Miele KM 6389 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele KM 6389 (72 pagina’s), behorend tot de categorie Inductiekookplaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 34 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Miele KM 6389 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Inductiekookplaat |
| Model: | KM 6389 |
Handleiding Miele KM 6389 – volledige tekst
Inhoud2 Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 4Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 13Overzicht. 14Kookplaat. 14Bedieningselementen/displays. 15Kookzones. 17Vóór het eerste gebruik. 18Kookplaat voor de eerste keer reinigen. 18Kookplaat voor de eerste keer in gebruik nemen. 18Inductie. 19Principe. 19Geluiden. 20De juiste pannen. 21Tips om energie te besparen. 22Vermogensstand. 23Bediening. 24Principe van de bediening. 24Inschakelen. 25Vermogensstand instellen/wijzigen. 25Uitschakelen. 25Restwarmte-indicator. 25Vermogensstand instellen - uitgebreid instelbereik. 26PowerFlex-kookvlak. 26Aankookautomaat. 27Booster. 28Warmhouden. 30Timer. 31Kookwekker. 31Kookzone automatisch uitschakelen. 33Timerfuncties tegelijk gebruiken. 34Extra functies. 35Stop&Go. 35Beveiligingen. 36Inschakelblokkering / vergrendeling. 36Automatische uitschakeling. 37.
Inhoud3Oververhittingsbeveiliging. 38Reiniging en onderhoud. 39Programmering. 41Nuttige tips. 44Bij te bestellen accessoires. 48Miele@home / Con@ctivity. 49Veiligheidsinstructies voor het inbouwen. 51Veiligheidsafstanden. 52Kookplaten met randlijst / facetrand. 56Aanwijzingen voor het inbouwen. 56Inbouwmaten. 57KM 6388. 57Inbouwen. 58Kookplaten zonder randlijst. 59Aanwijzingen voor het inbouwen. 59Inbouwmaten. 60KM 6389. 60Inbouwen. 61Elektrische aansluiting. 63Aansluitschema. 65Service, typeplaatje, garantie. 66Productgegevensbladen. 67.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen4Deze kookplaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften.Onjuist gebruik echter kan persoonlijk letsel of beschadiging vanhet apparaat tot gevolg hebben.Lees de gebruiks- en montagehandleiding daarom aandachtigdoor, voordat u het apparaat in gebruik neemt. In de handleidingvindt u belangrijke instructies met betrekking tot inbouw, veilig‐heid, gebruik en onderhoud.Miele kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die isontstaan doordat de veiligheidsinstructies en waarschuwingenniet in acht zijn genomen.Bewaar de gebruiks- en montagehandleiding en geef deze dooraan een eventuele volgende eigenaar.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen5Verantwoord gebruik Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor particulier huishoudelijkgebruik (of daarmee vergelijkbaar). Deze kookplaat mag niet buiten worden gebruikt. Gebruik deze kookplaat uitsluitend in huishoudelijke context voorhet bereiden en warmhouden van gerechten. Gebruik voor anderedoeleinden is niet toegestaan. Personen die op grond van hun fysieke, zintuiglijke of psychischeproblemen, hun onervarenheid of gebrek aan kennis van de kook‐plaat niet in staat zijn om deze veilig te bedienen, moeten bij de be‐diening onder toezicht staan. Deze personen mogen het apparaat al‐leen zonder toezicht bedienen als zij eerst zijn geïnstrueerd. Zij die‐nen eventuele gevaren van een onjuiste bediening te herkennen enbegrijpen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6Kinderen in het huishouden Houd kinderen onder acht jaar op een afstand, tenzij u voortdu‐rend toezicht houdt. Kinderen vanaf acht jaar mogen de kookplaat alleen zonder toe‐zicht gebruiken als ze weten hoe ze het apparaat veilig moeten be‐dienen. De kinderen moeten zich bewust zijn van de gevaren vaneen foutieve bediening. Kinderen mogen de kookplaat niet zonder toezicht reinigen. Houd kinderen in de gaten wanneer deze zich in de buurt van dekookplaat bevinden. Laat ze nooit met de kookplaat spelen. De kookplaat wordt tijdens het gebruik heet en blijft dat ook nogenige tijd nadat deze is uitgeschakeld. Houd kinderen op een af‐stand, totdat de kookplaat voldoende is afgekoeld en er geen ver‐brandingsgevaar meer bestaat. Verbrandingsgevaar!Bewaar geen voorwerpen die voor kinderen interessant zijn, bovenof achter de kookplaat.
Dat kan kinderen ertoe brengen op het ap‐paraat te klimmen. Verbrandingsgevaar!Draai de grepen van de pannen zo dat ze zich boven het werkbladbevinden, zodat kinderen de pannen niet van de kookplaat kunnentrekken. Houd verpakkingsmateriaal zoals plastic buiten het bereik vankinderen in verband met verstikkingsgevaar. Maak gebruik van de vergrendeling, zodat kinderen de kookplaatniet onbedoeld kunnen inschakelen of instellingen kunnen wijzigen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7Technische veiligheid Installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen al‐leen door een door Miele geautoriseerde vakman worden uitge‐voerd. Gebeurt dat niet, dan kan de gebruiker risico's lopen waar‐voor de fabrikant niet aansprakelijk is. Beschadigingen aan de kookplaat kunnen uw veiligheid in gevaarbrengen. Controleer de kookplaat op zichtbare beschadigingen. Eenbeschadigde kookplaat mag niet in gebruik worden genomen. De kookplaat kan alleen betrouwbaar en veilig functioneren, alsdeze op het openbare elektriciteitsnet is aangesloten. De elektrische veiligheid van de kookplaat is uitsluitend gegaran‐deerd, als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem dat vol‐gens de geldende voorschriften is geïnstalleerd. Aan deze funda‐mentele veiligheidsvoorwaarde moet worden voldaan.
Laat de elek‐trische installatie bij twijfel door een vakman inspecteren. De aansluitgegevens (frequentie en spanning) op het typeplaatjemoeten beslist met de waarden van het elektriciteitsnet overeen‐komen, om beschadiging van de kookplaat te voorkomen. Vergelijk deze gegevens voor de aansluiting. Raadpleeg bij twijfeleen elektricien. Stekkerdozen of verlengsnoeren bieden niet voldoende veiligheid(brandgevaar). Gebruik deze niet voor het aansluiten van de kook‐plaat op het elektriciteitsnet. Gebruik de kookplaat alleen als deze is ingebouwd, zodat de vei‐ligheid gewaarborgd is. Deze kookplaat mag niet op een niet-stationaire locatie (zoals eenboot) worden gebruikt.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8 Wanneer u aansluitingen onder spanning aanraakt of de elek‐trische en mechanische constructie wijzigt, kan dat voor u gevaaropleveren. Het kan ook tot storingen in de werking van de kookplaatleiden.Open nooit de behuizing van de kookplaat. Het recht op garantie vervalt wanneer de kookplaat door eentechnicus wordt gerepareerd die niet door Miele is geautoriseerd. Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelenworden vervangen.
Alleen van deze Miele-onderdelen kunnen wij ga‐randeren, dat zij volledig aan onze veiligheidseisen voldoen. De kookplaat mag niet worden gebruikt met een externe schakel‐klok of een systeem voor besturing op afstand. De kookplaat moet door een elektricien op het elektriciteitsnetworden aangesloten (zie hoofdstuk "Elektrische aansluiting"). Als de aansluitkabel beschadigd is, moet deze door een elektri‐cien worden vervangen door een speciale aansluitkabel van het typeH 05 VV-F (PVC-geïsoleerd). Zie hoofdstuk "Elektrische aansluiting". Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden moet dekookplaat volledig van het elektriciteitsnet losgekoppeld zijn. Gadaarvoor als volgt te werk:– schakel de zekeringen in uw zekeringkast uit of– draai de zekeringen in uw zekeringkast er helemaal uit of– trek de stekker (indien aanwezig) uit de contactdoos.
Trek daarbijaan de stekker en niet aan de aansluitkabel. Als de kookplaat is voorzien van een communicatiemodule, danmoet bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden aande kookplaat ook de communicatiemodule spanningsvrij worden ge‐maakt.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9 Gevaar voor elektrische schok!Als de kookplaat defect is of als de keramische glasplaat barsten ofspleten vertoont, mag u de kookplaat niet in gebruik nemen en dientu deze direct uit te schakelen. Ontkoppel de kookplaat van het elek‐triciteitsnet. Neem dan contact op met Miele. Als de kookplaat achter een meubelfront (bijv. een deur) is ge‐plaatst, sluit deze dan nooit terwijl de kookplaat in gebruik is. Achtereen gesloten meubeldeur verzamelt zich warmte en vocht. Daardoorkunnen de kookplaat, de inbouwnis en de vloer worden beschadigd.Sluit een meubeldeur pas als de restwarmte-indicaties gedoofd zijn.Veilig gebruik De kookplaat wordt heet als deze in gebruik is en blijft dat ooknog enige tijd na het uitschakelen.
Zodra het lampje voor de rest‐warmte is uitgegaan, is het verbrandingsgevaar geweken. Voorwerpen in de nabijheid van de ingeschakelde kookplaat kun‐nen door de hoge temperaturen beginnen te branden.Gebruik de kookplaat nooit om ruimten te verwarmen. Olie en vet kunnen bij oververhitting gaan branden. Laat de kook‐plaat bij werkzaamheden met olie en vet niet zonder toezicht achter.Blus branden met olie en vet nooit met water. Schakel de kookplaatuit en verstik de vlammen voorzichtig met een deksel of een blusde‐ken. Vlammen kunnen de vetfilters van een afzuigkap in brand doenvliegen. Flambeer nooit onder een afzuigkap. Als spuitbussen, licht ontvlambare vloeistoffen of brandbaar ma‐teriaal heet worden, kunnen ze gaan branden. Bewaar daarom mak‐kelijk ontvlambare voorwerpen nooit in laden direct onder de kook‐plaat.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10 In gesloten conservenblikken ontstaat bij het inmaken en opwar‐men een overdruk, waardoor deze kunnen ontploffen. Gebruik dekookplaat niet voor het inmaken en verwarmen van conservenblik‐ken. Wanneer de kookplaat wordt afgedekt, bestaat het risico dat hetmateriaal van de afdekking in brand vliegt, barst of smelt als u dekookplaat per ongeluk inschakelt of als deze nog warm is van eenbereiding. Dek de kookplaat nooit af met bijv. afdekplaten, een doekof een beschermfolie. Als de kookplaat ingeschakeld is, als u deze per ongeluk inscha‐kelt of als het apparaat nog warm is van het koken, bestaat het risi‐co dat metalen voorwerpen die op de kookplaat liggen warm wor‐den. Ander materiaal kan smelten of vlam vatten. Vochtige pannen‐deksels kunnen zich vastzuigen. Gebruik de kookplaat niet als leg‐plank.
Schakel de kookzones na gebruik uit! U kunt zich aan de hete kookplaat branden. Gebruik daarom altijdovenhandschoenen of pannenlappen als u met het hete apparaatwerkt. Gebruik alleen droge handschoenen of pannenlappen. Nat ofvochtig textiel geleidt de warmte beter en kan door stoom verbran‐dingen veroorzaken. Als u een elektrisch apparaat (bijvoorbeeld een mixer) in de buurtvan de kookplaat gebruikt, mag de aansluitkabel niet in contact ko‐men met de hete kookplaat. De isolatie van de kabel zou bescha‐digd kunnen raken. Zout, suiker of zandkorrels (bijvoorbeeld van groente) kunnenkrassen veroorzaken, als ze onder de pan komen. Zorg dat de kera‐mische glasplaat en de panbodem schoon zijn, voordat u het kook‐gerei op de kookplaat plaatst. Laat geen voorwerpen op de keramische plaat vallen. Zelfs eenlicht voorwerp zoals een zoutvaatje kan scheuren of barsten veroor‐zaken.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11 Hete voorwerpen op de sensortoetsen en de displays kunnen deelektronica eronder beschadigen. Zet nooit hete pannen op de sen‐sortoetsen en de displays. Wanneer suiker, suikerhoudende gerechten, kunststof of alumini‐umfolie op de hete kookplaat komen en smelten, beschadigen dezebij het afkoelen de keramische glasplaat. Schakel het apparaat met‐een uit en krab deze stoffen onmiddellijk met een schraper eraf. Trekhiervoor ovenhandschoenen aan. Maak de kookzones zodra ze af‐gekoeld zijn schoon met een reinigingsmiddel voor keramisch glas. Door drooggekookte pannen kan de keramische plaat beschadigdraken. Houd daarom altijd toezicht op de kookplaat! Gebruik alleen pannen met een gladde bodem. Een ruwe bodemkan krassen op de keramische plaat veroorzaken. Til pannen op als u ze wilt verplaatsen.
U voorkomt zo vlekkendoor wrijving en krassen. Doordat inductiekookzones heel snel heet worden, kan de tempe‐ratuur in de panbodem snel de zelfontbrandingstemperatuur van olieof vet bereiken. Houd daarom altijd toezicht op het apparaat! Verhit vetten en olie hooguit gedurende een minuut en gebruikdaarvoor nooit de booster. Alleen voor personen met een pacemaker: In de directe omgevingvan de ingeschakelde kookplaat ontstaat een elektromagnetischveld. Het is niet waarschijnlijk dat dit veld de werking van de pace‐maker nadelig beïnvloedt. Neem bij twijfel contact op met de fabri‐kant van de pacemaker of met uw arts. Het elektromagnetische veld van de ingeschakelde kookplaat kande werking van magnetiseerbare voorwerpen beïnvloeden. Houdcreditcards, opslagmedia, rekenmachines enz. uit de buurt van deingeschakelde kookplaat.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12 Metalen voorwerpen die in een lade onder de kookplaat wordenbewaard, kunnen heet worden als u het apparaat lang en intensiefgebruikt. Bewaar daarom geen metalen voorwerpen in een lade diezich meteen onder de kookplaat bevindt. De kookplaat is voorzien van een ventilator. Als zich onder het in‐gebouwde apparaat een lade bevindt, moet de afstand tussen de in‐houd van de lade en de onderkant van het apparaat voldoende zijnzodat voldoende ventilatie van de kookplaat is gewaarborgd. Be‐waar geen spitse en kleine voorwerpen of papier in de lade.
Dezevoorwerpen kunnen via de ventilatieopeningen in de behuizing te‐rechtkomen of aangezogen worden en zo de ventilator beschadigenof de koeling beïnvloeden. Plaats nooit twee pannen tegelijk op een kook-/braadzone of Po‐werFlex-kookvlak. Als de pan slechts gedeeltelijk op de kook- of braadzone staat,kunnen de handgrepen eventueel heel heet worden.Plaats de pan altijd in het midden van de kook- of braadzone.Reiniging en onderhoud De stoom van een stoomreiniger kan terechtkomen op onderdelendie onder spanning staan en een kortsluiting veroorzaken.Gebruik voor het reinigen van de kookplaat nooit een stoomreiniger. Schakel de kookplaat niet in als deze boven een pyrolyse-oven of-fornuis is ingebouwd en de pyrolysefunctie actief is, omdat de over‐verhittingsbeveiliging van de kookplaat zou kunnen reageren (zie hetbetreffende hoofdstuk).
Een bijdrage aan de bescherming van het milieu13Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpak‐kingsmateriaal is uitgekozen met hetoog op een zo gering mogelijke belas‐ting van het milieu en de mogelijkhedenvoor recycling.Door hergebruik van verpakkingsmate‐riaal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van een apparaatOude elektrische en elektronische ap‐paraten bevatten meestal nog waarde‐volle materialen. Ze bevatten echter ookschadelijke stoffen die nodig zijn ge‐weest om de apparaten goed en veiligte laten functioneren.
Wanneer u uw ou‐de apparaat bij het gewone afval doetof er op een andere manier niet goedmee omgaat, kunnen deze stoffenschadelijk zijn voor de gezondheid enhet milieu.Verwijder uw oude apparaat dan ooknooit samen met het gewone afval,maar lever het in bij een gemeentelijkinzameldepot voor elektrische en elek‐tronische apparatuur. Vraag uw hande‐laar indien nodig om inlichtingen.Het afgedankte apparaat moet buitenhet bereik van kinderen worden opge‐slagen.
Vóór het eerste gebruik18Plak het typeplaatje dat bij de docu‐mentatie gevoegd is op de daarvoorbestemde plaats in het hoofdstuk"Service, typeplaatje, garantie".Verwijder eventueel aanwezige be‐schermfolies en stickers.Kookplaat voor de eerste keerreinigenWis uw kookplaat voor het eerste ge‐bruik af met een vochtige doek endroog deze dan af.Kookplaat voor de eerste keerin gebruik nemenDe onderdelen van metaal worden meteen onderhoudsmiddel beschermd. Alshet apparaat voor het eerst in gebruikwordt genomen, ontstaan daardoorgeuren en eventueel ook damp. Ookdoor de verwarming van de inductie‐spoelen wordt tijdens de eerste ge‐bruiksuren een geur afgegeven.
Bij ie‐der verder gebruik wordt de geur min‐der en deze verdwijnt uiteindelijk volle‐dig.De geur en de eventueel optredendedamp wijzen niet op een verkeerde aan‐sluiting of een defect en zijn ook nietschadelijk voor de gezondheid.Denk eraan dat de opwarmtijd bij in‐ductiekookplaten veel korter is dan bijgewone kookplaten.
Inductie19PrincipeOnder de keramische plaat bevindenzich inductiespoelen. Als u een kookzo‐ne inschakelt, genereren deze spoeleneen magneetveld waardoor de bodemvan de pan heet wordt. De kookzonezelf wordt alleen indirect verwarmddoor de stralingswarmte van de pan.Een inductiekookzone reageert alleenop pannen met een magnetiseerbarebodem (zie "De juiste pannen").
Hetsysteem houdt automatisch rekeningmet de grootte van de gebruikte pan.Op het bedieningspaneel van de kook‐zone knipperen de vermogensstanden1-9 als– als u een kookzone zonder pan ofmet een ongeschikte pan (met nietmagnetiseerbare bodem) inschakelt.– als de bodemdiameter van de pan teklein is.– als u de pan van een ingeschakeldekookzone haalt.Als u binnen 3 minuten een geschiktepan op de kookzone zet, kunt u ge‐woon doorgaan.Als u geen (geschikte) pan gebruikt,wordt de kookzone na 3 minuten auto‐matisch uitgeschakeld.Als het apparaat ingeschakeld is,als u het apparaat per ongeluk in‐schakelt of als het nog warm is vanhet koken, bestaat het risico dat me‐talen voorwerpen die op de kook‐plaat liggen heet worden.Pas op dat u zich niet verbrandt!Gebruik de kookplaat niet als leg‐plank. Schakel de kookzones na ge‐bruik uit met de betreffende sensor‐toetsen.
Inductie20GeluidenBij gebruik van een inductiekookplaatkunnen in het kookgerei allerlei geluidenontstaan. De geluiden zijn afhankelijkvan het materiaal en de constructie vande bodem van het kookgerei.Op een hoge vermogensstand kan hetapparaat een bromgeluid veroorzaken.Dit geluid neemt af of verdwijnt als ueen lagere vermogensstand instelt.Bij pannen met een bodem die uit ver‐schillende materialen bestaat (bijvoor‐beeld een sandwichbodem) kan eenknetterend geluid optreden.Er kan een fluitend geluid ontstaan alsde met elkaar verbonden kookzones(zie "Booster") tegelijk zijn ingeschakelden op de kookzones pannen staan meteen bodem die uit verschillende materi‐alen bestaat (bijvoorbeeld een sand‐wichbodem).Vooral bij lage vermogensstanden kun‐nen bij elektronische schakelingen klik‐geluiden optreden.Er kan een zoemend geluid ontstaan alsde ventilator wordt ingeschakeld.
Inductie21De juiste pannenGeschikt zijn pannen van:– roestvrij staal met een magnetiseer‐bare bodem.– geëmailleerd staal.– gietijzer.Niet geschikt zijn pannen van:– roestvrij staal met een niet magneti‐seerbare bodem.– aluminium of koper.– glas, keramiek of aardewerk.Als u niet zeker weet of een pan ge‐schikt is voor inductie, houdt u eenmagneet tegen de bodem van de pan.Als de magneet blijft hangen, is de panover het algemeen geschikt.Als u een ongeschikte pan gebruikt,knipperen op het bedieningspaneel vande kookzone de vermogensstanden1-9.De kwaliteit van de bodem van de pankan het bereidingsresultaat beïnvloeden(bijvoorbeeld het bruin worden van pan‐nenkoeken).– Kies voor een optimaal gebruik vande kookzone een pan met een pas‐sende bodemdiameter (zie hoofdstuk"Kookzones").
Als de pan te klein is,wordt deze niet herkend en op hetbedieningspaneel van de kookzoneknipperen de vermogensstanden 1-9.– Gebruik alleen pannen met een glad‐de bodem. Een ruwe bodem kankrassen op de keramische plaat ver‐oorzaken.– Til pannen op als u ze wilt verplaat‐sen. U voorkomt zo vlekken doorwrijving en krassen.– Houd er bij de aanschaf rekeningmee dat pannenfabrikanten vaak demaximale diameter of de diameteraan de bovenkant vermelden. Vanbelang is echter alleen de (meestalkleinere) bodemdiameter.
Tips om energie te besparen22– Bereid gerechten zoveel mogelijk al‐leen in gesloten potten of pannen.Dat voorkomt dat onnodig warmteontwijkt.– Gebruik voor een kleine hoeveelheideen kleine pan. Voor een kleine pan isminder energie nodig dan voor eengrote, niet geheel gevulde pan.– Gebruik zo weinig mogelijk water.– Schakel na het aankoken of aanbra‐den op tijd terug naar een lagere ver‐mogensstand.– Gebruik een snelkookpan om de be‐reidingstijd te verkorten.
Vermogensstand23De kookplaat is in de fabriek met 9 vermogensstanden geprogrammeerd. Indien ueen fijnere indeling wilt, kunt u deze vergroten tot 17 vermogensstanden (ziehoofdstuk "Programmering").Vermogensstandinstelling affabriek(9 vermo‐gensstanden)uitgebreid(17 standen)Warmhouden h hBoter smeltenGelatine oplossenSmelten van chocolade1–2 1–2.Rijstepap, havermoutpap maken 2 2–2.Kleine hoeveelheden vloeistof opwarmenRijst wellen 3 3–3.Groente ontdooien (in een blok) 3 2.–3Graan wellen 3 2.–3.Verwarmen van vloeibare en halfvaste gerechten Bereiden van een omelet en van spiegeleieren zonder korstFruit blancheren4 4–4.Deegwaren wellen 4 4–5.Groente, vis stoven 5 5Diepvriesproducten ontdooien en verwarmen 5 5–5.Eieren behoedzaam bakken (zonder oververhitting van hetvet) 6 5.–6.Aankoken van grote hoeveelheden, bijv. eenpansgerechten Gebonden saus of roomsaus maken, bijv.
witte-wijnsaus ofsauce hollandaise6–7 6.–7Vis, schnitzel, braadworst behoedzaam bakken (zonderoververhitting van het vet) 6–7 6.–7.Poffertjes, pannenkoeken, etc. bakken 7 6.–7Aanbraden van stoofgerechten 8 8–8.Grote hoeveelheden water kokenAankoken 9 9De gegevens zijn richtwaarden. Het vermogen van de inductiespoel varieert naargelang degrootte en het materiaal van de bodem van de pan. Voor uw pannen kunnen de vermo‐gensstanden dus enigszins afwijken. Bepaal door praktisch gebruik de optimale instellingenvoor uw pannen. Stel voor nieuwe pannen waarvan u de gebruikseigenschappen niet kentde vermogensstand één stand lager in dan aangegeven.
Bediening24Principe van de bedieningUw keramische kookplaat heeft elektro‐nische sensortoetsen die op vingercon‐tact reageren. De sensortoets aan/uit moet bij het inschakelen om veilig‐heidsredenen iets langer worden aan‐geraakt dan de overige toetsen.Elke reactie van de toetsen wordt be‐vestigd met een akoestisch signaal.Bij uitgeschakelde kookplaat zijn alleende opgedrukte symbolen voor de sen‐sortoetsen aan/uit en inschakelblok‐kering/vergrendeling zichtbaar. Wan‐neer u de kookplaat inschakelt, lichtenalle andere sensortoetsen op.
Op debedieningspanelen van de kookzonesbrandt de sensortoets in lichtsterkte‐stand 2, de sensortoetsen tot inlichtsterktestand 1.Wanneer u een vermogensstand instelt,branden de sensortoetsen tot en metde ingestelde vermogensstand metlichtsterktestand 2.Als de booster- of warmhoudstand in‐gesteld is, brandt de betreffende sen‐sortoets met lichtsterktestand 2.Storing door vuile en/of bedekte sen‐sortoetsen.De sensortoetsen reageren niet of erworden ongewenste schakelingenuitgevoerd, eventueel wordt dekookplaat automatisch uitgescha‐keld (zie hoofdstuk "Automatischeuitschakeling"). Hete pannen op desensortoetsen/displays kunnen dedaaronder liggende elektronica be‐schadigen.Houd de sensortoetsen en displaysschoon, plaats er geen voorwerpenop en ook geen hete pannen.
Als udaarna geen waarden invoert, wordt dekookplaat om veiligheidsredenen na en‐kele seconden weer uitgeschakeld.Vermogensstand instellen/wijzigenEen kookzone is niet actief wanneer al‐leen de sensortoets van het betreffen‐de bedieningspaneel brandt.Om een kookzone te activeren, raaktu de sensortoets op het betreffendebedieningspaneel aan.Alle sensortoetsen lichten op.Raak de sensortoets van de ge‐wenste vermogensstand op het be‐treffende bedieningspaneel aan.UitschakelenOm een kookzone uit te schakelen,raakt u de sensortoets op het be‐treffende bedieningspaneel aan.Om de kookplaat en daarmee allekookzones uit te schakelen raakt u desensortoets aan.Restwarmte-indicatorAls een kookzone heet is, branden nahet uitschakelen de restwarmte-indica‐ties en de sensortoets op het betref‐fende bedieningspaneel.De streepjes van de restwarmte-indica‐tie verdwijnen één voor één als dekookzone afkoelt.
Als het laatstestreepje verdwijnt, dooft ook de sensor‐toets .De restwarmte-indicaties knipperenals er een stroomonderbreking op‐treedt tijdens gebruik of wanneer ernog restwarmte is of als u de pro‐grammering heeft geopend terwijl ernog restwarmte is.Verbrandingsgevaar! Raak dekookzones niet aan als de restwarm‐te-indicatie nog brandt.
Bediening26Vermogensstand instellen -uitgebreid instelbereikRaak het bedieningspaneel tussen desensortoetsen aan.De sensortoetsen voor en achter detussenstanden branden helderder dande overige toetsen.Voorbeeld:Wanneer u de vermogensstand 7. heeftingesteld, branden 7 en 8 helderder dande overige sensortoetsen.PowerFlex-kookvlakU kunt de PowerFlex-kookzones toteen groot PowerFlex-kookvlak samen‐voegen (zie hoofdstuk "Overzicht –Kookplaat"). De instellingen voor hetkookvlak worden met de voorste of lin‐ker PowerFlex-kookzone bestuurd.Inschakelen/uitschakelenRaak de sensortoets of aan.
Bediening28BoosterDe kookzones zijn (afhankelijk van hetmodel) voorzien van een booster, Twin‐Booster of WaterBoost (zie hoofdstuk"Overzicht – Kookplaat"). U kunt debooster voor maximaal twee kookzonestegelijk gebruiken.Met de booster kan een hoger vermo‐gen worden geleverd om snel grotehoeveelheden te verwarmen (bijvoor‐beeld grote hoeveelheden water voorhet koken van pasta).
Dit hogere ver‐mogen is maximaal 15 minuten actief.U kunt de booster voor maximaal tweekookzones tegelijk gebruiken.Als u de booster inschakelt, terwijl– geen vermogensstand is ingesteld,wordt na afloop van de boostertijd ofbij het eerder uitschakelen van defunctie automatisch teruggeschakeldnaar vermogensstand 9.– wel een vermogensstand is ingesteld,wordt na afloop van de boostertijd ofbij het eerder uitschakelen van defunctie automatisch teruggeschakeldnaar de ingestelde vermogensstand.Er zijn telkens twee kookzones met el‐kaar verbonden (gekoppeld) om hetvermogen voor de booster te kunnenleveren. Gedurende de boostertijdwordt aan de verbonden kookzone eendeel van het vermogen onttrokken. Ditheeft een van de volgende uitwerkin‐gen:– aankoken wordt uitgeschakeld– de vermogensstand wordt verlaagd– de verbonden kookzone wordt uitge‐schakeld.
Bediening29Gedurende de boostertijd branden desensortoets en alle sensortoetsenop het betreffende bedieningspaneelmet lichtsterkte 2.Booster inschakelenRaak de sensortoets op het bedie‐ningspaneel van de gewenste kook‐zone aan.Stel eventueel een vermogensstandin.Tip de sensortoets aan.TwinBooster / WaterBoost inschake‐len, stand 1Raak de sensortoets op het bedie‐ningspaneel van de gewenste kook‐zone aan.Stel eventueel een vermogensstandin.Tip de sensortoets aan.Het controlelampje voor TwinBoosterstand 1 licht op.TwinBooster / WaterBoost inschake‐len, stand 2Raak de sensortoets op het bedie‐ningspaneel van de gewenste kook‐zone aan.Stel eventueel een vermogensstandin.Raak 2 keer de sensortoets aan.Het controlelampje voor TwinBoosterstand 2 licht op.Booster / TwinBooster / WaterBoostuitschakelenTip de sensortoets aan:– één keer (boosterfunctie)– zo vaak totdat de controlelampjesuitgaan (TwinBooster / WaterBoost).ofStel een andere vermogensstand in.
Bediening30WarmhoudenDe warmhoudstand is niet bedoeldvoor het opwarmen van reeds afge‐koelde gerechten. De warmhoudstandis voor het warmhouden van ge‐rechten meteen na de bereiding.Als u de warmhoudstand instelt, blijftde kookzone maximaal 2 uur ingescha‐keld.– Houd gerechten alleen in de panwarm. Dek de pan met een deksel af.– U hoeft de gerechten tijdens hetwarmhouden niet te roeren.– De voedingswaarde van een gerechtneemt gedurende de bereiding af. Tij‐dens het warmhouden neemt de voe‐dingswaarde verder af. Houd dewarmhoudtijd dan ook zo kort moge‐lijk.Warmhoudstand in-/uitschakelenTip de sensortoets van de betref‐fende kookzone aan.
Timer31Als u de timer wilt gebruiken, moet dekookplaat ingeschakeld zijn.U kunt een tijd instellen van 1 minuut() tot 9 uur (.).U kunt de timer voor twee functies ge‐bruiken:– voor het instellen van een kookwek‐kertijd.– voor het automatisch uitschakelenvan een kookzone.Een tijd tot 99 minuten wordt in minuteningesteld en weergegeven:Bij een tijd langer dan 99 minuten moetu de timer op uren (h) zetten. De tijdwordt nu in stappen van een half uur in‐gesteld. Een half uur worden aangege‐ven met een punt achter het cijfer. Bij‐voorbeeld 2 uur en 30 minuten:hKookwekkerMinuten instellenVoorbeeld: U wilt 15 minuten instellen.Schakel eventueel de kookplaat in.Tip de - sensortoets aan.De sensortoets knippert.
Op het ti‐merdisplay verschijnt , de rechter knippert.Van de waarde "15" stelt u eerst de "1"in en dan de "5".Raak op het bedieningspaneel desensortoets (hier 1) aan van het ge‐wenste tiental.Het timerdisplay wisselt, rechts knip‐pert .Raak op het bedieningspaneel desensortoets (hier 5) aan van de ge‐wenste eenheid.Het timerdisplay wisselt, de "springt"naar links en rechts verschijnt .Na enkele seconden branden de sen‐sortoets en het timerdisplay statisch.De kookwekkertijd begint af te lopen.
Timer32Uren instellenHele uren kunt u instellen door de be‐treffende sensortoets op het bedie‐ningspaneel aan te raken. Halve urenworden ingesteld doordat u op het be‐dieningspaneel het gebied tussen 2sensortoetsen aanraakt.Voorbeeld: U wilt 2 uren 30 minuten in‐stellen.Schakel eventueel de kookplaat in.Tip de - sensortoets aan.De sensortoets knippert. Op het ti‐merdisplay verschijnt , de rechter knippert.Raak de sensortoets aan om de in‐dicatie op uren in te stellen.Raak het bedieningspaneel tussen desensortoetsen en aan.Na enkele seconden branden de sen‐sortoets en het timerdisplay statisch.De kookwekkertijd begint af te lopen.WijzigenTip de - sensortoets aan.Stel de gewenste tijd in zoals hierbo‐ven is beschreven.WissenTip de - sensortoets aan.Raak de sensortoets op het bedie‐ningspaneel aan.
De functie kan voor allekookzones tegelijk worden gebruikt.De kookzone wordt door de automa‐tische uitschakeling (zie het betreffen‐de hoofdstuk) uitgeschakeld als degeprogrammeerde tijd langer is dande maximaal toegestane bedrijfsduur.Stel voor de gewenste kookzone eenvermogensstand in.Raak de sensortoets zo vaak aantot het controlelampje voor dezekookzone knippert.Zijn meerdere kookzones ingescha‐keld, dan knipperen de betreffendecontrolelampjes met de wijzers van deklok mee, beginnend bij links voor.Stel de gewenste tijd in.Als u een uitschakeltijd voor nog eenkookzone wilt instellen, gaat u net zote werk als in het voorgaande is be‐schreven.Als meerdere uitschakeltijden gepro‐grammeerd zijn, wordt de kortste rest‐tijd weergegeven en knippert het be‐treffende controlelampje.
Timer34Timerfuncties tegelijk ge‐bruikenU kunt de functies kookwekker en auto‐matisch uitschakelen tegelijk gebruiken.U heeft een of meer uitschakeltijden ge‐programmeerd en wilt ook een kook‐wekkertijd instellen:Raak de sensortoets zo vaak aantot de controlelampjes van de gepro‐grammeerde kookzones statischbranden en op het timerdisplay verschijnt.Stel de tijd in zoals hierboven be‐schreven.U heeft een kookwekkertijd ingesteld enwilt bovendien één of meerdere uit‐schakeltijden programmeren:Raak de sensortoets zo vaak aantot het controlelampje voor de ge‐wenste kookzone knippert.Stel de tijd in zoals hierboven be‐schreven.Kort na de laatste invoer schakelt het ti‐merdisplay over op de functie met dekortste resttijd.Wanneer u de op de achtergrond aflo‐pende resttijden wilt weergeven:Raak de sensortoets zo vaak aantot– het controlelampje voor de gewenstekookzone knippert (automatisch uit‐schakelen).– het timerdisplay knippert (kookwek‐kertijd).Uitgaande van de weergegeven kortsteresttijd worden met de wijzers van deklok mee alle ingeschakelde kookzonesen de kookwekker geselecteerd.
Extra functies35Stop&GoBij de activering van Stop&Go wordt devermogensstand van alle ingeschakeldekookzones tot 1 verlaagd.De vermogensstanden van de kookzo‐nes en de instelling van de timer kun‐nen niet worden gewijzigd. De kook‐plaat kan alleen worden uitgeschakeld.Een ingestelde kookwekkertijd en deboostertijd lopen verder af. Aankokenen de ingestelde tijden voor het auto‐matische uitschakelen worden gestopt.Bij deactivering werken de kookzonesmet de laatste ingestelde vermogens‐stand verder, aankoken en uitschakeltij‐den lopen verder af.Als de functie niet binnen 1 uur wordtgedeactiveerd, wordt de kookplaatuitgeschakeld.Activeren / deactiverenTip de - sensortoets aan.Gebruik de functie wanneer u de bedie‐ningselementen snel van vuil wilt reini‐gen, of als het gevaar van overkokendreigt.
Beveiligingen36Inschakelblokkering / vergren‐delingDe inschakelblokkering en de ver‐grendeling worden door een stroom‐onderbreking gedeactiveerd. In de fabriek is een 3-vinger-bedieningingesteld. U kunt deze instelling wij‐zigen in een 1-vinger-bediening (ziehoofdstuk "Programmering"). Om te vermijden dat iemand de kook‐plaat en de kookzones per vergissinginschakelt of instellingen wijzigt, is uwkookplaat uitgerust met een inschakel‐blokkering en een vergrendeling. De inschakelblokkering wordt geacti‐veerd bij uitgeschakelde kookplaat. Alsdeze geactiveerd is, kan de kookplaatniet meer worden ingeschakeld en kande timer niet meer worden bediend. Dekookplaat is dusdanig geprogrammeerddat de inschakelblokkering met dehand moet worden geactiveerd.
U kuntde programmering dusdanig instellendat de inschakelblokkering 5 minutenna het uitschakelen van de kookplaatautomatisch wordt geactiveerd wan‐neer geen handmatige vergrendelingplaatsvindt (zie hoofdstuk "Programme‐ring"). De vergrendeling wordt bij ingescha‐kelde kookplaat geactiveerd. Wanneerdeze geactiveerd is, kan de kookplaatmaar beperkt worden bediend:– De vermogensstanden van de kook‐zones en de instellingen van de timerkunnen niet worden gewijzigd. – De kookzones, de kookplaat en de ti‐mer kunnen wel worden uitgescha‐keld, maar daarna niet weer wordeningeschakeld. Wanneer bij geactiveerde inschakel‐blokkering of vergrendeling een niettoegestane sensortoets wordt aange‐raakt, verschijnen het controlelampje enin het timerdisplay gedurende enkeleseconden .
ActiverenRaak tegelijkertijd de sensortoets en de sensortoets van de beiderechter kookzones zo lang aan, tot in het timerdisplay en het controle‐lampje van de vergrendeling verschij‐nen. Na korte tijd gaan het controlelampjeen uit.
Beveiligingen37Automatische uitschakelingBij te lange bedrijfsduurDe automatische uitschakeling wordtautomatisch geactiveerd wanneer eenkookzone ongewoon lang wordt ver‐warmd. De tijdspanne hangt van de ge‐kozen vermogensstand af. Als deze isoverschreden, wordt de kookzone uit‐geschakeld en wordt de restwarmteweergegeven. Wanneer u de kookzoneuit- en inschakelt is deze weer klaarvoor gebruik.Als de sensortoetsen bedekt zijnUw kookplaat wordt uitgeschakeld zo‐dra één of meerdere sensortoetsen lan‐ger dan ca. 10 seconden bedekt blij‐ven, bijv. door vingercontact, overko‐kende gerechten of neergelegde voor‐werpen. In het timerdisplay knippert en 10 minuten lang klinkt er elke 30 se‐conden een signaal.Wanneer u de voorwerpen of verontrei‐nigingen verwijdert, gaat uit, stopt hetsignaal en is de kookplaat weer klaarvoor gebruik.
Beveiligingen38OververhittingsbeveiligingAlle inductiespoelen en de koellicha‐men van de elektronica zijn voorzienvan een oververhittingsbeveiliging.Voordat de inductiespoelen of de koelli‐chamen oververhit raken, zorgt de over‐verhittingsbeveiliging voor een van devolgende reacties:Inductiespoelen– Een ingeschakelde booster wordt uit‐geschakeld.– De ingestelde vermogensstand wordtverlaagd.– De kookzone wordt automatisch uit‐geschakeld.
In het timerdisplay knip‐peren afwisselend en .U kunt de kookzone gewoon weer ingebruik nemen als de foutmelding isverdwenen.Koellichamen– Een ingeschakelde booster wordt uit‐geschakeld.– De ingestelde vermogensstand wordtverlaagd.– De kookzones worden automatischuitgeschakeld.Pas als het koellichaam voldoende isafgekoeld, kunt u de betreffende kook‐zones weer in gebruik nemen.De oververhittingsbeveiliging reageertals:– leeg kookgerei wordt verhit.– vet of olie op een hoge vermogens‐stand wordt verhit.– de onderkant van de kookplaat nietvoldoende geventileerd wordt.– een hete kookzone na een stroom‐storing weer wordt ingeschakeld.Reageert de oververhittingsbeveiligingopnieuw nadat de oorzaak is weggeno‐men, neem dan contact op met Miele.
De kookplaat moet afgekoeldzijn.Letselrisico!De stoom van een stoomreiniger kanterechtkomen op onderdelen die on‐der spanning staan en een kortslui‐ting veroorzaken.Gebruik voor het reinigen van dekookplaat nooit een stoomreiniger.Alle oppervlakken kunnen verkleurenof veranderen wanneer u onge‐schikte reinigingsmiddelen gebruikt.Alle oppervlakken zijn krasgevoelig.Verwijder resten van reinigingsmid‐delen onmiddellijk.Ongeschikte reinigingsmidde‐lenOm beschadigingen aan de oppervlak‐ken te voorkomen, mogen de volgendemiddelen niet worden gebruikt:– afwasmiddelen,– reinigingsmiddelen die soda, ammo‐niak, zuur of chloor bevatten,– kalkoplossende reinigingsmiddelen,– vlek- en roestverwijderaars,– schurende reinigingsmiddelen, zoalsschuurpoeder, vloeibaar schuurmid‐del en reinigingssteen,– oplosmiddelhoudende reinigingsmid‐delen,– reinigingsmiddelen voor afwasauto‐maten,– grill- en ovensprays,– glasreinigers,– schurende harde borstels en spons‐jes (bijv.
Reiniging en onderhoud40Reinig het gedeelte tussen de kera‐mische plaat en de omranding oftussen de omranding en het werk‐blad niet met scherpe voorwerpen.Afdichtingen kunnen daardoor wor‐den beschadigd.Met een afwasmiddel worden niet al‐le verontreinigingen en resten verwij‐derd.Er ontstaat een onzichtbare film dietot verkleuringen van het keramischeglas leidt. Deze verkleuringen kunnenniet meer worden verwijderd.Reinig de kookplaat regelmatig meteen speciaal reinigingsmiddel voorkeramisch glas.Verwijder alle grove verontreinigingenmet een vochtige doek. Vastgekoekteverontreinigingen verwijdert u met eenglasschraper.Reinig de kookplaat vervolgens met hetMiele-reinigingsmiddel voor keramischeplaten en roestvrij staal (zie ook "Bij tebestellen accessoires") of met een an‐der geschikt reinigingsmiddel voorkeramische platen. Gebruik hierbij keu‐kenpapier of een schone doek.
Gebruikhet reinigingsmiddel niet op een hetekookplaat, omdat daardoor vlekkenkunnen ontstaan. Houdt u zich aan deaanwijzingen van de fabrikant van hetreinigingsmiddel.Wis de kookplaat ten slotte met eenvochtige doek af en wrijf de plaat weerdroog. Verwijder alle reinigingsmiddel‐resten. De resten kunnen anders in‐branden en de keramische plaat aan‐tasten.Vlekken van kalkresten, water en alu‐minium kunt u met het reinigingsmiddelvoor keramische platen en roestvrijstaal verwijderen.Pas op dat u zich niet verbrandt!Trek ovenhandschoenen aan voordatu resten van suiker, kunststof of alu‐miniumfolie met een glaskrabber vande hete kookplaat verwijdert.Wanneer suiker, kunststof of alumini‐umfolie op de hete kookplaat komen,schakelt u het apparaat uit. Krab dezestoffen onmiddellijk, dus in hete toe‐stand, met een glaskrabber grondig vande kookzone af.
Programmering41U kunt de programmering van de kook‐plaat aanpassen aan uw persoonlijkewensen. U kunt meerdere instellingenna elkaar wijzigen.Na het oproepen van de programme‐ring verschijnen in het timerdisplay (programma) en (status); bij kookpla‐ten met 3 kookzones verschijnt links‐achter een extra indicatie.Op de bedieningspanelen linksvoor enlinksachter wordt het programma weer‐gegeven.Voorbeeld:Programma 3 =linksvoor , linksachter Programma 14 =linksvoor , linksachter Op het bedieningspaneel rechtsvoorverschijnt de status.Na het verlaten van de programmeringwordt een automatische reset uitge‐voerd.
Deze is voltooid, wanneer bo‐ven de sensortoets kort een con‐trolelampje oplicht.Schakel de kookplaat pas in nadat dereset afgesloten is.Programmering oproepenRaak bij uitgeschakelde kookplaattegelijkertijd de sensortoetsen en zo lang aan, tot het controlelampjevoor de vergrendeling knippert.Programma instellenOm de eenheden in te stellen, druktu op het betreffende cijfer op het be‐dieningspaneel linksvoor.Om de tientallen in te stellen, raakt uhet betreffende cijfer op het bedie‐ningspaneel linksachter aan.Status instellenDruk op het betreffende cijfer op hetbedieningspaneel rechtsvoor.Instellingen opslaanRaak de sensortoets zo lang aantot de indicaties uitgaan.Instellingen niet opslaanRaak de sensortoets zo lang aantot de indicaties uitgaan.
Programmering43Programma1) Status2) InstellingenP10 Miele@home- alleen bij voor communicatiegeschikte apparaten met lateringebouwde communicatie‐module -S0 Niet actueelS1 AfgemeldS2 AangemeldP15 Geluidssignaal als er iets opde sensortoetsen ligt S0 UitS1 AanP16 Reactiesnelheid van de sen‐sortoetsen S0 LangzaamS1 NormaalS2 Snel1) Niet genoemde programma's zijn niet bezet.2) De fabrieksinstellingen zijn telkens vet gedrukt.3) Wanneer de kookplaat wordt ingeschakeld, wordt enkele seconden weergegeven ophet timerdisplay.4) In de tekst en in de tabellen worden de uitgebreide vermogensstanden voor de duidelijk‐heid weergegeven met een punt achter het cijfer.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele KM 6389 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Inductiekookplaat Miele
Handleiding Inductiekookplaat
Nieuwste handleidingen voor Inductiekookplaat