Miele KM 6366 PowerFlex Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele KM 6366 PowerFlex (66 pagina’s), behorend tot de categorie Inductiekookplaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 99 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Miele KM 6366 PowerFlex of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Inductiekookplaat |
| Model: | KM 6366 PowerFlex |
| Apparaatplaatsing: | Ingebouwd |
| Soort bediening: | Touch |
| Kleur van het product: | Zwart |
| Aantal vermogenniveau's: | 9 |
| Ingebouwd display: | Ja |
| Timer: | Ja |
| Gewicht: | 15000 g |
| Breedte: | 806 mm |
| Diepte: | 526 mm |
| Hoogte: | 13 mm |
| Snoerlengte: | 1.4 m |
| Warmhoud functie: | Ja |
| Soort materiaal (bovenkant): | Glaskeramiek |
| Vermogen brander/kookzone 2: | 2100 W |
| Vermogen brander/kookzone 3: | 2100 W |
| Vermogen brander/kookzone 1: | 2100 W |
| Aantal branders/kookzones: | 6 zone(s) |
| Type kookplaat: | Inductiekookplaat zones |
| Type brander/kookzone 1: | Regulier |
| Type brander/kookzone 2: | Regulier |
| Type brander/kookzone 3: | Regulier |
| Makkelijk schoon te maken: | Ja |
| Aantal gaspitten: | 0 zone(s) |
| Aantal elektronische kook zones: | 6 zone(s) |
| Reguliere brander/kookzone diameter: | 230 mm |
| Normale brander/kookzone: | 2100 W |
| Controle positie: | Voorkant |
| Aangesloten lading (elektrisch): | 11000 W |
| Installatie compartiment breedte: | 780 mm |
| Installatie compartiment diepte: | 500 mm |
| Installatie compartiment hoogte: | 45 mm |
| Stroom: | 16 A |
| Aan/uitschakelaar: | Ja |
| Boost functie: | Ja |
| Restwarmte-indicator: | Ja |
| Auto-off timer koks voedsel veilig: | Ja |
| Frame kleur: | Roestvrijstaal |
| Type brander/kookzone 4: | Regulier |
| Vermogen brander/kookzone 4: | 2100 W |
| Voedingsbron brander/kookzone 1: | Electrisch |
| Voedingsbron brander/kookzone 2: | Electrisch |
| Voedingsbron brander/kookzone 3: | Electrisch |
| Voedingsbron brander/kookzone 4: | Electrisch |
| Kookzone 1 boost: | 3000 W |
| Kookzone 2 boost: | 3000 W |
| Kookzone 3 boost: | 3300 W |
| Kookzone 4 boost: | 3300 W |
| Positie brander/kookzone 1: | Links achter |
| Positie brander/kookzone 2: | Links voor |
| Positie brander/kookzone 3: | Midden achter |
| Positie brander/kookzone 4: | Midden voor |
| Kookzone 1 vorm: | Rechthoekig |
| Kookzone 2 vorm: | Rechthoekig |
| Kookzone 3 vorm: | Rechthoekig |
| Kookzone 4 vorm: | Rechthoekig |
| Combi-zone: | Ja |
| Flexibele kookzone: | Ja |
| Kookzone 2 grootte (WxD): | 150 x 230 mm |
| Kookzone 4 grootte (WxD): | 150 x 230 mm |
| Aantal flexibele kookzones: | 3 zone(s) |
| Kookzone 1 grootte (WxD): | 150 x 230 mm |
| Kookzone 3 grootte (WxD): | 150 x 230 mm |
| Voedingsbron brander/kookzone 5: | Electrisch |
| Voedingsbron brander/kookzone 6: | Electrisch |
| Type brander/kookzone 5: | Regulier |
| Type brander/kookzone 6: | Regulier |
| Positie brander/kookzone 5: | Rechts achter |
| Vermogen brander/kookzone 5: | 2100 W |
| Kookzone 5 boost: | 3000 W |
| Positie brander/kookzone 6: | Rechts voor |
| Vermogen brander/kookzone 6: | 2100 W |
| Kookzone 5 vorm: | Rechthoekig |
| Kookzone 5 grootte (WxD): | 150 x 230 mm |
| Kookzone 6 vorm: | Rechthoekig |
| Kookzone 2 dubbele boost: | 3650 W |
| Kookzone 3 dubbele boost: | 3650 W |
| Kookzone 1 dubbele boost: | 3650 W |
| Kookzone 4 dubbele boost: | 3650 W |
| Kookzone 6 grootte (WxD): | 150 x 230 mm |
| Kookzone 6 boost: | 3000 W |
| Kookzone 5 dubbele boost: | 3650 W |
| Kookzone 6 dubbele boost: | 3650 W |
Handleiding Miele KM 6366 PowerFlex – volledige tekst
Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften.Onjuist gebruik echter kan persoonlijk letsel of beschadigingentot gevolg hebben.Lees daarom de gebruiks- en montagehandleiding aandachtigdoor, voordat u het apparaat in gebruik neemt. In de handleidingvindt u belangrijke instructies met betrekking tot inbouw, veilig-heid, gebruik en onderhoud.Als de "Veiligheidsinstructies en waarschuwingen" niet wordenopgevolgd, kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voorschade die daarvan het gevolg is.Bewaar de gebruiks- en montagehandleiding en geef deze dooraan een eventuele volgende eigenaar.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen5
Verantwoord gebruik~Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor particulier huishoudelijkgebruik (of daarmee vergelijkbaar).~Het apparaat mag niet buiten worden gebruikt.~Gebruik het apparaat voor het bereiden en warmhouden van ge-rechten.Gebruik voor andere doeleinden is niet toegestaan.~Dit apparaat mag alleen worden gebruikt door personen die instaat zijn het apparaat veilig te bedienen en die volledig op dehoogte zijn van de inhoud van de gebruiksaanwijzing!De personen die het apparaat bedienen, moeten zich bewust zijnvan de gevaren van een foutieve bediening.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6
Kinderen~Houd kinderen onder acht jaar op een afstand, tenzij u voortdu-rend toezicht houdt.~Kinderen vanaf acht jaar mogen het apparaat alleen zonder toe-zicht gebruiken als ze weten hoe ze het apparaat veilig moeten be-dienen. De kinderen moeten zich bewust zijn van de gevaren vaneen foutieve bediening.~Kinderen mogen het apparaat niet zonder toezicht reinigen.~Houd kinderen in de gaten wanneer zij zich in de buurt van hetapparaat bevinden. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.~Het apparaat wordt tijdens het gebruik heet en blijft dat ook nogenige tijd nadat het is uitgeschakeld.
