Miele F 9122 Ui-1 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele F 9122 Ui-1 (48 pagina’s), behorend tot de categorie Koelen vriezen. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 53 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Miele F 9122 Ui-1 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Koelen vriezen |
| Model: | F 9122 Ui-1 |
| Apparaatplaatsing: | Ingebouwd |
| Kleur van het product: | Wit |
| Deurscharnieren: | Rechts |
| Ingebouwd display: | Ja |
| Gewicht: | 43600 g |
| Breedte: | 597 mm |
| Diepte: | 555 mm |
| Hoogte: | 819 mm |
| Geluidsniveau: | 39 dB |
| Jaarlijks energieverbruik: | 198 kWu |
| Brutocapaciteit vriezer: | - l |
| Nettocapaciteit vriezer: | 97 l |
| Vriescapaciteit: | 12 kg/24u |
| Geschikt voor paneelaanpassing: | Ja |
| Bewaartijd bij stroomuitval: | 24 uur |
| Aantal planken vriezer: | 3 |
| Aantal sterren: | 4* |
| Temperatuur alarm: | Ja |
| Installatie compartiment breedte: | 600 mm |
| Installatie compartiment diepte: | 550 mm |
| Installatie compartiment hoogte: | 870 mm |
| Stroomgebruik per dag: | 0.542 kWh/24u |
| Stroom: | 10 A |
| Deurpaneel inbegrepen: | Nee |
| Klimaatklasse: | SN-T |
| AC-ingangsspanning: | 220 - 240 V |
| AC-ingangsfrequentie: | 50 Hz |
| Type product: | Staand |
| Ijsblokjeshouder: | Ja |
Handleiding Miele F 9122 Ui-1 – volledige tekst
Beschrijving van het apparaat. 4Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu. 5Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 6Het besparen van energie. 11Het in- en uitschakelen van de vrieskast. 12Bij langere afwezigheid. 12De juiste temperatuur. 13. inde. 13vrieskastHet instellen van de temperatuur. 14Temperatuuraanduiding. 14Waarschuwingssysteem. 15Hoe kunnen wij het waarschuwingssysteem inschakelen. 15Temperatuuralarm. 15De functie "Superfrost". 16Het gebruik van de superfrost. 16Het invriezen en bewaren van levensmiddelen. 17Maximale vriescapaciteit. 17Het bewaren van diepvriesproducten. 17Wat gebeurt er bij het invriezen van verse levensmiddelen. 17Het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen. 18Waar u daarbij op moet letten. 18Het verpakken. 18Vóór het inruimen. 19Het inruimen. 19Het ontdooien van ingevroren levensmiddelen. 20Het bereiden van ijsblokjes.
Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade.Het verpakkingsmateriaal is uitgekozenomdat dit het milieu relatief weinig be-last en kan worden hergebruikt.Door hergebruik van verpakkingsmate-riaal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van het apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten meestal nog waarde-volle materialen.Ze bevatten echter ook schadelijkestoffen die nodig zijn geweest om deapparaten goed en veilig te laten functi-oneren.Wanneer u uw oude apparaat bij hetgewone afval doet of er op een anderemanier niet goed mee omgaat, kunnendeze stoffen schadelijk zijn voor de ge-zondheid en het milieu.Verwijder uw oude apparaat dan ooknooit samen met het gewone afval,maar lever het in bij een gemeentelijkinzameldepot voor elektrische en elek-tronische apparatuur.Het afgedankte apparaat moet tot dietijd buiten het bereik van kinderen wor-den opgeslagen.Let erop dat de buisleidingen van uwapparaat niet worden beschadigd,wanneer dit wordt weggebracht om opvakkundige wijze en zonder het milieual te veel schade te berokkenen te wor-den verschroot.
Dit apparaat voldoet aan de voorge-schreven veiligheidsmaatregelen.Ondeskundig gebruik kan echterpersoonlijk letsel of beschadigingvan het apparaat tot gevolg hebben.Lees deze gebruiksaanwijzing daar-om eerst aandachtig door voordat udit apparaat voor het eerst gebruikt.Hierin vindt u belangrijke instructiesmet betrekking tot inbouw, veilig-heid, gebruik en onderhoud.Bewaar deze gebruiksaanwijzing engeef deze door aan de eventuelevolgende eigenaar van het appa-raat.Efficiënt gebruik~Deze vrieskast is uitsluitendbestemd voor huishoudelijk of vergelijk-baar gebruik.Deze vrieskast is uitsluitendbestemd voor gebruik binnenshuis.Deze vrieskast is uitsluitendbestemd voor het bewaren van diep-vriesproducten, voor het invriezen enbewaren van verse levensmiddelen envoor het bereiden van ijs.Gebruik voor andere doeleinden is on-toelaatbaar en kan gevaarlijk zijn.De fabrikant is niet verantwoordelijkvoor schade die is ontstaan door ge-bruik voor andere doeleinden dan hieraangegeven of door een foutieve be-diening.~Personen die op grond van hunfysieke of psychische gesteldheid, hunonervarenheid of gebrek aan kennisvan het apparaat niet in staat zijn omhet veilig te bedienen, mogen het al-leen gebruiken als ze onder toezichtstaan van of worden geïnstrueerd dooreen verantwoordelijk persoon.Wanneer er kinderen in huiszijn~Kinderen vanaf acht jaar mogen hetapparaat zonder toezicht gebruiken,maar alleen als ze weten hoe het werkten wat voor gevaar zij lopen wanneerze het fout bedienen.~Kinderen onder de acht jaar mogenalleen in de buurt van het apparaat ko-men als ze constant onder toezichtstaan.~Wanneer er kinderen in de buurt vanhet apparaat zijn, houd ze dan goed inde gaten.Zorg ervoor dat ze er niet mee gaanspelen of aan de deur gaan hangen.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6
Technische veiligheid~Controleer vóórdat het apparaatwordt geplaatst, of het zichtbaar be-schadigd is. Een beschadigd apparaat mag niet ingebruik worden genomen. ~Dit koelapparaat bevat het koelmid-del isobutaan (R600a). Dit is een na-tuurlijk gas dat het milieu weinig belast,maar wel brandbaar is. Het gas is nietschadelijk voor de ozonlaag en ver-sterkt het broeikaseffect niet, maar hetgebruik van dit koelmiddel heeft er weltoe geleid dat het apparaat meer lawaaimaakt wanneer het aanstaat. Behalvede geluiden van de compressor kunnener dan in het hele koelsysteem stro-mingsgeluiden optreden. Deze effecten zijn helaas niet te ver-mijden, maar hebben geen negatieveinvloed op de capaciteit van het appa-raat. Let er bij het transport en bij de plaat-sing van het apparaat op dat er geenonderdelen van het koelsysteem wor-den beschadigd. Vrijkomend koelmid-del kan oogletsel veroorzaken.
Wordt het koelsysteem toch bescha-digd:– vermijd dan open vuur of anderebrandhaarden,– trek de stekker uit het stopcontact,– lucht het vertrek waar het apparaatstaat enkele minutenlang door– en neem contact op met de afdelingKlantcontacten. ~Hoe meer koelmiddel een koelappa-raat bevat, des te groter moet het ver-trek zijn waarin dit apparaat wordt ge-plaatst. Wanneer het vertrek te klein is kan zichbij een eventuele lek een brandbaarmengsel van gas en lucht vormen. Per 8 g koelmiddel moet het vertrekminstens 1 m3groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel van dit ap-paraat staat op het typeplaatje in debinnenkant van het apparaat. ~Dit apparaat moet precies volgensde gebruiksaanwijzing worden gemon-teerd en aangesloten. ~Vergelijk vóórdat u het apparaataansluit de aansluitgegevens (zekering,spanning en frequentie) op het type-plaatje met die van het elektriciteitsnet.
~Dit apparaat mag niet op het elektri-citeitsnet worden aangesloten via meer-voudige stopcontacten of via verleng-snoeren die daarvoor niet geschikt zijn. Gebeurt dat wel, dan bestaat er gevaarvoor oververhitting. ~Wanneer de aansluitkabel is be-schadigd, moet deze door een erkendvakman / vakvrouw worden vervangen. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7.
~De elektrische veiligheid van het ap-paraat is uitsluitend gegarandeerd alshet wordt aangesloten op een aar-dingssysteem dat volgens de geldendeveiligheidsbepalingen is geïnstalleerd.Laat de huisinstallatie bij twijfel dooreen erkend vakman / vakvrouw inspec-teren.De fabrikant kan niet aansprakelijk wor-den gesteld voor schade die wordt ver-oorzaakt door een ontbrekende of be-schadigde aarddraad (bijv.
een elektri-sche schok).~Installatie-, onderhouds- en repara-tiewerkzaamheden mogen alleen dooreen erkend vakman / vakvrouw wordenuitgevoerd.Gebeurt dat niet, dan kan de gebruikerrisico's lopen waarvoor de fabrikant nietaansprakelijk is.~Reparaties mogen tijdens de garan-tieperiode alleen door een technicusvan Miele worden uitgevoerd.Gebeurt dat niet, dan vervalt de garan-tie.~Installatie-, onderhouds- en repara-tiewerkzaamheden mogen alleen wor-den uitgevoerd als er geen elektrischespanning op het apparaat staat.Dat is het geval als aan één van de vol-gende voorwaarden is voldaan:– als de hoofdschakelaar van de huis-installatie is uitgeschakeld– of als de stekker uit het stopcontactis getrokken.Daarbij mag alleen aan de stekker enniet aan de aansluitkabel worden ge-trokken.~Defecte onderdelen mogen alleendoor originele Miele-onderdelen wor-den vervangen.Alleen van deze Miele-onderdelen kun-nen wij garanderen, dat zij volledig vol-doen aan de veiligheidseisen die wijstellen aan onze apparaten en onder-delen daarvan.~Dit apparaat mag niet op een niet-stationaire locatie (bijv.
Verdere tips voor het gebruik~Raak ingevroren levensmiddelen enmetalen gedeelten niet met natte han-den aan om letsel aan uw handen tevoorkomen. ~Nuttig ijsblokjes en ijslolly's, vooralwaterijsjes, nooit meteen nadat u ze uitde diepvrieszone heeft gehaald om let-sel aan lippen en tong te voorkomen. ~Vries geheel of gedeeltelijk ont-dooide levensmiddelen niet opnieuw in. Bereid deze levensmiddelen zo snelmogelijk omdat ze anders aan voe-dingswaarde verliezen en bederven. Als ontdooide levensmiddelen wordengekookt en gebraden kunnen ze welopnieuw worden ingevroren. ~Wanneer u levensmiddelen eet diete lang zijn bewaard, loopt u het risicoom voedselvergiftiging op te doen. De bewaartijd hangt van vele factorenaf, zoals de versheid en kwaliteit van delevensmiddelen en de temperatuurwaarop ze worden bewaard.
Neem de bewaartips en de uiterlijkehoudbaarheidsdatum van de levens-middelenfabrikanten in acht. ~Bewaar geen stoffen in het apparaatdie drijfgassen of andere verstuivings-middelen bevatten. Wanneer de thermostaat wordt inge-schakeld kunnen vonken ontstaan. Deze kunnen licht ontvlambare produc-ten tot explosie brengen. ~Gebruik geen elektrische apparatenin dit apparaat, bijv. voor het makenvan ijs. Dit om vonken en gevaar voor een ex-plosie te voorkomen. ~Bewaar geen blikjes en flessen in devrieskast die koolzuurhoudende dran-ken bevatten of vloeistoffen die kunnenbevriezen. Dit om te voorkomen dat de blikjes enflessen uit elkaar springen, dat u letseloploopt en dat het apparaat bescha-digd raakt. ~Haal flessen die u in de vrieskasthebt gelegd om snel te koelen er namaximaal één uur weer uit.
~Behandel de deurdichting niet metolie of vet om te voorkomen dat deze inde loop van de tijd poreus wordt. ~Sluit de luchttoevoer- en luchtafvoer-roosters in de sokkel niet af om te voor-komen dat er geen goede luchtgelei-ding plaatsvindt, het stroomverbruikstijgt en de vrieskast beschadigd raakt. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9.
De klimaatklasse is eenkamertemperatuurbereik waar de tem-peratuur niet boven of onder mag lig-gen en staat aangegeven op het type-plaatje aan de binnenkant van uw ap-paraat.Een te lage temperatuur heeft tot ge-volg dat het apparaat voor langere tijdafslaat zodat het de vereiste tempera-tuur niet kan aanhouden.~Plaats wanneer u wilt ontdooiennooit elektrische verwarmingsappara-ten of kaarsen in het apparaat om tevoorkomen dat het kunststof bescha-digd raakt.~Gebruik geen ontdooisprays of an-dere middelen om te ontdooien.Deze kunnen explosieve gassen vor-men, ze kunnen oplosmiddelen of drijf-gassen bevatten die het kunststof be-schadigen of ze kunnen schadelijk zijnvoor de gezondheid.~Gebruik voor het ontdooien en reini-gen van het apparaat nooit een stoom-reiniger, daar stoom in aanraking kankomen met spanningsvoerende delenvan het apparaat en zo kortsluiting ver-oorzaken.Wat te doen wanneer u het ap-paraat afdankt~Maak het slot onbruikbaar, zodatkinderen niet in het apparaat ingeslotenraken en in levensgevaar komen.~Beschadig geen delen van het koel-systeem, bijv.
Normaal energieverbruik Te hoog energieverbruikPlaats van het apparaat In geventileerde ruimtes In gesloten, niet geventileerderuimtesBlootgesteld aan zonnestralen Niet blootgesteld aan zonnestralenNiet naast een warmtebron (verwar-ming, fornuis)Naast een warmtebron (verwarming,fornuis)Bij een kamertemperatuur van ca.20 °CBij een hoge omgevingstemperatuurVentilatie-openingen niet blokkerenen regelmatig stofvrij makenTemperatuurinstellingin standenBij een instelling van èèn van demiddelste standen: 2 of 3.Hoe hoger de stand, hoe lager detemperatuur, des te hoger het ener-gieverbruikTemperatuurinstellingin gradenDigitale weergaveOpslagzone: 8 tot 12 °CBij apparaten met winterschakeling:schakel deze bij omgevingstempe-raturen lager dan 16 °C of 18 °C uit.Koelzone: 4 tot 5 °CPerfectFresh-zone: ca.
0 °CDiepvrieszone: -18 °CWijnopslagzone: 10 tot 12 °CDagelijks gebruik Plaatsing van de plateaus en vak-ken zoals bij leveringOpen de deur alleen indien nodigen zo kort mogelijk.Deur vaak en lang openen betekentkoudeverliesLeg de levensmiddelen bij het inrui-men meteen op de goede plek.Moet u lang zoeken, dan blijft dedeur te lang openstaan.Laat warme levensmiddelen eerstbuiten het apparaat afkoelen.Warme levensmiddelen laten demotor langer werken voor de ver-eiste temperatuur.Leg de levensmiddelen alleen afge-dekt of verpakt in het apparaat.Wanneer vloeibare stoffen in dekoelzone condenseren neemt dekoelcapaciteit af.Leg ingevroren producten in dekoelzone wanneer ze moeten ont-dooien.Belaad de vakken niet te vol zodatde lucht kan circuleren.Ontdooien Ontdooi het diepvriesgedeelte wan-neer er een ijslaag van maximaal0,5 cm in zit.Een ijslaag bemoeilijkt het invriezenen bewaren van producten en daar-door stijgt het energieverbruik.Het besparen van energie11
Voor het eerste gebruikReiniging^Reinig de binnenkant van de vries-kast en de toebehoren met lauwwarmwater.^Wrijf daarna alles met een doekdroog.Het inschakelen van de vries-kast^Druk op de Aan/Uit - toets.De temperatuuraanduiding en het con-trolelampje van de toets voor het uit-schakelen van de zoemer beginnen teknipperen, totdat het in de vrieskastkoud genoeg is.Voordat u voor de eerste keer le-vensmiddelen in de vrieskast legt,kunt u het apparaat het beste eenpaar uur laten voorkoelen.Wacht totdat de temperatuur tot min-stens -18°C is gezakt.Het uitschakelen van de vries-kast^Druk op de Aan/Uit - toets, totdat detemperatuuraanduiding uitgaat.Alle lampjes gaan uit.De koeling is uitgeschakeld.Bij langere afwezigheidWanneer u de vrieskast langere tijd nietmeer gebruikt,^schakel het apparaat dan uit,^trek de stekker uit het stopcontact ofschakel de hoofdschakelaar uit,^reinig het apparaaten^laat de deur van het apparaat ietsopenstaan om te voorkomen dat erluchtjes ontstaan.Wanneer het apparaat in zulke ge-vallen wel wordt uitgeschakeld,maar niet wordt gereinigd en nietwordt opengezet, bestaat er gevaardat zich schimmel vormt.Het in- en uitschakelen van de vrieskast12
. . . in de vrieskastHet is voor de houdbaarheid van de le-vensmiddelen zeer belangrijk dat dejuiste temperatuur wordt ingesteld.Door micro-organismen bederven delevensmiddelen erg snel. De tempera-tuur beïnvloedt de snelheid waarmeede micro-organismen groeien. Hoe la-ger de temperatuur, des te langzamerde micro-organismen groeien en des telanger het duurt voordat de levensmid-delen bederven.Wanneer u voor het bewaren van le-vensmiddelen de juiste temperatuur in-stelt kunt u daarmee bederf voorkomenof vertragen.Stel, wanneer u verse levensmiddelenwilt invriezen en ingevroren levensmid-delen lange tijd wilt bewaren, een tem-peratuur in van Bij deze tempe--18°C.ratuur wordt de groei van micro-orga-nismen voor het grootste gedeelte ge-stopt.Zodra de temperatuur boven de -10°Cstijgt begint het bederf door de micro-organismen en zijn de levensmiddelenminder lang houdbaar.
Daarom mogengeheel of gedeeltelijk ontdooide levens-middelen pas weer worden ingevrorenwanneer ze eerst verwerkt zijn, d.w.z.eerst gekookt of gebraden zijn. Door dehoge temperaturen worden de meestemicro-organismen gedood.De temperatuur in de vrieskast wordthoger, naarmate– de deur van het apparaat vakerwordt geopend en de deur langergeopend blijft;– er meer levensmiddelen in de vries-kast worden opgeslagen;– er meer verse levensmiddelen wor-den ingevroren;– de omgevingstemperatuur hoger is.De vrieskast is geconstrueerd vooreen bepaalde klimaatklasse. Een kli-maatklasse is een temperatuurbe-reik, waarbinnen de kamertempera-tuur zich moet bewegen en waardeze niet boven of onder mag lig-gen.De juiste temperatuur13
Het instellen van de tempera-tuur^Druk zo vaak op de temperatuur-toets, totdat de gewenste tempera-tuur in de temperatuuraanduidingverschijnt.De temperatuurwaarde verandert voort-durend.Is de stand -32 °C bereikt, dan wordtweer met -15 °C begonnen.Binnen het aangegeven temperatuur-bereik (bijv. tussen de -15°C en -18°C)kan een iets lagere temperatuur wordeningesteld.^Druk zo vaak op de temperatuur-toets, totdat in de temperatuuraan-duiding -15 °C verschijnt.^Druk nog eens ca.
5 seconden langop de temperatuurtoets om een lage-re temperatuur in te stellen.De lagere temperatuur wordt overgeno-men, maar dat is in de temperatuuraan-duiding niet zichtbaar.TemperatuuraanduidingDe temperatuuraanduiding op hetbedieningspaneel geeft altijd de ge-wenste temperatuur aan.De temperatuur is instelbaar van -15 °Ctot -32 °C.De temperatuuraanduiding knippert,wanneer– de temperatuur buiten het bereik valtdat de temperatuuraanduiding kanaangeven;– er een andere temperatuur wordt in-gesteld;– de temperatuur in de vrieskast eenpaar graden is gestegen, wat wijstop een koudeverlies.Dit koudeverlies is geen probleem wan-neer u:– de deur van het apparaat een keervrij lang geopend houdt, bijv.
wan-neer de deur openstaat.Hoe kunnen wij het waarschu-wingssysteem inschakelen?Het systeem is automatisch klaar voorgebruik en hoeft niet apart te wordeningeschakeld.TemperatuuralarmWanneer de temperatuur in de vries-kast te veel stijgt,gaat er een zoemer,gaat de temperatuuraanduiding knip-peren,evenals het controlelampje van de toetsvoor het uitschakelen van de zoemer.Of het apparaat een temperatuur tehoog vindt, is afhankelijk van de inge-stelde temperatuur.De temperatuur stijgt te sterk wanneer:– u levensmiddelen in de vrieskastlegt, hersorteert of eruit haalt en erdaarbij te veel warme lucht in deruimte stroomt;– u een vrij grote hoeveelheid verse le-vensmiddelen invriest;– de stroom uitgevallen is geweest.Zodra de ingestelde temperatuur weeris bereikt,houdt de zoemer op,brandt de temperatuuraanduiding con-stant,evenals het controlelampje van de toetsvoor het uitschakelen van de zoemer.Het voortijdig uitschakelen vande zoemerHindert de zoemer u, dan kunt u dezevoortijdig uitschakelen.^Druk op de toets voor het uitschake-len van de zoemer.De zoemer houdt op.De temperatuuraanduiding en het con-trolelampje van de toets voor het uit-schakelen van de zoemer blijvenzolang knipperen, totdat het in de vries-kast weer koud genoeg is.Daarna brandt de temperatuuraandui-ding constant en gaat het controle-lampje uit.Vanaf dat moment is het waarschu-wingssysteem weer klaar voor gebruik.Waarschuwingssysteem15
Het gebruik van de superfrostVerse levensmiddelen moeten zo snelmogelijk tot in de kern worden ingevro-ren. Alleen zo blijven voedingswaarde,vitaminen, vorm en smaak behouden.Voor het optimaal invriezen van dezelevensmiddelen kunt u daarom hetbeste de functie "Superfrost" inschake-len, en wel 6 tot 24 uur voordat u de inte vriezen levensmiddelen in het appa-raat legt.
24 Uur is voor de maximalevriescapaciteit.De superfrost schakelt u dus niet in:– wanneer u levensmiddelen in devrieskast legt die al ingevroren zijn;– wanneer u dagelijks slechts max.2 kg verse levensmiddelen in devrieskast legt.Het inschakelen van de superfrost^Druk op de Superfrost - toets.Het controlelampje van deze toets gaatbranden.De temperatuur in het apparaat daalten de koelcapaciteit is nu maximaal.Het uitschakelen van de superfrostDe superfrost wordt automatisch na ca.65 uur uitgeschakeld, afhankelijk vande hoeveelheid levensmiddelen die inde vrieskast zijn gelegd.Het controlelampje van de Superfrost -toets gaat uit.De koelcapaciteit van het apparaat isweer normaal.Om energie te besparen kunt u de su-perfrost zelf uitschakelen, zodra in devrieskast een temperatuurconstante van minstens -18°C is bereikt.^Druk op de Superfrost - toets.Het controlelampje van deze toets gaatuit.De koelcapaciteit van het apparaat isweer normaal.De functie "Superfrost"16
Maximale vriescapaciteitLevensmiddelen kunnen het beste zosnel mogelijk tot in de kern worden in-gevroren. Daarvoor is het noodzakelijk dat demaximale vriescapaciteit niet wordtoverschreden. De maximale vriescapa-citeit binnen 24 uur vindt u op het type-plaatje "Vriescapaciteit. kg/24 h" enis berekend volgens de norm DIN ENISO 15502. Het bewaren van diepvriespro-ducten^Wilt u diepvriesproducten bewaren,controleer dan al vóórdat u ze koopt:– de verpakking op eventuele bescha-digingen;– de uiterste houdbaarheidsdatum vande diepvriesproducten en– de temperatuur van de diepvrieskistin de winkel. Komt deze boven de -18°C, dan zijnde diepvriesproducten niet zo langhoudbaar als wanneer de tempera-tuur -18°C is. ^Haal de diepvriesproducten uit dediepvrieskist wanneer u alle andereboodschappen al in uw wagentjehebt liggen en vervoer ze in kranten-papier of in een koeltas.
^Leg de diepvriesproducten thuis di-rect in de vrieskast. Vries geheel of gedeeltelijk ontdooi-de levensmiddelen niet opnieuw in. Pas nadat u deze levensmiddelenhebt gekookt of gebraden kunt u zeopnieuw invriezen. Wat gebeurt er bij het invriezenvan verse levensmiddelen. Verse levensmiddelen moeten zo snelmogelijk tot in de kern worden ingevro-ren. Alleen zo blijven voedingswaarde,vitaminen, vorm en smaak behouden. Hoe langzamer de levensmiddelen in-vriezen, des meer vocht komt er uitiedere cel vrij. Dit vocht komt in de tus-senruimten terecht. De cellen gaan krimpen. Wanneer de levensmiddelen ontdooienkomt slechts een deel van het vocht dateerder vrijkwam in de cellen terug. Praktisch betekent dit dat de levens-middelen veel vocht verliezen. Dat zietu aan de grote waterplas die zich omde levensmiddelen vormt wanneerdeze ontdooien.
Wanneer de levensmiddelen ontdooienkan de kleine hoeveelheid vocht dievrijgekomen is naar de cellen terugke-ren. Dat betekent dat de levensmid-delen weinig vocht verliezen. Er vormtzich slechts een kleine waterplas om delevensmiddelen wanneer deze ontdooi-en. Het invriezen en bewaren van levensmiddelen17.
Het invriezen en bewaren vanverse levensmiddelenGebruik voor het invriezen alleen verselevensmiddelen waar geen rotte plek-ken in zitten. Waar u daarbij op moet letten–Geschikt om in te vriezen zijn:vers vlees, gevogelte, wildbraad, vis,groenten, kruiden, vers fruit, zuivel-producten, brood en banket, kliekjes,eigeel, eiwit en vele kant-en-klaar-producten. – om in te vriezen zijn:Niet geschikt druiven, kropsla, radijs, rammenas,zure room, mayonaise, hele eieren inde schaal, uien, hele appels en pe-ren. – Om kleur, smaak, aroma en vitamineC te behouden kunt u groenten enfruit het beste voor het invriezenblancheren. Breng daartoe een pan water aan dekook, voeg het voedsel daar portie-gewijs aan toe, laat het daar 2-3 mi-nuten in liggen, haal het eruit, laathet snel in koud water afkoelen enlaat het uitlekken.
– Mager vlees is beter geschikt om teworden ingevroren dan vet vlees enkan aanmerkelijk langer worden be-waard. – Leg tussen koteletten, biefstukjes,schnitzels enz. telkens een stukjehuishoudfolie. Zo voorkomt u dat stukken vlees aanelkaar vastvriezen. – Kruid en zout verse levensmiddelenen geblancheerde groente vóór hetinvriezen niet. Kruid en zout reeds bereide ge-rechten voor het invriezen slechtslicht. Sommige kruiden veranderende smaakintensiteit van de ge-rechten. – Laat warme gerechten en drankeneerst buiten het apparaat afkoelen. Doet u dat niet dan beginnen reedsingevroren levensmiddelen te ont-dooien en wordt er meer stroom ver-bruikt dan nodig is. Het verpakken^Vries de levensmiddelen per portiein.
Geschikte verpakking- kunststof folie- diepvrieszakken van polyethyleen- aluminiumfolie- diepvriesbakjeOngeschikte verpakking- pakpapier- braadpapier- cellofaan- afvalzakken- gebruikte plastic zakken^Druk de lucht uit de verpakking. ^Sluit de verpakking goed af met:- elastiekjes- kunststof klipjes- touwtjes of- koudebestendig plakband. Zakken en diepvrieszakken van poly-ethyleen kunt u ook met een sealap-paraat afsluiten.
Vóór het inruimenGaat het om een hoeveelheid van meerdan 2 kg,^schakel dan enige tijd voor het inrui-men de superfrost in.Zie hoofdstuk: "De functie Super-Frost".De levensmiddelen die al zijn ingevro-ren krijgen zo een koudereserve.Het inruimenLet op de maximale belading vandiepvriesladen en glasplaten.– Diepvriesladen = 25 kg– Glasplaten = 35 kgLeg in te vriezen levensmiddelenniet tegen reeds ingevroren levens-middelen om te voorkomen dat delaatste gaan ontdooien.^Zorg ervoor dat het materiaal waarinde in te vriezen levensmiddelen zijnverpakt droog is, zodat ze niet aanelkaar of aan de bodem van de diep-vriesladen vastvriezen.– Kleine hoeveelheidDeze kan het beste in èèn van de on-derste diepvriesladen worden gelegd.^Leg de levensmiddelen over de helebreedte op de bodem van de diep-vriesladen, zodat ze zo snel mogelijktot in de kern worden ingevroren.– Maximale hoeveelheid (zie type-plaatje)^Haal de onderste diepvrieslade uithet apparaat.^Leg de levensmiddelen over de helebreedte op de bodem van het appa-raat of tegen de zijwanden, zodat zezo snel mogelijk tot in de kern wor-den ingevroren.Zijn de levensmiddelen ingevroren,^leg ze dan in de onderste diepvries-lade en schuif de lade weer in hetapparaat.– Grote stukken vleesWanneer u een groot stuk vlees wilt in-vriezen, bijv.
kalkoen of wildbraad kuntu de glasplaten tussen de diepvriesla-den het beste verwijderen. Zo is ermeer plaats.^Haal de diepvriesladen uit het appa-raat, til de glasplaten iets op en haalze uit het apparaat.Het invriezen en bewaren van levensmiddelen19
Het ontdooien van ingevrorenlevensmiddelenDat kunt u doen– in de magnetron;– in de oven bij het verwarmingssys-teem "Hetelucht" of "Ontdooien";– bij kamertemperatuur;– in de koelkast (de koude die daarbijvrijkomt kan voor het koelen van deandere levensmiddelen worden ge-bruikt);– in de stoomoven.Platte stukken vlees en vis kunnengedeeltelijk ontdooid in een hete braad-pan worden gelegd.Stukken vlees en vis (bijv. gehakt, kip,visfilet) kunnen het beste worden ont-dooid als ze niet tegen andere levens-middelen aankomen. Het vrijgekomenvocht moet worden opgevangen enzorgvuldig verwijderd.Fruit kan bij kamertemperatuur zowel inde verpakking als ook in een afgedekteschaal worden ontdooid.Groente kan in het algemeen in bevro-ren toestand aan kokend water wordentoegevoegd of in heet vet worden ge-stoofd.
De kooktijd is iets korter dan bijverse groente.Vries geheel of gedeeltelijk ontdooi-de levensmiddelen niet opnieuw in.Pas nadat u deze levensmiddelenhebt gekookt of gebraden kunt u zeopnieuw invriezen.Het bereiden van ijsblokjes(Afhankelijk van het model)^Vul het bakje voor ijsblokjes voordriekwart met water.^Zet het bakje op de bodem van eendiepvrieslade.^Wanneer het bakje is vastgevroren,gebruik dan een stomp voorwerp,bijv.
een lepelsteel om het los te ma-ken.^Wanneer het bakje even onder stro-mend water wordt gehouden laten deijsblokjes gemakkelijk los.Het snelkoelen van drankenBewaar geen blikjes en flessen in dediepvrieszone die koolzuurhoudendedranken bevatten of vloeistoffen diekunnen bevriezen.Dit om te voorkomen dat de blikjes enflessen uit elkaar springen, dat u letseloploopt en dat het apparaat bescha-digd raakt.Wanneer u flessen drank (zonder kool-zuur) in de diepvrieszone hebt gelegdom snel te koelen, haal ze er dan namaximaal èèn uur weer uit om te voor-komen dat ze uit elkaar springen.Het invriezen en bewaren van levensmiddelen20
Wanneer de vrieskast normaal in ge-bruik is, ontstaan er na verloop van tijdrijp en ijs op de binnenwanden.Hoe dik de rijp en het ijs is, hangt erook van af, of– de deur van het apparaat vaak openen dicht is gedaan;– de deur daarbij lang open is ge-weest;– er ineens grote hoeveelheden verselevensmiddelen zijn ingevroren;– de luchtvochtigheid in het vertrek isgestegen.Wanneer er een dikke ijslaag is ge-vormd, gaan de diepvriesladen nietmeer soepel open; soms zelfs gaat dedeur van de vrieskast niet meer dicht.Bovendien gaat de vriescapaciteit ach-teruit en stijgt het stroomverbruik.^Ontdooi de vrieskast van tijd tot tijd,echter in ieder geval zodra zich eenca.
0,5 cm dikke ijslaag heeft ge-vormd.Maak gebruik van de gelegenheid,wanneer– er weinig of geen ingevroren levens-middelen in het apparaat liggen– en de luchtvochtigheid en de tempe-ratuur in het vertrek laag zijn.Krab de rijp- en ijslagen er niet af engebruik geen puntige of scherpevoorwerpen om te voorkomen dat devrieskast beschadigd raakt en min-der goed functioneert.Vòòr het ontdooien^Schakel ca. 1 dag voordat u de vries-kast gaat ontdooien de superfrost in.Daardoor krijgen de reeds opgesla-gen ingevroren levensmiddelen eenkoudereserve en kunnen dus ietslanger bij kamertemperatuur wordenbewaard.^Haal de ingevroren levensmiddelenuit de vrieskast en wikkel ze in ver-schillende lagen krantenpapier of de-kens.Bewaar ze op een koele plaats, tot-dat het apparaat weer klaar is voorgebruik.^Haal alle diepvriesladen en glaspla-ten uit het apparaat.Het ontdooien van de vrieskast21
Het ontdooienHandel het ontdooien zo snel moge-lijk af.Hoe langer de ingevroren levens-middelen bij kamertemperatuur wor-den bewaard, des te korter ze houd-baar zijn.Gebruik voor het ontdooien van devrieskast nooit een stoomreiniger,daar stoom in aanraking kan komenmet delen van het apparaat die on-der spanning staan en zo kortslui-ting veroorzaken.Plaats wanneer u wilt ontdooiennooit elektrische verwarmingsappa-raten of kaarsen in het apparaat omte voorkomen dat het kunststof be-schadigd raakt.Gebruik geen ontdooisprays of an-dere middelen om te ontdooien.Deze kunnen explosieve gassenvormen, ze kunnen oplosmiddelenof drijfgassen bevatten die hetkunststof beschadigen of ze kunnenschadelijk zijn voor de gezondheid.^Schakel de vrieskast uit.^Trek de stekker uit het stopcontact ofschakel de hoofdschakelaar van dehuisinstallatie uit.^Laat de deur van het apparaat open.U kunt het ontdooien versnellen doortwee pannetjes op een onderzetter metheet (niet kokend) water in de vrieskastte zetten.In dat geval moet de deur bij het ont-dooien gesloten blijven, zodat dewarmte niet vrij kan komen.Na het ontdooien^Neem het dooiwater met een sponsof doek op.^Reinig het apparaat en maak hetdroog.^Sluit de deur van het apparaat.^Sluit het apparaat weer aan^en schakel het weer in.^Schakel de superfrost in zodat het inde vrieskast weer snel koud wordt.Het controlelampje gaat branden.^Leg de ingevroren levensmiddelen inde diepvriesladen.^Schuif de glasplaten en de diepvries-laden in de vrieskast zodra de tem-peratuur daar laag genoeg is.^Schakel de superfrost weer uit, zodraer in het apparaat een constante tem-peratuur van minstens -18°C is be-reikt.Het controlelampje gaat uit.Het ontdooien van de vrieskast22
Let erop dat er geen water in deelektronica of in de verlichting te-rechtkomt.Gebruik geen stoomreiniger.Stoom kan in aanraking komen metdelen van het apparaat die onderspanning staan en zo kortsluitingveroorzaken.Het typeplaatje in de binnenruimtevan het apparaat mag niet wordenverwijderd.
De gegevens zijn nodigin het geval er een storing optreedt.Om beschadigingen aan het opper-vlak te voorkomen, mag u de volgen-de producten bij het reinigen niet ge-bruiken:– zuur-, soda-, ammoniak- of chloride-houdende reinigingsmiddelen;– kalkoplossende reinigingsmiddelen;– schurende reinigingsmiddelen zoalsschuurpoeder;– oplosmiddelhoudende reinigingsmid-delen;– reinigingsmiddelen voor roestvrijstaal;– reinigingsmiddelen voor afwasauto-maten;– ovensprays;– glasreinigers;– schurende artikelen zoals schuur-sponsjes, borsteltjes ofpuimsteentjes;– scherpe schrapers.Vòòr het reinigen^Schakel het apparaat uit.^Haal de stekker uit het stopcontact ofschakel de hoofdschakelaar uit.^Haal de ingevroren levensmiddelenuit het apparaat en sla deze op eenkoele plaats op.^Haal alle uitneembare onderdelen uithet apparaat.^Ontdooi de vrieskast.Het reinigen van de vrieskast23
Het reinigen van de binnen-ruimte en de onderdelen^Reinig de binnenruimte en de onder-delen met lauwwarm water en reini-gingsmiddel.Het bakje voor de ijsblokjes (modelaf-hankelijk) kan in de afwasautomaatworden gewassen.De temperatuur van het gekozen af-wasprogramma mag niet hoger zijndan 55 °C!Kunststof onderdelen kunnen in deafwasautomaat verkleuren, wanneerze in aanraking komen met natuur-lijke kleurstoffen, zoals die van wor-tels, tomaten en ketchup.Verkleuringen hebben echter geennegatief effect op de stabiliteit vande onderdelen.^Reinig de diepvriesladen en de glas-platen met de hand, want deze on-derdelen mogen in de afwas-niet automaat worden gereinigd.^Neem binnenruimte en onderdelendaarna met helder water af en wrijfalles met een doek droog.^Laat de deur van de vrieskast kortetijd openstaan.Het reinigen van de deurdich-tingBehandel de deurdichting niet metolie of vet om te voorkomen datdeze in de loop van de tijd poreuswordt.^Reinig de deurdichting regelmatig al-leen met helder water en wrijf dezedaarna met een doek grondig droog.Het reinigen van de ventilatie-openingen^Reinig de ventilatie-openingen regel-matig met een kwast of stofzuiger.Wanneer er zich stof ophoopt, wordt eronnodig veel energie verbruikt.Na het reinigen^Sluit de deur van de vrieskast.^Sluit het apparaat weer aan.^Schakel het weer in.^Schakel de superfrost in, zodat het inde vrieskast weer snel koud wordt.^Leg de ingevroren levensmiddelenweer terug in de diepvriesladen.^Schuif de diepvriesladen en glaspla-ten weer in de vrieskast, zodra detemperatuur laag genoeg is.^Schakel de superfrost weer uit, zodraeen constante temperatuur van min-stens -18°C is bereikt.Het reinigen van de vrieskast24
Reparaties aan elektrische appara-ten mogen alleen door vakmensenworden uitgevoerd.Gebeurt dit niet, dan kan de ge-bruiker grote risico's lopen.Een aantal storingen kunt u echter zelfverhelpen.Wat moet u doen, wanneer . . .. . . de vrieskast het niet doet?^Controleer of:– de vrieskast is ingeschakeld, in welkgeval de temperatuuraanduidingmoet branden;– de stekker stevig in het stopcontactzit;– de hoofdschakelaar van de elek-trische huisinstallatie is ingescha-keld.Is dit laatste het geval, is dit koude-ap-paraat, een ander apparaat of de huis-spanning defect.^Neem dan contact op met afdelingKlantcontacten van Miele Nederland.. . . de deur van de vrieskast niet ver-schillende keren achter elkaar kanworden geopend?Dat is geen storing.Door de zuigende werking kunt u dedeur pas na enige tijd zonder moeiteopenen.. . .
de vrieskast het niet doet, maarde temperatuuraanduiding welbrandt?De demofunctie is geactiveerd.Hiermee kan de vakhandel het appa-raat presenteren zonder de koeling inte hoeven schakelen.Voor particulier gebruik is deze functieniet relevant.^Schakel de demofunctie uit.Zie hoofdstuk: "Informatie voor devakhandel".. . . de vrieskast vaker en voorlangere tijd aanslaat?^Controleer of:– de luchttoevoer- en luchtafvoerope-ningen in de sokkel zijn geblokkeerden of er veel stof inzit;– de deur van de vrieskast vaak openen dicht is gedaan;– er ineens grote hoeveelheden verselevensmiddelen zijn ingevroren;– de deur van de vrieskast goed sluit;– er zich in de vrieskast een vrij dikkeijslaag bevindt.Is dit laatste het geval,^ontdooi het apparaat dan.Nuttige tips25
. . . de temperatuur in de vrieskast telaag is?^Stel een hogere temperatuur in.^Controleer of u vergeten hebt om desuperfrost uit te schakelen.Deze wordt na 65 uur automatisch uit-geschakeld.. . . de vrieskast voortdurend in wer-king is?Wanneer het apparaat minder vriesca-paciteit nodig heeft, schakelt het overop een lager toerental om energie tebesparen. Daardoor is het apparaatook langere tijd in werking.. . . de ingevroren levensmiddelenvastgevroren zijn?^Maak ze met een stomp voorwerp,bijv. met een lepelsteel los.. . . er zich in de vrieskast een vrijdikke ijslaag bevindt?^Controleer of de deur van de vries-kast goed sluit.^Ontdooi het apparaat^en reinig het.Door een dikke ijslaag vermindert dekoelcapaciteit, waardoor het stroomver-bruik stijgt.. . .
de zoemer gaat en het controle-lampje van de toets voor het uitscha-kelen van de zoemer gaat knipperen?Het is in de vrieskast te warm.^Controleer of:– de deur van de vrieskast vaak openen dicht is gedaan;– er ineens grote hoeveelheden verselevensmiddelen zijn ingevroren, zon-der dat de superfrost is ingescha-keld;– de stroom langere tijd uitgevallen isgeweest.Wanneer het euvel verholpen is, houdtde zoemer op en gaat het controle-lampje van de toets voor het uitschake-len van de zoemer uit.. . .
het controlelampje van de super-frost en de temperatuuraanduidingknipperen?Er is sprake van een defect.^Neem contact op met de afdelingKlantcontacten.Kunt u een storing ook met boven-genoemde tips niet verhelpen, roepdan de hulp in van de afdelingKlantcontacten van Miele Neder-land.Open als het mogelijk is de vries-kastdeur niet vóórdat de storing isverholpen.Op deze manier houdt u het koude-verlies zo gering mogelijk.Nuttige tips26
Vaak voorkomende ge-luidenWaar komen deze geluiden vandaan?Brrrrr... Dit brommende geluid komt van de motor (compressor). Wan-neer de motor aanslaat klinkt dit geluid nog iets sterker.Blub, blub.... Deze klotsende, gorgelende of snorrende geluiden komen vande koelvloeistof die door de leidingen stroomt.Klik.... Dit klikkende geluid is altijd te horen wanneer de thermostaat demotor in- of uitschakelt.Sssrrrrr.... Dit ruisende geluid is te horen bij apparaten die over verschillen-de zones of over een no-frost-systeem beschikken en wordt ver-oorzaakt door de luchtstroming in de binnenruimte van het appa-raat.Knak ...
Het knakken is altijd dan te horen, wanneer het materiaal in hetapparaat uitzet.Bedenk dat dit soort geluiden niet te vermijden zijn.Geluiden die makkelijk teverhelpen zijnWat is de oorzaak van deze geluiden en wat kuntu daartegen doen?Klapperende en rammelende ge-luidenHet apparaat staat niet waterpas: Stel het apparaat met behulpvan een waterpas. Gebruik de stelvoeten onder het apparaat ofleg er iets onder.Het apparaat komt tegen andere meubels of apparaten aan:Schuif het apparaat een eindje weg.Plateaus, vakken, laden of andere uitneembare onderdelenvan het apparaat zitten niet goed op hun plaats: Zet ze weergoed.In het apparaat staan flessen of andere gebruiksvoorwerpentegen elkaar aan: Zorg ervoor dat ze niet meer tegen elkaaraankomen.De transportkabelhouder hangt nog aan de achterkant vanhet apparaat: Verwijder de kabelhouder.Geluiden en de oorzaken ervan27
Neem bij storingen die u niet zelf kuntverhelpen contact op met– uw Miele-handelaarof– de afdeling Klantcontacten van MieleNederland B.V.Telefoonnummer en adres van MieleNederland B.V. vindt u op de achterzij-de van deze gebruiksaanwijzing.Geef bij het inschakelen van de afde-ling Klantcontacten altijd het type enhet nummer van het apparaat door.Beide gegevens vindt u op het type-plaatje in de binnenruimte van het ap-paraat.Voor informatie over het Miele ServiceVerzekering Certificaat kunt u zichwenden tot uw Miele-vakhandelaar ofde bijgevoegde folder raadplegen.Garantietermijn en garantievoorwaar-denDe garantietermijn bedraagt 2 jaar.Voor nadere bijzonderheden over degarantievoorwaarden kunt u bellen metde afdeling Klantcontacten.Afdeling Klantcontacten / Garantie28
Demo-functieDit apparaat kan met de zogenaamde"demo-functie" in de handel of inshowrooms worden gepresenteerd.Dat houdt in dat de bediening en debinnenverlichting wel werken, maar dekoeling niet wordt ingeschakeld.Het activeren van de demo-functie^Druk op de Aan/Uit - toets.Het apparaat is ingeschakeld.^Druk nog eens ca. 5 seconden langop de Aan / Uit - toets en tegelijk opde temperatuurtoets.Het controlelampje van de Superfrost -toets knippert en in de temperatuuraan-duiding brandt -25°C.^Druk op de Superfrost - toets.In de temperatuuraanduiding knippert-25°C.De demo-functie is actief.Het deactiveren van de demo-functie^Druk op de Aan/Uit - toets.Het apparaat is ingeschakeld.^Druk nog eens ca.
Dit apparaat mag alleen door een er-kend elektricien op het elektriciteitsnetworden aangesloten.Dit apparaat is voorzien van een aan-sluitkabel en een stekker met randaar-de, geschikt voor aansluiting op 50 Hz220 - 240 V.Dit apparaat mag uitsluitend wordenaangesloten op een contactdoos metrandaarde.Het is het beste wanneer de contact-doos zich naast het apparaat bevindten u er gemakkelijk bij kunt.Dit apparaat mag uitsluitend op eenhuisinstallatie worden aangesloten dievolgens NEN 1010 is geïnstalleerd.De installatiegroep dient met een10 A-zekering te worden gezekerd.In de EU-voorschriften geeft men terverhoging van de veiligheid het adviesom de huisinstallatie van een aardlek-schakelaar te voorzien.Het apparaat mag niet op omvormersworden aangesloten die bij autonomestroomvoorzieningen zoals zonne-energie worden gebruikt.Wanneer het apparaat in dat gevalwordt ingeschakeld, kunnen er span-ningspieken ontstaan, kan het apparaatom veiligheidsredenen weer wordenuitgeschakeld en kan de elektronicabeschadigd raken.Het apparaat mag ook niet met eenenergievoorkeurstekker worden ge-bruikt.Het is mogelijk dat er in dat geval teweinig energie naar het apparaat wordttoegevoerd en dat componenten in hetapparaat te warm worden.Het is niet toegestaan om het apparaatmet een verlengsnoer op het elektrici-teitsnet aan te sluiten.Met verlengsnoeren kan een veilig ge-bruik van het apparaat namelijk nietworden gewaarborgd in verband methet gevaar voor oververhitting.Moet er aan de aansluiting op het elek-triciteitsnet of aan de aansluitkabel ietsworden veranderd dan mag dat uitslui-tend door een erkend bedrijf gebeuren.Elektrische aansluiting30
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele F 9122 Ui-1 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koelen vriezen Miele
Handleiding Koelen vriezen
Nieuwste handleidingen voor Koelen vriezen