Miele G 5300 SC Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele G 5300 SC (72 pagina’s), behorend tot de categorie Vaatwasser. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 96 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Miele G 5300 SC of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Vaatwasser |
| Model: | G 5300 SC |
| Apparaatplaatsing: | Vrijstaand |
| Gewicht: | 57600 g |
| Breedte: | 598 mm |
| Diepte: | 600 mm |
| Hoogte: | 845 mm |
| Netbelasting: | 2200 W |
| Aantal couverts: | 14 couverts |
| Deurkleur: | Wit |
| Snoerlengte: | 1.7 m |
| Uitgestelde start timer: | Ja |
| Startvertraging: | 24 uur |
| Kinderslot: | Ja |
| Droogklasse: | A |
| Duur cyclus: | 172 min |
| Geluidsniveau: | 46 dB |
| Energie-efficiëntieklasse (oud): | A |
| Waterconsumptie per cyclus: | 10 l |
| Wasklasse: | A |
| Energieverbruik per cyclus: | 0.95 kWu |
| AC-ingangsspanning: | 230 V |
| AC-ingangsfrequentie: | 50 Hz |
| Snel wassen: | Ja |
Foutcodes Miele G 5300 SC
Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.
| Code | Betekenis | Oplossing |
|---|---|---|
| F11 | Storing in de waterafvoer | Reinig de zeefcombinatie. Reinig de afvoerpomp. Reinig de terugslagklep. Verwijder eventuele knikken of lussen in de waterafvoerslang. |
| F12 | Storing in de watertoevoer | Draai de kraan helemaal open. Reinig de filter in de watertoevoer. Controleer of de stromingdruk bij de wateraansluiting minstens 30 kPa (0,3 bar) bedraagt. |
| F13 | Storing in de watertoevoer | Draai de kraan helemaal open. Reinig de filter in de watertoevoer. Controleer of de stromingdruk bij de wateraansluiting minstens 30 kPa (0,3 bar) bedraagt. |
| F70 | Waterproof System heeft gereageerd | Draai de waterkraan dicht. Neem contact op met de Service After Sales van Miele. |
Handleiding Miele G 5300 SC – volledige tekst
Beschrijving van het toestel. 5Het toestel in één oogopslag. 5Bedieningspaneel. 6Opmerkingen omtrent uw veiligheid. 7Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu. 12Het wegdoen van het verpakkingsmateriaal. 12Uw toestel afdanken. 12Spaarzaam afwassen. 13Toestel voor het eerst in gebruik nemen. 14Deur openen. 14Deur sluiten. 14Kinderbeveiliging. 14Waterontharder. 15Waterhardheid programmeren. 16Waterhardheid weergeven. 17Wat u nodig hebt om het toestel voor het eerst in gebruik te nemen:. 18Zoutreservoir vullen met regenereerzout. 18Controlelampje voor het bijvullen van zout. 19Controlelampjes voor het bijvullen van zout en naspoelmiddel uitschakelen. 20Naspoelmiddel. 21Naspoelmiddelreservoir vullen met naspoelmiddel. 21Controlelampje voor het bijvullen van naspoelmiddel. 22Naspoelmiddeldosering instellen. 23Vaatwerk en bestek in de afwasautomaat plaatsen.
24Vaatwerk en bestek die niet geschikt zijn voor de afwasautomaat. 25Bovenste korf. 26Kopjesrooster (afhankelijk van het model). 26Bovenste korf in de hoogte verstellen. 27Onderste korf. 28MultiComfort-gedeelte. 29Neerklapbare spikes (afhankelijk van het model). 29Bestek. 30Besteklade (afhankelijk van het model). 30Bestekkorf (afhankelijk van het model). 31Inhoud2.
Bediening. 32Reinigingsmiddel. 32Reinigingsmiddel doseren. 33Afwasautomaat inschakelen. 34Programma kiezen. 34Programma starten. 34Display. 35Stand-bymodus. 35Weergave van het programmaverloop. 36Einde van het programma. 36Afwasautomaat uitschakelen. 36Vaatwerk uit de afwasautomaat halen. 36Programma onderbreken. 37Van programma wisselen. 37Extra functies. 38Turbo. 38Combinatiereinigingsmiddel. 38Startuitstel. 39Automatic aanpassen. 41Stand-byoptimalisering. 42Fabrieksinstellingen. 43Reiniging en onderhoud. 44Spoelruimte reinigen. 44Deurdichting en deur reinigen. 44Voorzijde van het toestel reinigen. 44Zeefcombinatie in de spoelruimte reinigen. 45Sproeiarmen reinigen. 47Wat gedaan als. 48Technische storingen. 48Storingen in de watertoevoer/waterafvoer. 50Algemene problemen met de afwasautomaat. 51Geluiden. 52Onbevredigend resultaat. 53Storingen verhelpen.
Het toestel in één oogopslagaBovenste sproeiarm (niet zichtbaar)bBesteklade (afhankelijk van het mo-del)cBovenste korfdMiddelste sproeiarmeLuchttoevoer voor het drogen(afhankelijk van het model)fOnderste sproeiarmgFilterhTypeplaatjeiKinderbeveiliging in de deurgreep(niet zichtbaar)jReservoir voor naspoelmiddelkTweevaksdoseerbakje voor reini-gingsmiddellReservoir voor regenereerzoutBeschrijving van het toestel5
BedieningspaneelaProgrammakeuzebDisplaycWeergave van het programmaver-loopdControlelampjes "Toevoer/Afvoer","Naspoelmiddel" en "Zout"eToets "Start/Stop" en controlelampje"Start/Stop"fToets "Startuitstel" en controlelampje"Startuitstel"gToets "Turbo" en controlelampje "Tur-bo"hToets "Programma"iToets (aan-uit toets)K In deze gebruiksaanwijzing worden meerdere afwasautomaatmodellen be-schreven. Deze hebben verschillende hoogten.Deze modellen worden in de gebruiksaanwijzing als volgt aangeduid:Normaal = Afwasautomaat met een hoogte van 80,5 cm (inbouwtoestel)of 84,5 cm (vrijstaand toestel)XXL = Afwasautomaat met een hoogte van 84,5 cm.Beschrijving van het toestel6
Deze afwasautomaat voldoet aan devoorgeschreven veiligheidsvoor-schriften. Door ondeskundig gebruikkunnen gebruikers echter letsel op-lopen en kan er schade optredenaan het toestel. Lees deze gebruiksaanwijzing daar-om aandachtig door voordat u dittoestel in gebruik neemt. Dat is vei-liger voor uzelf en u vermijdt schadeaan de afwasautomaat. Bewaar de gebruiksaanwijzing engeef ze door aan wie het toesteleventueel na u gebruikt. Juist gebruik~Deze afwasautomaat is bedoeldvoor gebruik in het huishouden engelijkaardige omgevingen zoals:– in winkels, kantoren en gelijkaardigewerkomgevingen– op boerderijen– door klanten in hotels, motels,bed-and-breakfasts en anderetypische woonomgevingen. ~Dit toestel in niet geschikt voor ge-bruik in open lucht. ~Gebruik de afwasautomaat uitslui-tend in huishoudelijke context voor hetafwassen van huishoudelijk vaatwerk.
Gebruik voor andere doeleinden is niettoegelaten. Miele is niet verantwoorde-lijk voor schade die wordt veroorzaaktdoor een ander gebruik dan wat hierwordt vermeld of door foutieve bedie -ning. ~Personen die door hun fysieke,zintuiglijke of geestelijke mogelijkhedenof hun onervarenheid of gebrek aankennis niet in staat zijn om het toestelveilig te bedienen, mogen dit toestel al-leen onder het toezicht of debegeleiding van een verantwoordelijkiemand gebruiken. Kinderen in het huishouden~Hou kinderen die in de buurt van hettoestel komen in het oog. Laat kinderennooit met het toestel spelen. Wanneerzij dit doen, bestaat het gevaar dat zezich in het toestel opsluiten. ~Kinderen mogen de afwasautomaatalleen maar gebruiken wanneer hun debediening ervan zo uitgelegd is dat zehet toestel veilig kunnen bedienen. Kin-deren moeten de eventuele risico's vaneen foutieve bediening kunnen besef-fen.
Technische veiligheid~Controleer vóórdat het toestel wordtgeplaatst of het zichtbaar beschadigdis. Is dat het geval, neem het dan ingeen geval in gebruik. Een afwasauto-maat die beschadigd is kan uw veilig-heid in gevaar brengen. ~De afwasautomaat mag alleen viaeen 2-polige stekker met aarding ophet elektriciteitsnet worden aangeslo-ten. De stekker mag niet wordenafgeknipt om het toestel vast aan tesluiten. U moet na plaatsing van de af-wasautomaat zonder problemen bij hetstopcontact kunnen komen. ~Wanneer zich in de buurt van de af-wasautomaat een elektrisch toestel be-vindt, let er dan op dat de stekker vandit toestel niet schuilgaat achter de af-wasautomaat. Aangezien de inbouwnisniet altijd diep genoeg is, kan er drukop de stekker ontstaan, wat het risicoop oververhitting en daarmee op brandverhoogt. ~De afwasautomaat mag niet ondereen kookvlak worden geïnstalleerd.
Eenkookvlak straalt voor een deel hogetemperaturen af waardoor de afwasau-tomaat beschadigd zou kunnen raken. Om dezelfde reden mag de afwasauto-maat niet direct naast warmteproduce-rende toestellen worden geplaatst dieniet standaard tot de keukenapparatuurbehoren. ~De afwasautomaat mag pas op hetelektriciteitsnet worden aangesloten,nadat deze is geplaatst en geïnstal-leerd en nadat de deurveren zijn inge-steld. ~Controleer of de elektrische waar-den van uw elektrische installatie(spanning, frequentie en zekering)overeenkomen met de gegevens op hettypeplaatje. ~De elektrische veiligheid van dezeafwasautomaat wordt enkel gewaar-borgd als het toestel op een aardsys-teem aangesloten is dat volgens devoorschriften geïnstalleerd is. Het isheel belangrijk dat aan deze fundamen-tele veiligheidsvoorwaarde is voldaan. Laat uw elektrische installatie bij twijfeldoor een vakman controleren.
~Dit toestel mag niet gebruikt wordenop op een beweegbare plaats(bv. schip). ~Het kunststof omhulsel van de wa-teraansluiting bevat een elektrisch on-derdeel. Dompel het omhulsel niet invloeistof. ~In de watertoevoerslang bevindenzich delen die onder spanning staanwanneer het toestel op het elektriciteits-net is aangesloten. De slang mag daar-om niet worden ingekort. ~Het Waterproof System van Mielebiedt een betrouwbare bescherming te-gen waterschade, maar alleen als aande volgende voorwaarden is voldaan:– Het toestel moet volgens de voor-schriften geïnstalleerd zijn. – Wanneer er duidelijk sprake is vanschade, moet het toestel wordenhersteld of moeten de desbetreffen-de onderdelen worden vervangen. – Draai de waterkraan dicht bijlange afwezigheid (bijv. vakantie). Het Waterproof System werkt ook wan-neer de afwasautomaat is uitgescha-keld.
De afwasautomaat moet dan welop het elektriciteitsnet zijn aangesloten. ~Een afwasautomaat die beschadigdis, kan uw veiligheid in gevaar brengen. Schakel het toestel meteen uit wanneerhet beschadigd is en neem contact opmet uw Miele-handelaar of met dedienst Herstellingen aan huis van Miele. ~Door ondeskundig uitgevoerde her-stellingen kunnen er niet te onderschat-ten risico's ontstaan voor de gebruiker. Daarvoor kan Miele niet aansprakelijkworden gesteld. Herstellingen mag uuitsluitend laten uitvoeren door vakmen-sen die door Miele erkend zijn. Andersis er bij schade achteraf geen aan-spraak meer op garantie. ~Laat defecte onderdelen enkelvervangen door origineleMiele-wisselstukken. Enkel dan bent uzeker dat ze ten volle voldoen aan deeisen die Miele qua veiligheid stelt. ~Bij onderhoudswerken dient u altijdhet toestel los te koppelen van het elek-triciteitsnet.
Schakel daartoe de afwas-automaat uit en trek daarna de stekkeruit het stopcontact, of schakel dehoofdschakelaar in uw zekeringenkastuit. ~Wanneer de aansluitkabel is be-schadigd, moet deze door een specialeaansluitkabel worden vervangen.
Deskundige plaatsing~Neem bij plaatsing en aansluitingvan de afwasautomaat de montage-in-structies in de montageschets in acht. ~Om een perfecte werking te waar-borgen, dient u het toestel waterpas opte stellen. ~Voor de stabiliteit van de afwasauto-maat is het noodzakelijk dat onder of inte bouwen afwasautomaten uitsluitendworden geplaatst onder een doorlo-pend werkblad dat is vastgeschroefdaan de kasten die ernaast staan. ~Wilt u van een vrijstaande afwasau-tomaat een onderbouwafwasautomaatmaken, vervang het sokkelpaneel dandoor een sokkelpaneel dat hoort bijonderbouwafwasautomaten. Gebruikdaarvoor de daarbij horende ombouw-set. Doet u dat niet, dan loopt u het risicozich aan uitstekende metalen onderde-len te verwonden. ~De deurveren moet aan beide kant-en gelijk worden ingesteld. Om te con-troleren of ze juist zijn ingesteld, opentu de deur gedeeltelijk (openingshoekvan ca. 45°).
Laat de deur vervolgenslos. Als de deur in de geopende standblijft staan, zijn de deurveren juist inge-steld. De deur mag niet ongeremd naarbeneden vallen. Veilig gebruik~Gebruik geen oplosmiddelen in despoelruimte. Dit in verband met explo-siegevaar. ~Adem geen poedervormige reini-gingsmiddelen in. Slik geen reinigings-middelen in. Reinigingsmiddelen kun-nen brandwonden in neus, mond enkeel veroorzaken. Ga direct naar dedokter wanneer u een reinigingsmiddelhebt ingeademd of ingeslikt. ~Laat de deur van de afwasautomaatniet onnodig openstaan. U zou zichdaaraan kunnen stoten. ~Wanneer de deur openstaat, gadaar dan niet op zitten of staan. Doet udat wel, dan kan het toestel kantelen. Daarbij kunt u letsel oplopen of kan hettoestel beschadigd raken. ~Gebruik uitsluitend reinigingsmidde-len voor huishoudafwasautomaten. Ge-bruik geen handafwasmiddelen.
~Vul het zoutreservoir niet met poe-dervormig of vloeibaar reinigingsmid-del. Het reinigingsmiddel zou de water-ontharder beschadigen. ~Gebruik uitsluitend speciaal grofkor-relig regenereerzout of ander zout datspeciaal is ontwikkeld voor afwasauto-maten. Gebruik in geen geval andere soortenzout. Die bevatten soms niet in waterop te lossen deeltjes die een nadeligeffect kunnen hebben op de werkingvan de waterontharder. ~Hebt u afwasautomaat met een be-stekkorf (afhankelijk van het model),dan plaatst u bestek zo in de vakkenvan de bestekkorf dat de snijkanten vande messen en de punten van vorkenbeneden zitten. Dit is veiliger. Hou er-mee rekening dat u zich kunt verwon-den aan snijkanten en punten van vor-ken die naar boven gericht zijn. Wel is het zo dat bestek gemakkelijkerwordt gereinigd en gedroogd wanneeru het zo plaatst dat de scherpe kantenboven en de grepen beneden zitten.
~Reinig geen kunststof vaatwerk inde afwasautomaat dat niet hittebesten-dig is, zoals wegwerpbakjes ofwegwerpbestek. Dit soort vaatwerk kandoor de hoge temperaturen vervormen. ~Om te voorkomen dat kinderen methet reinigingsmiddel in aanraking kun-nen komen, moet u het volgende in degaten houden. Wanneer u de extrafunctie "Startuitstel" gebruikt (afhankelijkvan het model), moet u ervoor zorgendat het doseerbakje voor het reinigings-middel droog is. Reinigingsmiddel gaatin een vochtig doseerbakje klonterenen wordt misschien niet volledig weg-gespoeld. Toebehoren~Alleen toebehoren dat Miele uitdruk-kelijk heeft goedgekeurd, mag wordengemonteerd of ingebouwd. Worden erandere onderdelen gemonteerd of in-gebouwd, dan vervalt het recht op ga-rantie en/of de productaansprakelijk-heid. Wat met een afgedankte afwas-automaat.
Het wegdoen van het verpak-kingsmateriaalDe verpakking beschermt het toesteltegen transportschade. Er werd milieu-vriendelijk en recycleerbaar verpak-kingsmateriaal gekozen.Het gaat om de volgende soorten mate-riaal:Buitenverpakking:– Golfkarton van 100 %kringloopmateriaal,andere mogelijkheid:stretchfolie/wikkelfolie van polyethy-leen (PE)– Kunststofomsnoeringsbanden vanpolypropyleen (PP)Binnenverpakking:– Expansieve polystyreen (EPS) zon-der toevoeging van chloor of fluor– Bodem, deksellijst en steunlijsten vanonbehandeld hout vanbosteeltkundig beheerde bossen– Beschermingsfolie van polyethyleen(PE)Door de verpakking weer in kringloopte brengen, wordt er grondstof ge-spaard en verkleint de afvalberg.
Uwvakhandelaar neemt de verpakking te-rug of geeft u informatie over dedichtstbijzijnde mogelijkheid voorteruggave.Uw toestel afdankenOude elektrische en elektronische toe-stellen bevatten vaak nog waardevolmateriaal. Ze bevatten echter ookschadelijke stoffen die noodzakelijk wa-ren voor hun werking en beveiliging.Als deze stoffen in het restafval terecht -komen of verkeerd worden behandeld,kunnen ze schade berokkenen aan demenselijke gezondheid en het milieu.Geef het afgedankte toestel dan ooknooit mee met het gewone huisvuil.Breng het toestel liever naar het dichtst-bijzijnde gemeentelijk containerpark.Vraag meer informatie bij uw Miele-han-delaar.Zorg er ook voor dat het toestelkindveilig wordt bewaard voor u hetwegbrengt.Alle kunststofonderdelen van het toestelzijn gemarkeerd met een internationaalerkend symbool.
Bijzon-der geschikt is een warmwateraan-sluiting bij een energetisch gunstigewarmwaterbereiding, bijv.zonne-energie met circulatieleiding.Bij elektrisch verwarmde installatiesis het echter aan te bevelen om uwtoestel op koud water aan te sluiten.^Benut de volledige beladingscapaci-teit van de korven zonder de afwas-automaat te overladen.^Kies een afwasprogramma dat pastbij het soort vaatwerk en de mate vanvervuiling.^Gebruik het programma "EnergieSpaar"!^Houd u aan de doseeradviezen opde verpakking van het reinigingsmid-del.^Wanneer u poedervormig of vloei-baar reinigingsmiddel gebruikt en dekorven maar half beladen zijn, kunt ude hoeveelheid reinigingsmiddel met1/3reduceren.Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu13
Deur openen^Pak de deur bij de deurgreep en trekaan de deurgreep om de deur teopenen.Wanneer de deur wordt geopend terwijlde afwasautomaat in werking is, wor-den alle functies automatisch onderbro-ken.Deur sluiten^Schuif de korven naar binnen.^Zorg ervoor dat de deur vastklikt.KinderbeveiligingMet de kinderbeveiliging kunt u voor-komen dat kinderen de deur van dewasautomaat opendoen.^Schuif het schuifje onder de deur-greep naar rechts om de deur te ver-grendelen.^Schuif het schuifje naar links om dedeur te ontgrendelen.Toestel voor het eerst in gebruik nemen14
WaterontharderOm goede reinigingsresultaten te be-reiken, heeft de afwasautomaat zacht(kalkarm) water nodig. Bij hard waterontstaat er witte kalkaanslag op hetvaatwerk en op de wanden van despoelruimte.Water met een waterhardheid van 4 °d(0,7 mmol/l) en hoger moet daaromworden onthard. Daar wordt in de inge-bouwde waterontharder automatischvoor gezorgd. De waterontharder is ge-schikt voor een waterhardheid tot 70 °d(12,6 mmol/l).– De waterontharder heeft daarvoorwel regenereerzout nodig.Als u combinatiereinigingsmiddelengebruikt, kunt u afhankelijk van dewaterhardheid ( 21 °d) ervoor kie-ßzen geen zout te doseren (zie rubriek"Reinigingsmiddel").– De afwasautomaat moet precies wor-den geprogrammeerd naar de hard-heid van uw water.– Informeer bij uw maatschappij voorwatervoorziening welke hardheids-graad uw water precies heeft.Programmeer bij een variërende water-hardheid (bijv.
37-50 °d) altijd de hoog-ste waarde (in dit voorbeeld 50 °dH).Bij een eventuele herstelling is het voorde monteur handig om de hardheid vanuw water te weten.^Noteer daarom de hardheid van uwwater:°dIn de fabriek is een waterhardheidvan 15 °d (2,7 mmol/l) geprogram-meerd.Wanneer deze waterhardheid overeen-komt met de hardheid van uw water,hoeft u deze rubriek niet verder te le-zen.Wanneer uw water echter een anderehardheid heeft, moet u deze via detoetsen op uw bedieningspaneel pro-grammeren.Toestel voor het eerst in gebruik nemen15
Voor de programmering zijnechter alleen de controlelampjes vanbelang die in de volgende stappenworden genoemd.U kunt het programmeren altijd zon-der problemen afbreken en helemaalopnieuw beginnen door de afwasau-tomaat met de toets uit te schaK -kelen.^Schakel de afwasautomaat uit met detoets als het toestel nog ingescha-K keld is.^Hou de toets "Start/Stop" ingedrukt enschakel de afwasauto-tegelijkertijd maat in met de toets .KHou de toets "Start/Stop" minstens4 seconden ingedrukt, totdat het con-trolelampje "Start/Stop" aangaat.Als dit niet het geval is, begint u op-nieuw.^Druk 2 keer op de toets "Startuitstel".Het controlelampje "Startuitstel" knip-pert 2 keer kort.Op het display wordt "p 1 5" weergege-ven.Dit betekent dat in de fabriek een wa-terhardheid van 15 °d is ingesteld.De ingestelde waarde voor de water-hardheid wordt weergegeven in de cij-fers achter de " " op het display (zie tap-bel).^Kies met de toets "Start/Stop" dewaarde die hoort bij de hardheid vanuw water.Telkens als u op de toets drukt, ver-groot u de waarde.
Na de hoogstewaterhardheid begint het tellen weervan voren af aan.^Schakel de afwasautomaat uit met detoets .KToestel voor het eerst in gebruik nemen16
Wat u nodig hebt om hettoestel voor het eerst ingebruik te nemen:– ca. 2 l water,– ca. 2 kg regenereerzout,– reinigingsmiddel voor huishoudaf -wasautomaten,– naspoelmiddel voor huishoudafwas -automaten.Iedere afwasautomaat wordt in de fa -briek op zijn werking getest.Als gevolg van deze tests blijft er wa-ter in het toestel achter. Dit betekentniet dat het toestel eerder door eenandere consument is gebruikt.Zoutreservoir vullen metregenereerzoutLigt de hardheid van uw watersteeds onder de 4 °d(= 0,7 mmol/l) geen, dan hoeft u zout te doen in het zoutreservoir.U moet dan echter wel de afwasau -tomaat instellen op de hardheid vanuw water.Belangrijk! Wanneer u het zoutreser -voir voor de keer met regeneeerste -reerzout wilt vullen, vul het dan eerstmet ca. 2 l water. Zo kan het zoutoplossen.
Nadat u de afwasauto-maat voor het eerst in gebruik hebtgenomen, zit er altijd genoeg waterin het zoutreservoir.,Vul het zoutreservoir niet metpoedervormig of vloeibaar reini-gingsmiddel. Het reinigingsmiddelzou de waterontharder bescha -digen.,Gebruik uitsluitend speciaalgrofkorrelig regenereerzout of anderzout dat speciaal is ontwikkeld voorafwasautomaten. Gebruik in geengeval andere soorten zout. Die be -vatten soms niet in water op te los -sen deeltjes die een nadelig effectkunnen hebben op de werking vande waterontharder.Toestel voor het eerst in gebruik nemen18
^Haal de onderste korf uit de spoel-ruimte en draai de dop van het zout-reservoir open.Telkens als u de dop van het zoutre-servoir opendraait, loopt er water ofzout over de rand van het reservoir.Draai de dop er daarom alleen maaraf om zout bij te vullen.^Vul het zoutreservoir voordat u hettoestel voor het eerst in gebruikneemt met ca. 2 l water.^Plaats een trechter in de opening vanhet zoutreservoir en vul het zoutreser-voir met zout totdat het vol is.
In hetzoutreservoir kan afhankelijk van hetsoort zout maximaal 2 kg.^Verwijder de zoutresten die zich rondhet zoutreservoir bevinden enschroef de dop weer op hetstevig zoutreservoir.^Start direct daarna het programma"Snel" zonder vaatwerk en zonder defunctie "Turbo", zodat eventueel ge-morste zoutresten kunnen wordenverdund en daarna weggepompt.Controlelampje voor hetbijvullen van zout^Vul na afloop van een programmazout bij wanneer het controlelampje"Zout" brandt.Het is mogelijk dat het controlelampjenog korte tijd blijft branden nadat u zouthebt bijgevuld.
Het controlelampje gaatuit zodra zich een zoutconcentratieheeft gevormd die hoog genoeg is.Het controlelampje voor het bijvullenvan zout wordt uitgeschakeld wanneeru de afwasautomaat op een waterhard-heid van minder dan 4 °d (= 0,7 mmol/l)hebt ingesteld.,Start direct daarna het program-ma "Snel" zonder vaatwerk en zon-der de functie "Turbo", zodat eventu-eel gemorste zoutresten kunnenworden verdund en daarna wegge-pompt.Toestel voor het eerst in gebruik nemen19
Controlelampjes voor het bijvullenvan zout en naspoelmiddeluitschakelenAls u steeds combinatiereinigings-middelen gebruikt en de controlelamp-jes voor het bijvullen van zout en na-spoelmiddel u storen, kunt u deze con-trolelampjes uitschakelen.^Schakel de afwasautomaat uit met detoets .K^Hou de toets "Start/Stop" ingedrukt enschakel de afwasautotegelijkertijd -maat in met de toets .KHou de toets "Start/Stop" minstens4 seconden ingedrukt, totdat het con-trolelampje "Start/Stop" aangaat.Als dit niet het geval is, begint u op-nieuw.^Druk 9 keer op de toets "Startuitstel".Het controlelampje "Startuitstel" knip-pert 9 keer kort.Een melding op het display geeft aan ofde controlelampjes voor het bijvullenvan zout en naspoelmiddel zijn inge-schakeld of uitgeschakeld:–"p 1": Controlelampjes voor het bijvul-len van zout en naspoelmiddel zijningeschakeld–"p 0": Controlelampjes voor het bij-vullen van zout en naspoelmiddel zijnuitgeschakeld^Druk op de toets "Start/Stop" als u deinstelling wilt wijzigen.De instelling wordt direct opgeslagen.^Schakel de afwasautomaat uit met detoets .KWanneer u geen combinatiereini-gingsmiddelen meer gebruikt, moetu het zoutreservoir en naspoelmid-delreservoir weer vullen en de con-trolelampjes voor het bijvullen vanzout en naspoelmiddel weer inscha-kelen.Toestel voor het eerst in gebruik nemen20
NaspoelmiddelNaspoelmiddel is nodig om ervoor tezorgen dat het water tijdens het drogenals een film van het vaatwerk afloopt enhet vaatwerk na het reinigen droogtzonder dat het vlekken vertoont.Het naspoelmiddel wordt in het na-spoelmiddelreservoir gegoten en bij hetnaspoelen in de ingestelde doseringautomatisch toegevoegd.,Vul het naspoelmiddelreservoiralleen met naspoelmiddel voor huis-houdelijke afwasautomaten. Vul hetin geen geval met reinigingsmid-delen voor afwasautomaten ofhandafwasmiddelen. Dit zou het na-spoelmiddelreservoir beschadigen.Een andere mogelijkheid is dat u– azijn voor huishoudelijk gebruik(maximaal 5 % zuur)of– vloeibaar citroenzuur (10 %)gebruikt.
Het vaatwerk zal echter voch-tiger zijn en meer vlekken vertonen danwanneer u naspoelmiddel gebruikt.,U mag in geen geval azijn meteen hoger zuurpercentage (bijv.azijnessence van 25 %) gebruiken.Daarbij kan de afwasautomaat be-schadigd raken.Gebruikt u uitsluitend combinatie-reinigingsmiddelen, dan hoeft u hetnaspoelmiddelreservoir niet met na-spoelmiddel te vullen.Naspoelmiddelreservoir vullenmet naspoelmiddel^Open het klepje van het naspoelmid-delreservoir door op het knopje tedrukken in de richting van de pijl. Hetklepje springt open.Toestel voor het eerst in gebruik nemen21
^Vul het naspoelmiddelreservoir totdathet naspoelmiddel in de vulopeningzichtbaar is.In het naspoelmiddelreservoir kanca. 110 ml.^Sluit het klepje en wel zo dat het dui-delijk vastklikt.
Is het klepje niet goedgesloten, dan kan er tijdens het af-wassen water in het naspoelmiddel-reservoir lopen.^Veeg eventueel gemorst naspoelmid-del goed weg om bij de volgende af-wasbeurt sterke schuimvorming tevoorkomen.Controlelampje voor hetbijvullen van naspoelmiddelWanneer het controlelampje "Naspoel-middel" op het bedieningspaneel aan-gaat, is er nog genoeg naspoelmiddelvoor 2 tot 3 afwasbeurten.^Vul op tijd naspoelmiddel bij.Als u steeds combinatiereinigings-middelen gebruikt en de controle-lampjes voor het bijvullen van zout ennaspoelmiddel u storen, kunt u dezecontrolelampjes uitschakelen (zie ru-briek "Toestel voor het eerst in ge-bruik nemen", "Controlelampje voorhet bijvullen van zout").Wanneer u geen combinatiereini-gingsmiddelen meer gebruikt, moetu het zoutreservoir en naspoelmid-delreservoir weer vullen en de con-trolelampjes voor het bijvullen vanzout en naspoelmiddel weer inscha-kelen.Toestel voor het eerst in gebruik nemen22
Deze naspoelmiddeldoseringis aan te raden.De daadwerkelijke naspoelmiddeldose-ring kan door de automatische aanpas-sing van het programma "Automatic"hoger zijn dan de ingestelde waarde.Vertoont het vaatwerk vlekken:^stel dan een hogere naspoelmiddel-dosering in.Vertoont het vaatwerk strepen of slui-ers:^stel dan een lagere naspoelmiddel-dosering in.^Schakel de afwasautomaat uit met detoets .K^Hou de toets "Start/Stop" ingedrukt enschakel de afwasautotegelijkertijd -maat in met de toets .KHou de toets "Start/Stop" minstens4 seconden ingedrukt, totdat het con-trolelampje "Start/Stop" aangaat.Als dit niet het geval is, begint u op-nieuw.^Druk 3 keer op de toets "Startuitstel".Het controlelampje "Startuitstel" knip-pert 3 keer kort.Op het display wordt "p 3" weergege-ven.Dit betekent dat in de fabriek een na-spoelmiddeldosering van 3 ml is inge-steld.De ingestelde waarde voor de naspoel-middeldosering wordt weergegeven inde cijfers achter de " " op het display.p^Kies met de toets "Start/Stop" dewaarde die hoort bij de gewenste na-spoelmiddeldosering.Telkens als u op de toets drukt, ver-groot u de waarde.De geprogrammeerde naspoelmiddel-dosering wordt direct opgeslagen.^Schakel de afwasautomaat uit met detoets .KToestel voor het eerst in gebruik nemen23
Waar u bij vullen van de afwas-automaat op moet lettenVerwijder de ergste etensresten van hetvaatwerk.Het is niet nodig om het vaatwerk vante voren onder stromend water af tespoelen!,Reinig vaatwerk met as, zand,was, smeervet of verf niet in de af-wasautomaat.De afwasautomaat zou beschadigdraken door deze stoffen.U kunt ieder stuk vaatwerk in principeoveral in de korven plaatsen. Neemhierbij echter de volgende tips in acht.– Plaats vaatwerk en bestek zo dat hetniet tegen of op elkaar ligt.– Plaats het vaatwerk altijd zo dat allevlakken door het water kunnen wor-den bereikt.
Enkel op die manier iseen goed resultaat mogelijk!– Plaats al het vaatwerk zo dat het ste-vig staat.– Plaats hol vaatwerk zoals kopjes, gla-zen en kommen met de openingennaar beneden in de korven.– Plaats hoog, smal, hol vaatwerk nietin de hoeken van de korven, maarzoveel mogelijk in het midden ervan.Het water kan er dan beter bij.– Plaats vaatwerk met een diepe bo-dem zoveel mogelijk schuin in dekorf, zodat het water eraf kan lopen.– Let erop dat de sproeiarmen nietdoor te hoog of door de korven heenstekend vaatwerk worden geblok-keerd.U kunt dit controleren door desproeiarmen een keer met de handrond te draaien.– Let erop dat kleine stukken vaatwerkniet door de spijlen van de korvenvallen.Leg dit soort vaatwerk (bijv.dekseltjes) daarom in de bestekladeof de bestekkorf.Levensmiddelen zoals wortels, to-maten of ketchup kunnen natuurlijkekleurstoffen bevatten.
Vaatwerk en bestek die nietgeschikt zijn voor de afwas-automaat– Vaatwerk en bestek die óf helemaalóf voor een deel uit hout bestaandrogen uit en worden lelijk. Boven-dien houdt de lijm niet in de afwasau-tomaat. Het gevolg daarvan is dathouten grepen los kunnen raken.– Kunstvoorwerpen, antieke vazen ofglazen met decoraties zijn niet be-stand tegen reiniging in de afwasau-tomaat.– Voorwerpen van niet-hittebestendigekunststof kunnen vervormen.– Voorwerpen van koper, messing, tinen aluminium kunnen verkleuren ofdof worden.– Kleurdecoraties op glazuur kunnenna vele afwasbeurten verbleken.– Teer glaswerk en kristallen voor-werpen kunnen na een tijd dof wor-den.Wij raden u aan:– Koop serviesgoed van materiaal datgeschikt is om in een afwasautomaatte worden afgewassen en bestek metde aanduiding "Geschikt voor deafwasmachine".– Glazen kunnen na vele afwasbeurtendof worden.
Gebruik voor tere glazenprogramma's met lage temperaturen(zie rubriek "Programmaoverzicht") ofprogramma's met GlassCare (afhan-kelijk van het model) . De kans dathet glaswerk dof wordt is dan kleiner.Let verder op het volgende:Zilver zilverpoets dat met is behan-deld kan na afloop van het afwaspro-gramma nog vochtig zijn doordat hetwater er niet als een film afloopt. Het zil-ver moet dan met een doek worden af-gedroogd.Zilver kan verkleuren wanneer het inaanraking komt met levensmiddelen diezwavel bevatten, bijv. eigeel, uien,mayonaise, mosterd, peulvruchten, vis,pekelsaus van vis en marinades.,Aluminium vaatwerk zoals vetfil-ters mag niet worden afgewassenmet bijtende alkalische reinigings-middelen die in bedrijfsafwasauto-maten of industriereinigers wordengebruikt. Gebeurt dat wel, dan kaner materiële schade ontstaan.
In hetergste geval bestaat het gevaar dater hevige chemische reacties optre-den die tot een explosie kunnen lei-den (bijv. een knalgasreactie).Vaatwerk en bestek in de afwasautomaat plaatsen25
Bovenste korf,Gebruik de afwasautomaat omveiligheidsredenen niet zonder bo-venste en onderste korf.^Plaats in de bovenste korf klein, lichten breekbaar vaatwerk zoals glazen,kopjes, schoteltjes en dessertschaalt-jes.U kunt er ook een platte pan inplaatsen.^Leg erg lang bestek zoals soeple-pels, pollepels en lange messendwars aan de voorkant van de bo-venste korf.Kopjesrooster (afhankelijk van hetmodel)^Klap het kopjesrooster omhoog omhoog vaatwerk goed te kunnenplaatsen.Glazen staan steviger wanneer u ze te-gen het kopjesrooster aanzet.^Klap het kopjesrooster neer en zet erde glazen tegen.Vaatwerk en bestek in de afwasautomaat plaatsen26
Bovenste korf in de hoogte verstellenOm in de bovenste korf of de onderstekorf meer plaats te krijgen voor hogervaatwerk kunt u de bovenste korf in dehoogte verstellen. U kunt kiezen tussen3 standen met een verschil van telkensca. 2 cm.U kunt de bovenste korf ook schuinplaatsen, namelijk met één kant hoogen met één kant laag. Zo zal het watervlotter uit holtes lopen. Let er echter opdat u de korf zonder problemen in despoelruimte kunt schuiven.^Trek de bovenste korf naar buiten.Om de bovenste korf naar boven toe teverstellen,^trekt u de korf naar boven, tot dezevastklikt.Om de bovenste korf naar onderen toete verstellen,^trekt u de hendels aan de zijkantenvan de korf naar boven.^Stel de gewenste positie in en laat dehendels weer vastklikken.Afhankelijk van de stand van de boven-ste korf kunt u bijv.
Onderste korf^Plaats in de onderste korf groot enzwaar vaatwerk zoals borden, platteschotels, pannen en schalen.U kunt ook glazen, kopjes, schotel-tjes en ontbijt- en dessertbordjes inde onderste korf zetten.Afwasautomaat met bestekladeAfwasautomaat met bestekkorfSterk vervuild vaatwerk^Plaats grote borden in het middenvan de onderste korf.U kunt de borden schuin plaatsen. Zokunt u borden met een diameter tot35 cm plaatsen.Vaatwerk en bestek in de afwasautomaat plaatsen28
MultiComfort-gedeelteIn het achterste gedeelte van de onder-ste korf kunt u kopjes, glazen, bordenen pannen plaatsen.^Om hoog vaatwerk te kunnenplaatsen, kunt u de glazenhouderomhoogklappen.^Glazen met een lange steel, zoalswijn-, champagne- of speciale bier-glazen, kunt u in de uitsparingen vande glazenhouder hangen.U kunt de hoogte van de glazenhouderinstellen.^Schuif de glazenhouder op de ge-wenste hoogte. Zorg ervoor dat debevestigingen bovenaan of onderaanvastklikken.Neerklapbare spikes (afhankelijk vanhet model)In de voorste spike-rijen kunt u borden,soepborden, platte schotels, schalenen schoteltjes plaatsen.U kunt de spike-rijen neerklappen ommeer ruimte te krijgen voor grote stuk-ken vaatwerk, bijv. potten, pannen enschalen.^Druk de gele hendel naar benedena ben klap de spike-rijen neer .Vaatwerk en bestek in de afwasautomaat plaatsen29
BestekBesteklade (afhankelijk van het model)^Plaats het bestek in de bestekladezoals op het plaatje.Wanneer u messen, vorken en lepelsals aparte groepen in de bestekladelegt, kunt u ze er na het afwasprogram-ma makkelijker uithalen en opbergen.Leg de lepels met de grepen tussen deopstaande kammen en de lepelbladentussen de getande kammen, zodat ookde laatste waterdruppel er zonder pro-blemen af kan lopen.De bovenste sproeiarm mag nietdoor te hoog vaatwerk (bijv. eentaartschep) worden geblokkeerd.Wanneer de lepels niet met de grepentussen de opstaande kammen passen,leg ze dan met de grepen op de getan-de kammen.Vaatwerk en bestek in de afwasautomaat plaatsen30
Bestekkorf (afhankelijk van het model)U kunt de bestekkorf op elke willekeu-rige plaats op de voorste spike-rijenvan de onderste korf plaatsen.^Plaats bestek zo in de vakken van debestekkorf dat de snijkanten van demessen en de punten van vorken be-neden zitten. Dit is veiliger.Wel is het zo dat bestek gemakke-lijker wordt gereinigd en gedroogdwanneer u het zo plaatst dat descherpe kanten boven en de grepenbeneden zitten.^Plaats kort bestek in de gaatjes aandrie zijden van de bestekkorf.Speciale bestekhouder voor de be-stekkorfIn de bijgeleverde bestekhouder kunt usterk vervuild bestek plaatsen.Het bestek ligt niet op elkaar maarwordt in deze houder naast elkaar op-gehangen. Daardoor kan het water erbeter bij.^Plaats de bestekhouder zo nodig opde bestekkorf.^Plaats het bestek in de bestekhoudermet de grepen beneden.
Naast normale reinigingsmiddelen zijner ook producten met verschillende ex-tra functies (zie rubriek "Extra functies","Doseringscontrole", indien aanwezig). Deze producten hebben een glans-spoel- en een wateronthardingsfunctie. U vindt deze producten in de handelonder de naam "3 in 1". Als ze ookglansbescherming, glans voor roestvrijstaal of extra reinigingskracht bieden,heten ze vaak "5 in 1", "7 in 1", "All in 1"enz. Gebruik deze combinatiereinigings-middelen alleen in combinatie met dehardheidsgraad die op de verpakkingvermeld staat. De reinigings- en droogresultaten vandeze combinatiereinigingsmiddelenkunnen heel verschillend zijn. U bereikt de beste reinigings- endroogresultaten door een normaalreinigingsmiddel te gebruiken incombinatie met afzonderlijke zout-dosering en naspoelmiddeldosering.
Wanneer u minder reinigingsmiddelgebruikt dan is aangeraden, is hetmogelijk dat het vaatwerk niet goedschoon wordt.,Adem geen poedervormig reini-gingsmiddel in! Slik geen reinigings-middel in! Reinigingsmiddelen kun-nen brandwonden in neus, mond enkeel veroorzaken. Ga direct naar dedokter wanneer u een reinigingsmid-del hebt ingeademd of ingeslikt.Zorg ervoor dat kinderen niet metreinigingsmiddelen in aanrakingkunnen komen. Laat kinderen daar-om niet bij de afwasautomaat komenals deze geopend is. Er zouden nogresten reinigingsmiddel in de afwas-automaat aanwezig kunnen zijn. Bo-vendien kunt u het reinigingsmiddelbeter pas toevoegen vlak voordat uhet programma start. Vergrendelook de deur met de kinderbeveili-ging wanneer uw automaat daaroverbeschikt.Reinigingsmiddel doseren^Druk op de openingstoets.
Het klepjevan het doseerbakje voor het reini-gingsmiddel springt open.Na afloop van een programma is hetklepje van het doseerbakje voor het rei-nigingsmiddel altijd geopend.^Doseer het reinigingsmiddel in devakjes en sluit het klepje van het do-seerbakje voor het reinigingsmiddel.^Sluit ook de verpakking van het reini-gingsmiddel. Het middel zou anderskunnen gaan klonteren.DoseerhulpIn vakje I kan maximaal 10 ml enin vakje II kan maximaal 50 ml reini-gingsmiddel.In vakje II zijn markeringen aange-bracht om het doseren makkelijker temaken: 20, 30. Wanneer de deur 90°geopend is geven deze streepjes in mlaan hoeveel reinigingsmiddel er onge-veer in zit.Bediening33
Afwasautomaat inschakelen^Controleer of de sproeiarmen vrijkunnen draaien en niet worden ge-blokkeerd.^Sluit de deur.^Draai de waterkraan open als dezenog dichtgedraaid is.^Schakel de afwasautomaat in met detoets .KHet controlelampje "Start/Stop" begintte knipperen en het controlelampje vanhet laatst gekozen programma gaataan.Programma kiezenLaat de keuze voor een programmasteeds afhangen van het soort vaatwerken de mate waarin het vuil is.In de rubriek "Programmaoverzicht"zijn de programma's beschreven en detoepassingen ervan.^Kies met de toets "Programma" hetgewenste programma.Het controlelampje van het gekozenprogramma gaat aan.Het display geeft in uren en minutenaan hoe lang dit programma gaat du-ren.U kunt nu ook een of meer extra func-ties kiezen. Zie rubriek "Extra func-ties".Programma starten^Druk op de toets "Start/Stop".Het programma start.
De controlelamp-jes "Start/Stop" en "Reinigen" en hetcontrolelampje van het gekozen pro-gramma branden.Als u extra functies hebt gekozen, bran-den ook de controlelampjes van dezeextra functies.Wanneer u een programma moet af-breken, doe dat dan alleen in deeerste minuten.Doet u dat later, dan is het mogelijkdat belangrijke programmafases(bijv. het regenereren) worden over-geslagen.Bediening34
DisplayVoordat een programma start, geeft hetdisplay in uren en minuten aan hoelang het gekozen programma gaat du-ren, de zogenaamde resterende tijd. Deze tijd wordt tijdens het afwaspro-gramma op het display afgeteld. Het is mogelijk dat het display voor éénen hetzelfde programma de ene keereen andere tijd aangeeft dan de anderekeer. Dat is o. a. afhankelijk van de tem-peratuur van het instromende water, deregenereercyclus, het soort reinigings-middel, de hoeveelheid vaatwerk en demate waarin het vuil is. Wanneer u een programma voor heteerst kiest, wordt er een tijd weergege-ven die overeenkomt met een gemid-delde programmaduur met koud water. De tijden in het programmaoverzichtgeven aan hoe lang de programma'sduren wanneer de lading en de tempe-ratuur voldoen aan de gehanteerdenorm.
Tijdens het programmaverloop wordtde programmaduur door de elektro-nische besturing berekend en aange-past op basis van de temperatuur vanhet instromende water en de hoeveel-heid vaatwerk. Stand-bymodusEnkele minuten nadat u het laatst opeen toets hebt gedrukt of enkele minu-ten na het einde van een programmaschakelt de afwasautomaat automa-tisch over op de stand-bymodus omenergie te besparen. Het display en decontrolelampjes worden uitgeschakeld. Alleen het controlelampje "Start/Stop"knippert langzaam. ^Om de controlelampjes en het dis-play weer in te schakelen, drukt u opde toets. KWanneer u de afwasautomaat na heteinde van een programma niet uitscha-kelt of opent, wordt het toestel na en-kele minuten in de stand-bymodus au-tomatisch volledig uitgeschakeld (zierubriek "Extra functies", "Stand-by-optimalisering").
Tijdens een programma of wanneereen melding voor het bijvullen vanzout of naspoelmiddel of een fout-melding wordt weergegeven, scha-kelt de afwasautomaat niet over opde stand-bymodus. Als u combinatiereinigingsmiddelengebruikt, kunt u de meldingen voorhet bijvullen van zout en naspoel-middel uitschakelen.
Weergave van hetprogrammaverloopNa de start van het programma gevende controlelampjes in de weergave vanhet programmaverloop telkens aan wel-ke fase in het programmaverloop is be-reikt.Einde van het programmaWanneer " " wordt weergegeven op het0display en in de weergave van het pro-grammaverloop het controlelampje"Einde" brandt, is het programma be-ëindigd.Bij het programma "Snel" werkt dedroogventilator na het einde van hetprogramma nog enkele minuten na.U kunt de afwasautomaat nu openen enhet vaatwerk eruit halen.,Om beschadigingen aan delica-te werkbladen door waterdamp tevoorkomen kunt u de deur na afloopvan een programma het best óf he-lemaal opendoen óf gesloten hou-den totdat u het vaatwerk uit de af-wasautomaat haalt.
Laat de deur inieder geval niet op een kier staan.Afwasautomaat uitschakelenNa afloop van het programma:^Schakel de afwasautomaat uit met detoets .KDe afwasautomaat verbruikt energiezolang u deze niet met behulp vande toets hebt uitgeschakeld.K Draai veiligheidshalve de waterkraandicht wanneer de afwasautomaatlangere tijd niet wordt gebruikt, bijvoor-beeld wanneer u op reis gaat.Vaatwerk uit de afwasautomaathalenHeet vaatwerk breekt snel!Laat het vaatwerk daarom na het uit-schakelen van de automaat in de af-wasautomaat afkoelen, totdat u hetgoed kunt vastpakken.Wanneer u de deur na het uitschakelenvan de automaat helemaal opent, koelthet vaatwerk sneller af.^Haal eerst de onderste korf leeg, dande bovenste korf en ten slotte de be-steklade (afhankelijk van het model).Zo voorkomt u dat er druppels vande bovenste korf of van de bestekla-de op het vaatwerk in de onderstekorf vallen.Bediening36
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele G 5300 SC stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Vaatwasser Miele
Handleiding Vaatwasser
Nieuwste handleidingen voor Vaatwasser