Miele KM 6344 Handleiding

Miele Fornuis KM 6344

Bekijk gratis de handleiding van Miele KM 6344 (88 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 53 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Miele KM 6344 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/88
Gebruiksaanwijzingenmontage
-
handleiding
Keramischeinductiekookvlakken
KM6310/6311/6312/6313
KM6314/6315/6317/6318
KM6340/6342/6344/6346
Leesabsoluutdegebruiksaanwijzing
enmontagehandleidingvooruhettoestelopstelt,
installeerteningebruikneemt.
Datisveiligervooruzelfen
uvoorkomtschadeaanhettoestel.
M.-Nr.07806140
nl-BE

Beoordeel deze handleiding

4.8/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Fornuis
Model: KM 6344
Apparaatplaatsing: Ingebouwd
Soort bediening: Touch
Kleur van het product: Zwart
Ingebouwd display: Ja
Timer: Ja
Breedte: 806 mm
Diepte: 526 mm
Hoogte: 52 mm
Snoerlengte: 1.4 m
Kinderslot: Ja
Vermogen brander/kookzone 2: 2300 W
Vermogen brander/kookzone 3: 1850 W
Vermogen brander/kookzone 1: 1400 W
Aantal branders/kookzones: 4 zone(s)
Type kookplaat: Inductiekookplaat zones
Type brander/kookzone 1: Sudderen
Type brander/kookzone 2: Groot
Type brander/kookzone 3: Groot
Makkelijk schoon te maken: Ja
Aantal gaspitten: 0 zone(s)
Aantal elektronische kook zones: 4 zone(s)
Sudderbrander/kookzone diameter: 160 mm
Reguliere brander/kookzone diameter: 200 mm
Sudder brander/kookzone: 2200 W
Normale brander/kookzone: 3000 W
Aangesloten lading (elektrisch): 7400 W
Installatie compartiment breedte: 780 mm
Installatie compartiment diepte: 500 mm
Installatie compartiment hoogte: 45 mm
Grote brander/kookzone diameter: 280 mm
Grote brander/kookzone: 3700 W
Type timer: Digitaal
Boost functie: Ja
Restwarmte-indicator: Ja
Auto-off timer koks voedsel veilig: Ja
Type brander/kookzone 4: Groot
Vermogen brander/kookzone 4: 1950 W
Voedingsbron brander/kookzone 1: Electrisch
Voedingsbron brander/kookzone 2: Electrisch
Voedingsbron brander/kookzone 3: Electrisch
Voedingsbron brander/kookzone 4: Electrisch
Kookzone 1 boost: 2200 W
Kookzone 2 boost: 3000 W
Kookzone 3 boost: 3000 W
Kookzone 4 boost: 3000 W
Positie brander/kookzone 1: Links achter
Diameter brander/kookzone 1: 160 mm
Positie brander/kookzone 2: Links voor
Diameter brander/kookzone 2: 230 mm
Positie brander/kookzone 3: Rechts achter
Diameter brander/kookzone 3: 200 mm
Positie brander/kookzone 4: Rechts voor
Diameter brander/kookzone 4: 200 mm
Kookzone 1 vorm: Rond
Kookzone 2 vorm: Rond
Kookzone 3 vorm: Rond
Kookzone 4 vorm: Rond
AC-ingangsspanning: 230 V
AC-ingangsfrequentie: 50 - 60 Hz
Kookzone 2 dubbele boost: 3700 W

Handleiding Miele KM 6344 – volledige tekst

Beschrijving van het toestel. 4Modellen. 4KM 6310 / KM 6311 / KM 6312. 4KM 6313 / KM 6314 / KM 6315. 5KM 6317 / KM 6318. 6KM 6340 / KM 6342. 7KM 6344. 8KM 6346. 9Bedieningsveld. 10Kookzonegegevens. 12Speciale uitvoering. 13Opmerkingen omtrent uw veiligheid. 14Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu. 20Vóór het eerste gebruik. 21Eerste reiniging. 21Toestel in gebruik nemen. 21Inductie. 22Hoe werkt het. 22Geluiden. 23Kookgerei. 24Bediening. 25Bedieningsprincipe. 25Inschakelen. 26Tabel met vermogensstanden. 27Kookstartautomaat. 28Boosterfunctie. 30Warmhoudfunctie. 33Uitschakelen / weergave van de resterende warmte. 34Tips om energie te besparen. 35Timer. 36Kookwekker. 37Kookzone automatisch uitschakelen. 40Combinatiegebruik. 41Veiligheidsvoorzieningen. 42Vergrendeling / inschakelblokkering. 42Stop and Go. 44Veiligheidsuitschakeling. 45Inhoud2.

BedieningsveldSensortoetsena Kookvlak in-/uitschakelenb Cijferreeks- Vermogensstand instellen- Tijd instellenc Vergrendelingd Boosterfunctie / Twinboosterfunctiee Sensortoets van de kookzone (hiermee schakelt u de kookzone in en uit)f Stop and Gog - Timer selecteren- Van timerfunctie veranderen- Een uitschakeltijd selecteren (zie rubriek "Kookzone automatisch uitscha-kelen")h Timer in stappen van een half uur instellenBeschrijving van het toestel10h40123 56789888888a bcdfjghielmkon

Controlelampjesi Vergrendelingj BoosterfunctieKookzonedisplayk0 = Kookzone is klaar voor gebruik^ = Warmhoudfunctie1 tot 9 = Vermogensstandf = Twinboosterfunctie, stand 1h = Boosterfunctie / Twinboosterfunctie, stand 2ß = Geen kookgerei of ongeschikt kookgerei (zie rubriek "Inductie")# = Resterende warmteA = Kookstartautomaat geactiveerd (alleen als u het aantalvermogensstanden hebt uitgebreid)l Controlelampje dat aangeeft dat de kookstartautomaat geactiveerd is of dattussenstanden aangeeft als u het aantal vermogensstanden hebt uitgebreid(zie rubriek "Programmering")Timerdisplaym Controlelampje van de kookzone, bijv. controlelampje rechtsboven = kookzonerechts achteraann00 tot 99 = Tijd in minuten0.^ tot 9^ = Tijd in ureno Controlelampje dat halve uren aangeeft wanneer u een kookwekkertijd vanmeer dan 99 minuten insteltBeschrijving van het toestel11

Dit kookvlak voldoet aan de voorge-schreven veiligheidsvoorschriften.Door ondeskundig gebruik kunnengebruikers echter letsel oplopen enkan er schade optreden aan het toe-stel.Lees de gebruiks- en montageaan-wijzing daarom aandachtig doorvoordat u het kookvlak in gebruikneemt.U vindt er belangrijke opmerkingenomtrent uw veiligheid, de installatie,het gebruik en het onderhoud vanuw toestel. Dat is veiliger voor uzelfen u voorkomt schade aan het toe-stel.Bewaar de gebruiks- en montage-aanwijzing en geef ze door aan wiehet toestel eventueel na u gebruikt.Juist gebruik~Dit kookvlak is bedoeld voor gebruikin het huishouden en gelijkaardige om-gevingen zoals–in winkels, kantoren engelijkaardige werkomgevingen,–op boerderijen–door klanten in hotels, motels,bed-and-breakfasts en anderetypische woonomgevingen.

Gebruikhet kookvlak uitsluitend in huishoude-lijke context voor het bereiden enwarmhouden van gerechten.~Gebruik voor andere doeleinden isniet toegelaten. Miele is niet verant-woordelijk voor schade die wordt ver-oorzaakt door een ander gebruik danwat hier wordt vermeld of door foutievebediening.~Personen die door hun fysieke,zintuiglijke of geestelijke mogelijkhedenof hun onervarenheid of gebrek aankennis niet in staat zijn om dit kookvlakveilig te bedienen, mogen dit kookvlakalleen onder het toezicht of debegeleiding van een verantwoordelijkiemand gebruiken.Opmerkingen omtrent uw veiligheid14

Kinderen in het huishouden~Maak gebruik van de vergrendelingom te vermijden dat kinderen het kook-vlak per ongeluk inschakelen of instel-lingen wijzigen.~Hou kinderen die in de buurt van hetkookvlak komen in het oog. Laat kin-deren nooit met het toestel spelen.~Kinderen mogen het kookvlak alleenmaar gebruiken wanneer hun de bedie-ning ervan zo uitgelegd is dat ze hetveilig kunnen bedienen. Kinderen moe-ten de eventuele risico's van een foutie-ve bediening kunnen beseffen.~Het kookvlak wordt heet wanneerhet in gebruik is en dat blijft het ooknog enige tijd na het uitschakelen. Houkinderen van het toestel weg totdat hetis afgekoeld en er geen gevaar meerbestaat dat ze er zich aan verbranden.~Bewaar geen voorwerpen die voorkinderen interessant zijn boven of ach-ter het toestel.

Anders worden kinderenertoe verleid op het toestel te klauteren.Er is gevaar voor verbranding!~Zorg ervoor dat kinderen geen heetkookgerei omlaag kunnen trekken.Draai de handvaten van de kookpottenen pannen over het werkblad. Hierdoorvoorkomt u dat iemand zich verbrandt.In de handel vindt u een speciaalbeveiligingshekje waardoor dit risicowordt beperkt.~Delen van de verpakking, bijv. folieof piepschuim, kunnen voor kinderengevaar inhouden. Kinderen kunnenverstikken! Bewaar deze delen van deverpakking buiten hun bereik en verwij-der de verpakking ook zo vlug mogelijk.Opmerkingen omtrent uw veiligheid15

Technische veiligheid~Controleer vóórdat het kookvlakwordt geplaatst, of het aan de buiten-kant zichtbaar beschadigd is. Is dat hetgeval, neem het dan in geen geval ingebruik. Een beschadigd toestel kanuw veiligheid in gevaar brengen. ~De elektrische veiligheid van hetkookvlak is alleen gewaarborgd als hetwordt aangesloten op een volgens devoorschriften geïnstalleerd aardsys-teem. Het is belangrijk dat u dit con-troleert. Laat de elektrische installatie in uw wo-ning bij twijfel door een elektricien con-troleren. Miele kan niet aansprakelijkgesteld worden voor schade die werdveroorzaakt doordat de aardleiding on-derbroken was of gewoon ontbrak. Erbestaat in dat geval onder andere ge-vaar voor elektrische schokken. ~Vergelijk zeker eerst de aansluitge-gevens (spanning en frequentie) op hettypeplaatje met die van uw elektrischeinstallatie. Sluit daarna pas uw kookvlakaan.

Deze gegevens dienen absoluut over-een te stemmen. Anders treedt er scha-de op aan uw toestel. Vraag bij twijfelinlichtingen aan een elektricien. ~Gebruik uw kookvlak enkel in inge-bouwde toestand. Enkel dan is een vei-lige werking gewaarborgd. ~Open in geen geval de behuizingvan het kookvlak. Wanneer u aansluitingen onder span-ning aanraakt of de elektrische en me-chanische constructie wijzigt, kan datvoor u gevaar opleveren. Het kan ooktot storingen in de werking van hetkookvlak leiden. ~Installatie-, onderhouds- enherstellingswerken mogen alleen wor-den uitgevoerd door vakmensen diedoor Miele erkend zijn. Door ondeskundig uitgevoerdeinstallatie-, onderhouds- ofherstellingswerken kunnen er voor degebruiker aanzienlijke risico's ontstaanwaarvoor Miele niet aansprakelijk kanworden gesteld.

~Tijdens installatie-, onderhouds- enherstellingswerken moet het toestel vanhet elektriciteitsnet losgekoppeld zijn. Het toestel is pas stroomloos als aaneen van deze voorwaarden is voldaan:– De zekeringen in uw zekeringkastzijn uitgeschakeld.

~Als het kookvlak is uitgerust met eencommunicatiemodule, moeten zowelhet kookvlak als de communicatiemo-dule van het elektriciteitsnet losgekop-peld zijn tijdens installatie-,onderhouds- en herstellingswerken. ~Laat u het kookvlak tijdens de ga-rantieperiode herstellen, dan mag datenkel gebeuren door een technicus diedoor Miele erkend is. Anders is er bijschade achteraf geen aanspraak meerop garantie. ~Defecte onderdelen mogen enkelworden vervangen door origineleMiele-wisselstukken. Enkel dan bent uzeker dat ze ten volle voldoen aan deeisen die Miele qua veiligheid stelt. ~Als de aansluitkabel beschadigd is,moet een elektricien de kabelvervangen door een speciale aansluit-kabel van het type H 05 VV-F(PVC-isolatie). Deze kabel is verkrijg-baar bij Miele of via de Service AfterSales van Miele.

~Gebruik uit veiligheidsoverwegingengeen stopcontactenblokken ofverlengkabels om het kookvlak aan tesluiten. Die bieden niet voldoende vei-ligheidsgaranties. Er bestaat onder an-dere gevaar voor oververhitting. ~Als het kookvlak defect is of als deglaskeramiekplaat barsten of spletenvertoont, mag u het kookvlak niet in ge-bruik nemen en dient u het toestel di-rect uit te schakelen. Ontkoppel hettoestel in dat geval van het elektrici-teitsnet. Anders bestaat het risico dat uelektrische schokken oploopt. Veilig gebruik~Alleen voor personen met een pace-maker:Hou ermee rekening dat er in deonmiddellijke omgeving van het inge-schakelde toestel een elektromagne-tisch veld ontstaat. Het is echteronwaarschijnlijk dat de werking van uwpacemaker hierdoor wordt beïnvloed. Bij twijfel vraagt u de fabrikant van uwpacemaker of uw arts om raad.

~Hou magnetiseerbare voorwerpen,zoals kredietkaarten, diskettes,zakrekenmachines, uit de onmiddellijkeomgeving van het ingeschakelde toe-stel. De werking ervan zou kunnen wor-den beïnvloed. ~Het toestel wordt heet wanneer hetin gebruik is en dat blijft het ook nogenige tijd na het uitschakelen.

Pas zo-dra de streepjes voor resterende warm-te zijn uitgegaan, is het gevaar om u teverbranden geweken. ~Laat het toestel niet zonder toezichtachter terwijl het in werking is. Miele is niet verantwoordelijk voor deschade die door het verwarmen vanleeg kookgerei kan optreden aan deglaskeramiek. Door oververhitting kunnen olie en vetin brand vliegen en kan vervolgens hettoestel in brand vliegen. ~Als heet vet of hete olie in brandvliegt, probeer het vuur dan niet metwater te blussen. Doe het vuur stikken,bijv. met een deken, een vochtige vaat-doek of iets in die aard. Opmerkingen omtrent uw veiligheid17.

~Bescherm uw handen telkens als umet het hete toestel omgaat. Maak ge-bruik van ovenwanten, pannenlappenof iets dergelijks. Zorg ervoor dat dittextiel niet nat of vochtig is. Anderswordt de warmte sterker overgedragenen kunt u zich verbranden. ~Flambeer nooit gerechten onder eendampkap. De ventilator zuigt de vlam-men aan zodat de dampkap in brandkan vliegen. ~Gebruik het toestel niet om er voor-werpen op neer te leggen. Leg vooral nooit messen, vorken, lepelsenz. of andere metalen voorwerpen ophet toestel. Als het toestel ingeschakeldis, als u het toestel per ongeluk inscha-kelt of als het nog warm is van een be-reiding, bestaat het risico dat metalenvoorwerpen verhitten. U kunt zich eraanverbranden. Afhankelijk van het materiaal, kunnenvoorwerpen die u op het toestel plaatstook smelten of in brand vliegen. Natte deksels van kookgerei kunnenzich vastzuigen.

Vergeet de kookzones na gebruik nietuit te schakelen. ~Dek het toestel nooit af met eendoek of folie. Het kan zo heet zijn dat erbrandgevaar is. ~Gebruik geen kookgerei van kunst-stof of aluminiumfolie. Dat smelt bij ho-gere temperaturen. Er is dan ookbrandgevaar. ~Verwarm geen gesloten recipiënten,bijv. conservenblikjes, met dit toestel. Door de resulterende overdruk kunnende recipiënten of blikjes uiteenspatten. Er is dan risico op verbrandingen enander lichamelijk letsel. ~Gebruik alleen kookpotten en pan-nen met een effen bodem. Als ukookpotten en pannen met een ruwebodem gebruikt, kunnen er krassen opde glaskeramiekplaat optreden. ~Verwarm nooit leeg kookgerei tenzijde fabrikant van het kookgerei dezetoepassing uitdrukkelijk toelaat.

Door-dat het kookvlak via de inductie heelsnel heet wordt, kan de temperatuur terhoogte van de bodem van het kookge-rei in een mum van tijd dezelfontbrandingstemperatuur van oliënof vetten bereiken. ~Hou het kookvlak schoon. Zout, sui-ker of zandkorreltjes, bijv. van tijdenshet schoonmaken van groenten, kun-nen krassen veroorzaken.

~Als er suiker, eten met suiker, kunst-stof of aluminiumfolie op een warmkookvlak terechtkomt, moet u het toe-stel uitschakelen. Verwijder deze stof-fen onmiddellijk grondig met een glas-krabber, terwijl de kookzone nog heetis. Als u zou wachten tot het toestel isafgekoeld, zou u het oppervlak bescha-digen. Let op dat u zich niet verbrandt. Maak de kookzone verder schoon zo-dra ze afgekoeld is. ~Wees voorzichtig als u een stopcon-tact gebruikt dicht bij het toestel. De ka-bel van een ander toestel mag niet methet hete toestel in aanraking komen. Deisolatie van de kabel kan beschadigdraken. Er bestaat gevaar voor elek-trische schokken. ~Uw toestel is uitgerust met een koel-ventilator. Als er zich een lade bevindtonder het ingebouwde toestel, moet uervoor zorgen dat er voldoende afstandis tussen de inhoud van de lade en deonderkant van het toestel om zo eenoptimale ventilatie te verzekeren.

Umag geen scherpe of kleine voor-werpen zoals papier in deze lade be-waren. Die kunnen via de ventilatiesple-ten in de behuizing terechtkomen oferin worden gezogen. Op die manierkan de ventilator of de koeling bescha-digd raken. ~Als er onder het toestel een lade isaangebracht, mag u daarin geen ont-vlambare vloeistof noch brandbarevoorwerpen zoals bijv. spraybussen be-waren. Is die lade met een bestekinzetuitgerust, dan dient die vervaardigd tezijn van materiaal dat tegen hitte be-stand is. ~Metalen voorwerpen die in een ladeonder het kookvlak worden bewaard,kunnen heet worden wanneer het toe-stel lang en intensief wordt gebruikt. ~Zorg ervoor dat gerechten altijd vol-doende worden verwarmd. Kiemen dieeventueel in de gerechten aanwezigzijn, worden alleen gedood als de tem-peratuur waaraan ze worden blootge-steld hoog genoeg is en die lang ge-noeg wordt aangehouden.

De meubeldeur mag pas worden geslo-ten wanneer het toestel uitgeschakeldis en de streepjes voor resterendewarmte verdwenen zijn. ~Als het kookvlak boven een oven offornuis met pyrolysereiniging inge-bouwd is, mag het tijdens de pyrolyse-reiniging niet worden gebruikt. De be-veiliging tegen oververhitting van hetkookvlak zou in werking kunnen treden(zie gelijknamige rubriek). Miele is niet aansprakelijk voor scha-de die ontstaan is doordat deze vei-ligheidsrichtlijnen niet in acht wer-den genomen. Opmerkingen omtrent uw veiligheid19.

Recycleerbare verpakkingDe verpakking behoedt het toestel voortransportschade. Er werd voor milieu-vriendelijk en recycleerbaar verpak-kingsmateriaal gekozen.Het recycleren van het verpakkingsma-teriaal vermindert de afvalproductie enhet gebruik van grondstoffen. UwMiele-handelaar neemt de verpakkingterug.Het afdanken van het apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten vaak nog waardevollematerialen. Ze bevatten echter ookschadelijke stoffen die voor het functio-neren en de veiligheid van het apparaatnodig waren. Als u het apparaat bij hetgewone afval doet of bij verkeerde be-handeling kunnen deze stoffen schade-lijk zijn voor de gezondheid en hetmilieu. Verwijder het afgedankte appa-raat dan ook nooit met het gewone af-val.Bij de aankoop van uw nieuw toestelheeft u een bijdrage betaald. Die wordtvolledig gebruikt voor de toekomstigerecyclage van dat toestel.

Dat bevattrouwens nog waardevol materiaal.Door te recycleren wordt er dan ookminder verspild en vervuild.Als u vragen heeft omtrent het af-danken van uw oud toestel, neem dancontact op met–de handelaar bij wie u het kochtof–de firma Recupel,telefoon 02 706 86 10,website: www.recupel.beof–uw gemeentebestuur als u uw toestelnaar een containerpark brengt.Zorg er ook voor dat het toestel intus-sen kindveilig wordt bewaard voor u hetlaat wegbrengen.Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu20

Kleef het typeplaatje dat bij de documentatie bijgevoegd isop de daarvoor bestemde plaats in de rubriek "Miele ServiceAfter Sales, typeplaatje" of een gelijkaardige rubriek.Eerste reinigingVerwijder eventuele beschermfolies en stickers.Voor het eerste gebruik gaat u met een vochtige doek overhet toestel. Vervolgens wrijft u het droog.Gebruik geen afwasmiddel bij het reinigen. Daardoor kun-nen er blauwachtige verkleuringen op deglaskeramiekplaat ontstaan.Toestel in gebruik nemenEnkel bij kookvlakken met facetrand (geslepen glazenrand):De eerste dagen na de inbouw kan er een kleine spleetzichtbaar zijn tussen het kookvlak en het werkblad. Doorhet gebruik wordt die wel kleiner. Ondanks deze spleetblijft de elektrische veiligheid steeds gewaarborgd.Wanneer het toestel voor het eerst wordt gebruikt, komt ereen geur vrij en ontstaat er eventueel damp.

Bij het volgendegebruik is de geur al wat minder merkbaar. Uiteindelijk ver-dwijnt ze helemaal.De geur en damp die eventueel ontstaan wijzen niet op eenverkeerde aansluiting noch op een defect aan het toestel. Zezijn niet schadelijk voor de gezondheid.Hou er rekening met dat de opwarmtijd bij inductiekook-vlakken erg veel korter is dan bij traditionele kookvlakken.Vóór het eerste gebruik21

Hoe werkt het?Onder elke kookzone bevindt zich een inductiespoel. Als ueen kookzone inschakelt, genereert deze spoel een magneet-veld waardoor de bodem van het kookgerei heet wordt. Dekookzone zelf wordt alleen indirect verwarmd door de stra-lingswarmte van het kookgerei.Een inductiekookzone reageert alleen op kookgerei met eenmagnetiseerbare bodem (zie rubriek "Kookgerei"). Anderekookpotten/pannen worden niet heet.Bij inductie wordt automatisch rekening gehouden met degrootte van het gebruikte kookgerei.

Het inductiesysteemwerkt alleen op het gedeelte dat door de bodem van hetkookgerei wordt bedekt.De kookzone functioneert niet,– als u ze probeert in te schakelen terwijl er geen kookgereiof ongeschikt kookgerei (kookgerei met een niet-magnet-iseerbare bodem) op de kookzone staat.– als de bodemdiameter van het gebruikte kookgerei te kleinis.– als u het kookgerei van een ingeschakelde kookzonewegneemt.In dat geval knipperen op het kookzonedisplay afwisselendhet symbool ß en de ingestelde vermogensstand.Als u binnen de 3 minuten geschikt kookgerei op de kookzo-ne zet, verdwijnt het symbool ß en kunt u gewoon doorgaan.Wordt er geen kookgerei of ongeschikt kookgerei op de kook-zone gezet, dan wordt de kookzone of het kookvlak na3 minuten automatisch uitgeschakeld.Leg geen messen, vorken, lepels enz. of andere metalenvoorwerpen op het toestel.

Als het toestel ingeschakeld is,als u het toestel per ongeluk inschakelt of als het nogwarm is van een bereiding, bestaat het risico dat derge-lijke voorwerpen verhitten. U kunt zich eraan verbranden.Vergeet de kookzones na gebruik niet uit te schakelen.Inductie22

GeluidenBij gebruik van inductiekookzones kunnen in het kookgerei,afhankelijk van het materiaal en de uitvoering van de bodem,volgende geluiden ontstaan:–Op een hoge vermogensstand kan het toestel een brom-geluid veroorzaken. Dit geluid neemt af of verdwijnt wan-neer een lagere vermogensstand wordt ingesteld.–Bij gebruik van kookgerei met een bodem die uit verschil-lende materialen bestaat (bijv. een sandwichbodem) kaneen knetterend geluid optreden.–Er kan een fluitend geluid ontstaan als de met elkaar ver-bonden kookzones (zie rubriek "Boosterfunctie") tegelijker-tijd worden gebruikt en op de kookzones kookgerei staatmet een bodem die uit verschillende materialen bestaat(bijv.

een sandwichbodem).– Vooral bij lage vermogensstanden kunnen bij elektronischeschakelingen klikgeluiden optreden.Om de levensduur van de elektronische besturing te vergro-ten, is het toestel voorzien van een ventilator. Als u het toestelintensief gebruikt, wordt de ventilator ingeschakeld en hoort ueen zoemend geluid. Ook nadat u het toestel hebt uitgescha-keld, kan de ventilator nog doorlopen.Inductie23

KookgereiKookgerei uit de volgende materialen is geschikt:–Roestvrij staal met magnetiseerbare bodem–Geëmailleerd staal–GietijzerKookgerei uit de volgende materialen is niet geschikt:–Roestvrij staal met niet-magnetiseerbare bodem–Aluminium, koper–Glas-/keramiek, aardewerkAls u niet zeker bent of een kookpot of pan geschikt is voorinductie, kunt u dit controleren door een magneet tegen debodem te houden. Als de magneet zich vasthecht, is hetkookgerei geschikt.Hou ermee rekening dat de eigenschappen van de bodemvan het kookgerei het bereidingsresultaat kunnen beïn-vloeden.Om optimaal gebruik te maken van een kookzone moet u degrootte van het kookgerei zo kiezen dat het kookgerei tussende binnenste en de buitenste markering van de kookzonepast. Als het kookgerei kleiner is dan de binnenste markering,kan de inductie eventueel niet werken.

De kookzone reageertdan alsof er geen kookgerei geplaatst is.Hou ermee rekening dat bij kookpotten en pannen vaak demaximale of bovenste diameter wordt opgegeven. Wat telt, isechter de meestal kleinere diameter van de bodem.Plaats het kookgerei centraal op de kook- of braadzone.Als het niet centraal op de kook- of braadzone staat, kande greep erg heet worden.Inductie24

BedieningsprincipeHet bedieningspaneel van uw keramische kookvlak is voor-zien van elektronische sensortoetsen. Die reageren op hetcontact met uw vingers.Door met een vinger de gewenste sensortoetsen aan te ra-ken, bedient u het kookvlak. Bij elke reactie van de sensor-toetsen hoort u een geluidssignaal.Om de vermogensstand van een kookzone of een tijd te kun-nen instellen of wijzigen, moet de betreffende kookzone of detimer ingeschakeld zijn.Raak de sensortoets van de betreffende kookzone of de timeraan om de kookzone of de timer in te schakelen. Wanneer ude sensortoets aanraakt, begint het display van de betreffen-de kookzone of het timerdisplay te knipperen.

Zolang het dis-play knippert, is de kookzone of de timer ingeschakeld enkunt u een vermogensstand of tijd instellen.Uitzondering:Als er slechts één kookzone in gebruik is, kan de vermogens-stand worden gewijzigd zonder dat u eerst de sensortoetsvan de betreffende kookzone hoeft aan te raken.Hou het bedieningsveld altijd schoon. Leg er geen voor-werpen op. Anders reageren de sensortoetsen niet of acti-veert u onbedoeld functies. Ook is het mogelijk dat hetkookvlak dan automatisch wordt uitgeschakeld (zie rubriek"Veiligheidsuitschakeling").Zet in geen geval heet kookgerei op de sensortoetsen. Deelektronische besturing die eronder zit, kan daardoorschade oplopen.Bediening25

InschakelenSchakel eerst het kookvlak in en schakel daarna de gewenstekookzone in.Laat het toestel niet zonder toezicht achter terwijl het inwerking is!Kookvlak inschakelen^Raak de sensortoets s aan.Op de displays van al de kookzones verschijnt een 0.

Stelt uniets in, dan wordt het kookvlak om veiligheidsredenen na en-kele seconden weer uitgeschakeld.Kookzone inschakelen, vermogensstand instellen^ Raak kort de sensortoets van de gewenste kookzone aan.De 0 op het display van de kookzone knippert.^ Stel de gewenste vermogensstand in door op decijferreeks het betreffende cijfer aan te raken.Als u een tussenstand (zie rubriek "Tabel met vermogens-standen") wilt instellen, moet u de ruimte tussen de cijfersaanraken.De ingestelde vermogensstand knippert gedurende enkeleseconden en brandt dan continu.Vermogensstand wijzigen^Raak kort de sensortoets van de gewenste kookzone aan.De vermogensstand op het display van de kookzone knip-pert.^Stel de gewenste vermogensstand in door in de cijferreekshet betreffende cijfer aan te raken.Als er slechts één kookzone in gebruik is, kan de vermo-gensstand worden gewijzigd zonder dat u eerst de sensor-toets van de betreffende kookzone hoeft aan te raken.Bediening26

Tabel met vermogensstandenIn de fabriek zijn 9 vermogensstanden geprogrammeerd. Als u fijner afgestemdevermogensstanden wenst, kunt u het aantal standen uitbreiden (zie rubriek "Pro-grammering"). Bij de tussenstanden verschijnt een punt naast het getal.StandFabrieksinstel-ling(9 vermogens-standen)Aantal uitgebreid(17 vermogens-standen)Warmhouden h hBoter smeltenGelatine oplossen1-2 1-2.Rijstpap of havermoutpap maken 2 2 - 2.Kleine hoeveelheden vloeistof opwarmenRijst koken3 3-3.Groenten in blokken ontdooien 3 2. - 3Graan gaar koken 3 2. - 3.Vloeibare of halfvaste gerechten opwarmenOmelet of spiegelei zonder korst bakkenFruit blancheren4 4-4.Deegwaren gaar koken 4 4 - 5.Groente of vis stoven 5 5Diepvriesproducten ontdooien en opwarmen 5 5 - 5.Grote hoeveelheden eten aan de kook brengen, bijv. een-pansgerechtenGebonden saus of roomsaus maken, bijv.

witte-wijnsausof sauce hollandaise6 5.-6Spiegeleieren behoedzaam bakken (zonder dat het vet over-verhit wordt)6 5.-6.Vis, schnitzel en worst behoedzaam braden (zonder dat hetvet oververhit wordt)7 6.-7.Pannenkoeken, flensjes bakken 7 6. -7Stoofgerechten aanbraden/even laten braden 8 8 - 8.Grote hoeveelheden water aan de kook brengenAankoken99De gegevens zijn richtwaarden.Het vermogen van de inductiespoel varieert afhankelijk van de grootte en het materiaal van de bodemvan het kookgerei. Daarom is het mogelijk dat u met uw kookgerei lichtjes andere vermogensstandenmoet gebruiken. Probeer zelf uit wat de optimale instellingen zijn voor uw kookgerei.Bediening27

KookstartautomaatAls de kookstartautomaat geactiveerd is, wordt de desbetref-fende kookzone automatisch een bepaalde tijd op het hoog-ste vermogen verwarmd. Daarna wordt teruggeschakeld naarde vermogensstand die u hebt ingesteld. Dit noemen we devoortkookstand.

De kookstarttijd hangt af van de ingesteldevoortkookstand (zie tabel).Activeren^Raak kort de sensortoets van de gewenste kookzone aan.Het display van de kookzone knippert.^Stel een voortkookstand in door het gewenste cijfer aan teraken totdat een geluidssignaal weerklinkt en op het kook-zonedisplay een controlelampje brandt rechts van devoortkookstand.Na afloop van de kookstart gaat het controlelampje rechtsvan de voortkookstand uit.Hebt u het aantal vermogensstanden uitgebreid (zie ru-briek "Programmering"), dan knipperen op het display afwis-selend een A en de voortkookstand (tot het einde van dekookstart).Wordt tijdens de kookstart de voortkookstand gewijzigd,dan wordt de kookstartautomaat gedeactiveerd.DeactiverenU kunt de kookstartautomaat gedurende de kookstarttijd uit-schakelen.^Raak kort de sensortoets van de gewenste kookzone aan.Het display van de kookzone knippert.Raak de ingestelde voortkookstand aan totdat het controle-lampje of A uitgaat, of stel een andere vermogensstand in.Bediening28

BoosterfunctieDe kookzones hebben een boosterfunctie of eenTwinboosterfunctie (zie rubriek "Beschrijving van het toestel").Met de boosterfunctie kan een hoger vermogen worden gele-verd om snel grote hoeveelheden te kunnen verwarmen (bijv.grote hoeveelheden water voor het koken van pasta).

Alsdeze functie ingeschakeld is, werken de kookzones geduren-de 15 minuten met een extra hoog vermogen.Er kunnen maximaal twee boosterfuncties tegelijk worden ge-bruikt: u kunt tegelijkertijd die voor een kookzone links en dievoor een kookzone rechts gebruiken.Als de boosterfunctie wordt ingeschakeld wanneer– er geen vermogensstand is ingesteld, wordt na afloop vande boostertijd of bij voortijdig uitschakelen automatischnaar vermogensstand 9 teruggeschakeld.– er wel een vermogensstand is ingesteld, wordt na afloopvan de boostertijd of bij voortijdig uitschakelen automa-tisch naar de eerder ingestelde vermogensstand terugge-schakeld.Neemt u tijdens de boostertijd het kookgerei weg, dan wordtde boosterfunctie onderbroken.

De functie wordt weer geacti-veerd als u het kookgerei binnen de 3 minuten terugzet op dekookzone.Om het vermogen voor de boosterfuncties te kunnen leveren,moet het systeem gedurende de boostertijd aan een anderekookzone een deel van het vermogen onttrekken. Daarom zijntelkens twee kookzones zoals aangegeven met elkaar ver-bonden (gekoppeld). Voorbeeld:Bediening30

Als u de boosterfunctie of stand 1 van de Twinboosterfunctieinschakelt, gebeurt het volgende met de kookzone die ver-bonden is met de desbetreffende kookzone:–als de kookstartautomaat is geactiveerd, wordt deze gede-activeerd.–als voor de kookzone die verbonden is met de desbetref-fende kookzone vermogensstand 9 is ingesteld, wordt devermogensstand verlaagd.Als u stand 2 van de Twinboosterfunctie inschakelt, wordt dekookzone die verbonden is met de desbetreffende kookzoneuitgeschakeld.Bediening31

Boosterfunctie inschakelen^Raak de sensortoets van de gewenste kookzone aan.^Stel eventueel een vermogensstand in.^Raak de sensortoets B I/II aan.Het controlelampje voor de boosterfunctie licht op en op hetdisplay van de kookzone begint h te knipperen.Na enkele seconden brandt h continu en gaat het controle-lampje uit.Twinboosterfunctie inschakelenStand 1^ Raak de sensortoets van de gewenste kookzone aan.^ Stel eventueel een vermogensstand in.^ Raak de sensortoets B I/II aan.Het controlelampje voor de boosterfunctie licht op en op hetdisplay van de kookzone knippert f. Na enkele secondenbrandt f continu en gaat het controlelampje uit.Stand 2^ Raak de sensortoets van de gewenste kookzone aan.^Stel eventueel een vermogensstand in.^Raak de sensortoets B I/II 2 keer aan.Het controlelampje voor de boosterfunctie licht op en op hetdisplay van de kookzone knippert h.

Na enkele secondenbrandt h continu en gaat het controlelampje uit.Boosterfunctie / Twinboosterfunctie uitschakelen^Raak de sensortoets van de gewenste kookzone aan.^Raak de sensortoets B I/II zo vaak aan totdat het controle-lampje voor de boosterfunctie uitgaat en op het display vande kookzone de ingestelde vermogensstand wordt weerge-geven.of^Raak de sensortoets van de gewenste kookzone aan.^Stel een andere vermogensstand in.Bediening32

WarmhoudfunctieAlle kookzones zijn voorzien van een warmhoudfunctie. Defunctie "h" bevindt zich tussen de vermogensstanden "0" en"1".Als de warmhoudfunctie is ingesteld, wordt de kookzone namaximaal 2 uur werking uitgeschakeld.De warmhoudfunctie dient om gerechten direct na de be-reiding warm te houden, wanneer ze dus nog warm zijn.Deze is niet geschikt om koude gerechten op te warmen!Warmhoudfunctie instellen^Raak de sensortoets van de gewenste kookzone aan.^ Raak in de cijferreeks de ruimte aan tussen de vermogens-standen "0" en "1".Op het kookzonedisplay wordt "h" weergegeven.TipsHou gerechten uitsluitend in het kookgerei (kookpot/pan)warm.

Dek het kookgerei af met een deksel.Tijdens het warmhouden moeten de gerechten niet wordenomgeroerd.Hou ermee rekening dat er voedingsstoffen verloren gaantijdens het bereiden van voedingsmiddelen en dat dit proceswordt voortgezet tijdens het warmhouden. Hoe langer devoedingsmiddelen worden warmgehouden, hoe meer voe-dingsstoffen er verloren gaan. Hou de warmhoudtijd zo kortmogelijk.Bediening33

Uitschakelen / weergave van de resterende warmteKookzone uitschakelen^Raak de sensortoets van de gewenste kookzone 2 keeraan.Op het kookzonedisplay knippert gedurende enkele secon-den een 0. Is de kookzone nog heet, dan wordt kort daarnavia streepjes de resterende warmte weergegeven.Kookvlak uitschakelen^Raak de sensortoets s aan.Nu zijn alle kookzones uitgeschakeld. Op de displays van dekookzones die nog te heet zijn om aan te raken, wordt de res-terende warmte via streepjes weergegeven.Weergave van de resterende warmteDe streepjes die de resterende warmte weergeven, ver-dwijnen één voor één naarmate de kookzones afkoelen. Hetlaatste streepje dooft pas zodra u de kookzones zonder enigrisico kunt aanraken.Raak de kookzones niet aan zolang de streepjes voor deresterende warmte branden.

–Kook bij voorkeur met een deksel op de kookpot of pan. Zovermijdt u dat er nodeloos warmte ontsnapt.Zonder deksel Met deksel–Gebruik voor kleine hoeveelheden een kleine kookpot.Voor het verwarmen van een kleine kookpot is minderenergie nodig dan voor het verwarmen van een grotere,nauwelijks gevulde kookpot.– Gebruik weinig water bij het bereiden.– Stel na de kookstart of het aanbraden een lagere vermo-gensstand in.– U kunt de bereidingstijd aanzienlijk verkorten door eensnelkookpan/snelkookpot te gebruiken.Tips om energie te besparen35

Als u de timer wilt gebruiken moet het kookvlak ingeschakeldzijn.U kunt de timer op twee manieren gebruiken:–als kookwekker–voor het automatisch uitschakelen van een kookzone.U kunt een tijd instellen tussen 1 minuut (01) en 9 uren (9^).Een tijd tot 99 minuten wordt in minuten ingesteld en weerge-geven.VoorbeeldBij een tijd van meer dan 99 minuten, moet eerst de sensor-toets h worden aangeraakt. De tijd wordt in stappen van eenhalf uur ingesteld. De halve uren worden via een punt naasthet cijfer weergegeven.Voorbeeld (1 uur en 30 minuten):Na afloop van de ingestelde tijd verschijnt 00 op hettimerdisplay. Tegelijkertijd weerklinkt er enkele secondenlange en geluidssignaal.Timer36h

KookwekkerKookwekkertijd instellenMinutenVoorbeeld: U wilt 15 minuten instellen.^Schakel het kookvlak in (als dat nog niet gebeurd is).^Raak de sensortoets m aan.Op het timerdisplay verschijnt 00.De0 rechts knippert.Eerst wordt het linkercijfer van de tijd ingesteld, vervolgenshet rechtercijfer.^ Raak in de cijferreeks het cijfer aan dat u wilt instellen alslinkercijfer (in dit voorbeeld 1).Op het timerdisplay knippert nu rechts een 1.^Raak in de cijferreeks het cijfer aan dat u wilt instellen alsrechtercijfer (in dit voorbeeld 5).De 1 verschuift naar links en rechts verschijnt 5.Het aftellen van de kookwekkertijd begint.Timer37hhh

UrenU kunt volle uren instellen door in de cijferreeks het betreffen-de cijfer aan te raken.U kunt halve uren instellen door in de cijferreeks de ruimtetussen 2 cijfers aan te raken.Voorbeeld: U wilt 2 uren en 30 minuten instellen.^Schakel het kookvlak in (als dat nog niet gebeurd is).^Raak de sensortoets m aan.Op het timerdisplay verschijnt 00.De0 rechts knippert.^ Raak de sensortoets h aan om de tijd in stappen van eenhalf uur in te stellen.^ Raak in de cijferreeks de ruimte tussen de cijfers 2 en 3aan.Na enkele seconden brandt het timerdisplay continu. Hetaftellen van de kookwekkertijd begint.Timer38hhh

Kookzone automatisch uitschakelenU kunt een tijd instellen waarna een kookzone automatischmoet worden uitgeschakeld.De functie voor het automatisch uitschakelen kan voor allekookzones tegelijk worden geprogrammeerd.Als de geprogrammeerde tijd langer is dan de maximaaltoegelaten gebruiksduur, wordt de kookzone na afloop vande tijd van de veiligheidsuitschakeling (zie gelijknamige ru-briek) uitgeschakeld.^Stel voor de betreffende kookzone een vermogensstand in.^Raak de sensortoets m zo vaak aan tot op het timerdisplayhet controlelampje van de betreffende kookzone knippert.Als meerdere kookzones ingeschakeld zijn, knipperen decontrolelampjes in wijzerzin, te beginnen vanaf links vooraan.^ Stel de gewenste tijd in.De ingestelde tijd wordt in stappen van een minuut afgeteld.Op het timerdisplay ziet u de resterende tijd.

U kunt deze opelk moment wijzigen.Als u ook een andere kookzone automatisch wilt laten uit-schakelen, gaat u te werk zoals reeds beschreven.Als meerdere uitschakeltijden geprogrammeerd zijn, wordtde kortste resterende tijd weergegeven. Op het timerdisplayknippert het controlelampje van de betreffende kookzone. Deandere controlelampjes branden continu. Wilt u de resteren-de tijden weergeven die op de achtergrond aflopen, raak dande sensortoets m zo vaak aan totdat op het timerdisplay hetgewenste controlelampje knippert.Timer40

CombinatiegebruikU kunt de functies "kookwekker" en "automatisch uitscha-kelen" tegelijk gebruiken.Ga als volgt te werk als u een of meer uitschakeltijden hebtgeprogrammeerd en ook de kookwekker wilt instellen:Raak de sensortoets m zo vaak aan tot de controlelampjesvan de geprogrammeerde kookzones continu branden en ophet timerdisplay 00 verschijnt.Ga als volgt te werk als u de kookwekker hebt ingesteld enook een of meer uitschakeltijden wilt programmeren:Raak de sensortoets m zo vaak aan tot op het timerdisplayhet controlelampje van de betreffende kookzone knippert.Kort na het invoeren van de laatste waarde schakelt hettimerdisplay over naar de weergave van de kortste resteren-de tijd.Wilt u de resterende tijden weergeven die op de achtergrondaflopen, raak dan de sensortoets m zo vaak aan totdat op- het timerdisplay het gewenste controlelampje knippert(automatisch uitschakelen).- alleen het timerdisplay knippert (kookwekkertijd).U kunt in wijzerzin de tijden voor alle ingeschakelde kookzo-nes en de kookwekkertijd weergeven, te beginnen vanaf dekortste resterende tijd.Timer41

Vergrendeling / inschakelblokkeringOm te vermijden dat iemand het kookvlak en de kookzonesper vergissing inschakelt of instellingen wijzigt, is uw toesteluitgerust met een vergrendeling (inschakelblokkering).De vergrendeling kan worden geactiveerd als het kookvlakis ingeschakeld. Als de vergrendeling geactiveerd is, kan hetkookvlak alleen nog beperkt worden bediend:–De vermogensstanden van de kookzones en de instel-lingen van de timer kunnen niet worden gewijzigd.–De kookzones, het kookvlak en de timer kunnen wel wor-den uitgeschakeld, maar daarna niet weer worden inge-schakeld.De inschakelblokkering kan worden geactiveerd als hetkookvlak is uitgeschakeld.

Als de inschakelblokkering geacti-veerd is, kan het toestel niet worden ingeschakeld en kan detimer niet worden bediend.Het toestel is zo geprogrammeerd dat de inschakelblokkeringhandmatig moet worden geactiveerd.In de programmeermodus kunt u instellen dat de inschakel-blokkering 5 minuten na het uitschakelen van het kookvlakautomatisch wordt geactiveerd als het toestel niet handmatigwordt vergrendeld (zie rubriek "Programmering").Als u een niet-toegelaten sensortoets aanraakt terwijl de ver-grendeling of inschakelblokkering is geactiveerd, gaat hetdesbetreffende controlelampje aan en wordt op hettimerdisplay enkele seconden LC weergegeven.In de fabriek is bediening met drie vingers ingesteld.

ActiverenBediening met drie vingers (fabrieksinstelling)^Raak tegelijkertijd de sensortoets $ en de sensortoetsenvan de twee kookzones rechts zo lang aan totdat het con-trolelampje van de vergrendeling aangaat en op hettimerdisplay LC wordt weergegeven.Kort daarna gaat het controlelampje uit en verdwijnt LC.Bediening met één vinger^Raak de sensortoets $ zo lang aan totdat het controle-lampje van de vergrendeling aangaat en op hettimerdisplay LC wordt weergegeven.Kort daarna gaat het controlelampje uit en verdwijnt LC.DeactiverenBediening met drie vingers (fabrieksinstelling)^ Raak tegelijkertijd de sensortoets $ en de sensortoetsenvan de twee kookzones rechts zo lang aan totdat het con-trolelampje van de vergrendeling uitgaat en op hettimerdisplay LC verdwijnt.Bediening met één vinger^Raak de sensortoets $ zo lang aan totdat het controle-lampje van de vergrendeling uitgaat en op het timerdisplayLC verdwijnt.Veiligheidsvoorzieningen43

Stop and GoUw toestel is uitgerust met een functie die bij het activeren er-van de vermogensstand van al de ingeschakelde kookzonesbeperkt tot stand 1. De vermogensstanden van de kookzonesen de instelling van de timer kunnen niet worden gewijzigd. Ukunt alleen het kookvlak uitschakelen.Bij het deactiveren van "Stop and Go" werken de kookzonesverder op de vermogensstand die u het laatst hebt ingesteld.Als de functie niet wordt gedeactiveerd, wordt het kookvlakna 1 uur uitgeschakeld.Bij activering van "Stop and Go"- wordt het aftellen van een ingestelde tijd voorautomatische uitschakeling onderbroken.

VeiligheidsuitschakelingAls een kookzone te lang aanstaatBlijft een kookzone ongewoon lang (zie tabel) op dezelfdevermogensstand in werking, dan wordt die kookzone automa-tisch uitgeschakeld. De streepjes voor de resterende warmteworden weergegeven.Wenst u de kookzone opnieuw te gebruiken, schakel ze danop de gebruikelijke manier weer in.Vermogensstand* Maximale gebruiksduur in urenh21/1. 102/2. 53/3. 54/4. 45/5. 36/6. 27/7. 28/8. 291* De vermogensstanden met een punt zijn alleen beschik-baar als u het aantal vermogensstanden hebt uitgebreid(zie rubriek "Programmering").Als de sensortoetsen bedekt zijnHet kookvlak wordt automatisch uitgeschakeld als een ofmeer sensortoetsen langer dan ca.

10 seconden bedekt zijn,bijvoorbeeld als u uw hand erop legt, een gerecht overkooktof als er voorwerpen op liggen.Op het timerdisplay knippert F.^Reinig het bedieningsveld of verwijder de voorwerpen.F verdwijnt. U kunt het kookvlak weer gebruiken.Veiligheidsvoorzieningen45

Voordat de inductiespoelen of de koellichamen overver-hit raken, zorgt de beveiliging tegen oververhitting voor eenvan de volgende reacties:Inductiespoelen–Een ingeschakelde boosterfunctie wordt geannuleerd.–De ingestelde vermogensstand wordt verlaagd.–De kookzone wordt automatisch uitgeschakeld.Op het timerdisplay knipperen afwisselend FE en "44".Zodra de foutmelding is verdwenen, kunt u de kookzone weergewoon gebruiken.Koellichamen– Een ingeschakelde boosterfunctie wordt geannuleerd.– De ingestelde vermogensstand wordt verlaagd.– De kookzones worden automatisch uitgeschakeld.Zodra het koellichaam voldoende afgekoeld is, kunt u dedesbetreffende kookzones weer gewoon gebruiken.De beveiliging tegen oververhitting reageert wanneer–er leeg kookgerei wordt verwarmd.–er vet of olie op een hoge vermogensstand wordt ver-warmd.–de onderzijde van het toestel onvoldoende wordt geventi-leerd.–een hete kookzone na een stroomonderbreking weer wordtingeschakeld.Als na het verhelpen van de oorzaken de beveiliging tegenoververhitting opnieuw reageert, dient u contact op te nemenmet de dienst Herstellingen aan huis van Miele.Veiligheidsvoorzieningen46

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele KM 6344 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden