Miele G 1022 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Miele G 1022 (64 pagina’s), behorend tot de categorie Vaatwasser. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 60 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Miele G 1022 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/64
Gebruiksaanwijzing
voor afwasautomaten
Lees beslist de gebruiksaanwijzing en de
montage-instructies voordat u uw afwas-
automaat plaatst, installeert en in gebruik neemt.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt
onnodige schade aan uw apparaat.M.-Nr. 07 503 140
nl-NL

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Vaatwasser
Model: G 1022
Apparaatplaatsing: Vrijstaand
Gewicht: 55100 g
Breedte: 598 mm
Diepte: 600 mm
Hoogte: 845 mm
Aantal couverts: 12 couverts
Deurkleur: Wit
Kinderslot: Ja
Droogklasse: A
Duur cyclus: 175 min
Geluidsniveau: 51 dB
Energie-efficiëntieklasse (oud): A
Verlichting binnenin: Ja
Waterconsumptie per cyclus: 13 l
Wasklasse: A
Energieverbruik per cyclus: 1.05 kWu
AC-ingangsspanning: 230 V
AC-ingangsfrequentie: 50 Hz
Snel wassen: Ja

Handleiding Miele G 1022 – volledige tekst

Beschrijving van het apparaat. 5Het apparaat in één oogopslag. 5Bedieningspaneel. 6Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 7Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu. 12Het wegdoen van het verpakkingsmateriaal. 12Het afdanken van het apparaat. 12Economisch afwassen. 13Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt. 14Het openen van de deur. 14Het sluiten van de deur. 14Kinderbeveiliging. 14Waterontharder. 15Het programmeren van de waterhardheid. 16Het controleren van de geprogrammeerde waterhardheid. 17Voor het eerste gebruik hebt u nodig:. 18Het doseren van regenereerzout. 18Controlelampje F. 19Naspoelmiddel. 20Het doseren van naspoelmiddel. 20Controlelampje (. 21Het instellen van de dosering van het naspoelmiddel. 22Het inruimen van serviesgoed en bestek. 23Serviesgoed en bestek die niet geschikt zijn voor de afwasautomaat. 24Bovenrek. 25Kopjesrek.

25Steunbeugel (afhankelijk van het model). 25Het verstellen van het bovenrek. 26Onderrek. 27Omklapbare spijlen. 27Uitneembaar inzetrek met spijlen. 28Fleshouder (afhankelijk van het model). 28Bestek. 29Besteklade (afhankelijk van het model). 29Bestekkorf (afhankelijk van het model). 30Inhoud2.

Bediening. 31Reinigingsmiddelen. 31Het doseren van reinigingsmiddel. 32Het inschakelen van de afwasautomaat. 34Het kiezen van een programma. 34Het starten van het programma. 34Weergave programmaverloop. 34Einde van het programma. 35Het uitschakelen van de afwasautomaat. 35Het uitruimen van de afwasautomaat. 35Het onderbreken van het programma. 36Wisseling van programma. 36Extra functie. 37Fabrieksinstellingen. 37Reiniging en onderhoud. 38Het reinigen van de spoelruimte. 38Het reinigen van de deurdichting en de deur. 38Het reinigen van het front van de afwasautomaat. 38Reiniging en onderhoud. 39Het reinigen van de zeefcombinatie in de spoelruimte. 39Het reinigen van de sproeiarmen. 41Nuttige tips. 42Technische storingen. 42Storingen in de watertoevoer/waterafvoer. 44Algemene problemen met de afwasautomaat. 45Vreemde geluiden. 46Een tegenvallend afwasresultaat.

Het apparaat in één oogopslagaBovenste sproeiarm(niet zichtbaar)bBesteklade(afhankelijk van het model)cBovenrekdMiddelste sproeiarmeLuchttoevoer voor het drogen(afhankelijk van het model)fOnderste sproeiarmgZeefcombinatiehTypeplaatjeiKinderbeveiliging in de deurgreep(niet zichtbaar)jReservoir voor naspoelmiddelkTweevaksdoseerbakje voor reini-gingsmiddellReservoir voor regenereerzoutBeschrijving van het apparaat5

BedieningspaneelaControlelampjes voorwatertoevoer en waterafvoer,naspoelmiddel en zoutbControlelampjes voor het program-maverloopcJ/M- toets met controlelampje(Start/Stop - toets)dProgrammakeuzeschakelaareK- toets (Aan/Uit - toets)Korte verklaring van de symbolenJ/MStart/Stop - toetsKAan/Uit - toetsProgrammaverloop8ReinigenGDrogenOEindeControlelampjes2/2Watertoevoer / Waterafvoer(NaspoelmiddelFZoutProgramma'sAuto 55-65 °C Automatic 55-65 °C,75 °C Intensief 75 °C:Energie Spaar1Voorspoelen940 °C Snel 40 °CE50 °C Licht vervuild 50 °CIn deze gebruiksaanwijzing worden verschillende modellen afwasautomaat be-schreven.Deze modellen worden in de gebruiksaanwijzing als volgt aangeduid:G 1021, G 1022 etc. = G 1XXXG 2021, G 2022 etc.

Deze afwasautomaat voldoet aan devoorgeschreven veiligheidsbepalin-gen. Door ondeskundig gebruik kunnenpersonen echter letsel oplopen enkan er materiële schade ontstaan. Lees deze gebruiksaanwijzing daar-om eerst aandachtig door voordat udit apparaat in gebruik neemt. Dat isveiliger voor uzelf en u voorkomtdaarmee schade aan uw automaat. Bewaar deze gebruiksaanwijzing engeef deze door aan een eventuelevolgende eigenaar van het appa-raat. Efficiënt gebruik~Deze afwasautomaat is uitsluitendbestemd voor huishoudelijk gebruik. ~Gebruik deze afwasautomaat uitslui-tend voor het afwassen van huishoud-servies. Het gebruik voor andere doeleinden enhet aanbrengen van veranderingen aanhet apparaat is ontoelaatbaar en kangevaarlijk zijn.

De fabrikant kan niet aansprakelijk wor-den gesteld voor schade die is ont-staan door gebruik voor andere doel-einden dan hier aangegeven of dooreen foutieve bediening. ~Personen die op grond van hunfysieke of psychische gesteldheid, hunonervarenheid of gebrek aan kennisvan de afwasautomaat niet in staat zijnom het apparaat veilig te bedienen,mogen deze automaat alleen gebruikenals ze onder toezicht staan van of wor-den geïnstrueerd door een verant-woordelijk persoon. Wanneer er kinderen in huiszijn~Wanneer er kinderen in de buurt vande afwasautomaat zijn, houd ze dangoed in de gaten. Zorg ervoor dat zeniet met het apparaat gaan spelen. Wanneer zij dit doen bestaat het gevaardat ze zich in de automaat opsluiten. ~Kinderen mogen de afwasautomaatalleen dan zonder toezicht gebruiken,wanneer ze weten hoe het apparaatwerkt en wat voor gevaar zij lopen wan-neer ze de automaat fout bedienen.

~Zorg ervoor dat kinderen niet metreinigingsmiddelen in aanraking kun-nen komen. Reinigingsmiddelen kunnen brandwon-den in mond en keel veroorzaken of totverstikking leiden. Laat kinderen niet bijde afwasautomaat komen als deze ge-opend is. Er zouden nog resten reini-gingsmiddelen in de automaat aanwe-zig kunnen zijn.

Technische veiligheid~Controleer vóórdat het apparaatwordt geplaatst, of het zichtbaar be-schadigd is. Is dat het geval, neem het dan in geengeval in gebruik. Een afwasautomaatdie beschadigd is kan uw veiligheid ingevaar brengen. ~De afwasautomaat mag alleen viaeen 3-polige stekker met randaarde ophet elektriciteitsnet worden aangeslo-ten. De stekker mag niet worden afgeknipten niet vast aangesloten. U moet na plaatsing van het apparaatzonder problemen bij het stopcontactkunnen komen, zodat u ieder momentde stekker uit de automaat kunt trek-ken. ~Wanneer zich in de buurt van de af-wasautomaat een elektrisch apparaatbevindt, let er dan op dat de stekkervan dit apparaat niet schuilgaat achterde afwasautomaat. Daar de inbouwkast niet altijd diep ge-noeg is kan er druk op de stekker ont-staan, wat het risico op oververhittingen daarmee op brand verhoogt.

~De afwasautomaat mag niet ondereen kookplaat worden geïnstalleerd. Een kookplaat straalt voor een deelhoge temperaturen af waardoor de au-tomaat beschadigd zou kunnen raken. Om dezelfde reden mag de afwasauto-maat niet direct naast warmteproduce-rende apparaten worden geplaatst dieniet standaard tot de keukenuitrustingbehoren. ~Dit apparaat mag pas dan op hetelektriciteitsnet worden aangesloten,nadat het is geplaatst en geïnstalleerd. ~Controleer of de elektrische waar-den van uw huisinstallatie (spanning,frequentie en zekering) overeenkomenmet de gegevens op het typeplaatje. ~De elektrische veiligheid van dit ap-paraat is alleen dan gewaarborgd alshet wordt aangesloten op een aar-dingssysteem dat volgens de geldendeveiligheidsvoorschriften is geïnstal-leerd. Laat de huisinstallatie bij twijfel dooreen vakman / vakvrouw controleren.

De fabrikant kan niet aansprakelijk wor-den gesteld voor schade die is ont-staan door een ontbrekende of bescha-digde aarddraad (bijv. een elektrischeschok).

~Deze afwasautomaat mag niet ophet elektriciteitsnet worden aangeslotenvia meervoudige stopcontacten of viaverlengsnoeren die daarvoor niet ge-schikt zijn. Gebeurt dat wel, dan bestaat er gevaarvoor oververhitting. ~Wanneer dit apparaat op een niet-stationaire locatie (bijv. op een boot ofin een camper) moet worden geplaatst,mag het uitsluitend door een vakman /vakvrouw worden ingebouwd en aan-gesloten. Hierbij moet aan alle voor-waarden voor een veilig gebruik wor-den voldaan. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8.

~De kunststof behuizing van de Wa-terproofventielen bevat een elektrischonderdeel. Zorg ervoor dat de behui-zing niet nat wordt. ~In de watertoevoerslang bevindenzich spanningsvoerende delen. De slang mag daarom niet wordendoorgeknipt. ~Het Miele-Waterproofsysteem biedteen betrouwbare bescherming tegenwaterschade, maar wel op de volgendevoorwaarden:–De afwasautomaat moet volgens devoorschriften geïnstalleerd zijn. – Wanneer er duidelijk sprake is vanschade moet het apparaat wordengerepareerd, resp. moeten onderde-len worden vervangen. – De kraan moet bij langere afwezig-heid (bijv. vakantie) worden dichtge-draaid. Het Waterproofsysteem functioneertook wanneer de afwasautomaat is uit-geschakeld. Het apparaat moet danwel op het elektriciteitsnet zijn aange-sloten. ~Een afwasautomaat die beschadigdis kan uw veiligheid in gevaar brengen.

Stel het apparaat meteen buiten wer-king wanneer het beschadigd is enneem contact op met uw leverancier ofmet de afdeling Klantcontacten vanMiele Nederland B. V. ~Reparaties aan de afwasautomaatmogen uitsluitend door vakmensenworden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde reparatieskunnen onvoorziene risico's voor de ge-bruiker opleveren, waarvoor de fabri-kant niet aansprakelijk kan worden ge-steld. ~Defecte onderdelen mogen alleendoor originele Miele-onderdelen wor-den vervangen. Alleen van deze Miele-onderdelen kun-nen wij garanderen, dat zij volledig vol-doen aan de veiligheidseisen die wijstellen aan onze apparaten en onder-delen daarvan. ~Bij onderhoudswerkzaamhedendient u altijd de spanning van de af-wasautomaat te halen. Schakel daartoe het apparaat uit entrek daarna de stekker uit het stopcon-tact of schakel de hoofdschakelaar vande elektrische huisinstallatie uit.

~Een beschadigde aansluitkabel magalleen door een aansluitkabel van het-zelfde type worden vervangen. Deze isverkrijgbaar bij de afdeling Onderdelenvan Miele Nederland B. V.

Plaatsing~Neem bij plaatsing en aansluitingvan de afwasautomaat de instructies inhet montageschema in acht.~De afwasautomaat moet waterpasworden geplaatst.~Onder of in te bouwen afwasauto-maten mogen omwille van de stabiliteituitsluitend worden geplaatst onder eendoorlopend werkblad dat is vastge-schroefd aan de kasten die ernaaststaan.~Wanneer u een vrijstaande afwas-automaat wilt onderbouwen, moet udaartoe de vrijstaande sokkel verwijde-ren en deze vervangen door een sok-kelpaneel voor een onderbouwafwas-automaat. Dit paneel zit in de daarvoorbestemde onderbouwset.Doet u dat niet, dan loopt u het gevaarzich aan uitstekende metalen delen tebezeren.Juist gebruik~Gebruik geen oplosmiddelen in despoelruimte.Dit in verband met explosiegevaar.~Adem geen poedervormige reini-gingsmiddelen in! Slik geen reinigings-middelen in!

~Doseer geen poedervormig of vloei-baar reinigingsmiddel in het reservoirvoor het regenereerzout, want dan gaatde ontharder kapot.~Gebruik uitsluitend het specialegrofkorrelige regenereerzout of anderezuivere ingedampte zouten.Gebruik in geen geval andere soortenzout, bijv. keukenzout of strooizout.Deze soorten zout bevatten soms nietin water op te lossen deeltjes die eennadelig effect kunnen hebben op dewerking van de ontharder.~Heeft u een afwasautomaat met eenbestekkorf, kunt u het bestek het bestein de bestekkorf plaatsen met de gre-pen beneden en met de scherpe kantboven.

Dan wordt het bestek makke-lijker schoon en droog.Wanneer u daardoor echter kans looptom zich aan de scherpe kant van demessen en de punten van de vorken teverwonden, dan kunt u het bestek hetbeste met de grepen boven en met descherpe kant beneden plaatsen.~Reinig geen kunststof vaatwerk inde afwasautomaat dat niet hittebesten-dig is zoals wegwerpbakjes ofwegwerpbestek.Dit soort vaatwerk kan door de hogetemperaturen vervormen.~Wanneer u de extra functie "Voor-programmering" gebruikt (afhankelijkvan het model), moet u ervoor zorgendat het doseerbakje voor het reinigings-middel droog is.Reinigingsmiddel gaat in een vochtigdoseerbakje klonteren en wordt mis-schien niet volledig weggespoeld.Gebruik van toebehoren~Alleen originele Miele-toebehorenmogen worden aan- of ingebouwd.Wanneer er andere toebehoren wordenaan- of ingebouwd, kan Miele niet voorde gevolgen instaan en kan er geenberoep meer worden gedaan op bepa-lingen met betrekking tot garantie enproductaansprakelijkheid.Bij het afdanken van de afwas-automaat~Voorkom dat kinderen zich in hetapparaat opsluiten door de sluithaakvan het deurslot te verwijderen en zohet deurslot onbruikbaar te maken.Wanneer de veiligheidsinstructiesniet worden opgevolgd kan de fabri-kant niet verantwoordelijk wordengesteld voor schade die daar even-tueel het gevolg van is.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11

Het wegdoen van het verpak-kingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade.Het verpakkingsmateriaal is uitgekozenomdat dit het milieu relatief weinig be-last en kan worden hergebruikt.Het gaat om het volgende materiaal:Buitenverpakking:–Golfkarton van 100 % recyclingmate-riaal,alternatief: wikkelstretchfolie van po-lyethyleen (PE)– Kunststof transportriemen van poly-propyleen (PP)Binnenverpakking:– Expandeerbaar polystyrol (EPS) zon-der chloor- of fluortoevoegingen– Bodem, dekselframe en steunlijstenvan onbehandeld natuurhout afkom-stig uit beschermde bossen–Beschermfolie van polyethyleen (PE)Hergebruik van het verpakkingsmateri-aal vermindert de afvalproductie en hetgebruik van grondstoffen.

De vakhan-delaar neemt de verpakking terug ofwijst u de dichtst bijgelegen plaatswaar u de verpakking kwijt kunt.Het afdanken van het apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten meestal nog waarde-volle materialen.Ze bevatten echter ook schadelijkestoffen die nodig zijn geweest om deapparaten goed en veilig te laten functi-oneren.Wanneer u uw oude apparaat bij hetgewone afval doet of er op een anderemanier niet goed mee omgaat, kunnendeze stoffen schadelijk zijn voor de ge-zondheid en het milieu.Verwijder uw oude apparaat dan ooknooit samen met het gewone afval,maar lever het in bij het gemeentelijkeinzameldepot voor elektrische en elek-tronische apparatuur.Vraag uw handelaar indien nodig ominlichtingen.Het afgedankte apparaat moet tot dietijd buiten het bereik van kinderen wor-den opgeslagen.Alle kunststof onderdelen van het appa-raat zijn met internationale tekens ge-markeerd.Daardoor is het bij het afdanken vanhet apparaat mogelijk om de verschil-lende soorten kunststof gescheiden teverwerken en te recyclen.Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu12

Economisch afwassenDeze afwasautomaat werkt uiterstwater- en energiebesparend.U kunt nog spaarzamer te werk gaan,indien u de volgende adviezen opvolgt:^Het is mogelijk om de afwasautomaatop warm water aan te sluiten.Bijzonder geschikt is een warmwater-aansluiting bij een energetischgunstige warmwaterbereiding, bijv.zonne-energie met circulatieleiding.Bij elektrisch verwarmde installatiesis het echter aan te bevelen om uwapparaat op koud water aan te slui-ten.^Benut de volledige beladingscapaci-teit van de rekken zonder de afwas-automaat te overladen.^Kies een afwasprogramma dat pastbij het soort vaatwerk en de mate vanvervuiling.^Gebruik het programma "EnergieSpaar"!^Houdt u aan de doseeradviezen opde verpakking van het afwasmiddel.^Wanneer u poedervormig of vloei-baar reinigingsmiddel gebruikt en derekken maar half beladen zijn, kunt ude hoeveelheid reinigingsmiddel met1/3 reduceren.Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu13

Het openen van de deur^Pak de deur bij de deurgreep endruk het deurslot naar boven.Wanneer de deur wordt geopend terwijlde afwasautomaat in gebruik is, wordenalle functies automatisch onderbroken.Het sluiten van de deur^Schuif de rekken naar binnen.^Sluit de deur totdat deze vastklikt.KinderbeveiligingMet de kinderbeveiliging kunt u voor-komen dat kinderen de deur van dewasautomaat opendoen.^Schuif het schuifje onder de deur-greep naar rechts om de deur te ver-grendelen.^Schuif het schuifje naar links om dedeur te ontgrendelen.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt14

WaterontharderOm goede reinigingsresultaten te berei-ken heeft de afwasautomaat zacht(kalkarm) water nodig.Bij hard water ontstaat er witte kalkaan-slag op het vaatwerk en op de wandenvan de spoelruimte.Water met een waterhardheid van4 °dH (0,7 mmol/l) moet daarom wor-den onthard. Daar wordt in de inge-bouwde waterontharder automatischvoor gezorgd.Bedenk:– De waterontharder heeft daarvoorwel regenereerzout nodig.– De afwasautomaat moet precies wor-den geprogrammeerd naar de hard-heid van uw water.^Informeer bij het plaatselijke waterlei-dingbedrijf wat voor hardheidsgraaduw water precies heeft.Programmeer bij een variërende water-hardheid (bijv.

37 - 50 °dH) altijd dehoogste waarde (in dit voorbeeld50 °dH).Bij een eventuele reparatie is het voorde monteur makkelijk om de hardheidvan uw water te weten.^Noteer daarom de hardheid van uwwater:°dHVanuit de fabriek is een waterhard-heid van 12 - 15 °dH (2,2 - 2,7 mmol/l)geprogrammeerd.Wanneer deze waterhardheid overeen-komt met de hardheid van uw eigenwater, hoeft u dit hoofdstuk niet verderte lezen.Wanneer uw water echter een anderehardheid heeft, moet u deze via detoetsen en de programmakeuzeschake-laar van uw bedieningspaneel pro-grammeren.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt15

Het programmeren van de waterhard-heidBij het programmeren gaan iedere keernadat u op een toets hebt gedrukt weerandere controlelampjes knipperen enbranden.Voor de programmering zijn echter al-leen die controlelampjes van belangdie in de volgende stappen worden ge-noemd.U kunt het programmeren altijd zon-der problemen afbreken en van vo-ren af aan beginnen, wanneer u deafwasautomaat met de K- toets uit-schakelt.^Schakel de afwasautomaat met deK- toets uit.^Draai de programmakeuzeschake-laar op de "12 uur" - stand.^Druk op de J/M- toets, blijf eropdrukken en schakel tegelijk de af-wasautomaat met de K- toets in.Blijf daarbij minstens 4 seconden opde J/M- toets drukken totdat hetcontrolelampje "J/M" gaatbranden.Is dat niet het geval, begin dan nogeens van voren af aan.^Draai de programmakeuzeschake-laar op de "3 uur" - stand.Het controlelampje "8" knippert 4x kortachter elkaar.Dit is vanuit de fabriek ingesteld.De ingestelde waterhardheid is te zienaan het knipperritme van het controle-lampje "8".

Het controleren van de geprogram-meerde waterhardheid^Schakel de afwasautomaat met deK- toets uit.^Draai de programmakeuzeschake-laar op de "12 uur" - stand.^Druk op de J/M- toets, blijf eropdrukken en schakel tegelijk de af-wasautomaat met de K- toets in.Blijf daarbij minstens 4 seconden opde J/M- toets drukken totdat hetcontrolelampje "J/M" gaatbranden.^Draai de programmakeuzeschake-laar op de "3 uur" - stand.Het controlelampje "8" knippert in datritme dat hoort bij de ingestelde water-hardheid. Zie tabel.^Schakel de afwasautomaat met deK- toets uit.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt17

Voor het eerste gebruik hebt unodig:–ca. 2 l water;–ca. 2 kg regenereerzout;–reinigingsmiddel voor huishoudaf-wasautomaten;–naspoelmiddel voor huishoudafwas-automaten.Iedere afwasautomaat wordt in de fa-briek op zijn werking getest.Als gevolg van deze tests blijft er wa-ter in het apparaat achter. Dit bete-kent niet dat het apparaat eerderdoor een andere consument is ge-bruikt.Het doseren van regenereer-zoutDoseer dit zout ook wanneer ucombi-tabs gebruikt. Zo krijgt u hetbeste reinigingsresultaat en is dewerking van de ontharder blijvendgewaarborgd.Als de hardheid van uw watersteeds onder de 4 °d (= 0,7 mmol/l)ligt, hoeft u geen zout te doseren. Umoet dan echter wel de afwasauto-maat programmeren naar de hard-heid van uw water.Wanneer u het zoutreservoir voor deeerste keer met regenereerzout wiltvullen, vul het dan eerst met ca. 2 lwater.

Zo kan het zout oplossen.Nadat u de afwasautomaat in ge-bruik hebt genomen zit er altijd ge-noeg water in het reservoir.,Doseer geen poedervormig ofvloeibaar reinigingsmiddel in het re-servoir voor het regenereerzout,want dan gaat de ontharder kapot.,Gebruik uitsluitend het specialegrofkorrelige regenereerzout of an-dere zuivere ingedampte zouten.Gebruik in geen geval andere soor-ten zout, bijv. keukenzout of strooi-zout. Deze soorten zout bevattensoms niet in water op te lossen deel-tjes die een nadelig effect kunnenhebben op de werking van de ont-harder.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt18

^Haal het onderrek uit de spoelruimteen draai de dop van het zoutreservoiropen.Iedere keer wanneer u de dop vanhet zoutreservoir opendraait loopt erwater of zout over de rand van hetreservoir.Draai de dop er daarom alleen maaraf om zout bij te vullen.^Vul het zoutreservoir voordat u hetapparaat voor de eerste keer ge-bruikt met ca. 2 l water.^Plaats een trechter in de opening vanhet zoutreservoir en doseer dan zo-veel zout in het zoutreservoir totdathet vol is.In het zoutreservoir kan afhankelijkvan het soort zout max.

2 kg.^Verwijder de zoutresten die zich rondhet zoutreservoir bevinden enschroef de dop weer stevig op hetzoutreservoir.^Start direct daarna het programma"Snel" zonder vaatwerk, zodat eventu-eel gemorste zoutresten kunnen wor-den verdund en daarna wegge-pompt.Controlelampje F^Vul na afloop van een programmazout bij wanneer het controlelampje"F" brandt.Het is mogelijk dat het controlelampjenog korte tijd blijft branden, nadat uzout hebt bijgevuld.Het lampje gaat uit, zodra zich eenzoutconcentratie heeft gevormd diehoog genoeg is.Bovengenoemd controlelampje gaatniet branden, wanneer er een water-hardheid onder de 4 °d (= 0,7 mmol/l)is geprogrammeerd.,Start direct na het doseren vanregenereerzout het programma"Snel" zonder vaatwerk, zodat even-tueel gemorste zoutresten kunnenworden verdund en daarna wegge-pompt.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt19

NaspoelmiddelNaspoelmiddel is nodig om ervoor tezorgen dat het water tijdens het drogenals een film van het vaatwerk afloopt enhet vaatwerk na het spoelen droogtzonder dat het vlekken gaat vertonen.Het naspoelmiddel wordt in het reser-voir voor naspoelmiddel gedoseerd enbij het naspoelen in de ingestelde hoe-veelheid automatisch toegevoegd.,Doseer alleen naspoelmiddelvoor huishoudafwasautomaten in hetnaspoelmiddelreservoir.Doseer in geen geval reinigingsmid-delen voor afwasautomaten of reini-gingsmiddelen voor de handafwasin het naspoelmiddelreservoir, wantdan gaat het reservoir kapot.Wanneer u uitsluitend combi-tabsgebruikt, hoeft u geen naspoelmid-del te doseren.Het doseren van naspoelmid-del^Open het klepje van het naspoelmid-delreservoir door op het knopje tedrukken in de richting van de pijl.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt20

^Doseer zoveel naspoelmiddel totdathet in het zeefje in de vulopeningzichtbaar is.In het naspoelmiddelreservoir kan ca.110 ml.^Sluit het klepje en wel zo dat het dui-delijk vastklikt.Is het klepje niet goed gesloten dankan er tijdens het spoelen water in hetnaspoelmiddelreservoir lopen.^Veeg eventueel gemorst naspoelmid-del goed weg om bij de volgende af-wasbeurt sterke schuimvorming tevoorkomen.Controlelampje (Wanneer het controlelampje "("inhetbedieningspaneel gaat branden zit ernog een reserve in voor2-3afwas-beurten.^Vul op tijd naspoelmiddel bij.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt21

Het instellen van de doseringvan het naspoelmiddelDe dosering van het naspoelmiddel isinstelbaar in hoeveelheden van ca.0-6 ml.Vanuit de fabriek is een hoeveelheidvan ca.

3 ml naspoelmiddel ingesteld.Deze hoeveelheid wordt geadviseerd.Voor een optimaal reinigingsresultaatkunt u de dosering aanpassen.De gedoseerde hoeveelheid naspoel-middel kan door de automatische aan-passing in het programma "Automatic"groter uitvallen dan de ingestelde dose-ring.Vertoont het vaatwerk vlekken:^Stel een grotere hoeveelheid in.Vertoont het vaatwerk strepen of slui-ers:^Stel een kleinere hoeveelheid in.^Schakel de afwasautomaat met deK- toets uit.^Draai de programmakeuzeschake-laar op de "12 uur" - stand.^Druk op de J/M- toets, blijf eropdrukken en schakel tegelijk de af-wasautomaat met de K- toets in.Blijf daarbij minstens 4 seconden opde J/M- toets drukken totdat hetcontrolelampje "J/M" brandt.Is dat niet het geval, begin dan nogeens van voren af aan.^Draai de programmakeuzeschake-laar op de "5 uur" - stand.Het controlelampje "8" knippert 3x kortachter elkaar.Dit betekent dat er vanuit de fabriekeen hoeveelheid van 3 ml is ingesteld.De ingestelde hoeveelheid is te zienaan het knipperritme van het controle-lampje "8".

Zie tabel.Naspoelmiddel-hoeveelheidin mlKnipperritme80-11x22x33x44x55x66x^Kies met de J/M- toets hetknipperritme dat hoort bij de ge-wenste hoeveelheid te doseren na-spoelmiddel.Bij iedere druk op de toets krijgt meneen grotere hoeveelheid.De geprogrammeerde hoeveelheid tedoseren naspoelmiddel is direct opge-slagen.^Schakel de afwasautomaat met deK- toets uit.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt22

Waar u bij het inruimen vanserviesgoed en bestek opmoet letten^Verwijder de ergste etensresten vanhet vaatwerk.Het is niet nodig om het vaatwerk vante voren onder stromend water af tespoelen!,Was vaatwerk met as, zand,was, smeervet of verf niet in de af-wasautomaat.Deze stoffen beschadigen de afwas-automaat.U kunt ieder stuk servies in principeoveral in de rekken inruimen.Neem daar echter de volgende tips bijin acht.^Plaats serviesgoed en bestek zo dathet niet tegen of op elkaar ligt.^Plaats het serviesgoed om het goedschoon te krijgen zo in de rekken, dathet water er aan alle kanten bij kan.^Plaats al het serviesgoed zo, dat hetstevig staat.^Plaats hol serviesgoed zoals kopjes,glazen en kommen met de openin-gen naar beneden in de rekken.^Plaats hoog, smal, hol serviesgoedniet in de hoeken van de rekken,maar zoveel mogelijk in het middenervan.

Het water kan er dan beter bij.^Plaats servies met een diepe bodemzoveel mogelijk schuin in het rek, zo-dat het water eraf kan lopen.^Let erop dat de sproeiarmen nietdoor te hoog of door de rekkenheenstekend vaatwerk worden ge-blokkeerd. U kunt dit controlerendoor de sproeiarmen een keer metde hand rond te draaien.^Let erop dat kleine stukken servies-goed niet door de spijlen van de rek-ken vallen.Leg dit soort servies zoals deksel-tjes daarom in de besteklade of debestekkorf.Levensmiddelen zoals wortels, to-maten of ketchup kunnen natuurlijkekleurstoffen bevatten.Door deze stoffen kunnen kunststofvaatwerk en kunststof onderdelenervan verkleuren, wanneer zij in rui-me mate met het vaatwerk in de au-tomaat terechtkomen.Deze verkleuring heeft echter geeninvloed op de stabiliteit van kunst-stof vaatwerk.Het inruimen van serviesgoed en bestek23

Serviesgoed en bestek die nietgeschikt zijn voor de afwas-automaat–Serviesgoed en bestek die óf hele-maal óf voor een deel uit hout be-staan drogen uit en worden lelijk.Bovendien houdt de lijm niet in de af-wasautomaat.

Het gevolg daarvan isdat houten grepen los kunnen raken.–Kunstvoorwerpen, antieke vazen ofglazen met decoraties zijn niet be-stand tegen de afwasautomaat.–Voorwerpen van niet hittebestendigkunststof kunnen vervormen.– Voorwerpen van koper, messing, tinen aluminium kunnen verkleuren ofdof worden.– Kleurdecoraties op het glazuur kun-nen na vele afwasbeurten verbleken.– Teer glaswerk en kristallen voor-werpen kunnen na een tijd dof wor-den.Wij raden u aan:–Koop serviesgoed van materiaal datgeschikt is om in een afwasautomaatte worden afgewassen en bestek metde aanduiding: "Geschikt voor deafwasmachine".–Gebruik voor teer glaswerk program-ma's met lage temperaturen of, af-hankelijk van het model, program-ma's met #Care.Zie hoofdstuk: "Programma-over-zicht".De kans dat het glaswerk dof wordtis dan kleiner.Let verder op het volgende:Zilver dat met zilverpoets is behandeldkan na afloop van het afwasprogrammanog vochtig zijn doordat het water erniet als een film afloopt.

Het zilver moetdan met een doek worden afgedroogd.Daarentegen is zilver dat in zilverpoetsis ondergedompeld in de regel weldroog. Het zilver kan echter beslaan.Zilver kan verkleuren wanneer het inaanraking komt met levensmiddelen diezwavel bevatten, bijv. eigeel, uien,mayonaise, mosterd, peulvruchten, vis,pekelsaus van vis en marinades.,Aluminium serviesgoed zoalsvetfilters mag niet worden afgewas-sen met bijtende alkalische reini-gingsmiddelen die in bedrijfsafwas-automaten of industriereinigers wor-den gebruikt.Gebeurt dat wel dan kan er materië-le schade ontstaan. In het ergste ge-val bestaat het gevaar dat er hevigechemische reacties optreden die toteen explosie kunnen leiden (bijv.een knalgasreactie).Het inruimen van serviesgoed en bestek24

Bovenrek,Gebruik de afwasautomaat omveiligheidsredenen niet zonderboven- en onderrek.^Plaats in het bovenrek klein, licht enteer serviesgoed zoals glazen, kop-jes, schoteltjes en dessertschaaltjes.U kunt er ook een plat pannetje inplaatsen.^Leg erg lang bestek zoals soeple-pels, pollepels en lange messendwars aan de voorkant van het bo-venrek.Kopjesrek^Klap het kopjesrek om hoog serviesgoed te kunnen inruimen.Steunbeugel (afhankelijk van hetmodel)Wanneer u glazen tegen de steun-beugel aanzet, staan ze steviger.^Klap de steunbeugel omhoog en zetde glazen ertegenaan.De beugel kunt u omklappen naar hetmidden van het rek. Dat maakt het in-ruimen en uitruimen van serviesgoedmakkelijker.Het inruimen van serviesgoed en bestek25

Het verstellen van het bovenrekOm in het boven- of onderrek meerplaats te krijgen voor hoger servies-goed kunt u het bovenrek in hoogteverstellen. U kunt kiezen tussen 3 stan-den met een verschil van telkens ca.2 cm.Wanneer water in holle gedeelten blijftliggen, kunt u het bovenrek beterschuin plaatsen, nl. met één kant hoogen met één kant laag. Het water stroomtdan gemakkelijker weg.Let er echter op dat u het rek zonder pro-blemen in de spoelruimte kan schuiven.^Trek het bovenrek naar buiten.Om het bovenrek naar boven te verstel-len, moet u:^het rek naar boven trekken, totdat hetvastklikt.Om het bovenrek naar beneden te ver-stellen, moet u:^de hendels aan de zijkanten van hetbovenrek naar boven trekken,^het bovenrek in de gewenste positiezetten^en de hendels weer vast laten klikken.Afhankelijk van de stand van het bo-venrek kunt u bijv.

Onderrek^Plaats in het onderrek groot en zwaarserviesgoed zoals borden, platteschotels, pannen en schalen.U kunt ook schoteltjes, ontbijt- endessertbordjes in het onderrek zet-ten.Afwasautomaat met bestekladeAfwasautomaat met bestekkorfOmklapbare spijlenTussen de spijlen kunt u schoteltjes,borden en platte schotels plaatsen.De spijlen aan de achterkant kunt u om-klappen om meer ruimte te krijgen voorgrote stukken serviesgoed, bijv. potten,pannen en schalen.^Druk de gele hendels naar benedenazodat de rijen spijlen omklappenb.Het inruimen van serviesgoed en bestek27

Uitneembaar inzetrek met spijlenU kunt het inzetrek met spijlen uit hetapparaat halen om meer ruimte te krij-gen voor groter serviesgoed, bijv. eenplatte pan, of om een ander inzetrek teplaatsen.Het verwijderen van het inzetrek a^Trek het inzetrek aan de handgreepnaar boven.Het plaatsen van het inzetrek b^Schuif de twee haakjes die aan deonderkant van het inzetrek zitten on-der de dwarsspijl van het onderrek.^Druk het inzetrek aan de handgreepnaar beneden totdat u weerstandvoelt.Fleshouder (afhankelijk van het model)Op de fleshouder kunt u smal servies-goed plaatsen zoals een melk- of baby-fles.^Zet de fleshouder alleen in het onder-rek zoals op het plaatje afgebeeld.Is de houder ergens anders geplaatst,dan kan het water niet in de binnenkantvan de fles komen en de fles wordt zoniet goed schoon.Het inruimen van serviesgoed en bestek28

BestekBesteklade (afhankelijk van het model)^Plaats het bestek in de bestekladezoals op het plaatje.Wanneer u messen, vorken en lepelsals aparte groepen in de bestekladelegt, kunt u ze er na het afwasprogram-ma makkelijker uithalen en opbergen.Leg de lepels met de grepen tussen deopstaande kammen en de lepelbladentussen de getande kammen, zodat ookde laatste waterdruppel er zonder pro-blemen af kan lopen.De bovenste sproeiarm mag nietdoor te hoog vaatwerk (bijv. eentaartschep) worden geblokkeerd.Wanneer de lepels niet met de grepentussen de opstaande kammen passen,leg ze dan met de grepen op de getan-de kammen.Het inruimen van serviesgoed en bestek29

Bestekkorf (afhankelijk van het model)^Wilt u het bestek snel schoon endroog hebben, plaats het dan zo inde bestekkorf dat de grepen bene-den en de snijkanten van de messenen de tanden van de vorken bovenzitten.Wanneer u daardoor echter kansloopt om zich daaraan te verwonden,dan kunt u het bestek beter zo plaat-sen dat de grepen boven en descherpe kanten beneden zitten.^Plaats kleine lepels in de speciale le-pelsegmenten aan weerszijden vande bestekkorf.Speciale bestekhouder voor debestekkorfIn de bijgevoegde bestekhouder kunt usterk vervuilde lepels plaatsen.De lepels liggen niet op elkaar maarworden in deze houder naast elkaar op-gehangen. Daardoor kan het water erbeter bij.^Plaats de bestekhouder als dat nodigis op de bestekkorf.^Plaats de lepels in de bestekhoudermet de grepen beneden.Verdeel het bestek gelijkmatig overde houder.Het inruimen van serviesgoed en bestek30

Reinigingsmiddelen,Gebruik uitsluitend reinigings-middelen voor huishoudafwasauto-maten.Verschillende werkstoffenModerne reinigingsmiddelen bevattenvele werkstoffen. De belangrijkste:–Fosfaat. Dit onthardt het water envoorkomt daarmee kalkaanslag.–Alkalische stoffen. Deze zijn nodigvoor het weken van aangekoekt vuil.– Enzymen. Deze verminderen zetmeelen lossen eiwit op.– Bleekmiddel op zuurstofbasis.

Ditverwijdert kleurige vlekken zoalsthee-, koffie- en ketchupvlekken.Het zijn voornamelijk fosfaathoudende,mild alkalische reinigingsmiddelen metenzymen en zuurstofbleekmiddel dieworden aangeboden; zelden fosfaat-vrije producten.Verschillende vormen reinigingsmid-delen–Poeder en gelvormige reinigingsmid-delenDeze kunnen gevarieerd worden ge-doseerd, afhankelijk van de beladingen de vuilgraad van het vaatwerk.–TabsDeze bevatten een hoeveelheid reini-gingsmiddel die voor de meeste toe-passingen voldoende is.Gewone reinigingsmiddelen encombi-tabsNaast de gewone reinigingsmiddelenzijn er ook producten met verschillendeextra functies, te weten de combi-tabs.Zie hoofdstuk: "Extra functies", para-graaf: "Combi-Tab", indien aanwezig.Er zijn combi-tabs die behalve eenreinigingsfunctie ook een naspoel- enwaterontharderfunctie hebben.Deze vindt u in de handel onder denaam "3 in 1".Verder zijn er combi-tabs die daarnaastook nog componenten hebben zoalseen glasbeschermend middel, eenmiddel voor roestvrij staal of een reini-gingsversterkend middel.Deze vindt u in de handel onder denaam "4 in 1", "5 in 1" enz.Gebruik deze middelen alleen bij dedoor de fabrikant op de verpakking ge-adviseerde waterhardheid.De reinigings- en droogresultaten vandeze producten met extra functies zijnzeer verschillend.Optimale reinigings- en droogresulta-ten krijgt u wanneer u een gewoonreinigingsmiddel, regenereerzout eneen naspoelmiddel apart, maar wel incombinatie met elkaar doseert.Bediening31

Het doseren van reinigings-middel^Neem bij het doseren de aanwij-zingen op de verpakking in acht.^Wanneer er niet iets anders op deverpakking staat, doseer dan één tabof - afhankelijk van de vuilgraad - 20tot 30 ml in vakje II.Is het vaatwerk sterk vervuild, doseerdan ook nog eens een geringe hoe-veelheid reinigingsmiddel in vakje I.Zie hoofdstuk "Programma-overzicht".^Gebruik bij het programma "Snel"geen tabletten.De tabletten lossen bij dit programmaniet helemaal op.Wanneer u minder reinigingsmiddelgebruikt dan is geadviseerd, is hetmogelijk dat het vaatwerk niet goedschoon wordt.,Adem geen poedervormig reini-gingsmiddel in! Slik geen reinigings-middel in!Reinigingsmiddelen kunnen brand-wonden in neus, mond en keel ver-oorzaken.

Ga direct naar de dokterwanneer u een reinigingsmiddelhebt ingeademd of ingeslikt.Zorg ervoor dat kinderen niet metreinigingsmiddelen in aanrakingkunnen komen.Laat kinderen daarom niet bij de af-wasautomaat komen als deze geo-pend is. Er zouden nog resten reini-gingsmiddel in de afwasautomaataanwezig kunnen zijn.Bovendien kunt u het reinigingsmid-del beter pas dán toevoegen vlakvoordat u het programma start.Vergrendel de deur bovendien metde kinderbeveiliging, wanneer uwautomaat daarover beschikt.Bediening32

^Open het reinigingsmiddeldoseer-bakje door op de toets te drukken.Na afloop van een afwasprogramma ishet reinigingsmiddelbakje altijd geo-pend.^Doseer het reinigingsmiddel in devakjes en sluit het klepje van het do-seerbakje.^Sluit ook het pak reinigingsmiddel omte voorkomen dat het middel aan rei-nigingskracht verliest.DoseerhulpIn vakje I kan maximaal 10 ml enin vakje II kan maximaal 50 ml reini-gingsmiddel.In vakje II zijn markeringen aange-bracht om het doseren makkelijker temaken: 20, 30. Wanneer de deur 90°geopend is geven deze streepjes in mlaan hoeveel reinigingsmiddel er onge-veer in zit.Bediening33

Het inschakelen van de afwas-automaat^Controleer of de sproeiarmen vrijkunnen draaien en niet worden ge-blokkeerd.^Sluit de deur van de afwasautomaat.^Draai de waterkraan open indiendeze nog gesloten is.^Druk op de K- toets.Het controlelampje "O" gaat branden,wanneer de programmakeuzeschake-laar niet op een programma staat.Het kiezen van een programmaLaat de keuze voor een programmasteeds afhangen van het soort vaatwerken de mate waarin dat is vervuild.In het hoofdstuk: "Programma-over-zicht" zijn de programma's beschrevenen de toepassingen ervan.Het starten van het programma^Draai de programmakeuzeschake-laar naar links of rechts op het ge-wenste programma.Het controlelampje "J/M" gaat knip-peren.^Druk op de J/M- toets.Het programma start.De controlelampjes "J/M"en"8"gaan branden.Wanneer u beslist een programmamoet afbreken, doe dat dan alleen inde eerste minuten.Doet u dat later, dan is het mogelijkdat belangrijke programmafases(bijv.

het regenereren) worden over-geslagen.Weergave programmaverloopNa de start van het programma gevende controlelampjes voor het program-maverloop telkens aan, welke fase inhet programmaverloop is bereikt.Bediening34

Einde van het programmaWanneer in het programmaverloop hetcontrolelampje "O" brandt, is het pro-gramma beëindigd.U kunt de afwasautomaat nu openen enhet vaatwerk eruit halen.,Om beschadigingen aan kwets-bare werkbladen door waterdamp tevoorkomen kunt u de deur na afloopvan een programma het beste óf he-lemaal opendoen óf gesloten hou-den totdat u het vaatwerk uit de au-tomaat haalt.

Laat de deur in iedergeval niet op een kier staan.Het uitschakelen van de afwas-automaat^Druk na afloop van het programmaop de K- toets.De afwasautomaat verbruikt stroomzolang u hem niet met behulp vande K- toets hebt uitgeschakeld.Draai veiligheidshalve de kraan dicht,wanneer de afwasautomaat langere tijdniet wordt gebruikt, bij voorbeeld in devakantietijd.Het uitruimen van de afwas-automaat^Heet serviesgoed breekt snel!Laat het serviesgoed daarom na hetuitschakelen van de automaat zolang in de afwasautomaat afkoelen,totdat u het goed kunt vastpakken.^Wanneer u de deur na het uitschake-len van de automaat helemaal opent,koelt het vaatwerk sneller af.^Ruim eerst het onderrek, dan het bo-venrek en tenslotte de besteklade uit,wanneer deze aanwezig is.Zo voorkomt u dat er druppels vanhet bovenrek of van de bestekladeop het vaatwerk in het onderrek val-len.Bediening35

Het onderbreken van het pro-grammaHet programma wordt onderbroken, zo-dra u de deur opendoet.Wanneer u de deur weer dichtdoet,gaat het programma na een paar se-conden daar verder, waar het is onder-broken.,Wanneer het water in de afwas-automaat heet is, loopt u het risicoom zich te verbranden.Wanneer u de deur beslist moetopenen, doe dat dan zeer voorzich-tig.Laat de deur voordat u die weer sluitca.

20 seconden op een kier staan,zodat de temperatuur zich in despoelruimte kan verdelen.Druk de deur daarna dicht, totdat hijvastklikt.Wisseling van programmaIs het klepje van het reinigingsmid-deldoseerbakje al geopend, wisseldan niet meer van programma.Wanneer een programma als is gestart,kunt u als volgt van programma wisse-len.^Druk minstens één seconde lang opde J/M- toets.Het programma wordt afgebroken.Het controlelampje "J/M" gaat knip-peren.^Kies het gewenste programma enstart het.Bediening36

Extra functieFabrieksinstellingenWanneer u de fabrieksinstellingen hebtveranderd maar deze weer terug wilthebben, doe dan het volgende.^Schakel de afwasautomaat met deK- toets uit.^Draai de programmakeuzeschake-laar op de "12 uur" - stand.^Druk op de J/M- toets, blijf daarminstens 4 seconden op drukken tot-dat het controlelampje "J/M" gaatbranden en schakel tegelijk de af-wasautomaat met de K- toets in.Gaat het lampje "J/M" niet branden,begin dan nog eens van voren af aan.^Draai de programmakeuzeschake-laar op de "11 uur" - stand.Het controlelampje "8" brandt niet.^Druk op de J/M- toets.Het controlelampje "8" knippert 1x kort.^Draai de programmakeuzeschake-laar op de "9 uur" - stand.Het controlelampje "8" geeft aan ofeen fabrieksinstelling gewijzigd is ofniet.–Wanneer het controlelampje "8"knippert, dan zijn de fabrieksinstel-lingen van kracht.–Wanneer het controlelampje "8" uitis, dan is minstens één fabrieksinstel-ling gewijzigd.^Wilt u de fabrieksinstelling terug-hebben, druk dan op de J/M-toets.^Schakel de afwasautomaat met deK- toets uit.Bediening37

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele G 1022 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden