Miele G 2272 SCVI Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele G 2272 SCVI (68 pagina’s), behorend tot de categorie Vaatwasser. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 123 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Miele G 2272 SCVI of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Vaatwasser |
| Model: | G 2272 SCVI |
| Apparaatplaatsing: | Volledig ingebouwd |
| Breedte: | - mm |
| Hoogte: | - mm |
| Aantal couverts: | - couverts |
| Deurkleur: | Niet van toepassing |
| Geluidsniveau: | 46 dB |
| Energie-efficiëntieklasse (oud): | A |
| Waterconsumptie per cyclus: | 13 l |
| Wasklasse: | A |
| Energieverbruik per cyclus: | - kWu |
Foutcodes Miele G 2272 SCVI
Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.
| Code | Betekenis | Oplossing |
|---|---|---|
| F11 | Storing in de waterafvoer | 1. Reinig de zeefcombinatie (zie hoofdstuk 'Reiniging en onderhoud'). 2. Reinig de afvoerpomp (zie hoofdstuk 'Het verhelpen van storingen'). 3. Reinig de terugslapklep (zie hoofdstuk 'Het verhelpen van storingen'). 4. Verwijder eventuele knikken of lussen in de waterafvoerslang. |
| F12 | Storing in de watertoevoer | 1. Draai de kraan helemaal open. 2. Controleer het zeefje in de watertoevoer en reinig het indien nodig (zie hoofdstuk 'Het verhelpen van storingen'). 3. Controleer of de druk bij de wateraansluiting lager is dan 30 kPa (0,3 bar) - vraag de installateur om een oplossing. |
| F13 | Storing in de watertoevoer | 1. Draai de kraan helemaal open. 2. Controleer het zeefje in de watertoevoer en reinig het indien nodig (zie hoofdstuk 'Het verhelpen van storingen'). 3. Controleer of de druk bij de wateraansluiting lager is dan 30 kPa (0,3 bar) - vraag de installateur om een oplossing. |
| F70 | Het Waterproof-systeem heeft gereageerd - mogelijk probleem met waterafvoer | 1. Draai de kraan dicht. 2. Neem contact op met de afdeling Klantcontacten van Miele Nederland B.V. |
Handleiding Miele G 2272 SCVI – volledige tekst
Beschrijving van het apparaat. 5Het apparaat in één oogopslag. 5 Bedieningsveld. 6Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 7 Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu. 12 Het wegdoen van het verpakkingsmateriaal. 12 Het afdanken van het apparaat. 12 Economisch afwassen. 12 Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt. 13 Het openen van de deur. 13 Het sluiten van de deur. 13 Waterontharder. 14 Het programmeren van de waterhardheid. 15 Het opvragen van de waterhardheid. 16 Voor het eerste gebruik hebt u nodig. 17Het doseren van regenereerzout. 17Controlelampje voor het zout. 18Naspoelmiddel. 19 Het doseren van naspoelmiddel. 19 Controlelampje voor het naspoelmiddel. 20 Het instellen van de hoeveelheid te doseren naspoelmiddel. 21 Het inruimen van serviesgoed en bestek. 22 Serviesgoed en bestek die niet geschikt zijn voor de afwasautomaat. 23 Bovenrek. 24 Kopjesrek.
24 Steunbeugel (afhankelijk van het model). 24 Glazenbeugel (afhankelijk van het model). 25 Het verstellen van het bovenrek. 26 Onderrek. 27Omklapbare spijlen. 27 Uitneembaar inzetrek met spijlen. 28 Fleshouder (afhankelijk van het model). 28 Bestek. 29 Besteklade (afhankelijk van het model). 29Bestekkorf (afhankelijk van het model). 30Inhoud2.
Bediening. 31 Reinigingsmiddelen. 31Het doseren van reinigingsmiddel. 32 Het inschakelen van de afwasautomaat. 33Het kiezen van een programma. 33Het starten van het programma. 33 Tijdsaanduiding. 34 Einde van het programma. 34Het uitschakelen van de afwasautomaat. 35 Het uitruimen van de afwasautomaat. 35Het onderbreken van het programma. 36 Wisseling van programma. 36 Extra functies. 37 Turbo / Combi - Tab. 37Turbo. 37 Combi-Tab. 37Voorprogrammering. 38Zoemer. 40 Fabrieksinstellingen. 41Aanpassing Automatic - programma. 42 Reiniging en onderhoud. 43 Het reinigen van de spoelruimte. 43 Het reinigen van de deurdichting en de deur. 43Het reinigen van de lichtgeleider. 43Het reinigen van het bedieningsveld. 44 Het reinigen van het front van de afwasautomaat. 44 Het reinigen van de zeven in de spoelruimte. 45 Het reinigen van de sproeiarmen. 47 Nuttige tips. 48Technische storingen.
48 Storingen in de watertoevoer/waterafvoer. 50Algemene problemen met de afwasautomaat. 51 Vreemde geluiden. 52Een tegenvallend afwasresultaat. 53Het verhelpen van storingen. 56 Het reinigen van het zeefje in de schroefkoppeling van de watertoevoer. 56 Het reinigen van de afvoerpomp en de terugslagklep. 57Inhoud3.
Het apparaat in één oogopslag aBovenste sproeiarm(niet zichtbaar) bBesteklade(afhankelijk van het model) cBovenrek dMiddelste sproeiarm eLuchttoevoer voor het drogen(afhankelijk van het model) fOnderste sproeiarm gZeefcombinatie hTypeplaatje iOptische functiecontrole jReservoir voor naspoelmiddel kTweevaksdoseerbakje voor reini-gingsmiddel lReservoir voor regenereerzoutBeschrijving van het apparaat5
Bedieningsveld aTijdsaanduiding bVoorprogrammeringstoets dmet controlelampje cToets voor de extra functies"Turbo" en "Combi-Tab" dControlelampjes voorwatertoevoer en waterafvoer,naspoelmiddel en zout eProgramma's met controlelampjes fProgrammatoets gg- toets (Aan - toets)met controlelampje ho- toets (Uit - toets) iOptische functiecontroleIn deze gebruiksaanwijzing worden verschillende modellen afwasautomaat be-schreven.Deze modellen worden in de gebruiksaanwijzing als volgt aangeduid:G 1272 etc. = G 1XXXG 2272 etc. = G 2XXXDe aanduidingen G 1XXX en G 2XXX hebben altijd betrekking op het type-plaatje.Het typeplaatje bevindt zich aan de rechter zijkant van de deur.Beschrijving van het apparaat6
Deze afwasautomaat voldoet aan devoorgeschreven veiligheidsbepalin-gen. Door ondeskundig gebruik kunnenpersonen echter letsel oplopen enkan er materiële schade ontstaan. Lees deze gebruiksaanwijzing daar-om eerst aandachtig door voordat udit apparaat in gebruik neemt. Dat isveiliger voor uzelf en u voorkomtdaarmee schade aan uw automaat. Bewaar deze gebruiksaanwijzingzorgvuldig en geef deze door aaneen eventuele volgende eigenaarvan het apparaat. Efficiënt gebruikDeze afwasautomaat is uitsluitendbestemd voor huishoudelijk ge-bruik. Gebruik deze afwasautomaat uit-sluitend voor het afwassen vanhuishoudservies. Het gebruik voor andere doeleinden enhet aanbrengen van veranderingen aanhet apparaat is ontoelaatbaar en kangevaarlijk zijn.
De fabrikant kan nietaansprakelijk worden gesteld voorschade die is ontstaan door gebruikvoor andere doeleinden dan hier aan-gegeven of door een foutieve bedie-ning. Personen die op grond van hunfysieke of psychische gesteldheid,hun onervarenheid of gebrek aankennis van de afwasautomaat niet instaat zijn om het apparaat veilig te be-dienen, mogen deze automaat alleengebruiken als ze onder toezicht staanvan of worden geïnstrueerd door eenverantwoordelijk persoon. Wanneer er kinderen in huiszijnWanneer er kinderen in de buurtvan de afwasautomaat zijn, houdze dan goed in de gaten. Zorg ervoordat ze niet met het apparaat gaan spe-len. Wanneer zij dit doen bestaat het gevaardat ze zich in de automaat opsluiten. Kinderen mogen de afwasauto-maat alleen dan zonder toezichtgebruiken, wanneer ze weten hoe hetapparaat werkt en wat voor gevaar zijlopen wanneer ze de automaat fout be-dienen.
Zorg ervoor dat kinderen niet metreinigingsmiddelen in aanrakingkunnen komen. Reinigingsmiddelen kunnen brandwon-den in mond en keel veroorzaken of totverstikking leiden. Laat kinderen niet bijde afwasautomaat komen als deze ge-opend is. Er zouden nog resten reini-gingsmiddelen in de automaat aanwe-zig kunnen zijn.
Technische veiligheidControleer vóórdat het apparaatwordt geplaatst, of het zichtbaarbeschadigd is. Is dat het geval, neem het dan in geengeval in gebruik. Een afwasautomaatdie beschadigd is kan uw veiligheid ingevaar brengen. De afwasautomaat mag alleen viaeen 3-polige stekker met randaar-de op het elektriciteitsnet worden aan -gesloten. De stekker mag niet worden afgeknipten niet vast aangesloten. U moet na plaatsing van het apparaatzonder problemen bij het stopcontactkunnen komen, zodat u ieder momentde stekker uit de automaat kunt trek-ken. Wanneer zich in de buurt van deafwasautomaat een elektrisch ap-paraat bevindt, let er dan op dat destekker van dit apparaat niet schuilgaatachter de afwasautomaat. Daar de inbouwkast niet altijd diep ge-noeg is kan er druk op de stekker ont-staan, wat het risico op oververhittingen daarmee op brand verhoogt.
De afwasautomaat mag niet ondereen kookplaat worden geïnstal-leerd. Een kookplaat straalt voor eendeel hoge temperaturen af waardoor deautomaat beschadigd zou kunnen ra-ken. Om dezelfde reden mag de afwasauto-maat niet direct naast warmteproduce-rende apparaten worden geplaatst dieniet standaard tot de keukenuitrustingbehoren. Dit apparaat mag pas dan op hetelektriciteitsnet worden aangeslo-ten, nadat het is geplaatst en geïnstal-leerd. Controleer of de elektrische waar-den van uw huisinstallatie (span-ning, frequentie en zekering) overeen-komen met de gegevens op het type-plaatje. De elektrische veiligheid van ditapparaat is alleen dan gewaar-borgd als het wordt aangesloten opeen aardingssysteem dat volgens degeldende veiligheidsvoorschriften isgeïnstalleerd. Laat de huisinstallatie bij twijfel dooreen vakman / vakvrouw controleren.
De fabrikant kan niet aansprakelijk wor-den gesteld voor schade die is ont-staan door een ontbrekende of bescha-digde aarddraad (bijv. een elektrischeschok). Wanneer dit apparaat op een niet-stationaire locatie (bijv.
op een bootof in een camper) moet worden ge-plaatst, mag het uitsluitend door eenvakman / vakvrouw worden ingebouwden aangesloten. Hierbij moet aan allevoorwaarden voor een veilig gebruikworden voldaan. De kunststof behuizing van de Wa-terproofventielen bevat een elek-trisch onderdeel. Zorg ervoor dat debehuizing niet nat wordt. In de watertoevoerslang bevindenzich spanningsvoerende delen. Knip de slang daarom niet door, ook alis hij te lang. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8.
Gebruik geen verlengsnoer. Dit inverband met gevaar voor overver-hitting en daarmee voor brand.Het Miele-Waterproofsysteem biedteen betrouwbare bescherming te-gen waterschade, maar wel op de vol -gende voorwaarden:– De afwasautomaat moet volgens devoorschriften geïnstalleerd zijn.– Wanneer er duidelijk sprake is vanschade moet het apparaat wordengerepareerd, resp. moeten onderde-len worden vervangen. – De kraan moet bij langere afwezig-heid (bijv. vakantie) worden dichtge-draaid.Het Waterproofsysteem functioneertook wanneer de afwasautomaat is uit-geschakeld.
Het apparaat moet danwel op het elektriciteitsnet zijn aange-sloten.Een afwasautomaat die bescha-digd is kan uw veiligheid in gevaarbrengen.Stel het apparaat meteen buiten wer-king wanneer het beschadigd is enneem contact op met uw leverancier ofmet de afdeling Klantcontacten vanMiele Nederland B.V.Reparaties mogen uitsluitend doorvakmensen worden uitgevoerd.Door ondeskundige reparaties kan degebruiker grote risico's lopen.Bij onderhoudswerkzaamhedendient u altijd de spanning van deafwasautomaat te halen.Schakel daartoe het apparaat uit entrek daarna de stekker uit het stopcon-tact of schakel de hoofdschakelaar vande elektrische huisinstallatie uit.Een beschadigde aansluitkabelmag alleen door een aansluitkabelvan hetzelfde type worden vervangen.Deze is verkrijgbaar bij de afdeling On-derdelen van Miele Nederland B.V.Om veiligheidsredenen mag de kabelalleen door een erkend vakman / vak-vrouw of door de afdeling Klantcontac-ten van Miele Nederland B.V.
PlaatsingNeem bij plaatsing en aansluitingvan de afwasautomaat de instruc-ties in het montageschema in acht.De afwasautomaat moet waterpasworden geplaatst.Onder of in te bouwen afwasauto-maten mogen omwille van de sta-biliteit uitsluitend worden geplaatst on-der een doorlopend werkblad dat isvastgeschroefd aan de kasten die er-naast staan.Wanneer u een vrijstaande afwas-automaat wilt onderbouwen, moetu daartoe de vrijstaande sokkel verwij-deren en deze vervangen door eensokkelpaneel voor een onderbouwaf-wasautomaat. Dit paneel zit in de daar-voor bestemde onderbouwset.Doet u dat niet, dan loopt u het gevaarzich aan uitstekende metalen delen tebezeren.Juist gebruikGebruik geen oplosmiddelen in despoelruimte.Dit in verband met explosiegevaar.Adem geen poedervormige reini-gingsmiddelen in! Slik geen reini-gingsmiddelen in!
Doseer geen poedervormig ofvloeibaar reinigingsmiddel in hetreservoir voor het regenereerzout, wantdan gaat de ontharder kapot.Gebruik uitsluitend het specialegrofkorrelige regenereerzout of an-dere zuivere ingedampte zouten.Gebruik in geen geval andere soortenzout, bijv. keukenzout of strooizout.Deze soorten zout bevatten soms nietin water op te lossen deeltjes die eennadelig effect kunnen hebben op dewerking van de ontharder.Heeft u een afwasautomaat meteen bestekkorf, kunt u het bestekhet beste in de bestekkorf plaatsen metde grepen beneden en met de scherpekant boven.
Dan wordt het bestek mak-kelijker schoon en droog.Wanneer u daardoor echter kans looptom zich aan de scherpe kant van demessen en de punten van de vorken teverwonden, dan kunt u het bestek hetbeste met de grepen boven en met descherpe kant beneden plaatsen.Reinig geen kunststof vaatwerk inde afwasautomaat dat niet hittebe -stendig is zoals wegwerpbakjes ofwegwerpbestek.Dit soort vaatwerk kan door de hogetemperaturen vervormen.Wanneer u de extra functie "Voor-programmering" gebruikt (afhanke-lijk van het model), moet u ervoor zor-gen dat het doseerbakje voor het reini-gingsmiddel droog is.Reinigingsmiddel gaat in een vochtigdoseerbakje klonteren en wordt mis-schien niet volledig weggespoeld.Bij het afdanken van de afwas-automaatMaak afgedankte afwasautomatenonbruikbaar door de stekker uit hetstopcontact te trekken en de aansluit-kabel door te knippen.Voorkom dat kinderen zich in het appa-raat opsluiten door de sluithaak van hetdeurslot (1 torxschroef) te verwijderenen zo het deurslot onbruikbaar te ma-ken.Wanneer de veiligheidsinstructiesniet worden opgevolgd kan de fabri-kant niet verantwoordelijk wordengesteld voor schade die daar even-tueel het gevolg van is.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11
Het wegdoen van het verpak-kingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade.Het verpakkingsmateriaal is uitgekozenomdat dit het milieu relatief weinig be-last en kan worden hergebruikt.Hergebruik van het verpakkingsmateri-aal vermindert de afvalproductie en hetgebruik van grondstoffen. De vakhan-delaar neemt de verpakking terug.Het afdanken van het apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten vaak nog waardevollematerialen. Ze bevatten echter ookschadelijke stoffen die nodig zijn ge-weest om de apparaten goed en veiligte laten functioneren. Wanneer u uwoude apparaat bij het gewone huisafvaldoet, kunnen deze stoffen mens en mili-eu schaden.
Gooi het apparaat daaromin geen geval bij het gewone huisafval.Lever het in bij het gemeentelijkeinzameldepot voor elektrische en elek-tronische apparatuur.Het afgedankte apparaat moet tot dietijd buiten het bereik van kinderen wor-den opgeslagen. Hierover vindt u meerinformatie in het hoofdstuk "Veiligheids-instructies en waarschuwingen".Economisch afwassenDeze afwasautomaat werkt uiterstwater- en energiebesparend.U kunt nog spaarzamer te werk gaan,indien u de volgende adviezen opvolgt:^Het is mogelijk om de afwasautomaatop warm water aan te sluiten.Bijzonder geschikt is een warmwater-aansluiting bij een energetischgunstige warmwaterbereiding, bijv.zonne-energie met circulatieleiding.Bij elektrisch verwarmde installatiesis het echter aan te bevelen om uwapparaat op koud water aan te slui-ten. ^Benut de volledige beladingscapaci-teit van de rekken zonder de afwas-automaat te overladen.
^Kies een afwasprogramma dat pastbij het soort vaatwerk en de mate vanvervuiling. ^Gebruik het programma "EnergieSpaar"!^Houdt u aan de doseeradviezen opde verpakking van het afwasmiddel.^Wanneer u poedervormig of vloei-baar reinigingsmiddel gebruikt en derekken maar half beladen zijn, kunt ude hoeveelheid reinigingsmiddel met1/3 reduceren.Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu12
Het openen van de deur ^Trek aan de deurgreep.Wanneer de deur wordt geopend terwijlde afwasautomaat in gebruik is, wordenalle functies automatisch onderbroken.Het sluiten van de deur^Schuif de rekken naar binnen.^Sluit de deur totdat deze vastklikt.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt13
WaterontharderOm goede reinigingsresultaten te berei-ken heeft de afwasautomaat zacht(kalkarm) water nodig.Bij hard water ontstaat er witte kalkaan -slag op het vaatwerk en op de wandenvan de spoelruimte.Water met een waterhardheid van4 °dH (0,7 mmol/l) moet daarom wor-den onthard. Daar wordt in de inge-bouwde waterontharder automatischvoor gezorgd.Bedenk: – De waterontharder heeft daarvoorwel regenereerzout nodig.Doseer dit zout ook wanneer ucombi-tabs gebruikt. Zo krijgt u hetbeste reinigingsresultaat. – De afwasautomaat moet precies wor-den geprogrammeerd naar de hard-heid van uw water. ^Informeer bij het plaatselijke waterlei-dingbedrijf wat voor hardheidsgraaduw water precies heeft.Programmeer bij een variërende water -hardheid (bijv.
37 - 50 °dH) altijd dehoogste waarde (in dit voorbeeld50 °dH).Bij een eventuele reparatie is het voorde monteur makkelijk om de hardheidvan uw water te weten.^Noteer daarom de hardheid van uwwater:°dHVanuit de fabriek is een waterhard-heid van 15 °dH (2,7 mmol/l) gepro-grammeerd.Wanneer deze waterhardheid overeen-komt met de hardheid van uw eigenwater, hoeft u dit hoofdstuk niet verderte lezen.Wanneer uw water echter een anderehardheid heeft, moet u deze via detoetsen van uw bedieningsveld pro-grammeren.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt14
Het programmeren van de waterhard-heidBij het programmeren gaan iedere keernadat u op een toets hebt gedrukt weerandere controlelampjes knipperen enbranden.Voor de programmering zijn echter al-leen die controlelampjes van belangdie in de volgende stappen worden ge-noemd.U kunt het programmeren altijd zon-der problemen afbreken en van vorenaf aan beginnen, wanneer u de af- wasautomaat met de - toets uit-oschakelt. ^Schakel de afwasautomaat met de o- toets uit.
^Druk op de programmatoets, blijferop drukken en schakel detegelijk afwasautomaat met de - toets in.gBlijf daarbij minstens 4 seconden opde programmatoets drukken totdathet controlelampje van het program-ma rechts onder gaat branden.Is dat niet het geval, begin dan nogeens van voren af aan.^Druk 2x op de "Turbo" - en "Combi-Tab" - toets.Het controlelampje "Combi-Tab" knip-pert 2x kort achter elkaar.In de tijdsaanduiding knipperen " " enp" " afwisselend.1 5Dat betekent dat er vanuit de fabriekeen waterhardheid van 15 °dH is inge-steld.De ingestelde waterhardheid is te zienaan de cijfers die achter de " " in deptijdsaanduiding aan het knipperen zijn.Zie tabel.^Kies met de programmatoets dewaarde die hoort bij de hardheid vanuw water.Bij iedere druk op de toets krijgt meneen hogere waterhardheid.Na de hoogste waterhardheid beginthet tellen weer van voren af aan.^Schakel de afwasautomaat met de o- toets uit.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt15
Voor het eerste gebruik hebt unodig– ca. 2 l water;– ca. 2 kg regenereerzout;– reinigingsmiddel voor huishoudaf-wasautomaten;– naspoelmiddel voor huishoudafwas-automaten.Iedere afwasautomaat wordt in de fa -briek op zijn werking getest.Als gevolg van deze tests blijft er wa-ter in het apparaat achter. Dit bete-kent niet dat het apparaat eerderdoor een andere consument is ge-bruikt.Het doseren van regenereer-zoutDoseer dit zout ook wanneer ucombi-tabs gebruikt. Zo krijgt u hetbeste reinigingsresultaat.Wanneer u de "Combi-Tab" - functieinschakelt, is er 2/3 of 3/4 minderzout nodig.Als de hardheid van uw water steeds onder de 4 °dH (= 0,7 mmol/l) ligt,hoeft u te doseren. Ugeen zout moet dan echter wel de afwasauto-maat programmeren naar de hard-heid van uw water.Wanneer u het zoutreservoir voor deeerste keer met regenereerzout wiltvullen, vul het dan eerst met ca. 2 lwater.
Zo kan het zout oplossen.Nadat u de afwasautomaat in ge-bruik hebt genomen zit er altijd ge-noeg water in het reservoir.,Doseer geen poedervormig ofvloeibaar reinigingsmiddel in het re-servoir voor het regenereerzout,want dan gaat de ontharder kapot.,Gebruik uitsluitend het specialegrofkorrelige regenereerzout of an-dere zuivere ingedampte zouten.Gebruik in geen geval andere soor-ten zout, bijv. keukenzout of strooi-zout. Deze soorten zout bevattensoms niet in water op te lossen deel-tjes die een nadelig effect kunnenhebben op de werking van de ont-harder.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt17
^Haal het onderrek uit de spoelruimteen draai de dop van het zoutreservoiropen.Iedere keer wanneer u de dop vanhet zoutreservoir opendraait loopt erwater of zout over de rand van hetreservoir.Draai de dop er daarom alleen maaraf om zout bij te vullen.^Vul het zoutreservoir voordat u hetapparaat voor de eerste keer ge-bruikt met ca. 2 l water.^Plaats een trechter in de opening vanhet zoutreservoir en doseer dan zo-veel zout in het zoutreservoir totdathet vol is.In het zoutreservoir kan afhankelijkvan het soort zout max.
2 kg.^Verwijder de zoutresten die zich rondhet zoutreservoir bevinden en schroefde dop weer op het zoutreserstevig -voir.^Start direct daarna het programma"Snel" zonder vaatwerk en zonder "Tur-bo" - functie, zodat eventueel ge-morste zoutresten kunnen worden ver-dund en daarna weggepompt.Controlelampje voor het zout^Vul na afloop van een programmazout bij wanneer het controlelampje"Zout" brandt.Het is mogelijk dat het controlelampjenog korte tijd blijft branden, nadat uzout hebt bijgevuld.Het lampje gaat uit, zodra zich eenzoutconcentratie heeft gevormd diehoog genoeg is.,Start direct na het doseren vanregenereerzout het programma"Snel" zonder vaatwerk en zonder"Turbo" - functie, zodat eventueel ge-morste zoutresten kunnen wordenverdund en daarna weggepompt.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt18
NaspoelmiddelNaspoelmiddel is nodig om ervoor tezorgen dat het water tijdens het drogenals een film van het vaatwerk afloopt enhet vaatwerk na het spoelen droogtzonder dat het vlekken gaat vertonen.Het naspoelmiddel wordt in het reser-voir voor naspoelmiddel gedoseerd enbij het naspoelen in de ingestelde hoe-veelheid automatisch toegevoegd.,Doseer alleen naspoelmiddelvoor huishoudafwasautomaten in hetnaspoelmiddelreservoir.Doseer in geen geval reinigingsmid-delen voor afwasautomaten of reini-gingsmiddelen voor de handafwasin het naspoelmiddelreservoir, wantdan gaat het reservoir kapot.Gebruikt u uitsluitend combi-tabs,dan hoeft u geen naspoelmiddel tedoseren.Het doseren van naspoelmid-del ^Open het klepje van het naspoelmid-delreservoir door op het knopje tedrukken in de richting van de pijl.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt19
^Doseer zoveel naspoelmiddel totdathet in het zeefje in de vulopeningzichtbaar is.In het naspoelmiddelreservoir kan ca.110 ml. ^Sluit het klepje en wel zo dat het dui-delijk vastklikt.Is het klepje niet goed gesloten dankan er tijdens het spoelen water in hetnaspoelmiddelreservoir lopen.^Veeg eventueel gemorst naspoelmid-del goed weg om bij de volgende af-wasbeurt sterke schuimvorming tevoorkomen.Controlelampje voor het na-spoelmiddelWanneer het controlelampje "Naspoel-middel" in het bedieningspaneel gaatbranden zit er nog een reserve in voor2 - 3 afwasbeurten.^Vul op tijd naspoelmiddel bij.Is de "Combi-Tab" - functie gekozen,dan gaat het controlelampje voor hetnaspoelmiddel niet branden.Zie hoofdstuk: "Bediening", para-graaf: "Extra functies".Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt20
Het instellen van de hoeveel-heid te doseren naspoelmiddelDe te doseren hoeveelheid naspoel-middel is instelbaar in standen van ca.0-6 ml.Vanuit de fabriek is een stand van ca.3 ml naspoelmiddel ingesteld. Dezestand wordt geadviseerd.Vertoont het vaatwerk vlekken:^kies dan een hogere stand.Vertoont het vaatwerk strepen of sluiers:^kies dan een lagere stand. ^Schakel de afwasautomaat met de o- toets uit.
^Druk op de programmatoets, blijferop drukken en schakel detegelijk afwasautomaat met de - toets in.gBlijf daarbij minstens 4 seconden opde programmatoets drukken, totdathet controlelampje van het program-ma rechts onder gaat branden.Is dat niet het geval, begin dan van vo-ren af aan.^Druk 3x op de "Turbo" / "Combi-Tab" -toets.Het controlelampje "Combi-Tab" knip-pert 3x kort achter elkaar.In de tijdsaanduiding knipperen " " enp" " afwisselend.3Dat betekent dat er vanuit de fabriekeen hoeveelheid naspoelmiddel is inge-steld van 3 ml.De ingestelde hoeveelheid naspoelmid-del is te zien aan de cijfers die achterde " " in de tijdsaanduiding aan hetpknipperen zijn.^Kies met de programmatoets dewaarde die hoort bij de hoeveelheidte doseren naspoelmiddel.Bij iedere druk op de toets krijgt meneen grotere hoeveelheid.De geprogrammeerde hoeveelheid tedoseren naspoelmiddel is direct opge-slagen.^Schakel de afwasautomaat met de o- toets uit.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt21
Waar u bij het inruimen vanserviesgoed en bestek opmoet letten^Verwijder de ergste etensresten vanhet vaatwerk.Het is niet nodig om het vaatwerk vante voren onder stromend water af tespoelen!,Was vaatwerk met as, zand,was, smeervet of verf niet in de af-wasautomaat. As wordt niet opge -lost, maar in de spoelruimte ver-deeld. Door was, smeervet en verfraakt de afwasautomaat bescha-digd.U kunt ieder stuk servies in principeoveral in de rekken inruimen.Neem daar echter de volgende tips bijin acht.
^Plaats serviesgoed en bestek zo dathet niet tegen of op elkaar ligt.^Plaats het serviesgoed om het goedschoon te krijgen zo in de rekken, dathet water er aan alle kanten bij kan.^Plaats al het serviesgoed zo, dat hetstevig staat.^Plaats hol serviesgoed zoals kopjes,glazen en kommen met de openin-gen naar beneden in de rekken.^Plaats hoog, smal, hol serviesgoedniet in de hoeken van de rekken,maar zoveel mogelijk in het middenervan. Het water kan er dan beter bij.^Plaats servies met een diepe bodemzoveel mogelijk schuin in het rek, zo-dat het water eraf kan lopen.^Let erop dat de sproeiarmen nietdoor te hoog of door de rekkenheenstekend vaatwerk worden ge-blokkeerd.
U kunt dit controlerendoor de sproeiarmen een keer metde hand rond te draaien.^Let erop dat kleine stukken servies-goed niet door de spijlen van de rek-ken vallen.Leg dit soort servies zoals deksel-tjes daarom in de besteklade of debestekkorf.Levensmiddelen zoals wortels, to-maten of ketchup kunnen natuurlijkekleurstoffen bevatten.Door deze stoffen kunnen kunststofvaatwerk en kunststof onderdelenervan verkleuren, wanneer zij in rui-me mate met het vaatwerk in de au-tomaat terechtkomen.Deze verkleuring heeft echter geeninvloed op de stabiliteit van kunst-stof vaatwerk.Het inruimen van serviesgoed en bestek22
Serviesgoed en bestek die nietgeschikt zijn voor de afwas-automaat– Serviesgoed en bestek die óf hele-maal óf voor een deel uit hout be-staan drogen uit en worden lelijk. Bovendien houdt de lijm niet in de af-wasautomaat. Het gevolg daarvan isdat houten grepen los kunnen raken. – Kunstvoorwerpen, antieke vazen ofglazen met decoraties zijn niet be-stand tegen de afwasautomaat. – Voorwerpen van niet hittebestendigkunststof kunnen vervormen. – Voorwerpen van koper, messing, tinen aluminium kunnen verkleuren ofdof worden. – Kleurdecoraties op het glazuur kun-nen na vele afwasbeurten verbleken. – Teer glaswerk en kristallen voor-werpen kunnen na een tijd dof wor-den. Wij raden u aan:– Koop serviesgoed van materiaal datgeschikt is om in een afwasautomaatte worden afgewassen en bestek metde aanduiding: "Geschikt voor deafwasmachine".
– Wanneer u teer glaswerk per se in deafwasautomaat wilt afwassen doe datdan uitsluitend bij lage temperaturen. Zie programma-overzicht. De kans dat het glaswerk dof wordtis dan kleiner. – Blijf bijzonder waardevolle glazenmet de hand afwassen. Let verder op het volgende:Zilver dat met zilverpoets is behandeldkan na afloop van het afwasprogrammanog vochtig zijn doordat het water erniet als een film afloopt. Het zilver moetdan met een doek worden afgedroogd. Daarentegen is zilver dat in zilverpoetsis ondergedompeld in de regel weldroog. Het zilver kan echter beslaan. Zilver kan verkleuren wanneer het inaanraking komt met levensmiddelen diezwavel bevatten, bijv. eigeel, uien,mayonaise, mosterd, peulvruchten, vis,pekelsaus van vis en marinades.
,Aluminium serviesgoed zoalsvetfilters mag niet worden afgewas-sen met bijtende alkalische reini-gingsmiddelen die in bedrijfsafwas-automaten of industriereinigers wor-den gebruikt. Gebeurt dat wel dan kan er materië-le schade ontstaan. In het ergste ge-val bestaat het gevaar dat er hevigechemische reacties optreden die toteen explosie kunnen leiden (bijv. een knalgasreactie).
Bovenrek,Gebruik de afwasautomaat omveiligheidsredenen niet zonderboven- en onderrek. ^Plaats in het bovenrek klein, licht enteer serviesgoed zoals glazen, kop-jes, schoteltjes en dessertschaaltjes.U kunt er ook een plat pannetje inplaatsen.^Leg erg lang bestek zoals soeple-pels, pollepels en lange messendwars aan de voorkant van het bo-venrek.Kopjesrek^Klap het kopjesrek omhoog om hoogservies goed te kunnen inruimen.Steunbeugel (afhankelijk van hetmodel)Glazen staan steviger wanneer u ze te -gen de steunbeugel aanzet. ^Klap de steunbeugel omhoog en zetde glazen ertegenaan.De beugel kunt u omklappen naar hetmidden van het rek. Dat maakt het in-ruimen en uitruimen van serviesgoedmakkelijker.Het inruimen van serviesgoed en bestek24
Het verstellen van het bovenrekOm in het boven- of onderrek meerplaats te krijgen voor hoger servies-goed kunt u het bovenrek in hoogteverstellen. U kunt kiezen tussen 3 stan-den met een verschil van telkens ca.2 cm.U kunt het bovenrek ook schuinplaatsen, nl. met één kant hoog en metéén kant laag.Let er echter op dat u het rek zonderproblemen in de spoelruimte kan schui-ven. ^Trek het bovenrek naar buiten.^Trek de hendels aan de zijkanten vanhet bovenrek naar boven.^Zet het bovenrek in de gewenste po-sitie.^Laat de hendels weer vastklikken.Afhankelijk van de stand van het bo-venrek kunt u bijv.
Onderrek^Plaats in het onderrek groot en zwaarserviesgoed zoals borden, platteschotels, pannen en schalen.U kunt ook schoteltjes, ontbijt- endessertbordjes in het onderrek zet-ten.Afwasautomaat met bestekladeAfwasautomaat met bestekkorfOmklapbare spijlenTussen de spijlen kunt u schoteltjes,borden en platte schotels plaatsen.De spijlen aan de achterkant kunt u om-klappen om meer ruimte te krijgen voorgrote stukken serviesgoed, bijv. potten,pannen en schalen.^Druk de gele hendels naar benedena zodat de rijen spijlen omklappenb.Het inruimen van serviesgoed en bestek27
Uitneembaar inzetrek met spijlenU kunt het inzetrek met spijlen uit hetapparaat halen om meer ruimte te krij-gen voor groter serviesgoed, bijv. eenplatte pan, of om een ander inzetrek teplaatsen.Het verwijderen van het inzetrek a ^Trek het inzetrek aan de handgreepnaar boven.Het plaatsen van het inzetrek b^Schuif de twee haakjes die aan deonderkant van het inzetrek zitten on-der de dwarsspijl van het onderrek.^Druk het inzetrek aan de handgreepnaar beneden totdat u weerstandvoelt.Fleshouder (afhankelijk van het model)Op de fleshouder kunt u smal servies-goed plaatsen zoals een melk- of baby-fles. ^Zet de fleshouder alleen in het onder-rek zoals op het plaatje afgebeeld.Is de houder ergens anders geplaatst,dan kan het water niet in de binnenkantvan de fles komen en de fles wordt zoniet goed schoon.Het inruimen van serviesgoed en bestek28
BestekBesteklade (afhankelijk van het model) ^Plaats het bestek in de bestekladezoals op het plaatje.Wanneer u messen, vorken en lepelsals aparte groepen in de bestekladelegt, kunt u ze er na het afwasprogram-ma makkelijker uithalen en opbergen.Leg de lepels met de grepen tussen deopstaande kammen en de lepelbladentussen de getande kammen, zodat ookde laatste waterdruppel er zonder pro-blemen af kan lopen.De bovenste sproeiarm mag nietdoor te hoog vaatwerk (bijv. eentaartschep) worden geblokkeerd.Wanneer de lepels niet met de grepentussen de opstaande kammen passen,leg ze dan met de grepen op de getan-de kammen.Het inruimen van serviesgoed en bestek29
Bestekkorf (afhankelijk van het model) ^Wilt u het bestek snel schoon endroog hebben, plaats het dan zo inde bestekkorf dat de grepen bene-den en de snijkanten van de messenen de tanden van de vorken bovenzitten.Wanneer u daardoor echter kansloopt om zich daaraan te verwonden,dan kunt u het bestek beter zoplaatsen dat de grepen boven en descherpe kanten beneden zitten.^Plaats kleine lepels in de speciale le-pelsegmenten aan weerszijden vande bestekkorf.Speciale bestekhouder voor de be-stekkorfIn de bijgevoegde bestekhouder kunt usterk vervuilde lepels plaatsen.De lepels liggen niet op elkaar maarworden in deze houder naast elkaar op-gehangen. Daardoor kan het water erbeter bij.^Plaats de bestekhouder als dat nodigis op de bestekkorf.^Plaats de lepels in de bestekhoudermet de grepen beneden.Verdeel het bestek gelijkmatig overde houder.Het inruimen van serviesgoed en bestek30
Reinigingsmiddelen,Gebruik uitsluitend reinigings-middelen voor huishoudafwasauto-maten.^U kunt tabletten of poedervormige ofvloeibare reinigingsmiddelen ge-bruiken.Neem bij het doseren daarvan deaanwijzingen in acht die op de ver-pakking staan.^Doseer het reinigingsmiddel in de rei-nigingsmiddelvakjes. ^Gebruik bij het programma "Snel"geen tabletten.De tabletten lossen bij dit programmaniet helemaal op.Wanneer u minder reinigingsmiddelgebruikt dan is geadviseerd, is hetmogelijk dat het vaatwerk niet goedschoon wordt.,Adem geen poedervormig reini-gingsmiddel in! Slik geen reinigings-middel in!Reinigingsmiddelen kunnen brand-wonden in neus, mond en keel ver-oorzaken.
Ga direct naar de dokterwanneer u een reinigingsmiddelhebt ingeademd of ingeslikt.Zorg ervoor dat kinderen niet metreinigingsmiddelen in aanrakingkunnen komen.Laat kinderen daarom niet bij de af-wasautomaat komen als deze geo-pend is. Er zouden nog resten reini-gingsmiddel in de afwasautomaataanwezig kunnen zijn.Bovendien kunt u het reinigingsmid-del beter pas dán toevoegen vlakvoordat u het programma start.Vergrendel de deur bovendien metde kinderbeveiliging, wanneer uwautomaat daarover beschikt.Bediening31
Het doseren van reinigings-middel ^Open het klepje van het reinigings-middeldoseerbakje door het knopjeopzij te drukken.Na afloop van een afwasprogramma ishet klepje van het reinigingsmiddelbak-je altijd geopend.^Doseer het reinigingsmiddel in devakjes en sluit het klepje van het do-seerbakje.^Sluit ook het pak reinigingsmiddel omte voorkomen dat het middel aan rei-nigingskracht verliest.DoseerhulpIn vakje I kan maximaal 10 ml enin vakje II kan maximaal 50 ml reini-gingsmiddel.In vakje II zijn markeringen aange-bracht om het doseren makkelijker temaken: 20, 30. Wanneer de deur 90°geopend is geven deze streepjes in mlaan hoeveel reinigingsmiddel er onge-veer in zit.Bediening32
Het inschakelen van de afwas-automaat^Draai de waterkraan open indiendeze nog gesloten is.^Open de deur van de afwasauto-maat.^Controleer of de sproeiarmen vrijkunnen draaien en niet worden ge-blokkeerd.^ Druk op de - toets.g Het controlelampje en het controleg-lampje van het laatst ingestelde pro-gramma gaan branden.Het kiezen van een programmaLaat de keuze voor een programmasteeds afhangen van het soort vaat-werk en de mate waarin dat is vervuild.In het hoofdstuk: "Programma-over-zicht" zijn de programma's beschrevenen de toepassingen ervan.Het starten van het programma^Kies met de programmatoets het ge-wenste programma.Het controlelampje van het gekozenprogramma gaat branden.De tijdsaanduiding geeft in uren en mi-nuten aan hoelang dit programma gaatduren.Is de extra functie "Turbo" en/of "Combi-Tab" gekozen, dan brandt tevens hetdaarbijbehorende controlelampje.U kunt nu ook een andere extra func-tie kiezen.Zie paragraaf: "Extra functies".
^Sluit de deur.De optische functiecontrole brandt alsbevestiging dat het programma is be-gonnen.Wanneer u beslist een programmamoet afbreken, doe dat dan alleen inde eerste minuten.Doet u dat later, is het mogelijk datbelangrijke programmafases (bijv.het regenereren) worden overgesla-gen.Bediening33
TijdsaanduidingVoordat er een programma start geeftde tijdsaanduiding in uren en minutende tijd aan die het gekozen programmagaat duren, de zgn. resttijd.Deze tijd wordt tijdens het afwaspro -gramma in de tijdsaanduiding afgeteld.Het is mogelijk dat de tijdsaanduidingvoor één en hetzelfde programma deene keer een andere tijd aangeeft dande andere keer. Dat is o.a.
afhankelijkvan de temperatuur van het instro-mende water, de hoeveelheid vaatwerken de mate waarin dit is vervuild.Wanneer u een programma voor heteerst kiest, wordt er een tijd aangege-ven die overeenkomt met een gemid-delde programmaduur met koud water.De tijden in het programma-overzichtzijn de tijden die de programma's durenwanneer de belading en de tempera-tuur voldoen aan de norm.Iedere keer dat er een programmaloopt wordt de programmaduur door deelektronica berekend op grond van detemperatuur van het instromende wateren de hoeveelheid vaatwerk.Einde van het programmaNa afloop van een afwasprogrammagaat, wanneer de deur nog dicht is, deoptische functiecontrole langzaamknipperen.De tijdsaanduiding geeft " " aan.0U kunt de afwasautomaat nu openen enhet vaatwerk er uithalen.Zie paragraaf: "Het uitruimen van de af-wasautomaat".De optische functiecontrole gaat éénuur na afloop van een programma uit.,Om beschadigingen aan kwets-bare werkbladen door waterdamp tevoorkomen kunt u de deur na afloopvan een programma het beste óf he-lemaal opendoen óf gesloten hou-den totdat u het vaatwerk uit de au-tomaat haalt.
Het uitschakelen van de afwas-automaat^Open de deur na afloop van het pro-gramma.^ Druk op de - toets.oDe afwasautomaat verbruikt stroom zolang u hem niet met de - toetsohebt uitgeschakeld.Draai veiligheidshalve de kraan dicht,wanneer de afwasautomaat langere tijdniet wordt gebruikt, bijvoorbeeld in devakantietijd.Het uitruimen van de afwasau-tomaat^Heet serviesgoed breekt snel!Laat het serviesgoed daarom na hetuitschakelen van de automaat zolang in de afwasautomaat afkoelen,totdat u het goed kunt vastpakken.^Wanneer u de deur na het uitschake-len van de automaat helemaal opent,koelt het vaatwerk sneller af.^Ruim eerst het onderrek, dan het bo-venrek en tenslotte de besteklade uit,wanneer deze aanwezig is.Zo voorkomt u dat er druppels vanhet bovenrek of van de bestekladeop het vaatwerk in het onderrek val-len.Bediening35
Het onderbreken van het pro-grammaHet afwasprogramma wordt onderbro-ken, zodra u de deur opendoet.Zodra u de deur weer dichtdoet, gaathet programma na enkele secondendaar verder, waar het is onderbroken.,Wanneer het water in de afwas-automaat heet is, loopt u het risicoom zich te verbranden.Wanneer u de deur beslist moetopenen, doe dat dan zeer voorzich-tig.Laat de deur voordat u die weer sluitca. 20 seconden op een kier staan,zodat de temperatuur zich in despoelruimte kan verdelen.Druk de deur daarna stevig dicht,totdat hij vastklikt.Wisseling van programmaIs het klepje van het reinigingsmid-deldoseerbakje al geopend, is hetniet meer mogelijk om van program-ma te wisselen.Wanneer een programma al is gestart,kunt u als volgt van programma wisse-len:^Open de deur.^ Druk op de - toets.o^ Druk op de - toets.g ^Kies met de programmatoets het ge-wenste programma.
Turbo / Combi - TabMet de "Turbo" / "Combi-Tab" - toetskunt u de extra functies "Turbo" en"Combi-Tab" kiezen. ^Open de deur. ^Schakel de afwasautomaat met de g- toets in. Het controlelampje gaat branden. g^Druk zo vaak op de "Turbo" / "Combi-Tab" - toets totdat het controlelampjevan de gewenste extra functie gaatbranden. De functie blijft voor alle programma'singeschakeld totdat u de functie weeruitschakelt. ^U kunt nu een programma starten of de afwasautomaat met de - toetsouitschakelen. TurboMet het inschakelen van de "Turbo" -functie kunt u de programmaduur ver-korten. Dit geldt niet voor alle program-ma's. Voor een optimaal reinigingsresultaatworden de verbruikswaarden verhoogd. Een combinatie van deze functie methet programma "Snel" levert een pro-gramma zonder verwarming op, dat ge-schikt is voor het afspoelen van vaat-werk dat pas op een later tijdstip wordtafgewassen, bijv.
als de afwasautomaatnog niet vol is. Combi-TabMet behulp van de "Combi-Tab" - func-tie kunt u het reinigingsmiddelsoort inuw automaat instellen en daarmee hetreinigingsresultaat optimaliseren. Met de "Turbo" / "Combi-Tab" - toetskunt u kiezen tussen een normaal reini-gingsmiddel en een combi-tab. Het programmaverloop wordt dan aanhet gekozen middel aangepast. Hetprogramma kan dan wel duidelijklanger duren. Wanneer het controlelampje "Combi-Tab" niet brandt, dan is de afwasauto-maat ingesteld op het gebruik van eennormaal reinigingsmiddel. Wanneer het controlelampje "Combi-Tab" wel brandt, dan is de afwasauto-maat ingesteld op het gebruik van eencombi-tab, zoals een reinigingsmiddelmet naspoelmiddel, zout en/of anderecomponenten. Er wordt geen naspoelmiddel gedo-seerd en het controlelampje voor hetnaspoelmiddel wordt gedeactiveerd.
VoorprogrammeringU kunt het tijdstip dat het door u geko-zen afwasprogramma start van tevoreninstellen. Dit kunt u bijvoorbeeld doenom gebruik te maken van het nachtta-rief.U kunt de start minimaal 30 minuten enmaximaal 24 uur van tevoren instellen.De voor te programmeren tijd wordt– tussen 30 minuten en 9 uur en 30 mi-nuten ingesteld in stappen van30 minuten – en tussen 10 en 24 uur in stappenvan één uur.Zorg er bij het inschakelen van deextra functie "Voorprogrammering"voor dat het doseerbakje voor hetreinigingsmiddel droog is.Is dat niet het geval, dan kan het rei-nigingsmiddel gaan klonteren enwordt daarna niet volledig wegge-spoeld.Gebruik bij de voorprogrammeringgeen vloeibaar reinigingsmiddel. Ditzou te vroeg kunnen wegstromen.^Open de deur.^Schakel de afwasautomaat met de g- toets in.
Het controlelampje gaat branden.g^Kies met de programmatoets het ge-wenste programma.^Druk op de voorprogrammeringstoetsd.De tijdsaanduiding geeft de tijd aan diede vorige keer is voorgeprogrammeerd. Het controlelampje gaat branden.d^ Stel met de - toets de tijd in die udwilt voorprogrammeren. ^Sluit de deur.Extra functies38
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele G 2272 SCVI stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Vaatwasser Miele
Handleiding Vaatwasser
Nieuwste handleidingen voor Vaatwasser