Miele G 641 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Miele G 641 (64 pagina’s), behorend tot de categorie Vaatwasser. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 70 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Miele G 641 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/64
Gebruiksaanwijzing
voor afwasautomaten
Lees beslist de gebruiksaanwijzing en de
montage-instructies voordat u uw afwas-T
automaat plaatst, installeert en in gebruik neemt.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt
onnodige schade aan uw apparaat.M.-Nr. 05 429 770

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Vaatwasser
Model: G 641

Handleiding Miele G 641 – volledige tekst

InhoudsopgaveAlgemeen. 4Het apparaat in één oogopslag. 4Bedieningspaneel. 5Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 6Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu. 10Het wegdoen van het verpakkingsmateriaal. 10Het afdanken van het apparaat. 10Economisch afwassen. 10Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt. 11Wat u voor het eerste gebruik nodig heeft:. 11Het openen van de deur. 12Het sluiten van de deur. 12Kinderbeveiliging. 12Waterontharder. 13Het programmeren en instellen van de waterontharder. 14Het programmeren van de hardheid van uw leidingwater. 14Het instellen van de waterhardheidsschakelaar. 15Het controleren van de geprogrammeerde hardheid van uw leidingwater. 16Het doseren van regenereerzout. 17Controlelampje "Zout". 18Naspoelmiddel. 19Het doseren van naspoelmiddel. 19Controlelampje "Naspoelmiddel". 20Het instellen van de hoeveelheid te doseren naspoelmiddel.

21Het inruimen van serviesgoed en bestek. 22Waar u bij het inruimen van serviesgoed en bestek op moet letten. 22Voorbeelden van het inruimen. 23Bovenrek. 23Kopjesrek. 23Steun. 23Het verstellen van het bovenrek. 24Onderrek. 25Fleshouder. 26Bestek. 26Serviesgoed en bestek die niet geschikt zijn voor de afwasautomaat. 29Inhoudsopgave2.

Bediening. 30Reinigingsmiddelen. 30Het doseren van reinigingsmiddel. 31Het kiezen van een programma. 33Het inschakelen van de afwasautomaat. 34Het starten van een programma. 34Controlelampjes voor het programmaverloop. 34Einde van het programma. 35Het uitschakelen van de afwasautomaat. 35Het onderbreken van het programma. 36Wisseling van programma. 36Droogverwarming. 37Het uitruimen van de afwasautomaat. 38Reiniging en onderhoud. 39Het reinigen van de zeven in de spoelruimte. 39Het reinigen van de sproeiarmen. 41Het reinigen van de spoelruimte. 42Het reinigen van de deurdichting en de deur. 42Het reinigen van het bedieningspaneel. 42Het reinigen van het front van de afwasautomaat. 42Nuttige tips. 43Het verhelpen van storingen. 50Het reinigen van het zeefje in de schroefkoppeling van de watertoevoer. 50Het controleren van de waterstand. 51Het verhogen van de waterstand.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingenDeze afwasautomaat voldoet aande voorgeschreven veiligheidsbepa-lingen. Door ondeskundig gebruik kunnenpersonen echter letsel oplopen enkan er materiële schade ontstaan. Lees deze gebruiksaanwijzing daar-om eerst aandachtig door voordat udit apparaat in gebruik neemt. Datis veiliger voor uzelf en u voorkomtdaarmee schade aan uw apparaat. Bewaar deze gebruiksaanwijzingzorgvuldig. Efficiënt gebruikDeze afwasautomaat is uitsluitendbestemd voor huishoudelijk gebruik. Gebruik deze afwasautomaat uit-sluitend voor het afwassen vanhuishoudservies. Gebruik voor andere doeleinden is on-toelaatbaar en kan gevaarlijk zijn. De fabrikant kan niet aansprakelijk wor-den gesteld voor schade die is ont-staan door gebruik voor andere doel-einden dan hier aangegeven of dooreen foutieve bediening.

Bij de leveringEen afwasautomaat die bescha-digd is kan uw veiligheid in gevaarbrengen. Controleer verpakking en af-wasautomaat daarom direct op trans-portschade. Neem uw afwasautomaatin geen geval in gebruik als deze be-schadigd is. Zorg ervoor dat de verpakking kanworden hergebruikt. Bij plaatsing en installatieNeem bij plaatsing en aansluitingvan de afwasautomaat de montage-instructies in acht. Voor de stabiliteit van de afwasau-tomaat is het noodzakelijk dat on-der of in te bouwen afwasautomaten uit-sluitend worden geplaatst onder eendoorlopend werkblad dat is vastge-schroefd aan de kasten die ernaaststaan. De afwasautomaat mag niet ondereen kookplaat worden geïnstal-leerd. Een kookplaat straalt voor eendeel hoge temperaturen af waardoorde afwasautomaat beschadigd zoukunnen raken. Wanneer de afwasautomaat wordtgeïnstalleerd mag deze niet op hetelektriciteitsnet zijn aangesloten.

De elektrische veiligheid van dezeafwasautomaat is alleen dan ge-waarborgd als hij wordt aangeslotenop een aardingssysteem dat volgensde geldende veiligheidsvoorschriften isgeïnstalleerd. Aan deze fundamentele veiligheids-voorwaarde moet zijn voldaan. Laat dehuisinstallatie bij twijfel door een vak-man/vakvrouw controleren. De fabrikant kan niet aansprakelijk wor-den gesteld voor schade die isontstaan door een ontbrekende of be-schadigde aarddraad (bijv. een elektri-sche schok). Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6.

Een afwasautomaat die bescha-digd is kan uw veiligheid in gevaarbrengen. Stel het apparaat meteen bui-ten werking als het beschadigd is enneem contact op met uw leverancier ofmet de Technische Dienst van MieleNederland B. V. De kunststof behuizing van de Wa-terproofventielen bevat een elek-trisch onderdeel. Dompel de behuizingniet in vloeistof. In de watertoevoerslang bevindenzich spanningsvoerende delen. Knip de slang daarom niet door, ook alis hij te lang. Gebruik geen verlengsnoer. Dit inverband met gevaar voor bijvoor-beeld oververhitting. In het dagelijks gebruikGebruik geen oplosmiddelen in despoelruimte. Dit in verband met explosiegevaar. Drink geen water uit de spoelruim-te, want dit water is geen drinkwa-ter. Adem geen poedervormige reini-gingsmiddelen in. Slik geen reini-gingsmiddelen in. Reinigingsmiddelenkunnen brandwonden in neus, monden keel veroorzaken.

Ga direct naar dedokter wanneer u reinigingsmiddelenhebt ingeademd of ingeslikt. Ga niet op de geopende deur vande afwasautomaat zitten of staan,want als u dat doet kan het apparaatkantelen. Daarbij kunt u letsel oplopenof kan het apparaat beschadigd raken. Heeft u een afwasautomaat meteen bestekkorf, kunt u het bestekhet beste in de bestekkorf plaatsen metde grepen beneden en met de scherpekant boven. Dan wordt het bestek mak-kelijker schoon en droog. Wanneer u daardoor echter kans looptom zich aan de scherpe kant van demessen en de punten van de vorken teverwonden, dan kunt u het bestek hetbeste met de grepen boven en met descherpe kant beneden plaatsen. Gebruik uitsluitend reinigingsmid-delen voor huishoudafwasautoma-ten. Gebruik geen reinigingsmiddelen voorde handafwas. Gebruik uitsluitend naspoelmidde-len voor huishoudafwasautomaten.

Gebruik uitsluitend het specialegrofkorrelige regenereerzout. Gebruik in geen geval andere soortenzout, bijv. keukenzout of strooizout. Deze soorten zout bevatten soms nietin water op te lossen deeltjes die eennadelig effect kunnen hebben op dewerking van de ontharder.

Wees extra voorzichtig met appara-ten met vrijliggend verwarmingsele-mentZorg ervoor dat u een vrijliggend ver-warmingselement tijdens een pro-gramma-onderbreking of direct na afloopvan een afwasprogramma niet aanraakt. U kunt zich daaraan verbranden. Kunststof servies kan smelten ofvlam vatten wanneer het met hetverwarmingselement in aanraking komt. Plaats kunststof servies daarom altijd inhet bovenrek wanneer u niet zekerweet of het hittebestendig is. Zorg ervoor dat kleine stukken servies-goed niet op het het verwarmingsele-ment kunnen vallen door ze zwaarderte maken of vast te zetten. Als er kinderen in huis zijnZorg ervoor dat kleine kinderenniet met de afwasautomaat spelenof de automaat bedienen. Wanneer zijdit doen bestaat het gevaar dat ze zichin het apparaat opsluiten. Zorg ervoor dat kinderen niet metreinigingsmiddelen in aanrakingkunnen komen.

Reinigingsmiddelenkunnen brandwonden in mond en keelveroorzaken of tot verstikking leiden. Ga direct naar de dokter, als uw kindreinigingsmiddel binnengekregen heeft. Om te voorkomen dat kinderenmet het reinigingsmiddel in aanra-king kunnen komen, kunt u het middelbeter pas dán toevoegen vlak voordatu het programma start. Vergrendel de deur bovendien met dekinderbeveiliging (afhankelijk van hetmodel). Laat kinderen niet bij de afwasauto-maat komen als deze geopend is. Er zouden nog resten reinigingsmidde-len in de afwasautomaat aanwezig kun-nen zijn. Om te voorkomen dat kinderenmet het reinigingsmiddel in aanra-king kunnen komen, moet u het volgen-de in de gaten houden. Wanneer u de extra functie "Voorkeuze"gebruikt (afhankelijk van het model),moet u ervoor zorgen dat het doseer-bakje voor het reinigingsmiddel droogis.

Reinigingsmiddel gaat in een voch-tig doseerbakje klonteren en wordt mis-schien niet volledig weggespoeld. Na afloop van het afwasprogrammazouden kinderen met deze resten reini-gingsmiddel in aanraking kunnen ko-men wanneer de deur van de afwasau-tomaat geopend is.

Ter voorkoming van materiëleschadeDoseer geen poedervormig ofvloeibaar reinigingsmiddel in hetreservoir voor naspoelmiddel, want dangaat het reservoir kapot. Doseer geen poedervormig ofvloeibaar reinigingsmiddel in hetreservoir voor het regenereerzout, wantdan gaat de ontharder kapot. Gebruik geen reinigingsmiddelendie voor bedrijfsafwasautomaten ofindustriereinigers bestemd zijn. Doet u dat wel kan er materiële schadeontstaan en kunnen er hevige chemi-sche reacties optreden (bijv. een knal-gasreactie). Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8.

Het Miele-Waterproofsysteembiedt een betrouwbare bescher-ming tegen waterschade, maar wel opde volgende voorwaarden:– Het apparaat moet volgens de voor-schriften geïnstalleerd zijn.– Als er duidelijk sprake is van schademoet het apparaat worden gerepa-reerd, resp. moeten onderdelen wor-den vervangen.– De kraan moet bij langere afwezig-heid (bijv. vakantie) worden dichtge-draaid.Bij reparaties en onderhoudReparaties mogen uitsluitend doorvakmensen worden uitgevoerd.Door ondeskundige reparaties kan degebruiker grote risico’s lopen.Bij onderhoudswerkzaamhedendient u altijd de spanning van hetapparaat te halen.Schakel daartoe de automaat uit entrek daarna de stekker uit het stopcon-tact of schakel de hoofdschakelaar vande elektrische huisinstallatie uit.Bij het afdanken van de afwas-automaatMaak afgedankte apparaten on-bruikbaar.

Trek de stekker uit hetstopcontact en knip de aansluitkabeldoor.Om te voorkomen dat kinderen zich inhet apparaat opsluiten moet u de sluit-haak van het deurslot verwijderen doorde 2 kruiskopschroeven los te draaien.Zorg ervoor dat de afwasautomaat opmilieuvriendelijke wijze kan worden af-gedankt.Wanneer de veiligheidsinstructiesniet worden opgevolgd kan de fabri-kant niet verantwoordelijk wordengesteld voor schade die daar even-tueel het gevolg van is.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9

Een bijdrage aan de bescherming van ons milieuHet wegdoen van het verpak-kingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Gekozen is voor verpakkingsmateriaaldat niet schadelijk is voor het milieu, opverantwoorde wijze kan worden afge-dankt en dus voor hergebruik geschiktis. Hergebruik van het verpakkingsmateri-aal vermindert de afvalproductie en hetgebruik van grondstoffen. De vakhandelaar neemt de verpakkingterug. Het afdanken van het apparaatApparaten die u afdankt, bevatten nogwaardevolle stoffen/materialen. Zet uw apparaat daarom niet zomaarbij het grofvuil, maar informeer ook hier-voor bij de gemeente naar mogelijkhe-den voor hergebruik van het materiaal(bijv. schrootverwerking). Zorg ervoor dat kinderen niet bij het af-gedankte apparaat kunnen komen.

Ziehiervoor hoofdstuk: "Veiligheidsinstruc-ties en waarschuwingen", paragraaf:"Bij het afdanken van de afwasauto-maat". Economisch afwassenDeze afwasautomaat werkt uiterst wa-ter- en energiebesparend. U kunt nog spaarzamer te werk gaan,indien u de volgende adviezen opvolgt:Sluit de afwasautomaat aan op warmwater, als u een moderne warmwa-terinstallatie heeft. Hoewel er bij alle spoelgangen warmwater wordt gebruikt, - wordt er minder primaire energieverbruikt,- is de CO2-uitstoot bij de stroom-opwekking minder,- bespaart u nog meer kosten- en duurt het spoelen minder lang. Bij elektrisch verwarmde installatiesis het echter aan te bevelen om deafwasautomaat op koud water aante sluiten. Benut de volledige beladingscapaci-teit van de rekken zonder de afwas-automaat te overladen. Kies een afwasprogramma dat pastbij het soort vaatwerk en de matevan vervuiling.

Gebruik voor energiezuinig afwas-sen het programma "Spaar 45°". Houdt u aan de doseeradviezen opde verpakking van het afwasmiddel. Gebruik 2/3 van de aangegeven hoe-veelheid reinigingsmiddel, wanneerde rekken maar half beladen zijn. Schakel de droogverwarming uit. Het vaatwerk droogt dan door zijn ei-gen warmte.

Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemtWat u voor het eerste gebruiknodig heeft:–ca. 2 l water;–ca. 2 kg regenereerzout;–reinigingsmiddel voor huishoud-afwasautomaten;–naspoelmiddel voor huishoudafwas-automaten.Iedere afwasautomaat wordt in defabriek op zijn werking getest.Als gevolg van deze tests blijft erwater in het apparaat achter. Dit wa-ter betekent niet dat het apparaateerder door een andere consumentis gebruikt.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt11

Het openen van de deurPak de greep.Trek de greep naar voren.Wanneer de deur wordt geopend ter-wijl de afwasautomaat in gebruik is,worden alle functies automatisch onder-broken.Het sluiten van de deurSchuif de rekken naar binnen.Sluit de deur totdat deze vastklikt.KinderbeveiligingAan de voorkant van het bovenrekhangt een gele sleutel voor de kin-derbeveiliging.Haal deze sleutel eraf voordat u deafwasautomaat in gebruik neemt enberg de sleutel buiten de automaatveilig op.Sluit de deur van de afwasautomaatmet deze sleutel wanneer u wilt voorko-men dat kinderen de deur openen.Horizontale stand =De deur is vergrendeldVerticale stand =De deur is niet vergrendeldWanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt12

Waterontharder Om goede reinigingsresultaten te berei-ken heeft de afwasautomaat zacht(kalkarm) water nodig.Bij hard water ontstaat er witte kalkaan-slag op het vaatwerk en op de wandenvan de spoelruimte.Leidingwater met een waterhardheidvan 4° dH (0,7 mmol/l) en hoger moetdaarom worden onthard. Daar wordt inde ingebouwde waterontharder auto-matisch voor gezorgd.Bedenk dat–de waterontharder regenereerzoutnodig heeft–en dat de afwasautomaat preciesmoet worden geprogrammeerd naarde hardheid van uw leidingwater.Informeer bij het plaatselijke water-leidingbedrijf wat voor hardheids-graad uw leidingwater precies heeft.Wanneer de hardheid van uw leiding-water steeds onder de 4 °dH (= 0,7mmol/l) ligt, hoeft u geen zout te dose-ren. U moet dan echter wel de afwasau-tomaat programmeren naar de hard-heid van uw leidingwater.Programmeer bij een variërende lei-dingwaterhardheid (bijv.

8 - 17 °dH) al-tijd de hoogste waarde (in dit voor-beeld 17°dH).Bij een eventuele reparatie is het voorde monteur makkelijk om de hardheidvan uw leidingwater te weten.Noteer daarom de hardheid van uwleidingwater:Leidingwaterhardheid: °dHWanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt13

De waterhardheidsschakelaar in despoelruimte moet u daarna ook nogeens instellen conform de hardheid vanuw leidingwater.Het programmeren van de hardheidvan uw leidingwaterSchakel de afwasautomaat met deI-Aan-/0-Uit - toets uit.Draai de programmakeuzeschake-laar op "Einde/Reset".Druk op de Start - toets, houd dezeingedrukt en schakel de afwasauto-maat tegelijk met behulp van de I-Aan-/0-Uit - toets in.Laat de Start - toets binnen 2 secon-den weer los.Het controlelampje "Zout" knippert.Let op:Wanneer er een ander controlelampjebegint te knipperen of te branden, be-gin dan nog eens van voren af aan.Uitzondering: Het controlelampje "Naspoelmiddel"brandt, wanneer u nog naspoelmiddelmoet doseren of bijvullen.Draai de programmakeuzeschake-laar op de stand die hoort bij de wa-terhardheid (zie tabel hieronder).°dH mmol/lStand van de program-makeuzeschakelaar1 - 4 0,2 - 0,7 Universeel 55°5 - 7 0,9 - 1,3 Universeel extra 55°8 - 10 1,4 - 1,8 Universeel 65°11 - 14 2,0 - 2,5 "4 uur-stand"15 - 17 2,7 - 3,1 "5 uur-stand"18 - 21 3,2 - 3,8 "6 uur-stand"22 - 35 4,0- 6,3 "7 uur-stand"36 - 70 6,5 -12,6 "8 uur-stand"Vanuit de fabriek is een leidingwater-hardheid van 22 - 35 °dH (4,0 -6,3 mmol/l) geprogrammeerd.Voorbeeld:De hardheid van uw leidingwater be-draagt 20 °dH.De programmakeuzeschakelaarstaat op de "6 uur-stand".Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt14

Druk de Start - toets in.Het controlelampje "Start" brandt.Draai de programmakeuzeschake-laar op "Einde / Reset".Schakel de afwasautomaat met deI-Aan-/0-Uit - toets uit.De geprogrammeerde leidingwater-hardheid is nu opgeslagen.Het instellen van de waterhardheids-schakelaarStel de waterhardheidsschakelaar inde spoelruimte precies volgens de vol-gende tabel in.U minimaliseert de negatieve uitwer-king die een afwasautomaat bij het rei-nigen op glazen oppervlakten heeftdoor de hardheid van het afwaswaterprecies af te stemmen op de hardheidvan het leidingwater.Vooral wanneer de waterhardheids-schakelaar op een te hoge stand is ge-zet kan de reinigingswerking enigszinsafnemen en kunnen er vlekken op ser-viesgoed en bestek ontstaan.Haal de dop van de waterhardheids-schakelaar er met een schroeven-draaier af.Zet de waterhardheidsschakelaar inde spoelruimte met een schroeven-draaier of met een munt op de standdie hoort bij de hardheid van uw lei-dingwater.

U moet daarbij duidelijkeen klik horen.° °dH mmol/l f Stand regenereer-schakelaar 1- 7 0,2- 1,3 2- 13 3 8-10 1,4- 1,8 14- 18 211-14 2,0- 2,5 20- 25 115-70 2,7-12,6 27-126 0Vanuit de fabriek staat de waterhard-heidsschakelaar op stand 1.Voorbeeld:De hardheid van uw leidingwater be-draagt 6 °dH.De waterhardheidsschakelaar moetdan op stand 3 staan (1 - 7 °dH).Zet de dop van de waterhardheids-schakelaar er weer op.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt15

Het controleren van de geprogram-meerde hardheid van uw leidingwaterSchakel de afwasautomaat met be-hulp van de I-Aan/0-Uit - toets uit.Draai de programmakeuzeschake-laar op "Einde/Reset".Druk op de Start - toets, houd dezeingedrukt en schakel de afwasauto-maat tegelijk met behulp van de I-Aan-/0-Uit - toets in.Laat de Start - toets binnen 2 secon-den weer los.Het controlelampje "Zout" knippert.Let op: Wanneer er een ander controlelampjebegint te knipperen of branden, begindan nog eens van voren af aan.Uitzondering: Het controlelampje "Naspoelmiddel"brandt, wanneer u nog naspoelmiddelmoet doseren of bijvullen.Draai de programmakeuzeschake-laar over de standen vanaf "Univer-seel 55°" tot de "8 uur-stand" heen.Het controlelampje "Start" brandt, wan-neer de programmakeuzeschakelaarop de stand staat die hoort bij de ge-programmeerde hardheid van uw lei-dingwater.

Zie de tabel in de para-graaf: "Het programmeren van dehardheid van uw leidingwater".Draai de programmakeuzeschake-laar op "Einde/Reset".Schakel de afwasautomaat met be-hulp van de I-Aan/0-Uit - toets uit.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt16

Het doseren van regenereerzoutAls u het zoutreservoir voor de eer-ste keer met regenereerzout wilt vul-len, vul het dan eerst met ca. 2 l wa-ter. Zo kan het zout oplossen.Nadat u de afwasautomaat in ge-bruik hebt genomen zit er altijd ge-noeg water in het reservoir.Doseer geen poedervormig of vloei-baar reinigingsmiddel in het reser-voir voor het regenereerzout, wantdan gaat de ontharder kapot.Gebruik uitsluitend het specialegrofkorrelige regenereerzout.Gebruik in geen geval andere soor-ten zout, bijv. keukenzout of strooi-zout. Deze soorten zout bevattensoms niet in water op te lossen deel-tjes die een nadelig effect kunnenhebben op de werking van de ont-harder.Haal het onderrek uit de spoelruimteen draai de dop van het zoutreser-voir open.Vul het zoutreservoir voordat u hetapparaat voor de eerste keer ge-bruikt met ca.

2 l water.Plaats een trechter in de openingvan het zoutreservoir en doseer danzoveel zout in het zoutreservoir tot-dat het vol is.In het zoutreservoir kan afhankelijkvan het soort zout max. 2 kg.Terwijl u zout in het reservoir doseertloopt er water over de rand van het re-servoir. Verwijder de zoutresten die zichrond het zoutreservoir bevinden enschroef de dop weer op het zoutre-servoir.Start direct daarna het programma"Voorspoelen" zodat eventueel ge-morste zoutresten kunnen wordenverdund en daarna weggepompt.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt17

Controlelampje "Zout"Zolang het controlelampje "Zout" in hetbedieningspaneel niet brandt, zit ernog genoeg zout in het reservoir.Vul zout bij zodra het controlelampje"Zout" gaat branden.Zie hoofdstuk: "Het doseren van re-genereerzout".Het is mogelijk dat het controlelampjenog korte tijd blijft branden, nadat uzout hebt bijgevuld.Het lampje gaat uit, zodra zich eenzoutconcentratie heeft gevormd diehoog genoeg is.AttentieHet controlelampje "Zout" gaat ookbranden wanneer er geen regenereer-zout in het reservoir zit daar de hard-heid van uw leidingwater onder de 4 °dH ligt.Dat het lampje brandt heeft in dit gevalniets te betekenen!Het controlelampje "Zout" zal in de toe-komst door de Technische Dienst wor-den gebruikt om de afwasprogramma’ste updaten en in het geheugen van uwafwasautomaat op te slaan.Vandaar dat achter het controlelampje"Zout" PC staat ("Programm Correc-tion").

NaspoelmiddelNaspoelmiddel is nodig om ervoor tezorgen dat het water tijdens het drogenals een film van het vaatwerk afloopt enhet vaatwerk na het spoelen droogtzonder dat het vlekken gaat vertonen.Het naspoelmiddel wordt in het reser-voir voor naspoelmiddel gedoseerd enbij het naspoelen in de ingestelde hoe-veelheid automatisch toegevoegd.Doseer alleen naspoelmiddel voorhuishoudafwasautomaten in het na-spoelmiddelreservoir.Doseer in geen geval reinigingsmid-delen voor afwasautomaten ofreinigingsmiddelen voor de handaf-was in het naspoelmiddelreservoir,want dan gaat het reservoir kapot.Het doseren van naspoelmiddelOpen het klepje van het naspoelmid-delreservoir door het gele palletje inde richting van de pijl te drukken.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt19

Doseer zoveel naspoelmiddel totdathet in het zeefje in de vulopeningzichtbaar is.In het naspoelmiddelreservoir kanca. 130 ml.Sluit het klepje en wel zo dat het dui-delijk vastklikt.Is het klepje niet goed gesloten dankan er tijdens het spoelen water in hetnaspoelmiddelreservoir lopen.Veeg eventueel gemorst naspoelmid-del goed weg om bij de volgende af-wasbeurt sterke schuimvorming tevoorkomen.Controlelampje "Naspoel-middel"Zolang het controlelampje "Naspoelmid-del" in het bedieningspaneel nietbrandt, zit er nog genoeg naspoelmid-del in het reservoir.Wanneer het controlelampje "Naspoel-middel" in het bedieningspaneel gaatbranden zit er nog een reserve in voor2 - 3 afwasbeurten.Vul op tijd naspoelmiddel bij.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt20

Het instellen van de hoeveel-heid te doseren naspoelmiddelDe te doseren hoeveelheid naspoelmid-del is met behulp van de keuzeknop in-stelbaar. Men kan kiezen tussen 6 stan-den.Vanuit de fabriek is de keuzeknop (ziepijl) op stand 3 ingesteld. Er wordt danper programma ca. 3 ml naspoelmiddelverbruikt. Deze stand wordt geadvi-seerd.Vertoont het vaatwerk vlekken:zet de keuzeknop dan op een hoge-re stand.Vertoont het vaatwerk strepen of sluiers:zet de keuzeknop dan op een lagerestand.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt21

Het inruimen van serviesgoed en bestekWaar u bij het inruimen vanserviesgoed en bestek opmoet lettenVerwijder de ergste etensresten vanhet vaatwerk. Het is niet nodig om het vaatwerk vante voren onder stromend water af tespoelen. Was vaatwerk met as, zand, was,smeervet of verf niet in de afwasau-tomaat. As wordt niet opgelost,maar in de spoelruimte verdeeld. Door was, smeervet en verf raaktde afwasautomaat beschadigd. U kunt ieder stuk servies in principeoveral in de rekken inruimen. Neem daar echter de volgende tips bijin acht. Plaats serviesgoed en bestek zo dathet niet tegen of op elkaar ligt. Plaats het serviesgoed om het goedschoon te krijgen zo in de rekken,dat het water er aan alle kanten bijkan. Plaats al het serviesgoed zo, dat hetstevig staat. Plaats hol serviesgoed zoals kopjes,glazen en kommen met de openin-gen naar beneden in de rekken.

Plaats hoog, smal, hol serviesgoedniet in de hoeken van de rekken,maar zoveel mogelijk in het middenervan. Het water kan er dan beter bij. Plaats servies met een diepe bodemzoveel mogelijk schuin in het rek, zo-dat het water eraf kan lopen. Let erop dat de sproeiarmen nietdoor te hoog of door de rekken heen-stekend vaatwerk worden geblok-keerd. U kunt dit controleren door desproeiarmen een keer met de handrond te draaien. Let erop dat kleine stukken servies-goed niet door de spijlen van de rek-ken vallen. Leg dit soort servies zoals deksel-tjes daarom in de besteklade of debestekkorf. Levensmiddelen zoals wortels, to-maten of ketchup kunnen natuurlijkekleurstoffen bevatten. Door deze stoffen kunnen kunststofvaatwerk en kunststof onderdelenervan verkleuren, wanneer zij in rui-me mate met het vaatwerk in de au-tomaat terechtkomen.

Deze verkleuring heeft echter geeninvloed op de stabiliteit van kunst-stof vaatwerk. Wanneer u het vaatwerk inruimt dankunnen er etens- en drankresten opde binnenkant van de deur van deafwasautomaat terechtkomen. Ditgedeelte hoort niet tot de spoelruim-te en wordt dus niet afgespoeld.

Voorbeelden van het inruimen BovenrekPlaats in het bovenrek klein, licht enteer serviesgoed zoals kopjes, schotel-tjes, glazen, dessertschaaltjes en tem-peratuurgevoelig vaatwerk.U kunt er ook een plat steelpannetje inplaatsen.Leg erg lang bestek zoals soeplepels,pollepels en lange messen dwars aande voorkant van het bovenrek.KopjesrekKlap het kopjesrek omhoog om hoogserviesgoed te kunnen inruimen.Steun (afhankelijk van het model)Om serviesgoed gemakkelijk te kunneninruimen en er gemakkelijk weer uit tekunnen halen kunt u de steun omklap-pen naar het midden van het bovenrek.Het inruimen van serviesgoed en bestek23

Het verstellen van het bovenrek(afhankelijk van het model)Om in het boven- of onderrek meerplaats te krijgen voor hoger servies-goed kunt u het bovenrek in hoogte ver-stellen. U kunt kiezen tussen 3 standenmet een verschil van telkens ca. 2 cm.U kunt het bovenrek ook schuin plaat-sen, nl. met één kant hoog en met éénkant laag.Let er echter op dat u het rek zonderproblemen in de spoelruimte kan schui-ven.Trek het bovenrek naar buiten.Trek de hendels aan de zijkantenvan het bovenrek naar boven.Zet het bovenrek in de gewenste po-sitie.Laat de hendels weer vastklikken.Afhankelijk van de stand van het boven-rek kunt u bijv.

OnderrekPlaats in het onderrek groot en zwaarserviesgoed zoals borden, platte scho-tels, potten en schalen.U kunt ook ontbijtbordjes of schoteltjesin het onderrek zetten.Plaats geen dun en fijn glaswerk in hetonderrek, want daarvoor is een aparteinzet of een apart onderrek noodzakelijk.Afwasautomaat met bestekladeAfwasautomaat met bestekkorfHoogte-indicatorMet de beugel aan het bovenrek kunt uzien hoe hoog het serviesgoed in hetonderrek mag zijn, zonder dat de mid-delste sproeiarm daar tegenaan komt.Het inruimen van serviesgoed en bestek25

Fleshouder(afhankelijk van het model)Met de fleshouder kunt u smal servies-goed zoals melk- of babyflessen afwas-sen.De fleshouder kan alleen op die plek inhet onderrek worden geplaatst die ophet plaatje wordt aangegeven. Op an-dere plekken kan het water niet in debinnenkant van de fles komen en defles wordt zo niet goed schoon.BestekAfwasautomaat met bestekkorfPlaats het bestek ongesorteerd enmet de grepen beneden in de vakjesvan de bestekkorf.Het water kan er dan beter bij.Wanneer u daardoor echter kansloopt om zich aan de scherpe kantvan de messen en de punten vande vorken te verwonden, dan kunt uhet bestek het beste met de grepenboven en met de scherpe kant be-neden plaatsen. Zet kleine lepels in de speciale lepel-segmenten aan weerszijden van de be-stekkorf.Het inruimen van serviesgoed en bestek26

Lepelhouders voor de bestekkorfMet de bijgevoegde houders kunt usterk vervuilde lepels, bijv. eetlepels engroentenlepels afwassen.Doordat de lepels in deze houdersapart worden opgehangen liggen zeniet op elkaar en kan het water er beterbij.Plaats als dat nodig is een houderaan de voorkant en een houder aande achterkant van de bestekkorf.Druk wanneer u de lepelhouders wiltverwijderen de haken, waarmee dehouders vastzitten, naar binnen.Gebruik daarvoor eventueel een le-pel. Trek de lepelhouders naar bo-ven en haal ze eraf.Plaats de lepels in de houders metde grepen beneden. Laat tussen delepels telkens een plaats vrij. Het inruimen van serviesgoed en bestek27

Afwasautomaat met besteklade (SC)Wanneer u messen, vorken en lepelsapart in de besteklade legt, kunt u zeer na het afwasprogramma makkelijkeruithalen en opbergen.Leg de messen met de snijkanten ende vorken met de tanden tussen de op-staande kammen. Leg de lepels daar-entegen met de grepen tussen de op-staande kammen.Lang bestek zoals sauslepels, taar-scheppen, pollepels en lange messenkunt u in het dieper gelegen gedeeltein het midden van de besteklade leg-gen.De bovenste sproeiarm mag nietdoor te hoog vaatwerk (bijv. eentaartschep) worden geblokkeerd.Het inzetstuk van de besteklade is uit-neembaar.Leg de lepels met de grepen tussen deopstaande kammen.

De lepelbladen lig-gen dan tussen de getande kammen,zodat ook de laatste waterdruppel erzonder problemen af kan lopen.Wanneer de lepels niet met de grepentussen de opstaande kammen passen,leg ze dan met de grepen op de getan-de kammen.Let er daarbij op dat de lepelbladenrechtop staan, zodat al het water erafkan lopen.Het inruimen van serviesgoed en bestek28

Serviesgoed en bestek die nietgeschikt zijn voor de afwas-automaat– óServiesgoed en bestek die f hele-maal óf voor een deel uit hout be-staan drogen uit en worden lelijk.Bovendien houdt de lijm niet in deafwasautomaat. Het gevolg daarvanis dat houten grepen los kunnen ra-ken.–Kunstvoorwerpen, antieke vazen ofglazen met decoraties zijn niet be-stand tegen de afwasautomaat.–Voorwerpen van niet hittebestendigkunststof kunnen vervormen.–Voorwerpen van koper, messing, tinen aluminium kunnen verkleuren ofdof worden.–Kleurdecoraties op het glazuur kun-nen na vele afwasbeurten verbleken.–Teer glaswerk en kristallen voorwer-pen kunnen na een tijd dof worden.Wij raden u aan:–Koop serviesgoed en bestek van ma-teriaal dat geschikt is om in een af-wasautomaat te worden afgewassen.–Wanneer u teer glaswerk per se inde afwasautomaat wilt afwassen doedat dan uitsluitend bij lage tempera-turen.

Zie programma-overzicht.De kans dat het glaswerk dof wordtis dan kleiner.–Blijf bijzonder waardevolle glazenmet de hand afwassen.Let verder op het volgende:Zilver dat met zilverpoets is behandeldkan na afloop van het afwasprogram-ma nog vochtig zijn doordat het waterer niet als een film afloopt. Het zilvermoet dan met een doek worden afge-droogd.Daarentegen is zilver dat in zilverpoetsis ondergedompeld in de regel weldroog. Het zilver kan echter beslaan.Zilver kan verkleuren wanneer het inaanraking komt met levensmiddelendie zwavel bevatten, bijv. eigeel, uien,mayonaise, mosterd, peulvruchten, vis,pekelsaus van vis en marinades.Aluminium serviesgoed zoals vetfil-ters mag niet worden afgewassenmet bijtende alkalische reinigings-middelen die in bedrijfsafwasauto-maten of industriereinigers wordengebruikt.Gebeurt dat wel dan kan er materi-ële schade ontstaan.

In het ergstegeval bestaat het gevaar dat er hevi-ge chemische reacties optreden dietot een explosie kunnen leiden (bijv.een knalgasreactie).Het inruimen van serviesgoed en bestek29

BedieningReinigingsmiddelenGebruik uitsluitend reinigingsmidde-len voor huishoudafwasautomaten. U kunt poedervormige of vloeibarereinigingsmiddelen of reinigingsta-bletten gebruiken. Doseer poedervormige of vloeibarereinigingsmiddelen in de reinigings-middelvakjes. Leg reinigingstabletten alleen in reini-gingsmiddelvakje II, als de fabrikantvan deze tabletten dat adviseert. Adviseert de fabrikant om de reini-gingstabletten in de bestekkorf teleggen, leg ze in plaats daarvan danaan de binnenkant van de deur of di-rect in de spoelruimte. De tablettenlossen dan volledig op. De fabrikanten van reinigingsmiddelengeven op hun verpakkingen de totalehoeveelheid reinigingsmiddel aan dievoor een programma nodig is.

Gebruik wanneer uw afwasautomaatvol beladen is voor de volgende pro-gramma’s minstens 30 ml reinigings-middel:–het programma "Normaal"; – ’de programma s "Universeel"; –het programma "Universeel extra";–het programma "Spaar". Geeft de fabrikant een grotere hoe-veelheid aan, gebruik dan deze gro-tere hoeveelheid. AttentieWanneer u minder reinigingsmiddel ge-bruikt dan is geadviseerd, is het moge-lijk dat de vaat niet goed schoon wordt. Er zijn op het moment drie soortenreinigingsmiddelen in de handel:1. Fosfaathoudend en chloorhoudend2. Fosfaathoudend en chloorvrij3. Fosfaatvrij en chloorvrijWij adviseren u reinigingsmiddelen vantype 3 te gebruiken ter beschermingvan ons milieu. Fosfaatvrije reinigingsmiddelen reage-ren gevoeliger op de hardheid van uwleidingwater dan fosfaathoudende reini-gingsmiddelen. Dat kan invloed heb-ben op het reinigingsresulaat.

Na vele afwasbeurten is het mogelijkdat:–er een blauwachtige waas op hetglaswerk komt of dat het dof wordt;–zilver verkleurt;–kleurdecoraties op het glazuur ver-bleken. Deze verschijnselen worden uitsluitendveroorzaakt door het reinigingsmiddelen niet door de werking van de afwas-automaat.

Mogelijke oplossingen:–Ga over op een fosfaathoudend reini-gingsmiddel (type 2) of op een fos-faathoudend en chloorhoudend reini-gingsmiddel (type 1). –Programmeer de waterontharder eenstand hoger dan voor de hardheidvan uw leidingwater nodig is. Zie tabel in de paragraaf: "Wateront-harder" in het hoofdstuk: "Wanneer uhet apparaat voor het eerst in ge-bruik neemt". De waterontharder levert dan zach-ter water. Bediening30.

Chloorvrije reinigingsmiddelen hebbeneen geringere blekende werking op na-tuurlijke kleurstoffen dan chloorhouden-de, wat er bijv. toe kan leiden dat vaat-werk nog aanslag van theerestenvertoont of dat kunststof vaatwerk ver-kleurt.Deze verschijnselen worden uitsluitendveroorzaakt door het reinigingsmiddelen niet door de werking van de afwas-automaat.Mogelijke oplossingen:–Verhoog de dosering van het reini-gingsmiddel om de blekende wer-king te versterkenof–ga over op een chloorhoudend reini-gingstype (type 1).Informeer bij twijfel bij de afdeling Con-sumentenservice van de reinigingsmid-delenfabriek.Het doseren van reinigings-middelAdem geen poedervormig reini-gingsmiddel in! Slik geen reinigings-middel in! Reinigingsmiddelen kun-nen brandwonden in neus, mond enkeel veroorzaken.

Ga direct naar dedokter wanneer u een reinigingsmid-del hebt ingeademd of ingeslikt.Zorg ervoor dat kinderen niet metreinigingsmiddelen in aanrakingkunnen komen.Laat kinderen daarom niet bij de af-wasautomaat komen als deze geo-pend is. Er zouden nog restenreinigingsmiddel in de afwasauto-maat aanwezig kunnen zijn.Bovendien kunt u het reinigingsmid-del beter pas dán toevoegen vlakvoordat u het programma start. Vergrendel de deur bovendien metde kinderbeveiliging.Verdeel de benodigde hoeveelheid rei-nigingsmiddel, afhankelijk van het soortreinigingsmiddel en afhankelijk van hetprogramma, procentueel over de reini-gingsmiddelenvakjes I en II.Zo verkrijgt u het beste afwasresultaat.Neem daarom in ieder geval de aanwij-zingen met betrekking tot het doserenvan reinigingsmiddel in acht. Dezestaan in het programma-overzicht aanhet einde van de gebruiksaanwijzing.Bediening31

Open het klepje van het reinigings-middeldoseerbakje door het knopjeopzij te drukken.Na afloop van een afwasprogramma ishet klepje van het reinigingsmiddelbak-je altijd geopend.Doseer het reinigingsmiddel in devakjes en sluit het klepje van het do-seerbakje.Sluit ook het pak reinigingsmiddelom te voorkomen dat het middel aanreinigingskracht verliest.DoseerhulpIn vakje I kan maximaal 20 m enin vakje II kan maximaal 70 ml reini-gingsmiddel.In vakje II zijn markeringen aange-bracht om het doseren makkelijker temaken: 20, 25, 30. Wanneer de deur90° geopend is geven deze streepjesin ml aan hoeveel reinigingsmiddel erongeveer in zit.Bediening32

BetriebHet kiezen van een programmaLaat de keuze voor een programmasteeds afhangen van het soort vaat-werk en de mate waarin dat is vervuild. In de meeste gevallen zult u het pro-gramma "Normaal", één van de pro-gramma’s "Universeel" of het program-ma "Universeel extra" kiezen.Deze programma’s zijn optimaal bere-kend voor de dagelijkse afwas.In het programma-overzicht aan het ein-de van deze gebruiksaanwijzing zijn deprogramma’s beschreven en de toe-passingsmogelijkheden ervan.Bediening33

Het inschakelen van de afwas-automaatControleer of de sproeiarmen vrijkunnen draaien en niet worden ge-blokkeerd.Sluit de deur van de afwasautomaat.Draai de waterkraan open indiendeze nog gesloten is.Druk de I-Aan-/0-Uit - toets (14) in.Het controlelampje "Start" (16) brandt.Het starten van een programmaNeem bij het kiezen van een pro-gramma het programma-overzichtaan het einde van de gebruiksaanwij-zing in acht.Draai de programmakeuzeschake-laar (17) naar links of rechts op hetgewenste programma.Druk nu de Start - toets (16) in.Het programma start.Het controlelampje "Start" (16) gaat uiten het controlelampje "Spoelen" (15)gaat branden.Breek een programma niet voortij-dig af!Wanneer u dat doet, is het mogelijkdat belangrijke programmafases(bijv.

het regenereren) worden over-geslagen.Controlelampjes voor het pro-grammaverloop (15)Het controlelampje "Spoelen" brandt inde programmafases "Voorspoelen","Reinigen", "Tussenspoelen" en "Na-spoelen".Het controlelampje "Drogen" brandt inde programmafase "Drogen".Het controlelampje "Einde" brandt na af-loop van het programma.Bediening34

Einde van het programmaWanneer in het programmaverloop (15)het controlelampje "Einde" brandt, ishet programma beëindigd.U kunt de afwasautomaat nu openenen het vaatwerk eruithalen. Zie para-graaf: "Het uitruimen van de afwasauto-maat".Zorg ervoor dat u het verwarmingsele-ment direct na afloop van een afwas-programma niet aanraakt.U kunt zich daaraan verbranden.Schakel de afwasautomaat voor de vei-ligheid altijd uit wanneer u niet directna afloop van een programma nog eenkeer wilt afwassen.Het uitschakelen van de afwas-automaatSchakel de automaat na afloop van hetprogramma uit en wel doorde programmakeuzeschakelaar (17)op "Einde/Reset" te draaien.

Het controlelampje "Einde" (15) gaat uiten het controlelampje "Start" (16) gaatbranden.Druk de I-Aan-/0-Uit - toets (14) in enlaat deze weer naar buiten springen.Het controlelampje "Start" (16) gaat uit.De afwasautomaat verbruikt stroomzolang u hem niet met behulp vande I-Aan-/0-Uit - toets hebt uitge-schakeld.Draai veiligheidshalve de kraan dicht,wanneer de afwasautomaat langere tijdniet wordt gebruikt, bijvoorbeeld in devakantietijd.Bediening35

Het onderbreken van het pro-grammaHet afwasprogramma wordt onderbro-ken, zodra u de deur opendoet.Wanneer u de deur weer dichtdoet,gaat het programma daar verder, waarhet is onderbroken.Wanneer het water in de afwasauto-maat heet is, loopt u het risico omzich te verbranden.Als u de deur beslist moet openen,doe dat dan zeer voorzichtig.Laat de deur voordat u die weersluit ca. 20 seconden op een kierstaan, zodat de temperatuur zich inde spoelruimte kan verdelen.Druk de deur daarna stevig dicht,totdat hij vastklikt.Zorg ervoor dat u het verwarmings-element tijdens een programma-on-derbreking niet aanraakt.U kunt zich daaraan verbranden.

Wisseling van programmaOok wanneer een door u gekozen pro-gramma al is gestart, kunt u nog opeen ander programma overgaan.Draai de programmakeuze-schakelaar (17) op "Einde/Reset".Laat de programmakeuzeschakelaar(17) minstens één seconde op dezestand staan.Draai de programmakeuze-schakelaar (17) op het gewenste pro-gramma.Druk op de Start - toets (16).Het programma start.Bediening36

DroogverwarmingIn alle programma’s kan het vaatwerkmet behulp van het verwarmingselementworden gedroogd. Dit is vanuit de fa-briek ingesteld.Het verwarmingselement kunt u uitscha-kelen. Dan wordt er ca. 0,1 kWh ener-gie bespaard.Het vaatwerk is dan echter niet droog.

Het in- en uitschakelen van de droog-verwarmingSchakel de afwasautomaat met de I-Aan-/0-Uit - toets uit.Draai de programmakeuzeschake-laar op "Einde/Reset".Druk de Start - toets in, blijf eropdrukken en schakel tegelijk de afwas-automaat met de I-Aan-/0-Uit - toetsin.Laat binnen twee seconden de Start -toets weer los.Het controlelampje "Zout" knippert.Attentie: Wanneer er een ander controlelampjeknippert of brandt, begin dan nog eensvan voren af aan.Uitzondering: Het controlelampje "Naspoelmiddel"brandt, wanneer er nog geen naspoel-middel is gedoseerd of er naspoelmid-del moet worden bijgevuld.Draai de programmakeuzeschake-laar op "Normaal 55°".–Wanneer het controlelampje "Start"niet brandt dan is de droogverwar-ming ingeschakeld.–Wanneer het controlelampje "Start"wel brandt dan is de droogverwar-ming uitgeschakeld.Druk op de Start - toets om de instel-ling te veranderen.Afhankelijk van de vorige instelling gaathet controlelampje "Start" aan of uit.Draai de programmakeuzeschake-laar op "Einde/Reset".Schakel de afwasautomaat met deI-Aan-/0-Uit - toets uit.De wijziging is nu opgeslagen.Bediening37

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele G 641 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden