Miele KM 2334 Handleiding

Miele Fornuis KM 2334

Bekijk gratis de handleiding van Miele KM 2334 (64 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 37 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Miele KM 2334 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/64
Gebruiks- en montagehandleiding
Gaskookplaten
Lees de gebruiks- en montagehandleiding voordat u uw ap-beslist
paraat plaatst, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor
uzelf en u voorkomt schade aan uw apparaat.
nl-NLM.-Nr. 09 674 840

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Fornuis
Model: KM 2334

Handleiding Miele KM 2334 – volledige tekst

2De kookplaat kan ook in andere landen gebruikt worden dan in de op het appa-raat genoemde landen. De landspecifieke uitvoering en de aansluiting van dekookplaat zijn essentieel voor het probleemloos en veilig functioneren.Neem daarom contact op met de Miele-organisatie in het betreffende land als uhet apparaat in een land wilt gebruiken dat niet op het apparaat vermeld staat.

Inhoud3Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 5Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 16Overzicht. 17Kookplaat. 17KM 2312. 17KM2334, KM2335. 18Bedieningsknop. 19Brander. 20Bijgeleverde accessoires. 21Ingebruikneming van het apparaat. 22Kookplaat voor de eerste keer reinigen. 22Kookplaat voor de eerste keer in gebruik nemen. 22De juiste pannen. 23Tips om energie te besparen. 25Bediening. 26Inschakelen. 26Vlam instellen. 27Uitschakelen. 27Beveiligingen. 28Thermo-elektrische vlambeveiliging. 28Reiniging en onderhoud. 29Roestvrijstalen lekblad. 30Pannendrager. 30Knoppen. 30Brander. 31Nuttige tips. 33Bij te bestellen accessoires. 35Service. 36Contact bij storingen. 36Typeplaatje. 36Garantie. 36Installatie. 37Veiligheidsinstructies voor het inbouwen. 37Veiligheidsafstanden. 38.

Inhoud4Aanwijzingen voor het inbouwen. 41Opliggende inbouw. 41Naadloos aansluitende inbouw (zonder rand). 42Inbouwmaten (opliggende inbouw). 43KM 2312. 43KM 2334. 44Inbouw – opliggend. 45Inbouwmaten (naadloos aansluitende inbouw). 46KM 2335. 46Inbouw – naadloos aansluitend. 47Inbouw in een roestvrijstalen oppervlak. 49Kookplaat bevestigen. 50Functie controleren. 50Gasaansluiting. 51Brandervermogen. 53Elektrische aansluiting. 54Aanpassen aan een andere gassoort. 57Tabel voor de inspuiters. 57Inspuiters vervangen. 58Hoofdinspuiter(s) vervangen. 58De kleine inspuiters vervangen. 59Functie controleren. 59Productinformatiebladen. 60.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen5Deze kookplaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften.Onjuist gebruik kan echter persoonlijk letsel of materiële schadetot gevolg hebben.Lees de gebruiks- en montagehandleiding aandachtig door voor-dat u de kookplaat in gebruik neemt. Hierin vindt u belangrijke in-structies met betrekking tot de inbouw, de veiligheid, het gebruiken het onderhoud.

Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schadeaan de kookplaat.In overeenstemming met de norm IEC60335-1 adviseert Miele uuitdrukkelijk om het hoofdstuk over de installatie van de kookplaaten de veiligheidsinstructies en waarschuwingen te lezen en op tevolgen.Wanneer de veiligheidsrichtlijnen en waarschuwingen niet wordenopgevolgd, kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voor scha-de die daarvan het gevolg is.Bewaar de gebruiks- en montagehandleiding en geef deze dooraan een eventuele volgende eigenaar.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6Verantwoord gebruik Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor particulier huishoudelijkgebruik (of daarmee vergelijkbaar). Deze kookplaat mag niet buiten worden gebruikt. Gebruik deze kookplaat uitsluitend in huishoudelijke situaties voorhet bereiden en warmhouden van gerechten. Gebruik voor anderedoeleinden is niet toegestaan. Dit apparaat mag alleen worden gebruikt door personen die instaat zijn het apparaat veilig te bedienen. Deze personen moetenvolledig op de hoogte zijn van de inhoud van de gebruiksaanwijzing.Men moet zich bewust zijn van de gevaren van een foutieve bedie-ning.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7Wanneer er kinderen in huis zijn Houd kinderen onder 8 jaar op een afstand, tenzij u voortdurendtoezicht houdt. Kinderen vanaf 8 jaar mogen het apparaat alleen zonder toezichtgebruiken als ze precies weten hoe ze het apparaat veilig moetenbedienen. De kinderen moeten zich bewust zijn van de gevaren vaneen foutieve bediening. Kinderen mogen de kookplaat niet zonder toezicht reinigen. Houd kinderen in de gaten wanneer deze zich in de buurt van dekookplaat bevinden. Laat ze nooit met de kookplaat spelen. De kookplaat wordt tijdens het gebruik heet en blijft dat ook nogenige tijd nadat deze is uitgeschakeld. Houd kinderen op een af-stand, totdat de kookplaat voldoende is afgekoeld en er geen ver-brandingsgevaar meer bestaat. Pas op voor verbranding.

Bewaar voorwerpen, die voor kindereninteressant kunnen zijn, niet op plaatsen boven of achter het appa-raat. Zo krijgen de kinderen niet de neiging om op het apparaat teklimmen. Verbrandingsgevaar! Draai de grepen van de pannen zo dat zezich boven het werkblad bevinden, zodat kinderen de pannen nietvan het apparaat kunnen trekken. Verstikkingsgevaar! Kinderen kunnen zich tijdens het spelen inverpakkingsmateriaal wikkelen (bijvoorbeeld in folie) of het materiaalover hun hoofd trekken en stikken. Houd verpakkingsmaterialen bijkinderen vandaan.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8Technische veiligheid Door ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- of repara-tiewerkzaamheden kan de gebruiker aanzienlijke risico's lopen. In-stallatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen alleendoor een door Miele geautoriseerde vakkracht worden uitgevoerd. Een beschadigd apparaat kan uw veiligheid in gevaar brengen.Controleer het apparaat op zichtbare schade. Neem nooit een be-schadigd apparaat in gebruik. De kookplaat kan alleen betrouwbaar en veilig functioneren alsdeze op het openbare elektriciteitsnet is aangesloten. De elektrische veiligheid van de kookplaat is uitsluitend gegaran-deerd als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem dat vol-gens de geldende voorschriften is geïnstalleerd. Aan deze funda-mentele veiligheidsvoorwaarde moet worden voldaan.

Laat de elek-trische installatie bij twijfel door een vakman inspecteren. De aansluitgegevens (frequentie en spanning) op het typeplaatjemoeten beslist overeenkomen met de waarden van het elektriciteits-net om beschadiging van de kookplaat te voorkomen. Vergelijk deze gegevens voor de aansluiting. Raadpleeg bij twijfeleen elektricien. Stekkerdozen of verlengsnoeren bieden niet voldoende veiligheid(brandgevaar). Gebruik deze niet voor het aansluiten van de kook-plaat op het elektriciteitsnet. Gebruik de kookplaat alleen als deze is ingebouwd, zodat de vei-ligheid gewaarborgd is. Deze kookplaat mag niet op een niet-stationaire locatie (zoals eenboot) worden gebruikt.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9 Wanneer onderdelen worden aangeraakt die onder spanningstaan of wanneer elektrische of mechanische onderdelen wordenveranderd, is dit gevaarlijk voor de gebruiker. Het kan er tevens toeleiden dat het apparaat niet meer goed functioneert.Open nooit de ommanteling van het apparaat. Het recht op garantie vervalt wanneer de kookplaat door eentechnicus wordt gerepareerd die niet door Miele is geautoriseerd. Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelenworden vervangen. Alleen van Miele-onderdelen kunnen wij garan-deren dat zij volledig aan de veiligheidseisen voldoen. De kookplaat mag niet worden gebruikt met een externe schakel-klok of een systeem dat op afstand werkt. Alleen een deskundige mag het gas aansluiten (zie het hoofdstuk“Installatie”, paragraaf “Gasaansluiting”).

Als de stekker van de aan-sluitkabel wordt verwijderd of als de aansluitkabel geen stekkerheeft, mag de kookplaat uitsluitend door een elektricien op het elek-triciteitsnet worden aangesloten (zie het hoofdstuk “Installatie”, para-graaf “Elektrische aansluiting”). Als de aansluitkabel beschadigd is, moet deze door een elektri-cien door een speciale aansluitkabel worden vervangen (zie hethoofdstuk “Installatie”, paragraaf “Elektrische aansluiting”). Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden dient hetapparaat spanningsvrij te worden gemaakt. De gastoevoer moet zijnafgesloten. Ga als volgt te werk:- schakel de zekeringen in uw zekeringkast uit of- draai de zekeringen in uw zekeringkast er helemaal uit of- trek de stekker (indien aanwezig) uit de contactdoos. Trek daarbijaan de stekker en niet aan de aansluitkabel.- sluit de gastoevoer af.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10 Gevaar voor elektrische schok.Neem het apparaat bij een defect niet in gebruik of schakel het ap-paraat meteen uit. Maak het apparaat spanningsvrij en sluit de gas-toevoer af. Neem contact op met Miele. Als het apparaat achter een meubeldeur is ingebouwd, mag dedeur niet worden gesloten als u het apparaat gebruikt. Achter eengesloten deur worden warmte en vocht opgehoopt. Hierdoor kunnenhet apparaat, de kast en de vloer beschadigd raken. Sluit de deurpas als het apparaat volledig is afgekoeld.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11Veilig gebruik Het apparaat wordt bij gebruik heet en blijft dat ook nog enige tijdna het uitschakelen. Raak het apparaat daarom niet aan, zolang hetnog heet is. Voorwerpen in de nabijheid van de ingeschakelde kookplaat kun-nen door de hoge temperaturen beginnen te branden.Gebruik de kookplaat nooit om ruimten te verwarmen. Olie en vet kunnen bij oververhitting vlam vatten. Houd het appa-raat goed in de gaten als u met olie en/of vetten werkt. Blus eenbrand met olie of vet nooit met water. Schakel het apparaat uit en doof de vlammen voorzichtig met eendeksel of een blusdeken. Houd toezicht op het apparaat als het in gebruik is. Houd continutoezicht op korte kook- en braadprocessen. Flambeer nooit onder een afzuigkap.

Door de vlammen kan de af-zuigkap in brand vliegen. Spuitbussen, licht ontvlambare vloeistoffen en brandbare materia-len kunnen bij verhitting vlam vatten. Bewaar dergelijke productendaarom niet in een schuiflade onder het apparaat. Een eventuele be-stekbak moet van hittebestendig materiaal zijn. Verwarm kookgerei nooit zonder inhoud. In afgesloten blikken en dergelijke ontstaat tijdens het inmaken ofverwarmen overdruk. Hierdoor kunnen deze voorwerpen openbar-sten. Gebruik het apparaat niet om voedingsmiddelen in afgeslotenblikken en dergelijke in te maken of te verwarmen. Als de kookplaat wordt afgedekt, bestaat het risico dat het materi-aal van de afdekking in brand vliegt, barst of smelt als u de kook-plaat per ongeluk inschakelt of als deze nog heet is. Dek de kook-plaat nooit af met bijvoorbeeld afdekplaten, een doek of bescherm-folie.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12 Als u het apparaat per ongeluk inschakelt of als het nog warm isvan het koken, bestaat het risico dat metalen voorwerpen die op dekookplaat liggen heet worden. Andere materialen kunnen smelten ofvlam vatten. Gebruik de kookplaat nooit als werkblad. U kunt zich aan het hete apparaat branden. Gebruik daarom altijdovenhandschoenen of pannenlappen als u met het hete apparaatwerkt. Gebruik alleen droge handschoenen of pannenlappen. Nat ofvochtig textiel geleidt de warmte beter en kan door stoom verbran-dingen veroorzaken. Zorg dat het textiel niet te dicht bij de vlammenkomt. Gebruik dan ook geen al te grote pannenlappen, theedoekenof iets dergelijks. Als u een elektrisch apparaat (bijvoorbeeld een mixer) in de buurtvan de kookplaat gebruikt, mag de aansluitkabel niet in contact ko-men met de hete kookplaat.

De isolatie van de kabel zou beschadigdkunnen raken. Gebruik geen serviesgoed van kunststof of aluminiumfolie. Derge-lijke materialen smelten bij hoge temperaturen. Als u de knop indrukt, genereert de ontstekingselektrode eenvonk. Druk de knop niet in, als u de kookplaat of de brander bij deontstekingselektrode wilt reinigen of aanraken. Zorg dat op een ontstoken brander altijd een pan staat. Een er-boven geplaatste afzuigkap kan anders beschadigd raken of vlamvatten. Zorg dat alle branderdelen op de juiste wijze zijn gemonteerd,voordat u een brander ontsteekt.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen13 Gebruik alleen pannen waarvan de bodemdiameter niet groter ofkleiner is dan in de gebruiksaanwijzing staat aangegeven (zie “Dejuiste pannen”). Als de diameter te klein is, staat de pan niet steviggenoeg. Is de diameter te groot, dan worden de hete verbrandings-gassen te ver naar de zijkant gevoerd en kunnen het werkblad, eenniet hittebestendige wand of onderdelen van de kookplaat bescha-digd raken. Voor schade die op deze wijze is ontstaan, kan Miele nietaansprakelijk worden gesteld. Zorg dat de vlammen van de brander niet onder de pan vandaankomen. Gebruik geen pannen met een te dunne bodem. De kookplaat kananders beschadigd raken. Plaats altijd de bijgeleverde pannendrager(s).

Het kookgerei magniet rechtstreeks op een brander worden gezet. Plaats de pannendrager(s) van boven op de kookplaat, zodat ergeen krassen kunnen ontstaan. Bewaar geen licht ontvlambare voorwerpen in de buurt van hetapparaat. Verwijder vetspatten en andere brandbare verontreinigingen zospoedig mogelijk van de kookplaat. Er ontstaat anders brandgevaar. Gerechten en vloeistoffen die zout bevatten, kunnen op roestvrijstaal corrosie veroorzaken. Verwijder dergelijke verontreinigingendaarom meteen. Bij gebruik van het apparaat ontstaan warmte, vocht en verbran-dingsgassen. Zorg daarom voor voldoende ventilatie in de ruimtewaar het apparaat zich bevindt.

Open een buitenraam of zorg voormechanische afzuiging (bijvoorbeeld via een afzuigkap). Als u het apparaat lang en intensief gebruikt, is het aan te radende ruimte extra te ventileren, bijvoorbeeld door een buitenraam teopenen of door de afzuigkap op een hoge stand in te schakelen.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen14 Gebruik geen braadpannen, pannen of grillstenen die zo groot zijndat zij meerdere branders bedekken. Door warmteophoping kan hetapparaat beschadigd raken. Als het apparaat gedurende een ongebruikelijk lange tijd niet isgebruikt, is het aan te bevelen het apparaat grondig te reinigen voor-dat u het weer in gebruik neemt. Laat de correcte werking van hetapparaat zo nodig door een vakman controleren.

Een bijdrage aan de bescherming van het milieu16Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpak-kingsmateriaal is uitgekozen met hetoog op een zo gering mogelijke belas-ting van het milieu en de mogelijkhedenvoor recycling.Door hergebruik van verpakkingsmateri-aal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van een apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten meestal waardevollematerialen. Ze bevatten ook stoffen,mengsels en onderdelen die nodig zijngeweest om de apparaten goed en vei-lig te laten functioneren. Wanneer u uwoude apparaat bij het gewone huisafvaldoet of er niet goed mee omgaat, kun-nen deze stoffen schadelijk zijn voor degezondheid en het milieu.

Doe uw oudeapparaat daarom nooit bij het gewoneafval.Lever het apparaat in bij een gemeente-lijk inzameldepot voor elektrische enelektronische apparatuur, bij uw vak-handelaar of bij Miele. U bent wettelijkzelf verantwoordelijk voor het wissenvan eventuele persoonlijke gegevens ophet af te danken apparaat. Bewaar hetafgedankte apparaat buiten het bereikvan kinderen.

Ingebruikneming van het apparaat22 Plak het typeplaatje dat bij de docu-mentatie gevoegd is op de daarvoorbestemde plaats in het hoofdstuk“Service”. Verwijder eventueel aanwezige be-schermfolies en stickers.Kookplaat voor de eerste keerreinigen Wis uw kookplaat voor het eerste ge-bruik af met een vochtige doek endroog de plaat weer af. Reinig de afneembare delen van debrander(s) met een sponsdoekje, af-wasmiddel en warm water. Droog dedelen daarna weer af en zet de bran-der(s) vervolgens weer in elkaar (ziehet hoofdstuk “Reiniging en onder-houd”).Kookplaat voor de eerste keerin gebruik nemenDe onderdelen van metaal worden meteen onderhoudsmiddel beschermd.

Alshet apparaat voor het eerst in gebruikwordt genomen, ontstaan daardoorgeuren en eventueel ook damp.De geur en de eventueel optredendedamp wijzen niet op een verkeerde aan-sluiting of een defect en zijn ook nietschadelijk voor de gezondheid.

De juiste pannen23Minimale diameter panbodemBrander cmØSudderbrander 10Normaalbrander 10Sterkbrander 12Wokbrander 15Maximale diameter bovenkant panBrander cmØSudderbrander 20Normaalbrander 22Sterkbrander 24Wokbrander Zonder combi-ring:26Met combi-ring: 30- Gebruik een pan die qua diameter bijde brander past:grote diameter = grote brander,kleine diameter = kleine brander- Houdt u zich aan de afmetingen in detabel. Als u te grote pannen gebruikt,kunnen de vlammen zich verspreidenen schade aan het werkblad of aanandere apparaten veroorzaken. Ge-bruikt u pannen van de juiste afme-tingen, dan neemt de efficiëntie toe.Gebruik geen pannen met een diame-ter die kleiner is dan de pannendragerof pannen die niet stevig op de pan-nendrager staan (wiebelen). Dat is ge-vaarlijk.- Op een elektrische kookplaat moetenpannen met een vlakke bodem wor-den gebruikt.

Op een gaskookplaatkunt u ook pannen zonder vlakke bo-dem gebruiken en toch goede resul-taten bereiken.- Houdt u er rekening mee dat pannen-fabrikanten vaak de diameter aan debovenkant vermelden. Van belang isechter alleen de bodemdiameter.- Voor gas zijn geen speciale pannennodig. Het materiaal moet alleen hit-tebestendig zijn.- Gebruik bij voorkeur pannen met eendikke bodem, omdat de warmtever-deling dan beter is. Bij pannen meteen dunne bodem bestaat het gevaardat de gerechten plaatselijk overver-hit raken. Roer de gerechten dan ookregelmatig om.- Plaats altijd de bijgeleverde pannen-drager. Het kookgerei mag niet recht-streeks op de brander worden gezet.- Plaats pannen zo op de pannendra-ger dat deze niet kunnen kantelen.Minimale bewegingen kunnen echternooit helemaal worden uitgesloten.- Gebruik geen pannen of schalen meteen rand langs de bodem.

De juiste pannen24Combi-ringGebruik de combi-ring als u- pannen wilt gebruiken met een bo-dem die kleiner is dan in de tabelstaat aangegeven.- bij naadloos aansluitende kookplatengrote pannen op de wokbrander ge-bruikt (zie tabel). Zo voorkomt u be-schadigingen van het werkblad enverkleuringen van het roestvrijstalenlekblad.Wokring Gebruik de wokring zodat het kook-gerei extra stevig staat. Dit geldt metname voor woks met een ronde bo-dem. Positioneer de wokring zodanig op depannendrager dat de ring stevig ligten niet kan schuiven (zie afbeelding).Een wok is een bijzondere pan met eenkleine bodemdiameter en een grote bo-vendiameter (meestal 35–40cm). Dewokbrander is ideaal voor dergelijkepannen.

Tips om energie te besparen25- Bereid gerechten zoveel mogelijk ingesloten potten of pannen. Zo voor-komt u dat onnodig warmte ontwijkt.- Gebruik liever brede, lage pannendan smalle, hoge pannen. De inhoudwordt dan beter verhit.- Gebruik zo weinig mogelijk water.- Schakel na het aankoken of aanbra-den op tijd terug naar een lagerestand.- Gebruik een snelkookpan om de be-reidingstijd te verkorten.

Bediening26Brandgevaar door oververhittingvan gerechten.Als u het gerecht niet in de gatenhoudt, kan dit oververhit raken en inbrand vliegen.Houd toezicht op het apparaat alshet in gebruik is.Inschakelen Druk de betreffende knop in en draaideze naar links naar het grootstevlamsymbool. De ontstekingselektro-de “klikt” en steekt het gas aan.Als u een knop bedient, wordt auto-matisch bij alle branders een vonk ge-genereerd. Dit is normaal en duidt nietop een defect. Wanneer er een vlam te zien is, moetu de bedieningsknop nog 5–10se-conden ingedrukt houden. Laat deknop vervolgens los. Draai de knop naar als de branderniet is gaan branden. Ventileer hetvertrek of wacht minstens 1minuutvoordat u de brander opnieuw pro-beert te ontsteken.

Houd de knop bijde tweede ontsteking eventueel lan-ger ingedrukt. Mocht de brander ook na een tweedepoging niet aangaan, draai de knopdan naar en zie het hoofdstuk “Nut-tige tips”.Inschakelen bij een stroomstoringWanneer de stroom uitvalt, kunt u degasbrander met een lucifer aansteken. Druk de knop in en draai deze naarlinks op het grootste vlamsymbool. Houd de knop ingedrukt en steek hetgas met een lucifer aan. Houd de knop nog ca.5–10 secon-den ingedrukt en laat deze dan los.

Bediening27Vlam instellenU kunt de branders traploos instellen opeen stand tussen de grootste en dekleinste vlam.Omdat de vlam aan de buitenkant he-ter is dan in de kern moeten de puntenvan de vlam de panbodem raken. Dehitte wordt anders aan de lucht afge-geven. Bovendien kunnen de pangre-pen beschadigd raken en neemt dekans op verbrandingen toe. Stel de brander zo in dat de vlammenniet onder de pan vandaan komenUitschakelen Draai de knop naar rechts op stand .De gastoevoer wordt afgesloten en devlam gaat uit.

Beveiligingen28Thermo-elektrische vlambevei-ligingUw kookplaat is voorzien van een ther-mo-elektrische vlambeveiliging. Dithoudt in dat de gastoevoer wordt afge-sloten als de vlam dooft (bijvoorbeeldomdat een gerecht overkookt of omdatde vlam uitwaait). Zo wordt voorkomendat er gas vrijkomt. Als u de knop opzet, is de kookplaat weer klaar voor ge-bruik.De thermo-elektrische vlambeveiligingfunctioneert los van de stroomvoorzie-ning. Dit betekent dat de beveiligingook werkt als u de kookplaat tijdenseen stroomstoring gebruikt.

Reiniging en onderhoud29Gevaar voor verbranding doorhete oppervlakken.Na afloop van het kookproces zijnhet oppervlak van de kookplaat, depannendragers en de branders heet.Laat de kookplaat afkoelen voordat udeze reinigt.Schade door vocht in het appa-raat.De stoom van een stoomreiniger kanterechtkomen op onderdelen die on-der spanning staan en een kortslui-ting veroorzaken.Gebruik voor het reinigen van dekookplaat nooit een stoomreiniger.Alle oppervlakken kunnen verkleurenof veranderen wanneer u onge-schikte reinigingsmiddelen gebruikt.De oppervlakken zijn krasgevoelig.Verwijder resten van reinigingsmid-delen onmiddellijk.Gebruik geen schurende reinigings-middelen of middelen die krassenkunnen veroorzaken.Door overgekookte gerechten kun-nen er op de branders verkleuringenontstaan.Verwijder verontreinigingen en zoutof suiker meteen.Als u de knop indrukt, genereert deontstekingselektrode een vonk.

Drukde knop niet in, als u de kookplaat ofde brander bij de ontstekingselektro-de wilt reinigen of aanraken.Ongeschikte reinigingsmidde-lenOm beschadigingen aan de oppervlak-ken te voorkomen, mogen de volgendemiddelen niet worden gebruikt:- soda-, alkali-, ammoniak-, zuur- ofchloridehoudende reinigingsmiddelen- kalkoplossende reinigingsmiddelen- vlek- en roestverwijderaars- schurende reinigingsmiddelen, zoalsschuurpoeder, vloeibaar schuurmid-del en reinigingssteen- oplosmiddelhoudende reinigingsmid-delen- reinigingsmiddelen voor afwasauto-maten- grill- en ovensprays- glasreinigers- schurende harde borstels en spons-jes (zoals pannensponsjes) of ge-bruikte sponsjes die nog restenschuurmiddel bevatten- vlekkensponsjes

In-dien nodig, kunt u de ruwe kant vaneen afwassponsje gebruiken.Droog het roestvrijstalen lekblad meteen schone, zachte doek af.PannendragerVerwijder de pannendrager(s).Reinig de pannendrager(s) in de af-wasautomaat met een sponsdoekje,afwasmiddel en warm water. Laatvastzittende verontreinigingen eerstinweken.Droog de pannendrager(s) met eenschone doek af.KnoppenDe knoppen zijn niet geschikt voorde afwasautomaat.Reinig de knoppen uitsluitend hand-matig.De knoppen kunnen verkleuren alsze niet regelmatig worden gereinigd.Reinig de knoppen na elk gebruik.Reinig de knoppen met een spons-doekje, wat afwasmiddel en warmwater.

Reiniging en onderhoud31BranderReinig de onderdelen van de branderniet in de vaatwasser.Het oppervlak van de branderdopwordt mettertijd iets matter. Dit is nor-maal en heeft verder geen gevolgenvoor het gebruik van de kookplaat.Verwijder alle losse delen van debrander en reinig deze uitsluitendhandmatig met een sponsdoekje, af-wasmiddel en warm water.Reinig alle vlamopeningen zodat dezevrij zijn van verontreinigingen.Explosiegevaar.Door verstopte vlamopeningen kanzich onverbrand gas onder de kook-plaat ophopen en ontploffen.

Dit kanbeschadigingen aan het apparaat enletsel veroorzaken.Zorg ervoor dat de vlamopeningenaltijd vrij zijn van verontreinigingen.Neem de onderdelen van de branderdie u niet kunt verwijderen met eenvochtige doek af.Neem de ontstekingselektrode en hetthermo-element voorzichtig af meteen goed uitgewrongen doek.De elektrode mag niet nat worden, an-ders wordt er geen vonk afgegeven.Wrijf alles na afloop met een schonedoek droog. Zorg ervoor dat ook devlamopeningen goed droog zijn.Het oppervlak van de branderdopwordt mettertijd iets matter. Dit is nor-maal en heeft verder geen gevolgenvoor het gebruik van de kookplaat.

Reiniging en onderhoud32Sudder-, normaal- en sterkbrander inelkaar zettenPlaats de branderkop zodanig opde brandervoet dat het thermo-element en de ontstekingselektro-de door de gaten van de brander-kop heen steken. Zorg dat debranderkop goed op de brandervoetligt.Plaats de branderdop goed op debranderkop . Als de branderdopgoed is geplaatst, kunt u de dop nietverschuiven.Zorg dat de branderdelen in de juistevolgorde worden teruggeplaatst.Wokbrander in elkaar zettenPlaats de branderkop zodanig opde brandervoet dat het thermo-element en de ontstekingselektro-de door het gat van de branderkopheen steken. De branderkop moetgoed op de brandervoet liggen.Plaats de branderdoppen en . Zorg dat de branderdelen in de juistevolgorde worden teruggeplaatst.

U bespaart daarmee niet alleen tijd, maar ook kosten, omdat uMiele niet hoeft in te schakelen.De volgende tabellen helpen u de oorzaken van een probleem te achterhalen enhet probleem te verhelpen.Probleem Oorzaak en oplossingBij de eerste ingebruik-neming of nadat het ap-paraat lange tijd niet isgebruikt, ontsteekt debrander niet.Er bevindt zich mogelijk lucht in de gasleiding.Herhaal de ontstekingsprocedure eventueel meer-maals.De brander ontsteektniet, ook niet na meer-dere pogingen.Er is een technische storing opgetreden.Draai alle knoppen naar rechts op en maak hetapparaat enkele seconden spanningsvrij.De brander is niet goed in elkaar gezet.Zet de brander goed in elkaar.De gaskraan is niet geopend.Open de gaskraan.De brander is nat en/of verontreinigd.Reinig de brander en maak alle delen goed droog.De vlamopeningen in de brander zijn verstopt en/ofnat.Reinig de vlamopeningen en maak alles weer goeddroog.De gasvlam gaat na hetontsteken weer uit.De vlammen raken het thermo-element niet.

Het ele-ment wordt niet heet genoeg:De branderdelen zijn niet goed geplaatst.Plaats de onderdelen correct.Het thermo-element is verontreinigd.Verwijder de verontreinigingen.De vlam is veranderd. De branderdelen zijn niet goed geplaatst.Plaats de onderdelen correct.De branderkop of de openingen in de branderdopzijn verontreinigd.Verwijder eventueel aanwezig vuil.

Nuttige tips34Probleem Oorzaak en oplossingDe gasvlam dooft tij-dens het gebruik.De branderdelen zijn niet goed geplaatst.Plaats de onderdelen correct.De elektrische vonkont-steking van de branderwerkt niet.De zekering van de huisinstallatie is doorgeslagen.Neem contact op met een elektricien of met Miele.Er bevinden zich voedselresten tussen de ontste-kingselektrode en het branderdeksel.Het thermo-element is verontreinigd.Verwijder de verontreinigingen (zie het hoofdstuk:“Reiniging en onderhoud”).

Bij te bestellen accessoires35Speciaal voor uw apparatuur levertMiele een uitgebreid assortiment aantoebehoren, alsmede reinigings- en on-derhoudsmiddelen.U kunt deze producten heel eenvoudigvia de webshop bestellen.De producten zijn ook verkrijgbaar bijMiele (zie achter in deze gebruiksaan-wijzing) en bij uw Miele-vakhandelaar.Reinigingsmiddel voor kera-mische platen en roestvrij staal250mlVoor het verwijderen van verontreini-gingen, kalk- en aluminiumvlekkenOnderhoudsmiddel voor roest-vrij staal 250mlVoor het eenvoudig verwijderen van wa-terstrepen, vlekken en vingerafdrukken.Het oppervlak blijft langer schoon.MicrovezeldoekjeVoor het verwijderen van vingerafdruk-ken en lichte verontreinigingen

Service36Contact bij storingenVoor storingen die u niet zelf kunt verhelpen, waarschuwt u uw Miele vakhandelaarof Miele.Een bezoek van een technicus kunt u online op www.miele.com/service boeken.De contactgegevens van de afdeling klantcontacten van Miele vindt u achteraanin dit document.Miele heeft de typeaanduiding en het serienummer nodig (Fabr./SN/Nr.). Beide ge-gevens vindt u op het typeplaatje.TypeplaatjePlak hier het bijgaande typeplaatje. Controleer of het type apparaat overeenkomtmet het type dat op de achterkant van dit document staat.GarantieDe garantietermijn voor dit apparaat bedraagt 2jaar.Voor meer informatie zie de bijgevoegde garantievoorwaarden.

Installatie*INSTALLATION*37Veiligheidsinstructies voor het inbouwenSchade door ondeskundige inbouw.Door ondeskundige inbouw kan de kookplaat beschadigd raken.Laat de kookplaat alleen door een gekwalificeerde vakman/-vrouw inbouwen.Schade door vallende voorwerpen.Bij de montage van bovenkasten of van een afzuigkap kan de kookplaat be-schadigd raken.Bouw de kookplaat pas na de montage van de bovenkasten of de afzuigkap in. Houdt u zich bij de plaatsing van de kookplaat aan alle geldendevoorschriften en richtlijnen van het land van plaatsing. De lijsten en randen van het werkblad moeten met een hittebe-stendige lijm (100°C) zijn bevestigd, zodat ze niet loslaten of vervor-men.

Ook de wandafdichtstrip moet hittebestendig zijn. De kookplaat mag niet boven koelapparatuur, afwas-, was- endroogautomaten worden ingebouwd. Vanwege het eventuele overslaan van de vlammen mag een gas-kookplaat niet meteen naast een friteuse worden ingebouwd. Houdtussen de genoemde apparaten een afstand aan van ten minste300mm. De gasslang en de aansluitkabel mogen na de inbouw van het ap-paraat niet met hete onderdelen in aanraking komen. De aansluitkabel en een flexibele gasaansluiting mogen na de in-bouw van het apparaat niet in aanraking komen met de beweegbaredelen van de keukenelementen (zoals een lade) en mogen ook nietworden blootgesteld aan mechanische belastingen. Neem de veiligheidsafstanden op de volgende pagina's in acht.

Installatie*INSTALLATION*38VeiligheidsafstandenVeiligheidsafstand boven de kook-plaatTussen de kookplaat en een erbovengemonteerde afzuigkap dient u de vei-ligheidsafstand aan te houden die defabrikant van de afzuigkap aangeeft. Isdeze informatie niet beschikbaar, houddan een afstand aan van ten minste760mm. Ook als zich boven het appa-raat licht ontvlambare materialen bevin-den (zoals een keukenplank), moet udeze afstand aanhouden.Als voor verschillende apparaten ver-schillende veiligheidsafstanden wor-den genoemd voor plaatsing ondereen afzuigkap, kies dan altijd degrootste afstand.

Installatie*INSTALLATION*39Veiligheidsafstand achterkant/zijkantBij inbouw van de kookplaat mag zichaan de achterkant en aan één kant(rechts links) een hoge keukenkast ofofeen wand bevinden (zie afbeeldingen).Minimumafstand van deachterwerkbladuitsparing tot de achterkantvan het werkblad:50mmMinimumafstand van derechtswerkbladuitsparing tot een ernaaststaand meubelstuk (bijv. hoge kast) ofeen wand:150mm.Minimumafstand van de werk-linksbladuitsparing tot een ernaast staandmeubelstuk (bijv. hoge kast) of eenwand:150mm.Niet toegestaanAan te bevelenNiet aan te bevelenNiet aan te bevelen

Installatie*INSTALLATION*40Veiligheidsafstand bij een beklede nisAls er sprake is van een nisbekleding dient er een minimale afstand tussen de uit-sparing in het werkblad en de bekleding te worden aangehouden.

Bij te hoge tem-peraturen kunnen materialen beschadigd raken.Is de bekleding van brandbaar materiaal (zoals hout), dan moet de afstand tus-sen de uitsparing in het werkblad en de nisbekleding minimaal 50 mm zijn.Is de bekleding van niet brandbaar materiaal (zoals metaal, natuursteen en kera-mische tegels), dan moet de afstand tussen de uitsparing in het werkblad en denisbekleding minimaal 50 mm min de dikte van de bekleding zijn.Als de nisbekleding bijvoorbeeld 15 mm dik is, moet de minimale afstand 50 mm - 15 mm = 35 mm zijn.Kookplaten zonder randlijst Kookplaten met randlijst / facetrandaWandbNisbekleding maat x = dikte van de nisbekledingcWerkbladdUitsparing in het werkbladeMinimale afstand bijbrandbare materialen 50mmniet brandbare materialen 50mm - maat x

Installatie*INSTALLATION*41Aanwijzingen voor het inbou-wenOpliggende inbouwDichting tussen kookplaat en werk-bladSchade door verkeerde inbouw.Als u voegenkit gebruikt tussen dekookplaat en het werkblad kunnenhet apparaat en het werkblad be-schadigd raken als de kookplaatvoor werkzaamheden moet wordenverwijderd.Gebruik geen voegenkit tussenkookplaat en werkblad.De dichting onder de rand van dekookplaat is voldoende als afdichtingtussen het apparaat en het werkblad.Werkblad met tegelsDe voegen en het gearceerde ge-deelte onder de rand moeten glad envlak zijn, zodat de kookplaat gelijkmatigaansluit en de dichting onder de randvan het apparaat voldoende afdicht.

Installatie*INSTALLATION*42Naadloos aansluitende inbouw (zon-der rand)Een naadloos aansluitende inbouw(zonder rand) is alleen mogelijk bij na-tuurstenen (graniet, marmer), massiefhouten en betegelde werkbladen. Alskookplaten ook geschikt zijn voor in-bouw in een glazen werkblad wordt ditbij de kookplaat vermeld. Als uw werk-blad van een ander materiaal is ge-maakt, informeer dan bij de fabrikantof het werkblad geschikt is voor naad-loos aansluitende inbouw.De breedte van de onderkast moet mi-nimaal zo groot zijn als de uitsparingin het werkblad. (Zie hoofdstuk “Instal-latie”, paragraaf “Inbouwmaten – inhetzelfde vlak liggend”). Zo is dekookplaat ook na de inbouw van on-deraf goed toegankelijk. Een technicusmoet de onderkant van de kookplaatkunnen verwijderen.

Als de kookplaatniet van onderaf toegankelijk is, moetde voegenkit bij onderhoudswerk-zaamheden worden verwijderd om dekookplaat te kunnen verwijderen.Natuurstenen werkbladenDe kookplaat wordt direct in de uitspa-ring geplaatst.Massief houten, betegelde werk-bladen, glazen werkbladenDe kookplaat wordt met houten lijstenin de uitsparing vastgezet. Deze lijstenworden niet meegeleverd en moeten terplaatse beschikbaar zijn.AfdichtingstapeAls de kookplaat voor onderhoudwordt gedemonteerd, kan de afdich-tingstape onder de rand van dekookplaat beschadigd raken.Vervang de afdichtingstape steedsvoordat de kookplaat weer wordt in-gebouwd.

Installatie*INSTALLATION*45Inbouw – opliggendVoorbereiding werkbladMaak de werkbladuitsparing zoals inde afbeelding van de kookplaat isaangegeven. Let op de veiligheidsaf-standen (zie het hoofdstuk “Installa-tie”, paragraaf “Veiligheidsafstan-den”).De snijvlakken van houten werk-bladen moeten met speciale lak, sili-conenkit of giethars worden afge-werkt om te voorkomen dat het werk-blad door vocht wordt aangetast.

Hetafdichtmateriaal moet temperatuurbe-stendig zijn.Deze materialen mogen niet op hetoppervlak van het werkblad terecht-komen.De afdichttape voorkomt dat de kook-plaat in de uitsparing kan gaan glijden.De spleet tussen lijst en werkbladwordt na enige tijd kleiner.Kookplaat plaatsenPlak de bijgeleverde afdichttape on-der de rand van de kookplaat.Leid de aansluitkabel van de kook-plaat door de uitsparing in het werk-blad omlaag.Leg de kookplaat los in de uitsparing.Zorg ervoor dat de afdichting op hetwerkblad aansluit, zodat een correcteafdichting gegarandeerd is.Als de afdichting bij de hoeken nietgoed op het werkblad aansluit, kan dehoekradius van het werkblad ( R4)≤voorzichtig met een decoupeerzaagworden bijgewerkt.Dicht de kookplaat niet extra af metvoegenkit (zoals siliconenkit).Sluit de kookplaat aan op het elektri-citeitsnet (zie hoofdstuk “Installatie”,paragraaf “Elektrische aansluiting”).Sluit de kookplaat aan op de gastoe-voer (zie hoofdstuk “Installatie”, para-graaf “Gasaansluiting”).Bevestig de kookplaat (zie hoofdstuk“Installatie”, paragraaf “Kookplaat be-vestigen”).Controleer of de kookplaat goedfunctioneert (zie hoofdstuk “Installa-tie”, paragraaf “Functie controleren”).

Installatie*INSTALLATION*47Inbouw – naadloos aansluitendWerkblad van natuursteenaWerkbladbKookplaatcVoegOmdat voor het apparaat en de uit-sparing in het werkblad een zekere to-lerantie geldt, kan de voegbreedtevariëren.eGetrapte freesrandWerkblad van massief hout / bete-geld werkbladaWerkbladbKookplaatcVoegdHouten lijsten 7mm (niet bijgeleverd)Omdat voor het apparaat en de uit-sparing in het werkblad een zekere to-lerantie geldt, kan de voegbreedtevariëren.

Letop de veiligheidsafstanden (ziehoofdstuk “Installatie”, paragraaf“Veiligheidsafstanden”).Werkbladen van massief hout/bete-gelde werkbladen:Bevestig de houten lijsten 2mmonder de bovenkant van het werk-blad.Kookplaat plaatsenLeid de aansluitkabel van de kook-plaat door de uitsparing in het werk-blad omlaag.Plaats de kookplaat in de uitsparingen centreer de kookplaat.Sluit de kookplaat aan op het elektri-citeitsnet (zie hoofdstuk “Installatie”,paragraaf “Elektrische aansluiting”).Sluit de kookplaat aan op de gastoe-voer (zie hoofdstuk “Installatie”, para-graaf “Gasaansluiting”).Bevestig de kookplaat (zie hoofdstuk“Installatie”, paragraaf “Kookplaat be-vestigen”).Controleer of de kookplaat goedfunctioneert (zie hoofdstuk “Installa-tie”, paragraaf “Functie controleren”).Vul de voeg met een geschikte,hittebestendige siliconen-voegenkit(minimaal 160°C).Ongeschikte kit kan natuursteen be-schadigen.Gebruik voor natuursteen en tegelsvan natuursteen uitsluitend een voornatuursteen geschikte siliconenkit.Neem de aanwijzingen van de fabri-kant in acht.

Installatie*INSTALLATION*50Kookplaat bevestigenDe haken zijn geschikt voor bevesti-ging bij inbouw met rand of bij naad-loos aansluitende inbouw. In de af-beeldingen wordt de bevestiging bijinbouw met rand getoond.Bevestig de kookplaat met de bijgele-verde haken.Functie controlerenControleer na het inbouwen van dekookplaat of alle branders correctfunctioneren:- Op de laagste stand mag de vlamniet doven, ook niet wanneer u deknop snel van de grote naar de kleinevlam draait.- Op de hoogste stand moet de vlameen duidelijk zichtbare kern hebben.

Installatie*INSTALLATION*51GasaansluitingExplosiegevaar door onjuistegasaansluiting. Als het gas niet op de juiste manierwordt aangesloten, kan er gas weg-stromen. Laat het gas alleen aansluiten dooreen door het verantwoordelijke gas-bedrijf erkende installateur. Deze isverantwoordelijk voor het probleem-loos functioneren op de plaats vanopstelling van het apparaat. Explosiegevaar door onjuisteombouw. Als de aanpassing aan een anderegassoort niet op de juiste manierwordt uitgevoerd, kan er gas weg-stromen. Laat de aanpassing aan een anderegassoort uitsluitend door een doorhet verantwoordelijke gasbedrijf er-kende installateur uitvoeren. Deze isverantwoordelijk voor het probleem-loos functioneren op de plaats vanopstelling van het apparaat. De gasaansluiting moet zo zijn ge-plaatst dat het apparaat binnen ofbuiten het keukenmeubel kan wor-den aangesloten.

De gaskraan moetzichtbaar en toegankelijk zijn, even-tueel na het openen van een deurvan het keukenmeubel. Vraag aan het plaatselijke gasbedrijfwelke gassoort u heeft. Vergelijk de-ze met de gegevens op het type-plaatje. De kookplaat wordt niet op een rook-gasafvoer aangesloten. Let bij de plaatsing en aansluiting opde geldende installatievoorschriften. Zorg met name voor voldoende ven-tilatie. Controleer, of de gasaansluiting aande geldende voorschriften en richtlij-nen voldoet. Bij de aansluiting moeten ook despecifieke voorschriften van hetplaatselijke gasbedrijf en van hetbouw- en woningtoezicht in achtworden genomen. Schade door verwarming. De gasaansluitingen, de gasslang ende aansluitkabel kunnen bij gebruikvan de kookplaat door verhitting be-schadigd raken. De gasslang en de aansluitkabel mo-gen niet in aanraking komen met he-te delen van de kookplaat.

Installatie*INSTALLATION*52Stel de kookplaat in op de plaatse-lijke gassituatie. Controleer de gas-aansluiting op lekkage.Het apparaat voldoet aan klasse 3 en isgeschikt voor aardgas en vloeibaar gas.Categorie overeenkomstig EN 30NederlandII2EK3B/P 20/25, 28–30mbarAfhankelijk van de landspecifieke uit-voering is het apparaat ingesteld opaardgas of vloeibaar gas (zie de stickerop het apparaat).Voor omschakeling op een andere gas-soort zijn afhankelijk van de landspeci-fieke uitvoering de juiste inspuiters bij-gevoegd. Neem contact op met uwvakhandelaar of met Miele als de juisteset voor de installatie niet is bijgeleverd.De aanpassing aan een andere gas-soort is beschreven in het hoofdstuk:“Aanpassen aan een andere gassoort”.Aansluiting kookplaatHet apparaat heeft een conische ¹/₂"-aansluiting.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele KM 2334 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden