Miele k 825 i Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Miele k 825 i (40 pagina’s), behorend tot de categorie Koelen vriezen. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 114 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Miele k 825 i of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/40
Gebruiks- en montage-aanwijzing
voor de koelkasten
K 825 i-1
K 835 i-1
K 845 i-1
K 855 i-1
Lees beslist de gebruiksaanwijzing
voordat u uw apparaat plaatst,
installeert en in gebruik neemt.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt
onnodige schade aan uw apparaat.
M
M.-Nr.06 156 850

Beoordeel deze handleiding

4.9/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Koelen vriezen
Model: k 825 i

Foutcodes Miele k 825 i

Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.

Code Betekenis Oplossing
de . . . de koelkast vaker en voor langere Reparaties aan elektrische appara- tijd aanslaat?
of Controleer of: worden uitgevoerd. Wanneer dit niet
op ^ de temperatuurregelaar op een an- knippert? dere stand staat dan op "0";

Handleiding Miele k 825 i – volledige tekst

Het reinigen van de koelkast. 20Het reinigen van de binnenruimte en de toebehoren. 20Het reinigen van de luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen. 20Het reinigen van de deurdichting. 20Nuttige tips. 22Geluiden en de oorzaken ervan. 24Technische Dienst. 25Elektrische aansluiting. 26Montage-instructies. 27Plaats van opstelling. 27Klimaatklasse. 27Luchttoevoer en luchtafvoer. 27Voordat u het apparaat inbouwt. 27Inbouw in een scheidingswand. 28Had uw oude apparaat een andere scharniertechniek. 28Inbouwmaten. 29Het veranderen van de draairichting van de deur. 30Het inbouwen van het apparaat. 32Het monteren van de meubeldeur. 34Inhoud.

a Temperatuuraanduidingb Superkoeling - toets met controle-lampjee Plateausf Gootje voor het dooiwater enafvoeropening voor het dooiwaterg Groente- en fruitladenh Boter- en kaasvakc Aan/Uit - toets / Temperatuurregelaard Lichtcontactschakelaari Flesplateau*j Eierrekjesk Binnenverlichtingl Deurvakkenm Fleshouders**afhankelijk van het modelAlgemeen4

Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade.Het verpakkingsmateriaal is uitgekozenomdat dit het milieu relatief weinig be-last en kan worden hergebruikt.Door hergebruik van verpakkingsmate-riaal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van het apparaatAfgedankte elektrische en elektroni-sche apparaten bevatten meestal nogwaardevolle materialen.Ze bevatten echter ook schadelijkestoffen die nodig zijn geweest om deapparaten goed en veilig te laten functi-oneren.Wanneer u uw oude apparaat bij hetgewone huisafval doet, kunnen dezestoffen mens en milieu schaden.Doe het apparaat daarom in geen ge-val bij het gewone huisafval, maar leverhet in bij het inzameldepot van uw ge-meente.Let erop dat de buisleidingen van uwapparaat niet worden beschadigd,wanneer dit wordt weggebracht om opvakkundige wijze en zonder het milieual te veel schade te berokkenen te wor-den verschroot.

Deze koelkast voldoet aan de voor-geschreven veiligheidsmaatregelen.Door ondeskundig gebruik kunnenpersonen echter letsel oplopen enkan er materiële schade ontstaan.Lees deze gebruiksaanwijzing daar-om eerst aandachtig door voordat udit apparaat voor het eerst gebruikt.Hierin vindt u belangrijke instructiesmet betrekking tot de inbouw, deveiligheid, het gebruik en het onder-houd van het apparaat.Bewaar deze gebruiksaanwijzing engeef deze door aan de eventuelevolgende eigenaar van de koelkast.Efficiënt gebruikDeze koelkast is uitsluitend be-stemd voor huishoudelijk gebruik.Gebruik deze koelkast uitsluitendvoor het koelen en bewaren van le-vensmiddelen.Gebruik voor andere doeleinden is on-toelaatbaar en kan gevaarlijk zijn.De fabrikant is niet verantwoordelijkvoor schade die is ontstaan door ge-bruik voor andere doeleinden dan hieraangegeven of door een foutieve be-diening.Technische veiligheidDit apparaat bevat het koelmiddelIsobutan (R600a).Dit is een natuurlijk gas dat het milieuweinig belast, maar wel brandbaar is.Het gas is niet schadelijk voor de ozon-laag en verhoogt het broeikaseffectniet, maar het gebruik van dit gas heefter wel toe geleid dat het apparaat meerlawaai maakt wanneer het aanstaat.

Be-halve de geluiden van de compressorkunen er dan in het hele koelsysteemstromingsgeluiden optreden. Dezeeffecten zijn helaas niet te vermijden,maar hebben geen negatieve invloedop de capaciteit van het apparaat.Let er bij het transport en bij de plaat-sing van het apparaat op dat er geenonderdelen van het koelsysteem wor-den beschadigd.Door vrijkomend koelmiddel kan menoogletsel oplopen.Wordt het koelsysteem toch bescha-digd:- vermijd dan open vuur of anderebrandhaarden,- trek de stekker uit het stopcontact,- lucht het vertrek waar het apparaatstaat enkele minuten lang door- en neem contact op met de Techni-sche Dienst.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6

Hoe meer koelmiddel een koelkastbevat, des te groter moet het ver-trek zijn waarin de koelkast wordt opge-steld. Wanneer het vertrek te klein is kan zichbij een eventuele lek een brandbaarmengsel van gas en lucht vormen. Per 8 g koelmiddel moet het vertrekminstens 1 m3groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel die de koel-kast bevat staat op het typeplaatje inde binnenkant van het apparaat. Voordat u uw koelkast aansluitdient u altijd de aansluitgegevens(zekering, spanning en frequentie) ophet typeplaatje met die van het elektrici-teitsnet te vergelijken. Deze moeten beslist overeenkomen,omdat de koelkast anders beschadigdraakt. Raadpleeg bij twijfel een elektricien. De elektrische veiligheid van dekoelkast is uitsluitend gegaran-deerd als deze wordt aangesloten opeen aardingssysteem dat volgens degeldende veiligheidsbepalingen is ge-ïnstalleerd.

Het is zeer belangrijk dat aan deze fun-damentele veiligheidsvoorwaarde isvoldaan. Laat de huisinstallatie bij twij-fel door een vakman controleren. De fabrikant kan niet aansprakelijk wor-den gesteld voor schade die is ont-staan door een ontbrekende of bescha-digde aarddraad (bijv. een elektrischeschok). Een veilig gebruik van de koelkastis alleen dan gegarandeerd, wan-neer het apparaat wordt gemonteerden aangesloten volgens de instructiesdie in de gebruiksaanwijzing staan. Wanneer dit apparaat op eenniet-stationaire locatie (bijv. op eenboot of in een camper) moet wordengeplaatst, mag het uitsluitend door eenvakman/vakvrouw worden ingebouwden aangesloten. Hierbij moet aan allevoorwaarden voor een veilig gebruikworden voldaan. Installatie- en onderhoudswerk-zaamheden als ook reparaties mo-gen alleen door erkende vakmensenworden uitgevoerd.

Er staat alleen dan geen elek-trische spanning op de koelkast alsaan één van de volgende voorwaardenis voldaan:– als de hoofdschakelaar van de huis-installatie is uitgeschakeld,–of als de stekker uit het stopcontactis getrokken. Trek daarbij aan de stekker en nietaan de aansluitkabel. De koelkast mag niet via een ver-lengsnoer op het elektriciteitsnetworden aangesloten. Met verlengsnoeren kan een veilig ge-bruik van het apparaat niet worden ge-waarborgd in verband met het gevaarvoor oververhitting. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7.

GebruikBewaar geen stoffen in de koelkastdie drijfgassen of andere verstui-vingsmiddelen bevatten. Wanneer de thermostaat wordt inge-schakeld kunnen vonken ontstaan. Deze kunnen licht ontvlambare produc-ten tot explosie brengen. Gebruik geen elektrische appara-ten in dit apparaat, bijv. voor hetmaken van ijs. Doet u dat wel, kunnen er vonken ont-staan en bestaat er gevaar voor een ex-plosie. Plaats dranken met een hoog alco-holpercentage alleen rechtop enaltijd goed gesloten in de koelkast inverband met explosiegevaar. Wanneer u levensmiddelen eet diete lang zijn bewaard, loopt u het ri-sico voedselvergiftiging op te doen. De bewaartijd hangt van vele factorenaf, zoals de versheid en kwaliteit van delevensmiddelen en de temperatuurwaarop ze worden bewaard.

Neem de bewaartips van de levensmid-delenfabrikanten in acht en houd in degaten tot welke datum de levensmid-delen uiterlijk houdbaar zijn. Gebruik geen scherpe voorwerpenom–rijp- en ijslagen te verwijderen–en vastgevroren ijsbakjes en/of vast-gevroren levensmiddelen los te wrik-ken. Wanneer u dat doet beschadigt u deverdampers en functioneert de koelkastniet meer. Gebruik geen ontdooisprays of an-dere middelen om te ontdooien. Deze kunnen explosieve gassen vor-men, ze kunnen oplosmiddelen of drijf-gassen bevatten die het kunststof be-schadigen of ze kunnen schadelijk zijnvoor de gezondheid. Behandel de deurdichting niet metolie of vet. Wanneer u dat doet dan wordt de deur-dichting in de loop van de tijd poreus. Zet geen culinaire olie in de koel-kastdeur. Doet u dat wel dan kunnen er scheurenin het kunststof materiaal van de deurontstaan.

Sluit de luchttoevoeropening in desokkel en de luchtafvoeropeningboven in de kastombouw niet af. Wanneer deze openingen geblokkeerdzijn kan er geen goede luchtgeleidingplaatsvinden, waardoor het stroomver-bruik stijgt en bepaalde onderdelen vande koelkast kunnen beschadigen. De koelkast is geconstrueerd vooreen bepaalde klimaatklasse.

Eenklimaatklasse is een kamertemperatuur-bereik, waarbinnen de temperatuur zichmoet bewegen en waar deze niet bo-ven of onder mag liggen. De klimaatklasse van uw koelkast staataangegeven op het typeplaatje aan debinnenkant van uw apparaat. Een te lage temperatuur heeft tot ge-volg dat de koelkast voor langere tijdafslaat zodat het apparaat de vereistetemperatuur niet kan aanhouden. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8.

Gebruik voor het ontdooien en rei-nigen van de koelkast nooit eenstoomreiniger.Stoom kan in aanraking komen met de-len van het apparaat die onder span-ning staan en zo kortsluiting veroor-zaken.Wat te doen wanneer u het ap-paraat afdanktVoorkom dat kinderen zich bij hetspelen insluiten en in levensgevaarkomen door het slot onklaar te maken.Haal de stekker uit het stopcontacten maak de aansluitkabel onbruik-baar.Beschadig geen delen van hetkoelsysteem, bijv. door– koelmiddelkanalen van de verdam-per open te prikken;– buisleidingen om te buigen;– beschermende lagen af te krabben.Wanneer er koelmiddel uit spuit kan datoogletsel veroorzaken.Wanneer de veiligheidsinstructiesniet worden opgevolgd kan de fabri-kant niet verantwoordelijk wordengesteld voor schade die daar even-tueel het gevolg van is.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9

Normaal energieverbruik Te hoog energieverbruikPlaatsing van het apparaat In ruimten waar kan worden ge-ventileerdIn gesloten ruimten waar niet kanworden geventileerdOp een plaats waar de zon niet di-rect op kan schijnenOp een plaats waar de zon directop kan schijnenNiet naast een warmtebron (ver-warming, fornuis)Naast een warmtebron (verwar-ming, fornuis)Bij een kamertemperatuur van ca.20 °CBij een hogere omgevingstempe-ratuurTemperatuurinstellingin standenInstelling van één van de middel-ste standen: 2 of 3.Hoe hoger de stand, hoe lager detemperatuur, des te hoger hetenergieverbruikTemperatuurinstellingin graden(Digitale weergave)Vak voor wijnflessen: 8 tot 12 °C Bij apparaten met winterschake-ling: schakel bij omgevingstempe-raturen lager dan 16 °C de winter-schakeling uit.Koelzone: 4 tot 5 °C0° zone: ca.

0 °CDiepvrieszone: - 18 °CDagelijks gebruik Open de deur alleen wanneer datnodig is en dan nog zo kort moge-lijk.De temperatuur in het apparaatwordt hoger naarmate de deur va-ker wordt geopend en de deurlanger geopend blijft.Leg de levensmiddelen bij het in-ruimen meteen op de goede plek.Moet u lang zoeken, dan stijgt detemperatuur.Laat warme levensmiddelen endranken eerst afkoelen.Zijn de levensmiddelen nog warm,moet de motor langer werken omde vereiste temperatuur te berei-ken.Leg de levensmiddelen alleen af-gedekt of verpakt in het apparaat.Wanneer vloeibare stoffen in dekoelzone condenseren neemt dekoelcapaciteit af.Leg ingevroren producten in dekoelzone wanneer ze moeten ont-dooien.Plaats de levensmiddelen niet tedicht op elkaar zodat de lucht tus-sen de levensmiddelen kan circu-leren.Het besparen van energie10

Voor het eerste gebruik^Reinig de binnenkant van de koelkasten de toebehoren.Gebruik daarvoor lauwwarm watermet een beetje reinigingsmiddel.^Wrijf daarna alles met een doekdroog.Laat het apparaat nadat u het hebtgeplaatst eerst ca. 1/2 tot 1 uurstaan voordat u het aansluit.

Dat iszeer belangrijk voor een goede wer-king van de koelkast.Het inschakelen van het appa-raat^ Draai de temperatuurregelaar meteen muntje vanuit stand "0" naarrechts op één van de andere stan-den.Draai de temperatuurregelaar nietverder dan het punt waarop u weer-stand voelt.Draait u verder dan raakt de re-gelaar beschadigd.Hoe hoger de stand van de tempera-tuurregelaar, des te lager de tempera-tuur in het apparaat.In de temperatuuraanduiding gaat erkorte tijd een 8 knipperen, waarna ereen streep begint te branden.Het apparaat begint te koelen.Wanneer de deur wordt geopend gaatde binnenverlichting aan.Het uitschakelen van het appa-raat^Draai de temperatuurregelaar meteen muntje naar links terug op stand"0".De temperatuuraanduiding gaat uit.De koeling en de binnenverlichting zijnuitgeschakeld.Bij langere afwezigheidWanneer u de koelkast vrij lange tijdniet gebruikt, doe dan het volgende.^ Schakel het apparaat uit.^ Trek de stekker uit het stopcontact.^ Reinig het apparaat.^Laat de deur van het apparaat ietsopenstaan om te voorkomen dat erluchtjes ontstaan.Wordt het apparaat in zulke gevallenwel uitgeschakeld, maar niet gerei-nigd en niet opengezet, bestaat hetgevaar dat zich schimmel vormt.Het in- en uitschakelen van de koelkast12

Hoe la-ger de temperatuur, des te langzamerde micro-organismen groeien en des telanger het duurt voordat de levensmid-delen bederven.Wanneer u voor het bewaren van le-vensmiddelen de juiste temperatuur in-stelt kunt u daarmee bederf voorkomenof vertragen.Voor het midden van het apparaat ad-viseren wij een koeltemperatuur van5 °C.De temperatuur in de koelkast wordthoger, naarmate– de deur van het apparaat vakerwordt geopend en de deur langergeopend blijft;–er meer levensmiddelen worden op-geslagen;–de temperatuur van de net opgesla-gen levensmiddelen hoger is;–de omgevingstemperatuur hoger is.De koelkast is geconstrueerd vooreen bepaalde klimaatklasse.

Een kli-maatklasse is een temperatuurbe-reik, waarbinnen de kamertempera-tuur zich moet bewegen en waardeze niet boven of onder mag lig-gen.Het instellen van de tempera-tuurDe temperatuur kunt u instellen met be-hulp van de temperatuurregelaar.^Draai de temperatuurregelaar meteen muntje vanuit stand "0" naarrechts op één van de andere stan-den.Draai de temperatuurregelaar nietverder dan het punt waarop u weer-stand voelt.Draait u verder dan raakt de re-gelaar beschadigd.Hoe hoger de stand van de tempera-tuurregelaar, des te lager de tempera-tuur in het apparaat.Bij normaal gebruik van de koelkast iseen stand van 2 of 3 voldoende.De juiste temperatuur13

TemperatuuraanduidingDe temperatuuraanduiding op het be-dieningspaneel geeft bij normaal ge-bruik de gemiddelde temperatuur in hetapparaat aan.Ligt de temperatuur in het apparaat nietin het bereik dat in de temperatuuraan-duiding mogelijk is, dan brandt er in detemperatuuraanduiding alleen eenstreepje.Door de natuurlijke luchtcirculatie zijner in het apparaat plaatsen die warmerof kouder zijn dan de aangegeven tem-peratuur. Dat is geen storing, maar nor-maal.Gebruik deze verschillende tempera-tuurzones om de levensmiddelen op dejuiste plek in de koelkast op te slaan.De juiste temperatuur14

Het gebruik van de superkoe-lingMet behulp van de functie "Superkoe-ling" daalt de temperatuur in de koelzo-ne zeer snel zo laag mogelijk. Hoe laaghangt af van de kamertemperatuur.Het gebruik van de superkoeling isvooral dan aan te raden, wanneer ugrote hoeveelheden verse levensmid-delen of drank opslaat en snel wilt latenafkoelen.Het inschakelen van de superkoeling^ Druk op de Superkoeling - toets.Daarna begint het controlelampje vandeze toets te branden.De temperatuur in het apparaat daaltdoordat de koelcapaciteit van het ap-paraat maximaal is.Het uitschakelen van de superkoelingDe superkoeling wordt automatisch naca.

6 uur uitgeschakeld.Het controlelampje gaat uit en de koel-capaciteit van het apparaat is weer nor-maal.Om energie te besparen kunt u de su-perkoeling zelf uitschakelen zodra delevensmiddelen of dranken koel ge-noeg zijn.^Druk op de Superkoeling - toets.Daarna gaat het controlelampje vandeze toets uit.De koelcapaciteit van het apparaat isweer normaal.De functie "Superkoeling"15

Gedeelten met verschillendetemperaturenDoor de natuurlijke luchtcirculatie ont-staan er in de koelzone gedeelten metverschillende temperaturen.Maak daar bij het inruimen van de le-vensmiddelen gebruik van.De koude, zware lucht zakt in het on-derste gedeelte van het apparaat.Koelste gedeelte in de koelzoneHet koelste gedeelte in de koelzone be-vindt zich direct boven de groenten- enfruitladen.Gebruik dit gedeelte voor alle levens-middelen die niet lang houdbaar zijn,zoals:– vis, vlees, gevogelte;– worst, kant-en-klaar-gerechten;– levensmiddelen waar eieren of roomin zijn verwerkt;–alle soorten deeg;–melkproducten;–in folie verpakte, voorgesnedengroente en in het algemeen alle ver-se groenten waarvan de houdbaar-heidsdatum alleen geldt bij een tem-peratuur van minstens 4°C.Minst koele gedeelte in de koelzoneHet minst koele gedeelte in de koelzo-ne bevindt zich helemaal bovenin tegende deur.Gebruik dit gedeelte voor het opslaanvan boter zodat deze smeerbaar blijften voor kaas zodat deze zijn aroma nietverliest.Bewaar geen stoffen in het apparaatdie drijfgassen of andere verstui-vingsmiddelen bevatten.Dit in verband met explosiegevaar.Plaats dranken met een hoog alco-holpercentage alleen rechtop en al-tijd goed gesloten in het apparaat inverband met explosiegevaar.Zet geen culinaire olie in de deurvan het apparaat.Doet u dat wel, dan kunnen erscheuren in het kunststof materiaalvan de deur ontstaan.De levensmiddelen mogen niet metde achterwand in aanraking komen,want in dat geval kunnen ze eraanvastvriezen.Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen16

Voor het apparaat ongeschiktelevensmiddelenNiet alle levensmiddelen zijn geschiktom in de koelzone te worden bewaard.Hiertoe behoren:–Koudegevoelig fruit en koudegevoe-lige groenten zoals bananen, avoca-do’s, papaja’s, passievruchten, au-bergines, paprika, tomaten enkomkommers–Fruit dat nog niet rijp is–Aardappels– Parmezaanse kaasLevensmiddelen afdekken ofniet?Bewaar levensmiddelen alleen afge-dekt of verpakt.Zo voorkomt u dat er levensmiddelen-luchtjes vrijkomen en op andere levens-middelen worden overgebracht.

PlateausDe plateaus kunt u in hoogte verstellenzodat er producten van verschillendehoogte kunnen worden neergezet /neergelegd.^Trek het plateau naar voren totdat uweerstand voelt, til het aan de voor-kant op en haal het eruit.^Zet het plateau met de achterkantnaar boven op de gewenste plek,haal de voorkant omhoog en schuifhet plateau naar binnen.De opstaande rand moet naar bovenwijzen zodat de levensmiddelen nietmet de achterwand in aanraking kun-nen komen en eraan vastvriezen.Tweedelig plateauWanneer u hoge producten in het ap-paraat wilt plaatsen kunt u gebruik ma-ken van een plateau dat uit twee delenbestaat.^Til het voorste gedeelte iets op enschuif het onder het achterste ge-deelte.Op het plateau daaronder kunnen danhoge producten worden neergezet /neergelegd.Deurvakken^Schuif de deurvakken naar boven enhaal ze eruit.^Zet de deurvakken er op de ge-wenste plaats weer in.Zorg er daarbij voor dat ze goedvastklikken.FleshoudersFleshouders kunt u naar rechts of linksverschuiven.Daardoor staan de flessen stevigerwanneer u de deur van het apparaatopent en sluit.Het indelen van de binnenruimte18

Terwijl de koelkast in werking is, kunnenzich aan de achterwand van de koel-ruimte rijp en waterpareltjes vormen.Deze hoeft u niet te verwijderen, wantde koelruimte wordt automatisch ont-dooid.Het dooiwater loopt via het gootje voorhet dooiwater en via de afvoeropeningvoor het dooiwater in het verdampings-systeem aan de achterkant van het ap-paraat.Let erop dat het dooiwater altijd on-gehinderd weg kan lopen.Houd het gootje en de afvoerope-ning voor het dooiwater daaromschoon.Het automatisch ontdooien van de koelkast19

Gebruik nooit zand-, soda- , zuur- ofschuurmiddelhoudende reinigings-middelen of chemische oplosmid-delen.Ongeschikt zijn ook zogenaamde"schuurmiddelvrije" schuurmiddelen,daar deze doffe plekken veroorza-ken.Let erop dat er geen water in deelektronica of in de verlichting te-rechtkomt.Zorg ervoor dat er geen reinigings-water door de afvoeropening voorhet dooiwater loopt.Gebruik geen stoomreiniger.Stoom kan in aanraking komen metdelen van het apparaat die onderspanning staan en zo kortsluitingveroorzaken.Het typeplaatje in de binnenruimtevan het apparaat mag niet wordenverwijderd.

De gegevens zijn nodigin het geval er een storing optreedt.Voor het reinigen^Schakel het apparaat uit door detemperatuurregelaar op "0" te draai-en.^Trek de stekker uit het stopcontact.^Haal de te koelen producten uit dekoelkast en bewaar ze op een koeleplaats.^Haal alle toebehoren uit de koelkastdie kunnen worden verwijderd.Het reinigen van de binnen-ruimte en de toebehoren^Reinig de koelkast minstens één keerin de maand met lauwwarm watermet wat reinigingsmiddel.^Reinig de toebehoren met de hand.Het botervak kan in de afwasauto-maat.^Reinig het gootje en de afvoerope-ning voor het dooiwater regelmatigmet een wattenstaafje of iets derge-lijks, zodat het dooiwater altijd onge-hinderd weg kan lopen.^ Neem de binnenruimte en de toebe-horen met helder water af en wrijf al-les met een doek droog.^ Laat de deur van de koelkast kortetijd openstaan.Het reinigen van de luchttoe-voer- en luchtafvoeropeningen^ Reinig de luchttoevoer- en luchtaf-voeropeningen regelmatig met eenkwast of een stofzuiger.Wanneer zich stof ophoopt wordt er on-nodig energie verbruikt.Het reinigen van de deurdich-tingBehandel de deurdichting niet metolie of vet.

Reparaties aan elektrische appara-ten mogen alleen door vakmensenworden uitgevoerd. Wanneer dit nietgebeurt dan kan de gebruiker groterisico’s lopen.Een aantal storingen kunt u echter zelfverhelpen.Wat moet u doen, wanneer . . .. . . de koelkast het niet doet?Controleer of:^ de temperatuurregelaar op een an-dere stand staat dan op "0";^ de stekker stevig in het stopcontactzit;^ de hoofdschakelaar van de elek-trische huisinstallatie is ingeschakeld.Is dit wel het geval, neem dan con-tact op met de Technische Dienst vanMiele Nederland B.V.. . . de temperatuur in de koelruimtete laag is?^Stel met de temperatuurregelaar eenhogere temperatuur in door hem opeen lagere stand te zetten.^Controleer of de superkoeling nogaan is.Is dat het geval, dan brandt het contro-lelampje van de superkoeling.. . .

de koelkast vaker en voor langeretijd aanslaat?Controleer of:^de luchttoevoeropening beneden inde sokkel of de luchtafvoeropeningboven in de koelkastombouw geblok-keerd of stoffig is;^u de deur van de koelkast vaak openen dicht heeft gedaan;^de deur van de koelkast goed sluit.. . . in de temperatuuraanduidingniets of alleen een streep brandt /knippert?Controleer:^ of de temperatuurregelaar op eenstand staat tussen de "1" en "4";^ ca. 6 uur na het inschakelen van hetapparaat of er iets in de temperatuur-aanduiding staat.Alleen wanneer de temperatuur vande koelruimte tussen de 2 °C en9 °C ligt wordt de temperatuur aan-gegeven.. . .

de binnenverlichting in de koel-ruimte het niet meer doet?^Controleer of de lichtschakelaar blijftsteken.Is dat niet het geval, dan is het gloei-lampje kapot.^Trek de stekker uit het stopcontact ofschakel de hoofdschakelaar van deelektrische huisinstallatie uit.Nuttige tips22

^Druk de zijkanten (1) van de lampaf-dekking naar elkaar toe.^Maak de lampafdekking los.^Licht de afdekking er aan de achter-kant (2) uit.^ Draai het gloeilampje uit de fitting enpak een ander lampje.Aansluitgegevens van het lampje:220 - 240 V, max. 25 W, fitting E 14^Draai het nieuwe gloeilampje in de fit-ting.Let er bij het indraaien op dat dedichting goed vast zit.^Hang de lampafdekking er aan deachterkant weer in.^Klik de afdekking aan de zijkantenweer vast.. . . de bodem van de koelruimte natis?De afvoeropening voor het dooiwater isverstopt.^Reinig het gootje en de afvoerope-ning voor het dooiwater.Kunt u een storing ook met boven-genoemde tips niet verhelpen, roepdan de hulp in van de TechnischeDienst.Open als het mogelijk is de koelkast-deur niet vóórdat de storing is ver-holpen. Op deze manier houdt u hetkoudeverlies zo gering mogelijk.Nuttige tips23

Heel normale geluiden Waar komen deze geluiden vandaan?Brrrrr... Dit brommende geluid komt van de motor (compressor). Wan-neer de motor aanslaat klinkt dit geluid nog iets sterker.Blubb, blubb.... Deze klotsende, gorgelende of snorrende geluiden komen vande koelvloeistof die door de leidingen stroomt.Klik.... Dit klikkende geluid is altijd te horen wanneer de thermostaat demotor in- of uitschakelt.Sssrrrrr.... Dit ruisende geluid is te horen bij apparaten die over verschillen-de zones of over een no-frost-systeem beschikken en wordt ver-oorzaakt door de luchtstroming in de binnenruimte van het appa-raat.Bedenk dat dit soort geluiden niet te vermijden zijn.Geluiden die makkelijk teverhelpen zijnWat is de oorzaak van deze geluiden en wat kuntu daartegen doen?Klapperende en rammelende ge-luidenHet apparaat staat niet waterpas: Stel het apparaat met behulpvan een waterpas.

Gebruik de stelvoeten onder het apparaat ofleg er iets onder.Het apparaat komt tegen andere meubels of apparaten aan:Schuif het apparaat een eindje weg.Diepvriesvakken, plateaus of andere uitneembare onderde-len van het apparaat zitten niet goed op hun plaats: Zet zeweer goed.In het apparaat staan flessen of andere gebruiksvoorwerpentegen elkaar aan: Zorg ervoor dat ze niet meer tegen elkaaraankomen.De transportkabelhouder hangt nog aan de achterkant vanhet apparaat: Verwijder de kabelhouder.Geluiden en de oorzaken ervan24

Neem bij storingen die u niet zelf kuntverhelpen contact op met–uw Miele-handelaarof–met de Technische Dienst van MieleNederland B.V.De telefoonnummers van diverse afde-lingen en het adres van Miele Neder-land B.V. vindt u op de achterzijde vandeze gebruiksaanwijzing.Geef bij het inschakelen van de Tech-nische Dienst altijd het type en hetnummer van het apparaat door.Beide gegevens vindt u op het type-plaatje in de binnenruimte van het ap-paraat.Voor informatie over het Miele ServiceVerzekering Certificaat kunt u zichwenden tot uw Miele-vakhandelaar ofde bijgevoegde folder raadplegen.Technische Dienst25

Dit apparaat mag alleen door een er-kend elektricien op het elektriciteitsnetworden aangesloten.Dit apparaat is voorzien van een aan-sluitkabel en een stekker met randaar-de, geschikt voor aansluiting op 50 Hz220 - 240 V.Dit apparaat mag uitsluitend wordenaangesloten op een contactdoos metrandaarde.Het is het beste wanneer de contact-doos zich naast het apparaat bevindten u er gemakkelijk bij kunt.Dit apparaat mag uitsluitend op eenhuisinstallatie worden aangesloten dievolgens NEN 1010 is geïnstalleerd.De installatiegroep dient met een10 A-zekering te worden gezekerd.In de EU-voorschriften geeft men terverhoging van de veiligheid het adviesom de huisinstallatie van een aardlek-schakelaar te voorzien.Het apparaat mag niet op omvormersworden aangesloten die bij autonomestroomvoorzieningen zoals zonne-energie worden gebruikt.

Het is moge-lijk dat wanneer het apparaat in dat ge-val wordt ingeschakeld, het door span-ningspieken om veiligheidsredenenweer wordt uitgeschakeld. De elektroni-ca kan beschadigd raken.Het apparaat mag ook niet met eenenergievoorkeurstekker worden ge-bruikt. Het is mogelijk dat er in dat ge-val te weinig energie naar het apparaatwordt toegevoerd en dat componentenin het apparaat te warm worden.Met verlengsnoeren kan een veilig ge-bruik van het apparaat namelijk nietworden gewaarborgd in verband methet gevaar voor oververhitting.Moet er aan de aansluiting op het elek-triciteitsnet of aan de aansluitkabel ietsworden veranderd dan mag dat uitslui-tend door een erkend bedrijf gebeuren.Elektrische aansluiting26

Een apparaat dat niet is ingebouwdkan kantelen. Plaats van opstellingKies geen plaats direct naast een for-nuis, een verwarming of in de buurt vaneen raam waar de zon direct door heenkan schijnen. Hoe hoger de omgevingstemperatuuris, des te langer het apparaat staat teronken en des te hoger het stroomver-bruik is. Geschikt is een droge ruimte waar kanworden geventileerd. KlimaatklasseHet apparaat is geconstrueerd vooreen bepaalde klimaatklasse. Een kli-maatklasse is een kamertemperatuur-bereik, waarbinnen de temperatuur zichmoet bewegen en waar deze niet bo-ven of onder mag liggen. De klimaatklasse van het apparaatstaat aangegeven op het typeplaatjeaan de binnenkant van uw apparaat. Klimaatklasse KamertemperatuurSNNSTT+10 °C tot +32 °C+16 °C tot +32 °C+18 °C tot +38 °C+18 °C tot +43 °CEen te lage kamertemperatuur heeft totgevolg dat het apparaat voor langeretijd afslaat.

Dat heeft weer tot gevolg dat de tempe-raturen in het apparaat te hoog zijn. Luchttoevoer en luchtafvoerDe lucht aan de achterwand van hetapparaat wordt warm. Daarom moet deinbouwkast voor het apparaat zodanigzijn geconstrueerd dat een goedeluchttoevoer en luchtafvoer gewaar-borgd is. Bij Miele-keukens is daarmeeautomatisch rekening gehouden. Voor de luchtafvoer moet aan de ach-terkant van het apparaat een luchtaf-voerkanaal van minstens 50 mm diepteworden geplaatst. De lucht wordt via de sokkel van hetapparaat toegevoerd. De doorsnede van de luchtafvoerope-ning moet minstens 200 cm2bedragen,zodat de warme lucht ongehinderd kanworden afgevoerd. Is dat niet het geval,dan moet het apparaat meer presteren,wat meer stroom vergt. De luchttoevoer- en luchtafvoerope-ningen mogen niet worden afgedektof geblokkeerd. Bovendien moeten ze regelmatigstofvrij worden gemaakt.

Voordat u het apparaat in-bouwt^Haal de afdichtingsband en anderetoebehoren uit het apparaat en vande achterwand van het apparaat. ^Verwijder de kabelhouder van deachterwand van het apparaat.

Inbouw in een scheidingswandWanneer het apparaat in een schei-dingswand wordt ingebouwd moet deachterkant van de inbouwkast op deplek worden afgedekt waar het appa-raat moet komen.Had uw oude apparaat eenandere scharniertechniek?Wanneer uw oude apparaat een anderescharniertechniek had kunt u toch demeubeldeur gebruiken. Verwijder in datgeval het oude beslag van de inbouw-kast. We hebben dit niet meer nodigdaar de meubeldeur op de deur vanhet apparaat wordt gemonteerd. Allebenodigde onderdelen worden bijge-voegd of kunnen bij de afdeling Onder-delen van Miele Nederland B.V. wordenaangevraagd.Wanneer de meubeldeur gaten heeftvoor kopscharnieren, plak deze gatendan dicht met de bijgevoegde zelfkle-vende folie, daar u deze gaten nietmeer nodig heeft.Montage-instructies28

Voordat u het apparaat inbouwt moet ubepalen aan welke kant de deur vanhet apparaat moet worden geopend.Wanneer de deur linksscharnierendmoet zijn, moet u de draairichting vande deur veranderen.^Open de deur van het apparaat.^Haal afdekking a er met de hand enafdekking b er met behulp van dekruiskopschroevendraaier af.^Draai de bevestigingsschroeven clos.^Schuif de deur van het apparaat naarbuiten en licht de deur van het appa-raat eruit d.^Draai de bevestigingsschroeven cer helemaal uit en schroef ze er los-jes aan de tegenovergestelde kantweer in e.^ Draai de schroeven a eruit.Klap de scharnieren niet in elkaar,want dan zou u zich kunnen verwon-den.^ Zet de scharnieren er diagonaal aande andere kant weer aan b.^ Sluit de vrijgekomen gaten met debijgevoegde stoppen af c.Het veranderen van de draairichting van de deur30

Alle stappen bij de montage wordengedemonstreerd met een apparaatmet een rechtsscharnierende deur.Hebt u een apparaat met linksschar-nierende deur, houd daar dan bij demontage rekening mee.Het stellen van de inbouwkastStel de inbouwkast voordat u het appa-raat inbouwt heel precies met een wa-terpas. De hoeken van de kast moetenallemaal 90° zijn, omdat de meubeldeuranders niet precies tegen alle vier dehoeken aanligt.Voordat u het apparaat in-bouwt^ Schuif het opvulpaneel a in de hou-der en schroef het met borstboutenb vast.^ Alleen bij meubelwanden van16 mm dik:Verkort de afdichtingsband c totkasthoogte.Plak de afdichtingsband aan die kantvan het apparaat waar de deur wordtgeopend.Klik de afstandstukken d op descharnieren vast.Het inbouwen van het apparaat32

Het inbouwen van het apparaat^Schuif het apparaat in de inbouw-kast.Let er daarbij op dat de aansluitkabelniet ergens tussen beklemd raakt.–Wanneer de wand 16 mm dik is,schuif het apparaat dan zo ver naarbinnen totdat de afstandstukken te-gen de wand van de inbouwkastaankomen a.–Wanneer de wand 19 mm dik is,schuif het apparaat dan zo ver naarbinnen totdat de voorste rand van descharnieren evenwijdig lopen met dezijwand van de inbouwkast b.Het opvulpaneel mag niet tegen demeubelrand aankomen en moet he-lemaal in de inbouwkast verdwijnen.^Druk het apparaat met de kant waarde scharnieren zitten tegen de wandvan de inbouwkast.^Stel het apparaat via de stelvoetenmet de bijgevoegde gaffelsleutel f.^Schroef de kunststof haak c met deschroeven d (M5 x 22) vast aan dekant waar de deur wordt geopend.^Schuif het apparaat zo ver naar bin-nen dat de kunststof haak evenwijdigloopt met de voorste rand van de bo-dem van de inbouwkast e.^Verbind het apparaat boven en ondermet de inbouwkast en wel door hetvolgende te doen.–Draai de lange spaanplaatschroevena (4 x 19 mm) losjes door de schar-nierlussen.Het inbouwen van het apparaat33

–Draai twee lange spaanplaten-schroeven b (4 x 19 mm) losjes doorhet midden van het sleufgat van dekunststof haak en klap de kunststofhaak naar beneden.–Draai de schroeven c aan de bo-venkant door het opvulpaneel d.^Sluit de deur van het apparaat.Het monteren van de meubel-deur^Stel de afstand tussen de deur vanhet apparaat en de bevestigingstra-verse in op 8 mm a.^Schuif de montagehulpstukken d terhoogte van de meubeldeur. Daarbijmoet de onderkant van de haken Xvan de montagehulpstukken zich opgelijke hoogte bevinden als de bo-venrand - van de te monteren meu-beldeur.^Schroef de moeren b eraf en haal debevestigingstraverse c er samenmet de montagehulpstukken af.^ Teken met een potlood een middellijnop de binnenkant van de meubel-deur.^ Hang de bevestigingstraverse metde montagehulpstukken a op debinnenkant van de meubeldeur.

^ Schroef de deur van het apparaataan de meubeldeur vast en wel alsvolgt.– Schroef bevestigingshaak a met dezeskantige schroef b op de voorge-boorde gaten in de deur van het ap-paraat.– Let erop dat de beide metalen ran-den c (symboolII) evenwijdig lopen.–Boor de bevestigingspunten d vooren draai er de korte spaanplaten-schroeven e (4 x 14 mm) in.–Stel de meubeldeur in de diepte metafstand Z:Draai de schroeven f aan de bo-venkant van de deur van het appa-raat en draai de schroef g aan debevestigingshaak aan de onderkantlos.Stel tussen meubeldeur en dekastruimte aan de voorkant eenluchtspleet van 2 mm in door demeubeldeur te verschuiven. Sluitdaartoe de deur. Oriënteer u aan demeubeldeuren daarnaast.(Schroef bij een grote meubeldeur ofeen meubeldeur die uit verschillendedelen bestaat een tweede paar beves-tigingshaken a in het handvatgedeeltevan de deur.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele k 825 i stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden