Miele KM 6395 FlexTouch Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele KM 6395 FlexTouch (44 pagina’s), behorend tot de categorie Inductiekookplaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 92 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Miele KM 6395 FlexTouch of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Inductiekookplaat |
| Model: | KM 6395 FlexTouch |
Handleiding Miele KM 6395 FlexTouch – volledige tekst
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 4Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 14Inductie. 15Principe. 15Geluiden. 16De juiste pannen. 17Touchscreen. 18Aan/Uit. 18Multi. 18Trio. 18Solo. 18Aanwijzingen voor de bediening. 19Instellingen. 19Dagtijd / timer. 19Bereidingstijd. 19Kookwekker. 19Hoofdmenu. 20Vermogensstand. 20Vergrendeling apparaat. 20Vergrendeling voor reinigingsdoeleinden. 20Terug. 21Panherkenning actief. 21Pan herkend. 21Pan niet herkend. 21Praktische tips. 21Restwarmte-indicator. 21Vóór het eerste gebruik. 22Eerste reiniging. 22Ingebruikneming. 22Bediening. 23Principe van de bediening. 23Booster. 23Inhoud2.
Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften.Onjuist gebruik echter kan persoonlijk letsel of beschadigingentot gevolg hebben.Lees daarom de gebruiks- en montagehandleiding aandachtigdoor, voordat u het apparaat in gebruik neemt. In de handleidingvindt u belangrijke instructies met betrekking tot inbouw, veilig-heid, gebruik en onderhoud.Als de "Veiligheidsinstructies en waarschuwingen" niet wordenopgevolgd, kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voorschade die daarvan het gevolg isBewaar de gebruiks- en montagehandleiding en geef deze dooraan een eventuele volgende eigenaar!Veiligheidsinstructies en waarschuwingen4
Verantwoord gebruik~Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor particulier huishoudelijkgebruik (of daarmee vergelijkbaar).~Het apparaat mag niet buiten worden gebruikt.~Gebruik het apparaat voor het bereiden en warmhouden van ge-rechten.Gebruik voor andere doeleinden is niet toegestaan.~Dit apparaat mag alleen worden gebruikt door personen die instaat zijn het apparaat veilig te bedienen en die volledig op dehoogte zijn van de inhoud van de gebruiksaanwijzing!De personen die het apparaat bedienen, moeten zich bewust zijnvan de gevaren van een foutieve bediening.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen5
Kinderen~Maak gebruik van de vergrendeling, zodat kinderen het apparaatniet onbedoeld kunnen inschakelen of instellingen kunnen wijzigen.~Houd kinderen onder acht jaar op een afstand, tenzij u voortdu-rend toezicht houdt.~Kinderen vanaf acht jaar mogen het apparaat alleen zonder toe-zicht gebruiken als ze weten hoe ze het apparaat veilig moeten be-dienen. De kinderen moeten zich bewust zijn van de gevaren vaneen foutieve bediening.~Kinderen mogen het apparaat niet zonder toezicht reinigen.~Houd kinderen in de gaten wanneer zij zich in de buurt van hetapparaat bevinden. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.~Het apparaat wordt tijdens het gebruik heet en blijft dat ook nogenige tijd nadat het is uitgeschakeld.
Houd kinderen op een afstand,totdat het apparaat voldoende is afgekoeld en er geenverbrandingsgevaar meer bestaat.~Verbrandingsgevaar!Bewaar geen voorwerpen die voor kinderen interessant zijn in kast-jes boven of achter het apparaat. De kinderen klimmen anders mis-schien op het apparaat.~Verbrandingsgevaar!Zet pannen zo op de kookzones dat kinderen deze niet van het ap-paraat kunnen trekken. Bij de vakhandel is een speciaal rek verkrijg-baar dat dit gevaar verkleint.~Verstikkingsgevaar!Kinderen kunnen zich tijdens het spelen in verpakkingsmateriaalwikkelen (bijvoorbeeld in folie) of het materiaal over hun hoofd trek-ken en stikken.Houd verpakkingsmaterialen bij kinderen vandaan.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6
Technische veiligheid~Door ondeskundig uitgevoerde installatie-/onderhoudswerkzaam-heden en reparaties kunnen grote risico’s voor de gebruiker ont-staan. Laat installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamhedenuitsluitend door vakmensen uitvoeren die door Miele zijngeautoriseerd.~Een beschadigd apparaat kan uw veiligheid in gevaar brengen.Controleer het voor de inbouw op zichtbare schade. Neem een be-schadigd apparaat nooit in gebruik.~De elektrische veiligheid van het apparaat is uitsluitend gegaran-deerd, als het wordt aangesloten op een aardingssysteem dat vol-gens de geldende voorschriften is geïnstalleerd.
Aan deze funda-mentele veiligheidsvoorwaarde moet worden voldaan.Laat de elektrische installatie bij twijfel door een vakman inspecte-ren.~De aansluitgegevens (zekering, frequentie, spanning) op het ty-peplaatje moeten beslist met de waarden van het elektriciteitsnetovereenkomen, om beschadiging van het apparaat te voorkomen.Vergelijk deze gegevens voor de aansluiting.Raadpleeg bij twijfel een elektricien.~Met een stekkerdoos of verlengsnoer kan een veilig gebruik vanhet apparaat niet worden gewaarborgd (brandgevaar). Sluit het ap-paraat hiermee niet op het elektriciteitsnet aan.~Gebruik het apparaat alleen als het is ingebouwd, zodat de veilig-heid gewaarborgd is.~Dit apparaat mag niet op een niet-stationaire locatie (zoals eenboot) worden gebruikt.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7
~Wanneer onderdelen worden aangeraakt die onder spanningstaan of wanneer elektrische of mechanische onderdelen wordenveranderd, is dit gevaarlijk voor de gebruiker. Het kan er tevens toeleiden dat het apparaat niet meer goed functioneert.Open nooit de ommanteling van het apparaat.~De garantie vervalt als het apparaat niet door een technicuswordt gerepareerd die door Miele is geautoriseerd.~Alleen van originele onderdelen garandeert Miele dat deze aande veiligheidseisen voldoen. Defecte onderdelen mogen alleen doororiginele onderdelen worden vervangen.~Als een kookplaat zonder aansluitkabel wordt uitgeleverd of alseen beschadigde kabel moet worden vervangen, moet voor de aan-sluiting een speciale kabel worden gebruikt.
Alleen een erkend vak-man mag de kabel aansluiten (zie "Elektrische aansluiting").~Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden dient hetapparaat spanningsvrij te worden gemaakt. Het apparaat is alleenspanningsvrij als aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:– als de hoofdschakelaar van de huisinstallatie is uitgeschakeld.of:–als de zekering van de huisinstallatie er geheel is uitgedraaid.of:–als de aansluitkabel van het elektriciteitsnet is losgehaald. Trek bijapparaten met een stekker de stekker uit het stopcontact. Trekdaarbij aan de stekker en niet aan de aansluitkabel.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8
~Is de kookplaat voorzien van een communicatiemodule, dan moetbij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden aan dekookplaat ook de communicatiemodule spanningsvrij worden ge-maakt.~De kookplaat mag niet worden gebruikt met een externe schakel-klok of een systeem dat op afstand werkt.~Neem de kookplaat niet in gebruik bij een defect of bij breuken,scheuren en barsten in de keramische plaat c.q. schakel het appa-raat meteen uit. Maak de kookplaat spanningsvrij. U kunt anderseen elektrische schok krijgen!Veilig gebruik~Alleen voor personen met een pacemaker:In de directe omgeving van het ingeschakelde apparaat ontstaateen elektromagnetisch veld. Het is niet waarschijnlijk dat dit veld dewerking van de pacemaker nadelig beïnvloedt.
Neem bij twijfel con-tact op met de fabrikant van de pacemaker of met uw arts.~Het elektromagnetische veld van de ingeschakelde kookplaat kande functie van magnetiseerbare voorwerpen beïnvloeden.Houd magnetiseerbare voorwerpen, zoals creditcards, diskettes, re-kenmachines, etc. uit de buurt van het ingeschakelde apparaat.~Wanneer u het apparaat gebruikt, wordt het zeer heet. Ook na hetuitschakelen blijft het dat nog enige tijd. De restwarmte-indicatorgeeft aan of het apparaat nog heet is.~U kunt zich aan het hete apparaat branden. Gebruik daarom altijdovenhandschoenen of pannenlappen als u met het hete apparaatwerkt. Gebruik alleen droge handschoenen of pannenlappen. Nat ofvochtig textiel geleidt de warmte beter en kan door stoomvormingverbrandingen veroorzaken.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9
~Als het apparaat is ingeschakeld, onbedoeld wordt ingeschakeldof bij restwarmte kunnen metalen voorwerpen op het apparaat heetworden.Andere materialen kunnen smelten of vlam vatten.Vochtige pandeksels kunnen zich vastzuigen.Gebruik het apparaat niet als werkblad.Schakel de kookzones na gebruik uit!~Metalen voorwerpen die in een lade onder de kookplaat wordenbewaard, kunnen heet worden als u het apparaat lang en intensiefgebruikt. Bewaar daarom geen metalen voorwerpen in een lade diezich meteen onder de kookplaat bevindt.~Als suiker, suikerhoudend voedsel, kunststof of aluminiumfolie opeen hete kookzone terechtkomt en smelt, gaat u als volgt te werk:Vermeng suikerhoudende stoffen onmiddellijk met water. Schakelvervolgens de kookzone uit en verwijder de stoffen met een schra-per, zolang de plaat nog heet is. Als u de stoffen eerst laat afkoelen,kan de keramische plaat beschadigd raken.
Draag tijdens de reini-ging ovenhandschoenen.Reinig de kookplaat met een reinigingsmiddel voor keramischeplaten, zodra de plaat is afgekoeld.~In afgesloten blikken en dergelijke ontstaat tijdens het inmaken ofverwarmen overdruk. Hierdoor kunnen deze voorwerpenopenbarsten.Gebruik het apparaat niet om voedingsmiddelen in afgesloten blik-ken en dergelijke in te maken of te verwarmen.~Als u een elektrisch apparaat (bijvoorbeeld een mixer) in de buurtvan het apparaat gebruikt, mag de aansluitkabel niet in aanrakingkomen met het hete apparaat. De isolatie van de kabel zou bescha-digd kunnen raken.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10
~Dek het apparaat nooit af met een afdekplaat, een doek, folie ofiets dergelijks. Als het apparaat per ongeluk wordt ingeschakeld ofnog heet is, kan het betreffende materiaal vlam vatten, barsten ofsmelten.~Olie en vet kunnen bij oververhitting vlam vatten. Houd het appa-raat goed in de gaten als u met olie en/of vetten werkt.Blus een brand met olie of vet nooit met water. Schakel het apparaatuit en doof de vlammen voorzichtig met een deksel of eenblusdeken.~Flambeer nooit onder een afzuigkap. Door de vlammen kan de af-zuigkap in brand vliegen.~Gebruik geen serviesgoed van kunststof of aluminiumfolie. Der-gelijke materialen smelten bij hoge temperaturen.~Vanwege de snelle reactietijd van inductiekookzones kan de tem-peratuur in de panbodem in zeer korte tijd dezelfontbrandingstemperatuur van olie en vet bereiken.
Houd daaromaltijd toezicht op het apparaat!~Spuitbussen, licht ontvlambare vloeistoffen en brandbare materia-len kunnen bij verhitting vlam vatten. Bewaar dergelijke productendaarom niet in een schuiflade onder het apparaat. Een eventuelebestekbak moet van hittebestendig materiaal zijn.~Als het apparaat achter een meubeldeur is ingebouwd, mag u hetalleen gebruiken als de deur geopend is.Sluit de meubeldeur pas als de restwarmte-indicatie is gedoofd.~Verhit kookgerei nooit leeg.~Verhit vetten en olie hooguit gedurende een minuut en gebruikdaarvoor nooit de booster.~Door drooggekookte pannen kan de keramische plaat bescha-digd raken. Houd daarom altijd toezicht op de kookplaat!Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11
~Gebruik alleen pannen met een gladde bodem. Een ruwe bodemkan krassen op de keramische plaat veroorzaken.~Zout, suiker of zandkorrels (bijvoorbeeld van groente) kunnenkrassen veroorzaken, als ze onder de pan komen. Zorg dat de kera-mische plaat schoon is, voordat u het kookgerei erop plaatst.~Hete voorwerpen op het display kunnen de elektronica eronderbeschadigen. Zet nooit hete pannen op het display.~Laat geen voorwerpen op de keramische plaat vallen. Zelfs eenlicht voorwerp (zoals een zoutvaatje) kan scheuren of barsten ver-oorzaken.~Het apparaat is voorzien van een ventilator. Als zich onder het in-gebouwde apparaat een lade bevindt, moet de afstand tussen deinhoud van de lade en de onderkant van het apparaat voldoendezijn om de ventilatie te waarborgen. Bewaar geen spitse en kleinevoorwerpen of papier in de lade.
Deze voorwerpen kunnen via deventilatieopeningen in de behuizing terechtkomen of aangezogenworden. De ventilator kan dan beschadigd raken of de koeling kanworden beïnvloed.~Schakel de kookplaat niet in als deze boven een pyrolyse-oven of-fornuis is ingebouwd en de pyrolysefunctie actief is, omdat de over-verhittingsbeveiliging van de kookplaat zou kunnen reageren (zie debetreffende rubriek).Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12
Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpak-kingsmateriaal is uitgekozen met hetoog op een zo gering mogelijke belas-ting van het milieu en de mogelijkhedenvoor recycling.Hergebruik van het verpakkingsmateri-aal remt de afvalproductie en het ge-bruik van grondstoffen. Vaak neemt deleverancier de verpakking terug. Als ude verpakking zelf wegdoet, informeerdan bij de reinigingsdienst van uw ge-meente waar u die kunt afgeven.Het afdanken van het apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten meestal nog waarde-volle materialen. Ze bevatten echterook schadelijke stoffen die nodig zijngeweest om de apparaten goed en vei-lig te laten functioneren.
Wanneer u uwoude apparaat bij het gewone afvaldoet of er op een andere manier nietgoed mee omgaat, kunnen deze stoffenschadelijk zijn voor de gezondheid enhet milieu.Verwijder uw oude apparaat dan ooknooit samen met het gewone afval,maar lever het in bij een gemeentelijkinzameldepot voor elektrische en elek-tronische apparatuur. Vraag uw han-delaar indien nodig om inlichtingen.Het afgedankte apparaat moet tot dietijd buiten het bereik van kinderen wor-den opgeslagen.Een bijdrage aan de bescherming van het milieu13
PrincipeOnder de keramische plaat bevinden zich inductiespoelen.Als u de kookplaat inschakelt en er een pan op zet,genereren deze spoelen een magneetveld waardoor de bo-dem van de pan heet wordt.
De keramische plaat wordt al-leen indirect verwarmd door de stralingswarmte van de pan.Het systeem houdt automatisch rekening met de grootte vande gebruikte pan.Het inductieprincipe werkt alleen bij pannen met een magne-tiseerbare bodem (zie "De juiste pannen").Inductie werkt niet:–als u de kookplaat zonder pan of met een ongeschikte pan(met niet magnetiseerbare bodem) inschakelt.– als de bodemdiameter van de pan te klein is.– als u de pan verwijdert.Als u geen (geschikte) pan gebruikt, wordt de kookplaat naenkele minuten automatisch uitgeschakeld.Verbrandingsgevaar!Als het apparaat is ingeschakeld, onbedoeld wordt inge-schakeld of bij restwarmte kunnen metalen voorwerpen ophet apparaat heet worden.Leg daarom geen metalen voorwerpen op de kookplaat(zoals bestek).Schakel de kookplaat na gebruik uit.Inductie14
GeluidenBij gebruik van een inductiekookplaat kunnen in het kookge-rei allerlei geluiden ontstaan. De geluiden zijn afhankelijk vanhet materiaal en de constructie van de bodem van het kook-gerei.–Op een hoge vermogensstand kan het apparaat een brom-geluid veroorzaken. Dit geluid neemt af of verdwijnt als ueen lagere vermogensstand instelt.–Bij pannen met een bodem die uit verschillende materialenbestaat (bijvoorbeeld een sandwichbodem) kan eenknetterend geluid optreden.–Wanneer voor meerdere pannen met een bodem die uitverschillende materialen bestaat (bijvoorbeeld eensandwichbodem) de booster is ingeschakeld, kan eenfluitend geluid optreden.– Vooral bij lage vermogensstanden kunnen bij elektronischeschakelingen klikgeluiden optreden.– Er kan een zoemend geluid ontstaan als de ventilatorwordt ingeschakeld. De ventilator koelt de elektronica als ude kookplaat intensief gebruikt.
De juiste pannenGeschikt zijn pannen van:–roestvrij staal met een magnetiseerbare bodem.–geëmailleerd staal.–gietijzer.Niet geschikt zijn pannen van:–roestvrij staal met een niet magnetiseerbare bodem.–aluminium of koper.–glas, keramiek of aardewerk.Als u niet zeker weet of een pan geschikt is voor inductie,kunt u een magneet tegen de panbodem houden. Blijft demagneet hangen, dan is de pan geschikt.Houdt u er rekening mee dat de eigenschappen van de pan-bodem het bereidingsresultaat beïnvloeden.Bij pannen moet de bodemdiameter minimaal 10,0 cm zijn,bij braadpannen 14,5 cm.Houdt u er rekening mee dat pannenfabrikanten vaak de dia-meter aan de bovenkant vermelden. Van belang is echter al-leen de (meestal kleinere) bodemdiameter.Inductie16
De kookplaat is voorzien van een touchscreen. U kunt alle in-stellingen uitvoeren door het display aan te raken.Houd het display altijd vrij en schoon, anders reageren desensortoetsen niet of u activeert onbedoeld functies. Ookkan de kookplaat automatisch worden uitgeschakeld (ziede rubriek "Veiligheidsuitschakeling").Zet nooit hete pannen op de toetsen om beschadiging vande elektronische onderdelen te voorkomen.Aan/UitLang aanraken:Kookplaat in-/uitschakelenKort aanraken:Kookzones uitschakelenMultiBij deze functie kunt u de pannen op een willekeurige plaatszetten. Voor elke pan kunt u een afzonderlijke vermogens-stand instellen.
U kunt maximaal 5 pannen tegelijk gebruiken.TrioBij deze functie is de kookzone in 3 kookzones verdeeld.Voor elke kookzone kunt u een afzonderlijke vermogensstandinstellen.SoloBij deze functie geldt voor de hele kookplaat dezelfde vermo-gensstand, bijvoorbeeld 5.U kunt de pannen op een willekeurige plaats zetten.Touchscreen17
Aanwijzingen voor de bedieningBedieningspaneelKookplaatInstellingenGebruiksmodiInstellingenKookplaat-demo- alleen voor de vakhandel -Diagnose- alleen voor Miele -Lichtsterkte displayTaal !Dagtijd / timerFunctie (als het appaat is ingeschakeld en u geengebruiksmodus heeft gekozen):Instelling dagtijd.Stel de dagtijd in een 24-uurs-ritme in, bijvoorbeeld 13:12uur.Functie (als het apparaat is ingeschakeld en u eengebruiksmodus heeft gekozen):Keuze van de timerfuncties (bereidingstijd, kookwekker).BereidingstijdNa afloop van de bereidingstijd wordt de kookzone c. q. deverwarming van de betreffende pan uitgeschakeld.KookwekkerEen kookwekker voor het bewaken van bepaalde bereidings-processen.Touchscreen18
HoofdmenuGebruiksmodus of menu kiezenInstellingenDagtijdAanwijzingen voor de bedieningAan/UitVermogensstandStrijk met uw vinger over het balkje om de vermogensstand inte stellen.Vergrendeling apparaatRaak het slotsymbool minimaal 3 seconden aan om de ver-grendeling te activeren of te deactiveren.GeactiveerdDe kookplaat kan niet in gebruik worden genomen.GedeactiveerdDe kookplaat kan in gebruik worden genomen.Vergrendeling voor reinigingsdoeleindenRaak het slotsymbool 1 seconde aan. De vergrendeling is nugedurende 30 seconden actief.Touchscreen19
TerugAls u deze toets aanraakt, gaat u terug naar de hogerekeuzelijst.Panherkenning actiefDe kookzone is ingeschakeld.Pan herkendU kunt een vermogensstand instellen.Pan niet herkendDe pan is niet geschikt of te klein.Praktische tipsTips voor de bediening van de kookplaat.Restwarmte-indicatorVerbrandings- en brandgevaar!Raak de kookzones niet aan als de restwarmte-indicatie nogbrandt.Touchscreen20
Bij het apparaat wordt een tweede typeplaatje geleverd. Plakdit typeplaatje op de aangegeven plaats achter in uw ge-bruiksaanwijzing.Eerste reiniging^Verwijder eventueel aanwezige beschermfolies en stickers.^Reinig het apparaat voor het eerste gebruik met een voch-tige doek en wrijf het daarna weer droog.IngebruiknemingAls het apparaat op de netspanning wordt aangesloten,wordt het automatisch ingeschakeld. U moet enkele basisin-stellingen uitvoeren die nodig zijn voor de ingebruiknemingvan het apparaat.Taal instellen^Druk op de toets met de gewenste taal en bevestig met"OK".Dagtijd instellen^Voer de uren en minuten in en bevestig met "OK".Nadat u de dagtijd heeft bevestigd, verschijnen de aanwij-zingen voor de eerste ingebruikneming.Met "Verder" gaat u naar het hoofdmenu.Vóór het eerste gebruik21
Als u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt, komen ergeurtjes en eventueel damp vrij. Bij elk volgend gebruikkomen er minder geurtjes vrij. Uiteindelijk zult u niets meerruiken.Wanneer er geurtjes en damp vrijkomen, betekent dat nietdat het apparaat verkeerd is aangesloten of defect is. Degeurtjes en de damp zijn niet schadelijk voor de gezondheid.Houdt u er rekening mee dat de opwarmtijd bij inductie-kookplaten veel korter is dan bij gewone kookplaten.Principe van de bedieningBrandgevaar!Houd toezicht op het apparaat als het in gebruik is!^Raak het display aan.^Schakel de kookplaat in.^Kies de gewenste functie.^Raak het display aan om de panherkenning te activeren.^Als het symbool van de panherkenning knippert, zet u depan op de kookplaat.^Stel de gewenste vermogensstand in.Booster^Stel de vermogensstand "15" in.^Druk op "+".^In het display verschijnt "BOOST".Bediening22
VeiligheidsuitschakelingMaximale bedrijfsduur overschredenBij elke vermogensstand hoort een maximale bedrijfsduur dieligt tussen 1 en 8 uur. Als die tijd is verstreken, wordt dekookplaat automatisch uitgeschakeld. In het display ver-schijnt een opmerking en er klinkt een signaal.^Raak een actief symbool aan om de informatie te wissen.U kunt de kookplaat weer in gebruik nemen.Display bedektDe kookplaat wordt automatisch uitgeschakeld als het dis-play bedekt is, bijvoorbeeld met overgekookte voedingsmid-delen of voorwerpen.^Reinig het display c.q. verwijder de voorwerpen.U kunt de kookplaat weer in gebruik nemen.OververhittingsbeveiligingAlle inductiespoelen en de koellichamen van de elektronicazijn voorzien van een oververhittingsbeveiliging.
Deze ver-laagt automatisch de vermogensstand of schakelt de onder-delen uit voordat de inductiespoelen of de koellichamen over-verhit raken.In het display verschijnt een foutmelding. U kunt de kookplaatweer in gebruik nemen als de melding is verdwenen.De oververhittingsbeveiliging reageert als–leeg kookgerei wordt verhit.–vet of olie op een hoge vermogensstand wordt verhit.–de onderkant van het apparaat niet voldoende wordt ge-ventileerd.Beveiligingen23
–Kook bij voorkeur met een deksel op de pan. Op die ma-nier voorkomt u dat er onnodig warmte ontsnapt.zonder deksel met deksel–Gebruik voor een kleine hoeveelheid een kleine pan. Vooreen kleine pan is minder energie nodig dan voor eengrote, niet geheel gevulde pan.– Gebruik zo weinig mogelijk water.– Schakel na het aankoken of aanbraden op tijd terug naareen lagere vermogensstand.– Met een snelkookpan kunt u de bereidingstijd aanzienlijkverkorten.Tips om energie te besparen24
Verwondingsgevaar!De stoom van een stoomreiniger kan in aanraking komenmet delen die onder spanning staan en zo kortsluiting ver-oorzaken.Gebruik voor de reiniging nooit een stoomreiniger.Reinig het apparaat na elk gebruik. Laat het eerst afkoelen.Wrijf het apparaat na elke reiniging droog.
U voorkomt zokalkafzettingen.Om beschadigingen aan de oppervlakken te voorkomen,mogen de volgende middelen niet worden gebruikt:–afwasmiddelen.– soda-, alkali-, ammoniak-, zuur- of chloridehoudende reini-gingsmiddelen.– kalkoplossende reinigingsmiddelen.– vlekken- en roestverwijderaars.– schurende reinigingsmiddelen, zoals schuurpoeder, vloei-baar schuurmiddel en reinigingssteen.– oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen.–reinigingsmiddelen voor afwasautomaten.–grill- en ovensprays.–glasreinigers.–schurende harde borstels en sponsjes (zoals pannen-sponsjes) en gebruikte sponsjes die nog resten schuur-middel bevatten.–vlekkensponsjes.–puntige voorwerpen(zodat de dichtingen tussen de keramische plaat en de lijstdan wel tussen lijst en werkblad niet beschadigd raken).Reiniging en onderhoud25
Gebruik voor het reinigen geen afwasmiddel. Met afwas-middel worden niet alle verontreinigingen verwijderd. Erontstaat dan een onzichtbaar laagje dat tot verkleuring vande keramische plaat leidt. Die verkleuring kan niet meerworden verwijderd.Reinig de kookplaat regelmatig met een speciaal reini-gingsmiddel voor keramische platen.Verwijder alle grove verontreinigingen met een vochtigedoek. Vastgekoekte verontreinigingen verwijdert u met eenglasschraper.Reinig de kookplaat vervolgens met hetMiele-reinigingsmiddel voor keramische platen en roestvrijstaal (zie ook "Bij te bestellen accessoires") of met een andergeschikt reinigingsmiddel voor keramische platen. Gebruikhierbij keukenpapier of een schone doek. Gebruik het reini-gingsmiddel niet op een hete kookplaat, omdat daardoorvlekken kunnen ontstaan.
Houdt u zich aan de aanwijzingenvan de fabrikant van het reinigingsmiddel.Wis de kookplaat ten slotte met een vochtige doek af en wrijfde plaat weer droog. Verwijder alle reinigingsmiddelresten.De resten kunnen anders inbranden en de keramische plaataantasten.Vlekken van kalkresten, water en aluminium kunt u met hetreinigingsmiddel voor keramische platen en roestvrij staalverwijderen.Verbrandingsgevaar!Trek ovenhandschoenen aan voordat u resten van suiker,kunststof of aluminiumfolie met een glasschraper van dehete kookplaat verwijdert.Komt suiker, suikerhoudend voedsel, kunststof of alumi-niumfolie op een hete kookzone terecht, vermeng de suiker-houdende stoffen dan onmiddellijk met water. Schakel ver-volgens de kookzone uit en verwijder de resten met eenschraper, zolang de plaat nog heet is.Reinig de plaat verder als deze is afgekoeld.
De meeste storingen en problemen die in de dagelijkse praktijk kunnen voor-komen, kunt u zelf verhelpen. Hierdoor bespaart u tijd en geld, omdat u niet dehulp van een service-technicus hoeft in te roepen.Het volgende overzicht helpt u de oorzaken van een probleem te vinden en hetprobleem te verhelpen. Houdt u daarbij rekening met het volgende:,Reparaties aan elektrische apparaten mogen alleen door vakmensen wor-den uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde reparaties leveren gevaar op voorde gebruiker.Probleem Oorzaak OplossingDe kookplaat respec-tievelijk de kookzo-nes kunnen niet wor-den ingeschakeld.De zekering van de huisin-stallatie is defect.Controleer de zekeringen(minimale sterkte: zie type-plaatje).Er is mogelijk een tech-nische storing geweest.Maak het apparaat ca. 1minuut spanningsvrij. Doedat als volgt:– Schakel de hoofdschake-laar van de huisinstallatieuit c.q.
draai de desbe-treffende stop eruit of–schakel de aardlekscha-kelaar uit.Nadat de zekering, dehoofd- of de aardlekscha-kelaar weer is ingescha-keld, kunt u het apparaatweer normaal gebruiken.Waarschuw een elektricienof Miele als u de storingniet zelf kunt verhelpen.Nuttige tips27
Probleem Oorzaak OplossingBij de nieuwe kook-plaat komen geurtjesen damp vrij.Bij elk volgend gebruikneemt de geurvorming af,totdat u niets meerwaarneemt.Het pansymbool knip-pert.Op de kookzone staatgeen pan of een onge-schikte pan.Gebruik geschikte pannen(zie "De juiste pannen").Pannen worden nietweergegeven.Op de kookplaat staanmeerdere (grote) pannente dicht bij elkaar.Houd voldoende afstandtussen de pannen.Het apparaat wordttijdens het gebruikvanzelf uitgeschakeld.Het display is bedekt, bij-voorbeeld met overge-kookt voedsel of voor-werpen.Reinig het display c.q. ver-wijder de voorwerpen.Het apparaat wordttijdens het gebruik uit-geschakeld.
De mel-ding "Auto-stop" ver-schijnt en er klinkteen signaal.De maximale bedrijfsduuris overschreden (1-8 uur,afhankelijk van de inge-stelde vermogensstand).Raak een actieve sensor-toets aan om de kookplaatweer in gebruik te nemen.Op het display wordtniets weergegeven,maar de bereidingwordt voortgezet.Het display is defect. Verwijder de pannen,maak het apparaat span-ningsvrij en neem contactop met Miele.De sensortoetsen rea-geren niet.De ventilator blijft inwerking, ook nadat ude kookplaat heeft uit-geschakeld.De ventilator blijft in wer-king totdat het apparaat isafgekoeld en wordt danautomatisch uitgescha-keld.Nuttige tips28
Speciaal voor uw apparatuur levert Miele een uitgebreid as-sortiment aan toebehoren, alsmede reinigings- en onder-houdsmiddelen.U kunt deze producten heel eenvoudig via de Miele-webshopbestellen:De producten zijn ook verkrijgbaar bij Miele (zie omslag) enbij uw Miele-vakhandelaar.Kook-/braadpannenBij Miele kunt u kiezen uit een groot aantal kook- en braad-pannen. De pannen sluiten qua functie en afmetingen perfectaan op de Miele-apparatuur. Meer informatie over de afzon-derlijke producten vindt u op de Miele-website.Pannen in diverse afmetingenSauté-pan met dekselPan met anti-aanbaklaagWok-panBraadpanOnderhoudsproductenReinigingsmiddel voor keramische platenen roestvrij staal 250 mlVoor het verwijderen van verontreinigingen, kalk- en alumini-umvlekkenUniverseel microvezeldoekjeVoor het verwijderen van vingerafdrukken en lichte verontrei-nigingenBij te bestellen accessoires29
Dit apparaat mag alleen door eenerkend vakman worden ingebouwden op het elektriciteitsnet wordenaangesloten.Om te voorkomen dat het apparaatbeschadigd raakt, moet het pas nade montage van de bovenkastjes ende afzuigkap worden ingebouwd.~De lijsten en randen van het werk-blad moeten met een hittebestendigelijm (100 °C) zijn bevestigd, zodat zeniet loslaten of vervormen. Ook dewandafdichtstrip moet hittebestendigzijn.~Het apparaat mag niet boven koel-apparatuur, afwas-, was- en droogauto-maten worden ingebouwd.~Deze kookplaat mag alleen bovenfornuizen en ovens met wasemkoelingworden ingebouwd.~U mag de aansluitkabel van dekookplaat na de inbouw niet kunnenaanraken. De kabel mag niet aan me-chanische belastingen worden blootge-steld.Alle maten zijn in mm aangegeven.Veiligheidsinstructies voor het inbouwen30
Veiligheidsafstand boven het appa-raatTussen het apparaat en een erbovengemonteerde afzuigkap dient u de vei-ligheidsafstand aan te houden die defabrikant van de afzuigkap aangeeft. Isdeze informatie niet beschikbaar, houddan een afstand aan van ten minste760 mm.Ook als zich boven het apparaat lichtontvlambare materialen bevinden (zo-als een keukenplank), moet u een af-stand van minste 760 mm aanhouden.Als voor verschillende apparatenverschillende veiligheidsafstandenworden genoemd voor plaatsing on-der een afzuigkap, kies dan altijd degrootste afstand.Veiligheidsafstanden31
Veiligheidsafstand zijkant /achterkantBij inbouw van de kookplaat mag zichaan de achterkant en aan één kant(rechts of links) een hoge keukenkastof een wand bevinden (zie afbeel-dingen).aTussen de uitsparing in het werkbladen de achterkant van het werkbladdient de afstand minimaal 50 mm tezijn.bRechts van de uitsparing dient deafstand tot een ernaast geplaatstmeubelstuk (bijvoorbeeld een hogekast) of een wand minimaal 50 mm tezijn.cLinks van de uitsparing dient de af-stand tot een ernaast geplaatstmeubelstuk (bijvoorbeeld een hogekast) of een wand minimaal 50 mm tezijn.Niet toegestaan!Aan te bevelen!Toegestaan maar niet aan te bevelen!Toegestaan maar niet aan te bevelen!Veiligheidsafstanden32
Minimale afstand onderkantOm de ventilatie van het apparaat tekunnen waarborgen, moet onder hetapparaat een minimale afstand wordenaangehouden ten opzichte van eenoven, tussenbodem of lade.De minimale afstand vanaf de onder-kant van de kookplaat tot de–bovenkant van een oven moet15 mm zijn.–bovenkant van een tussenbodemmoet 15 mm zijn.– bodem van een lade moet 75 mmzijn.Ventilatieruimte ovenTussenbodemEen tussenbodem onder de kookplaatis niet noodzakelijk, maar wel toege-staan.Voor de aansluitkabel moet aan de ach-terkant een spleet van 10 mm wordenaangehouden.Voor een betere ventilatie van de kook-plaat adviseren wij een spleet van20 mm.Veiligheidsafstanden33
Veiligheidsafstand bij een beklede nisAls er sprake is van een nisbekleding dient er een minimale afstand tussen de uit-sparing in het werkblad en de bekleding te worden aangehouden.
Bij te hogetemperaturen kunnen materialen beschadigd raken.Is de bekleding van brandbaar materiaal (zoals hout), dan moet de afstand etussen de uitsparing in het werkblad en de nisbekleding minimaal 50 mm zijn.Is de bekleding van niet brandbaar materiaal (zoals metaal, natuursteen en kera-mische tegels), dan moet de afstand etussen de uitsparing in het werkblad ende nisbekleding minimaal 50 mm min de dikte van de bekleding zijn.Als de nisbekleding bijvoorbeeld 15 mm dik is, moet de minimale afstand50 mm - 15 mm = 35 mm zijn.Kookplaten zonder randlijst Kookplaten met randlijst/facetrandaWandbNisbekledingmaat x = dikte van de nisbekledingcWerkbladdUitsparing in het werkbladeMinimale afstandbij brandbare materialen 50 mmbij niet brandbare materialen 50 mm - maat xVeiligheidsafstanden34
Dichting tussen kookplaat en werk-bladAls u voegenkit gebruikt tussen dekookplaat en het werkblad kunnenhet apparaat en het werkblad be-schadigd raken, als de kookplaatvoor werkzaamheden moet wordenverwijderd. Gebruik daarom geenvoegenkit.Werkblad met tegelsDe voegen aen het gearceerde ge-deelte onder de rand moeten glad envlak zijn, zodat de kookplaat gelijkmatigaansluit en de dichting onder de randvan het apparaat voldoende afdicht.Aanwijzingen voor het inbouwen35
Voorbereiding werkbladDe exacte positie van de klemverenstaat op de maatschets van de kook-plaat.^Maak de uitsparing in het werkbladvolgens de maatschets. Neem daar-bij de veiligheidsafstanden in acht(zie ook "Veiligheidsinstructies voorhet inbouwen").Werkblad van hout^De snijvlakken van houten werk-bladen moeten met speciale lak, sili-conenkit of giethars worden afge-werkt om te voorkomen dat het werk-blad door vocht wordt aangetast.
Degebruikte producten moeten hittebe-stendig zijn.De producten mogen niet op hetwerkblad terechtkomen.^Plaats de bijgeleverde klemveren opde rand van de uitsparing (zie afbeel-ding).^Bevestig de klemveren amet de bij-geleverde schroeven 3,5 x 25 mm.Werkblad van natuursteenVoor het inbouwen moeten dubbelzij-dig plakband (met een sterkekleeflaag) en siliconenkit worden ge-bruikt (niet bijgeleverd).^Bevestig de klemveren met het plak-band c.De klemveren moeten op de randvan de uitsparing worden geplaatst(zie afbeeldingen).^Breng langs de zijranden en de on-derkant van de klemveren siliconenkitaan.Inbouwen37
DichtingVerwijder de beschermfolie en plak debijgeleverde dichting rondom de uit-sparing in het werkblad.Kookplaat positioneren^Leid de aansluitkabel van de kook-plaat door de uitsparing naar bene-den.^Leg het apparaat losjes op de klem-veren.^Zorg dat de kookplaat midden in deuitsparing ligt.^Druk de kookplaat met beide handenop de rand gelijkmatig naar benedentotdat het apparaat duidelijk vastklikt.De dichting van de kookplaat moetna het vastklikken goed op het werk-blad aansluiten.
Alleen zo kan eencorrecte afdichting worden gegaran-deerd.Gebruik voor het afdichten nooit kit(bijvoorbeeld siliconenkit)!Als de dichting bij de hoeken nietgoed op het werkblad aansluit, kande hoekradius van het werkblad(ßR4) voorzichtig met een decou-peerzaag worden nabewerkt.^Sluit de kookplaat aan.^Controleer of het apparaat goedfunctioneert.De kookplaat kan alleen met speci-aal gereedschap weer uit het werk-blad worden gelicht.Inbouwen38
Dit apparaat mag alleen door eenerkend elektricien op het elektrici-teitsnet worden aangesloten. Hierbijmoeten de landelijke voorschriftenen de voorschriften van het energie-bedrijf in acht worden genomen.Miele kan niet aansprakelijk wordengesteld voor directe of indirecteschade als gevolg van ondeskun-dige installatie, onderhoudswerk-zaamheden of reparaties.Miele kan bovendien niet aanspra-kelijk worden gesteld voor schadedie is veroorzaakt door een ontbre-kende of beschadigde aarddraad(bijvoorbeeld een elektrischeschok).Na plaatsing moet zijn gewaarborgddat onder spanning staande delenniet kunnen worden aangeraakt.AansluitwaardeZie typeplaatje.AansluitingVoordat u het apparaat aansluit, dient ude aansluitgegevens (spanning en fre-quentie) op het typeplaatje te vergelij-ken met de waarden van het elektrici-teitsnet.
ScheidingssysteemHet apparaat moet via een schakelaarmet alle polen van de netspanningkunnen worden losgekoppeld. De con-tactopening in uitgeschakelde toe-stand moet ten minste 3mmbedragen!Geschikte schakelaars zijnoverbelastings- en aardlekschakelaars.Spanningsvrij makenMoet het apparaat spanningsvrij wor-den gemaakt, ga dan, afhankelijk vande situatie, als volgt te werk:–Bij zekeringen:Draai de zekering los en haal dezeuit de houder.–Bij een zekeringsautomaat:Druk op de testknop (rood) totdatde middelste knop (zwart) eruit-springt.–Bij een inbouwzekeringsautomaat:(zelfuitschakelaar, min.
type B of C)Zet de tuimelschakelaar van 1 (Aan)op 0 (Uit).–Bij een aardlekschakelaar:Zet de hoofdschakelaar van 1 (Aan)op 0 (Uit) of druk op de testknop.Zorg dat de netspanning niet perongeluk weer kan worden ingescha-keld.AansluitkabelHet apparaat moet met een kabel vanhet type H 05 VV-F (PVC-isolatie) vol-gens het aansluitschema worden aan-gesloten. De kabel moet voldoendedoorsnede hebben.Voor de aansluitmogelijkheden zie hetaansluitschema.De van toepassing zijnde aansluitwaar-den vindt u op het typeplaatje.Aansluitkabel vervangenAls de aansluitkabel moet wordenvervangen, mag hiervoor alleen een ka-bel van het typeH 05 VV-F (PVC-isolatie) worden ge-bruikt. Een geschikte aansluitkabel isverkrijgbaar bij Miele.De aansluitkabel mag uitsluitend dooreen vakman worden vervangen.
Dezeis precies op de hoogte van de lande-lijke voorschriften en van de voor-schriften van het gemeentelijke ener-giebedrijf en houdt zich daar strikt aan.De aansluitwaarden vindt u op het type-plaatje.De aarddraad moet worden vastge-schroefd aan de aansluiting metsymbool -.Elektrische aansluiting40
Voor storingen die u niet zelf kunt verhelpen, waarschuwt u–uw Miele-vakhandelaar of–de afdeling Service van Miele.De gegevens van Miele vindt u op de achterkant van deze gebruiksaanwijzing.Voor een goede en vlotte afhandeling moet de afdeling Service weten welk typeapparaat u heeft en welk serienummer het heeft. Beide gegevens vindt u op hettypeplaatje.Voor informatie over het Miele-Service-Verzekering-Certificaat kunt u zich wendentot uw Miele-vakhandelaar of de bijgaande folder raadplegen.Plak hier het bijgevoegde typeplaatje. Controleer of de gegevens op het type-plaatje overeenkomen met de gegevens op het titelblad van deze gebruiksaanwij-zing.Garantie en garantievoorwaardenDe garantietermijn voor dit apparaat bedraagt 2 jaar.Voor meer informatie zie de bijgevoegde garantievoorwaarden.Service / typeplaatje / garantie42
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele KM 6395 FlexTouch stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Inductiekookplaat Miele
Handleiding Inductiekookplaat
Nieuwste handleidingen voor Inductiekookplaat