Miele KM 6308 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Miele KM 6308 (80 pagina’s), behorend tot de categorie Inductiekookplaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 37 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Miele KM 6308 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/80
Gebruiks-enmontagehandleiding
Inductiekookplaten
Leesbeslistdegebruiks-enmontagehandleidingvoordatuuw
apparaatplaatst,installeerteningebruikneemt.
Datisveiligervooruzelfenuvoorkomtschadeaanuwapparaat.
M.-Nr.09888030nl-NL

Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Inductiekookplaat
Model: KM 6308
Apparaatplaatsing: Ingebouwd
Soort bediening: Touch
Kleur van het product: Zwart
Ingebouwd display: Ja
Timer: Ja
Gewicht: 12000 g
Breedte: 752 mm
Diepte: 492 mm
Hoogte: 18 mm
Snoerlengte: 1.4 m
Kinderslot: Ja
Warmhoud functie: Ja
Soort materiaal (bovenkant): Glaskeramiek
Vermogen brander/kookzone 2: 1850 W
Vermogen brander/kookzone 3: 2100 W
Vermogen brander/kookzone 1: 1400 W
Aantal branders/kookzones: 4 zone(s)
Type kookplaat: Inductiekookplaat zones
Type brander/kookzone 1: Sudderen
Type brander/kookzone 2: Regulier
Type brander/kookzone 3: Regulier
Makkelijk schoon te maken: Ja
Aantal gaspitten: 0 zone(s)
Aantal elektronische kook zones: 4 zone(s)
Reguliere brander/kookzone diameter: 160 mm
Sudder brander/kookzone: 2200 W
Normale brander/kookzone: 3700 W
Controle positie: Boven voorzijde
Aangesloten lading (elektrisch): 7300 W
Installatie compartiment breedte: 756 mm
Installatie compartiment diepte: 496 mm
Installatie compartiment hoogte: 52 mm
Grote brander/kookzone diameter: 230 mm
Grote brander/kookzone: 3700 W
Stroom: 16 A
Aan/uitschakelaar: Ja
Automatisch uitschakelen: Ja
Boost functie: Ja
Restwarmte-indicator: Ja
Extra grote hoge-snelheid kookzone: 4800 W
Extra-grote brander/kookzone diameter: 230 mm
Type brander/kookzone 4: Regulier
Vermogen brander/kookzone 4: 2100 W
Voedingsbron brander/kookzone 1: Electrisch
Voedingsbron brander/kookzone 2: Electrisch
Voedingsbron brander/kookzone 3: Electrisch
Voedingsbron brander/kookzone 4: Electrisch
Kookzone 1 boost: 2200 W
Kookzone 2 boost: 3000 W
Kookzone 3 boost: 3000 W
Kookzone 4 boost: 3000 W
Positie brander/kookzone 1: Links achter
Diameter brander/kookzone 1: 160 mm
Positie brander/kookzone 2: Links voor
Diameter brander/kookzone 2: 200 mm
Positie brander/kookzone 3: Rechts achter
Positie brander/kookzone 4: Rechts voor
Kookzone 1 vorm: Rond
Kookzone 2 vorm: Rond
Kookzone 3 vorm: Rechthoekig
Kookzone 4 vorm: Rechthoekig
Combi-zone: Ja
Flexibele kookzone: Ja
AC-ingangsspanning: 230 V
AC-ingangsfrequentie: 50 Hz
Kookzone 4 grootte (WxD): 150 x 230 mm
Aantal flexibele kookzones: 1 zone(s)
Kookzone 3 grootte (WxD): 150 x 230 mm
Kookzone 3 dubbele boost: 3650 W
Kookzone 4 dubbele boost: 3650 W

Handleiding Miele KM 6308 – volledige tekst

Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften.Onjuist gebruik echter kan persoonlijk letsel of beschadigingentot gevolg hebben.Lees daarom de gebruiks- en montagehandleiding aandachtigdoor, voordat u het apparaat in gebruik neemt. In de handleidingvindt u belangrijke instructies met betrekking tot inbouw, veilig-heid, gebruik en onderhoud.Als de "Veiligheidsinstructies en waarschuwingen" niet wordenopgevolgd, kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voorschade die daarvan het gevolg isBewaar de gebruiks- en montagehandleiding en geef deze dooraan een eventuele volgende eigenaar.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen4

Verantwoord gebruik~Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor particulier huishoudelijkgebruik (of daarmee vergelijkbaar).~Het apparaat mag niet buiten worden gebruikt.~Gebruik het apparaat voor het bereiden en warmhouden van ge-rechten.Gebruik voor andere doeleinden is niet toegestaan.~Dit apparaat mag alleen worden gebruikt door personen die instaat zijn het apparaat veilig te bedienen en die volledig op dehoogte zijn van de inhoud van de gebruiksaanwijzing!De personen die het apparaat bedienen, moeten zich bewust zijnvan de gevaren van een foutieve bediening.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen5

Kinderen~Houd kinderen onder acht jaar op een afstand, tenzij u voortdu-rend toezicht houdt.~Kinderen vanaf acht jaar mogen het apparaat alleen zonder toe-zicht gebruiken als ze weten hoe ze het apparaat veilig moeten be-dienen. De kinderen moeten zich bewust zijn van de gevaren vaneen foutieve bediening.~Kinderen mogen het apparaat niet zonder toezicht reinigen.~Houd kinderen in de gaten wanneer zij zich in de buurt van hetapparaat bevinden. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.~Het apparaat wordt tijdens het gebruik heet en blijft dat ook nogenige tijd nadat het is uitgeschakeld.

Houd kinderen op een afstand,totdat het apparaat voldoende is afgekoeld en er geenverbrandingsgevaar meer bestaat.~Verstikkingsgevaar!Kinderen kunnen zich tijdens het spelen in verpakkingsmateriaalwikkelen (bijvoorbeeld in folie) of het materiaal over hun hoofd trek-ken en stikken.Houd verpakkingsmaterialen bij kinderen vandaan.~Verbrandingsgevaar!Bewaar geen voorwerpen die voor kinderen interessant zijn in kast-jes boven of achter het apparaat. De kinderen klimmen anders mis-schien op het apparaat.~Verbrandingsgevaar!Draai de grepen van de pannen zo dat ze zich boven het werkbladbevinden, zodat kinderen de pannen niet van het apparaat kunnentrekken.~Maak gebruik van de vergrendeling, zodat kinderen het apparaatniet onbedoeld kunnen inschakelen of instellingen kunnen wijzigen.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6

Technische veiligheid~Door ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- en repa-ratiewerkzaamheden kunnen grote risico’s voor de gebruiker ont-staan. Laat installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamhedenuitsluitend door vakmensen uitvoeren die door Miele zijngeautoriseerd.~Een beschadigd apparaat kan uw veiligheid in gevaar brengen.Controleer het voor de inbouw op zichtbare schade. Neem een be-schadigd apparaat nooit in gebruik.~De elektrische veiligheid van het apparaat is uitsluitend gegaran-deerd, als het wordt aangesloten op een aardingssysteem dat vol-gens de geldende voorschriften is geïnstalleerd.

Aan deze funda-mentele veiligheidsvoorwaarde moet worden voldaan.Laat de elektrische installatie bij twijfel door een vakman inspecte-ren.~De aansluitgegevens (frequentie en spanning) op het typeplaatjemoeten beslist met de waarden van het elektriciteitsnet overeen-komen, om beschadiging van het apparaat te voorkomen.Vergelijk deze gegevens voor de aansluiting.Raadpleeg bij twijfel een elektricien.~Met een stekkerdoos of verlengsnoer kan een veilig gebruik vanhet apparaat niet worden gewaarborgd (brandgevaar). Sluit het ap-paraat hiermee niet op het elektriciteitsnet aan.~Gebruik het apparaat alleen als het is ingebouwd, zodat de veilig-heid gewaarborgd is.~Dit apparaat mag niet op een niet-stationaire locatie (zoals eenboot) worden gebruiktVeiligheidsinstructies en waarschuwingen7

~Wanneer onderdelen worden aangeraakt die onder spanningstaan of wanneer elektrische of mechanische onderdelen wordenveranderd, is dit gevaarlijk voor de gebruiker. Het kan er tevens toeleiden dat het apparaat niet meer goed functioneert.Open nooit de ommanteling van het apparaat.~De garantie vervalt als het apparaat niet door een technicuswordt gerepareerd die door Miele is geautoriseerd.~Alleen van originele onderdelen garandeert Miele dat deze aande veiligheidseisen voldoen. Defecte onderdelen mogen alleen doororiginele onderdelen worden vervangen.~De kookplaat mag niet worden gebruikt met een externeschakelklok of een systeem dat op afstand werkt.~Het apparaat mag uitsluitend door een vakman op het net wordenaangesloten. Als een beschadigde kabel moet worden vervangen,moet een speciale kabel worden gebruikt.

Alleen een vakman magde kabel aansluiten (zie "Elektrische aansluiting").~Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden dient hetapparaat spanningsvrij te worden gemaakt.Ga daarvoor als volgt te werk:–schakel de hoofdschakelaar van de huisinstallatie uit of–draai de zekeringen van de huisinstallatie er geheel uit of–trek de stekker (indien aanwezig) uit de contactdoos.Trek daarbij aan de stekker en niet aan de aansluitkabel.~Is de kookplaat voorzien van een communicatiemodule, dan moetbij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden aan dekookplaat ook de communicatiemodule spanningsvrij worden ge-maakt.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8

~Neem de kookplaat niet in gebruik bij een defect of bij breuken,scheuren en barsten in de keramische plaat c.q. schakel het appa-raat meteen uit. Maak de kookplaat spanningsvrij. U kunt anderseen elektrische schok krijgen!Veilig gebruik~Olie en vet kunnen bij oververhitting vlam vatten. Houd het appa-raat goed in de gaten als u met olie en/of vetten werkt.Blus een brand met olie of vet nooit met water. Schakel het apparaatuit en doof de vlammen voorzichtig met een deksel of eenblusdeken.~Flambeer nooit onder een afzuigkap. Door de vlammen kan de af-zuigkap in brand vliegen.~Spuitbussen, licht ontvlambare vloeistoffen en brandbare materia-len kunnen bij verhitting vlam vatten. Bewaar dergelijke productendaarom niet in een schuiflade onder het apparaat.

Een eventuelebestekbak moet van hittebestendig materiaal zijn.~Verhit kookgerei nooit leeg.~In afgesloten blikken en dergelijke ontstaat tijdens het inmaken ofverwarmen overdruk. Hierdoor kunnen deze voorwerpenopenbarsten.Gebruik het apparaat niet om voedingsmiddelen in afgesloten blik-ken en dergelijke in te maken of te verwarmen.~Dek het apparaat nooit af met een afdekplaat, een doek, folie ofiets dergelijks. Als het apparaat per ongeluk wordt ingeschakeld ofnog heet is, kan het betreffende materiaal vlam vatten, barsten ofsmelten.~Als u een elektrisch apparaat (bijvoorbeeld een mixer) in de buurtvan het apparaat gebruikt, mag de aansluitkabel niet in aanrakingkomen met het hete apparaat. De isolatie van de kabel zou bescha-digd kunnen raken.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9

~Als het apparaat achter een meubeldeur is ingebouwd, mag u hetalleen gebruiken als de deur geopend is.Sluit de meubeldeur pas als de restwarmte-indicatie is gedoofd.~Wanneer u het apparaat gebruikt, wordt het zeer heet. Ook na hetuitschakelen blijft het dat nog enige tijd. De restwarmte-indicatorgeeft aan of het apparaat nog heet is.~U kunt zich aan het hete apparaat branden. Gebruik daarom altijdovenhandschoenen of pannenlappen als u met het hete apparaatwerkt. Gebruik alleen droge handschoenen of pannenlappen.

Nat ofvochtig textiel geleidt de warmte beter en kan door stoomvormingverbrandingen veroorzaken.~Als het apparaat is ingeschakeld, onbedoeld wordt ingeschakeldof bij restwarmte kunnen metalen voorwerpen op het apparaat heetworden.Andere materialen kunnen smelten of vlam vatten.Vochtige pandeksels kunnen zich vastzuigen.Gebruik het apparaat niet als werkblad.Schakel de kookzones na gebruik uit!~Als suiker, suikerhoudend voedsel, kunststof of aluminiumfolie opeen hete kookzone terechtkomt en smelt, gaat u als volgt te werk:Vermeng suikerhoudende stoffen onmiddellijk met water. Schakelvervolgens de kookzone uit en verwijder de stoffen met een schra-per, zolang de plaat nog heet is. Als u de stoffen eerst laat afkoelen,kan de keramische plaat beschadigd raken.

~Gebruik alleen pannen met een gladde bodem. Een ruwe bodemkan krassen op de keramische plaat veroorzaken.~Til pannen op als u ze wilt verplaatsen. U voorkomt zo vlekkendoor wrijving en krassen.~Zout, suiker of zandkorrels (bijvoorbeeld van groente) kunnenkrassen veroorzaken, als ze onder de pan komen. Zorg dat de kera-mische plaat en de panbodem schoon zijn, voordat u het kookgereiop het apparaat plaatst.~Laat geen voorwerpen op de keramische plaat vallen. Zelfs eenlicht voorwerp (zoals een zoutvaatje) kan scheuren of barsten ver-oorzaken.~Hete voorwerpen op de sensortoetsen en de displays kunnen deelektronica eronder beschadigen. Zet nooit hete pannen op de sen-sortoetsen en de displays.~Vanwege de snelle reactietijd van inductiekookzones kan de tem-peratuur in de panbodem in zeer korte tijd dezelfontbrandingstemperatuur van olie en vet bereiken.

Houd daaromaltijd toezicht op het apparaat!~Verhit vetten en olie hooguit gedurende een minuut en gebruikdaarvoor nooit de booster.~Alleen voor personen met een pacemaker:In de directe omgeving van het ingeschakelde apparaat ontstaateen elektromagnetisch veld. Het is niet waarschijnlijk dat dit veld dewerking van de pacemaker nadelig beïnvloedt. Neem bij twijfel con-tact op met de fabrikant van de pacemaker of met uw arts.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11

~Het elektromagnetische veld van de ingeschakelde kookplaat kande functie van magnetiseerbare voorwerpen beïnvloeden.Houd magnetiseerbare voorwerpen, zoals creditcards, diskettes, re-kenmachines, etc. uit de buurt van het ingeschakelde apparaat.~Metalen voorwerpen die in een lade onder de kookplaat wordenbewaard, kunnen heet worden als u het apparaat lang en intensiefgebruikt. Bewaar daarom geen metalen voorwerpen in een lade diezich meteen onder de kookplaat bevindt.~Het apparaat is voorzien van een ventilator. Als zich onder hetingebouwde apparaat een lade bevindt, moet de afstand tussen deinhoud van de lade en de onderkant van het apparaat voldoendezijn om de ventilatie te waarborgen. Bewaar geen spitse en kleinevoorwerpen of papier in de lade. Deze voorwerpen kunnen via deventilatieopeningen in de behuizing terechtkomen of aangezogenworden.

De ventilator kan dan beschadigd raken of de koeling kanworden beïnvloed.~Plaats nooit twee pannen tegelijk op een kook-/braadzone ofPowerFlex-kookvlak.~Verbrandingsgevaar! Als pannen slechts gedeeltelijk op eenkookzone staan, kunnen de grepen heet worden. Zet pannen daar-om altijd midden op een kookzone.Reiniging en onderhoud~De stoom van een stoomreiniger kan in aanraking komen met de-len die onder spanning staan en zo kortsluiting veroorzaken.Gebruik voor de reiniging nooit een stoomreiniger.~Schakel de kookplaat niet in als deze boven een pyrolyse-oven of-fornuis is ingebouwd en de pyrolysefunctie actief is, omdat de over-verhittingsbeveiliging van de kookplaat zou kunnen reageren (zie debetreffende rubriek).Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12

Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpak-kingsmateriaal is uitgekozen met hetoog op een zo gering mogelijke belas-ting van het milieu en de mogelijkhedenvoor recycling.Hergebruik van het verpakkingsmateri-aal remt de afvalproductie en het ge-bruik van grondstoffen. Vaak neemt deleverancier de verpakking terug. Als ude verpakking zelf wegdoet, informeerdan bij de reinigingsdienst van uw ge-meente waar u die kunt afgeven.Het afdanken van het apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten meestal nog waarde-volle materialen. Ze bevatten echterook schadelijke stoffen die nodig zijngeweest om de apparaten goed en vei-lig te laten functioneren.

Wanneer u uwoude apparaat bij het gewone afvaldoet of er op een andere manier nietgoed mee omgaat, kunnen deze stoffenschadelijk zijn voor de gezondheid enhet milieu.Verwijder uw oude apparaat dan ooknooit samen met het gewone afval,maar lever het in bij een gemeentelijkinzameldepot voor elektrische en elek-tronische apparatuur. Vraag uw hande-laar indien nodig om inlichtingen.Het afgedankte apparaat moet tot dietijd buiten het bereik van kinderen wor-den opgeslagen.Een bijdrage aan de bescherming van het milieu13

BedieningspaneelSensortoetsena Aan/Uitb Bedieningspaneel voor- Vermogensstand instellen- Tijd instellenc Vergrendelingd Booster / TwinBoostere Kookzone kiezenf PowerFlex-kookvlak inschakeleng - Toets voor het kiezen van de timer- Voor het wisselen tussen de timerfuncties- Voor het kiezen van een uitschakeltijd (zie "Kookzone automatisch uitschake-len")h Stop & GoAlgemeen16abcdefghjimn$kl

Bij het apparaat wordt een tweede typeplaatje geleverd. Plakdit typeplaatje op de aangegeven plaats achter in uw ge-bruiksaanwijzing.Eerste reiniging^Verwijder eventueel aanwezige beschermfolies en stickers.^Reinig het apparaat voor het eerste gebruik met een voch-tige doek en wrijf het daarna weer droog.IngebruiknemingAlleen voor kookplaten met facetrand (geslepen rand):Na het inbouwen kan de eerste dagen een spleet zichtbaarzijn tussen de kookplaat en het werkblad. Deze spleet zaldoor het gebruik kleiner worden. De elektrische veiligheidvan het apparaat is echter altijd gewaarborgd.De metalen delen van het apparaat zijn voorzien van eenspeciaal beschermlaagje. Als u het apparaat voor het eerst ingebruik neemt, ontstaan daardoor geurtjes (en eventueeldampen). Ook door het opwarmen van de inductiespoelenontstaan tijdens de eerste bedrijfsuren geurtjes.

Bij elk vol-gend gebruik neemt de geurvorming geleidelijk af, totdat uniets meer waarneemt.Wanneer er geurtjes en damp vrijkomen, betekent dat nietdat het apparaat verkeerd is aangesloten of defect is. Degeurtjes en de damp zijn niet schadelijk voor de gezondheid.Houdt u er rekening mee dat de opwarmtijd bij inductie-kookplaten veel korter is dan bij gewone kookplaten.Vóór het eerste gebruik20

PrincipeOnder de keramische plaat bevinden zich inductiespoelen.Als u een kookzone inschakelt, genereren deze spoelen eenmagneetveld waardoor de bodem van de pan heet wordt. Dekookzone zelf wordt alleen indirect verwarmd door de stra-lingswarmte van de pan.Een inductiekookzone reageert alleen op pannen met eenmagnetiseerbare bodem (zie "De juiste pannen").

Het sys-teem houdt automatisch rekening met de grootte van de ge-bruikte pan.In het kookzonedisplay knipperen afwisselend het symbool ßen de ingestelde vermogensstand,–als u een kookzone zonder pan of met een ongeschiktepan (met niet magnetiseerbare bodem) inschakelt.– als de bodemdiameter van de pan te klein is.– als u de pan van een ingeschakelde kookzone haalt.Als u binnen 3 minuten een geschikte pan op de kookzonezet, verdwijnt het symbool ß en kunt u gewoon doorgaan.Als u geen (geschikte) pan gebruikt, wordt de kookzone na 3minuten automatisch uitgeschakeld.Verbrandingsgevaar!Als het apparaat is ingeschakeld, onbedoeld wordt inge-schakeld of bij restwarmte kunnen metalen voorwerpen ophet apparaat heet worden.Gebruik het apparaat niet als werkblad.Schakel de kookzones na gebruik met de betreffende sen-sortoetsen uit.Inductie21

GeluidenBij gebruik van een inductiekookplaat kunnen in het kookge-rei allerlei geluiden ontstaan. De geluiden zijn afhankelijk vanhet materiaal en de constructie van de bodem van het kook-gerei.–Op een hoge vermogensstand kan het apparaat een brom-geluid veroorzaken. Dit geluid neemt af of verdwijnt als ueen lagere vermogensstand instelt.–Bij pannen met een bodem die uit verschillende materialenbestaat (bijvoorbeeld een sandwichbodem) kan eenknetterend geluid optreden.–Er kan een fluitend geluid ontstaan als de met elkaar ver-bonden kookzones (zie "Booster") tegelijk zijn ingescha-keld en op de kookzones pannen staan met een bodemdie uit verschillende materialen bestaat (bijvoorbeeld eensandwichbodem).– Vooral bij lage vermogensstanden kunnen bij elektronischeschakelingen klikgeluiden optreden.– Er kan een zoemend geluid ontstaan als de ventilatorwordt ingeschakeld.

De juiste pannenGeschikt zijn pannen van:–roestvrij staal met een magnetiseerbare bodem.–geëmailleerd staal.–gietijzer.Niet geschikt zijn pannen van:–roestvrij staal met een niet magnetiseerbare bodem.–aluminium of koper.–glas, keramiek of aardewerk.Als u niet zeker weet of een pan geschikt is voor inductie,houdt u een magneet tegen de bodem van de pan. Als demagneet blijft hangen, is de pan over het algemeen geschikt.Als u een ongeschikte pan gebruikt, knipperen in het kookzo-ne-display afwisselend het symbool ß en de ingestelde ver-mogensstand.De eigenschappen van de bodem van de pan kunnen hetbereidingsresultaat beïnvloeden (bijvoorbeeld bij het bruine-ren van pannenkoeken).– Kies voor een optimaal gebruik van de kookzone een panmet een geschikte bodemdiameter (zie "Kookzones").

Alsde pan te klein is, wordt deze niet herkend en knipperen inhet kookzone-display afwisselend het symbool ß en de in-gestelde vermogensstand.–Gebruik alleen pannen met een gladde bodem. Een ruwebodem kan krassen op de keramische plaat veroorzaken.–Til pannen op als u ze wilt verplaatsen. U voorkomt zo vlek-ken door wrijving en krassen.–Houd er bij de aanschaf rekening mee dat pannenfabri-kanten vaak de maximale diameter of de diameter aan debovenkant vermelden. Van belang is echter alleen de(meestal kleinere) bodemdiameter.Inductie23

–Kook bij voorkeur met een deksel op de pan. Op die ma-nier voorkomt u dat er onnodig warmte ontsnapt.zonder deksel met deksel–Gebruik voor een kleine hoeveelheid een kleine pan. Vooreen kleine pan is minder energie nodig dan voor een gro-te, niet geheel gevulde pan.– Gebruik zo weinig mogelijk water.– Schakel na het aankoken of aanbraden op tijd terug naareen lagere vermogensstand.– Met een snelkookpan kunt u de bereidingstijd aanzienlijkverkorten.Tips om energie te besparen24

Het apparaat heeft af fabriek 9 vermogensstanden. Als u fijner afgestemde vermo-gensstanden wenst, kunt u het aantal standen vergroten (zie "Programmering"). Bijde tussenstanden verschijnt een punt achter het getal.Vermogensstandinstelling af fa-briek (9 vermo-gensstanden)gewijzigde instel-ling (17 vermo-gensstanden)Warmhouden h hBoter smeltenGelatine oplossenSmelten van chocolade1-2 1-2.Rijstepap, havermoutpap maken 2 2 - 2.Kleine hoeveelheden vloeistof opwarmenRijst wellen3 3-3.Groente ontdooien (in een blok) 3 2. - 3Graan wellen 3 2. - 3.Gerechten verwarmen die veel vocht bevattenOmelet, eieren zonder korstje bakkenFruit blancheren4 4-4.Deegwaren wellen 4 4 - 5.Groente, vis stoven 5 5Diepvriesproducten ontdooien en verwarmen 5 5 - 5.Aankoken van grote hoeveelheden, bijv. eenpansgerechtenGebonden saus of roomsaus maken, bijv.

witte-wijnsausof sauce hollandaise6-7 6.-7Eieren behoedzaam bakken (zonder oververhitting van het vet) 6 5. - 6.Vis, schnitzel, braadworst behoedzaam bakken (zonder over-verhitting van het vet)6-7 6.-7.Poffertjes, pannenkoeken, etc. bakken 7 6. -7Aanbraden van stoofgerechten 8 8 - 8.Grote hoeveelheden water kokenAankoken99De aangegeven standen zijn slechts algemene richtlijnen.Het vermogen van de inductiespoel varieert afhankelijk van de grootte en het ma-teriaal van de panbodem. Het is dan ook mogelijk dat bij uw pannen de vermo-gensstanden een geringe afwijking vertonen. Bepaal in de dagelijkse praktijk wel-ke instellingen het beste bij uw pannen passen.Tabel vermogensstanden25

Principe van de bedieningDe kookplaat is voorzien van elektronische sensortoetsen.Deze reageren op vingercontact.U bedient de kookplaat door met uw vinger de juiste toetsenaan te tippen. Het apparaat reageert daarop telkens met eenakoestisch signaal. Om veiligheidsredenen moet u de sensor-toets Aan/Uit s bij het inschakelen langer bedienen dan deandere toetsen.De kookzones en de timer moeten "actief" zijn als u een ver-mogensstand of tijd wilt instellen of wijzigen.Om een kookzone of de timer te activeren, moet u de toetsvan de betreffende kookzone of van de timer aantippen. Als ude toets heeft aangetipt, begint het betreffende display teknipperen.

Zolang het display knippert, is de kookzone c.q.de timer "actief" en kunt u een vermogensstand of tijd instel-len.Uitzondering:Als slechts één kookzone in gebruik is, kunt u de vermogens-stand zonder activering wijzigen.Als het bedieningspaneel verontreinigd is of als er voor-werpen op liggen, reageren de sensortoetsen niet of u ac-tiveert onbedoeld functies. Ook kan de kookplaat automa-tisch worden uitgeschakeld (zie de rubriek"Veiligheidsuitschakeling").Hete pannen op het bedieningspaneel kunnen de elektro-nische onderdelen eronder beschadigen. Houd het bedie-ningspaneel daarom altijd vrij en schoon en zet er geenhete pannen op.Bediening26

Brandgevaar!Houd toezicht op het apparaat als het in gebruik is!Houdt u er rekening mee dat de opwarmtijd bij inductie-kookplaten veel korter is dan bij gewone kookplaten.Kookplaat inschakelen^Druk op de sensortoets s.In de displays van alle kookzones verschijnt een 0.

Voert udaarna geen waarden in, dan wordt de kookplaat om veilig-heidsredenen na enkele seconden weer uitgeschakeld.Kookzone inschakelen^ Druk kort op de toets van de betreffende kookzone.De 0 in het display van die kookzone begint te knipperen.Vermogensstand instellenVermogensstanden af fabriek^ Druk op het betreffende cijfer op het bedieningspaneel.De gekozen vermogensstand knippert gedurende enkele se-conden en brandt daarna constant.Extra vermogensstanden(zie "Tabel vermogensstanden")^Druk tussen twee vermogensstanden als u eentussenstand wilt kiezen.De gekozen vermogensstand knippert gedurende enkele se-conden en brandt daarna constant. Bij de tussenstanden ver-schijnt een punt achter het getal.Bediening27

Vermogensstand wijzigen^Druk kort op de toets van de betreffende kookzone.De vermogensstand in het display van die kookzone begint teknipperen.^Kies de gewenste vermogensstand door op het betreffen-de cijfer op het bedieningspaneel te drukken.Als slechts één kookzone in gebruik is, kunt u de vermo-gensstand zonder activering wijzigen.Kookzone uitschakelen^Druk 2 keer op de toets van de betreffende kookzone.In het kookzonedisplay knippert gedurende enkele secondeneen 0. Is de kookzone nog heet, dan wordt kort daarna derestwarmte weergegeven.Kookplaat uitschakelen^ Druk op de sensortoets s.Nu zijn alle kookzones uitgeschakeld. In de displays van dekookzones die nog heet zijn, wordt de restwarmte weergege-ven.Restwarmte-indicatorDe streepjes van de restwarmte-indicatie verdwijnen één vooréén als de kookzone afkoelt.

Het laatste streepje verdwijnt alsde kookzone zover is afgekoeld dat u deze zonder gevaarkunt aanraken.Verbrandingsgevaar!Raak de kookzones niet aan als de restwarmte-indicatienog brandt.Bediening28

PowerFlex-kookvlakU kunt de PowerFlex-kookzones (rechts achter en rechtsvoor) tot een groot PowerFlex-kookvlak samenvoegen. De in-stellingen voor het kookvlak regelt u via de achterste kookzo-ne.Activeren^Druk op de sensortoets y.In het display van de achterste kookzone knippert de waarde0. In het display van de voorste kookzone brandt het symboolœ.^Kies de gewenste vermogensstand door op het betreffen-de cijfer op het bedieningspaneel te drukken.Deactiveren^ Druk op de sensortoets y.In het display van de achterste kookzone knippert de waarde0. Het display van de voorste kookzone dooft.^ U kunt de kookzones nu weer afzonderlijk gebruiken.TipAls u snel een grote hoeveelheid water wilt verhitten, kunt uhet beste het PowerFlex-kookvlak gebruiken. Het kookvlakheeft (met de TwinBooster op stand 2) het hoogste vermogenvan alle kookzones.De pan moet een diameter van minimaal 22 cm hebben.

AankookautomaatAls de aankookautomaat geactiveerd is, wordt de betreffendekookzone een bepaalde tijd op het hoogste vermogen inge-schakeld. Daarna wordt naar de ingestelde vermogensstand(doorkookstand) teruggeschakeld.

De aankooktijd hangt afvan de ingestelde doorkookstand (zie tabel).Activeren^Druk kort op de toets van de betreffende kookzone.Het display van de kookzone knippert.^Druk zo lang op het cijfer van de gewenste doorkookstandtotdat u een signaal hoort en in het kookzonedisplay hetcontrolelampje rechts naast de doorkookstand oplicht.Na afloop van de aankooktijd dooft het controlelampje rechtsnaast de doorkookstand.Als u het aantal vermogensstanden heeft vergroot (zie "Pro-grammering"), knipperen in het display afwisselend een A ende doorkookstand (gedurende de aankooktijd).Als u tijdens de aankooktijd de doorkookstand wijzigt, de-activeert u de aankookautomaat.Deactiveren^Druk kort op de toets van de betreffende kookzone.Het display van de kookzone knippert.^Druk zo lang op het bedieningspaneel op de ingesteldedoorkookstand totdat het controlelampje c.q.

BoosterDe kookzones hebben een booster of een TwinBooster, ziehet hoofdstuk "Algemeen".De booster vergroot het vermogen, waardoor u grote hoe-veelheden snel kunt verhitten. Bijvoorbeeld water voor het ko-ken van pasta (zie ook de tip in de rubriek"PowerFlex-kookvlak").

De booster is maximaal 15 minutenactief.U kunt de booster voor maximaal twee kookzones tegelijk ge-bruiken.Als u de booster inschakelt, terwijl–geen vermogensstand is ingesteld, wordt na afloop van deboostertijd of bij het eerder uitschakelen van de functie au-tomatisch teruggeschakeld naar vermogensstand 9.– wel een vermogensstand is ingesteld, wordt na afloop vande boostertijd of bij het eerder uitschakelen van de functieautomatisch teruggeschakeld naar de ingestelde vermo-gensstand.Als u tijdens de boostertijd de pan verwijdert, loopt de boos-tertijd door.Telkens twee kookzones zijn met elkaar verbonden, zodat hetvermogen voor de booster beschikbaar kan worden gesteld.Gedurende de boostertijd wordt aan de verbonden kookzoneeen deel van het vermogen onttrokken.

Booster inschakelen^Druk op de toets van de betreffende kookzone.^Kies zo nodig een vermogensstand.^Druk op de toets B I/II.Het controlelampje voor de booster licht op en in het displayvan de kookzone begint h te knipperen.Na enkele seconden brandt h constant en dooft het controle-lampje.TwinBooster inschakelenStand 1^ Druk op de toets van de betreffende kookzone.^ Kies zo nodig een vermogensstand.^ Druk op de toets B I/II.Het controlelampje voor de booster licht op en in het displayvan de kookzone knippert f. Na enkele seconden brandt fconstant en het controlelampje dooft.Stand 2^ Druk op de toets van de betreffende kookzone.^Kies zo nodig een vermogensstand.^Druk twee keer op de toets B I/II.Het controlelampje voor de booster licht op en in het displayvan de kookzone knippert h.

Na enkele seconden brandt hconstant en het controlelampje dooft.Booster / TwinBooster uitschakelen^Druk op de toets van de betreffende kookzone.^Druk zo vaak op de toets B I/II totdat het controlelampjevoor de booster dooft en in het display van de kookzone deingestelde vermogensstand verschijnt.of:^Druk op de toets van de betreffende kookzone.^Kies een andere vermogensstand.Bediening33

WarmhoudenAlle kookzones hebben een warmhoudstand "h". Deze standligt tussen de vermogensstanden "0" en "1".De warmhoudstand is niet bedoeld voor het opwarmenvan reeds afgekoelde gerechten. De warmhoudstand isvoor het warmhouden van gerechten meteen na de berei-ding.Als u de warmhoudstand instelt, blijft de kookzone maximaal2 uur ingeschakeld.Warmhoudstand instellen^Druk op de toets van de betreffende kookzone.^ Druk tussen de cijfers "0" en "1" op het bedieningspaneel.In het display van de kookzone verschijnt "h".Tips– Houd gerechten alleen in de pan warm. Dek de pan meteen deksel af.– U hoeft de gerechten tijdens het warmhouden niet te roe-ren.– De voedingswaarde van een gerecht neemt gedurende debereiding af. Tijdens het warmhouden neemt de voedings-waarde verder af. Houd de warmhoudtijd dan ook zo kortmogelijk.Bediening34

De kookplaat moet ingeschakeld zijn, als u de timer wilt ge-bruiken.U kunt de timer voor twee functies gebruiken:–voor het instellen van een kookwekkertijd.–voor het automatisch uitschakelen van een kookzone.U kunt een tijd van maximaal 99 minuten invoeren.KookwekkerInstellenU wilt bijvoorbeeld 15 minuten instellen:^ Schakel de kookplaat in als dat nog niet is gebeurd.^ Druk op de toets m.In het timerdisplay verschijnt 00, de rechter 0 knippert.Van de waarde "15" stelt u eerst de "1" in en dan de "5".^ Druk op het betreffende cijfer op het bedieningspaneel(in dit geval "1").In het timerdisplay knippert rechts 1.^ Druk op het betreffende cijfer op het bedieningspaneel (indit geval "5").Het timerdisplay wisselt.

Kookzone automatisch uitschakelenU kunt een tijd instellen waarna een kookzone automatischwordt uitgeschakeld.Alle kookzones kunnen tegelijk worden geprogrammeerd.Als de geprogrammeerde tijd langer is dan de maximaaltoegestane bedrijfsduur wordt de kookzone door deveiligheidsuitschakeling uitgeschakeld (zie de betreffenderubriek).^Stel voor de gewenste kookzone een vermogensstand in.^Druk zo vaak op de toets m totdat het controlelampje vandie kookzone gaat knipperen.Zijn meerdere kookzones ingeschakeld, dan knipperen debetreffende controlelampjes met de wijzers van de klok mee,beginnend bij links voor.^ Stel de gewenste tijd in.De ingestelde tijd loopt in minuten af.

De resttijd kunt u in hettimerdisplay aflezen en op elk moment wijzigen.Als u nog een kookzone automatisch wilt laten uitschakelen,voert u de beschreven handelingen nog eens uit.Als u meerdere uitschakeltijden heeft geprogrammeerd,wordt de kortste resttijd weergegeven. Het betreffende con-trolelampje knippert. De andere controlelampjes brandencontinu. Als u die resttijden wilt laten weergeven, druk dan zovaak op de toets m totdat het gewenste controlelampje gaatknipperen.Timer36

Timerfuncties tegelijk gebruikenU kunt de functies "kookwekker" en "automatisch uitschake-len" tegelijk gebruiken.U heeft een of meer uitschakeltijden geprogrammeerd en wiltook een kookwekkertijd instellen:Druk zo vaak op de toets m totdat de controlelampjes van degeprogrammeerde kookzones continu branden en in hettimerdisplay 00 verschijnt.U heeft de kookwekker ingesteld en wilt ook een of meeruitschakeltijden programmeren:Druk zo vaak op de toets m totdat het controlelampje van degewenste kookzone gaat knipperen.Kort na de laatste invoer schakelt het timerdisplay over naarde kortste resttijd.Wilt u de resttijden laten weergeven die op de achtergrondaflopen, druk dan zo vaak op de toets m totdat- het controlelampje van de gewenste kookzone knippert(automatisch uitschakelen).- alleen het timerdisplay knippert (kookwekker).Uitgaande van de kortste resttijd worden met de wijzers vande klok mee alle ingeschakelde kookzones en de kookwekkergeselecteerd.Timer37

Vergrendeling instellingen / apparaatOm te voorkomen dat de kookplaat of kookzones per ongelukworden ingeschakeld of instellingen worden gewijzigd, is ditapparaat voorzien van een vergrendeling.De vergrendeling van de instellingen activeert u als dekookplaat in gebruik is. Als de vergrendeling actief is, kan hetapparaat alleen nog beperkt worden bediend:–De vermogensstanden van de kookzones en de instel-lingen van de timer kunnen niet worden gewijzigd.–De kookzones, de kookplaat en de timer kunnen wel wor-den uitgeschakeld, maar daarna niet weer worden inge-schakeld.De vergrendeling van het apparaat activeert u als de kook-plaat uitgeschakeld is. Als de vergrendeling actief is, kan hetapparaat niet worden ingeschakeld en kan de timer niet wor-den bediend.Het apparaat is zo geprogrammeerd dat u deze vergrende-ling handmatig moet activeren.

U kunt de instelling zo wij-zigen dat de vergrendeling van het apparaat 5 minuten nahet uitschakelen van de kookplaat automatisch plaatsvindt,wanneer het apparaat niet handmatig wordt vergrendeld (zieook "Programmering").Als bij ingeschakelde vergrendeling een toets wordt aange-raakt die niet mag worden bediend, verschijnen het controle-lampje en in het timerdisplay gedurende enkele seconden deletters LC.Standaard is een 3-vinger-bediening ingesteld. U kunt dezeinstelling wijzigen in een 1-vinger-bediening (zie "Programme-ring").Beide vergrendelingen zijn na een stroomonderbrekinguitgeschakeld.Beveiligingen38

Activeren3-vinger-bediening (standaardinstelling)^Druk tegelijk op de sensortoets $ en de keuzetoetsen vande beide rechter kookzones. Houd de toetsen ingedrukt,totdat het controlelampje van de vergrendeling en de let-ters LC in het timerdisplay verschijnen.Na korte tijd gaat het controlelampje uit en verdwijnen de let-ters LC.1-vinger-bediening^Druk zo lang op de sensortoets $, totdat het controlelamp-je van de vergrendeling en de letters LC in het timerdisplayverschijnen.Na korte tijd gaat het controlelampje uit en verdwijnen de let-ters LC.Deactiveren3-vinger-bediening (standaardinstelling)^ Druk tegelijk op de sensortoets $ en de keuzetoetsen vande beide rechter kookzones.

Houd de toetsen ingedrukt,totdat het controlelampje van de vergrendeling en de let-ters LC uit het timerdisplay verdwijnen.1-vinger-bediening^Druk zo lang op de sensortoets $, totdat het controlelamp-je van de vergrendeling en de letters LC uit het timerdisplayverdwijnen.Beveiligingen39

Stop & GoUw apparaat heeft een functie waarmee u het vermogen vanalle ingeschakelde kookzones tot 1 kunt verlagen. De vermo-gensstanden en de instelling van de timer kunnen dan nietmeer worden gewijzigd. De kookplaat kan alleen worden uit-geschakeld.Als u de functie weer uitzet, worden de laatst ingestelde ver-mogensstanden weer ingeschakeld.Als u de functie niet uitzet, wordt de kookplaat na 1 uur auto-matisch uitgeschakeld.Als u "Stop & Go" activeert- wordt het aflopen van een ingesteldetijd voor automatische uitschakeling onderbroken.Als u Stop & Go uitzet, loopt de tijd weer door.- loopt de kookwekker zonder onderbreking door.Activeren^ Druk op de toets .Het vermogen van de ingeschakelde kookzones wordt tot 1verlaagd.Deactiveren^Druk op de toets .De kookzones werken weer met de laatst ingestelde vermo-gensstand.Beveiligingen40

VeiligheidsuitschakelingAls een kookzone te lang aanstaatIs een kookzone langdurig ingeschakeld geweest (zie tabel),zonder dat de vermogensstand is gewijzigd, dan wordt dekookzone automatisch uitgeschakeld. In het display ver-schijnt de restwarmte-indicator.Als u een kookzone weer wilt inschakelen, doet u dat zoalsgebruikelijk.Vermogensstand* Maximale bedrijfsduur in urenh21/1. 102/2. 53/3. 54/4. 45/5. 36/6. 27/7. 28/8. 291* De vermogensstanden met punt zijn alleen beschikbaarals u het aantal vermogensstanden heeft vergroot (zie "Pro-grammering").Als er iets op het bedieningspaneel ligtDe kookplaat wordt automatisch uitgeschakeld als één ofmeer sensortoetsen langer dan 10 seconden bedekt zijn, bij-voorbeeld als u uw hand erop legt, een gerecht overkookt ofals er voorwerpen op liggen.In het timerdisplay knippert een F.^Reinig het bedieningspaneel c.q. verwijder de voorwerpen.De F dooft.

Voordat deinductiespoelen of de koellichamen oververhit raken, zorgt deoververhittingsbeveiliging voor een van de volgende reacties:Inductiespoel–Een ingeschakelde booster wordt uitgeschakeld.–De ingestelde vermogensstand wordt verlaagd.–De kookzone wordt automatisch uitgeschakeld.In het timerdisplay knipperen afwisselend "FE"en"44".U kunt de kookzone gewoon weer in gebruik nemen als defoutmelding is verdwenen.Koellichaam– Een ingeschakelde booster wordt uitgeschakeld.– De ingestelde vermogensstand wordt verlaagd.– De kookzones worden automatisch uitgeschakeld.Pas als het koellichaam voldoende is afgekoeld, kunt u debetreffende kookzones weer in gebruik nemen.De oververhittingsbeveiliging reageert als–leeg kookgerei wordt verhit.–vet of olie op een hoge vermogensstand wordt verhit.–de onderkant van het apparaat niet voldoende wordt ge-ventileerd.–een hete kookzone na een stroomstoring weer wordt inge-schakeld.Reageert de oververhittingsbeveiliging opnieuw nadat deoorzaak is weggenomen, neem dan contact op met Miele.Beveiligingen42

Verwondingsgevaar!De stoom van een stoomreiniger kan in aanraking komenmet delen die onder spanning staan en zo kortsluiting ver-oorzaken.Gebruik voor de reiniging nooit een stoomreiniger.Reinig het apparaat na elk gebruik. Laat het eerst afkoelen.Wrijf het apparaat na elke reiniging droog.

U voorkomt zokalkafzettingen.Om beschadigingen aan de oppervlakken te voorkomen,mogen de volgende middelen niet worden gebruikt:–afwasmiddelen.– soda-, alkali-, ammoniak-, zuur- of chloridehoudende reini-gingsmiddelen.– kalkoplossende reinigingsmiddelen.– vlekken- en roestverwijderaars.– schurende reinigingsmiddelen, zoals schuurpoeder, vloei-baar schuurmiddel en reinigingssteen.– oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen.–reinigingsmiddelen voor afwasautomaten.–grill- en ovensprays.–glasreinigers.–schurende harde borstels en sponsjes (zoals pannen-sponsjes) en gebruikte sponsjes die nog resten schuur-middel bevatten.–vlekkensponsjes.–puntige voorwerpen(zodat de dichtingen tussen de keramische plaat en de lijstdan wel tussen lijst en werkblad niet beschadigd raken).Reiniging en onderhoud43

Gebruik voor het reinigen geen afwasmiddel. Met afwas-middel worden niet alle verontreinigingen verwijderd. Erontstaat dan een onzichtbaar laagje dat tot verkleuring vande keramische plaat leidt. Die verkleuring kan niet meerworden verwijderd.Reinig de kookplaat regelmatig met een speciaal reini-gingsmiddel voor keramische platen.Verwijder alle grove verontreinigingen met een vochtigedoek. Vastgekoekte verontreinigingen verwijdert u met eenglasschraper.Reinig de kookplaat vervolgens met het Miele-reinigings-middel voor keramische platen en roestvrij staal (zie ook "Bijte bestellen accessoires") of met een ander geschikt reini-gingsmiddel voor keramische platen. Gebruik hierbij keuken-papier of een schone doek. Gebruik het reinigingsmiddel nietop een hete kookplaat, omdat daardoor vlekken kunnen ont-staan.

Houdt u zich aan de aanwijzingen van de fabrikant vanhet reinigingsmiddel.Wis de kookplaat ten slotte met een vochtige doek af en wrijfde plaat weer droog. Verwijder alle reinigingsmiddelresten.De resten kunnen anders inbranden en de keramische plaataantasten.Vlekken van kalkresten, water en aluminium kunt u met hetreinigingsmiddel voor keramische platen en roestvrij staalverwijderen.Verbrandingsgevaar!Trek ovenhandschoenen aan voordat u resten van suiker,kunststof of aluminiumfolie met een glasschraper van dehete kookplaat verwijdert.Komt suiker, suikerhoudend voedsel, kunststof of alumi-niumfolie op een hete kookzone terecht, vermeng de suiker-houdende stoffen dan onmiddellijk met water. Schakel ver-volgens de kookzone uit en verwijder de resten met eenschraper, zolang de plaat nog heet is.Reinig de plaat verder als deze is afgekoeld.

U kunt de programmering van uw apparaat wijzigen (zie ta-bel). U kunt meerdere instellingen na elkaar wijzigen.Na het oproepen van de programmering verschijnen in hettimerdisplay P (programma) en S (status). Bij kookplaten met3 kookzones verschijnt links achter ook een weergave.In de kookzonedisplays links voor en links achter wordt hetprogramma weergegeven. Bijvoorbeeld:programma 03 = links voor 0 en links achter 3programma 14 = links voor 1 en links achter 4In het kookzonedisplay rechts voor verschijnt de status.Na het verlaten van de programmering wordt automatischeen reset uitgevoerd. De reset is afgesloten als boven detoets s kort een controlelampje oplicht.Schakel de kookplaat pas in als de reset is afgesloten.Programmering oproepen^ Druk terwijl de kookplaat uitgeschakeld is tegelijk op detoetsen s en $.

Druk zo lang totdat het controlelampjevoor de vergrendeling gaat knipperen.Programma instellen^ Om het rechter cijfer in te stellen, moet u eerst op de toetsvan de kookzone links achter drukken en dan op het be-treffende cijfer op het bedieningspaneel.^Om het linker cijfer in te stellen, moet u eerst op de toetsvan de kookzone links voor drukken en dan op het betref-fende cijfer op het bedieningspaneel.Status instellen^Druk op de toets van de kookzone rechts voor en dan ophet betreffende cijfer op het bedieningspaneel.Programmering45

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele KM 6308 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden