/of bedektesensortoetsen.De sensortoetsen reageren niet of erworden ongewenste schakelingenuitgevoerd, eventueel wordt de kook-plaat automatisch uitgeschakeld. Ziehoofdstuk: “Beveiligingen”, para-graaf: “Veiligheidsuitschakeling”. He-te pannen op de sensortoetsen/dis-plays kunnen de daaronder liggendeelektronica beschadigen.Houd de sensortoetsen en displaysschoon.Leg geen voorwerpen op de sensor-toetsen en displays.Zet geen hete pannen op de sensor-toetsen en displays.

Bediening30Brandgevaar door oververhittingvan gerechten.Als u het gerecht niet in de gatenhoudt, kan dit oververhit raken en inbrand vliegen.Houd toezicht op het apparaat alshet in gebruik is.Kookplaat inschakelenTip de sensortoets aan.Er lichten meer sensortoetsen op.Als u daarna geen instellingen uitvoert,wordt de kookplaat om veiligheidsre-denen na enkele seconden weer uit-geschakeld.Vermogensstand instellenPlaats een pan op de gewenste kook-zone.Raak de indicatie van de desbetref-fende kookzone aan.De indicatie begint te knipperen.Raak op het bedieningspaneel desensortoets van de gewenste vermo-gensstand aan.In de indicatie van de kookzone knip-pert de ingestelde vermogensstand en-kele seconden en gaat dan constantbranden.Vermogensstand wijzigenRaak de indicatie van de desbetref-fende kookzone aan.De indicatie begint te knipperen.Raak op het bedieningspaneel desensortoets van de gewenste vermo-gensstand aan.Kookzone/kookplaat uitscha-kelenU kunt een kookzone uitschakelendoor de desbetreffende indicatie aante raken.De indicatie begint te knipperen.Raak sensortoets 0 van de cijferreeksaan.Om de kookplaat en daarmee allekookzones uit te schakelen, raakt ude sensortoets aan.

Bediening31Restwarmte-indicatieAls een kookzone warm is, brandt nauitschakeling de restwarmte-indicatie.De streepjes van de restwarmte-indica-tie gaan een voor een uit naarmate dekookzones verder afkoelen. Het laatstestreepje gaat pas uit als de kookzoneszonder gevaar kunnen worden aange-raakt.De restwarmte-indicaties knipperenals er een stroomonderbreking op-treedt tijdens gebruik of wanneer ernog restwarmte is.Gevaar voor verbranding doorhete kookzones.Na het koken zijn de kookzones nogheet.Raak de kookzones niet aan als derestwarmte-indicatie nog brandt.Vermogensstand instellen (uit-gebreid aantal standen)Raak het gedeelte tussen de sensor-toetsen aan.De gekozen vermogensstand knippertgedurende enkele seconden en brandtdaarna constant. Bij de tussenstandenverschijnt een punt achter het getal.

Bediening32KookzonevergrotingVario-kookzone of gewone kookzo-ne/braadzone:Bij het inschakelen wordt automatischde tweede verwarmingsspiraal bijge-schakeld.Vario-kookzone met 3 verwarmings-spiralen:Bij het inschakelen wordt automatischde tweede verwarmingsspiraal bijge-schakeld. De derde verwarmingsspiraalmoet handmatig worden ingeschakeld.Controlelampje:Bij kookplaten met slechts 1vario-kookzone/braadzone of gewone kook-zone/braadzone brandt het controle-lampje voor de bijschakeling continu.Bij kookplaten met 2 of meer vario-kookzones/braadzones en gewonekookzones/braadzones brandt het con-trolelampje voor de bijschakelingslechts zolang de kookzone-indicatieknippert.

2:459 –* De doorkookstanden met punt zijn alleenbeschikbaar als u het aantal vermogens-standen heeft vergroot. Zie: “Programme-ring”. Bij de hoge doorkookstanden zijnmaar relatief korte aankooktijden nodig, om-dat bij deze instellingen over het algemeende lege pan voor het aanbraden verhitwordt.

Timer34De kookplaat moet ingeschakeld zijnals u de timer wilt gebruiken.U kunt de timer voor 2functies gebrui-ken:- voor het instellen van een kookwek-kertijd- voor het automatisch uitschakelenvan een kookzoneU kunt de functies tegelijk gebruiken.U kunt een tijd instellen tussen 1minuut( ) en 99minuten ( ). De tijden worden ingevoerd in de volg-orde “tiental minuten” en “minder dantien minuten”.De tijden worden via de cijferreeks inge-voerd.Voorbeelden:59minuten = invoer 5–980minuten = invoer: 8–0Nadat het eerste cijfer is ingevoerd,brandt de timerindicatie continu.

De functie kan voor alle kookzo-nes gelijktijdig worden gebruikt.De kookzone wordt automatisch uitge-schakeld als de geprogrammeerde tijdlanger is dan de maximaal toegestanebedrijfsduur (zie hoofdstuk: “Veilig-heidsfuncties”, paragraaf “Veiligheids-schakelaar”).Uitschakeltijd instellenStel voor de gewenste kookzone eenvermogensstand in.Raak sensortoets zo vaak aan tothet controlelampje voor deze kookzo-ne knippert.Zijn meerdere kookzones ingescha-keld, dan knipperen de betreffendecontrolelampjes met de wijzers van deklok mee, beginnend bij links voor.Het controlelampje voor automatischuitschakelen van deze kookzone knip-pert.Stel de gewenste tijd in.Als u de sensortoets aanraakt of10seconden wacht, start de uitschakel-tijd.Het controlelampje van de kookzonegaat branden.Als u voor nog een kookzone een uit-schakeltijd wilt instellen, doet u het-zelfde als hiervoor beschreven.Als er meerdere uitschakeltijden zijngeprogrammeerd, wordt de kortsteresttijd weergegeven en knippert hetdesbetreffende controlelampje.

De an-dere controlelampjes branden sta-tisch.Wanneer u de op de achtergrond af-lopende resttijden wilt weergeven,raak dan de sensortoets zo vaakaan tot het controlelampje voor degewenste kookzone knippert.Uitschakeltijd wijzigenRaak de sensortoets zo vaak aantot het controlelampje voor de ge-wenste kookzone knippert.De timerindicatie knippert.Stel de gewenste tijd in.Uitschakeltijd wissenRaak de sensortoets zo vaak aantot het controlelampje voor de ge-wenste kookzone knippert.De timerindicatie knippert. Raak de van de cijferreeks aan.

Timer36Timerfuncties tegelijk gebrui-kenU heeft een of meer uitschakeltijden ge-programmeerd en wilt ook een kook-wekkertijd instellen:Raak de timerindicatie zo vaak aan,totdat de controlelampjes van de ge-programmeerde kookzones continubranden en knippert in de timerin-dicatie.Stel de tijd in zoals hiervoor beschre-ven.U heeft een kookwekkertijd ingesteld enwilt bovendien één of meerdere uitscha-keltijden programmeren:Raak de timerindicatie zo vaak aan,totdat het controlelampje voor de ge-wenste kookzone knippert.Stel de tijd in zoals hiervoor beschre-ven.Kort na de laatste invoer schakelt de ti-merindicatie over op de functie met dekortste resttijd.U wilt, dat de op de achtergrond aflo-pende resttijden worden weergegeven:Raak de timerindicatie zo vaak aan,totdat- het controlelampje voor de gewenstekookzone knippert (automatisch uit-schakelen)- de timerindicatie knippert (kookwek-ker)Uitgaande van de weergegeven kort-ste resttijd worden met de wijzers vande klok mee alle ingeschakelde kook-zones en de kookwekker geselec-teerd.

Extra functies37Stop&GoBij activering van Stop&Go wordt devermogensstand van alle ingeschakeldekookzones tot 1 verlaagd.De vermogensstanden van de kookzo-nes en de instellingen van de timer kun-nen niet worden gewijzigd.

De kook-plaat kan alleen worden uitgeschakeld.Kookwekkertijden, uitschakeltijden, entijden voor de aankookautomaat lopengewoon door.Als u de functie deactiveert, worden dekookzones op de laatst ingestelde ver-mogensstand weer ingeschakeld.Als de functie niet binnen 1uur wordtgedeactiveerd, wordt de kookplaat uit-geschakeld.Activeren/deactiverenRaak de sensortoets aan.Gebruik de functie wanneer u de bedie-ningselementen snel moet reinigen.RecallAls de kookplaat tijdens het gebruik perongeluk uitgeschakeld is, kunt u metdeze functie alle instellingen herstellen.Hiervoor moet u de kookplaat binnen10 seconden na het uitschakelen weerinschakelen.Schakel de kookplaat weer in.Raak direct daarna een van de knip-perende kookzone-sensortoetsenaan.

Extra functies38Demo-modusMet deze functie kan de vakhandel hetapparaat presenteren, zonder dat deverwarming wordt ingeschakeld.Demo-modus activeren/deactiverenSchakel de kookplaat in.Raak in de cijferreeks gelijktijdig desensortoetsen 0 en 2 gedurende 6seconden aan.In de timerindicatie knipperen afwisse-lend gedurende enkele seconden en (demo-modus geactiveerd) dan wel (demo-modus gedeactiveerd).Gegevens kookplaat weerge-venU kunt de type-aanduiding en de soft-wareversie van uw kookplaat latenweergeven.

Beveiligingen39Inschakelblokkering/vergren-delingOm te voorkomen dat iemand de kook-plaat en de kookzones per vergissinginschakelt of instellingen wijzigt, heeftuw kookplaat een inschakelblokkeringen een vergrendeling. De inschakelblokkering wordt bij uit-geschakelde kookplaat geactiveerd. Alsde inschakelblokkering actief is, kan dekookplaat niet worden ingeschakeld enkan de timer niet worden bediend. Eeningestelde kookwekker loopt door. Dekookplaat is zo geprogrammeerd dat deinschakelblokkering handmatig moetworden geactiveerd. U kunt de instellingzo wijzigen dat de inschakelblokkering5minuten na het uitschakelen van dekookplaat automatisch wordt geacti-veerd (zie hoofdstuk “Programmering”). De wordt bij een inge-vergrendelingschakelde kookplaat geactiveerd.

Alsde vergrendeling actief is, kan de kook-plaat slechts beperkt worden bediend:- De kookzones en de kookplaat kun-nen alleen maar worden uitgescha-keld. - Een ingestelde kookwekkertijd kanworden gewijzigd. Wanneer de inschakelblokkering of ver-grendeling geactiveerd is en een niettoegestane sensortoets wordt aange-raakt, verschijnt gedurende enkele se-conden in de timerindicatie en klinkter een signaal. Inschakelblokkering activerenRaak gedurende 6seconden sensor-toets aan. De seconden worden in de timerindica-tie afgeteld. Na afloop verschijnt inde timerindicatie. De inschakelblokke-ring is geactiveerd. Inschakelblokkering deactiverenRaak gedurende 6seconden sensor-toets aan. In de timerindicatie verschijnt even ,vervolgens worden de seconden afge-teld. Na afloop is de inschakelblokke-ring gedeactiveerd.

Beveiligingen40VeiligheidsuitschakelingAls de sensortoetsen bedekt zijnWanneer u langer dan ca. 10secondenuw vinger(s) op één of meer sensor-toetsen laat rusten of als er overge-kookte gerechten of voorwerpen op de-ze toetsen liggen, wordt de kookplaatautomatisch uitgeschakeld. In de ti-merindicatie verschijnt gedurende en-kele seconden . Als het om sensor-toets gaat, brandt zo lang, totdatde voorwerpen of het vuil verwijderdzijn.Wanneer u de voorwerpen of het vuilverwijdert, dooft en is de kookplaatweer klaar voor gebruik.De kookzone was te lang ingescha-keldDe veiligheidsuitschakeling wordt auto-matisch geactiveerd als een kookzoneongewoon lang in gebruik is geweest.De tijdspanne hangt van de gekozenvermogensstand af. Als deze tijd isoverschreden, wordt de kookzone uit-geschakeld en wordt de restwarmteweergegeven.

Beveiligingen41OververhittingsbeveiligingAlle kookzones hebben een oververhit-tingsbeveiliging (temperatuurbegrenzer).Deze schakelt de verwarming van dekookzone automatisch uit, voordat dezeoververhit raakt. Zodra de kookzone af-gekoeld is, schakelt de verwarmingweer automatisch in.In de volgende gevallen kan de overver-hittingsbeveiliging in werking treden:- Op de ingeschakelde kookzone staatgeen pan.- De pan op de kookzone is leeg.- De bodem van de pan sluit niet ge-lijkmatig op de kookzone aan.- De pan geleidt de warmte niet goed.Dat de oververhittingsbeveiliging actiefis, ziet u daaraan dat de kookzone ookop de hoogste vermogensstand in- enuitgeschakeld wordt.

Programmering42U kunt de programmering van de kook-plaat aanpassen aan uw persoonlijkewensen. U kunt meerdere instellingenna elkaar wijzigen.Na het oproepen van de programmeringverschijnen in de timerindicatie (pro-gramma) en (code) en 2 kookzone-in-dicaties.In de linker kookzone-indicatie staat hetprogramma, in de rechter de code.

Van-af programmastap 10 worden de cijfersafwisselend weergegeven: en knip- peren afwisselend.Programmering wijzigenProgrammering oproepenRaak bij uitgeschakelde kookplaattegelijk de sensortoetsen en  aan totdat in de timerindicatie ver-schijnt en 2 kookzone-indicaties gaanbranden.Programma instellenRaak eerst de kookzone-indicatielinks aan en vervolgens het bijbeho-rende cijfer in de cijferreeks.Naast het cijfer begint een punt te knip-peren.Laat uw vinger zolang de punt knip-pert rusten op het (de) cijfer(s) in decijferreeks, behorend bij het program-manummer.Code instellenRaak de kookzone-indicatie rechtsaan en vervolgens het bijbehorendecijfer in de cijferreeks.Naast het cijfer begint een punt te knip-peren.Laat uw vinger zolang de punt knip-pert rusten op het (de) cijfer(s) in decijferreeks, behorend bij de code.Instellingen opslaanRaak zo lang sensortoets aan, tot-dat de controlelampjes gedoofd zijn.

Programmering44Programma1Code2Instellingen12 Reactiesnelheid van de sensor-toetsen0Langzaam1Normaal2Snel1Niet genoemde programma's zijn niet bezet.2De standaard ingestelde code is telkens vet gedrukt.3Wanneer de kookplaat ingeschakeld wordt, verschijnt enkele seconden in de timerindi-catie.4In de tekst en in de tabellen worden de uitgebreide vermogensstanden voor de duidelijk-heid weergegeven met een punt achter het cijfer.5De bevestigingstoon van sensortoets Aan/Uit wordt niet uitgeschakeld.

Reiniging en onderhoud46Gevaar voor verbranding doorhete kookzones.Na het koken zijn de kookzones nogheet.Schakel de kookplaat uit.Laat de kookzones afkoelen, voordatu de kookplaat gaat reinigen.Schade door vocht in de kook-plaat.De stoom van een stoomreiniger kanterechtkomen op onderdelen die on-der spanning staan en een kortslui-ting veroorzaken.Gebruik voor het reinigen van dekookplaat nooit een stoomreiniger.Alle oppervlakken kunnen verkleurenof veranderen wanneer u onge-schikte reinigingsmiddelen gebruikt.De oppervlakken zijn krasgevoelig.Verwijder resten van reinigingsmid-delen onmiddellijk.Gebruik geen schurende reinigings-middelen of middelen die krassenkunnen veroorzaken.Laat de kookplaat voor de reinigingafkoelen.Reinig de kookplaat na elk gebruik.Maak de kookplaat na elke vochtigereiniging weer droog om kalkresten tevoorkomen.Ongeschikte reinigingsmidde-lenOm beschadigingen aan de oppervlak-ken te voorkomen, mogen de volgendemiddelen niet worden gebruikt:- afwasmiddelen- soda-, alkali-, ammoniak-, zuur- ofchloridehoudende reinigingsmiddelen- kalkoplossende reinigingsmiddelen- vlek- en roestverwijderaars- schurende reinigingsmiddelen, zoalsschuurpoeder, vloeibaar schuurmid-del en reinigingssteen- oplosmiddelhoudende reinigingsmid-delen- reinigingsmiddelen voor afwasauto-maten- grill- en ovensprays- glasreinigers- schurende harde borstels en spons-jes (zoals pannensponsjes) of ge-bruikte sponsjes die nog restenschuurmiddel bevatten- vlekkensponsjes

Reiniging en onderhoud47Keramische plaat reinigenSchade door spitse voorwerpen. De afdichtband tussen kookplaat enwerkblad kan beschadigd raken. De afdichtband tussen keramischeplaat en lijst kan beschadigd raken. Gebruik voor de reiniging geen spitsevoorwerpen. Met een afwasmiddel worden niet al-le verontreinigingen en resten verwij-derd. Er ontstaat een onzichtbarefilm die tot verkleuringen van hetkeramische glas leidt. Deze verkleu-ringen kunnen niet meer worden ver-wijderd. Reinig de keramische plaat regelma-tig met een speciaal reinigingsmiddelvoor keramisch glas. Verwijder alle grove verontreinigingenmet een vochtige doek. Vastgekoekteverontreinigingen verwijdert u meteen glasschraper. Reinig de plaat vervolgens met hetMiele-reinigingsmiddel voor kera-mische platen en roestvrij staal (ziehoofdstuk: “Bij te bestellen accessoi-res”, paragraaf: “Reinigings- en on-derhoudsmiddelen”).

Of gebruik eenander geschikt reinigingsmiddel voorkeramische platen. Gebruik hierbijeen stuk keukenrol of een schonedoek. Gebruik het reinigingsmiddelniet op een hete plaat, omdat daar-door vlekken kunnen ontstaan. Volgde aanwijzingen van de fabrikant vanhet reinigingsmiddel op. Verwijder de resten van het reini-gingsmiddel met een vochtige doeken wis de kookplaat vervolgensdroog. Reinigingsmiddelresten branden bijeen volgend gebruik in en kunnen dekeramische plaat beschadigen. Verwij-der alle reinigingsmiddelresten. Vlekken van kalkresten, water en alu-minium kunt u met het reinigingsmid-del voor keramische platen en roest-vrij staal verwijderen. Gevaar voor verbranding doorhete kookzones. Tijdens het koken zijn de kookzonesheet. Trek ovenhandschoenen aan voordatu resten van suiker, kunststof of alu-miniumfolie met een glasschrapervan de hete kookplaat verwijdert.

Nuttige tips48De meeste storingen en problemen die bij dagelijks gebruik kunnen optreden, kuntu zelf verhelpen. U bespaart daarmee niet alleen tijd, maar ook kosten, omdat uMiele niet hoeft in te schakelen.De volgende tabellen helpen u de oorzaken van een probleem te achterhalen enhet probleem te verhelpen.Meldingen in de indicaties/het displayProbleem Oorzaak en oplossingWanneer de kookplaatwordt ingeschakeld,verschijnt enkele se-conden in de timerin-dicatie.De inschakelblokkering of vergrendeling is geacti-veerd.Deactiveer de inschakelblokkering of vergrende-ling. Zie hoofdstuk: “Beveiligingen”, paragraaf: “In-schakelblokkering/vergrendeling”.Wanneer de kookplaatwordt ingeschakeld,verschijnt even in detimerindicatie. De kook-zones worden niet heet.De demo-functie is ingeschakeld.Raak tegelijk de sensortoetsen0 en2 aan.

Nuttige tips49Ongewoon gedragProbleem Oorzaak en oplossingDe verwarming van eenkookzone wordt in- enuitgeschakeld.Dit is normaal. Het wordt veroorzaakt door de elek-tronische regeling van het verwarmingsvermogen.Zie hoofdstuk: “Werking van de kookzones”. Als de verwarming op de hoogste vermogensstandpulserend schakelt, is de oververhittingsbeveiligingin werking getreden. Zie hoofdstuk: “Beveiligingen”,paragraaf: “Oververhittingsbeveiliging”.Een kookzone wordtautomatisch uitgescha-keld.De maximale bedrijfsduur is overschreden.Schakel de kookzone weer in (zie hoofdstuk: “Be-veiligingen”, paragraaf: “Veiligheidsuitschakeling”).Er knipperen een ofmeer restwarmte-indi-caties.Er is een stroomstoring geweest tijdens bedrijf of ter-wijl er nog sprake was van restwarmte.

Nuttige tips50Onbevredigend resultaatProbleem Oorzaak en oplossingDe inhoud van een panbegint niet of nauwe-lijks te koken, terwijl deaankookautomaat inge-schakeld is.Er worden grote hoeveelheden voedingsmiddelenverwarmd.Kook met de hoogste vermogensstand en steldaarna handmatig een lagere vermogensstand in.De pan geleidt de warmte niet goed.Gebruik andere pannen die de warmte wel goedgeleiden.De inhoud van de panraakt nauwelijks of he-lemaal niet aan dekook.De pan geleidt de warmte niet goed.Gebruik andere pannen die de warmte wel goedgeleiden.De pan is te groot voor de kookzone.Gebruik een kleinere pan.De tweede verwarmingsspiraal van de vario-zone ofbraadzone is niet bijgeschakeld.Schakel de tweede verwarmingsspiraal bij.

Nuttige tips51Algemene problemen of technische storingenProbleem Oorzaak en oplossingDe kookplaat of dekookzones kunnen nietworden ingeschakeld.De kookplaat heeft geen stroom.Controleer of de zekering van de elektrische instal-latie doorgeslagen is. Neem contact op met eenelektricien of met Miele (minimale sterkte van dezekering zie typeplaatje).Er is mogelijk sprake van een technische storing.Maak het apparaat ca.1minuut spanningsvrij. Doedat als volgt:– schakel de hoofdschakelaar van de huisinstalla-tie uit of draai de betreffende zekering(en) eruitof– schakel de aardlekschakelaar uit.Schakel daarna alles weer in. Kunt u het apparaatdan nog niet in gebruik nemen, neem dan contactop met een elektricien of met Miele.Bij de nieuwe kookplaatkomen geurtjes endamp vrij.De metalen delen van het apparaat zijn voorzien vaneen speciaal beschermlaagje.

Als u de kookplaatvoor het eerst in gebruik neemt, kunnen geurtjes endampen ontstaan. De geur en de eventueel optre-dende damp wijzen niet op een verkeerde aansluitingof een defect en zijn ook niet schadelijk voor de ge-zondheid.

Bij te bestellen accessoires52Speciaal voor uw apparatuur levertMiele een uitgebreid assortiment aantoebehoren, alsmede reinigings- en on-derhoudsmiddelen.U kunt deze producten heel eenvoudigvia de webshop bestellen.De producten zijn ook verkrijgbaar bijMiele (zie achter in deze gebruiksaan-wijzing) en bij uw Miele vakhandelaar.Reinigings- en onderhouds-middelenGlaskeramiek- en RVS-reiniger250mlVoor het verwijderen van verontreini-gingen, kalkvlekken en aluminiumres-ten.MicrovezeldoekjeVoor het verwijderen van vingerafdruk-ken en lichte verontreinigingen.

Service53Contact bij storingenVoor storingen die u niet zelf kunt verhelpen, waarschuwt u uw Miele vakhandelaarof Miele.Een bezoek van een technicus kunt u online op www.miele.com/service boeken.De contactgegevens van de afdeling klantcontacten van Miele vindt u achteraanin dit document.Miele heeft de typeaanduiding en het serienummer nodig (Fabr./SN/Nr.). Beide ge-gevens vindt u op het typeplaatje.TypeplaatjePlak hier het bijgaande typeplaatje. Controleer of het type apparaat overeenkomtmet het type dat op de achterkant van dit document staat.GarantieDe garantietermijn voor dit apparaat bedraagt 2jaar.Voor meer informatie zie de bijgevoegde garantievoorwaarden.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele KM 6520 FR stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden