Miele KM 6366-1 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele KM 6366-1 (72 pagina’s), behorend tot de categorie Inductiekookplaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 88 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Miele KM 6366-1 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Inductiekookplaat |
| Model: | KM 6366-1 |
Handleiding Miele KM 6366-1 – volledige tekst
Inhoud2 Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 4Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 15Overzicht. 16Kookplaat. 16KM 6328-1. 16KM 6366-1 / KM 6367-1. 17Bedieningselementen/displays. 18Kookzones. 20Vóór het eerste gebruik. 22Kookplaat voor de eerste keer reinigen. 22Kookplaat voor de eerste keer in gebruik nemen. 22Inductie. 23Principe. 23Geluiden. 24De juiste pannen. 25Tips om energie te besparen. 26Tabel vermogensstanden. 27Bediening. 28Principe van de bediening. 28Inschakelen. 29Vermogensstand instellen/wijzigen. 29Uitschakelen. 29Restwarmte-indicatie. 29PowerFlex-kookvlak. 30Aankookautomaat. 31Booster. 32Warmhouden. 34Timer. 35Kookwekker. 35Kookzone automatisch uitschakelen. 35Timerfuncties tegelijk gebruiken. 36Extra functies. 37Stop&Go. 37Recall. 37.
Inhoud3Beveiligingen. 38Inschakelblokkering. 38Automatische uitschakeling. 39Oververhittingsbeveiliging. 40Reiniging en onderhoud. 41Nuttige tips. 43Bij te bestellen accessoires. 46Miele@home / Con@ctivity. 47Veiligheidsinstructies voor het inbouwen. 49Veiligheidsafstanden. 50Kookplaten met randlijst / facetrand. 54Aanwijzingen voor het inbouwen. 54Inbouwmaten. 55KM 6328-1. 55KM 6366-1. 56Inbouwen. 57Kookplaten zonder randlijst. 58Aanwijzingen voor het inbouwen. 58Inbouwmaten. 59KM 6367-1. 59Inbouwen. 60Elektrische aansluiting. 62Aansluitschema. 64Service, typeplaatje, garantie. 65Productgegevensbladen. 66.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen4Deze kookplaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften.Onjuist gebruik echter kan persoonlijk letsel of beschadiging vanhet apparaat tot gevolg hebben.Lees de gebruiks- en montagehandleiding daarom aandachtigdoor, voordat u het apparaat in gebruik neemt. In de handleidingvindt u belangrijke instructies met betrekking tot inbouw, veilig‐heid, gebruik en onderhoud.Miele kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die isontstaan doordat de veiligheidsinstructies en waarschuwingenniet in acht zijn genomen.Bewaar de gebruiks- en montagehandleiding en geef deze dooraan een eventuele volgende eigenaar.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen5Efficiënt gebruik Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor particulier huishoudelijkgebruik (of daarmee vergelijkbaar). Deze kookplaat mag niet buiten worden gebruikt. Gebruik deze kookplaat uitsluitend in huishoudelijke context voorhet bereiden en warmhouden van gerechten. Gebruik voor anderedoeleinden is niet toegestaan. Personen die op grond van hun fysieke, zintuiglijke of psychischeproblemen, hun onervarenheid of gebrek aan kennis van de kook‐plaat niet in staat zijn om deze veilig te bedienen, moeten bij de be‐diening onder toezicht staan. Deze personen mogen het apparaat al‐leen zonder toezicht bedienen als zij eerst zijn geïnstrueerd. Zij die‐nen eventuele gevaren van een onjuiste bediening te herkennen enbegrijpen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6Kinderen in het huishouden Houd kinderen onder acht jaar op een afstand, tenzij u voortdu‐rend toezicht houdt. Kinderen vanaf acht jaar mogen de kookplaat alleen zonder toe‐zicht gebruiken als ze weten hoe ze het apparaat veilig moeten be‐dienen. De kinderen moeten zich bewust zijn van de gevaren vaneen foutieve bediening. Kinderen mogen de kookplaat niet zonder toezicht reinigen. Houd kinderen in de gaten wanneer deze zich in de buurt van dekookplaat bevinden. Laat ze nooit met de kookplaat spelen. De kookplaat wordt tijdens het gebruik heet en blijft dat ook nogenige tijd nadat deze is uitgeschakeld. Houd kinderen op een af‐stand, totdat de kookplaat voldoende is afgekoeld en er geen ver‐brandingsgevaar meer bestaat. Verbrandingsgevaar!Bewaar geen voorwerpen die voor kinderen interessant zijn, bovenof achter de kookplaat.
Dat kan kinderen ertoe brengen op het ap‐paraat te klimmen. Verbrandingsgevaar!Draai de grepen van de pannen zo dat ze zich boven het werkbladbevinden, zodat kinderen de pannen niet van de kookplaat kunnentrekken. Houd verpakkingsmateriaal zoals plastic buiten het bereik vankinderen in verband met verstikkingsgevaar. Maak gebruik van de vergrendeling, zodat kinderen het apparaatniet onbedoeld kunnen inschakelen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7Technische veiligheid Installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen al‐leen door een door Miele geautoriseerde vakman worden uitge‐voerd. Gebeurt dat niet, dan kan de gebruiker risico's lopen waar‐voor de fabrikant niet aansprakelijk is. Beschadigingen aan de kookplaat kunnen uw veiligheid in gevaarbrengen. Controleer de kookplaat op zichtbare beschadigingen. Eenbeschadigde kookplaat mag niet in gebruik worden genomen. De kookplaat kan alleen betrouwbaar en veilig functioneren, alsdeze op het openbare elektriciteitsnet is aangesloten. De elektrische veiligheid van de kookplaat is uitsluitend gegaran‐deerd, als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem dat vol‐gens de geldende voorschriften is geïnstalleerd. Aan deze funda‐mentele veiligheidsvoorwaarde moet worden voldaan.
Laat de elek‐trische installatie bij twijfel door een vakman inspecteren. De aansluitgegevens (frequentie en spanning) op het typeplaatjemoeten beslist met de waarden van het elektriciteitsnet overeen‐komen, om beschadiging van de kookplaat te voorkomen. Vergelijk deze gegevens voor de aansluiting. Raadpleeg bij twijfeleen elektricien. Stekkerdozen of verlengsnoeren bieden niet voldoende veiligheid(brandgevaar). Gebruik deze niet voor het aansluiten van de kook‐plaat op het elektriciteitsnet. Gebruik de kookplaat alleen als deze is ingebouwd, zodat de vei‐ligheid gewaarborgd is. Deze kookplaat mag niet op een niet-stationaire locatie (zoals eenboot) worden gebruikt.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8 Wanneer u aansluitingen onder spanning aanraakt of de elek‐trische en mechanische constructie wijzigt, kan dat voor u gevaaropleveren. Het kan ook tot storingen in de werking van de kookplaatleiden.Open nooit de behuizing van de kookplaat. Het recht op garantie vervalt wanneer de kookplaat door eentechnicus wordt gerepareerd die niet door Miele is geautoriseerd. Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelenworden vervangen.
Alleen van deze Miele-onderdelen kunnen wij ga‐randeren, dat zij volledig aan onze veiligheidseisen voldoen. De kookplaat mag niet worden gebruikt met een externe schakel‐klok of een systeem voor besturing op afstand. De kookplaat moet door een elektricien op het elektriciteitsnetworden aangesloten (zie hoofdstuk "Elektrische aansluiting"). Als de aansluitkabel beschadigd is, moet deze door een elektri‐cien worden vervangen door een speciale aansluitkabel van het typeH 05 VV-F (PVC-geïsoleerd). Zie hoofdstuk "Elektrische aansluiting". Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden moet dekookplaat volledig van het elektriciteitsnet losgekoppeld zijn. Gadaarvoor als volgt te werk:– schakel de zekeringen in uw zekeringkast uit of– draai de zekeringen in uw zekeringkast er helemaal uit of– trek de stekker (indien aanwezig) uit de contactdoos.
Trek daarbijaan de stekker en niet aan de aansluitkabel. Gevaar voor elektrische schok!Als de kookplaat defect is of als de keramische glasplaat barsten ofspleten vertoont, mag u de kookplaat niet in gebruik nemen en dientu deze direct uit te schakelen. Ontkoppel de kookplaat van het elek‐triciteitsnet. Neem dan contact op met Miele.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9 Als de kookplaat achter een meubelfront (bijv. een deur) is ge‐plaatst, sluit deze dan nooit terwijl de kookplaat in gebruik is. Achtereen gesloten meubeldeur verzamelt zich warmte en vocht. Daardoorkunnen de kookplaat, de inbouwnis en de vloer worden beschadigd.Sluit een meubeldeur pas als de restwarmte-indicaties gedoofd zijn.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10Veilig gebruik De kookplaat wordt heet als deze in gebruik is en blijft dat ooknog enige tijd na het uitschakelen. Zodra het lampje voor de rest‐warmte is uitgegaan, is het verbrandingsgevaar geweken. Voorwerpen in de nabijheid van de ingeschakelde kookplaat kun‐nen door de hoge temperaturen beginnen te branden.Gebruik de kookplaat nooit om ruimten te verwarmen. Olie en vet kunnen bij oververhitting gaan branden. Laat de kook‐plaat bij werkzaamheden met olie en vet niet zonder toezicht achter.Blus branden met olie en vet nooit met water. Schakel de kookplaatuit en verstik de vlammen voorzichtig met een deksel of een blusde‐ken. Vlammen kunnen de vetfilters van een afzuigkap in brand doenvliegen. Flambeer nooit onder een afzuigkap. Als spuitbussen, licht ontvlambare vloeistoffen of brandbaar ma‐teriaal heet worden, kunnen ze gaan branden.
Bewaar daarom mak‐kelijk ontvlambare voorwerpen nooit in laden direct onder de kook‐plaat. Eventueel aanwezige bestekbakken moeten van hittebesten‐dig materiaal zijn. Verwarm kookgerei nooit zonder inhoud. In gesloten conservenblikken ontstaat bij het inmaken en opwar‐men een overdruk, waardoor deze kunnen ontploffen. Gebruik dekookplaat niet voor het inmaken en verwarmen van conservenblik‐ken. Wanneer de kookplaat wordt afgedekt, bestaat het risico dat hetmateriaal van de afdekking in brand vliegt, barst of smelt als u dekookplaat per ongeluk inschakelt of als deze nog warm is van eenbereiding. Dek de kookplaat nooit af met bijv. afdekplaten, een doekof een beschermfolie.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11 Als de kookplaat ingeschakeld is, als u deze per ongeluk inscha‐kelt of als het apparaat nog warm is van het koken, bestaat het risi‐co dat metalen voorwerpen die op de kookplaat liggen warm wor‐den. Ander materiaal kan smelten of vlam vatten. Vochtige pannen‐deksels kunnen zich vastzuigen. Gebruik de kookplaat niet als leg‐plank. Schakel de kookzones na gebruik uit! U kunt zich aan de hete kookplaat branden. Gebruik daarom altijdovenhandschoenen of pannenlappen als u met het hete apparaatwerkt. Gebruik alleen droge handschoenen of pannenlappen. Nat ofvochtig textiel geleidt de warmte beter en kan door stoom verbran‐dingen veroorzaken. Als u een elektrisch apparaat (bijvoorbeeld een mixer) in de buurtvan de kookplaat gebruikt, mag de aansluitkabel niet in contact ko‐men met de hete kookplaat.
De isolatie van de kabel zou bescha‐digd kunnen raken. Zout, suiker of zandkorrels (bijvoorbeeld van groente) kunnenkrassen veroorzaken, als ze onder de pan komen. Zorg dat de kera‐mische glasplaat en de panbodem schoon zijn, voordat u het kook‐gerei op de kookplaat plaatst. Laat geen voorwerpen op de keramische plaat vallen. Zelfs eenlicht voorwerp zoals een zoutvaatje kan scheuren of barsten veroor‐zaken. Hete voorwerpen op de sensortoetsen en de displays kunnen deelektronica eronder beschadigen. Zet nooit hete pannen op de sen‐sortoetsen en de displays. Wanneer suiker, suikerhoudende gerechten, kunststof of alumini‐umfolie op de hete kookplaat komen en smelten, beschadigen dezebij het afkoelen de keramische glasplaat. Schakel het apparaat met‐een uit en krab deze stoffen onmiddellijk met een schraper eraf. Trekhiervoor ovenhandschoenen aan.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12 Door drooggekookte pannen kan de keramische plaat beschadigdraken. Houd daarom altijd toezicht op de kookplaat! Gebruik alleen pannen met een gladde bodem. Een ruwe bodemkan krassen op de keramische plaat veroorzaken. Til pannen op als u ze wilt verplaatsen. U voorkomt zo vlekkendoor wrijving en krassen. Doordat inductiekookzones heel snel heet worden, kan de tempe‐ratuur in de panbodem snel de zelfontbrandingstemperatuur van olieof vet bereiken. Houd daarom altijd toezicht op het apparaat! Verhit vetten en olie hooguit gedurende een minuut en gebruikdaarvoor nooit de booster. Alleen voor personen met een pacemaker: In de directe omgevingvan de ingeschakelde kookplaat ontstaat een elektromagnetischveld. Het is niet waarschijnlijk dat dit veld de werking van de pace‐maker nadelig beïnvloedt.
Neem bij twijfel contact op met de fabri‐kant van de pacemaker of met uw arts. Het elektromagnetische veld van de ingeschakelde kookplaat kande werking van magnetiseerbare voorwerpen beïnvloeden. Houdcreditcards, opslagmedia, rekenmachines enz. uit de buurt van deingeschakelde kookplaat. Metalen voorwerpen die in een lade onder de kookplaat wordenbewaard, kunnen heet worden als u het apparaat lang en intensiefgebruikt. Bewaar daarom geen metalen voorwerpen in een lade diezich meteen onder de kookplaat bevindt.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen13 De kookplaat is voorzien van een ventilator. Als zich onder het in‐gebouwde apparaat een lade bevindt, moet de afstand tussen de in‐houd van de lade en de onderkant van het apparaat voldoende zijnzodat voldoende ventilatie van de kookplaat is gewaarborgd. Be‐waar geen spitse en kleine voorwerpen of papier in de lade. Dezevoorwerpen kunnen via de ventilatieopeningen in de behuizing te‐rechtkomen of aangezogen worden en zo de ventilator beschadigenof de koeling beïnvloeden. Plaats nooit twee pannen tegelijk op een kook-/braadzone of Po‐werFlex-kookvlak. Als de pan slechts gedeeltelijk op de kook- of braadzone staat,kunnen de handgrepen eventueel heel heet worden.Plaats de pan altijd in het midden van de kook- of braadzone.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen14Reiniging en onderhoud De stoom van een stoomreiniger kan terechtkomen op onderdelendie onder spanning staan en een kortsluiting veroorzaken.Gebruik voor het reinigen van de kookplaat nooit een stoomreiniger. Schakel de kookplaat niet in als deze boven een pyrolyse-oven of-fornuis is ingebouwd en de pyrolysefunctie actief is, omdat de over‐verhittingsbeveiliging van de kookplaat zou kunnen reageren (zie hetbetreffende hoofdstuk).
Een bijdrage aan de bescherming van het milieu15Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpak‐kingsmateriaal is uitgekozen met hetoog op een zo gering mogelijke belas‐ting van het milieu en de mogelijkhedenvoor recycling.Door hergebruik van verpakkingsmate‐riaal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingover het algemeen terug.Het afdanken van een apparaatOude elektrische en elektronische ap‐paraten bevatten meestal nog waarde‐volle materialen. Ze bevatten echter ookschadelijke stoffen die nodig zijn ge‐weest om de apparaten goed en veiligte laten functioneren.
Wanneer u uw ou‐de apparaat bij het gewone afval doetof er op een andere manier niet goedmee omgaat, kunnen deze stoffenschadelijk zijn voor de gezondheid enhet milieu.Verwijder uw oude apparaat dan ooknooit samen met het gewone afval,maar lever het in bij een gemeentelijkinzameldepot voor elektrische en elek‐tronische apparatuur. Vraag uw hande‐laar indien nodig om inlichtingen.Het afgedankte apparaat moet buitenhet bereik van kinderen worden opge‐slagen.
Overzicht17KM 6366-1 / KM 6367-1aPowerFlex-kookzone met TwinBooster bPowerFlex-kookzone met TwinBooster ab te combineren tot een groot PowerFlex-kookvlak cPowerFlex-kookzone met TwinBooster cf te combineren tot een groot PowerFlex-kookvlak dPowerFlex-kookzone met TwinBooster de te combineren tot een groot PowerFlex-kookvlak ePowerFlex-kookzone met TwinBooster fPowerFlex-kookzone met TwinBooster gBedieningselementen/displays
Vóór het eerste gebruik22Plak het typeplaatje dat bij de docu‐mentatie gevoegd is op de daarvoorbestemde plaats in het hoofdstuk"Service, typeplaatje, garantie".Verwijder eventueel aanwezige be‐schermfolies en stickers.Kookplaat voor de eerste keerreinigenWis uw kookplaat voor het eerste ge‐bruik af met een vochtige doek endroog deze dan af.Kookplaat voor de eerste keerin gebruik nemenDe onderdelen van metaal worden meteen onderhoudsmiddel beschermd. Alshet apparaat voor het eerst in gebruikwordt genomen, ontstaan daardoorgeuren en eventueel ook damp. Ookdoor de verwarming van de inductie‐spoelen wordt tijdens de eerste ge‐bruiksuren een geur afgegeven.
Bij ie‐der verder gebruik wordt de geur min‐der en deze verdwijnt uiteindelijk volle‐dig.De geur en de eventueel optredendedamp wijzen niet op een verkeerde aan‐sluiting of een defect en zijn ook nietschadelijk voor de gezondheid.Denk eraan dat de opwarmtijd bij in‐ductiekookplaten veel korter is dan bijgewone kookplaten.
Inductie23PrincipeOnder de keramische plaat bevindenzich inductiespoelen. Als u een kookzo‐ne inschakelt, genereren deze spoeleneen magneetveld waardoor de bodemvan de pan heet wordt. De kookzonezelf wordt alleen indirect verwarmddoor de stralingswarmte van de pan.Een inductiekookzone reageert alleenop pannen met een magnetiseerbarebodem (zie "De juiste pannen").
Hetsysteem houdt automatisch rekeningmet de grootte van de gebruikte pan.In het kookzonedisplay knipperen af‐wisselend het symbool en de inge‐stelde vermogensstand,– als u een kookzone zonder pan ofmet een ongeschikte pan (met nietmagnetiseerbare bodem) inschakelt.– als de bodemdiameter van de pan teklein is.– als u de pan van een ingeschakeldekookzone haalt.Als u binnen 3 minuten een geschiktepan op de kookzone zet, verdwijnt hetsymbool en kunt u gewoon doorgaan.Als u geen (geschikte) pan gebruikt,wordt de kookzone na 3 minuten auto‐matisch uitgeschakeld.Als het apparaat ingeschakeld is,als u het apparaat per ongeluk in‐schakelt of als het nog warm is vanhet koken, bestaat het risico dat me‐talen voorwerpen die op de kook‐plaat liggen heet worden.Pas op dat u zich niet verbrandt!Gebruik de kookplaat niet als leg‐plank.
Inductie24GeluidenBij gebruik van een inductiekookplaatkunnen in het kookgerei allerlei geluidenontstaan. De geluiden zijn afhankelijkvan het materiaal en de constructie vande bodem van het kookgerei.Op een hoge vermogensstand kan hetapparaat een bromgeluid veroorzaken.Dit geluid neemt af of verdwijnt als ueen lagere vermogensstand instelt.Bij pannen met een bodem die uit ver‐schillende materialen bestaat (bijvoor‐beeld een sandwichbodem) kan eenknetterend geluid optreden.Er kan een fluitend geluid ontstaan alsde met elkaar verbonden kookzones(zie "Booster") tegelijk zijn ingeschakelden op de kookzones pannen staan meteen bodem die uit verschillende materi‐alen bestaat (bijvoorbeeld een sand‐wichbodem).Vooral bij lage vermogensstanden kun‐nen bij elektronische schakelingen klik‐geluiden optreden.Er kan een zoemend geluid ontstaan alsde ventilator wordt ingeschakeld.
Inductie25De juiste pannenGeschikt zijn pannen van:– roestvrij staal met een magnetiseer‐bare bodem.– geëmailleerd staal.– gietijzer.Niet geschikt zijn pannen van:– roestvrij staal met een niet magneti‐seerbare bodem.– aluminium of koper.– glas, keramiek of aardewerk.Als u niet zeker weet of een pan ge‐schikt is voor inductie, houdt u eenmagneet tegen de bodem van de pan.Als de magneet blijft hangen, is de panover het algemeen geschikt.Als u een ongeschikte pan gebruikt,knipperen in het kookzone-display af‐wisselend het symbool en de inge‐stelde vermogensstand.De eigenschappen van de bodem vande pan kunnen het bereidingsresultaatbeïnvloeden (bijvoorbeeld bij het brui‐neren van pannenkoeken).– Kies voor een optimaal gebruik vande kookzone een pan met een ge‐schikte bodemdiameter (zie "Kookzo‐nes").
Als de pan te klein is, wordtdeze niet herkend en knipperen in hetkookzone-display afwisselend hetsymbool en de ingestelde vermo‐gensstand.– Gebruik alleen pannen met een glad‐de bodem. Een ruwe bodem kankrassen op de keramische plaat ver‐oorzaken.– Til pannen op als u ze wilt verplaat‐sen. U voorkomt zo vlekken doorwrijving en krassen.– Houd er bij de aanschaf rekeningmee dat pannenfabrikanten vaak demaximale diameter of de diameteraan de bovenkant vermelden. Vanbelang is echter alleen de (meestalkleinere) bodemdiameter.
Tips om energie te besparen26– Bereid gerechten zoveel mogelijk al‐leen in gesloten potten of pannen.Dat voorkomt dat onnodig warmteontwijkt.– Gebruik voor een kleine hoeveelheideen kleine pan. Voor een kleine pan isminder energie nodig dan voor eengrote, niet geheel gevulde pan.– Gebruik zo weinig mogelijk water.– Schakel na het aankoken of aanbra‐den op tijd terug naar een lagere ver‐mogensstand.– Gebruik een snelkookpan om de be‐reidingstijd te verkorten.
Tabel vermogensstanden27Vermogens‐standBoter smeltenGelatine oplossen 1–2Rijstepap, havermoutpap maken 2Kleine hoeveelheden vloeistof opwarmenRijst wellenGroente ontdooien (in een blok)Graan wellen3Verwarmen van vloeibare en halfvaste gerechtenBereiden van een omelet en van spiegeleieren zonderkorst Stoven van vruchtenDeegwaren wellen4Groente, vis stoven Diepvriesproducten ontdooien en verwar‐men 5Aankoken van grote hoeveelheden, bijv. eenpansgerechtenGebonden saus of roomsaus maken, bijv. witte-wijnsausof sauce hollandaiseEieren behoedzaam bakken (zonder oververhitting van het vet)6Behoedzaam braden (zonder oververhitten van het vet) van vis, schnitzel, braadworstBakken van aardappelpannenkoekjes, pannenkoeken, eierkoe‐ken7Aanbraden van stoofgerechten 8Grote hoeveelheden water kokenAankoken 9De gegevens zijn richtwaarden.
Het vermogen van de inductiespoel varieert naargelang degrootte en het materiaal van de bodem van de pan. Voor uw pannen kunnen de vermo‐gensstanden dus enigszins afwijken. Bepaal door praktisch gebruik de optimale instellingenvoor uw pannen. Stel voor nieuwe pannen waarvan u de gebruikseigenschappen niet kentde vermogensstand één stand lager in dan aangegeven.
Bediening28Principe van de bedieningUw keramische kookplaat heeft elektro‐nische sensortoetsen die op vingercon‐tact reageren. De sensortoets aan/uit moet bij het inschakelen om veilig‐heidsredenen iets langer worden aan‐geraakt dan de overige toetsen.Elke reactie van de toetsen wordt be‐vestigd met een akoestisch signaal.Storing door vuile en/of bedekte sen‐sortoetsen.De sensortoetsen reageren niet of erworden ongewenste schakelingenuitgevoerd, eventueel wordt dekookplaat automatisch uitgescha‐keld (zie hoofdstuk "Automatischeuitschakeling"). Hete pannen op desensortoetsen/displays kunnen dedaaronder liggende elektronica be‐schadigen.Houd de sensortoetsen en displaysschoon, plaats er geen voorwerpenop en ook geen hete pannen.
Voert u daarna geen waardenin, dan wordt de kookplaat om veilig‐heidsredenen na enkele seconden weeruitgeschakeld.Vermogensstand instellen/wijzigenRaak op het betreffende bedienings‐paneel de sensortoets van de ge‐wenste vermogensstand aan.In het kookzonedisplay wordt de geko‐zen vermogensstand weergegeven.UitschakelenOm een kookzone uit te schakelen,raakt u de sensortoets 0 op het be‐treffende bedieningspaneel aan.Om de kookplaat en daarmee allekookzones uit te schakelen raakt u desensortoets aan.Restwarmte-indicatieAls een kookzone warm is, brandt nahet uitschakelen de restwarmte-indica‐tie.De streepjes van de restwarmte-indica‐tie verdwijnen één voor één als dekookzone afkoelt. Het laatste streepjeverdwijnt als de kookzone zover is af‐gekoeld dat u deze zonder gevaar kuntaanraken.Verbrandingsgevaar! Raak dekookzones niet aan als de restwarm‐te-indicatie nog brandt.
Bediening30PowerFlex-kookvlakU kunt de PowerFlex-kookzones toteen groot PowerFlex-kookvlak samen‐voegen (zie hoofdstuk "Overzicht –Kookplaat"). De instellingen voor hetkookvlak worden met de voorste of lin‐ker PowerFlex-kookzone bestuurd.InschakelenRaak de sensortoets of aan.Op het display van de achterste ofrechter kookzone brandt .Stel de gewenste vermogensstand indoor het aanraken van de betreffendesensortoets op het bedieningspaneelvan de voorste of linker kookzone.UitschakelenRaak de sensortoets of aan.
Bediening31AankookautomaatAls de aankookautomaat geactiveerd is,wordt de betreffende kookzone een be‐paalde tijd op het hoogste vermogeningeschakeld (aankoken). Daarna wordtnaar de ingestelde vermogensstand(doorkookstand) teruggeschakeld. Debereidingstijd hangt af van de inge‐stelde doorkookstand (zie tabel).ActiverenRaak de sensortoets van de ge‐wenste doorkookstand zo lang aan,tot een signaal weerklinkt en in dekookzonedisplay de doorkookstandbegint te knipperen.Gedurende de bereidingstijd (zie tabel)knipperen afwisselend de ingesteldedoorkookstand en .Als u tijdens de bereidingstijd dedoorkookstand wijzigt, deactiveert ude aankookautomaat.DeactiverenRaak de sensortoets van de inge‐stelde doorkookstand zo lang aan,tot het display statisch brandt.ofStel een andere vermogensstand in.Doorkookstand Aankooktijd[min : sec]1ca. 0 : 152 ca. 0 : 153 ca. 0 : 254 ca. 0 : 505 ca. 2 : 006 ca.
Bediening32BoosterDe kookzones zijn uitgerust met eenbooster of TwinBooster (zie hoofdstuk"Overzicht – Kookplaat"). U kunt debooster maximaal voor twee kookzonestegelijk gebruiken.Met de booster kan een hoger vermo‐gen worden geleverd om snel grotehoeveelheden te kunnen verwarmen(bijv. grote hoeveelheden water voor hetkoken van pasta).
Dit hoger vermogenis maximaal 15 minuten actief.U kunt de booster voor maximaal tweekookzones tegelijk gebruiken.Als u de booster inschakelt, terwijl– geen vermogensstand is ingesteld,wordt na afloop van de boostertijd ofbij het eerder uitschakelen van defunctie automatisch teruggeschakeldnaar vermogensstand 9.– wel een vermogensstand is ingesteld,wordt na afloop van de boostertijd ofbij het eerder uitschakelen van defunctie automatisch teruggeschakeldnaar de ingestelde vermogensstand.Er zijn telkens twee kookzones met el‐kaar verbonden (gekoppeld) om hetvermogen voor de booster te kunnenleveren. Gedurende de boostertijdwordt aan de verbonden kookzone eendeel van het vermogen onttrokken. Ditheeft een van de volgende uitwerkin‐gen:– aankoken wordt uitgeschakeld– de vermogensstand wordt verlaagd– de verbonden kookzone wordt uitge‐schakeld.
Bediening33Booster inschakelenRaak 2 keer de sensortoets 9 op hetbedieningspaneel van de gewenstekookzone aan.Op het kookzonedisplay wordt weer‐gegeven.TwinBooster-functie inschakelen,stand 1Raak 2 keer de sensortoets 9 op hetbedieningspaneel van de gewenstekookzone aan.Op het kookzonedisplay wordt weer‐gegeven.TwinBooster-functie inschakelen,stand 2Raak 3 keer de sensortoets 9 op hetbedieningspaneel van de gewenstekookzone aan.Op het kookzonedisplay wordt weer‐gegeven.Booster- / TwinBooster-functie uit‐schakelenStel een andere vermogensstand in.
Bediening34WarmhoudenDe warmhoudstand is niet bedoeldvoor het opwarmen van reeds afge‐koelde gerechten. De warmhoudstandis voor het warmhouden van ge‐rechten meteen na de bereiding.Als u de warmhoudstand instelt, blijftde kookzone maximaal 2 uur ingescha‐keld.– Houd gerechten alleen in de panwarm. Dek de pan met een deksel af.– U hoeft de gerechten tijdens hetwarmhouden niet te roeren.– De voedingswaarde van een gerechtneemt gedurende de bereiding af. Tij‐dens het warmhouden neemt de voe‐dingswaarde verder af. Houd dewarmhoudtijd dan ook zo kort moge‐lijk.Warmhoudstand in-/uitschakelenTip de sensortoets van de betref‐fende kookzone aan.
Timer35U kunt een tijd tot 99 minuten instel‐len.U kunt de timer voor twee functies ge‐bruiken:– voor het instellen van een kookwek‐kertijd.– voor het automatisch uitschakelenvan een kookzone.KookwekkerInstellenTip de - sensortoets aan.Stel de gewenste tijd in met de sen‐sortoets - of +.WijzigenTip de - sensortoets aan.Stel de gewenste tijd in met de sen‐sortoets - of +.WissenTip de - sensortoets aan.Raak tegelijkertijd de sensortoetsen -en + zo lang aan totdat op het timer‐display verschijnt.Kookzone automatisch uit‐schakelenU kunt een tijd instellen waarna eenkookzone automatisch wordt uitge‐schakeld.
De functie kan voor allekookzones tegelijk worden gebruikt.De kookzone wordt door de automa‐tische uitschakeling (zie het betreffen‐de hoofdstuk) uitgeschakeld als degeprogrammeerde tijd langer is dande maximaal toegestane bedrijfsduur.Stel voor de gewenste kookzone eenvermogensstand in.Raak de sensortoets zo vaak aantot in het display van de gewenstekookzone verschijnt.Stel de gewenste tijd in.Als u een uitschakeltijd voor nog eenkookzone wilt instellen, gaat u net zote werk als in het voorgaande is be‐schreven.Als meerdere uitschakeltijden gepro‐grammeerd zijn, wordt de kortste rest‐tijd weergegeven en brandt het con‐trolelampje van de betreffende kook‐zone .Wanneer u de op de achtergrond af‐lopende resttijden wilt weergeven,raak dan de sensortoets zo vaakaan tot in het display van de ge‐wenste kookzone verschijnt.
Timer36Timerfuncties tegelijk ge‐bruikenU kunt de functies kookwekker en auto‐matisch uitschakelen tegelijk gebruiken.U heeft een of meer uitschakeltijden ge‐programmeerd en wilt ook een kook‐wekkertijd instellen:Raak de sensortoets zo vaak aantot en worden weergegeven ophet timerdisplay.Stel de tijd in zoals hierboven be‐schreven.U heeft een kookwekkertijd ingesteld enwilt bovendien één of meerdere uit‐schakeltijden programmeren:Raak de sensortoets zo vaak aantot in het display van de gewenstekookzone verschijnt.Stel de tijd in zoals hierboven be‐schreven.Kort na de laatste invoer schakelt het ti‐merdisplay over op de functie met dekortste resttijd.Wanneer u de op de achtergrond aflo‐pende resttijden wilt weergeven:Raak de sensortoets zo vaak aantot de gewenste indicatie verschijnt.
Extra functies37Stop&GoBij de activering van Stop&Go wordt devermogensstand van alle ingeschakeldekookzones tot 1 verlaagd.De vermogensstanden van de kookzo‐nes en de instelling van de timer kun‐nen niet worden gewijzigd.
De kook‐plaat kan alleen worden uitgeschakeld.De ingestelde kookwekkertijd, booster‐tijd, aankoken en de ingestelde tijdenvoor het automatische uitschakelenworden gestopt.Bij deactivering werken de kookzonesmet de laatste ingestelde vermogens‐stand verder, alle tijden lopen verder af.Als de functie niet binnen 10 minutenwordt gedeactiveerd, wordt de kook‐plaat uitgeschakeld.Activeren / deactiverenTip de - sensortoets aan.Gebruik de functie wanneer u de bedie‐ningselementen snel van vuil wilt reini‐gen, of als het gevaar van overkokendreigt.RecallAls u de kookplaat tijdens het gebruikper ongeluk uitschakelt, kunt u met de‐ze functie alle instellingen herstellen.Hiervoor moet u de kookplaat binnen 6seconden na het uitschakelen weer in‐schakelen.Schakel de kookplaat weer in.Raak onmiddellijk (binnen de 6 se‐conden) na het inschakelen de sen‐sortoets aan.
Beveiligingen38InschakelblokkeringDe inschakelblokkering wordt dooreen stroomonderbreking gedeacti‐veerd.Om te vermijden dat iemand de kook‐plaat per vergissing inschakelt, is dezeuitgerust met een inschakelblokkering.Wanneer bij geactiveerde inschakel‐blokkering een niet toegestane sensor‐toets wordt aangeraakt, verschijnt ge‐durende enkele seconden op het ti‐merdisplay.ActiverenSchakel de kookplaat in .Raak tegelijkertijd de sensortoetsen en zo lang aan totdat op het ti‐merdisplay verschijnt.DeactiverenSchakel de kookplaat in .Raak tegelijkertijd de sensortoetsen en zo lang aan totdat op het ti‐merdisplay uitgaat.
Beveiligingen39Automatische uitschakelingBij te lange bedrijfsduurDe automatische uitschakeling wordtautomatisch geactiveerd wanneer eenkookzone ongewoon lang wordt ver‐warmd. De tijdspanne hangt van de ge‐kozen vermogensstand af. Als deze isoverschreden, wordt de kookzone uit‐geschakeld en wordt de restwarmteweergegeven. Wanneer u de kookzoneuit- en inschakelt is deze weer klaarvoor gebruik.Als de sensortoetsen bedekt zijnUw kookplaat wordt uitgeschakeld zo‐dra één of meerdere sensortoetsen lan‐ger dan ca. 10 seconden bedekt blij‐ven, bijv. door vingercontact, overko‐kende gerechten of neergelegde voor‐werpen. Op het betreffende kookzone‐display verschijnt het symbool en erklinkt een signaal.Wanneer u de voorwerpen of verontrei‐nigingen verwijdert, gaat het symbool uit en is de kookplaat weer klaar voorgebruik.
Beveiligingen40OververhittingsbeveiligingAlle inductiespoelen en de koellicha‐men van de elektronica zijn voorzienvan een oververhittingsbeveiliging.Voordat de inductiespoelen of de koelli‐chamen oververhit raken, zorgt de over‐verhittingsbeveiliging voor een van devolgende reacties:– Een ingeschakelde booster wordt uit‐geschakeld.– De ingestelde vermogensstand wordtverlaagd.– De kookzone wordt automatisch uit‐geschakeld. In het kookzonedisplayknippert .De oververhittingsbeveiliging reageertals:– leeg kookgerei wordt verhit.– vet of olie op een hoge vermogens‐stand wordt verhit.– de onderkant van de kookplaat nietvoldoende geventileerd wordt.– een hete kookzone na een stroom‐storing weer wordt ingeschakeld.Reageert de oververhittingsbeveiligingopnieuw nadat de oorzaak is weggeno‐men, neem dan contact op met Miele.
De kookplaat moet afgekoeldzijn.Letselrisico!De stoom van een stoomreiniger kanterechtkomen op onderdelen die on‐der spanning staan en een kortslui‐ting veroorzaken.Gebruik voor het reinigen van dekookplaat nooit een stoomreiniger.Alle oppervlakken kunnen verkleurenof veranderen wanneer u onge‐schikte reinigingsmiddelen gebruikt.Alle oppervlakken zijn krasgevoelig.Verwijder resten van reinigingsmid‐delen onmiddellijk.Ongeschikte reinigingsmidde‐lenOm beschadigingen aan de oppervlak‐ken te voorkomen, mogen de volgendemiddelen niet worden gebruikt:– afwasmiddelen,– reinigingsmiddelen die soda, ammo‐niak, zuur of chloor bevatten,– kalkoplossende reinigingsmiddelen,– vlek- en roestverwijderaars,– schurende reinigingsmiddelen, zoalsschuurpoeder, vloeibaar schuurmid‐del en reinigingssteen,– oplosmiddelhoudende reinigingsmid‐delen,– reinigingsmiddelen voor afwasauto‐maten,– grill- en ovensprays,– glasreinigers,– schurende harde borstels en spons‐jes (bijv.
Reiniging en onderhoud42Reinig het gedeelte tussen de kera‐mische plaat en de omranding oftussen de omranding en het werk‐blad niet met scherpe voorwerpen.Afdichtingen kunnen daardoor wor‐den beschadigd.Met een afwasmiddel worden niet al‐le verontreinigingen en resten verwij‐derd.Er ontstaat een onzichtbare film dietot verkleuringen van het keramischeglas leidt. Deze verkleuringen kunnenniet meer worden verwijderd.Reinig de kookplaat regelmatig meteen speciaal reinigingsmiddel voorkeramisch glas.Verwijder alle grove verontreinigingenmet een vochtige doek. Vastgekoekteverontreinigingen verwijdert u met eenglasschraper.Reinig de kookplaat vervolgens met hetMiele-reinigingsmiddel voor keramischeplaten en roestvrij staal (zie ook "Bij tebestellen accessoires") of met een an‐der geschikt reinigingsmiddel voorkeramische platen. Gebruik hierbij keu‐kenpapier of een schone doek.
Gebruikhet reinigingsmiddel niet op een hetekookplaat, omdat daardoor vlekkenkunnen ontstaan. Houdt u zich aan deaanwijzingen van de fabrikant van hetreinigingsmiddel.Wis de kookplaat ten slotte met eenvochtige doek af en wrijf de plaat weerdroog. Verwijder alle reinigingsmiddel‐resten. De resten kunnen anders in‐branden en de keramische plaat aan‐tasten.Vlekken van kalkresten, water en alu‐minium kunt u met het reinigingsmiddelvoor keramische platen en roestvrijstaal verwijderen.Pas op dat u zich niet verbrandt!Trek ovenhandschoenen aan voordatu resten van suiker, kunststof of alu‐miniumfolie met een glaskrabber vande hete kookplaat verwijdert.Wanneer suiker, kunststof of alumini‐umfolie op de hete kookplaat komen,schakelt u het apparaat uit. Krab dezestoffen onmiddellijk, dus in hete toe‐stand, met een glaskrabber grondig vande kookzone af.
Nuttige tips43U kunt de meeste problemen die in het dagelijkse gebruik kunnen optreden zelfverhelpen. Het volgende overzicht moet u daarbij helpen.Kunt u daarmee de oorzaak van een probleem niet vinden of verhelpen, neem dancontact op met Miele (zie achter in deze gebruiksaanwijzing).Letselrisico! Ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- en repara‐tiewerkzaamheden leveren grote risico's op voor de gebruiker. Miele kan hier‐voor niet aansprakelijk worden gesteld. Laat installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uitsluitend door vak‐mensen uitvoeren die door Miele zijn geautoriseerd. Open nooit de ommanteling van de kookplaat.Probleem Oorzaak en oplossingDe kookplaat respectie‐velijk de kookzoneskunnen niet worden in‐geschakeld.De kookplaat heeft geen stroom. Controleer of de zekering in de zekeringkast is ge‐sprongen.
Neem contact op met een elektricien ofmet Miele (minimale sterkte van de zekering zie ty‐peplaatje).Er is mogelijk sprake van een technische storing. Maak het apparaat ca. 1 minuut spanningsvrij.Doe dat als volgt:– schakel de hoofdschakelaar van de huisinstalla‐tie uit c.q. draai de betreffende zekering(en) eruitof– schakel de aardlekschakelaar uit. Schakel daarna alles weer in. Kunt u het apparaatdan nog niet in gebruik nemen, neem dan contactop met een elektricien of met Miele.Bij de nieuwe kookplaatkomen geurtjes endamp vrij.De onderdelen van metaal worden met een onder‐houdsmiddel beschermd. Als het apparaat voor heteerst in gebruik wordt genomen, ontstaan daardoorgeuren en eventueel ook damp. Ook door de verwar‐ming van het materiaal van de inductiespoelen wordttijdens de eerste bedrijfsuren een geur afgegeven.
Bijieder verder gebruik wordt de geur minder en ver‐dwijnt uiteindelijk volledig. De geur en de eventueeloptredende damp wijzen niet op een verkeerde aan‐sluiting of een defect en zijn ook niet schadelijk voorde gezondheid.
Nuttige tips44Probleem Oorzaak en oplossingOp het kookzonedisplayknipperen afwisselendhet symbool en de in‐gestelde vermogens‐stand of .Op de kookzone staat geen pan of een ongeschiktepan. Gebruik geschikte pannen (zie "De juiste pannen").Wanneer de kookplaatwordt ingeschakeld,wordt enkele seconden weergegeven op hettimerdisplay.De inschakelblokkering is geactiveerd. Deactiveer de inschakelblokkering (zie hoofdstuk"Inschakelblokkering").In één of meerderekookzonedisplays ver‐schijnt het symbool en de kookplaat wordtautomatisch uitgescha‐keld.Eén of meerdere sensortoetsen zijn bedekt, bijv. doorvingercontact, overkokende gerechten of neergelegdevoorwerpen. Verwijder de verontreinigingen of de voorwerpen(zie hoofdstuk "Automatische uitschakeling").Een kookzone wordtautomatisch uitgescha‐keld.De kookzone was te lang ingeschakeld.
U kunt de kookzone gewoon weer in gebruik ne‐men (zie "Automatische uitschakeling").Een kookzone wordtautomatisch uitgescha‐keld.De oververhittingsbeveiliging heeft gereageerd. Zie "Oververhittingsbeveiliging".De boosterstand wordtautomatisch te vroeguitgeschakeld.De oververhittingsbeveiliging heeft gereageerd. Zie "Oververhittingsbeveiliging".De kookzone werkt nietzoals u gewend bent opde ingestelde vermo‐gensstand.De oververhittingsbeveiliging heeft gereageerd. Zie "Oververhittingsbeveiliging".De vermogensstand 9wordt automatisch ver‐laagd als u bij de ver‐bonden kookzone even‐eens vermogensstand 9instelt.Bij gelijktijdig gebruik van vermogensstand 9 zou hetmaximale vermogen worden overschreden. Gebruik een andere kookzone.
Nuttige tips45Probleem Oorzaak en oplossingDe inhoud van een panbegint niet of nauwe‐lijks te koken, terwijl deaankookautomaat inge‐schakeld is.Er worden grote hoeveelheden voedingsmiddelenverwarmd. Kook met de hoogste vermogensstand en steldaarna handmatig een lagere vermogensstand in.De pan geleidt de warmte niet goed. Gebruik andere pannen die de warmte wel goedgeleiden.Na het uitschakelen vanhet apparaat is nog eengeluid te horen.De ventilator blijft draaien tot het apparaat afgekoeldis en wordt dan automatisch uitgeschakeld.In de kookzonedisplaysknipperen en cijfers.Er klinkt tevens een sig‐naal.De kookplaat is verkeerd aangesloten. Neem contact op met Miele. De kookplaat moetvolgens het aansluitschema worden aangesloten.In de kookzonedisplaysknipperen of en cij‐fers.De oververhittingsbeveiliging heeft gereageerd.
Zie "Oververhittingsbeveiliging". of en andere cijfers.Er heeft zich een storing voorgedaan in de elektroni‐ca. Onderbreek de stroomvoorziening van de kook‐plaat gedurende ca. 1 minuut. Als het probleem na het herstellen van de stroom‐voorziening nog niet is verholpen, neem dan con‐tact op met Miele.
Bij te bestellen accessoires46Speciaal voor uw apparatuur levertMiele een uitgebreid assortiment aantoebehoren, alsmede reinigings- en on‐derhoudsmiddelen.U kunt deze producten heel eenvoudigvia de Miele-webshop bestellen:De producten zijn ook verkrijgbaar bijMiele (zie achter in deze gebruiksaan‐wijzing) en bij uw Miele-vakhandelaar.Kook-/braadpannenBij Miele kunt u kiezen uit een grootaantal kook- en braadpannen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele KM 6366-1 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Inductiekookplaat Miele
Handleiding Inductiekookplaat
Nieuwste handleidingen voor Inductiekookplaat