Miele FN 12421 S Handleiding

Miele Koelen vriezen FN 12421 S

Bekijk gratis de handleiding van Miele FN 12421 S (52 pagina’s), behorend tot de categorie Koelen vriezen. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 59 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Miele FN 12421 S of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/52
Gebruiks-enmontage-aanwijzing
voordevrieskast
metNoFrost-systeem
FN12221S
FN12421S
FN12621S
FN12821S
Leesbeslistdegebruiksaanwijzing
voordatuuwapparaatplaatst,
installeerteningebruikneemt.
Datisveiligervooruzelfenuvoorkomt
onnodigeschadeaanuwapparaat.
M.-Nr.09291110
nl-NL

Beoordeel deze handleiding

4.9/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Koelen vriezen
Model: FN 12421 S
Apparaatplaatsing: Vrijstaand
Kleur van het product: Wit
Deurscharnieren: Rechts
Gewicht: 66700 g
Breedte: 600 mm
Diepte: 630 mm
Hoogte: 1450 mm
Snoerlengte: 2 m
Kinderslot: Ja
Geluidsniveau: 42 dB
Jaarlijks energieverbruik: 262 kWu
Energie-efficiëntieklasse (oud): A+
Brutocapaciteit vriezer: - l
Nettocapaciteit vriezer: 185 l
Vriescapaciteit: 16 kg/24u
Draairichting deur verwisselbaar: Ja
Bewaartijd bij stroomuitval: 24 uur
Snelvriesfunctie: Ja
Aantal planken vriezer: 6
Aantal sterren: 4*
Temperatuur alarm: Ja
No Frost system: Ja
Deur open alarm: Ja
Stroomgebruik per dag: 0.716 kWh/24u
LED-indicatoren: Temperatuur
Stroom: 1.3 A
Klimaatklasse: SN-T
Met slot: Ja
AC-ingangsspanning: 220 - 240 V
AC-ingangsfrequentie: 50 Hz
Type product: Vrieskast
Ijsblokjeshouder: Ja
Miele-technologieën (voedselopslag): VarioRoom

Handleiding Miele FN 12421 S – volledige tekst

Beschrijving van het apparaat. 4Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu. 6Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 7Het besparen van energie. 12Het in- en uitschakelen van de vrieskast. 13Vòòr het eerste gebruik. 13Het inschakelen van de vrieskast. 13Het uitschakelen van de vrieskast. 13Bij langere afwezigheid. 13Het wijzigen van instellingen. 14Instellingsmodus X. 14Het wijzigen van de lichtsterkte van het display. 14Het in- en uitschakelen van de vergrendeling. 15De juiste temperatuur. 17Het instellen van de temperatuur. 18Temperatuuraanduiding. 18Waarschuwingssysteem. 19Temperatuuralarm. 19Deuralarm. 19Het voortijdig uitschakelen van de zoemer. 19De functie "Superfrost". 20Het gebruik van de superfrost. 20Het invriezen en bewaren van levensmiddelen. 21Maximale vriescapaciteit. 21Isolatieplaat. 21Let daarbij op het volgende:. 21Het bewaren van diepvriesproducten.

22Wat gebeurt er bij het invriezen van verse levensmiddelen. 22Het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen. 23Waar u daarbij op moet letten. 23Het verpakken. 23Vóórdat u de verse levensmiddelen in het apparaat legt. 24Het inruimen. 24Het ontdooien van ingevroren levensmiddelen. 25Het bereiden van ijsblokjes. 25Het snelkoelen van dranken. 25Diepvriesplateau. 26Inhoud2.

a Aan / Uit - toetsb Superfrost - toetsc DisplayWordt het apparaat een tijdje nietbediend, verandert de lichtsterktevan het display automatisch in de in-gestelde lichtsterkte.Zodra er op één van de toetsenwordt gedrukt, brandt het display opmaximale sterkte.d Vergrendelingssymboole Menu - symbool(Instellingsmodus voor:– Lichtsterkte van het display– Vergrendeling)f Alarm - symboolg Temperatuuraanduidingh Temperatuurtoetsi Toets voor het uitschakelen van dezoemerj Superfrost - symboolk Lichtsterkte - symboolBeschrijving van het apparaat4

Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade.Het verpakkingsmateriaal is uitgekozenomdat dit het milieu relatief weinig be-last en kan worden hergebruikt.Door hergebruik van verpakkingsmate-riaal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van het apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten meestal nog waarde-volle materialen.Ze bevatten echter ook schadelijkestoffen die nodig zijn geweest om deapparaten goed en veilig te laten functi-oneren.Wanneer u uw oude apparaat bij hetgewone afval doet of er op een anderemanier niet goed mee omgaat, kunnendeze stoffen schadelijk zijn voor de ge-zondheid en het milieu.Verwijder uw oude apparaat dan ooknooit samen met het gewone afval,maar lever het in bij een gemeentelijkinzameldepot voor elektrische en elek-tronische apparatuur.Het afgedankte apparaat moet tot dietijd buiten het bereik van kinderen wor-den opgeslagen.Let erop dat de buisleidingen van uwapparaat niet worden beschadigd,wanneer dit wordt weggebracht om opvakkundige wijze en zonder het milieual te veel schade te berokkenen te wor-den verschroot.

Dit apparaat voldoet aan de voorge-schreven veiligheidsmaatregelen.Ondeskundig gebruik kan echterpersoonlijk letsel of beschadigingvan het apparaat tot gevolg hebben.Lees deze gebruiksaanwijzing daar-om eerst aandachtig door voordat udit apparaat voor het eerst gebruikt.Hierin vindt u belangrijke instructiesmet betrekking tot plaatsing, veilig-heid, gebruik en onderhoud.Bewaar deze gebruiksaanwijzing engeef deze door aan de eventuelevolgende eigenaar van het appa-raat.Efficiënt gebruik~Deze vrieskast is uitsluitendbestemd voor huishoudelijk of vergelijk-baar gebruik.Deze vrieskast is uitsluitendbestemd voor gebruik binnenshuis.Deze vrieskast is uitsluitendbestemd voor het bewaren van diep-vriesproducten, voor het invriezen enbewaren van verse levensmiddelen envoor het bereiden van ijs.Gebruik voor andere doeleinden is on-toelaatbaar en kan gevaarlijk zijn.De fabrikant is niet verantwoordelijkvoor schade die is ontstaan door ge-bruik voor andere doeleinden dan hieraangegeven of door een foutieve be-diening.~Personen die op grond van hunfysieke of psychische gesteldheid, hunonervarenheid of gebrek aan kennisvan het apparaat niet in staat zijn omhet veilig te bedienen, mogen het al-leen gebruiken als ze onder toezichtstaan van of worden geïnstrueerd dooreen verantwoordelijk persoon.Wanneer er kinderen in huiszijn~Kinderen vanaf acht jaar mogen hetapparaat zonder toezicht gebruiken,maar alleen als ze weten hoe het werkten wat voor gevaar zij lopen wanneerze het fout bedienen.~Kinderen onder de acht jaar mogenalleen in de buurt van het apparaat ko-men als ze constant onder toezichtstaan.~Wanneer er kinderen in de buurt vanhet apparaat zijn, houd ze dan goed inde gaten.Zorg ervoor dat ze er niet mee gaanspelen of aan de deur gaan hangen.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7

Technische veiligheid~Controleer vóórdat het apparaatwordt geplaatst, of het zichtbaar be-schadigd is. Een beschadigd apparaat mag niet ingebruik worden genomen. ~Dit koelapparaat bevat het koelmid-del isobutaan (R600a). Dit is een na-tuurlijk gas dat het milieu weinig belast,maar wel brandbaar is. Het gas is nietschadelijk voor de ozonlaag en ver-sterkt het broeikaseffect niet, maar hetgebruik van dit koelmiddel heeft er weltoe geleid dat het apparaat meer lawaaimaakt wanneer het aanstaat. Behalvede geluiden van de compressor kunnener dan in het hele koelsysteem stro-mingsgeluiden optreden. Deze effecten zijn helaas niet te ver-mijden, maar hebben geen negatieveinvloed op de capaciteit van het appa-raat. Let er bij het transport en bij de plaat-sing van het apparaat op dat er geenonderdelen van het koelsysteem wor-den beschadigd. Vrijkomend koelmid-del kan oogletsel veroorzaken.

Wordt het koelsysteem toch bescha-digd:–vermijd dan open vuur of anderebrandhaarden,–trek de stekker uit het stopcontact,–lucht het vertrek waar het apparaatstaat enkele minutenlang door–en neem contact op met de afdelingKlantcontacten. ~Hoe meer koelmiddel een koelappa-raat bevat, des te groter moet het ver-trek zijn waarin dit apparaat wordt ge-plaatst. Wanneer het vertrek te klein is kan zichbij een eventuele lek een brandbaarmengsel van gas en lucht vormen. Per 8 g koelmiddel moet het vertrekminstens 1 m3groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel van dit ap-paraat staat op het typeplaatje in debinnenkant van het apparaat. ~Dit apparaat moet precies volgensde gebruiksaanwijzing worden gemon-teerd en aangesloten. ~Vergelijk vóórdat u het apparaataansluit de aansluitgegevens (zekering,spanning en frequentie) op het type-plaatje met die van het elektriciteitsnet.

~Dit apparaat mag niet op het elektri-citeitsnet worden aangesloten via meer-voudige stopcontacten of via verleng-snoeren die daarvoor niet geschikt zijn. Gebeurt dat wel, dan bestaat er gevaarvoor oververhitting. ~Wanneer de aansluitkabel is be-schadigd, moet deze door een erkendvakman / vakvrouw worden vervangen. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8.

~De elektrische veiligheid van het ap-paraat is uitsluitend gegarandeerd alshet wordt aangesloten op een aar-dingssysteem dat volgens de geldendeveiligheidsbepalingen is geïnstalleerd.Laat de huisinstallatie bij twijfel dooreen erkend vakman / vakvrouw inspec-teren.De fabrikant kan niet aansprakelijk wor-den gesteld voor schade die wordt ver-oorzaakt door een ontbrekende of be-schadigde aarddraad (bijv.

een elektri-sche schok).~Installatie-, onderhouds- en repara-tiewerkzaamheden mogen alleen dooreen erkend vakman / vakvrouw wordenuitgevoerd.Gebeurt dat niet, dan kan de gebruikerrisico's lopen waarvoor de fabrikant nietaansprakelijk is.~Reparaties mogen tijdens de garan-tieperiode alleen door een technicusvan Miele worden uitgevoerd.Gebeurt dat niet, dan vervalt de garan-tie.~Installatie-, onderhouds- en repara-tiewerkzaamheden mogen alleen wor-den uitgevoerd als er geen elektrischespanning op het apparaat staat.Dat is het geval als aan één van de vol-gende voorwaarden is voldaan:–als de hoofdschakelaar van de huis-installatie is uitgeschakeld–of als de stekker uit het stopcontactis getrokken.Daarbij mag alleen aan de stekker enniet aan de aansluitkabel worden ge-trokken.~Defecte onderdelen mogen alleendoor originele Miele-onderdelen wor-den vervangen.Alleen van deze Miele-onderdelen kun-nen wij garanderen, dat zij volledig vol-doen aan de veiligheidseisen die wijstellen aan onze apparaten en onder-delen daarvan.~Dit apparaat mag niet op een niet-stationaire locatie (bijv.

Verdere tips voor het gebruik~Raak ingevroren levensmiddelen enmetalen gedeelten niet met natte han-den aan om letsel aan uw handen tevoorkomen. ~Nuttig ijsblokjes en ijslolly's, vooralwaterijsjes, nooit meteen nadat u ze uitde vrieskast heeft gehaald om letselaan lippen en tong te voorkomen. ~Vries geheel of gedeeltelijk ont-dooide levensmiddelen niet opnieuw in. Bereid deze levensmiddelen zo snelmogelijk omdat ze anders aan voe-dingswaarde verliezen en bederven. Als ontdooide levensmiddelen wordengekookt en gebraden kunnen ze welopnieuw worden ingevroren. ~Wanneer u levensmiddelen eet diete lang zijn bewaard, loopt u het risicoom voedselvergiftiging op te doen. De bewaartijd hangt van vele factorenaf, zoals de versheid en kwaliteit van delevensmiddelen en de temperatuurwaarop ze worden bewaard.

Neem de bewaartips en de uiterlijkehoudbaarheidsdatum van de levens-middelenfabrikanten in acht. ~Bewaar geen stoffen in het apparaatdie drijfgassen of andere verstuivings-middelen bevatten. Wanneer de thermostaat wordt inge-schakeld kunnen vonken ontstaan. Deze kunnen licht ontvlambare produc-ten tot explosie brengen. ~Gebruik geen elektrische apparatenin dit apparaat, bijv. voor het makenvan ijs. Dit om vonken en gevaar voor een ex-plosie te voorkomen. ~Bewaar geen blikjes en flessen in devrieskast die koolzuurhoudende dran-ken bevatten of vloeistoffen die kunnenbevriezen. Dit om te voorkomen dat de blikjes enflessen uit elkaar springen, dat u letseloploopt en dat het apparaat bescha-digd raakt. ~Haal flessen die u in de vrieskasthebt gelegd om snel te koelen er namaximaal één uur weer uit.

~Sluit de luchttoevoer- en luchtafvoer-roosters in het apparaat niet af om tevoorkomen dat er geen goede luchtge-leiding plaatsvindt, het stroomverbruikstijgt en de vrieskast beschadigd raakt.~Het apparaat heeft een bepaaldeklimaatklasse.

De klimaatklasse is eenkamertemperatuurbereik waar de tem-peratuur niet boven of onder mag lig-gen en staat aangegeven op het type-plaatje aan de binnenkant van uw ap-paraat.Een te lage temperatuur heeft tot ge-volg dat het apparaat voor langere tijdafslaat zodat het de vereiste tempera-tuur niet kan aanhouden.~Plaats wanneer u wilt ontdooiennooit elektrische verwarmingsappara-ten of kaarsen in het apparaat om tevoorkomen dat het kunststof bescha-digd raakt.~Gebruik geen ontdooisprays of an-dere middelen om te ontdooien.Deze kunnen explosieve gassen vor-men, oplosmiddelen of drijfgassen be-vatten die het kunststof beschadigen ofschadelijk zijn voor de gezondheid.~Gebruik voor het ontdooien en reini-gen van het apparaat nooit een stoom-reiniger, daar stoom in aanraking kankomen met spanningsvoerende delenvan het apparaat en zo kortsluiting ver-oorzaken.Wat te doen wanneer u het ap-paraat afdankt~Maak het slot onbruikbaar, zodatkinderen niet in het apparaat ingeslotenraken en in levensgevaar komen.~Beschadig geen delen van het koel-systeem, bijv.

Normaal energieverbruik Te hoog energieverbruikPlaats van het apparaat In geventileerde ruimtes In gesloten, niet geventileerderuimtesBlootgesteld aan zonnestralen Niet blootgesteld aan zonnestralenNiet naast een warmtebron (verwar-ming, fornuis)Naast een warmtebron (verwarming,fornuis)Bij een kamertemperatuur van ca.20 °CBij een hoge omgevingstemperatuurVentilatie-openingen niet blokkerenen regelmatig stofvrij makenTemperatuurinstellingin standenBij een instelling van èèn van demiddelste standen: 2 of 3.Hoe hoger de stand, hoe lager detemperatuur, des te hoger het ener-gieverbruikTemperatuurinstellingin gradenDigitale weergaveOpslagzone: 8 tot 12 °CBij apparaten met winterschakeling:schakel deze bij omgevingstempe-raturen lager dan 16 °C of 18 °C uit.Koelzone: 4 tot 5 °CPerfectFresh-zone: ca.

0 °CDiepvrieszone: -18 °CWijnopslagzone: 10 tot 12 °CDagelijks gebruik Plaatsing van de plateaus en vak-ken zoals bij leveringOpen de deur alleen indien nodigen zo kort mogelijk.Deur vaak en lang openen betekentkoudeverliesLeg de levensmiddelen bij het inrui-men meteen op de goede plek.Moet u lang zoeken, dan blijft dedeur te lang openstaan.Laat warme levensmiddelen eerstbuiten het apparaat afkoelen.Warme levensmiddelen laten demotor langer werken voor de ver-eiste temperatuur.Leg de levensmiddelen alleen afge-dekt of verpakt in het apparaat.Wanneer vloeibare stoffen in dekoelzone condenseren neemt dekoelcapaciteit af.Leg ingevroren producten in dekoelzone wanneer ze moeten ont-dooien.Belaad de vakken niet te vol zodatde lucht kan circuleren.Ontdooien Ontdooi het diepvriesgedeelte wan-neer er een ijslaag van maximaal0,5 cm in zit.Een ijslaag bemoeilijkt het invriezenen bewaren van producten en daar-door stijgt het energieverbruik.Het besparen van energie12

Vòòr het eerste gebruik^Reinig de binnenkant van het appa-raat en de toebehoren met lauwwarmwater.^Wrijf daarna alles met een doekdroog.Het inschakelen van de vries-kast^ Druk op de Aan/Uit - toets.De temperatuuraanduiding en hetalarm - symbool ; knipperen, totdathet in de vrieskast koud genoeg is.Voordat u voor de eerste keer le-vensmiddelen in de vrieskast legt,kunt u het apparaat het beste eenpaar uur laten voorkoelen.Wacht totdat de temperatuur tot min-stens -18°C is gezakt.Het uitschakelen van de vries-kast^Druk op de Aan/Uit - toets.De temperatuuraanduiding gaat uit.De koeling is uitgeschakeld.Bij langere afwezigheidWanneer u de vrieskast langere tijd nietmeer gebruikt, doe dan het volgende.^ Schakel het apparaat uit.^ Trek de stekker uit het stopcontact ofschakel de hoofdschakelaar uit.^ Reinig het apparaat.^ Laat de deur van het apparaat ietsopenstaan om te voorkomen dat erluchtjes ontstaan.Wanneer het apparaat in zulke ge-vallen wel wordt uitgeschakeld,maar niet wordt gereinigd en nietwordt opengezet, bestaat er gevaardat zich schimmel vormt.Het in- en uitschakelen van de vrieskast13

Instellingsmodus XBepaalde functies van het apparaatkunt u alleen in de instellingsmodus in-stellen.–Het in- en uitschakelen van de ver-grendeling 0–Het wijzigen van de lichtsterkte vanhet display sDe instellingsmodus wordt in het dis-play door menu-symbool X aangege-ven.Hoe u in de instellingsmodus komt enhoe u de instellingen wijzigt, wordt hier-onder beschreven.Het wijzigen van de lichtsterkte vanhet displayU kunt de lichtsterkte van het displayaan de omgeving aanpassen.Mogelijk zijn 5 standen. Stand 1 is stan-daard.^Druk ca.

^Druk zo vaak op de temperatuur-toets, totdat de gewenste lichtsterkteverschijnt.Hoe meer velden van de temperatuur-aanduiding branden, des te groter delichtsterkte van het display.Bevestig de gewijzigde instelling^ door opnieuw op de Superfrost –toets te drukken.Lichtsterkte-symbool s gaat knipperen.De nieuw gekozen instelling is nu be-vestigd.Wilt u de instellingsmodus verlaten,^druk dan op de Aan/Uit - toetsof^wacht 5 minuten.De symbolen voor het menu en de licht-sterkte gaan uit.De temperatuuraanduiding geeft de ge-wenste temperatuur aan.Het in- en uitschakelen van de ver-grendelingMet de vergrendeling kunt u voorkomendat het apparaat per ongeluk wordt uit-geschakeld.Het inschakelen van de vergrende-ling^Druk ca.

Het is voor de houdbaarheid van de le-vensmiddelen zeer belangrijk dat dejuiste temperatuur wordt ingesteld.Door micro-organismen bederven delevensmiddelen erg snel. De tempera-tuur beïnvloedt de snelheid waarmeede micro-organismen groeien. Hoe la-ger de temperatuur, des te langzamerde micro-organismen groeien en des telanger het duurt voordat de levensmid-delen bederven.Wanneer u voor het bewaren van le-vensmiddelen de juiste temperatuur in-stelt kunt u daarmee bederf voorkomenof vertragen.Stel, wanneer u verse levensmiddelenwilt invriezen en ingevroren levensmid-delen lange tijd wilt bewaren, een tem-peratuur in van -18°C. Bij deze tempe-ratuur wordt de groei van micro-orga-nismen voor het grootste gedeelte ge-stopt.Zodra de temperatuur boven de -10°Cstijgt begint het bederf door de micro-organismen en zijn de levensmiddelenminder lang houdbaar.

Daarom mogengeheel of gedeeltelijk ontdooide levens-middelen pas weer worden ingevrorenwanneer ze eerst verwerkt zijn, d.w.z.eerst gekookt of gebraden zijn. Door dehoge temperaturen worden de meestemicro-organismen gedood.De temperatuur in de vrieskast wordthoger, naarmate–de deur van het apparaat vakerwordt geopend en de deur langergeopend blijft;–er meer levensmiddelen in het appa-raat zijn opgeslagen;–er meer verse levensmiddelen wor-den ingevroren;–de omgevingstemperatuur hoger is.Het apparaat is geconstrueerd vooreen bepaalde klimaatklasse. Een kli-maatklasse is een temperatuurbe-reik, waar de kamertemperatuur nietboven of onder mag liggen.De juiste temperatuur17

Het instellen van de tempera-tuur^Druk zo vaak op de temperatuur-toets, totdat de gewenste tempera-tuur in de temperatuuraanduidingverschijnt.Drukt u voor het eerst op de toets, danknippert die temperatuurwaarde die hetlaatst is ingesteld.Laat u de toets niet los, verandert detemperatuurwaarde continu.Is de stand -32°C bereikt, dan wordtweer met -15°C begonnen.Binnen het aangegeven temperatuur-bereik (bijv. tussen de -15°C en -18°C)kan een iets lagere temperatuur wordeningesteld.^ Druk zo vaak op de temperatuur-toets, totdat in de temperatuuraan-duiding -15°C verschijnt.^Druk nog eens ca.

5 seconden langop de temperatuurtoets om een lage-re temperatuur in te stellen.Het apparaat neemt de lagere tempera-tuur over, maar dat is in de tempera-tuuraanduiding niet zichtbaar.TemperatuuraanduidingDe temperatuuraanduiding op hetbedieningspaneel geeft altijd de ge-wenste temperatuur aan.De temperatuur is instelbaar van -15°Ctot en met -32°C.De temperatuuraanduiding gaat knip-peren, wanneer–de temperatuur in het apparaat nietin het bereik van de temperatuuraan-duiding ligt, wat bij voorbeeld het ge-val kan zijn wanneer het apparaatnet is ingeschakeld;– er een andere temperatuur wordt in-gesteld;– de temperatuur in het apparaat eenpaar graden is gestegen, wat wijstop een koudeverlies.Dit koudeverlies is geen probleem,wanneer dit is ontstaan doordat u:–de deur van het apparaat een keervrij lang geopend houdt, bijv.

wan-neer de deur openstaat.Hoe kunnen wij het waarschu-wingssysteem inschakelen?Het systeem is automatisch klaar voorgebruik en hoeft niet apart te wordeningeschakeld.TemperatuuralarmWanneer de temperatuur in het appa-raat te veel stijgt, gaat er een zoemeren beginnen tegelijkertijd de tempera-tuuraanduiding en alarm-symbool ; teknipperen.Of het apparaat een temperatuur tehoog vindt, is afhankelijk van de inge-stelde temperatuur.De temperatuur stijgt te sterk, wanneer–u een vrij grote hoeveelheid verse le-vensmiddelen invriest;–u verse levensmiddelen invriest dienog warm zijn;–u levensmiddelen in de vrieskastlegt, hersorteert of eruit haalt en erdaarbij te veel warme lucht in deruimte stroomt;–de stroom uitgevallen is geweest;–het apparaat defect is.Zodra de juiste temperatuur weer is be-reikt, houdt de zoemer op en gaatalarm-symbool ; uit.Is de temperatuur vrij lange tijd ho-ger geweest dan -18°C, controleerdan of de ingevroren levensmid-delen geheel of gedeeltelijk zijn ont-dooid.Is dat het geval, verbruik deze le-vensmiddelen dan zo snel mogelijkof kook of braad ze, alvorens ze op-nieuw in te vriezen.DeuralarmDe zoemer gaat ook wanneer de deurvan het apparaat langer dan ca.

60 se-conden openstaat.Zodra de deur weer dicht is, houdt dezoemer op.Het voortijdig uitschakelen vande zoemerHindert de zoemer u, dan kunt u dezevoortijdig uitschakelen.^Druk op de toets voor het uitschake-len van de zoemer.De zoemer houdt op.Bij een temperatuuralarm brandtalarm-symbool ; constant en gaat pasuit, wanneer de juiste temperatuur weeris bereikt.Vanaf dat moment is het waarschu-wingssysteem weer klaar voor gebruik.Waarschuwingssysteem19

Het gebruik van de superfrostVerse levensmiddelen moeten zo snelmogelijk tot in de kern worden ingevro-ren. Alleen zo blijven voedingswaarde,vitaminen, vorm en smaak behouden.Voor het optimaal invriezen van dezelevensmiddelen kunt u daarom hetbeste de functie "Superfrost" inschake-len, en wel 6 tot 24 uur voordat udeinte vriezen levensmiddelen in het appa-raat legt.

24 Uur is voor de maximalevriescapaciteit.De superfrost schakelt u dus niet in:– wanneer u levensmiddelen in devrieskast legt die al ingevroren zijn;– wanneer u dagelijks slechts max.2 kg verse levensmiddelen in devrieskast legt.Het inschakelen van de superfrost^Druk op de Superfrost - toets.Superfrost–symbool ª licht op.De temperatuur in het apparaat daalten de koelcapaciteit is nu maximaal.Het uitschakelen van de superfrostDe superfrost wordt automatisch na ca.65 uur uitgeschakeld.Superfrost–symbool ª gaat uit.De koelcapaciteit van het apparaat isweer normaal.De functie "Superfrost"20

Maximale vriescapaciteitLevensmiddelen kunnen het best zosnel mogelijk tot in de kern worden in-gevroren. Daarvoor is het noodzakelijkdat de maximale vriescapaciteit nietwordt overschreden.De maximale vriescapaciteit binnen 24uur vindt u op het typeplaatje "Vriesca-paciteit ..... kg/24 h" en is berekend vol-gens de norm DIN EN ISO 15502.Isolatieplaat(Afhankelijk van het model; na te be-stellen)Voor het apparaat is een isolatieplaatbeschikbaar, waarmee u de diepvries-laden die u niet gebruikt kunt "uitscha-kelen", oftewel kunt isoleren.

Daarmeekunt u op energie besparen.Gebruik deze isolatieplaat wanneer uweinig levensmiddelen voor het appa-raat heeft.Let daarbij op het volgende:–Voor het invriezen en bewaren vanlevensmiddelen hebt u minstens 3diepvriesladen nodig, inclusief hetdiepvriesplateau.De andere laden kunt u als u dat wilt"uitschakelen" (isoleren), echter nietminder dan de onderste 2 diepvries-laden.–De laden die u wilt gebruiken moetenzich bovenin het apparaat bevinden.–De isolatieplaat moet worden ge-schoven onder de onderste diep-vrieslade die u wilt gebruiken.–Hoe minder laden u gebruikt, des teminder energie nodig is.

Door de iso-latieplaat te gebruiken kunt u flink openergie besparen.Bewaar in de "geïsoleerde" ladengeen levensmiddelen.Er kunnen daar namelijk tempera-tuurschommelingen optreden, waar-door de levensmiddelen kunnen be-derven.VoorbeeldStel u hebt maar 3 laden inclusief hetdiepvriesplateau nodig.^ Leg de levensmiddelen in de boven-ste 3 laden en zorg ervoor dat alleandere laden leeg zijn.^ Haal de vierde lade uit het apparaaten zet deze ergens anders neer.^Schuif de isolatieplaat onder de der-de lade.De overige laden worden nu "uitge-schakeld" (geïsoleerd).Het invriezen en bewaren van levensmiddelen21

Het bewaren van diepvriespro-ductenWilt u diepvriesproducten bewaren,controleer dan al vóórdat u ze koopt:–de verpakking op eventuele bescha-digingen;–de uiterste houdbaarheidsdatum vande diepvriesproducten en–de temperatuur van de diepvrieskistin de winkel.Komt deze boven de -18 °C, dan zijnde diepvriesproducten niet zo langhoudbaar als wanneer de tempera-tuur -18 °C is.^ Haal de diepvriesproducten uit dediepvrieskist wanneer u alle andereboodschappen al in uw wagentjehebt liggen en vervoer ze in kranten-papier of in een koeltas.^ Leg de diepvriesproducten thuis di-rect in het apparaat.Vries geheel of gedeeltelijk ontdooi-de levensmiddelen niet opnieuw in.Pas nadat u deze levensmiddelenhebt gekookt of gebraden kunt u zeopnieuw invriezen.Wat gebeurt er bij het invriezenvan verse levensmiddelen?Verse levensmiddelen moeten zo snelmogelijk tot in de kern worden ingevro-ren.

Alleen zo blijven voedingswaarde,vitaminen, vorm en smaak behouden.Hoe langzamer de levensmiddelen in-vriezen, des meer vocht komt er uitiedere cel vrij. Dit vocht komt in de tus-senruimten terecht.De cellen gaan krimpen.Wanneer de levensmiddelen ontdooienkomt slechts een deel van het vocht dateerder vrijkwam in de cellen terug.Praktisch betekent dit dat de levens-middelen veel vocht verliezen. Dat zietu aan de grote waterplas die zich omde levensmiddelen vormt wanneerdeze ontdooien.Wanneer de levensmiddelen snel hele-maal invriezen, heeft het vocht mindertijd om uit de cellen vrij te komen en inde tussenruimten terecht te komen.De cellen krimpen veel minder.Wanneer de levensmiddelen ontdooienkan de kleine hoeveelheid vocht dievrijgekomen is naar de cellen terugke-ren.

Het invriezen en bewaren vanverse levensmiddelenGebruik voor het invriezen alleen verselevensmiddelen waar geen rotte plek-ken in zitten. Waar u daarbij op moet letten–Geschikt om in te vriezen zijn:vers vlees, gevogelte, wildbraad, vis,groenten, kruiden, vers fruit, zuivel-producten, brood en banket, kliekjes,eigeel, eiwit en vele kant-en-klaar-producten. – Niet geschikt om in te vriezen zijn:druiven, kropsla, radijs, rammenas,zure room, mayonaise, hele eieren inde schaal, uien, hele appels en pe-ren. – Om kleur, smaak, aroma en vitamineC te behouden kunt u groenten enfruit het beste voor het invriezenblancheren. Breng daartoe een pan water aan dekook, voeg het voedsel daar portie-gewijs aan toe, laat het daar 2-3 mi-nuten in liggen, haal het eruit, laathet snel in koud water afkoelen enlaat het uitlekken.

–Mager vlees is beter geschikt om teworden ingevroren dan vet vlees enkan aanmerkelijk langer worden be-waard. –Leg tussen koteletten, biefstukjes,schnitzels enz. telkens een stukjehuishoudfolie. Zo voorkomt u dat stukken vlees aanelkaar vastvriezen. –Kruid en zout verse levensmiddelenen geblancheerde groente vóór hetinvriezen niet. Kruid en zout reeds bereide ge-rechten voor het invriezen slechtslicht. Sommige kruiden veranderende smaakintensiteit van de ge-rechten. –Laat warme gerechten en drankeneerst buiten het apparaat afkoelen. Doet u dat niet dan beginnen reedsingevroren levensmiddelen te ont-dooien en wordt er meer stroom ver-bruikt dan nodig is. Het verpakken^ Vries de levensmiddelen per portiein.

Geschikte verpakking- kunststof folie- diepvrieszakken van polyethyleen- aluminiumfolie- diepvriesbakjeOngeschikte verpakking- pakpapier- braadpapier- cellofaan- afvalzakken- gebruikte plastic zakken^Druk de lucht uit de verpakking. ^Sluit de verpakking goed af met:- elastiekjes- kunststof klipjes- touwtjes of- koudebestendig plakband. Zakken en diepvrieszakken van poly-ethyleen kunt u ook met een sealap-paraat afsluiten.

Vóórdat u de verse levensmiddelenin het apparaat legtGaat het om een hoeveelheid van meerdan 2 kg,^schakel dan enige tijd voor het inrui-men de superfrost in.Zie hoofdstuk: "De functie "Super-frost"".De levensmiddelen die al zijn ingevro-ren krijgen zo een koudereserve.Het inruimenLet op de maximale belading vandiepvriesladen en glasplaten.- Bovenste diepvrieslade:15 kg- Andere diepvriesladen: 25 kg- Glasplaten: 35 kgLeg in te vriezen levensmiddelenniet tegen reeds ingevroren levens-middelen om te voorkomen dat delaatste gaan ontdooien.^Zorg ervoor dat het materiaal waarinde in te vriezen levensmiddelen zijnverpakt droog is, zodat ze niet aanelkaar of aan de bodem van de diep-vriesladen vastvriezen.–Kleine hoeveelheidDeze kan het beste in èèn van de on-derste diepvriesladen worden gelegd.^Leg de levensmiddelen over de helebreedte op de bodem van de diep-vriesladen, zodat ze zo snel mogelijktot in de kern worden ingevroren.Wanneer u de diepvriesladen uit hetapparaat haalt, let dan op het vol-gende.De onderste diepvrieslade moet inhet apparaat blijven zitten.Leg de levensmiddelen zo op deglasplaat dat de ventilatiegleuvenaan de achterwand van het appa-raat niet worden afgedekt.Gebeurt dat wel, kan het apparaatniet goed meer functioneren enwordt er meer energie verbruikt dannodig is.– Maximale hoeveelheid (zie type-plaatje)^ Haal de diepvriesladen uit het appa-raat.^ Leg de levensmiddelen over de helebreedte op de onderste glasplaten,zodat ze zo snel mogelijk tot in dekern worden ingevroren.– Grote stukken vleesWanneer u een groot stuk vlees wilt in-vriezen, bijv.

kalkoen of wildbraad kuntu de glasplaten tussen de diepvriesla-den het beste verwijderen. Zo is ermeer plaats.^Haal de diepvriesladen uit het appa-raat, til de glasplaten iets op en haalze uit het apparaat.Het invriezen en bewaren van levensmiddelen24

Het ontdooien van ingevrorenlevensmiddelenDat kunt u doen–in de magnetron;–in de oven bij het verwarmingssys-teem "Hetelucht" of "Ontdooien";–bij kamertemperatuur;–in de koelkast (de koude die daarbijvrijkomt kan voor het koelen van deandere levensmiddelen worden ge-bruikt);–in de stoomoven.Platte stukken vlees en vis kunnengedeeltelijk ontdooid in een hete braad-pan worden gelegd.Stukken vlees en vis (bijv. gehakt, kip,visfilet) kunnen het beste worden ont-dooid wanneer ze niet tegen andere le-vensmiddelen aankomen. Het vrijgeko-men vocht moet worden opgevangenen zorgvuldig verwijderd.Fruit kan bij kamertemperatuur zowel inde verpakking als ook in een afgedekteschaal worden ontdooid.Groente kan in het algemeen in bevro-ren toestand aan kokend water wordentoegevoegd of in heet vet worden ge-stoofd.

De kooktijd is iets korter dan bijverse groente.Vries geheel of gedeeltelijk ontdooi-de levensmiddelen niet opnieuw in.Pas nadat u deze levensmiddelenhebt gekookt of gebraden, kunt u zeopnieuw invriezen.Het bereiden van ijsblokjes^Vul het bakje voor ijsblokjes voordriekwart met water.^Zet het bakje op de bodem van eendiepvrieslade.^Wanneer het bakje is vastgevroren,gebruik dan een stomp voorwerp,bijv.

een lepelsteel om het los te ma-ken.^ Wanneer het bakje even onder stro-mend water wordt gehouden laten deijsblokjes gemakkelijk los.Het snelkoelen van drankenBewaar geen blikjes en flessen in devrieskast die koolzuurhoudende dran-ken bevatten of vloeistoffen die kunnenbevriezen.De blikjes en flessen kunnen in dat ge-val uit elkaar springen, u zou zich kun-nen verwonden en er zou schade kun-nen ontstaan.Wanneer u flessen drank (zonder kool-zuur) in de vrieskast hebt gelegd omsnel te koelen, haal ze er dan na maxi-maal èèn uur weer uit.Doet u dat niet, springen ze uit elkaar.Het invriezen en bewaren van levensmiddelen25

DiepvriesplateauOp het diepvriesplateau kunt u kleinereproducten invriezen, niet alleen fruit engroenten maar ook kruiden, zonder datdat ten koste gaat van de kwaliteit.^ Leg de in te vriezen producten op hetdiepvriesplateau.^ Laat de producten 10 tot 12 uur ste-vig invriezen.^ Hevel ze over in een diepvrieszak ofdiepvriesbakje en leg ze in de diep-vriesladen.Het gebruik van de koude-accuDoor een koude-accu te gebruikenvoorkomt u dat de temperatuur in dediepvrieszone snel stijgt wanneer destroom is uitgevallen. Daardoor zijn delevensmiddelen langer houdbaar.^Leg de koude-accu in de bovenstediepvrieslade.Na ca.

24 uur bereikt de koude-accuzijn maximale koelcapaciteit.Is er sprake van een stroomstoring,^leg de bevroren koude-accu dan di-rect op de levensmiddelen vòòr in debovenste lade.Wanneer u verse levensmiddelen in hetapparaat wilt leggen, gebruik de kou-de-accu dan om een scheiding aan tebrengen tussen reeds ingevroren enverse levensmiddelen, zodat de eerstegroep niet gaat ontdooien.De koude-accu kan ook korte tijd wor-den gebruikt voor het koelen van le-vensmiddelen en dranken in eenkoeltas.Het invriezen en bewaren van levensmiddelen26

Het apparaat is uitgerust met een"NoFrost" - systeem, waardoor het auto-matisch ontdooit.Het vrijkomende vocht slaat op de ver-damper neer en ontdooit en verdamptregelmatig vanzelf.Doordat het apparaat automatisch ont-dooit blijft het altijd ijsvrij.Door dit bijzondere systeem is er geengevaar dat de levensmiddelen begin-nen te ontdooien!Het automatisch ontdooien van het apparaat27

Let erop dat er geen water in deelektronica of in de ventilatie-ope-ningen terechtkomt.Gebruik geen stoomreiniger.Stoom kan in aanraking komen metdelen van het apparaat die onderspanning staan en zo kortsluitingveroorzaken.Het typeplaatje in de binnenruimtevan het apparaat mag niet wordenverwijderd.

De gegevens zijn nodigin het geval er een storing optreedt.Om beschadigingen aan het opper-vlak te voorkomen, mag u de volgen-de producten bij het reinigen niet ge-bruiken:– zuur-, soda-, ammoniak- of chloride-houdende reinigingsmiddelen;– kalkoplossende reinigingsmiddelen;– schurende reinigingsmiddelen zoalsschuurpoeder;–oplosmiddelhoudende reinigingsmid-delen;–reinigingsmiddelen voor roestvrijstaal;–reinigingsmiddelen voor afwasauto-maten;–ovensprays;–glasreinigers;–schurende artikelen zoals schuur-sponsjes, borsteltjes of puim-steentjes;–scherpe schrapers.Voor het reinigen^Schakel het apparaat uit.^Haal de stekker uit het stopcontact ofschakel de hoofdschakelaar uit.^Haal de ingevroren levensmiddelenuit het apparaat en sla deze op eenkoele plaats op.^Haal alle uitneembare onderdelen uithet apparaat.Het reinigen van de vrieskast28

Het reinigen van de binnen-ruimte en de toebehoren^Reinig de binnenruimte en de toebe-horen met lauwwarm water en reini-gingsmiddel.Het bakje voor de ijsblokjes (modelaf-hankelijk) kan in de afwasautomaatworden gewassen.De temperatuur van het gekozen af-wasprogramma mag niet hoger zijndan 55 °C!Kunststof onderdelen kunnen in deafwasautomaat verkleuren, wanneerze in aanraking komen met natuur-lijke kleurstoffen, zoals die van wor-tels, tomaten en ketchup.Verkleuringen hebben echter geennegatief effect op de stabiliteit vande onderdelen.^ Reinig de diepvriesladen en de glas-platen met de hand, want deze on-derdelen mogen niet in de afwas-automaat worden gereinigd.^Neem binnenruimte en toebehorendaarna met helder water af en wrijfalles met een doek droog.^Laat de deur van de vrieskast kortetijd openstaan.Het reinigen van de deur en dezijwandenVuil op deur en zijwanden kan hetbeste meteen worden verwijderd.Hoe langer vuil inwerkt, des te moei-lijker wordt het om het te verwijde-ren.

Bovendien kan het oppervlakverkleuren of beschadigd raken.Alle oppervlakken zijn gevoelig voorkrassen.Bovendien kunnen ze verkleuren ofbeschadigd raken wanneer ze metongeschikte reinigingsmiddelen inaanraking komen.^ Reinig de oppervlakken met eenschone doek, lauwwarm water en rei-nigingsmiddel.U kunt ook een schoon, vochtig mi-crovezeldoekje zonder reinigingsmid-del gebruiken.^Neem deur en zijwanden daarna methelder water af en wrijf alles met eendoek droog.Het reinigen van de vrieskast29

Het reinigen van de deurdich-tingBehandel de deurdichting niet metolie of vet om te voorkomen datdeze in de loop van de tijd poreuswordt.^Reinig de deurdichting regelmatig al-leen met helder water en wrijf dezedaarna met een doek grondig droog.Het reinigen van de ventilatie-openingen^ Reinig de ventilatie-openingen regel-matig met een kwast of stofzuiger.Wanneer er zich stof ophoopt, wordt eronnodig veel energie verbruikt.Het reinigen van het metalenrooster aan de achterkant^ Maak het metalen rooster aan deachterkant van het apparaat (warmte-wisselaar) minstens eenmaal in hetjaar stofvrij.Wanneer er zich stof ophoopt wordt eronnodig veel energie verbruikt.Let er bij het reinigen van het meta-len rooster op dat er geen kabels ofandere onderdelen worden afge-scheurd, geknikt of beschadigd.Na het reinigen^Sluit de deur van de vrieskast.^Sluit het apparaat weer aan.^Schakel het apparaat weer in.^Schakel de superfrost in, zodat het inde vrieskast weer snel koud wordt.^Leg de ingevroren levensmiddelenweer terug in de diepvriesladen.^Schuif de diepvriesladen weer in hetapparaat, zodra de temperatuur laaggenoeg is.^ Schakel de superfrost weer uit, zodraeen constante temperatuur van min-stens -18 °C is bereikt.Het reinigen van de vrieskast30

Het volgende overzicht helpt u daarbij.Neem contact op met Miele als u de oorzaak van een probleem niet kunt vinden ofhet probleem niet kunt verhelpen.Open de deur van het apparaat als het enigszins mogelijk is niet vóórdat de sto-ring is verholpen.Op deze manier houdt u het koudeverlies zo gering mogelijk.Installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen alleen door eenerkend vakman / vakvrouw worden uitgevoerd.Gebeurt dat niet, dan kan de gebruiker risico's lopen waarvoor de fabrikantniet aansprakelijk is.Probleem Oorzaak OplossingHet apparaat doethet niet.Het apparaat is niet ingescha-keld en de temperatuuraandui-ding brandt niet.^ Druk op de Aan/Uit -toets.De stekker zit niet goed in hetstopcontact.^ Steek de stekker inhet stopcontact.De hoofdschakelaar van deelektrische huisinstallatie is welingeschakeld.

60 uur gaat de su-perfrost automatisch uit.Om energie te besparenkunt u de superfrost zelf aleerder uitschakelen en wel^door op de Superfrost –toets te drukken.Het apparaat slaatvaker en voorlangere tijd aan.De ventilatieroosters zijn af-gedekt of stoffig.^Zorg ervoor dat de venti-latieroosters niet wordenafgedekt.^ Stof de ventilatieroostersen de warmtewisselaar re-gelmatig af.Het metalen rooster (warm-tewisselaar) aan de achter-wand van het apparaat isstoffig.De deur van het apparaat isvaak open en dicht gedaanof er zijn ineens grote hoe-veelheden verse levensmid-delen ingevroren.Open de deur alleen als hetecht nodig is en dan nog zokort mogelijk.De vereiste temperatuurwordt na een tijdje vanzelfwel weer bereikt.^ Neem de aanwijzingen inhet hoofdstuk: "Het invrie-zen en bewaren van le-vensmiddelen" in acht.De deur gaat niet meergoed dicht.De temperatuur in het ver-trek is te hoog.Hoe hoger de temperatuurin het vertrek, hoe langerhet apparaat staat te ron-ken.^Neem de aanwijzingen inhet hoofdstuk: "Het plaat-sen van het apparaat" inacht.Nuttige tips32

Probleem Oorzaak OplossingHet apparaat is conti-nu in werking.Wanneer het apparaat min-der vriescapaciteit nodigheeft, schakelt het over opeen lager toerental om ener-gie te besparen.Daardoor is het ook langeretijd in werking.Superfrost-symbool ª en detemperatuuraandui-ding knipperen.Er is sprake van een defect.^Neem contact op met deafdeling Klantcontactenvan Miele Nederland.Symbool r brandt. De demo-functie is geacti-veerd.Hiermee kan de vakhandelhet apparaat presenterenzonder de koeling in te hoe-ven schakelen.Voor particulier gebruik isdeze instelling niet relevant.^Schakel de demo-functieuit.Zie hoofdstuk: "Informatievoor handelaren".Nuttige tips33

Probleem Oorzaak OplossingDe zoemer gaat enalarm-symbool ;knippert.De temperatuur in het appa-raat is te hoog, doordat–de deur van het apparaatvaak open is gedaan;–een grote hoeveelheid le-vensmiddelen is ingevro-ren, zonder dat de super-frost ingeschakeld is ge-weest;–de stroom langere tijd uit-gevallen is geweest.Zodra het in de vrieskastkoud genoeg is, houdt dezoemer op en gaat alarm-symbool ; uit.Controleer dan of de le-vensmiddelen geheel of ge-deeltelijk zijn ontdooid.Is dat het geval, kook of bakze dan eerst voordat u zeweer invriest.Er vormt zich ijs aanhet NoFrost-systeem.Dat is geen storing, maarbevroren condens.Dat kan de volgende oorza-ken hebben.– De deur van het apparaatis vaak en/of vrij lange tijdopen geweest.– Er zijn ineens grote hoe-veelheden verse levens-middelen ingevroren.–De luchtvochtigheid in hetvertrek is gestegen.Houd de deur van het ap-paraat zoveel mogelijk ge-sloten.De ijslaag wordt door hetNoFrost-systeem na eenpaar dagen automatischontdooid.De ingevroren le-vensmiddelen zijnvastgevroren.^Maak ze met een stompvoorwerp, bijv.

Vaak voorkomen-de geluidenWaar komen deze geluiden vandaan?Brrrrr ... Dit brommende geluid komt van de motor (compressor). Wan-neer de motor aanslaat klinkt dit geluid nog iets sterker.Blub, blub ... Deze klotsende, gorgelende of snorrende geluiden komenvan de koelvloeistof die door de leidingen stroomt.Klik ... Dit klikkende geluid is altijd te horen wanneer de thermostaatde motor in- of uitschakelt.Sssrrrrr ... Dit ruisende geluid is te horen bij apparaten die over verschillendezones of over een NoFrost-systeem beschikken en wordt veroor-zaakt door de luchtstroming in de binnenruimte van het apparaat.Knak ...

Het knakken is altijd dan te horen, wanneer het materiaal inhet apparaat uitzet.Bedenk dat dit soort geluiden niet te vermijden zijn.Geluiden diegemakkelijk teverhelpen zijnOorzaak OplossingKlapperende enrammelende ge-luidenHet apparaat staat niet water-pas.Stel het apparaat met behulpvan een waterpas. Gebruikdaarvoor de stelvoeten onderhet apparaat of leg er iets onder.Het apparaat komt tegen anderemeubels of apparaten aan.Schuif ze uit elkaar.Uitneembare onderdelen zoalsladen, vakken, plateaus ofmanden zitten niet goed ophun plaats.Zet ze goed op hun plaats.Flessen of andere stukken ser-viesgoed komen tegen elkaaraan.Zet ze uit elkaar.De kabelhouder die voor hettransport wordt gebruikt zitnog aan de achterwand vanhet apparaat.Verwijder de kabelhouder.Geluiden en de oorzaken ervan35

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele FN 12421 S stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden