Miele kf 883 i 1 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele kf 883 i 1 (44 pagina’s), behorend tot de categorie Koelen vriezen. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 97 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Miele kf 883 i 1 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Koelen vriezen |
| Model: | kf 883 i 1 |
Handleiding Miele kf 883 i 1 – volledige tekst
InhoudsopgaveAlgemeen. 4Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu. 5Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 6Het in- en uitschakelen van de koel-vriescombinatie. 10Bij langere afwezigheid. 11De juiste temperatuur. 12. in de koelzone. 12. in de diepvrieszone. 12Het instellen van de temperatuur. 13Temperatuuraanduiding van de diepvrieszone. 13De zoemer. 14Het inschakelen van het waarschuwingssysteem. 14Het voortijdig uitschakelen van de zoemtoon. 14De functie "Superfrost". 15Wat gebeurt er bij het invriezen van verse levensmiddelen. 15Het gebruik van de superfrost. 15Het inschakelen van de superfrost. 15Het uitschakelen van de superfrost. 16Het inruimen van levensmiddelen. 17Het indelen van de binnenruimte. 18Het verplaatsen van de plateaus. 18Plateau dat uit twee delen bestaat. 18Het verplaatsen van de deurvakken.
Het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen. 20Waar u daarbij op moet letten:. 20Het verpakken. 21Het wegleggen. 21Diepvrieskalender. 22Markeersysteem voor ingevroren levensmiddelen. 22Het ontdooien van ingevroren producten. 22Het bereiden van ijsblokjes. 22Het bereiden van consumptie-ijs. 23Het snelkoelen van dranken. 23Diepvriesplateau. 23Het gebruik van de koude-accu. 23Het ontdooien van de koel-vriescombinatie. 24Het ontdooien van de koelzone. 24Het ontdooien van de diepvrieszone. 24Het reinigen van de koel-vriescombinatie. 26Het reinigen van de binnenruimte en de toebehoren. 26Het reinigen van de luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen. 26Het reinigen van de deurdichtingen. 27Nuttige tips. 28Technische Dienst. 31Elektrische aansluiting. 32Montage-instructies. 33Plaats van opstelling. 33Klimaatklasse. 33Luchttoevoer en luchtafvoer. 33Voordat u het apparaat inbouwt.
Een bijdrage aan de bescherming van ons milieuHet verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade.Het verpakkingsmateriaal is uitgekozenomdat dit het milieu relatief weinig be-last en kan worden hergebruikt.Door hergebruik van verpakkingsmate-riaal wordt er op grondstoffenbespaard en wordt er minder afval ge-produceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van het apparaatAfgedankte apparaten bevatten meest-al nog waardevolle materialen.Zet uw apparaat daarom niet zomaarbij het grofvuil, maar informeer bij uwhandelaar of het mogelijk is het appa-raat terug te geven.Is dit niet mogelijk, informeer dan bij degemeente of bij een grondstoffenhande-laar naar mogelijkheden voor herge-bruik van het materiaal (bijv.
schrootver-werking).Let erop dat de buisleidingen van uwapparaat niet worden beschadigd, wan-neer dit wordt weggebracht om op vak-kundige wijze en zonder het milieu al teveel schade te berokkenen te wordenverschroot. Dan kan men er zeker vanzijn dat koelmiddelen die zich in hetkoelsysteem bevinden en de olie diezich in de compressor bevindt niet inhet milieu terechtkomen.Neem ook de aanwijzingen in hethoofdstuk: "Veiligheidsinstructies enwaarschuwingen" in acht.Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu5
Veiligheidsinstructies en waarschuwingenDeze koel-vriescombinatie voldoetaan de voorgeschreven veiligheids-maatregelen. Door ondeskundig ge-bruik kunnen personen echter letseloplopen en kan er materiële schadeontstaan. Lees deze gebruiksaanwijzing daar-om eerst aandachtig door voordat udit apparaat voor het eerst gebruikt. Hierin vindt u belangrijke instructiesmet betrekking tot de inbouw, deveiligheid, het gebruik en het onder-houd van het apparaat. Bewaar deze gebruiksaanwijzing engeef deze door aan de eventuelevolgende eigenaar van de koel-vriescombinatie. Efficiënt gebruikDeze koel-vriescombinatie is uitslui-tend bestemd voor huishoudelijkgebruik. Gebruik deze koel-vriescombinatieuitsluitend voor het koelen en be-waren van levensmiddelen, voor het be-waren van diepvriesproducten, voorhet invriezen en bewaren van verse le-vensmiddelen en voor het bereiden vanijs.
Gebruik voor andere doeleinden is on-toelaatbaar en kan gevaarlijk zijn. De fabrikant is niet verantwoordelijkvoor schade die is ontstaan door ge-bruik voor andere doeleinden dan hieraangegeven of door een foutieve bedie-ning. Technische veiligheidDit apparaat bevat het koelmiddelisobutaan (R600a). Dit is een na-tuurlijk gas dat het milieu weinig belast,maar wel brandbaar is. Het gas is nietschadelijk voor de ozonlaag en ver-hoogt het broeikaseffect niet, maar hetgebruik van dit koelmiddel heeft er weltoe geleid dat het apparaat meer la-waai maakt wanneer het aanstaat. Be-halve de geluiden van de compressorkunnen er dan in het hele koelsysteemstromingsgeluiden optreden. Deze ef-fecten zijn helaas niet te vermijden,maar hebben geen negatieve invloedop de capaciteit van het apparaat.
Let er bij het transport en bij de plaat-sing van het apparaat op dat er geenonderdelen van het koelsysteem wor-den beschadigd. Vrijkomend koelmid-del kan oogletsel veroorzaken.
Hoe meer koelmiddel een koel-vriescombinatie bevat, des te gro-ter moet het vertrek zijn waarin de koel-vriescombinatie wordt opgesteld. Wanneer het vertrek te klein is kan zichbij een eventuele lek een brandbaarmengsel van gas en lucht vormen. Per 8 g koelmiddel moet het vertrekminstens 1 m3 groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel die de koel-vriescombinatie bevat staat op het type-plaatje in de binnenkant van het appa-raat. Voordat u uw koel-vriescombinatieaansluit dient u altijd de aansluitge-gevens (zekering, spanning en frequen-tie) op het typeplaatje met die van hetelektriciteitsnet te vergelijken. Deze moeten beslist overeenkomen,omdat de koel-vriescombinatie andersbeschadigd raakt. Raadpleeg bij twijfel een elektricien.
De elektrische veiligheid van dekoel-vriescombinatie is uitsluitendgegarandeerd als deze wordt aangeslo-ten op een aardingssysteem dat vol-gens de geldende veiligheidsbepalin-gen is geïnstalleerd. Het is zeer belangrijk dat aan deze fun-damentele veiligheidsvoorwaarde is vol-daan. Laat de huisinstallatie bij twijfeldoor een vakman controleren. De fabrikant kan niet aansprakelijk wor-den gesteld voor schade die wordt ver-oorzaakt door een ontbrekende ofbeschadigde aarddraad (bijv. een elek-trische schok). Een veilig gebruik van de koel-vriescombinatie is alleen dan gega-randeerd, wanneer het apparaat wordtgemonteerd en aangesloten volgensde instructies die in de gebruiksaanwij-zing staan. Dit apparaat mag uitsluitend dooreen vakman op een niet-stationairelocatie (bijvoorbeeld een boot of cam-per) worden ingebouwd en aangeslo-ten.
Hierbij moet aan alle voorwaardenvoor een veilig gebruik worden voldaan. Installatie- en onderhoudswerk-zaamheden als ook reparaties mo-gen alleen door erkende vakmensenworden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde installatie-en onderhoudswerkzaamheden, alsook ondeskundig uitgevoerde repara-ties kunnen groot gevaar opleverenvoor de gebruiker waarvoor de fabri-kant niet aansprakelijk is.
Er staat alleen dan geen elektri-sche spanning op de koel-vries-combinatie als aan één van de volgen-de voorwaarden is voldaan:–als de hoofdschakelaar van de huis-installatie is uitgeschakeld,–of als de stekker uit het stopcontactis getrokken. Trek daarbij aan de stekker en nietaan de aansluitkabel. De koel-vriescombinatie mag nietvia een verlengsnoer op het elektri-citeitsnet worden aangesloten. Met verlengsnoeren kan een veilig ge-bruik van het apparaat niet wordengewaarborgd in verband met het ge-vaar voor oververhitting. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7.
GebruikRaak ingevroren levensmiddelenniet met natte handen aan. Als u dat doet zouden uw handen vastkunnen vriezen en zou u zich kunnenverwonden. Nuttig ijsblokjes en ijslolly’s, vooralwaterijsjes, nooit meteen nadat uze uit de diepvrieszone heeft gehaald. Door de zeer lage temperatuur vandeze producten zouden uw lippen entong kunnen vastvriezen en zou u zichkunnen verwonden. Vries geheel of gedeeltelijk ontdooi-de levensmiddelen niet opnieuwin. Bereid deze levensmiddelen zo snelmogelijk omdat ze anders aan voe-dingswaarde verliezen en bederven. Ontdooide levensmiddelen die al ge-kookt en gebraden zijn kunnen welopnieuw worden ingevroren. Bewaar geen stoffen in de koel-vriescombinatie die drijfgassen ofandere verstuivingsmiddelen bevatten. Wanneer de thermostaat wordt inge-schakeld kunnen vonken ontstaan. Deze kunnen licht ontvlambare produc-ten tot explosie brengen.
Plaats dranken met een hoog alco-holpercentage alleen rechtop en al-tijd goed gesloten in de koelzone in ver-band met explosiegevaar. Bewaar geen blikjes en flessen inde diepvrieszone die koolzuurhou-dende dranken bevatten of vloeistoffendie kunnen bevriezen. De blikjes en flessen kunnen in dat ge-val uit elkaar springen, u zou zich kun-nen verwonden en er zou schadekunnen ontstaan. Haal flessen die u in de diepvries-zone hebt gelegd om snel te koe-len er na maximaal één uur weer uit. Doet u dat niet, dan kunnen ze uit el-kaar springen, zou u zich kunnen ver-wonden en zou er schade kunnen ont-staan. Wanneer u levensmiddelen eet diete lang zijn bewaard, loopt u het ri-sico voedselvergiftiging op te doen. De bewaartijd hangt van vele factorenaf, zoals de versheid en kwaliteit vande levensmiddelen en de temperatuurwaarop ze worden bewaard.
Gebruik geen scherpe voorwerp-ten om –rijp- en ijslagen te verwijderen–en vastgevroren ijsbakjes en/of vast-gevroren levensmiddelen los te wrik-ken. Als u dat doet beschadigt u de vriespla-ten en functioneert de koel-vriescombi-natie niet meer. Plaats wanneer u wilt ontdooiennooit elektrische verwarmingsappa-raten of kaarsen in de koel-vriescombi-natie. Als u dat doet raakt het kunststofbeschadigd. Gebruik geen ontdooisprays of an-dere middelen om te ontdooien. Deze kunnen explosieve gassen vor-men, ze kunnen oplosmiddelen of drijf-gassen bevatten die het kunststof be-schadigen of ze kunnen schadelijk zijnvoor de gezondheid. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8.
Behandel de deurdichtingen nietmet olie of vet.Als u dat doet dan worden de deurdich-tingen in de loop van de tijd poreus.Sluit de luchttoevoeropening in desokkel en de luchtafvoeropeningboven in de kastombouw niet af.Als deze roosters geblokkeerd zijn kaner geen goede luchtgeleiding plaatsvin-den, waardoor het stroomverbruik stijgten bepaalde onderdelen van de koel-vriescombinatie kunnen beschadigen.De koel-vriescombinatie is gecon-strueerd voor een bepaalde kli-maatklasse. Een klimaatklasse is eenkamertemperatuurbereik, waarbinnende temperatuur zich moet bewegen enwaar deze niet boven of onder mag lig-gen.
De klimaatklasse van uw koel-vriescombinatie staat aangegeven ophet typeplaatje aan de binnenkant vanuw apparaat.Een te lage temperatuur heeft tot ge-volg dat de koel-vriescombinatie voorlangere tijd afslaat zodat het apparaatde vereiste temperatuur niet kan aan-houden.Gebruik voor het ontdooien en rei-nigen van de koel-vriescombinatienooit een stoomreiniger.Stoom kan in aanraking komen met de-len van het apparaat die onder span-ning staan en zo kortsluiting veroor-zaken.Wat te doen wanneer u hetapparaat afdanktVoorkom dat kinderen zich bij hetspelen insluiten en in levensgevaarkomen.Haal de stekker uit het stopcontacten maak de aansluitkabel onbruik-baar.Beschadig geen delen van hetkoelsysteem, bijv.
door–koelmiddelkanalen van de vriespla-ten open te prikken;–buisleidingen om te buigen;–beschermende lagen af te krabben.Als er koelmiddel uit spuit kan dat oog-letsel veroorzaken.Wanneer de veiligheidsinstructiesniet worden opgevolgd kan de fabri-kant niet verantwoordelijk wordengesteld voor schade die daar even-tueel het gevolg van is.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9
Het in- en uitschakelen van de koel-vriescombinatieVoor het eerste gebruikReinig de binnenkant van de koel-vriescombinatie en de toebehoren.Gebruik daarvoor lauwwarm watermet een beetje reinigingsmiddel.Wrijf daarna alles met een doekdroog.Het inschakelen van de koel-vriescombinatieDe koelzone en de diepvrieszone kun-nen los van elkaar worden ingescha-keld, zodat u niet alletwee de zones ge-lijk in gebruik hoeft te nemen.KoelzoneDraai de Aan-/Uit - schakelaar voorde koelzone met een munt vanuitstand "0" naar rechts op één van deandere standen.Draai de Aan-/Uit - schakelaar nietverder dan het punt waarop u weer-stand voelt.Draait u verder dan raakt de schake-laar beschadigd.Het controlelampje van de koelzonegaat branden.De koelzone begint te koelen.Wanneer de deur wordt geopend, gaatde binnenverlichting aan.DiepvrieszoneDraai de Aan-/Uit - schakelaar voorde diepvrieszone met een munt van-uit stand "0" naar rechts op n vanééde andere standen.Het controlelampje van de zoemer knip-pert.Na korte tijd klinkt er een zoemtoon.De diepvrieszone begint te koelen.Voordat u voor de eerste keer levens-middelen in de diepvrieszone legt kuntu deze zone het beste een paar uur la-ten voorkoelen.Het uitschakelen van de zoem-toonDruk op de Zoemer - toets.De zoemtoon houdt op.
Het controle-lampje blijft zolang branden totdat deingestelde temperatuur is bereikt.Koude-accu(afhankelijk van het model)Leg de koude-accu in de bovenstediepvrieslade of op het diepvriespla-teau.Na ca. 24 uur bereikt de koude-accuzijn maximale koelcapaciteit.Het in- en uitschakelen van de koel-vriescombinatie10
Het uitschakelen van de koel-vriescombinatieDraai beide Aan-/Uit - schakelaarsmet een munt naar links op stand "0".Alle controlelampjes gaan uit en de koe-lingen zijn uitgeschakeld.Bij langere afwezigheidWanneer u de koel-vriescombinatie vrijlange tijd niet meer gebruikt, doe danhet volgende.Schakel het apparaat uit.Trek de stekker uit het stopcontact.Ontdooi de diepvrieszone.Reinig het apparaat.Laat de deuren van het apparaat ietsopenstaan om te voorkomen dat erluchtjes ontstaan.Wordt het apparaat in zulke geval-len wel uitgeschakeld, maar niet ge-reinigd en niet opengezet, bestaathet gevaar dat zich schimmel vormt.Het in- en uitschakelen van de koel-vriescombinatie11
De juiste temperatuurHet is voor de houdbaarheid van de le-vensmiddelen zeer belangrijk dat dejuiste temperatuur wordt ingesteld.Door micro-organismen bederven de le-vensmiddelen erg snel. De tempera-tuur beïnvloedt de snelheid waarmeede micro-organismen groeien. Hoe la-ger de temperatuur, des te langer hetduurt voordat de levensmiddelen be-derven.Wanneer u voor het bewaren van le-vensmiddelen de juiste temperatuurinstelt kunt u daarmee bederf voorko-men of vertragen. De temperatuur in het apparaat wordthoger, naarmate–de deur van het apparaat vakerwordt geopend en de deur langergeopend blijft;–er meer levensmiddelen worden op-geslagen;–de temperatuur van de net opgesla-gen levensmiddelen hoger is;–de omgevingstemperatuur hoger is.Dit apparaat is geconstrueerd vooreen bepaalde klimaatklasse.
Een kli-maatklasse is een temperatuurbe-reik, waarbinnen de kamertempera-tuur zich moet bewegen en waardeze niet boven of onder mag liggen.. . . in de koelzoneDaarom adviseren wij voor het mid-den van het apparaat een koeltempe-ratuur van 5 °C. . . . in de diepvrieszoneStel, wanneer u verse levensmiddelenwilt invriezen en ingevroren levensmid-delen lange tijd wilt bewaren, een tem-peratuur in van - 18 °C. Bij deze temperatuur wordt de groeivan micro-organismen voor het groot-ste gedeelte gestopt. Zodra de tempe-ratuur boven de - 10 C stijgt begint het°bederf door de micro-organismen enzijn de levensmiddelen minder langhoudbaar. Daarom mogen geheel of ge-deeltelijk ontdooide levensmiddelenpas weer worden ingevroren wanneerze eerst verwerkt zijn, d.w.z. eerst ge-kookt of gebraden zijn. Door de hogetemperaturen worden de meeste micro-organismen gedood.De juiste temperatuur12
Het instellen van de tempera-tuurDe temperatuur in de koelzone en detemperatuur in de diepvrieszone kunt uapart instellen met de temperatuurrege-laars van de afzonderlijke zones.Draai de temperatuurregelaars meteen munt vanuit stand "0’ naar rechtsop één van de andere standen.Draai de temperatuurregelaars nietverder dan het punt waarop u weer-stand voelt.Draait u verder dan raken ze be-schadigd.Hoe hoger de stand aan de tempera-tuurregelaar, des te lager de tempera-tuur in het apparaat.Temperatuuraanduiding vande diepvrieszoneDe temperatuuraanduiding op het be-dieningspaneel geeft bij normaal ge-bruik de temperatuur aan van de warm-ste plek in de diepvrieszone.De temperaturen op het display geveneen temperatuurbereik en niet de pre-ciese temperatuur aan.Wanneer u met behulp van de tempera-tuurregelaar voor de diepvrieszone eenandere temperatuur heeft ingesteld,controleer dan de temperatuuraandui-ding na ca.
6 uur wanneer de diep-vrieszone lang niet vol is en na ca. 24uur wanneer deze zone wel helemaalvol is.Pas dan is de echte diepvrieszonetem-peratuur bereikt.Is de temperatuur na deze tijd te laagof te hoog, zet de temperatuurregelaardan opnieuw op een andere stand.Een temperatuur van boven de - 18 °Cis geen probleem wanneer u:–het apparaat in gebruik neemt;–de deur van het apparaat een keervrij lang geopend houdt, bijv. omeen vrij grote hoeveelheid verse pro-ducten of diepvriesproducten in dediepvrieszone te leggen of een vrijgrote hoeveelheid ingevroren pro-ducten of diepvriesproducten uit dediepvrieszone te halen;–verse levensmiddelen invriest.Is de temperatuur vrij lange tijd hogerdan -18 °C, controleer dan of de inge-vroren levensmiddelen geheel of ge-deeltelijk zijn ontdooid. Is dat het geval,verbruik deze levensmiddelen dan zosnel mogelijk. De juiste temperatuur13
De zoemerDit apparaat is uitgerust met een waar-schuwingssysteem waarmee wordtvoorkomen dat de temperatuur in dediepvriesruimte ongemerkt stijgt.Wanneer de temperatuur te veel stijgtklinkt er een zoemtoon. Tegelijk gaathet controlelampje van de zoemtoonknipperen.Of het apparaat een temperatuur tehoog vindt is afhankelijk van de standaan de temperatuurregelaar.De zoemtoon klinkt en het controlelamp-je van de zoemtoon gaat branden wan-neer:–u de diepvriesruimte inschakelt;–u een vrij grote hoeveelheid levens-middelen invriest;–de stroom vrij lang uitgevallen is ge-weest;–u de deur van het apparaat vrij langetijd open hebt laten staan, bijv. omverse producten of diepvriesproduc-ten in het apparaat te leggen of omingevroren producten of diepvries-producten te hersorteren of uit hetapparaat te halen.N.B.: Het gaat hier dus niet om eendeuralarm, dat afgaat wanneer dedeur openstaat!
Het gaat hier omeen waarschuwingssysteem dat inwerking treedt zodra de temperatuurte hoog is, wat kan gebeuren wan-neer de deur vrij lang openstaat.Het inschakelen van het waar-schuwingssysteemHet waarschuwingssysteem hoeft niette worden ingeschakeld, want het is alautomatisch klaar voor gebruik.Het voortijdig uitschakelenvan de zoemtoonZodra de ingestelde temperatuur in dediepvrieszone is bereikt houdt de zoem-toon op en gaat het controlelampje uit.Wanneer de zoemtoon u hindert dankunt u deze voortijdig uitschakelen.Druk op de Zoemer - toets.De zoemtoon houdt op.Het controlelampje van de zoemertoetsblijft zolang branden totdat de ingestel-de temperatuur is bereikt.Vanaf dat moment is het waarschu-wingssysteem weer klaar voor gebruik.De zoemer14
De functie "Superfrost"Wat gebeurt er bij het invrie-zen van verse levensmidde-len?Verse levensmiddelen moeten zo snelmogelijk tot in de kern worden ingevro-ren. Alleen zo blijven voedingswaarde,vitaminen, vorm en smaak behouden.Hoe langzamer de levensmiddelen in-vriezen, des meer vocht komt er uit ie-dere cel vrij. Dit vocht komt in de tus-senruimten terecht.De cellen gaan krimpen.Wanneer de levensmiddelen ontdooienkomt slechts een deel van het vochtdat eerder vrijkwam in de cellen terug.Praktisch betekent dit dat de levens-middelen veel vocht verliezen.
Dat zietu aan de grote waterplas die zich omde levensmiddelen vormt wanneerdeze ontdooien.Wanneer de levensmiddelen snel hele-maal invriezen, heeft het vocht mindertijd om uit de cellen vrij te komen en inde tussenruimten terecht te komen.De cellen krimpen veel minder.Wanneer de levensmiddelen ontdooienkan de kleine hoeveelheid vocht die vrij-gekomen is naar de cellen terugkeren.Dat betekent dat de levensmiddelenweinig vocht verliezen. Er vormt zichslechts een kleine waterplas om de le-vensmiddelen wanneer deze ontdooien!Het gebruik van de superfrostMet behulp van de functie "Superfrost"kunt u verse levensmiddelen optimaalinvriezen.
De superfrost moet u al vóórhet invriezen van verse levensmiddeleninschakelen.De superfrost schakelt u dus niet in:–wanneer u reeds ingevroren levens-middelen in het apparaat legt;–wanneer u dagelijks slechts max.2 kg verse levensmiddelen in het ap-paraat legt.Het inschakelen van de superfrostDe superfrost moet u inschakelen 4 – 6uur voordat u de in te vriezen levens-middelen in het apparaat legt.Wilt u gebruik maken van de maximalevriescapaciteit, schakel de superfrostdan 24 uur van te voren in.Druk op de Superfrost - toets.Daarna begint het controlelampje bo-ven deze toets te branden.De temperatuur in het apparaat daaltdoordat de koelcapaciteit van het appa-raat maximaal is.De functie "Superfrost"15
Het uitschakelen van de superfrostDe superfrost wordt automatisch na ca.50 uur uitgeschakeld.Het controlelampje gaat uit en de koel-capaciteit van het apparaat is weer nor-maal.Om energie te besparen kunt u de su-perfrost zelf uitschakelen, zodra in dediepvrieszone een constante tempera-tuur van minstens -18 °C is bereikt.Druk op de Superfrost - toets.Daarna gaat het controlelampje bovendeze toets uit.De koelcapaciteit van het apparaat isweer normaal.De functie "Superfrost"16
Het inruimen van levensmiddelenDoor de natuurlijke luchtcirculatie ont-staan er in de koelruimte zones met ver-schillende temperaturen.De koude, zware lucht zakt in het on-derste gedeelte van het apparaat.Maak bij het inruimen van de levens-middelen van deze verschillendekoudezones gebruik.De koelste zones bevinden zich aande achterwand en boven de groenten-en fruitladen.Gebruik de koelzone boven de groen-tenladen voor levensmiddelen die mak-kelijk bederven, bijv. vlees, worst en vis.De minst koele zone bevindt zich hele-maal boven tegen de deur.
Gebruikdeze zone voor het opslaan van boterzodat deze smeerbaar blijft en voorkaas zodat deze zijn aroma niet verliest.Verdere tips voor het inruimen van le-vensmiddelenBewaar op de plateaus van bovennaar beneden:Brood en banket, reeds bereide ge-rechten, zuivelproducten, vlees, visen worst.Bewaar in de groenten- en fruitladengroenten en fruit.Wanneer u groenten en fruit in éénlade bewaart, houdt u er dan reke-ning mee dat er natuurlijke gassenvrijkomen die invloed kunnen heb-ben op de houdbaarheid van ande-re levensmiddelen.Bewaar in de deur van de koelzonevan boven naar beneden:boter, kaas, blikken, kleine flessen,tubes, grote flessen, pakken zuivel.Zet geen culinaire olie in de deurvan de koelzone.Wanneer u dat doet kunnen erscheuren in het kunststof materiaalvan de deur ontstaan.Bewaar in de diepvrieszone diep-vriesproducten, in te vriezen levens-middelen, ijsblokjes en ijs.Het inruimen van levensmiddelen17
Het indelen van de binnenruimteHet verplaatsen van de pla-teausDe plateaus kunt u in hoogte verstellenzodat er producten van verschillendehoogte kunnen worden neergelegd /neergezet.Trek het plateau naar voren totdat uweerstand voelt, til het aan de voor-kant op en haal het eruit.Zet het plateau met de achterkantnaar boven op de gewenste plek,haal de voorkant omhoog en schuifhet plateau naar binnen.De opstaande rand moet naar bovenwijzen zodat de levensmiddelen nietmet de achterwand in aanraking kun-nen komen en eraan vastvriezen.Plateau dat uit twee delen be-staatWanneer u hoge producten in het appa-raat wilt plaatsen kunt u gebruik makenvan een plateau dat uit twee delen be-staat.
Het voorste gedeelte kan wordenverwijderd waardoor op het plateaudaaronder hoge producten kunnen wor-den neergezet / neergelegd.Het verplaatsen van de deur-vakkenSchuif de deurvakken naar boven enhaal ze eruit.Zet de deurvakken er op de gewen-ste plaats weer in.Zorg er daarbij voor dat ze goedvastklikken.Het verschuiven van de fles-houder in het/de deurvak(ken)voor flessen(afhankelijk van het model)De fleshouder in het deurvak voor fles-sen kunt u naar rechts of links verschui-ven.Daardoor staan de flessen stevigerwanneer u de deur van het apparaatopent en sluit.Het indelen van de binnenruimte18
Het koelen en bewaren van levensmiddelenWaar u op moet letten bij hetkoelen en bewaren van levens-middelenMaak bij het koelen en bewaren vande levensmiddelen gebruik van deverschillende koudezones. Neem ook de tips voor het inruimenvan levensmiddelen in acht. Zie:"Het inruimen van levensmiddelen’. –De levensmiddelen mogen niet metde achterwand in aanraking komen,want in dat geval kunnen ze eraanvastvriezen. –Bewaar geen stoffen in het apparaatdie drijfgassen of andere verstui-vingsmiddelen bevatten in verbandmet explosiegevaar. –Plaats dranken met een hoog alco-holpercentage alleen rechtop en al-tijd goed gesloten in het apparaat inverband met explosiegevaar. –Laat warme levensmiddelen en dran-ken afkoelen voordat u ze in het ap-paraat plaatst. –Bewaar levensmiddelen alleen afge-dekt of verpakt.
Zo voorkomt u dat er levensmidde-lenluchtjes vrijkomen en op anderelevensmiddelen worden overge-bracht en dat de levensmiddelen uit-drogen. Groenten en fruit kunnen echteronverpakt in de groenten- en fruitla-den worden bewaard. –Plaats de levensmiddelen niet tedicht op elkaar zodat de lucht tussende levenmiddelen kan circuleren. –Wanneer u levensmiddelen in het ap-paraat wilt leggen of uit het apparaatwilt halen, doe de deur dan altijdmaar even open, zodat de tempera-tuur in de koelzone niet stijgt. Daar-door bespaart u energie. Voor het apparaat ongeschikte levens-middelenNiet alle levensmiddelen zijn geschiktom in de koelzone te worden bewaard.
Hiertoe behoren:–Koudegevoelig fruit en koudegevoeli-ge groenten zoals bananen, avoca-do’s, papaya’s, passievruchten, au-bergines, paprika, tomaten en kom-kommers–Fruit dat nog niet rijp is–Aardappels–Parmezaanse kaasSommige groentensoorten scheiden na-tuurlijke gassen af, wat bederf in dehand werkt. Enkele groenten- en fruit-soorten reageren bijzonder gevoelig opdeze natuurlijke gassen. Daarom mo-gen niet alle groenten- en fruitsoortensamen in één lade worden bewaard.
Het invriezen en bewaren van levensmiddelenMaximale vriescapaciteitLevensmiddelen kunnen het best zosnel mogelijk tot in de kern worden in-gevroren. Daarvoor is het noodzakelijkdat de maximale vriescapaciteit nietwordt overschreden. De maximale vriescapaciteit binnen 24uur vindt u op het typeplaatje "Vriesca-paciteit. kg/24 h". Het bewaren van diepvriespro-ductenWilt u diepvriesproducten bewaren,controleer dan al vóórdat u ze koopt:–de verpakking op eventuele bescha-digingen;–de uiterste houdbaarheidsdatum vande diepvriesproducten en–de temperatuur van de diepvrieskistin de winkel. Komt deze boven de -18 °C, dan zijnde diepvriesproducten niet zo langhoudbaar als wanneer de tempera-tuur -18 °C is. Haal de diepvriesproducten uit dediepvrieskist wanneer u alle andereboodschappen al in uw wagentjehebt liggen en vervoer ze in kranten-papier of in een koeltas.
Leg de diepvriesproducten thuis di-rect in het apparaat. Vries geheel of gedeeltelijk ontdooi-de levensmiddelen niet opnieuw in. Pas nadat u deze levensmiddelenhebt gekookt of gebraden kunt u zeopnieuw invriezen. Het invriezen en bewaren vanverse levensmiddelenGebruik voor het invriezen alleen verselevensmiddelen waar geen rotte plek-ken in zitten. Waar u daarbij op moet letten:–Geschikt om in te vriezen zijn:vers vlees, gevogelte, wildbraad, vis,groenten, kruiden, vers fruit, zuivel-producten, brood en banket, kliek-jes, eigeel, eiwit en vele kant-en-klaarproducten. –Niet geschikt om in te vriezen zijn:druiven, kropsla, radijs, rammenas,zure room, mayonnaise, hele eierenin de schaal, uien, hele appels en pe-ren. –Om kleur, smaak, aroma en vitamineC te behouden kunt u groenten enfruit het beste voor het invriezenblancheren.
Breng daartoe een pan water aan dekook, voeg het voedsel daar portie-gewijs aan toe, laat het daar 2-3 mi-nuten in liggen, haal het eruit, laathet snel in koud water afkoelen enlaat het uitlekken.
–Kruid en zout verse levensmiddelenen geblancheerde groente vóór hetinvriezen niet. Kruid en zout reeds bereide gerech-ten voor het invriezen slechts licht. Sommige kruiden veranderen desmaakintensiteit van de gerechten. –Laat warme gerechten en drankeneerst buiten het apparaat afkoelen. Doet u dat niet dan beginnen reedsingevroren levensmiddelen te ont-dooien en wordt er meer stroom ver-bruikt dan nodig is. Het verpakkenVries de levensmiddelen per portiein. Geschikte verpakking– kunststof folie– diepvrieszakken van polyethyleen– aluminiumfolie– diepvriesbakjeOngeschikte verpakking– pakpapier– braadpapier– cellofaan– afvalzakken– gebruikte plastic zakkenDruk de lucht uit de verpakking. Sluit de verpakking goed af met:– elastiekjes– kunststof klipjes– touwtjes of– koudebestendig plakband. Zakken en diepvrieszakken van poly-ethyleen kunt u ook met een seal-ap-paraat afsluiten.
Doe een sticker op de verpakkingmet inhoud en invriesdatum. Het wegleggenDe levenmiddelen kunnen overal in dediepvriesruimte worden ingevroren, be-halve in de onderste diepvrieslade. Vrij grote hoeveelheden kunnen het be-ste direct op de vriesplaten worden ge-legd, daar de levensmiddelen daar bij-zonder snel worden ingevroren zonderdat dat ten koste gaat van de kwaliteit. In dit geval moeten één of meer diep-vriesladen uit het apparaat worden ge-haald. De onderste diepvrieslade moet inhet apparaat blijven zitten om deluchtcirculatie te garanderen. In iedere diepvrieslade en op iederevriesplaat kan maximaal 25 kg wor-den gelegd. Leg de in te vriezen producten overde hele breedte op de bodem vande diepvriesladen of op de vriespla-ten van het apparaat, zodat ze zosnel mogelijk tot in de kern wordeningevroren.
Op dit wieltje zijnde maanden weergegeven met 1 - 12 .Schuif de plaketten vanaf de randvan de diepvrieslade op de geleide-rail.Met de plaketten geeft u aan om watvoor soort product het gaat en met dewieltjes het tijdstip waarop u het pro-duct hebt opgeslagen.Het ontdooien van ingevrorenproductenDat kunt u doen–in de magnetron;–in de oven bij het verwarmingssys-teem "Hetelucht" of "Ontdooien";–bij kamertemperatuur;–in de koelkast of in de koelzone.Platte stukken vlees en vis kunnengedeeltelijk ontdooid in een hete braad-pan worden gelegd.Fruit kan bij kamertemperatuur zowelin de verpakking als ook in een afge-dekte schaal ontdooien.Groente kan in het algemeen in bevro-ren toestand aan kokend water wordentoegevoegd of in heet vet worden ge-stoofd.
De kooktijd is iets korter dan bijverse groente.Vries geheel of gedeeltelijk ontdooi-de levensmiddelen niet opnieuw in.Pas nadat u deze levensmiddelenhebt gekookt of gebraden kunt u zeopnieuw invriezen.Het bereiden van ijsblokjesVul het bakje voor ijsblokjes voor drie-vierde deel met water en zet het op debodem van van één van de diepvriesla-den.Wanneer dit bakje is vastgevroren, ge-bruik dan een stomp voorwerp, bijv.een lepelsteel om het los te maken.Wanneer het bakje even onder stro-mend water wordt gehouden laten deijsblokjes gemakkelijk los.Het invriezen en bewaren van levensmiddelen22
Het bereiden van consumptie-ijsGebruik hiervoor een bakje voor ijsblok-jes zonder rooster.Consumptie-ijs heeft afhankelijk vanhet vetgehalte iets langer nodig om inte vriezen dan waterijs.Wanneer het bakje even in water wordtgeplaatst kan het consumptie-ijs er ge-makkelijk uit worden gehaald.Het snelkoelen van drankenWanneer u flessen drank in het appa-raat hebt gelegd om snel te koelen,haal ze er dan na maximaal één uurweer uit.Doet u dat niet dan springen ze uit el-kaar.DiepvriesplateauOp het diepvriesplateau kunt u kleinereproducten invriezen, niet alleen fruit engroenten maar ook kruiden, zonder datdat ten koste gaat van de kwaliteit.De producten blijven in vorm en dekans dat ze aan elkaar vastvriezen isklein. Leg de in te vriezen producten ophet diepvriesplateau.Hang het diepvriesplateau in éénvan de bovenste diepvriesladen.Laat de producten 10 tot 12 uur steviginvriezen.
Hevel ze dan over in eendiepvrieszak of diepvriesbakje en legze dan in de diepvriesladen.Het gebruik van de koude-accu(afhankelijk van het model)De koude-accu voorkomt dat de tempe-ratuur in de diepvriesruimte snel stijgtwanneer de stroom is uitgevallen.Leg de koude-accu in de bovenstediepvrieslade direct op de levensmid-delen of op het diepvriesplateau.Na ca.
24 uur bereikt de koude-accuzijn maximale koelcapaciteit.Leg de koude-accu wanneer de stroomuitvalt direct op de levensmiddelen inde bovenste lade om de levensmidde-len in ieder geval nog zo lang mogelijkte kunnen bewaren.Wanneer u verse levensmiddelen in hetapparaat wilt leggen, gebruik de koude-accu dan om een scheiding aan tebrengen tussen reeds ingevroren enverse levensmiddelen, zodat de eerstegroep niet gaat ontdooien.De koude-accu kan ook korte tijd wor-den gebruikt voor het koelen van le-vensmiddelen en dranken in een koel-tas.Het invriezen en bewaren van levensmiddelen23
Het ontdooien van de koel-vriescombinatieHet ontdooien van de koelzoneTerwijl de koel-vriescombinatie in wer-king is, kunnen zich aan de achter-wand van de koelzone rijp en waterpa-reltjes vormen.Deze hoeft u niet te verwijderen, wantde koelzone wordt automatisch ont-dooid.Het dooiwater loopt via het gootje voorhet dooiwater en via de afvoeropeningvoor het dooiwater in het verdampings-systeem aan de achterkant van het ap-paraat.Let erop dat het dooiwater altijd on-gehinderd weg kan lopen.Houd het gootje en de afvoerope-ning voor het dooiwater daaromschoon.Het ontdooien van de diep-vrieszoneDe diepvrieszone ontdooit niet automa-tisch, daar de ingevroren levensmidde-len niet mogen ontdooien.Wanneer het apparaat normaal in ge-bruik is, ontstaan er na verloop van tijdrijp en ijs op de vriesplaten.
Daardoorwordt er minder kou afgegeven enmeer stroom verbruikt.Krab de rijp- en ijslagen er niet af,want dan beschadigt u de vriespla-ten en functioneert het apparaatniet meer.Ontdooi de diepvrieszone van tijd tottijd, echter in ieder geval zodra zicheen ca. 5 mm dikke ijslaag heeft ge-vormd.Gebruik de gelegenheid wanneer erweinig of geen producten in de diep-vrieszone liggen.Schakel ca. 4 uur voordat u de diep-vrieszone gaat ontdooien de super-frost in. Daardoor krijgen de reedsopgeslagen ingevroren levensmidde-len een koudereserve en kunnen dusiets langer bij kamertemperatuur wor-den bewaard.Haal de ingevroren producten uit dediepvrieszone en leg de koude-accuerop. Wikkel de producten in ver-schillende lagen krantenpapier of de-kens.
Hoe langer de ingevroren produc-ten bij kamertemperatuur wordenbewaard, des te korter ze houdbaarzijn.Schakel de diepvrieszone met deAan-/Uit - schakelaar uit.Laat de deur van de diepvrieszoneopen.Neem het dooiwater met een sponsop.U kunt het ontdooien versnellen doortwee pannetjes op een onderzetter metheet (niet kokend) water in het appa-raat te zetten.In dat geval kan de deur bij het ontdooi-en gesloten blijven, zodat de warmteniet vrij kan komen.Plaats wanneer u wilt ontdooiennooit elektrische verwarmingsappa-raten of kaarsen in het apparaat.Als u dat doet raakt het kunststof be-schadigd.Gebruik geen ontdooisprays of an-dere middelen om te ontdooien.Deze kunnen explosieve gassenvormen, ze kunnen oplosmiddelenof drijfgassen bevatten die hetkunststof beschadigen of ze kunnenschadelijk zijn voor de gezondheid.Reinig de diepvrieszone en maakdeze droog.Sluit de deur van de diepvrieszoneen schakel de zone in.Schakel de superfrost in zodat dediepvrieszone snel koud wordt.Het controlelampje gaat branden.Schuif de diepvriesladen met de in-gevroren producten in de diepvries-zone zodra de temperatuur in dezezone laag genoeg is.Schakel de superfrost weer uit.Het controlelampje gaat uit.Het ontdooien van de koel-vriescombinatie25
Het reinigen van de koel-vriescombinatieGebruik nooit zand-, soda-, zuur- ofschuurmiddelhoudende reinigings-middelen of chemische oplosmidde-len.Ongeschikt zijn ook zogenaamde"schuurmiddelvrije" schuurmidde-len, daar deze doffe plekken veroor-zaken.Let erop dat er geen water in deelektronica of in de verlichting te-rechtkomt.Zorg ervoor dat er geen reinigings-water door de afvoeropening voorhet dooiwater loopt.Gebruik geen stoomreiniger.Stoom kan in aanraking komen metdelen van het apparaat die onderspanning staan en zo kortsluitingveroorzaken.Het typeplaatje in de binnenruimtevan het apparaat mag niet wordenverwijderd.
De gegevens zijn nodigin het geval er een storing optreedt.Voor het reinigenSchakel het apparaat uit door beideAan-/Uit - schakelaars op "0" te draai-en.Haal de producten uit de koelzoneen de diepvrieszone en bewaar zeop een koele plaats.Haal alle toebehoren uit de koel-vriescombinatie die kunnen wordenverwijderd.Het reinigen van de binnen-ruimte en de toebehorenDeze kunt u het beste reinigen metlauwwarm water met reinigingsmiddel.Reinig de toebehoren met de hand.
Hetbotervak kan wel in de afwasautomaat.Reinig de koelzone minstens éénkeer in de maand en de diepvrieszo-ne iedere keer na het ontdooien.Reinig het gootje en de afvoerope-ning voor het dooiwater regelmatigmet een wattenstaafje of iets derge-lijks, zodat het dooiwater altijd onge-hinderd weg kan lopen.Neem de binnenruimte en de toebe-horen daarna met helder water af enwrijf alles met een doek droog.Laat de deuren van de koel-vries-combinatie korte tijd openstaan.Het reinigen van de luchttoe-voer- en luchtafvoeropeningenReinig de luchttoevoer- en luchtaf-voeropeningen regelmatig met eenkwast of een stofzuiger.Wanneer er zich stof ophoopt wordt eronnodig energie verbruikt.Het reinigen van de koel-vriescombinatie26
Het reinigen van de kHet reinigen van de deurdich-tingenBehandel de deurdichtingen nietmet olie of vet. Als u dat doet danworden de deurdichtingen in deloop van de tijd poreus.Reinig de deurdichtingen regelmatigalleen met helder water en wrijf zedaarna met een doek grondig droog.Na het reinigenPlaats de toebehoren in de koelzone.Leg de levensmiddelen in de koelzo-ne.Sluit de deuren van de koel-vries-combinatie.Schakel het apparaat in.Schakel de superfrost in zodat dediepvrieszone snel koud wordt.Het controlelampje gaat branden.Schuif de diepvriesladen met de in-gevroren producten in de diepvries-zone zodra de temperatuur in dezezone laag genoeg is.Schakel de superfrost weer uit.Het controlelampje gaat uit.Het reinigen van de koel-vriescombinatie27
u ongewone geluiden hoort nadatu de koel-vriescombinatie hebt inge-schakeld en vooral nadat u het appa-raat voor het eerst in gebruik hebt ge-nomen?Schakel de koel-vriescombinatie uiten controleer:–of het apparaat stabiel en waterpasstaat;–of de meubels die naast het appa-raat staan gaan trillen als deze aan-staat;–of u er bij het inbouwen van de koel-vriescombinatie aan gedacht hebtdat alle delen aan de achterwandvan het apparaat nergens tegenaankunnen komen;–of u voor het inbouwen van de koel-vriescombinatie de kabelhouder vande achterwand van het apparaathebt verwijderd;–of de uitneembare onderdelen vande koel-vriescombinatie stevig in hetapparaat zitten;–of er flessen tegen elkaar aankomen.Bedenk wel dat motor- en stromingsge-luiden in het koelsysteem niet te vermij-den zijn.. . .
de koel-vriescombinatie nietkoelt?Controleer of:–de temperatuurregelaars op een an-dere stand staan dan op "0";–de stekker stevig in het stopcontactzit;–de hoofdschakelaar van de elektrici-sche huisinstallatie is ingeschakeld.Is dit wel het geval, neem dan contactop met de Technische Dienst van MieleNederland B.V.. . . de deur van de diepvrieszoneniet verschillende keren achter el-kaar kan worden geopend?Dat is geen storing. Door de zuigendewerking kunt u de deur pas na enigetijd zonder moeite openen.. . . de temperatuur in de koelzone ofin de diepvrieszone te laag is?Zet de temperatuurregelaar op eenlagere stand (hogere temperatuur).Controleer of u vergeten hebt om desuperfrost uit te schakelen. In dat ge-val brandt het controlelampje.Nuttige tips28
de koel-vriescombinatie vaker envoor langere tijd aanslaat. Controleer:–of de luchttoevoeropening benedenin de sokkel of de luchtafvoerope-ning boven in de kastombouw is ge-blokkeerd en of er veel stof inzit;–of u de deur van de koelzone of dediepvrieszone vaak open en dichtheeft gedaan;–of er ineens grote hoeveelheden ver-se levensmiddelen zijn ingevroren;–of de deuren van de koel-vriescombi-natie goed sluiten;–of er zich in de diepvrieszone eenvrij dikke ijslaag bevindt. Klopt dat, ontdooi dan de diepvries-zone. de ingevroren producten vastge-vroren zijn. Maak de ingevroren producten met eenstomp voorwerp, bijv. met een lepel-steel los. zich in de diepvrieszone een vrijdikke ijslaag bevindt. Controleer of de deur van de diep-vrieszone goed sluit. Ontdooi de diepvrieszone. Reinig de diepvrieszone. Door een dikke ijslaag vermindert dekoelcapaciteit waardoor het stroomver-bruik stijgt.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele kf 883 i 1 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koelen vriezen Miele
Handleiding Koelen vriezen
Nieuwste handleidingen voor Koelen vriezen