Miele KM 3034 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele KM 3034 (60 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 34 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Miele KM 3034 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | KM 3034 |
| Apparaatplaatsing: | Ingebouwd |
| Soort bediening: | Draaiknop |
| Kleur van het product: | Zwart |
| Breedte: | - mm |
| Diepte: | - mm |
| Hoogte: | - mm |
| Soort materiaal (bovenkant): | Glaskeramiek |
| Vermogen brander/kookzone 2: | 2600 W |
| Vermogen brander/kookzone 3: | 4200 W |
| Vermogen brander/kookzone 1: | 1000 W |
| Aantal branders/kookzones: | 5 zone(s) |
| Type kookplaat: | Gaskookplaat |
| Electronische ontsteking: | Ja |
| Type brander/kookzone 1: | Sudderen |
| Type brander/kookzone 2: | Groot |
| Type brander/kookzone 3: | Extra groot |
| Makkelijk schoon te maken: | Ja |
| Aantal gaspitten: | 5 zone(s) |
| Aantal elektronische kook zones: | 0 zone(s) |
| Normale brander/kookzone: | - W |
| Auto-off timer koks voedsel veilig: | Ja |
| Type brander/kookzone 4: | Regulier |
| Vermogen brander/kookzone 4: | 1750 W |
| Voedingsbron brander/kookzone 1: | Gas |
| Voedingsbron brander/kookzone 2: | Gas |
| Voedingsbron brander/kookzone 3: | Gas |
| Voedingsbron brander/kookzone 4: | Gas |
| Wokbrander: | Ja |
| Wokbrander positie: | Midden |
| Positie brander/kookzone 1: | Links achter |
| Positie brander/kookzone 2: | Links voor |
| Positie brander/kookzone 3: | Centraal |
| Positie brander/kookzone 4: | Rechts achter |
| Kookzone 1 vorm: | Rond |
| Kookzone 2 vorm: | Rond |
| Kookzone 3 vorm: | Rond |
| Kookzone 4 vorm: | Rond |
| Voedingsbron brander/kookzone 5: | Gas |
| Type brander/kookzone 5: | Regulier |
| Positie brander/kookzone 5: | Rechts voor |
| Vermogen brander/kookzone 5: | 1750 W |
| Kookzone 5 vorm: | Rond |
Handleiding Miele KM 3034 – volledige tekst
M Het apparaat is ook toegelaten voor gebruik in andere landen dan de landendie op het apparaat vermeld staan. De specifieke uitvoering en de aansluitwijzezijn van groot belang voor het goed en veilig functioneren. Neem daaromcontact op met de service-organisatie van de fabrikant in uw land als u het ap-paraat in een land wilt gebruiken dat niet op het apparaat vermeld staat. D Das Gerät ist auch für den Gebrauch in anderen als auf dem Gerätangegebenen Bestimmungsländer zugelassen. Die landesspezifischeAusführung und die Anschlussart des Gerätes haben wesentlichen Einfluss aufden einwandfreien und sicheren Betrieb. Für den Betrieb in einem anderen alsauf dem Gerät angegebenen Bestimmungsland wenden Sie sich bitte an denfür das Land zuständigen Kundendienst. E El aparato está autorizado para el uso en países diferentes a los países dedestino indicados.
Bijgeleverde accessoiresU kunt de bijgeleverde accessoires (en andere accessoires)desgewenst ook nabestellen (zie "Bij te bestellen accessoi-res").WokringMet de bijgeleverde wokring staat het kookgerei extra stevigop de brander. Dit geldt met name voor woks met een rondebodem.Combi-ring(voor klein kookgerei)Gebruik de bijgeleverde combi-ring als u kleinere pannen wiltgebruiken dan aangegeven in de tabel van het hoofdstuk "Dejuiste pannen".Algemeen7
Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheids-voorschriften. Onjuist gebruik echter kan persoonlijkletsel of beschadiging van het apparaat tot gevolghebben.Lees daarom de gebruiks- en montagehandleidingaandachtig door, voordat u het apparaat in gebruikneemt. In de handleiding vindt u belangrijke instruc-ties met betrekking tot inbouw, veiligheid, gebruik enonderhoud.Bewaar de gebruiks- en montagehandleiding en geefdeze door aan een eventuele volgende eigenaar!Verantwoord gebruik~Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor particulierhuishoudelijk gebruik (of daarmee vergelijkbaar).~Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor het berei-den en warmhouden van voedingsmiddelen.Gebruik voor andere doeleinden is niet toegestaan enkan gevaarlijk zijn.
Miele kan niet aansprakelijk wordengesteld voor schade die wordt veroorzaakt door ge-bruik voor andere doeleinden dan hier aangegeven ofdoor foutieve bediening.~Het apparaat mag niet buiten worden gebruikt.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10
~Dit apparaat mag alleen worden gebruikt door per-sonen die in staat zijn het apparaat veilig te bedienenen die volledig op de hoogte zijn van de inhoud van degebruiksaanwijzing!Kinderen~Maak gebruik van de vergrendeling, zodat kinderenhet apparaat niet onbedoeld kunnen inschakelen.~Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.~Houd kinderen onder 8 jaar op een afstand, tenzij uvoortdurend toezicht houdt.~Kinderen vanaf 8 jaar mogen het apparaat alleenzonder toezicht gebruiken als ze weten hoe ze het ap-paraat veilig moeten bedienen. De kinderen moetenzich bewust zijn van de gevaren van een foutieve be-diening.~Het apparaat wordt tijdens het gebruik heet en blijftdat ook nog enige tijd nadat het is uitgeschakeld.
Houdkinderen op een afstand, totdat het apparaat voldoen-de is afgekoeld en er geen verbrandingsgevaar meerbestaat.~Bewaar geen voorwerpen die voor kinderen interes-sant zijn in kastjes boven of achter het apparaat. Dekinderen klimmen anders misschien op het apparaaten kunnen zich er dan aan branden.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11
~Kinderen kunnen ook verbrandingen oplopen als zijpannen van het apparaat trekken. Draai de grependaarom zo dat ze zich boven het werkblad bevinden.Bij de vakhandelaar is een speciaal rek verkrijgbaardat ervoor zorgt dat kinderen niet meer bij het apparaatkunnen komen.~Verpakkingsmateriaal (zoals folies en piepschuim)kan gevaarlijk zijn voor kinderen. Verstikkingsgevaar!Bewaar het verpakkingsmateriaal dan ook buiten hetbereik van kinderen en zorg dat het zo snel mogelijkwordt afgevoerd.Technische veiligheid~Controleer het apparaat voor de inbouw op zichtbareschade. Neem een beschadigd apparaat nooit in ge-bruik. Een beschadigd apparaat kan uw veiligheid ingevaar brengen.~De elektrische veiligheid van het apparaat is uitslui-tend gegarandeerd, als het wordt aangesloten op eenaardingssysteem dat volgens de geldende veiligheids-bepalingen is geïnstalleerd.
Het is zeer belangrijk datwordt nagegaan of aan deze fundamentele veiligheids-voorwaarde is voldaan. Laat bij twijfel de huisinstallatiedoor een vakman inspecteren. Miele kan niet aanspra-kelijk worden gesteld voor schade die wordt veroor-zaakt door een ontbrekende of beschadigde aard-draad (bijvoorbeeld een elektrische schok).Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12
~Voordat u het apparaat aansluit, dient u de aansluit-gegevens (spanning en frequentie) op het typeplaatjete vergelijken met de waarden van het elektriciteitsnet.Deze gegevens moeten beslist overeenkomen om be-schadiging van het apparaat te voorkomen. Raadpleegbij twijfel een elektricien.~Gebruik het apparaat alleen als het is ingebouwd,zodat de veiligheid gewaarborgd is.~Alleen een erkend vakman mag het apparaat plaat-sen en aansluiten op het gas- en elektriciteitsnet. Eenvakman kent de landelijke voorschriften en de voor-schriften van het energiebedrijf en houdt zich daarstrikt aan.
Wanneer er bij het inbouwen en aansluitenvan het apparaat fouten worden gemaakt, kan Mieleniet aansprakelijk worden gesteld voor schade diedaar eventueel het gevolg van is.~Open in geen geval de ommanteling van het appa-raat.Wanneer onderdelen worden aangeraakt die onderspanning staan of wanneer elektrische of mechanischeonderdelen worden veranderd, levert dit gevaar opvoor de gebruiker. Het kan er tevens toe leiden dat hetapparaat niet meer goed functioneert.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen13
~Laat installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaam-heden uitsluitend door vakmensen uitvoeren die doorMiele zijn geautoriseerd. Ondeskundig uitgevoerdewerkzaamheden leveren grote risico's op voor de ge-bruiker. Miele kan hiervoor niet aansprakelijk wordengesteld.~Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaam-heden moet de gastoevoer worden afgesloten en moethet apparaat spanningsvrij worden gemaakt. Het appa-raat is alleen dan spanningsvrij als aan één van de vol-gende voorwaarden is voldaan:– als de hoofdschakelaar van de huisinstallatie is uit-geschakeld.– als de zekering van de huisinstallatie er geheel is uit-gedraaid.– als de stekker uit het stopcontact is getrokken.
Trekdaarbij aan de stekker en niet aan de aansluitkabel.~Als dit apparaat binnen de garantieperiode defectraakt, mag het alleen door Miele worden gerepareerd,anders vervalt de garantie.~Defecte onderdelen mogen alleen door origineleMiele-onderdelen worden vervangen. Alleen van dieonderdelen kan Miele garanderen dat zij aan de veilig-heidseisen voldoen.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen14
~De kookplaat mag niet worden gebruikt met een ex-terne schakelklok of een systeem dat op afstand werkt.~Als de aansluitkabel beschadigd is, moet deze dooreen speciale kabel van het type H 05 VV-F(PVC-isolatie) worden vervangen. Een dergelijke kabelis verkrijgbaar bij Miele.~Het apparaat mag niet via een stekkerdoos of ver-lengsnoer op het elektriciteitsnet worden aangesloten.Hiermee kan een veilig gebruik van het apparaat nietworden gewaarborgd. Er kan bijvoorbeeld oververhit-ting ontstaan.~Neem het apparaat bij een defect niet in gebruik c.q.schakel het meteen uit. Maak het apparaat spannings-vrij en sluit de gastoevoer af. Neem contact op metMiele.~Neem de kookplaat niet in gebruik bij een defect ofbij breuken, scheuren en barsten in de keramischeplaat c.q. schakel het apparaat meteen uit. Maak dekookplaat spanningsvrij.
Veilig gebruik~Wanneer u het apparaat gebruikt, wordt het zeerheet. Ook na het uitschakelen blijft het dat nog enigetijd. De restwarmte-indicator geeft aan of het apparaatnog heet is.~Zorg dat op een ontstoken brander altijd een panstaat. Een erboven geplaatste afzuigkap kan andersbeschadigd raken of vlam vatten.~Houd tijdens het gebruik toezicht op het apparaat.Oververhit vet en oververhitte olie kunnen vlam vattenen brand veroorzaken.~Mocht het vet of de olie vlam vatten, gebruik dannooit water voor het blussen! Doof de vlammen meteen geschikte deksel, een vochtige doek of iets derge-lijks.~Gebruik dit apparaat niet om er een ruimte mee teverwarmen. Door de hoge temperaturen kunnen lichtontvlambare voorwerpen in de buurt van het apparaatvlam vatten. Bovendien wordt hierdoor de levensduurvan het apparaat verkort.~Flambeer nooit onder een afzuigkap.
~Trek altijd ovenwanten aan of gebruik pannenlappenals u met het hete apparaat werkt. Zorg dat deze niet tedicht bij de vlammen komen. Gebruik dan ook geen alte grote pannenlappen, theedoeken of iets dergelijks.De pannenlappen en dergelijke mogen niet nat ofvochtig zijn, omdat ze de warmte dan beter geleiden.U kunt zich branden!~Laat geen voorwerpen op de keramische plaat val-len. Zelfs een licht voorwerp, zoals een zoutvaatje, kanscheuren of barsten veroorzaken als het verkeerd te-rechtkomt.~Gebruik het apparaat niet als werkblad. Als het ap-paraat per ongeluk wordt ingeschakeld of als het nogheet is, kunnen voorwerpen - afhankelijk van het mate-riaal - heet worden, smelten of vlam vatten.~Dek het apparaat nooit af met een afdekplaat, eendoek, folie of iets dergelijks.
Als het apparaat per onge-luk wordt ingeschakeld of nog heet is, kan het betref-fende materiaal vlam vatten, barsten of smelten.~Gebruik geen serviesgoed van kunststof of alumini-umfolie, want dat smelt bij hoge temperaturen. Brand-gevaar!Veiligheidsinstructies en waarschuwingen17
~Verwarm geen dichte blikken en dergelijke op dekookplaat. Er ontstaat anders overdruk waardoor deblikken uiteenspatten. U kunt zich dan branden en let-sel oplopen.~Zorg dat alle branderdelen op de juiste wijze zijn ge-monteerd, voordat u een brander ontsteekt.~Gebruik op gaskookplaten alleen pannen waarvande bodemdiameter niet groter of kleiner is dan in degebruiksaanwijzing staat aangegeven (zie ook "Dejuiste pannen"). Als de diameter te klein is, staat de panniet stevig genoeg. Is de diameter te groot, dan wor-den de hete verbrandingsgassen te ver naar de zijkantgevoerd en kunnen het werkblad, een niet hittebesten-dige wand of onderdelen van de kookplaat bescha-digd raken.
Voor schade die op deze wijze is ontstaan,kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld.~Zorg dat de vlammen van de brander niet onder depan vandaan komen.~Gebruik geen pannen met een te dunne bodem.Verhit pannen nooit leeg, tenzij de fabrikant van hetkookgerei een dergelijk gebruik uitdrukkelijk toestaat.De kookplaat kan anders beschadigd raken!~Plaats altijd de bijgeleverde pannendragers. Hetkookgerei mag niet rechtstreeks op een brander wor-den gezet.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen18
~Bewaar geen licht ontvlambare voorwerpen in debuurt van de kookplaat.~Verwijder vetspatten en andere brandbare verontrei-nigingen zo spoedig mogelijk van de kookplaat, andersbestaat er brandgevaar.~Plaats pannendragers van boven op de kookplaat,zodat er geen krassen kunnen ontstaan.~Bij gebruik van een gaskookplaat ontstaan warmte,vocht en verbrandingsgassen. Zorg daarom voor vol-doende ventilatie in de ruimte waar het apparaat zichbevindt.
Open een buitenraam of zorg voor mechani-sche afzuiging (bijvoorbeeld via een afzuigkap).~Als u het apparaat lang en intensief gebruikt, is hetaan te raden de ruimte extra te ventileren, bijvoorbeelddoor een buitenraam te openen of door de afzuigkapop een hoge stand in te schakelen.~Als u de kookplaat gebruikt, moet u altijd een afzuig-kap (voor luchtafvoer) of een centraal afzuigsysteeminschakelen.~Als u een elektrisch apparaat (bijvoorbeeld eenmixer) in de buurt van het apparaat gebruikt, mag deaansluitkabel niet in aanraking komen met het hete ap-paraat. De isolatie van de kabel kan beschadigd raken,waardoor u een elektrische schok kunt krijgen.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen19
~Als zich onder het apparaat een schuiflade bevindt,zonder tussenbodem, mogen daarin geen licht ont-vlambare stoffen of brandbare voorwerpen (zoalsspuitbussen) worden bewaard. Een eventuele bestek-bak moet van hittebestendig materiaal zijn.~Zorg ervoor dat gerechten altijd voldoende wordenverhit.
Eventuele bacteriën in het eten worden alleengedood, wanneer de temperatuur hoog genoeg is(> 70 °C) en lang genoeg wordt aangehouden(> 10 min.).~Gebruik geen braadpannen, pannen of grillstenendie zo groot zijn dat zij meerdere branders bedekken.Door warmteophoping kan het apparaat beschadigdraken.~Als het apparaat achter een meubeldeur is inge-bouwd, mag u het apparaat alleen gebruiken als dedeur geopend is.Sluit de meubeldeur pas als het apparaat uitgescha-keld is en de restwarmte-indicatoren gedoofd zijn.~Als het apparaat gedurende een ongebruikelijklange tijd niet is gebruikt, is het aan te bevelen het ap-paraat grondig te reinigen voordat u het weer in ge-bruik neemt. Laat de correcte werking van het appa-raat zo nodig door een vakman controleren.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen20
Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpak-kingsmateriaal is uitgekozen met hetoog op een zo gering mogelijke belas-ting van het milieu en de mogelijkhedenvoor recycling.Hergebruik van het verpakkingsmateri-aal remt de afvalproductie en het ge-bruik van grondstoffen. Vaak neemt deleverancier de verpakking terug. Als ude verpakking zelf wegdoet, informeerdan bij de reinigingsdienst van uw ge-meente waar u die kunt afgeven.Het afdanken van het apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten meestal nog waarde-volle materialen. Ze bevatten echterook schadelijke stoffen die nodig zijngeweest om de apparaten goed en vei-lig te laten functioneren.
Wanneer u uwoude apparaat bij het gewone afvaldoet of er op een andere manier nietgoed mee omgaat, kunnen deze stoffenschadelijk zijn voor de gezondheid enhet milieu.Verwijder uw oude apparaat dan ooknooit samen met het gewone afval,maar lever het in bij een gemeentelijkinzameldepot voor elektrische en elek-tronische apparatuur. Vraag uw hande-laar indien nodig om inlichtingen.Het afgedankte apparaat moet tot dietijd buiten het bereik van kinderen wor-den opgeslagen.Een bijdrage aan de bescherming van het milieu22
Bij het apparaat wordt een tweede typeplaatje geleverd. Plakdit typeplaatje op de aangegeven plaats achter in uw ge-bruiksaanwijzing.Eerste reiniging^Verwijder eventueel aanwezige beschermfolies.^Reinig de afneembare delen van de brander(s) met eensponsdoekje, afwasmiddel en warm water. Droog de delendaarna weer af en zet de brander(s) vervolgens weer in el-kaar (zie het hoofdstuk "Reiniging en onderhoud").^Reinig het apparaat voor het eerste gebruik met een voch-tige doek en wrijf het apparaat daarna weer droog.De metalen delen van het apparaat zijn voorzien van eenspeciaal beschermlaagje. Hierdoor kunnen bij het eerste ge-bruik geurtjes ontstaan.Als er geurtjes en damp vrijkomen, betekent dat niet dat hetapparaat verkeerd is aangesloten of defect is. De geurtjes ende damp zijn niet schadelijk voor de gezondheid.Vóór het eerste gebruik23
Hetsysteem heeft de volgende kenmerken:–U ontsteekt de brander zonder dat u de knop moet indruk-ken én vasthouden.–De brander wordt automatisch opnieuw ontstoken.Mocht de vlam doven (bijvoorbeeld door tocht), dan wordtde brander automatisch weer ontstoken.Als dit niet lukt, wordt de gastoevoer automatisch afgeslo-ten (zie "Vlambeveiliging").BedieningsknoppenMet de bedieningsknop ontsteekt u het gas en stelt u de ge-wenste stand in.Sudder- / normaal- / sterkbranderß de gastoevoer is afgesloten& grootste vlam/ kleinste vlamWokbranderß de gastoevoer is afgesloten&/ grootste vlam:binnenste en buitenste branderbranden op de hoogste stand&& grote vlam:buitenste brander op laagste stand,binnenste brander op hoogste stand& kleine vlam:buitenste brander uit,binnenste brander op hoogste stand/ kleinste vlam:buitenste brander uit,binnenste brander op laagste standBediening24
InschakelenAls u de kookplaat gebruikt, moet u altijd een afzuigkap(voor luchtafvoer) of een centraal afzuigsysteem inschake-len.^Ontsteek het gas door de betreffende bedieningsknop in tedrukken en naar links op het grootste vlamsymbool tedraaien. De vonkontsteking "klikt" en ontsteekt het gas.Als u een knop bedient, wordt automatisch bij debrander(s) een vonk gegenereerd.
Dit is normaal en duidtniet op een defect.^Mocht de brander niet reageren, zet de knop dan op "ß".Ventileer de ruimte en wacht minstens 1 minuut voordat ude brander opnieuw ontsteekt.^ Mocht de brander ook na een tweede poging nietaangaan, zet de knop dan op "ß" en zie het hoofdstuk "Nut-tige tips".Het is mogelijk dat de vonkontsteking bij het inschakeleneven opnieuw reageert (1-2 klikken) als bij hetthermo-element kortstondig de vlam dooft of als hetthermo-element nog niet voldoende verhit is (bijvoorbeeld bijtocht).Bediening25
InstellenStel de brander zo in dat de vlammen niet onder de pan van-daan komen. Omdat de vlam aan de buitenkant heter is danin de kern moeten de punten van de vlam de panbodem ra-ken. De hitte wordt anders aan de lucht afgegeven. Boven-dien kunnen de pangrepen beschadigd raken en neemt dekans op verbrandingen toe.U kunt de branders traploos instellen op een stand tussen degrootste en de kleinste vlam.Uitschakelen^Draai de knop naar rechts op het symbool "ß".De gastoevoer wordt afgesloten en de vlam gaat uit.Draai de knop niet rechtsom voorbij de stand "ß".Bediening26
Comfort-uitschakelingAls u op de sensortoets "comfort-uitschakeling" f drukt, wor-den alle ingeschakelde kookzones uitgeschakeld.^Druk op de toets f.De controlelampjes "Aan" / restwarmte van de ingeschakeldekookzones beginnen te knipperen.Een ingestelde kookwekkertijd loopt door als de kookwekkerniet aan een kookzone is toegewezen.Is de kookwekkertijd wel aan een kookzone toegewezen, danwordt de tijd gewist.Het controlelampje van de comfort-uitschakeling blijftbranden totdat u alle actieve bedieningsknoppen op "ß" heeftgezet.Controlelampje "Aan" / restwarmteHet controlelampje "Aan" / restwarmte licht op, zodra u eenkookzone inschakelt en blijft branden zolang de kookzone ingebruik is. Als u de kookzone uitschakelt, gaat het lampjeeven uit en licht daarna weer op als er nog restwarmte aan-wezig is.Raak de kookplaat niet aan zolang de restwarmte-indicator brandt.
Leg of zet er ook geen hittegevoeligevoorwerpen op, anders bestaat het risico dat u zich brandtof dat voorwerpen vlam vatten!Het knipperen van de controlelampjes geeft een foutmeldingaan. Zie het hoofdstuk "Nuttige tips".Bediening27
U kunt een tijd instellen van 1 minuut (01)tot6(6^) uur. Bij tij-den boven 99 minuten (99) vindt de instelling plaats in stap-pen van een half uur. Een half uur wordt aangegeven met eenpunt achter het cijfer.Met de toets - verlaagt u de tijd van 6^ tot 00. Met de toets +verhoogt u de tijd van 00 tot 6^. Bij 2h en bij 99 volgt eenstop. Om door te gaan, haalt u kort uw vinger van de toets entipt u de toets daarna weer aan.Na afloop van de ingestelde tijd verschijnt gedurende enkeleseconden de waarde 00 in het display. Tegelijk hoort u en-kele seconden een akoestisch signaal.
Tip de toets m aan,als u het signaal voortijdig wilt uitzetten.De kookwekker kan aan een kookzone worden toegewezen.Kookwekkertijd instellen^ Druk op de toets m.In het display knipperen 00 en het controlelampje van dekookwekker.^ Druk zo lang op de toets - of + tot de gewenste tijd wordtweergegeven, bijvoorbeeld 15 minuten.De ingestelde tijd loopt in minuten af. De resttijd kunt u in hetdisplay aflezen.Kookwekkertijd wijzigen^Druk op de toets m.^Stel met de toets - of + de gewenste tijd in.Kookwekkertijd wissen^Druk op de toets m.^Druk tegelijk op de toetsen - en +.Kookwekker28
Kookwekkertijd aan een kookzone toewijzenU kunt voor elke actieve kookzone een kookwekkertijd instel-len.Alle kookzones kunnen tegelijk worden geprogrammeerd.^Schakel de gewenste kookzone in.^Druk op de toets m.In het display knipperen 00 en het controlelampje van dekookwekker.^Druk opnieuw op de toets m.In het display dooft het controlelampje van de kookwekker eneen controlelampje voor de kookzonetoewijzing knippert.^ Zijn meerdere kookzones ingeschakeld, druk dan zo vaakop de toets m tot het controlelampje van de gewenstekookzone knippert (bijvoorbeeld rechts achter).De controlelampjes van de ingeschakelde kookzones ver-schijnen tegen de wijzers van de klok in, beginnend bij rechtsvoor.^ Druk zo lang op de toets - of + tot de gewenste tijd wordtweergegeven, bijvoorbeeld 15 minuten.De ingestelde tijd loopt in minuten af.
De resttijd kunt u in hetdisplay aflezen.Als u voor nog een kookzone een kookwekkertijd wilt instel-len, gaat u net zo te werk als in het voorgaande is beschre-ven.Als u meerdere kookwekkertijden heeft geprogrammeerd,wordt de kortste resttijd weergegeven. Het betreffende con-trolelampje knippert. De andere controlelampjes brandencontinu. Als u die resttijden wilt laten weergeven, druk dan zovaak op de toets m totdat het gewenste controlelampje gaatknipperen.Kookwekker29
Brander Minimale diameter panbodem (in cm)SudderbranderNormaalbranderSterkbranderWokbrander10121414Maximale diameter bovenkant pan (in cm)SudderbranderNormaalbranderSterkbranderWokbrander20222426–Gebruik alleen pannen waarvan de diameter niet groter ofkleiner is dan in de tabel staat aangegeven. Als de bodem-diameter te klein is, staat de pan niet stevig genoeg. Is debovendiameter te groot, dan worden de hete verbran-dingsgassen te ver naar de zijkant gevoerd en kunnen hetwerkblad, een niet hittebestendige wand of onderdelenvan de kookplaat beschadigd raken. Voor schade die opdeze wijze is ontstaan, kan de fabrikant niet aansprakelijkworden gesteld.– Houdt u er rekening mee dat pannenfabrikanten vaak dediameter aan de bovenkant vermelden. Van belang is ech-ter alleen de bodemdiameter.– Voor gas zijn geen speciale pannen nodig.
Het materiaalmoet alleen hittebestendig zijn.–Gebruik bij voorkeur pannen met een dikke bodem, omdatde warmteverdeling dan beter is. Bij pannen met een dun-ne bodem bestaat het gevaar dat de gerechten plaatselijkoververhit raken. Roer de gerechten dan ook regelmatigom.–Gebruik een pan die qua diameter bij de brander past. Al-gemene regel: grote diameter = grote brander, kleine dia-meter = kleine brander.–Plaats een pan altijd op een pannendrager. Het kookgereimag niet rechtstreeks op de brander worden gezet.–Plaats pannen altijd zo op de pannendrager dat deze nietkunnen kantelen. Minimale bewegingen kunnen echternooit helemaal worden uitgesloten.–Gebruik geen pannen of schalen met een rand langs debodem.De juiste pannen30
Combi-ringGebruik altijd de combi-ring als u een kleinere pan wilt ge-bruiken (minimale bodemdiameter) dan in de tabel is aange-geven. De pan staat dan stevig en kan niet omvallen.WokringGebruik de wokring zodat het kookgerei extra stevig staat. Ditgeldt met name voor woks met een ronde bodem.De wokring moet correct worden geplaatst, zodat de ring sta-biel ligt en niet kan verschuiven.Een wok is een bijzondere pan met een kleine bodemdiame-ter en een grote bovendiameter (meestal 35 - 40 cm). Dewokbrander is ideaal voor dergelijke pannen.De juiste pannen31
–Kook bij voorkeur met een deksel op de pan. Op die ma-nier voorkomt u dat er onnodig warmte ontsnapt.–Gebruik zo weinig mogelijk water.–Met een snelkookpan kunt u de bereidingstijd aanzienlijkverkorten.–Schakel na het aankoken of aanbraden op tijd terug naareen lagere stand.–Gebruik liever brede, lage pannen dan smalle, hoge pan-nen. De inhoud wordt dan sneller verhit.Tips om energie te besparen32
VlambeveiligingUw gaskookplaat is voorzien van een thermo-elektrischevlambeveiliging. Dit houdt in dat de gastoevoer wordt afge-sloten als de vlam dooft (bijvoorbeeld omdat een gerechtoverkookt of omdat de vlam uitwaait) en een herstart niet lukt.Zo wordt voorkomen dat gas vrijkomt.^Om de brander weer in gebruik te nemen, draait u de be-dieningsknop naar rechts op "ß". Schakel de brander ver-volgens op de normale manier weer in.VeiligheidsuitschakelingAls een kookzone gedurende een ongebruikelijk lange tijd(ca. 6 uur) aan was, wordt de kookzone automatisch uitge-schakeld.^ Om de kookzone weer in gebruik te nemen, draait u de be-dieningsknop naar rechts op "ß". Schakel de kookzone ver-volgens op de normale manier weer in.Vergrendeling apparaatDe vergrendeling van het apparaat activeert u als de kook-plaat uitgeschakeld is.
Als de vergrendeling actief is, kan hetapparaat niet worden ingeschakeld en kan de kookwekkerniet worden bediend.Als de vergrendeling actief is, verschijnen het controlelampjeen in het display van de kookwekker LC, als u een toets ofknop bedient.Bij een stroomstoring wordt de vergrendeling uitgescha-keld.Activeren^Druk tegelijk op de toetsen - en +, totdat in het display vande kookwekker LC verschijnt en u een signaal hoort.Deactiveren^Druk tegelijk op de toetsen - en +, totdat u een signaalhoort.Beveiligingen33
,Gebruik voor het reinigen van het apparaat nooit eenstoomreiniger. Stoom kan in aanraking komen met delendie onder spanning staan en zo kortsluiting veroorzaken.–Reinig het apparaat na elk gebruik. Laat het apparaat eerstafkoelen.–Wrijf het apparaat na elke vochtige reiniging droog. Uvoorkomt zo kalkafzettingen.–Laat vastzittende verontreinigingen eerst inweken.–Door overgekookte voedingsmiddelen op het hete appa-raat kunnen op de branders verkleuringen ontstaan. Ver-wijder verontreinigingen daarom meteen!– De oppervlakken van de branders en pannendragers wor-den met de tijd iets matter.
Dit is normaal en heeft geengevolgen voor het gebruik van de kookplaat.Om beschadigingen aan de oppervlakken te voorkomen, mogen de volgendemiddelen niet worden gebruikt:– soda-, alkali-, ammoniak-, zuur- of chloridehoudende reini-gingsmiddelen.– kalkoplossende reinigingsmiddelen.–vlekken- en roestverwijderaars.–schurende reinigingsmiddelen, zoals schuurpoeder, vloei-baar schuurmiddel en reinigingssteen.–oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen.–reinigingsmiddelen voor afwasautomaten.–grill- en ovensprays.–glasreinigers.–schurende harde borstels en sponsjes (zoals pannen-sponsjes) en gebruikte sponsjes die nog resten schuur-middel bevatten.–puntige voorwerpen(zodat de dichtingen tussen de lijst en het werkblad nietbeschadigd raken).Reiniging en onderhoud34
Reiniging OpmerkingenKeramischeplaatVerwijder grove verontreinigingen met een vochtigedoek. Vastgekoekte verontreinigingen verwijdert umet een glasschraper.Reinig de plaat vervolgens met hetMiele-reinigingsmiddel voor keramische platen enroestvrij staal (zie ook "Bij te bestellen accessoires")of met een ander geschikt reinigingsmiddel voorkeramische platen. Gebruik hierbij keukenpapier ofeen schone doek.Gebruik het reinigingsmiddel niet op een hetekookplaat, omdat daardoor vlekken kunnen ont-staan.Wis de plaat met een vochtige doek af en vervol-gens met een zachte doek droog.Gebruik voor het reinigengeen afwasmiddel. Met af-wasmiddel worden niet alleverontreinigingen verwij-derd. Er ontstaat dan eenonzichtbaar laagje dat totverkleuring van de kera-mische plaat leidt.
Die ver-kleuring kan niet meer wor-den verwijderd.Als u speciale reinigings-middelen voor keramischeplaten gebruikt, houdt uzich dan aan de aanwij-zingen van de betreffendefabrikant.Pannendragers Verwijder de pannendragers.Reinig de dragers in de afwasautomaat of met eensponsdoekje, afwasmiddel en warm water.U kunt eventueel ook de harde kant van een keu-kensponsje gebruiken.Bedieningsknop-penReinig de knoppen met een sponsdoekje, afwas-middel en warm water.Niet geschikt voor reinigingin de afwasautomaat.Brander Verwijder alle losse delen van de brander.Reinig deze met een sponsdoekje, afwasmiddel enwarm water.Wis de delen die u niet kunt verwijderen met eenvochtige doek schoon.Niet geschikt voor reinigingin de afwasautomaat.Zorg dat ook de gleuven inde brander na de reiniginggoed droog zijn.Ontstekingselek-trodeThermo-elementWis deze delen voorzichtig af met een goed uitge-wrongen vochtige doek.De elektrode mag niet natworden, anders wordt ergeen vonk afgegeven.Reiniging en onderhoud35
Sudder-, normaal- en sterkbrander in elkaar zetten^ Plaats de branderkop b zodanig op de brandervoet c dathet thermo-element d en de ontstekingselektrode e doorde gaten van de branderkop heen steken. De branderkopmoet goed op de brandervoet liggen.^Plaats de branderdop a goed op de branderkop b.Als de branderdop goed is geplaatst, kunt u de dop nietverschuiven.Zorg dat de branderdelen na het reinigen in de juiste volgor-de worden teruggeplaatst.Reiniging en onderhoud36
De meeste storingen en problemen die in de dagelijkse prak-tijk kunnen voorkomen, kunt u zelf verhelpen. Hierdoor be-spaart u tijd en geld, omdat u niet de hulp van eenservice-technicus hoeft in te roepen.Het volgende overzicht helpt u de oorzaken van een pro-bleem te vinden en het probleem te verhelpen. Houdt u daar-bij rekening met het volgende:,Reparaties aan elektrische apparaten en gasappara-ten mogen uitsluitend door vakmensen worden uitge-voerd. Ondeskundig uitgevoerde reparaties leveren ge-vaar op voor de gebruiker.Nuttige tips38
Probleem Oorzaak OplossingBij de eerste ingebruik-neming of nadat het ap-paraat lange tijd niet isgebruikt, ontsteekt debrander niet.Er bevindt zich mogelijk lucht in degasleiding.Herhaal de ontstekingsprocedureeventueel meermaals.De brander ontsteektniet, ook niet na meerde-re pogingen.Zet alle knoppen op "ß" en maak hetapparaat enkele seconden span-ningsvrij.De brander is niet goed in elkaargezet.Zet de brander goed in elkaar.De gaskraan is niet geopend. Open de gaskraan.De brander is nat en/of verontrei-nigd.Reinig de brander en maak alle de-len goed droog.De gleuven in de brander zijn ver-stopt en/of nat.Reinig de gleuven en maak allesweer goed droog.Stroomuitval tijdens hetgebruik van het appa-raat.Draai alle knoppen naar rechts op"ß".
Als de stroomvoorziening weerin orde is, kunt u het apparaat weergewoon bedienen.De gasvlam gaat na hetontsteken weer uit.De vlammen raken hetthermo-element niet. Het elementwordt niet heet genoeg:- De branderonderdelenzijn niet goed geplaatst.- Er bevinden zich verontreini-gingen op het thermo-element.Plaats de onderdelen correct.Verwijder eventueel aanwezig vuil.Het vlammenbeeld isveranderd.De branderonderdelen zijn nietgoed geplaatst.Plaats de onderdelen correct.De branderkop of de openingen inde branderdop zijn verontreinigd.Verwijder eventueel aanwezig vuil.De vlam dooft tijdens hetgebruik.De branderonderdelen zijn nietgoed geplaatst.Plaats de onderdelen correct.Stroomstoring. Draai alle knoppen naar rechts op"ß". Als de stroomvoorziening weerin orde is, kunt u het apparaat weergewoon bedienen.Het controlelampje"Aan" / restwarmte vaneen kookzone begint teknipperen.Stroomstoring.
Probleem Oorzaak OplossingDe elektrischevonkontstekingvan de branderwerkt niet meer.De zekering van dehuisinstallatie is doorge-slagen.Neem zo nodig contact op met een elektricien of metMiele.- Er bevinden zichetensresten tussen deontstekingselektrodeen de branderdop.- Er bevinden zichetensresten ophet thermo-element.Verwijder de verontreinigingen (zie het hoofdstuk "Reini-ging en onderhoud").In het displayvan de kookwek-ker verschijnteen van de vol-gende foutmel-dingen:LC De vergrendeling is in-geschakeld.Schakel de vergrendeling uit (zie "Vergrendeling").FL Sensorfout. Zorg eerst dat zon- of kunstlicht niet direct op de kook-plaat valt. De omgeving van de kookplaat mag ook niet tedonker zijn.Er mogen zich geen voorwerpen op de kookplaat en desensortoetsen bevinden.
Verwijder eventueel kookgereien reinig de kookplaat indien dat nodig is.Onderbreek de stroomvoorziening van de kookplaat ge-durende ca. 1 minuut.Mocht het probleem daarna nog niet zijn verholpen,neem dan contact op met Miele.F2(de controle-lampjes "Aan" /restwarmte knip-peren)De oververhittingsbevei-liging heeft gereageerd.Geen!Draai alle bedieningsknoppen naar rechts op "ß". U kuntde kookzones weer in gebruik nemen, zodra de foutmel-ding F2 verdwenen is.E0(de controle-lampjes "Aan" /restwarmte knip-peren)Elektronicastoring. Druk 3 seconden op de sensortoets voor decomfort-uitschakeling om de elektronica te resetten.Mocht het probleem daarna nog niet zijn verholpen,neem dan contact op met Miele.Alle anderefoutmeldingen.Er is een storing opge-treden in de elektronica.Onderbreek de stroomvoorziening van de kookplaat ge-durende ca.
Speciaal voor uw apparatuur levert Miele een uitgebreid as-sortiment aan toebehoren, alsmede reinigings- en onder-houdsmiddelen.U kunt deze producten heel eenvoudig via de Miele-webshopbestellen:De producten zijn ook verkrijgbaar bij Miele (zie omslag) enbij uw Miele-vakhandelaar.Reinigingsmiddel voor keramische platen en roestvrij staal250 mlVoor het verwijderen van verontreinigingen, kalk- en alumini-umvlekkenUniverseel microvezeldoekjeVoor het verwijderen van vingerafdrukken en lichte verontrei-nigingenBij te bestellen accessoires41
Om te voorkomen dat het apparaatbeschadigd raakt, moet het pas nade montage van de bovenkastjes ende afzuigkap worden ingebouwd.~De lijsten en randen van het werk-blad moeten met een hittebestendigelijm (100 °C) zijn bevestigd, zodat zeniet loslaten of vervormen. Ook dewandafdichtstrip moet hittebestendigzijn.~Dit apparaat mag niet op eenniet-stationaire locatie (zoals een boot)worden gebruikt.~Vanwege het eventuele overslaanvan de vlammen mag een gaskook-plaat niet meteen naast een friteuseworden ingebouwd. Houd tussen degenoemde apparaten een afstand aanvan ten minste 300 mm.~Het is niet toegestaan de kookplaatboven koelapparatuur, afwas-, was- endroogautomaten in te bouwen.~Zorg dat na de inbouw de gasslangen de aansluitkabel niet met hete on-derdelen in aanraking komen.
Door tehoge temperaturen kunnen de slang ende kabel beschadigd raken.~De aansluitkabel en een flexibelegasaansluiting moeten zodanig wordengeplaatst dat deze niet in aanrakingkunnen komen met bewegendekeukenelementen (zoals een lade) enniet worden blootgesteld aan mechani-sche belastingen.~De op de volgende bladzijden aan-gegeven veiligheidsafstanden dienennauwkeurig te worden aangehouden.~Gebruik geen voegenkit en soortge-lijke producten, tenzij dat uitdrukkelijkvermeld staat.
De dichting van het ap-paraat is toereikend als afdichting tus-sen apparaat en werkblad.Alle maten zijn in mm aangegeven.Plaats van opstellingDe ruimte waar het apparaat staat op-gesteld, moet–een inhoud hebben van minimaal25,2 m3.– zijn voorzien van een te openen deurof buitenraam.– beschikken over een afzuigkap voorluchtafvoer of over een centraalafzuigsysteem (geenrecirculatiesysteem) met een capaci-teit van minimaal 189 m3/h.– beschikken over geschikte luchttoe-voeropeningen.Veiligheidsinstructies voor het inbouwen42
Veiligheidsafstand boven het appa-raatTussen het apparaat en een erbovengemonteerde afzuigkap dient u de vei-ligheidsafstand aan te houden die doorde fabrikant is aangegeven.Is dergelijke informatie niet beschikbaar(bijvoorbeeld bij een keukenplank), danmoet de afstand bij licht ontvlambarematerialen ten minste 760 mm bedra-gen.Als in de gebruiksaanwijzing of monta-gehandleiding van verschillende appa-raten (bijvoorbeeld een gaskookplaat ofeen elektrische kookplaat) verschillen-de veiligheidsafstanden worden ge-noemd voor plaatsing onder een af-zuigkap, kies dan de grootste afstand.Veiligheidsinstructies voor het inbouwen43
Veiligheidsafstanden zijkant / achterBij inbouw van de kookplaat mag zichaan de achterkant en aan één kant(rechts of links) een hoge keukenkastof een wand bevinden (zie afbeel-dingen).Houd minimaal de volgende veilig-heidsafstanden aan:a Tussen de uitsparing in het werkbladen de achterkant van het werkbladdient de afstand minimaal 50 mm tezijn.b Rechts van de uitsparing dient deafstand tot een ernaast geplaatstmeubelstuk (bijvoorbeeld een hogekast) of een wand minimaal 150 mmte zijn.c Links van de uitsparing dient de af-stand tot een ernaast geplaatstmeubelstuk (bijvoorbeeld een hogekast) of een wand minimaal 150 mmte zijn.Niet toegestaan!Aan te bevelen!Toegestaan maar niet aan te bevelen!Toegestaan maar niet aan te bevelen!Veiligheidsinstructies voor het inbouwen44
^Maak de uitsparing in het werkbladvolgens de maatschets. Neem daar-bij de veiligheidsafstanden in acht(zie ook "Veiligheidsinstructies voorhet inbouwen").^De snijvlakken van houten werk-bladen moeten met speciale lak, sili-conenkit of giethars worden afge-werkt om te voorkomen dat het werk-blad door vocht wordt aangetast.
Degebruikte materialen moeten hittebe-stendig zijn.De producten mogen niet op hetwerkblad terechtkomen.^ Leid de aansluitkabel van het appa-raat door de uitsparing naar bene-den.^ Leg het apparaat los in de uitsparing.Als de dichting bij de hoeken nietgoed op het werkblad aansluit, kande hoekradius van het werkblad(ß R4) voorzichtig met een decou-peerzaag worden nabewerkt.^Sluit het apparaat op het elektrici-teitsnet aan (zie "Elektrische aanslui-ting").^Sluit het apparaat op degasvoorziening aan (zie "Gasaanslui-ting").^Bevestig het apparaat met de bijge-voegde profielen a.Na het inbouwenControleer na het inbouwen of allebranders correct functioneren.Op de laagste stand mag de vlam nietdoven, ook niet wanneer u de knop snelvan de grote naar de kleine vlam draait.Op de hoogste stand moet de brandereen duidelijk zichtbare kern hebben.Inbouwen47
Dichting tussen apparaat en werk-bladDe dichting onder de rand van het ap-paraat is toereikend als afdichting tus-sen apparaat en werkblad.Gebruik voor het afdichten nooit kit(bijvoorbeeld siliconenkit).Als het apparaat moet worden ver-wijderd, zouden het apparaat en hetwerkblad beschadigd kunnen raken.Werkblad met tegelsDe voegen a en het gearceerde ge-deelte onder de rand moeten glad envlak zijn, zodat de kookplaat gelijkmatigaansluit en de dichting onder de randvan het apparaat voldoende afdicht.Inbouwen48
Aansluiting op een geaard stopcontactwordt aanbevolen, omdat dat eventuelewerkzaamheden van de technicus ge-makkelijker maakt. Het stopcontactmoet ook na het inbouwen toegankelijkzijn.Wordt de stekker verwijderd, dan maghet apparaat uitsluitend door een er-kend elektricien op het elektriciteitsnetworden aangesloten. Deze is op dehoogte van de landelijke voorschriftenen de voorschriften van het plaatselijkeenergiebedrijf. Het apparaat mag al-leen worden aangesloten op een huis-installatie die volgens alle geldendevoorschriften is geïnstalleerd.Is het stopcontact niet toegankelijk of iser sprake van een vaste aansluiting,dan moet het apparaat via een schake-laar met alle polen van de netspanningkunnen worden losgekoppeld. De con-tactopening in uitgeschakelde toestandmoet minimaal 3 mm bedragen.
Ge-schikt zijn zelf-uitschakelaars, ze-keringen en relais (EN 60 335).Voordat u het apparaat aansluit, dient ude aansluitgegevens (spanning en fre-quentie) op het typeplaatje te verge-lijken met de waarden van het elektrici-teitsnet.
Deze gegevens moeten beslistovereenkomen.De fabrikant kan niet aansprakelijkworden gesteld voor directe of indi-recte schade als gevolg van ondes-kundig inbouwen of door een ver-keerde aansluiting.De fabrikant kan bovendien nietaansprakelijk worden gesteld voorschade die wordt veroorzaakt dooreen ontbrekende of beschadigdeaarddraad (bijvoorbeeld een elek-trische schok).Na inbouw moet zijn gewaarborgddat onder spanning staande delenniet kunnen worden aangeraakt.Aansluitwaardezie typeplaatjeAansluitingAC230V/50HzZekering: 10 A (type B of C)AardlekschakelaarVoor extra veiligheid wordt in deEU-voorschriften en -richtlijnen voor Ne-derland geadviseerd om de huisinstal-latie van een aardlekschakelaar te voor-zien (30 mA).Elektrische aansluiting49
Spanningsvrij makenMoet het apparaat spanningsvrij wor-den gemaakt, ga dan, afhankelijk vande situatie, als volgt te werk:–Bij zekeringen:Draai de zekering los en haal dezeuit de houder.–Bij een zekeringsautomaat:Druk op de testknop (rood) totdatde middelste knop (zwart) eruit-springt.–Bij een inbouwzekeringsautomaat:(zelfuitschakelaar, min. type B of C)Zet de tuimelschakelaar van 1 (Aan)op 0 (Uit).– Bij een aardlekschakelaar:Zet de hoofdschakelaar van 1 (Aan)op 0 (Uit) of druk op de testknop.Zorg dat de netspanning niet perongeluk weer kan worden ingescha-keld.Aansluitkabel vervangenDe aansluitkabel mag alleen door eenspeciale kabel van het type H 05 VV-F(PVC-isolatie) worden vervangen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele KM 3034 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis Miele
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis