Miele KM 6349 PowerFlex Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele KM 6349 PowerFlex (64 pagina’s), behorend tot de categorie Inductiekookplaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 66 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Miele KM 6349 PowerFlex of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Inductiekookplaat |
| Model: | KM 6349 PowerFlex |
Handleiding Miele KM 6349 PowerFlex – volledige tekst
Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften.Onjuist gebruik echter kan persoonlijk letsel of beschadigingentot gevolg hebben.Lees daarom de gebruiks- en montagehandleiding aandachtigdoor, voordat u het apparaat in gebruik neemt.
In de handleidingvindt u belangrijke instructies met betrekking tot inbouw, veilig-heid, gebruik en onderhoud.Als de "Veiligheidsinstructies en waarschuwingen" niet wordenopgevolgd, kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voorschade die daarvan het gevolg is.Bewaar de gebruiks- en montagehandleiding en geef deze dooraan een eventuele volgende eigenaar.Verantwoord gebruik~Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor particulier huishoudelijkgebruik (of daarmee vergelijkbaar).~Het apparaat mag niet buiten worden gebruikt.~Gebruik het apparaat voor het bereiden en warmhouden van ge-rechten.Gebruik voor andere doeleinden is niet toegestaan.~Dit apparaat mag alleen worden gebruikt door personen die instaat zijn het apparaat veilig te bedienen en die volledig op dehoogte zijn van de inhoud van de gebruiksaanwijzing!De personen die het apparaat bedienen, moeten zich bewust zijnvan de gevaren van een foutieve bediening.Inhoud4
Kinderen~Houd kinderen onder acht jaar op een afstand, tenzij u voortdu-rend toezicht houdt.~Kinderen vanaf acht jaar mogen het apparaat alleen zonder toe-zicht gebruiken als ze weten hoe ze het apparaat veilig moeten be-dienen. De kinderen moeten zich bewust zijn van de gevaren vaneen foutieve bediening.~Kinderen mogen het apparaat niet zonder toezicht reinigen.~Houd kinderen in de gaten wanneer zij zich in de buurt van hetapparaat bevinden. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.~Het apparaat wordt tijdens het gebruik heet en blijft dat ook nogenige tijd nadat het is uitgeschakeld.
Houd kinderen op een afstand,totdat het apparaat voldoende is afgekoeld en er geenverbrandingsgevaar meer bestaat.~Verstikkingsgevaar!Kinderen kunnen zich tijdens het spelen in verpakkingsmateriaalwikkelen (bijvoorbeeld in folie) of het materiaal over hun hoofd trek-ken en stikken.Houd verpakkingsmaterialen bij kinderen vandaan.~Verbrandingsgevaar!Bewaar geen voorwerpen die voor kinderen interessant zijn in kast-jes boven of achter het apparaat. De kinderen klimmen anders mis-schien op het apparaat.~Verbrandingsgevaar!Draai de grepen van de pannen zo dat ze zich boven het werkbladbevinden, zodat kinderen de pannen niet van het apparaat kunnentrekken.~Maak gebruik van de vergrendeling, zodat kinderen het apparaatniet onbedoeld kunnen inschakelen of instellingen kunnen wijzigen.Inhoud5
Technische veiligheid~Door ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- en repa-ratiewerkzaamheden kunnen grote risico’s voor de gebruiker ont-staan. Laat installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamhedenuitsluitend door vakmensen uitvoeren die door Miele zijngeautoriseerd.~Een beschadigd apparaat kan uw veiligheid in gevaar brengen.Controleer het voor de inbouw op zichtbare schade. Neem een be-schadigd apparaat nooit in gebruik.~De elektrische veiligheid van het apparaat is uitsluitend gegaran-deerd, als het wordt aangesloten op een aardingssysteem dat vol-gens de geldende voorschriften is geïnstalleerd.
Aan deze funda-mentele veiligheidsvoorwaarde moet worden voldaan.Laat de elektrische installatie bij twijfel door een vakman inspecte-ren.~De aansluitgegevens (frequentie en spanning) op het typeplaatjemoeten beslist met de waarden van het elektriciteitsnet overeen-komen, om beschadiging van het apparaat te voorkomen.Vergelijk deze gegevens voor de aansluiting.Raadpleeg bij twijfel een elektricien.~Met een stekkerdoos of verlengsnoer kan een veilig gebruik vanhet apparaat niet worden gewaarborgd (brandgevaar). Sluit het ap-paraat hiermee niet op het elektriciteitsnet aan.~Gebruik het apparaat alleen als het is ingebouwd, zodat de veilig-heid gewaarborgd is.~Dit apparaat mag niet op een niet-stationaire locatie (zoals eenboot) worden gebruikt.Inhoud6
~Wanneer onderdelen worden aangeraakt die onder spanningstaan of wanneer elektrische of mechanische onderdelen wordenveranderd, is dit gevaarlijk voor de gebruiker. Het kan er tevens toeleiden dat het apparaat niet meer goed functioneert.Open nooit de ommanteling van het apparaat.~De garantie vervalt als het apparaat niet door een technicuswordt gerepareerd die door Miele is geautoriseerd.~Alleen van originele onderdelen garandeert Miele dat deze aande veiligheidseisen voldoen. Defecte onderdelen mogen alleen doororiginele onderdelen worden vervangen.~De kookplaat mag niet worden gebruikt met een externeschakelklok of een systeem dat op afstand werkt.~Het apparaat mag uitsluitend door een vakman op het net wordenaangesloten. Als een beschadigde kabel moet worden vervangen,moet een speciale kabel worden gebruikt.
Alleen een vakman magde kabel aansluiten (zie "Elektrische aansluiting").~Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden dient hetapparaat spanningsvrij te worden gemaakt.Ga daarvoor als volgt te werk:–schakel de hoofdschakelaar van de huisinstallatie uit of–draai de zekering van de huisinstallatie er geheel uit of–trek de stekker (indien aanwezig) uit de contactdoos.Trek daarbij aan de stekker en niet aan de aansluitkabel.~Is de kookplaat voorzien van een communicatiemodule, dan moetbij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden aan dekookplaat ook de communicatiemodule spanningsvrij worden ge-maakt.Inhoud7
~Neem de kookplaat niet in gebruik bij een defect of bij breuken,scheuren en barsten in de keramische plaat c.q. schakel het appa-raat meteen uit. Maak de kookplaat spanningsvrij. U kunt anderseen elektrische schok krijgen!Veilig gebruik~Olie en vet kunnen bij oververhitting vlam vatten. Houd het appa-raat goed in de gaten als u met olie en/of vetten werkt.Blus een brand met olie of vet nooit met water. Schakel het apparaatuit en doof de vlammen voorzichtig met een deksel of eenblusdeken.~Flambeer nooit onder een afzuigkap. Door de vlammen kan de af-zuigkap in brand vliegen.~Spuitbussen, licht ontvlambare vloeistoffen en brandbare materia-len kunnen bij verhitting vlam vatten. Bewaar dergelijke productendaarom niet in een schuiflade onder het apparaat.
Een eventuelebestekbak moet van hittebestendig materiaal zijn.~Verhit kookgerei nooit leeg.~In afgesloten blikken en dergelijke ontstaat tijdens het inmaken ofverwarmen overdruk. Hierdoor kunnen deze voorwerpenopenbarsten.Gebruik het apparaat niet om voedingsmiddelen in afgesloten blik-ken en dergelijke in te maken of te verwarmen.~Dek het apparaat nooit af met een afdekplaat, een doek, folie ofiets dergelijks. Als het apparaat per ongeluk wordt ingeschakeld ofnog heet is, kan het betreffende materiaal vlam vatten, barsten ofsmelten.Inhoud8
~Als u een elektrisch apparaat (bijvoorbeeld een mixer) in de buurtvan het apparaat gebruikt, mag de aansluitkabel niet in aanrakingkomen met het hete apparaat. De isolatie van de kabel zou bescha-digd kunnen raken.~Als het apparaat achter een meubeldeur is ingebouwd, mag u hetalleen gebruiken als de deur geopend is.Sluit de meubeldeur pas als de restwarmte-indicatie is gedoofd.~Wanneer u het apparaat gebruikt, wordt het zeer heet. Ook na hetuitschakelen blijft het dat nog enige tijd. De restwarmte-indicatorgeeft aan of het apparaat nog heet is.~U kunt zich aan het hete apparaat branden. Gebruik daarom altijdovenhandschoenen of pannenlappen als u met het hete apparaatwerkt. Gebruik alleen droge handschoenen of pannenlappen.
Nat ofvochtig textiel geleidt de warmte beter en kan door stoomvormingverbrandingen veroorzaken.~Als het apparaat is ingeschakeld, onbedoeld wordt ingeschakeldof bij restwarmte kunnen metalen voorwerpen op het apparaat heetworden.Andere materialen kunnen smelten of vlam vatten.Vochtige pandeksels kunnen zich vastzuigen.Gebruik het apparaat niet als werkblad.Schakel de kookzones na gebruik uit!Inhoud9
~Als suiker, suikerhoudend voedsel, kunststof of aluminiumfolie opeen hete kookzone terechtkomt en smelt, gaat u als volgt te werk:Vermeng suikerhoudende stoffen onmiddellijk met water. Schakelvervolgens de kookzone uit en verwijder de stoffen met een schra-per, zolang de plaat nog heet is. Als u de stoffen eerst laat afkoelen,kan de keramische plaat beschadigd raken. Draag tijdens de reini-ging ovenhandschoenen.Reinig de kookplaat met een reinigingsmiddel voor keramische pla-ten, zodra de plaat is afgekoeld.~Door drooggekookte pannen kan de keramische plaat bescha-digd raken. Houd daarom altijd toezicht op de kookplaat!~Gebruik alleen pannen met een gladde bodem. Een ruwe bodemkan krassen op de keramische plaat veroorzaken.~Til pannen op als u ze wilt verplaatsen.
U voorkomt zo vlekkendoor wrijving en krassen.~Zout, suiker of zandkorrels (bijvoorbeeld van groente) kunnenkrassen veroorzaken, als ze onder de pan komen. Zorg dat de kera-mische plaat en de panbodem schoon zijn, voordat u het kookgereiop het apparaat plaatst.~Laat geen voorwerpen op de keramische plaat vallen. Zelfs eenlicht voorwerp (zoals een zoutvaatje) kan scheuren of barsten ver-oorzaken.~Hete voorwerpen op de sensortoetsen en de displays kunnen deelektronica eronder beschadigen. Zet nooit hete pannen op de sen-sortoetsen en de displays.Inhoud10
~Vanwege de snelle reactietijd van inductiekookzones kan de tem-peratuur in de panbodem in zeer korte tijd dezelfontbrandingstemperatuur van olie en vet bereiken. Houd daaromaltijd toezicht op het apparaat!~Verhit vetten en olie hooguit gedurende een minuut en gebruikdaarvoor nooit de booster.~Alleen voor personen met een pacemaker:In de directe omgeving van het ingeschakelde apparaat ontstaateen elektromagnetisch veld. Het is niet waarschijnlijk dat dit veld dewerking van de pacemaker nadelig beïnvloedt. Neem bij twijfel con-tact op met de fabrikant van de pacemaker of met uw arts.~Het elektromagnetische veld van de ingeschakelde kookplaat kande functie van magnetiseerbare voorwerpen beïnvloeden.Houd magnetiseerbare voorwerpen, zoals creditcards, diskettes, re-kenmachines, etc. uit de buurt van het ingeschakelde apparaat.Inhoud11
~Metalen voorwerpen die in een lade onder de kookplaat wordenbewaard, kunnen heet worden als u het apparaat lang en intensiefgebruikt. Bewaar daarom geen metalen voorwerpen in een lade diezich meteen onder de kookplaat bevindt.~Het apparaat is voorzien van een ventilator. Als zich onder hetingebouwde apparaat een lade bevindt, moet de afstand tussen deinhoud van de lade en de onderkant van het apparaat voldoendezijn om de ventilatie te waarborgen. Bewaar geen spitse en kleinevoorwerpen of papier in de lade. Deze voorwerpen kunnen via deventilatieopeningen in de behuizing terechtkomen of aangezogenworden.
De ventilator kan dan beschadigd raken of de koeling kanworden beïnvloed.~Plaats nooit twee pannen tegelijk op een kook-/braadzone ofPowerFlex-kookvlak.Reiniging en onderhoud~De stoom van een stoomreiniger kan in aanraking komen met de-len die onder spanning staan en zo kortsluiting veroorzaken.Gebruik voor de reiniging nooit een stoomreiniger.~Schakel de kookplaat niet in als deze boven een pyrolyse-oven of-fornuis is ingebouwd en de pyrolysefunctie actief is, omdat de over-verhittingsbeveiliging van de kookplaat zou kunnen reageren (zie debetreffende rubriek).Inhoud12
Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpak-kingsmateriaal is uitgekozen met hetoog op een zo gering mogelijke belas-ting van het milieu en de mogelijkhedenvoor recycling.Hergebruik van het verpakkingsmateri-aal remt de afvalproductie en het ge-bruik van grondstoffen. Vaak neemt deleverancier de verpakking terug. Als ude verpakking zelf wegdoet, informeerdan bij de reinigingsdienst van uw ge-meente waar u die kunt afgeven.Het afdanken van het apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten meestal nog waarde-volle materialen. Ze bevatten echterook schadelijke stoffen die nodig zijngeweest om de apparaten goed en vei-lig te laten functioneren.
Wanneer u uwoude apparaat bij het gewone afvaldoet of er op een andere manier nietgoed mee omgaat, kunnen deze stoffenschadelijk zijn voor de gezondheid enhet milieu.Verwijder uw oude apparaat dan ooknooit samen met het gewone afval,maar lever het in bij een gemeentelijkinzameldepot voor elektrische en elek-tronische apparatuur. Vraag uw hande-laar indien nodig om inlichtingen.Het afgedankte apparaat moet tot dietijd buiten het bereik van kinderen wor-den opgeslagen.Een bijdrage aan de bescherming van het milieu13
SensortoetsenaAan/Uit-toets kookplaatbToetsen voor- het instellen van de vermogensstand- het instellen van de tijdcPowerFlex-kookvlak inschakelendStop & Goc+dVergrendeling apparaat / instellingeneActivering kookzoneWeergave:0= kookzone klaar voor gebruik^= warmhoudstand1t/m 9= vermogensstandA= aankookautomaatf= stand 1 TwinBoosterh= booster / stand 2 TwinBoosterœ= PowerFlex-kookvlak geactiveerdß= geen pan of een ongeschikte pan(zie "Inductie")#= restwarmteLC = vergrendeling apparaat actieffActivering timerControlelampjesgKookzonevergrotinghStop & GoiKookzonetoewijzing, bijvoorbeeld kookzone rechts achterjKookwekkerAlgemeen17
Bij het apparaat wordt een tweede typeplaatje geleverd. Plakdit typeplaatje op de aangegeven plaats achter in uw ge-bruiksaanwijzing.Eerste reiniging^Verwijder eventueel aanwezige beschermfolies en stickers.^Reinig het apparaat voor het eerste gebruik met een voch-tige doek en wrijf het daarna weer droog.IngebruiknemingAlleen voor kookplaten met facetrand (geslepen rand):Na het inbouwen kan de eerste dagen een spleet zichtbaarzijn tussen de kookplaat en het werkblad. Deze spleet zaldoor het gebruik kleiner worden. De elektrische veiligheidvan het apparaat is echter altijd gewaarborgd.De metalen delen van het apparaat zijn voorzien van eenspeciaal beschermlaagje. Als u het apparaat voor het eerst ingebruik neemt, ontstaan daardoor geurtjes (en eventueeldampen). Ook door het opwarmen van de inductiespoelenontstaan tijdens de eerste bedrijfsuren geurtjes.
Bij elk vol-gend gebruik neemt de geurvorming geleidelijk af, totdat uniets meer waarneemt.Wanneer er geurtjes en damp vrijkomen, betekent dat nietdat het apparaat verkeerd is aangesloten of defect is. Degeurtjes en de damp zijn niet schadelijk voor de gezondheid.Houdt u er rekening mee dat de opwarmtijd bij inductie-kookplaten veel korter is dan bij gewone kookplaten.Vóór het eerste gebruik20
PrincipeOnder de keramische plaat bevinden zich inductiespoelen.Als u een kookzone inschakelt, genereren deze spoelen eenmagneetveld waardoor de bodem van de pan heet wordt. Dekookzone zelf wordt alleen indirect verwarmd door de stra-lingswarmte van de pan.Een inductiekookzone reageert alleen op pannen met eenmagnetiseerbare bodem (zie "De juiste pannen").
Het sys-teem houdt automatisch rekening met de grootte van de ge-bruikte pan.In het kookzonedisplay knipperen afwisselend het symbool ßen de ingestelde vermogensstand,–als u een kookzone zonder pan of met een ongeschiktepan (met niet magnetiseerbare bodem) inschakelt.– als de bodemdiameter van de pan te klein is.– als u de pan van een ingeschakelde kookzone haalt.Als u binnen 3 minuten een geschikte pan op de kookzonezet, verdwijnt het symbool ßen kunt u gewoon doorgaan.Als u geen (geschikte) pan gebruikt, wordt de kookzone na 3minuten automatisch uitgeschakeld.Verbrandingsgevaar!Als het apparaat is ingeschakeld, onbedoeld wordt inge-schakeld of bij restwarmte kunnen metalen voorwerpen ophet apparaat heet worden.Leg daarom geen metalen voorwerpen op de kookplaat(zoals bestek).Schakel de kookzones na gebruik uit.Inductie21
GeluidenBij gebruik van een inductiekookplaat kunnen in het kookge-rei allerlei geluiden ontstaan. De geluiden zijn afhankelijk vanhet materiaal en de constructie van de bodem van het kook-gerei.–Op een hoge vermogensstand kan het apparaat een brom-geluid veroorzaken. Dit geluid neemt af of verdwijnt als ueen lagere vermogensstand instelt.–Bij pannen met een bodem die uit verschillende materialenbestaat (bijvoorbeeld een sandwichbodem) kan eenknetterend geluid optreden.–Er kan een fluitend geluid ontstaan als de met elkaar ver-bonden kookzones (zie "Booster") tegelijk zijn ingescha-keld en op de kookzones pannen staan met een bodemdie uit verschillende materialen bestaat (bijvoorbeeld eensandwichbodem).– Vooral bij lage vermogensstanden kunnen bij elektronischeschakelingen klikgeluiden optreden.– Er kan een zoemend geluid ontstaan als de ventilatorwordt ingeschakeld.
De juiste pannenGeschikt zijn pannen van:–roestvrij staal met een magnetiseerbare bodem.–geëmailleerd staal.–gietijzer.Niet geschikt zijn pannen van:–roestvrij staal met een niet magnetiseerbare bodem.–aluminium of koper.–glas, keramiek of aardewerk.Als u niet zeker weet of een pan geschikt is voor inductie,kunt u een magneet tegen de panbodem houden. Blijft demagneet hangen, dan is de pan geschikt.Houdt u er rekening mee dat de eigenschappen van de pan-bodem het bereidingsresultaat beïnvloeden.Om optimaal gebruik te maken van een kookzone moet u hetformaat van de pan zo kiezen dat de pan tussen de binnen-ste en de buitenste markering (markeringsstreepjes - afhan-kelijk van het model) van de kookzone past.
Vermogens-standWarmhouden ^Boter smeltenGelatine oplossen1–2Rijstepap, havermoutpap maken 2Kleine hoeveelheden vloeistof opwarmenRijst wellen3Groente ontdooien (in een blok) 3Graan wellen 3Gerechten verwarmen die veel vocht bevattenOmelet, eieren zonder korstje bakkenFruit blancheren4Deegwaren wellen 4Groente of vis stoven 5Ontdooien en verwarmen van diepvriesproducten 5Aankoken van grote hoeveelheden, bijv. eenpansgerechtenGebonden saus of roomsaus maken, bijv. witte-wijnsausof sauce hollandaise6Eieren behoedzaam bakken (zonder oververhitting van het vet) 6Vis, schnitzel, braadworst behoedzaam bakken (zonder overver-hitting van het vet)7Poffertjes, pannenkoeken, etc.
bakken 7Aanbraden van stoofgerechten 8Grote hoeveelheden water kokenAankoken9De aangegeven standen zijn slechts algemene richtlijnen.Het vermogen van de inductiespoel varieert afhankelijk van de grootte en het ma-teriaal van de panbodem. Het is dan ook mogelijk dat bij uw pannen de vermo-gensstanden een geringe afwijking vertonen. Bepaal in de dagelijkse praktijk wel-ke instellingen het beste bij uw pannen passen.Tabel vermogensstanden24
Principe van de bedieningDe kookplaat is voorzien van elektronische sensortoetsen.Deze reageren op vingercontact.U bedient de kookplaat door met uw vinger de juiste toetsenaan te tippen. Het apparaat reageert daarop telkens met eenakoestisch signaal.Als de kookplaat uit is, ziet u alleen de symbolen van de sen-sortoetsen voor "Aan/Uit", voor de vermogensstanden, de ver-grendeling en Stop & Go.Als u de kookplaat inschakelt, lichten de displays van dekookzones en de timer op. De displays zijn tevens sensor-toetsen. Als een kookzone of de timer in gebruik is, licht hetdisplay op stand 2 op, anders op stand 1.De kookzones en de timer moeten "actief" zijn als u een ver-mogensstand of tijd wilt instellen of wijzigen.Om een kookzone of de timer te activeren, moet u het display(de sensortoets) van de betreffende kookzone of van de timeraantippen.
Als u de sensortoets heeft aangetipt, begint hetbetreffende display te knipperen. Zolang het display knippert,is de kookzone c.q. de timer "actief" en kunt u een vermo-gensstand of tijd instellen.Uitzondering:Als slechts één kookzone in gebruik is, kunt u de vermogens-stand zonder activering wijzigen.Houd het bedieningspaneel altijd vrij en schoon, andersreageren de toetsen niet of u activeert onbedoeld functies.Ook kan de kookplaat automatisch worden uitgeschakeld(zie de rubriek "Veiligheidsuitschakeling").Zet nooit hete pannen op de toetsen om beschadigingvan de elektronische onderdelen te voorkomen.Bediening25
Houd toezicht op het apparaat als het in gebruik is!Kookplaat inschakelen^Druk op de toets s.In de displays van alle kookzones verschijnt een "0", in hettimerdisplay "00".Voert u daarna geen waarden in, dan wordt de kookplaat omveiligheidsredenen na enkele seconden weer uitgeschakeld.Kookzone inschakelen^Druk op het display van de betreffende kookzone.De "0" begint te knipperen.Vermogensstand instellen^Druk op het betreffende cijfer op het bedieningspaneel.De gekozen vermogensstand knippert gedurende enkele se-conden en brandt daarna constant.Vermogensstand wijzigen^Druk op het display van de betreffende kookzone.De vermogensstand in het display begint te knipperen.^Druk op het betreffende cijfer op het bedieningspaneel.Als slechts één kookzone in gebruik is, kunt u de vermo-gensstand wijzigen, zonder de kookzone te activeren.Bediening26
AankookautomaatAls de aankookautomaat geactiveerd is, wordt de betreffendekookzone een bepaalde tijd op het hoogste vermogen inge-schakeld. Daarna wordt naar de ingestelde vermogensstand(doorkookstand) teruggeschakeld.
De aankooktijd hangt afvan de ingestelde doorkookstand (zie tabel).Bij een hoge doorkookstand is de aankooktijd relatief kort,omdat bij deze vermogensstanden meestal leeg serviesgoedvoor het aanbraden wordt verhit.Activeren^Druk op het display van de betreffende kookzone.Het display van de kookzone knippert.^Druk op het bedieningspaneel zo lang op het cijfer van degewenste doorkookstand, totdat u een signaal hoort en inhet kookzonedisplay een "A" verschijnt.Na de aankooktijd dooft de "A".Als u tijdens de aankooktijd de doorkookstand wijzigt, de-activeert u de aankookautomaat.DeactiverenU kunt de aankookautomaat voortijdig uitschakelen.^Druk op het display van de betreffende kookzone.Het display van de kookzone knippert.^Druk op het bedieningspaneel zo lang op de ingesteldedoorkookstand, totdat de "A" dooft.Of:^Kies een andere vermogensstand.Bediening28
BoosterDe kookzones hebben een eentraps booster of een tweetrapsTwinBooster, zie het hoofdstuk "Algemeen".De booster vergroot het vermogen, waardoor u grote hoe-veelheden snel kunt verhitten. Bijvoorbeeld water voor het ko-ken van pasta.
De booster is maximaal 15 minuten actief.U kunt de booster voor maximaal twee kookzones tegelijk ge-bruiken.Als u de booster inschakelt, terwijl–geen vermogensstand is ingesteld, wordt na afloop van deboostertijd of bij het eerder uitschakelen van de functie au-tomatisch teruggeschakeld naar vermogensstand 9.– wel een vermogensstand is ingesteld, wordt na afloop vande boostertijd of bij het eerder uitschakelen van de functieautomatisch teruggeschakeld naar de ingestelde vermo-gensstand.Als u tijdens de boostertijd de pan verwijdert, loopt de boos-tertijd door.Telkens twee kookzones zijn met elkaar verbonden, zodat hetvermogen voor de booster beschikbaar kan worden gesteld.Gedurende de boostertijd wordt aan de verbonden kookzoneeen deel van het vermogen onttrokken.
Booster inschakelen^Druk op het display van de betreffende kookzone.^Druk op het bedieningspaneel twee keer op de "9".In het kookzonedisplay verschijnt h.TwinBooster inschakelenStand 1^Druk op het display van de betreffende kookzone.^Druk op het bedieningspaneel twee keer op de "9".In het kookzonedisplay verschijnt f.Stand 2^Druk op de toets van de betreffende kookzone.^Druk op het bedieningspaneel drie keer op de "9".In het kookzonedisplay verschijnt h.Booster / TwinBooster uitschakelen^Druk op de toets van de betreffende kookzone.^Kies een andere vermogensstand.Bediening31
WarmhoudenAlle kookzones hebben een warmhoudstand "h". Deze standligt tussen de vermogensstanden "0" en "1".De warmhoudstand is niet bedoeld voor het opwarmenvan reeds afgekoelde gerechten. De warmhoudstand isvoor het warmhouden van gerechten meteen na de berei-ding.Als u de warmhoudstand instelt, blijft de kookzone maximaal2 uur ingeschakeld.Warmhoudstand instellen^Druk op het display van de betreffende kookzone.^Druk tussen de cijfers "0" en "1" op het bedieningspaneel.In het display van de kookzone verschijnt "h".Tips– Houd gerechten alleen in de pan warm. Dek de pan meteen deksel af.– U hoeft de gerechten tijdens het warmhouden niet te roe-ren.– De voedingswaarde van een gerecht neemt gedurende debereiding af. Tijdens het warmhouden neemt de voedings-waarde verder af. Houd de warmhoudtijd dan ook zo kortmogelijk.Bediening32
Uitschakelen en restwarmte-indicatieHet uitschakelen van een kookzone^Druk 2x op het display van de betreffende kookzone.In het display knippert gedurende enkele seconden een "0".Is de kookzone nog heet, dan wordt kort daarna de restwarm-te weergegeven.Het uitschakelen van de kookplaat^Druk op de toets s.Nu zijn alle kookzones uitgeschakeld. In de displays van dekookzones die nog heet zijn, wordt de restwarmte weergege-ven.Restwarmte-indicatorDe streepjes van de restwarmte-indicatie verdwijnen één vooréén als de kookzone afkoelt. Het laatste streepje verdwijnt alsde kookzone zover is afgekoeld dat u deze zonder gevaarkunt aanraken.Verbrandingsgevaar!Raak de kookzones niet aan als de restwarmte-indicatienog brandt.De restwarmte-indicatie knippert, als tijdens het gebruik ofbij aanwezige restwarmte een stroomstoring optreedt.Bediening33
–Kook met een deksel op de pan. Op die manier voorkomt udat er onnodig warmte ontsnapt.zonder deksel met deksel–Gebruik voor een kleine hoeveelheid een kleine pan. Vooreen kleine pan is minder energie nodig dan voor een gro-te, niet geheel gevulde pan.– Gebruik zo weinig mogelijk water.– Schakel na het aankoken of aanbraden op tijd terug naareen lagere vermogensstand.– Gebruik een snelkookpan om de bereidingstijd te verkor-ten.Tips om energie te besparen34
De kookplaat moet ingeschakeld zijn, als u de timer wilt ge-bruiken.U kunt de timer voor twee functies gebruiken:–voor het instellen van een kookwekkertijd.–voor het automatisch uitschakelen van een kookzone.U kunt een tijd instellen tussen 1 minuut (01) en 99 minuten(99).Na afloop van de ingestelde tijd verschijnt "00"inhettimerdisplay en hoort u gedurende enkele seconden een sig-naal.KookwekkerInstellenU wilt bijvoorbeeld 15 minuten instellen:^Schakel de kookplaat in als dat nog niet is gebeurd.^Druk op het timerdisplay.De rechter nul en het controlelampje voor de kookwekker be-ginnen te knipperen.Van de waarde "15" stelt u eerst de "1" in en dan de "5".^Druk op het betreffende cijfer op het bedieningspaneel (indit geval "1").Het timerdisplay wisselt, rechts knippert "1".^Druk op het betreffende cijfer op het bedieningspaneel (indit geval "5").Het timerdisplay wisselt.
De "1" springt naar links en rechtsverschijnt "5".De kookwekker begint af te lopen.Na afloop van de kookwekkertijd hoort u een signaal en in hetdisplay verschijnt "00".Wijzigen^Druk op het timerdisplay.^Stel de gewenste tijd in, zoals in het voorgaande is be-schreven.Wissen^Druk zo lang op het timerdisplay, totdat "00" verschijnt.Timer35
Kookzone automatisch uitschakelenU kunt een tijd instellen waarna een kookzone automatischwordt uitgeschakeld.De functie kan voor alle kookzones tegelijk worden gebruikt.Als de geprogrammeerde tijd langer is dan de maximaaltoegestane bedrijfsduur wordt de kookzone door deveiligheidsuitschakeling uitgeschakeld (zie de betreffenderubriek).^Stel voor de gewenste kookzone een vermogensstand in.^Druk zo vaak op het timerdisplay, totdat het controlelampjevoor deze kookzone begint te knipperen.^Stel de gewenste tijd in.De ingestelde tijd loopt in minuten af. De resttijd kunt u in hettimerdisplay aflezen en op elk moment wijzigen.Als u nog een kookzone automatisch wilt laten uitschakelen,voert u de beschreven handelingen nog eens uit.Als u meerdere uitschakeltijden heeft geprogrammeerd,wordt de kortste resttijd weergegeven. Het betreffende con-trolelampje knippert.
Timerfuncties tegelijk gebruikenU kunt de functies "kookwekker" en "automatisch uitschake-len" tegelijk gebruiken.U heeft een of meer uitschakeltijden geprogrammeerd en wiltook een kookwekkertijd instellen:^Druk zo vaak op het timerdisplay, totdat de controlelampjesvan de geprogrammeerde kookzones continu branden enin het display de rechter nul en het controlelampje voor dekookwekker knipperen.^Stel de gewenste tijd in.U heeft een kookwekkertijd geprogrammeerd en wilt ook eenof meer uitschakeltijden instellen:^Druk zo vaak op het timerdisplay, totdat het controlelampjevoor de gewenste kookzone begint te knipperen.^Stel de gewenste tijd in.Kort na de laatste invoer schakelt het timerdisplay over naarde kortste resttijd.Wilt u de resttijden laten weergeven die op de achtergrondaflopen, druk dan zo vaak op het timerdisplay, totdat- het controlelampje van de gewenste kookzone knippert(automatisch uitschakelen).- alleen het timerdisplay knippert (kookwekker).Uitgaande van de kortste resttijd worden met de wijzers vande klok mee alle ingeschakelde kookzones en de kookwekkergeselecteerd.Timer37
Stop & GoUw apparaat heeft een functie waarmee u het vermogen vanalle ingeschakelde kookzones tot 1 kunt verlagen. Eventueelingestelde tijden (voor de automatische uitschakeling, deaankookfunctie en de booster) worden stopgezet. Na het uit-schakelen van de functie lopen de tijden weer door. Een in-gestelde kookwekkertijd loopt zonder onderbreking door.De vermogensstanden en de instelling van de timer kunnenniet meer worden gewijzigd. U kunt de kookplaat alleen noguitschakelen.Als u de functie deactiveert, worden de kookzones op delaatst ingestelde vermogensstand weer ingeschakeld.Als u de functie niet deactiveert, wordt de kookplaat na 1 uuruitgeschakeld.Activeren / deactiveren^Druk op de toets .RecallAls u de kookplaat tijdens het gebruik per ongeluk uitscha-kelt, kunt u met deze functie alle instellingen herstellen.
Hier-voor moet u de kookplaat binnen 6 seconden na het uitscha-kelen weer inschakelen.^Schakel de kookplaat weer in.^Druk meteen na het inschakelen (binnen 6 seconden) opde toets .Extra functies38
Vergrendeling instellingen / apparaatOm te voorkomen dat de kookplaat of kookzones per ongelukworden ingeschakeld of instellingen worden gewijzigd, is ditapparaat voorzien van een vergrendeling.De vergrendeling van de instellingen activeert u als dekookplaat in gebruik is. Als de vergrendeling actief is, kan hetapparaat alleen nog beperkt worden bediend:–De vermogensstanden van de kookzones en de instel-lingen van de timer kunnen niet worden gewijzigd.–De kookzones, de kookplaat en de timer kunnen wel wor-den uitgeschakeld, maar daarna niet weer worden inge-schakeld.De vergrendeling van het apparaat activeert u als de kook-plaat uitgeschakeld is.
Als de vergrendeling actief is, kan hetapparaat niet worden ingeschakeld en kan de timer niet wor-den bediend.Als bij een ingeschakelde vergrendeling een toets wordtbediend die niet mag worden bediend, verschijnt in hettimerdisplay "LC" en hoort u een signaal.Beide vergrendelingen zijn na een stroomonderbrekinguitgeschakeld.Activeren^Druk tegelijk op de toetsen yen . Druk zo lang, totdat inhet timerdisplay "LC" verschijnt.Deactiveren^Druk tegelijk op de toetsen yen . Druk zo lang, totdat inhet timerdisplay de melding "LC" verdwijnt.Beveiligingen39
VeiligheidsuitschakelingAls een kookzone te lang aanstaatIs een kookzone langdurig ingeschakeld geweest (zie tabel),zonder dat de vermogensstand is gewijzigd, dan wordt dekookzone automatisch uitgeschakeld. In het display ver-schijnt de restwarmte-indicator.Als u een kookzone weer wilt inschakelen, doet u dat zoalsgebruikelijk.Vermogensstand* Maximale bedrijfsduur in uren1102535445362728291Als er iets op het bedieningspaneel ligtDe kookplaat wordt automatisch uitgeschakeld als één ofmeer sensortoetsen langer dan 10 seconden bedekt zijn, bij-voorbeeld als u uw hand erop legt, een gerecht overkookt ofals er voorwerpen op liggen.In de kookzonedisplays knippert "ER03". Tegelijk hoort u ge-durende 10 seconden een signaal.^Reinig het bedieningspaneel c.q. verwijder de voorwerpen."ER03" dooft en u kunt de kookplaat weer in gebruik nemen.Beveiligingen40
Voordat deinductiespoelen of de koellichamen oververhit raken, zorgt deoververhittingsbeveiliging voor een van de volgende reacties:–Een ingeschakelde booster wordt uitgeschakeld.–De ingestelde vermogensstand wordt verlaagd.–De kookzone wordt automatisch uitgeschakeld.In het display van de kookzone verschijnt "E2".U kunt de kookzone gewoon weer in gebruik nemen als defoutmelding is verdwenen.De oververhittingsbeveiliging reageert als– leeg kookgerei wordt verhit.– vet of olie op een hoge vermogensstand wordt verhit.– de onderkant van het apparaat niet voldoende wordt ge-ventileerd.– een hete kookzone na een stroomstoring weer wordt inge-schakeld.Reageert de oververhittingsbeveiliging opnieuw nadat deoorzaak is weggenomen, neem dan contact op met Miele.Beveiligingen41
Verwondingsgevaar!De stoom van een stoomreiniger kan in aanraking komenmet delen die onder spanning staan en zo kortsluiting ver-oorzaken.Gebruik voor de reiniging nooit een stoomreiniger.Reinig het apparaat na elk gebruik. Laat het eerst afkoelen.Wrijf het apparaat na elke reiniging droog.
U voorkomt zokalkafzettingen.Om beschadigingen aan de oppervlakken te voorkomen,mogen de volgende middelen niet worden gebruikt:–afwasmiddelen.– soda-, alkali-, ammoniak-, zuur- of chloridehoudende reini-gingsmiddelen.– kalkoplossende reinigingsmiddelen.– vlekken- en roestverwijderaars.– schurende reinigingsmiddelen, zoals schuurpoeder, vloei-baar schuurmiddel en reinigingssteen.– oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen.–reinigingsmiddelen voor afwasautomaten.–grill- en ovensprays.–glasreinigers.–schurende harde borstels en sponsjes (zoals pannen-sponsjes) en gebruikte sponsjes die nog resten schuur-middel bevatten.–vlekkensponsjes.–puntige voorwerpen(zodat de dichtingen tussen de keramische plaat en de lijstdan wel tussen lijst en werkblad niet beschadigd raken).Reiniging en onderhoud42
Gebruik voor het reinigen geen afwasmiddel. Met afwas-middel worden niet alle verontreinigingen verwijderd. Erontstaat dan een onzichtbaar laagje dat tot verkleuring vande keramische plaat leidt. Die verkleuring kan niet meerworden verwijderd.Reinig de kookplaat regelmatig met een speciaal reini-gingsmiddel voor keramische platen.Verwijder alle grove verontreinigingen met een vochtigedoek. Vastgekoekte verontreinigingen verwijdert u met eenglasschraper.Reinig de kookplaat vervolgens met het Miele-reinigings-middel voor keramische platen en roestvrij staal (zie ook "Bijte bestellen accessoires") of met een ander geschikt reini-gingsmiddel voor keramische platen. Gebruik hierbij keuken-papier of een schone doek. Gebruik het reinigingsmiddel nietop een hete kookplaat, omdat daardoor vlekken kunnen ont-staan.
Houdt u zich aan de aanwijzingen van de fabrikant vanhet reinigingsmiddel.Wis de kookplaat ten slotte met een vochtige doek af en wrijfde plaat weer droog. Verwijder alle reinigingsmiddelresten.De resten kunnen anders inbranden en de keramische plaataantasten.Vlekken van kalkresten, water en aluminium kunt u met hetreinigingsmiddel voor keramische platen en roestvrij staalverwijderen.Verbrandingsgevaar!Trek ovenhandschoenen aan voordat u resten van suiker,kunststof of aluminiumfolie met een glasschraper van dehete kookplaat verwijdert.Komt suiker, suikerhoudend voedsel, kunststof of alumi-niumfolie op een hete kookzone terecht, vermeng de suiker-houdende stoffen dan onmiddellijk met water. Schakel ver-volgens de kookzone uit en verwijder de resten met eenschraper, zolang de plaat nog heet is.Reinig de plaat verder als deze is afgekoeld.
De meeste problemen die in de dagelijkse praktijk kunnen voorkomen, kunt u zelfverhelpen. Het volgende overzicht helpt u daarbij.Neem contact op met Miele als u de oorzaak van een probleem niet kunt vinden ofals u het probleem niet kunt verhelpen.,Verwondingsgevaar!Ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamhe-den leveren grote risico's op voor de gebruiker. Miele kan hiervoor niet aan-sprakelijk worden gesteld. Open nooit de ommanteling van het apparaat! Laatinstallatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uitsluitend door vakmen-sen uitvoeren die door Miele zijn geautoriseerd.Probleem Oorzaak en oplossingDe kookplaat res-pectievelijk dekookzones kunnenniet worden inge-schakeld.De zekering van de huisinstallatie is defect.^Controleer de zekeringen (minimale sterkte: zie typeplaat-je).Er is mogelijk een technische storing geweest.^Maak het apparaat ca.
1 minuut spanningsvrij. Doe datals volgt:– Schakel de hoofdschakelaar van de huisinstallatie uit c.q.draai de desbetreffende zekering eruit of– schakel de aardlekschakelaar uit.^Nadat de zekering, de hoofd- of de aardlekschakelaarweer is ingeschakeld, kunt u het apparaat weer normaalgebruiken. Waarschuw een elektricien of Miele als u destoring niet zelf kunt verhelpen.Bij de nieuwe kook-plaat komen geur-tjes en damp vrij.De metalen delen van het apparaat zijn voorzien van eenspeciaal beschermlaagje. Als u het apparaat voor het eerstin gebruik neemt, ontstaan daardoor geurtjes (en eventueeldampen). Ook de inductiespoelen veroorzaken tijdens deeerste bedrijfsuren geurtjes.Bij elk volgend gebruik neemt de geurvorming geleidelijkaf, totdat u niets meer waarneemt. De geurtjes en de dampzijn niet schadelijk voor de gezondheid.Nuttige tips44
Probleem Oorzaak en oplossingIn het display van een kookzoneknipperen afwisselend het sym-bool ßen de ingestelde vermo-gensstand of een A.Op de kookzone staat geen pan of een onge-schikte pan.^Gebruik geschikte pannen (zie "De juistepannen").Na het inschakelen van de kook-plaat verschijnt gedurende en-kele seconden in hettimerdisplay "LC".De vergrendeling is ingeschakeld.^Schakel de vergrendeling uit (zie "Vergren-deling instellingen / apparaat").Na het inschakelen van de kook-plaat verschijnt gedurende en-kele seconden in hettimerdisplay "dE".De kookzones worden niet heet.De demo-functie is geactiveerd.^Druk tegelijk op de toetsen "0" en .
Drukzo lang totdat in het timerdisplay "dE" ver-dwijnt.Een kookzone wordt automatischuitgeschakeld.De kookzone was te lang ingeschakeld.^U kunt de kookzone gewoon weer in gebruiknemen (zie "Veiligheidsuitschakeling").De boosterstand wordt te vroeguitgeschakeld.
De oververhittingsbeveiliging heeft gerea-geerd.^Zie "Oververhittingsbeveiliging".De kookzone werkt niet zoals ugewend bent op de ingesteldevermogensstand.De vermogensstand 9 wordt au-tomatisch verlaagd als u bij deverbonden kookzone eveneensvermogensstand 9 instelt.Bij gelijktijdig gebruik van vermogensstand 9zou het maximale vermogen worden over-schreden.^Gebruik een andere kookzone.De inhoud van een pan begintniet of nauwelijks te koken, terwijlde aankookautomaat ingescha-keld is.Er worden grote hoeveelheden verhit.^Gebruik voor het aankoken de hoogste ver-mogensstand en kies daarna handmatigeen lagere stand.De pan geleidt de warmte niet goed.^Gebruik andere pannen die de warmte welgoed geleiden.Nuttige tips45
Probleem Oorzaak en oplossingNa het uitschakelen vanhet apparaat is nog eenventilatorgeluid te horen.De ventilator blijft in werking totdat het apparaat is af-gekoeld en wordt dan automatisch uitgeschakeld.Er knipperen een ofmeerrestwarmte-indicatoren.Er is een stroomstoring geweest. De kookplaat is uit-geschakeld.^Neem de kookplaat weer in gebruik. Controleer voor-dat u dat doet eerst hoe ver de gerechten zijn.Er is een stroomstoring geweest, terwijl er nog sprakewas van restwarmte.In de kookzonedisplaysknipperen de letter Eofde letters ER en cijfers.E2De oververhittingsbeveiliging heeft gereageerd.^U kunt de kookzone gewoon weer in gebruik nemenals de foutmelding is verdwenen (zie "Oververhit-tingsbeveiliging").ER03Een of meer sensortoetsen zijn afgedekt, bijvoorbeeldomdat u uw hand erop legt, een gerecht overkookt ofomdat er voorwerpen op liggen.^Reinig het bedieningspaneel c.q.
Speciaal voor uw apparatuur levert Miele een uitgebreid as-sortiment aan toebehoren, alsmede reinigings- en onder-houdsmiddelen.U kunt deze producten heel eenvoudig via de Miele-webshopbestellen:De producten zijn ook verkrijgbaar bij Miele (zie omslag) enbij uw Miele-vakhandelaar.Kook-/braadpannenBij Miele kunt u kiezen uit een groot aantal kook- en braad-pannen. De pannen sluiten qua functie en afmetingen perfectaan op de Miele-apparatuur. Meer informatie over de afzon-derlijke producten vindt u op de Miele-website.Pannen in diverse afmetingenSauté-pan met dekselPan met anti-aanbaklaagWok-panBraadpanOnderhoudsproductenReinigingsmiddel voor keramische platenen roestvrij staal 250 mlVoor het verwijderen van verontreinigingen, kalk- en alumini-umvlekkenMicrovezeldoekjeVoor het verwijderen van vingerafdrukken en lichte verontrei-nigingenBij te bestellen accessoires47
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele KM 6349 PowerFlex stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Inductiekookplaat Miele
Handleiding Inductiekookplaat
Nieuwste handleidingen voor Inductiekookplaat