Houd kinderen op een afstand,totdat het apparaat voldoende is afgekoeld en er geenverbrandingsgevaar meer bestaat.~Verstikkingsgevaar!Kinderen kunnen zich tijdens het spelen in verpakkingsmateriaalwikkelen (bijvoorbeeld in folie) of het materiaal over hun hoofd trek-ken en stikken.Houd verpakkingsmaterialen bij kinderen vandaan.~Verbrandingsgevaar!Bewaar geen voorwerpen die voor kinderen interessant zijn in kast-jes boven of achter het apparaat. De kinderen klimmen anders mis-schien op het apparaat.~Verbrandingsgevaar!Draai de grepen van de pannen zo dat ze zich boven het werkbladbevinden, zodat kinderen de pannen niet van het apparaat kunnentrekken.~Maak gebruik van de vergrendeling, zodat kinderen het apparaatniet onbedoeld kunnen inschakelen of instellingen kunnen wijzigen.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7
Technische veiligheid~Door ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- en repa-ratiewerkzaamheden kunnen grote risico’s voor de gebruiker ont-staan. Laat installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamhedenuitsluitend door vakmensen uitvoeren die door Miele zijngeautoriseerd.~Een beschadigd apparaat kan uw veiligheid in gevaar brengen.Controleer het voor de inbouw op zichtbare schade. Neem een be-schadigd apparaat nooit in gebruik.~De elektrische veiligheid van het apparaat is uitsluitend gegaran-deerd, als het wordt aangesloten op een aardingssysteem dat vol-gens de geldende voorschriften is geïnstalleerd.
Aan deze funda-mentele veiligheidsvoorwaarde moet worden voldaan.Laat de elektrische installatie bij twijfel door een vakman inspecte-ren.~De aansluitgegevens (frequentie en spanning) op het typeplaatjemoeten beslist met de waarden van het elektriciteitsnet overeen-komen, om beschadiging van het apparaat te voorkomen.Vergelijk deze gegevens voor de aansluiting.Raadpleeg bij twijfel een elektricien.~Met een stekkerdoos of verlengsnoer kan een veilig gebruik vanhet apparaat niet worden gewaarborgd (brandgevaar). Sluit het ap-paraat hiermee niet op het elektriciteitsnet aan.~Gebruik het apparaat alleen als het is ingebouwd, zodat de veilig-heid gewaarborgd is.~Dit apparaat mag niet op een niet-stationaire locatie (zoals eenboot) worden gebruikt.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8
~Wanneer onderdelen worden aangeraakt die onder spanningstaan of wanneer elektrische of mechanische onderdelen wordenveranderd, is dit gevaarlijk voor de gebruiker. Het kan er tevens toeleiden dat het apparaat niet meer goed functioneert.Open nooit de ommanteling van het apparaat.~De garantie vervalt als het apparaat niet door een technicuswordt gerepareerd die door Miele is geautoriseerd.~Alleen van originele onderdelen garandeert Miele dat deze aande veiligheidseisen voldoen. Defecte onderdelen mogen alleen doororiginele onderdelen worden vervangen.~De kookplaat mag niet worden gebruikt met een externeschakelklok of een systeem dat op afstand werkt.~Het apparaat mag uitsluitend door een vakman op het net wordenaangesloten. Als een beschadigde kabel moet worden vervangen,moet een speciale kabel worden gebruikt.
Alleen een vakman magde kabel aansluiten (zie "Elektrische aansluiting").~Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden dient hetapparaat spanningsvrij te worden gemaakt.Ga daarvoor als volgt te werk:–schakel de hoofdschakelaar van de huisinstallatie uit of–draai de zekering van de huisinstallatie er geheel uit of–trek de stekker (indien aanwezig) uit de contactdoos.Trek daarbij aan de stekker en niet aan de aansluitkabel.~Is de kookplaat voorzien van een communicatiemodule, dan moetbij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden aan dekookplaat ook de communicatiemodule spanningsvrij worden ge-maakt.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9
~Neem de kookplaat niet in gebruik bij een defect of bij breuken,scheuren en barsten in de keramische plaat c.q. schakel het appa-raat meteen uit. Maak de kookplaat spanningsvrij. U kunt anderseen elektrische schok krijgen!Veilig gebruik~Olie en vet kunnen bij oververhitting vlam vatten. Houd het appa-raat goed in de gaten als u met olie en/of vetten werkt.Blus een brand met olie of vet nooit met water. Schakel het apparaatuit en doof de vlammen voorzichtig met een deksel of eenblusdeken.~Flambeer nooit onder een afzuigkap. Door de vlammen kan de af-zuigkap in brand vliegen.~Spuitbussen, licht ontvlambare vloeistoffen en brandbare materia-len kunnen bij verhitting vlam vatten. Bewaar dergelijke productendaarom niet in een schuiflade onder het apparaat.
Een eventuelebestekbak moet van hittebestendig materiaal zijn.~Verhit kookgerei nooit leeg.~In afgesloten blikken en dergelijke ontstaat tijdens het inmaken ofverwarmen overdruk. Hierdoor kunnen deze voorwerpenopenbarsten.Gebruik het apparaat niet om voedingsmiddelen in afgesloten blik-ken en dergelijke in te maken of te verwarmen.~Dek het apparaat nooit af met een afdekplaat, een doek, folie ofiets dergelijks. Als het apparaat per ongeluk wordt ingeschakeld ofnog heet is, kan het betreffende materiaal vlam vatten, barsten ofsmelten.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10
~Als u een elektrisch apparaat (bijvoorbeeld een mixer) in de buurtvan het apparaat gebruikt, mag de aansluitkabel niet in aanrakingkomen met het hete apparaat. De isolatie van de kabel zou bescha-digd kunnen raken.~Als het apparaat achter een meubeldeur is ingebouwd, mag u hetalleen gebruiken als de deur geopend is.Sluit de meubeldeur pas als de restwarmte-indicatie is gedoofd.~Wanneer u het apparaat gebruikt, wordt het zeer heet. Ook na hetuitschakelen blijft het dat nog enige tijd. De restwarmte-indicatorgeeft aan of het apparaat nog heet is.~U kunt zich aan het hete apparaat branden. Gebruik daarom altijdovenhandschoenen of pannenlappen als u met het hete apparaatwerkt. Gebruik alleen droge handschoenen of pannenlappen.
Nat ofvochtig textiel geleidt de warmte beter en kan door stoomvormingverbrandingen veroorzaken.~Als het apparaat is ingeschakeld, onbedoeld wordt ingeschakeldof bij restwarmte kunnen metalen voorwerpen op het apparaat heetworden.Andere materialen kunnen smelten of vlam vatten.Vochtige pandeksels kunnen zich vastzuigen.Gebruik het apparaat niet als werkblad.Schakel de kookzones na gebruik uit!~Als suiker, suikerhoudend voedsel, kunststof of aluminiumfolie opeen hete kookzone terechtkomt en smelt, gaat u als volgt te werk:Vermeng suikerhoudende stoffen onmiddellijk met water. Schakelvervolgens de kookzone uit en verwijder de stoffen met een schra-per, zolang de plaat nog heet is. Als u de stoffen eerst laat afkoelen,kan de keramische plaat beschadigd raken.
~Door drooggekookte pannen kan de keramische plaat bescha-digd raken. Houd daarom altijd toezicht op de kookplaat!~Gebruik alleen pannen met een gladde bodem. Een ruwe bodemkan krassen op de keramische plaat veroorzaken.~Zout, suiker of zandkorrels (bijvoorbeeld van groente) kunnenkrassen veroorzaken, als ze onder de pan komen. Zorg dat de kera-mische plaat en de panbodem schoon zijn, voordat u het kookgereiop het apparaat plaatst.~Laat geen voorwerpen op de keramische plaat vallen. Zelfs eenlicht voorwerp (zoals een zoutvaatje) kan scheuren of barsten ver-oorzaken.~Hete voorwerpen op de sensortoetsen en de displays kunnen deelektronica eronder beschadigen. Zet nooit hete pannen op de sen-sortoetsen en de displays.~Vanwege de snelle reactietijd van inductiekookzones kan de tem-peratuur in de panbodem in zeer korte tijd dezelfontbrandingstemperatuur van olie en vet bereiken.
Houd daaromaltijd toezicht op het apparaat!~Verhit vetten en olie hooguit gedurende een minuut en gebruikdaarvoor nooit de booster.~Alleen voor personen met een pacemaker:In de directe omgeving van het ingeschakelde apparaat ontstaateen elektromagnetisch veld. Het is niet waarschijnlijk dat dit veld dewerking van de pacemaker nadelig beïnvloedt. Neem bij twijfel con-tact op met de fabrikant van de pacemaker of met uw arts.~Het elektromagnetische veld van de ingeschakelde kookplaat kande functie van magnetiseerbare voorwerpen beïnvloeden.Houd magnetiseerbare voorwerpen, zoals creditcards, diskettes, re-kenmachines, etc. uit de buurt van het ingeschakelde apparaat.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12
~Metalen voorwerpen die in een lade onder de kookplaat wordenbewaard, kunnen heet worden als u het apparaat lang en intensiefgebruikt. Bewaar daarom geen metalen voorwerpen in een lade diezich meteen onder de kookplaat bevindt.~Het apparaat is voorzien van een ventilator. Als zich onder hetingebouwde apparaat een lade bevindt, moet de afstand tussen deinhoud van de lade en de onderkant van het apparaat voldoendezijn om de ventilatie te waarborgen. Bewaar geen spitse en kleinevoorwerpen of papier in de lade. Deze voorwerpen kunnen via deventilatieopeningen in de behuizing terechtkomen of aangezogenworden.
De ventilator kan dan beschadigd raken of de koeling kanworden beïnvloed.~Plaats nooit twee pannen tegelijk op een kook-/braadzone ofPowerFlex-kookvlak.Reiniging en onderhoud~De stoom van een stoomreiniger kan in aanraking komen met de-len die onder spanning staan en zo kortsluiting veroorzaken.Gebruik voor de reiniging nooit een stoomreiniger.~Schakel de kookplaat niet in als deze boven een pyrolyse-oven of-fornuis is ingebouwd en de pyrolysefunctie actief is, omdat de over-verhittingsbeveiliging van de kookplaat zou kunnen reageren (zie debetreffende rubriek).Veiligheidsinstructies en waarschuwingen13
Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpak-kingsmateriaal is uitgekozen met hetoog op een zo gering mogelijke belas-ting van het milieu en de mogelijkhedenvoor recycling.Hergebruik van het verpakkingsmateri-aal remt de afvalproductie en het ge-bruik van grondstoffen. Vaak neemt deleverancier de verpakking terug. Als ude verpakking zelf wegdoet, informeerdan bij de reinigingsdienst van uw ge-meente waar u die kunt afgeven.Het afdanken van het apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten meestal nog waarde-volle materialen. Ze bevatten echterook schadelijke stoffen die nodig zijngeweest om de apparaten goed en vei-lig te laten functioneren.
Wanneer u uwoude apparaat bij het gewone afvaldoet of er op een andere manier nietgoed mee omgaat, kunnen deze stoffenschadelijk zijn voor de gezondheid enhet milieu.Verwijder uw oude apparaat dan ooknooit samen met het gewone afval,maar lever het in bij een gemeentelijkinzameldepot voor elektrische en elek-tronische apparatuur. Vraag uw hande-laar indien nodig om inlichtingen.Het afgedankte apparaat moet tot dietijd buiten het bereik van kinderen wor-den opgeslagen.Een bijdrage aan de bescherming van het milieu19
Bij het apparaat wordt een tweede typeplaatje geleverd. Plakdit typeplaatje op de aangegeven plaats achter in uw ge-bruiksaanwijzing.Eerste reiniging^Verwijder eventueel aanwezige beschermfolies en stickers.^Reinig het apparaat voor het eerste gebruik met een voch-tige doek en wrijf het daarna weer droog.IngebruiknemingAlleen voor kookplaten met facetrand (geslepen rand):Na het inbouwen kan de eerste dagen een spleet zichtbaarzijn tussen de kookplaat en het werkblad. Deze spleet zaldoor het gebruik kleiner worden. De elektrische veiligheidvan het apparaat is echter altijd gewaarborgd.De metalen delen van het apparaat zijn voorzien van eenspeciaal beschermlaagje. Als u het apparaat voor het eerst ingebruik neemt, ontstaan daardoor geurtjes (en eventueeldampen). Ook door het opwarmen van de inductiespoelenontstaan tijdens de eerste bedrijfsuren geurtjes.
Bij elk vol-gend gebruik neemt de geurvorming geleidelijk af, totdat uniets meer waarneemt.Wanneer er geurtjes en damp vrijkomen, betekent dat nietdat het apparaat verkeerd is aangesloten of defect is. Degeurtjes en de damp zijn niet schadelijk voor de gezondheid.Houdt u er rekening mee dat de opwarmtijd bij inductie-kookplaten veel korter is dan bij gewone kookplaten.Vóór het eerste gebruik20
PrincipeOnder de keramische plaat bevinden zich inductiespoelen.Als u een kookzone inschakelt, genereren deze spoelen eenmagneetveld waardoor de bodem van de pan heet wordt. Dekookzone zelf wordt alleen indirect verwarmd door de stra-lingswarmte van de pan.Een inductiekookzone reageert alleen op pannen met eenmagnetiseerbare bodem (zie "De juiste pannen").
Het sys-teem houdt automatisch rekening met de grootte van de ge-bruikte pan.In het kookzonedisplay knipperen afwisselend het symbool ßen de ingestelde vermogensstand,–als u een kookzone zonder pan of met een ongeschiktepan (met niet magnetiseerbare bodem) inschakelt.– als de bodemdiameter van de pan te klein is.– als u de pan van een ingeschakelde kookzone haalt.Als u binnen 3 minuten een geschikte pan op de kookzonezet, verdwijnt het symbool ßen kunt u gewoon doorgaan.Als u geen (geschikte) pan gebruikt, wordt de kookzone na 3minuten automatisch uitgeschakeld.Verbrandingsgevaar!Als het apparaat is ingeschakeld, onbedoeld wordt inge-schakeld of bij restwarmte kunnen metalen voorwerpen ophet apparaat heet worden.Leg daarom geen metalen voorwerpen op de kookplaat(zoals bestek).Schakel de kookzones na gebruik uit.Inductie21
GeluidenBij gebruik van een inductiekookplaat kunnen in het kookge-rei allerlei geluiden ontstaan. De geluiden zijn afhankelijk vanhet materiaal en de constructie van de bodem van het kook-gerei.–Op een hoge vermogensstand kan het apparaat een brom-geluid veroorzaken. Dit geluid neemt af of verdwijnt als ueen lagere vermogensstand instelt.–Bij pannen met een bodem die uit verschillende materialenbestaat (bijvoorbeeld een sandwichbodem) kan eenknetterend geluid optreden.–Er kan een fluitend geluid ontstaan als de met elkaar ver-bonden kookzones (zie "Booster") tegelijk zijn ingescha-keld en op de kookzones pannen staan met een bodemdie uit verschillende materialen bestaat (bijvoorbeeld eensandwichbodem).– Vooral bij lage vermogensstanden kunnen bij elektronischeschakelingen klikgeluiden optreden.– Er kan een zoemend geluid ontstaan als de ventilatorwordt ingeschakeld.
De juiste pannenGeschikt zijn pannen van:–roestvrij staal met een magnetiseerbare bodem.–geëmailleerd staal.–gietijzer.Niet geschikt zijn pannen van:–roestvrij staal met een niet magnetiseerbare bodem.–aluminium of koper.–glas, keramiek of aardewerk.Als u niet zeker weet of een pan geschikt is voor inductie,kunt u een magneet tegen de panbodem houden. Blijft demagneet hangen, dan is de pan geschikt.Houdt u er rekening mee dat de eigenschappen van de pan-bodem het bereidingsresultaat beïnvloeden.Om optimaal gebruik te maken van een kookzone moet u hetformaat van de pan zo kiezen dat de pan tussen de binnen-ste en de buitenste markering (markeringsstreepjes - afhan-kelijk van het model) van de kookzone past.
VermogensstandBoter smeltenGelatine oplossen1 tot 2Rijstepap, havermoutpap maken 2Kleine hoeveelheden vloeistof opwarmenRijst wellenGroente ontdooien (in een blok)Graan wellen3Gerechten verwarmen die veel vocht bevattenOmelet, eieren zonder korstje bakkenFruit blancherenDeegwaren wellen4Groente, vis stovenDiepvriesproducten ontdooien en verwarmen5Aankoken van grote hoeveelheden, bijv. eenpansgerechtenGebonden saus of roomsaus maken, bijv. witte-wijnsausof sauce hollandaiseEieren behoedzaam bakken (zonder oververhitting van hetvet)6Vis, schnitzel en braadworst behoedzaam bakken (zonderoververhitting van het vet)Poffertjes, pannenkoeken, etc. bakken7Aanbraden van stoofgerechten 8Grote hoeveelheden water kokenAankoken9De aangegeven standen zijn slechts algemene richtlijnen.Het vermogen van de inductiespoel varieert afhankelijk van de grootte en het ma-teriaal van de panbodem.
Het is dan ook mogelijk dat bij uw pannen de vermo-gensstanden een geringe afwijking vertonen. Bepaal in de dagelijkse praktijk wel-ke instellingen het beste bij uw pannen passen.Tabel vermogensstanden24
Principe van de bedieningDe kookplaat is voorzien van elektronische sensortoetsen.Deze reageren op vingercontact.U bedient de kookplaat door met uw vinger de juiste toetsenaan te tippen. Het apparaat reageert daarop telkens met eenakoestisch signaal.Als de sensortoetsen verontreinigd zijn of als er voor-werpen op liggen, reageren de toetsen niet of u activeertonbedoeld functies. Ook kan de kookplaat automatischworden uitgeschakeld (zie de rubriek"Veiligheidsuitschakeling").Hete pannen op de toetsen en displays kunnen de elektro-nische onderdelen eronder beschadigen.Houd de toetsen en displays daarom altijd vrij en schoonen zet er geen hete pannen op.Bediening25
Houd toezicht op het apparaat als het in gebruik is!Kookplaat inschakelen^Druk op de toets s.In de displays van alle kookzones verschijnt een 0. Voert udaarna geen waarden in, dan wordt de kookplaat om veilig-heidsredenen na enkele seconden weer uitgeschakeld.Vermogensstand instellen / wijzigen^Druk op het betreffende cijfer op het bedieningspaneel vande te gebruiken kookzone.In het kookzonedisplay wordt de gekozen vermogensstandweergegeven.PowerFlex-kookvlakU kunt telkens twee kookzones tot een grootPowerFlex-kookvlak samenvoegen (zie "Algemeen"). Het be-treffende kookvlak wordt via de voorste kookzone bediend. Inhet display van de achterste kookzone licht het symbool =op.Activeren/deactiveren^Druk op de toets y.Bediening26
AankookautomaatAls de aankookautomaat geactiveerd is, wordt de betreffendekookzone een bepaalde tijd op het hoogste vermogen inge-schakeld. Daarna wordt naar de ingestelde vermogensstand(doorkookstand) teruggeschakeld. De aankooktijd hangt afvan de ingestelde doorkookstand (zie tabel).Activeren^Druk zo lang op het cijfer van de gewenste doorkookstandtotdat u een signaal hoort en de ingestelde doorkookstandbegint te knipperen.Gedurende de aankooktijd (zie tabel) knipperen afwisselendde ingestelde doorkookstand en de letter A.Als u tijdens de aankooktijd de doorkookstand wijzigt, de-activeert u de aankookautomaat.Deactiveren^Druk zo lang op de ingestelde doorkookstand totdat deweergave continu brandt.of:^Kies een andere vermogensstand.Doorkookstand Aankooktijd inminuten enseconden (ca.)1 0:152 0:153 0:254 0:505 2:006 5:507 2:508 2:509-Bediening27
BoosterDe kookzones hebben een booster of een TwinBooster, ziehet hoofdstuk "Algemeen".De booster vergroot het vermogen, waardoor u grote hoe-veelheden snel kunt verhitten. Bijvoorbeeld water voor het ko-ken van pasta. De booster is maximaal 10 minuten actief.Als u tijdens de boostertijd de pan verwijdert, loopt de boos-tertijd door.Na afloop van de boostertijd wordt automatisch naar vermo-gensstand 9 teruggeschakeld.Telkens twee kookzones zijn met elkaar verbonden, zodat hetvermogen voor de booster beschikbaar kan worden gesteld.Gedurende de boostertijd wordt aan de verbonden kookzoneeen deel van het vermogen onttrokken.
Mogelijke effecten:- de aankookfunctie wordt gedeactiveerd.- de vermogensstand wordt verlaagd.- de verbonden kookzone wordt uitgeschakeld.Booster inschakelen^Druk twee keer op de "9" op het bedieningspaneel van dete gebruiken kookzone.In het kookzonedisplay verschijnt h.TwinBooster inschakelenStand 1^Druk twee keer op de "9" op het bedieningspaneel van dete gebruiken kookzone.In het kookzonedisplay verschijnt f.Stand 2^Druk drie keer op de "9" op het bedieningspaneel van de tegebruiken kookzone.In het kookzonedisplay verschijnt h.Booster / TwinBooster uitschakelen^Kies een andere vermogensstand.Bediening28
WarmhoudenAlle kookzones hebben een warmhoudstand.De warmhoudstand is niet bedoeld voor het opwarmenvan reeds afgekoelde gerechten. De warmhoudstand isvoor het warmhouden van gerechten meteen na de berei-ding.Als u de warmhoudstand instelt, blijft de kookzone maximaal2 uur ingeschakeld.Warmhoudstand in-/uitschakelen^Druk op de toets 2van de betreffende kookzone.Tips– Houd gerechten alleen in de pan warm. Dek de pan meteen deksel af.– U hoeft de gerechten tijdens het warmhouden niet te roe-ren.– De voedingswaarde van een gerecht neemt gedurende debereiding af. Tijdens het warmhouden neemt de voedings-waarde verder af. Houd de warmhoudtijd dan ook zo kortmogelijk.Bediening29
Uitschakelen en restwarmte-indicatieHet uitschakelen van een kookzone^Druk op de "0" op het bedieningspaneel van de betreffendekookzone.In het kookzonedisplay verschijnt gedurende enkele secon-den een 0. Is de kookzone nog heet, dan wordt kort daarnade restwarmte weergegeven.Het uitschakelen van de kookplaat^Druk op de toets s.Nu zijn alle kookzones uitgeschakeld. In de displays van dekookzones die nog heet zijn, wordt de restwarmte weergege-ven.Restwarmte-indicatorDe streepjes van de restwarmte-indicatie verdwijnen één vooréén als de kookzone afkoelt. Het laatste streepje verdwijnt alsde kookzone zover is afgekoeld dat u deze zonder gevaarkunt aanraken.Verbrandingsgevaar!Raak de kookzones niet aan als de restwarmte-indicatienog brandt.Bediening30
–Kook bij voorkeur met een deksel op de pan. Op die ma-nier voorkomt u dat er onnodig warmte ontsnapt.zonder deksel met deksel–Gebruik voor een kleine hoeveelheid een kleine pan. Vooreen kleine pan is minder energie nodig dan voor een gro-te, niet geheel gevulde pan.– Gebruik zo weinig mogelijk water.– Schakel na het aankoken of aanbraden op tijd terug naareen lagere vermogensstand.– Met een snelkookpan kunt u de bereidingstijd aanzienlijkverkorten.Tips om energie te besparen31
U kunt de timer voor twee functies gebruiken:–voor het instellen van een kookwekkertijd.–voor het automatisch uitschakelen van een kookzone.U kunt een tijd van maximaal 99 minuten invoeren.Na afloop van de ingestelde tijd verschijnt de waarde 00 inhet tijddisplay. Tegelijk hoort u een signaal.^Druk op de sensortoets -of +om het signaal uit te zetten.KookwekkerU kunt de kookwekker inschakelen als de kookplaat in ge-bruik is, maar ook als de kookplaat uit is.Instellen^Druk op de toets +.^Druk zo lang op de toets -of +tot de gewenste tijd wordtweergegeven, bijvoorbeeld 15 minuten.De kookwekkertijd begint af te lopen.Wijzigen^Druk op de toets +.^Stel de gewenste tijd in, zoals in het voorgaande is be-schreven.Wissen^Druk op de toets +.^Druk op de toets -of +totdat in het timerdisplay 00 ver-schijnt.Timer32
Kookzone automatisch uitschakelenU kunt een tijd instellen waarna een kookzone automatischwordt uitgeschakeld.Alle kookzones kunnen tegelijk worden geprogrammeerd.Als de geprogrammeerde tijd langer is dan de maximaaltoegestane bedrijfsduur wordt de kookzone door deveiligheidsuitschakeling uitgeschakeld (zie de betreffenderubriek).^Stel voor de gewenste kookzone een vermogensstand in.^Druk zo vaak op de toets +totdat het symbool gin hetkookzonedisplay van de gewenste kookzone verschijnt.^Druk zo lang op de toets -of +tot de gewenste tijd wordtweergegeven, bijvoorbeeld 15 minuten.Als u nog een kookzone automatisch wilt laten uitschakelen,voert u de beschreven handelingen nog eens uit.Als u meerdere uitschakeltijden heeft geprogrammeerd,wordt de kortste resttijd weergegeven.
In het kookzonedis-play van de betreffende kookzone licht het symbool gop.Wilt u de andere resttijden laten weergeven, druk dan zovaak op de toets +totdat het symbool gin het kookzone-display van de gewenste kookzone verschijnt.Timer33
Timerfuncties tegelijk gebruikenU kunt de functies "kookwekker" en "automatisch uitschake-len" tegelijk gebruiken.U heeft een of meer uitschakeltijden geprogrammeerd en wiltook een kookwekkertijd instellen:^Druk zo vaak op de toets +totdat in het timerdisplay 00 enmin verschijnen.U heeft een kookwekkertijd geprogrammeerd en wilt ook eenof meer uitschakeltijden instellen:^Druk zo vaak op de toets +totdat het symbool gin hetkookzonedisplay van de gewenste kookzone verschijnt.Kort na de laatste invoer schakelt het timerdisplay over naarde kortste resttijd.Wilt u de resttijden laten weergeven die op de achtergrondaflopen, druk dan zo vaak op de toets +totdat de gewensteweergave verschijnt.Timer34
Stop & GoUw apparaat heeft een functie waarmee u het vermogen vanalle ingeschakelde kookzones tot 1 kunt verlagen. Eventueelingestelde tijden (kookwekker, automatische uitschakeling)worden stopgezet.De vermogensstanden en de instelling van de timer kunnenniet meer worden gewijzigd. U kunt de kookplaat alleen noguitschakelen.Als u de functie weer uitzet, worden de laatst ingestelde ver-mogensstanden weer ingeschakeld. De eventueel gepro-grammeerde tijden lopen weer door.Als u de functie niet binnen 10 minuten deactiveert, wordt dekookplaat uitgeschakeld.Activeren/deactiveren^Druk op de toets .RecallAls u de kookplaat tijdens het gebruik per ongeluk uitscha-kelt, kunt u met deze functie alle instellingen herstellen.
Hier-voor moet u de kookplaat binnen 6 seconden na het uitscha-kelen weer inschakelen.^Schakel de kookplaat weer in.^Druk meteen na het inschakelen (binnen 6 seconden) opde toets .Extra functies35
Vergrendeling apparaatDe kookplaat heeft een vergrendeling die voorkomt dat hetapparaat onbedoeld kan worden ingeschakeld.Als bij geactiveerde vergrendeling de kookplaat wordt inge-schakeld, verschijnen in het timerdisplay gedurende enkeleseconden de letters LC.Bij een stroomstoring wordt de vergrendeling uitgescha-keld.Activeren^Schakel de kookplaat in.^Druk tegelijk op de toetsen en +. Druk zo lang totdat inhet timerdisplay "LC" verschijnt.Deactiveren^Schakel de kookplaat in.^Druk tegelijk op de toetsen en +. Druk zo lang totdat inhet timerdisplay "LC" verdwijnt.Beveiligingen36
VeiligheidsuitschakelingAls een kookzone te lang aanstaatIs een kookzone langdurig ingeschakeld geweest (zie tabel),zonder dat de vermogensstand is gewijzigd, dan wordt dekookzone automatisch uitgeschakeld. In het display ver-schijnt de restwarmte-indicator.Als u een kookzone weer wilt inschakelen, doet u dat zoalsgebruikelijk.Vermogensstand* Maximale bedrijfsduur in uren1102535445362728291Als er iets op het bedieningspaneel ligtWanneer er langer dan 10 seconden overgekookte gerechtenof voorwerpen op één of meer toetsen liggen, wordt de kook-plaat automatisch uitgeschakeld.In het timerdisplay verschijnt een bliksemsymbool en u hoorteen signaal.^Reinig het bedieningspaneel c.q. verwijder de voorwerpen.Het timerdisplay dooft en het signaal stopt. U kunt de kook-plaat weer in gebruik nemen.Beveiligingen37
Voordat deinductiespoelen of de koellichamen oververhit raken, zorgt deoververhittingsbeveiliging voor een van de volgende reacties:–Een ingeschakelde booster wordt uitgeschakeld.–De ingestelde vermogensstand wordt verlaagd.–De kookzone wordt automatisch uitgeschakeld.In het display van de kookzone verschijnt "E2".U kunt de kookzone gewoon weer in gebruik nemen als defoutmelding is verdwenen.De oververhittingsbeveiliging reageert als– leeg kookgerei wordt verhit.– vet of olie op een hoge vermogensstand wordt verhit.– de onderkant van het apparaat niet voldoende wordt ge-ventileerd.– een hete kookzone na een stroomstoring weer wordt inge-schakeld.Reageert de oververhittingsbeveiliging opnieuw nadat deoorzaak is weggenomen, neem dan contact op met Miele.Beveiligingen38
Verwondingsgevaar!De stoom van een stoomreiniger kan in aanraking komenmet delen die onder spanning staan en zo kortsluiting ver-oorzaken.Gebruik voor de reiniging nooit een stoomreiniger.Reinig het apparaat na elk gebruik. Laat het eerst afkoelen.Wrijf het apparaat na elke reiniging droog.
U voorkomt zokalkafzettingen.Om beschadigingen aan de oppervlakken te voorkomen,mogen de volgende middelen niet worden gebruikt:–afwasmiddelen.– soda-, alkali-, ammoniak-, zuur- of chloridehoudende reini-gingsmiddelen.– kalkoplossende reinigingsmiddelen.– vlekken- en roestverwijderaars.– schurende reinigingsmiddelen, zoals schuurpoeder, vloei-baar schuurmiddel en reinigingssteen.– oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen.–reinigingsmiddelen voor afwasautomaten.–grill- en ovensprays.–glasreinigers.–schurende harde borstels en sponsjes (zoals pannen-sponsjes) en gebruikte sponsjes die nog resten schuur-middel bevatten.–vlekkensponsjes.–puntige voorwerpen(zodat de dichtingen tussen de keramische plaat en de lijstdan wel tussen lijst en werkblad niet beschadigd raken).Reiniging en onderhoud39
Gebruik voor het reinigen geen afwasmiddel. Met afwas-middel worden niet alle verontreinigingen verwijderd. Erontstaat dan een onzichtbaar laagje dat tot verkleuring vande keramische plaat leidt. Die verkleuring kan niet meerworden verwijderd.Reinig de kookplaat regelmatig met een speciaal reini-gingsmiddel voor keramische platen.Verwijder alle grove verontreinigingen met een vochtigedoek. Vastgekoekte verontreinigingen verwijdert u met eenglasschraper.Reinig de kookplaat vervolgens met hetMiele-reinigingsmiddel voor keramische platen en roestvrijstaal (zie ook "Bij te bestellen accessoires") of met een andergeschikt reinigingsmiddel voor keramische platen. Gebruikhierbij keukenpapier of een schone doek. Gebruik het reini-gingsmiddel niet op een hete kookplaat, omdat daardoorvlekken kunnen ontstaan.
Houdt u zich aan de aanwijzingenvan de fabrikant van het reinigingsmiddel.Wis de kookplaat ten slotte met een vochtige doek af en wrijfde plaat weer droog. Verwijder alle reinigingsmiddelresten.De resten kunnen anders inbranden en de keramische plaataantasten.Vlekken van kalkresten, water en aluminium kunt u met hetreinigingsmiddel voor keramische platen en roestvrij staalverwijderen.Verbrandingsgevaar!Trek ovenhandschoenen aan voordat u resten van suiker,kunststof of aluminiumfolie met een glasschraper van dehete kookplaat verwijdert.Komt suiker, suikerhoudend voedsel, kunststof of alumi-niumfolie op een hete kookzone terecht, vermeng de suiker-houdende stoffen dan onmiddellijk met water. Schakel ver-volgens de kookzone uit en verwijder de resten met eenschraper, zolang de plaat nog heet is.Reinig de plaat verder als deze is afgekoeld.
De meeste problemen die in de dagelijkse praktijk kunnen voorkomen, kunt u zelfverhelpen. Het volgende overzicht helpt u daarbij.Neem contact op met Miele als u de oorzaak van een probleem niet kunt vinden ofals u het probleem niet kunt verhelpen.Verwondingsgevaar!Ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamhe-den leveren grote risico's op voor de gebruiker. Miele kan hiervoor niet aan-sprakelijk worden gesteld. Open nooit de ommanteling van het apparaat! Laatinstallatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uitsluitend door vakmen-sen uitvoeren die door Miele zijn geautoriseerd.Probleem Oorzaak OplossingDe kookplaat respec-tievelijk de kookzo-nes kunnen niet wor-den ingeschakeld.De zekering van de huisin-stallatie is defect.Controleer de zekeringen(minimale sterkte: zie type-plaatje).Er is mogelijk een tech-nische storing geweest.Maak het apparaat ca.
1minuut spanningsvrij. Doedat als volgt:– Schakel de hoofdschake-laar van de huisinstallatieuit c.q. draai de desbe-treffende stop eruit of–schakel de aardlekscha-kelaar uit.Nadat de zekering, dehoofd- of de aardlekscha-kelaar weer is ingescha-keld, kunt u het apparaatweer normaal gebruiken.Waarschuw een elektricienof Miele als u de storingniet zelf kunt verhelpen.Nuttige tips41
Probleem Oorzaak OplossingBij de nieuwe kook-plaat komen geurtjesen damp vrij.Bij elk volgend gebruikneemt de geurvorming af,totdat u niets meerwaarneemt.In het display van eenkookzone knipperenafwisselend het sym-bool ßen de inge-stelde vermogens-stand.Op de kookzone staatgeen pan of een onge-schikte pan.Gebruik geschikte pannen(zie "De juiste pannen").Na het inschakelenvan de kookplaat ver-schijnt gedurende en-kele seconden in hettimerdisplay "LC".De vergrendeling is inge-schakeld.Schakel de vergrendelinguit (zie "Vergrendeling ap-paraat").Een kookzone wordtautomatisch uitge-schakeld.De kookzone was te langingeschakeld.U kunt de kookzone ge-woon weer in gebruik ne-men (zie"Veiligheidsuitschakeling").De boosterstandwordt te vroeg uitge-schakeld.
Probleem Oorzaak OplossingHet apparaat wordt tij-dens het gebruik uitge-schakeld. In hettimerdisplay knipperteen bliksemsymbool.Een of meer sensor-toetsen zijn afgedekt,bijvoorbeeld omdat uuw hand erop legt, eengerecht overkookt ofomdat er voorwerpenop liggen.Reinig het bedieningspaneelc.q.
verwijder de voorwerpen(zie"Veiligheidsuitschakeling").De inhoud van een panbegint niet of nauwe-lijks te koken, terwijl deaankookautomaat inge-schakeld is.Er worden grote hoe-veelheden verhit.Gebruik voor het aankokende hoogste vermogensstanden kies daarna handmatigeen lagere stand.De pan geleidt dewarmte niet goed.De ventilator blijft inwerking, ook nadat ude kookplaat heeft uit-geschakeld.De ventilator blijft inwerking totdat het ap-paraat is afgekoeld enwordt dan automatischuitgeschakeld.In de kookzonedisplaysknipperen Uen cijfers.Er klinkt tevens eensignaal.De kookplaat is ver-keerd aangesloten.De kookplaat moet volgenshet aansluitschema wordenaangesloten.In de kookzonedisplaysknipperen de letter Eofde letters ER en cijfers.E2 De oververhittingsbe-veiliging heeft gerea-geerd.Zie "Oververhittingsbeveili-ging".Andere foutmeldingenE..
Speciaal voor uw apparatuur levert Miele een uitgebreid as-sortiment aan toebehoren, alsmede reinigings- en onder-houdsmiddelen.U kunt deze producten heel eenvoudig via de Miele-webshopbestellen:De producten zijn ook verkrijgbaar bij Miele (zie omslag) enbij uw Miele-vakhandelaar.Kook-/braadpannenBij Miele kunt u kiezen uit een groot aantal kook- en braad-pannen. De pannen sluiten qua functie en afmetingen perfectaan op de Miele-apparatuur. Meer informatie over de afzon-derlijke producten vindt u op de Miele-website.Pannen in diverse afmetingenSauté-pan met dekselPan met anti-aanbaklaagWok-panBraadpanOnderhoudsproductenReinigingsmiddel voor keramische platenen roestvrij staal 250 mlVoor het verwijderen van verontreinigingen, kalk- en alumini-umvlekkenMicrovezeldoekjeVoor het verwijderen van vingerafdrukken en lichte verontrei-nigingenBij te bestellen accessoires44
Dit apparaat mag alleen door eenerkend vakman worden ingebouwden op het elektriciteitsnet wordenaangesloten.Om te voorkomen dat het apparaatbeschadigd raakt, moet het pas nade montage van de bovenkastjes ende afzuigkap worden ingebouwd.~De lijsten en randen van het werk-blad moeten met een hittebestendigelijm (100 °C) zijn bevestigd, zodat zeniet loslaten of vervormen. Ook dewandafdichtstrip moet hittebestendigzijn.~Het apparaat mag niet boven koel-apparatuur, afwas-, was- en droogauto-maten worden ingebouwd.~Deze kookplaat mag alleen bovenfornuizen en ovens met wasemkoelingworden ingebouwd.~U mag de aansluitkabel van dekookplaat na de inbouw niet kunnenaanraken. De kabel mag niet aan me-chanische belastingen worden blootge-steld.Alle maten zijn in mm aangegeven.Veiligheidsinstructies voor het inbouwen45
Veiligheidsafstand boven het appa-raatTussen het apparaat en een erbovengemonteerde afzuigkap dient u de vei-ligheidsafstand aan te houden die defabrikant van de afzuigkap aangeeft. Isdeze informatie niet beschikbaar, houddan een afstand aan van ten minste760 mm.Ook als zich boven het apparaat lichtontvlambare materialen bevinden (zo-als een keukenplank), moet u een af-stand van minste 760 mm aanhouden.Als voor verschillende apparatenverschillende veiligheidsafstandenworden genoemd voor plaatsing on-der een afzuigkap, kies dan altijd degrootste afstand.Veiligheidsafstanden46
Veiligheidsafstand zijkant /achterkantBij inbouw van de kookplaat mag zichaan de achterkant en aan één kant(rechts of links) een hoge keukenkastof een wand bevinden (zie afbeel-dingen).aTussen de uitsparing in het werkbladen de achterkant van het werkbladdient de afstand minimaal 50 mm tezijn.bRechts van de uitsparing dient deafstand tot een ernaast geplaatstmeubelstuk (bijvoorbeeld een hogekast) of een wand minimaal 50 mm tezijn.cLinks van de uitsparing dient de af-stand tot een ernaast geplaatstmeubelstuk (bijvoorbeeld een hogekast) of een wand minimaal 50 mm tezijn.Niet toegestaan!Aan te bevelen!Toegestaan maar niet aan te bevelen!Toegestaan maar niet aan te bevelen!Veiligheidsafstanden47
Veiligheidsafstand onder het appa-raatOm de ventilatie van het apparaat tekunnen waarborgen, moet onder hetapparaat een minimale afstand wordenaangehouden ten opzichte van eenoven, tussenbodem of lade.De minimale afstand vanaf de onder-kant van de kookplaat tot de–bovenkant van een oven moet15 mm zijn.–bovenkant van een tussenbodemmoet 15 mm zijn.– bodem van een lade moet 75 mmzijn.TussenbodemEen tussenbodem onder de kookplaatis niet noodzakelijk, maar wel toege-staan.Voor de aansluitkabel moet aan de ach-terkant een spleet van 10 mm wordenaangehouden.Voor een betere ventilatie van de kook-plaat adviseren wij een spleet van20 mm.Veiligheidsafstanden48
Veiligheidsafstand bij een beklede nisAls er sprake is van een nisbekleding dient er een minimale afstand tussen de uit-sparing in het werkblad en de bekleding te worden aangehouden.
Bij te hogetemperaturen kunnen materialen beschadigd raken.Is de bekleding van brandbaar materiaal (zoals hout), dan moet de afstand etussen de uitsparing in het werkblad en de nisbekleding minimaal 50 mm zijn.Is de bekleding van niet brandbaar materiaal (zoals metaal, natuursteen en kera-mische tegels), dan moet de afstand etussen de uitsparing in het werkblad ende nisbekleding minimaal 50 mm min de dikte van de bekleding zijn.Als de nisbekleding bijvoorbeeld 15 mm dik is, moet de minimale afstand50 mm - 15 mm = 35 mm zijn.Kookplaten zonder randlijst Kookplaten met randlijst/facetrandaWandbNisbekledingmaat x = dikte van de nisbekledingcWerkbladdUitsparing in het werkbladeMinimale afstandbij brandbare materialen 50 mmbij niet brandbare materialen 50 mm - maat xVeiligheidsafstanden49
Aanwijzingen voor hetinbouwenDichting tussen kookplaat en werk-bladAls u voegenkit gebruikt tussen dekookplaat en het werkblad kunnenhet apparaat en het werkblad be-schadigd raken, als de kookplaatvoor werkzaamheden moet wordenverwijderd. Gebruik daarom geenvoegenkit.De dichting onder de rand van het ap-paraat is toereikend als afdichting tus-sen apparaat en werkblad.Werkblad met tegelsDe voegen aen het gearceerde ge-deelte onder de rand moeten glad envlak zijn, zodat de kookplaat gelijkmatigaansluit en de dichting onder de randvan het apparaat voldoende afdicht.Kookplaten met randlijst / facetrand50
InbouwenVoorbereiding werkblad^Maak de uitsparing in het werkbladvolgens de maatschets. Neem daar-bij de veiligheidsafstanden in acht(zie ook "Veiligheidsinstructies voorhet inbouwen").^De snijvlakken van houten werk-bladen moeten met speciale lak, sili-conenkit of giethars worden afge-werkt om te voorkomen dat het werk-blad door vocht wordt aangetast.De producten mogen niet op hetwerkblad terechtkomen.Voor de inbouw zijn geen klemverennodig.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele KM 6366 PowerFlex stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Inductiekookplaat Miele
Handleiding Inductiekookplaat
Nieuwste handleidingen voor Inductiekookplaat